381324 Bijl03. Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp Omgevingsvisie Venlo 2040.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie gemeente Venlo 2040 Van 13 december 2024 tot en met 24 januari 2025 lag de ontwerp-omgevingsvisie Venlo 2040 ter inzage. Er kwamen 59 zienswijzen binnen. Dit document geeft het overzicht weer van alle ingediende zienswijzen. De reactie per zienswijze begint met het aangeven of de zienswijze tot een aanpassing heeft geleid of niet, en geeft vervolgens een reactie op de volledige zienswijze. In het overzicht staan ook enkele ambtelijke aanpassingen van de omgevingsvisie. De zienswijzen van individuen zijn geanonimiseerd. Sommige zienswijzen zijn omwille van de leesbaarheid samengevat.
Zienswijze, al dan niet samengevat:
Beantwoording zienswijze :
Inwoners Belfeld
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:
1.
a. De indieners geven aan bezwaar te maken tegen de voorgenomen wijziging in de Omgevingsvisie 2040, die voorziet in woningbouw aan de oostzijde van de Soersbeekweg in Belfeld. De punten van bezwaar zijn:
b. De indieners geven aan dat de groenstrook tegenover hun woning een belangrijke natuurlijke buffer vormt tegen geluidsoverlast en luchtvervuiling van de A73. Het verdwijnen hiervan zal volgens hen de leefbaarheid en luchtkwaliteit negatief beïnvloeden en de woonomgeving esthetisch minder aantrekkelijk maken. c. Het verdwijnen van het uitzicht op de groene omgeving en de komst van bebouwing zullen een negatieve impact hebben op de uitstraling en aantrekkelijkheid van de buurt/straat. Dit kan leiden tot een ongewenste waardedaling van de woning van de indieners en andere woningen in de omgeving. De nieuwe situatie zal waarschijnlijk minder aantrekkelijk zijn voor potentiële kopers d. De indieners wijzen erop dat het betreffende gebied veel wordt gebruikt als hondenuitlaatplaats. Ze vrezen dat het verdwijnen van deze voorziening leidt tot een verslechtering van het wandelgenot voor hondenbezitters en tot extra overlast in andere delen van de wijk. e. De indieners benadrukken dat het gebied een ecologische functie heeft en planten diersoorten herbergt die bedreigd worden door de voorgenomen bouwplannen. De
●
Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.
●
De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.
●
In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de
overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”
indieners geven aan dat de bouwplannen niet in lijn zijn met de duurzaamheidsdoelen en ecologische verantwoordelijkheid die Nederland stelt. f. De indieners geven aan dat nieuwe woningen zullen zorgen voor een toename van verkeersdruk en parkeerproblemen op de Soersbeekweg, een weg die ook veel gebruikt wordt voor fietsrecreatie. Zij achten de bestaande infrastructuur hiervoor onvoldoende geschikt.
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze:
2
Inwoners Belfeld
●
Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.
●
Geluidsoverlast en luchtvervuiling zijn veelgehoorde zorgen. Daarom zal aan ieder initiatief een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.
●
Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:
a. De indieners uiten bezorgdheid over de voorgestelde woningbouwlocatie aan de oostrand van Belfeld langs de Soersbeekweg, zoals opgenomen in de
1
Omgevingsvisie 2040. Zij verzoeken de gemeenteraad deze locatie uit de visie te verwijderen en het gebied te behouden als open, groen en landelijk landschap. b.De indieners geven aan dat het gebied aan de Soersbeekweg een stadsrandzone is, door de gemeente Venlo omschreven als het visitekaartje van de stad en de dorpen. Het open landschap van Belfeld is van waarde voor biodiversiteit en recreatie. Bebouwing zou de essentiële functies van het gebied onder druk zetten en de buffer tussen Belfeld en de snelweg aantasten. Bovendien wijzen de indieners op de cultuurhistorische waarde van de Leijgraafzone als natuurlijke scheidslijn. c. De indieners betwijfelen dat de bouwplannen passen binnen het gemeentelijke beleid (Studie Stadsrandzones en Ontwerp Omgevingsvisie 2040), omdat de locatie buiten de vastgestelde stedelijke contouren valt. Bebouwing is mogelijk strijdig met de beleidsdoelstelling om ongecontroleerde uitbreiding van bebouwing te voorkomen en open landschappen te beschermen.
●
Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.
●
De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.
●
In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”
d. De indieners stellen dat de locatie langs de Soersbeekweg niet expliciet is besproken tijdens participatiemomenten, die volgens het OER essentieel waren bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Indieners wijzen op alternatieve locaties binnen de stedelijke contouren, zoals bedrijventerreinen (bijvoorbeeld ’t Witveld en Thijssen-Emans terrein), die beter aansluiten bij de beleidsdoelen. e. De indieners benadrukken dat het gebied een belangrijke historische en cultuurhistorische waarde heeft. Het agrarisch karakter van het gebied zou door woningbouw aangetast worden en de Leijgraaf vormt een historische grens die door de bebouwing zou worden aangetast. Dit zou de historische gelaagdheid van het landschap verstoren. f. De indieners geven aan dat het vrije uitzicht en de groene recreatieve mogelijkheden essentiële onderdelen zijn van de leefbaarheid, waar het OER de nadruk op legt. Indieners betwijfelen of de voorgestelde bouwlocatie voldoende rekening houdt met de negatieve gevolgen voor de leefomgeving en de waardevermindering van omliggende woningen. g.
De indieners wijzen erop dat de zienswijze ondersteund wordt door verschillende beleidsdoelstellingen in de Omgevingsivise 2040 en Studie Stadsrandzones: behoud van de landschappelijke buffer en ecologische waarde van het buitengebied, principe van stedelijke contouren en open landschap om buiten stedelijke gebieden te beschermen en het belang van participatie en transparantie waar het plan voor de Soerbeekseweg onvoldoende aan lijkt te voldoen.
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de
2
h. De indieners verzoeken de gemeenteraad met klem de woningbouwlocatie langs de Soersbeekweg te schrappen uit de Omgevingsvisie 2040. Zij pleiten voor het behoud van de waardevolle landschappelijke en cultuurhistorische elementen en vragen om grondig onderzoek naar alternatieve locaties binnen de stedelijke contouren. Tevens vragen zij om een ontvangstbevestiging van deze zienswijze en toegang tot andere ingediende zienswijzen.
3
stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee. ●
Geluidsoverlast en luchtvervuiling zijn veelgehoorde zorgen. Daarom zal aan ieder initiatief een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.
●
Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.
●
De locatie Witveld is niet opgenomen in de visie omdat hiervoor de plannen binnen het huidige omgevingsplan reeds in ontwikkeling zijn. De overige alternatieven vallen binnen de dorpsrandzone en beschouwen we ook als zodanig.
Dorpsraad Belfeld a. De Dorpsraad Belfeld uit haar bezorgdheid en bezwaar tegen de aanwijzing van het gebied aan de oostrand van Belfeld (Soersbeekweg) als potentiële nieuwbouwlocatie in de Ontwerp Omgevingsvisie Venlo 2040.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:
●
Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.
●
De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de
a. De indiener geeft aan dat de locatie aan de oostrand niet is besproken tijdens participatiebijeenkomsten, nog is genoemd in de door hen ingediende voorstellen. Volgens de indieners druist dit in tegen de uitgangspunten van burgerparticipatie en transparantie. Zij betwijfelen het nut van participatie als essentiële besluiten achteraf worden toegevoegd zonder overleg.De indiener vraagt de gemeente Venlo: ● ●
Waarom is de locatie aan de oostrand van Belfeld zonder enige participatie of consultatie aan de plannen toegevoegd? Hoe wordt dit besluit gerechtvaardigd in het licht van de uitgangspunten van burgerparticipatie en transparantie zoals opgenomen in de OER?
3
●
Op welke manier wordt rekening gehouden met de bezwaren en alternatieven die wij naar voren hebben gebracht?
b.De indiener wijst op de bestaande geluidsoverlast van de A73. Zij betwijfelt of nieuwbouw in deze geluidsoverlastzone verenigbaar is met de normen voor leefkwaliteit. De indiener verwacht geluidsklachten van toekomstige bewoners met directe gevolgen voor de leefkwaliteit van nieuwe en bestaande bewoners. De indiener vraagt de gemeente Venlo: 1. 2. 3.
dorpsrandzones’ te staan. ●
Welke geluidsmetingen zijn uitgevoerd voor deze locatie, en wat zijn de resultaten? Hoe wordt gewaarborgd dat nieuwe woningen binnen de geluidsnormen vallen? Waarom wordt deze locatie, ondanks de bekende geluidsoverlast, voorgesteld als bouwlocatie?
c. De indiener benadrukt het belang van het open landschap als uitloopgebied en ecologisch waardevol gebied. Zij stelt dat woningbouw deze functies zal verstoren en dat herontwikkeling van bestaande terreinen, zoals Witveld en Thijssen-Emans, een duurzamer alternatief biedt. De indiener vraagt waarom deze locaties niet als prioriteit worden beschouwd en welke stappen ondernomen zijn om bestaande terreinen te herontwikkelen. d. De indiener geeft aan dat de woningbouw aan de oostrand van Belfeld een gemiste kans is om een structurele en toekomstbestendige oplossing te organiseren. Deze ontwikkeling biedt volgens indiener geen meerwaarde voor het dorp en schaadt leefbaarheid op de lange termijn
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Er heeft participatie plaatsgevonden voor de gehele Omgevingsvisie. Er heeft geen specifieke participatie plaatsgevonden voor Belfeld. Wel zijn tijdens de participatieavonden de ontwikkelrichtingen voor de dorpen gepresenteerd, waarbij voor Belfeld de noord-oostelijke richting is gepresenteerd (d.d. 3-6-2024). De arcering zoals nu opgenomen is wat ruim weergegeven, maar deze passen we als gevolg van de zienswijze nu ook aan.
●
Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.
e. De indiener wijst op de essentiële functie van het gebied als uitloopgebied voor inwoners die essentieel is voor biodiversiteit en recreatie. De indiener vraagt de gemeente Venlo: 1. 2. 3. 4.
Hoe wordt het verlies van ecologische waarden, biodiversiteit en recreatieruimte gecompenseerd? Hoe wordt het beleid uit de “studie Stadsrandzones” toegepast op deze locatie? Waarom wordt het belang van dit uitloopgebied genegeerd in de plannen? Waarom wordt niet gekozen voor het behoud van dit waardevolle landschap, in lijn met de beleidsdoelen van de Omgevingsvisie?
f. Indiener wijst op de historische betekenis van de Leijgraaf als natuurlijke grens en
In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”
4
vraagt hoe de cultuurhistorische waarde van dit gebied beschermd wordt en waarom de historische grens genegeerd is bij de aanwijzing van deze locatie.
●
Geluidsoverlast en luchtvervuiling zijn veelgehoorde zorgen. Daarom zal aan ieder initiatief een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.
●
Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.
●
De locatie Witveld is niet opgenomen in de visie omdat hiervoor de plannen binnen het huidige omgevingsplan reeds in ontwikkeling zijn. De overige alternatieven vallen binnen de dorpsrandzone en beschouwen we ook als zodanig.
●
De realisatie van een treinstation in Belfeld is meerdere malen ingebracht tijdens de participatiemomenten. Dit is ook benoemd in de Nota van Participatie. Het bevoegd gezag en besluit voor de realisatie van treinstations is afhankelijk van verschillende factoren en betrokken partijen zoals het Rijk, de provincie en ProRail. We hebben daarom een station in Belfeld niet opgenomen in deze omgevingsvisie.
g. De indiener geeft aan dat het Meelderbroek, een jong ontginningsgebied, geen geschikt alternatief biedt voor recreatie, waardoor het behoud van het huidige uitloopgebied belangrijk is. h. Indiener stelt dat bestaande terreinen zoals Witveld en Thijssen-Emans geschikt zijn voor woningbouw en vragen waarom deze niet als prioriteit worden beschouwd en welke stappen zijn ondernomen om bestaande locaties te ontwikkelen. i. De indiener wijst op de negatieve impact van de plannen op het dorpskarakter, de groene buffer en de leefkwaliteit van Belfeld. De verdere inbreuk op de groene ruimte zou het gevoel van isolatie en vervreemding binnen de gemeenschap versterken. j. De indiener benadrukt het belang van een treinstation voor Belfeld om de bereikbaarheid en leefbaarheid te verbeteren. Zij zien dit als een essentiële investering in de toekomst van het dorp.
4
Inwoner Velden Schaalsprong a. De indiener betwijfelt de haalbaarheid en wenselijkheid van de voorgestelde schaalsprong in de concept-omgevingsvisie Venlo 2040 en plaatst daarbij de volgende kanttekeningen: b. Indiener geeft aan dat de ambitie om naar 125.000 inwoners te groeien niet duidelijk is gecommuniceerd tijdens participatiemomenten. Hierdoor hebben inwoners zich niet kunnen uitspreken over deze significante verandering, wat vragen oproept over de zorgvuldigheid van het participatieproces op dit punt.
Naar aanleiding van de zienswijze worden geen aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Voorafgaand aan de bewonersavonden is het Kompas toegestuurd. Hierin was de schaalsprong geagendeerd. Tijdens de participatieavonden in fase 3 is dit ook ter sprake gekomen en zijn hier ook kritische geluiden op gekomen. Hierover is toen het gesprek gevoerd.
●
De schaalsprong komt voort uit de noodzaak om ons voorzieningenniveau op peil te houden en te verbeteren. We zien een
5
landelijke trend waarbij voorzieningen onder druk komen te staan. Om dit tegen te gaan zetten we in op een schaalsprong zodat het draagvlak vergroot en er ruimte ontstaat voor verbetering en uitbreiding van de voorzieningen voor onze inwoners. Daarnaast zien we de kans om door toevoeging van extra inwoners een bijdrage kan leveren aan een gedifferentieerdere samenstelling van de bevolking en een verbeterde arbeidsmarkt. Een en ander zoals verwoord in onze Strategische visie. Verder kan het toevoegen van extra woningen een kwalitatieve impuls zijn in de wijken die die aandacht verdienen. In recente studies van Provincie Limburg zien we een bevestiging dat de bevolking van Venlo blijft groeien en de behoefte aan extra woningen blijft toenemen. Dit in combinatie met de ontwikkelingen in Eindhoven zien wij voldoende legitimatie in de schaalsprong. We blijven dit monitoren en zo nodig aanpassen.
c. De indiener stelt dat de groeiambitie zeer fors is en vraagt hoe dit staat tegenover het rapport van de Staatscommisie demografische ontwikkeling, waarin De Kamer zich uitsprak voor de variant gematigde groei. En waarom de doelstelling van 'bescheiden groei’ uit Venlose ‘Strategische Visie 2040’ zo snel verlaten is. d. Indiener geeft aan dat een duidelijke onderbouwing van de berekening en samenstelling van de groei (bijvoorbeeld statushouders, arbeidsmigranten, of regionale overloop) ontbreekt. e. De indiener betwijfelt of een mogelijke overloop vanuit regio Eindhoven/Helmond realistisch is, gezien de grote bouwplannen van deze en omliggende gemeenten zelf en het ontbreken van signalen dat deze gemeenten Venlo als mogelijke oplossing voor het tekort aan woningen zien. ●
g. De indiener geeft aan dat de beoogde voordelen, zoals verbetering van levenskwaliteit en voorzieningen, onvoldoende zijn onderbouwd. Er wordt gevraagd om concrete verduidelijking van welke voorzieningen dit betreft en hoe deze voordelen worden bereikt ondanks de nadelen.
De omgevingsvisie gaat uit van de ambitie om als gehele gemeente in 2050 klimaatneutraal te zijn. De verdere uitwerking hiervan en concrete stappen zal volgen in een omgevingsprogramma of beleidskader zoals beschreven op p. 67: ‘Nadere verkenning ruimtelijke impact van de energietransitie’. Ook werken we vanuit de vastgestelde Agenda groen en water aan onze klimaatdoelstellingen.
●
h. De indiener pleit voor een gematigde groei tot bijvoorbeeld 110.000 inwoners in 2040 en vraagt een vergelijking van deze variant met de huidige ambitie, bijvoorbeeld door bureau Tauw, om de effecten op de OER te beoordelen.
De mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied worden nader uitgewerkt in een omgevingsprogramma of beleidskader rondom VAB beleid en het ruimtelijk perspectief voor ondernemers buitengebied, zoals beschreven op p. 67.
●
Met de term ‘woonenclave’ bedoelen we een woongebied dat zich bevindt in een groene, landelijke omgeving, zoals een bos, park of natuurgebied. Het is vaak een kleinschalige gemeenschap of gehucht met een eigen identiteit.
f.De indiener wijst op de negatieve effecten van de schaalsprong, zoals genoemd in de OER: aantasting van milieu-indicatoren (zoals landschappelijke kwaliteit, wateroverlast, droogte en hittestress) en tegenstrijdigheden met ambities als een vitale leefomgeving, de mobiliteitstransitie, en klimaatbestendigheid.
Klimaat g. De indiener geeft aan dat de ambities rondom klimaat te vaag zijn, aangezien concrete stappen en kaders ontbreken. Er wordt gevraagd om verduidelijking over de rol van zonneweiden, windparken en zonnepanelen op daken in de plannen. h. De indiener vraagt om uitleg over de tegenstrijdige passages in de OER over woningbouw in het buitengebied en om een heldere definitie van termen zoals ‘woonenclaves.’ En of nieuwbouw in het buitengebied verenigbaar is met de andere doelstellingen.
6
5
Werkgroep Leefbaarheid Roermondseweg Steyl-Tegelen a. De indiener benadrukt het belang van directe en gezamenlijke acties om de leefbaarheid langs de Roermondseweg en in bredere zin in Venlo te verbeteren.
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we de volgende aanpassing door in de omgevingsvisie: ●
b. De indiener geeft aan dat de Roermondseweg een splijtzwam vormt tussen Ouden Nieuw Steyl en negatieve effecten heeft op leefbaarheid, verkeersveiligheid en luchtkwaliteit. Zij betwijfelt of de huidige aanpak voldoende rekening houdt met de impact van gemotoriseerd verkeer op bewoners. c. Indiener stelt dat de visie positieve doelen bevat, zoals het streven naar verkeersveiligheid, betere luchtkwaliteit en meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Er wordt benadrukt dat het van belang is om hiermee nu aan de slag te gaan en handvatten hiervoor ontbreken. En vraagt de gemeente of de weg naar een leefbaarder en gezonder Venlo nu moet beginnen en hoe de gemeente zich dat voorstelt.
We passen de tekst m.b.t. Kloosterdorp Steyl op p. 43 als volgt aan: “We verkennen de mogelijkheden om de aantrekkelijkheid en recreatieve waarde te vergroten, onder andere door citybranding en (cultuur-toeristische) programmering. We zoeken voor het behoud van de leefbaarheid in het dorp naar een goede balans tussen rust en reuring.”
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
e. De indiener benadrukt dat er concrete doelen moeten worden gesteld voor de korte, middellange en lange termijn. Zij pleiten voor nieuwe criteria in het verkeersbeleid die leefbaarheid en omgevingskwaliteit centraal stellen, omdat deze nu ontbreken. De indiener wil hieraan mede vormgeven.
De omgevingsvisie gaat niet in op specifieke locaties zoals bepaalde wegen of percelen. De doelen en ambities zullen in programma’s nader uitgewerkt worden. Waar nodig zal hier zorgvuldig locatieonderzoek aan voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.
●
f. Indiener betwijfelt of de parkeerdruk die Steyl als toeristisch speerpunt in Venlo zal opleveren goed in te passen is. Daarnaast moet de leefbaarheid en rustige kwaliteit van het kloosterdorp voldoende aandacht krijgen. De indiener wil hierin graag samen optrekken met de dorpsraad.
We nemen deze aandachtspunten mee in de nadere uitwerking van de omgevingsvisie. Hierin zullen ook concrete doelen voor de korte, middellange en lange termijn worden gesteld.
●
Zoals vermeld op p. 65 hebben we deze omgevingsvisie opgesteld met uitgebreide participatie met de samenleving. Met deze visie nodigen we de samenleving uit om samen de geschetste ambities tot uitvoering te brengen. Bij de nadere uitwerking van de visie werken we dus graag samen met inwoners om tot gedragen initiatieven en plannen te komen.
d. De indiener geeft aan bereid te zijn om samen met de gemeente, op basis van een bestuurlijke uitspraak, te werken aan door inwoners gedragen initiatieven en plannen om de “veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit” te kunnen bereiken.
7
6
Inwoner De Indiener geeft aan twee vragen te hebben over de tekst op pagina 41 van de Ontwerp Omgevingsvisie, met betrekking tot “dorp aan de rand van de stad Boekend”
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we geen aanpassingen door in de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
We gaan in deze omgevingsvisie niet specifiek in op de activiteiten die onder de term ‘recreatieve activiteiten’ vallen. We benaderen dit nog als een breed begrip van recreatieve activiteiten die passen bij Boekend.
●
De sportvelden in Boekend betreffen geen geprioriteerd sportpark. Momenteel biedt dit gebied ruimte voor tijdelijke functies. Op termijn kan dit gebied transformeren, hier zijn echter nog geen concrete plannen voor.
a. Welke type activiteiten vallen onder de ruimte voor recreatieve activiteiten? b. Blijft er ruimte voor de sportvelden of worden deze (op termijn) uitgesloten en verplaatst naar gedefinieerde sportkernen?
7
Inwoner a. De indiener pleit voor de toevoeging van een treinstation in Belfeld in de Omgevingsvisie Venlo 2040. En het opnemen van de aanleg van een treinstation in Belfeld in de mobiliteitsstrategie van de gemeente Venlo. b. De indiener geeft aan dat een treinstation in Belfeld aansluit bij de gemeentelijke doelstellingen voor een mobiliteitstransitie en duurzaam vervoer. Het station zou autoverkeer verminderen, CO2-uitstoot verlagen en de regionale bereikbaarheid verbeteren.
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we geen aanpassingen door in de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
De realisatie van een treinstation in Belfeld is meerdere malen ingebracht tijdens de participatiemomenten. Dit is ook benoemd in de Nota van Participatie. Het bevoegd gezag en besluit voor de realisatie van treinstations is afhankelijk van verschillende factoren en betrokken partijen zoals het Rijk, de provincie en ProRail. We hebben daarom een station in Belfeld niet opgenomen in deze omgevingsvisie.
8
b. De indiener wijst erop dat Belfeld ondanks de ligging aan de Maaslijn geen eigen station heeft, wat leidt tot afhankelijkheid van andere stations en gemotoriseerd vervoer. Een station in Belfeld zou zorgen voor een eerlijkere verdeling van openbaarvervoersmogelijkheden binnen de gemeente.
●
c. De indiener stelt dat een treinstation een economische impuls kan geven aan Belfeld. Het zou lokale voorzieningen versterken, het dorp aantrekkelijker maken voor nieuwe bewoners en bedrijven, en bijdragen aan de vitaliteit van de dorpskern. d. De indiener benadrukt dat een station in Belfeld een voorbeeldproject kan zijn van duurzame mobiliteit in kleinere dorpskernen. En sluit aan bij het belang van kwalitatieve verbindingen tussen dorpen en stedelijke gebieden, zoals genoemd in de Studie Stadsrandzones.
Wel kiezen we ervoor om zo veel mogelijk in te zetten op andere modaliteiten om de bereikbaarheid van Belfeld en de andere dorpen in onze gemeente te verbeteren. We zoeken naar mogelijkheden voor betaalbaar en frequent openbaar vervoer tussen de mobiliteitsknooppunten in de dorpen. We sluiten het lokale mobiliteitssysteem zo goed mogelijkaan op de drie treinstations en zoeken mogelijkheden naar het uitbreiden van deelmobiliteit in de dorpen. Daarnaast zetten we in op veilige (snel)fiets- en wandelpaden, zoals een snelfietsroute langs de Maas.
e. De indiener wijst op de historische ligging van Belfeld aan de Maaslijn en de bevolkingsgroei van de regio die een station in Belfeld rechtvaardigt. Daarnaast is dit station een langgekoesterde wens van de gemeenschap. 8
Ondernemer De indiener reageert op het beleid inzake vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) zoals beschreven in de Omgevingseffectrapportage (OER) van de Omgevingsvisie Venlo 2040. a. De indiener geeft aan dat beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing, zoals glastuinbouwlocaties, wenselijk is. Er wordt gepleit voor een specifiek kader waarin wordt aangegeven welke functies passen bij welke locaties in het buitengebied. b. De indiener stelt voor om solitaire glastuinbouwlocaties buiten concentratiegebieden te saneren en om te vormen naar woonlocaties. Hierbij zou een nieuwe woning kunnen worden toegevoegd per 5.000 m² glasopstanden, met als resultaat 3-4 woningen op de betreffende locatie.
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we geen aanpassingen door in de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
In de omgevingsvisie beschrijven we de ambitie dat we mogelijkheden bieden om vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) en solitaire bedrijvigheid een nieuwe invulling te geven. Zoals op p.67 in de omgevingsvisie is beschreven, werken we de visie nader uit in een ruimtelijk ontwikkelkader en VAB beleid. In dit ontwikkelkader onderzoeken we ook de mogelijkheid om in bepaalde gebieden herbestemming en functieverandering toe te staan.
c.De indiener benadrukt dat de herbestemming van solitaire glastuinbouwbedrijven een positieve impuls kan geven aan het buitengebied. Dit zou het landschap verbeteren en bijdragen aan de sanering van verouderde bebouwing. Conclusie en verzoek: De indiener verzoekt de gemeenteraad om deze zienswijze mee te nemen in de overweging en besluitvorming rondom het beleid voor vrijkomende agrarische
9
bebouwing en de mogelijkheid om solitaire glastuinbouwlocaties te herbestemmen naar woonlocaties.
9
Inwoner De indiener verzet zich tegen de voorgestelde woningbouw aan de oostkant van Belfeld en pleit ervoor om de transformatielocatie Bolenberg prioriteit te geven.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd: ●
Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.
b. De herontwikkeling van Bolenberg biedt kansen waarbij doelstellingen gecombineerd kunnen worden: klimaatadaptatie, behoud van cultuurhistorische waarden en verbetering van de leefomgeving. Daarnaast geeft de indiener aan dat deze locatie beter aansluit op bestaande infrastructuur en voorzieningen.
●
c. De indiener geeft aan dat de oostelijke stadsrand een ecologisch en landschappelijk waardevol gebied is. Bebouwing in dit gebied valt buiten de stedelijke contouren en zou de biodiversiteit en recreatiemogelijkheden ernstig aantasten, wat strijdig is met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie en de Studie Stadsrandzones.
De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.
●
In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”
a.De indiener wijst erop dat de voorgestelde bebouwing aan de oostkant van Belfeld, waaronder de Soersbeekweg en het Gaesplan, zou leiden tot het verlies van de Vlindertuin en het Burgerbos. Deze locaties zijn essentieel voor ecologie, biodiversiteit, recreatie en het welzijn van inwoners.
e. De sanering en herbestemming van Bolenberg maakt een einde aan de huidige verloedering en verhoogt de waarde en aantrekkelijkheid van de omgeving. Dit biedt een duurzamer alternatief dan woningbouw aan de oostkant, wat hoge maatschappelijke kosten met zich meebrengt. f. Indiener geeft aan dat indien blijkt dat Bolenberg onvoldoende capaciteit biedt, mag woningbouw aan de oostkant alleen overwogen worden als volgende is onderzocht: noodzakelijkheid om aan woningbehoefte te voldoen, behoud van landschappelijke, ecologische en recreatieve waarden en onderzoek naar alternatieven binnen bestaande bebouwde gebieden.
10
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze:
10
Cumela a. Cumelabedrijven leveren essentiële diensten op het gebied van landbouw, natuurbeheer, infrastructuur en circulaire economie. Ze dragen bij aan maatschappelijke doelen zoals biodiversiteit, verkeersveiligheid, waterkwaliteit en duurzaamheid. Daarom verzoekt de indiener het bestaansrecht en de specifieke behoeften van cumelabedrijven in het buitengebied te erkennen en vast te leggen in de Omgevingsvisie.
●
Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee.
●
Geluidsoverlast en luchtvervuiling zijn veelgehoorde zorgen. Daarom zal aan ieder initiatief een zorgvuldig locatieonderzoek voorafgaan. Dit locatieonderzoek zal - volgens landelijke richtlijnen - de effecten op het huidige gebruik, cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden in kaart brengen. Ook worden de milieunormen (luchtkwaliteit, geuroverlast, geluidsoverlast en omgevingsveiligheid) hierin meegenomen.
●
Concrete plannen die uit de visie voortkomen lopen altijd via een formeel traject, waarbij inspraak van inwoners een belangrijke rol speelt.
●
We onderschrijven Bolenberg als een potentiële ontwikkellocatie zoals ook beschreven op p.54 in de omgevingsvisie.
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we geen aanpassingen door in de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
We erkennen het bestaansrecht en het belang van Cumelabedrijven. Dit benoemen we niet expliciet in de omgevingsvisie omdat we dat ook niet doen voor andere branches en hier één lijn in trekken. Wel voegen we de aandacht voor niet-agrarische bedrijven toe in de verschillende landschapstypes die we onderscheiden.
11
b. De indiener betoogt dat de centrale ligging van cumelabedrijven in het buitengebied essentieel is voor efficiëntie en het vermijden van onnodige verkeersbewegingen. Daarom verzoekt de indiener om bij de aanleg, verandering of onderhoud van alle ontsluitingswegen rekening te houden met het materieel van cumelabedrijven.
●
De visie geeft een afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen en initiatieven in het landelijk gebied. Het water- en bodemsysteem is in de visie een belangrijke basis voor welke ontwikkelingen en initiatieven passend zijn: dit principe kan ook gevolgen hebben voor de uitbreiding en nieuwvestiging van bedrijfslocaties. Ook in het buitengebied zet de gemeente in op een toekomstbestendige bedrijfsvoering van bedrijven. In een nog uit te werken omgevingsprogramma worden deze zaken verder uitgewerkt.
●
De omgevingsvisie is een langetermijnvisie voor 2040 voor de gehele leefomgeving. We beschrijven welke doelen en ambities we nastreven. Bij een visie voor 2040 hoort een bepaald abstractieniveau. De concrete uitwerking volgt in andere plannen. Uw verzoek om rekening te houden met materiaal van cumelabedrijven bij ontsluitingswegen, om rekening te houden met voldoende (buiten)opslagmogelijkheden cq. -uitbreiding en om voldoende mogelijkheden om energie op te wekken en op te slaan nemen we mee in de uitwerking van de omgevingsvisie. Bijvoorbeeld in de nog op te stellen nadere uitwerking ruimtelijke impact van de energietransitie en het ruimtelijk perspectief ondernemers buitengebied (zie p. 67 van de omgevingsvisie).
●
We onderstrepen net als u het belang van samenwerking met partners en nemen kennis van uw aanbod om samen te (blijven) werken aan de opgaven en ambities.
c. Cumelabedrijven hebben voldoende ruimte nodig voor opslag van grondstoffen en reststromen in het kader van circulaire economie. De indiener pleit om bij cumelabedrijven voldoende (buiten)opslagmogelijkheden toe te staan en dit expliciet te benoemen in de omgevingsvisie. d. De indiener vraagt expliciet in de visie te benoemen dat er voldoende mogelijkheden zijn om energie op te wekken en op te slaan bij cumelabedrijven. f. De cumelasector benadrukt haar bereidheid om met de gemeente samen te werken aan de uitwerking van ambities in de visie, zoals duurzaamheid en circulaire economie, en verzoekt om expliciete erkenning van haar bijdrage aan het buitengebied.
11
Inwoner a. De indiener pleit voor een herclassificatie van het gebied rondom de Straelsebosweg en Weselseweg als ‘woonenclave in het groen’ en verzoekt beperkte woningbouw in het gebied mogelijk te maken, met behoud van groen en landschappelijke waarden. b. De indiener stelt dat het betreffende gebied beter kan worden omschreven als een "woonenclave in het groen" vanwege de hoge bebouwingsdichtheid en de duidelijk andere uitstraling dan het buitengebied.
Naar aanleiding van de zienswijze voeren we geen aanpassingen door in de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Wij zien het door indiener aangewezen gebied niet als woonenclave in het groen. De woningdichtheid en ruimtelijke samenhang is niet van die aard dat er gesproken kan worden van een woonenclave. Daarnaast prevaleert in dit gebied de ligging en ontwikkelmogelijkheden van het glastuinbouwgebied. Woningbouw
12
kan hiermee op gespannen voet staan. c. De indiener geeft aan dat beperkte toevoeging van woningen mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de doelen voor groen, natuur, en landschappelijke waarden. Dit draagt bij aan de Omgevingsvisie-doelstelling om een passend woningaanbod te realiseren, inclusief woningen in het groen zoals levensloopbestendige woningen of kangoeroewoningen.
●
d. Het toevoegen van woningen in dit gebied heeft volgens de indiener minder impact op beleving en gebiedswaarden dan in andere buitengebieden. Hierdoor blijven de groene en natuurlijke kwaliteiten van die gebieden beter behouden.
Zoals op p. 67 van de omgevingsvisie beschreven werken we ons beleid voor ruimtelijke ontwikkelingen (waaronder woningbouw en functieverandering) nader uit in een omgevingsprogramma en/of beleidskader. Waaronder VAB beleid/ ruimtelijk perspectief ondernemers buitengebied.
e. De indiener vergelijkt het gebied met Lingsfort vanwege de lintbebouwing, een harde overgang naar omliggend groen en de aanwezigheid van ontsluitingswegen. Hoewel het gebied buiten de formele bebouwde kom ligt, heeft het volgens eerdere uitspraken van de gemeente Venlo wel dit karakter. f. De nabijheid van het doorgroeigebied voor glastuinbouw ('t Ven Noord) impliceert dat de bebouwingsdichtheid in de regio zal toenemen. Dit maakt een beperkte verdichting in de vorm van woningen passend, mits rekening wordt gehouden met landschappelijke inpassing en de schaal van de omgeving. 12
ProRail a. De indiener vraagt om het gebruik van de meest recente gegevens (Basisnet) voor het aspect Externe Veiligheid in relatie tot railverkeer.
De zienswijze leidt niet tot aanpassing van de omgevingsvisie. Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
We onderkennen de positie en betrokkenheid van ProRail bij alle ontwikkelingen die betrekking hebben op de omgeving van het spoor. In het bijzonder is de positie relevant in onze ambities om de stationsomgevingen te transformeren. Zoals in de visie aangegeven hebben we in de omgevingsvisie aandacht voor externe veiligheid, onder andere bij de ambities over de stationsomgevingen en de afwegingsprincipes waarin we pleiten voor een gezonde en veilige leefomgeving.
●
De (wettelijke) eisen en onderzoeken die u noemt, nemen wij in acht. Deze zaken zijn met name relevant voor de uitwerking van de omgevingsvisie, zoals het omgevingsplan en uitvoering in projecten.
●
Wij onderschrijven net als u het belang van samenwerking en zullen ProRail proactief blijven betrekken bij de uitwerking van de
b.Indiener benadrukt dat wettelijk verplichte brongegevens uit het geluidregister spoor moeten worden gebruikt bij akoestisch onderzoek. c. Voor trillingen, waarvoor geen wettelijke normen bestaan, adviseert de indiener om dit aspect zorgvuldig mee te nemen in de ruimtelijke plannen. d. De indiener benadrukt het belang van risicoanalyses bij wijzigingen in het gebruik van spoorwegen of wegen rondom overwegen, om de veiligheid te waarborgen. e. Plannen in de nabijheid van de spoorlijn mogen de stabiliteit van de spoorbaan niet beïnvloeden. De gemeente dient te borgen dat plannen en/of werkzaamheden hier geen invloed op hebben. f. De indiener wijst op beperkingengebieden rondom hoofdspoorwegen, zoals
13
omgevingsvisie. Andersom hopen wij ook betrokken te blijven bij ontwikkelingen die ProRail op en nabij het spoor voorziet.
vastgelegd in de Omgevingswet. Voor activiteiten binnen deze gebieden is een vergunning of melding vereist. g. Indiener vraagt om behoud van gronden met de activiteit "Spoorwegdoeleinden" Daarnaast verzoekt de indiener om geen dubbelactiviteiten mogelijk te maken. h. De in de Omgevingsvisie opgenomen percelen die eigendom zijn van ProRail, mogen niet gebruikt worden zonder nadrukkelijke schriftelijke toestemming van ProRail. De percelen van ProRail dienen ten alle tijden onbelemmerd toegankelijk te zijn en te blijven.
●
Inmiddels heeft het gesprek met ProRail plaatsgevonden en zijn de aandachtspunten rondom de genoemde thema’s uitgebreid doorgenomen. We nemen deze aandachtspunten mee in de nadere uitwerking van de visie. Met name de ambities rondom het uitfaseren van het spooremplacement zullen in samenspraak met ProRail en andere betrokken partijen nader uitgewerkt worden.
i. Indiener geeft aan dat ProRail werkt met Spoorbeeld. Daar kan de gemeente de voor hen belangrijke documenten terugvinden zoals de Visie omgeving spoor en station. j. Indiener geeft aan dat de binnen het plangebied aanwezige onderstations niet mogen komen te verallen, omdat deze cruciaal zijn voor de elektriciteitsvoorziening van de hoofdweginfrastructuur en dat deze te allen tijde bereikbaar zijn voor onderhouds- en hulpdiensten. k. Indiener meldt dat alle binnen het plangebied aanwezige railgebonden gebouwen en ondergrondse infra, al dan niet op de percelen van ProRail te allen tijde bereikbaar dienen te zijn en blijven. l. Indiener geeft aan dat zichtlijnen naar stations behouden moeten blijven om de vindbaarheid en reizigerservaring te garanderen. m. Daarnaast stelt indiener dat er bij (hoog)bouw rond stations rekening gehouden moet worden met windbeleving, risico’s van windcirculatie en schaduwwerking op zonnepanelen gelegen op vele daken en perronoverkappingen. n. Indiener stelt dat zonnepanelen in de buurt van het spoor geen negatieve effecten mogen hebben, zoals elektromagnetische storingen of reflecties die van invloed zijn op de veiligheid, op de spoorveiligheid. ProRail adviseert om risicoanalyses uit te voeren. o.
Indiener geeft aan dat er contact is geweest met vertegenwoordigers van de gemeente Venlo met het verzoek een overleg te laten plaatsvinden met betrekking tot de omgevingsvisie. Daarbij noemt de indiener een aantal bespreekpunten die tijdens
14
het overleg aan de orde zullen komen, samengevat gaat het om deze thema’s: ● ● ● ● ● ● ● ●
13
Uitfaseren spoorwegemplacement Uitwerking van onderdeel logistieke sector i.r.t. (spoor-)goederenvervoer Implicaties van de ambitie "van volume naar waarde". Externe veiligheid en gevaarlijke stoffen Hoogwaardige vervoersknopen Concretisering van de term 'Van station tot station' Mobiliteitstransitie De plannen voor Venlo Centraal
Dorpsraad Velden a. De indiener vraagt zich af of de procedure qua burgerparticipatie rondom de ambitie om te groeien naar 125.000 inwoners wel zorgvuldig verlopen is, omdat in het voortraject niet is teruggekomen.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd: ●
b. Indiener betwijfelt dat een groei van 20.000 inwoners per definitie bijdraagt aan het op peil houden van de leefbaarheid. Er wordt onvoldoende uitgelegd hoe dit doel bereikt zal worden. c. Daarnaast merkt de indiener op dat de visie geen concrete ambitie of inwoneraantal voor Velden in 2040 benoemt en vraagt om duidelijkheid over de implicaties van de schaalsprong voor Velden. d. Indiener geeft aan dat tijdens een eerdere bewonersavond een groei van 1% per jaar (1.300 nieuwe woningen in vier dorpen) werd genoemd. Deze ambitie wordt in de visie niet herhaald, waardoor het onduidelijk blijft hoe de leefbaarheid en voorzieningen in Velden behouden blijven. e. Indiener geeft aan dat de snel toenemende vergrijzing slechts summier wordt aangestipt in de visie. De impact op de zorg, het tekort aan vrijwilligers en mantelzorgers, en de beperkte capaciteit in verpleeghuizen worden niet adequaat behandeld. f. Indiener benadrukt dat er onvoldoende alternatieven zijn voor senioren, zoals Knarrenhofjes, mantelzorgwoningen en levensloopbestendige woningen. Dit belemmert doorstroom op de woningmarkt en zorgt voor een tekort aan woningen
In de gebiedsuitwerking van de dorpen (hoofdstuk 5) vullen we op enkele punten de tekst aan om de opgave rondom vergrijzing en het belang van voldoende passende huisvesting van ouderen te onderstrepen: ○ p.50: “Dit is belangrijk, omdat inwoners in de toekomst door onder meer de toenemende vergrijzing en tegelijkertijd een tekort aan arbeidskrachten, mantelzorgers, vrijwilligers en een beperkte capaciteit in verpleeghuizen ook steeds meer aangewezen zijn op elkaar.” ○ p. 50: “We hebben hierbij extra aandacht voor levensloopbestendige woningen, Knarrenhofjes, mantelzorgwoningen, meergeneratiewoningen, woningen voor starters en sociale huurwoningen. De extra woningbouw moet specifiek een bijdrage leveren aan de diversiteit van woningtypen en doelgroepen, het bevorderen van doorstroming en behoud van voorzieningen.”
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Voorafgaand aan de bewonersavonden is het Kompas toegestuurd. Hierin was de schaalsprong geagendeerd. Tijdens de
15
voor jonge gezinnen. Indiener heeft naar aanleiding hiervan een tweetal vragen: 1. Hoeveel van de in landelijk beleid genoemde 290.000 seniorenwoning met een uitsplitsing van nul treden woningen, geclusterde woningen en verpleeghuiswoningen zijn in 2030 en in 2040 in Venlo gerealiseerd en hoeveel in Velden? 2. Welk percentage van het aantal te bouwen woningen in Venlo, en specifiek voor Velden, wordt een seniorenwoning in 2030 en welk percentage in 2040? Daarnaast hecht indiener eraan dat het voor deze woningen niet enkel blijft bij streefgetallen, beleidsvoornemens en woonvisies, maar dat er met partijen bindende afspraken gemaakt worden.
participatieavonden in fase 3 is dit ook ter sprake gekomen en zijn hier ook kritische geluiden op gekomen. Dus hier is wel degelijk het gesprek over gegaan. ●
De schaalsprong komt voort uit de noodzaak om ons voorzieningenniveau op peil te houden en te verbeteren. We zien een landelijke trend waarbij voorzieningen onder druk komen te staan. Om dit tegen te gaan zetten we in op een schaalsprong zodat het draagvlak vergroot en er ruimte ontstaat voor verbetering en uitbreiding van de voorzieningen voor onze inwoners. Daarnaast zien we de kans om door toevoeging van extra inwoners een bijdrage kan leveren aan een gedifferentieerdere samenstelling van de bevolking en een verbeterde arbeidsmarkt. Een en ander zoals verwoord in onze Strategische visie. Verder kan het toevoegen van extra woningen een kwalitatieve impuls zijn in de wijken die die aandacht verdienen. In recente studies van Provincie Limburg zien we een bevestiging dat de bevolking van Venlo blijft groeien en de behoefte aan extra woningen blijft toenemen. Dit in combinatie met de ontwikkelingen in Eindhoven zien wij voldoende legitimatie in de schaalsprong. We blijven dit monitoren en zo nodig aanpassen. Tijdens de eerdere bewonersavond is een groei van 1% per jaar niet expliciet als ambitie benoemd. Dit is geen exacte ambitie, werd meer gebruikt als voorbeeld. Exacte invulling moet volgen.
●
De onderverdeling van woningen is onderdeel van de Woondeal en nadere uitwerking van het woon(zorg)beleid. Hierover doen we geen uitspraken in deze omgevingsvisie.
●
De omgevingsvisie is een langetermijnvisie voor 2040 voor de gehele leefomgeving. We beschrijven welke doelen en ambities we nastreven. Bij een visie voor 2040 hoort een bepaald abstractieniveau. Het verbeteren van de verkeersveiligheid in onze gehele gemeente is een belangrijk aandachtspunt. Want ruimtelijke ontwikkelingen moeten altijd integraal bekeken worden en infrastructurele ambities zullen hierbij meegroeien met andere ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw of economische activiteiten. Bij nieuwe- en
g. Indiener stelt dat een dekkend vrijwilligersnetwerk essentieel is om toekomstige zorgvragen op te vangen, maar mist aandacht voor dit punt in de visie. h. De indiener vraagt om structurele aanpassingen en onderhoud van de infrastructuur om de verkeersveiligheid en doorstroming te waarborgen, gezien de geplande uitbreidingen in Velden. Indiener merkt daarbij op dat de ontsluitingswegen van en naar de N271 niet zijn meegegroeid met de woningbouw en economische activiteiten in Velden. Dit leidt tot gevaarlijke situaties en overlast. Daarnaast mist de aandacht voor structureel onderhoud en verkeersveiligheidsmaatregelen van de wegen van en naar de N271.
16
onderhoudsontwikkeling, zoals beschreven in de omgevingsvisie, onder meer benoemd op pagina 21. We gaan in de omgevingsvisie niet in op maatregelen op specifieke locaties. De concrete uitwerking hiervan volgt in andere plannen en uitwerkingen. 14
Budgetplant a. Indiener geeft aan dat er tijdens de participatieactiviteiten geen contact is geweest met Budgetplant, ondanks dat het bedrijf al tien jaar verzoeken indient bij de gemeente voor een langetermijnvisie. Indiener betoogt dat de gemeente kansen mist om samen met Budgetplant bij te dragen aan de thema’s klimaatbestendigheid, clustering van tuin-gerelateerde bedrijven, waardevolle economie en mobiliteitstransitie. b. Indiener snapt niet waarom het tuincentrum en het achterliggende tuinbouwgebied buiten de uitwerking van de transitieopgave van de Keulse Barrière zijn gelaten. De indiener pleit voor een integrale visie waarbij de komst van Van Cranenbroek gecombineerd wordt met de bestaande detailhandelsinfrastructuur van Budgetplant, om het gebied te ontwikkelen tot een tuinboulevard en groene entree van Venlo. c. Indiener uit verbazing dat Budgetplant, ondanks zijn prominente aanwezigheid in het gebied, niet wordt genoemd in de visie. De indiener stelt dat de visie op de Keulse Barrière aan samenhang mist doordat bestaande bedrijven niet worden meegenomen. d. Indiener merkt op dat de kaartindeling van het tuincentrum als “groenig” een onjuiste indruk wekt en mogelijk de ontwikkelmogelijkheden beperkt. e. Indiener benadrukt dat het tuincentrum een verbindende schakel kan zijn tussen bedrijfs- en natuurfuncties. f.
Indiener vraagt om uitleg over het zoekgebied voor 40 hectare MKB-bedrijven in de omgeving van Budgetplant. g. Indiener wijst op de potentiële rol van Budgetplant in thema’s zoals klimaatadaptieve openbare ruimte en beweegvriendelijke gebieden. h. Indiener roept de gemeente op om Venlo te profileren als hét centrum voor tuingerelateerde detailhandel in de euregio, met Budgetplant en Van Cranenbroek als trekkers.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd: ●
De kaart op p. 59 van de omgevingsvisie is aangepast. In plaats van ‘groenig’ is dit gebied nu - overeenkomstig met de oorspronkelijke bedoeling - geel gearceerd.
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Tijdens het omgevingsvisietraject is via branchevertegenwoordigers gesproken tijdens de stakeholderbijeenkomsten op 12 september 2023 en 11 juni 2024. Er vonden geen gesprekken plaats met individuele ondernemers.
●
De omgevingsvisie is een langetermijnvisie voor 2040 voor de gehele leefomgeving. We beschrijven welke doelen en ambities we nastreven. Bij een visie voor 2040 hoort een bepaald abstractieniveau. Hierin benoemen we geen individuele ondernemers.
●
We gaan op zoek naar extra ruimte voor nieuwe werklocaties. Het gaat hierbij specifiek om 40 ha. zoekruimte voor het lokale en regionale MKB. Deze zoekvraag is nog niet gespecificeerd en wordt nader uitgewerkt. Zoals aangegeven in de omgevingsvisie zal deze verkenning aangevlogen worden langs de volgende ruimtelijke principes. We zoeken eerst de ruimte binnen de bestaande contouren van werklocaties o.a. door betere benutting van de planologische ruimte. Vervolgens zoeken we ruimte binnen de transformatielocaties, zoals op de Keulse Barrière. Een nadere uitwerking hiervan is nog niet bekend en volgt na vaststelling van de Omgevingsvisie.
17
15
Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal a. Indiener betwijfelt of bij het aanwijzen van de oostzijde van de Tegelseweg als uitbreidingslocatie rekening is gehouden met de cultuurhistorische waarde van het gebied. Deze uitbreiding vormt volgens de indiener een bedreiging voor de herkenbaarheid van Geloo als historische nederzetting.
Naar aanleiding van de zienswijze worden enkele aanpassingen in de omgevingsvisie doorgevoerd:
●
Het kaartbeeld van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt aangepast. Het zoekgebied wordt kleiner ingetekend. Dit neemt niet weg dat er in de gehele dorpsrandzone mogelijkheden blijven voor initiatieven in het kader van woningbouw. Daar waar de situatie hierom vraagt, bijvoorbeeld in het kader van kwaliteitsverbetering of andere integrale opgaven, kan bescheiden woningbouw aan de orde zijn.
●
De legenda van figuur 14 op p. 53 van de omgevingsvisie wordt verduidelijkt. In plaats van de tekst ‘Bescheiden uitbreiding in de dorpsrandzones’ komt er ‘Zoekgebied kleinschalige woningbouw in de dorpsrandzones’ te staan.
●
In de uitleg van de dorpsrandzones (zie p. 51) hebben we verduidelijkt dat eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen in dorpsrandzones voldoende ruimte moeten bieden aan groen(verbindingen), water en moeten passen bij het landschap. “In de dorpsrandzones is ruimte voor recreatieve activiteiten en wordt ruimte geboden voor bescheiden mogelijkheden voor woningbouw, passend bij de maat en schaal van het dorp, het omliggende landschap en ecologische verbindingen. Een belangrijke kwaliteit van dorpsrandzones is de leesbaarheid van de overgang tussen het dorp en het landschap. Ontwikkelingen moeten een bijdrage leveren aan de verbetering van deze leesbaarheid. Eventuele nieuwe woningbouwontwikkelingen moeten voldoende ruimte bieden aan groen(verbindingen), water en passen bij het landschap.”
b. Indiener pleit voor het schrappen van deze uitbreidingszone om de ruimtelijke kwaliteit van Geloo en de eigenstandige opzet als agrarische nederzetting te behouden. c. Indiener stelt dat De Leijgraaf en de daaraan gekoppelde wegen een natuurlijke afbakening vormen van de bebouwde kom van Belfeld. Aanwijzing van een uitbreidingszone aan de oostzijde van deze grens leidt tot onlogische dorpsuitbreidingen en aantasting van de cultuurhistorische waarden. d. Indiener wijst erop dat het uitgangspunt in de concept-omgevingsvisie, namelijk het verbeteren van de overgang tussen dorp en landschap, wordt ondermijnd door deze uitbreidingsplannen.
Hieronder reageren we puntsgewijs op de volledige zienswijze: ●
Omgevingsvisie is een abstracte visie op hoofdlijnen voor de gehele gemeente tot 2040. De door indiener genoemde locatie betreft een aanduiding van het gebied dat mogelijk in de toekomst planologische ruimte biedt aan initiatieven die passen bij de ambities van deze
18
omgevingsvisie. Zoals vermeld op p.54 moeten deze ontwikkelingen passen bij de aard en schaal van het dorp. Het is echter nog een zoekgebied. Deze verkenning doen we in een verdieping van de stadsrandzones, inclusief de ontwikkelingsrichting van de dorpen (zie ook p. 67). Uw input nemen we hierin mee. ●
16
Inwoners De indieners geven in deze zienswijze aan bezwaar te maken tegen de mogelijke woningbouwlocatie aan de Soersbeekweg in Belfeld zoals vermeld in de ontwerpOmgevingsvisie Venlo 2024. De indiener pleit ervoor om deze locatie te schrappen als mogelijke bouwlocatie in de definitieve Omgevingsvisie Venlo 2024.