557156 Bijl03 Motivering opvanglocatie AZC Venlo (2).pdf
Tekst van het document
Toename verharding [m²]
Bergingseis [m]
Bergingsopgave [m³]
750
0,10
75,0
Op basis van de ontwerptekening beslaat het nieuwe dienstengebouw en de omliggende verhardingen een totaal oppervlakte van 750 m². Met een bergingseis van 100 mm komt dit neer op een bergingsopgave van 75,00 m3 (= 750m2 x 100mm) (Tabel 4-1). Hierin is ook de plint rondom het dienstengebouw mee gerekend.
4.2.7
Inpassing bergingsopgave
In Bijlage D zijn meerdere oplossingsrichtingen onderzocht voor het inpassen van de bergingsopgave (zie ook vorige paragraaf 4.2.6). De maatregel die uiteindelijk toegepast zal worden is het realiseren van een grindkoffer (zie Bijlage A2). Een grindkoffer is een ondergrondse opslagplaats voor regenwater, gevuld met grind. Het fungeert als een waterberging, waarbij regenwater langzaam in de grond kan infiltreren. De afmeting van deze grindkoffer is 180 x 1,40 m en heeft een inhoud van 252 m3. De grindkoffer heeft een holle ruimte voor berging van water van 40 %. De bergingscapaciteit van de grindkoffer bedraagt 76,50 m3 (252 m3 x 40 %). Deze voldoet daarmee aan de bergingseis van 75,0 m³. Het hemelwater wordt in de grindkoffer verspreid met een PVC IT (Infiltratie en Transport) riool met afmeting 315 mm. Ook wordt er voor onderhoud een inspectieput in de grondkoffer geplaatst. De situatie omtrent riolering blijft verder ongewijzigd. In het tijdelijk dienstengebouw wordt geen keuken gerealiseerd, het toepassen van een vet- en vuilvang is daarmee niet van toepassing.
4.2.8
Waterkwaliteit
Er wordt geadviseerd om gebruik te maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en het achterwege laten van uitlogende bouwmaterialen zoals lood, koper, zink en zacht PVC. Deze stoffen kunnen zich ophopen in het water(bodem)systeem en hebben hierdoor een zeer nadelige invloed op de water(bodem)kwaliteit en ecologie.
29
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.3
Bodem
Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het projectgebied. Relatie tot het voornemen Voor het voornemen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie Bijlage E). Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond boven de interventiewaarden aanwezig zijn. Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek (zie Bijlage F) is voor onderhavige onderzoekslocatie uitgegaan van de onderzoeksstrategie diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) uit de NEN 5740. Met name zware metalen, PAK en PCB zijn ‘kansrijk’ voor wat betreft de vaste bodem. Het grondwater bevond zich dieper dan 5,0 m - mv en is derhalve, conform normvoorschrift, niet onderzocht.
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor het geplande dienstengebouw. Wel wordt het volgende opgemerkt. Voor de geplande bouwwerkzaamheden wordt meer dan 25 m3 grond gegraven, met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde. Het gaat hier niet om ‘tijdelijk uitplaatsen’ of een spoedreparatie aan vitale infrastructuur. Daarmee geldt een informatieplicht aan het bevoegd gezag (gemeente). Ten minste een week van tevoren dient de initiatiefnemer de volgende bescheiden aan te leveren: • begrenzing locatie • de verwachte datum begin activiteit • de verwachte duur van de activiteit De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden of bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota.
Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een keuring van het Bevoegd gezag conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
4.4
Luchtkwaliteit
De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten luchtkwaliteitseisen die zijn opgesteld ter bescherming van de gezondheid van mensen. De eisen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht, oftewel luchtkwaliteit, zijn te vinden in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Deze regels omvatten omgevingswaarden, waarbij stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) als leidend worden beschouwd. De gemeente beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Activiteiten zijn toegestaan als ze voldoen aan de volgende criteria: • • •
Er is geen feitelijke of dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. Het project resulteert per saldo niet in een verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project draagt slechts in beperkte mate bij aan luchtverontreiniging.
De overheid beoordeelt ook de luchtkwaliteit in zogenoemde aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO 2) of fijnstof (PM10). De toetsing focust op deze gebieden, gezien het binnen deze gebieden mogelijk is dat een rijksomgevingswaarde wordt overschreven of de achtergrondconcentratie zo hoog is dat bij toevoeging van een nieuw project, de kans bestaat dat de rijksomgevingswaarde wordt overschreden. 30
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Er zijn daarmee ook locaties waar toetsing of monitoring nooit benodigd is, behalve bij uitgezonderde projecten.12 De uitgezonderde projecten zijn te vinden in artikel 5.50 Bkl, en zijn de volgende activiteiten: a. De aanleg van een wegtunnelbuis met een tunnelbuislengte als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving van tenminste 100 m; b. Een wijziging van een wegtunnelbuis waarbij de tunnelbuislengte met ten minste 100 m toeneemt; of c. De aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Er bestaan twee verschillende soorten aandachtsgebieden voor de toetsing en monitoring van de luchtkwaliteit. Dit zijn aandachtsgebieden voor zowel stikstofdioxide als fijnstof,13 en aandachtsgebieden voor alleen fijnstof.14 Deze aandachtsgebieden zijn te vinden in artikel 5.51, lid 2 van het Bkl en artikel 5.51, lid 3 van het Bkl respectievelijk. Relatie tot het voornemen Het voornemen valt niet binnen een van de voorgenoemde uitgezonderde projecten. Wel valt het project binnen het aandachtsgebied voor zowel stikstofdioxide als fijnstof. De luchtkwaliteit in de huidige situatie is goed en ligt onder de omgevingswaarden van 40 microgram/m 3 voor NO2 (Figuur 4-9). Zoals te zien in Figuur 4-11, ligt de hoeveelheid fijnstof (PM10) voor de projectlocatie tussen de 18 en 20 μg/m3.
Dit ligt onder de gestelde omgevingswaarde uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), maar net iets boven de WHO advieswaarde. In Figuur 4-9 is te zien dat de stikstofwaarden iets verhoogd zijn, maar lager liggen dan de gebieden om de projectlocatie. De waarden voldoen echter nog steeds ruimschoots aan de gestelde omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Figuur 4-9: Stikstof (NO2) ter plaatste van het voornemen (rode markering) (bron: Atlas Leefomgeving d.d. 1 augustus 2024)
12 Deze uitgezonderde projecten zijn te vinden in artikel 5.50 Bkl. 13 Artikel 5.51, lid 2 van het Bkl. 14 Artikel 5.51, lid 3 van het Bkl.
31
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-10: Fijnstof (PM10) ter plaatse van het voornemen (rode markering) (bron: Atlas Leefomgeving d.d. 1 augustus 2024)
Om dit nader te onderbouwen is een onderzoek luchtkwaliteit uitgevoerd, deze is weergegeven in Bijlage G. Wanneer een project ‘Niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan een verslechtering van de concentraties NO2 en PM10, vervalt toetsing aan de omgevingswaarden. Een project draagt NIBM bij wanneer de toename als gevolg van het project op toetslocaties lager is dan 1,2 µg/m³ NO2 en PM10. Voor kleine projecten is een tool ontwikkeld om eenvoudig te kunnen toetsen of een project NIBM bijdraagt: de NIBM-tool van Infomil. Een berekening met de NIBM tool laat zien dat de realisatie van onderliggend project ‘Niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit de berekening blijkt dat door onderliggende ontwikkeling een maximale toename van 0,06 μg/m3 NO2 en een maximale toename van 0,01 μg/m3 PM10 is te verwachten. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de grens van 1,2 µg/m³ NO2 en PM10. Bij de berekeningen is uitgegaan van het totaal aantal verkeersbewegingen opgesteld door Arcadis 15.
15 Verkeersintensiteiten AZC Venlo.xlsx, 13-12-2024, Arcadis.
32
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-11: NIBM-rekentool AZC Venlo.
Vanuit het aspect luchtkwaliteit gelden er geen bezwaren tegen de realisatie van onderliggend project.
4.5
Geluid
Er hoeft conform artikel 5.55 lid 2 onder c Bkl bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van niet meer dan 10 jaar niet getoetst te worden aan de bepalingen over geluid in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Verder kan worden opgemerkt dat een tijdelijke opvanglocatie voor asielzoekers niet is aangewezen als een geluidsgevoelige locatie. In voorliggende motivering moet wel beoordeeld worden of voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Relatie tot het voornemen De geluidsbelasting op de projectlocatie wordt voornamelijk bepaald door de wegen ten noorden (Beckersweg) en westen (Kaldenkerkenweg) van de projectlocatie. In Figuur 4-12 is de cumulatieve geluidsbelasting, waaronder die van wegverkeerlawaai, op de projectlocatie weergegeven. De locatie valt binnen een geluidsbelasting van 51 tot 55 dB, wat als redelijk16 wordt beoordeeld. Het voornemen betreft geen geluidgevoelige functie. Vanwege de tijdelijke aard van de voorgenomen opvang van maximaal vier jaar zonder woonfunctie is een formele geluidstoetsing volgens de Ow en de Aanvullingswet Geluid niet nodig. Het verblijfsklimaat kan als aanvaardbaar worden beschouwd. Hiermee vormt geluid geen belemmering voor het voornemen.
16 Volgens Rijkinstituut van Volksgezondheid en Milieu (RIVM), 2020.
33
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-12: Cumulatieve geluidsbelasting in relatie tot het voornemen (rode markering). Bron: atlasleefomgeving.nl (d.d. 01-082024).
4.6
Duurzaamheid en gezondheid
Per gemeente moet vastgesteld worden of en hoe getoetst dient te worden aan de aspecten duurzaamheid en gezondheid. In aanvulling op de regels uit de Bruidsschat en het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl) worden de regels voor duurzaamheid en gezondheid vastgesteld in het omgevingsplan van de gemeente. Voor duurzaamheid dient hoofdzakelijk gekeken te worden naar de te treffen energiebesparende maatregelen, zo horen alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van ten hoogste 5 jaar te worden getroffen. Omdat het hier een tijdelijke opvang betreft, is dit artikel niet relevant. In het kader van gezondheid dient rekening te worden gehouden met spuitzonering. Een spuitzone is een buffergebied rondom een agrarisch perceel waar gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Deze zone is bedoeld om de gezondheidsrisico's voor mensen die in de buurt wonen of werken te minimaliseren. Een object, zoals een woning of een tuin, waar mensen langdurig verblijven kan worden aangemerkt als een gevoelige functie. In de regel moet in geval van een agrarische bestemming een 50 meter zone te worden aangehouden. De afstand moet worden gemeten vanaf de grens van een locatie waar agrarische bedrijvigheid is toegestaan. Het klooster en het dienstengebouw liggen niet in de nabijheid van percelen met de functie agrarisch.
Zo liggen de agrarische percelen aan de zuidzijde van het voornemen, ten oosten van de Bethaniëweg, op ruim 200 meter afstand. De percelen aan de noordzijde, aan de andere kant van de Beckersweg waren voorheen in agrarisch gebruik en vallen binnen 50 meter. Met het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Nieuw Manresa’ (vastgesteld 23-10-2019) hebben de percelen nu een functie ‘Natuur’, zie Figuur 4-13. Daarmee ligt het voornemen niet binnen 50 meter van een agrarisch perceel met spuitzone.
34
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-13 - Bestemmingsplan Nieuw Manresa (vastgesteld 23-10-2019) ten noorden van het voornemen.
De ontwikkeling van een ecologische verbindingszone is hier voorzien, waarbij (zo blijkt uit de toelichting 17): De centrale te ontgraven strook zal hei of heischraal grasland worden. Deze strook wordt geënt met plagsel/maaisel van nabijgelegen natuurgebied Groote Heide. Soorten die in het grasland thuis horen zijn: zandblauwtje, gewoon biggenkruid, kattendoorn, tormentil, tandjesgras, gewone hoornbloem, witbol, scherpe boterbloem, veldzuring, rode kalver, knoopkruid, margriet, glanshaver, groot streepzaad, kamgras, madeliefje, gladde witbol, havikskruid (stijf-, dicht-, bos- en scherm), vroege haver, schapenzuring, gewoon struisgras, gewone veldbies, smalle weegbree, glanshaver, vertakte leeuwentand, veldgerst. Naast de aanplant van bos en struweel, de inzaai van gras en het opbrengen van plagsel zal een wandelpad gemaakt worden en zal het terrein uitgerasterd worden en waar nodig voorzien van hekken/doorgangspoorten. In Figuur 4-14 is de ontwikkeling van de ecologische verbinding zone weergegeven.
17 Zie: https://gemeenteraad.venlo.nl/Documenten/041bijl-1-1-Bp-Nieuw-Manresa-integraal.pdf
35
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-14 - Natuurlijk in te richten perceel aan de noordzijde van het voornemen. Men is reeds begonnen met af te graven strook (gele markering) en bos- en struweelstrook(rode markering) conform bestemmingsplan Nieuw Manresa. Bron: Streetsmart, 2025.
36
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Aan de zuidzijde van de gronden van het kloostercomplex (Landweerweg) zijn de bij het complex behorende tuinen gelegen. Deze liggen in de directe nabijheid van percelen met een agrarische functie. In beginsel moet worden uitgegaan van de maximae planologische mogelijkheden voor deze agrarische percelen. Feitelijk zijn deze percelen in gebruik als tuin behorend bij een woonbestemming. Redelijkerwijs kan daarom worden uitgesloten dat feitelijk agrarisch gebruik zal plaatsvinden (zie Figuur 4-15).
Figuur 4-15 – Klooster ten opzicht van de agrarische percelen.
Relatie tot het voornemen Met betrekking tot gezondheid worden er met voorgenomen ontwikkeling geen activiteiten mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de gezondheid van de omgeving. De tijdelijke asielzoekersopvang maakt in het voormalig klooster gebruik van de bestaande installaties. Het tijdelijke dienstengebouw zal worden voorzien van elektrische installaties ten behoeve van de gezondheid. Verder zijn in alle verblijfsruimtes ramen aanwezig voor de toetreding van daglicht. Voor het aspect spuitzonering geldt dat er geen agrarisch te gebruiken gronden binnen 50 meter van het voornemen liggen. Voor de realisatie van de opvang zijn de aspecten gezondheid en duurzaamheid geen belemmering.
37
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.7
Verkeer en parkeren
Door Arcadis is op 20 december 2024 een Verkeerstoets opgesteld, zie Bijlage H. Het voornemen vraagt naast een goede ruimtelijke afweging over functie, vormgeving en inpassing, ook om het in beeld brengen van de verkeerseffecten. Dit gaat in afstemming met de Gemeente Venlo. Bij een nieuwe ontwikkeling voor het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het omgevingsplan, is het van belang dat de effecten van de ontwikkeling voor verkeer goed worden onderbouwd. De onderbouwing van de verkeersaspecten speelt mee bij de beoordeling van het voornemen. Hierbinnen ligt nadruk op de effecten van de ontwikkeling op de verkeersafwikkeling en parkeren (bereikbaarheid), de verkeersveiligheid en de verkeershinder (leefbaarheid). Relatie tot het voornemen Verkeer De realisatie van het AZC met maximaal 328 asielzoekers in het voormalig Bethanië klooster te Venlo zorgt voor een toename van de verkeersintensiteiten op het onderliggend wegennet. Deze toename van de verkeersintensiteiten zijn echter dermate laag dat de effecten op het onderliggend wegennet zeer beperkt zijn.
Er zijn een aantal aandachtspunten met betrekking tot de verkeersveiligheid, zoals de oversteekbaarheid van het kruispunt Beckersweg – Kaldenkerkerweg voor fietsers en voetgangers en de beperkte breedte van het fietspad langs de Kaldenkerkerweg Het COA is samen met de gemeente voornemens om ter plaatse van de Beckersweg en Kaldenkerkerweg de verkeerssituatie aan te passen zoals beschreven in paragraaf 0. Door de komst van de asielzoekers, ontstaat er een andere verkeersituatie dan de situatie met invulling van het kloostercomplex in zijn laatste functie (huisvesting internationale werknemers). Naast personeel en bevoorrading van de opvanglocatie dat veelal per (vracht)auto komt, gaan de mensen die hier opgevangen worden meer te voet en per fiets op pad richting bijvoorbeeld de supermarkt, maar ook richting school en het openbaar vervoer. Aangezien voornamelijk bewoners van het azc gebruik gaan maken van deze oversteken, is door het COA gevraagd, in overleg met de gemeente Venlo, de (verkeers)situaties die hierdoor aandacht behoeven in beeld te brengen en hierover te adviseren door een verkeerskundig adviesbureau. Dit adviesbureau heeft een verkeersstudie uitgevoerd naar de effecten van verkeersbewegingen op de bestaande aanliggende kruising naar het klooster en een voorstel gemaakt ter verbetering van de verkeersveiligheid. Deze verkeersstudie is weergeven in Bijlage J.
Hierin is onderzocht hoe de bewoners van het azc op een veilige manier naar de dagelijkse voorzieningen kunnen bewegen. Het onderzoek heeft ook nadrukkelijk aandacht besteed aan input van omwonenden, waaronder: • Gemaakte opmerkingen tijdens de inloopbijeenkomsten van 17/18 december 2024 voor zover deze de verkeersveiligheid betreffen (bijlage 5 van Bijlage J) • Een concreet voorstel ingezonden door een omwonenden (bijlage 6 van Bijlage J) De input van de omgevingsdialoog is meegenomen en hebben geresulteerd in voorliggend ontwerp van de kruising. In de omgevingsdialoog zijn ook zorgen geuit over de verkeersveiligheid van andere nabijgelegen kruisingen. Deze zijn geen onderdeel van voorliggende vergunningaanvraag. Parkeren In de toekomstige situatie zal er ten behoeve van het dienstengebouw een deel van de parkeerplaats worden afgesloten. De rondgang blijft wel beschikbaar en toegankelijk. Ook wordt de opstelplaats van de brandweer niet benadeeld, en blijft de aansluiting naar het openbaar gebied gehandhaafd. De parkeerbehoefte in de toekomstige situatie zal enkel bestaan uit de parkeerbehoefte van het personeel. Door het realiseren van het tijdelijk dienstengebouw gaat een beperkt aantal parkeerplekken verloren. De nodige parkeerplekken zijn echter gering en uitsluitend voor werknemers en ketenpartners.
De parkeerbehoefte, conform het ruimtelijk programma van eisen van het COA, betreft 33 parkeerplekken (namelijk 10% op het aantal bewoners, zijnde 328 bewoners). In de toekomstige situatie blijven de in totaal aanwezige 40 parkeerplaatsen gehandhaafd. Hiermee wordt voldaan aan de parkeerbehoefte voor fase 1. Er is geen sprake van het elders aanleggen van aanvullende parkeerplekken. De bewoners van het asielzoekerscentrum hebben geen auto. Daarnaast kunnen leveranciers en ondersteunende diensten gebruik maken 38
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
van de parkeergelegenheid op het terrein van het klooster. Gelet op de beperkte parkeerbehoefte van het voornemen en de toereikende beschikbaarheid van parkeerplekken, kan er naar verwachting in de volledige parkeerbehoefte worden voorzien.
39
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.8
Omgevingsveiligheid
Op 5 november 2024 is door Arcadis een onderzoek omgevingsveiligheid (Bijlage K) voor het AZC Venlo opgesteld. Het doel van dit onderzoek is het inventariseren van de risicobronnen in de omgeving van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw en het kwalitatief beschouwen van de effecten van het voornemen van het COA op omgevingsveiligheid. Het Beleidsplan Externe Veiligheid 2012-2015 van de gemeente Venlo is opgesteld voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet (op 1 januari 2024). Op het gebied van externe veiligheid is er op 1 januari 2024 van alles veranderd. In het Beleidsplan Externe Veiligheid 2012-2015 van de gemeente Venlo wordt verwezen naar wet- en regelgeving die niet meer bestaat, zoals het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Onder andere het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn hiervoor in de plaats gekomen. Ook inhoudelijk is er toen van alles veranderd. Zo zijn bijvoorbeeld de aandachtsgebieden geïntroduceerd en vult de Omgevingswet het groepsrisico anders in. Het Beleidsplan Externe Veiligheid 2012-2015 van de gemeente Venlo is verouderd en sluit niet meer aan bij de Omgevingswet, het Bkl, het Bal en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
Daarom is niet getoetst aan het Beleidsplan Externe Veiligheid 2012-2015 van de gemeente Venlo. De discipline omgevingsveiligheid houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De verbonden risico's moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden twee soorten risico's gehanteerd: • Plaatsgebonden risico (PR) verwijst naar de kans per jaar dat een persoon die zich continu en onbeschermd op een bepaalde locatie bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Er geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het PR. Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (zeer) kwetsbare objecten en locaties aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten en locaties geldt de PR 10 -6 contour als richtwaarde. • Voor het groepsrisico wordt gewerkt met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden geven aan waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, mogelijk onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Een aandachtsgebied fungeert als startpunt voor het denken over veiligheid en benodigde maatregelen.
Binnen een (explosie- en brand)aandachtsgebied kan een gemeente voorschriftgebieden aanwijzen die worden opgenomen in het omgevingsplan. Daarbij blijft het groepsrisico (GR) wel in gebruik, waarbij het verwijst naar de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde wordt gebruikt als indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Relatie tot het voornemen In de omgeving van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw zijn de volgende risicobronnen aanwezig (zie Figuur 4-16): •
Een leiding van de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO) ten oosten van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw (buiten gebruik, dus niet verder beschouwd); • Een LPG-tankstation van BP Nederland V.O.F. aan de Declarantenweg 15, 5915 PH Venlo ten zuidoosten van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw (circa 440 meter afstand); • Een LPG-tankstation van Vissers Energy Group aan de Keulse Barrière 9, 5915 PG Venlo, ten zuidoosten van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw (circa 560 meter afstand); • Route 12, Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) te zuiden en ten zuidwesten van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw. Het LPG-tankstation van BP Nederland V.O.F. heeft conform Bijlage VII van het Bkl een explosieaandachtsgebied van 160 m vanaf het vulpunt. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten de brandaandachtsgebieden van het LPG-tankstation van BP Nederland V.O.F. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten het explosieaandachtgebied van het LPG-tankstation van BP Nederland V.O.F. Wat betreft het LPG-tankstation van BP Nederland V.O.F wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl. Wat betreft het LPG-tankstation heeft het voornemen van het COA geen effecten op omgevingsveiligheid.
Het LPG-tankstation van Vissers Energy Group heeft conform Bijlage VII van het Bkl een explosieaandachtsgebied van 160 m vanaf het vulpunt. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten de brandaandachtsgebieden van het LPG-tankstation Vissers Energy Group. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten het explosieaandachtgebied van het LPG-tankstation van Vissers Energy Group. Wat betreft het LPG-tankstation van Vissers Energy Group wordt er voldaan aan artikel 5.15 van het Bkl. Wat betreft het LPG-tankstation heeft het voornemen van het COA geen effecten op omgevingsveiligheid. 40
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Route 12, Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) heeft conform Bijlage VII van het Bkl een brandaandachtgebied van 30 m. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten het brandaandachtsgebied van deze basisnet spoorroute. Route 12, Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) heeft conform Bijlage VII van het Bkl een explosieaandachtgebied van 200 m. Het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw liggen buiten het explosieaandachtgebied van deze basisnet spoorroute. Wat betreft route 12, Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) heeft het voornemen van het COA geen effecten op omgevingsveiligheid. Bij het realiseren van het tijdelijke AZC en het tijdelijke dienstengebouw wordt aanbevolen om rekening te houden met het scenario gifwolk gezien de ligging ten opzichte van het naastgelegen spoor. Rekening houden met het scenario gifwolk kan bijvoorbeeld door: • Aanwezige ventilatie dient met één druk op de knop voor het gehele gebouw uitgeschakeld te kunnen worden, met de knop op een makkelijke bereikbare locatie. • Aanwezigen dienen op de hoogte te zijn van het handelingsperspectief in geval van een gifwolk. Dit luidt: blijf binnen, sluit ramen, ventilatieopeningen en deuren en schakel eventueel aanwezige mechanische ventilatie uit.
Figuur 4-16: Aandachtsgebieden Externe Veiligheid in relatie tot het voornemen (rode markering) (bron: Atlas Leefomgeving d.d. 5 november 2024)
4.9
Geur
Op basis van de instructieregels uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), valt een tijdelijke (nood)opvanglocatie voor asielzoekers niet onder de categorie geurgevoelige gebouwen of locaties. Dit komt omdat een asielzoekerscentrum (AZC) wordt gezien als een gebouw met een logiesfunctie, en niet als een gebouw met een woonfunctie. Ook staat het AZC niet vermeld als een milieubelastende activiteit met betrekking tot geur. Op een afstand van circa 80 meter van het voornemen bevindt zich een autorecyclingbedrijf en op circa 100 meter een tankstation. Op een vergelijkbare afstand van het autorecyclingbedrijf en het tankstation liggen ook woningen. Dit toont aan dat de situatie vergelijkbaar is en dus vergunbaar. Hierdoor vormt het aspect geur geen belemmering voor de geplande tijdelijke asielopvang, wat resulteert in een evenwichtige toewijzing van functies aan locaties.
41
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.10
Trillingen
Een asielzoekerscentrum of opvang voor asielzoekers valt conform de Omgevingswet onder een logiesfunctie. Gebouwen met een logiesfunctie zijn geen trillingsgevoelige gebouwen conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Relatie tot het voornemen Voor het plaatsen van de het tijdelijke dienstengebouw wordt niet geheid. Het tijdelijke dienstengebouw wordt namelijk op staal gefundeerd, hierdoor worden er geen trillingen veroorzaakt. Er hoeft daarmee niet verder getoetst te worden aan het aspect trilling.
4.11
Welstand
Welstand ziet toe op de ruimtelijke kwaliteit, de coherentie en esthetische waarden, van de gebouwde omgeving. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden toegestaan als het bouwen van een bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van de welstand. Om te toetsen aan de eisen van welstand hebben de meeste gemeenten een welstandsnota vastgesteld.18 Sinds de Omgevingswet in werking is getreden, zijn de artikelen over welstand in de Woningwet komen te vervallen. Voor de welstandsnota geldt overgangsrecht. 19 De welstandsnota blijft gelden tijdens de overgangsfase.20 In het definitieve omgevingsplan maakt de gemeente opnieuw een afweging welke regels wenselijk zijn in het kader van welstand. Relatie tot het voornemen Het kloostercomplex Bethanië bestaat uit een vrij gelegen, fraai ensemble van hoofdgebouw met kapel en enkele bijgebouwen in een bij het klooster behorende tuinaanleg. Het kavel waarop het complex zich bevindt is een overblijfsel van de negentiende eeuwse ontginningsstructuur in dit gebied. De Congregatie van de Dominicanessen van Bethanië stichtte in 1915 een klooster in een nog bestaande boerderij aan de Kaldenkerkerweg. Tot circa 1960 groeide het uit tot het complex met de huidige omvang. Het beleid van de gemeente Venlo is te vinden in de Welstandsnota 2013 21. Het bouwplan valt in een gebied waar een bijzonder welstandsniveau geldt.
Binnen het niveau ‘bijzonder’ geldt dat een aanvraag ter advisering dient te worden voorgelegd. Het beleid is gericht op behoud van de karakteristiek van kloostergebouwen en -tuin. Het voornemen laat de kloostergebouwen en-tuin ongeroerd, aangezien de units worden geplaatst op het parkeerterrein. Het dienstengebouw is al ter beoordeling aan de welstandscommissie voorgelegd en goedgekeurd.
4.12
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Uit het omgevingsplan van de gemeente Venlo, blijkt geen dubbelbestemming (onder de Omgevingswet bekend als ‘functie’) Archeologie op de projectlocatie wat betreft vergunningsplicht voor het uitvoeren van werken-en of werkzaamheden. Daarbij zijn op de projectlocatie geen bekende AMK terreinen conform de Archeologische Beleidskaart Venlo (AMK 2015). Cultuurhistorie Het Bethanieklooster en de omliggende tuinen zijn culthuurhistorisch waardevol en zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Het voornemen (tijdelijk van aard) tast de cultuurhistorische waarden niet aan. Zo blijft het klooster zelf ongeroerd, ook worden de waardevolle tuinen of andere karakterastieke elementen van het klooster niet aangetast. Het voornemen is gesitueerd op een parkeerplaats, welke geen cultuurhistorische waarde heeft. Daarbij is het voornemen zo gesitueerd dat deze buiten de kroonprojectie van de bestaande bomen blijft.
18 De welstandsnota volgt uit artikel 12a, lid 1 van de Woningwet. 19 Artikelen 22.7 en 22.29 van de Bruidsschat. 20 Tot 1 januari 2032. 21 Zie: chrome-extension://efaidnbmnnnibpcajpcglclefindmkaj/https://www.venlo.nl/sites/default/files/2023-
10/Welstandsnota%202013%203.pdf 42
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-17: Gemeentelijk monument gemeente Venlo (groene contouren) ter plaatse van het voornemen (rode markering) (bron: AMK Nederland, d.d.02 augustus 2024)
4.13
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van een goede functie toedeling en een gezonde fysieke leefomgeving is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies: • •
ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven.
Onder de handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ wordt niet meer uitgegaan van standaard richtafstanden, maar wordt gekeken naar milieuhinderlijke activiteiten op bedrijventerreinen en werkterreinen, bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige activiteiten. Tevens worden er aanbevelingen gegeven voor gebieden met functiemening. In de nieuwe handreiking worden milieuhinderlijke activiteiten omschreven als “een aan een locatie toegedeelde activiteit, anders dan wonen, die milieuhinder kan veroorzaken, in het bijzonder in de vorm van geluid- of geurhinder”. Hieronder vallen ook activiteiten, anders dan wonen, die trillinghinder, stofhinder, veiligheidsrisico’s of lichthinder kunnen veroorzaken. Milieugevoelige activiteiten worden omschreven als “een activiteit waarvoor de ondervonden milieubelasting bepalend is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat”. Relatie tot het voornemen Het asielzoekerscentrum is gelijk te stellen aan het gebruik als recreatiewoning of reguliere woning, omdat het hier ook om tijdelijke opvang gaat. Het voornemen valt daarom niet onder de definitie van een milieuhinderlijke activiteit, maar wel onder de definitie van een milieugevoelige activiteit. In de huidige (vergunde) situatie dient het klooster al als opvanglocatie (voor internationale werknemers), daarmee verandert de functie niet.
Het dienstengebouw valt niet onder de definitie van een milieugevoelige activiteit. Daarmee is er vanuit bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor het voornemen.
43
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.14
Sociale veiligheid
Naast het creëren van een aantrekkelijke en aanpasbare fysieke leefomgeving is het essentieel dat de leefomgeving (sociaal) veilig is in het gebruik. Het doel is dat mensen zich veilig voelen en dat deze veiligheid ook daadwerkelijk wordt ervaren. Verschillende factoren kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid, zoals: • • •
informeel toezicht op de openbare ruimte, waarbij er een gevoel van sociale controle is door aanwezigheid van anderen; persoonlijke controle over de 'eigen' omgeving, waarbij mensen het gevoel hebben dat ze invloed hebben op hun directe omgeving en de veiligheid ervan; het imago van het totale gebied, waarbij een positieve reputatie en uitstraling bijdragen aan een gevoel van veiligheid.
Door deze factoren te bevorderen, kan een leefomgeving worden gecreëerd dat niet alleen aantrekkelijk is, maar ook als veilig wordt ervaren door de mensen die er gebruik van maken. Om een veilige omgeving te garanderen voor de omgeving, het personeel dat werkzaam is op de locatie en de asielzoekers is er vanuit het COA op de locatie 24 uur per dag toezicht en begeleiding aanwezig. Dit wordt mogelijk gemaakt door het dienstengebouw. Binnen de perceelsgrenzen van het azc brengt het COA camera’s aan ter plaatse van de ingang van het perceel en langs de perceelsgrenzen. In verband met de privacywetgeving staan de camera’s alleen gericht op het eigen perceel. De camera’s op het perceel zijn onderdeel van de omgevingsvergunning aanvraag en staan op de terreintekening (Bijlage A2) en specificaties (Bijlage A3) aangegeven. De gemeente Venlo en het COA zijn verantwoordelijk voor het monitoren van de effecten van de tijdelijke opvanglocatie in de omgeving en kunnen zo nodig samen met andere partners (aanvullende) maatregelen treffen. Er vindt structureel een omwonendenoverleg en veiligheidsoverleg plaats om de effecten goed in beeld te houden. De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder gezag van de burgemeester en de opsporing bij eventueel gepleegde strafbare feiten onder gezag van het Openbaar Ministerie.
Tussen de gemeente en het COA zijn afspraken gemaakt over de voorwaarden waaronder asielopvang op de locatie plaats mag vinden. De afspraken zijn omschreven in de bestuursovereenkomst (Bijlage L1) en in de aanvullende werkafspraken (Bijlage L2). In de aanvullende werkafspraken hebben de gemeente en het COA meer gedetailleerde afspraken vastgelegd over de wijze waarop het centrum functioneert. Een van de afspraken bestaat uit het maken van een veiligheidsplan waarbij naast de gemeente en het COA ook andere relevante partijen betrokken zijn, zoals de politie. In het veiligheidsplan komen veiligheidsaspecten aan de orde, die van belang zijn bij een operationeel draaiend AZC. Ten aanzien van de veiligheid hebben de gemeente, de politie, het Openbaar Ministerie, de brandweer, KMAR, GHOR en de GGD en het COA een gedeelde verantwoordelijkheid. Het plan heeft dan ook een integrale benadering. Het doel van het veiligheidsplan is het waarborgen van een veilige woon- en leefomgeving voor bewoners van het AZC en de omliggende wijk. Verder zijn er afspraken gemaakt over de wijze waarop de gemeente en het COA met elkaar het gesprek voeren over de gang van zaken. Bijvoorbeeld of de gemaakte afspraken worden nagekomen of dat er aanpassing nodig is.
Relatie tot het voornemen Het COA treft een pakket aan maatregelen om de sociale veiligheid in de omgeving van de projectlocatie te waarborgen en heeft hierover afstemming met de gemeente. Door het nemen van deze maatregelen kan geconcludeerd worden dat het aspect sociale veiligheid geen belemmering vormt voor het voornemen.
44
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.15
Mer
Bijlage V van het Omgevingsbesluit bepaalt of een project onderworpen is aan een milieueffectrapportage (mer) of een mer-beoordeling. Een nadere toelichting hierop is te vinden in de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Een mer-beoordeling is verplicht voor een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen onder categorie J11 van het Omgevingsbesluit. Het voornemen valt niet binnen J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject’, omdat het om de aanleg van een tijdelijk dienstengebouw gaat buiten het stedelijk gebied, niet zijnde winkelcentra of parkeerterrein. Binnen het voornemen wordt gebruik gemaakt van een bestaande halfverharde parkeerplaats, waarop een dienstengebouw bestaande uit een drielaags unitgebouw geplaatst zal worden. Relatie tot het voornemen Op basis hiervan volgt er geen verplichting uit bijlage V van het Omgevingsbesluit om een mer(-beoordeling) op te stellen voor het voornemen
4.16
Groenblauwe mantel
Het voornemen maakt deel uit van de groenblauwe mantel22 (zie Figuur 4-18) van de provincie Limburg. Conform artikel 7.623 van de Omgevingsverordening Limburg moeten de kernkwaliteiten worden omschreven en de effecten van het voornemen worden aangegeven in de Motivering BOPA. In dit kader is omschreven of de activiteit leidt tot aantasting van landschappelijke kernkwaliteiten 24, verstoring van ecologische verbindingen dan wel negatieve effecten op waterhuishoudkundige functies. De fysieke wijzingen van het voornemen zijn beperkt en betreft hoofdzakelijk het plaatsen van het tijdelijk dienstengebouw. Het dienstengebouw is ongeveer 33 bij 15 meter, en bijna 10 meter hoog (zie Bijlage A2 en Bijlage A5). Het plangebied betreft een bestaand, deels verhard parkeerterrein gelegen naast een voormalig klooster in de gemeente Venlo.
Figuur 4-18 Projectlocatie binnen groenblauwe mantel (zie groene contour), voor de tijdelijke noodopvang in de gemeente Venlo (zie oranje contour). Het nog te plaatsen tijdelijk dienstengebouw is met de rode omlijning weergegeven.
22 groenblauwe mantel | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 23 Zie: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR705183/2#chp_7, afdeling 7.3 24 Bijlage VIII Kernkwaliteiten van de provinciale verordening
45
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Relatie tot het voornemen Binnen het gebied zijn verschillende kernkwaliteiten aanwezig. Ten eerste is het groene karakter beperkt tot de aanwezige bomen en groenstructuren rondom het parkeerterrein (Figuur 4-20). Het parkeerterrein zelf bestaat hoofdzakelijk uit verharding en heeft weinig vegetatie, maar de bomen en struweel rondom het terrein dragen bij aan de groene uitstraling van het gebied. Uit het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg volgt dat het voornemen binnen verschillende aanduidingen valt van het ‘groen karakter’. Conform Kaart 4: Kwaliteitskaart landschap betreft dit de aanduidingen ‘Grasland’ en ‘Bebouwde kom’. Nabij gelegen bevindt zich de aanduiding ‘Bos’. Dit is aangegeven op Figuur 4-19. Het visueelruimtelijk karakter van het gebied wordt daarmee bepaald door de afwisseling van bebouwing en open ruimte, met zichtlijnen richting de omliggende groene gebieden, zie Figuur 4-20. De bomenrijen en het deels open karakter van het parkeerterrein zorgen voor een enigszins groene, maar ook stedelijke uitstraling (zie Figuur 4-21 en Figuur 4-22).
Figuur 4-19 Uitsnede Landschapskader Noord- en Midden-Limburg, van Kaart 4: Kwaliteitskaart Landschap – aanduidingen Groen Karakter. Lichtgroen = ‘Grasland, heide en zand’, Donkergroen = Bos. Daarnaast valt het gebied binnen aanduiding ‘Plaats/bebouwde kom’.
46
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-20 Luchtfoto klooster en parkeerterrein vanaf de noordzijde (rode omlijning betreft beoogde locatie tijdelijk dienstengebouw).
Figuur 4-21 - Parkeerplaats klooster vanaf de noordwestzijde bekeken
47
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-22 Parkeerplaats vanaf de westzijde bekeken met klooster op de achtergrond
Wat betreft het cultuurhistorisch erfgoed, ligt het parkeerterrein direct naast een voormalig klooster, een gebouw met cultuurhistorische waarde. Sinds 2021-2022 (Bron: Topotijdreis) is hier een grotendeels verhard parkeerterrein aangelegd. Het parkeerterrein zelf heeft echter geen cultuurhistorische waarde of bijzondere historische elementen. Het reliëf van het terrein is vlak en kent geen uitgesproken hoogteverschillen (Figuur 4-4). Ook in de directe omgeving zijn de hoogteverschillen beperkt. Tot slot is er sprake van een bepaalde ruimte voor water en waterberging. Omdat het bestaande parkeerterrein deels onverhard en afgekoppeld is van het gemeentelijk riool, kan regenwater deels infiltreren in de bodem. In de omgeving zijn geen oppervlaktewateren direct aanwezig, maar het gebied kent wel beleidsmatige eisen met betrekking tot opvang en infiltratie van hemelwater. Feitelijke invloed van het plan per kernkwaliteit Plaatsing van het tijdelijke dienstengebouw en de bijbehorende verharding (in totaal 750 m²) heeft gevolgen voor de aanwezige kernkwaliteiten. Deze worden per kernkwaliteit getoetst. Groene Karakter Het groene karakter ondervindt een tijdelijke en beperkte aantasting, aangezien op het parkeerterrein zelf geen bomen of bijzondere vegetatie aanwezig zijn. De bomen rondom het terrein blijven behouden, waardoor de groene structuur in stand blijft.
De ecologische functie van het parkeerterrein is zeer beperkt, mede doordat het terrein reeds grotendeels uit verharding (grasbetontegels) bestaat en geen essentieel leefgebied vormt voor beschermde soorten. Visueel-ruimtelijk karakter Het visueel-ruimtelijk karakter zal tijdelijk veranderen. Door de plaatsing van het gebouw ontstaat een andere beleving van het terrein, vooral door de visuele aanwezigheid van het bouwwerk. Omdat het een tijdelijk gebouw betreft en het terrein reeds een stedelijke uitstraling heeft, blijft het ruimtelijk karakter echter grotendeels behouden.
48
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Cultuurhistorisch erfgoed Het Bethanieklooster en de omliggende tuinen zijn cultuurhistorisch waardevol en zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Dit betekent dat deze gebouwen en groenstructuren onder bescherming staan vanwege hun bijzondere historische, architectonische en landschappelijke waarde. Het voornemen betreft echter uitsluitend het tijdelijk plaatsen van een dienstengebouw op een bestaand, deels verhard parkeerterrein. De uitstraling van klooster zelf wijzigt niet. Ook worden de waardevolle tuinen of andere karakteristieke elementen van het klooster niet aangetast. Het tijdelijke bouwwerk wordt niet geplaatst op of nabij deze cultuurhistorisch waardevolle onderdelen, maar blijft beperkt tot het parkeerterrein dat geen cultuurhistorische waarde heeft. Daarnaast is het plan zodanig gesitueerd dat het buiten de kroonprojectie van de bestaande bomen blijft. Hiermee worden de monumentale bomen, die deel uitmaken van de cultuurhistorische waarde van het terrein, eveneens volledig ontzien. Door deze situering en het tijdelijke karakter van het bouwwerk worden de cultuurhistorische waarden van het Bethanieklooster en de omliggende tuinen op geen enkele wijze aangetast.
Na afloop van het tijdelijke gebruik wordt bovendien het terrein in de oorspronkelijke staat hersteld, waardoor ook op langere termijn geen negatieve effecten optreden op het gemeentelijk monument en de daarbij behorende cultuurhistorische elementen. Reliëf Het projectgebied ligt ten opzichte van de omliggende gebieden op een plateau. Deze omliggende gebieden betreffen onder andere het Jaomerdal (een diep ingesneden beekdal) en en centrum van Venlo, dat in het rivierdal van de Maasdal. Door het plaatsen van het dienstengebouw op dit plateau wordt de landschappelijke beleving van het reliëf tijdelijk aangetast. Voor de realisatie van het dienstengebouw zelf zijn geen ingrijpende grondwerkzaamheden of ophogingen noodzakelijk. Het bestaande maaiveld blijft behouden en het reliëf van het terrein wordt niet significant gewijzigd. Het tijdelijke karakter van het project en de wijze van plaatsing van het gebouw zorgen er bovendien voor dat na afloop van het gebruik het terrein eenvoudig kan worden teruggebracht in de oorspronkelijke situatie, zonder blijvende verandering van het landschap. Ruimte voor water en waterberging De ruimte voor water en waterberging verandert door de toename van verhard oppervlak. Omdat het parkeerterrein niet is aangesloten op het gemeentelijk riool, wordt het nieuwe verhard oppervlak beschouwd als een toename aan verharding.
Om aan de eisen van het Waterschap Limburg en de gemeente Venlo te voldoen, wordt een grindkoffer aangelegd (ondergronds, zie Bijlage A2) die het hemelwater opvangt en laat infiltreren. Hierdoor wordt de extra waterafvoer volledig gecompenseerd. Borging van herstel na afloop van het tijdelijk gebruik Na afloop van het tijdelijk gebruik wordt het dienstengebouw verwijderd. Het terrein wordt daarna teruggebracht in de oorspronkelijke staat, namelijk een deels verhard parkeerterrein met de bestaande bomen en groenstructuren rondom het terrein. Deze herstelverplichting wordt vastgelegd in de vergunning of het omgevingsplan, en contractueel overeengekomen met de initiatiefnemer. Er wordt een herstelplan opgesteld waarin de te nemen stappen staan beschreven. Na verwijdering van het tijdelijke gebouw vindt een inspectie plaats om te beoordelen of het terrein daadwerkelijk in de oorspronkelijke staat is hersteld. Mocht dit niet het geval zijn, dan worden aanvullende herstelmaatregelen opgelegd. Geen kwaliteitsverlies of compensatie van negatieve effecten Er treedt per saldo geen duurzaam kwaliteitsverlies op. De bestaande bomen en groenstructuren blijven behouden, zodat het groene karakter en de ecologische waarden van het gebied niet structureel worden aangetast. De tijdelijke visuele verstoring wordt na afloop van het project volledig opgeheven.
De waterhuishoudkundige effecten worden gecompenseerd door de aanleg van een grindkoffer, die voldoende capaciteit biedt om het extra hemelwater op te vangen en te laten infiltreren. Hierdoor vindt geen versnelde afvoer plaats naar oppervlaktewater of riool en blijft het waterbergend vermogen van het gebied gewaarborgd. Ecologische risico’s worden geminimaliseerd door het uitvoeren van een quickscan en het naleven van het ecologisch werkprotocol, waarbij werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden of vooraf worden gecontroleerd op broedgevallen. Eventuele tijdelijke negatieve effecten worden daarmee ondervangen, en na afloop is de situatie gelijk aan of beter dan de uitgangssituatie. 49
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Relatie met Natuurnetwerk Limburg, Natura 2000 en waterhuishoudkundige functies De locatie van het tijdelijke dienstengebouw valt buiten het Natuurnetwerk Limburg (NNL) en Natura 2000-gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ligt op 9 kilometer afstand. Uit de uitgevoerde stikstofdepositieberekening (Bijlage C) blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie optreedt op deze gebieden. Directe effecten op beschermde natuurwaarden zijn daarmee uitgesloten. Uit de quickscan ecologie (Bijlage B) volgt dat negatieve effecten op aangrenzende NNL gebieden zijn uitgesloten als gevolg van verstoring zijn uitgesloten. De quickscan ecologie geeft bovendien aan dat er op het parkeerterrein geen beschermde soorten voorkomen en dat de ecologische functie van het terrein zeer beperkt is. De bomen rondom het terrein blijven behouden en vormen foerageergebied en vliegroute, maar zijn geen essentieel onderdeel leefgebied. Ook op het gebied van waterhuishouding wordt aan alle beleidsmatige eisen voldaan, doordat de extra verharding volledig wordt gecompenseerd met een ondergrondse bergingsvoorziening. Conclusie groenblauwe mantel Het realiseren van het voornemen lijdt beperkt tot tijdelijke aantasting van enkele kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel.
Door het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen, zoals de aanleg van een grindkoffer en het vastleggen van een herstelverplichting, wordt per saldo geen duurzaam kwaliteitsverlies veroorzaakt. Na afloop van het tijdelijke gebruik wordt het terrein in oorspronkelijke staat hersteld, waarmee de kernkwaliteiten behouden blijven. Er zijn geen negatieve effecten op Natura2000-gebieden, het Natuurnetwerk Limburg, of de waterhuishoudkundige functies in het gebied. Deze aspecten zijn separaat getoetst in respectieveliek paragraaf 4.1 en 4.2.
50
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
5
Beperkingengebieden
Een beperkingengebied is een overkoepelend begrip dat wordt gedefinieerd in de Omgevingswet. Het beschrijft een gebied dat door het Rijk of de provincie is aangewezen, waar specifieke regels gelden voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een specifiek werk of object. Dit zijn doorgaans gebieden in de nabijheid van wegen en waterstaatswerken waar beperkingen van toepassing zijn. De Omgevingswet verplicht Rijk en provincie om beperkingengebieden aan te wijzen, zoals zones rond wegen, hoofdspoorwegen, waterkeringen, rijkswegen en vaarwegen. Binnen deze beperkingengebieden stelt overheden eisen aan aanduidingen, informatieborden en uitwegen. Relatie tot het voornemen Het voornemen wordt niet gerealiseerd in het beperkingengebied van het Rijk, de provincie, het waterschap de gemeente of de spoorwegbeheerder. Het aspect beperkingengebieden vormt daarmee geen belemmering voor het voornemen.
51
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
6
Uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van de geplande tijdelijke opvang besproken. Ook wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden voor participatie die zijn gebruikt en/of zullen worden toegepast.
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Financiering Het COA draagt de verantwoordelijkheid voor de financiering van de uitvoering gedurende de exploitatieperiode van de noodopvang. Het COA heeft de projectlocatie aangekocht en voert een maatschappelijke taak uit in opdracht van de overheid. De financiering van de opvang wordt ook door de overheid verzorgd, gezien de maatschappelijke rol van het COA in het realiseren van de opvangfaciliteiten. Het COA en de gemeente sluiten een anterieure overeenkomst over de financiële kosten die gemoeid zijn met de weg aanpassing ter plaatse van de Beckersweg en de Kalkenderweg. De weg aanpassing vindt plaats op gemeente grond. Beheer Het COA verzorgt het beheer en onderhoud van het gebouw en het terrein gedurende het gebruik ten behoeve van de tijdelijke opvang. Na deze tijdelijke situatie is het COA, zoals in hoofdstuk 1 toegelicht, voornemens om deze locatie permanent in gebruik te nemen als locatie voor de opvang van asielzoekers.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1
Handhaving
De omgevingsvergunning BOPA is bindend voor zowel de overheid als de burger. De gemeente Venlo heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de controle en handhaving van deze vergunning. Het handhavingsbeleid van de gemeente Venlo vormt de basis voor de handhaving binnen de gemeentegrenzen. Handhaving omvat alle acties gericht op het bevorderen van naleving van regelgeving en het beëindigen van overtredingen. Het doel van handhaving is het waarborgen van de bescherming van mens en milieu tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt vanuit het COA afstemming plaats met zowel de gemeente als de politie.
6.2.2
Participatie
Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een BOPA is het vereist dat de initiatiefnemer aangeeft of en op welke manieren er participatie heeft plaatsgevonden, en wat de resultaten hiervan zijn. De gemeente Venlo stelt participatie bij een BOPA voor de ontwikkeling van een asielzoekerscentrum verplicht25. De manier waarop is vormvrij. Bovendien moet een ruimtelijk plan maatschappelijk haalbaar zijn. Dit houdt in dat de geplande tijdelijke asielzoekersopvang, die mogelijk wordt gemaakt door het plan, besproken is met belanghebbenden. Omwonenden en omliggende bedrijven moeten betrokken zijn geweest bij het proces. In Bijlage J zijn de verslagen van de participatiebijeenkomsten van december 2024 weergegeven. Het COA heeft deze bijeenkomsten samen met de gemeente geïnitieerd. De reden hiervoor is tweeledig legt het COA uit. Het in gesprek gaan met omwonenden is een verplichting die het COA als initiatiefnemer heeft als onderdeel van het verkrijgen van de benodigde vergunningen. Daarnaast wil het COA graag een goede buur zijn en in gesprek gaan met omwonenden. Tijdens de informatiesessies zijn met name vragen beantwoord over de planning van het voornemen, de benodigde vergunning en communicatie vanuit het COA en de gemeente. Er zijn veel vragen beantwoord inzake de Opvang en het beleid, en het waarborgen van de veiligheid.
Denk hierbij aan wat voor soort mensen er komen te wonen, waar ze vandaag komen, hoelang ze blijven, en waar zorgen omtrent veiligheid en overlast kunnen worden gemeld. Daarnaast zijn er ook vragen binnengekomen over de verkeersveiligheid. Deze zijn meegenomen en verwerkt in het ontwerp van
25 Zie Gemeenteblad 2023, 522302 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen (officielebekendmakingen.nl), categorie 2 –
maatschappelijke voorzieningen. 52
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
de aanpassing van de kruising, zie paragraaf 0 en bijlage J. Ook is er op 2 september 2025 is een inloopbijeenkomst gehouden om omwonenden en geïnteresseerden te informeren over het voornemen. Deze BOPA aanvraag is voor de tijdelijke fase, zogenoemde fase 1. In de aanloop naar de definitieve fase (fase 2) voor het voornemen blijft het COA participeren met omwonenden en belanghebbenden.
6.2.3
Besluitvormingsprocedure
De aanvraag van de omgevingsvergunning heeft onder andere betrekking op het toestaan van een gebruik in afwijking van het geldend omgevingsplan. De initiatiefnemer (het COA) verzoekt de gemeente Venlo om het toepassen van de uitgebreide procedure voor de aanvraag van een omgevingsvergunning conform artikel 16.65, lid 1 onder b, Ow. De beslistermijn is 26 weken met een mogelijkheid van een eenmalige verlenging van 6 weken. Na besluitvorming is een beroep mogelijk op het besluit26. De proces stappen zijn hieronder toegelicht. Toelichting uitgebreide procedure bij een aanvraag van een omgevingsvergunning Indienen van de Aanvraag Zodra de aanvraag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is ingediend, begint de beslistermijn te lopen, die meestal zes maanden bedraagt. Het bestuursorgaan stuurt de aanvrager een ontvangstbevestiging waarin de dag van ontvangst wordt vermeld. De aanvraag wordt vervolgens openbaar gemaakt in een elektronisch publicatieblad, zoals een gemeenteblad. Beoordeling van de Aanvraag Het bevoegd gezag beoordeelt de aanvraag op volledigheid en conformiteit met de wettelijke eisen. Indien de aanvraag niet voldoet, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen. Tijdens deze aanvulling wordt de beslistermijn opgeschort. In complexe gevallen kan de beslistermijn eenmalig worden verlengd. Het bevoegd gezag wint advies in bij de provincie.
Ontwerpbesluit en Zienswijzen Na de beoordeling stelt het bevoegd gezag een ontwerpbesluit op. Er wordt een kennisgeving gedaan voordat de stukken zes weken ter inzage worden gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden en andere betrokkenen hun zienswijzen indienen, zowel schriftelijk als mondeling. Deze zienswijzen worden gedocumenteerd, en de aanvrager en de uitvoerder van de activiteit krijgen de kans om hierop te reageren. Bindend adviesrecht van de gemeenteraad Onder de Omgevingswet kan de gemeenteraad vooraf gevallen aanwijzen waarin een bindend advies van de raad nodig is voor dat een Bopa wordt verleend. De aangevraagd activiteit valt onder categorie 3 "Grootschalige maatschappelijke voorzieningen die niet passen binnen een ruimtelijk-planologsich kader dat de gemeeteraad heeft vastgesteld". Voor deze categorie is bepaald dat maatschappelijke voorzieningen groter dan 1500 m2 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) en een perceeloppervlakte van 3000 m2 voor advies aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd. Dat is hier het geval. Definitief Besluit Het bevoegd gezag neemt uiteindelijk een besluit op de aanvraag om een omgevingsvergunning. Dit besluit kan bestaan uit het verlenen en weigeren van de vergunning.
Het besluit wordt bekendgemaakt aan de aanvrager en andere relevante partijen en er wordt een elektronische publicatie gedaan om het besluit officieel kenbaar te maken. Alle stukken die relevant zijn voor het besluit worden ter inzage gelegd voor de duur van de beroepstermijn.
26 Zie: https://iplo.nl/regelgeving/overzicht-procedures/procedure-aanvraag-omgevingsvergunning-uitgebreid/
53
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Inwerkingtreding van de Vergunning De omgevingsvergunning treedt normaal gesproken in werking op de dag na de terinzagelegging van het besluit. Echter, voor activiteiten die onomkeerbare gevolgen kunnen hebben, kan de inwerkingtreding worden uitgesteld. In spoedeisende situaties kan het bevoegd gezag beslissen dat de vergunning eerder in werking treedt, zelfs als er een voorlopige voorziening is aangevraagd. Deze procedure zorgt voor een zorgvuldige en transparante afhandeling van omgevingsvergunningsaanvragen, waarbij de rechten en belangen van alle betrokken partijen worden gewaarborgd.