366205 Bijl - Beleidskader Nieuwe Energie 2.0.pdf
Tekst van het document
Achteraf gezien evalueren we de resultaten en constateren we dat het stimuleringskader te generiek was, zonder concrete instrumenten. Het bleef onduidelijk in welke gevallen en onder welke voorwaarden alternatieve technieken te stimuleren of maatwerk mogelijk te maken. Bij voorkeur zetten we in op beproefde methoden en technieken waar mogelijk, [zie begrippenlijst], zodat we richting implementatie voldoende waar kunnen maken richting onze inwoners en lokale bedrijven. Hoofdstuk 6: Toetsingskader Het kader vormde de basis voor toetsingscriteria onder de nieuwe Omgevingswet. Nadere beleidsregels zouden worden uitgewerkt om kwaliteit en uitvoering te waarborgen. Hoewel het vorige beleidskader een eerste aanzet gaf tot toetsingscriteria, bleef het toetsingskader abstract om praktisch toe te passen. Het vorige beleidskader sprak de intentie uit om criteria te ontwikkelen voor landschappelijke kwaliteit, maatschappelijke betrokkenheid en energiebijdrage. Hoewel deze intentie duidelijk was, bleef de uitwerking hiervan voornamelijk theoretisch. Er was geen gestructureerde monitoring aanwezig om beleidsdoelen te evalueren en bij te stellen, wat het moeilijk maakte om de voortgang meetbaar te maken. Een van de uitdagingen van het vorige kader was het ontbreken van concrete beleidsindicatoren.
Deze indicatoren werden ook niet uitgewerkt in een later gekoppeld actieproduct aan het beleidskader. Hierdoor ontbrak een systematische manier om de voortgang te meten, te monitoren en bij te sturen. Dit beperkte niet alleen de mogelijkheid om de voortgang te volgen, maar ook om beleidsdoelen aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Kritische reflectie en lessen Het vorige beleidskader heeft waardevolle resultaten geboekt en belangrijke uitdagingen geïdentificeerd. De sterke focus op participatie en kwaliteit heeft geleid tot breed gedragen projecten. We zien echter nog kansen om verder op te schalen. Een belangrijke les is dat we moeten blijven anticiperen op technische beperkingen, zoals netcongestie, en sterker moeten sturen op haalbaarheid. Het ontbreken van gestandaardiseerde processen en protocollen voor projectbeoordeling heeft geleid tot enkele inefficiënties, die we in het nieuwe kader zullen aanpakken.
Beleidskader Nieuwe Energie
51
De ambitie om 50% lokaal eigendom na te streven was een vooruitstrevend doel. Dit vraagt om duidelijke en praktische stappen om dit te behalen, zoals het bieden van financiële ondersteuning of specifieke subsidies voor energiecoöperaties. Ook moet er beter gekeken worden naar hoe we vraag en aanbod van energie op een lokaal niveau op elkaar kunnen laten aansluiten én passend zijn binnen de ruimtelijk en maatschappelijke kaders van onze gemeente. In het nieuwe beleidskader ligt de uitdaging in het vinden van een balans tussen ambitie en realisme. We willen voortbouwen op de sterke punten van het vorige kader, zoals participatie en lokaal eigendom, terwijl we tegelijkertijd beproefde technieken, [zie begrippenlijst], willen inzetten die bewezen haalbaar en effectief zijn. De volgende stappen De evaluatie van dit beleid toont aan dat onze aanpak vruchten heeft afgeworpen. Tegelijkertijd hebben we een veelzijdig keuzepalet nodig om beter in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en uitdagingen. Hierdoor passen we de sturingsfilosofie achter dit nieuwe beleidskader aan met de volgende uitgangspunten:
Het verder verbreden van de energiemix.
Het versterken van onze focus op toekomstbestendige infrastructuur.
Het bevorderen van participatie en draagvlak onder inwoners en bedrijven.
Het integreren van energieopwekking in ruimtelijke en landschappelijke plannen.
Door in te zetten op deze principes, kunnen we binnen dit kader duidelijke pijlers voor ons beleid uitwerken. Met dit nieuwe beleidskader kiezen we parallel niet alleen voor een bredere, maar ook een meer stapsgewijze en zorgvuldige aanpak. We richten ons niet meer op de tegenstelling tussen grooten kleinschalige opwek, maar op een gebalanceerde energiemix en het vergroten van de maatschappelijke betrokkenheid. Dit sluit aan op de huidige en toekomstige behoeften en zorgen binnen onze gemeente. De energietransitie in Venlo draait niet alleen om het opwekken van groene energie, maar vraagt om een integrale aanpak die oog heeft voor ruimtelijke inpassing, landschappelijke kenmerken en klimaatbestendigheid. In een later stadium zullen we vanuit de theoretische uitwerking hier rekening mee houden in een Uitvoeringsplan. Op die manier dient het kader uiteindelijk ook praktisch gezien als leidraad voor de komende jaren.
Toelichting ZonOpDak Tool In 2021 is een nulmeting uitgevoerd met de zogenaamde ZonOpDak-tool. Deze meting heeft destijds aangetoond dat er op de 20 bedrijventerrein die deel uitmaken van Ondernemend Venlo (vermoed ik met OV) circa 450.000m2 aan zonnepanelen zijn geregistreerd (peildatum 2019) met een benut dakoppervlak van 16%. Deze zonnepanelen produceren ongeveer 54 GWh, waarbij het totale energieverbruik op deze bedrijventerrein 262 GWh bedraagt. Dat betekent dat 20% van de elektriciteitsvraag duurzaam wordt opgewekt. Vanuit het projectplan Duurzame Bedrijventerrein is destijds de doelstelling opgenomen om in 2030 20% meer ZonOpDak te realiseren. Gezien de huidige problematiek rondom netcongestie is deze doelstelling niet meer haalbaar. Momenteel worden bestaande aanvragen niet aangesloten en nieuwe aanvragen niet meer in behandeling genomen.
Beleidskader Nieuwe Energie
52
Beleidskader Nieuwe Energie
53