CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

525997 BIJL17 Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf

Raadsvergadering 19 november 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 6.3: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo (Albtertushof) (525997)15.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK NIJMEEGSEWEG ONG. TE VENLO GEMEENTE VENLO

Archeologisch onderzoek Nijmeegseweg Ong. Opdrachtgever

te Venlo

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Rapportnummer

@ a ke) a o le) rd _

Versienummer! Datum

Vestiging

NPN 6 april 2020

Lam 3 Er 5 @

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)@econsultancy.nl Opsteller Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

©

(geanonimise rd) (geanonimiseerd)

(geanonimise rd)

ld(geanonimiserd) (geanonimise rd) =

(geanonimiseerd)

Sen (geanonimiseerd) NN. en tekeningen: (geanonimiseerd) tenzij anders vermeld. MN.

Foto's

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) | aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 ISSN: 2210-8785 1

Versie

1 betreft een

beoordeeld

door de

(Analoog rapport) (Digitaal rapport E-depot)

rapport waarvan geen beoordeling bevoegde overheid.

van

de

bevoegde

overheid

is

ontvangen, bij versie

(geanonimiseerd)

2 is het

rapport

wel

Administratieve gegevens

plangebied

Projectcode

9595.001

Toponiem

Nijmeegseweg Ong.

Opdrachtgever

(geanonimiseerd) |

Gemeente

Venlo

Plaats

Venlo

Provincie

Limburg

Kadastrale

Gemeente

gegevens

Omvang plangebied

circa 4.7 ha

Kaartblad

52 H

Coördinaten

Bevoegde

centrum

plangebied

overheid

X:

Venlo, sectie A,

nummers

4198, 6307, 7561 (ged.)

210.153/Y:

Beheer

Gemeente

Venlo

Contactpersoon:

(geanonimise rd) (geanonimise rd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Bureauonderzoek

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)

4712389100

NOaA

Limburgs zandgebied

plaats

en

documentatie

Uitvoerders

(ged.)

378.269

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Archeoregio

7562

(1:25.000)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

ARCHIS3

en

Booronderzoek 4712397100

(geanonimiseerd) ____} (geanonimiseerd) || (geanonimise rd) (geanonimiseerd) | _____} Swalmen/

Provinciaal

en

Archeologisch Depot Limburg MA (geanonimiseerd) |

Kwaliteitszorg

(geanonimiseerd) is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is (geanonimiseerd) lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden

kwalitatief

heid. Tevens

belangen

van

hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarbij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOIA). De VOIA behartigt de meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie.

BEM

is (geanonimiseerd) eangestoten

Betrouwbaarheid is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken

Dit onderzoek

kracht

derzoek

van

de

zijnde regelgeving.

Een

booron-

bodem, waardoor het, op basis

de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar BN (geanonimiseerd) voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan (geanonimiseerd) niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie. (geanonimiseerd) | van

(geanonimiseerd)

Ne

SAMENVATTING

Econsultancy heeft

in

opdracht

(geanonimiseerd) in uni en september 2019 een GN

van

archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen realisatie van een huisvestingslocatie voor circa 750 arbeidsmigranten en een herdenkingspark. Het is plangebied gelegen aan de Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo in de gemeente Venlo. plangebied zullen woningen en een herdenkingspark worden gerealiseerd. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van In het

(1992)

ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of er archeologische waarden aanwezig zijn binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Malta

Doel van

de Wet

en

het bureauonderzoek

is een

antwoord

te vinden

op de vraag

wat de

gespecificeerde

archeo-

logische verwachting voor het plangebied is. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.

Het

(IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en

inventariserend

derzoek middel

van

bouw

is

boringen. Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in

binnen

demprofiel Met de

veldonderzoek

de

voor

resultaten

archeologische noodzakelijk is.

het

van

bureauonderzoek

plangebied vanaf

de

dat

landschappelijke ligging blijkt jagers-verzamelaars en vanaf het

sporen

die

rondom

het

menselijke

activiteiten

cum

tot en

Nieuwe

bied

is dien ten

er

Resultaten Uit de

met

het

gische

door

vinden

op wat de bodemopplangebied aangetroffen bo-

Paleolithicum

landbouwers.

en

het historische

het

De

gunstig is geweest archeologische vondsten

kaartmateriaal in de

onderzoeksgebied de archeologische

van

laten

perioden

resten

zien

dat

Paleolithi-

in het

plange-

veldonderzoek

inventariserend

delijke noordwestelijke plangebied geen archeologische

noord(oostelijk) in situ

het

voor

plangebied zijn gevonden plaats gevonden in

deel

en

In het

Neolithicum

tijd. De kans op het voorkomen gevolgen hoog voor alle perioden.

resultaten van

waarden

het

hebben

inventariserend

bodem.

toetsen

archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing

waarden

Uit

en

te

gespecificeerde archeologische verwachting.

Gespecificeerde archeologische verwachting voor

te het

in het bureauon-

van

van

kunnen

(IVO,

veldonderzoek door

nu

resten

deel

aanwezig

het

meer

het

middel te

van

verwachten

plangebied

is de

verkennende

booronderzoek

zijn bodem

door

de

dermate

fase) blijkt dat onderzochte sterke

in het

zui-

deel

van

het

verstoring

van

de

intact dat hier archeolo-

zijn.

Conclusie Daar

waar

door middel

het

bodemprofiel

van

booronderzoek

archeologische

Rapport 9595.001 versie 2

waarden

is

verstoord,

binnen

onderzochte

niet meer

deel

in situ worden

het van

zuidelijke en noordwestelijke deel van het nu plangebied, kan worden geconcludeerd dat

het

verwacht.

In het

noord(oostelijk)

deel

van

het

plan-

Ne

gebied zijn de verstoringen zijn.

dermate

marginaal

dat

hier nog

wel

archeologische

resten

in situ te

ver-

wachten

Advies een plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert (geanonimiseerd) EN de waarden ín situ worden bedubbelbestemming archeologie waarbij mogelijke archeologische waard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht

In

het

het

niet

mogelijk zijn om

om

een

karterend

zochte

deel

het

de

archeologische

behouden,

dan

adviseert

(geanonimiseerd)

uit te voeren.

In de

rest

het

in situ te

zuidelijke en noordwestelijke met 17), worden geen archeologische resten in situ meer verwacht. wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. van

plangebied,

waarden

proefsleuvenonderzoek

waarderend

en

Tijdens

het

best dat

aangetroffen

boringen

niet

kennend

booronderzoek

het

veldwerk

gezet

bleek

Bovenstaand

worden.

legd

de

aan

betreft

deel

dat een

tijdens

was

bureauonderzoek

het

deel

Het

de

advies

uit te voeren

ook voor dit deel

bevoegde

van

de

na van

overheid

nu

(bij boringen 1, 8 en

Voor

dit deel

van

het

onder-

11 tot

en

plangebied

plangebied niet toegankelijk was al gevolg van asgebouw. Hierdoor konden zeven van de geplande deel van het plangebied is om hier alsnog een ver-

een

dit

voor

advies, opgesteld

een

het

van

sloop

van

asbestsanering om de archeologische verwachting plangebied te toetsen.

van

het

door

(geanonimiseerd) Het advies MN

is ter

goedkeuring voorge-

(gemeente Venlo).

Selectiebesluit De gemeente Venlo neemt het advies over om het onderzochte gedeelte telijk vrij te geven op basis van de aangetroffen verstoring. Opgemerkt een zo

derde snel

het

van

mogelijk

duidelijk is en

plangebied nog

uit te voeren,

een

volledig

Het selectiebesluit voor

niet is onderzocht.

zodat ook

de

selectiebesluit kan

zover

Gevraagd

verwachtingswaarde worden

dat op dit moment

kan

wordt van

van

moet

om

het

het

plangebied gedeel-

worden

dat

het onderzoek zuiddeel

van

ongeveer hier

het

alsnog plangebied

genomen. worden

genomen,

houdt

in dat ten

behoeve

van

ontwikkeling in ieder geval in het noordoostelijke gedeelte van het plangebied (zie in het 11 fig. rapport) vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van proefsleuven. Voor dit onderzoek dient een Programma van Eisen ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden aangeleverd. de voorgenomen

tijdens de graafwerkzaamheden in het nu door BEN (geanonimiseerd) vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij de gemeente Venlo, de Provincie Limburg of bij het Ministerie van OCW (de RijksMochten

dienst voor het Cultureel

2

Infodesk email:

Erfgoed)?

info@cultureelerfgoed.nl of tel: 033-4217456

Rapport 9595.001 versie 2

INHOUDSOPGAVE

1

INLEIDING

2

BUREAUONDERZOEK 2. 1 2. 2 2. 3 2. 4 2. 5 2. 6 2. 7 2. 8 2. 9

3

. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

Doelstelling en onderzoeksvragen Methoden Afbakening en huidige situatie van het plangebied Toekomstige situatie Aardwetenschappelijke gegevens Archeologische waarden Beschrijving van het historische gebruik Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel Conclusie bureauonderzoek

1

1 1 2 3 3 6 11 12 14

. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

Doelstelling en onderzoeksvragen Methoden Resultaten Conclusie veldonderzoek

. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

14

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

14 15 15 16

.. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

17

.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

19

.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

20

. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .

CONCLUSIE EN ADVIES

LITERATUUR

BRONNEN

1

. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. .

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4

4

. . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . ..

Rapport 9595. 001 versie 2

LIJST VAN TABELLEN Tabel Tabel Tabel Tabel Tabel

I. II. III. IV. V.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Grondwatertrappenindeling Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Gespecificeerde archeologische verwachting Verstoringsdiepten in het plangebied

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied Situering van het plangebied binnen de historische kaarten Boorpuntenkaart Advies

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken AMK-terreinen

Onderzoeksmeldingen Vondstmeldingen Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus

Boorprofielen

Rapport 9595. 001 versie 2

Ne

1

INLEIDING

(geanonimiseerd) heeft in opdracht van een MN (geanonimiseerd)

archeologisch

onderzoek

uitgevoerd voor een plangebied gelegen aan de Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo in de gemeente Venlo (zie figuur 1). De initiatiefnemer is voornemens een huisvestingslocatie voor circa 750 arbeidsmigranten te ontwikkelen (permanente locatie voor tijdelijk verblijf) en een herdenkingspark te realiseren. Om

deze

ontwikkeling mogelijk te maken, moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd. Hierbij moet ook inzichtelijk te worden gemaakt welke archeologische waarden binnen het plangebied kunnen worden verwacht. De noodzaak tot archeologisch onderzoek vloeit voort uit het Verdrag van Malta (1992) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2006). Het

archeologisch

onderzoek

veldonderzoek

(IVO-overig,

de

van

resultaten

het

bestaat

uit een

verkennende

bureauonderzoek

fase)

door middel

wordt

een

advies

uitgevoerd

in

onderzoek

(hoofdstuk 2) en een inventariserend boringen (hoofdstuk 3). Op basis van

van

of

gegeven

vervolgstappen

noodzakelijk

zijn

(hoofdstuk 0). Het

archeologisch

onderzoek

is

KNA-archeoloog) en BEN (geanonimiseerd) (senior prospector). B

(geanonimiseerd) MA

2

juni

september 2019 door ll (geanonimiseerd) KN (geanonimiseerd) (senior Het rapport is gecontroleerd door ll (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

en

(prospector).

_BUREAUONDERZOEK

2.1

Doelstelling

Het doel

van

onderzoeksvragen

en

het bureauonderzoek

is om

archeologische verwachting ventarisatie gemaakt van bekende voor

gegevens.

Aan

de

hand

van

het

deze

een

antwoord

te vinden

is.

Om

deze

wordt

het

plangebied aardwetenschappelijke, inventarisatie

op de vraag

vraag

wat de

gespecificeerde

te beantwoorden

wordt

een

in-

archeologische en (cultuur)historische gespecificeerd archeologisch verwach-

tingsmodel opgesteld. 2.2

Methoden

archeologisch onderzoek is uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 4000 KNA, versie 4.1, 24-05-2018) en conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1, 24-05-2018), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Het

de

uitvoering

van

het

LS05.

De resultaten

van

dit onderzoek

worden

Binnen

dit onderzoek

de

werkzaamheden

zijn

bureauonderzoek

gelden de specificaties LSO1, LSO2, LSO3, LS04 en rapport weergegeven conform specificatie LS06.3

Voor

volgende

>

afbakening van het plangebied komstige gebruik (LSO1);

ad ad

beschrijving beschrijving

3

van

de

van

de historische

huidige

en

en

in dit

vaststellen

toekomstige situatie en

verricht:

van

situatie

de

consequenties

van

het

mogelijk

toe-

(LS02);

mogelijke verstoringen (LSO3);

Beschikbaar via www.sikb.nl.

Rapport 9595.001 versie 2

Pagina 1 van 20

Ne

beschrijving

>

ed

bekende

van

archeologische

historische

en

gegevens

(LS04);

opstellen

van

een

gespecificeerde verwachting (LSO5).

van

deze

werkzaamheden

Bij

het uitvoeren

Rn,

het

zijn

de

volgende

waarden

bronnen

aardwetenschappelijke

en

geraadpleegd:

Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS);

Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLode

ket); literatuur en

R,

historisch

bouwhistorische de recente

kaartmateriaal;

gegevens;

topografische

kaart

luchtfoto's; het Actueel Hoogtebestand

(schaal 1:25.000);

recente

Nederland

(AHN);

Provinciaal

Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg; de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Venlo; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging.

2.3

Afbakening

en

huidige

situatie van

het

plangebied

Afbakening Er

dient een

onderscheid

plangebied

is

het

gebied

gemaakt

te

waarbinnen

worden

tussen

feitelijk

de

het

onderzoeksgebied en het plangebied. ingreep gaat plaatsvinden.

Het

bodemverstorende

Het

onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 500 meter rondom

De

het

plangebied.“

onderzoekslocatie

kilometer ten

(oppervlakte

Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat,

de

(ged.)

7562

(ged.). Volgens het midden

van

in de

topografische

de

Venlo

1

twee

Het

van

Venlo

ha) ligt aan

en

van

kern van

4.7

+NAP.

coördinaten

de

circa

gemeente (zie figuur figuur 2). Volgens Hoogtebestand Nederland (AHN) bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 22 m gebied is kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie A, nummers 4198, 6307, 7561

het Actueel

noorden

(1:25.000), zijn

de

belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en archeologische verwachting. Hiervoor is gebruik gemaakt

be-

kaart

de onderzoekslocatie

Nederland,

van

X: 210.153/Y:

52

en

H

378.269.

Huidige situatie Voor

het

bouwing

bureauonderzoek kunnen

van

is het

van

zijn

op de

invloed

veldinspectie).

Het

plangebied

bebouwd

en

deels

verhard

Vigerend beleid” Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Het doel gische waarden uit het verleden verloren gaan. In deze

van

deze

wet is te voorkomen

wet

zijn

de

meest

recente

als

grasland,

naar/gebruiker

4

Binnen

deze

gegevens

(waaronder

groenvoorziening

en

is

een

deels

is momenteel

(zie

figuur 3).

van

in

gebruik De eige-

is onbekend.

straal wordt

archeologische verwachting

geacht van

het

dat er voldoende

informatie beschikbaar

de

is om

gemeenten

een

dat archeolo-

verantwoordelijk

gefundeerde uitspraak

te doen

voor

over

de

plangebied.

(geanonimiseerd) 2015. SN.

Rapport 9595.001 versie 2

Pagina 2 van 20

het beheer van het bodemarchief binnen hun grondgebied. Voor een goed beheer van dit bodemarchief gebruikt de gemeente een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart geeft een gemeentebreed overzicht van bekende en te verwachten archeologische waarden. De kaart maakt inzichtelijk waar en bij welke ruimtelijke ingrepen een archeologisch onderzoek verplicht is en wordt als toetsingskader gebruikt voor ruimtelijke procedures. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Venlo ligt de gehele onderzoekslocatie in een gebied met een hoge of middelhoge/hoge archeologische verwachting (Figuur 4). In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een onderzoekslocatie groter dan 500 m² en bodemingrepen dieper dan 40 cm -mv er vroegtijdig een inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd.

Ondergrondportaal Op verschillende plekken in Limburg is de bodem verontreinigd. Onderzoek is nodig om vast te stellen of op die plekken maatregelen nodig zijn en waarvoor de bodem gebruikt kan worden. De Provincie stelt een aantal gegevens beschikbaar over bodemlocaties (LI-codes) waar de Provincie Limburg bevoegd gezag voor is. Dit gebeurt via het Ondergrondportaal. Binnen het plangebied zijn voor zover bekend binnen het Bodemloket geen milieuhygiënische onderzoeken uitgevoerd. 6 2. 4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik/inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde. In het plangebied is woningbouw en een herdenkingsplaats gepland. Hierbij zal een gebied met een oppervlakte van 47 hectare worden heringericht. Het oppervlak en de diepte van verstoring ten behoeve van de nieuwbouw is onbekend maar eventuele archeologische waarden in de bodem kunnen verstoord raken. De toekomstige gebruikers zijn onbekend. ,

2. 5

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. ,

De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel I.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens

Gegevensomschrijving

Geologie 7

Formatie van Beegden; rivierzand en –grind (Be3)

Maasterras 8

Rand Maasterras uit het Saalien (circa 230. 000 tot 126. 000 BP) naar het Maasterras uit het Allerød (circa 14. 500 - 12. 850 BP)

Geomorfologie 9

Grootste deel dekzandruggen (+/- oud landbouwdek) ((code 3L5) , zuidwest rand laag landduin (code 4K19)

6 Ondergrondportaal. 7 Mulder et al. , 2003. 8 Van

den Berg , 1996.

9 Alterra , 2003.

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 3 van 20

Bodemkunde 10

Grootste deel opgehoogd of opgespoten (code GR) , zuidwest rand den; grof zand (code Hd30)

Grondwatertrap

Grootste deel onbekend , zuidwest rand VII

Haarpodzolgron-

Landschappelijke ontwikkeling Het terrassenlandschap langs de Maas is ontstaan gedurende de verschillende koude en warme perioden van het Kwartair. Tijdens koude perioden heeft de Maas een vlechtend karakter gehad met een brede riviervlakte en een opeenhoping van sedimenten. Gedurende de overgang van een koude naar een warme periode sneed de rivier zich in het rivierterras in. Daarna begon de Maas te meanderen waarbij de rivier zich concentreerde in één geul en er verschillende sedimenten in de bedding op de oever en in de naastgelegen komgronden werden afgezet. De oudste terrassen liggen hoog de jongere lager. Kenmerkend zijn de vele geulen (insnijdingen) binnen de terrasniveaus. De Maas heeft zich herhaalde malen verlegd zodat behalve de huidige rivierloop diverse oude geulen vaak in de vorm van een meanderbocht zijn achtergebleven. Deze meanders zijn scherp begrensd en liggen aanmerkelijk lager in het landschap dan de aangrenzende niet-geërodeerde afzettingen. Hierdoor is een landschap ontstaan met grotere en kleinere plateaus die veel steile randen hebben naar de geulen. De gronden binnen deze plateaus betreffen vaak oude kleigronden en bruine oude bouwlanden. De meanders zijn meestal opgevuld met jonge rivierklei. Plaatselijk wordt er binnen meanders zand aangetroffen of heeft er enige veenvorming plaatsgevonden (broekveen) wanneer meanders zijn afgesloten.

Behalve in zijn eigen afzettingen (grove grindrijke rivierzanden behorende tot de Formatie van Beegden) heeft de Maas zich ook ingesneden in het westelijk gelegen dekzandgebied en deels in het gebied van de rivierstuifduinen waardoor deze hoger gelegen geïsoleerde delen vormen. Daarnaast zijn de afzettingen van de hogergelegen terrassen deels bedekt door dekzandafzettingen. De vorm van oude meandergeulen zijn op de kaart goed te herkennen bij de overgang naar het dekzandgebied. Het plangebied bevindt zich binnen de Laat-Pleistocene en Holocene riviervlakte die zich uitstrekt aan weerszijden van de Maas. In het westen worden de Maasterrassen begrensd door een steile rand van het hoger gelegen dekzandgebied en in het oosten door de steile rand van de oude Rijnterrassen. De terrassen ten oosten van de Maas worden lokaal bedekt met afzettingen van rivierstuifduinen. Vanaf hun ontstaan zijn de Maasterrassen aantrekkelijk geweest voor de mens. In eerste instantie voor tijdelijke kampementen van jagers en verzamelaars en later voor permanente agrarische nederzettingen. Mensen vestigden zich op de hoogste delen van het terras met name op oeverwallen en rivierduintjes. 11 Het plangebied ligt op een terras dat is ontstaan gedurende het Saalien (circa 230. 000 tot 126. 000 BP).

Direct ten westen en mogelijk al deels aan de westrand van het plangebied bevindt zich het lagergelegen terras uit het Allerød (circa 14. 500 - 12. 850 BP). 12 ,

, ,

,

,

,

,

,

,

,

DINO 13 Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen grondwatergegevens sonderingen geo-elektrische metingen resultaten van geologische geochemische en geomechanische monsteranalyses boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. ,

,

,

,

,

,

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. 14 Hieruit blijkt dat de ondergrond ten noordwesten van het plangebied bestaat uit een meter dik pakket fijn zand matig humeus sterk siltig op een twee ,

,

10 Stichting voor Bodemkartering , 1975. 11 Berendsen , 2008. 12 Van den Berg , 1996. 13 www. dinoloket. nl. 14 DINO boornummers

Rapport 9595. 001 versie 2

B52H0380 , B52H0386 en B52H0377.

Pagina 4 van 20

meter dik pakket (tot einde boring) matig grof zand dat onderaan siltig is. Ten westen bestaat de ondergrond uit een 20 cm dikke laag humeus fijn zand hieronder ligt tot 2 meter onder maaiveld matig grof zand. Vanaf 2 tot 380 meter onder maaiveld ligt een pakket leem dat onderin sterk zandig is op sterk siltig fijn zand (tot 4 meter onder maaiveld einde boring). Ten oosten van het plangebied bestaat de ondergrond uit een 20 cm dikke laag humeus fijn zand hieronder ligt tot 15 meter onder maaiveld matig fijn zand. Vanaf 15 tot 2 meter onder maaiveld ligt een pakket leem op matig fijn onderin siltig zand (tot 4 meter onder maaiveld einde boring). ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Uit de boringen blijkt dat onder een antropogeen humeus dek afzettingen zijn aangetroffen die zijn afgezet door de Maas (o. a. de leemafzettingen) of (verstoven) dekzand betreffen (fijn zand).

Geomorfologie De geomorfologische kaart van Nederland (1:50. 000) geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied voor het grootste deel op dekzandruggen (+/- oud landbouwdek) ((code 3L5) met aan de zuidwest rand een complex lage landduinen (code 4K19) (zie figuur 5). Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) 15 Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Uitgaande van het AHN ligt het plangebied op een Maasterras doorsneden door grote oude meanderbochten (zie figuur 6). Ten zuidwesten en noordoosten van het plangebied zijn hoger gelegen landduinen zichtbaar. Het plangebied zelf vertoont weinig reliëf en ligt lager dan de bebouwde terreinen ten zuiden en oosten van het plangebied. Bodemkunde Volgens de Bodemkaart van Nederland (1:50. 000) is het plangebied voor het grootste deel opgehoogd of opgespoten (code GR) met aan de zuidwest rand Haarpodzolgronden; grof zand (code Hd30) (zie figuur 7). Haarpodzolgronden zijn humuspodzolgronden met een dunne A1 (dunner dan 30 cm) en met ijzerhuidjes op de zandkorrels direct onder de B2.

Ze komen in dit gebied alleen voor in leemarm en zwak lemig fijn zand. Dat het terrein opgehoogd is verklaart de boring uit het dinoloket die ten noordwesten van het plangebied is gezet en waarbij onder het maaiveld een meter dik pakket fijn zand matig humeus is aangetroffen. Dit is hoogst waarschijnlijke antropogene pakket zou opgeworpen kunnen zijn maar uit de AHN valt geen verhoging in het plangebied op te maken. ,

Boringen en/of sonderingen In het plangebied zijn in het kader van andere bodemonderzoeken (nog) geen boringen dan wel sonderingen gezet waarvan de resultaten gebruikt kunnen worden voor dit bureauonderzoek. Bij een onderzoek van RAAP in 2007 zijn ten noordwesten van het plangebied boringen gezet. Uit de boringen in het bos rondom klooster Albertushof blijkt duidelijk dat (overeenkomstig de gegevens van de bodemkaart) zich een (haar-)podzolbodem heeft gevormd in dit gebied. In het merendeel van de boringen is waargenomen dat deze podzol verstoord is ('gebroken podzol') waarschijnlijk als gevolg van bosaanplant. Alleen bij drie boringen is een intacte bodem waargenomen. Opvallend is dat de overgangen tussen de verschillende horizonten zeer geleidelijk is. In een boring op een hoge landduin is direct onder het bosstrooisel (landduin-)zand aangetroffen; het ontbreken van bodemvorming wijst erop dat dit duin betrekkelijk recent is gevormd. In de boringen die het dichts bij het huidige plangebied liggen is boven de C-horizont een recent opgebrachte laag waargenomen waarin onder andere kroonkurken zijn gevonden. 16 ,

15 www. ahn. nl. 16 Verhoeven , 2007.

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 5 van 20

Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland

(1:50. 000) weergegeven. Tabel II geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling 17

Tabel II. Grondwatertrap

I

II'

III'

IV

V'

VI

VII "

VIII

GHG (cm -mv)

-

< 40

< 40

> 40

< 40

40-80

> 80

> 140

GLG (cm -mv)

< 50

50-80

80-120

80-120

> 120

> 120

> 120

-

') ")

Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven " zeer droog deel " heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld

Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom vooral in het verleden een aantrekkelijk vestigingsgebied. Ook ,

,

,

is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied bevindt zich in een gebied dat aan de westzijde wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Doordat het plangebied deels opgehoogd is is de grondwatertrap in dat deel niet gekarteerd. Uit extrapolatie van grondwatergegevens is het aannemelijk dat het gehele plangebied in een gebied ligt dat wordt gekenmerkt met een grondwatertrap VII. Deze grondwatertrap maakt het plangebied een gunstige vestigingslocatie voor landbouwsamenlevingen. Vanwege deze diepe grondwaterstand is niet te verwachten dat de toekomstige bebouwing het grondwaterpeil zal beïnvloeden. ,

2. 6

Archeologische waarden

Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). 18 In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. ,

De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 8. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMKterreinen waarnemingen vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 500 m weergegeven. Aangezien de gemeentelijke beleidskaart een hoger detailniveau heeft dan de landelijke IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) is de IKAW voor het onderzoek niet geraadpleegd. ,

,

17 Locher & Bakker , 1990. 18 Archeologisch informatiesysteem Archis3 , Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) , Amersfoort

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 6 van 20

Provinciale archeologische aandachtsgebieden provincie Limburg De Provincie Limburg heeft in maart 2008 besloten haar verantwoordelijkheid voor archeologie te gaan beperken tot waarden van provinciaal belang. Daartoe heeft ze een aantal zgn. archeologische aandachtsgebieden aangewezen. Dit zijn representatieve en relatief gave delen van de verschillende Limburgse cultuurlandschappen met een groot potentieel aan archeologische waarden. De Provincie wil zich inzetten voor het behoud en onderzoek van archeologische waarden in deze gebieden. Het betreft zes soorten gebieden verspreid over 16 verschillende gemeenten. Het uitgangspunt hierbij is niet de bescherming van het gehele aandachtsgebied. Het is immers niet van te voren bekend welke waarden aanwezig zijn en waar de vindplaatsen exact liggen. Basisprincipe voor het beleid is een hoge kwaliteit van het archeologisch onderzoek. Omdat niet alle vindplaatsen even belangrijk zijn en niet alle waardevolle vindplaatsen behouden kunnen blijven zullen in het gehele archeologische onderzoekstraject keuzes gemaakt moeten worden. Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen dus wel plaatsvinden in de geselecteerde gebieden maar alleen als er in een vroegtijdig stadium adequaat archeologisch onderzoek wordt verricht. Er worden immers waarden verwacht die van provinciaal belang zijn.

Volgens de Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied kaart van de provincie Limburg ligt het plangebied niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied. 19 ,

,

,

AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied 20 De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland. De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit zeldzaamheid representativiteit ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde een hoge archeologische waarde een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. ,

,

,

,

,

Het plangebied ligt niet binnen een AMK-terrein. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie bijlage 2 en figuur 8). Het AMK-terrein 480 meter ten noorden van het plangebied geeft aan dat in het onderzoeksgebied menselijke activiteiten in het Mesolithicum hebben plaats gevonden. ,

,

In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied 21 Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal zeven archeologische onderzoeken uitgevoerd. Het gaat daarbij om bureauonderzoeken booronderzoeken (verkennend/karterend) en een proefsleufonderzoek (zie bijlage 3 en ,

figuur 8). De resultaten van de onderzoeken die rondom het plangebied zijn uitgevoerd laten zien dat een aantal onderzoekslocaties zijn vrijgegeven na een booronderzoek (na een bureauonderzoek) Bij een groot aantal onderzoeken staat in Archis niets vermeld. De beschikbare en relevante publicaties van de omliggende archeologische onderzoek worden hieronder behandeld. Vondstmeldingen binnen het onderzoeksgebied 22 In ARCHIS staan alle bekende archeologische vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied staan negen vondstmeldingen geregistreerd (zie bijlage 4 en figuur 8). De vondsten en sporen die rondom het plangebied zijn gevonden laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Paleolithicum tot en met Nieuwe tijd.

19 Provinciaal Omgevingsplan Limburg. 20 Archeologisch informatiesysteem Archis3 , Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) , Amersfoort 21 Archeologisch informatiesysteem Archis3 , Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) , Amersfoort 22 Archeologisch informatiesysteem Archis3 , Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) , Amersfoort

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 7 van 20

Wetenschappelijke publicaties , archieven en provinciaal archeologisch depot In het kader van dit bureauonderzoek zijn de beschikbare en relevante publicaties van de omliggende archeologische onderzoeken van geraadpleegd. Er heeft in het kader van dit bureauonderzoek geen archiefonderzoek plaats gevonden aangezien verwacht werd dat dit voor dit plangebied geen meerwaarde zou hebben. ,

Het plangebied ligt binnen een groter plangebied dat door RAAP in 2007 is onderzocht. 23 In dat plangebied is een aantal archeologische vindplaatsen uit het Mesolithicum de Vroege Middeleeuwen en niet nader gedateerde Steentijd-perioden bekend. Bovendien heeft zich een aantal boerderijen uit de 15 e en 17 e eeuw in het plangebied bevonden. Deze gebouwen zijn nu verdwenen. Klooster Albertushof (ca. 1930) 24 en de twee boerderijen waar het klooster tegenaan is gebouwd (datering onbekend) bestaan echter nog. 'Berg'- en 'kamp'-toponiemen duiden op een reliëfrijk dekzandgebied met zogenaamde kampontginningen dat wil zeggen kleine ontginningen in voor landbouw vrij marginale gebieden. Ondanks de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jagers-verzamelaars in de onbebouwde hoge delen van het plangebied (de landduinen) en voor vindplaatsen van landbouwers in eventueel aanwezige esdekken in het oosten van het plangebied zijn er geen archeologische vindplaatsen aangetroffen tijdens het veldonderzoek. Op basis van het onderzoek worden tweeaanbevelingen gedaan. - Gebied rondom Albertushof en gebied in het noordwesten. Aangeraden wordt om de bosgebieden rondom klooster Albertushof en in het noordwesten van het plangebied te ontzien bij planuitvoering. Deze gebieden zijn namelijk in archeologisch en historisch opzicht waardevol.

In het gebied rondom het klooster zijn twee mesolitische vindplaatsen alsmede zones met intacte bodemprofielen aanwezig waar zich nog vindplaatsen in situ kunnen bevinden. Bovendien bevinden zich hier waardevolle historische elementen zoals het oude klooster Albertushof. De intacte bodemprofielen in boringen in het noordwesten van het plangebied duiden op een zone waar zich nog vindplaatsen uit de Steentijd (Mesolithicum?) in situ kunnen bevinden. Indien behoud niet mogelijk is wordt aanbevolen om in een zone van 50 meter rondom de boringen met onverstoorde bodemprofielen bij eventuele planvorming een specifiek op kleine vindplaatsen uit de Steentijd (kampementen) gericht karterend booronderzoek te laten uitvoeren. - Overig gebied. Vanwege de bouwactiviteiten die geresulteerd hebben in een zeer dichte bebouwing (van vooral bedrijfsgebouwen) wordt aangenomen dat de bodem overal waar gebouwd is zwaar is verstoord. Derhalve wordt geen verder archeologisch onderzoek aanbevolen voor deze terreinen. Met betrekking tot bekende archeologische vindplaatsen in dit gebied wordt verwacht dat deze allemaal zijn verstoord vanwege de bouwactiviteiten. Derhalve wordt voor deze vindplaatsen geen nader onderzoek aanbevolen.

Wel wordt aangeraden om in de mogelijk onverstoorde onbebouwde gebieden archeologische vervolgonderzoek te laten plaatsvinden indien deze terreinen verstoord dreigen te worden. In aansluiting op de aanbevelingen op de archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente Venlo wordt voorgesteld deze gebieden alleen te onderzoeken indien deze groter zijn dan 150 m². ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Ongeveer 190 meter ten westen van het plangebied zijn vier onderzoeken uitgevoerd. Voor een groot gebied heeft RAAP in 2005 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd. 25 In 2015 heeft BAAC voor een kleiner deel een bureau- en booronderzoek uitgevoerd dat in 2016 opgevolgd is door een proefsleuvenonderzoek. Het plangebied van RAAP kenmerkt zich door een sterke variatie in landschapstypen en bodemontwikkeling. Beide factoren zijn van grote invloed op de specifieke archeologische verwachting voor het 23 Verhoeven , 2007. 24 Opmerking gemeente Venlo: Klooster Albertushof is omstreeks 1905 gesticht. 25 Dijk , 2005.

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 8 van 20

plangebied. Tijdens het veldonderzoek is meer inzicht verkregen in de landschappelijke ontwikkeling van het deel van het plangebied dat langs de Maas ligt. Het esdek dat volgens de bodemkaart westelijk van de Genooierweg ligt loopt in noordelijke richting niet door tot de A67 maar is aanzienlijk smaller ten noorden van de Stepkensbeek. Deze beek is overigens zeer waarschijnlijk (grotendeels) gegraven in of na de (Late-) Middeleeuwen en heeft dus geen natuurlijke oorsprong. In één boring zijn mogelijk resten van een veldbrandoven uit de Late-Middeleeuwen of Nieuwe tijd aangetroffen. Deze ligt in een pleistocene Maasgeul die met klei is opgevuld. De resultaten van het veldonderzoek sluiten aan op die van het bureauonderzoek. Zij versterken de archeologische verwachting voor het plangebied; er werd onder meer uitgegaan van een hoge verwachting voor kampementen van jagerverzamelaars uit de Steentijd langs de Maas evenals een hoge verwachting voor vindplaatsen van prehistorische Romeinse en laatmiddeleeuwse landbouwers voor de vruchtbare hoger gelegen delen van het Maasdal. De kwaliteit van de mogelijke archeologische vindplaatsen in het plangebied kan erg variëren. Meestal zal de kwaliteit van de vindplaatsen matig zijn omdat door landbouw- en andere menselijke activiteiten de top van de bodem (inclusief de archeologische cultuurlaag) is verstoord.

Bovendien is in goed ontwaterde zones (het grootste deel van het plangebied) naast grondsporen hoofdzakelijk onvergankelijk materiaal geconserveerd zoals aardewerk vuursteen en (verbrande) leem. Dit is echter een algemeen gegeven voor het grootste deel van het Noord-Limburgse Maasdal. Archeologische vindplaatsen kunnen plaatselijk goed zijn geconserveerd doordat ze zijn bedekt door natuurlijke afzettingen (zoals direct langs de Maas) of een esdek. Mogelijk zijn (archeologische) organische resten in de oude Maasgeulen geconserveerd. Er zijn acht archeologische vindplaatsen uit het plangebied bekend. Het betreft twee vindplaatsen uit de Steentijd drie vindplaatsen uit de Romeinse tijd en twee vindplaatsen uit de Late-Middeleeuwen. Een van de Romeinse vindplaatsen is opmerkelijk: een Romeinse wachtpost. Een aparte post-middeleeuwse vindplaats is de Onze Lieve Vrouwekapel die uit 1631 dateert en in 1757 westwaarts is vergroot. Vlak daarbij ligt een boerderij met een aan de westgevel aangebouwde kruiskapel als onderdeel van het kapelcomplex van Genooi. De boerderij dateert uit omstreeks 1846. De kapel is sinds 1971 een beschermd rijksmonument (Rijksmonument,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

nummer

37208).

Uit het bureauonderzoek van BAAC blijkt dat het plangebied ligt op het Middenterras dat in het Bølling-Allerød-interstadiaal door insnijding buiten het bereik van het Maaswater kwam te liggen. In de daarop volgende periode de Late-Dryas (tussen circa 12. 850 en 11. 650 jaar geleden) is op de overgang van het Laagterras naar het Middenterras rivierzand opgewaaid waardoor een duingebied is ontstaan. Het oostelijke deel van het plangebied maakt deel uit van een rivierduin die in westelijke richting ombuigt en afvlakt. Het centrale deel van het plangebied maakt deel uit van een laagte tussen de duinen. Hoger gelegen gebieden op een landschappelijke gradiënt waren met name in de steentijd aantrekkelijke vestigingsgebieden. Vermoedelijk waren de landduinen te droog en onvruchtbaar voor landbouw in tegenstelling tot de tussenliggende laagtes. Dit blijkt ook uit de waarnemingen in en rond het plangebied waarbij op de landduinen vindplaatsen uit de steentijd en dan met name het Mesolithicum zijn aangetroffen. Daarnaast zijn aanwijzingen voor bewoning in de periode NeolithicumBronstijd de Romeinse tijd en Middeleeuwen - Nieuwe tijd. In het noordoostelijke deel van het plangebied bevond zich in ieder geval al vanaf het begin van de 19 e eeuw en mogelijk veel eerder een boerenerf (Hakkenhuis).

Mogelijk bevond zich centraal in het plangebied op een omgracht terrein vóór de 19 e eeuw eveneens bebouwing. Vanaf de jaren dertig is een groot deel van het plangebied in gebruik geweest als speel- en dierentuin en later als camping. Dit zal evenals de ligging in de frontlinie in de Tweede Wereldoorlog voor plaatselijke verstoring van de natuurlijke bodem hebben gezorgd. Op basis van deze gegevens wordt aan de hogere delen van het plangebied (rivierduin) een hoge verwachting toegekend voor archeologische waarden (vuursteenvindplaatsen) uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum en dan met name het Mesolithicum. Voor de lagere delen van het landschap die landschappelijke minder aantrekkelijk waren voor bewoning en mogelijk in meer of mindere mate verstoord zijn geldt een middelhoge verwachting voor deze periode. Voor vindplaatsen van landbouwers (nederzettingen graven ontginningsresten e. d. ) geldt juist een omge,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Rapport 9595. 001 versie 2

,

Pagina 9 van 20

Ne

keerde

verwachting. Aan de hogere landduinen wordt een middelhoge verwachting toegekend, terwijl lagere, centrale deel een hoge verwachting wordt toegekend voor het NeolithicumMiddeleeuwen. Aan het uiterste noordoostelijke en centrale deel van het plangebied wordt specifiek het

aan

voor toegekend archeologische waarden (woonplaats) uit de Latetijd. Voor het gehele plangebied is tevens een hoge verwachting voor archeologische sporen uit de Tweede Wereldoorlog van toepassing.26

hoge

een

verwachting

Middeleeuwen

en

Nieuwe

Vervolgens heeft BAAC in hetzelfde jaar een booronderzoek uitgevoerd om de archeologische verwachting te toetsen. Tijdens het verkennend onderzoek zijn in het zuidwestelijk deel van het plangebied een aantal boringen gestuit op een puinlaag. Verspreid in het gebied zijn rivierduin- en terrasafzettingen en een lokale dekzandafzetting aangetroffen. Vaak is de bodem afgedekt door zand dat secundair is

is verstoven,

intacte

waar

de

bodemprofielen onder kunnen voorkomen. Na het veldonderzoek gespecificeerd ten opzichte van het bureauonderzoek. Be-

verder

archeologische verwachting delen zijn dusdanig verstoord dat geen resten meer verwacht worden, bepaalde delen behouden de eerder opgestelde verwachting en op andere delen waar podzolprofielen zijn aangetroffen behouden of krijgen een hoge verwachting op het aantreffen van resten uit de steentijd.27 paalde

2016

In het

heeft BAAC

plangebied

tenslotte

te karteren

proefsleuvenonderzoek uitgevoerd

een

worden

genomen

voor

‘“C-analyse,

waarderen.

dit leverde

het veldwerk

eventuele

om

datering op

een

van

diverse

vindplaatsen

8158-7602

v.

ontdekt

die

in

Tijdens zijn sporen in; paalsporen, kuilen, greppels, houtskoolconcentraties, (ophoog)lagen en natuurlijke verstoringen. Over het algemeen is de spoordichtheid laag te noemen, zeker als rekening word gehouden met de tijdsdiepte van de diverse sporen. In het uiterste noorden van het onderzoeksgebied zijn op een diepte van 2 meter beneden maaiveld enkele vage, ondiepe grondsporen en een stukje bewerkt vuursteen aangetroffen ter hoogte van een E-horizont. De sporen bevinden zich op de helling van een zandrug die naar het noorden toe afhelt. Van een van de grondsporen is een monster verdeeld

en

onder-

Chr. wat overeenkomt

met

Vroeg-Mesolithicum. Gezien de zeldzaamheid van sporen uit het Mesolithicum in de vraag gesteld worden of het daadwerkelijk een antropogeen spoor betreft. Mede gezien de vondst van een stuk vuursteen op slechts enkele meters afstand lijkt het echter wel gerechtvaardigd om te veronderstellen dat een site uit het Mesolithicum aanwezig is op, en nabij deze in

het

Zuid-Nederland

kan

een

datering

onderzoekslocatie.

onderzoeksgebied bevinden zich diverse sporen in de nabijheid tijd. In het zuiden van het onderzoeksgebied werden slechts enkele geïsoleerd gelegen grondsporen en greppels aangetroffen die waarschijnlijk eveneens uit de Nieuwe tijd dateren. Vondstmateriaal is vrijwel nergens in het onderzoeksgebied aangetroffen. In de

van

een

rest van

het

In het

noordoosten

boerenerf

uit

de

van

het

Nieuwe

plangebied zijn geen archeologisch relevante sporen gevonden en is de bodemopgrotendeels verstoord. Gezien de intacte bodemopbouw, het voorkomen van mogelijk mesolithische grondsporen en een enkel stukje bewerkt vuursteen bestaat voor het noordelijk deel van het onderzoeksgebied een hoge verwachting op het aantreffen van een mesolithische vindplaats. Aangezien de ondergrond ter hoogte van dit gebied niet bedreigd wordt, vanwege de geringere verstoringsdiepte van de bouwwerkzaamheden, wordt echter geen vervolgonderzoek aanbevolen. bouw

Aanvullende

Gemeente Voor

aanvullende

(geanonimiseerd) Bij NN waar

informatie

Venlo

dit

informatie

dit contact is

plangebied

deel

2

Boer, 2016.

21

Bergman,

2016.

28

Mooren

Kalisvaart, 2016.

en

Rapport 9595.001 versie 2

is

contact

gerefereerd

van

gezocht naar

met

het eerdere

de

gemeente

onderzoek

Venlo van

(contactpersoon

RAAP

van

een

(geanonimiseerd) |(geanonimise rd) |

groter gebied

uit maakt.

Pagina 10 van 20

2. 7

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 e eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Tabel III.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Tranchot und v. Müffling kaart 29

1805

26 Velden

1:20. 000

Akkerland doorsneden door een zandpad. In het Nurkenkamp.

In agrarisch gebruik , voorloper Hakkesstraat aanwezig.

Kadastrale minuut 30

1840-1843

Gemeente Venlo , Sectie A , Blad 01

1:2. 500

Bouwland , hooiland , hakhout en heide.

Agrarisch gebied doorsneden door weg aan de noordwestzijde staat bebouwing

Militaire topografische kaart 31 (nettekening)

1850-1865

52 Venlo

1:50. 000

Agrarisch gebruik met mogelijk in de noordoosthoek een gebouw. .

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1896

695

1:50. 000

Akkerland , grasland en boomgaard. Doorsneden door wegen.

Ten zuiden staat een lange natuurlijke verhoging aangegeven , een landduin

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1916

695

1:50. 000

-

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1923

695

1:50. 000

-

-

Militaire topografische kaart (veldminuut)

1936

695

1:50. 000

Akkerland , grasland en boomgaard.

Ten zuiden is bebouwing gerealiseerd , ten westen uitgebreid.

Topografische kaart

1953

52H

1:25. 000

Topografische kaart

1959

52H

1:25. 000

Akkerland , grasland en boomgaard. Doorsneden door een weg

Topografische kaart

1967

52H

1:25. 000

Akkerland , grasland en boomgaard.

Ten westen en zuidoosten is bebouwing uitgebreid.

Topografische kaart

1979

52H

1:25. 000

In het plangebied is een groot deel van de huidige bebouwing gerealiseerd met een toegangsweg en parkeerplaatsen. Buiten de bebouwing en verharding is het plangebied in gebruik als grasland

Ten noordoosten bebouwing gerealiseerd. Ten westen en zuidoosten is bebouwing uitgebreid.

-

-

Ten westen is bebouwing uitgebreid. -

29 Beeldbank Vrije Universiteit 30 Beeldbank Cultureelerfgoed 31 Kadaster Topotijdreis (bron voor deze kaart en de hierop volgende kaarten in deze tabel).

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 11 van 20

Topografische kaart

1987

52H

1:25. 000

Buiten de bebouwing en verharding is het plangebied in gebruik als gras- en akkerland

Bebouwing uitgebreid.

Topografische kaart

1999

52H

1:25. 000

Bebouwing uitgebreid

Bebouwing uitgebreid.

Topografische kaart

2010

52H

1:25. 000

Deel bebouwing gesloopt (huidige situatie)

Bebouwing uitgebreid.

Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied vanaf het begin van de 19 e eeuw ingericht is in percelen die in het begin grotendeels in agrarisch gebruik zijn (een deel is heide en hakhout) en uiteindelijk volledig in agrarisch gebruik zijn tot en met 1967 (zie figuur 9). Het plangebied wordt doorsneden door wegen. Tussen 1967 en 1979 is de huidige bebouwing in het plangebied gerealiseerd die in de loop van de tijd wordt uitgebreid om vervolgens weer deels gesloopt te worden. Op de kaart uit 1850-1865 staat in de noordwesthoek van het plangebied ook al bebouwing op oudere en jongere kaarten is deze niet aangegeven. De omgeving kent tot in de eerste kwart van de 20 e eeuw eenzelfde functie als het plangebied doorsneden door wegen. Op de kaart uit 1896 staat ten zuiden een lange natuurlijke verhoging aangegeven een landduin. ,

,

,

Rijks- en gemeentemonumenten binnen attentiegebied In het onderzoeksgebied liggen geen rijksmonumenten gemeentelijke monumenten en menten. ,

MIP monu-

Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Venlo is bij het gemeentelijk archief een aanvraag gedaan tot inzage van bouwdossiers voor de bebouwing binnen het plangebied. Binnen het tijdsbestek van het opstellen van het bureauonderzoek is op deze aanvraag geen reactie gekomen. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied aanwezig zijn is een aantal publicaties geraadpleegd. 32 Uit deze bronnen blijkt dat in het plangebied archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog te verwachten zijn. Tijdens de oorlog is in het plangebied de Maas-Rur-Stellung gerealiseerd (1944). Deze stelling maakte onderdeel uit van de Duitse Westwall en was aangelegd om een geallieerde aanval vanuit het westen te stuiten en de toegang tot Duitsland te ontzeggen. Rondom het plangebied zijn verschillende explosieven geruimd. Volgens de risicokaart explosieven van de gemeente Venlo is het plangebied echter niet verdacht. ,

2. 8

Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel

Op grond van de gegevens uit het bureauonderzoek is de volgende gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld: Tabel IV.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Archeologische periode

Gespecificeerde verwachting/Complextype

Te verwachten resten en/of sporen

Relatieve diepte t. o. v. het maaiveld

(Laat-)Paleolithicum

Hoog/tijdelijke kampen

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Mesolithicum

Hoog/tijdelijke kampen

Vuursteenstrooiïngen en vuurstenen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor

32 Amersfoort & Kamphuis , 1990/De Jong , 1969

–

1994/ikme. nl/VEO Bommenkaart/Ruimingskaart/Klep & Schoenmaker ,

1995/Zwanenburg , 1990.

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 12 van 20

gebruiksvoorwerpen

en in de top van de dekzandafzettingen

Neolithicum

Hoog/nederzettingen

Akkerlaag en/of nederzettingssporen , grafvelden , rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk , natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen , houtskool en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Bronstijd

Hoog/nederzettingen

Akkerlaag en/of nederzettingssporen , grafvelden , rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk , natuursteen en vuurstenen gebruiksvoorwerpen , metaalresten , houtskool , botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

IJzertijd

Hoog/nederzettingen

Akkerlaag en/of nederzettingssporen , grafvelden , rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk , natuursteen , metaalresten , glasresten , houtskool , botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Romeinse tijd

Hoog/nederzettingen

Akkerlaag en/of nederzettingssporen , grafvelden , rituele plaatsen: kleine fragmenten aardewerk , natuursteen , metaalresten , glasresten , houtskool , botresten en gebruiksvoorwerpen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Vroege-Middeleeuwen

Hoog/nederzettingen

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk , metaal¬resten , glasresten , houtskool , botresten , organische resten en gebruiksvoorwer¬pen

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

Late-Middeleeuwen

Hoog/nederzettingen

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk , metaalresten , glasresten , houtskool , botresten , organische resten en gebruiksvoorwer-

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

pen

Nieuwe tijd

Hoog/nederzettingen

Bewoningssporen van een (boeren)erf: kleine fragmenten aardewerk , metaalresten , glasresten , houtskool , botresten , organische resten en gebruiksvoorwer-

Onder het antropogeen dek/bouwvoor en in de top van de dekzandafzettingen

pen

Uit de landschappelijke ligging op dekzandruggen en lage landduinen bij een oude Maasarm blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. De vondsten en sporen die rondom het plangebied zijn gevonden laten zien dat er menselijke activiteiten hebben plaats gevonden in het onderzoeksgebied in de perioden Paleolithicum tot en met Nieuwe tijd. Op basis van het beschikbare gedetailleerde historische kaartmateriaal blijkt dat het plangebied vanaf het begin van de 19 e eeuw ingericht is in percelen die in het begin grotendeels in agrarisch gebruik zijn (een deel is heide en hakhout) en uiteindelijk volledig in agrarisch gebruik zijn. Op de kaart uit 1850-1865 staat in de noordwesthoek van het plangebied ook al bebouwing op oudere en jongere kaarten is deze niet aangegeven. ,

,

In het hele plangebied kunnen archeologische resten voorkomen uit alle archeologische perioden. De kans op het voorkomen van de resten is hoog. De archeologische resten worden direct onder een ophogingspakket of maaiveld verwacht. De vondstenlaag wordt verwacht in de eerste 30 cm beneden het ophoginspakket/maaiveld. Archeologische sporen (uitgezonderd diepe paalsporen en waterputten) worden binnen 50 cm beneden het maaiveld/ophogingspakket verwacht. Deze archeologische resten bestaan hoofdzakelijk uit aardewerk- en/of vuursteenstrooiïngen. Organische resten en bot zullen door de relatief droge en zure bodemomstandigheden slecht zijn geconserveerd. Andere type

Rapport 9595. 001 versie 2

Pagina 13 van 20

indicatoren (aardewerk) zijn waarschijnlijk matig goed geconserveerd. Het complextype en de omvang kunnen niet nader worden gespecificeerd door de beperkte gegevens. Bodemverstoring Dat een gebied een middelhoge of hoge archeologische verwachting heeft betekent niet dat eventuele aanwezige archeologische resten behoudenswaardig zijn. De waarde van archeologische vindplaatsen wordt grotendeels bepaald door de mate waarin grondsporen dan wel vondsten in situ bewaard zijn gebleven. ,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/893/documents/23884