CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

551221 Bijl01 Rekenkamer Venlo - rapport verduurzaming.pdf

Raadsvergadering 28 januari 2026, gemeente VenloBij agendapunt: 5.2: Rekenkamer Onderzoek verduurzaming maatschappelijk vastgoed (551221)14.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

15 september 2025

Bestuurlijk rapport

Werk aan de winkel Een rekenkameronderzoek naar de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in Venlo

Colofon Rapport:

Werk aan de winkel Een rekenkameronderzoek naar de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in Venlo Datum: 15 september 2025 Samenstelling Rekenkamer Venlo Klaartje Peters

(voorzitter)

Jan-Willem van Giessen

(lid)

Johan de Kruijf

(lid)

Secretariaat Rekenkamer Venlo Secretaris:

Debbie Steens

E-mail:

rekenkamer@venlo.nl

Postadres:

Postbus 3434, 5902 RK Venlo

Telefoonnummer:

077-2079315

Website:

https://www.venlo.nl/rekenkamer

Werk aan de winkel

2

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen 1.3 Werkwijze en onderzoeksverantwoording

4 4 4 5

2

Conclusies

6

3

Aanbevelingen

10

4

Bestuurlijke reactie college

12

Werk aan de winkel

3

1 Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Venlo heeft nadrukkelijke ambities als het gaat om het verduurzamen van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed (sport, welzijn, cultuur en ambtelijke huisvesting). In het coalitieakkoord 2022 ‘Samen verder bouwen aan een gezond Venlo!’ heeft het college van B&W aangegeven dat – (mede) gezien de enorm gestegen energieprijzen – de gemeente maatschappelijk vastgoed versneld wenst te verduurzamen. Het college stelde daarbij extra maatregelen voor in aanvulling op de eerder vastgestelde ‘routekaart VMV’. In het coalitieakkoord uit 2022 staat als toelichting op de inzet van de gemeente dat veel verenigingen en andere gebruikers van gemeentelijk vastgoed de energierekening nauwelijks meer kunnen betalen. Een van de beoogde maatregelen was het instellen van een fonds voor cofinanciering van investeringen voor verduurzaming door verenigingen. Daarnaast gaf het college aan te onderzoeken of en hoe verenigingen en soortgelijke organisaties door creatieve vormen van beheer, onderhoud en samenwerking hun vastgoed sneller kunnen verduurzamen. Bij de versnelde verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in eigen gebruik ligt de nadruk op energiebesparende maatregelen.

1.2 Doelstelling en onderzoeksvragen Het onderzoek heeft als primaire doel om vast te stellen in hoeverre de gemeente Venlo op koers ligt om de doelen te realiseren voor het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Daarnaast moet het onderzoek inzichtelijk maken welke bijdrage de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed levert aan de ‘hogere’ duurzaamheidsdoelstellingen van Venlo. De rekenkamer Venlo wil met het onderzoek antwoord krijgen op de volgende hoofdvraag: In hoeverre ligt de gemeente Venlo op koers om de doelen te realiseren voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en welke bijdrage levert dat aan de ‘hogere’ duurzaamheidsdoelstellingen van Venlo? De hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen: 1. Welke doelen heeft de gemeente Venlo gesteld voor VMV? 2. Hoe verhouden de verduurzamingsdoelen voor maatschappelijk vastgoed zich tot ‘hogere’ gemeentelijke doelen ten aanzien van duurzaamheid (energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit)? 3. Welke bijdrage levert VMV aan realisatie van deze ‘hogere’ doelen? Hoe substantieel is de bijdrage?

Werk aan de winkel

4

4. Hoe ver is Venlo met doelrealisatie VMV en ligt Venlo op koers om de gestelde doelen te realiseren? 5. Zijn/lijken de beschikbaar gestelde middelen en capaciteit toereikend om de komende jaren de gestelde doelen te realiseren? 6. In hoeverre draagt de gekozen (driesporen-) aanpak en de ‘modelaanpak verduurzaming’ bij aan doelrealisatie? 7. Hoe kijken externe partners (sportverenigingen, gemeenschapsaccommodaties, installateur) aan tegen de gemeentelijke inzet? 8. Welke interne en externe knelpunten ondervindt Venlo bij de verduurzaming van vastgoed, hoe zwaarwegend zijn deze knelpunten en hoe werkt Venlo aan oplossingen voor die knelpunten? 9. Wordt de raad adequaat geïnformeerd over de voortgang en realisatie van gestelde doelen?

1.3 Werkwijze en onderzoeksverantwoording Het onderzoek is vormgegeven in vier fasen. In fase 1 is het onderzoeksproces voorbereid en zijn afspraken gemaakt over de bestuderen documenten en te interviewen personen. In fase 2 is informatie verzameld en geanalyseerd. Naast informatie van de gemeente Venlo hebben we uitkomsten geanalyseerd van een aantal eerder uitgevoerde onderzoeken naar de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed door rekenkamers in andere gemeenten. In fase 3 hebben we interviews afgenomen bij ambtenaren en de verantwoordelijke portefeuillehouder van de gemeente. Daarnaast hebben we ook gebruikers van maatschappelijk vastgoed geïnterviewd in ‘rondetafelgesprekken’. De voorselectie van de gebruikers is op verzoek van de rekenkamer gemaakt door de gemeente; zelf hebben we er daarna nog één extra partij (die zichzelf meldde) aan toegevoegd. Ook spraken we met een vertegenwoordiger van de installateur (verantwoordelijk voor de energiescans en uitvoering verduurzaming) en de netbeheerder. In fase 3 is nog op diverse momenten aanvullende informatie gevraagd en verkregen van de gemeente. Tenslotte hebben we raadsleden geïnterviewd over hun beeld over VMV in Venlo. Na afronding van de gesprekken hebben we in de laatste fase van het onderzoek een bevindingenrapport opgesteld dat voor een check op feitelijke juistheid is voorgelegd aan de ambtelijke organisatie.

Daarna heeft bestuurlijke wederhoor plaatsgevonden. De reactie van het college is bij dit rapport gevoegd, evenals een nawoord van de rekenkamer.

Werk aan de winkel

5

2 Conclusies Het onderzoek waarover is gerapporteerd in het bevindingenrapport heeft geleid tot acht conclusies, die hieronder worden gepresenteerd.

Conclusie 1 De gemeente Venlo is ambitieus van start gegaan met de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed Door de sterk stijgende energielasten vanaf medio 2022, kwam het signaal uit de raad dat de oplopende energiekosten ontwrichtend waren voor de gebruikers van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. College en ambtelijke organisatie zijn daar voortvarend mee aan de slag gegaan, door een versnelde verduurzaming van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed in gang te zetten. De gemeenteraad heeft daarbij ook de noodzakelijke middelen beschikbaar gesteld.

Conclusie 2 De gemeente heeft geen concrete (tussen)doelen geformuleerd voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed De gemeente heeft vanaf 2022 een lijst met maatschappelijk vastgoed opgesteld, waarmee aan de slag is gegaan. De gemeente heeft gekozen voor een ‘pand-voor-pand’-benadering, aangezien elke situatie vraagt om een specifieke benadering. Daarnaast heeft de gemeente werk gemaakt van het realiseren van zogenaamde ‘quick-wins’ zoals led-verlichting op sportvelden. De gemeente heeft geen concrete (tussen)doelen gesteld voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Het is dus niet duidelijk of en wanneer de gemeente goed op koers is om het maatschappelijk vastgoed te verduurzamen. De gemeente heeft aangegeven dat in het Warmteprogramma (verwacht eind 2026) ook tussendoelen zullen worden opgenomen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

Conclusie 3 De verduurzaming van maatschappelijk vastgoed dient bij te dragen aan d ‘h g ’ g t ij d v d gi t siti , w dt b stuu ij en politiek geen verbinding gelegd hiertussen In de RIB van 19 december 2023 is door het college expliciet aangegeven dat de Rijksdoelstelling om in 2030 tenminste 55% CO2-reductie te realiseren ten opzichte van de uitstoot in 1990 en om in 2050 klimaatneutraal te zijn, ook voor het gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed geldt. Specifieke beleidsdoelstellingen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en de bijdrage van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed aan het hogere verduurzamingsdoel binnen de gemeentelijke pijler ‘energietransitie’ (onder andere de doelstellingen voor CO2-reductie) zijn echter niet expliciet geformuleerd.

Werk aan de winkel

6

De ambtelijke organisatie heeft een begin gemaakt om de effecten van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed inzichtelijk te maken in termen van CO 2-reductie. Ook in de meest recente projectenrapportage die naar de raad is gegaan, wordt een eerste voorzichtige poging gedaan om de CO2-reductie door de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed inzichtelijk te maken. Het beeld is echter nog verre van compleet.

Conclusie 4 Hoewel de gemeente voortvarend is gestart met de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, is sprake van beperkte voortgang van de integrale verduurzaming Uit het meest recente projectenoverzicht blijkt dat van de 17 integrale projecten er slechts 4 zijn afgerond. Ook voor de overige projecten (de niet-integrale verduurzamingsprojecten) geldt dat er diverse projecten nog in de voorfase van verduurzaming zitten. Illustratief is dat van het oorspronkelijke budget van € 13,5 miljoen per begin 2025 nog ongeveer een bedrag van € 10 miljoen beschikbaar is voor de verduurzamingsopgave t/m 2027. Er zijn diverse verklaringen voor de relatief beperkte voortgang, zoals complexe eigendomssituaties, relevante gebiedsontwikkelingen, nieuwe inzichten rond het strategisch karakter van maatschappelijk vastgoed en netcongestie (met name bij grote aansluitingen). Feit blijft dat verreweg het grootste deel van het door Venlo genoemde maatschappelijk vastgoed nog niet is verduurzaamd.

Conclusie 5 Netcongestie is een beperkende factor bij grote verduurzamingsprojecten (grote aansluitingen) Het elektriciteitsnet is net als in grote delen van Nederland ook in Venlo overbelast. Het probleem van netcongestie speelt met name voor grootverbruik-aansluitingen (technische aansluitwaarde groter dan 3x80 ampère). Kern daarbij is dat het gecontracteerde vermogen van de aansluiting niet mag worden overschreden. In Venlo is bij tenminste vier (grote) integrale verduurzamingsprojecten voor maatschappelijk vastgoed sprake van een knelpunt rond netcongestie. Bij kleinverbruik-aansluitingen is er op dit moment geen sprake van netcongestie. Deze aansluitingen kunnen nog altijd gerealiseerd worden. Er kan alleen sprake zijn van een lange doorlooptijd in verband met noodzakelijke netuitbreidingen voor het realiseren van deze aansluitingen. Er wordt door de gemeente onderzocht in hoeverre vernieuwende oplossingen – bijvoorbeeld wijkaccu’s, vacuümbeglazing, lichtgewicht PV-panelen, een warmtenet en een soort omgekeerde vloerverwarming via een collectorveld – een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van het knelpunt van netcongestie. Veel van deze oplossingen zijn op dit moment echter nog niet ver genoeg doorontwikkeld om in de praktijk te worden toegepast.

Daardoor lopen grote projecten vertraging op en dat zijn juist de projecten die substantieel kunnen bijdragen aan CO2-reductie.

Werk aan de winkel

7

Conclusie 6 De gereserveerde middelen t/m 2027 zijn niet toereikend om alle geselecteerde panden te verduurzamen. Voor na 2027 zijn nog geen middelen beschikbaar gesteld In totaal is ongeveer € 13,5 miljoen beschikbaar voor het verduurzamen van alle projecten die zijn opgenomen in de projectenrapportage. Voor de komende periode (t/m 2027) is nog een bedrag van circa € 10 miljoen beschikbaar. Op basis van het laatste projectenoverzicht van april 2025 is dit bedrag bij lange na niet toereikend om de door Venlo geformuleerde ambities voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed te kunnen realiseren. Om het totale maatschappelijk vastgoed van de projectenlijst te verduurzamen, zo geeft de gemeente Venlo aan dat, is indicatief nog een bedrag van circa € 24 miljoen nodig. Er zijn in de meerjarenbegroting nog geen middelen opgenomen voor de periode na 2027.

Conclusie 7 zijn stevige knelpunten in de samenwerking tussen de gemeente en de gebruikers van maatschppelijk vastgoed Een aantal gebruikers van maatschappelijk vastgoed heeft aangegeven dat ze de samenwerking met de gemeente als positief ervaren. Maar er zijn ook diverse gebruikers van maatschappelijk vastgoed die kritisch zijn op de samenwerking met de gemeente. Sommigen geven aan dat ze lang niet altijd weten waar ze aan toe zijn, niet altijd goed betrokken worden bij de planvorming, slecht geïnformeerd worden door de gemeente en voor hun gevoel geen gelijkwaardige gesprekspartner zijn van de gemeente. De rekenkamer concludeert dat de communicatie tussen gebruikers en de gemeente vaak moeizaam verloopt en dat vaak niet duidelijk is voor gebruikers wie aanspreekpunt is bij de gemeente. Er ligt geen duidelijk plan hoe de gemeente de interactie met gebruikers wil vormgeven en wie waarvoor verantwoordelijk is. Ook concludeert de rekenkamer dat nog nauwelijks afspraken zijn gemaakt over financiële verrekening tussen gemeente en gebruiker na de verduurzaming.

Geïnterviewde gebruikers hebben aangegeven behoefte te hebben aan duidelijk inzicht in de duurzaamheidsmaatregelen, duidelijkheid over een aanspreekpunt bij de gemeente met mandaat, duidelijke afspraken over eigendom, onderhoud en financiële verrekening en realistische scenario’s, afgestemd op het daadwerkelijke gebruik van het pand. Dat is nodig om de motivatie om verder te investeren in verduurzaming hoog te houden bij gebruikers en voortgang in de verduurzaming te kunnen realiseren.

Conclusie 8 de gemeenteraad heeft het beeld dat de uitvoering achterblijft bij de ambitie, maar krijgt niet de goede informatie om hierop zicht te houden De algemene indruk van de raadsleden is dat de voortgang van verduurzaming behoorlijk achterblijft bij de gestelde ambities. Het beeld in de raad is dat de verduurzaming van meerdere objecten in gemeentelijk eigendom maar moeizaam op gang komt en dat er weinig terecht komt van de beoogde gezamenlijke inzet van gemeente en gebruikers om snel en slim te verduurzamen. De meeste raadsleden geven aan dat in hun ogen de uitvoering met name onder druk staat door drie zaken: Werk aan de winkel

8

structureel personeelstekort binnen de ambtelijke organisatie, beperkte capaciteit bij gebruikers en externe knelpunten zoals netcongestie. In het gesprek met de raadsleden hebben zij aangegeven dat er onvoldoende balans is tussen ambitie en uitvoeringskracht. Ze geven verder aan dat er onvoldoende transparantie is over wat er níet lukt en waarom. Terugkoppeling over problemen, risico’s en mogelijke beheersmaatregelen blijft achter. Dat maakt voor de raad bijsturing op basis van feiten en realistische scenario’s lastig. De raad ziet dat er geen goed overzicht bestaat van wat er precies gebeurt met beschikbaar gestelde middelen voor verduurzaming. Op basis van de informatie die de raad krijgt door middel van de projectenrapportages kan de raad niet beoordelen of de gemeente op koers ligt met de verduurzamingsopgave. Met name de verbinding tussen ambitie en resultaten is voor de raadsleden onduidelijk. Ook ontbreekt het aan een duidelijke doorkijk naar de toekomst. Zonder meetbare doelstellingen en goede monitoring daarvan is controle op de voortgang door de raad nauwelijks mogelijk.

Werk aan de winkel

9

3 Aanbevelingen Het doel van dit rekenkameronderzoek naar de voortgang van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed is ook om de gemeente handvatten aan te reiken voor de verdere verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. De aanbevelingen zijn primair gericht aan het college. De raad beslist over het overnemen van de aanbevelingen en controleert of deze worden uitgevoerd. De rekenkamer heeft bewust de keuze gemaakt om de aanbevelingen niet op detailniveau uit te werken. Daarmee wordt aan de raad en het college ruimte gegeven voor concrete invulling van de aanbevelingen. De rekenkamer komt op basis van de conclusies tot zes aanbevelingen voor de verdere verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

Aanbeveling 1 Maak zo snel mogelijk een concreet plan om de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed te versnellen en formuleer daarbij concrete tussendoelen De resterende opgave voor verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is groot. De huidige snelheid van verduurzamen leidt niet tot realisatie van de gestelde ambitie. Het is van belang om zo snel mogelijk te komen met een plan om de verduurzaming te versnellen, zodat al voor de verkiezingen in 2026 stappen gezet kunnen worden. Daarbij moet ook gekeken worden naar de benodigde ambtelijke capaciteit bij de afdeling vastgoed. In het plan moet ook een mijlpalenplanning met duidelijke tussendoelen worden opgenomen.

Aanbeveling 2 Zorg voor dekkingsvoorstellen voor de resterende financieringsopgave na 2027 Het is van belang om dekking te vinden voor de resterende duurzaamheidsopgave voor de periode na 2027. Het gaat om een aanzienlijk bedrag van circa € 24 miljoen. Het college dient daar nu al een proces voor te initiëren, waarbij de investeringsbehoefte en capaciteitsinzet in de tijd wordt uitgezet. Bij dit proces dient ook de transformatie van het MJOP naar het DMJOP te worden betrokken.

Aanbeveling 3 Maak inzichtelijk voor de raad hoe de doelen en realisatie bijdragen d ‘h g ’ d v d gi t siti Er is ambtelijk al een begin gemaakt met het inzichtelijk maken van de bijdrage van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed aan de ‘hogere’ doelen van de energietransitie. Daarbij gaat het met name om inzicht in de bijdrage aan de CO2-reductie. Het gemeentebestuur moet hier nog een slag in maken en deze informatie presenteren aan de gemeenteraad. Daarbij gaat het zowel om de verwachte bijdrage op basis van plannen (prognoses) als de daadwerkelijke bijdrage na realisatie van de verduurzaming.

Werk aan de winkel

10

Aanbeveling 4 Investeer in effectieve samenwerking met gebruikers van maatschappelijk vastgoed dat nog verduurzaamd moet worden Er zijn diverse stevige knelpunten gesignaleerd in de samenwerking tussen de gemeente en gebruikers van maatschappelijk vastgoed. Het college dient met een verbeterplan te komen om de samenwerking te verbeteren tussen de gemeente en gebruikers van maatschappelijk vastgoed dat verduurzaamd gaat worden. Daarbij dient het college in het plan aandacht te besteden aan de wijze van communiceren in de verschillende fasen van een verduurzamingsproject, verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en gebruikers, de beschikbaarheid van een duidelijk aanspreekpunt in de gemeente en het formeel vastleggen van afspraken over financiële verrekening.

Aanbeveling 5 Organiseer voor de raad een themabijeenkomst met deskundigen over de problemen en mogelijke (toekomstige) oplossingsrichtingen voor netcongestie Er is nog veel onduidelijkheid bij de raad over de omvang van knelpunten rond netcongestie en de eventuele oplossingen om deze knelpunten (deels) weg te nemen. Voor een goede beeldvorming in de raad is het van belang dat de raad daar goed en vanuit verschillende hoeken over wordt geïnformeerd.

Aanbeveling 6 Zorg voor een betere informatievoorziening aan de raad over de voortgang van de verduurzamingsopgave De huidige projectenrapportages geven veel detailinformatie over individuele projecten. Om als raad goed te kunnen controleren en eventueel bijsturen is betere informatie over de voortgang van de verduurzamingsopgave als geheel nodig. Daarbij hoort ook een goed onderbouwde doorkijk naar de toekomst.

Werk aan de winkel

11

4 Bestuurlijke reactie college

Werk aan de winkel

12

Hanzeplaats 1 5912 AT, Venlo | Postbus 3434, 5902 RK Venlo T: 14 077 | info@venlo.nl | www.venlo.nl

GEMEENTEBESTUUR

Rekenkamer Venlo T.a.v. de voorzitter, mevrouw K. Peters Postbus 3434 5902 RK Venlo

uw kenmerk uw brief d.d. 15 september 2025 ons kenmerk 554952 behandelaar RGBAMO telefoonnummer 14 077 e-mail info@venlo.nl collegebesluit d.d. 30 september 2025 bijlage(n) 0 datum

onderwerp Bestuurlijk wederhoor rekenkameronderzoek Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed

Geachte mevrouw Peters,

Met belangstelling hebben wij kennisgenomen van uw bevindingenrapport en bestuurlijk rapport inzake het rekenkameronderzoek ‘Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo’. Als college onderstrepen wij het belang van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed, passend binnen de ambities die in het coalitieakkoord 2022-2026 “Samen verder bouwen aan een gezond Venlo!” zijn vastgelegd. De forse stijging van energiekosten heeft de urgentie om maatschappelijk vastgoed te verduurzamen nadrukkelijk vergroot. Wij blijven ons daarom inzetten om de verduurzamingsopgave, zowel voor eigen vastgoed als in samenwerking met gebruikers, voortvarend en doelgericht aan te pakken. Uw bevindingen, conclusies en aanbevelingen geven waardevolle handvatten om verdere stappen te zetten in deze complexe en omvangrijke opgave. Wij zien het rapport dan ook als aansporing om de ingezette lijn door te ontwikkelen, waarbij we vanuit overtuiging én met gepaste zakelijkheid blijven bouwen aan duurzaam maatschappelijk vastgoed in Venlo. In deze bestuurlijke reactie gaan wij in op de voor ons meest relevante punten van uw onderzoek. Opzet onderzoek Het onderzoek biedt ons inzicht in de huidige stand van zaken en benadrukt dat onze ambities groot zijn, maar de voortgang achterblijft bij de verwachtingen.

Net als u merken wij op dat verduurzaming van maatschappelijk vastgoed een proces is dat nauw verweven is met externe factoren zoals netcongestie, prijsontwikkelingen en krapte op de arbeidsmarkt. Desalniettemin onderschrijven wij dat een scherpere planning met duidelijke tussendoelen noodzakelijk is om richting en tempo te borgen. 554952

1

Doelen en voortgang (aanbeveling 1 en 3) Uit uw rapport blijkt dat er nog geen concrete tussendoelen zijn vastgelegd. Dat onderkennen wij en daarom zullen wij, aansluitend op het programma-brede Uitvoeringsprogramma Circulaire en duurzame hoofdstad duidelijke tussendoelen formuleren die bijdragen aan het behalen van onze hogere duurzaamheidsambities. De reeds ingezette ‘pand-voor-pand’-aanpak blijft leidend, maar wij gaan sterker sturen op meetbare mijlpalen. Middelen en financiering (aanbeveling 2) Zoals u constateert, overstijgen de ambities de beschikbare middelen. Tegelijkertijd blijkt het, mede door externe factoren zoals netcongestie en de krapte op de arbeidsmarkt, een uitdaging om de beschikbare middelen volgens de oorspronkelijke planning volledig te besteden. Dit kan ertoe leiden dat middelen verschuiven naar latere jaren. Wij zullen daarom de investeringsbehoefte en de besteding van de huidige middelen nauwgezet blijven monitoren. Mocht in de toekomst blijken dat er daadwerkelijk sprake is van een tekort, dan zullen wij met een begrotingsvoorstel komen. In dat kader verkennen wij ook de transformatie van het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) naar een Duurzaam MJOP (DMJOP), zodat beheer en verduurzaming structureel hand in hand gaan. Samenwerking met gebruikers (aanbeveling 4) Wij nemen de signalen over knelpunten in de samenwerking met gebruikers serieus.

Heldere communicatie, duidelijke aanspreekpunten en afspraken over eigendom en financiële verrekening zijn cruciaal. Het college werkt aan een verbeterplan om dit partnerschap te versterken, zodat gebruikers zich daadwerkelijk ondersteund en betrokken voelen bij de verduurzamingsopgave. Netcongestie en innovatie (aanbeveling 5) De constatering dat netcongestie een beperkende factor vormt, herkennen wij. Samen met partners blijven wij zoeken naar slimme oplossingen. Wij nemen uw aanbeveling over om de raad hier via een themabijeenkomst met deskundigen uitgebreider over te informeren. Dit hebben we eerder in 2024 ook al gedaan samen met netbeheerder Enexis. Gelet op de urgentie en de snelheid van ontwikkelingen hebben we reeds, aan de gemeenteraad toegezegd om dit opnieuw te doen. Informatievoorziening gemeenteraad (aanbeveling 6) De gemeenteraad ontvangt al veel informatie van ons, maar uit uw onderzoek blijkt dat er nog verbeteringen mogelijk zijn in de manier waarop technische informatie wordt gepresenteerd en toegankelijk wordt gemaakt. De raad heeft behoefte aan een beter overzicht van de voortgang, inclusief prognoses en realisatiecijfers. Wij zullen de informatievoorziening verder verbeteren door in de P&C-cyclus nadrukkelijker de koppeling te maken tussen ambities, resultaten en knelpunten.

Op die manier kan de raad zijn kaderstellende en controlerende rol nog beter vervullen. Conclusie

2 554952

Concluderend zien wij uw rapport als een waardevolle bouwsteen om de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in Venlo verder te versterken. Uw aanbevelingen sluiten aan bij de uitdagingen die wij ervaren en geven richting aan de noodzakelijke vervolgstappen. Wij zien uit naar een inhoudelijke dialoog met de gemeenteraad om, ieder vanuit zijn eigen rol, te komen tot meer inzicht en grip op de effecten van de verduurzamingsopgave. Wij danken u voor uw onderzoek en de gelegenheid om onze bestuurlijke reactie door middel van deze brief aan u kenbaar te maken.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Venlo

de secretaris Ondertekend door Twan Beurskens op 30-09-2025

Twan Beurskens

de burgemeester Ondertekend door Antoin Scholten op 30-09-2025

Antoin Scholten

3 554952

Bevindingenrapport Rekenkameronderzoek Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo

Lysias Lysias Advies Advies Soesterweg Soesterweg 310D 310D || 3812BH 3812BH Amersfoort Amersfoort 033 033 464 464 70 70 70 70 || info@lysiasadvies.nl info@lysiasadvies.nl || www.lysiasadvies.nl www.lysiasadvies.nl IBAN: IBAN: NL18 NL18 ABNA ABNA 0574 0574 2170 2170 53 53 || KVK: KVK: 30166304 30166304 || BTW: BTW: NL809282471B01 NL809282471B01

Betreft: Kenmerk: Datum:

Rekenkameronderzoek verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo A24GVE-101 5 september 2025

Inhoud

Blz.

1. Inleiding

3

1.1 Aanleiding 1.2 Doel van het rekenkameronderzoek en onderzoeksvragen 1.3 Werkwijze en onderzoeksverantwoording 1.4 Leeswijzer

2. Duurzaamheidsbeleid en aanpak in Venlo 2.1 Inleiding 2.2 Bredere duurzaamheidsdoelen en duurzaamheidsbeleid in de gemeente Venlo 2.3 Doelen en beleid verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed

3. Aanpak verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo 3.1 Inleiding 3.2 Driesporenbenadering 3.3 De Venlose aanpak van verduurzaming maatschappelijk vastgoed 3.4 Beschikbare middelen voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo

4. Ontwikkeling VMV Venlo in de tijd 4.1 Inleiding 4.2 Start monitoring voortgang VMV Venlo 4.3 Voortgang verduurzaming maatschappelijk vastgoed 4.4 Toereikendheid van de middelen voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed 4.5 Knelpunten bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed

5. Samenwerking tussen gebruikers en gemeente 5.1 Inleiding 5.2 Ervaringen van gebruikers 5.3 Inzicht bij de raad

Bijlagen Bijlage 1: geraadpleegde documenten Bijlage 2: interviewpartners Bijlage 3: beknopt overzicht projecten

3 3 4 4

5 5 5 6

9 9 9 10 11

13 13 13 13 16 17

20 20 20 22

26 26 27 28

2

1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Venlo heeft nadrukkelijke ambities als het gaat om het verduurzamen van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed1 (sport, welzijn, cultuur en ambtelijke huisvesting). In het coalitieakkoord 2022 ‘Samen verder bouwen aan een gezond Venlo!’ heeft het college van B&W aangegeven dat – (mede) gezien de enorm gestegen energieprijzen – de gemeente maatschappelijk vastgoed versneld wenst te verduurzamen. Het college stelde daarbij extra maatregelen voor in aanvulling op de eerder vastgestelde ‘routekaart VMV’. In het coalitieakkoord uit 2022 staat als toelichting op de inzet van de gemeente dat veel verenigingen en andere gebruikers van gemeentelijk vastgoed de energierekening nauwelijks meer kunnen betalen. Een van de beoogde maatregelen was het instellen van een fonds voor cofinanciering van investeringen voor verduurzaming door verenigingen. Daarnaast gaf het college aan te onderzoeken of en hoe verenigingen en soortgelijke organisaties door creatieve vormen van beheer, onderhoud en samenwerking hun vastgoed sneller kunnen verduurzamen. Bij de versnelde verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed in eigen gebruik ligt de nadruk op energiebesparende maatregelen. 1.2 Doel van het rekenkameronderzoek en onderzoeksvragen Eind 2024 heeft de rekenkamer Venlo besloten om een onderzoek te laten uitvoeren naar de voortgang van VMV in Venlo.

De rekenkamer heeft Lysias Advies geselecteerd om het onderzoek uit te voeren. Het onderzoek heeft als primaire doel om vast te stellen in hoeverre de gemeente Venlo op koers ligt om de doelen te realiseren voor het verduurzamen van het maatschappelijk vastgoed. Daarnaast heeft het onderzoek ook als doel om inzichtelijk te maken welke bijdrage de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed levert aan de ‘hogere’ duurzaamheidsdoelstellingen van Venlo. De rekenkamer Venlo wil met het onderzoek antwoord krijgen op de volgende hoofdvraag: In hoeverre ligt de gemeente Venlo op koers om de doelen te realiseren voor het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en welke bijdrage levert dat aan de ‘hogere’ duurzaamheidsdoelstellingen van Venlo? De hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen: 1. Welke doelen heeft de gemeente Venlo gesteld voor VMV? 2. Hoe verhouden de verduurzamingsdoelen voor maatschappelijk vastgoed zich tot ‘hogere’ gemeentelijke doelen ten aanzien van duurzaamheid (energietransitie, klimaatadaptatie, circulariteit)? 3. Welke bijdrage levert VMV aan realisatie van deze ‘hogere’ doelen? Hoe substantieel is de bijdrage? 4. Hoe ver is Venlo met doelrealisatie VMV en ligt Venlo op koers om de gestelde doelen te realiseren? 5. Zijn/lijken de beschikbaar gestelde middelen en capaciteit toereikend om de komende jaren de gestelde doelen te realiseren?

1 In het rapport gebruiken we de afkorting VMV.

3

6. 7. 8. 9.

In hoeverre draagt de gekozen (driesporen-) aanpak en de ‘modelaanpak verduurzaming’ bij aan doelrealisatie? Hoe kijken externe partners (sportverenigingen, gemeenschapsaccommodaties, installateur) aan tegen de gemeentelijke inzet? Welke interne en externe knelpunten ondervindt Venlo bij de verduurzaming van vastgoed, hoe zwaarwegend zijn deze knelpunten en hoe werkt Venlo aan oplossingen voor die knelpunten? Wordt de raad adequaat geïnformeerd over de voortgang en realisatie van gestelde doelen?

1.3 Werkwijze en onderzoeksverantwoording Het onderzoek is vormgegeven in vier fasen. In fase 1 is het onderzoeksproces voorbereid en zijn afspraken gemaakt over de bestuderen documenten, te interviewen personen en het samenspel tussen de rekenkamer en de onderzoekers. In fase 2 is informatie verzameld en geanalyseerd. Naast informatie van de gemeente Venlo hebben we een analyse gemaakt van uitkomsten van een aantal eerder uitgevoerde onderzoeken naar de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed door rekenkamers in andere gemeenten. In fase 3 hebben we interviews afgenomen bij ambtenaren en de verantwoordelijk bestuurder van de gemeente. Daarnaast hebben we ook gebruikers van maatschappelijk vastgoed geïnterviewd in zogenaamde ‘rondetafelgesprekken’ 2. De voorselectie van de gebruikers is op verzoek van de rekenkamer gemaakt door de gemeente; zelf hebben we er daarna nog één extra partij (die zichzelf meldde) aan toegevoegd. Ook spraken we met een vertegenwoordiger van de installateur (verantwoordelijk voor de energiescans en uitvoering verduurzaming) en de netbeheerder. In fase 3 is nog op diverse momenten aanvullende informatie gevraagd en verkregen van de gemeente. Tenslotte hebben we raadsleden geïnterviewd over hun beeld over VMV in Venlo. Van de interviews zijn gespreksverslagen gemaakt die na accordering met de rekenkamer zijn gedeeld.

Na afronding van de gesprekken hebben we in de laatste fase van het onderzoek een nota van bevindingen opgesteld die voor een check op feitelijke juistheid is voorgelegd aan de ambtelijke organisatie. Daarna heeft bestuurlijk wederhoor plaatsgevonden. De reactie van het college is bij dit rapport gevoegd, evenals een nawoord van de rekenkamer. 1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk gaan we in op de duurzaamheidsdoelen en het (ontstaan van het) generieke duurzaamheidsbeleid van Venlo en specifiek de doelen en beleid voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. In hoofdstuk 3 schetsen we de aanpak van Venlo bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en de middelen die daarvoor beschikbaar zijn. In hoofdstuk 4 gaan we in op de voortgang van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en de huidige stand van zaken. In datzelfde hoofdstuk gaan we ook in op een aantal knelpunten bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Hoofdstuk 5 schetst de ervaringen die gebruikers van maatschappelijk vastgoed hebben met de verduurzamingsopgave en beelden die bij de raad leven over verduurzaming van maatschappelijk vastgoed.

2 De rondetafelgesprekken met gebruikers hebben – op verzoek van een aantal uitgenodigde gebruikers – plaatsgevonden

in afwezigheid van ambtenaren van de gemeente Venlo.

4

2. Duurzaamheidsbeleid en aanpak in Venlo 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op (de totstandkoming van) het bredere duurzaamheidsbeleid en de bredere duurzaamheidsdoelen in Venlo (2.2), het beleid en de doelen voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (2.3), de driesporenbenadering voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (2.4) en de Venlose aanpak voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed (2.5). We sluiten af met een overzicht van de beschikbare middelen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed in Venlo (2.6). 2.2 Bredere duurzaamheidsdoelen en duurzaamheidsbeleid in de gemeente Venlo Strategische visie 2030 De eerste ambities op het gebied van duurzaamheid die Venlo heeft geformuleerd dateren van rond 2010. In dat jaar zijn de Venlose ambities op het gebied van duurzaamheid vastgelegd in de Strategische Visie 2030 (Gemeente Venlo, 2010). In het visiedocument stelt de gemeente te willen inzetten op duurzame ontwikkeling en duurzame groei. In die periode heeft Venlo ook het zogenaamde çrade-to-cradle’-principe omarmd. In de kern gaat het om een economisch ontwerpprincipe met de hoogste vorm van duurzaamheid als na te streven resultaat.

Op basis daarvan zijn de zogenaamde ‘Venlo Principes’ geformuleerd: blijf innoveren, verbind plaats en context, beheer en waardeer voedsel, geniet van mobiliteit, gebruik de zon, creëer schone lucht, water en bodem, ontwerp voor het plezier van toekomstige generaties. Ambitiedocument ‘Venlo, circulaire hotspot 2018-2030’ De duurzaamheidsambities zijn door de gemeente verder uitgewerkt en geactualiseerd in het ambitiedocument ‘Venlo, circulaire hotspot 2018-2030’ uit februari 2018. In dit document heeft de gemeente de speerpunten benoemd voor de komende jaren met als doel om verder uit te groeien tot een gemeente met een robuust en toekomstgericht economisch fundament, een gemeente met gezonde gebouwen en gebieden, een gemeente die (bio)divers en klimaatadaptief is, met een aantrekkelijk woon- en werkklimaat, en een stabiele sociale cohesie. In het ambitiedocument wordt zijdelings ingegaan op verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Daarnaast wordt in het ambitiedocument de ambitie geuit om circulair bouwen / C2C structureel uitgangspunt te laten zijn in de eigen fysieke projecten. Strategische visie 2040 In juni 2021 is door de raad de (geactualiseerde) Strategische Visie Venlo 2040 vastgesteld (Gemeente Venlo, 2021). In dit document zijn nieuwe opgaven toegevoegd voor Venlo wat betreft de ontwikkeling naar een duurzame, energieneutrale en klimaatadaptieve gemeente.

Coalitieakkoord 2018-2022 Circulariteit en duurzaamheid waren speerpunten in het vorige coalitieakkoord 2018 - 2022 (‘Samen Venlo Veranderen’) van de gemeente Venlo. In het coalitieakkoord kondigde de gemeente aan om een stappenplan te ontwikkelen voor de transitie naar duurzame energie. In deze periode is het beleidsthema ‘circulair en duurzaam’ via een begrotingswijziging eind 2018 omgevormd tot het raadsprogramma ‘Circulaire en Duurzame Hoofdstad’. Het is een van de zes raadsprogramma’s van de gemeente Venlo en valt onder de commissie Omgeving.

5

In het overkoepelende programma ‘Circulaire en Duurzame Hoofdstad’ onderscheid Venlo drie duurzaamheidspijlers: energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit: • De pijler Energietransitie is gericht op het waarborgen van leveringszekerheid van energie (elektriciteit en warmte) met schone en lokale bronnen. Naast het streven naar beschikbaarheid van energie, staan energiebesparing en betaalbaarheid van de energievoorziening centraal. Verduurzaming van maatschappelijk vastgoed valt onder deze pijler. • De pijler Klimaatadaptatie is gericht op het realiseren van een groene, leefbare en veilige stad die voorbereid is op, zich verhoudt tot en zich aanpast aan de klimaatverandering. Dit betekent niet alleen de noodzaak voor het anticiperen op de gevolgen van klimaatverandering, maar ook het proactief creëren van een robuuste en duurzame leefomgeving. Binnen deze programmalijn gaat het over het aanpassen aan meer hitte, droogte, wateroverlast. • De pijler Circulariteit richt zich op de ontwikkeling van een circulaire economie. Die wordt gekenmerkt door groei, zonder verlies, verspilling of belasting op de beschikbaarheid van grondstoffen. Het draagt bij aan het verlagen van milieu-impact van het gebruik van grondstoffen, het sluiten van kringlopen en behoud van waarde.

Een circulaire economie draagt bij aan het realiseren van CO2-reductie en daarmee aan het bereiken van de klimaatdoelstellingen. De hoofdopgave van dit programma is een toekomstbestendige gemeente Venlo. De Raad heeft aan het college gevraagd een uitvoeringsprogramma op te stellen. Dit is het programma Circulaire en Duurzame hoofdstad 20192022 geworden. Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Venlo heeft zich in deze periode in hoge mate organisch ontwikkeld. De introductie van RES regio’s (Regionale Energiestrategieën) en de verplichte Transitievisie Warmte hebben een belangrijke basis gelegd voor het gemeentelijk beleid op het gebied van duurzaamheid. Deze instrumenten verplichten gemeenten om concreet beleid te formuleren en actie te ondernemen voor een duurzamere energievoorziening. De energiecrisis in 2021-2022 zorgde voor urgentie door de exponentiele stijging van energieprijzen. Dat heeft de beleidsontwikkeling in een stroomversnelling gebracht. Venlo heeft in de transitievisie Warmte doelen gesteld voor de bredere gebouwde omgeving, zoals het streven naar CO₂-neutraliteit in 2050, 55% CO₂ reductie in 2030 en aardgasvrij in 2050. De gemeente sluit daarmee aan bij de bij de doelen van het rijk en van Europa.

Naar verwachting wordt eind 2026 een warmteprogramma opgesteld door de gemeente (voor de gebouwde omgeving), waarin explicieter wordt ingegaan op tussendoelen (waaronder ook tussendoelen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed). 2.3 Doelen en beleid verduurzaming gemeentelijk maatschappelijk vastgoed Vooraf In 2018 is door de gemeente al onderzoek gedaan naar verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Dat leidde destijds tot voorstellen vanuit beleid in een intern ambtelijk adviesrapport. In de jaren na het onderzoek vonden accentverschuivingen binnen de gemeente plaats. Met name het vraagstuk van een gezonde financiele gemeente was belangrijk. Bij de vaststelling van de jaarrekening 2020 heeft de gemeenteraad een bedrag van € 500.0003 beschikbaar gesteld voor de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. 3 Dit bedrag is gesplitst in € 200.000 in 2022 en € 300.000 in 2023.

6

Beleidsuitgangspunten verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo In de loop van 2021 kwam het onderwerp verduurzaming maatschappelijk vastgoed nadrukkelijker op de bestuurlijke agenda. Door de sterk stijgende energielasten vanaf medio 2022, kwam het signaal uit de raad dat de oplopende energiekosten ontwrichtend waren voor de samenleving. Er werd gekeken naar maatregelen om niet alleen inwoners maar ook lokale verenigingen te ondersteunen in hun energiekosten. Mede door de voorbeeldfunctie die de gemeente heeft, ontstond ook de ambitie om het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed versneld te verduurzamen. Daarbij was de insteek om al vanaf het begin niet enkel in te zetten op incidentele ondersteuning, maar om direct ook in te zetten op structurele energiebesparing. Onder gemeentelijk maatschappelijk vastgoed verstaat Venlo ‘gebouwen en terreinen in gemeentelijk eigendom met een publieke functie die (gedeeltelijk) met publieke middelen worden bekostigd’. Het gaat om gebouwen ten behoeve van sport, cultuur, welzijn, onderwijs, eigen kantoren en overig gemeentelijk bezit. De beleidsmatige uitwerking van het verduurzamingsbeleid voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed vindt plaats in de loop van 2021. In december 2021 heeft het college de raad geïnformeerd door middel van een raadsinformatiebrief (RIB).

Daarin heeft het college onder andere de volgende toelichting gegeven: • De verduurzaming van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed is uitgewerkt in een routekaart, waarin onderscheid werd gemaakt in een korte termijn aanpak (start 2022; nadruk op wettelijk verplichte maatregelen met terugverdientijd van maximaal 10 jaar, aanbrengen led-verlichting op sportvelden en plaatsen zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed) en een langer termijn aanpak (start 2025 en verder voor maatregelen met een langere terugverdientijd). • Wettelijk is de gemeente verplicht om voor grotere gebouwen in eigendom met een stroomverbruik van meer dan 50.000 kWh of gasgebruik van meer dan 25.000 m3 energiebesparingsmaatregelen te treffen die volgens het rijk binnen 5 jaar zijn terug te verdienen. Daarbij gaat het om ca. 20 gebouwen in Venlo • De ambitie met verduurzaming verder gaat dan de wettelijke verplichte maatregelen. Daarbij heeft het college aangegeven dat de gemeente ook aan de slag gaat met verduurzamingsmaatregelen binnen de gemeentelijke kernportefeuille vastgoed4 met een langere terugverdientijd. In totaal betreft de gemeentelijke kernportefeuille vastgoed in Venlo ca. 80 gebouwen (inclusief de 20 ‘grootverbruikers’). • In 2022 wordt gestart met twee pilots: cultureel centrum De Hamar en het kleedgebouw van SV Velden.

Daarna volgen andere gebouwen zoals BMV De Vilgaard en poppodium Grenswerk. In totaal gaat het om vier gebouwen in de eerste fase van de aanpak. In deze fase is voor 2022 en 2023 een bedrag van € 500.000 beschikbaar voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed uit het jaarresultaat 2020. • De gemeente zorgt voor optimaal gebruik van de beschikbare rijkssubsidies voor energiebesparende maatregelen (DuMaVa-regeling5) van in totaal (landelijk) € 340 miljoen voor 3 jaar voor het financieren van een deel van de onrendabele top. Het aanvragen van deze subsidies is onderdeel van de voorbereiding van projecten. • De uitvoering van de verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed werd ondergebracht bij het team Vastgoed en Grondbedrijf.

4 Tot de kernportefeuille (maatschappelijk) vastgoed worden gebouwen gerekend waarvan zeker is dat deze nog lange tijd

hun functie voor maatschappelijke doeleinden behouden, in goede conditie zijn en worden gehouden en dus niet voortijdig worden gesloopt. Het totaal aantal gebouwen in bezit van de gemeente bedraagt volgens opgave van de gemeente ca. 200 panden. 5 DuMaVa staat voor subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed.

7

Het college geeft in de betreffende RIB aan dat de verduurzamingsopgave een complexe opgave is. Naast aanbestedingsrecht en (soms) staatsteunrecht heeft de gemeente vaak te maken met meerdere (dak-)eigenaren, meerdere huurders en situaties waar niet de gemeente (als eigenaar) maar de huurder (als exploitant of gebruiker) de energienota betaalt. Het college geeft aan dat er wordt nagedacht om de opbrengsten van lagere energielasten mogelijk (deels) te laten terugvloeien naar de gemeente (in een revolverend fonds) om nieuwe duurzaamheidsmaatregelen te financieren. Feitelijk kiest de gemeente Venlo beleidsmatig voor een zogenaamde ‘pand voor pand’-aanpak, waarbij wordt gekeken naar zowel verplichte als niet verplichte verduurzaming van gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Specifieke beleidsdoelstellingen voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en de bijdrage van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed aan het hogere verduurzamingsdoel binnen de pijler ‘energietransitie’ zijn niet expliciet geformuleerd. Ook heeft de gemeente geen tussendoelen geformuleerd voor de verduurzamingsopgave voor maatschappelijk vastgoed.

Wel is in een RIB van 19 december 2023 door het college expliciet aangegeven dat de rijksdoelstelling om in 2030 tenminste 55% CO2-reductie te realiseren ten opzichte van de uitstoot in 1990 en in 2050 klimaatneutraal te zijn, tevens voor het gemeentelijk (maatschappelijk) vastgoed geldt.

8

3. Aanpak verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo 3.1 Inleiding In 2022 stijgen de energielasten explosief. Dat is aanleiding voor de raad en het college om – aanvullend op de vastgestelde routekaart – extra maatregelen te treffen. De raad besluit op 29 juni 2022 om uit het rekeningresultaat 2021 een budget van € 5 miljoen6 toe te voegen aan de reserve ‘Versnelling aanpak verduurzaming maatschappelijk vastgoed’. Deze middelen zijn bedoeld voor eigen maatschappelijk vastgoed en voor maatschappelijk vastgoed van derden Het is de bedoeling dat de opbrengsten door de verduurzaming terugvloeien in de reserve, waardoor een revolverend fonds 7 ontstaat, waaruit nieuwe verduurzamingsmaatregelen kunnen worden bekostigd. 3.2 Driesporenbenadering Het college stelt de raad in een RIB van 20 september 2022 op de hoogte van de uitbreiding van de aanpak van de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed door in te zetten op drie sporen.

Spoor 1

eigendom

Regeling

initiatiefnemer

Max. bedrag

terugbetaling

gemeente

Integrale

gemeente

•

Geen

Max 50% v/d rendabele investering8

•

plafondbedrag Maatgevende

verduurzaming

terugverdientijd ca. 10 jaar Spoor 2

gemeente

Integrale verduurzaming

gemeente

Ca. 50, 100 of 150 k€, afhankelijk van BVO

Max 50% v/d rendabele investering8

Spoor 3

derde

Stimulerings-regeling

derde

50, 100 of 150 k€,

Lening (terugbetalen in

afhankelijk van BVO

max 10 jaar

Tabel 1: driesporenaanpak VMV Venlo

Spoor 1: Verduurzamen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed met erkende maatregelen Spoor 1 heeft betrekking op gemeentelijke gebouwen met hoge jaarlijks energieverbruiken van meer dan 50.000 kWh aan elektraverbruik respectievelijk meer dan 25.000 m3 gasverbruik. Het betreft ongeveer 20 gemeentelijke gebouwen. Hierop zijn de wettelijk verplichte erkende verduurzamingsmaatregelen van toepassing. Dit zijn maatregelen die binnen 5 jaar kunnen worden terugverdiend en op de landelijke EML-lijst9 staan. 6 Dit bedrag is bestemd voor panden uit sporen 2 en 3 (zie toelichting verderop in de tekst). Dit bedrag is aanvullend op de

door de gemeente eerder beschikbaar gestelde middelen van € 8 miljoen in het coalitieakkoord en de € 500.000 uit het rekeningresultaat van 2020. 7 Uiteindelijk heeft de gemeente geen revolverend fonds ingesteld, maar een structurele taakstelling opgenomen in de begroting voor de lagere energiekosten of lagere bijdrage aan gebruikers van maatschappelijk vastgoed. Dit besluit is door de raad genomen in de meerjarenbegroting 2023-2026, bij vastelling van de programmabegroting in november 2022. 8 De gemeente investeert in spoor 1 en 2. Er is geen sprake van een terugbetalingsregeling als de gemeente zelf de jaarlijkse energiekosten betaalt. 9 EML lijst: erkende maatregelenlijst van RVO met een terugverdientijd van maximaal 5 jaar.

9

Integrale verduurzaming bij spoor 1 (en spoor 2) is afhankelijk van de uitkomsten van de energiescan. Venlo heeft er voor gekozen om een terugverdientijd van indicatief 10 jaar aan te houden voor verduurzamingsmaatregelen in spoor 1. De dan nog resterende maatregelen met een (zeer) lange terugverdientijd zullen plaats vinden via het toekomstige (Duurzame-)MeerJarenOnderhoudsPlan. Aangezien het gemeentelijk vastgoed betreft vindt de voorbereiding en uitvoering van de verduurzaming onder aansturing, regie en controle van de gemeente plaats. Spoor 2: Verduurzamen gemeentelijk maatschappelijk vastgoed zonder erkende maatregelen. Spoor 2 betreft overig gemeentelijk vastgoed met een jaarlijks energieverbruik van minder dan 50.000 kWh aan elektraverbruik respectievelijk minder dan 25.000 m3 gas verbruik. Onder deze categorie valt het merendeel van de gemeentelijke vastgoedportefeuille (meer dan 20 gebouwen). Integrale verduurzaming vindt plaats voor zover mogelijk met als richtlijn voor te investeren bedragen van € 50.000, € 100.000, € 150.000 bij respectievelijk vloeroppervlak tot 500 m2, groter dan 500 m2 dan wel groter dan 2.000 m2. Aangezien het gemeentelijk vastgoed betreft vindt de voorbereiding en uitvoering van de verduurzaming onder aansturing, regie en controle van de gemeente plaats. De gemeente heeft met één installateur een raamovereenkomst afgesloten.

Dit houdt in dat zij zorgdragen voor de planvorming en uitvoering en verantwoordelijk zijn voor een juiste oplevering èn het verdere onderhoud. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van enkele aannemers die kunnen worden ingeschakeld bij constructieve aanpassingen die nodig zijn voor het realiseren van verduurzamingsmaatregelen (denk aan dakversterking voor zonnepanelen etc.). Spoor 3: Verduurzamen maatschappelijk vastgoed dat geen eigendom is van de gemeente Spoor 3 betreft vastgoed van derden die een financiële verbintenis hebben met de gemeente Venlo. Deze derden kunnen zelf initiatief nemen tot verduurzamen van maatschappelijk vastgoed en kunnen daarbij gebruik maken van een gemeentelijke subsidieregeling ‘Stimuleringslening verduurzaming maatschappelijk vastgoed gemeente Venlo’. Voorwaarde is dat in het betreffende gebouw maatschappelijke activiteiten plaatsvinden die (deels) worden gesubsidieerd door de gemeente Venlo gedurende de looptijd van de geldlening. De eigenaar van het gebouw is vrij in de keuze van aannemer of installateur. De eigenaar regelt zelf de voorbereiding en verdere uitvoering van de verduurzaming. 3.3 De Venlose aanpak van verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo is met de aanpak van verduurzaming van maatschappelijk vastgoed begonnen vanuit de routekaart van de VNG.

Van daaruit is een eigen aanpak ontwikkeld, waarbij wordt gestreefd naar een integrale verduurzamingsaanpak. Deze aanpak is door het college formeel vastgesteld in 2022 en met wijzigingen in 2024. Zoals eerder is aangegeven, werkt de gemeente met een ‘pand voor pand’ aanpak. De aanpak van het verduurzamen van een pand of complex begint met een analyse van de huidige situatie (bouwtechnisch, gebruik van het pand) en een energiescan, waarbij wordt onderzocht welke duurzaamheidsmaatregelen en energiebesparende maatregelen kostenefficiënt verantwoord en noodzakelijk zijn. De energiescan leidt tot een integraal verbeterplan op pandniveau. In dat plan wordt gekeken naar de effectiviteit en efficiency van de maatregelen en de terugverdientijd van de investeringen. Het verbeterplan geeft ook aan welke (rijks) subsidiemogelijkheden er zijn voor het financieren van de verduurzamingsopgave. Voor de inventarisatie van bouwtechnische aspecten, het uitvoeren van de energiescan en de uitvoering van de werkzaamheden heeft de gemeente met één installateurs een raamovereenkomst afgesloten. Eind 2024 heeft

10

de in 2021 gecontracteerde partij aangegeven de overeenkomst niet te willen uitdienen. Daaropvolgend is de 2e partij die destijds heeft ingeschreven op de aanbesteding benaderd en gevraagd de lopende overeenkomst over te nemen. Ook deze partij is nu betrokken bij de advisering, voorbereiding en uitvoering van de verduurzamingsprojecten. Bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed waar de gemeente de energierekening betaalt, vloeien de opbrengsten terug naar de gemeente in de vorm van een lagere energierekening. Voor het maatschappelijk vastgoed waar de huurder/gebruiker de energierekening betaalt, vraagt de gemeente een financiele bijdrage van de huurder/gebruiker door middel van een tijdelijke huurverhoging. Daarbij is de doelstelling dat de huurverhoging maximaal 50% bedraagt van de (vooraf) berekende lagere energielasten. De gemeente hanteert in haar berekening van de lagere energielasten de plafondbedragen die destijds door de overheid bij de energiecrisis zijn vastgesteld te weten: elektra € 0,40/kWh en € 1,45/m3 gas (bedragen inclusief BTW). Naast de integrale verduurzaming in de ‘pand voor pand’ benadering zet de gemeente ook in op het verduurzamen van verlichting van sportparken door het aanbrengen van led-verlichting. Deze opgave is inmiddels volledig gerealiseerd.

Bij de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed speelt het isoleren van panden ook een belangrijke rol. Daarbij kan worden gekozen voor het gebruik van duurzame materialen. Desgevraagd heeft de gemeente aangegeven dat er nog vrij weinig gebruik wordt gemaakt van duurzame materialen bij het isoleren van panden. Daarmee is de bijdrage aan de circulaire doelstellingen (pijler 3 van de verduurzamingsopgave) beperkt. In oktober 2022 heeft de gemeente twee informatiebijeenkomsten georganiseerd voor verenigingen en stichtingen over de mogelijkheden van verduurzaming van het bij hen in gebruik zijnde maatschappelijk vastgoed. Ongeveer 30 maatschappelijke organisaties hebben hun belangstelling kenbaar gemaakt. 3.4 Beschikbare middelen voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed Venlo In het huidige coalitieakkoord (2022-2026) heeft Venlo voorgesorteerd op het ravijnjaar 2026. Concreet betekent dit dat de gemeente het ‘surplus’ aan middelen in de jaren 2022-2025 ten opzichte van het ravijnjaar heeft beschouwd als incidentele middelen. Dat heeft geleid tot spelregels voor de begroting in het coalitieakkoord waarbij deze incidentele middelen bij voorkeur zijn ingezet voor maatschappelijke opgaven met een (op termijn) structureel maatschappelijk en/of financieel effect.

Concreet betekent dit dat Venlo in het coalitieakkoord 5 miljoen euro heeft vrijgemaakt voor versnelling verduurzaming van maatschappelijk vastgoed en in de begroting 2023 8 miljoen10. Samen met de eerder beschikbaar gestelde middelen uit de jaarrekening 2020 heeft Venlo € 13,5 miljoen beschikbaar voor de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Venlo heeft in 2022 voor dit bedrag een reserve ingesteld onder de noemer ‘Reserve Versnelling Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed’. Dit bedrag is bedoeld als ‘startkapitaal’ voor verduurzamingsprojecten. Voor projecten uit spoor 1 is een bedrag van € 8,5 miljoen beschikbaar, voor spoor 2 een bedrag van € 3 miljoen en voor leningen in spoor 3 een bedrag van € 2 miljoen. Deze bedragen zijn bedoeld voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed t/m 2027. Naast deze reserve zijn er aanvullende financiële bronnen:

10 Waaronder de eerder genoemde 5 miljoen die de raad op 29 juni 2022 heeft toegekend.

11

• Middelen uit het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP), waarbij verduurzamingsmaatregelen worden geïntegreerd in regulier onderhoud; • DuMaVa11-subsidie, een landelijke regeling voor verduurzaming van maatschappelijk vastgoed. Voor ieder pand wordt afzonderlijk bekeken hoe de kosten worden verdeeld. Over het algemeen wordt circa 75% van de investeringen gedekt vanuit de reserve, aangevuld met middelen uit het MJOP (10-15%) en subsidies (10-15%). Dit zijn indicatieve percentages die per verduurzamingsproject anders zijn. Tevens heeft Venlo – in de plaats van het eerdere plan om een revolverend fonds in te stellen – in de programmabegroting 2023-2026 structureel een bedrag van € 0,6 miljoen aan inverdieneffecten opgenomen. Deze worden gerealiseerd via een allonge (huurverhoging) op het bestaande huurcontract (alleen in spoor 2) of er is een besparing als gevolg van lagere energielasten bij de panden waar de gemeente VMV-investeringen heeft gedaan én de gemeente de energienota betaalt (mogelijk in spoor 1 en spoor 2). .

11 DuMaVa staat voor: subsidieregeling Duurzaam Maatschappelijk Vastgoed

12

4. Ontwikkeling VMV Venlo in de tijd 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op de ontwikkeling van de verduurzamingsopgave vanaf de start t/m de stand van zaken zoals is geschetst in de laatste projectenrapportage uit april 2025. In paragraaf 3.2 schetsen we de start van de monitoring van de verduurzamingsopgave. In paragraaf 3.3 gaan we in op de projectenrapportages. In paragraaf 3.4 besteden we aandacht aan de besteding van middelen. Paragraaf 3.5 gaat in op de ervaringen van gebruikers van maatschappelijk vastgoed bij de verduurzamingsopgave. In paragraaf 3.6 gaan we in op een aantal gesignaleerde knelpunten rond de verduurzamingsopgave. 4.2 Start monitoring voortgang VMV Venlo In de verschillende RIB’s over de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed heeft het college de raad geïnformeerd over de voortgang van de verduurzamingsopgave. In de eerste RIB’s (2021 en 2022) betrof het vooral informatie over de voortgang van de toegezegde pilots en het realiseren van led verlichting op sportvelden. In de RIB van december 2023 heeft het college meer toelichting gegeven op de voortgang van de verduurzaming en een tabel opgenomen met de stand van zaken op pand-niveau. Daaruit blijkt dat voor een aantal gebouwen energiescans in planning staan of zijn uitgevoerd en dat een beperkt deel van de betreffende panden gestart is met de uitvoering.

Ook is een aantal kleinere projecten (deels) gereed. Het betreft vooral kwalitatieve informatie. In de RIB van december 2023 besteedt het college ook aandacht aan een aantal knelpunten, zoals netcongestie (daarover later meer) en bredere vraagstukken die snelle verduurzaming in de weg zitten. De RIB sluit af met de afspraken hoe het college de raad vanaf dat moment informeert over de voortgang. Het college zegt in de RIB van december 2023 toe dat de raad per kwartaal wordt geïnformeerd over de voortgang aan de hand van een uitgebreid overzicht op gebouwniveau. Aanleiding hiervoor waren vragen vanuit de raad over de onderbesteding van verduurzamingsmiddelen. De gemeente heeft tevens een aparte website12 waar informatie te vinden is over de verduurzamingsopgave van Venlo. Daarin staat ook informatie over de verduurzamingsopgave maatschappelijk vastgoed. Deze informatie is echter niet actueel. 4.3 Voortgang verduurzaming maatschappelijk vastgoed Drie projectenrapportages In februari 2024, juni 2024 en april 2025 heeft het college drie voortgangsrapportages opgeleverd waarin op projectniveau de ontwikkelingen rond verduurzaming van maatschappelijk vastgoed aan de raad zijn toegelicht. In deze paragraaf beschrijven de voortgang van de verduurzamingsopgave op basis van deze rapportages.

We geven in deze paragraaf context over de projectrapportages en schetsen een aantal rode draden die we halen uit de voortgang van projecten.

12

https://gemeenteraad.venlo.nl/themas/Dossier-Energietransitie-en-Klimaatadaptatie

13

In de projectenrapportage van april 2025 is gekozen voor een iets gewijzigde opzet. Naast het opnemen van de toegewezen DuMaVa subsidies, is de toelichting op de verschillende projecten anders van opzet. Per project is een kostenmatrix toegevoegd, waarin per project naast de basisgegevens ook informatie wordt opgenomen over: • Het huidige energieverbruik • Uitgevoerde onderzoeken • Overzicht van de te nemen verduurzamingsmaatregelen • Te realiseren (berekende) besparingen • Dekkingsbron van de maatregelen (reserve, MJOP, DuMaVa en eventueel Spuk (bij sportlocaties). Verder is in de laatste projectenrapportage een overzicht opgenomen van gerealiseerde en lopende projecten De meest recente projectenrapportage van april 2025 geeft door de gewijzigde opzet potentieel veel informatie over de voortgang. Er zitten echter een aantal onvolkomenheden in de rapportage, zoals: • Het ontbreken van een legenda bij het projectenoverzicht, waardoor het projectenoverzicht lastig te interpreteren is. • Het projectenoverzicht is veel uitgebreider (veel meer panden) dan de lijst van oorspronkelijke 39 panden. Daardoor is het lastig om een koppeling te maken tussen de projectbladen en het totaaloverzicht in de projectenrapportage. • Voor veel panden is nog niet aangegeven wat de berekende energiebesparing is en berekende CO2 reductie (ook niet voor panden die al verduurzaamd zijn).

• Bij de berekening van de financiële besparing op elektriciteit wordt gerekend met een hogere kWh-prijs dan de huidige marktprijs, namelijk de marktprijs van begin 2024. Daardoor worden de financiële opbrengsten in de projectbladen te hoog voorgesteld. 39 projecten, waarvan integrale verduurzaming voor 18 panden In de drie rapportages komen ca. 39 projecten13 aan bod. In de meest recente projectenrapportage uit april 2025 gaat het om de volgende verdeling tussen de drie onderscheiden sporen: • Spoor 1: 9 projecten • Spoor 2: 22 projecten • Spoor 3: 8 projecten Voor 18 van de 39 panden streeft de gemeente Venlo naar integrale verduurzaming. Het betreft 8 panden uit spoor 1 en 10 panden uit spoor 2. Voor de overige panden verschilt de mate van gewenste verduurzaming. In de projectenrapportages geeft de gemeente een kwalitatieve samenvatting van de integrale verduurzamingsprojecten en wordt vervolgens per project dieper ingegaan op de stand van zaken. Tevens wordt in de projectenrapportages een overzicht gegeven van de gerealiseerde PV-installaties en gerealiseerde ledverlichting. Stand van zaken verduurzaming De analyse van de drie projectenrapportages levert de volgende beelden op over de voortgang van de verduurzamingsopgave van de 39 objecten die de gemeente heeft opgenomen in de projectenrapportage:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/965/documents/24258