CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

366205 Bijl - Beleidskader Nieuwe Energie 2.0.pdf

Commissie Omgeving 3 september 2025, gemeente VenloBij agendapunt: 6.6: Beleidskader Nieuwe Energie 2.0 (366205)17.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente brengt partijen samen, helpt bij duurzame keuzes en zorgt ervoor dat projecten passen bij wat lokaal nodig en gewenst is. We stippen telkens de specifieke rolinvulling aan per beleidspijler. Ambitie en beleidsdoelen Wij staan voor een complexe opgave die zowel ambitie als concrete beleidsdoelen vereist. In Venlo geven de ambities per beleidspijler de overkoepelende visie voor de toekomst, terwijl de beleidsdoelen ons de richting en handvatten bieden om deze ambities daadwerkelijk te realiseren. De ambitie schetst het gewenste vergezicht, en de beleidsdoelen beschrijven de noodzakelijke richtingen waarin keuzes en stappen gezet moeten worden om resultaat te bereiken. Elke beleidspijler – of het nu gaat om toegang, draagvlak en participatie, ruimtelijke inpassing en landschapsintegratie, sociale rechtvaardigheid of duurzame energieopwekking – heeft zijn eigen ambitie die de bredere visie voor Venlo weerspiegelt. De beleidsdoelen zijn afgestemd op de lokale context van Venlo.

Beleidskader Nieuwe Energie

25

PIJLER 1 GEBALANCEERDE LOKALE ENERGIEOPWEKKING

Om de energietransitie succesvol te maken, willen we lokaal opwekken wat we nodig hebben. Dit vraagt om een combinatie van duurzame energiebronnen, zonder een sterke afhankelijkheid van één enkele techniek. Zo dragen we bij aan een schonere toekomst.

VENLO ALS AANJAGER VAN DIVERSITEIT IN ENERGIEBRONNEN Als gemeente nemen we de rol van aanjager op ons door te stimuleren dat Venlo een brede mix van duurzame energiebronnen inzet richting de toekomst. Hoewel we geen wettelijke directe taak hierin hebben, pakken we in samenwerking met partners knelpunten aan. We ondersteunen met informatie, subsidies en advies. Op die manier bevorderen we voor iedereen de toegang tot duurzame energie.

Ambitie We streven naar een lokaal energiesysteem met een groeiend aandeel voor duurzame energie. Niet alleen moet het voldoende energie genereren om de klimaatdoelen te halen, maar om juist veerkrachtig te kunnen zijn bij toekomstige uitdagingen. Door verschillende energiebronnen te combineren, zijn we niet afhankelijk van één techniek en diens beperkingen. Dit vermindert de kwetsbaarheid. 

In 2030 wordt minimaal 40% van de energiebehoefte lokaal en duurzaam opgewekt.

In 2050 stijgt dit percentage naar 100%, in lijn met nationale doelen.

Beleidsdoelen Groei van lokale opwek De jaarlijkse toename van lokaal opgewekte, duurzame energie blijft een speerpunt. Haalbaarheid en draagvlak staan hierbij centraal. Combinatie van energiebronnen Een evenwichtige mix voorkomt afhankelijkheid van één techniek. Wind, zon, warmte en innovatieve oplossingen vullen elkaar aan en versterken de energiezekerheid. Integratie van duurzame energie in gebiedsontwikkeling We jagen ontwikkelaars en andere partners aan om te zorgen we dat duurzame opwek wordt geïntegreerd in gebiedsontwikkelingen.

Beleidskader Nieuwe Energie

26

Lokale samenwerking Door de handen ineen te slaan met inwoners, bedrijven, coöperaties en andere overheden, neemt de efficiëntie toe en versterken we lokale voorzieningen.

BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN Keuze: Een breed pallet van duurzame bronnen Wij kiezen voor een verschuiving van de focus op grote duurzame opwek naar een betere afstemming tussen vraag en aanbod lokaal. Naast nieuwe, technische integratiesystemen zien we vooral mogelijkheden door een variatie aan energiebronnen op te houden. Door middel van deze variatie in energiebronnen:   

Verhoogt dit de leveringszekerheid Vermindert dit de afhankelijkheid van één bron Behalen we klimaatdoelen

Een mix van verschillende energiebronnen biedt stabiliteit en zorgt voor flexibiliteit. We kiezen voor een slimme combinatie van duurzame energiebronnen zoals zon, wind en opslag. Deze bronnen vullen elkaar goed aan en dragen zo bij aan een stabiele en toekomstbestendige energievoorziening. Ook nieuwe of zelfs innovatieve energiebronnen zijn interessant wanneer deze bewezen zijn in de praktijk. Door te kiezen voor een brede mix met de toevoeging van verschillende bronnen zoals waterkracht, geothermie en waterstof wordt het energiesysteem verder versterkt. Welke energiebron op welke plek, is afhankelijk van wat er mogelijk is op een bepaalde plek. Niettemin blijft de nadruk op bewezen technieken [zie begrippenlijst], zoals zonne-energie en kleinschalige windprojecten. Door echter meer diversiteit te creëren verlagen we de afhankelijkheid van individuele bronnen en verbetert de leveringszekerheid. Zo spelen we in op de veranderende omstandigheden om ons heen. Veelbelovende bronnen zoals geothermie en waterstof zijn daarnaast momenteel niet of beperkt beschikbaar, waardoor het extra belangrijk is om alle lokale mogelijkheden open te houden voor nieuwe initiatieven. Hieronder volgt een toelichting op onze opties. 1. Zonne-energie Zonne-energie is de meest toegankelijke energiebron. Niet alleen is de zon vrijwel onuitputtelijk, de drempel voor installatie is ook laag.

Bovendien is het een schaalbare oplossing. De rol van de gemeente bij zonne-energie is: 

Stimuleren benutten van dakoppervlak bij woningen en bedrijven door te ondersteunen met subsidies, kennisdeling en samenwerking met lokale partijen. Dit is een belangrijk speerpunt en heeft onze prioriteit.

Stimuleren van kleinschalige, duurzame zonne-energie opwek door inwoners en bedrijven om de energietransitie dichterbij huis te brengen.

Ondersteunen van collectieve zonneprojecten met lokale energiecoöperaties.

Stimuleren van zonneparken op zorgvuldig geselecteerde locaties.

2. Windenergie

Beleidskader Nieuwe Energie

27

Windenergie wordt doorgaans op andere momenten opgewekt dan zonne-energie, wat zorgt voor spreiding van de duurzame energieproductie over de dag en seizoenen heen. Dat brengt vraag en aanbod dichter bij elkaar. Ondanks maatschappelijke zorgen blijft het een efficiënte en duurzame energiebron. 3. Biomassa Biogas levert energie ongeacht de weersomstandigheden, waardoor het een goede, aanvullende energiebron bij piekbelasting is. Tegelijkertijd benut het reststromen uit landbouw. Allerlei plantaardig materiaal is geschikt als energiebron door bijvoorbeeld vergisting of verbranding. Biomassa vraagt echter om zorgvuldige afwegingen vanwege mogelijke CO₂-uitstoot. Een groot voordeel is dat biomassa continu energie kan leveren, dit in tegenstelling tot zon- en windenergie die weersafhankelijk zijn. 4. Waterkracht Waterkracht is een duurzame energiebron waarbij energie wordt opgewekt uit stromend water. Bij de productie van elektriciteit uit waterkracht ontstaan er geen schadelijke stoffen en ook hier is de bron onuitputtelijk. Een nadeel is dat het invloed heeft op de waterhuishouding en ecosystemen. Kleinschalige waterkrachtprojecten worden waar mogelijk gefaciliteerd, met oog voor ruimtelijke en milieukaders. 5. Geothermie Geothermie is een veelbelovende optie voor duurzame energiebron. De warmte is afkomstig uit water uit aardlagen vanaf 500 meter diep.

Aardwarmte wordt vooral gebruikt om woningen, kassen en andere gebouwen te verwarmen. Wanneer de warmte uit ondiepe aardlagen komt – tot 500 meter – spreken we van bodemwarmte. In 2021 is in Californië, net over de gemeentegrens binnen gemeente Horst aan de Maas, een project opgezet om aardwarmte te winnen. Dit bleek een kansrijke bron waarbij de aardwarmte ingezet kon worden binnen de lokale industrie en om de kassen mee te verwarmen. Echter is vanwege trillingen een weigeringsbesluit genomen door de staatssecretaris van Mijnbouw. Dit besluit levert vertraging op, omdat een grote warmtebron regionaal niet meer beschikbaar is. Er zullen in de toekomst mogelijke nieuwe (regionale) ontwikkelingen en inzichten een rol kunnen spelen. 6. Waterstof Waterstof is zelf geen hernieuwbare energiebron, maar kan een belangrijke rol spelen in een duurzaam energiesysteem als het wordt geproduceerd met hernieuwbare elektriciteit. Het fungeert als schakel tussen de opwekking, opslag en het gebruik van duurzame energie. Waterstof is een energiedrager: het slaat energie op die bij verbranding weer vrijkomt. Daarnaast kan het worden gebruikt als brandstof of grondstof. We zetten ons in rondom landelijke ontwikkelingen rond waterstof, zoals de Delta Rhine Corridor (DRC).

We verkennen de kansen dat waterstof biedt voor sectoren die moeilijk kunnen elektrificeren, zoals de keramische industrie en de glastuinbouw.

Beleidskader Nieuwe Energie

28

Keuze: Stapsgewijs integraal richting geven aan duurzame gebiedsontwikkeling Wij kiezen voor meer inzet op duurzame gebiedsontwikkeling met een prioriteit op lokaal energiesysteem met een diversiteit aan duurzame bronnen en een adequate afstemming vraag en aanbod van energie. Waarom?  

Efficiënte combinatie van energieopwekking en infrastructuur Resultaat is slimme oplossingen die bijdragen aan een robuust elektriciteitsnet

Duurzame gebiedsontwikkeling vraagt om maatwerk en afstemming tussen ruimtelijke functies waar we in Pijler 4 verder op ingaan ten aanzien van onze regie rol. Energieopwekking, warmtevoorziening en infrastructuur worden zoveel mogelijk geïntegreerd, waardoor ruimte en middelen efficiënter worden benut. Dit draagt bij aan een stabieler en toekomstbestendiger energiesysteem. Netcongestie vormt daarbij een uitdaging. Onze prioriteit ligt daarom bij een lokaal energiesysteem met een adequate afstemming van vraag en aanbod. Kansen met warmtenetten, zonne-energie en andere decentrale opwekking jagen we waar mogelijk aan om het elektriciteitsnet te ontlasten. Keuze: Doorgaan met stimuleren van zonne-energie inwoners en bedrijventerreinen Wij kiezen om zonne-energie op daken te prioriteren. Van zowel particuliere woningen als bedrijven te blijven stimuleren en ontwikkelen, met behulp van subsidies, kennisdeling en samenwerking met lokale coöperaties. Waarom?  

Zonne-energie is toegankelijk, betrouwbaar en duurzaam als energiebron. De lokale betrokkenheid verbetert bij het benutten van daken.

We geven prioriteit aan meer kleinschalige en middelgrote zonne-energieprojecten op daken. Om dit te ondersteunen, werken we samen met coöperaties en ondernemers. Daarbij verlagen subsidies en voorlichting de drempel voor deelname. Het gebruik van lokaal beschikbare energiebronnen jagen we aan in nieuwe ontwikkelingen. Energie hubs5 spelen hierin een sleutelrol, waarbij bedrijventerreinen worden ingezet als strategische knooppunten voor opwekking, opslag en uitwisseling van energie. Dit versterkt niet alleen de veerkracht van het energiesysteem, maar vergroot ook de economische en sociale betrokkenheid binnen deze gebieden. Afstemming met lokale herstructureringsopgaven is hierin een belangrijke factor. Keuze: Energiehubs als spil in lokale energievoorziening We kiezen ervoor om meer stappen zetten om nieuwe initiatieven zoals energie hubs te stimuleren. Deze knooppunten koppelen energiebronnen die elkaar aanvullen in opslag en verbruik. Op die manier ondersteunen we: 

Vermindering van piekbelasting op het elektriciteitsnet Opslag en slimme distributie in energiehubs voorkomen overbelasting. Ze benutten duurzame energie optimaal. Lokaal opgewekte energie wordt ook lokaal benut. Recent is ook een

5

Zie begrippenlijst voor verdere toelichting en toepasbaarheid

Beleidskader Nieuwe Energie

29

haalbaarheidsstudie gedaan vanuit de Regionale Energie Strategie NML (RES-NML). We zien koppelkansen tussen energiehubs en projecten in samenhang met bedrijventerreinen(herstructurering). Dit werken we verder uit in het op te stellen Uitvoeringsprogramma Circulaire en Duurzame Hoofdstad (2025-2027). 

Gebruik van slimme toepassingen Afhankelijk van de situatie worden lithium-ionbatterijen, hoge temperatuur-warmtebuffers (aquathermie), laadinfrastructuur en waterstofopslag ingezet om pieken op te vangen. Nieuwe technieken worden getest op economische en technische haalbaarheid. Zo pakken we netcongestie structureel aan.

PIJLER 2 TOEKOMSTBESTENDIGE INFRASTRUCTUUR

Een betrouwbaar energienetwerk vormt de ruggengraat van de energietransitie. Piekbelastingen moeten worden opgevangen. Bovendien moet het netwerk klaar zijn voor de toenemende elektrificatie. Ook moet duurzame energie toegankelijk zijn voor iedereen. Als gemeente hebben we geen directe verantwoordelijkheid voor de aanleg of het beheer van het elektriciteitsnet. Die taak ligt bij de netbeheerder. Wel spelen we een belangrijke ondersteunende en faciliterende rol. Samen met netbeheerders en andere partners werken we aan oplossingen die bijdragen aan een toekomstbestendige infrastructuur. Een sterk en slim energiesysteem helpt piekbelastingen te voorkomen, maakt lokale energie-opwek mogelijk en zorgt ervoor dat iedereen, inclusief kwetsbare groepen, toegang heeft tot duurzame energie.

VENLO ALS FACILITATOR VAN EEN BETROUWBAAR ENERGIENETWERK Bij het versterken van de energie-infrastructuur spelen we als gemeente de rol van facilitator. Hoewel aanleg en beheer van het elektriciteitsnet bij de netbeheerder liggen, speelt de gemeente wel een rol in het ondersteunen en faciliteren van slimme oplossingen. Samen met netbeheerders en andere partners maken we mogelijk dat: 

Het netwerk steeds beter aansluit bij de groeiende energievraag;

Er verbindingen liggen naar kwetsbare gebieden;

Iedereen toegang heeft tot duurzame energie, zowel kleine als grote gebruikers;

Slimme technologieën, energiehubs en overige oplossingen onderdeel uitmaken van een bredere regionale en lokale samenwerking.

Beleidskader Nieuwe Energie

30

Ambitie Onze doelstelling is om in 2050 100% duurzame energie te gebruiken. Dit is in lijn met de landelijke doelstellingen. Netbeheerders zijn bezig met een grote opgave om het elektriciteitsnet geschikt te maken voor de toenemende vraag. Denk bijvoorbeeld aan de enorme transformatorhuisjes opgave. Via het najagen van slimme oplossingen kunnen we uitdagingen als congestie proactief benaderen.

Beleidsdoelen We agenderen de uitdagingen rondom netcongestie problematiek zowel lokaal als regionaal. We zetten in ons in om waar mogelijk de opgaven van de netbeheerder lokaal te ondersteunen.

BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN – NETCONGESTIE Wij kiezen voor het ondersteunen van de ontwikkeling van energiehubs, waarbij we lokaal maatwerk binnen onze rol en proces toe zullen passen. Dit vereist namelijk wel een hoge mate van organisatiegraad bij de initiatiefnemers, waar verschillende belangen moeten samen komen en diverse duurzame energiebronnen, zoals zonne-energie, windenergie en biogas, kunnen samenkomen en efficiënt kunnen worden benut. Waarom?  

Energiehubs zorgen voor een efficiënte afstemming tussen verschillende bronnen en gebruikers. De lokale energieproductie wordt optimaal benut. Energiehubs stabiliseren de stabiliteit en veerkracht van het energiesysteem. Zonder adequate infrastructuur voor elektriciteit en warmte kunnen nieuwbouwprojecten vertraging oplopen of zelfs onhaalbaar worden, wat de woningbouwopgave en het bieden van betaalbare en duurzame woningen ernstig belemmert.

Daarnaast speelt energie-infrastructuur een sleutelrol in de uitbreiding van bedrijven en bedrijventerreinen. Bedrijven zijn afhankelijk van een stabiele energievoorziening voor hun groei, of het nu gaat om elektriciteit voor productieprocessen, duurzame warmte voor kantoren of laadvoorzieningen voor logistiek. Richting onze uitvoering en monitoring willen we voorkomen dat versnippering van initiatieven leidt tot juist meer netcongestie. We zetten zelf binnen onze eigen initiatieven vooral in op beproefde technologieën door bewezen innovaties te integreren die bijdragen aan netstabiliteit en energieefficiëntie. Daarnaast ondersteunen we de uitrol van slimme netwerken in woonwijken en bedrijventerreinen. Deze netwerken gebruiken real-time data om vraag en aanbod te balanceren. Dit verkleint de kans op storingen en verhoogt de efficiëntie. Om deze uitdagingen te lijf te gaan, is de insteek van de gemeente in een overzicht weergegeven in Tabel 2: 

Samenwerken met netbeheerders en andere partners om te voorkomen dat versnippering van initiatieven leidt tot meer netcongestie. Zo sluiten we aan op de behoeften van onze gemeenschap.

Ondersteunen bij decentrale energieopslag om de afhankelijkheid van centrale netwerken te verlagen. Tegelijkertijd voorkomen we versnippering van initiatieven die de netbelasting vergroten. Daarmee verbetert de leveringszekerheid in gebieden met netcongestie. Hier zullen we in de volgende paragraaf verder op ingaan.

Beleidskader Nieuwe Energie

31

Ondersteunen bij het uitrollen van slimme netwerken in woonwijken en op bedrijventerreinen. Deze netwerken monitoren real-time vraag en aanbod, zodat deze beter in balans blijven. Daarmee vermindert de kans op storingen.

Inzetten op beproefde technologieën binnen onze eigen initiatieven. We integreren bewezen innovaties die bijdragen aan netstabiliteit en energie-efficiëntie.

Tabel 2: Oplossingsrichtingen netcongestie OPLOSSING

BESCHRIJVING

DOELBEREIK

BEOOGDE IMPACT

Energiehubs

Lokale knooppunten voor

Verminderen

Ontlast energienet, stimuleert

opwekking, opslag en

piekbelastingen,

bewezen innovatie zoals elektrische

distributie van energie

versterken lokale

mobiliteit, bevordert lokale

economie

economische groei.

Slimme

Decentrale systemen zoals

Balans vraag en

Verkleint afhankelijkheid van centrale

energieopslag

buurtbatterijen en

aanbod, vergroten

netwerken, maakt lokaal opgewekte

grootschalige accu’s

leveringszekerheid

energie efficiënter inzetbaar.

Duurzame

Verlagen

Ondersteunt ontlasting net oplossing

warmtevoorzieningen

energievraag,

voor verwarming van woonwijken en

gekoppeld aan lokale

efficiënte

bedrijventerreinen.

elektriciteitsopwekking

warmtelevering

Zonneparken

Groene bufferzones en

Verminderen

Verbetert landschappelijke waarde,

met integratie

waterdoorlatende

hittestress, verhogen

ondersteunt ecologie en verhoogt

infrastructuur rondom

biodiversiteit

acceptatie van duurzame

Warmtenetten

zonneparken Vraagsturing

energieprojecten.

Technologieën om

Stabiliseren

Voorkomt overbelasting van het

energievraag af te stemmen

netwerkbelasting

energienet, verbetert efficiëntie en

op beschikbaarheid

betrouwbaarheid van energievoorziening.

Samenwerking

Regionale afstemming

Schaalvoordelen,

Realiseert het opschalen van

RES

rondom

kennisdeling

successen onderling. We werken

congestieproblematiek en

verder samen met de RES zodat

nieuwe beproefde methodes

goede toetsing mogelijk wordt gemaakt voor energieopslag systemen in de nabije toekomst.

Gemeentelijk energiebedrijf Zoals eerder toegelicht kan een warmtenet lokaal de druk op het elektriciteitsnet verlichten. We onderzoeken de mogelijkheden naar de oprichting van een gemeentelijk energiebedrijf (GEB), waarbij de gemeente (gedeeltelijk) eigenaar is van lokale energieprojecten, zoals de levering, productie en/of het beheer van energie. Op korte termijn liggen in Venlo de meeste kansen voor een gemeentelijk energiebedrijf bij het thema warmte. Op dit moment biedt een gemeentelijk elektriciteitsbedrijf minder kansen. Een belangrijke voorwaarde is namelijk dat er voldoende nieuwe projecten zijn voor grootschalige energieopwekking, waarin de gemeente een eigendomspositie kan innemen. Dit is momenteel niet van toepassing in Venlo. Hoewel een gemeentelijk energiebedrijf kansen biedt voor

Beleidskader Nieuwe Energie

32

het versterken van lokale autonomie, het behalen van sociale voordelen en het stimuleren van lokale innovatie, brengt het ook financiële risico's en een hoge mate van complexiteit met zich mee. Daarom is het essentieel om beleidskeuzes zorgvuldig af te wegen en stapsgewijs te kijken naar de financiële haalbaarheid, juridische structuur en technische uitvoerbaarheid. In dit kader gaan we niet verder in op een GEB. De energietransitie vraagt om een energienetwerk dat meegaat met groei en verduurzaming. Daarom gaan we verder in op een ander belangrijk aspect van energiesystemen van de toekomst, namelijk de rol van energieopslagsystemen. Keuze: Opslag van overproductie inzetten om piekbelasting te verlagen (minimaal neutraal effect op netcongestie) Wij zorgen voor meer kennisbevordering, lokaal maatwerk en adequate toetsing lokaal op energieopslagsystemen, zodat deze zoveel mogelijk op de juiste manier ingezet worden en juist niet de netcongestie verergeren. Er zijn diverse mogelijkheden om energie op te slaan:  Slimme energieopslagsystemen (EOS) en vraagsturingstechnieken dragen bij aan een betere balans tussen vraag en aanbod. Dit vergt maatwerk, maar maakt het netwerk toekomstbestendiger en robuuster. 

Lithium-ionbatterijen zijn geschikt voor korte-termijnopslag met een hoog rendement. Vanwege de kosten ligt de focus op locaties met de grootste impact. De schaalbaarheid maakt het mogelijk om ze centraal op te stellen. Decentraal opstellen is echter ook effectief. Bijvoorbeeld naast een veld met zonnepanelen waar de stroom direct wordt opgeslagen, nog voordat een transformator wordt belast.

Hoge-temperatuurwarmtebuffers zetten overtollige elektriciteit om in warmte, die kan worden opgeslagen voor de winter. Het rendement is met 40% relatief laag, maar het vermindert piekbelasting op warmtepompen.

Opslag in waterstof levert een brandstof die op elk gewenst moment kan worden omgezet in stroom. Dit proces gaat echter gepaard met energieverlies, aangezien de efficiëntie rond de 40% ligt. Daarnaast zijn de investeringen en operationele kosten hoog.

Slimme laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen (EV’s) Laadinfrastructuur speelt een belangrijke rol in het oplossen van netcongestie, onder meer in de energiehubs. Slimme laadpalen benutten namelijk de overproductie van duurzame energie. Gebruikers kunnen laadvoorkeuren aangeven, terwijl systemen de energie beheren op basis van productievoorspellingen. Batterijopslag bij laadpalen zorgt voor het efficiënt benutten van overcapaciteit. Beleidsregels voor opslag De gemeente werkt aan een ruimtelijke verkenning om energieopslagsystemen te kunnen toetsen, zonder netcongestie te verergeren. Voor het inpassen van de meest voorkomende technieken, zoals initiatieven voor plaatsing van lithium-ion batterijen, verkennen en ontwikkelen we passende beleidsregels om verergering van netcongestie zoveel mogelijk te voorkomen. Uitbreiding van deze

Beleidskader Nieuwe Energie

33

regels naar andere opslagtechnieken volgt zodra deze actueel worden en passende veiligheidsnormen beschikbaar zijn. 

Beleidsregels voor opslag zorgen voor een duidelijke beoordeling van aanvragen op landschappelijke, milieutechnische en stedenbouwkundige aspecten. Het waarborgt de ruimtelijke inpassing van projecten. Identificeren van geschikte locaties voor nieuwe energie-infrastructuur voorkomt versnippering en inefficiënt gebruik van ruimte.

 Een gerichte ruimtelijke aanpak met aandacht voor de uitdagingen en kansen rondom energietransitie versterkt de haalbaarheid en impact van opslagoplossingen. Dit wordt verder toegelicht onder Pijler 4 ‘Ruimtelijke inpassing’.

PIJLER 3 TOEGANG, DRAAGVLAK EN PARTICIPATIE

De energietransitie slaagt alleen als deze verantwoordelijkheid samen wordt gedragen met bedrijven en inwoners. Bewustwording, participatie en tijdige inspraak versterken de acceptatie van duurzame energieprojecten. Het is onze rol als gemeente om het belang van dergelijke initiatieven uit te dragen en zorg te dragen voor een gelijke toegang tot energie voor elke inwoner in Venlo. Want energie is een basisbehoefte om te leven en te werken.

VENLO ALS BEWAKER VAN DRAAGVLAK EN BETROKKENHEID Duurzame energieprojecten vereisen breed draagvlak. De gemeente bewaakt dit door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties actief te betrekken door: 

Luisteren naar zorgen en wensen in een open dialoog.

Bieden van heldere, toegankelijke informatie over plannen en mogelijkheden.

Makkelijker maken om mee te denken én doen.

Beleidskader Nieuwe Energie

34

Ambitie Een inclusieve energietransitie waarin iedereen kan meedenken en meedoen. Inwoners en bedrijven worden vanaf het begin betrokken. Draagvlak en participatie staan centraal, zodat projecten aansluiten op lokale behoeften en de toegankelijkheid van energie voor iedereen gewaarborgd wordt. Ook blijven we ons inzetten voor het verder uitbreiden van ontzorging, zodat alle inwoners in Venlo gelijke toegang hebben tot energie.

Op die manier maken we samen Venlo minder afhankelijk van fossiele energiebronnen. Het is belangrijk dat iedereen toegang heeft tot duurzame energie. Energie is een basisbehoefte en mag geen belemmering vormen voor inwoners met een lager inkomen of minder middelen. Samen met partners zetten we ons in om barrières weg te nemen en ondersteunen we inwoners, via ontzorgingstrajecten, en bedrijven met informatie, subsidies en advies. Zo werken we aan een eerlijke betaalbare toegang tot energie binnen de energietransitie.

Beleidsdoelen We streven naar meer draagvlak en participatie door: 

Meer inwonersparticipatie in grote energieprojecten

Vergroten van bewustwording

Ondersteuning van lokale coöperatieve samenwerkingsmodellen

Waarborgen van gelijke toegang tot energie

Ontzorgen van inwoners

BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN Een gebiedsproces is niet alleen een participatiemiddel, maar verankert ook de energietransitie lokaal. Door maatwerk spelen we in op unieke uitdagingen en kansen per gebied. Dat verhoogt de effectiviteit ten opzichte van een generieke aanpak. We leren van onze eerdere aanpak, dat we optimaliseren voor de toekomst. Heldere communicatie, educatie en co-creatie vormen de basis voor onze aanpak. Inwoners en bedrijven ondersteunen we om de regie te nemen in de energietransitie. We jagen lokaal initiatief en eigenaarschap aan, zodat economische voordelen binnen de regio blijven. Keuze: Actieve participatie in gebiedsprocessen evalueren en verbeteren Wij kiezen voor gebiedsgerichte participatie bij het ontwikkelen van energieprojecten. Daarbij treden we in nauw overleg met de betrokkenen om lokale wensen, prioriteiten en kansen in kaart brengen, rekening houdend met de specifieke kenmerken van elk gebied. Waarom? 

Energietransitie wordt op maat aangepakt

Door rekening te houden met de lokale context verbetert de effectiviteit

Resultaat is breed gedragen en succesvolle projecten

Beleidskader Nieuwe Energie

35

We kiezen ervoor om gebiedsgerichte participatie te ondersteunen bij de ontwikkeling van energieprojecten. Dit betekent dat we inwoners, bedrijven en andere lokale belanghebbenden de ruimte geven om zelf initiatieven te ontwikkelen en besluiten te nemen, waarbij wij hen faciliteren met informatie, advies en middelen. De gemeente speelt een ondersteunende rol om ervoor te zorgen dat lokale ideeën en oplossingen optimaal kunnen worden uitgevoerd binnen de kaders van de energietransitie. Dit vergt transparante communicatie over het bereik, het doel en de mogelijke impact van de projecten. De methode is maatwerk, maar een effectief gebiedsproces vormt de kern. Dit proces is als volgt: 1. In kaart brengen van kansen en uitdagingen samen met betrokkenen. Lokale prioriteiten zoals landschapsbehoud, natuurbescherming en economische kansen staan centraal. 2. Ontwikkelen van scenario’s die passen bij de specifieke kenmerken van het gebied. 3. Bespreken van scenario’s in interactieve sessies, via bijvoorbeeld wijkbijeenkomsten. Hier krijgen bewoners en andere belanghebbenden ruimte om mee te denken en zorgen te delen. Het gebiedsproces vormt een belangrijk instrument om draagvlak te creëren. Door inwoners vanaf het begin te betrekken en te luisteren naar hun zorgen en ideeën ontstaat brede betrokkenheid. Educatieve programma’s op scholen versterken dit proces.

Daarmee maken we toekomstige generaties bewust van de kansen en uitdagingen binnen de energietransitie. Keuze: Ondersteuning van lokale energiecoöperaties voor meer lokaal eigenaarschap Wij kiezen voor samenwerkingen met lokale coöperaties, bedrijven en overheden om kleinschalige duurzame energieprojecten te ondersteunen en ontwikkelen, waarbij we innovatie en flexibiliteit stimuleren. Waarom?    

Versterken de betrokkenheid van de gemeenschap Dragen bij aan de veerkracht van het energiesysteem Bieden een platform voor collectieve investering Leveren lokale economische voordelen op

We ondersteunen deze initiatieven en spelen in op lokale ontwikkelingen. Keuze: Gelijke toegang tot energie Wij kiezen voor het waarborgen van gelijke toegang tot energie voor iedere inwoner in Venlo, ongeacht inkomen, achtergrond of andere kenmerken. Waarom?   

Bevorderen sociale rechtvaardigheid Verkleinen kloof tussen diverse groep in de samenleving Verminderen energiearmoede

Energietoegang en energiearmoede zijn belangrijke aandachtspunten in de energietransitie. Naarmate de vraag naar duurzame energiebronnen toeneemt en de kosten voor energieopwekking en -verbruik veranderen, bestaat het risico dat bepaalde groepen in de samenleving niet gelijke toegang hebben tot betaalbare energie. Energiearmoede kan ontstaan wanneer huishoudens moeite hebben om hun energiebehoeften te voldoen, wat vooral kwetsbare groepen treft. Het is essentieel om ervoor te zorgen dat de overgang naar duurzame energie geen sociale kloof vergroot, maar juist

Beleidskader Nieuwe Energie

36

bijdraagt aan meer gelijkheid in de toegang tot betaalbare, schone energie. In het aanstaande uitvoeringsprogramma (2025-2027) worden concrete maatregelen opgenomen om energiearmoede te (blijven) bestrijden, zoals subsidies voor lage-inkomensgroepen, het verbeteren van de energieefficiëntie van woningen en het stimuleren van collectieve oplossingen voor duurzame energie. Alleen door rekening te houden met de sociale component van de energietransitie kunnen we een inclusieve en rechtvaardige samenleving creëren, waarin niemand wordt achtergelaten. Om dit te realiseren richt de gemeente zich op: •

Laagdrempelige communicatie die het bewustzijn vergroot en aanzet tot actie.

•

Subsidies en advies voor inwoners met beperkte middelen.

•

Gemakkelijke processen, zoals de ontzorgingsregeling voor warmtepompen.

PIJLER 4 RUIMTELIJKE INPASSING EN LANDSCHAPSINTEGRATIE

Het opschalen van de energietransitie beïnvloedt de ruimtelijke ontwikkeling van Venlo. Met een zorgvuldige inpassing behouden we de balans tussen duurzaamheid, natuur en leefbaarheid. Daarbij ligt de focus op meervoudig ruimtegebruik. Energieopwekking wordt gecombineerd met andere functies, zoals groene bufferzones en wateropvang. Door projecten zorgvuldig in het landschap te plaatsen, beschermen we de natuur, verbeteren we de biodiversiteit en versterken we de leefomgeving.

VENLO ALS REGISSEUR VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT De gemeente speelt een actieve rol bij de toetsing en de ruimtelijke inpassing van nieuwe initiatieven. Om projecten op kansrijkheid te laten beoordelen, kan een initiatiefnemer in een vroeg stadium een principeverzoek indienen. Lokale inpassing aan de voorkant is belangrijk voor behoud van de ruimtelijke kwaliteit. In het buitengebied willen we de openheid en het landelijke karakter beter beschermen. Projecten dienen te worden getoetst op hun ruimtelijke impact en moeten passen binnen de Omgevingsvisie. We houden hierbij ook rekening met de bijzonderheden en gevoeligheden die spelen rondom cultureel erfgoed of kwetsbare natuurgebieden. Met deze rol verhogen we het draagvlak en voorkomen we ongewenste effecten op natuur en leefbaarheid.

Beleidskader Nieuwe Energie

37

Ambitie De energieopwekking is afgemeten tegen de kwaliteit van onze leefomgeving. Klimaatadaptieve maatregelen integreren we steeds vaker aan de voorkant in energieprojecten. Met deze maatregelen versterken we de biodiversiteit, landschapswaarde en leefbaarheid. Beleidsdoelen Duurzame energieopwekking en infrastructuur krijgen een vaste plaats in ruimtelijke ontwikkelingen. Dit vraagt om een zorgvuldige, consistente inpassing van energieprojecten binnen de gebouwde omgeving en het landelijke gebied. We richten projecten in op een manier dat ecologische waarde behouden blijft en waar mogelijk wordt versterkt.

Omgevingsvisie De energietransitie vraagt om een doordachte ruimtelijke aanpak. Nieuwe en uitbreidende energiesystemen vragen om ruimte. De aanleg moet in balans zijn met de bestaande gebouwde omgeving en het buitengebied. Daarom is de energietransitie opgenomen in de Omgevingsvisie van Venlo. Daarin leggen we de lange termijnambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast en schetsen we hoe Venlo er in 2040 uitziet. Onder de ambitie ‘Venlo wordt klimaatbestendig’ wordt de energietransitie opgenomen. Het beleid richt zich op: •

Meer opweklocaties voor duurzame energie die passen binnen het stedelijke en landelijke karakter.

•

Een sterke energie-infrastructuur die piekbelasting opvangt en verdere groei ondersteunt.

•

Een gebalanceerd energiesysteem waarin verschillende bronnen elkaar aanvullen en vraag en aanbod beter op elkaar aansluiten.

De Omgevingsvisie verankert deze doelen in concrete ruimtelijke uitwerkingen per gebied. Trade Port West & Noord zijn gemarkeerd als geclusterde duurzame opwek. Dit betekent onder meer: •

Ruimte voor netverzwaring binnen stedelijke woongebieden en vitale dorpen.

•

Clustering van duurzame energieopwekking op Trade Port West en Noord.

•

Integratie van energievoorzieningen in werklocaties, waaronder de Delta Rhine Corridor.

Het doel is om in 2026 de ruimtelijke impact van de energietransitie volledig in beeld te brengen via de genoemde verkenning, zoals zal worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Zo kunnen we energieprojecten beter afstemmen op de ruimtelijke en maatschappelijke behoeften van Venlo

BELEIDSMATIGE UITGANGSPUNTEN Keuze: Ruimte voor duurzame opwek en biodiversiteit: lokaal afwegen van Zon op Land Onze voorkeur krijgen ontwerpen die de biodiversiteit bevorderen, door bijvoorbeeld een grotere afstand tussen panelen. Dit vraagt om meer ruimte, maar biedt voordelen voor flora en fauna. Waarom? 

Optimalisatie van energieopwekking

Natuurinclusief ontwerp

Beleidskader Nieuwe Energie

38

Door zonnepanelen slim te plaatsen, kunnen we schade aan de natuur voorkomen én juist biodiversiteit versterken. We geven prioriteit aan ecologische meerwaarde. Dit vraagt om goede samenwerking tussen alle betrokkenen. De energieproductie per vierkante meter ligt bij zonneenergie namelijk lager dan bij windenergie. De afgelopen jaren groeit de aandacht voor de effecten van zonne-energie-installaties op natuur en landschap. Als reactie daarop bedenkt de markt steeds vaker manieren om het plaatsen van zonnepanelen en natuurbehoud meer met elkaar te laten samengaan. Een belangrijk element daarin is om de panelen verder uit elkaar te leggen, waardoor de natuur meer kans krijgt.

Voorbeeld Een vermogen van 20 MW vereist: Bij een standaardontwerp: 14 hectare  Bij een biodivers ontwerp: 20 hectare. Indien nodig wordt een landschapsarchitect of ecoloog betrokken om de integratie in natuur en landschap te waarborgen via een lokaal ontwerp.

Keuze: Verankeren van duurzame energieopwekking in ruimtelijke ontwikkelingen Wij kiezen voor verbinding tussen energietransitie en ruimtelijke ontwikkelingen. We focussen op meervoudig ruimtegebruik: het opwekken van duurzame energie combineren met andere maatregelen, zoals groene bufferzones en wateropvang. Waarom? 

Zorgvuldige ruimtelijke inpassing van energieprojecten zorgt dat de balans tussen duurzaamheid, natuur en leefbaarheid behouden wordt.

Een juiste plaatsing van energieprojecten in het landschap zorgt dat de biodiversiteit wordt beschermd en de leefomgeving verbetert.

Vanaf het begin moeten duurzame energieopwekking en infrastructuur onderdeel zijn van gebiedsontwikkelingen. Factoren zoals milieuthema’s, ruimtelijke impact en maatschappelijke draagkracht bepalen de haalbaarheid en wenselijkheid Energieopslagsystemen (EOS) Deze koppelen we zoveel mogelijk aan de locaties waar de energie ook daadwerkelijk opgewekt en gebruikt wordt. Dit wordt meegenomen in de eerder genoemde activiteiten, zoals bijvoorbeeld de verkenning en ontwikkeling van beleidsregels om batterijaanvragen te kunnen toetsen. Terughoudendheid bij zonnepanelen op open water Zonnepanelen op wateroppervlakken kunnen het natuurlijke karakter van onze plassen aantasten. We zijn daarom terughoudend in het toestaan van dergelijke projecten, tenzij sprake is van waterbassins bij de tuinbouw, waar de ruimtelijke impact beperkt is. Experimenten met zonne-energie op

Beleidskader Nieuwe Energie

39

waterbassins tonen potentie, zoals betere koeling en minder algengroei. We blijven ontwikkelingen volgen om de mogelijkheden te verkennen. Multifunctioneel ruimtegebruik We geven prioriteit aan projecten die meerdere doelen dienen. Dit verlaagt de ruimtedruk en vergroot de haalbaarheid van duurzame initiatieven. Voorbeelden: •

Energie en landbouw: Zonnepanelen op agrarische gebouwen en kassen zonder verlies van teeltcapaciteit.

•

Energie en waterbeheer: Zonneparken met waterdoorlatende infrastructuur die regenwater opvangt en zo de biodiversiteit ondersteunt.

Deze benadering maakt energieprojecten aantrekkelijker voor de omgeving.

Beleidskader Nieuwe Energie

40

Beleidskader Nieuwe Energie

41

HOOFDSTUK 5 UITVOERING EN MONITORING Met dit plan houden we de voortgang nauwlettend in de gaten en verbeteren we waar nodig. Zo weet je zeker dat we de energietransitie effectief en transparant aanpakken. Door slim te monitoren voorkomen we verspilling en zorgen we dat iedere investering de beoogde voordelen oplevert. In dit hoofdstuk schetsen we de concrete stappen en acties die nodig zijn om te werken aan onze doelen. Hiermee leggen we een stevige basis voor de energietransitie en werken we toe naar een toekomstbestendige gemeente die efficiënt en milieubewust omgaat met energie en tegelijkertijd economische kansen biedt voor onze inwoners en bedrijven. Termijn en evaluatie Het beleidskader kent een looptijd van zes jaar (2025-2031). In de aankomende zes jaar ondernemen we acties om uitvoering te geven aan onze beleidsambities. De focus voor de eerste uitvoeringsperiode is gericht op structurele verankering van deze werkwijze. Om het beleid actueel en effectief te houden, voeren we na drie jaar een tussenevaluatie uit. Deze evaluatie is gebaseerd op meetbare resultaten, de effectiviteit van het beleid in de praktijk gerelateerd aan de op te stellen beleidsindicatoren. Op basis van deze inzichten passen we het kader zo nodig aan om in te spelen op nieuwe technische ontwikkelingen en veranderende maatschappelijke behoeften.

Een impactgerichte uitvoering In het verlengde van het beleidskader Nieuwe Energie zal het nog vast te stellen Uitvoeringsprogramma Circulaire en Duurzame Hoofdstad (2025-2027) een cruciale rol spelen. Dit uitvoeringsprogramma zal concrete acties bevatten die de ambities uit dit beleidskader vertalen naar uitvoerbare plannen. Het uitvoeringsprogramma richt zich op het identificeren van activiteiten, die bijdragen aan onze beleidsmatige keuzes voor 2025 en 2026. Dit biedt tegelijkertijd ruimte voor flexibiliteit en maatwerk. Daarom werken we met een uitvoeringsprogramma dat naast een duidelijke routekaart voor de komende jaren, ook ruimte biedt voor aanvullende initiatieven. Dit wordt mogelijk door een kader van criteria en geïdentificeerde koppelkansen, waarmee we kunnen inspelen op de uiteenlopende behoeften van verschillende gebieden en projecten. Zo kunnen we doelstellingen realiseren en tegelijkertijd rekening houden met lokale omstandigheden en specifieke eisen per situatie. We geven hierin ook aan hoe aanvullende initiatieven kunnen worden ingeschaald, binnen welke inhoudelijke afbakening en onder welke voorwaarden. Zo houden we koers en ruimte, en maken we samen de stap van visie naar uitvoering.

Ruimte voor initiatieven binnen een stapsgewijze, lerende uitvoering We willen in de uitvoering van onze ambities dus niet alleen sturen op vooraf vastgelegde activiteiten, maar ook ruimte houden voor nieuwe initiatieven. De transities op het gebied van energie, natuur en ruimtegebruik zijn complex en veranderlijk, wat vraagt om een aanpak die meebeweegt met kansen en ervaringen uit de praktijk.

Beleidskader Nieuwe Energie

42

Inschalen betekent dat we een initiatief of project dat (nog) niet in de oorspronkelijke planning stond, alsnog opnemen in de uitvoering, mits het past binnen de doelen, inhoudelijke kaders en praktische randvoorwaarden. Dit stelt ons in staat om kansen te benutten die zich gaandeweg voordoen, bijvoorbeeld vanuit nieuwe partnerschappen, extra financieringsbronnen of innovatieve oplossingen. Om dit verantwoord en transparant te doen, hanteren we een op te stellen afwegingskader om consistent te prioriteren. Dit helpt ons te bepalen of een initiatief aansluit bij onze ambities, uitvoerbaar is, voldoende draagvlak heeft en kans maakt op succes. We maken hierbij ook gebruik van de zogenaamde TRL-schaal (Technology Readiness Levels), dat aangeeft in welke fase een techniek of aanpak zich bevindt, van idee (TRL 1) tot volledig bewezen en toepasbaar (TRL 9). Door deze schaal toe te passen, zorgen we ervoor dat we niet blijven hangen in losse pilots, maar gericht werken aan opschaling en structurele inbedding van wat werkt. Deze werkwijze sluit aan bij de lessen uit het 213a-onderzoek, dat aangaf dat eerdere pilots vaak onvoldoende geborgd, opgeschaald of gemonitord werden. Met ons afwegingskader sturen we vanaf het begin op samenhang, meetbaarheid en effect. Zo bouwen we stap voor stap aan een uitvoeringspraktijk die flexibel waar nodig is, maar ook gericht en duurzaam waar het kan.

Monitoring Monitoring van beleidsdoelen is een belangrijk onderdeel van de beleidscyclus. Door te monitoren wordt de uitvoering van het beleid gevolgd, geëvalueerd en waar mogelijk bijgestuurd om de doelstellingen te halen. Met het beleidskader Nieuwe Energie 2.0 en het aanstaande Uitvoeringsprogramma Circulaire en Duurzame Hoofdstad (2025-2027) zullen we een stevige basis leggen voor de uitvoering van onze energieambities. We zullen werken met duidelijke beleidsindicatoren, gekoppeld aan meetbare resultaten en specifieke meetgebieden. Deze worden opgesteld op basis van inzichten uit het 213a-onderzoek en zullen ons helpen gericht te sturen, bij te stellen waar nodig en transparant te verantwoorden6. Indicatoren worden zorgvuldig opgesteld en vormen de basis voor monitoring en evaluatie. Deze evaluatie vindt plaats op de eerder in dit hoofdstuk benoemde evaluatiemomenten, waarbij we reflecteren op voortgang, effectiviteit en mogelijke bijsturing. Waar relevant, nemen we inzichten ook tussentijds mee in de reguliere planningen control cyclus. Zo kunnen we de raadsprogramma’s en bijbehorende Meetbaar Venlo-indicatoren tijdig en onderbouwd bijstellen. We zorgen voor een herkenbare en betrouwbare structuur in de uitvoering. Dit doen we door te werken met vaste rapportagemomenten, een eenduidige werkwijze en continue terugkoppeling naar beleid, uitvoering en bestuur.

Door vroegtijdig te signaleren wat werkt en waar aanpassing nodig is, blijven we wendbaar en effectief. We hanteren generieke elementen die altijd gelden: we zorgen voor heldere rolverdelingen, realistische mijlpalen, monitoring op basis van vastgestelde termijnen voor de opgaven waar we gezamenlijk voor staan. 6

De eerste stap is het definiëren van indicatoren – gekoppeld aan de beleidsdoelen – waarmee we de

meetbaarheid vergroten. We onderzoeken welke (missende) gegevens er nodig zijn om de indicatoren op een effectieve manier te verzamelen en monitoren.

Beleidskader Nieuwe Energie

43

Overige actie vanuit Omgevingsvisie In hoofdstuk 4 is de zorgvuldige ruimtelijke inpassing van duurzame energieopwekking aan bod gekomen. We willen ervoor blijven zorgen dat nieuwe energieopwekkingsprojecten goed passen in de bestaande ruimtelijke context, waarbij we de kwaliteit van de omgeving in acht nemen. Bij het combineren van duurzame energieopwekking met andere functies, zoals natuurbehoud en woningbouw, worden alle betrokken belangen zorgvuldig gewogen. In 2026 zal de ruimtelijke impact van de energietransitie in totaliteit verder worden verkend. Dit komt naar voren in de nog vast te stellen Omgevingsvisie, met specifieke aandacht voor hoe duurzame energieopwekking kan bijdragen aan een klimaatbestendige en leefbare stad. Momenteel is het onder de Omgevingswet en het Besluit Bouwwerken Leefomgeving niet mogelijk om via maatwerkregels een verplichting voor zonnepanelen op nieuwe gebouwen op te laten nemen.

Beleidskader Nieuwe Energie

44

APPENDIX 1 AFKORTINGEN EN BEGRIPPENLIJST DEFINITIES VAN BEGRIPPEN Aanjaagrol gemeente De gemeente stimuleert en ondersteunt initiatieven om doelen te bereiken, zoals de energietransitie. Dit kan door samenwerkingen te faciliteren en subsidies te geven. Bewaker van draagvlak rol gemeente De gemeente zorgt ervoor dat er genoeg steun en betrokkenheid is voor projecten. Dit doen ze door de gemeenschap te betrekken bij beslissingen en goed te communiceren. Bewezen innovaties Innovaties die hun effectiviteit en betrouwbaarheid hebben aangetoond door middel van praktijkgericht onderzoek en resultaten. Deze innovaties bevinden zich niet meer in de experimentele fase, maar zijn succesvol toegepast in reële situaties en hebben bewezen waarde te bieden in het bereiken van specifieke doelen. Kenmerken zijn: 

Gebaseerd op gedegen onderzoek en praktijkervaring. Geen experimentele oplossingen.

Succesvol geïmplementeerd in meerdere projecten of toepassingen.

Erkend door middel van de nodige certificeringen (voldoet aan wettelijke eisen).

Erkent door experts en vakgenoten als effectief en betrouwbaar.

Beproefde technieken Methodes, processen of werkwijzen die hun effectiviteit, betrouwbaarheid en waarde hebben bewezen door ervaring, empirische resultaten of wetenschappelijk onderzoek. Deze technieken zijn algemeen erkend als effectief in het bereiken van specifieke doelen of het oplossen van bepaalde problemen. Kenmerken zijn: 

Gebaseerd op langdurige ervaring en empirische gegevens.

Breed geaccepteerd en toegepast binnen diverse markten.

Ondersteund door wetenschappelijk onderzoek en praktijkvoorbeelden.

Energie hub Een energie hub is een plek waar verschillende partijen samenwerken om energie te produceren, op te slaan en te gebruiken. Dit helpt om het elektriciteitsnet beter te benutten en overbelasting te voorkomen. Het is een lokaal knooppunt waar vraag en aanbod van energie (elektriciteit, warmte, waterstof of gas) slim op elkaar worden afgestemd. Binnen een energie hub kunnen meerdere bedrijven of gebouwen gezamenlijk: 

duurzame energie opwekken (bijv. via zon of wind),

energie opslaan (bijv. batterijen of waterstof),

en energie uitwisselen.

Beleidskader Nieuwe Energie

45

In Nederland zijn energiehubs toegestaan, mits zij voldoen aan de relevante regels uit de Elektriciteitswet, Gaswet en de toekomstige Energiewet. Voor bedrijventerreinen gelden de volgende randvoorwaarden. Uitwisseling van energie binnen een privaat net is mogelijk via een gesloten distributiesysteem (GDS), mits aan voorwaarden van de ACM wordt voldaan. Gezamenlijke productie en opslag van duurzame energie (zoals zonne-energie) is toegestaan, maar levering aan derden buiten het GDS vereist een vergunning of samenwerking met een erkende leverancier/netbeheerder. Binnen dit beleidskader stimuleren we energiehubs als middel tegen netcongestie en als kans voor lokale samenwerking, vooral op bedrijventerreinen met hoge energievraag of potentieel voor decentrale opwek. Energieopslagsystemen (EOS) Energieopslagsystemen slaan energie op om later te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld energie zijn van zonnepanelen of windmolens. De opgeslagen energie kan worden gebruikt wanneer er meer vraag naar energie is dan aanbod. Hernieuwbare energie Hernieuwbare energie is energie afkomstig van natuurlijke, onuitputtelijke bronnen zoals zon, wind, waterkracht, aardwarmte (geothermie) en biomassa. Deze bronnen veroorzaken geen of veel minder CO₂-uitstoot dan fossiele brandstoffen. Binnen deze brede categorie maken we onderscheid tussen: 

Hernieuwbare elektriciteit: zoals zonne- en windenergie.

Hernieuwbare warmte: zoals aardwarmte (geothermie), restwarmte of warmte uit biomassa.

In dit beleidskader wordt de term “hernieuwbare energie” meestal gebruikt als overkoepelend begrip, maar afhankelijk van de context kan het gaan om warmte, elektriciteit of een combinatie daarvan. Een goede balans tussen beide is essentieel voor een stabiel en toekomstbestendig energiesysteem. Inbedding van richtlijnen en/of beleid Dit betekent dat richtlijnen en beleid op een goede manier worden opgenomen in de dagelijkse praktijk. Dit houdt in dat de regels en afspraken niet alleen op papier staan, maar ook echt worden toegepast en nageleefd. Het gaat erom dat iedereen binnen een organisatie of gemeenschap weet wat de richtlijnen zijn en zich eraan houdt. Dit zorgt voor duidelijkheid en consistentie. Meervoudig ruimtegebruik Meervoudig ruimtegebruik betekent dat een stuk grond voor meerdere doeleinden tegelijk wordt gebruikt. Bijvoorbeeld, een park kan niet alleen dienen voor recreatie, maar ook voor waterberging en energieopwekking met zonnepanelen. Dit helpt om de beschikbare ruimte efficiënter te benutten en verschillende functies te combineren. Netcongestie Netcongestie treedt op wanneer het elektriciteitsnet op bepaalde momenten onvoldoende capaciteit heeft om alle gevraagde of opgewekte elektriciteit te transporteren. Dit ontstaat doordat de vraag naar transport van elektriciteit groter is dan de capaciteit van het net om deze stroom te vervoeren.

Het probleem zit dus niet direct in de hoeveelheid opwek of verbruik, maar in de beperkte capaciteit van

Beleidskader Nieuwe Energie

46

het net om elektriciteit op het juiste moment van A naar B te brengen. Netcongestie kan zich op twee manieren uiten: 

Afnamecongestie

Nieuwe of bestaande gebruikers kunnen niet meer (extra) elektriciteit afnemen vanwege beperkte transportcapaciteit. 

Invoedingscongestie

Opwekkers van elektriciteit, zoals zonne- of windparken, kunnen hun opgewekte stroom niet terugleveren aan het net. Deze situatie kan leiden tot vertragingen of beperkingen bij het aansluiten van nieuwe projecten, het uitbreiden van bestaande aansluitingen of het terugleveren van opgewekte elektriciteit. Netcongestie vormt daarmee een knelpunt voor zowel huishoudens, bedrijven als ontwikkelaars van duurzame energieprojecten. Opgesteld vermogen (voorbeeld: windenergie) Het opgesteld vermogen is het totaal van de maximale elektrische capaciteit (in megawatt) van alle windturbines samen binnen een gebied. Dit geeft aan hoeveel stroom er in theorie maximaal opgewekt kan worden wanneer alle turbines tegelijk op vol vermogen draaien. Hoewel het aantal windturbines in een gebied gelijk kan blijven, kan het gerapporteerde opgesteld vermogen per jaar verschillen. Dit kan te maken hebben met de administratieve verwerking van projectfasen, testperiodes, de formele ingebruikname of de manier waarop netbeheerders en subsidieverstrekkers de prestaties registeren. Het hangt dus af van de definitieve registratie van wat een installatie daadwerkelijk structureel kan leveren onder normale bedrijfsvoering. Radarinterferentie windmolens Windmolens kunnen radars verstoren. Dit komt doordat de draaiende bladen radarstralen weerkaatsen.

Dit kan problemen geven voor bijvoorbeeld luchtverkeersleiding en weersvoorspellingen. Robuuste infrastructuur Een robuuste infrastructuur is een sterk en veerkrachtig systeem. Het kan goed omgaan met verstoringen en snel herstellen van problemen. Slagschaduw Dit ontstaat wanneer de zon schijnt op de draaiende wieken van een windmolen. De bewegende schaduw die hierdoor ontstaat, kan over ramen van huizen of andere gebouwen vallen. Dit kan als hinderlijk worden ervaren door de afwisseling van licht en donker. De mate van hinder hangt af van de positie van de woning ten opzichte van de windmolen en de stand van de zon.

Waterstof (groene waterstof) Waterstof is een veelzijdige energiedrager die een rol speelt in verschillende delen van het energiesysteem. Groene waterstof speelt een belangrijke rol in de energietransitie, vooral voor toepassingen in de industrie en zwaar transport, waar elektrificatie minder haalbaar is. Daarnaast kan waterstof zowel elektriciteit opwekken via brandstofcellen als warmte genereren bij verbranding. Het

Beleidskader Nieuwe Energie

47

kan ook worden ingezet voor energieopslag en het balanceren van vraag en aanbod van hernieuwbare energie. Het omzetten van elektriciteit naar waterstof en vice versa kan op deze manier een rol spelen in seizoensopslag en energiehubs. Het is dus géén energiebron op zichzelf, maar kan na het omzetten van andere energie (zoals elektriciteit) via elektrolyse: 

worden opgeslagen en later weer worden omgezet naar elektriciteit,

worden gebruikt als brandstof (bijvoorbeeld in mobiliteit),

of dienen als grondstof in industriële processen.

Binnen het beleidskader Nieuwe Energie zien we waterstof vooral als een aanvullende energiedrager die kan bijdragen aan: 

het ontlasten van het elektriciteitsnet,

verduurzaming van sectoren die moeilijk te elektrificeren zijn (zoals glastuinbouw of industrie),

en het balanceren van vraag en aanbod in een toekomstig energiesysteem.

Zonnepark Een ruimtelijk samenhangende grondgebonden of drijvende installatie voor het opwekken van zonneenergie, waarbij de totale oppervlakte van de installatie groter is dan 200 m².

Beleidskader Nieuwe Energie

48

APPENDIX 2 ACHTERGROND EN EVALUATIE VORIG BELEID Aanleiding en prioriteiten voor ons nieuwe beleid In 2022 hebben we het beleidskader ‘Nieuwe Energie 1.0’ vastgesteld. Dit kader schetste de gewenste ontwikkelingen voor het opwekken van duurzame energie en vormde de basis voor ons energiebeleid. We hebben hierbij maatwerk toegepast, waarbij rekening werd gehouden met ruimtelijke kwaliteit en draagvlak onder onze inwoners. We kijken terug met de belangrijkste aspecten van dit kader in gedachten: bijdrage aan RES-doelen, draagvlak en participatie, toepassing van nieuwe technieken, en aansluiting op de Omgevingswet. In de afgelopen twee jaar hebben we grootschalige opwekking (spoor 1) verkend en kleinschalige initiatieven (spoor 2) actief gestimuleerd. Middelgrote initiatieven hebben we in deze periode bewust niet toegestaan, omdat ze qua schaal minder goed aansloten op onze ambities en beperkingen. Het kader benadrukte verder meervoudig ruimtegebruik, sterke lokale participatie, en innovatieve samenwerkingsmodellen. In dit hoofdstuk evalueren we hoe deze aanpak zich in de praktijk heeft vertaald en welke lessen we kunnen meenemen in het nieuwe kader. We zien het nieuwe kader als een kans om lessen uit het verleden te benutten en de weg vrij te maken voor een energietransitie die duurzaam, uitvoerbaar en breed gedragen is.

Hoofdstuk 1: Inleiding De inleiding van het kader zette krachtig in op de urgentie van klimaatverandering en de noodzaak om een actieve bijdrage te leveren aan de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0. Venlo’s inzet op duurzame opwekking, met respect voor de beperkte ruimte en het landschap, werd daarbij centraal gesteld. Doelstellingen en opgave werden ambitieus geformuleerd: het realiseren van 1200 GWh duurzame energieopwekking in 2030 en het streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. Het kader koos hiermee voor kwaliteit boven kwantiteit, wat een bewuste koers was in lijn met de schaal en draagkracht van de regio. Een van de opvallende successen van dit hoofdstuk was het participatietraject, waarin 73 belanghebbenden betrokken werden. Dit heeft geleid tot waardevolle inzichten over natuurbehoud, circulariteit, innovatieve technieken en lokale betrokkenheid. Deze open houding voor samenwerking heeft bijgedragen aan een inclusieve start van de transitie. Een belangrijk lokaal accent in dit kader was de nadruk op slimme oplossingen vanwege de beperkte ruimte. Unieke projecten, zoals het grootste zonnedak van Europa, gaven invulling aan de ambitie om duurzaamheid te verweven met de lokale context.

Hoewel er slimme toepassingen zijn gerealiseerd, hebben andere doelstellingen, zoals het behalen van brede schaalvergroting, vertraging opgelopen door technische en ruimtelijke beperkingen. Hoofdstuk 2: Beleidsachtergrond Het beleidskader was stevig ingebed in nationale en provinciale richtlijnen, waaronder de doelen uit het Klimaatakkoord en de Zonneladder. Dit zorgde voor consistentie met landelijke en regionale

Beleidskader Nieuwe Energie

49

kaders. De samenwerking binnen de RES Noord- en Midden-Limburg heeft daarbij een belangrijke rol gespeeld in het vertalen van abstracte doelen naar concrete Uitvoeringsplannen. Onze specifieke ruimtelijke uitgangspunten, zoals de focus op meervoudig ruimtegebruik en natuurbehoud, zijn sterk naar voren gekomen in dit hoofdstuk. Deze insteek maakte het beleid onderscheidend en relevant voor de regio. De uitdaging blijft om de ambities van landelijke richtlijnen te combineren met de lokale realiteit. De druk vanuit de RES en de beperkte capaciteit van het elektriciteitsnet hebben in de uitvoeringsfase voor knelpunten gezorgd. Hoofdstuk 3: Sturingsfilosofie De sturingsfilosofie van het beleidskader balanceerde tussen een stimulerende en toetsende rol. De gemeente ondersteunde initiatieven door randvoorwaarden te stellen voor ruimtelijke kwaliteit, participatie en lokaal eigendom. Deze aanpak gaf ruimte aan pioniers in de regio, terwijl het ook zorgde voor kaders die projecten moesten waarborgen tegen versnippering en willekeur. Maatwerk stond centraal: elk initiatief werd individueel beoordeeld op haalbaarheid en participatie. Dit bood flexibiliteit en hield rekening met de unieke eigenschappen van Venlo. Tegelijkertijd heeft deze benadering geleid tot vertraging in de goedkeuring van grotere projecten, omdat het gebrek aan gestandaardiseerde processen tijdrovend bleek.

In het nieuwe kader moet een balans worden gevonden tussen maatwerk en efficiëntie, zodat toekomstige initiatieven sneller kunnen worden opgeschaald. Hoofdstuk 4: Beleidsmatige uitgangspunten De uitgangspunten in dit hoofdstuk waren helder geformuleerd, met een sterke nadruk op het vermijden van versnippering, minimaal 50% lokaal eigendom, aandacht voor biodiversiteit en het circulair gebruik van grondstoffen. Daarnaast is ervoor gekozen om de locaties met potentie voor grondgebonden energie opwek op voorhand op basis van landschappelijke kenmerken in te kaderen tot een tweetal gebieden. Andere locaties voor groot- en middelgrote opwek werden daarmee uitgesloten. Deze uitgangspunten hebben ervoor gezorgd dat Venlo een robuust en duurzaam fundament heeft gelegd voor de energietransitie. Hoewel de locaties strategisch zijn gekozen, heeft de beperkte netcapaciteit en de maatschappelijke terughoudendheid rondom windenergie de realisatie bemoeilijkt. We hebben alsnog een windpark gerealiseerd in Greenport waar 9 windmolens zijn geïnstalleerd met een vermogen van 38MW. Samen met de RES willen we meer inspelen op technische haalbaarheid en draagvlak. Voor kleinschalige initiatieven, zoals zonnepanelen op daken en gevels, is aanzienlijke vooruitgang geboekt. De keuze om coöperatieve projecten te ondersteunen heeft geleid tot een toename in lokale betrokkenheid en participatie.

Toch is het potentieel van kleine windenergieprojecten nauwelijks benut, mede door strikte regelgeving en een gebrek aan draagvlak. Hoofdstuk 5: Stimuleringskader Het vorige beleidskader richtte zich vooral op het stimuleren van grootschalige opwekking via zonneenergie (voornamelijk op daken en kleine zonnevelden) en windenergie. Innovaties werden vooral gestimuleerd binnen deze twee domeinen. Uitgangspunten waren voornamelijk:

Beleidskader Nieuwe Energie

50

Focussen op zon en wind: Het kader richtte zich vooral op het stimuleren van grootschalige opwekking via zon en wind, zonder nadruk op diversificatie.

Financiële stimulering: Het kader ondersteunde subsidieprogramma’s voor lokale energiecoöperaties, met nadruk op lokaal eigendom.

Participatiebevordering: Gemeenschappen zouden worden aangemoedigd deel te nemen aan projecten, voornamelijk via coöperatieve modellen.

Hiervoor werden de volgende mogelijkheden benoemd: 

Instrumenten: kansenkaarten, voorlichting en inspiratie, en het stimuleren van nieuwe technieken en meervoudig ruimtegebruik.

Burgerforum: een participatief model voor beleidskeuzes, draagvlak en verdeling van gebiedsfondsen.

Koppelingen met andere transities: energieopwekking wordt afgestemd met mobiliteit, waterbeheer, klimaatadaptatie en circulaire economie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/863/documents/22870