CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

381324 Bijl03. Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf

Raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 2.3: Omgevingsvisie Venlo 2040 (381324)42.097 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:

●

Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.

●

De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.

●

In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van

a. Indieners stellen dat woningtekorten ook aangepakt kunnen worden door bestaande woningen aan te pakken, bedrijventerreinen anders te bestemmen en doorstroom op de woningmarkt te bevorderen. Daarom zijn nieuwbouwlocaties zoals de Soersbeekweg niet nodig. b. De indieners wijzen op tegenstrijdigheden in gemeentelijke beleidsstukken. ● Volgens het rapport "Van stadscontour naar stadsrandzones" ligt de Soersbeekweg buiten de stadscontouren. Het aanwijzen van deze locatie als bouwlocatie is daarmee in strijd. ● Het RUIMTEVOLK-rapport noemt de landschappelijke buffer bij Belfeld, maar suggereert tegenstrijdig genoeg woningbouw in dit gebied. ● De Soersbeekweg werd nooit genoemd in eerdere discussies over mogelijke bouwlocaties, wat volgens de indieners wijst op inconsistent beleid. c. De indieners geven aan dat het gebied een belangrijke agrarische en natuurlijke waarde heeft die behouden moet blijven. Indieners benoemen dat extra woningbouw

Aan ieder initiatief zal een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.

19

het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”

schadelijk is voor de biodiversiteit, de vleermuizenpopulatie wordt als voorbeeld genoemd. Daarnaast geven indieners aan dat het gebied cruciaal is voor wateropvang, vergroening en biodiversiteit. Dit zou aangetast worden door woningbouw. d. Indieners geven aan dat toe te voegen woningen aan de Soersbeekweg te dicht bij de snelweg zouden liggen waardoor nieuwe inwoners blootgesteld worden aan de hinder van de snelweg. e. Indieners stellen dat het toevoegen van woningen zal leiden tot meer verkeersbewegingen op wegen die hier niet op berekend zijn. Dat tegenover het frame van de afnemende bereikbaarheid door verschraling van of afwezigheid van openbaar vervoer zal het vervoer van nieuwe inwoners bestaan uit het toevoegen van auto’s of het versterken van vervoersarmoede.

Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●

Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.

●

Aan ieder initiatief zal een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.

●

Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.

f. Indieners geven een tegenstrijdigheid in de Omgevingsvisie en OER aan. De omgevingsvisie benadrukt het belang van het behoud van groen en leefbaarheid, maar woningbouw aan de Soersbeekweg staat haaks op deze doelen. Daarnaast wijst de OER-rapportage op de negatieve effecten van woningbouw in gebieden met aardkundige waarde. Indieners stellen dat de OER de negatieve gevolgen van woningbouw op luchtkwaliteit en mobiliteit lijkt te onderschatten.

17

Inwoner a. De indiener maakt bezwaar tegen de plannen om extra woningen te bouwen aan

20

de Soersbeekweg, omdat het betreffende gebied een belangrijk stuk groen is dat essentieel is voor de biodiversiteit en leefbaarheid van Belfeld.

●

Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.

●

De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.

●

In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”

b. Indiener stelt dat bij het realiseren van woningen, locaties zoals het Burgerbos en de Vlindertuin, die door de gemeenschap zijn opgericht, verloren zouden gaan. Deze plekken zijn van grote waarde voor het lokale karakter en de gemeenschapszin. c. De indiener wijst op alternatieve locaties in Belfeld die meer geschikt zijn voor nieuwbouw en minder impact hebben op de natuur. Het gebied bij Egidius Janssen, waar plannen zijn voor een distributiecentrum, wordt genoemd als een betere optie. Deze locatie zou als woongebied kunnen dienen in plaats van te worden benut voor verdozing.

Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●

Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een

21

zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.

18

Inwoner De indiener ondersteunt de woningbouw aan de Soerbeeksweg en geeft daarbij de volgende argumenten. a. De indiener geeft aan dat de realisatie van woningen tegemoetkomt aan het huidige tekort aan woningen in de regio. b. Indiener ziet de woningbouw als een kans om met de woningen een geluidsbuffer te creëren tussen de snelweg en buurtschap de Leijgraaf. Hierdoor zal het geluidsoverlast voor deze buurt afnemen.

●

Aan ieder initiatief zal een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.

●

Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.

●

De locatie Witveld is niet opgenomen in de visie omdat hiervoor de plannen binnen het huidige omgevingsplan reeds in ontwikkeling zijn.

Wij nemen hier kennis van en reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

Geluidsoverlast en luchtvervuiling zijn veelgehoorde zorgen. Daarom zal aan ieder initiatief een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.

c. De te realiseren woningen dienen aan de oostzijde voorzien te worden van gedegen geluidsisolatie zoals driedubbele beglazing, geluidwerende spouwmuurisolatie en goede mechanische ventilatie. 19

Glastuinbouw Nederland

Naar aanleiding van de zienswijze wordt de volgende aanpassing in de omgevingsvisie doorgevoerd:

22

a. Indiener herkent de opgaven die in de omgevingsvisie omschreven worden en kan en wil bijdragen aan de ambities van de omgevingsvisie. Echter constateert indiener dat input gegeven tijdens stakeholderbijeenkomsten nauwelijks terugkomt in de Nota van participatie en nagenoeg niet in de omgevingsvisie. Men pleit voor erkenning van glastuinbouw als onderdeel van de oplossing. b. Indiener stelt dat de historische verankering van glastuinbouw in Venlo, zoals de Venlo-kas en Greenport Venlo,vermelding verdient in de kenschets. Daarnaast zou het strategische belang van glastuinbouw voor voedselzekerheid expliciet als uitgangspunt opgenomen moeten worden. c.Indiener is van mening dat de omgevingsvisie beter de rol van glastuinbouw als fundament voor de een waardevolle economie moet benadrukken. Dit omvat een duidelijke ambitie over de omvang en waarde van de productiesector en concrete plannen om deze te realiseren. d. De term "kringlooplandbouw" is niet passend voor glastuinbouw. Indiener stelt voor passage te vervangen door: “In 2040 is in de landbouw de omslag gemaakt naar kringloop landbouw en in de glastuinbouw naar circulaire glastuinbouw: duurzaam en klimaat robuust”.

●

We stellen voor de passage op p.23 aan te passen naar: “In 2040 is in de landbouw de omslag gemaakt naar kringlooplandbouw en in de glastuinbouw naar circulaire glastuinbouw: duurzaam en klimaatrobuust”.

●

We nemen op p. 67 op dat een toekomstperspectief voor de glastuinbouwsector in de gemeente Venlo onderdeel is van de uitwerking van de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie schetst de gewenste ontwikkeling van de gemeente Venlo tot 2040. We waarderen uw inbreng en de ambitie om gezamenlijk te bouwen aan een duurzame toekomst. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

Het toekomstperspectief voor de glastuinbouwsector in de gemeente Venlo is nog niet volledig uitgekristalliseerd. We zijn voornemens om samen met de regio aan de slag te gaan met een Toekomstperspectief voor de glastuinbouw mede in relatie tot de energiebehoefte. Ook de sector zullen we hierbij betrekken. Voor nu consolideren we bestaand beleid zoals ingezet in de Ruimtelijke Structuurvisie en Economische Visie.

●

De omgevingsvisie is een visie op hoofdlijnen. We erkennen dat input van stakeholders niet altijd direct herkenbaar is in de uiteindelijke tekst. Alle inbreng is echter zorgvuldig meegewogen. In de verdere uitwerking van de visie, bijvoorbeeld in omgevingsprogramma's, is ruimte voor verdieping en concretisering. Uw input nemen we hierin mee.

●

Schandelo is vanwege landschappelijke kwaliteiten, woonkwaliteit, bereikbaarheid en cultuurhistorie niet aangewezen als doorgroeigebied (buiten de bestaande contouren). We concentreren de groei in ‘t Ven-Noord en Meelderbroek en bieden daar planologische ruimte. Vooralsnog ook binnen bestaande contouren. Hiermee zetten we binnen de omgevingsvisie in op continuering van

e. Twee glastuinbouwgebieden ('t Ven-Noord en Meelderbroek) zijn benoemd als doorgroeigebieden, maar Schandelo is niet meegenomen. De onderbouwing hiervoor is summier en onvoldoende. De indiener kan zich hier niet in vinden en stelt voor dit gebied als doorgroeigebied te kwalificeren f. Indiener geeft aan dat de beschikbare ruimte in doorgroeigebieden onvoldoende is voor uitbreiding en de verplaatsing van solitaire bedrijven. Indiener vraagt in de omgevingsvisie beleidsmatig opening te bieden voor aanvullende ontwikkelings- c.q. schuifruimte glastuinbouw op duurzame solitaire locaties, aansluitend aan de huidige glastuinbouwgebieden en/of nieuwe extra vestigingsruimte, zo nodig in regionaal verband. g. De indiener steunt de uitspraak tegen functiemenging in doorgroeigebieden en vraagt om nadere omschrijving van strijdige functies, zoals recreatie en burgerbewoning, en concrete maatregelen om deze tegen te gaan. Routes in doorgroeigebieden glastuinbouw in het kader van de toeristische hoofdstructuur (p.59) staan op gespannen voet met bovenstaande. Indiener vraagt de routes aan te passen. h. Indiener geeft aan dat de grofmazige kaart met zonering in het buitengebied niet

23

de huidige situatie, deze is in lijn met de huidige ruimtelijke structuurvisie. De bestaande rechten van bedrijven respecteren wij.

duidelijk genoeg is om te lezen in welke zones welke bedrijven zitten en vraagt om een gedetailleerde kaart. i. Indiener geeft aan dat het onduidelijk is welk toekomstperspectief solitaire bedrijven hebben. I Er wordt verduidelijking gevraagd over het concreet toekomstperspectief van solitaire glastuinbouwbedrijven in het buitengebied, alsook de aanpak en benodigde instrumenten. j. De glastuinbouwsector heeft een ambitie van klimaatneutraliteit in 2040. Indiener vraagt om meer aandacht in de visie voor verduurzaming en energietransitie en in relatie met de glastuinbouw in het bijzonder. Tevens vraagt de indiener beleidsmatige keuzes uit te werken tot maatregelen die ontwikkelingen in de gewenste richting leiden. k. Indiener is positief dat het belang van internationale werknemers wordt erkend en er specifiek aandacht is voor huisvesting van deze doelgroep. Indiener pleit voor voldoende mogelijkheden voor short-stay huisvesting bij agrarische bedrijven en het realiseren van voldoende aanbod aan woonruimte, zodat longstay internationale werknemers een woning kunnen vinden op de reguliere woningmarkt.

20

Ondernemer a. De indiener uit kritiek op het ontbreken van doorgroeimogelijkheden voor het glastuinbouwgebied Schandelo in de omgevingsvisie, ondanks de aanwezigheid van moderne, toekomstbestendige bedrijven met behoefte aan ontwikkelruimte. Indiener geeft aan de keuze niet te begrijpen en vraagt om onderbouwing en de consequenties voor het toekomstperspectief van deze ondernemers. Indiener vraagt om duidelijkheid over het toekomstperspectief van ondernemers in de gemeente Venlo en het glastuinbouwgebied Schandelo. b. Indiener geeft aan dat het ontbreken van toekomstperspectief voor solitaire glastuinbouwbedrijven, inclusief duidelijkheid over transitiepaden, leidt tot onzekerheid bij ondernemers. De indiener geeft aan dat het belangrijk is dat er toekomst is voor de glastuinbouw en dat de toekomst zoals die nu geboden is in de omgevingsvisie onvoldoende is. c. Het belang van internationale werknemers wordt erkend in de omgevingsvisie.

●

De huidige kaart is inderdaad grofmazig. Dit past bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie. We werken de randvoorwaarden en details uit in een omgevingsprogramma / beleidskader ‘ruimtelijk perspectief ondernemers buitengebied’. De aanpak rondom vrijkomende agrarische bebouwing en functieverandering in het buitengebied worden later nader uitgewerkt. Uw input zal hierin worden meegenomen.

●

Goede huisvesting voor internationale werknemers is essentieel. In het onlangs vastgestelde ‘Beleidskader huisvesting internationale werknemers’ bieden we mogelijkheden voor short-stay bij agrarische bedrijven.

●

In de toeristische hoofdstructuur (p.59) hanteren we de meest optimale routes. Deze worden formeel gefaciliteerd en liggen hiermee vast.

Naar aanleiding van de zienswijze enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. ●

We nemen op p. 67 op dat een toekomstperspectief voor de glastuinbouwsector in de gemeente Venlo onderdeel is van de uitwerking van de omgevingsvisie.

De omgevingsvisie schetst de gewenste ontwikkeling van de gemeente Venlo tot 2040. We waarderen uw inbreng en de ambitie om gezamenlijk te bouwen aan een duurzame toekomst. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

Het toekomstperspectief voor de glastuinbouwsector in de gemeente Venlo is nog niet volledig uitgekristalliseerd. We zijn voornemens om samen met de regio aan de slag te gaan met een

24

Toekomstperspectief voor de glastuinbouw mede in relatie tot de energiebehoefte, sluiten van kringlopen, CO2-uitwisseling. Ook de sector zullen we hierbij betrekken. Voor nu consolideren we bestaand beleid zoals ingezet in de Ruimtelijke Structuurvisie en Economische Visie.

Maar indiener geeft aan dat er behoefte is aan voldoende gecertificeerde huisvesting buiten dorpskernen. Samenwerking met de gemeente is essentieel om dit te realiseren. d. Op pagina 47 wordt de ruimte voor glastuinbouw beschreven en gaat het over ontsluiting en terugdringen van niet glastuinbouw gerelateerde functies. Indiener geeft aan dat deze mogelijkheid niet geboden wordt voor Schandelo en vraagt om deze mogelijkheden voor dit gebied wel te bieden.

●

Schandelo is vanwege landschappelijke kwaliteiten, woonkwaliteit, bereikbaarheid en cultuurhistorie niet aangewezen als doorgroeigebied (buiten de bestaande contouren). We concentreren de groei in ‘t Ven-Noord en Meelderbroek en bieden daar planologische ruimte. Vooralsnog ook binnen bestaande contouren. Vooralsnog ook binnen bestaande contouren. Hiermee zetten we binnen de omgevingsvisie in op continuering van de huidige situatie, deze is in lijn met de huidige ruimtelijke structuurvisie. De bestaande rechten van bedrijven respecteren wij.

●

De huidige kaart op p. 59 is inderdaad grofmazig. Dit past bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie. We werken de randvoorwaarden en details uit in een omgevingsprogramma / beleidskader ‘ruimtelijk perspectief ondernemers buitengebied’. De aanpak rondom vrijkomende agrarische bebouwing en functieverandering in het buitengebied worden later nader uitgewerkt. Uw input zal hierin worden meegenomen.

●

Goede huisvesting voor internationale werknemers is essentieel. In het onlangs vastgestelde ‘Beleidskader huisvesting internationale werknemers’ bieden we mogelijkheden voor short-stay bij agrarische bedrijven.

e. Indiener geeft aan dat het omzetten van agrarische bedrijfswoningen naar burgerwoningen in agrarische en glastuinbouwgebieden niet wenselijk is. Indiener pleit ervoor dat duidelijk beleid hierover moet opgenomen worden in de omgevingsvisie. f. Indiener geeft aan dat op pagina 59 onduidelijk is in welke zone bedrijven liggen en dat tevens onduidelijk is welk toekomstperspectief solitaire glastuinbouwbedrijven hebben. Indiener vraagt wat bedoelt wordt met “passend transitiepad”. g. De indiener vraagt om aandacht voor de rol van glastuinbouw in duurzaamheid, zoals energievoorziening, CO2-uitwisseling, het sluiten van de kringlopen e.d. Schaalgrootte is cruciaal voor het behalen van deze doelen. Indiener geeft aan vanuit de provincie en gemeente een faciliterende rol te verwachten om samen met ondernemers het voortouw te nemen en daarbij een passende omgevingsvisie op te stellen.

21

Inwoner Ten eerste heeft de indiener opmerkingen of vragen over een aantal passages uit het OER. a. op pag.15/37 wordt gesproken over de beoordeling van Natura 2000-gebieden.

Naar aanleiding van de zienswijze worden geen aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

De locatie bij ‘t Hanik Lomm is als een van de drie potentieel geschikte

25

Wat de indiener betreft lijken de getrokken conclusies te rooskleurig voor wat betreft de negatieve impact van de plaatsing van windturbines in het Hanik. b. Op pagina 24/137 bespreekt de conclusies over een passende beoordeling van Natura 2000-gebieden. Indiener geeft aan dat de plaatsing van de windturbines in het Hanik zowel in de aanleg-, gebruiks- als sloopfase een negatief effect heeft. Dit wordt veroorzaakt door de grote hoeveelheden beton en staal die nodig zijn en de ingrijpende werkzaamheden aan de infrastructuur. Daarnaast waarschuwt indiener voor de risico’s van grondwaterverontreiniging door Bisfenol A (BPA), wat volgens recent onderzoek een onderschat probleem is. c. Op pag. 30/137 wordt de druk op natuurgebieden beschreven. Indiener stelt dat er sprake is van sterk tegengestelde effecten. De plaatsin van windturbines zal negatief doorwerken op de ontwikkeling van toerisme, terwijl het Hanik nu interessant is voor toerisme. d. Pag. 36/137 beschrijft de wisselwerking tussen omgevingsvisie en OER. Indiener geeft aan dat de gemeente voorafgaand aan het OER een gebiedsverkenning heeft laten uitvoeren voor het Hanik. Indiener geeft aan dat conclusies uit dit rapport onvoldoende terugkomen in het OER en ontwerp-omgevingsvisie. Daarnaast wordt het ontbreken van draagvlak onder inwoners van dit gebied niet genoemd en ontwikkelkansen krijgen geen aandacht. e. Op pag.

44/137 wordt de doelstelling een beleefbaar, veerkrachtig en toekomstbestendig buitengebied omschreven. Indiener geeft aan dat de plaatsing van windturbines in het Hanik niet past bij deze doelstelling. f. pag. 58/158 beschrijft de beoordeling van het buitengebied in het OER. Indiener betwijfelt de conclusies in het OER met betrekking tot de plaatsing van windturbines in het Hanik, omdat er geen duidelijke criteria worden gegeven waarop deze conclusies zijn gebaseerd. Indiener stelt dat de gevolgen voornamelijk negatief zullen zijn, waaronder een negatieve invloed op de grondwaterkwaliteit, flora en fauna, leefbaarheid, geluidsoverlast, een sterke toename van stikstofdepositie en negatieve effecten op de gezondheid van de inwoners. g. Op pag. 59/137 worden de dorpen beoordeelt in het OER. Inwoner geeft aan dat het grondwaterbeschermingsgebied in het Hanik ligt, resp. in Lomm waar in de omgevingsvisie mogelijkheden worden geboden voor grootschalige energieopwekking. h. pag. 63/137 gaat in op de grootschalige opwek in het buitengebied, waarbij een

gebieden in het Beleidskader Nieuwe Energie (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022) aangewezen. Dit gebied is in dit beleidskader in kaart gebracht als een ‘potentiegebied opwek zonne-energie RES’. ●

We zijn ons bewust van het gebiedsproces dat heeft geleid tot het rapport ‘Gebiedsverkenning ’t Hanik (d.d. 28 november 2023) en de zorgen die er leven. Deze zullen meewegen in de definitieve besluitvorming over opwekgebieden. Zolang er nog geen ander besluit is genomen, houden wij in deze omgevingsvisie vast aan het huidige beleid en de bijbehorende gebieden.

●

Aangezien het windturbinepark geen onderdeel van de Omgevingsvisie is, komt het ook niet terug in het OER.

●

Het OER sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat over het gehele grondgebied van de gemeente. Als er specifiek op de energietransitie en duurzame opwek wordt ingezoomd, maken we onderscheid tussen de aangewezen zoekgebieden voor grootschalige opwek en het buitengebied in zijn algemeenheid. Voor het buitengebied is opgenomen; “De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonneenergie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.” De indicatoren zoals deze zijn opgenomen in het OER gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente en zijn abstract van aard. Bij specifieke projecten en plannen in het buitengebied zal verder in detail onderzocht moeten worden welke milieu-impact deze hebben. Het OER doet hier slechts uitspraken over in lijn met het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. Uw zienswijze heeft hoofdzakelijk betrekking op het zoekgebied voor grootschalige opwek ’t Hanik. Voor dit gebied zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. En omdat er sprake is van een zoekgebied en nog geen exacte locatie, is de impact op milieu nog niet goed te duiden en daarom wordt hier in het OER ook niet specifiek om ingegaan.

26

zorgvuldige afweging noodzakelijk is. Indiener geeft aan dat de conclusie in het OER niet houdbaar is als rekening wordt gehouden met alle belangen, omdat de effecten voornamelijk negatief zijn. Indiener benadrukt dat de bewering in het OER nergens wordt onderbouwd en dat criteria ontbreken om de impact als licht negatief te beoordelen. i. Op pag. 65/137 wordt de transitie van de agrarische sector naar kringlooplandbouw beschreven. Indiener vraag wat de gemeente doet om deze overgang te bevorderen. j. pag. 67/137 gaat in op grootschalige opwek in het buitengebied. Indiener geeft aan dat de conclusie uit het OER onbegrijpelijk is, omdat windturbines een zwaar negatieve invloed hebben op de landschappelijke kwaliteit. k. pag. 81/137 beoordeelt het kopje buitengebied als positief en neutraal. Indiener geeft aan dat er geen onderbouwing wordt gegeven voor de mogelijkheden van windenergie in het buitengebied, terwijl de effecten voornamelijk negatief zijn. Indiener wijst erop dat het Hanik kansen biedt voor natuurontwikkeling in lijn met het Programma Actieve Soortenbescherming 2024-2027, zoals de realisatie van 3431 hectare nieuwe natuur en 10% groenblauwe dooradering. Daarnaast stelt indiener dat de RES-doelstellingen in Noord- en Midden-Limburg al bijna zijn gerealiseerd en dat de invloed van windenergie in het Hanik daarom als zeer negatief moet worden beoordeeld. l. Pag.

105/137 omschrijft de randvoorwaardelijkheid van gezondheid en veiligheid bij ontwikkelingen in Venlo. Indiener geeft aan dat er steeds meer bewijs is dat geluid en infrasoon geluid van windturbines een zeer negatieve invloed heeft op de gezondheid van omwonenden. Daarnaast benadrukt indiener dat de verontreiniging door Bisphenol A (BPA) door windturbines een onderschat risico vormt, met mogelijke aanzienlijke gevolgen. Indiener stelt dat dergelijke ontwikkelingen ongeschikt zijn voor een waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied, zeker gezien de zorgen over drinkwaterbeschikbaarheid in 2030. Indiener pleit daarom voor toepassing van het voorzorgsbeginsel en adviseert om dergelijke plannen niet uit te voeren. m. pag. 109/137 wordt beschreven dat de gemeente duurzame energieopwekking via lokale initiatieven stimuleert. Indiener geeft aan dat er in het Hanik geef draagvlak is voor grootschalige energieopwekking is, dit gaat zowel om zonneweides als windturbines. n. pag. 127/137 toont een kruistabel synergie en strijdigheden van ambities uit de omgevingsvisie. Indiener geeft aan dat uit bovenstaand overzicht blijkt dat er op bijna

27

alle aspecten zowel voor- als nadelige effecten optreden. Bij energietransitie geeft indiener aan dat de nadelen worden onderschat. Inwoner concludeert dat er blijkbaar beslist windturbines in het Hanik worden geplaatst. o. pag. 130/137 in de paragraaf “Venlo wordt klimaatbestendig” wordt omschreven dat de gemeente sterk afhankelijk is van partnerorganisaties om de transitie in het buitengebied te realiseren. Indiener geeft aan dat de nadelen met betrekking tot de energietransitie sterk worden onderschat. Indiener stelt dat de negatieve efffecten van grootschalige energieopwekking consequent niet worden uitgezocht en niet worden beschreven. De inhoudelijke onderbouwing ontbreekt. p. De figuur op pag. 136/137 toont de samenhang tussen omgevingsvisie, programma’s en het omgevingsplan. Indiener geeft aan dat de kansen voor grootschalige energieopwekking in het buitengebied, zoals vermeld in het OER, nergens inhoudelijk worden onderbouwd en vaak negatieve gevolgen hebben voor andere doelen. Indiener stelt dat grootschalige energieopwekking in de buitengebieden van Venlo op voorhand uitgesloten zou moeten worden en pleit ervoor om het Hanik toe te voegen aan de lijst van uitsluitingsgebieden voor grootschalige energieopwekking. Ten tweede deelt de indiener zijn visie op de ontwerp-omgevingsvisie Venlo 2040.

Indiener maakt bezwaar tegen de aanwijzing van het Hanik als locatie voor grootschalige energieopwekking op de volgende gronden: q. Indiener stelt dat de geplande windturbines aanzienlijke visuele en ecologische impact hebben op een waardevol gebied met functies zoals waterwinning, vogeltrekroutes en biodiversiteit. Het Hanik grenst aan een Natura 2000-gebied, is gelegen in de Venloschol en een grondwaterbeschermingsgebied. Negatieve effecten zoals verontreiniging door BPA, schade aan vogels en vleermuizen, en aantasting van het landschap worden als bezwaren genoemd. r. Indiener geeft aan dat windturbines negatieve gevolgen voor leefomgeving van omwonenden veroorzaken, zoals geluidsoverlast en slagschaduw. De beperkte afstanden tot woningen maken het onmogelijk om overlast te voorkomen. Daarnaast leidt de aanleg van windturbines tot zware belasting van de infrastructuur en verhoogde CO₂-uitstoot tijdens de aanleg van de turbines. s. Indiener wijst op onvrede over het participatieproces rondom dit ontwerpplan. Indiener geeft aan dat in een eerdere verkenning is vastgesteld dat inwoners pleiten voor evenwicht tussen rust, natuur, landbouw en ruimte. Belanghebbenden die over de grens wonen zijn niet betrokken in dit proces. De indiener is ontevreden over het

28

aanwijzen van het Hanik als voorkeursgebied, omdat de gemeente heeft besloten gebiedsverkenningen in het Hanik voorlopig te pauzeren totdat er meer duidelijkheid is over wet- en regelgeving rondom duurzame energieopwekking. t. Indiener stelt dat er onvoldoende is gekeken naar alternatieven zoals energieopwekking via daken van bedrijfspanden en woningen. Dit zou beter aansluiten bij duurzame ontwikkeling en minder impact hebben op de omgeving. u. Indiener betoogt dat het OER de gevolgen voor Hanik niet goed onderzoekt en negatieve effecten, zoals stikstofdepositie, onderschat. Deze kunnen leiden tot beperkingen voor andere ontwikkelingen, zoals woningbouw en dijkverzwaring. v. Daarnaast wijst de indiener op juridische en procedurele gebreken: ●

● ●

Indiener vindt dat er geen overtuigende ruimtelijke onderbouwing wordt gegeven voor de keuze van Hanik. Indiener geeft aan dat er geen balans is gemaakt tussen verschillende belangen die in dit gebied spelen. Daarnaast worden uitgangspunten van water en bodem sturend niet of onvoldoende uitgewerkt en zichtbaar niet toegepast. Indiener geeft aan dat er niet voldaan wordt aan wettelijke eisen. De wettelijk voorgeschreven uitbreiding van de Groen/Blauwe zone is niet benoemd, nocht uitgewerkt Indiener wijst op waardedaling van woningen in de nabijheid van windturbines en verminderde toeristische aantrekkelijkheid, wat in strijd is met gemeentelijke doelen.

w .Indiener verzoekt om Hanik te verwijderen als zoekgebied voor grootschalige energieopwekking en het gebied aan te wijzen als uitsluitingsgebied om negatieve gevolgen te voorkomen. 22

Drinkwaterbedrijf WML a. Indiener spreekt waardering uit voor het benoemen van het drinkwaterbelang in de omgevingsvisie en bijbehorende stukken. Daarnaast is indiener blij te lezen dat waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en de boringsvrije zone worden gerespecteerd en beschermd. Ook waardeert de indiener het leidend zijn van water-en bodemsystemen in ruimtelijke ontwikkelingen. b. Op pagina 23 is te lezen dat in 2040 een aantal wijken voorzien zullen zijn van collectieve duurzame warmtevoorzieningen en dat dit richting 2050 verder uitgebreid wordt. In dit kader merkt indiener op dat er afgelopen juli een overeenkomst is

Naar aanleiding van de zienswijze wordt de volgende aanpassing in de omgevingsvisie doorgevoerd: ●

We onderschrijven het punt van de indiener dat de schaalsprong ook meer vergt van ondergronds ruimtegebruik voor de drinkwaterstrucuur. Daarom hebben we de volgende aanvullingen gedaan in de tekst op p. 23. “We moeten zuinig en duurzaam omgaan met drinkwater. Tegelijkertijd moeten we rekening houden met de steeds vollere ondergrond. Het is belangrijk om een goede balans te vinden tussen het gebruik en de bescherming van de

29

ondergrond. Daarbij moeten we voldoende ruimte overlaten voor de aanleg van essentiële ondergrondse infrastructuur, zoals buizen, kabels en leidingen (waaronder voor drinkwater).”

gesloten tussen Energie Nederland en Vewin, dat afspraken bevat over afstand tussen ondergrondse warmtenetten en drinkwaterleiding. Dit rapport ‘intersectorale overeenkomst drinkwater- en warmteleidingen: afspraken over afstanden’ is via de website van Vewin te raadplegen. Indiener vraagt om in de omgevingsvisie melding te maken van deze afspraken. c. Indiener geeft aan dat in figuur 16 de boringsvrije zone Venloschol ontbreekt. Indiener verzoekt om op deze kaart de gebiedsaanduiding ‘Boringsvrije zone Venloschol’ toe te voegen. d. Op pag. 56 van de OER (paragraaf 5.1.1 Ondergronds ruimtegebruik) wordt benoemd dat de schaalsprong vraagt om meer riolering en elektriciteit, welke een plek moet krijgen in de bodem. Indiener geeft aan dat de schaalsprong ook meer vergt van ondergronds ruimtegebruik voor de drinkwaterstrucuur en verzoekt om dit aan te vullen in de tekst.

●

Hieronder reageren wij puntsgewijs op uw zienswijzen: ●

In het kader van de leesbaarheid van de kaart is niet alles op kaart gezet. We hebben ervoor gekozen om de boringsvrijezone te benoemen in de tekst, zie p. 60: “We beschermen de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in het buitengebied, en we respecteren de boringsvrije zone op de Venloschol. De boringsvrije zone zal wel in het Omgevingsplan worden opgenomen.

●

De sporen (toegelicht in de bijlagen) zijn geen onderdeel van de omgevingsvisie maar waren destijds een methodiek om het gesprek over de koers voor Venlo in 2040 te voeren. Zaken die vermeld staan in de sporen zijn niet één op één in de visie overgenomen. Uitgangspunt in de omgevingsvisie is dat de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden beschermd worden, zie hiervoor p. 60. De Delta Rhine Corridor is niet als zodanig op de kaart van de Omgevingsvisie opgenomen.

●

Dank voor de extra informatie over de winning van drinkwater en de relatie met de regio. Wij nemen dit ter kennisgeving aan en benutten deze informatie voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie.

●

De Atlas is inderdaad opgesteld ten tijde van het opstellen van het LPLG. Gezien de recente landelijke ontwikkelingen zal nu inderdaad gekeken moeten worden naar een andere invulling.

e. Op pag. 288 (Spoor 1: Venlo Vitaal) wordt de geschatte locatie van een oostelijke randweg vermeld. Indiener verzoekt om bij het plannen en uitvoeren van een dergelijk project nadrukkelijk rekening te houden met de waterwinning Groote Heide die zich in dit gebied bevindt. Vanwege aanwezige beschermingszones gelden hier beperkingen vanuit de Omgevingsverordening Limburg. f. Op pag. 193 (Spoor 3: Venlo groeit) is het gebied Hanik aangeduid als ‘geclusterde duurzame energieopwek’. Indiener wijst erop dat dit gebied bestaat uit waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone en (ondergrondse) infrastructuur. Ook hier kunnen geldende regels volgens de vigerende Omgevingsverordening Limburg belemmeringen opleveren. Zoals het verbod op grootschalige energieopwekking in grondwaterbeschermingsgebieden. g. Op dezelfde kaart is tevens het zoekgebied van de Delta Rhine Corridor aangewezen. Indiener wijst op de waterwinning Groote Heide in dit gebied, en de belangen van de bescherming van het waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone Venloschol en de aanwezigheid van (transpor)leidingen. Een mogelijk tracé van de Delta Rhine Corridor mag het waterwingebied Groote Heide niet raken. h.

In de Atlas wordt op pagina 48 vermeld dat de gemeente Venlo haar drinkwater hoofdzakelijk op eigen grondgebied wint, via diepe grondwaterwinning uit bronnen in de waterwingebieden Hanik en Groote Heide. Indiener geeft aan dat deze informatie niet correct is. De waterwinningen Hanik en Groote Heide in Venlo zijn verbonden met meerdere winningen in Noord- en Midden-Limburg. Deze winningen leveren

De afspraken over afstand tussen ondergrondse warmtenetten en drinkwaterleidingen zijn te gedetailleerd om op te nemen in de omgevingsvisie.

30

gezamenlijk drinkwater aan de gehele regio. Het is dus niet zo dat het drinkwater dat in Venlo wordt geleverd, uitsluitend of hoofdzakelijk in Venlo zelf gewonnen wordt. i. Indiener geeft aan dat op pagina 50 van de Atlas het volgende benoemd wordt: “Via het Limburgs Programma Landelijk Gebied (LPLG) wordt momenteel gewerkt aan het formuleren van haalbare, uitvoerbare en doelgerichte ontwikkelpaden en maatregelen om natuurherstel te bewerkstelligen.’ Indiener geeft aan te begrijpen dat het programma NPLG/LPLG slechts recentelijk is geschrapt en dat dit programma daarom nog in de Atlas wordt benoemd. Desondanks wil indiener aangeven dat deze ambitie nu anders ingevuld zal moeten worden. 23

Inwoner Indiener maakt bezwaar tegen de aanwijzing van het Hanik-gebied als locatie voor grootschalige energieopwekking. a. Indiener stelt dat de windturbines onherstelbare schade aanbrengen aan het landschap en ecologie. Het gebied is van belang vanwege waterwinning, vogeltrek, bodemleven en grondwaterbescherming. Daarnaast is het gebied een Natura 2000gebied, een grondwaterbeschermingsgebied en huisvest het een pompstation van WML. ● ● ●

Indiener geeft aan dat er daarnaast rekening gehouden dient te worden met vogeltrek en biodiversiteit, omdat Hanik een cruciale vogeltrekroute en broedplaats is van onder andere beschermde vogels. Daarnaast geeft indiener aan dat het gebied een grote diversiteit aan vleermuizen herbergt en onderzoek aantoont dat windturbines aanzienlijke sterfte bij vleermuizen veroorzaken. Mogelijke verontreiniging door materialen zoals bisfenol A (BPA) vormt een risico voor de drinkwatervoorziening.

b. Indiener geeft aan dat de plannen aanzienlijke gevolgen hebben voor de leefomgeving: ●

●

Indiener geeft aan dat geluidsoverlast, slagschaduw en infrasone geluiden van windturbines de leefbaarheid ernstig zullen aantasten.Indiener stelt dat de nabijheid tot woonbebouwing het onmogelijk maakt om deze overlast te vermijden. Indiener wijst op overlast door stikstofuitstoot en verkeersoverlast.Indiener geeft aan dat de extra stikstofdepositie mogelijk andere bouwprojecten in Arcen en Lomm zal belemmeren.

Naar aanleiding van de zienswijze worden er geen aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

De locatie bij ‘t Hanik Lomm is als een van de drie potentieel geschikte gebieden in het Beleidskader Nieuwe Energie (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022) aangewezen. Dit gebied is in dit beleidskader in kaart gebracht als een ‘potentiegebied opwek zonne-energie RES’.

●

We zijn ons bewust van het gebiedsproces dat heeft geleid tot het rapport ‘Gebiedsverkenning ’t Hanik (d.d. 28 november 2023) en de zorgen die er leven. Deze zullen meewegen in de definitieve besluitvorming over opwekgebieden. Zolang er nog geen ander besluit is genomen, houden wij in deze omgevingsvisie vast aan het huidige beleid en de bijbehorende gebieden.

Het OER sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat over het gehele grondgebied van de gemeente. Als er specifiek op de energietransitie en duurzame opwek wordt ingezoomd, maken we onderscheid tussen de aangewezen zoekgebieden voor grootschalige opwek en het buitengebied in zijn algemeenheid. Voor het buitengebied is opgenomen; “De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonne-

31

● ● ●

Indiener benadrukt dat de waardedaling van vastgoed in de nabijheid van windturbines een belangrijk nadeel is. Indiener geeft aan dat de RES-doelen voor de huidige planperiode (nagenoeg) gehaald zijn, dus dat er geen noodzaak is voor nieuwe windturbines. Indiener geeft aan dat dit gebied zich in het meest windluwe gebied van Nederland bevindt, wat zorgt voor een beperkte opbrengst.

c. Indiener geeft aan dat het participatieproces rondom dit ontwerpplan ernstig tekortschiet. Tijdens de gebiedsverkenning van 2023 was grootschalige opwekking in dit gebied niet aan de orde. Toch is het nu aangewezen als voorkeurslocatie, ondanks duidelijke bezwaren van inwoners en belanghebbenden. Daarnaast zijn belanghebbenden over de grens niet gehoord, terwijl zij wel geraakt worden door deze plannen. d. Indiener stelt dat er geen serieuze pogingen zijn gedaan om alternatieven te onderzoeken, zoals kleinschalige, lokaal gedragen energieopwekking via daken van woningen en bedrijfspanden. Indiener geeft aan dat dergelijke oplossingen beter zouden passen bij de uitgangspunten van duurzame ontwikkeling.

energie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.” De indicatoren zoals deze zijn opgenomen in het OER gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente en zijn abstract van aard. Bij specifieke projecten en plannen in het buitengebied zal verder in detail onderzocht moeten worden welke milieu-impact deze hebben. Het OER doet hier slechts uitspraken over in lijn met het abstractieniveau van de Omgevingsvisie. 

Uw zienswijze heeft hoofdzakelijk betrekking op het zoekgebied voor grootschalige opwek ’t Hanik. Voor dit gebied zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. En omdat er sprake is van een zoekgebied en nog geen exacte locatie, is de impact op milieu nog niet goed te duiden en daarom wordt hier in het OER ook niet specifiek om ingegaan.

e. Indiener stelt dat de directe impact van de aanwijzing van Hanik als locatie voor windturbines niet voldoende is onderzocht in het OER. Indiener geeft aan dat de OER zich uitsluitend richt op mogelijke effecten in omliggende gebieden en herhaaldelijk de niet-onderbouwde conclusie trekt dat er "mogelijkheden zijn voor grootschalige energieopwekking." f. Indiener stelt dat er sprake is van juridische en procedurele gebreken: ● ● ●

Indiener stelt dat de keuze voor Hanik als locatie onvoldoende ruimtelijk is onderbouwd, en dat belangen zoals natuurbehoud, landbouw en leefbaarheid van omwonenden niet zijn meegewogen. Indiener geeft aan dat de wettelijk verplichte uitbreiding van de Groen/Blauwe zone niet is uitgewerkt, wat in strijd is met regelgeving. Indiener benadrukt dat de plaatsing van windturbines leidt tot waardedaling van vastgoed en een afname van toeristische aantrekkingskracht, wat haaks staat op gemeentelijk beleid.

g. Gelet op bovenstaande overwegingen verzoekt indiener om het Hanik-gebied te schrappen als zoekgebied voor grootschalige energieopwekking en om Hanik aan te wijzen als uitsluitingsgebied voor grootschalige energieopwekking, ter bescherming van natuur, leefomgeving en economie.

32

24a

Belangenvereniging ‘t Hanik Indiener maakt bezwaar tegen de voorgenomen aanwijzing van (een deel van) ‘t Hanik als locatie voor grootschalige energieopwekking. a. Indiener geeft aan dat ’t Hanik een belangrijke bufferzone is voor het Natura 2000gebied Maasduinen en dat het behoud van de intrinsieke natuurwaarden prioriteit moet hebben. b.Indiener stelt dat de voorgestelde windturbines, met hun industriële karakter en enorme hoogte, de kleinschalige en landelijke uitstraling van het gebied ernstig zullen aantasten.

Naar aanleiding van de zienswijze worden er geen aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: 

De locatie bij ‘t Hanik Lomm is als een van de drie potentieel geschikte gebieden in het Beleidskader Nieuwe Energie (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022) aangewezen. Dit gebied is in dit beleidskader in kaart gebracht als een ‘potentiegebied opwek zonne-energie RES’.

We zijn ons bewust van het gebiedsproces dat heeft geleid tot het rapport ‘Gebiedsverkenning ’t Hanik (d.d. 28 november 2023) en de zorgen die er leven. Deze zullen meewegen in de definitieve besluitvorming over opwekgebieden. Zolang er nog geen ander besluit is genomen, houden wij in deze omgevingsvisie vast aan het huidige beleid en de bijbehorende gebieden.

Het klopt dat in het OER de 200 meter rondom de N2000-gebieden niet benoemd zijn. Hiervoor is gekozen omdat het een omgevingsvisie betreft voor het gehele grondgebied van de gemeente. Het is zaak dat het OER, ook wel PlanMER genoemd, aansluit wat betreft abstractieniveau bij het besluit. Het OER beschouwt onder andere de effecten op Natuur en Landschap; daarbij is Natura2000-gebieden één van de bijbehorende indicatoren. In de effectbeoordeling worden de effecten van de omgevingsvisie op de Natura2000-gebieden beschouwd.

c. Indiener verwijst naar gemeentelijke doelstellingen om het landschap en natuurwaarden te beschermen, die volgens hem niet verenigbaar zijn met de plaatsing van windturbines. d. Indiener wijst op het gebied van 200 meter rondom N2000-gebieden dat ook als dusdanig beheerd en beschermd moet worden. Indiener geeft aan dat er in de OER en omgevingsvisie niet wordt duidelijk gemaakt hoe dit plaats gaat vinden. Indiener geeft aan dat de ingetekende zone op de kaart, na aftrek van de 200 meter zone, zou betekenen dat er nog geen drie windturbines geplaatst kunnen worden. Dit is naast een verrommeling van het landschap ook geen grootschalige energieopwek. e. Indiener benadrukt dat het gehele gebied een grondwaterbeschermingsgebied is, en waarschuwt voor risico’s van verontreiniging door stoffen zoals Bisfenol A (BPA), met mogelijke negatieve effecten op de drinkwatervoorziening. f. Indiener stelt dat de nabijheid van windturbines negatieve gevolgen heeft voor de leefomgeving, bijvoorbeeld door geluidsoverlast en slagschaduw. g. Indiener wijst op de aanwezigheid van beschermde vogels en vleermuizen in het gebied, waaronder soorten op de Rode Lijst. Windturbines vormen volgens hem een directe bedreiging voor deze populaties. h. Indiener wijst op mogelijke waardedaling van woningen en benadrukt dat deze kosten de economische haalbaarheid van de windturbines onder druk zetten. i.

Indiener geeft aan dat de doelstellingen uit de RES voor de huidige planperiode (nagenoeg) gehaald zijn. Er is daarmee volgens de indiener geen noodzaak om meer

Het OER sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat over het gehele grondgebied van de gemeente. Als er specifiek op de energietransitie en duurzame opwek wordt ingezoomd, maken we onderscheid tussen de aangewezen zoekgebieden voor grootschalige opwek en het buitengebied in zijn algemeenheid. Voor het buitengebied is opgenomen; “De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonne-

33

windturbines te plaatsen. De volgende planperiode ligt dermate ver weg dat indiener het niet onaannemelijk vindt dat er tegen die tijd nieuwe methoden van energieopwekking/voorziening zijn gevonden die windturbines overbodig maken.

energie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.” De indicatoren zoals deze zijn opgenomen in het OER gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente en zijn abstract van aard. Bij specifieke projecten en plannen in het buitengebied zal verder in detail onderzocht moeten worden welke milieu-impact deze hebben. Het OER doet hier slechts uitspraken over in lijn met het abstractieniveau van de Omgevingsvisie.

j. Indiener geeft aan dat er in de periode van de aanleg van windturbines grote overlast ontstaat. Door de materialen die aangevoerd moeten worden ontstaat veel druk op de infrastructuur. Daarnaast brengt de aanleg veel CO2- en stikstofuitstoot met zich mee, terwijl er geen stikstofruimte meer is. k. Indiener geeft aan dat windturbines volgens het Beleidskader energie van de gemeente Venlo niet op deze plek mogen landen. Dit omdat in dit kader is vastgelegd dat afstand tot bebouwing minsten 5 keer de tiphoogte van turbines moet zijn. Hier is geen ruimte voor in dit gebied.

l. Indiener geeft aan dat de voorgenomen plannen niet voldoen aan de bepalingen uit de Wet ruimtelijke ordening, de Omgevingswet en andere regelgeving, waarin de verplichting om milieu- en omgevingswaarden te beschermen is opgenomen. m. Indiener stelt dat het participatieproces rondom de aanwijzing van ’t Hanik als zoekgebied tekortschiet. Tijdens een eerdere gebiedsverkenning was grootschalige energieopwekking niet expliciet aan de orde gesteld, en veel belanghebbenden, ook over de grens, zijn niet gehoord. Indiener geeft aan dat uit de rapportage van de gebiedsverkenning blijkt dat het merendeel van de inwoners tegen grootschalige energieopwekking in ’t Hanik is.

Uw zienswijze heeft hoofdzakelijk betrekking op het zoekgebied voor grootschalige opwek ’t Hanik. Voor dit gebied zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. En omdat er sprake is van een zoekgebied en nog geen exacte locatie, is de impact op milieu nog niet goed te duiden en daarom wordt hier in het OER ook niet specifiek om ingegaan.

n. Indiener stelt dat alternatieve energieopwekking, zoals het benutten van daken van woningen en bedrijfspanden, onvoldoende is onderzocht, terwijl dit beter zou passen bij duurzame ontwikkeling. o. Indiener geeft aan dat de gevolgen van de aanwijzing van ’t Hanik voor windturbines onvoldoende zijn onderzocht en dat het OER een gebrek aan onderbouwing en technische analyses vertoont.Daarnaast benadrukt de indiener dat de gevolgen van windturbines voor het gebied zelf niet goed zijn onderzocht in de OER. Het onderzoek richt zich vooral op mogelijke effecten in het naastgelegen NNN-gebied, terwijl de directe impact op Hanik wordt genegeerd. p. Indiener benadrukt dat de omgevingsvisie stelt dat water- en bodemsystemen sturend moeten zijn, maar dat grootschalige energieopwekking in ’t Hanik daarmee in

34

strijd is. q. Indiener wijst erop dat de toeristische aantrekkingskracht en mogelijkheden voor natuurinclusieve landbouw door de plannen worden aangetast, wat strijdig is met gemeentelijk beleid. 24b

Inwoners a. Indieners stellen dat de aanwijzing van ’t Hanik als locatie voor grootschalige energieopwekking niet inhoudelijk is onderbouwd. b. Indieners geven aan dat ‘t Hanik een belangrijke landschappelijke en ecologische waarde heeft vanwege waterwinning, bodemleven en de bescherming van grondwater. Daarnaast is ‘t Hanik een Natura 2000-gebied, een grondwaterbeschermingsgebied en huisvest het een pompstation van WML. c. Indieners stellen dat er rekening gehouden moet worden met de vogeltrek en biodiversiteit, de populaties vleermuizen in het gebied en de mogelijke verontreiniging van materialen als bisfenol a (PA) die door de aanleg van windturbines kan optreden en een risico vormt voor de drinkwatervoorzieningen. d. Indieners geven aan dat de plannen een aanzienlijke impact hebben op de leefomgeving, bijvoorbeeld door geluidsoverlast en slagschaduw, mogelijke negatieve effecten van infrasone geluiden die afkomstig zijn van windturbines en de overbelasting van infrastructuur die gepaard gaat bij de aanleg van de windturbines.

Naar aanleiding van de zienswijze worden er geen aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. Hieronder reageren we puntsgewijs op uw zienswijze: ●

De locatie bij ‘t Hanik Lomm is als een van de drie potentieel geschikte gebieden in het Beleidskader Nieuwe Energie (vastgesteld door de gemeenteraad in 2022) aangewezen. Dit gebied is in dit beleidskader in kaart gebracht als een ‘potentiegebied opwek zonne-energie RES’.

●

We zijn ons bewust van het gebiedsproces dat heeft geleid tot het rapport ‘Gebiedsverkenning ’t Hanik (d.d. 28 november 2023) en de zorgen die er leven. Deze zullen meewegen in de definitieve besluitvorming over opwekgebieden. Zolang er nog geen ander besluit is genomen, houden wij in deze omgevingsvisie vast aan het huidige beleid en de bijbehorende gebieden.

●

De effecten van grootschalige opwekking komen terug bij de volgende indicatoren in het OER: landschap, NNN-gebieden, hernieuwbare energie, externe veiligheid. Het OER dient aan te sluiten bij het abstractieniveau van het besluit, in dit geval de omgevingsvisie. De effecten van grootschalige opwekking zijn daarom ook op dit abstractieniveau in kaart gebracht. In de effectbeoordeling is een onderscheid gemaakt tussen Stedelijk gebied, Dorpen en het Buitengebied, zoals ook in de Omgevingsvisie is gedaan. Het betreft expliciet de dorpen: Arcen, Lomm, Velden en BelfeldHanik is onderdeel van het buitengebied. Hierin zijn ook de effecten beschreven voor bovengenoemde indicatoren.

●

Het OER sluit aan bij het abstractieniveau van de Omgevingsvisie en gaat over het gehele grondgebied van de gemeente. Als er specifiek

e. Indiener geeft aan dat het participatieproces rondom dit ontwerpplan ernstig tekortschiet. Tijdens de gebiedsverkenning van 2023 was grootschalige opwekking in dit gebied niet aan de orde. Toch is het nu aangewezen als voorkeurslocatie, ondanks duidelijke bezwaren van inwoners en belanghebbenden. Daarnaast zijn belanghebbenden over de grens in het dorp Straelen niet gehoord, terwijl zij wel geraakt worden door deze plannen. f. Indiener stelt dat er geen serieuze pogingen zijn gedaan om alternatieven te onderzoeken, zoals kleinschalige, lokaal gedragen energieopwekking via daken van woningen en bedrijfspanden. Indiener geeft aan dat dergelijke oplossingen beter zouden passen bij de uitgangspunten van duurzame ontwikkeling. g. Indieners geven aan dat ze de gevolgen van de aanwijzing van Hanik voor grootschalige energieopwekking onvoldoende terugvinden in het OER. Daarnaast wordt in het onderzoek de directe impact op Hanik zelf genegeerd en gaat het

35

onderzoek enkel in op mogelijke effecten in omliggende gebieden.

op de energietransitie en duurzame opwek wordt ingezoomd, maken we onderscheid tussen de aangewezen zoekgebieden voor grootschalige opwek en het buitengebied in zijn algemeenheid. Voor het buitengebied is opgenomen; “De energietransitie wordt grotendeels in het stedelijk gebied opgevangen, maar ook in het buitengebied zien we mogelijkheden voor de opwek van zonneenergie. Echter gezien de vele opgaven in het buitengebied is een zorgvuldige afweging noodzakelijk.” De indicatoren zoals deze zijn opgenomen in het OER gelden voor het gehele grondgebied van de gemeente en zijn abstract van aard. Bij specifieke projecten en plannen in het buitengebied zal verder in detail onderzocht moeten worden welke milieu-impact deze hebben. Het OER doet hier slechts uitspraken over in lijn met het abstractieniveau van de Omgevingsvisie.

h. Indiener stelt dat er sprake is van juridische en procedurele gebreken: ● ● ●

Indieners stellen dat de keuze voor Hanik als locatie onvoldoende ruimtelijk is onderbouwd, en dat belangen zoals natuurbehoud, landbouw en leefbaarheid van omwonenden niet zijn meegewogen. Indieners geven aan dat de wettelijk verplichte uitbreiding van de Groen/Blauwe zone niet is uitgewerkt, wat in strijd is met regelgeving. Indiener benadrukken dat de plaatsing van windturbines leidt tot waardedaling van vastgoed en een afname van toeristische aantrekkingskracht, wat haaks staat op gemeentelijk beleid.

●

25

Inwoners a. Indieners geven aan bij de koop van de woning bewust gekozen te hebben voor de locatie aan de Soersbeekweg, vanwege het vrije uitzicht op een groene landschapsbuffer en de rustige omgeving. De groene buffer, bestaande uit grasvelden, velden met gewassen, wandelpaden en ruimte voor paarden, draagt sterk bij aan hun woonplezier. Indieners geven aan dat toen de woning gekocht werd niets erop wees dat er achter de woning huizen gebouwd konden worden. b. Indieners zijn verrast en bezorgd over de mogelijkheid dat de groene rand aan de Soersbeekweg plaats zou kunnen maken voor bebouwing, zoals opgenomen in de ontwerpvisie 2040. c. Indieners vragen de gemeente om alternatieve locaties te overwegen voor

Uw zienswijze heeft hoofdzakelijk betrekking op het zoekgebied voor grootschalige opwek ’t Hanik. Voor dit gebied zijn nog geen definitieve keuzes gemaakt. En omdat er sprake is van een zoekgebied en nog geen exacte locatie, is de impact op milieu nog niet goed te duiden en daarom wordt hier in het OER ook niet specifiek om ingegaan.

Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:

●

Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.

●

De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de

36

dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.

woningbouw, zoals herbestemming van de oude fabriek aan de Stationsstraat. Hij ziet dit als een geschikte plek voor een nieuwe, aan het groen gelegen woonwijk. d. Indieners roepen de gemeente op om de groene buffer aan de Soersbeekweg te behouden en andere opties te onderzoeken, zodat zij kunnen blijven genieten van het vrije en groene uitzicht.

●

In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”

Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●

Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.

●

Aan ieder initiatief zal een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.

37

26

Inwoner a. Indiener maakt bezwaar tegen de plannen voor bebouwing aan de oostzijde van de Soersbeekweg, aangezien hem altijd is verteld dat hier geen bebouwing zou komen vanwege geluidshinder van de A73 en de noodzaak van een groene buffer. Indiener geeft aan dat het landelijke karakter zo gewaarborgd zou blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/938/documents/22120