CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

525997 BIJL02 Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf

Raadsvergadering 19 november 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 6.3: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo (Albtertushof) (525997)27.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maatregelen ten einde het verlagen van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren. Bij de gemeente Venlo dient een hogere waarde voor de beheerderswoning te worden aangevraagd. Uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel zal moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Huisvesting arbeidsmigranten De berekende geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Nijmeegseweg (N271), Hakkesstraat en de L.J.Costerstraat bedraagt ten hoogste 48 dB. De voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd. Ten gevolge van het wegverkeer op de Hendrikkenhofstraat bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 49 dB. De voorkeurswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder wordt niet gerespecteerd. Echter de maximale ontheffingswaarde (63 dB) wordt wel gerespecteerd Ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A67 bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 53 dB. De voorkeurswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder wordt niet gerespecteerd. Echter de maximale ontheffingswaarde (53 dB) wordt wel gerespecteerd. Zoals reeds aangegeven wordt de onderhavig beoogde huisvesting van arbeidsmigranten conform de Wet geluidhinder niet als een geluidgevoelig object beschouwd waardoor het verlenen van een hogere waarde niet van toepassing is.

Cumulatieve geluidbelasting In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk gemaakt. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt ter plaatse van de huisvesting van de arbeidsmigranten ten hoogste 59 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) en ter plaatse van de beheerderswoning ten hoogste 57 dB (exclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder). Geadviseerd wordt om in het kader van een goede ruimtelijke ordening voor de beheerderswoning een aanvaardbaar binnenniveau conform het Bouwbesluit artikel 3.3 lid 1 te waarborgen. Overeenkomstig het Bouwbesluit bedraagt de eis voor de hoogste toelaatbare geluidbelasting ten

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 31

gevolge van wegverkeerslawaai 33 dB. Indien hierbij wordt aangesloten bedraagt de minimaal te garanderen karakteristieke geluidwering (GA;k) 24 dB. Door het bevoegd gezag is aangegeven om in het kader van een goede ruimtelijke ordening voor de arbeidsmigrantenwoningen in beginsel een binnenniveau van 33 dB conform het Bouwbesluit artikel 3.3 lid 1 na te streven. Echter, indien dit vanwege bouwvorm stuit op bezwaren van technische of financiële aard kan alsnog gemotiveerd een hoger binnenniveau door het bevoegd gezag worden vergund. Voor het nastreven van een binnenniveau van 33 dB dient de minimaal te garanderen karakteristieke geluidwering (GA;k) 26 dB te bedragen.

Bedrijven en milieuzonering Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfsindeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden.

Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen;  de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen;  de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het bebouwd gebied van Venlo, tussen bedrijventerrein de Veegtes, bedrijventerrein Noorderpoort en de bedrijfslocatie van Océ en ligt ten oosten van de N271 welke in noord-zuidrichting Venlo doorsnijdt. Verspreid rondom het plangebied bevinden zich ook (burger)woningen van derden.

Er is hier duidelijk sprake van een dynamische omgeving. In een straal van 100 m vanaf de randen van het plangebied zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.2 (aan de Hendrikkenhofstraat), tot milieucategorie 3 (binnen het bestemmingsplan Océ en omgeving), tot milieucategorie 4.2 (ten noorden van Hakkesstraat, binnen

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 32

bedrijventerrein Veegtes) en op het bedrijventerrein Noorderpoort zijn bedrijven tot milieucategorie 2 toegestaan. De bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies bedraagt: Milieucategorie Richtafstand ingeval van rustig gebied Richtafstand ingeval van gemengd gebied 1 10 m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m De ‘Veiligheidsregio Limburg-Noord’ betreft een inrichting in de milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m; ingeval van een gemengd gebied is de richtafstand 30 m. Met deze afstand tussen het bouwvlak en de huisvestingslocatie zal rekening worden gehouden. De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is verder niet gelegen binnen de richtafstand van 50 m voor bestaande bedrijven tot milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied, voorzover het de zijde betreft welke is gericht op de Hendrikkenhofstraat. Aan de noordzijde van de Hakkesstraat, binnen het plangebied van bedrijventerrein Veegtes, zijn bedrijven toegestaan tot categorie 4.2. Ingeval van een gemengd gebied dient van een richtafstand van 200 m te worden uitgegaan.

Binnen die richtafstand tot aan de huisvesting voor internationale werknemers bevinden zich drie bedrijven, te weten Akarton (ingeval van een productiecapaciteit van meer dan 15 ton/uur valt dit bedrijf onder milieucategorie 4.2), Caspar de Haan schildersbedrijf, energetisch renoveren en planmatig onderhoud van gebouwen (vergelijkbaar met een bedrijf gerelateerd aan de bouwnijverheid waarbij een maximale milieucategorie van 3.2 van toepassing is) en Steigerhout RHB, een winkel in met name houten meubels (betreft bedrijf in de categorie 1). De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is binnen de richtafstand van Akarton gelegen. Namens het bedrijf Akarton is beroep ingesteld tegen het primaire besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo'; de Afdeling heeft in de tussenuitspraak aangegeven dat door middel van een akoestisch onderzoek aangetoond dient te worden dat ter plaatse van de huisvestingslocatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat in relatie tot de bedrijfsactiviteiten van Akarton. Op 25 augustus 2025 is door WSP een memo (akoestisch onderzoek) opgesteld waarin de akoestische uitstraling van Akarton in de huidige vorm maar ook bij maximale uitbreiding, is beschouwd. In dat onderzoek wordt het volgende geconcludeerd: ‘Uit voorliggend akoestisch onderzoek blijkt dat:  

ter plaatse van de enkelbestemming “wonen” binnen het bestemmingsplan “HakkesstraatHendrikkenhofstraat Venlo” het woon- en leefklimaat vanwege AKarton aanvaardbaar is volgens het beoordelingskader van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering”, én de bedrijfsactiviteiten van AKarton niet belemmerd worden door de enkelbestemming “wonen” binnen het plangebied;

zowel voor de huidige bedrijfssituatie van AKarton als voor mogelijk toekomstige uitbreidingen met bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 3.2 of 4.2 binnen de grenzen van de percelen met een bedrijfsbestemming die eigendom zijn van (de aandeelhouder van) AKarton.' Het initiatief heeft derhalve geen belemmeringen van Akarton tot gevolg en tevens is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de bestemming Wonen.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 33

Opgemerkt wordt dat er geen voldoende concreet initiatief tot bedrijfsuitbreiding voorligt en waarmee verdergaand dan nu gedaan is, rekening mee had moet worden gehouden. Het verzoek van appellant LVD Vastgoed B.V. van 2 september 2024 is gedaan na vaststelling van het initiële vaststellingsbesluit van onderhavig bestemmingsplan. Het verzoek is verder niet voldoende concreet onderbouwd en in de toekomst onzeker. Het is niet voorzien van voldoende concrete informatie en onderzoeken, om een gedegen afweging over de ruimtelijke aanvaardbaarheid te kunnen maken. Aan de noordzijde van de Hakkesstraat ter plaatse van het bedrijventerrein Noorderpoort zijn bedrijven, kantoren en horeca toegestaan in de bedrijfscategorie 1 en 2. De richtafstand binnen een gemengd gebied bedraagt dan 10 m, hetgeen overduidelijk aan alle zijden wordt gehaald. Ten westen van de Nijmeegseweg (N271) ligt het bedrijf Océ en is een milieucategorie van maximaal 3 toegestaan, met een richtafstand van 50 m ingeval van een gemengd gebied waarvan hier sprake is. De afstand tussen Océ en de huisvestingslocatie bedraagt vele malen meer dan 50 m, zodat ook hier milieuzonering geen belemmering vormt. De horecagelegenheid Galerie de Hoeve vormt op een afstand van circa 90 m evenmin een belemmering.

De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is derhalve geen extra belemmering voor omliggen de bedrijven en vanuit omliggende bedrijven behoeft ook niet gevreesd te worden voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de huisvestingslocatie. Binnen het plangebied wordt verder het uitvaartcentrum mogelijk gemaakt. Een uitvaartcentrum is te scharen onder milieucategorie 1). Door een afstand van ten minste 30 m tussen het uitvaartcentrum en omliggende woningen in acht te nemen, kan voldaan worden aan de eis van een voldoende ruime milieuzonering. Via milieuregelgeving kunnen alle gevaren of geuremissies tot een minimum worden beperkt. Om te onderzoeken wat de akoestische effecten op het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen zal zijn, is door K-Plus een akoestisch onderzoek (Nm200288aaA0.quro, d.d. 28 april 2020) uitgevoerd naar de verkeeraantrekkende werking vanwege het duurzaam huisvesten van internationale werknemers voor bepaalde tijd en vanwege de realisatie van een uitvaartcentrum. De resultaten zijn getoetst aan de circulaire “Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met de vergunningsverlening Wet Milieubeheer”. Hierin is een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximale grenswaarde van 65 dB(A) opgenomen.

Aan de hand van de resultaten blijkt dat de optredende gevelbelasting, ook als de totale verkeersaantrekkende werking wordt beschouwd, bij de representatieve beoordelingspunten voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de voornoemde circulaire. Daarmee is aangetoond dat het extra verkeer het woon- en leefklimaat niet zal aantasten. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 5a. Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'.

Luchtkwaliteit Stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10)vanwege de woonunits Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het project voorziet in de realisatie van 116 wooneenheden ten behoeve van in totaal maximaal 768 tijdelijke | Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 34

internationale werknemers én een bedrijfswoning. Analoog hieraan kan gesteld worden dat dit project ruimschoots onder de norm van 1500 woningen blijft. Het project is veel te kleinschalig om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens zal er een uitvaartcentrum worden gerealiseerd, waarbij de verkeersbewegingen de meest relevante impact hebben op de luchtkwaliteit. Stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) vanwege de verkeersaantrekkende werking logiesgebouwen De verkeersgeneratie welke gerelateerd kan worden aan 116 logiesgebouwen voor arbeidsmiganten en een bedrijfswoning bedraagt circa 140 verkeersbewegingen per etmaal. Met behulp van de NIBMtool (versie: 15 mei 2018) is de maximale toename van fijnstof en stikstofdioxide bepaald door de verkeersaantrekkende werking vanwege het project, waarbij de aanname is gedaan dat 5% van de verkeersbewegingen bestaat uit vrachtverkeer, hetgeen een ‘worst case scenario’ is. Uit de tool volgt dat de maximale bijdrage van de verkeersaantrekkende werking aan de luchtkwaliteit 0,28 µg/m3 stikstofdioxide (NO2) en 0,05 µg/m3 fijn stof (PM10) betreft. De verkeersaantrekkende werking valt hiermee ruimschoots binnen de ‘niet in betekende mate’ grens van 1,2 µg/m3 NO2/PM10. Het project is dan ook aan te duiden als ‘niet in betekende mate’.

Stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) vanwege de verkeersaantrekkende werking uitvaartcentrum In de CROW-richtlijnen voor verkeersgeneratie staat dat een plechtigheid minimaal 34,8 en maximaal 48,6 verkeersbewegingen zal genereren. In de huidige plannen van het uitvaartcentrum zijn twee aula’s opgenomen waar een plechtigheid kan plaatsvinden. Verwacht wordt dat maximaal 3 plechtigheden per aula per dag worden gehouden (bron: Dela). In totaal zijn dit maximaal 6 plechtigheden per dag. Deze plechtigheden zullen voornamelijk overdag tussen 11:00 en 15:00 plaatsvinden. Diensten/plechtigheden starten normaliter niet tegelijkertijd, waardoor de verkeersdrukte wordt verspreid. Een plechtigheid duurt ongeveer twee uur inclusief de voorbereidingen en afsluiting. Ervan uitgaande dat de reikwijdte van het uitvaartcentrum groot is doordat het uitvaartcentrum zich ook zal richten op de markt welke een relatie heeft met het Duitse achterland, zal gerekend worden met het maximaal aantal verkeersbewegingen per plechtigheid. Dit betekent dat over de gehele dag maximaal 292 extra verkeersbewegingen zullen plaatsvinden.

Met behulp van de NIBM-tool (versie: 15 mei 2018) is de maximale toename van fijnstof en stikstofdioxide bepaald door de verkeersaantrekkende werking vanwege het project, waarbij de aanname is gedaan dat 5% van de verkeersbewegingen bestaat uit vrachtverkeer, hetgeen een ‘worst case scenario’ is.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 35

Uit de tool volgt dat de maximale bijdrage van de verkeersaantrekkende werking aan de luchtkwaliteit 0,29 µg/m3 stikstofdioxide (NO2) en 0,05 µg/m3 fijn stof (PM10) betreft. De verkeersaantrekkende werking valt hiermee ruimschoots binnen de ‘niet in betekende mate’ grens van 1,2 µg/m3 NO2/PM10. Het project is dan ook aan te duiden als ‘niet in betekende mate’.

Als beide projecten samen worden beoordeeld en de NIBM-tool hierop wordt toegepast, is er nog altijd sprake van ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Achtergrondconcentraties De grenswaarden voor de luchtkwaliteitseisen voor PM10, PM2,5 en NO2 - zoals opgenomen in de Wet milieubeheer – zijn in de navolgende tabel weergegeven.

tabel grenswaarden luchtkwaliteit

Op basis van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentratie in 2018 nabij de projectlocatie tussen 20 en 25 µg/m3 stikstofdioxide (NO2), tussen 18 en 20 µg/m3 (PM10) en tussen 12 en 14 µg/m3 fijn stof (PM2,5) bedraagt. De totale immissie ter plaatse van de projectlocatie overschrijdt derhalve de geldende normstelling niet. De aanwezige achtergrondconcentraties inclusief de toename vanwege het project, blijven ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden. Daarmee is ter plaatse van de projectlocatie sprake van een goed woon-en leefklimaat. Externe veiligheid De logiesgebouwen zijn, evenals het uitvaartcentrum, geen risicovolle inrichtingen, maar vormen zelf kwetsbare objecten. De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden | Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 36

risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR).

Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen. Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de omgeving (in een straal van 160 m) van de bouwvlakken binnen het plangebied géén risicovolle inrichting en zullen de kwetsbare objecten ook niet worden opgericht binnen de plaatsgebonden risicocontouren van in de verdere omgeving gelegen bedrijven, zoals op onderstaande uitsnede uit de risicokaart is weergegeven:

Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 37

opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provinciale- en spoorwegen van belang. Op een afstand van circa 160 m vanuit de grens van de meest nabijgelegen logiesgebouwen voor internationale werknemers is de Nijmeegseweg (N271) gelegen. Voor deze weg is de PR-contour 10 -6/jr. niet berekenbaar geweest. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is. Of de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt overschreden, dient te blijken uit een nog op te stellen verantwoording van het groepsrisico. Tevens ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de A67 en de Weselseweg. Er kan op voorhand worden gesteld dat er een grote bufferende werking uitgaat van het tussen de huisvestingslocatie en de N271 gelegen bebouwing van de Veiligheidsregio Limburg-Noord en AmbulanceZorg Limburg-Noord, waarbinnen eveneens een logiesfunctie tot 50 personen aanwezig is. Afgezien van de bufferende werking van deze bebouwing, kan duidelijk gesteld worden dat alle in geval van calamiteiten benodigde blusapparatuur op zeer korte afstand aanwezig zijn.

Er is in de omgeving van de plangebied (binnen een straal van 250 m) geen sprake van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Parallel aan de zuidzijde van de A67 ligt een aardgasleiding van Gasunie Transport Services (NEN 3650-leiding). Uit de bijlagen behorende bij de toelichting op het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Veegtes valt op te maken dat de Gasunie een PR berekening heeft uitgevoerd naar deze leiding. Hieruit blijkt dat de leiding geen PR 10-6 contour kent. Het invloedsgebied van deze 8" leiding is 95 meter (100% letaal is 50 meter). Het plangebied voor de huisvestingslocatie voor internationale werknemers en het uitvaartcentrum ligt op meer dan 250 meter. Hierdoor is het niet noodzakelijk in verband met deze gasleiding een verantwoording van het groepsrisico uit te voeren. Op basis van de quick scan ‘externe veiligheid’ kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen en buisleidingen maar dat het groepsrisico ten aanzien van de N271 verantwoord dient te worden. Zie hiervoor ook de door Kragten uitgevoerde quick scan (rapportnr: 20190507-BSM007-0001-EV-QS) welke als bijlage 6 is toegevoegd. Deze quick scan is in mei 2019 gevolgd door een door Kragten opgestelde ‘verantwoording groepsrisico’ voor onderhavig project (als bijlage 6a toegevoegd).

Op dit punt wordt hier geheel naar verwezen. De Veiligheidsregio Noord-Limburg heeft inmiddels advies uitgebracht; de daarin beschreven aanbevelingen zullen in de uitvoering van de plannen worden meegenomen. Kabels en leidingen Ter plaatse van de projectlocatie zijn geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig.

Verkeersaantrekkende werking Het uitvaartcentrum en de logiesverblijven voor internationale werknemers met bijbehorende bedrijfswoning worden ontsloten op de Hendrikkenhofstraat en van daaruit op de Hakkesstraat. De Hakkesstraat sluit rechtstreeks aan op de N271 (Nijmeegseweg) waar zich een verkeersregelinstallatie bevindt, van waaruit een snelle doorstroom naar de A67 in oost-westrichting mogelijk is. Een andere mogelijke ontsluiting op de N271 is via de Laurens Janszoon Costerstraat; ook | Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 38

hier staat een verkeersregelinstallatie. Het project leidt ten opzichte van de bestaande situatie tot extra verkeersbewegingen. Het vervoer van de internationale werknemers tussen de huisvestingslocatie en de arbeidsplaatsen waar zij werkzaam zijn, wordt geheel verzorgd door de initiatiefnemer (de werkgever). Op basis van de grootte van de groep te huisvesten internationale werknemers (maximaal 768 werknemers) zullen iedere werkdag in de dagperiode (07.00 uur-19.00 uur) gemiddeld 10 kleine busjes (max. 10 personen/bus) en 130 personenauto’s de werknemers op komen halen en weer terugbrengen naar de huisvestingslocatie. Dat betekent gemiddeld 280 voertuigbewegingen per werkdagetmaal. Het uitvaartcentrum is niet opgenomen in de landelijke richtlijnen voor parkeerplaatsen en verkeersgeneratie. Echter, een uitvaartcentrum is qua verkeersaantrekkende werking vergelijkbaar met een crematorium en zal daarvan weinig afwijken. Daarom zijn bij de berekening van de verkeersgeneratie de cijfers van een crematorium gebruikt. In de CROW-richtlijnen voor verkeersgeneratie staat dat een plechtigheid minimaal 34,8 en maximaal 48,6 verkeersbewegingen zal genereren. In de huidige plannen van het uitvaartcentrum zijn twee aula’s opgenomen waar een plechtigheid kan plaatsvinden. Verwacht wordt dat maximaal 3 plechtigheden per aula per dag worden gehouden (bron: Dela).

In totaal zijn dit maximaal 6 plechtigheden per dag. Deze plechtigheden zullen voornamelijk overdag tussen 11:00 en 15:00 plaatsvinden. Diensten/plechtigheden starten normaliter niet tegelijkertijd, waardoor de verkeersdrukte wordt verspreid. Een plechtigheid duurt ongeveer twee uur inclusief de voorbereidingen en afsluiting. Ervan uitgaande dat de reikwijdte van het uitvaartcentrum groot is doordat ook een stukje van de Duitse markt kan worden bediend, zal gerekend worden met het maximaal aantal verkeersbewegingen per plechtigheid. Dit betekent dat over de gehele dag maximaal 292 extra verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Het verkeer zal voornamelijk van de A67 komen en via de Nijmeegseweg de Hakkesstraat bereiken. De verkeersbewegingen zullen voornamelijk buiten de spits plaatsvinden hetgeen extra verkeer tijdens de piekmomenten voorkomt. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de verkeersafwikkeling op de aangrenzende en nabij liggende straten. In totaal leiden deze ontwikkelingen tot maximaal 572 extra voertuigbewegingen per etmaal op de Hakkesstraat. Deze aanzienlijke groei heeft maar een beperkte invloed op de totale capaciteit van de Hakkesstraat en de Nijmeegseweg. Al deze bewegingen vinden verspreid over de dag plaats waardoor de verkeersdruk tijdens de spits minimaal wordt beïnvloed.

Na een plechtigheid bij het uitvaartcentrum vertrekken de meeste bezoekers vrijwel gelijktijdig. De afwikkeling van deze stroom voertuigen kan tot ongewenste situaties leiden op de Hakkesstraat, indien de parkeerplaats van het uitvaartcentrum hierop is aangesloten. Daarom adviseerde Kragten, die de verkeersstudie heeft uitgevoerd welke is bijgevoegd als bijlage 9, om bij de ontwikkeling van het uitvaartcentrum de in- en uitrit van het uitvaartcentrum aan te sluiten op de Hendrikkenhofstraat in plaats van de Hakkesstraat. Parkeerdruk Op basis van 768 te huisvesten personen waarvan maximaal 1/3 deel over een eigen auto beschikt, betekent dat er circa 260 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig dienen te zijn bij de logiesgebouwen. Dit is inclusief de voertuigen welke bij de bedrijfswoning geparkeerd zullen worden. Onderstaande inrichtingsschets geeft het beoogde terrein weer, inclusief de realisatie van het een zeer ruim aantal parkeerplaatsen (372).

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 39

Ten behoeve van het uitvaartcentrum is een eerste inrichtingsschets opgesteld; hierin is ruimte gereserveerd voor het parkeren van 100 voertuigen (bezoekers inclusief personeel), zodat in ieder geval nooit gebruik hoeft te worden gemaakt van het openbaar gebied. In de planregels zal hiertoe ook een bepaling worden opgenomen.

3.3

Overige criteria

Grensoverschrijdend karakter van het effect Dit project voor tijdelijke huisvesting van internationale werknemers levert een bijdrage aan het vergemakkelijken van het werken in Nederland door buitenlandse werknemers (internationale werknemers) en bevordert daarmee de arbeidsmobiliteit binnen de EU. Qua milieu- en ruimtelijke effecten heeft het project echter geen grensoverschrijdende effecten. Verwachte aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect De realisatie van het project is op korte termijn voorzien, zodra de planologische procedures zijn afgerond en leidt tot beëindiging van tijdelijke huisvestingslocaties elders binnen de gemeente Venlo.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 40

Indien op termijn de huisvesting van internationale werknemers niet meer actueel mocht blijken, zal in goed overleg met het bevoegd gezag gekeken worden welk alternatief gebruik van deze locatie op dat moment in aanmerking kan komen. Cumulatie van effecten met effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten In en om de projectlocatie zijn er thans, afgezien van (ver)bouw van bedrijfspanden binnen de vigerende bestemmingen) geen andere relevante andere ruimtelijke activiteiten of projecten in ontwikkeling waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling. Landschappelijke integratie Het herdenkingspark Nilaya biedt nabestaanden de gelegenheid om in een natuurlijke, parkachtige omgeving een boom te laten planten voor een overleden dierbare of een urn te laten bijzetten in een ingetogen kunstobject, zonder dat er sprake is van een 'kerkhof-uitstraling'. Het bestaande bosgebied met de karakteristieke glooiing in het landschap zal geheel behouden blijven. Door de kunstobjecten op een afstand van ten minste 50 m uit de Nijmeegseweg te realiseren, zal de uitstraling vanuit deze weg onveranderd blijven. Binnen het deel met de bestemming 'Groen' zullen ook waterpartijen worden gerealiseerd, ter infiltratie van het hemelwater dat op het nieuw te realiseren dakvlak en parkeergelegenheid zal neerslaan.

De paden zullen zo natuurlijk mogelijk worden vormgegeven, waarbij er wel aandacht is voor de begaanbaarheid ervan voor mensen die minder goed ter been zijn; op deze manier wordt aan zoveel mogelijk gebruikers de kans gegeven om te genieten van deze groene ingetogen oase binnen de hectiek van de stad. Het park zal, na zonsopkomst en tot zonsondergang, voor iedereen toegankelijk zijn. In bijlage 7 is een verder uitgewerkt sfeerbeeld met toelichting toegevoegd.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 41

Op de schets is te zien hoe deze landschappelijke integratie, tevens inhoudende de herplant van een aaneengesloten stuk bos van 3750 m2 groot (uit te voeren vóór 31 december 2022), zal worden vormgegeven. De parkeergelegenheid langs de Hendrikkenhofstraat wordt hierdoor meegenomen binnen de nieuwe aanplant, hetgeen het straatbeeld een groene impuls zal geven.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Pagina | 42

4.

CONCLUSIE

In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de beoogde ontwikkeling. Samengevat blijven de effecten van het planvoornemen beperkt tot de projectlocatie en de directe omgeving daarvan. De effecten zijn beperkt en de ontwikkeling stuit niet op bezwaren in relatie tot de aangehaald milieu- en omgevingsaspecten. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de effecten van het project, moet worden geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van ‘belangrijke nadelige milieugevolgen’. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.procedure. Gelet op het vorenstaande is de conclusie dan ook dat het niet noodzakelijk is om ten behoeve van het project een milieueffectrapportage op te stellen.

| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |

Verkennend bodemonderzoek Hakkestraat 28 te Venlo Kadastraal perceel: gemeente Venlo, sectie A nummer 4198, 6307, 7215

Projectnummer: Datum:

20182390 29 januari 2019

Verkennend bodemonderzoek Hakkestraat 28 te Venlo Kadastraal perceel: gemeente Venlo, sectie A nummer 4198, 6307, 7215

Opdrachtgever Werkconsult de heer Paul van Os Marialaan 33 5724 AB Ommel - Asten Adviesbureau

Auteur

MILON bv

Bart Pennings

Rembrandtlaan 4 5462 CK Veghel info@milon.nl / www.milon.nl 073 - 5477253 Status definitief Datum 29 januari 2019 Projectnummer 20182390

Versie 1

Kwaliteitscontrole, projectleider ing. Mark Bergmans

Inhoudsopgave 1 Inleiding ..................................................................................3 1.1 Algemeen .......................................................................... 3 1.2 Aanleiding en doel .............................................................. 3 1.3 Opbouw van het rapport ...................................................... 3 1.4 Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid .................................. 3 2 Milieuhygiënisch vooronderzoek .............................................. 4 2.1 Algemeen .......................................................................... 4 2.2 Afbakening en locatiegegevens ............................................. 4 2.3 Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken ........ 7 2.4 Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie .......... 7 2.5 Hypothese ......................................................................... 8 3 Uitvoering verkennend bodemonderzoek ................................ 9 3.1 Onderzoeksstrategie ........................................................... 9 3.2 Veldwerkzaamheden ........................................................... 9 3.3 Zintuiglijke waarnemingen ................................................. 10 3.4 Laboratoriumwerkzaamheden ............................................

10 3.5 Analyseresultaten ............................................................. 12 3.6 Bespreking van de resultaten ............................................. 14 4 Samenvatting en conclusies .................................................. 15

Bijlagen 1. Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie 2. Situatietekening met boorpunten 3. Boorbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analysecertificaten 5. Toetsing analyseresultaten 6. Omgevingsrapport gemeente Venlo

1

Inleiding

1.1

Algemeen

MILON bv te Veghel heeft, via Aannemingsbedrijf Van den Berk B.V., in opdracht van de heer de heer Paul van Os namens Werkconsult te Ommel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Hakkestraat 28 te Venlo. Het onderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse Normen NEN 5725 en NEN 5740.

1.2

Aanleiding en doel

Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen aankoop van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het verkrijgen van inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater.

1.3

Opbouw van het rapport

In onderhavige rapportage komen de volgende aspecten aan de orde: de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); de resultaten van het verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3); de conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 4). De bijbehorende tekeningen, boorprofielen, analysecertificaten en toetsingstabellen zijn als bijlagen in deze rapportage opgenomen.

1.4

Betrouwbaarheid en onafhankelijkheid

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder milieuhygiënisch bodem- en waterbodem handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en . MILON bv is gecertificeerd volgens dit procescertificaat. Het onderzoek is geheel onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en is financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. Hierbij wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef waarbij een relatief gering aantal boringen en analyses worden uitgevoerd. Daarom kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is die bij dit onderzoek niet is aangetroffen. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 3 van 16

2

Milieuhygiënisch vooronderzoek

2.1

Algemeen

Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2017 nl Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd.

beantwoord te worden. Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Informatie opdrachtgever en eigenaar; Informatie overheid inzake bodemonderzoeken, ophooglagen, vergunningen, (voormalige) brandstoftanks en andere mogelijke relevante informatie; Website Bodemloket; Historisch topografisch kaartmateriaal, website topotijdreis; Grondwaterkaart van Nederland/DINOloket; Kadaster. Voorafgaand aan de uitvoering van het veldwerk is een terreininspectie uitgevoerd. De resultaten van deze inspectie zijn opgenomen in onderhavig hoofdstuk.

2.2

Afbakening en locatiegegevens

Het onderzoeksgebied voor het vooronderzoek is geografisch afgebakend tot de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen tot 25 meter vanaf de grens van de onderzoekslocatie. In verticale richting is de locatie afgebakend tot 10 meter beneden maaiveld. Gezien de ligging en het gebruik van de locatie in relatie tot het doel van het onderzoek wordt deze afbakening voldoende geacht. De onderzoekslocatie grenst in zuidelijke richting aan de openbare weg Hendrikkenhofstraat en in noordelijke richting is de Hakkestraat gelegen. In tabel 1 zijn de locatiegegevens weergegeven.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 4 van 16

Tabel 1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie

Hakkestraat 28 te Venlo

Kadastrale gegevens locatie

Gemeente Venlo, sectie A, perceelnummer 4198, 6307, 7215 y: 378232

www.planviewer.nl/kaart

Coördinaten Rijksdriehoekstelsel

x: 210072

Oppervlakte locatie (in m2)

circa 30.000

www.planviewer.nl/kaart

https://pdokviewer.pdok.nl

Oppervlakte bebouwd (in m2)

circa 1.500

www.planviewer.nl/kaart

Huidig gebruik

braakliggend, leegstaand pand

Verhardingen

plaatselijk asfaltbeton en puinpad

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de topografische overzichtskaart in bijlage 1 en de luchtfoto in figuur 1.

Figuur 1: luchtfoto met globale ligging onderzoekslocatie

bron: Google Maps

De onderzoeklocatie ligt binnen de bebouwde kom. De directe omgeving bestaat hoofdzakelijk uit bedrijven en voor een klein gedeelte uit agrarische percelen en woonbebouwing. Voor een indruk van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar onderstaande figuur en naar de situatietekening in bijlage 2.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 5 van 16

Figuur 2: huidige situatie (6 foto's)

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

bron: locatie-inspectie MILON bv

Pagina 6 van 16

2.3

Gebruik, potentiële bronnen en uitgevoerde onderzoeken

Gebruik en potentiële bronnen agrarisch in gebruik. Over de locatie hebben tot omstreeks 1925 diverse wegen gelopen. De bebouwing op de onderzoekslocatie en omgeving is eind onbebouwde gedeelte van de onderzoekslocatie was in gebruik als zijnde tuin en groenvoorziening. De locatie is in gebruik geweest door een kinderdagverblijf. Momenteel zijn de panden op de onderzoekslocatie niet meer in gebruik. Plaatselijk is nabij het gebouw een asfaltbetonverharding aanwezig, zijn enkele hopen met bouw- en sloopafval aanwezig (vermoedelijk afkomstig van een gebouw dat ten westen van de huidige bebouwing is gesloopt) en vanaf de poort aan de Hendrikkenhofstraat naar het gebouw is een puinverharding aanwezig. Er is geen informatie over de puin beschikbaar. Uit het locatiebezoek blijkt dat het een wat dikte betreft een dunne laag is. In overleg met de opdrachtgever is besloten, in het kader van het doel van dit onderzoek en vanwege de geboden spoed van het onderzoek, om hier verder geen onderzoek naar te verrichten. Uit historisch kaartmateriaal blijkt dat er wegen of paden op de locatie aanwezig zijn geweest. Deze zijn niet direct verdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging. Wel zal er bij het uitvoeren van het bodemonderzoek rekening mee worden gehouden door het plaatsen van enkele boringen op deze locaties.

Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie verder geen verdachte locaties aanwezig of aanwezig geweest en zijn geen potentieel bodem belastende activiteiten uitgevoerd. Uitgevoerde bodemonderzoeken Binnen de onderzoekslocatie is een bodemonderzoek uitgevoerd: - Orienterend bodemonderzoek Hakkestraat 28 Venlo, Het Milieuburo, 04-05-1995, zintuiglijk baksteenresten, analytisch boven en ondergrond geen verhoogde gehalten en grondwater licht verhoogde zware metalen (chroom, koper en zink). In de omgeving zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Voor deze onderzoeken wordt verwezen naar de omgevingsrapportage van de gemeente Venlo welke is opgenomen in bijlage 6. De rapporten zijn bestudeerd en hieruit is geconcludeerd dat er op onderhavige onderzoeklocatie geen noemenswaardige verontreinigingen te verwachten zijn vanuit omliggende percelen.

2.4

Bodemkwaliteitskaart, bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 20,2 m+NAP. De gegevens van de bodemopbouw tot 25 meter -mv zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). De gegevens zijn afkomstig van de boring met identificatienummer B52G0025. Vanaf maaiveld tot circa 14 meter -mv bestaat de bodem uit de formatie van Beegden aanwezig (zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, weinig zandige klei en fijn zand). Hieronder is de Kiezelooliet Formatie aanwezig (zandige Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 7 van 16

eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind zeer grif, klei zwak zandig tot zwak siltig. Volgens opgave van de provincie Limburg ligt het onderzoeksgebied niet in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied of boringvrije zone. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Voor zover bekend wordt binnen het onderzoeksgebied geen grondwater onttrokken. Uit de bodembeheernota van de gemeente Venlo blijkt dat de onderzoeklocatie is gelegen in een gebied waarin de bodemkwaliteit op onbelaste percelen naar verwachting zal voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse AW2000.

2.5

Hypothese

Volgens de verkregen informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem binnen de onderzoekslocatie eerder is vastgesteld. Hierbij zijn in de grond geen verhoogde gehalten aangetroffen en in het grondwater licht verhoogde concentraties zware metalen. Op basis van de verkregen informatie wordt binnen de onderzoekslocatie, met uitzondering van het voorkomen van asbest in het puinpad en de aanwezige depots met bouw- en sloopafval, geen noemenswaardige verontreiniging verwacht. In overleg met de opdrachtgever is besloten, in het kader van het doel van dit onderzoek en vanwege de geboden spoed van het onderzoek, om hier verder geen onderzoek naar te verrichten. Hierom is voor de te onderzoeken locatie Er is op basis van het onderzoek geen aanleiding om andere stoffen te verwachten dan de parameters uit het standaardpakket grond en het standaardpakket grondwater.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 8 van 16

3

Uitvoering verkennend bodemonderzoek

3.1

Onderzoeksstrategie

Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740:2009/A1:2016 nl bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek en gestelde hypothese wordt het bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet lijnvormige locatie (ONV-NL). Het aantal te verrichten boringen en peilbuizen en de te analyseren grond- en grondwatermonsters is vastgesteld op basis van de totale oppervlakte van de onderzoekslocatie (30.000 m2).

3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door MILON bv, conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en protocollen 2001 en 2002. MILON bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification (nummer EC-SIK-20269) en is erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Op 12 en 13 december 2018 zijn de veldwerkzaamheden uitgevoerd door de heer R.P.W.M. (Ruud) van Galen, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv. De veldwerker is tevens opgeleid voor het herkennen van asbesthoudende materialen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: het verrichten van 28 handboringen tot een diepte van circa 0,5 m-mv; het verrichten van 8 handboringen tot een diepte van circa 2,0 m-mv; het plaatsen van 4 peilbuizen met een filterstelling van circa 0,5 tot 1,5 m-gws; het zintuiglijk beoordelen, beschrijven en het bemonsteren van de grond per 0,5 meter of gelijkwaardige laag; het afpompen van het grondwater in de peilbuizen na plaatsing. Op 20 december 2018 heeft de bemonstering van het grondwater plaatsgevonden, uitgevoerd door de heer M.H.J. (Mark) Schalkx, erkend en ervaren veldwerker en medewerker van MILON bv.

Hierbij zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd: het bepalen van de grondwaterstand; het afpompen van het grondwater in de peilbuizen, waarbij gelijktijdig de zuurgraad, geleiding en troebelheid van het grondwater zijn gemeten; het bemonsteren van het grondwater. Ten behoeve van de analyse van zware metalen is het grondwater tijdens de .

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 9 van 16

3.3

Zintuiglijke waarnemingen

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is plaatselijk een verharding aanwezig van beton, puin en tegels. De bovengrond bestaat overwegend uit zwak tot uiterst humeus, siltig, matig fijn zand. Plaatselijk wordt grind en leem aangetroffen. Zintuiglijk zijn bij enkele boringen nabij de bebouwing in de bovengrond bijmengingen aangetroffen met bakstenen. Voor het overige zijn geen bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. Specifiek wordt vermeld dat geen asbestverdacht materiaal is aangetroffen. Uit de boringen welke zijn verricht ter plaatse van voormalige wegen of paden blijken geen bijzonderheden. Voor meer informatie betreffende de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen wordt verwezen naar de boorbeschrijvingen in bijlage 3. Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar de situatietekening in bijlage 2. In tabel 2 zijn de resultaten van de uitgevoerde veldmetingen tijdens de grondwaterbemonstering weergegeven. Tabel 2: Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen Peilbuis 01 14 19 38

Filterstelling (m -mv) 3,50 - 4,50 4,10 - 5,10 4,20 - 5,20 4,20 - 5,20

Grondwaterstand (m -mv) 3,41 3,61 3,57 3,48

pH (-) 7,0 7,9 7,9 7,7

EGV (µS/cm) 551 426 429 871

Troebelheid (NTU) 88 41 18 33

De gemeten pH (zuurgraad) en geleidingsvermogen (Ec) zijn als normaal te beschouwen voor de waargenomen bodemopbouw en de ligging van de locatie. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging.

3.4

Laboratoriumwerkzaamheden

De grond- en grondwatermonsters zijn ter analyse aangeboden aan SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam. SYNLAB Analytics & Services B.V. is door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerd conform NEN-EN-ISO/IEC 17025:2005 (onder nummer L028) en erkend door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu voor de 'Analyse milieuhygiënisch bodemonderzoek' (AS3000). Van de in het veld genomen en separaat verpakte grondmonsters zijn in het laboratorium mengmonsters samengesteld. In tabel 3 zijn per mengmonster de individuele grondmonsters en de zintuiglijke waarnemingen weergegeven.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 10 van 16

Tabel 3: Monstersamenstelling en zintuiglijke waarnemingen Analysemonster mm1

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50

mm2

0,00 - 0,50

mm3

0,00 - 0,80

mm4

0,00 - 0,50

mm5

0,00 - 0,50

mm6

0,50 - 2,00

mm7

0,70 - 2,00

mm8

0,70 - 2,00

mm9

0,50 - 2,00

Deelmonsters

Opmerkingen / veldwaarnemingen

29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,30) 33 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,30) 18 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 14 (0,30 - 0,80) 19 (0,30 - 0,70) 20 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 27 (0,20 - 0,60) 11 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,40) 01 (0,50 - 1,00) 01 (1,00 - 1,50) 06 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 11 (1,00 - 1,50) 11 (1,50 - 2,00) 08 (0,70 - 1,00) 08 (1,00 - 1,50) 14 (0,80 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 22 (1,00 - 1,50) 22 (1,50 - 2,00) 19 (0,70 - 1,00) 19 (1,00 - 1,50) 20 (1,00 - 1,50) 20 (1,50 - 2,00) 36 (0,80 - 1,10) 36 (1,10 - 1,60) 28 (0,50 - 1,00) 28 (1,50 - 2,00) 30 (1,00 - 1,50) 30 (1,50 - 2,00) 38 (0,80 - 1,10) 38 (1,10 - 1,60)

resten wortels

resten wortels

sporen baksteen, zwak baksteenhoudend -

resten wortels

resten wortels brokken leem

- : geen bijzonderheden waargenomen; sporen/resten: <1% antropogene bijmenging; zwak: 1%-5% antropogene bijmenging; matig: 5%-15% antropogene bijmenging; sterk: 15%-50% antropogene bijmenging.

De grondmengmonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket voor grond (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, PAK, PCB, minerale olie, lutum en organisch stof). De grondwatermonsters zijn geanalyseerd op het standaardpakket voor grondwater (bestaande uit barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, minerale olie, vluchtige aromatische en vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen). Alle analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 11 van 16

3.5

Analyseresultaten

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Voor de bepaling of (en in welke mate) bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. In deze beleidstukken wordt onderscheid gemaakt in twee verschillende toetsingsniveaus: het toetsingsniveau waarbij sprake is van een duurzame en goede bodemkwaliteit waarbij geen noemenswaardige risi belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Getalsmatig wordt dit voor grond ingevuld door de achtergrondwaarde (AW), voor grondwater door de streefwaarde (S); het toetsingsniveau dat aangeeft waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant. Getalsmatig wordt dit voor zowel grond als grondwater ingevuld door de interventiewaarde (I). Voor de toetsing van de analyseresultaten is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De analyseresultaten van de grond en het grondwater zijn respectievelijk getoetst aan testcode T12 (Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb) en T13 (Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb). Voordat de meetwaarden van grond kunnen worden getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden dienen deze op basis van het lutumen/of organisch stofgehalte van de bodem gecorrigeerd te worden naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD).

Voor grondwater vindt geen correctie plaats. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt een indexwaarde berekend (Index grond = (GSSD - AW) / (I - AW) en Index grondwater = (GSSD - S) / (I - S)). In tabel 4 is weergegeven wat deze indexwaarde betekend, welke termen worden gehanteerd en hoe overschrijdingen worden weergeven in de toetsingstabellen. Tabel 4: Mate van bodemverontreiniging en weergave in tabellen indexwaarde

betekenis

weergave in tabellen

<0

niet verontreinigd / niet verhoogd Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde waarde lager is dan achtergrond- of streefwaarde. Er is sprake van een goede bodemkwaliteit en geen sprake van een verontreiniging.

-

>0 <0,5

licht verontreinigd / licht verhoogd Een indexwaarde tussen de 0 en 0,5 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde hoger is dan de achtergrond- of streefwaarde, maar (ver) onder de interventiewaarde ligt. Ondanks de lichte verhoging kan voor de parameter uitgegaan worden van verwaarloosbare risico's.

>AW of >S

>0,5 <1,0

matig verontreinigd / matig verhoogd. Een indexwaarde tussen de 0,5 en 1,0 betekend dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Mogelijk is sprake van een ernstige verontreiniging. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft deze waarde aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/of het uitvoeren van een aanvullend of nader onderzoek.

Index >0,5

>1,0

ernstig verontreinigd / sterk verhoogd. Bij een indexwaarde boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde. Voor de parameter is sprake van een ernstige vermindering of dreigende vermindering van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier.

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

>I

Pagina 12 van 16

Toetsing van de analyseresultaten De toetsing van de analyseresultaten voor de (boven- en onder) grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. Een samenvatting van de toetsing is weergegeven in tabel 5 en 6. In deze tabellen zijn uitsluitend de verhoogde parameters weergegeven. Tabel 5: Toetsing van de analyseresultaten (grond) Analysemonster mm1

Monstertraject (m -mv) 0,00 - 0,50

mm2

0,00 - 0,50

mm3

0,00 - 0,80

mm4

0,00 - 0,50

mm5

0,00 - 0,50

mm6

0,50 - 2,00

mm7

0,70 - 2,00

mm8

0,70 - 2,00

mm9

0,50 - 2,00

Deelmonsters

> AW en <= I (index) 29 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 31 (0,00 - 0,30) 40 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) lood (0,02) 15 (0,00 - 0,50) 28 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 35 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,30) 14 (0,30 - 0,80) 21 (0,00 - 0,50) PAK (0,21) 19 (0,30 - 0,70) 27 (0,20 - 0,60) 20 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) lood (0,04) 13 (0,00 - 0,50) 26 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 01 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) zink (0,11) 03 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) cadmium (0,02) 04 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,40) lood (0,03) 05 (0,00 - 0,50) 01 (0,50 - 1,00) 06 (1,00 - 1,50) 01 (1,00 - 1,50) 11 (1,00 - 1,50) 06 (0,50 - 1,00) 11 (1,50 - 2,00) 08 (0,70 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50) 08 (1,00 - 1,50) 22 (1,00 - 1,50) 14 (0,80 - 1,00) 22 (1,50 - 2,00) 19 (0,70 - 1,00) 20 (1,50 - 2,00) 19 (1,00 - 1,50) 36 (0,80 - 1,10) 20 (1,00 - 1,50) 36 (1,10 - 1,60) 28 (0,50 - 1,00) 30 (1,50 - 2,00) 28 (1,50 - 2,00) 38 (0,80 - 1,10) 30 (1,00 - 1,50) 38 (1,10 - 1,60)

Index >0,5

>I

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-: het gehalte is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >AW: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de achtergrondwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

Tabel 6: Toetsing van de analyseresultaten (grondwater) Analysemonster 01-1-1 14-1-1

Filterstelling (m -mv) 3,50 - 4,50 4,10 - 5,10

19-1-1 38-1-1

4,20 - 5,20 4,20 - 5,20

> S (+index)

Index >0,5

>I

barium (0,02) barium (0,09) minerale olie (0,04) barium (0,07) zink (0,05)

-

-

kobalt (0,98)

nikkel (2,08)

-: de concentratie is lager of gelijk aan de betreffende toetsingswaarde; >S: de concentratie is hoger dan de streefwaarde, maar de indexwaarde is maximaal gelijk aan 0,5 (licht verontreinigd); Index >0,5: het gehalte is hoger dan de streefwaarde en de indexwaarde is hoger dan 0,5, maar maximaal gelijk aan 1 (matig verontreinigd); >I: het gehalte is hoger dan de interventiewaarde (ernstig verontreinigd).

Projectnummer: 20182390 Datum: 29 januari 2019

Pagina 13 van 16

3.6

Bespreking van de resultaten

Grond Tijdens de veldwerkzaamheden zijn plaatselijk in de bovengrond zintuiglijk bijmengingen waargenomen met bakstenen. Voor het overige zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Analytisch zijn in de bovengrond licht verhoogde gehaltes PAK, lood, zink en cadmium aangetoond. Voor de lichte verhoging ten opzichte van de achtergrondwaarde is geen eenduidige verklaring voorhanden. De hier aangetroffen gehaltes zijn gering en vormen geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Grondwater Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem geen bijzonderheden waargenomen die duiden op een mogelijke verontreiniging van het grondwater. Analytisch is in het grondwater een sterk verhoogde concentratie nikkel, een matig verhoogde concentratie kobalt en licht verhoogde concentraties barium, minerale olie en zink gemeten. De overige onderzochte parameters zijn niet in verhoogde concentraties aangetoond. Barium, zink, kobalt en nikkel Barium, zink, kobalt en nikkel zijn zware metalen die als spoorelement van nature in het grondwater voorkomen. Voor de verhogingen is geen eenduidige verklaring voorhanden. Nikkel en kobalt zijn in de grond niet verhoogd is gemeten en barium is niet in een noemenswaardig verhoogd gehalte aangetroffen.

Verhogingen van metalen in het grondwater kunnen worden veroorzaakt door aanwijsbare puntbronnen (bijvoorbeeld bedrijfsactiviteiten of bodemvreemd materiaal (puin, zinkassen, slib, etc.)) of zonder aanwijsbare bronnen (antropogeen (door bijvoorbeeld vermesting of atmosferische depositie)) of door natuurlijke processen in de bodem. Indien de verhogingen zonder aanwijsbare bron worden veroorzaakt is sprake van verhoogde achtergrondconcentraties. Deze achtergrondconcentraties kunnen in Limburg zowel de streef- als de interventiewaarden overschrijden en in de loop van de tijd sterk variëren. Er kan geen locatie specifieke bron worden aangewezen. Het wordt waarschijnlijk geacht dat het hier verhoogde achtergrondconcentraties betreffen. Vervolgonderzoek naar de licht verhoogde concentraties wordt niet noodzakelijk geacht. Formeel dient een nader onderzoek te worden verricht naar de matig en sterk verhoogde concentraties. Minerale olie Voor de licht verhoogde concentratie minerale olie is geen eenduidige verklaring. De hier aangetroffen waarde is zeer gering en geeft geen aanleiding tot vervolgonderzoek. Toetsing hypothese Door de aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond en de licht tot sterk verhoogde concentraties in het grondwater dient de opgestelde hypothese verworpen te worden verdachte locatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/893/documents/23880