557156 Bijl03 Motivering opvanglocatie AZC Venlo (2).pdf
Tekst van het document
Motivering opvanglocatie AZC Venlo Motivering voor aanvraag omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit COA 3 november 2025 - Definitief
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Inhoudsopgave 1
2
3
4
2
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Projectlocatie
5
1.3
Omgevingsplan
6
1.4
Leeswijzer
8
Voorgenomen ontwikkeling
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toekomstige situatie
10
Beleid en regelgeving
12
3.1
Rijksbeleid en -regels
12
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
12
3.1.2
Instructieregels Rijk (Bkl)
14
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
14
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Limburg
14
3.2.2
Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026
15
3.2.3
Omgevingsverordening provincie Limburg
15
3.2.3.1
Omgevingswaarden
16
3.2.4
Uitvoeringsprogramma Limburgse Asielopgave
16
3.3
Waterbeleid
17
3.3.1
Waterschapsverordening waterschap Limburg
17
3.4
Gemeentelijk beleid
17
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Venlo
17
3.4.2
Agenda Groen en Water (2020)
18
Fysieke leefomgeving
19
4.1
Ecologie
19
4.1.1
Gebiedsbescherming
19
4.1.1.1
Natura 2000-gebieden
19
4.1.1.2
Stikstofdepositie
21
4.1.1.3
Natuurnetwerk Nederland (NNL)
21
4.1.2
Soortenbescherming
23
4.1.3
Houtopstanden
23
4.2
Weging van het waterbelang
24
4.2.1
Hoogteligging
24
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.2.2
Bodemopbouw
25
4.2.3
Grondwater
26
4.2.4
Oppervlaktewater
28
4.2.5
Toename verharding
28
4.2.6
Bergingsopgave
29
4.2.7
Inpassing bergingsopgave
29
4.2.8
Waterkwaliteit
29
4.3
Bodem
30
4.4
Luchtkwaliteit
30
4.5
Geluid
33
4.6
Duurzaamheid en gezondheid
34
4.7
Verkeer en parkeren
38
4.8
Omgevingsveiligheid
40
4.9
Geur
41
4.10
Trillingen
42
4.11
Welstand
42
4.12
Archeologie en cultuurhistorie
42
4.13
Bedrijven en milieuzonering
43
4.14
Sociale veiligheid
44
4.15
Mer
45
4.16
Groenblauwe mantel
45
5
Beperkingengebieden
51
6
Uitvoerbaarheid
52
6.1
Economische uitvoerbaarheid
52
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
52
6.2.1
Handhaving
52
6.2.2
Participatie
52
6.2.3
Besluitvormingsprocedure
53
7
Belangenafweging en conclusie
55
7.1
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
55
7.2
Conclusie
55
Bijlage A - Terreintekeningen, Specificaties en Plattegronden
56
Bijlage B - Quickscan Omgevingswet-Natuur
57
3
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Bijlage C - Stikstofdepositieberekening
58
Bijlage D - Weging van het waterbelang
59
Bijlage E - Verkennend bodemonderzoek
60
Bijlage F - Bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463, 2015
61
Bijlage G – Onderzoek Luchtkwaliteit
62
Bijlage H - Verkeerstoets
63
Bijlage I - Verkeersstudie aanliggende kruising
64
Bijlage J - Participatie
65
Bijlage K - Onderzoek omgevingsveiligheid
66
Bijlage L - Bestuursovereenkomst en aanvullende afspraken
67
Colofon
68
Versiebeheer document
4
Aanvraag vergunning
24 juli 2025
Aanvulling vergunning
7 augustus 2025
Aanvulling vergunning
26 september 2025
Aanvulling vergunning
30 september 2025
Aanvulling vergunning
6 oktober 2025
Aanvulling vergunning
17 oktober 2025
Aanvulling vergunning
3 november 2025
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De behoefte aan opvanglocaties in Nederland is sterk toegenomen de afgelopen jaren. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (hierna: het COA) is op zoek naar diverse opvanglocaties om aan deze vraag te voldoen. Hiervoor wordt gezocht naar locaties voor de lange termijn, de korte termijn en locaties als noodopvang. Het COA is van plan om in de gemeente Venlo op korte termijn een tijdelijke opvang te realiseren voor maximaal 328 asielzoekers in het voormalig klooster Bethanië. Deze opvang zal een periode van maximaal vier jaar beslaan. In de huidige situatie kunnen er internationale werknemers worden gehuisvest. Het COA wil nu asielzoekers op de locatie opvangen. Het voornemen dient als voorbereiding op de uiteindelijke permanente ingebruikname van deze locatie als asielzoekerscentrum. Gezien de druk op de opvangplekken die momenteel gesignaleerd wordt, zal deze locatie eerder tijdelijk gerealiseerd worden om sneller te kunnen voorzien in opvangplekken. De bestaande gebouwen worden in deze fase in gebruik genomen zoals ze nu zijn. Daarmee worden er in deze fase geen verbouwingen gedaan, hooguit herstelwerkzaamheden. Vanwege de ingebruikname van de bestaande gebouwen op de locatie voor de opvang van maximaal 328 asielzoekers, dient een tijdelijk dienstengebouw voor de ondersteuning van deze bestaande gebouwen gerealiseerd te worden.
Het tijdelijk dienstengebouw zal naast het voormalig klooster komen te liggen en zal bestaan uit drie verdiepingen. Samengevat bestaan het voornemen uit: -
-
De ingebruikname van het bestaande klooster en bijgebouwen als regulier AZC (geen aanmeldcentrum); Het realiseren van een tijdelijk dienstengebouw; Diverse maatregelen voor het herinrichten van het terrein, waaronder: o Speeltoestellen; o Fietsenstallingen; o Lichtmasten; o Cameramasten; Het wijzigen van de verkeerssituatie om ter plaatse van de Beckersweg en Kaldenkerkerweg.
Het volledige overzicht van de maatregelen is weergegeven op de tekeningen in Bijlage A en Bijlage I. De realisatie van het tijdelijke dienstengebouw en de opvang van asielzoekers past niet binnen het omgevingsplan gemeente Venlo. Wel kan de beoogde ontwikkeling mogelijk worden gemaakt middels een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit conform artikel 5.1, sub 1 onder a van de Omgevingswet. Hiervoor is een onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de gemeente Venlo. Deze motivering dient als voorgenoemde onderbouwing voor de beoogde ontwikkeling.
1.2
Projectlocatie
Het voornemen bevindt zich op een perceel grond met een voormalig klooster met bijgebouwen, alsmede ondergrond, erf, tuin, parkeerterrein en alle onroerende aanhorigheden, staande en gelegen aan de Beckersweg 2A t/m/ H; 4 en 4A; 6 A t/m N; 8A t/m L; 12 A t/m S, te 5915 PB Venlo, kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie F, nummers 3525 en 3526 (hierna te noemen “de locatie”). De locatie bevindt zich net buiten de stadskern van Venlo. De locatie waar het dienstengebouw is voorzien is naast het voormalig klooster Bethanië op het parkeerterrein. In het landschap direct rondom de projectlocatie bevinden zich meerdere percelen in agrarisch gebruik, een aantal woningen en een autosloperij. Aan de overkant van de straat liggen een tankstation en een restaurant. Zie Figuur 1-1 voor een overzicht van de directe omgeving van de projectlocatie.
5
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 1-1. Projectlocatie voor de tijdelijke noodopvang in de gemeente Venlo (zie oranje contour). Het nog te plaatsen tijdelijk dienstengebouw is met de rode omlijning weergegeven.
1.3
Omgevingsplan
Het omgevingsplan gemeente Venlo1 is van rechtswege ontstaan door de inwerkingtreding van de Omgevingswet (hierna: Ow) op 1 januari 2024. Daarmee zijn de bestemmingsplannen die vigerend waren op 31 december 2023 in de gemeente Venlo opgegaan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan op grond van artikel 22.1, lid 1 van de Ow. In de bestemmingsplannen gelden meerdere enkel- en dubbelbestemmingen binnen het projectgebied. Met de inwerkingtreding van de Ow zijn deze termen niet meer in gebruik, en wordt er gesproken over ‘functies’. In deze motivering zal met deze reden ook worden gerefereerd naar de functies die bezien zijn op een locatie; deze refereren aan de enkel- en dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan. Het bestaande klooster en bijgebouwen, en nieuwe dienstengebouw en (speel)voorzieningen vallen binnen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Venlo, herbestemming klooster Bethanië’. 2 Zie onderstaande Figuur 1-2 voor een uitsnede van het tijdelijk deel van het omgevingsplan op de locatie van werkzaamheden.
1 Het Omgevingsplan gemeente Venlo is door de gemeente gepubliceerd en in werking getreden op 1 januari 2024, en is gewijzigd
op 11 april 2024 en heeft het identificatienummer /akn/nl/act/gm0983/2020/omgevingsplan. 2 Vastgesteld 1 februari 2016, deels onherroepelijk in werking. 6
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 1-2. Uitsnede tijdelijk deel van het omgevingsplan ‘Buitengebied Venlo, herbestemming klooster Bethanië’ (bron: Regels op de kaart)
Voormalig bestemmingsplan Buitengebied Venlo, herbestemming klooster Bethanië Het voornemen past niet binnen de functies ‘Wonen’ en ‘Tuin’ van het ‘bestemmingsplan Buitengebied Venlo, herbestemming klooster Bethanië’. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden staat de opvang van asielzoekers volgens artikel 5.1 niet toe. Het voornemen past ook niet binnen de functie ‘specifieke vorm van wonen voor huisvesting tijdelijke werknemers’. Het voornemen beoogt namelijk asielzoekers op te vangen, geen tijdelijke werknemers. De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere tuinen en open erven. Tevens gelden op de locatie de gebiedsaanduidingen ‘overige zone – Robuuste landbouw en natuur’, ‘milieuzone – grondwaterbescherming Venlose Schol’ en ‘milieuzone grondwaterbeschermingsgebied’. Deze aanduidingen zijn niet van invloed op het voornemen, hier gelden enkel regels voor het bedrijven van landbouw, ofwel activiteiten die tot grote diepte in de grond reiken waarbij de Venloschol wordt aangetast. Ter plaatse van de gebiedsaanduidingen die op de gronden rusten voor de bescherming van de hoeveelheid en de kwaliteit van het grondwater en robuuste landbouw en natuur. Ook is het toegestaan om onoverdekt te parkeren op eigen terrein op de daarvoor ingerichte plaatsen. De realisatie van het tijdelijk dienstengebouw past hiermee niet binnen de functie ‘Tuin’.
Voormalig bestemmingsplan Nieuw Manresa De beoogde werkzaamheden omtrent de kruising vallen binnen de bestemmingsplannen ‘Keulse Barrière’ 3 en ‘Buitengebied Venlo’4 en ‘Nieuw Manresa’ (vastgesteld 23 oktober 2019). Het ontwikkelen van de kruising valt voor een klein gedeelte binnen de functie ‘Natuur’ van bestemmingsplan ‘Nieuw Manresa’. De nieuwe inrichting is niet ten behoeve van de functie ‘Natuur’ en daarmee strijdig.
3 Vastgesteld 24-09-2014 - geheel onherroepelijk in werking 4 Vastgesteld 30-03-2011 - deels onherroepelijk in werking
7
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Conclusie Het voornemen van de tijdelijke opvanglocatie inclusief bijbehorende dienstengebouw, (speel)voorzieningen en verkeersaanpassingen van de kruising past deels niet binnen het omgevingsplan en de verleende omgevingsvergunningen. Het voornemen kan planologisch mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) conform artikel 5.1, onder a van de Omgevingswet. Deze vergunning kan alleen worden verleend als de activiteit voldoet aan de eisen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). De initiatiefnemer moet aantonen dat wordt voldaan aan de regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving en provinciale en waterschapsverordeningen, en dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat binnen de gemeente Venlo. Er is gekozen voor de uitgebreide procedure. Het bijbehorende proces wordt toegelicht in paragraaf 6.2.3. De procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een BOPA duurt in geval van de uitgebreide procedure 6 maanden, met mogelijke verlenging van 6 weken. Bezwaar en beroep zijn mogelijk na deze periode. De procedurebepalingen zijn te vinden in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de volgende hoofdstukken de verantwoording van de realisatie van het tijdelijk dienstengebouw en tijdelijke huisvesting van asielzoekers in het klooster. Hoofdstuk 2 gaat in op de inhoud van het voornemen. Hoofdstuk 3 beschrijft het relevante Rijks-, provinciaal-, waterschaps- en gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de aanwezige beperkingengebieden. In hoofdstuk 6 wordt de uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling uiteengezet en in hoofdstuk 7 volgt de conclusie betreft de evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor de ontwikkeling. Voor alle bijlagen waarnaar wordt verwezen, geldt dat deze separaat zijn bijgevoegd bij de vergunningsaanvraag.
8
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
2
Voorgenomen ontwikkeling
2.1
Huidige situatie
Het asielzoekerscentrum en het tijdelijke dienstengebouw (hierna: het voornemen) zijn beoogd in het voormalig Bethanië klooster en op de parkeerplaats binnen het complex van het Bethanië klooster. Dit kloostercomplex is niet meer als klooster in gebruik. Tot voor kort werden hier 328 internationale werknemers gehuisvest. Het complex is gelegen aan de grens met Duitsland en wordt omringd door weilanden en bossen. In Figuur 2-1 is een luchtfoto te zien. Zie 01 voor en de terreinrichtingstekeningen – bestaande situatie en Bijlage A4 voor de bestaande plattegronden van het klooster en bijgebouwen.
Figuur 2-1: Luchtfoto van de huidige situatie op de projectlocatie.
9
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
2.2
Toekomstige situatie
Opvang asielzoekers in bestaand Klooster en bijgebouwen Ten behoeve van de opvang in de bestaande gebouwen is het COA voornemens 328 asielzoekers op te vangen. Dit aantal sluit aan op het aantal gehuisveste internationale werknemers. De bestaande gebouwen (het Bethaniëklooster, en de bijgebouwen zijnde de Boerderij, het kantoorgebouw en het garagegebouw, zie Bijlage A4 worden met dit initiatief niet gewijzigd voor het toekomstig gebruik. 5 Het COA realiseert een technische capaciteit van 359 bedden zodat maximaal 328 bewoners kunnen worden opgevangen, waarvan 298 reguliere bewoners en 30 AMV-bewoners (Alleenstaande minderjarige vluchtelingen). Het COA voorziet standaard 10% extra bedden om flexibiliteit te bieden in geval van onder andere interne verhuizingen of onderhoudswerkzaamheden. Het betreft hiet slechts een technische capacitiet welke 10% groter is dan het aantal bewoners dat daadwerkelijk gehuisvest wordt. Eerdere omgevingsvergunningen voor deze locatie werden verleend voor: -
225 tijdelijke werknemers, vastgesteld op 1 februari 2016; 103 tijdelijke werknemers extra, vastgesteld op 1 februari 2021; 54 tijdelijke werknemers extra (feitelijk geen uitvoering aan gegeven), vastgesteld op 20 maart 2023.
Gelet op deze vergunningen is de bewoning van het kloostergebouw met 382. Aangezien er concreet uitvoering is gegeven aan een capaciteit van 328 tijdelijke werknemers (zonder de 54 tijdelijke werknemers van vaststelling d.d. 2003-2023), is dit aantal ook aangehouden voor het aantal beoogde bewoners van het AZC. Voor de nieuwe situatie (tijdelijk dienstengebouw + opvang in het klooster en bijgebouwen) is een nieuwe vergunning (BOPA) benodigd. Dienstengebouw Daarnaast is het COA voornemens om een tijdelijk dienstengebouw op te richten voor maximaal 4 jaar. In dit dienstengebouw zullen de kantoren van het COA en ketenpartners gesitueerd worden met daarbij een aantal nevenruimtes. Het tijdelijke dienstengebouw zal ter ondersteuning dienen voor het te realiseren asielzoekerscentrum. Het dienstengebouw is voorzien ten zuidwesten van het Bethaniëklooster, waar nu een parkeerterrein is. Hier zullen units (gebouwen) van drie lagen gerealiseerd worden. In het dienstengebouw komen onder andere kantoren voor het COA, vergaderruimtes, wachtruimtes, opslagplekken, magazijnen en sanitair. In Bijlage A5 zijn de plattegronden voor de aanzichten en doorsneden van het tijdelijk dienstengebouw, die de bovengenoemde voorzieningen van het dienstengebouw per verdieping weergegeven.
Op de projectlocatie wordt een tijdelijk dienstengebouw geplaatst, zie 02 voor de complete terreinrichtingstekeningen – nieuwe situatie. Terreinrichting Voor een overzicht van alle werkzaamheden die plaatsvinden ten behoeve van fase 1 wordt verwezen naar Bijlage A2, deze bevat verschillende terreintekeningen. Hierop staan, naast het bestaande klooster en het tijdelijk dienstgebouwen, onder meer: • • • •
voorzieningen voor groen en spelen; hekwerken; verlichting; camera’s.
In Bijlage A3 zijn de product en materiaal specificaties van deze voorzieningen opgenomen.
5 In de plattegronden van Bijlage A4 wordt verwezen naar object nummers die bij de volgende gebouwen horen: B001 klooster, B002 voormalige
boerderij, B003 voormalig garagegebouw, B004 voormalig kantoorgebouw
10
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Aanpassingen Kruising Door de komst van de asielzoekers, ontstaat er een andere verkeersituatie dan de situatie met invulling van het kloostercomplex in zijn laatste functie (huisvesting internationale werknemers). Naast personeel en bevoorrading van de opvanglocatie dat veelal per (vracht)auto komt, gaan de mensen die hier opgevangen worden meer te voet en per fiets op pad richting bijvoorbeeld de supermarkt en richting school. Om de bestaande verkeerskruispunten voor dit gebruik veiliger te maken wordt de situatie aansluiting entree azc – Beckersweg en de kruising Beckersweg-Kaldenkerweg aangepast. De tekening met de nieuwe verkeerssituatie is onderdeel van het verkeerskundig advies en onderdeel van deze vergunningsaanvraag (zie Figuur 2-2 en ook Bijlage J, pagina 9 en pagina 20).
Figuur 2-2 - Nieuwe situatie aansluiting entree azc – Beckersweg en de kruising Beckersweg-Kaldenkerweg. Zie Bijlage J voor tekening op volledige grootte (op pagina 9) en zie ook pagina 20 voor detailtekening.
Het realiseren van het voornemen in voorliggende vergunningsaanvraag betreft de zogenoemde ‘fase 1’. Het betreft een tijdelijke opvang (maximaal 4 jaar) voor 328 personen. In de vervolgfase, fase 2, beoogt het COA de locatie te herontwikkelen tot een opvanglocatie voor maximaal 600 bewoners. Hiervoor wordt een separaat vergunningstraject gestart, en is geen onderdeel van voorliggende vergunningsaanvraag.
11
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
3
Beleid en regelgeving
3.1
Rijksbeleid en -regels
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader en regelgeving dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Er wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden waar lagere overheden rekening mee moeten houden doch gemotiveerd van kunnen afwijken, en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt middels een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan het inrichten van de fysieke leefomgeving. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. 3. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken.
4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en water robuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig.
Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio. Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties.
Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk gebied moet plaatvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en 12
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
maatschappelijke participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut. Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt. Voor deze prioriteiten geldt steeds dat er zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn, die in de praktijk voortdurend op elkaar inspelen.
Het kernbegrip bij deze maatregelen is omgevingskwaliteit: dat wil zeggen dat ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit centraal staan. Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen.
Figuur 3-1: Afwegen met de NOVI.
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende brede, maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: • we werken als één overheid, samen met de samenleving; • we stellen de opgave(n) centraal; • we werken gebiedsgericht; • we werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie tot het voornemen Het voornemen doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen voortkomend uit de NOVI, heeft de NOVI geen directe implicaties voor het voornemen en kan deze in algemene zin bijdragen aan de belangen uit de NOVI.
13
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
3.1.2
Instructieregels Rijk (Bkl)
Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering ingegaan op de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl die mogelijk van toepassing zijn op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die mogelijk wordt gemaakt. In voorliggende motivering wordt ingegaan op de waarborging van veiligheid, bescherming van het waterbelang en de bescherming van gezondheid en milieu, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. In de instructieregels van het rijk zijn geen specifieke regels opgenomen met betrekking tot asielopvang en/of die betrekking hebben op de projectlocatie. Er volgen geen belemmeringen vanuit de instructieregels van het Rijk.
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
De gemeente Venlo ligt in de provincie Limburg. Het omgevingsbeleid van de gemeente Limburg omvat het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving; bestaande uit twee instrumenten: de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening.
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Limburg
Op 1 december 2023 is door de Provinciale Staten van de provincie Limburg de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de provincie Limburg voor nu en voor de lange termijn. De visie dient daarnaast als leidraad voor het handelen van de provincie, en zet uit op welke manier de provincie de balans zoekt tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Hierbij heeft de provincie ook veel aandacht voor zowel stakeholders als de samenleving als geheel. Met het vastleggen van de Omgevingsvisie identificeert de provincie zowel kansen als uitdagingen voor de periode van 2030 tot en met 2050. In de aanpak hiervan hebben zij een aantal principes vastgesteld: Een inclusieve, gezonde en veilige samenleving De provincie streeft naar een inclusieve, open en participatieve samenleving waarin iedereen mee kan doen. Nadrukkelijk ook de (sociaal) kwetsbare groepen in de samenleving. De provincie stelt dat de fysieke opgaven onlosmakelijk zijn verbonden met de sociaaleconomische-, veiligheids- en gezondheidssituatie van de inwoners. Bij nieuwe ontwikkelingen houdt de provincie aan de voorkant rekening met deze aspecten.
De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal Wanneer de provincie ruimte biedt voor nieuwe ontwikkelingen of wanneer zij oplossingen zoeken voor maatschappelijke vraagstukken, zijn gebieds- en cultuurkenmerken belangrijke elementen die meewegen. De provincie streeft naar het behoud van deze kenmerken en de identiteit van het gebied. Het resultaat hiervan is een gebiedsgerichte aanpak met ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land De provincie Limburg kent verstedelijkte en landelijke gebieden. Deze maken allen deel uit van een grensoverschrijdend netwerk van steden en landschappen. De provincie streeft ernaar deze variatie in gebieden te beschermen en zet in op zowel duurzame verstedelijking als de transitie van het landelijk gebied. Dit houdt in het compact houden van steden en dorpen en stedelijke functies hierbinnen concentreren. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen horen in principe thuis in bestaand bebouwd gebied. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, boven- én ondergronds Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zet de provincie Limburg in op duurzame ontwikkeling. Hierin gaat de provincie voor een sociaaleconomische ontwikkeling die tegemoet komt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder dat de vraagstukken worden afgewenteld naar de toekomstige generaties of andere regio’s binnen of buiten Limburg.
In lijn met de Omgevingswet gaat de provincie in de Omgevingsvisie uit van het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Hierbij gaat het ook om een evenwichtige ontwikkeling van mens, omgeving en welvaart. In de afwegingen die de provincie maakt wordt naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving, het milieu en fysieke leefomgeving integraal meegewogen.
14
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Relatie tot het voornemen Het voornemen sluit aan op een aantal ambities die worden gesteld door de provincie Limburg. Bijvoorbeeld het streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving waar ook nadrukkelijk ruimte is voor (sociaal) kwetsbare groepen. Verder vindt de ontwikkeling plaats nabij een al bebouwd deel van het buitengebied, waardoor het geen afbreuk doet aan de kwaliteiten van het landelijk gebied. Het voornemen zal niet boven het bestaande kloostergebouw uitkomen. Het voornemen doet tevens ook geen afbreuk aan de overige ambities van de provincie, en er volgt geen strijdigheid tussen het voornemen en de Omgevingsvisie. Hiermee vormt de Omgevingsvisie geen belemmering voor het voornemen.
3.2.2
Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026
De provincie Limburg is reeds gestart met de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2026.Van 26 mei tot en met 7 juli 2025 lag het Ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg en het planMER met bijbehorende Passende beoordeling ter inzage. Om recht te doen aan al deze reacties is besloten om meer tijd te nemen om deze te bestuderen en om ruimte te organiseren voor extra gesprekken. Dit heeft ook gevolgen voor de planning. Dit leidt tot de definitieve Provinciale Omgevingsvisie 2026, die voorjaar 2026 aan Provinciale Staten wordt voorgelegd. Zie: https://www.limburg.nl/onderwerpen/omgeving/povi-ter-inzage/.
3.2.3
Omgevingsverordening provincie Limburg
Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering ingegaan op de provinciale instructieregels. In deze paragraaf wordt per instructieregel die relevant is voor de beoogde ontwikkeling ingegaan wat deze inhoud en of het beperkingen oplevert voor voorgenomen ontwikkeling. De Omgevingsverordening van de provincie Limburg 6 is in werking getreden op 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet. In de Omgevingsverordening zijn de provinciale regels met betrekking tot natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water vastgelegd. De verordening staat in voor onderwerpen waarvoor de provincie het belangrijk vindt dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in de Omgevingsvisie is verwoord. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie dus niet in nieuw beleid. Bij elke ruimtelijke ontwikkeling is het belangrijk om rekening te houden met de waarden zoals opgenomen in de omgevingsverordening van de provincie waarin het voornemen plaatsvindt. Ook bij voorliggend plan is rekening gehouden met de diverse beleidsonderwerpen waarvoor regels zijn opgesteld in de omgevingsverordening en die van toepassing zijn op de locatie, zoals ontgrondingen, ruimtelijke kwaliteit en regionale watersystemen.
Hieronder wordt ingegaan op de specifieke waarden die gelden binnen het projectgebied en die mogelijk betrekking hebben op het voornemen. Er gelden zeven gebiedsaanwijzingen op de locatie. De gebiedsaanwijzingen zullen hieronder individueel worden benoemd en behandeld. Te weten: Artikel 10.1.1 Extensiveringsgebied intensieve veehouderij Deze gebiedsaanwijzing staat de nieuwvestiging van intensieve veehouderij niet toe, en tevens geen vergroting van het bouwvlak voor al bestaande intensieve veehouderijen. Deze gebiedsaanwijzing is niet van toepassing op het voornemen, gezien het voornemen niet gerelateerd is aan intensieve veehouderij. Artikel 7.3 Groenblauwe mantel Voor ontwikkelingen binnen de groenblauwe mantel geldt dat er geen afbreuk gedaan mag worden aan de kernkwaliteiten van de groenblauwe mantel. Deze kernkwaliteiten zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed, het reliëf en ruimte voor water en waterberging in de laagten en beekdal. Gezien de ontwikkeling plaatsvindt binnen de groenblauwe mantel, is deze gebiedsaanwijzing van toepassing op het voornemen. Deze zal verder worden toegelicht in hoofdstuk 4, paragraaf 4.16. Artikel 4.2 Grondwaterbeschermingsgebieden
6 Het identificatienummer van de Omgevingsverordening is /akn/nl/act/pv31/2023/omgevingsverordening.
15
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Deze gebiedsaanduiding is gericht op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de waterwinning in waterwingebieden en het algeheel beschermen van de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater. Verschillende grondroerende werkzaamheden zijn binnen deze aanduiding niet toegestaan. Geen van deze werkzaamheden zullen binnen het voornemen plaatsvinden, gezien het gaat om het plaatsen van units op de bestaande parkeerplaats. 4.3.12 Niet-freatische grondwaterbeschermingsgebieden Deze gebiedsaanduiding is een van de onderverdelingen van de hierboven genoemde gebiedsaanduiding ‘grondwaterbeschermingsgebieden’. Deze aanduiding kent op deze gronden een uitzondering voor het toepassen op of in de bodem brengen van vaste mest. Dit is niet aan de orde binnen het voornemen, hiermee is deze gebiedsaanduiding niet van toepassing. Artikel 3.1 Overstromingskansgebied B Binnen deze gebiedsaanduiding geldt een gemiddelde overstromingskans van 1:10 jaar als omgevingswaarde. Deze omgevingswaarden zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap en zijn niet van toepassing op het voornemen. Artikel 10.1.3 Uitzonderingsgebied uitbreiding glastuinbouw Deze gebiedsaanduiding stelt beperkingen voor het uitbreiden van een glastuinbouwbedrijf. Deze gebiedsaanduiding is niet van toepassing op het voornemen gezien er geen sprake is van een glastuinbouwbedrijf.
Artikel 4.2.1 Venloschol Binnen deze gebiedsaanduiding geldt een boringsvrije zone, waarin het binnen deze zone dieper dan vijf meter boven NAP verboden is om zonder omgevingsvergunning grondwater te onttrekken of water te infiltreren. Hiervan is geen sprake binnen het voornemen, dus ook deze gebiedsaanduiding is niet van toepassing op het voornemen. Relatie tot het voornemen De gebiedsaanwijzingen leveren geen beperkingen op voor het voornemen binnen de gemeente Venlo.
3.2.3.1
Omgevingswaarden
In de Omgevingsverordening van de provincie Limburg zijn omgevingswaarden opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Deze omgevingswaarden hebben betrekking op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren ingericht moeten zijn voor de verschillende overstromingskansgebieden. Op de projectlocatie geldt de omgevingswaarde Artikel 3.1 ‘overstromingskansgebied B’. Voor deze omgevingswaarde geldt een gemiddelde overstromingskans van 1:10 per jaar als omgevingswaarde. Deze omgevingswaarden zijn inspanningsverplichtingen voor het waterschap, en leiden niet tot beperkingen voor het voornemen.
3.2.4
Uitvoeringsprogramma Limburgse Asielopgave
Limburg beschikt over meerdere asielzoekerscentra en noodopvanglocaties. Deze bevinden zich in Echt-Susteren, Leudal, Beekdaelen, Venray, Eijsden-Margraten, Horst aan de Maas, Heerlen en Maastricht. In totaal worden er 2.688 asielzoekers opgevangen op deze locaties. Ook zijn er crisisnoodopvanglocaties in Venlo, Roermond, Sittard en Stein en tot voor kort in Landgraaf en Bergen. De kwantitatieve opgave voor de hele provincie Limburg als het gaat om de opvang van asielzoekers is echter toegenomen naar 5.662 per 1 januari 2025. De Limburgse regietafel (hierna: LiRT) coördineert de asielopgave in de hele provincie Limburg. In dat kader heeft de LiRT dit programma (18 juli 2023) vastgesteld. Het doel van dit programma is om zowel op korte termijn meer opvangplekken te realiseren door robuuste en niet vrijblijvende regionale afspraken te maken tussen gemeenten als om een meer lange termijn structuur te introduceren waarin een eerlijke verdeling van de inspanningen in de regio’s centraal staat. Relatie tot het voornemen Het voornemen ziet toe op een tijdelijke nieuwe ontwikkeling ten behoeve van 328 personen, en zorgt hierin voor een toename van het aantal huisvestigingsmogelijkheden voor asielzoekers. Dit sluit aan op het uitvoeringsprogramma.
16
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
3.3
Waterbeleid
Om ervoor te zorgen dat de waterbelangen een goede plek krijgen en evenwichtig worden afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt een zogenaamde watertoets uitgevoerd. Onder de Omgevingswet is dit proces vastgelegd onder de noemer 'weging van het waterbelang'. Voor een volledige vergunningaanvraag wordt geadviseerd om een onderzoek naar water uit te voeren.
3.3.1
Waterschapsverordening waterschap Limburg
De locatie is gelegen binnen het ambtsgebied van het Waterschap Limburg. De waterschapsverordening 7 is in werking getreden op 1 januari 2024. De waterschapsverordening bevat regels voor waterkeringen, watergangen en grondwater binnen het beheergebied. Ook bevat de verordening regels voor activiteiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving op het gebied van (grond)water. Buiten de regels die gelden voor het waterschap, bevat het ook regels voor initiatiefnemers. Op basis van deze regels wordt bepaald of er een melding of omgevingsvergunning benodigd is voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden. Dit geldt onder andere voor de volgende activiteiten: • • • • • • •
lozingsactiviteiten op een oppervlaktelichaam; beplanting aanplanten, behouden of rooien; een bouwwerk plaatsen, behouden of weghalen; het onttrekken van grondwater; een kabel of leiding leggen, behouden of weghalen bij een oppervlaktewater of waterkering; nieuw oppervlaktewater graven; verhard oppervlak aanbrengen.
Relatie tot het voornemen Bij voorbaat zijn er geen directe belemmeringen vanuit de Waterschapsverordening op de voorgenomen ontwikkeling. Er vinden geen lozings- en/of wateronttrekkingsactiviteiten plaats. Daarnaast wordt voor de voorgenomen ontwikkeling tijdelijk slechts beperkt verhard oppervlak toegevoegd. Voor de weging van het waterbelang wordt verwezen naar paragraaf 0.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie gemeente Venlo
De gemeente Venlo is heeft de Strategische Visie Venlo 2040 vastgesteld (hierna: de omgevingsvisie). Hierin beschrijft de gemeente de toekomstige ontwikkeling van Venlo richting 2040. De omgevingsvisie is een leidraad van de gemeente in hoe ze willen groeien en veranderen, met een focus op wonen, werken, duurzaamheid en economische groei8. In het voorwoord van de omgevingsvisie stelt de gemeente dat: In 2040 hebben nieuwkomers in Venlo een plek en er is ruimte gekomen voor nieuwe economische verdienmodellen om ons ook in de toekomst van werk en inkomen te voorzien. Daarnaast is er een nieuwe relatie met onze inwoners en tussen inwoners onderling. Een stad van actieve mensen. We hebben ervaren hoe een helder, maar vooral ook scherp toekomstbeeld sturend kan zijn voor de ontwikkeling van Venlo en onze regio. In veel opzichten doet Venlo het veel beter dan vergelijkbare gemeenten. Venlo heeft de toekomst omarmd en de regio heeft Venlo omarmd als een volwaardige centrumstad. De gemeente benadrukt verder, in het kader van wonen een ‘(T)huis om van te houden, de relatie van de stad met nieuwkomers. Zo stelt de gemeente het volgende:
7 Het identificatienummer van de waterschapsverordening is
/akn/nl/act/ws0665/2023/Regeling361457d2541A394d9b2761494c28eb68. 8 Zie: https://www.venlo.nl/visie-venlo-2040
17
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Bijna de helft van onze inwoners is oorspronkelijk niet meer afkomstig uit Venlo. Er heeft een sterke groei van het aantal (internationale) nieuwkomers plaats gevonden, niet alleen door immigratie maar inmiddels ook door natuurlijke groei. We hebben deze nieuwkomers verwelkomd en daadwerkelijk omarmd als volwaardige inwoners van Venlo en als een waardevolle toevoeging aan onze gemeenschap. “...” Op de eerste plaats delen we natuurlijk ons thuis, onze stad met elkaar. Afgezien van een grote verscheidenheid aan leefstijlen spreken we naast het Venloos, het Pools, het Arabisch of het Duits allemaal Nederlands met elkaar. We juichen voor hetzelfde geelzwarte voetbalteam en bouwen samen voort op de rijke tradities die Venlo kent en voegen daar nieuwe aan toe. Feestvieren en stil staan bij zaken, dat doen we in 2040 ook nog steeds. We ontmoeten elkaar op school, bij verenigingen en tijdens ons werk. Relatie tot het voornemen Het voornemen doet geen afbreuk aan de doelen die worden gesteld in de Omgevingsvisie. De gemeente beschrijft zowel uitdagingen met nieuwkomers, evenals hoe nieuwkomers de stad hebben gevormd. Asielzoekers worden weliswaar niet specifiek benoemd, toch leidt de omgevingsvisie van de gemeente Venlo niet tot tegenstrijdigheden met het voornemen.
3.4.2
Agenda Groen en Water (2020)
De gemeente Venlo heeft de afgelopen jaren haar koers van het groen- en waterbeleid verbreed en richt zich meer op functionaliteit, want groen en water dragen bij aan heel veel verschillende doelen. De Agenda bevat de gemeentelijke visie op groen en water. Deze visie is in de Agenda Groen & Water uitgewerkt in beleid (agendapunten) aan de hand van volgende thema’s: - Stad van de toekomst - Kracht van Groen & Gezond in de wijk - ReCreatief Venlo - Natuurlijk Venlo! - Het Venlose landschap vertelt… In de kaarten9 is zichtbaar welke functies en kansen er zijn voor groen en water. Het voornemen bevindt zich binnen de thema’s: - Natuurlijk Venlo> bestaand groen - Het Venlose landschap vertelt... > bestaand groen Relatie met het voornemen Het voornemen doet geen afbreuk aan deze bestaande waarde, het dienstengebouw is tevens tijdelijk. Er hoeven geen bomen of struweel te worden gekapt waardoor de waardevolle houtopstanden ongeroerd blijven. Hiermee vormt de Agenda Groen en Water (2020) geen belemmering voor het voornemen.
9 https://nedglobe.cadac.com/web?tma=324
18
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4
Fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1.2 Omgevingswet.
4.1
Ecologie
De Omgevingswet regelt op hoofdlijnen drie zaken met betrekking tot het aspect natuur: 1. bescherming van planten- en diersoorten; 2. bescherming van de in het kader van Europees natuurbeleid aangewezen Natura 2000-gebieden; 3. bescherming van bos en houtopstanden. Het voornemen is tijdelijk van aard, en betreft maximaal een periode van maximaal vier jaar. Daarbij zijn er beperkt fysieke ingrepen die effecten kunnen hebben op groen natuur en landschap. De initiatiefnemer dient bij de aanvraag van de omgevingsvergunning te verantwoorden dat voldaan wordt aan de Omgevingswet. Hierdoor is door Arcadis op 26 juli 2024 een Quickscan Omgevingswet-Natuur opgesteld (zie Bijlage B). Tevens kent de gemeente Venlo de Agenda Groen en Water (September 2020). Zie hiervoor paragraaf 3.4.2.
4.1.1
Gebiedsbescherming
4.1.1.1
Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden, gericht op het behoud van belangrijke flora en fauna op Europees niveau. Dit netwerk is ontstaan uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen en omvat officieel aangewezen gebieden met specifieke instandhoudingsdoelstellingen. Deze doelstellingen hebben betrekking op de bescherming van habitattypen en habitat- en vogelsoorten. Projecten die mogelijk aanzienlijke gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied in termen van instandhoudingsdoelstellingen vallen onder de Omgevingswet. Zelfs projecten buiten Natura 2000-gebieden kunnen significante effecten hebben en moeten daarom beoordeeld worden in het kader van de externe werking. Relatie tot het voornemen De projectlocatie bevindt zich niet in een Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura-2000 gebied is Maasduinen op ongeveer 9 kilometer afstand van de projectlocatie, zie Figuur 4-1. Binnen een straal van 25 kilometer liggen in Nederland nog zeven andere Natura 2000-gebieden. In deze in totaal acht Natura 2000-gebieden liggen natuurwaarden die gevoelig zijn voor stikstofdepositie. In Duitsland liggen ook binnen een straal van 25 kilometer van het plangebied verschillende Natura 2000-gebieden, zie hiervoor Figuur 4-2. Ook voor de Duitse Natura 2000gebieden geldt dat hier mogelijk stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden voorkomen.
19
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-1: De Natura 2000-gebieden in Nederland binnen een straal van 25 kilometer van het plangebied.
Figuur 4-2: De Natura 2000-gebieden in Duitsland binnen een straal van 25 kilometer van het plangebied.
20
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Directe effecten – het doden of verwonden van dieren, het verstoren van dieren en beschadigen en oppervlakteverlies van groeiplaatsen van plantensoorten – zijn gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de werkzaamheden uitgesloten.
4.1.1.2
Stikstofdepositie
Ondanks de afstand tot het Natura 2000-gebied, zijn er nog wel indirecte effecten mogelijk in de vorm van extra stikstofdepositie in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Deze kunnen niet worden uitgesloten. In relatie tot het voornemen is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor zowel de aanleg als de gebruiksfase. Hieruit is naar voren gekomen dat voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot een toename aan stikstofdepositie op Natura 2000gebieden. Voor de aanleg en gebruiksfase is de stikstofdepositie 0,00 mol/ha/jaar. De volledige stikstofberekening en de uitgangspunten zijn weergegeven in Bijlage C.
4.1.1.3
Natuurnetwerk Nederland (NNL)
Het Natuurnetwerk Limburg (NNL) is een gebied met een samenhangend netwerk van binnen de provincie Limburg bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang dat strekt tot de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten. Dit NNL bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS (ecologische hoofdstructuur) en bevat tevens zoekgebied voor te realiseren nieuwe natuur. Relatie tot het voornemen De projectlocatie bevindt zich niet binnen een gebied van Natuurnetwerk Limburg (NNL), het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Directe effecten door ruimtebeslag zijn daarmee uitgesloten. Er bevinden zich wel enkele NNL-gebieden in de nabije omgeving, op circa 35 meter afstand van het voornemen. Zie voor de ligging van dit NNL-gebied Figuur 4-3. Effecten als gevolg van verstoring tijdens de aanleg en in de permanente situatie zijn daarmee niet op voorhand uit te sluiten, hiervoor is een quickscan ecologie uitgevoerd. Hierin wordt geconcludeerd dat vanwege de afstand van het NNL tot het plangebied, de plaatselijke aard van de werkzaamheden en de verstoorde omgeving rondom het plangebied (naast wegen en in de buurt van parkeerterreinen) op voorhand effecten op het NNL kunnen worden uitgesloten. Er is geen nadere beoordeling nodig en er zijn geen vervolgstappen benodigd in het kader van NNL.
21
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-3: NNL-gebieden (groene markering). Het nog te plaatsen tijdelijk dienstengebouw is met de rode omlijning weergegeven.
22
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.1.2
Soortenbescherming
Het in gebruik nemen van het klooster als AZC heeft geen effecten op de buitengevel en eventueel aanwezige beschermde soorten. Daarbij is het vergunning technisch nu al mogelijk om 328 internationale werknemers tijdelijk onderdak te bieden. De projectlocatie voor het plaatsen van het tijdelijk dienstengebouw is op een bestaand parkeerterrein. Daarmee wordt geen bestaand leefgebied van soorten fysiek aangetast. Bovendien worden er geen extra of nieuwe parkeerplaatsen aangelegd, zie ook paragraaf 010. Er kunnen indirecte gevolgen optreden door het aanleggen van de units op beschermde soorten. Denk aan geluidsoverlast en trillingen tijdens de aanleg, en productie van geluid en licht die de units produceren na aanleg. Hiervoor is een quickscan ecologie uitgevoegd; op basis van deze quickscan kan worden geconcludeerd dat er geen beschermde soorten aanwezig zijn binnen het plangebied (zijnde het parkeerterrein zelf). Wel zijn de nabijgelegen bomen geschikt als broedplaats voor vogels zonder jaarrond beschermd nest. Er wordt aangeraden om werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats te laten vinden. Wanneer dit niet mogelijk is dient er een broedvogelinspectie plaats te vinden om de aanwezigheid van actieve broedgevallen uit te sluiten. Door te werken met een ecologisch werkprotocol is te garanderen dat er wordt voldaan aan de zorgplicht.
Het voormalige klooster en enkele van de omringende gebouwen hebben kieren en spleten in de bebouwing en zijn daardoor wel geschikt voor gebouwbewonende soorten, zoals de gewone- en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en vale vleermuis. Ook is een vleermuiskast waargenomen aan het klooster. Deze zaken blijven met de komst van het tijdelijk dienstengebouw ongeroerd. De bomen rondom het parkeerterrein zijn geschikt als foerageergebied. In de omgeving zijn andere geschikte foerageermogelijkheden aanwezig, zoals het ruige gebied ten noorden van het klooster en het landgoed aan de achterzijde van het klooster. Het parkeerterrein vormt een niet-essentieel foerageergebied. De buitenste bomenrij langs het hek van het gehele terrein en het klooster vormen een lijnvormige structuur en zijn geschikt als vlieg- en foerageerroute. In de omgeving zijn andere lijnvormige elementen aanwezig die geschikt zijn als vlieg- en foerageerroute, zoals de Beckersweg en de Kaldenkerkerweg ten noorden en westen van het klooster. De vlieg- en foerageerroute aanwezig op het terrein van het klooster vormt een niet essentiële vlieg- en foerageerroute. Bij de werkzaamheden wordt mogelijk gebruik gemaakt van extra kunstmatige verlichting, welke uit kan stralen naar de vlieg- en foerageerroute op het terrein.
Echter er staan al lantarenpalen op het terrein waardoor de vlieg- en foerageerroute op het terrein al wordt verlicht. Bovendien zijn er uitwijkmogelijkheden in de omgeving, waardoor de vlieg- en foerageerroute niet-essentieel is. Een negatief effect door het verstoren van een vlieg- en foerageerroute wordt uitgesloten.
4.1.3
Houtopstanden
Beschermde bomen en houtopstanden zijn opgenomen in de bomenkaart van de Gemeente Venlo. Voor het voornemen worden geen bomen gekapt, verplaatst of houtopstanden verwijderd. Hierdoor zullen er geen effecten optreden op de houtopstanden. Er zijn geen belemmeringen vanuit houtopstanden op het voornemen.
10.
23
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.2
Weging van het waterbelang
In opdracht van het COA heeft Arcadis een onderzoek ‘Weging van het Waterbelang’ uitgevoerd. Het volledige onderzoek is weergegeven in Bijlage D. Inzicht in de huidige geohydrologische situatie is van belang om de effecten van de ontwikkeling in beeld te krijgen en voor de uitwerking van de waterhuishouding van de toekomstige situatie. Navolgend zijn de hoogteligging, huidige bodemopbouw, grondwaterhuishouding en oppervlaktewatersituatie beschreven. Voor het tijdelijk dienstengebouw wordt opgemerkt dat de omtrent riolering blijft ongeroerd en vet en vuilvang is niet van toepassing voor het tijdelijk dienstengebouw.
4.2.1
Hoogteligging
Het maaiveld binnen het plangebied bevindt zich op een hoogte tussen de ca. NAP +40,00 – NAP +41,00 m. Zowel richting het noorden, oosten als westen loopt het maaiveld binnen enkele honderden meters op naar meer dan NAP +43,00 m. Opvallend aan de hoogtekaart is de Kaldenkerkerweg langs de westelijke grens van het plangebied. Deze weg ligt met een hoogte van ca. NAP +41,60 ca. 1,5 m hoger dan de aangrenzende omgeving. Het hoogteprofiel is weergegeven in Figuur 4-4.
Figuur 4-4: Hoogteprofiel omgeving plangebied op basis van AHN4.
24
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.2.2
Bodemopbouw
Via Dinoloket is er een boorlocatie aanwezig binnen de grenzen van het plangebied. Het boorprofiel van deze locatie is weergegeven in Figuur 4-5. Op basis van het boorprofiel wordt duidelijk dat de bodem van het plangebied tot een diepte van minimaal 10,00 m onder maaiveld (-mv) hoofdzakelijk bestaat uit zand. Tot een diepte van ca. 9,00 m -mv wordt dit zand gecategoriseerd als ‘fijn’, waarna het op grotere diepte overgaat op zand uit de ‘grove’ categorie.
Figuur 4-5: Bodemprofiel boorlocatie tijdelijk dienstengebouw AZC Venlo.
25
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
In het verleden zijn er verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd in het plangebied. Zo is in het ‘Bodemonderzoek Souterrain Bethanië Klooster 2021’ (2001109.002) geconcludeerd dat de bodem tot 5,5 m -mv overwegend uit matig grof tot matig fijn, matig siltig zand bestaat. Met name de bovengrond is humushoudend en in de bodemlaag van grofweg 0,4 – 0,9 m-mv zijn sporen metselpuin aangetroffen. Bij het ‘Bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463, 2015’ (67274 (rev.1), weergegeven in Figuur 4-5 zijn verschillende boringen in de omgeving van het toekomstige dienstengebouw geplaatst. B05 is een van die boringen en is weergegeven in Figuur 4-6. Het boorprofiel van B05 geeft aan dat de bodem tot een diepte van ca. 2,50 m -mv volledig uit (fijn) zand bestaat. Bij deze boring worden tussen 1 en 1,7 m -mv sporen van baksteen aangetroffen.
B05
Figuur 4-6: Boorprofiel B05 nabij toekomstige locatie dienstengebouwen (Bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 463, 2015).
Op basis van deze gegevens is de globale bodemopbouw in de omgeving van het toekomstige dienstengebouw te beschrijven als: een fijn zandige bovengrond met sporen van (baksteen)puin tot enkele meters onder maaiveld, waaronder zich vervolgens een grofzandige laag bevindt. Naar verwachting is de bodem hier redelijk tot goed doorlatend en is het kansrijk om water te infiltreren (zie ook Bijlage F en paragraaf 0).
4.2.3
Grondwater
Via Dinoloket en Grondwatertools is er slechts 1 grondwatermeetpunt in de buurt van het plangebied aangetroffen. Dit meetpunt (B58F0045) ligt op een afstand van ca. 200 m ten zuiden van het plangebied. De maaiveldhoogte op de locatie van deze peilbuis bedraagt NAP +42,60 m, wat ca. 1,50 – 2,50 meter hoger is dan de maaiveldhoogte in het plangebied. In Figuur 4-7 is de meetreeks van peilbuis B58F0045 weergegeven. Hierop is te zien dat de Representatieve Hoogste Grondwaterstand (RHG) (gebruikt als statistische benadering van de GHG 11) van het grondwatermeetpunt gelijk is aan NAP +31,22 m, de RHG bevindt zich dus ruim 10 meter onder maaiveld bevindt. Op basis van de berekende RHG en ervan uitgaande dat de grondwatersituatie in het plangebied grofweg vergelijkbaar is als bij meetpunt B58F0045, volgt dat de grondwaterstand geen beperkende factor vormt voor de infiltratiemogelijkheden binnen het plangebied.
11 De RHG is een statistische benadering van de ‘klassieke’ GHG, waarbij het 90-percentiel van de verdeling
grondwaterstanden gebruikt wordt. 26
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
Figuur 4-7: Meetreeks peilbuis B58F0045 – maaiveldhoogte: NAP +42,60 m (Grondwatertools).
27
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.2.4
Oppervlaktewater
In of grenzend aan het plangebied bevindt zich volgens de legger van Waterschap Limburg geen oppervlaktewater (Figuur 4-8). De dichtstbijzijnde watergang bevindt zich op circa 300 m ten westen van het plangebied, langs de spoorweg tussen Venlo en Duitsland. Dit is de A-watergang ‘Venlose Molenbeek’ die enkele kilometers naar het westen uiteindelijk uitmondt in de Maas.
Figuur 4-8: Legger oppervlaktewater Waterschap Limburg.
4.2.5
Toename verharding
Bij het bepalen van de toename aan verharding is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •
Waterschap Limburg – Een ontwikkeling waar bestaande verharding wordt vervangen voor nieuwe verharding wordt ook gezien als een toename aan verharding. Ook bij kleine ontwikkelingen vangt de initiatiefnemer zijn eigen water op. Waterschap Limburg hanteert geen ondergrens. • Gemeente Venlo: – Aangezien de huidige verharding niet is aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel dient dit beschouwd te worden als afgekoppeld/ onverhard gebied. Op basis hiervan vindt er een toename van de verharding plaats. In de nieuwe situatie wordt er geen noodoverlaat op het gemeentelijk rioolstelsel of oppervlaktewater gerealiseerd. Voor het bepalen van de toename aan verharding wordt het meest strikte beleid gehanteerd. Het tijdelijk dienstgebouw en de direct omliggende verharding, maakt een totaal nieuwe verhard oppervlakte van 750 m2.
28
Onze referentie: J3P7UFKA4TXZ-923931952-10931:V19 - Datum: 3 november 2025 - Public
MOTIVERING OPVANGLOCATIE AZC VENLO
4.2.6
Bergingsopgave
Aanleg van nieuw verhard oppervlak leidt tot versnelde afvoer van hemelwater naar watergangen. Hierom dient de toename in verharding gecompenseerd te worden. Voor de omgang met hemelwater wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: • Hemelwater wordt gescheiden ingezameld van het vuilwater. • Bergingseisen o.b.v. waterbeleid – Waterschap Limburg: • Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard). • Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. – Gemeente Venlo: • Aangezien de huidige verharding niet is aangesloten op het gemeentelijk stelsel dient gekeken worden naar de totale nieuwe verharding. • Er wordt geen noodoverlaat op gemeentelijk rioolstelsel of oppervlaktewater gerealiseerd. • Voor een toename aan afvoerend verhard oppervlak van meer 100 m2 zonder noodoverlaat geldt volgens de gemeentelijke beslisboom voor afkoppelen bergingseis 4: 71 mm bergen op eigen terrein. Voor het bepalen van de toename aan verharding wordt het meest strikte beleid gehanteerd. Dit komt neer op de bergingseis van het Waterschap Limburg van 100 mm op de gehele nieuwe verharding (ongeacht overlap met bestaande verharding). Tabel 4-1: Bergingsopgave als gevolg van toename verharding en bijbehorende bergingseis.