525997 BIJL02 Bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo.pdf
Tekst van het document
Pagina | 2
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en uitvaartcentrum
Gemeente Venlo
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 3
VERANTWOORDING EN STATUS Titel:
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling locatie huisvesting internationale werknemers Hendrikkenhofstraat te Venlo en uitvaartcentrum Hakkesstraat te Venlo
Opdrachtgever:
Maasvallei Oost BV, Velden en WerkConsult Beheer BV, Ommel
versie:
29 september 2025
© 2025 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 4
INHOUDSOPGAVE AANMELDNOTITIE VORMVRIJE
2
M.E.R. BEOORDELING
2
VERANTWOORDING EN STATUS
3
AANMELDNOTITIE VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING INHOUDSOPGAVE
4
1.
AANLEIDING AANMELDNOTITIE 1.1 Inleiding 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied 1.4 Strijdigheid met geldend bestemmingsplan
6 6 6 12
2.
BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE 2.1 Algemeen 2.2 Activiteit en drempelwaarden 2.3 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
14 14 14 15
3.
TOETSING PROJECT AAN (SUB)CRITERIA 3.1 Kenmerken van het project 3.2 Kenmerken van de potentiële milieu-effecten 3.3 Overige criteria
18 18 19 40
4.
CONCLUSIE
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
42
Pagina | 5
Bijlagen Bijlage 1
Huisvesting internationale werknemers motivering behoefte
Bijlage 2
Vervallen
Bijlage 3
Bodemonderzoek huisvestingslocatie
Bijlage 3a
Aanvullend grondwateronderzoek huisvestingslocatie
Bijlage 4
Bodemonderzoek herdenkingspark
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 5a
Akoestisch onderzoek verkeersaantrekkende werking
Bijlage 5b
Memo woon- en leefklimaat
Bijlage 6
Quick scan externe veiligheid
Bijlage 6a
Verantwoording groepsrisico
Bijlage 7
Landschapsintegratieplan
Bijlage 8
Verkeerskundig onderzoek
Bijlage 9
Ecologisch onderzoek
Bijlage 10
Aeriusberekening
Bijlage 11
Archeologisch bureauonderzoek
Bijlage 11a
Aanvullend archeologisch onderzoek
Bijlage 12
Advies Veiligheidsregio
Bijlage 13
Stichting Erfgoed Venlo beschrijving cultuurhistorie
Bijlage 14
Aanvullend ecologisch onderzoek
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 6
1.
AANLEIDING AANMELDNOTITIE
1.1
Inleiding
Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, die via het herzien van een bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld, op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Voorliggende aanmeldnotitie is opgesteld ten behoeve van het opstellen van het bestemmingsplan ‘Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo’. Het zuidoostelijke deel, ongeveer 3 ha, zal worden bestemd voor het duurzaam huisvesten van internationale werknemers voor bepaalde tijd, en het noordelijke deel zal bestemd worden ten behoeve van de realisatie van een uitvaartcentrum, met aangrenzend een herdenkingspark. In deze aanmeldnotitie zijn de milieueffecten in relatie tot het planvoornemen geïnventariseerd en gebundeld weergegeven. Op basis van de aanmeldnotitie dient het bevoegd gezag een besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapportage.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de hoek Nijmeegseweg-Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo, kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie A nummers 7215, 4198, 6307 en 2367 (totaal circa 9,2 ha) en wordt aan drie zijden omringd door de bedrijventerreinen Veegtes en Noorderpoort. Het gebied staat bekend als Albertushof. Oorspronkelijk was Albertushof, ook wel Hendrikkenhof genoemd, een 19e-eeuwse boerderij. De boerderij werd omstreeks 1905 door de paters Dominicanen gekocht als buitenverblijf voor hun studenten. In januari 1939 werd er het missiehuis van de Zusters Dominicanessen in ondergebracht. Vanuit de oude hoeve vertrokken circa zestig zusters naar de missie in Zuid-Afrika. Daarnaast startten de zusters in Venlo in 1962 een kinderdagverblijf: de Stichting Albertuskleuterhof. Uit deze stichting ontstond in 1965 de Stichting Kindervreugd voor de opvang van verstandelijk gehandicapte kinderen. Momenteel is de hoeve omgebouwd tot een restaurant (Galerie De Hoeve) en rond 1968 is er een nieuw klooster gebouwd. Het omliggend perceel bestaat uit een bos, een tuin, een groentetuin, jonge aanplant, een in slechte staat en voor ammovatie in aanmerking komend voormalig kinderdagverblijf, braakliggend terrein, enkele paardenweiden en een stuk landbouwgrond waar mais op wordt verbouwd. In het bestaande bosgebied is het kerkhof van de congregatie en een Mariagrot gesitueerd.
Galerie De Hoeve valt buiten het te ontwikkelen project, maar zal wel als bestaande en te behouden accommodatie bij de planvorming betrokken worden. De overzichtsfoto met het projectgebied rood omkaderd, ziet er als volgt uit:
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 7
1.3
Beschrijving beoogde ontwikkeling
1.3.1 Aanleiding en noodzaak Huisvesting voor internationale werknemers Het tijdelijk huisvesten van internationale werknemers is onderhevig aan regelgeving in de vorm een Omgevingsvergunning. Daarnaast wordt de kwaliteit van huisvesting en gezondheid gewaarborgd door certificering bij de Stichting Normering Flexwonen (SNF). De gecertificeerde organisaties ontvangen een SNF keurmerk. Maasvallei Oost biedt voor internationale werknemers huisvesting voor ongeveer 540 personen op de camping Maasvallei Oost te Arcen, gemeente Venlo. Maasvallei Oost heeft een SNF keurmerk. Het aantal bewoners van Maasvallei Oost is per 1 juni 2017 op basis van aanpassing van de regels van SNF teruggebracht naar 340 bewoners. Voor 200 internationale werknemers is elders tijdelijke huisvesting gevonden. Per 1 januari 2020 vervalt de aan Maasvallei Oost toegekende Omgevingsvergunning tot het huisvesten van internationale werknemers. Maasvallei Oost is daarom sinds 2016 actief met de gemeente Venlo, provincie Limburg en Stichting Limburgs Landschap op zoek naar een nieuwe locatie ten behoeve van het huisvesten van internationale werknemers.
Deze nieuwe locatie is gevonden aan de Nijmeegseweg-HakkesstraatHendrikkenhofstraat te Venlo waar, binnen het zuidoostelijke deel van onderhavig plangebied, circa 190 verblijfseenheden voor maximaal 768 internationale werknemers zullen worden gerealiseerd, een beheerderswoning (voor 24/7 toezicht op het terrein), een centrale ontmoetingsruimte ten behoeve van onder andere het geven van taalonderwijs, fitnessruimte, wasserette, en een receptie; het geheel zal multifunctioneel worden vormgegeven en voorzien worden van voldoende parkeergelegenheid en ontsluiting. Hiermee wordt (voor een deel) voorzien in kwalitatief hoogwaardige huisvestingsbehoefte voor short-stay internationale werknemers in (de regio) Venlo. De gemeente Venlo biedt een goed vestigingsklimaat voor nieuwe, grote (logistieke) bedrijven. Deze bedrijven maken veelal gebruik van internationale werknemers om te voorzien in de personele
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 8
behoefte. Dit betekent dat de behoefte aan internationale werknemers en dus ook huisvesting niet meer (zoals dit lange tijd geweest is) seizoensgebonden is maar 24/7 en het hele jaar door. De verzoeken die bij de gemeenten binnenkomen om planologische medewerking te verlenen aan huisvestingsinitiatieven zijn de afgelopen periode flink toegenomen. Daarnaast is een trend zichtbaar dat de huisvesting steeds grootschaliger wordt. Door deze wijze van huisvesten kan goed uitvoering gegeven worden aan een goed beheer en toezicht van de locatie om eventuele overlast voor de omgeving te beperken. Binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied aan de Nijmeegseweg-HakkesstraatHendrikkenhofstraat te Venlo zullen maximaal 192 verblijfseenheden voor internationale werknemers worden gesitueerd, een beheerderswoning (voor 24/7 toezicht op het terrein) en een receptie; het geheel zal multifunctioneel worden vormgegeven en voorzien worden van voldoende parkeergelegenheid en ontsluiting. In bijlage 1 is uitgebreid omschreven hoe groot de noodzaak voor initiatiefnemer is om tot extra huisvestingslocaties voor internationale werknemers te komen.
Uitvaartcentrum Primair was het de bedoeling om een resomeercentrum binnen de kaders van onderhavig plangebied mogelijk te maken. Inmiddels is echter gebleken dat het resomeren (alkalische hydrolyse of watercrematie) in Nederland nog steeds geen gelegaliseerde vorm van lijkbezorging is. Deze vernieuwende functie werd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State om die reden dan ook niet geaccepteerd; via de bestuurlijke lus kan een ander functie worden opgenomen in het bestemmingsplan, doch dit alternatief mag slechts een geringe ruimtelijke impact hebben ten opzichte van het volledig afgewogen resomeercentrum. Initiatiefnemer heeft er daarom voor gekozen om het resomeercentrum uit de plannen te halen en te vervangen door een uitvaartcentrum.
1.3.2 Beoogde bebouwing Huisvesting voor internationale werknemers Het project ziet op de realisatie van een huisvestingslocatie voor maximaal 768 internationale werknemers. De logiesgebouwen (een permanente voorziening ten behoeve van tijdelijke bewoning in de vorm van short-stay) bieden huisvesting voor maximaal 4 personen. ‘Short-stay internationale werknemers’ wordt in het ( op 28 april 2021) vastgestelde beleid als volgt gedefinieerd: De groep internationale werknemers die (nog) niet de intentie heeft om voor een langere tijd te blijven. Hieronder vallen ook personen die herhaaldelijk terugkomen met dezelfde intentie. Deze groep heeft behoefte aan een tijdelijk woonvoorziening en kan daarvoor niet terugvallen op de reguliere woningmarkt. In de Regio Venlo bestaat deze groep voornamelijk uit EU-burgers uit Zuid- en Oost-Europa, die veelal laaggeschoold, uitvoerend en arbeidsintensief werk verrichten. De leeftijd van een short-stay internationale werknemer is minimaal 18 jaar. De short-stay huisvesting is niet geschikt voor gezinnen met kinderen jonger dan 18 jaar. In zijn algemeenheid worden internationale werknemers die hier langer dan twee jaar met tussenperioden werken niet meer tot de doelgroep short-stay gerekend en ligt een overgang naar de reguliere woningmarkt voor de hand.
Short-stay verwijst naar een type huuraccommodatie (logies) die bedoeld is voor een relatief korte verblijfsduur variërend van minimaal 14 dagen tot maximaal vier maanden binnen zes maanden met een hoofdverblijf elders, aldus het Beleidskader huisvesting internationale werknemers (short stay) | Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 9
2024 van de gemeente Venlo. Een duidelijk bepaalde termijn kwam in het beleid dat gold op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo bestemmingsplan (op 19 oktober 2022) niet terug. Het gehele complex wordt energieneutraal en duurzaam uitgevoerd. Dit houdt onder meer in dat er geen aardgas meer wordt aangelegd. In elektra voor het gehele complex, dus inclusief woningen en straatverlichting, waar mogelijk en haalbaar, wordt voorzien door middel van zonne- en windenergie, ingericht op het complex zelf. Hemelwaterafvoer vindt plaats door grondinfiltratie. Slechts de vuilwaterafvoer wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering. Het complex wordt uitgevoerd als een parkachtige omgeving. Parkeerplaatsen worden uitgevoerd in waterdoorlatende voorzieningen. Het totale complex zal landschappelijk worden ingepast met streekeigen beplanting om de biodiversiteit optimaal te stimuleren. Het complex kent één in-uitrit (aan de oostzijde van het projectgebied) voorzien van een slagboom met daarachter de receptie, beheerderswoning en de centrale ruimte. Het geheel krijgt een enigszins besloten karakter, in die zin dat het niet vrij toegankelijk is en bezoekers zich dienen te melden bij de receptie.
Om die reden wordt het complex omgeven door een (grotendeels al bestaand) hekwerk met aan de buitenzijde een groenblijvende haag en bomen, zoals ook is opgenomen in het landschappelijk inpassingsplan. De afscheiding tussen het natuurbegraafpark en de huisvesting van internationale werknemers wordt uitgevoerd in natuurlijke materialen zodat het parkachtige karakter minimaal wordt verstoord en waarbij doorkijkjes geaccentueerd zullen worden. Binnen het projectgebied worden 372 parkeerplekken ingericht, hetgeen volgens de geldende parkeernormen een ruim voldoende aantal is. Bekend met het feit dat de gemeente Venlo een gezonde, prettige en duurzame leefomgeving een absolute must vindt, zich hierbij laat leiden door Cradle to Cradle en het creëren van een veilige, gezonde leefomgeving centraal staat, zal dit principe ook bij de uitvoering van dit deelproject doorgevoerd worden. De principes ‘afval is voedsel’, ‘gebruik de zon’ en ‘geniet van diversiteit’, zullen hun weerslag krijgen in dit project. Zo zal er bijvoorbeeld geen gebruik worden gemaakt van gas, maar zal de zon een belangrijke energiebron zijn. De reden om de verblijfseenheden ‘multifunctioneel’ vorm te geven, is gelegen in het feit dat het niet de bedoeling is om deze gebouwen een volwaardige woonfunctie te geven.
Indien in de verre toekomst de behoefte aan huisvestingslocaties voor internationale werknemers mocht afnemen, dan zijn deze verblijfseenheden in beginsel ook zeer geschikt te maken voor bijzondere woonvormen. De behoefte die dan aan orde is zal in belangrijke mate de functie in de toekomst bepalen. De hergebruiksmogelijkheden zullen altijd in overleg met het bevoegd gezag worden verkend en na instemming van het bevoegd gezag verder worden uitgewerkt volgens de dan geldende procedures. De inrichting van het projectgebied laat zich als volgt schetsen, waarbij rekening is gehouden met de natuurlijke glooiing aan de noordwestelijke zijde:
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 10
De logiesgebouwen zullen van hoogwaardige kwaliteit zijn, zoals onderstaande artistimpression toont:
Blok van 8 verblijfseenheden voor internationale werknemers
Verblijfseenheden in groene, parkachtige setting met voorbeeld van ‘grasparkeren’
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 11
Uitvaartcentrum Primair was het de bedoeling om een resomeercentrum binnen de kaders van onderhavig plangebied mogelijk te maken. Inmiddels is echter gebleken dat het resomeren (alkalische hydrolyse of watercrematie) in Nederland nog steeds geen gelegaliseerde vorm van lijkbezorging is. Deze vernieuwende functie werd door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State om die reden dan ook niet geaccepteerd; via de bestuurlijke lus kan een ander functie worden opgenomen in het bestemmingsplan, doch dit alternatief mag slechts een geringe ruimtelijke impact hebben ten opzichte van het volledig afgewogen resomeercentrum. Initiatiefnemer heeft er daarom voor gekozen om het resomeercentrum uit de plannen te halen en te vervangen door een uitvaartcentrum. Een extra uitvaartcentrum binnen de gemeente Venlo wordt rendabel geacht doordat de babyboomers de pensioengerechtigde leeftijd beginnen te bereiken en het aantal ouderen snel zal toenemen. In 2012 was nog 2,7 miljoen (16%) van de Nederlanders 65 jaar of ouder. De verwachting is dat hun aantal zal blijven groeien naar 4,7 miljoen (26%) in 2040 en dat dit aantal ouderen tot 2060 gelijk zal blijven. Hierna zal hun aantal weer afnemen. Met het stijgen van het aantal ouderen neemt ook het aantal sterfgevallen toe. Volgens de cijfers van het CBS sterven er in Venlo gemiddeld 10,5 mensen per 1000 inwoners.
Op een bevolking van 103.984 personen (per 1-1-2025) zijn het jaarlijks afgerond 1040 personen die komen te overlijden en waarvoor een uitvaart geregeld moet worden. Het aantal uitvaartcentra in Venlo bedraagt 7 stuks, variërend van ZZP'ers tot de grote organisaties. Het aantal uitvaartorganisaties (groot en klein) in Nederland is in de loop van de jaren forser gestegen in vergelijking met het aantal uitvaarten. Onderstaand is de situatie in heel Nederland in 2014 en 2024 vergelijken met de Venlose situatie: jaartal
sterfgevallen per jaar (uit: CBS)
aantal uitvaartcentra (uit: KvK)
gemiddeld aantal uitvaarten per uitvaartcentrum
Nederland
2014
139.223
1867
74
Nederland
2023
169.526
2991
56
Venlo
2024
997
8
124
Hieruit kan duidelijk worden geconcludeerd dat het gemiddeld aantal uitvaarten per uitvaartcentrum binnen de gemeente Venlo substantieel groter is dan gemiddeld in Nederland. Door toevoeging van een uitvaartcentrum aan de Hakkesstraat, zou het aantal uitvaarten per centrum nog steeds bovengemiddeld zijn. Ook kan het uitvaartcentrum een deel van de Duitse markt bedienen, omdat in Duitsland andere regels gelden dan in Nederland en bewoners in de grensregio extra begeleiding nodig hebben in het kader van de mogelijkheden omtrent uitvaarten zodat de laatste wens van de overledene en de wensen van nabestaanden maximaal vormgegeven kan worden.
De ontsluiting van het gehele plangebied gaat plaatsvinden middels drie uitritten. De hoofdontsluiting voor de in het bestaande klooster wonende zusters is gesitueerd ter hoogte van de huidige in- en uitrit van het klooster. De overige twee ontsluitingen bevinden zich in het oostelijke deel van het plangebied, ter hoogte van de parkeervakken en vormen de hoofdontsluitingen voor bezoekers. Het park bevat een hoofdroute die de ontsluitingen met elkaar in verbinding brengt. De hoofdroute is tevens te gebruiken voor gemotoriseerd verkeer ten behoeve van bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden of door hulpdiensten in geval van een noodsituatie.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 12
Echter, het park en bosgebied dienen zo min mogelijk belast te worden door gemotoriseerd verkeer, aangezien dit niet past in de visie van het park. Rondom de hoofdroute wordt plaats gemaakt voor, veelal bestaande, wandelpaden. In het oostelijk deel van het park zijn natuurlijke vijvers gesitueerd. Op de hoofdroute, bij één van deze vijvers, is een modern kunstwerk (‘kathedraal’) voorzien waar een afscheidsceremonie kan plaatsvinden. De omvang van de kunstobjecten in het park is verschillend en kan variëren van 1 tot 20 m2. Belangrijk is dat de objecten geconcentreerd urnen bevatten waardoor er veel ruimte resteert voor het park. Op onderstaande schets is heel globaal weergegeven wat het bovenstaande zal betekenen:
1.4
Strijdigheid met geldend bestemmingsplan
Het projectgebied is gelegen binnen het bestemmingsplan bedrijventerrein Veegtes, zoals vastgesteld op 28 maart 2012. Onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding:
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 13
Binnen de bestemmingen Groen en Maatschappelijk zijn in ieder geval geen verblijfseenheden voor internationale werknemers toegestaan en het uitvaartcentrum is eveneens strijdig met de bestemming Groen. Tevens zijn er op 25 november 2020 twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld. Het betreft: Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen Parapluplan kamerbewoning. Omdat ‘wonen in algemene zin’ geen onderdeel is van onderhavig initiatief, hoeft aan beide parapluplannen niet te worden getoetst. Om de gewenste plannen mogelijk te maken, zal een bestemmingsplan op maat worden voorbereid.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 14
2.
BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE
2.1
Algemeen
Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten m.e.r-plichtig zijn en voor welke activiteiten een m.e.r-beoordeling moet worden verricht. In onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen ten aanzien waarvan het maken van een milieueffectrapportage (m.e.r.) verplicht is. In onderdeel D van de bijlage zijn de activiteiten, plannen en besluiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. Als een activiteit op grond van onderdeel D m.e.r.-beoordelingsplichtig is, geldt voor een kaderstellend (bestemmings)plan dat die activiteit mogelijk maakt, een plan-m.e.rplicht. Voor alle activiteiten zijn drempelwaarden opgenomen. Als een activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst en de drempelwaarden uit kolom 2 worden overschreden, is een m.e.r. (onderdeel C) of een m.e.r.-beoordeling (onderdeel D) verplicht. Voor activiteiten die genoemd worden in onderdeel D, maar waarbij de drempelwaarde niet wordt overschreden, geldt de verplichting om na te gaan of tóch een m.e.r.-beoordeling (of een m.e.r.) moet worden uitgevoerd.
Het bevoegd gezag moet in zo’n geval nagaan of er sprake is van omstandigheden die - ondanks dat de drempelwaarden niet worden overschreden -aanleiding geven voor het verrichten van een m.e.r.(beoordeling). De motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.beoordeling.
2.2
Activiteit en drempelwaarden
In artikel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is een categorie ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (D 11.2) opgenomen. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage dient voor de ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een m.e.r.-ontwikkelingsbeoordeling te worden uitgevoerd in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Uit de (uitgebreide) jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de enkele omstandigheid dat een project relevante (negatieve) milieugevolgen heeft niet doorslaggevend is voor het oordeel of zo’n project is aan te merken als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ in de zin van onderdeel D, kolom I, categorie 11.2 van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. De concrete aard en omvang van het project zijn veel belangrijkere criteria voor deze beoordeling (zie bijvoorbeeld AbRvS 15 maart 2017 / 201601015/1/R1 ECLI:NL:RVS:2017:694 (bouwmarkt Hornbach)).
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 15
Belangrijke criteria die in de jurisprudentie over huisvestingsprojecten voor internationale werknemers of asielzoekers een rol spelen bij het oordeel of een project een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ is, zijn: het aantal te huisvesten personen; de duur van de huisvesting; de schaalgrootte van het project; al dan niet uitbreiding van bebouwde oppervlakte; de aard van het gebied c.q. de omgeving waar het project gerealiseerd wordt.
Gelet op deze criteria moet het onderhavige project gekwalificeerd worden als een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Immers het betreft de tijdelijke huisvesting van een relatief grote groep personen (768) op een permanente locatie. Het project kent een aanzienlijk ruimtebeslag (3 hectare). Thans is een bouwblok aanwezig van ruim 3000 m2 (bestaande bebouwing is gesloopt). Ten behoeve van het uitvaartcentrum zal een oppervlakte van circa 1,5 ha een stedelijke functie gaan krijgen, met een bouwvlak waarop bebouwing is toegestaan tot een bebouwd oppervlak van 3500 m2. Als gevolg van het op te stellen bestemmingsplan zal de bebouwde oppervlakte ter plaatse aanzienlijk toenemen. Het project wordt gerealiseerd op percelen welke omsloten worden door bedrijfsbestemmingsplan (binnen bestemmingsplan de Veegtes en bestemmingsplan Océ e.o.) en is als groene enclave met drie bestemmingsvlakken ten behoeve van maatschappelijke functies, geheel gelegen binnen het bestaande stedelijke gebied. Het onderhavige project voorziet in een combinatie van activiteiten en ontwikkelingen op een oppervlakte van in totaal circa 4,5 ha derhalve ruimschoots onder de drempel van een oppervlakte van 100 hectare of meer alsmede onder de drempel van de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied, zoals opgenomen in het Besluit milieueffectrapportage.
De activiteit is dus niet m.e.r.-beoordelingsplichting. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst, dient echter wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht.
2.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
In een vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een informele m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r. beoordeling noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in bijlage III van de Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten.
CRITERIA OM VAST TE STELLEN OF DE IN BIJLAGE II GENOEMDE PROJECTEN AAN EEN MILIEUEFFECTBEOORDELING MOETEN WORDEN ONDERWORPEN
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 16
1. KENMERKEN VAN DE PROJECTEN De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name: a) b) c) d) e) f)
de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; g) de risico's voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). 2. LOCATIE VAN DE PROJECTEN De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a) het bestaande en goedgekeurde landgebruik; b) de relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; c) het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i. wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ii. kustgebieden en het mariene milieu; iii. berg- en bosgebieden; iv. natuurreservaten en -parken; v.
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; vi. gebieden waar de milieukwaliteitsnormen, in de wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als nietnagekomen; vii. gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; viii. landschappen en plaatsen van historisch, cultureel of archeologisch belang. De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de in artikel 3, lid 1, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a) de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); b) de aard van het effect; c) het grensoverschrijdend karakter van het effect; d) de intensiteit en de complexiteit van het effect;
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 17
e) de waarschijnlijkheid van het effect; f) de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; g) de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; h) de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 18
3.
TOETSING PROJECT AAN (SUB)CRITERIA
3.1
Kenmerken van het project
de omvang van het project De projectlocatie is gelegen in de noordwestelijke afronding van bedrijventerrein de Veegtes te Venlo, ten oosten van de Nijmeegseweg, ten zuiden van de Hakkesstraat en ten noordwesten van de Hendrikkenhofstraat. De projectlocatie ligt binnen het bedrijventerrein, binnen de bebouwde kom. De totale oppervlakte van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bedraagt ca. 4,5 ha. het bestaand grondgebruik Het plangebied is gelegen aan de hoek Nijmeegseweg-Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat te Venlo en wordt aan drie zijden omringd door de bedrijventerreinen Veegtes en Noorderpoort. Het gebied is bekend als Albertushof. Oorspronkelijk was Albertushof, ook wel Hendrikkenhof genoemd, een 19e-eeuwse boerderij. De boerderij werd omstreeks 1905 door de paters Dominicanen gekocht als buitenverblijf voor hun studenten. In januari 1939 werd er het missiehuis van de Zusters Dominicanessen in ondergebracht. Vanuit de oude hoeve vertrokken circa zestig zusters naar de missie in Zuid-Afrika. Daarnaast startten de zusters in Venlo in 1962 een kinderdagverblijf: de Stichting Albertuskleuterhof. Uit deze stichting ontstond in 1965 de Stichting Kindervreugd voor de opvang van verstandelijk gehandicapte kinderen. Momenteel is de hoeve omgebouwd tot een restaurant (Galerie De Hoeve) en rond 1968 is er een nieuw klooster gebouwd.
Het omliggend perceel bestaat uit een bos, een tuin, een groentetuin, jonge aanplant, een in slechte staat en voor ammovatie in aanmerking komend voormalig kinderdagverblijf, braakliggend terrein, enkele paardenweiden en een stuk landbouwgrond waar mais op wordt verbouwd. In het bestaande bosgebied is het kerkhof van de congregatie en een Mariagrot gesitueerd. Galerie De Hoeve valt buiten het te ontwikkelen project, maar zal wel als bestaande en te behouden accommodatie bij de planvorming betrokken worden.
Luchtfoto bestaande situatie
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 19
de cumulatie met andere projecten In en om de projectlocatie zijn er thans geen andere relevante andere ruimtelijke activiteiten of projecten in ontwikkeling waarmee rekening moet worden gehouden in de beoordeling, anders dan passend binnen de bedrijfsbestemmingen welke het projectgebied omsluiten. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Ter plaatse van het plangebied zijn geen relevante natuurlijke hulpbronnen die bijdragen aan het project dan wel een effect hebben op het project. de productie van afvalstoffen Zowel in de realisatiefase als in de gebruiksfase vindt er geen productie plaats van afvalstoffen, uitgezonderd het reguliere huishoudelijke afval vanwege bewoning door max. 768 personen en het bedrijfsafval en -water dat vrijkomt in het uitvaartcentrum. De reguliere huishoudelijke afvalstoffen, noch de bedrijfsafvalstromen van het uitvaartcentrum zijn van dusdanige aard dat deze nopen tot een milieueffectrapportage. verontreiniging en hinder Tijdens de realisatiefase is er wellicht enige hinder in de vorm van geluid en trillingen. Het (aannemers)bedrijf dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de projectonderdelen zal zich moeten houden aan de algemene wet en regelgeving en de geldende milieuwetgeving. Deze hinder is van voorbijgaande aard.
3.2
Kenmerken van de potentiële milieu-effecten
Beoogd wordt om logiesruimte te realiseren voor maximaal 768 (short-stay) internationale werknemers, alsmede een uitvaartcentrum met aangrenzend herdenkingspark. Bij de realisatie wordt zowel aan de geldende algemene wet- en regelgeving als aan de geldende milieuwetgeving voldaan. Hierna wordt ingegaan op de verschillende milieu- en omgevingsaspecten.
Ruimtelijk bereik, aard, intensiteit, complexiteit en waarschijnlijkheid van de effecten Bodem Op 29 januari 2019 is door Milon te Veghel de bodemkwaliteit binnen de projectlocatie voor de huisvesting van internationale werknemers onderzocht. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie in het kader van de aankoop van de locatie. In de grond zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater zijn naast licht verhoogde concentraties ook een matig verhoogde concentratie kobalt en een sterk verhoogde concentratie nikkel aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar de licht verhoogde waarden wordt niet noodzakelijk geacht. Formeel dient een nader grondwateronderzoek te worden verricht naar de matig en sterk verhoogde concentraties. Geadviseerd wordt om in eerste instantie het grondwater uit peilbuis 38 opnieuw te bemonsteren en te analyseren op nikkel en kobalt. Daarnaast wordt geadviseerd om de van het onderzoek uitgesloten locatie, het puinpad en de depots bouw- en sloopafval, te onderzoeken op de aanwezigheid van bodemverontreiniging (projectnummer 20182390; toegevoegd als bijlage 3). Door HMB is een aanvullend grondwateronderzoek uitgevoerd (kenmerk 20347703M; toegevoegd als bijlage 3a).
Aan het bestemmingsplan worden regels verbonden welke verplichten tot nader onderzoek ingeval van bouwactiviteiten. In aanvulling op dit onderzoek is door Milon ook een verkennend bodemonderzoek (projectnummer 20191644; toegevoegd als bijlage 4) ter plaatse van de realisatie van het uitvaartcentrum uitgevoerd. | Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 20
Dit onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse zijn ten hoogste licht verhoogde concentraties aangetoond. Vervolgonderzoek wordt niet zinvol geacht. Op basis van de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit wordt geacht dat geen belemmeringen aanwezig zijn voor het huidige en toekomstige gebruik van de locatie. Water Door de bouw van de logiesgebouwen, uitvaartcentrum, aanleg van parkeerplaatsen en erfverharding zal het verhard oppervlak toenemen ten opzichte van de bestaande situatie. De hoeveelheid verhard oppervlak overschrijdt de 2.000 m²-grens. De projectlocatie zal conform het gemeentelijk waterbeleid hydrologisch neutraal ontwikkeld worden. In zijn algemeenheid is voor de waterhuishouding in nieuwe projecten de realisatie van een duurzaam gescheiden systeem uitgangspunt. Dit betekent dat schoon hemelwater, wat valt op (niet vervuilde) terreinverhardingen, zoveel als mogelijk, apart dient te worden ingezameld en dat alleen het vervuilde afvalwater via het riool wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Er is gekozen om het hemelwater dat vanaf de daken van de woonunits en vanaf de erfverharding komt, te bergen en vervolgens te laten infiltreren ter plaatse te realiseren infiltratievijver welke deel gaat uitmaken van het herdenkingspark.
Deze infiltratievijver zal een capaciteit krijgen welke het mogelijk maakt om een extreme bui van T= 100 (100 mm per m2 verhard oppervlak) op te vangen en te verwerken.
Archeologie Vrijwel het gehele terrein heeft een hoge/middelhoge archeologische verwachtingswaarde, zoals op onderstaande uitsnede van de archeologische beleidskaart is te zien:
In het vast te stellen bestemmingsplan zal rekening worden gehouden met de op bovenstaande kaart aangeduide vindplaatsen (bij galerie de Hoeve en tussen galerie de Hoeve en het huidige klooster in); hier zal in ieder geval geen nieuwe bebouwing worden opgericht. Bij de voorgenomen ontwikkelingen is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Op 6 april 2020 en 22 maart 2021
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 21
zijn de bevindingen door Econsultancy neergelegd in een rapportage (zie bijlage 11 en 11a). Hierin is het volgende geconstateerd: "Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de aanwezigheid van dekzandruggen en lage landduinen bij een oude Maasarm de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het booronderzoek geven aan dat in het zuidelijke en noordwestelijke deel van het nu door middel van booronderzoek onderzochte deel van het plangebied de bodem sterke verstoord is. Op de locatie van boringen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 is de bodem nog wel goed intact. Daar waar het bodemprofiel is verstoord, binnen het zuidelijke en noordwestelijke deel van het nu door middel van booronderzoek onderzochte deel van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. Ter plaatse van boringen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 zijn de verstoringen dermate marginaal dat hier nog wel archeologische resten in situ te verwachten zijn. In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard.
Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De rest van het nu onderzochte deel van het plangebied, het zuidelijke en noordwestelijke deel (bij boringen 1, 8 en 11 tot en met 17), worden geen archeologische resten in situ meer verwacht en wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De verstoringen van boring 8, 13 en 17 kunnen het gevolg zijn van een weg die door het plangebied heen liep maar gezien de diepte van de verstoringen en de ligging van deze verstoorde boringen t.o.v. andere verstoorde boringen lijkt het er niet op dat de verstoorde bodemopbouw in de boringen hiermee te maken hebben. Voor het terrein waar niet geboord kon worden door de bij de sloop aangetroffen asbest wordt geadviseerd om hier alsnog een verkennend booronderzoek uit te voeren na de asbestsanering om de archeologische verwachting van het bureauonderzoek ook voor dit deel van het plangebied te toetsen. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen. Voor
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 22
dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Venlo).
Selectiebesluit De gemeente Venlo neemt het advies over om het onderzochte gedeelte van het plangebied gedeeltelijk vrij te geven op basis van de aangetroffen verstoring. Opgemerkt moet worden dat ongeveer een derde van het plangebied nog niet is onderzocht. Gevraagd wordt om het onderzoek hier alsnog zo snel mogelijk uit te voeren, zodat ook de verwachtingswaarde van het zuiddeel van het plangebied duidelijk is en een volledig selectiebesluit kan worden genomen. Het selectiebesluit voor zover dat op dit moment kan worden genomen, houdt in dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in ieder geval in het noordoostelijke gedeelte van het plangebied vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van proefsleuven. Voor dit onderzoek dient een Programma van Eisen ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden aangeleverd. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het nu door Econsultancy vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016.
Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij de gemeente Venlo, de Provincie Limburg of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).” In het op 22 maart 2021 uitgevoerd aanvullend archeologisch booronderzoek voor het zuidelijke deel van bovenstaand gearceerd gebied adviseert Econsultancy voor het westelijke en centrale deel van het plangebied een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In de rest van het nu onderzochte deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Ter bescherming van archeologische waarden is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen voor het grootste deel van het plangebied, waardoor bodemingrepen van meer dan 500 m2 en dieper dan 40 cm niet zijn toegestaan zonder voorafgaand onderzoek. De delen waarvan uit voornoemd archeologisch onderzoek is gebleken dat ze vrijgegeven kunnen worden, hebben deze dubbelbestemming niet gekregen; de gronden welke een archeologische vindplaats betreffen dan wel waar op basis van voornoemd archeologisch onderzoek een nader
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 23
archeologisch onderzoek noodzakelijk is gebleken, krijgen de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 1'. Zonder nader onderzoek mogen deze gronden niet worden verstoord.
Cultuurhistorie Oorspronkelijk was het voormalig klooster Albertushof een boerderij, ook wel Hendrikkenhof genaamd. Op onderstaande historische kaarten is te zien dat de naam 'Hendrikkenhof' al sinds 1895 voor deze locatie in gebruik is.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 24
Historische kaarten van het plangebied en omgeving uit 1895, 1935 en 1970
De boerderij werd omstreeks 1905 door de paters Dominicanen gekocht als buitenverblijf voor hun studenten. Vanaf 11 januari 1939 huisvestte Albertushof het missiehuis van de Zusters Dominicanessen. Vanuit Albertushof vertrokken circa zestig zusters naar de missie in Zuid-Afrika. In het klooster is nu "Galerie de Hoeve" gevestigd met uitgebreide horecafaciliteiten. De Lourdesgrot welke in 1948 in het glooiende westelijke deel van het plangebied is gebouwd, is in 2009 ingestort tijdens een hevige storm. Gelukkig was het mogelijk de grot te restaureren. Tijdens de opruimingswerkzaamheden voor de restauratie werd een glazen cilinder gevonden, mogelijk een deel van een fles met briefjes erin. Deze briefjes bevatten een lijst van de oorspronkelijke gevers die de grot mogelijk hebben gemaakt, gebeden en zelfs een relikwie van de "Blessed Martin de Porres O.P." uit New York. Alle briefjes zijn weer ingemetseld in de nieuwe grot, samen met enkele nieuwe opdrachten, een kennisgeving van het jaartal van de wederopbouw en de naam van de opbouwer. De gerenoveerde Lourdesgrot werd in 2010 weer in gebruik genomen. Het is van groot belang om deze elementen zoals de Lourdesgrot en de structuur van het glooiende landschap te behouden en op te nemen als onderdeel van het herdenkingspark.
Voor het aspect cultuurhistorie in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen wordt verder ook nog verwezen naar de toelichting van het landschapsintegratieplan. Tevens is door de Stichting Erfgoed Venlo een toelichting geschreven op de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Deze rapportage is als bijlage 13 toegevoegd. De cultuurhistorische objecten zullen worden beschermd door een dubbelbestemming Waarde – Cultuurhistorie. Natuurgebieden Natura 2000 De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 25
aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Maasduinen, bevindt zich op ruim 5 kilometer afstand ten noorden van de projectlocatie. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toename van geluid, licht of depositie van stikstof.
Aanpak Stikstof Ten behoeve van de huisvesting van 768 internationale werknemers zullen aan de Hendrikkenhofstraat 29 logiesgebouwen met 4 of 8 eenheden worden gerealiseerd alsmede een uitvaartcentrum met een bebouwde oppervlakte van maximaal 3500 m2 aan de Hakkesstraat. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Om een mogelijk effect op stikstofgevoelige habitattypen inzichtelijk te maken kan onderzoek naar de neerslag van stikstof noodzakelijk gesteld worden. Voor de doorgang van een initiatief dient te worden aangetoond dat er geen significant negatieve effecten worden voorzien op een omliggend Natura 2000-gebied. Met de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Er dient te worden aangetoond dat met het plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het stikstofonderzoek, uitgevoerd door Kragten en integraal als bijlage 10 toegevoegd, is met het programma Aerius Calculator de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt.
Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. De projectlocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabij de projectlocatie gelegen Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ ligt op bijna 5 kilometer afstand. De overige Natura 2000-gebieden zijn op meer dan 17 kilometer van de projectlocatie gelegen. Met het project wordt de bouw van logiesgebouwen en een uitvaartcentrum mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden plaats in de realisatiefase en daarna door de verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie. Conclusie De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het Aerius Calculator. Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal geen relevante significante cumulatieve effecten veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden.
In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
Natuurnetwerk Nederland De projectlocatie maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk. De projectlocatie ligt echter wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (Zwartwater ten noorden van de A67 en de oostelijke oever van de Maas). Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 0,3
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 26
kilometer ten noorden van de projectlocatie. Het betreft het Zwartwater. De naam Zwart Water is enigszins verwarrend. Hij is ontleend aan een moerasgebied dat tot in de jaren '50 van de vorige eeuw op de plaats lag van de huidige autosnelweg ten noordoosten van Venlo. Door drooglegging is niets meer van dit moeras over. Nu liggen er landbouwgronden, wegen en het industrieterrein Noorderpoort. Het Zwart Water leeft echter voort in de naam van het tegenwoordige natuurgebied ten noorden van de snelweg. Het grootste water in dit gebied is de Venkoelen, gelegen in een oude Maasbedding. De plas is ontstaan door vervening tot in het begin van de 19e eeuw. Na de ontvening begonnen de vennen al snel weer dicht te groeien. Boeren profiteerden hiervan. Zij maaiden de holpijp die langs de oevers van de uitgeveende plas groeide en gebruikten het maaisel als groenbemester op het veld. Doordat de omgeving van het ven in een oude Maasbedding lag was het ook mogelijk rivierklei te winnen. Er ontstonden kleiputten die overigens later zijn opgevuld met stadsvuil en puin uit de Tweede Wereldoorlog. De klei werd afgeticheld en tot bakstenen verwerkt. De achterblijvende gronden zijn tegenwoordig grasland, heide en bos in de omgeving van de Ossenberg. Vanaf 1930 vond veel bosaanplant plaats. Een bijzonder bostype, nog herkenbaar aan de boomsoorten die er staan, is het zogenaamde Stadsbos.
Na de Tweede Wereldoorlog werd dit ingericht als park met een grote afwisseling van boomsoorten. In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 is dit gebied aangeduid als ‘goudgroene natuurzone, zoals op onderstaand afbeelding is te zien:
Door de voorgenomen plannen binnen de projectlocatie, geheel omringd door bedrijventerreinen, in combinatie met de afstand tot het Zwarte Water, zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland aangemerkte gebied niet worden aangetast; een ontheffing op basis van de Wet Natuurbescherming is niet noodzakelijk.
Flora en fauna Quickscan Het plangebied dat het klooster omsluit, is in gebruik als bos, tuin, groentetuin, jonge aanplant, een in slechte staat en voor ammovatie in aanmerking komend voormalig kinderdagverblijf, braakliggend
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 27
terrein, enkele paardenweiden en een stuk landbouwgrond waar mais op werd verbouwd. In het bestaande bosgebied is het kerkhof van de congregatie en een Mariagrot gesitueerd. Op basis van de natuurgegevens van www.waarneming.nl en www.limburgsevogels.nl valt te zien dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde soorten (planten en dieren) zijn waargenomen. Dit betekent niet automatisch dat er geen beschermde soorten voorkomen. Daarom is door Econsultancy BV in augustus 2021 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling met als doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De delen van het plangebied welke hun bestemming behouden danwel waar op korte termijn geen ontwikkelingen plaatsvinden welke een verstoring van flora en/of fauna tot gevolg kunnen hebben, zijn buiten het onderzoeksgebied gelaten. In de planregels zijn bepalingen opgenomen die noodzaken tot een specifiek ecologisch onderzoek indien de binnen deze bestemmingen mogelijk gemaakte realisatie van nieuwe bouwwerken actueel wordt.
Het op voorhand uitvoeren van ecologisch onderzoek heeft geen meerwaarde; tevens dient opgemerkt te worden dat aan de Wet natuurbescherming rechtstreekse werking toekomt en hier te allen tijde aan voldaan dient te worden. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 28
Tabel: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen
Op basis van deze quickscan dient, voor uitvoering van de plannen, middels nader onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de eventuele functie van de onderzoekslocatie voor de teunisbloempijlstaart. Verder dient in het bladerloze seizoen (globaal half november t/m maart) een nesteninspectie uitgevoerd te worden om aan- of afwezigheid van ransuil- en/of torenvalknesten aan te tonen. Indien de bomen in de houtsingel worden gekapt dient een nesteninspectie uitgevoerd te worden of dienen de (kap)werkzaamheden in de vrijstellingsperiode van de eekhoorn uitgevoerd te worden (maart-april en juli t/m november). Daarnaast dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de grote vos wanneer de zoete kers of treurwilgen in het noordelijk deelgebied worden gekapt. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Deze onderzoeken zijn lopend en zullen zijn afgerond voordat het bestemmingsplan zal worden vastgesteld.
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 29
Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten behoeve van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dat houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van dieren te voorkomen. Tevens dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen bij de uitvoering van werkzaamheden. Het verwijderen van groen, takkenhopen en het uitvoeren van graafwerkzaamheden dient plaats te vinden buiten het broedseizoen. Globaal kan hiervoor de periode maart tot en met half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien binnen het broedseizoen bomen of struwelen verwijderd dienen te worden, dient voorafgaand aan deze werkzaamheden een broedvogelinspectie door een ter zake kundige ecoloog plaats te vinden. Verder geldt te allen tijde de algemene zorgplicht ten aanzien van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van individuen te voorkomen. De ecologische quick scan is als bijlage 14 aan de planstukken toegevoegd. Op 13 januari 2022 is door Econsultancy BV een aanvullende ecologische rapportage opgesteld.
Uit het aanvullend veldonderzoek is het volgende gebleken: 'Binnen de voor de teunisbloempijlstaart optimale periode om onderzoek uit te voeren, zijn in totaal drie veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken is de aanwezigheid van de rupsen van teunisbloempijlstaart op de onderzoekslocatie (en directe omgeving) onderzocht. Tijdens de veldbezoeken zijn, ondanks grondige inspecties, geen eitjes en rupsen van teunisbloem-pijlstaart waargenomen. Er zijn echter wel vraatsporen aangetroffen op waardplanten van de teunis-bloempijlstaart. Desalniettemin kan de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart uitgesloten worden vanwege het feit dat er geen individuen van teunisbloempijlstaart zijn aangetroffen en de vraatsporen op desbetreffende waardplanten verklaard kunnen worden door de aanwezigheid van de keversoort "lang griendhaantje". Tot slot zijn tijdens een nesteninspectie in het bladerloze seizoen geen grote nesten aangetroffen van roofvogels waaronder ransuil en torenvalk. Daarmee kan worden uitgesloten dat op de onderzoekslo-catie en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden jaarrond beschermde nesten van ransuil en torenvalk aanwezig zijn. Conclusie Met betrekking tot de teunisbloempijlstaart, ransuil en torenvalk hoeven vanwege de afwezigheid van de soorten geen verdere maatregelen getroffen te worden.
Wel dient te allen tijde de algemene zorg-plicht ten aanzien van broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën nageleefd te worden. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan wordt om het verstoren, verwonden en/of doden van dieren te voorkomen.' Ook dit aanvullend onderzoek is als bijlage bijgevoegd. Houtopstanden Tenslotte is de eis vanuit het bevoegd gezag om de gekapte bomen vanuit het verleden binnen het plan te compenseren. Vanuit een illegale velling uit eerdere tijd is er een herplant opgelegd van 3750 m2 aaneengesloten bos. Vanuit deze basisvoorwaarden en de nieuwe functies heeft een en ander geleid tot een plan dat vanuit functionaliteit, integratie, cultuurhistorie, ecologie en ook belevingsruimte voor de mensen is bezien. Een plan dat ook vanuit de ruimere omgeving is opgesteld. Hierin staat aangegeven dat er
| Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling huisvesting Internationale werknemers en resomeercentrum Venlo | status: definitief |
Pagina | 30
minimaal aan groen verdwijnt en dat er een groot areaal aan nieuw groen zal verrijzen. Hierbinnen zit ook de herplant van 3750 m2 bosgebied. Wegverkeerslawaai De logiesgebouwen ten behoeve van de tijdelijke huisvesting van internationale werknemers worden niet beschouwd als een geluidsgevoelig object in de zin van de Wet geluidhinder, maar moeten in het kader van de toepassing van het criterium van ‘een goede ruimtelijke ordening’ wel beschermd worden tegen overmatige geluidhinder. Een aanvaardbaar verblijfsklimaat in de logiesgebouwen moet gegarandeerd zijn. Door Kragten is op 25 september 2020 een onderzoek naar wegverkeerslawaai op de logiesgebouwen en de beheerderswoning uitgevoerd (rapportnummer 20200925-BSM007-RAP-AKOWVL 5.0), welk onderzoek is bijgevoegd als bijlage 8. Hierin is het volgende geconstateerd: Beheerderswoning De berekende geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Nijmeegseweg (N271), Hakkesstraat, Hendrikkenhofstraat en de L.J.Costerstraat bedraagt ten hoogste 48 dB. De voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd. Ten gevolge van het wegverkeer op de Rijksweg A67 bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 53 dB. De voorkeurswaarde (48 dB) uit de Wet geluidhinder wordt niet gerespecteerd. Echter de maximale ontheffingswaarde (53 dB) wordt wel gerespecteerd.