CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

503553 Bijl01 TAM-omgevingsplan - motivering.pdf

Raadsvergadering 17 september 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 4.7: Vaststellen TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22D Stalbergweg 131-135 Venlo (503553)11.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het deelplan moet binnen deze aandachtsgebieden rekening worden gehouden met het groepsrisico. Hier wordt aan voldaan door in het aandachtsgebied geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer 26

kwetsbare gebouwen toe te laten en ook geen beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. Deze gebouwen en locaties zijn wel toelaatbaar als er daarvoor extra maatregelen worden genomen. Dat dient te geschieden met voorschriftengebieden. In een deelplan dient in principe een aandachtsgebied als voorschriftengebied te worden aangewezen als er met het deelplan kwetsbare gebouwen zijn toegestaan. In een voorschriftengebieden gelden de extra bouweisen van paragraaf 4.2.14 Besluit bouwwerken leefomgeving. Daarnaast staan in het Bkl ook instructieregels voor de volgende risicobronnen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving: • Opslaan, bewerken en herverpakken van vuurwerk (afdeling 5.1.2.4 Bkl) • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) • Exploiteren van een IPPC-installatie voor het maken van explosieven (afdeling 5.1.2.5 Bkl) • Opslaan en bewerken van ontplofbare stoffen voor militair gebruik (afdeling 5.1.2.5 Bkl) Toetsing Middels de Pav-kaart is getoetst of het plangebied binnen een aandachtsgebied ten aanzien van de externe veiligheid ligt (figuur 5).

Figuur 5: Uitsnede Pav-kaart met plangebied rood omcirkeld.

27

Risicovolle inrichtingen Zoals op bovenstaande uitsnede van de Pav-kaart is weergegeven ligt het plangebied niet binnen een aandachtsgebied van risicobronnen welke van invloed kunnen zijn op de planontwikkeling met betrekking tot externe veiligheid. Risicovol transport door buisleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Dit vormt dan ook geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Risicovol transport over spoorwegen Het plangebied ligt op een afstand van ca. 820 meter van Station Venlo. Over deze spoorlijn vindt onder andere transport van toxische gassen (stofcategorie B2) plaats tussen Venlo en Roermond en tussen Venlo en Eindhoven. De aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken reiken vniet over het projectgebied. Hierdoor ligt het projectgebied buiten het aandachtsgebied en is deze spoorlijn niet relevant voor externe veiligheid. Dit vormt dan ook geen belemmering voor het voornemen. Risicovol transport over water Ten westen van het plangebied is op een afstand van circa 1,15 kilometer de Maas gelegen. Over de Maas vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot buiten de oever, waardoor het plangebied buiten deze contour ligt. Het plangebied ligt tevens niet binnen het aandachtsgebied van de Maas.

Dit vormt dan ook geen belemmering voor het voornemen. Risicovol transport over wegen Het plangebied ligt op een afstand van ca. 2,7 kilometer van zowel de snelweg A67 als de snelweg A73. Over deze snelwegen vindt transport van gevaarlijke stoffen plaats. Het plangebied ligt niet binnen de aandachtsgebieden van de A67en de A73, waardoor dit geen belemmering vormt. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.10

Milieubelastende activiteiten Tussen milieubelastende activiteiten en milieugevoelige functies zoals woningen, dient voldoende afstand te worden aangehouden. Om dit te bepalen wordt gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. In deze publicatie zijn bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Per bedrijfstype is indicatief aangegeven wat de afstand tot gevoelige functie dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). De aan te houden richtafstanden hebben betrekking op stof, geluid, gevaar en geur. De richtafstanden welke zijn opgenomen in de VNG-publicatie worden aangehouden of er genoeg ruimte zit tussen een bedrijf/functie en gevoelige objecten. In dit geval is het plangebied in het bebouwd gebied van Venlo gelegen, waar verschillende functies naast elkaar of in de nabije omgeving aanwezig zijn. Derhalve kan worden gesproken van een gemengd gebied en kunnen de richtafstanden van de VNG met een stap worden verkleind. Onderstaand volgt een inventarisatie van de aanwezige functies in de omgeving van het plangebied en de aan te houden richtafstanden.

28

Stalbergweg 131 Voor de beoogde detailhandelsfunctie geldt een richtafstand van 0 meter (na verkleining met 1 stap) ten aanzien van omliggende woningen. Aangezien de richtafstand 0 bedraagt wordt automatisch voldaan aan de richtafstand. Stalbergweg 135 Ten aanzien van de beoogde woonfunctie aan Stalbergweg 135 moet worden gekeken of er in de nabijheid bedrijfsactiviteiten plaatsvinden die van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat. In onderstaande tabel zijn de aanwezige functies uit de omgeving opgenomen met de bijbehorende richtafstanden. Adres

Functie

Richtafstand

Werkelijke

Voldaan?

afstand Stalbergweg 131

Detailhandel

0 meter

0 meter

Ja

Stalbergweg 131

Bedrijf cat. 1/2

10 meter

5 meter

Nee

Stalbergweg 125

Cafetaria

0 meter

13 meter

Ja

Stalbergweg 154

Bedrijf cat. 1/2

10 meter

33 meter

Ja

Van Millenstraat 8

Praktijk fysiotherapie

0 meter

0 meter

Ja

In de beoogde situatie ligt de woonbestemming binnen de richtafstand van de bestemming ‘bedrijf’. Deze afstand is gemeten vanaf het bestemmingsvlak wonen tot het bestemmingsvlak bedrijf. In de huidige situatie is op de bovenverdieping van Stalbergweg 135 reeds een woning aanwezig. De afstand tot de bestemming ‘bedrijf’ neemt met onderhavige ontwikkeling niet af. De bestaande woning is derhalve maatgevend. Het woon en leefklimaat en de bedrijfsactiviteiten aan Stalbergweg 131 worden derhalve niet belemmerd. De beoogde burgerwoning ligt verder niet binnen de richtafstand van omliggende bedrijven. Derhalve kan worden verondersteld dat er ter plaatse van de beoogde woning sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daarnaast worden de omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden beperkt. Hierbij moet nog worden opgemerkt dat de reeds aanwezige detailhandelsbestemming, bewoning op de verdieping reeds toestaat. Deze woning wordt op dezelfde manier wordt beschermd als de beoogde burgerwoning. De omschakeling vormt derhalve geen belemmering voor omliggende bedrijven. Het aspect milieubelastende activiteiten vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

5.11

Niet-gesprongen explosieven Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog ontplofbare oorlogsresten uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen, blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Op de VEO-Bommenkaart is te zien of er (voor)onderzoek is gedaan op een locatie. Hieruit blijkt dat er ter plaatse van het plangebied nog geen vooronderzoek naar niet gesprongen explosieven heeft plaatsgevonden.

29

Figuur 6: Uitsnede VEO-bommenkaart met plangebied rood omcirkeld

Aangezien geen diepe graafwerkzaamheden plaats zullen vinden, zal het aspect nietgesprongen explosieven niet voor belemmeringen zorgen.

5.12

Kabels, leidingen en hoogspanningslijnen Bij ontwikkelingen is het van belang om te kijken of er door of nabij het plangebied kabels, leidingen en/of hoogspanningslijnen zijn gelegen waar rekening mee gehouden dient te worden.

5.12.1

Kabels en leidingen Ondergrondse kabels en leidingen zijn belangrijk voor het transport van data, elektriciteit en stoffen zoals gas en water. Sommige ondergrondse leidingen kunnen een risico zijn voor de omgeving. In het Omgevingsplan staan geen of zeer beperkt gebruiksregels voor ondergrondse kabels en leidingen. De regels richten zich op de ligging, het type leiding en de gebruikskenmerken. In dit geval is het belangrijk om te bezien of er in de omgeving kabels en/of leidingen al dan niet met veiligheidszone aanwezig zijn. Aangezien er in de omgeving van het plangebied geen kabels en/of leidingen aanwezig zijn, vormt dit aspect geen belemmering.

5.12.2

Hoogspanningslijnen Hoogspanningsverbindingen zijn essentieel voor het energienetwerk, maar hebben ook effect op de (ontwikkelingen in de) omgeving. Zo is vanwege de magneetvelden rondom een hoogspanningsverbinding afstand nodig tot gevoelige functies zoals woningen. Op een afstand van circa 2 kilometer van het plangebied bevinden zich hoogspanningslijnen met een voltage van 150 kV. Gezien de afstand tot het plangebied vormt de aanwezigheid van deze lijnen geen belemmering. 30

5.13

Mobiliteit Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen en het aantal benodigde parkeerplaatsen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.

5.13.1

Verkeersgeneratie In de huidige situatie heeft het plangebied reeds een verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking is afhankelijk van de aanwezige functies. In de huidige situatie is er een groothandel, detailhandel en bovenwoning aanwezig. Om de verkeerstaantrekkende werking te bepalen wordt gebruik gemaakt van de kengetallen opgenomen in CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ waarbij wordt uitgegaan van het gebiedstype sterk stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Aangezien onderhavige ontwikkeling gepaard gaat met een verplaatsing van de bestemming ‘Detailhandel’, een afname van de bestemming ‘Bedrijf’ en volledige bewoning mogelijk wordt gemaakt van het pand aan Stalbergweg 135, is een verschilberekening gemaakt tussen het aantal verkeersbewegingen in de huidige en toekomstige situatie. In onderstaande tabel zijn de te vervallen en nieuwe functies opgenomen. Functie

Aantal

Te vervallen functies Groothandel -235 m2 Huur, appartement, -1 midden/goedkoop Toe te voegen functie Koop, huis, twee- 1 onder-een-kap Netto verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie per eenheid

Verkeersgeneratie

45,4 per 100 m2 bvo 4,0 per woning

-106,7 -4,0

8,2 per woning

8,2 -102,5

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van onderhavige ontwikkeling afneemt. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat dit aspect geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.

5.13.2

Parkeren Huidige situatie Binnen het plangebied is in de huidige situatie reeds sprake van een parkeerbehoefte. Op eigen terrein zijn in de huidige situatie dan ook parkeerplaatsen aanwezig. Figuur 7 geeft de aanwezige parkeerplaatsen weer. Het blauwe vlak betreft de aanwezige parkeerplaatsen ten behoeve van de detailhandelsfunctie van Stalbergweg 135. Hier zijn geen parkeerplaatsen ingetekend. Redelijkerwijs kunnen hier ten hoogste 3 auto’s worden geparkeerd. Het gele vlak betreft de aanwezige parkeerplaatsen ten behoeve van de bedrijfsfunctie aan Stalbergweg 131. Hier zijn 12 parkeerplaatsen ingetekend welke allen zijn toegewezen aan Stalbergweg 131. Andere huurders van de bedrijfsruimtes gelegen rond het binnenterrein hebben geen recht op een parkeerplaats 31

op het binnenterrein (met uitzondering van Stalbergweg 129d). Zij maken gebruik van parkeerruimte in hun eigen bedrijfsruimte. In totaal zijn er voor de locaties Stalbergweg 131 en 135 circa 15 parkeerplaatsen aanwezig. In de huidige situatie is geen sprake van parkeeroverlast als gevolg van de aanwezige functies binnen het plangebied.

Figuur 7: Aanwezige parkeerplaatsen binnen het plangebied

Beoogde situatie Op basis van het gemeentelijk beleid moet het parkeren in de beoogde situatie plaatsvinden op eigen terrein. Om de parkeerbehoefte te bepalen wordt gebruik gemaakt van de kengetallen opgenomen in CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ waarbij wordt uitgegaan van het gebiedstype sterk stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Voor een twee-onder-een-kapwoning (Stalbergweg 135) wordt uitgegaan van gemiddeld 1,7 parkeerplaatsen. Binnen het plangebied is voldoende ruimte rond de beoogde woning om op eigen terrein in deze parkeerbehoefte te voorzien. De CROW-publicatie voorziet niet in kengetallen voor specifieke detailhandelsfuncties zoals een slijterij (Stalberg 131). Wel zijn kengetallen opgenomen voor een buurtcentrum. Dit zijn ondersteunende winkelgebieden (voornamelijk voor doelgerichte boodschappen) die een aanvulling vormen op de binnenstad of het hoofdwinkelgebied. Bij afwezigheid van specifieke kengetallen, wordt aansluiting gezocht bij de kengetallen voor een buurtcentrum. Bij deze kengetallen wordt echter wel uitgegaan van meerdere winkels binnen een buurtcentrum. Aangezien in de beoogde situatie geen sprake is van 32

meerdere winkels, zal de daadwerkelijke parkeervraag lager zijn. Het overige deel van de loods (ca. 565 m2) zal in de beoogde situatie worden gebruikt ten behoeve van opslag. In onderstaande tabel is de te verwachte parkeerbehoefte berekend. Functie

Oppervlakte

Detailhandel (buurtcentrum) Opslag (arbeidsen bezoekersextensief) Totaal

Ca. 235 m2 Ca. 565 m2

Parkeernorm (gemiddeld) 3.7 / 100 m2 1,1 / 100 m2

Parkeerplaatsen 8,7 6,2 14,9

Aanvullend op bovenstaande activiteiten zullen binnen het plangebied ook zakelijke klanten worden geholpen in de vorm van een kleinschalige groothandel voor drank. Aangezien deze activiteiten een beperkte schaal kennen, zijn deze niet te vergelijken met de kengetallen uit de CROW-publicatie voor een groothandel specialist. In een gemiddelde week worden er twee bestellingen afgehaald. Levering van goederen vindt slechts één tot twee maal per jaar plaats. De parkeerbehoefte voor deze activiteiten is derhalve verwaarloosbaar. Als gevolg van onderhavige ontwikkeling is de initiatiefnemer voornemens het bestaande parkeerterrein opnieuw in te delen. De bestaande inrit zal worden verbreed. Door de verbreding van de inrit kunnen binnen het plangebied meer parkeerplaatsen worden gerealiseerd. In totaal zullen in de beoogde situatie 16 parkeervakken worden gerealiseerd ten behoeve van de functie aan Stalbergweg 131 (figuur 8). De overige zes parkeerplaatsen worden gebruikt bij de bedrijfsfunctie aan Stalbergweg 129d. Het aantal parkeerplaatsen is daarmee ruim voldoende om te voorzien in de te verwachten parkeerbehoefte.

33

Figuur 8: Beoogde situatie met betrekking tot parkeren. Geel weergegeven parkeerplaatsen zijn bedoeld voor de functie aan Stalbergweg 131.

Aangezien het aantal beschikbare parkeerplaatsen als gevolg van onderhavige ontwikkeling hoger is dan de te verwachten parkeerbehoefte valt er in de beoogde situatie ook geen parkeeroverlast te verwachten als gevolg van de beoogde functies binnen het plangebied. Het aspect parkeren vormt dan ook geen belemmering.

5.14

Duurzaamheid en klimaatadaptatie De Nationale klimaatadaptatiestrategie (NAS) is in 2016 opgesteld. In 2022 is de NAS in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geëvalueerd. Om de NAS te versnellen is in 2023 het Nationaal Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie (NUPKA) verschenen. Het NUPKA laat zien welke aanpak al in gang is gezet voor de komende jaren én welke extra maatregelen er nodig zijn. Het document laat daarmee zien hoe de uitvoering van de NAS wordt aangepakt en wat nodig is om te versnellen. Er staat bijvoorbeeld dat we vanaf nu bij elke ontwikkeling in Nederland standaard rekening moeten houden met zeespiegelstijging, toenemende hitte, langere periodes van droogte en meer extreme neerslag. Verder moet het beleid om Nederland op tijd klimaatbestendig te maken slimmer, intensiever en inclusiever. Naast de NAS geldt voor alle nieuwbouw sinds 1 januari 2021 dat vergunningen moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr)

34

2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr) 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%) Als laatste moet rekening gehouden worden met de MileuPrestatie Gebouwen (MPG) bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. De MPG geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. Het gaat hierbij om nieuwe kantoorgebouwen (groter dan 100 m2) en om nieuwbouwwoningen. Onderhavige ontwikkeling gaat niet gepaard met nieuwbouw en vindt plaats binnen het bestaande ruimtebeslag. Er vindt slechts een beperkte toename plaats van het verhard oppervlak ten behoeve van de realisatie van parkeerplaatsen. Bij de woning aan de Stalbergweg 135 zal een gedeelte van aanbouw gesloopt worden en geen nieuwe bebouwing toegevoegd worden. Derhalve is het niet nodig een BENG-berekening en LCA uit te laten voeren en kan worden gesteld dat de beoogde ontwikkeling bestand is tegen de effecten van klimaatverandering.

5.15

Trilling Activiteiten In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl staan de instructieregels voor trillingen door activiteiten. Deze instructieregels zijn gericht op de bescherming van trillinggevoelige ruimten in trillinggevoelige gebouwen. Deze instructieregels gelden voor: 1. Het op een locatie toelaten van een activiteit en het aanpassen daarvan 2. Het op een locatie toelaten van een trillinggevoelig gebouw en het aanpassen daarvan 3. Een combinatie van beide. In artikel 5.87 en 5.87a van het Bkl staan de standaardwaarden voor continue en herhaald voorkomende trillingen. De gemeente hanteert deze standaardwaarden bij het opnemen van waarden voor trillingen door activiteiten voor een bepaald gebied in het omgevingsplan. Niet op alle locaties leiden de standaardwaarden voor een activiteit tot het gewenste evenwicht tussen beschermen en benutten. Een gemeente kan dan gemotiveerd kiezen voor andere waarden. Uit het oogmerk van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties kan de gemeente bijvoorbeeld een lagere waarde vaststellen voor een activiteit op een bedrijventerrein om hiermee een woonwijk te beschermen. Met onderhavige ontwikkeling worden geen trilgevoelige ruimten toegevoegd. Binnen het plangebied is immers reeds een woning aanwezig, welke wordt omgezet naar een volledige woning. Er zullen daarnaast ook geen trilgevoelige activiteiten uitgevoerd worden.

Het aspect trillingen zal voor het realiseren van de beoogde ontwikkeling geen belemmeringen vormen.

5.16

Lichthinder In het gemeentelijke omgevingsplan is lichthinder een aspect dat meeweegt vanuit een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Een gemeente kan zelf bepalen of ze regels ter voorkoming van lichthinder wil stellen in het

35

omgevingsplan. Alleen voor kunstlicht in de tuinbouw bij kassen gelden rijksregels uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Het Bkl bevat geen richtlijnen voor lichthinder. Aangezien geen verlichting wordt toegevoegd op het plangebied zal het aspect lichthinder niet van toepassing zijn.

5.17

Bezonning Bezonning is een van de afwegingsaspecten voor de ruimtelijke kwaliteit. Voldoende zonlicht of juist voldoende schaduw op gebouwen, tuinen, terrassen en speelplekken is belangrijk. Een toename van schaduw – door beplanting, nieuwbouw of andere ruimtelijke ontwikkelingen – kan ongewenst zijn. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat er voldoende bezonning en schaduw is en blijft. De gemeente kan voorkomen dat er te veel schaduw ontstaat. En juist zorgen voor voldoende schaduw. Voldoende zonlicht en schaduw zijn aspecten van de fysieke leefomgeving (artikel 2.1 Omgevingswet). Hierdoor is het een onderdeel van de taak van de gemeente voor het evenwichtig toedelen van functies aan locaties (artikel 2.4 en 4.2 Omgevingswet) in het omgevingsplan. De rijksoverheid heeft voor dit aspect van de fysieke leefomgeving geen instructieregels opgesteld. Daarom heeft de gemeente de vrijheid om deze zelf in te vullen. Daarbij kan de gemeente gebruikmaken van alle mogelijkheden van het instrument omgevingsplan. Het onafhankelijke onderzoeksinstituut TNO heeft een norm voor bezonning: De bezonningsliniaal – Een nieuw eenvoudig hulpmiddel voor de beoordeling van de bezonning en de dagverlichting.

TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: • de 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam • de 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam Deze normen zijn alleen van toepassing op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen nooit direct zonlicht. De wet stelt de TNO-norm niet verplicht, maar veel gemeenten hanteren hem. Een aantal gemeenten heeft beleid gebaseerd op deze norm. De gemeente kan er eventueel voor kiezen om een verplichting voor een onderzoek volgens deze TNO-norm in het omgevingsplan op te nemen. Aangezien in de toekomstige situatie geen hoge bebouwing geplaatst zal worden, zal het woongenot van omwonende niet aangetast worden.

5.18

Toetsing Besluit m.e.r./ m.e.r.-beoordeling De wetgeving rond de milieueffectrapportage (mer, ook wel m.e.r.) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Een ruimtelijke ontwikkeling kan leiden tot een m.e.r.(beoordelings)plicht. Om te bepalen of een mer-plicht of mer-beoordeling noodzakelijk is, dient

36

bepaald te worden of de ontwikkeling voorkomt in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. De beoogde activiteiten zijn niet opgenomen in kolom 1 is deze activiteit niet opgenomen en geldt dus geen mer-plicht.

37

HOOFDSTUK 6.1

6 Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid In deze paragraaf wordt de wijze van bekostiging van het initiatief beschreven.

6.1.1

Financieel economische haalbaarheid Uitgangspunt is dat de kosten die gemaakt worden voor het opstellen van een wijzigingsbesluit voor rekening komen van de initiatiefnemer.

6.1.2

Kostenverhaal Het verhaal van de gemaakte kosten is aan de orde indien de wijziging van het omgevingsplan een nieuwe (gebieds)ontwikkeling mogelijk maakt met daarin kostenverhaalplichtige activiteiten zoals genoemd in artikel 8.13 Omgevingsbesluit. Met onderhavige ontwikkeling worden geen kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk gemaakt. Het opstellen van een exploitatieplan of anterieure overeenkomst voor het verhalen van de kosten is dan ook niet aan de orde. De gemeentelijke kosten worden in dit geval verhaald via leges.

6.1.3

Nadeelcompensatie Voor iedere wijziging van het omgevingsplan nadeelcompensatie gesloten op basis van art. 4.5 Awb.

6.2

wordt

een

overeenkomst

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Deze onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt ingevolge artikel 16.66 van de Omgevingswet gedurende zes weken te inzage gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.

6.2.1

Participatie Om de buurt in kennis te stellen van de plannen aan de Stalbergweg 131 en 135 heeft de initiatiefnemer een bezoek gebracht aan de omwonenden. Hierbij is een brief opgesteld met globale informatie over de beoogde ontwikkeling samen met een situatieschets. De omwonenden die de initiatiefnemer hebben gesproken waren positief over de plannen. Degenen die niet thuis waren hebben een brief ontvangen waarbij zij de mogelijkheid hebben gekregen tot reactie. Met uitzondering van een positieve reactie, hebben de initiatiefnemers geen reactie ontvangen op deze brief. Hieruit kan geconcludeerd worden dat enkel positief gereageerd wordt op het initiatief. Voor verdere informatie over de omgevingsdialoog wordt verwezen naar bijlage IV. Tevens heeft vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Limburg. De provincie heeft aangegeven geen bezwaren te hebben ten aanzien van de beoogde ontwikkeling. Wel vraagt men aandacht voor het tegengaan van vervuiling als gevolg van eventueel vervuild water dat afkomstig is van het parkeerterrein. Bij de uitbreiding van de parkeerplaats zal hier rekening mee worden gehouden.

38

6.2.2

Ontwerp Conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geldt voor de wijziging van het omgevingsplan de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Als gevolg hiervan is het ontwerp wijziging van het omgevingsplan voor 6 weken ter inzage gelegd. Eenieder heeft hierbij de mogelijkheid gehad een zienswijze in te dienen. Tijdens de inzagetermijn zijn geen zienswijzen ontvangen. Deze wijziging van het omgevingsplan wordt zodoende ongewijzigd ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad.

6.2.3

Beroep Na het vaststellen van de wijziging van het omgevingsplan kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

39

HOOFDSTUK 7.1

7 Belangenafweging en conclusie

Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? Onderhavige ontwikkeling is niet toegestaan binnen het huidige planologisch-juridische kader. Binnen de kaders van het geldende omgevingsplan zijn ook geen afwijkingsen/of wijzigingsregels opgenomen waarmee het initiatief kan worden toegestaan. Door het wijzigen van net tijdelijke omgevingsplan, kan het initiatief mogelijk worden gemaakt. De ontwikkeling wordt niet belemmerd door aanwezige, storende milieuaspecten en de benodigde voorzieningen, zijn reeds in het plangebied aanwezig. Bovendien zal, gezien de bestaande situatie, geen schade worden toegebracht aan natuur- of landschapselementen en -structuren. Op basis van het voorgaande wordt door de initiatiefnemers dan ook geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van een goede fysieke leefomgeving aanvaardbaar en haalbaar is. Derhalve is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/945/documents/23290