CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

472223 Bijl08 Bijlagen bij toelichting Bijl1 Ambitiedocument Veilingterrein.pdf

Raadsvergadering 11 juni 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 5.3: Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Veilingterrein (401218)16.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In ontwikkelend Nederland is recent al veel aandacht gekomen voor gezonde verstedelijking. Op basis van onderzoek heeft GGD GHOR Nederland in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) kernwaarden opgesteld voor een gezonde leefomgeving. Deze kernwaarden komen idealiter in elk ruimtelijk plan of -beleid aan de orde. In het rapport ‘Kernwaarden gezonde leefomgeving’ worden deze uitgewerkt naar aanbevelingen voor de woonomgeving, mobiliteit en gebouwen.

Belangrijk daarbij is dat het Middengebied plek biedt aan een aantal grote regionale voorzieningen in zorg en onderwijs. VieCuri Medisch Centrum, Fontys Hogeschool en Gilde Opleidingen zijn ieder voor zich op strategisch niveau bezig met het vinden van passende antwoorden op de snel veranderende vraag naar zorg en onderwijs. Samenwerking en netwerkvorming is onderdeel van de strategie waarbij vanuit de synergie gezocht wordt naar nieuwe concepten. De samenwerkingen zijn al divers en nieuwe mogelijkheden worden gezocht; van zorg-woonconcepten en zorg-productinnovaties tot field-labs waar onderwijs aan praktijk wordt gekoppeld. Bij onderwijs gaat het natuurlijk veel verder dan alleen zorg; kansen liggen er ook op de verbindingen met techniek, logistiek, bedrijfsvoering, hospitality en horeca. De verschillende ontwikkelingen en samenwerkingsmogelijkheden geven veel kansen voor het Middengebied.

In de ambities voor het Middengebied hebben we deze kernwaarden vertaald naar maatregelen voor de leefomgeving. Onder de brede vlag van een gezonde leefomgeving vallen ook ambities voor duurzaamheid en circulariteit. De gemeente Venlo legt de lat op dat vlak hoog en wil duurzame en circulaire hoofdstad zijn. Er zijn veel mogelijkheden om daarin onderscheidend te zijn. Het Middengebied wil excelleren in positieve gezondheid en dat houdt onder meer in dat de lat ook hoog wordt gelegd op energietransitie, klimaatbestendigheid, circulariteit en natuurinclusiviteit. Er zijn namelijk veel win-win situaties te creëren. Met het sterk vergroenen van de buitenruimte wordt bewegen, sporten en ontspannen bevordert (positieve gezondheid). En tegelijkertijd wordt ruimte gecreëerd voor wateropvang en verkoeling (klimaatbestendigheid), waterkringlopen (circulariteit) en nieuwe natuur en biodiversiteit (natuurinclusiviteit).

Het Middengebied kan een nieuw kennisdistrict worden rondom positieve gezondheid. Vanuit een multihelix gedachte kan hier gewerkt worden aan vernieuwingen op het snijvlak van zorg, onderwijs en wonen. De aanwezige voorzieningen bieden al een podium en een kennisnetwerk maar dit wordt verder verruimd vanuit de bredere behoefte en wensen van zorgaanbieders, woningcorporaties, marktpartijen, overheden en burgers. Buiten het veranderende zorg- en onderwijslandschap hebben we ook te maken met het veranderende woon- en werklandschap. En dus zijn naast ontwikkelingen als kortere zorgketens, aandacht voor preventie, gezonde voeding en leven-lang-leren ook trends als vergrijzing, bredere thuiszorg, inclusiviteit van kwetsbare doelgroepen, creëren van ontmoetingsplekken, talentenbinding en campus-settingen hier van belang.

Hier noemen we de ambities voor de leefomgeving die in de verdere ontwikkeling van de deelgebieden een plek kunnen krijgen. Het gaat om diverse ruimtelijke maatregelen om een gezonde verstedelijking te realiseren: Fysieke gezondheidsbevorderende maatregelen: • Veel groene buitenruimten, veel ontmoetingsruimten (ook binnen bouwontwikkelingen), veel fietsvoorzieningen, snelle fietsverbindingen, speelplekken, sport stimulerende maatregelen, veel voorzieningen in de buurt, mogelijkheden voor moestuinen, mogelijke komst vershal etc. Mentale gezondheidsbevorderende maatregelen: • Het groene en rustige parklandschap van de Maas-tot-Hei-Route, bevorderen van sociale interactie en participatie, bevorderen van inclusiviteit en diversiteit (functiemenging, doelgroep-wonen), het autoluwe karakter, een veilige en schone openbare ruimte. Gezondheidsbeschermende maatregelen: • Behoud van de groene omzoming van de deelgebieden, voorkomen hindergeluid vanaf de Tegelseweg, onderzoeken scenario omleggen Tegelseweg (verminderen autoverkeer door Middengebied), parkeerhubs aan randen van deelgebieden waardoor autoverkeer zoveel mogelijk buitenomgaat, duurzame energie, klimaatbestendige maatregelen (waaronder voorkomen van hittestress), bevorderen biodiversiteit etc.

Wat de precieze uitwerking gaat zijn op de kansen voor het Middengebied is nu nog niet bekend. JPO en gemeente Venlo zijn een traject gestart om de samenwerkingsmogelijkheden te onderzoeken en vandaaruit verdere conceptuele invulling te geven aan deze thematiek. Hiervoor is recent een kwartiermaker aangesteld die als aanjager en verbinder gaat werken aan het net ophalen, het bij elkaar brengen van partijen en het prikkelen en faciliteren. Doel is om lange termijn samenwerkingen tot stand te brengen die hét vliegwiel voor dit gebied gaan zijn. De gebiedspartners zijn enthousiast en ook de Zorggroep en Wonen Limburg hebben zich al aangesloten bij het verdere proces. De primaire focus van de zoektocht ligt op innovatie in gezondheid en onderwijs maar ook op de relaties met doelgroep-wonen. Daarnaast zal de focus kunnen uitwaaieren naar andere crossovers tussen de gebiedspartners en het bedrijfsleven uit de regio. Dus ook met de kennis en kunde op het gebied van techniek, logistiek, informatica, communicatie, bedrijfsvoering en horeca kunnen weer verbindingen worden gelegd naar gezondheid.

23

programma

wonen

zorg

onderwijs

werken

gemengd wonen, magic mix doelgroep-wonen zorg, werknemers, studenten bijzondere woonvormen auto’s in parkeerhubs delen, community spaces gezonde en natuurinclusieve gebouwen

toekomstbestendige zorg showcase Gezondste Regio ecosysteem zorginnovatie 0e , 1e ,2e lijnszorgaanbod synergie met onderwijs, wonen

stimulerend onderwijslandschap onderwijsboulevard synergie met zorg fieldlabs, innovatie praktijkgericht bruisend studentenleven

kleinschalig kennisintensief start-ups, scale-ups flexwerken, co-offices studio’s, ateliers ambachten

y Produce call

rby and Lo Nea

d

P

horeca

voorzieningen

bewegen & sport

buitenruimte

iconisch en kleinschalig kloppend hart voor iedereen authentiek en duurzaam lokaal geproduceerd leer-werkplekken

kleinschalig buurt- en wijkvoorzieningen blurring persoonlijke verzorging delen demontabele mobiliteitshubs

stimulerende leefomgeving voetgangers en fietsers sport, spel, bewegen buitenruimte urban sports kleinschalige ondernemers yoga, fitness, boksen, dansen

groene leefruimte natuurinclusief placemaking en tijdelijkheid pluktuin, moestuin, buurttuin kunst en cultuur kleinschalige evenementen

24

6. PROGRAMMATISCH CONCEPT 6.1 Naar een verbindend programma Met ‘programma’ wordt hier gedoeld op al datgene wat hier een functie heeft voor de (toekomstige) gebruikers. In principe gaat dat dus over de functionele invulling van de bestaande gebouwen, nieuwe ontwikkelingen, tijdelijke functies en de gebruikersfuncties van de openbare ruimte. In dit ambitiedocument beschrijven we de ambities op het niveau van het gehele Middengebied – dus niet de uitwerkingen naar exacte aantallen of naar de deelgebieden. De ambities geven veel inzicht in wat hier de komende jaren gaat ontstaan. Dat is belangrijk want het programma is een essentiele bouwsteen van de nieuwe gebiedsidentiteit.

Ontwikkelen in de tijd De precieze programmatische invulling is ook een kwestie van vraag en aanbod. Bepaalde deelgebieden zullen al op korte termijn tot ontwikkeling kunnen komen waarbij de puzzel van de juiste functie op de juiste plek al op korte termijn de realiteit is. Andere deelgebieden zullen pas later in de tijd aan bod komen waardoor het lastig is om exacte functies voor te gaan schrijven. In dit document gaat het over de ambities en daarmee vooral over de juiste sfeer. Crossovers Een belangrijk element van de gebiedsidentiteit is dat er op allerlei manieren interactie en ontmoetingen gaan plaatsvinden tussen de verschillende functies en gebruikers. Dit kan worden gestimuleerd door gezamenlijke crossovers te gaan maken in de verschillende ontwikkelingen. Met crossovers wordt hier gedoeld op specifieke functies of ruimtes binnen een (samenhangende) ontwikkeling die ingericht zijn op onderlinge interactie of uitwisselingen met publiek. Initiatiefnemers of bewoners kunnen zelf invulling geven aan de crossover. Voorbeelden zijn fieldlabs of kennislabs tussen onderwijs en maakindustrie, caféachtige settings voor ondernemers, een buurthuis voor bewoners, een pluktuin/moestuin en een reparatieplek. Ook tijdelijke publieksactiviteiten vanuit de diverse programma’s kunnen crossovers zijn.

Het doel is dat er, naast een betere samenhang, onverwachte innovaties en interessante kruisbestuivingen gaan ontstaan. Daarbij is ook het figuurlijke ‘eigenaarschap’ essentieel. Om betrokkenheid, ontmoetingen en sociale veiligheid te verkrijgen binnen dat stelsel van plekken is het onmisbaar dat er door de bewoners en andere gebruikers een ‘gevoel van eigenaarschap’ ontstaat over de buitenruimte tussen de gebouwen.

Bij het vaststellen van de programmatische ambities hebben we ons de volgende vragen gesteld: Waar bestaat het programma uit en wat is daarbij het ambitieniveau? Wat voor soort diversiteit willen we hier? Hoe kijken we aan tegen dichtheid en ruimtelijkheid? Waarin gaat het Middengebied excelleren? Ambitieniveau Het programmatische concept heeft een hoog ambitieniveau. Het Middengebied wordt omgevormd tot een nieuw kennisdistrict dat zich focust op vernieuwing en innovaties op het vlak van gezondheid in zorg, onderwijs en wonen. Het gaat daarbij om positieve gezondheid vanuit onder meer gedragsverandering, preventie, bewegen, mentale gezondheid, gezonde voeding en innovatieve concepten en producten. Het Middengebied is het vestigingsgebied van grote regionale voorzieningen in zorg en onderwijs. Deze bieden een gezamenlijk podium en kennisnetwerk voor nieuwe economie, talenten, crossovers en ontmoetingen. Als kennisdistrict ontstaat hier een unieke omgeving voor Venlo dat aanvullend is op de binnenstad, het Kazerneterrein en de Brightlands Campus. Met een groene en gezonde inrichting wordt het gebied aantrekkelijk, uitdagend en prikkelend. Het programma bestaat uit een samenhangende mix van wonen, werken, zorg, onderwijs, sport, horeca en andere voorzieningen.

Per deelgebied zal bij de verdere planuitwerkingen gezocht worden naar de juiste mix om te komen tot het gewenste karakter.

6.2 Ambities voor wonen Een van de meest ingrijpende bewegingen in de transformatie van het Middengebied is het introduceren van de woonfunctie. Het Middengebied is nu geen woongebied, met uitzondering van de lintbebouwing aan de oostzijde. De mogelijkheden van het gebied zijn echter groot en er liggen grote kansen voor Venlo om hier een vernieuwing teweeg te brengen. Uitgangspunt daarbij is de vorming van een gemengd stedelijk milieu met woonruimte voor bepaalde doelgroepen – passend bij het totaalconcept van de gezonde verstedelijking die we hier nastreven. De woonfunctie is essentieel omdat wonen leidt tot structurele levendigheid en gevoelsmatig eigenaarschap binnen het gebied.

Samenhangend stelsel van plekken Het programmatische concept is gekoppeld aan de ambitie om binnen het Middengebied een samenhangend stelsel van plekken te realiseren. Het Middengebied bestaat uit een diversiteit aan deelgebieden die als kamers binnen het grotere geheel worden beschouwd. Elk van deze kamers heeft een eigen karakter en ze zullen variëren in omvang, ruimtelijke invulling, doelgroepen en programmatische samenstelling. Een aantal van de kamers is in ruimtelijke zin al grotendeels gevormd zoals het complex van VieCuri, het sportpark en de begraafplaats. Andere kamers wachten op een verdergaande gebiedsontwikkeling. De onderlinge verwevenheid en doorwaadbaarheid is belangrijk en richt zich bovenal op voetgangers. De variatie in plekken maakt het een verrassend gebied waar bezoekers zich kunnen verwonderen. De nieuwe Hei-tot-Maas-route langs de Molenbeek is daarbij een belangrijke verbindende drager (zie Hoofdstuk 7). De plekken zelf bestaan weer uit samenhangende ontwikkelingen in wisselwerking met openbare buitenruimten. De wisselwerking is er vooral met de begane grond van gebouwen (de plinten). De samenhang in het gebied wordt immers vooral ondervonden vanuit de beleving van de buitenruimte en de plinten van gebouwen (de stad op ooghoogte). Dit is niet alleen een kwestie van goed ontwerp maar ook van de juiste functie op de juiste plek.

Het is dus belangrijk waar in het gebied het programma gaat landen.

Rekening moet worden gehouden met de marktvraag. Enerzijds groeit het aantal huishoudens in Venlo licht en er is momenteel een grote vraag bij bepaalde doelgroepen. Anderzijds zijn er ook diverse andere gebiedsontwikkelingen in de stad waar je rekening mee moet houden. Het is daarom verstandig keuzes te maken en een eigen woonmilieu te creëren dat zich kan onderscheiden van andere plekken in de stad. Voor bepaalde doelgroepen kan het Middengebied een geweldige plek zijn, en dan met name rondom het nieuwe hart van het gebied (Veilingterrein, Fontys-campus). In de stedelijke en groene setting kan een aantrekkelijk woonmilieu worden ontwikkeld. Stedelijk wonen is in trek bij doelgroepen en leefstijlen die nu niet overal bediend worden in de stad. In de eerste plaats betreft dit woningen gerelateerd aan een directe vraag vanuit VieCuri en Fontys naar woningen voor zorgmedewerkers en studenten. Deels gaat het om concepten voor jongeren en starters, en deels om short stay/ long stay. In de tweede plaats zijn concepten voor senioren denkbaar, met diverse maten van zorg aan huis.

25

huiskamer

onderwijs

zorg

horeca

pop-up paviljoen

onderwijs campus

techniek onderwijs en start-up

onderwijs

zorg

flex werkplekken

onderwijs campus

studio’s

flex werkplekken

zorg

paviljoen

moestuinen

6.6 Ambities voor werken Binnen het concept van de nieuwe gebiedsidentiteit passen innovatieve werkfuncties. De synergie die gezocht wordt rondom vernieuwingen in zorg en onderwijs en in gezond leven geven allerlei kansen voor startups en andere bedrijven. Daarbij gaat het vooral om kleinschalig aanbod aan werkruimtes zoals studio’s, ateliers, flex- en co-offices, maakruimtes en trainingscentra. Deze kunnen geïntegreerd worden in andere ontwikkelingen (bijvoorbeeld in plintinvullingen). Maar ook in tijdelijk vrijkomende gebouwen (betaalbare werkplekken) of in een eigen incubator-ontwikkeling/ co-work spaces. Het is niet de ambitie dat hier solitaire bedrijfskavels worden ontwikkeld.

Met aanbieders kan onderzocht worden in hoeverre ook combinaties kunnen worden gemaakt in innovatieve concepten. Met het oog op inclusiviteit en diversiteit wordt gekoerst op het creëren van een aantrekkelijke omgeving waar doelgroepen gemengd zijn (diversiteit aan woontypen) en het wonen ook weer gemengd is met andere functies. Daarbij past ook de ambitie om in elke ontwikkeling collectieve ruimtes te creëren die bewoners samen delen (zoals een collectieve tuin, (tuin)gereedschap, reparatieruimte of buurtcafé). Vanuit het wensbeeld van een gezonde verstedelijking heeft autogebruik geen prioriteit. Woonontwikkelingen krijgen daarom geen eigen parkeerkelder maar auto’s worden geparkeerd in collectieve hubs op loopafstand.

Het bestaande bedrijventerrein aan de Hagerhofweg en Wylrehofweg is verouderd. Het is denkbaar dat dit gebied in de toekomst gaat transformeren in lijn met deze visie. 6.3 Ambities voor zorg Met VieCuri Medisch Centrum huisvest het Middengebied de belangrijkste zorgaanbieder van de regio. Het ziekenhuis is onder meer bezig met het anticiperen op de veranderende zorgvraag. Daarbij passen bewegingen om zich beter te verbinden met andere zorgaanbieders (nulde en eerstelijnsaanbod) en bij verdere vernieuwing te denken vanuit de gehele innovatieketen. Het stimuleren van een gezonde levensstijl en preventie is onderdeel van de toekomststrategie. Zo worden ook combinaties gezocht met innovatieve bedrijven die directe meerwaarde bieden voor het zorgaanbod. Maar ook het denken over de fysieke omgeving verandert: een gezonde en groene leefomgeving kan bijdragen aan het veranderen van de leefstijl – en een ziekenhuis kan daarbij een voorbeeldfunctie hebben. Andere bewegingen gaan over het binden van talenten; passend bij de topklinische status van VieCuri. Daar liggen connecties met het bieden van een aantrekkelijk woonmilieu en synergie met het onderwijs.

6.7 Ambities voor horeca en buurtvoorzieningen Voor het functioneren van het gebied zijn horeca en kleine buurtvoorzieningen als smeerolie. Het zijn bij uitstek publieke functies met aantrekkingskracht. Ze zorgen voor levendigheid en ontmoetingen. Bij de keuze van het aanbod is het belangrijk dat ze de gebiedsidentiteit versterken. Bij horeca gaat het om een beperkt aantal authentieke en duurzame concepten, met lokaal geproduceerde gezonde voeding. In het hart van het gebied, aan de Molenbeek, en daar waar de paden van VieCuri, Fontys en Veilingterrein kruisen is in ieder geval een horeca-paviljoen gewenst. Deze plek vraagt om een verbindende publieke functie met buitenterras. Bij kleinschalige buurtvoorzieningen gaat het bijvoorbeeld om de fietsenmaker, pakketservice, kinderopvang en persoonlijke verzorging (kapper, beauty, stomerij) met een duurzaam karakter, en gericht op de aanwezige doelgroepen (dus geen verkeer aantrekkend). Functies als deze kunnen ook goed gekoppeld worden aan de parkeerhubs en een plintinvulling geven.

Voor het verdere Middengebied geeft dit programmatische kansen – in het onderwijsaanbod, het verbreden van het zorgaanbod, het realiseren van woonruimte en het creëren van een innovatieve omgeving voor startups en bedrijvigheid. Bij nieuw zorgaanbod kan breed worden gedacht: van direct toegankelijke zorg (huisarts, tandarts, fysio, verloskundige, psycholoog) en preventieve zorg (GGD, consultatiebureau, risicogroepen) tot een sportmedisch centrum, voedingscentrum, orthopedisch centrum en specialistische klinieken. Ook bijpassende specialistische retail (oren, ogen, schoeisel, fietsen, sporten) en wellness (spa, yoga, massage) zijn denkbaar.

Het is niet de ambitie dat hier een concurrerend uitgaansaanbod of retailaanbod gaat ontstaan. Wel kan het Middengebied als kleinschalige recreatieve plek betekenis hebben voor Venlo-Zuid. Andersom zullen de bewoners van het Middengebied gebruik gaan maken van voorzieningen die al om de hoek in Venlo-Zuid aanwezig zijn zoals supermarkten en andere retail.

6.8 Ambities voor gebruik van de buitenruimte en tijdelijke functies De groene buitenruimte is in het hele Middengebied nadrukkelijk ook leefruimte en draagt daarmee bij aan het buitengeluk. Het Middengebied kent met de diverse kamers een grote variatie aan plekken met elk een eigen omvang, openheid, toegankelijkheid en karakter. Voor de invulling en het gebruik van de buitenruimte is het natuurlijk belangrijk welke directe relatie er is met de functies die eraan geschakeerd liggen.

6.4 Ambities voor onderwijs Met Fontys Hogeschool, Gilde Opleidingen, College Den Hulster en basisschool Al Andalous kent het Middengebied al een breed onderwijsaanbod. Het motto van een leven lang leren is hier al dagelijkse praktijk. Voor de toekomst van het Middengebied is vooral van belang dat gebiedspartners als Fontys en Gilde ambitieus zijn en synergie zoeken met elkaar, met VieCuri en met andere organisaties in Venlo om het onderwijsaanbod verder te vernieuwen. Zij zitten vanuit onderwijsvernieuwing in een strategisch proces waarvan de exacte uitkomst voor de toekomstige invullingen van de huisvesting nog niet bekend zijn. Het Middengebied biedt echter vanuit beschikbaarheid van ruimte, ligging en situering bij andere grote voorzieningen uitstekende condities om ambities waar te maken. Daarbij kan een campusachtige setting worden gecreëerd met ook toevoeging van studentenwoningen en bijbehorende voorzieningen.

De groene Hei-tot-Maas-route langs de Molenbeek wordt een stoere buitenruimte en heeft een belangrijke recreatieve functie voor wandelen en joggen, maar ook voor de klimaatadaptatie en de biodiversiteit. Geschakeerd aan deze route kunnen ook sport en spelattributen en kunst in de buitenruimte worden geplaatst. Binnen het Veilingterrein wordt tussen de nieuwe ontwikkelingen een groene autoluwe buitenruimte ingericht met daarin een nieuwe route voor fietsers en voetgangers (verlengde Kraanvogelstraat). Dit wordt een groene leefruimte voor bewoners en andere gebruikers. In de collectieve buitenruimtes bij de nieuwbouw kan gedacht worden aan invullingen als een pluktuin, moestuin, picknick e.d.

6.5 Ambities voor sport Met het sportpark Vrijenbroek en de hockeyclub heeft een deel van het Middengebied een sportfunctie. Bij de transformatie van het Middengebied naar een gezonde leefomgeving past het om bewegen en sport in de verdere mix van functies ook in te passen. Daarbij passen kleinschalige autonome aanbieders (yoga, fitnesscentrum, boksen, dansen, bootcamp, freerunnen) en aanbod in de buitenruimte (fitness apparaten, skaten).

Passend bij de beschikbare ruimte en de gewenste levendigheid zijn tenslotte ook kleinschalige evenementen en andere vormen van placemaking. Voordat het gebied helemaal is uitontwikkeld zijn we jaren verder. Vooral in de beginjaren zullen plekken als het Veilingterrein en eventueel de Fontys-campus aanvoelen als een pioniersplek. Evenementen en het inzetten van (verouderde) panden voor pionierende ondernemers kunnen bijdragen aan de nieuwe sfeer en het gebied op de kaart zetten binnen Venlo. Het is wel belangrijk dat placemaking activiteiten in lijn liggen met het gewenste karakter. 27

referentiebeeld Delva

referentiebeeld Delva

6.9 Ambities voor de tussentijd Het verhaal waar dit ambitiedocument mee begonnen is geeft een beeld van de identiteit van het Middengebied op lange termijn. Dat is een stip op de horizon waar naartoe wordt gekoerst. Het koersen zélf gebeurt in de tussentijd. Die tussentijd is dus minstens zo belangrijk in het realiseren van de nieuwe identiteit als die stip op de horizon. Het Middengebied is een ‘levend gebied’ waar al van alles gebeurt en in beweging is. Er zijn prominente voorzieningen als VieCuri, Fontys, Gilde en OGVO die ambities hebben voor hun vestigingsomgeving. JPO heeft als gebiedsontwikkelaar grootse ideeën en plannen voor het Veilingterrein. Er kunnen allerlei nog onvoorziene tijdelijke en permanente ontwikkelingen ontstaan. Er kunnen koppelkansen worden bedacht met de noodzakelijke verhoging van de Maasdijk. En ga zo maar door. Met het oog op de gebiedsidentiteit is het belangrijk na te denken over de tussentijd en hoe bestaande ‘spelers’ en nieuwe initiatiefnemers een rol krijgen in het verwezenlijken van de gewenste identiteit. Ook placemaking maakt hier onderdeel van uit. Met placemaking wordt gedoeld op tijdelijke activiteiten op locatie die het gebied op de kaart zetten en in de harten en hoofden van mensen doet nestelen. Wanneer de activiteiten passend zijn bij de (gewenste) identiteit kan het flink bijdragen aan het omarmen ervan.

referentiebeeld Delva

referentiebeeld Delva

referentiebeeld Delva

29

Hei-tot-Maas-route 30

7. RUIMTELIJK RAAMWERK Het Middengebied heeft alle ruimte om een prachtig stuk stad te worden. Om het nieuwe toekomstperspectief vorm te geven en tot ontwikkeling te laten komen is een (nieuwe) ruimtelijke structuur nodig waarbinnen de transformatie kan plaatsvinden. Wat waardevol is blijft en gaat aangevuld worden met nieuwe kwaliteiten.

Het Middengebied heeft weliswaar een groen karakter maar dit heeft nu nauwelijks gebruikswaarde. De groenstructuren in het gebied en in de omgeving worden daarom sterker aangezet en beter benut. In het raamwerk blijven de kenmerkende landschappelijke begrenzingen behouden. De grootste ingreep ontstaat door langs de Molenbeek een nieuw gemeenschappelijk midden te creëren waar de kamers zich naar toe openen en zich op oriënteren. De Molenbeek stroomt dwars door het Middengebied van de hoger gelegen Jammerdaalse Heide in het oosten naar het Maasdal in het westen. In het nieuwe raamwerk wordt dit beekdal dus de belangrijke landschappelijke drager die de verschillende kamers met elkaar verbindt. Om dit te realiseren wordt het beekdal heringericht. De Molenbeek krijgt meer ruimte en wordt zichtbaar en beleefbaar. Rondom de beek wordt aan weerszijde meer ruimte gemaakt voor een toegankelijke groene en recreatieve inrichting. Daarmee ontstaat langs de Molenbeek een aaneengesloten en toegankelijk groengebied die tegelijkertijd een nieuwe route vormt die de hei met de Maas verbindt: de nieuwe Hei-tot-Maas-route. Zo wordt ook binnen het Middengebied een autoluwe omgeving gecreëerd met veel groene ruimte voor de voetganger en de fietser.

7.1 Naar een nieuwe ruimtelijke inrichting In dit hoofdstuk wordt de nieuwe gebiedsidentiteit van het Middengebied uitgewerkt naar een ruimtelijk raamwerk. In dit raamwerk worden de structurerende kwaliteiten van het plangebied vastgelegd waarmee een kader wordt gevormd waarbinnen nieuwe ontwikkelingen (gefaseerd) kunnen plaatsvinden. Binnen dit kader is dus alle ruimte voor flexibiliteit in de verdere invulling. Dit ruimtelijk raamwerk wordt in de eerste plaats gevormd door de groenstructuur en de ontsluitingsstructuur. Het raamwerk zorgt voor de verbinding en onderlinge samenhang tussen de verschillende gebieden in het Middengebied. Tegelijk vormt het ook de basis voor de gewenste diversiteit in het gebied; binnen het raamwerk zijn immers verschillende ontwikkelingen mogelijk.

Het creëren van de Hei-tot-Maas-route als verbindende drager in het ruimtelijk raamwerk betekent dus ook dat de oriëntatie van de diverse functies in het gebied wordt omgekeerd. De kamers richten zich op de nieuwe groene route en zijn zo met elkaar verbonden. Langs de hele Hei-tot-Maas-route worden publieke en recreatieve functies toegevoegd die de route betekenis geven. Hierbij valt te denken aan een horecapaviljoen, sportfaciliteiten, kunst etc. Niet de auto maar de voetganger en de fietser krijgen hierdoor prioriteit in het Middengebied. Met het herinrichten van het Veilingterrein wordt ook in noord-zuidelijke richting een nieuwe route voor langzaam verkeer toegevoegd. Met de Hei-tot-Maas-route en de route over het Veilingterrein worden VieCuri, Fontys, Gilde en College Den Hulster letterlijk met elkaar verbonden. Nieuwe functies op het Veilingterrein versterken het bestaande programma.

Het ontbreken van verbindingen tussen de verschillende deelgebieden en het ontbreken van verblijfskwaliteit zijn nu grote tekortkomingen in het Middengebied. Dat moet radicaal veranderen. Het Middengebied moet een gezond en levendig stuk stad worden waar de menselijke maat leidend is. Gebouwen moeten een open karakter krijgen zodat de bijzonderheden in de gebouwen zichtbaar worden en er een wisselwerking ontstaat tussen binnen en buiten, de activiteiten en het publiek.

7.2 Visie van Hei tot Maas De verschillende deelgebieden functioneren in de huidige situatie als afzonderlijke enclaves die onderling weinig tot geen verbinding hebben. Dit systeem wordt doorbroken door ze te beschouwen als kamers die onderling verbonden moeten worden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de aanwezige groenstructuren.

De connectie van het Middengebied met Venlo-Zuid en de binnenstad wordt verbeterd door de bestaande linten en straten te verbinden met de Hei-tot-Maas-route. Hierdoor liggen vrijwel alle voorzieningen voor fietsers en voetgangers binnen handbereik.

Beekdalen en gesloten kamers

enclaves met verschillend programma 31

concept Middengebied

P P

P ofw

eg

g

Wy

h lre

ge

rh

Te

ge

lse

we

Ha

of

we

g

He i-t ot -M aa

Molenbeek

sr ou te

ruimtelijk raamwerk

Hei-tot-Maas-route De Hei-tot-Maas-route ademt één sfeer uit en verbindt alle deelgebieden langs de Molenbeek tussen de Jammerdaalse Heide en de Maas. De groene route staat in het teken van bewegen en gezondheid. Jong en oud kan hier (ongeorganiseerd) sporten en wordt uitgedaagd tot bewegen. De Molenbeek wordt verbreed en vergroend door het maken van natuurvriendelijke oevers langs het water. Langs en aan het water komt een pad; de beleving van het aanwezige water in het gebied wordt zo optimaal benut.

Vanuit de transformatie van het Middengebied bezien bestaat echter de ambitie om de barrièrewerking van de Tegelseweg op te heffen. Een mogelijkheid is om ter hoogte van de Hei-tot-Maas-route een fiets- en voetgangersbrug (ongelijkvloerse kruising) te realiseren. Dit kan al op relatief korte termijn gerealiseerd worden, ook eventueel met een tijdelijk karakter. Ambitieuzer is de wens om de hoofdroute voor het autoverkeer te verleggen van de huidige Tegelseweg naar een nieuwe route langs de Maas, achter het ziekenhuis langs. Dit leidt tot een sterke vermindering van het autoverkeer door het Middengebied want alleen het bestemmingsverkeer blijft dan over. Gemiddeld maken circa 31.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal gebruik van de Tegelseweg waarvan circa 7.000 mvt van en naar VieCuri gaat en circa 4.500 mvt van en naar Fontys en de Hagerhofweg. Bij het verleggen van de hoofdroute kan de Tegelseweg wél worden afgewaardeerd tot een gewone straat met 1x1 rijbanen. De (afgewaardeerde) Tegelseweg blijft daarbij voor het bestemmingsverkeer gewoon open omdat autobereikbaarheid voor onder meer Fontys en Gilde randvoorwaardelijk is. Indien het lukt om de Tegelseweg om te leggen én de ontsluiting van het ziekenhuis hier op aan te haken (in totaal 85% van het autoverkeer) blijft er dus slechts een beperkte stroom over die van de huidige Tegelseweg gebruik moet blijven maken.

Het verbreden van het water en de zone rondom de beek voegt ruimte toe voor ontspanning en recreatie. De paden langs de Molenbeek worden verbonden met de wandelpaden op de Jammerdaalse Heide en langs de Maas. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande paden. Ontbrekende delen van de route worden toegevoegd om een samenhangend geheel te maken. Veel ruimte voor groen betekent ook een gezonde leefomgeving met veel ruimte voor bewegen en ontspannen. De route voegt voor alle inwoners van Venlo nieuwe recreatieve mogelijkheden toe.

Het verleggen van de hoofdroute maakt het mogelijk om de werelden van VieCuri en die van het Veilingterrein en Fontys veel beter op elkaar aan te sluiten. Dit sluit aan op de gewenste nieuwe gebiedsidentiteit van een gezond, uitnodigend, optimistisch en verwonderd landschap. Het is helder dat het verleggen van de hoofdroute ingrijpend is en verder moet worden uitgezocht. Maar vanuit de gewenste transformatie van het Middengebied bezien is het belangrijk om de opties en de effecten goed in beeld te krijgen.

Het groen-blauwe raamwerk zorgt voor een klimaatbestendige omgeving met meer groen, minder verharding en meer verkoeling in de openbare ruimte. Door een deel van het huidige verharde oppervlak te vergroenen wordt er meer water geïnfiltreerd in de bodem en wordt de biodiversiteit vergroot. Het verbreden van het Molenbeekdal reduceert de wateroverlast bij piekbuien. Het water wordt langer vastgehouden en vertraagd afgevoerd naar de Maas. Door het toevoegen van bomen wordt CO2 opgenomen en zuurstof geproduceerd. Door het vergroenen van de openbare en collectieve ruimtes komt er ruimte voor biodiversiteit en natuurinclusiviteit. De Hei-tot-Maas-route vormt een robuuste ecologische verbindingszone tussen de Jammerdaalse Heide en het Maasdal.

Wellicht is er een mogelijkheid om de wegomlegging te koppelen aan de benodigde verhoging en verbreding van de Maasdijk. Dit is een ambitie van Rijkswaterstaat en het Waterschap in het kader van de hoogwaterbeschermingsopgave. Het is in eerste instantie aan deze partijen hoe en wanneer dit traject wordt uitgevoerd. Niettemin is het zinvol om de verschillende opgaven en oplossingsrichtingen met alle stakeholders af te stemmen.

De diverse kamers in het Middengebied bieden ruimte voor het ontstaan en uitbouwen van diverse ecosystemen op het gebied van gezondheid, zorg, onderwijs, sport, werken en wonen. De kamers zijn vormgegeven als samenhangende leefwerelden met een eigen identiteit. Het Veilingterrein speelt een belangrijke rol in de nieuw toe te voegen functies die het bestaande programma versterken. De (verdere) invulling van de kamers wordt uiteraard door de eigenaren zelf gedaan. Zij worden daarbij uitgedaagd om zich in te zetten voor de gezamenlijkheid van het Middengebied. Dat geldt vanzelfsprekend ook voor nieuw te vestigen gebruikers.

Verbonden stad Het Middengebied wordt een groen en gezond stadsdeel met een geheel eigen karakter. De huidige gesloten en naar binnen gerichte sfeer wordt getransformeerd naar een uitnodigend en open gebied. De sterke aanwezigheid van zorg en onderwijs wordt met elkaar verbonden en verder uitgebouwd tot een eigen mix aan functies met in het hart van het gebied een levendige ontmoetingsplek. De nieuwe gebiedsidentiteit onderscheidt zich zowel in thematische programmering als in beleving van andere omgevingen in Venlo. Het is daardoor aanvullend op gebiedsontwikkelingen in de binnenstad, het Kazerneterrein en de Brightlands Campus. Nieuwe verbindingen voor langzaam verkeer maken het mogelijk om een gezonde en duurzame leefomgeving te creëren waarbij het gebruik van de auto kan worden verminderd. In de inrichting van het Middengebied wordt de prioriteit verlegd naar voetgangers en fietsers. Parkeren is voorzien in hubs langs de randen van het gebied. Deze worden ontsloten vanaf de Tegelseweg of de Hagerhofweg. Zo ontstaat een autoluw gebied rondom de groene Molenbeek. De Tegelseweg (N271) is een belangrijke entree naar de stad en naar het Middengebied. Maar de weg vormt ook een barrière in de beoogde Hei-tot-Maas-route en voor het aanhechten van de werelden aan weerszijden van de weg.

De belangrijke invalsweg voor de stad maakt onderdeel uit van de hoofdinfrastructuur en kan als zodanig niet worden afgewaardeerd. Dagelijks krijgt de Tegelseweg een groot aantal auto’s te verwerken en heeft derhalve de bestaande 2x2 rijbanen nodig voor de ontsluiting van de stad. verleggen Tegelseweg 33

P P

P

auto ontsluiting

fietsen

wandelen

parkeerhub met voorzieningen in de plint of op het dak 34

De Kraanvogelstraat wordt over het Veilingterrein als fiets- en voetgangersverbinding doorgetrokken naar de Molenbeek en richting de Fontys-campus. Deze nieuwe verbinding verankert (voor fietsers en voetgangers) het Veilingterrein en de Fontys-campus met de stad. Vanaf de rotonde op de Hagerhofweg kunnen wel eventuele parkeerhubs ontsloten worden. Met het doortrekken van de Kraanvogelstraat krijgt de huisvesting van Gilde en College Den Hulster een directe ligging aan het Middengebied. Langs de nieuwe as worden deze onderwijsinstellingen met Fontys verbonden. De Wylrehofweg sluit aan op de entree van het College Den Hulster en vormt ook een rechtstreekse verbinding richting het nieuwe midden rondom de Molenbeek. Aan de andere zijde van de huisvesting van Gilde en College Den Hulster vormt het fietspad Hagerlei een directe verbinding met de Molenbeek en de Heitot-Maas-route.

parkeerhubs. Bij de situering van de hubs moet rekening gehouden worden met een maximale loopafstand van 250 meter tot de eindbestemming. Alleen voor specifieke doelgroepen, de hulpdiensten en voor laden en lossen zijn individuele gebouwen direct bereikbaar. De precieze situering van de hubs vindt plaats bij het uitwerken naar stedenbouwkundige plannen. Voetgangers en fietsers De structuur van het Middengebied is ideaal voor de voetganger en de fietser. De kamers kunnen autoluw worden ingericht. Voorzieningen in de nabije omgeving worden ook beter bereikbaar door routes vanuit de stad goed te verbinden met het Middengebied. De Professor Gelissensingel, de Tegelseweg, de Kraanvogelstraat, het Hagerpad, de Zwanenstraat en de Guliksebaan worden verbonden met de Hei-tot-Maasroute en zorgen voor een verweving met het fiets- en wandelnetwerk van Venlo. Tenslotte voegt de alom aanwezige groene buitenruimte voor de voetganger en fietser een nieuwe dimensie toe.

7.3 Mobiliteit Bij de transformatie van het Middengebied en de inrichting van de openbare ruimte wordt een hiërarchie aangebracht in de wijze van verplaatsing. In volgorde wordt prioriteit gegeven aan lopen, fietsen, openbaar vervoer, deel-mobiliteit en tenslotte auto’s. Die hiërarchie komt tot uitdrukking in de groene en gezonde inrichting van de kamers. Daar wordt een nieuwe ruimtelijke kwaliteit nagestreefd die gericht is op voetgangers en fietsers. De verblijfskwaliteit is daarbij leidend, waarbij voetgangers en fietsers volop de ruimte krijgen. Het gebied krijgt daardoor zoveel mogelijk een autovrij en groen milieu. Voor het openbaar vervoer is het Middengebied afhankelijk van het regionale en stedelijke busnetwerk. De zorg- en onderwijsvoorzieningen zijn hierop aangetakt met haltes op de Tegelseweg en de Hagerhofweg. Met name de onderwijsinstellingen hebben aangegeven dat bereikbaarheid met openbaar vervoer verbeterd dient te worden door haltes op kortere loopafstand te plaatsen en te zorgen voor snellere aansluitingen.

Fietsenstallingen Naast goede fietsverbindingen is het minstens zo belangrijk om goede en veilige fietsenstallingen te realiseren. Het basisprincipe is dat dit decentraal, comfortabel en inpandig gebeurt. Voor alle gebouwen geldt dat het stallen van de fiets uiterst comfortabel en zonder belemmeringen moet zijn voor alle gebruikers van het gebouw. In de nieuwbouw moet dit inpandig worden opgelost. Autoverkeer en parkeren Het Middengebied is met de auto uitstekend bereikbaar via de A73 en de Tegelseweg (N271). De ambitie is om het Middengebied binnen de kamers een groen en autoluw karakter te geven. Maar natuurlijk blijft de auto voor veel van de gebruikers en bewoners onmisbaar. VieCurie, Fontys en Gilde zijn (boven)regionale voorzieningen en hebben voor hun gebruikers (bezoekers, werknemers en studenten) dan ook een specifieke vraag naar parkeerplaatsen.

Voor het autoverkeer geldt het uitgangspunt dat het Middengebied uitstekend bereikbaar blijft. In de structuur kan echter onderscheid worden gemaakt tussen bestemmingsverkeer met de bestemming Middengebied en het overige doorgaande verkeer tussen Venlo, Tegelen en de snelwegen. In 7.2 is de ambitie uitgesproken om de doorgaande route voor autoverkeer van en naar de stad te verleggen van de huidige Tegelseweg naar de rand van het gebied (langs de Maas). Een dergelijke verlegging zal zorgen voor een sterke vermindering van het autoverkeer door het Middengebied. Gemiddeld is circa 63% van het autoverkeer doorgaand verkeer. Indien het lukt om de Tegelseweg om te leggen én de ontsluiting van het ziekenhuis hier op aan te haken gaat het zelfs om circa 85% van het huidige verkeer dat niet meer door het Middengebied hoeft. De (anders vormgegeven) Tegelseweg blijft daarbij overigens gewoon open voor het bestemmingsverkeer waardoor de bereikbaarheid van Fontys, Gilde en het verdere Middengebied gewaarborgd blijft.

In het Middengebied worden alle auto’s aan de randen geparkeerd in een parkeergarage (hub), ook die van bewoners en werknemers. Hierdoor kan het Middengebied autoluw worden gemaakt. Er wordt niet op straat geparkeerd; door dit principe zijn auto’s grotendeels uit het zicht. Ten behoeve van de parkeerbehoefte in het Middengebied worden meerdere parkeerhubs gerealiseerd. Bij de situering van de hubs moet rekening worden gehouden met een maximale loopafstand van 250 meter tot de eindbestemming. De precieze situering van de hubs is nu nog niet bekend; dit wordt bepaald in de uitwerking naar stedenbouwkundige plannen. Voor autotoegankelijkheid zijn twee uitzonderingen. Voor laden en lossen zijn alle gebouwen (woningen, bedrijven, voorzieningen) in het plangebied wel bereikbaar. Dat geldt ook voor de hulpdiensten en de toegankelijkheid voor invaliden. Voor pakketlevering kan gekozen worden voor centrale pakketserviceplekken, mogelijk gekoppeld aan de mobiliteitshubs.

Voorts maakt het nieuwe ruimtelijke raamwerk met de indeling naar kamers mogelijk dat het autoverkeer (inclusief bestemmingsverkeer) vooral plaatsvindt buiten de kamers. Het parkeren wordt zoveel mogelijk aan de randen van de kamers ondergebracht in parkeerhubs, zodat binnen de kamers grote aaneengesloten autoluwe gebieden ontstaan. Alle bewoners, werknemers, studenten en bezoekers parkeren hun auto in de

1

2

3

4

5

STAPPEN

TRAPPEN

OV

M.A.A.S

PRIVE AUTO

S T O M P

Zone waarbinnen parkeerhubs gepositioneerd kunnen worden 35

36 | BGSV

In het plangebied wordt gewerkt met een zo laag mogelijke autoparkeernormen. Dit betekent dat per huishouden of per bedrijf zo min mogelijk parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Het beperkte aantal parkeerplaatsen is onderdeel van het groene en gezonde gebiedskarakter en dient duidelijk gecommuniceerd te worden naar potentiële kopers/huurders, zodat ook zij zich ervan bewust zijn wat voor mobiliteitsgedrag van hen wordt verwacht. Bij het benodigde aantal parkeerplaatsen in het plangebied moet rekening worden gehouden met dubbelgebruik.

7.4 Veilingterrein en omgeving Het Veilingterrein vormt een bijzonder gebied binnen het Middengebied omdat het een groot leeg terrein is te midden van de aanwezige campusomgevingen van VieCuri, Fontys en Gilde/College Den Hulster. Wat hier gebeurt heeft grote impact op de toekomst van het geheel. Het Veilingterrein grenst net als de omringende voorzieningen aan de Tegelseweg en de Hagerhofweg, belangrijke ontsluitingswegen voor Venlo. De geambieerde uitstraling van de verschillende kamers naar deze hoofdwegen is groen en stedelijk. De landschappelijke kamers worden versterkt door het toevoegen van groen langs de randen. Tegelijkertijd is er een stedelijke en stevige bebouwing zichtbaar achter de groene rand. De gewenste parkeerhubs aan de randen van de kamers worden ontsloten vanaf de Tegelseweg en Hagerhofweg. De exacte positie van deze parkeerhubs moet verder uitgewerkt worden in het vervolg.

Aandachtspunt bij deze ambities is dat het invoeren van betaald parkeren effecten en gevolgen zullen hebben op de omliggende woonwijken. De uitwerking hiervan zal dus altijd in afstemming met de omgeving moeten plaatsvinden. Mobility as a Service Mobility as a Service (MaaS) staat voor een transitie in mobiliteit waarbij de consument mobiliteit inkoopt in plaats van investeert in vervoermiddelen. Het vervoermiddel is dan geen eigendom meer van de gebruiker; er wordt alleen voor het gebruik ervan betaald. Doordat hierbij vervoermiddelen worden gedeeld kunnen meerdere personen gebruik maken van dezelfde auto, fiets of scooter. Met het reduceren van het eigen autobezit wordt dus per saldo het aantal auto’s verminderd. Maar met autodelen blijkt ook het gebruik af te nemen. Mensen worden bewuster wanneer ze betalen voor het gebruik. In een volgende fase wordt onderzocht in hoeverre autodelen bij kan dragen aan het reduceren van het autogebruik in het Middengebied door deelauto’s aan te bieden in de parkeerhubs.

Met de ontwikkeling van het Veilingterrein kan een grote stap worden gezet in het creëren van een zichtbare Hei-tot-Maas-route langs de Molenbeek. De Hei-tot-Maas-route verbindt de hoofdentree (atrium) van het ziekenhuis met de functies aan de andere zijde van de Tegelseweg. Het is de ambitie om de route vanaf de Maas dóór de ontvangsthal van het ziekenhuis te laten lopen om aan de andere zijde verbonden te worden met het Veilingterrein en de Fontys-campus. Gewenst is dat op het terrein van VieCuri ruimte wordt gemaakt voor de Hei-tot-Maas-route door het parkeren (deels) te concentreren in parkeergebouwen. Een passerelle over de Tegelseweg moet voor een directe verbinding zorgen. Aan de zijde van het Veilingterrein en de Fontys-campus is er vanaf de route zicht over de Molenbeek. Een bijzonder horecapaviljoen aan het water geeft voor alle gebruikers van het Middengebied bijzondere waarde. Zorgpersoneel, bezoekers van het ziekenhuis, patiënten, studenten, bewoners, en werknemers vinden hier een aantrekkelijke ontmoetingsplek. De Fontys-campus opent het terrein richting de Molenbeek en de Hulsterweg om direct verbonden te zijn met de Hei-tot-Maas-route en het nieuwe programma op het Veilingterrein.

Het aantal autodelers groeit hard in Nederland. Uit onderzoek van het PBL blijkt dat autodelers 15 tot 20 procent minder kilometers rijden dan vóórdat zij een auto deelden. De CO2-uitstoot door autogebruik en -bezit is bij de autodelers met 8 tot 13 procent gedaald. Voor een deel komt dit doordat zij minder kilometers rijden; voor een deel doordat er minder nieuwe auto’s hoeven te worden geproduceerd. Het aantal aanbieders groeit snel.

Tegelseweg

nieuwbouw

oude spanten

Veilingterrein De ontwikkeling van het Veilingterrein is cruciaal voor de nieuwe identiteit van het Middengebied. Dat geldt zowel voor de programmatische invulling als voor de betekenis van het ruimtelijk raamwerk van het geheel. Het ruimtelijk raamwerk van het Veilingterrein is nieuw en maakt straks onderdeel uit van raamwerk van het gehele Middengebied. Onmisbaar onderdeel van dat raamwerk is de transformatie van de groenzone rondom de Molenbeek aan de zuidzijde van het Veilingterrein, waarmee het realiseren van de Hei-tot-Maas-route een flinke boost kan krijgen. Een ander bepalende route binnen het raamwerk is de route dwars door het Veilingterrein in noordzuid richting. Vanaf de rotonde met de Hagerhofweg wordt de Kraanvogelstraat als een groene route voor het langzaam verkeer doorgetrokken tot aan de Molenbeek. De nieuwe verbinding verbindt de stad met het Veilingterrein en de Fontys-campus. Het eerste deel van de verbinding vanaf de rotonde kan eventueel

entree vanaf de Hagerhofweg

37

Parkeerhub

profiel Veilingterrein oost-west

38 | BGSV

gebruikt worden voor de ontsluiting van parkeerhubs langs de Hagerhofweg. Door de parkeerplaatsen te concentreren in hubs aan de Hagerhofweg en Tegelseweg kan het terrein autoluw worden ingericht. Een groot deel van het Veilingterrein wordt omgezet naar publieke buitenruimte met een groene inrichting. Het gebied opent zich aan de zuidzijde naar de Hei-tot-Maas-route. De robuuste groenstructuur langs de Molenbeek zorgt voor samenhang in het hele Middengebied qua identiteit, beleving en routing. Naast de groene openbare ruimte worden ook groene collectieve ruimtes gerealiseerd binnen de nieuwe ontwikkelingen op het Veilingterrein. De nieuwe bebouwing draagt met groene terrassen, binnentuinen en groene daken en gevels bij aan de groene sfeer van het ruimtelijk raamwerk. Binnen het ruimtelijk raamwerk van het Veilingterrein komen bouwvelden die gefaseerd ontwikkeld kunnen worden. De bouwvelden zijn allen gesitueerd tussen de landschappelijke rand van het terrein en de nieuwe groenstructuur (doorgetrokken Kraanvogelstraat en rondom de Molenbeek). De overgebleven spanten van de oude veilinghallen vormen een collectieve groene plek met de nieuwe bebouwing daaromheen. Aan de oostzijde van de doorgetrokken Kraanvogelstraat wordt eveneens een collectieve groene buitenruimte gemaakt waar de nieuwe bebouwing zich omheen situeert.

De spanten van de oude veilinghallen hebben een rauwe en industriële uitstraling die het gebied een eigen karakter kunnen geven. Hiermee vormen ze de basis voor een nieuwe alternatieve bestemming. Te denken valt aan een moestuin, speeltuin, pluktuin, kas, horeca, bierbrouwer etc. In de bouwvelden zelf wordt een mix aan functies gerealiseerd. De plinten van de nieuwbouw begeleiden de openbare ruimte en krijgen een open karakter met zichtbare publieke voorzieningen (zorg, onderwijs, sport, horeca e.d.), werkruimtes en woningen. De bouwvelden krijgen een stedelijke invulling.

39

40

8. VERVOLG 8.1 Status, doel en vaststelling Dit Ambitiedocument Veilingterrein geeft een duidelijke (denk)richting aan en vormt de eerste stap op weg naar de ambitieuze transformatie van het Middengebied. De geformuleerde ambities zijn het resultaat van een gezamenlijk traject van JPO en gemeente Venlo met de ‘gebiedspartners’ VieCuri, Fontys Hogeschool en Gilde Opleidingen. De komende maanden zal dit document in samenspraak met deze partijen nog een stap verder worden gebracht. Doel is om het als een kaderstellende gebiedsvisie rond de zomer van 2022 voor te leggen aan de gemeenteraad van Venlo. Het huidige document zal nog worden aangevuld met o.a. de resultaten van de kwartiermaker (zie 8.2) en een globale studie naar de impact van eventuele infrastructurele aanpassingen (zie 7.2).

In ieder geval zal de ontwikkeling van het Veilingterrein al op korte termijn van start gaan. JPO wil in juli 2022 een gebiedsbranding presenteren. In 2022 zullen ook een innovatieprogramma en een stedenbouwkundig plan opgesteld worden in lijn met dit Ambitiedocument. Beiden zijn in het najaar van 2022 gereed. Het stedenbouwkundig plan zal vervolgens de basis zijn voor (a) de formele bestemmingswijziging, (b) het ontwerp van gebouwde ontwikkelingen en (c) het ontwerp/ inrichtingsplan van de buitenruimte. De ambitie is dat het voorontwerp Bestemmingsplan gereed is eind 2022/begin 2023. Het vergunningentraject kan worden voltooid in 2023. Daarna kan (gefaseerd) met de concrete bouwontwikkelingen worden gestart. In dit ambitiedocument zijn hoge ambities benoemd voor gezondheid en duurzaamheid. Dat gaat over veel aspecten waaronder vergroening, mobiliteitstransitie, energietransitie, klimaatbestendigheid en circulariteit. Het past ook bij de ambitie van de gemeente Venlo om circulaire en duurzame hoofdstad te zijn. Ook bij de gebiedsontwikkeling van het Veilingterrein zal de lat hoog liggen. Bij de uitwerking naar specifieke keuzes dient evenwel rekening te worden gehouden met de haalbaarheid. JPO en de gemeente zullen in de verdere planuitwerking van het Veilingterrein hier nader invulling aan geven.

Tenslotte is de wens uitgesproken om de woonfunctie toe te voegen aan de programmatische mix van het Veilingterrein. Bij wonen wordt gedacht aan woningen voor bepaalde doelgroepen in de crossovers met zorg en onderwijs. Nader onderzoek zal worden uitgevoerd om de behoefte en potentie aan wonen op deze locatie in beeld te brengen. Dit onderzoek maakt deel uit van het genoemde planvormingstraject in 2022.

Het vaststellen van de kaderstellende gebiedsvisie voor het Middengebied maakt de weg vrij voor verdere planuitwerkingen en nadere onderzoeken. Het doel van de kaderstellende gebiedsvisie is om aan de transformatie van het Middengebied richting te geven en kaders te stellen op een zodanige manier dat daarmee de verdere planuitwerkingen voor deelgebieden en infrastructuur ter hand genomen kan worden. Het gaat daarbij om (1) richtlijnen voor de conceptuele, programmatische en fysieke transformatie en (2) een ruimtelijk kader dat gebiedsoverstijgend zijn.

8.2 Verdere planvorming en nadere onderzoeken Het gebiedsoverstijgende ruimtelijke kader is gericht op het creëren van samenhang en gemeenschappelijkheid in het Middengebied. Delen van dit ruimtelijke kader kunnen worden vormgegeven en gerealiseerd in de (verdere) ontwikkeling van de deelgebieden. Het realiseren van een aantal cruciale verbindingen overstijgt echter het niveau van de deelgebieden en heeft dus een andere benadering nodig. Het gaat hierbij om het realiseren van de Hei-tot-Maas-route, het verminderen van de barrièrewerking van de Tegelseweg en het verbeteren van wijkverbindingen. Deze hebben elk een eigen plantraject waarbij de gemeente of andere overheden de regie hebben. De gemeente zal voor elk van de trajecten in beeld gaan brengen wat nodig is om een volgende stap te kunnen zetten. Naar verwachting zullen diverse nadere onderzoeken nodig zijn om tot goede besluitvorming over te kunnen gaan.

8.3 Kwartiermaker voor samenwerking en conceptuele kansen Parallel aan de gebiedsontwikkeling is een traject gestart tot verdere samenwerking in het Middengebied rondom de conceptuele invulling van positieve gezondheid. Op het snijvlak van zorg, onderwijs, wonen, technologie en economische activiteiten liggen veel kansen die het verdienen om nader te worden vormgegeven. Op initiatief van JPO en de gemeente Venlo is een kwartiermaker gestart om dit traject te initiëren en te komen tot nieuwe samenwerkingen. Naast de gebiedspartners zullen ook andere partijen worden betrokken. Het resultaat van de kwartiermaker zal een innovatieprogramma (concreet actieprogramma) gaan zijn. De ambitie is dat hier programmatische kansen uit volgen voor het Middengebied.

De daadwerkelijke gebiedsontwikkelingen vinden plaats op het niveau van de deelgebieden zelf (in dit document ‘kamers’ genoemd). In de meeste gevallen gaat het daarbij om één gebiedseigenaar die zelf verantwoordelijk is voor eventuele planuitwerking. In lijn met dit Ambitiedocument zal planvorming voor deelgebieden altijd in samenwerking en participatie met de omgeving plaatsvinden. In de tijd gezien zullen deelgebieden elk een eigen ontwikkeltempo gaan volgen. Sommige deelgebieden zullen al snel in ontwikkeling kunnen worden gebracht; andere zullen voorlopig blijven voor wat ze zijn.

juli 2022

GEBIEDSBRANDING

najaar 2022

INNOVATIEPROGRAMMA STEDENBOUWKUNDIG PLAN

8.4 Communicatie en participatie Het opstellen van dit Ambitiedocument is een co-productie van JPO en gemeente Venlo. Daarbij is nauw samengewerkt met VieCuri Medisch Centrum, Fontys Hogeschool en Gilde Opleidingen. Daarnaast zijn andere mogelijke stakeholders geconsulteerd waaronder OGVO (College Den Hulster), De Zorggroep en Wonen Limburg. De gezamenlijke ambities voor het Veilingterrein als aanjager voor een nieuwe gebiedsidentiteit voor het Middengebied zullen breed worden gecommuniceerd als de aftrap voor de verdere transformatie van deelgebieden. Bij de planvorming voor een bepaald deelgebied start een nieuw proces waarin concrete ontwikkelplannen worden gemaakt, een nieuw bestemmingsplan wordt opgesteld, tijdelijke activiteiten zullen plaatsvinden en definitieve ontwikkelingen gerealiseerd zullen worden. Het Veilingterrein zal het eerste deelgebied zijn dat op die manier van start gaat. Dit gebeurt in samenspraak met de gemeente, omwonenden, de gebiedspartners en andere stakeholders. JPO zal hiervoor een communicatie- en participatiestrategie opstellen.

eind 2022/begin 2023

VOORONTWERP BESTEMMINGSPLAN

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/889/documents/22542