CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

472223 Bijl12 Bijlagen bij toelichting Bijl5 Archeologie - Overkoepelend Pve.pdf

Raadsvergadering 11 juni 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 5.3: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Veilingterrein (401218)12.051 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Indien extra overleggen nodig zijn , bijvoorbeeld bij opzienbarende vondsten en/of significatante afwijkingen op de specifieke verwachting neemt de archeologisch uitvoerder zo spoedig mogelijk contact op met de bevoegde overheid , de opdrachtgever en indien nodig de depothouder en regelt een gezamenlijk overleg. 10. 4 • •

•

Kwaliteitsbewaking , toezicht , overleg en evaluatie Het onderzoek wordt uitgevoerd conform BRL4000 , protocol 4003 van de KNA 4. 1 en het PvE. Alle archeologische veldwerkzaamheden staan onder verantwoordelijkheid van de leidinggevende senior KNA archeoloog. Het eerste vlak dient te worden aangelegd door de senior KNA archeoloog. Relevante wijzigingen in verwachting , aantallen en/of werkwijze in alle fasen van het onderzoek worden door de senior KNA archeoloog zo spoedig mogelijk voorgelegd aan de bevoegde overheid , de depothouder (als het vondsten betreft) en de opdrachtgever.

25

•

Afspraken worden schriftelijk vastgelegd en worden alleen na schriftelijke goedkeuring doorgevoerd. Meer- of minderwerk vindt alleen plaats na schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

10. 5

Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Voor de start van de werkzaamheden wordt door de archeologisch uitvoerder een KLIC-melding gedaan. Op de locaties waar de werkzaamheden archeologisch begeleid worden , geldt: Voor de start van de werkzaamheden wordt door de civiele uitvoerder een KLICmelding gedaan. Het goedgekeurde PvE is tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig. In alle gevallen waarin dit PvE niet voorziet , zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de BRL4000 en protocol 4003 van toepassing. Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Dit laat onverlet dat wettelijke en andere regelgeving aangaande het uitvoeren van werkzaamheden moet worden gevolgd (o. a. Arbowet). De opdrachtgever is verantwoordelijk voor de toegankelijkheid van het terrein , voor de plaatsing van afzettingen , het regelen van vergunningen , betredingstoestemming , het verwijderen van explosieven , uitvoeren van milieuonderzoek etc. Deelname door amateurarcheologen is mogelijk binnen kantooruren (ma t/m vr , 08. 00-16. 00 uur) Vrijwilligers moeten voldoen aan de door het uitvoerende bedrijf gestelde eisen aan de inzet (PBM’s , verzekering , ed).

• •

• • •

•

•

10. 6 •

•

•

•

•

Openbaarheid en integriteit Alle rapporten met onderliggende documentatie zijn openbaar. Beperkingen kunnen alleen door de bevoegde overheid gesteld worden vanuit het oogpunt van bescherming van het bodemarchief. De auteurs zijn verantwoordelijk voor een verslaglegging volgens standaarden van goed vakmanschap , beroepsethiek en integriteit. De opdrachtgever/ vergunningvrager kan geen eisen stellen of beperkingen opleggen aan de inhoud , de conclusies en de aanbevelingen. De auteurs kunnen beperkingen opleggen aan de toegankelijkheid en verspreiding van hun onderzoeksgegevens tot het moment dat het concept-eindrapport door de bevoegde overheid is goedgekeurd. Deze bepaling vervalt indien het concepteindrapport niet binnen de afgesproken termijnen worden aangeleverd. De auteurs stellen tekeningen en onderzoeksgegevens (opgravingsdocumentatie) te allen tijde aan de bevoegde overheid ter beschikking indien deze nodig zijn voor de voorbereiding van ander onderzoek of beschermende maatregelen. De bevoegde overheid kan verbeteringen eisen bij aantoonbare tekortkomingen of afwijkingen in de rapportage ten opzichte van de eisen gesteld in het PvE of protocol 4003. Aanbevelingen horen tot het domein van de auteur en zijn niet aan correctie onderhevig.

26

HOOFDSTUK

11

WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET VASTGESTELDE PVE

11. 1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Wijzigingen ten opzichte van dit PvE kunnen alleen plaatsvinden met de goedkeuring van de bevoegde overheid. Deze wijzigingen worden schriftelijk vastgelegd in de onderzoeksdocumentatie en in het rapport vermeld en onderbouwd (zie BRL 4000). De verwachte hoeveelheid vondsten en monsters wordt aangegeven in bijlage 1. Wanneer er zich belangrijke wijzigingen ten opzichte van deze verwachting voordoen tijdens het veldwerk , is overleg nodig tussen bevoegde overheid , opdrachtgever en depothouder (zie 11. 2 voor de belangrijke wijzigingen). Het overleg vindt plaats op aangeven van de archeologische uitvoerder. Deze informeert zo spoedig mogelijk de bevoegde overheid , de opdrachtgever en de depothouder , en organiseert het overleg. De depothouder maakt zijn wensen ten aanzien van selectie-deselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en opdrachtgever. De archeologische uitvoerder wordt over de uitkomsten van het overleg geïnformeerd door de bevoegde overheid. De archeologische uitvoerder berekent de extra kosten voor verzamelen , waarderen , eventueel conserveren en deponeren. De financiële consequenties worden vastgesteld en besproken met en voorgelegd aan de opdrachtgever. Alle overleggen worden genotuleerd en vastgelegd in het dagrapport of op een door alle betrokken partijen te ondertekenen afwijkingsformulier.

Meer- of minderwerk vindt alleen plaats na schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alle partijen dienen ten tijde van het onderzoek dan ook bereikbaar te zijn voor eventueel noodzakelijk overleg. Indien zij niet bereikbaar zijn , zal de leidinggevende archeoloog zelf een beslissing nemen over de te volgen strategie. De reactietermijn op de melding van significante afwijkingen van de verwachte vondstaantallen aan de depothouder is twee werkdagen. Bij tijdige reactie vindt binnen zes weken overleg plaats tussen de depothouder , de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Als er geen tijdige reactie volgt wordt er niet geselecteerd in het veld en worden alle vondsten tijdelijk opgeslagen. 11. 2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid: • Kwalitatieve afwijkingen van de archeologische verwachting of het complextype • Significante kwantitatieve afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid , soorten materialen , soorten voorwerpen , type conservering). • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode. • Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden. • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. 11.

3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Indien na het veldwerk nog niet gemelde wijzigingen op het PvE worden geconstateerd worden deze genoemd en beargumenteerd in het concept-eindrapport. Indien deze wijzigingen van invloed zijn op de verdere uitwerking van de data wordt de bevoegde overheid hiervan op de hoogte gesteld via mail en wordt een voorstel voor aangepaste uitwerking gedaan. Indien nodig , vindt overleg met de bevoegde overheid plaats. Als de wijzigingen van invloed zijn op de offerte , wordt een aangepaste offerte aan de opdrachtgever voorgelegd. 11. 4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Eventuele wijzigingen op het PvE tijdens de uitwerking en conservering worden voorgelegd aan de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Deze worden schriftelijk

27

vastgelegd. Indien deze wijzigingen van invloed zijn op de offerte , wordt een aangepaste offerte aan de opdrachtgever voorgelegd. Eventuele wijzigingen met betrekking tot conservering en deponeren vinden tevens plaats in samenspraak met de depothouder.

28

LITERATUUR , AFBEELDINGEN EN BIJLAGEN Literatuur Centraal College van Deskundigen (CCvD) , 2018 , Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4. 1. Centraal College van Deskundigen (CCvD) , 2006 , Leidraad KNA Eerste Hulp bij Kwetsbaar vondstmateriaal. Geraeds , J. J. G. & T. Ernst , 2019: Archeologische begeleiding protocol opgraven Venlose Molenbeek te Venlo , gemeente Venlo (Archeologische Rapporten Geonius 69) , Geleen. Nieuwlaat , G.P.A.M. , P. Valentijn , L. A. van Sambeek , 2024: Velingterrein , Venlo (gemeente Venlo). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek , Amersfoort (ADC rapport 5878). Peeters , M. , 2015: Verantwoordingsdocument Actualisatie Archeologische Verwachtingsen Beleidskaart , Gemeente Venlo , Weesp (RAAP Adviesdocument 529). Spitzers , T.A. , 2015: Archeologische begeleiding gasleiding Venlo-Wylrehof , Zevenaar (Archeodienst Rapport 451). Van der Velde , H.M. , S. Ostkamp , H. A. P. Veldman en S. Wyns , 2009: Venlo aan de Maas: van vicus tot stad. Sporen van een Romeinse nederzetting en stadsontwikkeling uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd in het plangebied Maasboulevard , Amersfoort (ADC Monografie 7). Websites noaa. cultureelerfgoed. nl

29

Bijlage 1

Lijst met te verwachten aantallen vondsten per vondstcategorie

Onderzoek

Verwachting

Omvang

Verwachte aantal m 2

Vondstcategorie

Verwachte aantallen (N)

conserveren

Verwachte aantallen (N)

Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten (handverzameld) Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Moderne materialen (vanaf 1950) Monstername

Verwachte aantallen (N)

Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen , diatomeeën en andere microfossielen Monster anorganisch chemisch onderzoek Monster micromorfologisch onderzoek Monster luminescentiedatering (OSL) 14 Monster koolstofdatering (C) Monster visresten Monster DNA Monster maaginhoud Monster dendrochronologie

30

Bijlage 2

Samenvatting van dit PvE wanneer specialisten raadplegen

Vondstcategorie Aardewerk Bouwmateriaal Metaal (ferro) Metaal (non-ferro) Slakmateriaal Vuursteen Overig natuursteen Glas Menselijk botmateriaal onverbrand Menselijk botmateriaal verbrand Dierlijk botmateriaal onverbrand Dierlijk botmateriaal verbrand Visresten Schelpen Hout Houtskool(monsters) Textiel Leer Submoderne materialen

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”

Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking” Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee

Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee Ja / nee

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM) Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen , diatomeeën en andere microfossielen Monster anorganisch chemisch onderzoek Monster micromorfologisch onderzoek Monster luminescentiedatering (OSL) 14 Monster koolstofdatering (C) Monster visresten Monster DNA Monster maaginhoud Monster dendrochronologie

31

Bijlage 3

Tabellen richtlijnen van de depots voor (de)selectie vondsten en monsters in het veld (Fase 1) en selectie voor deponeren (fase 2)

Tabel 1: SELECTIE IN HET VELD (Fase 1) voor IVO en Opgraven Context Materiaal Periode(n) Meenemen

Overleg (wel/niet

Uitzondering

of representatief sample) meenemen

Stort / bouwvoor

Alle materiaal categorieën

Alle lagen / sporen

Alle materiaal categorieën

Archeologische (cultuur) lagen/ vlak , sporen

perioden die onderzocht of aangetroffen worden alle perioden

exposabel , bijzonder materiaal metaaldetectie vondsten vuurstenen artefacten exposabel , bijzonder materiaal

Aardewerk

perioden die onderzocht worden

alles

Bot (dierlijk , menselijk , artefact) Bouwmateriaal , onversierd (natuursteen , keramiek , bv dakpan , baksteen en plavuizen) Bouwmateriaal , versierd/ met inscriptie (natuursteen , keramiek , bv dakpan , baksteen , plavuizen) Glas

perioden die onderzocht worden perioden die onderzocht worden

alles

perioden die onderzocht worden

alles

perioden die onderzocht worden perioden die onderzocht worden

alles

Hout

Huttenleem Leer

perioden die onderzocht worden perioden die onderzocht worden

explosief of verontreinigd materiaal explosief of verontreinigd materiaal bij grote hoeveelheden of bij stads/dorpskern onderzoek miltvuur besmet

representatief sample: minimaal 2 exemplaren per soort , formaat , type of datering

bij grote hoeveelheden

(fragment van) artefact (onderdeel van) nietcomplexe structuur (bv waterput / resten in paalgaten): in overleg (onderdeel van) complexe structuur (bv haven , sluis , brug , huis): in overleg alles

altijd

alles

bij grote hoeveelheden (bv beer-/ afvalputten , productieafval looierij); bij stads/dorpskern onderzoek

altijd

32

Context

Materiaal

Periode(n)

Meenemen

Overleg (wel/niet

Uitzondering

of representatief sample) schatvondsten altijd direct melden meenemen

Archeologische (cultuur) lagen/ vlak , sporen

Metaal (e. g. goud , zilver , brons , ijzer , tin lood)

perioden die onderzocht worden

Vuursteen , (Wommersom) kwartsiet

perioden die onderzocht worden

Natuursteen , ex. vuursteen. Bv bijl , maalsteen , bouwmateriaal

perioden die onderzocht worden

(fragment van) artefact , inclusief productie afval

Barnsteen , git

perioden die onderzocht worden perioden die onderzocht worden perioden die onderzocht worden

alles

textiel Overig , bv haar , touw , schelp , op t oog herkenbare zaden

(fragment van) artefact productiemateriaal/afval Niet determineerbaar (mits zinvolle omvang) (fragment van) artefact productiemateriaal/afval (bv debitage)

bij niet lokaal van nature voorkomend , onbewerkt materiaal bij niet lokaal van nature voorkomend , onbewerkt materiaal

alles alles

33

Tabel 2: SELECTIE VOOR DEPONERING (Fase 2) (aan depothouder/eigenaar ter goedkeuring voorleggen in selectierapport) Context (uit veld Deponeren Deselecteren / evt. meegenomen) gedeelte deselecteren Materiaal Aardewerk alle uit het veld bij grote hoeveelheden en bij stadsmeegenomen materiaal /dorpskern onderzoek: representatief sample mogelijk alle uit het veld bij grote hoeveelheden: Bot (dierlijk , menselijk , representatief sample meegenomen artefact) materiaal mogelijk (advies KNA Specialist) Bouwmateriaal , alle uit het veld indien selectie fase 1 in het onversierd veld niet is toegepast , alsnog meegenomen (natuursteen en materiaal representatief sample keramiek) toepassen Bouwmateriaal , alle uit het veld bij grote hoeveelheden: versierd/ met meegenomen representatief sample inscriptie materiaal mogelijk (natuursteen en keramiek) Glas alle uit het veld bij grote hoeveelheden: representatief sample meegenomen materiaal mogelijk (advies KNA Specialist) Hout (fragment van) bij grote hoeveelheden: artefact representatief sample mogelijk (advies KNA Specialist) (onderdeel van) (gedetermineerde) structuur , indien houtmonsters tijdens fase 1 tot behoud is overeengekomen Huttenleem alle uit het veld bij grote hoeveelheden: Alle meegenomen representatief sample materiaal mogelijk Leer alle uit het veld selectie fase 1 indien niet in meegenomen het veld toegepast (advies

materiaal KNA Specialist) Metaal alle uit het veld door röntgenopname vastgestelde lege ‘klomp’ meegenomen materiaal bij grote hoeveelheden spijkers , slak: representatief sample mogelijk Vuursteen; (Wommersom) kwartsiet

alle uit het veld

Natuursteen (ex. vuursteen , bouwmateriaal)

alle uit het veld

Textiel

alle uit het veld

meegenomen

materiaal

meegenomen

materiaal

Voorwaarden (de)selectie zie tabel 3

depothouder/eigenaar akkoord met herbegraven zie tabel 3

zie tabel 3

röntgenfoto van ‘klomp’ (van enige omvang)

dat wat door de KNA Specialist als onbewerkt wordt geclassificeerd en lokaal van nature voorkomt en niet als potentiële grondstof is geclassificeerd dat wat door de KNA Specialist als onbewerkt wordt geclassificeerd en lokaal van nature voorkomt en niet als potentiële grondstof is geclassificeerd

meegenomen

Overig , bv haar , touw , schelpen , op het oog herkenbare zaden

materiaal alle uit het veld meegenomen

materiaal

34

Tabel 3: REPRESENTATIEVE SELECTIE voor in het veld (fase 1) / voor deponering (fase 2) Materiaal deponeren Voorwaarden Overleg alle exemplaren/fragmenten met indien sprake is van inscripties of anderszins opvallende productieplaats fragmenten (bv misbaksels) Bulk aardewerk logisch , representatief sample focus op randen , altijd Fase 2 (periode , vorm/type , baksel , bodems , aanzetsels (bv bewerkingstechniek , versiering , tuiten , oren) en relatief vondstomstandigheid etc). grote wandfragmenten alle exemplaren/fragmenten met bij grote hoeveelheden inscripties/versiering en/of bij omvangrijke Bouwmateriaal exemplaren (natuursteen en logisch , representatief sample 2 exemplaren per soort/ indien in fase 2 toe-/ grof keramiek) (periode , vorm/type , baksel , formaat/ type/ datering aangepast Fase 1 bewerkingstechniek , vondstomstandigheid etc).

35

Bijlage 4

Verklarende woordenlijst

Antropogene sporen Alle immobiele of fosfaatvlekken tot muurresten.

sporen van

menselijke

oorsprong , variërend van

paalgaten

AMK Archeologische Monumentenkaart geeft een overzicht van gewaardeerde archeologische terreinen in vier categorieën: 1). Archeologische waarde , 2) Hoge archeologische waarde , 3) Zeer hoge archeologische waarde en 4) Zeer hoge archeologische waarde beschermd. De AMK is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RCE en de provincies en wordt beheerd door de RCE. Archeologische indicatoren Indicatief archeologisch materiaal dat bij (boor)onderzoek een aanwijzing kan zijn voor de aanwezigheid , ter plaatse of in de nabijheid , van een archeologische vindplaats. Archis Archeologisch Informatie Systeem. Dit door de RCE beheerde systeem bevat informatie over o. a. onderzoeksmeldingen , vondstmeldingen , waarnemingen , complexen en monumenten. 14 C

Koolstof (radioactieve isotoop) , gebruikt

voor

datering.

CIS Het landelijke registratienummer ten behoeve van archeologisch onderzoek , uitgegeven door het Centraal Informatiesysteem. Ex situ Niet ter plaatse. Aanduiding die wordt gebruikt om aan te geven of grondsporen en / of artefacten zich niet meer op de oorspronkelijke plaats in de bodem bevinden. Behoud ex situ is het bewaren van de archeologische informatie door definitief onderzoek (opgraven , documenteren en registreren). IKAW Indicatieve kaart van archeologische waarden , een door de RCE geproduceerde kaart op landelijk niveau met de verwachte relatieve of absolute dichtheid van (bepaalde) archeologische verschijnselen in de bodem. IVO Inventariserend Veld Onderzoek. Het verwerven van (extra) informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied , als aanvulling op en toetsing van de archeologische verwachting , gebaseerd op het bureauonderzoek middels waarnemingen in het veld. In situ Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd , weggegooid of verloren. Behoud in situ is het behouden van archeologische waarden in de bodem. KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. PvA Plan van Aanpak. Een door de opdrachtnemer op te stellen plan voor de uit te voeren werken waarmee beoogd wordt aan de vereisten zoals geformuleerd in het Programma van Eisen en/of het ontwerp te voldoen.

Ook wordt hierin een voorstel gedaan voor de werkwijze waarmee de in het Programma van Eisen en/of ontwerp geformuleerde resultaatsverwachtingen bereikt kunnen worden. PvE Programma van Eisen. Het PvE is een door een bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk. RCE Rijksdienst

voor

het Cultureel Erfgoed.

RTS Robotic Total Station. Hiermee worden vlakken direct digitaal ingemeten. Selectieadvies Archeologisch inhoudelijk advies over de behoudenswaardigheid vindplaats. Dit wordt opgesteld aan de hand van de waarderingscriteria.

van een

Bijlage 5

Topografische kaart met onderzoekslocatie

37

Bijlage 6 Locatie van het plangebied op de gemeentelijke beleidsadvies- en verwachtingskaart

38

Bijlage

7 Locatie van het plangebied op de Cultuurhistorische Inventarisatiekaart Gemeente Venlo (Bron: BN (geanonimiseerd) & van der Veen 2015, kaartbijlage 1, blad 1).

37460

T

374 0

T

37420 Plangebied

am | 5]

droge kampontginring: velden, Rida

EE

rege kampontginning met ratonele structuur, Rkdr droge kampontginning met onregelrretige structuur, Rkdo

B

sma beekdal tussen open akkers, Rbs

EE)

beekdal, onverkaveld, Rik ME

EE

beekdal, onregelmatig verkaveld en gesicten, Rbog beekdal, onregelmatig verkaveld en open, Rboo

39

Bijlage

8 Overzichtskaart van Romeinse vindplaatsen, opgesteld door T. Ernst, Beleidsmedewerken Erfgoed, gemeente Venlo).

beschikking gesteld

door

(geanonimiseerd) WN ter

jr

40

Bijlage 9 Ongepubliceerd briefrapport 1e CONCEPT 21 juli 2009 Materiaalscan van akker bij Tegelen W. F. Reigersman-van Lidth de Jeude Het materiaal van de akker bij Tegelen is ongewassen aangeleverd in ope fragmenten is niet geteld , maar het gaat naar schatting om rond de 500 f _ · bewerken van de akker zijn de vondsten niet sterk gefragmenteerd. De stukken ZIJ groter dan 1 0cm 2 . Hoewel het materiaal niet schoon is , zijn zowel baksel als type go herkenbaar. Alleen een paar fragmenten met verflaag die tot fij armen uit de Romeins tijd hebben behoord zijn even schoongemaakt. Dit betekent dat d se ering goed tot zeergned , is. In die zin heeft het materiaal een hoge potentie. Bijna ! liet materiaal kon dan ook zonder probleem beschreven worden. Aardewerk en keramisch bouwmateriaal Het meeste materiaal dat verzameld is dateert van de 2 e eeuw en de 3 e eeuw. Hieronder zal d rden g e platte teg de bol Uit de Romeinse tijd zijn ook veel dakpanffa menten. H , m�w imbrices. Op geen van de tegulafra �-��� stempels aargenomW Een tiental fragmenten dateert uit d , uit de Brons IJ o , z ïd. mfe' handgevormde fragmenten zijn wat brokkeli hilferig. Ze hebben een versch steengruis. Enkele fragmenten zijn besmeten. Ongeveer 50 fragmenten dat it de Late Middeleeuwen en de ijd. 1 Het betreft onder bakkend aardewerk , rrijns aardewerk en bouwmateriaal.

andere fragmenten steengoe De datering van dit aardewer ert van de 14 e tot de euw. De steengoedfragmenten uit het eind van d begin 6 e eeuw vormen d dmoot. Het keramische bouwmateriaa • da nten. Door iteit van zowel vorm als datering wekt dit mate • dr n complex behoort. Ander materiaal On " n van OP , _..,,����. 'Öe grote geble .

-,

C")

:::r ('I)

0 "'Cl -, 0 --■

.. ('I) C")

('I)

:::l een kies. Het is een grote kies van een rund of een paard. ameld. Het zijn vooral platte stenen die waarschijnlijk uit e fragmenten tefriet. Een van deze fragmenten is wat aalsteen behoord. Een stuk van de rand is bewaard omernse t1J dateren. k drie wetstenen. Deze zijn vermoedelijk uit de Romeinse tijd ,

rdewerk rk uit de Romeinse tijd bestaat voornamelijk uit gebruiksaardewerk zoals kook-en voorraadpo -en , dolia en wrijfschalen. Er is weinig luxe aardewerk of tafelwaar , zoals borden bakjes en Be ers. Het is niet waarschijnlijk dat dit per ongeluk niet is verzameld. De luxe waar in de baksels erra sigillata en geverfde waar springt erg in het oog door het fijne baksel met resp. de glanzende ode deklaag en de rode of zwarte verflaag. Ook de venüering van de vormen in terra sigi/lataren geverfde waar valt meestal op. Bij verzamelaars zijn deze fragmenten meestal geliefd. Be laag percentage luxe aardewerk tegenover een hoog percentage gebruiksaardewerk kan wijzen op een datering in de 2 e en 3 e eeuw. In het geval van deze akker gaat dat zeker op. Het gebruiksaardewerk bestaat vooral uit ruwwandige kookpotten met dekselgeul Niederbieber 89 die al voor het midden van de 2 e eeuw in productie kwamen. 2 Aan het eind van de 2 e en in de 3 e eeuw 1 Datering van het Laat Middeleeuws en Post Middeleeuws materiaal door S. Ostkamp. 2 De pottypen verwijzen naar de volgende publicaties: Holwerda 1923; Oelmann 1914; Stuart

1963.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/889/documents/22577