CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

092d BsGW Jaarstukken 2025 incl. controleverklaring.pdf

Raadsvergadering 8 juli 2026, gemeente VenloBij agendapunt: 2.3: Vaststelling lijst ingekomen stukken nr. 515.367 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Actieve openbaarmaking

Informatiecategorieën 1e tranche

Status

Wetten en algemeen verbindende voorschriften (art. 3.3 lid 1 onderdeel a Woo)

Voldoet.

Overige besluiten van algemene strekking (art. 3.3 lid 1 onderdeel b Woo)

Voldoet.

Organisatie en werkwijze (art. 3.3 lid 1 onderdeel d Woo)

Voldoet.

Bereikbaarheidsgegevens (art. 3.3 lid 1 onderdeel e Woo)

Voldoet.

Vergaderstukken Staten-Generaal (art. 3.3 lid 2 onderdeel b Woo)

Niet van toepassing.

Informatiehuishouding op orde In het kader van horizontaal toezicht is in 2025 een inspectie uitgevoerd naar de ontwikkeling van het archief- en informatiebeheer van BsGW. Het verslag dat hieruit is gekomen schetst een beeld van de stand van zaken van het archief- en informatiebeheer binnen BsGW en de mate waarin wordt voldaan aan de vereisten van de archiefwet- en regelgeving. De archiefinspecteur ziet door het opstellen van diverse beleidsdocumenten, handboeken, procesbeschrijvingen een grote sprong voorwaarts op het gebied van archief- en informatiebeheer. Ook de Provincie Limburg vindt dat BsGW haar taken voor informatie- en archiefbeheer in voldoende mate behartigt en ziet een zichtbare voortgang in de verbeterpunten ten opzichte van de vorige toezichtronde.

Pagina 24 van 42

Jaarrekening 2025

Pagina 25 van 42

3. Balans 3.1. Balans per 31 december 2025

Pagina 26 van 42

Pagina 27 van 42

3.2. Toelichting op de balans per 31 december 2025 3.2.1. Toelichting algemeen Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De gehanteerde grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn overeenkomstig het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De waardering van de activa en passiva en bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. BsGW beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een duurzame waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Van een duurzame waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde.

Een verlies als gevolg van een duurzame waardevermindering wordt direct als een last verwerkt in het overzicht van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het actief. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waar ze betrekking op hebben. Als gevolg van het verbod op het opnemen van voorzieningen en andere verplichtingen uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden dergelijke personele lasten toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume wordt geen voorziening of andere verplichting verantwoord. De referentieperiode voor het bepalen van een vergelijkbaar volume is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten een periode van vier jaar. Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt het Dagelijks Bestuur zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zijnde de inkoopprijs en bijbehorende kosten, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. In navolging van de nota financieel beleid wordt voor investeringen een ondergrens van € 20.000,gesteld aan het activeren van uitgaven. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur (netto-methode). Voor activa die gedurende het jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. De immateriële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur van 5 jaar. In de waardering wordt rekening gehouden met duurzame waardeverminderingen indien deze zich voordoen.

Pagina 28 van 42

Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zijnde de inkoopprijs en bijbehorende kosten. In navolging van de nota financieel beleid wordt voor investeringen een ondergrens van € 20.000,- gesteld aan het activeren van uitgaven. De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van de verwachte economische levensduur (nettomethode). Voor activa die gedurende het jaar in gebruik worden genomen, start de afschrijvingsperiode 1 januari van het jaar erop. De materiële vaste activa worden lineair afgeschreven op basis van de geschatte economische levensduur. Inventaris wordt afgeschreven in 10 jaar en hardware (ICT) in 5 jaar. In de waardering wordt rekening gehouden met duurzame waardeverminderingen indien deze zich voordoen. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen wegens verwachte oninbaarheid. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De per balansdatum aanwezige liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de gemeenschappelijke regeling. Overlopende activa Overlopende activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het resultaat na bestemming volgend uit de programmarekening. Algemene reserve Algemene reserves zijn reserves waar het bestuur geen specifieke bestemming aan heeft gegeven. De algemene reserve betreft de algemene buffer die de gemeenschappelijke regeling heeft om incidentele nadelen en risico's te kunnen opvangen. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ten behoeve van concrete of specifieke risico’s en verplichtingen die op de balansdatum bestaan en waarvan de omvang onzeker is doch redelijkerwijs in te schatten. Daarnaast worden voorzieningen gevormd voor kosten welke in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Voorzieningen worden tegen nominale waarde gewaardeerd. Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva Overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

Wijze van resultaatbepaling

Pagina 29 van 42

De jaarrekening is opgesteld volgens het principe van het ‘Stelsel van baten en lasten’. In het stelsel van baten en lasten worden uitgaven en inkomsten toegerekend aan de jaren waarop ze betrekking hebben. Onder baten worden verstaan de opbrengsten uit dienstverlening als gemeenschappelijke regeling aan de deelnemers plus de overige baten die rechtstreeks aan het jaar zijn toe te rekenen en die in het jaar als gerealiseerd kunnen worden beschouwd. Vanwege het onzekere karakter van de opbrengsten worden deze verantwoord op het moment dat de inbaarheid verwacht wordt. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor reeds vermelde grondslagen voor waardering en toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden verantwoord in het jaar waarin de goederen zijn geleverd c.q. de diensten zijn verricht. Verliezen worden in aanmerking genomen in het jaar waarin deze voorzienbaar zijn. Resultaatbestemming Conform het BBV worden de mutaties in de reserves, zowel bij de begroting als de jaarrekening, separaat verantwoord. Het jaarrekeningresultaat is hierdoor zowel vóór als na bestemming inzichtelijk.

Pagina 30 van 42

3.2.2. Toelichting per balanspost 1) Immateriële vaste activa (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Boekwaarde begin Investeringen Ingebruikname Subsidies Afschrijvingen

-

-

Boekwaarde eind

-

-

2025

2024

Boekwaarde begin Investeringen Desinvesteringen/buitengebruikstelling Subsidies Duurzame waardeverminderingen Afschrijvingen

39 123 -13

77 -37

Boekwaarde eind

149

39

Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen

-55

-301

2) Materiële vaste activa (Bedragen x € 1.000,-) Investeringen met een economisch nut Overige materiële activa:

3) Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar Een voorziening voor incourantheid wordt niet noodzakelijk geacht. De wet schatkistbankieren verplicht alle decentrale overheden om overtollige middelen boven het geldende drempelbedrag in de schatkist aan te houden via een rekening-courantovereenkomst die iedere decentrale overheid heeft met de Staat der Nederlanden. Voor BsGW geldt het drempelbedrag van € 1 miljoen. De overtollige liquide middelen worden dagelijks automatisch afgeroomd naar de schatkist. Per einde kwartaal zijn in 2025 de volgende saldi afgeroomd: (bedragen x € 1.000,-) 31 maart 2025 30 juni 2025 30 september 2025 31 december 2025

9.705 11.322 9.505 9.150

Het saldo op de schatkistrekening van ING betreft de belastingontvangsten die kort voor de balansdatum per 31 december zijn ontvangen. Na verwerking in de belastingenadministratie worden de ontvangsten afgedragen aan de deelnemers. De nog af te dragen belastingontvangsten staan voor eenzelfde bedrag vermeld op de creditzijde van de balans. BsGW draagt wekelijks af aan de deelnemers.

Pagina 31 van 42

Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren

Bedragen x € 1.000,-

(1)

Drempelbedrag

(2)

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)

Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

2025 1.000 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

-

-

-

-

1.000

1.000

1.000

1.000

-

-

-

-

(1) Berekening drempelbedrag 2025 29.319

(4a)

Begrotingstotaal verslagjaar

(4b)

Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen

29.319

(4c)

Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat

-

(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag 1.000 drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kwartaal 1 Kwartaal 2 Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (5a) (negatieve bedragen tellen als nihil) (5b) (2) - (5a) / (5b)

Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen

4) Liquide middelen (Bedragen x € 1.000,-) Bank

90 -

Kwartaal 3 -

91 -

Kwartaal 4 -

92 -

92 -

2025

2024

-

-

In verband met schatkistbankieren is het saldo van de liquide middelen € 0,5) Overlopende activa 2025 (Bedragen x € 1.000,-) Overige nog te ontvangen bedragen, vooruitbetaalde bedragen en nog te factureren opbrengsten die ten laste van volgende begrotingsjaren komen.

2024

Voorgeschoten personeelskosten Nog te factureren opbrengsten Vooruitbetaalde bedragen Nog te ontvangen projectbijdragen Nog te ontvangen bedragen

4 338 801 54

2 616 2 752

1.196

1.372

De vooruitbetaalde bedragen bestaan uit in 2025 ontvangen en betaalde facturen die betrekking hebben op 2026.

Pagina 32 van 42

6) Eigen vermogen (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Algemene reserve Bestemmingsreserve Resultaat boekjaar Totaal eigen vermogen

930 1.072 4.526 6.528

1.501 3.723 5.224

Verloop algemene reserve Stand per 1 januari Toerekening resultaat voorgaand boekjaar Toevoeging bestemmingsreserve Dotatie in weerstandsvermogen Terugbetaling aan deelnemers Stand per 31 december (voor resultaatbestemming)

1.501 -572 930

-2.498 -1.294 5.293 1.501

Het Algemeen Bestuur heeft op 26 juni 2025 besloten tot een verlaging van het weerstandsvermogen ter grootte van €572.000. Dit bedrag is teruggestort naar de deelnemers conform hun aandeel op basis van de vigerende kostenverdeelmethode.

Verloop bestemmingsreserve Stand per 1 januari Toerekening resultaat voorgaand boekjaar Toevoeging lopend boekjaar Vrijval Onttrekking Stand per 31 december

517 555 1.072

956 -517 -439 -

Het Algemeen Bestuur heeft op 12 december 2024 besloten om een nieuwe bestemmingsreserve Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) te vormen. In de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 is dientengevolge een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar opgenomen. Verloop resultaat Stand per 1 januari Toerekening aan algeme Terugbetaling aan deelnemers Toevoeging bestemmingsreserve Resultaat lopend jaar Stand per 31 december

3.723 -3.206 -517 4.526 4.526

-1.294 1.294 3.723 3.723

Het Algemeen Bestuur heeft op 26 juni 2025 als onderdeel van het vaststellen van de jaarrekening 2024 besloten om het positieve eindsaldo van het project Aanbesteding Hosting en Applicaties (AHA) ter grootte van € 517.000 duizend te storten in de nieuwe bestemmingsreserve AHA. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten om het overige deel van het positieve resultaat ter grootte van 3.206.000 uit te betalen aan de deelnemers conform hun aandeel op basis van de in 2024 vigerende kostenverdeelmethode. 7) Voorzieningen (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Voorziening proceskosten Voorziening vervroegd pensioen Voorziening verlofsparen Totaal voorzieningen

372 16 586 973

1.906 19 425 2.349

Pagina 33 van 42

Voorziening proceskosten (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Stand per 1 januari

1.906

2.076

Dotatie voorziening jaren voor 2023 Onttrekking voorziening jaren voor 2023 Vrijval voorziening jaren voor 2023

27 -

-65 -

Dotatie voorziening 2023 Onttrekking voorziening 2023 Vrijval voorziening 2023

-783 -745

1.626 -2.011 -

Dotatie voorziening 2024 Onttrekking voorziening 2024 Vrijval voorziening 2024

-118 -99

280 -

Voorziening oude jaren

189

1.906

Dotatie voorziening 2025 Onttrekking voorziening

183 -

-

Voorziening 2025

183

-

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit de proceskosten voor openstaande beroepen over belastingjaar 2025 (523 beroepen). Stand per 31 december

372

1.906

Voorziening vervroegd pensioen (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

19

21

Stand per 1 januari Dotatie voorziening Onttrekking voorziening

-

Stand per 31 december

-3

-3

16

19

In 2015 zijn enkele BsGW medewerkers via stimuleringsmaatregelen vervroegd met pensioen gegaan. Daar waar deze stimuleringsmaatregelen niet eenmalig - via het pensioenfonds - konden worden afgekocht, is een voorziening gevormd voor de uitbetaling van de pensioengelden. Voor de voorziening vervroegd pensioen geldt dat er in 2025 geen sprake is van vrijval. Voorziening verlofsparen (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Stand per 1 januari

425

351

Dotatie voorziening Onttrekking voorziening

162 -

-

Stand per 31 december

586

425

8) Vaste schulden met een rentetypische looptijd > 1 jaar (Bedragen x € 1.000,-)

2025

2024

Stand per 1 januari Aflossing (lening)

857 -286

1.143 -286

Stand vaste schulden per 31 december

571

857

73

Voor de financiering van de projectkosten van het Ondernemings- en ontwikkelplan 2018-2020 is BsGW gemandateerd een lening met een looptijd langer dan een jaar af te sluiten (DB 31-5-2018). Op 4 december 2020 werd een onderhandse lening, in de categorie binnenlandse banken en overige financiële instellingen, afgesloten bij de NWB. De lening wordt gewaardeerd tegen nominale waarde. De jaarlijkse rente bij deze lineair af te lossen lening bedraagt -/- 0,18% (rentebaten), jaarlijks achteraf. De totale (negatieve) rentekosten voor het begrotingsjaar met betrekking tot de vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar bedraagt € 1.543 (vorig begrotingsjaar € 2.057). De looptijd van de lening is 7 jaar

Pagina 34 van 42

9) Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar (Bedragen x € 1.000,-) Nog te betalen bedragen Nog af te dragen belastingen aan deelnemers Nog te betalen proceskosten Crediteuren Belastingen en sociale lasten

2025

2024

582 4.036 735 0

1.093 4.759 36 1.153 958

5.353

7.999

De nog af te dragen belastingen aan deelnemers betreffen de belastingontvangsten die kort voor de balansdatum zijn ontvangen.

10) Overlopende passiva (Bedragen x € 1.000,-) Vooruit ontvangen bijdragen deelnemers Vooruit ontvangen projectbijdragen Overige vooruitontvangen bedragen Betalingen onderweg

2025

2024

3 83 1.191

139 71 147

1.276

356

3.2.3. Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Huurovereenkomst BsGW heeft voor het huidige kantoorpand waarin het is gehuisvest een huurovereenkomst tot en met 31 oktober 2026. De totale verplichting voor de resterende 10 maanden bedraagt €430 duizend (prijspeil begin 2026). Daarnaast heeft BsGW een nieuwe huurovereenkomst afgesloten voor het kantoorpand waar gedurende 2026 naartoe verhuisd zal worden. De totale verplichting voor de huur van dit kantoorpand en bijbehorende parkeerplaatsen voor 2026 bedraagt €81 duizend. ICT BsGW heeft langlopende inkoopcontracten met betrekking tot ICT. Het betreft hier contracten voor applicaties (waarderen en belastingen) en hosting. De totale contractwaarde per jaareinde 2025 bedraagt € 1,9 miljoen (prijspeil begin 2026).

Pagina 35 van 42

4. Overzicht van baten en lasten 2025 4.1. Overzicht van baten en lasten naar soort Bedragen (x € 1.000)

Rekening 2025

Begroting 2025

Totaal baten Totaal dekkingsmiddelen Totaal saldo middelen

1.237 28.237 29.474

285 28.587 28.872

Totaal lasten 1

24.947

28.804

Totaal saldo van baten en lasten

4.526

68

Werkelijke toevoeging aan reserves Werkelijke onttrekking aan reserves Vennootschapsbelasting 2 Gerealiseerd resultaat

-517 572 4.581

68

1) Waarvan overhead 2) BsGW is niet vennootschapsbelastingplichtig

9.987

Er zijn geen structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves. Overzicht van structurele baten en lasten Bedragen (x € 1.000) LASTEN Bruto lonen Sociale lasten Overige personeelskosten Personeelskosten Huisvestingskosten Afschrijvingskosten ICT kosten Drukwerk Print- en kopieerwerk Portikosten Telefonie en datacomkosten Incassokosten Kosten brongegevens Overige diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten Overige operationele kosten Algemene kosten Onvoorziene kosten Algemene kosten Bank- en girokosten Rentekosten Bank- en rentekosten Vrijval projectresultaat Toevoegingen aan reserves Taakstelling kostenreductie OOP TOTAAL LASTEN BATEN Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden Overige opbrengsten Diensten aan derden Opbrengst vervolgingskosten TOTAAL BATEN NETTO KOSTEN

Rekening 2025

Begroting 2025

Rekening 2024

11.615

12.755

10.637

3.112 577 15.304 801 13 3.232 0 354 538 50 2 416 2.496 108 63 4.026 883 883 133 1 133 555 24.947

4.079 764 17.598 919 357 3.011 12 197 610 27 406 1.015 3.506 118 5.893 609 365 974 290 7 297 555 -800 28.804

2.952 581 14.170 754 37 3.192 2 377 406 99 1 287 2.294 2.768 89 6.324 785 785 185 3 188 25.451

2

0

1.182

1.235 1.235 1.237 23.710

285 285 285 28.519

6.563 6.563 1.577 9.322 16.129

Pagina 36 van 42

Gerealiseerde dekkingsmiddelen Bedragen (x € 1.000) BIJDRAGEN DEELNEMERS Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen Gemeente Beesel Gemeente Bergen Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg aan de Geul Gemeente Venlo Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg Bijdragen in de netto kosten BsGW SALDO VAN BATEN EN LASTEN Bijdrage samenwerkingsportaal Toevoeging aan bestemmingsreserve EXPLOITATIERESULTAAT

Bedragen (x € 1.000) Totaal lasten Waarvan overhead

Rekening 2025

Begroting 2025

Rekening 2024

379 671 277 247 602 650 567 342 328 2.213 1.102 743 653 497 2.710 390 163 316 768 403 1.264 219 2.157 537 275 344 2.382 237 977 6.175 28.587 4.876 -350

379 671 277 247 602 650 567 342 328 2.213 1.102 743 653 497 2.710 390 163 316 768 403 1.264 219 2.157 537 275 344 2.382 237 977 6.175 28.587 68

276 606 247 218 541 575 527 304 250 1.870 973 663 576 419 2.293 391 141 275 699 361 1.033 190 1.797 460 218 306 2.372 211 867 4.862 24.522 8.393 -333

4.526

68

8.059

Rekening 2025

Begroting 2025

Rekening 2024

24.892 10.065 40,43%

28.519 11.531 40,43%

25.451 7.282 28,61%

4.2. Toelichting Structurele lasten (verschil met begroting) Personeelskosten (incl. OOP-taakstelling van € 800 duizend): € 1,5 miljoen (voordeel) De personeelskosten 2025 waren initieel begroot op € 17,6 miljoen. Rekening houdend met de taakstellende kostenreductie vanuit bedraagt deze begrotingspost € 16,8 miljoen. De gerealiseerde personeelskosten bedragen € 15,3 miljoen De afdeling Klantzaken zet sinds jaar en dag een deel van het formatiebudget in als flexibele schil voor de piekperiode. BsGW maakt dan gebruik van een extern callcenter voor de afhandeling van telefonische vragen naar aanleiding van de aanslagoplegging en de piek rondom dwanginvordering. De daadwerkelijke kosten voor deze flexibele schil in 2025 zijn opgenomen onder de operationele kosten: Overige diensten door derden. Daarnaast zijn in 2025 vacatures (nog) niet of later ingevuld. Voor het realiseren van de OOPtaakstelling worden sowieso niet alle vacatures bij BsGW automatisch opengesteld wanneer medewerkers uit dienst gaan. Om de formatie structureel te kunnen verlagen, wordt gewerkt met

Pagina 37 van 42

flexibele inhuur (zie post Operationele kosten: Overige diensten door derden), die desgewenst kan worden stopgezet. Huisvestingskosten: € 118 duizend (voordeel) Vanwege de aanstaande verhuizing eind Q3/ begin Q4 2026 naar een nieuw kantoorpand wordt extra kritisch gekeken naar huisvestingskosten in het algemeen en facilitaire uitgaven in het bijzonder. Afschrijvingskosten: € 344 duizend (voordeel) Vanaf 2025 is vanwege het werken in een SaaS-omgeving vooral sprake van licentie- en abonnementskosten (post ICT-kosten). Investeringen in ICT-hardware, die in 2025 zijn gedaan, zullen pas in 2026 zichtbaar worden in de afschrijvingskosten. ICT-kosten: € 221 duizend (nadeel) De ICT-kosten zijn in lijn met de begroting. Het verschil met de begroting wordt veroorzaakt door de presentatie van de projecten AHA en Samenwerkingsportaal in de jaarrekening. Wanneer deze projecten niet meegenomen worden, is het verschil ten opzichte van de begroting €20 duizend (nadeel). Operationele kosten: € 1,867 miljoen (voordeel) Het voordelige resultaat op de operationele kosten is in belangrijke mate op te delen in twee grote posten: Enerzijds is er sprake van een overschrijding van de begroting op Overige diensten door derden van € 1,481 miljoen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de eerdergenoemde flexibele schil, die benodigd is tijdens de piekperiode.

Ook worden niet alle vacatures zondermeer ingevuld. Eerst wordt bekeken of er voor specifieke taken door middel van automatisering en/of de verhoging van efficiëntie minder FTE benodigd is. Op basis hiervan wordt in voorkomende gevallen tijdelijke capaciteit ingehuurd. De kosten van deze tijdelijke capaciteit worden geboekt op “Overige diensten door derden”. Anderzijds is een onderbesteding van € 3,398 miljoen zichtbaar op de post proceskosten (bezwaar en beroep). Initieel bedroeg deze begrotingspost € 3,506 miljoen. Gedurende 2025 zijn de kosten op deze post structureel verlaagd met € 1,450 miljoen. Naar verwachting zal de realisatie van de proceskosten voor belastingjaar 2025 uitkomen op € 647 duizend. Dit bedrag bestaat uit € 464 duizend aan gerealiseerde kosten en een voorziening van € 183 duizend. Deze voorziening is aangemaakt om de proceskosten 2025, die pas in volgende jaren worden uitbetaald, op te vangen. Voor de proceskosten van 2024 is eind boekjaar 2024 een voorziening opgenomen voor een totaal van € 249 duizend. Deze voorziening, met name bedoeld voor beroepszaken, bedraagt ultimo 2025 nog € 162 duizend. Door een verlaging in de te verwachten uitkeringskosten over belastingjaar 2023 wordt de resterende voorziening à € 162 duizend verlaagd naar € 63 duizend. De € 99 duizend vrijval komt ten gunste van het resultaat over 2025.

Voor de proceskosten van belastingjaar 2023 is eind boekjaar 2024 een voorziening opgenomen van € 1,326 miljoen. Deze voorziening, met name bedoeld voor beroepszaken, bedraagt ultimo 2025 nog € 675 duizend. Door een verlaging in de te verwachten uitkeringskosten over belastingjaar 2023 wordt de resterende voorziening ter hoogte van € 675 duizend verlaagd naar € 98 duizend. De € 577 duizend vrijval komt ten gunste van het resultaat over 2025.

Pagina 38 van 42

Tenslotte is eind 2024 een voorziening gecreëerd voor de jaren voorafgaand aan 2023. Deze voorziening van € 31 duizend is ontoereikend gebleken en is overschreden met € 92 duizend. Eind 2025 wordt daarnaast verwacht dat een voorziening ter hoogte van € 27 duizend benodigd is over deze voorgaande jaren. De overschrijding en de nieuwe voorziening zorgen samen voor € 119 duizend aan hogere lasten in boekjaar 2025. Tot slot is een bedrag van € 18 duizend betaald aan rentevergoeding over heffingsjaar 2025. Samenvattend kan bovenstaande als volgt worden weergegeven: Proceskosten BsGW Proceskosten heffingsjaar 2025 Proceskosten heffingsjaar 2022 en ouder Vrijval voorziening 2024 Vrijval voorziening 2023 Rentevergoeding over heffingsjaar 2025 Totaal

Begroting

Realisatie

Verschil

€ 3.506.000

€ € € € € €

€ -3.398.000

647.000 119.000 -99.000 -577.000 18.000 108.000

In de operationele kosten is ook nog sprake van een overschrijding van print-, kopieer- en portokosten (€ 72 duizend overschrijding). Deze overschrijding wordt veroorzaakt doordat een gedeelte van de werkzaamheden is uitbesteed aan externe partijen. Deze hogere kosten worden grotendeels gecompenseerd in de personeelskosten, aangezien voor deze werkzaamheden minder FTE benodigd zijn. Algemene kosten: € 91 duizend (voordeel) De onderschrijding op de post algemene kosten wordt met name veroorzaakt doordat de post onvoorzien à € 365 duizend in 2025 niet is aangewend. Daartegenover staan vooral hogere verzekerings- en advieskosten. Deze stijging is met name ontstaan door indexatie van tarieven en meer externe advisering, onder andere met betrekking tot het nieuwe kantoorpand (juridisch, bouwkundig, binnenhuisarchitect). Bank- en rentekosten: € 164 duizend (voordeel) De bank- en rentekosten komen lager uit, doordat de werkelijk in rekening gebrachte bankkosten lager uitvallen dan begroot en er geen rentekosten in rekening worden gebracht i.v.m. negatieve rente. Structurele baten (verschil met begroting) Overige opbrengsten: € 950 duizend (voordeel) De overige opbrengsten laten een positief incidenteel resultaat zien. Deze opbrengsten worden vooral veroorzaakt door het project in verband met het nieuwe belastingstelsel voor waterschappen i.c.

Waterschap Limburg en specifieke opdrachten voor deelnemers. Ook heeft een klein gedeelte van deze

opbrengsten

betrekking

op

de

vergoeding

voor

de

werkzaamheden

in

de

Kinderopvangtoeslagaffaire. Het overige verschil met de begroting wordt veroorzaakt door de presentatie van de projecten AHA en Samenwerkingsportaal in de jaarrekening. 4.2.1. Uiteenzetting financiële positie per programma De jaarrekening omvat het overzicht van baten en lasten plus een uiteenzetting van de financiële positie per programma. In het geval van BsGW betreft dit één programma “Lasten heffing en invordering belastingen”. 4.2.2. Wet normering topfunctionarissen (WNT)

Pagina 39 van 42

De regels voor de (semi)publieke sector zijn vastgelegd in de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT). Bij BsGW wordt het bestuur (Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur) beschouwd als topfunctionaris in de zin van de WNT. De governance van BsGW is in 2025 zo ingericht dat het bestuur de beslissingen neemt over aangelegenheden die de gehele organisatie betreffen. De bestuursleden van BsGW zijn niet in dienst bij BsGW en zijn onbezoldigd. De directeur is wel in dienst van BsGW en is verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding van BsGW en is in die hoedanigheid een topfunctionaris in de zin van de WNT. De binnen onze organisatie geïdentificeerde leidinggevende topfunctionarissen met een dienstbetrekking hebben geen dienstbetrekking bij andere WNT-instellingen als leidinggevende topfunctionaris (die zijn aangegaan vanaf 1 januari 2025). In de volgende tabel is voor 2025 de topfunctionaris van BsGW zijn bezoldiging weergegeven. Daarna is een overzicht opgenomen van de onbezoldigde bestuursleden. Bezoldiging topfunctionaris

Gegevens 2025

N.M.J.G. Lebens

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2025

Directeur 01-01 t/m 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

1 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

€ 174.059 € 23.203

Subtotaal

€ 197.262

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 246.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 197.262

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

Gegevens 2024

N.M.J.G. Lebens

Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2024 Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) Dienstbetrekking?

Directeur 01-01 t/m 31-12 1 fte Ja

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn

€ 167.432 € 23.282

Subtotaal

€ 190.714

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

€ 233.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag Bezoldiging

N.v.t. € 190.714

Pagina 40 van 42

Onbezoldigde bestuursleden Algemeen bestuur (AB) / Dagelijks Bestuur (DB) 2025

Organisatie

Naam

Zitting in

Functie

Gemeente Beek Gemeente Beekdaelen

R. Dirx P.L.H.E. Janssen

AB AB

Wethouder Wethouder

Gemeente Beesel Gemeente Bergen

M. Derks G.W. Bollen

AB AB

Gemeente Brunssum Gemeente Echt-Susteren

J.L.W. van Dijk G.H.C. Frische

AB AB/DB

Gemeente Eijsden-Margraten Gemeente Gennep

M.J.G. Gerritsen J.A. Van Hulsteijn

AB AB

Gemeente Gulpen-Wittem Gemeente Heerlen Gemeente Kerkrade Gemeente Landgraaf Gemeente Leudal Gemeente Maasgouw Gemeente Maastricht Gemeente Meerssen Gemeente Mook en Middelaar Gemeente Nederweert Gemeente Peel en Maas

J.E.L.M. Last W. Houben J.P.M. Paas C.P.G. Wilbach H. van Helden R.J.J. Cretskens H. Fokke B.P.J. Molling A. F. Herings J.W. Franssen H.P.J. Nijssen

AB AB AB AB/DB AB AB AB/DB AB AB AB AB

Burgemeester Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder

Gemeente Roerdalen Gemeente Roermond Gemeente Simpelveld Gemeente Sittard-Geleen Gemeente Stein Gemeente Vaals Gemeente Valkenburg Gemeente Venlo

A.C.A.G. Smits D.W.H. Franssen S.C.J. Scheepers I. Tillie J.A.G. Ummels J.P.M.H. Kompier N.J.M.M. Dauven F.P.M. Schatorjé

AB/DB AB AB AB AB AB AB AB/DB

Gemeente Voerendaal Gemeente Weert Waterschap Limburg

R.B.M. Braun T.J.J. van Gemert M.A.M. Breugelmans

AB/DB AB AB/DB

Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder DB-Lid

Uit het bestuur Gemeente Beek Gemeente Beesel Gemeente Heerlen Gemeente Sittard-Geleen

R. Diederen C.N.A. Nijkerken - de Haan M.E.E. de Beer J.G.L.M. Bühler

AB AB AB AB

Wethouder Burgemeester Wethouder Wethouder

Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Wethouder Burgemeester Wethouder

4.2.3. Rechtmatigheidsverantwoording De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en de verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 17 december 2025 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 2% van de totale lasten exclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 487.841.

De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV van september 2025.

Pagina 41 van 42

Bevinding Het Dagelijks Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen € 186.974 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 487.841. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het Dagelijks Bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen. 4.2.4. Resultaatbestemming De bestemming van het positief resultaat van € 4,526 miljoen over 2025 wordt 25 juni 2026 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. 4.2.5. Gerealiseerde baten en lasten per taakveld (x € 1.000,-)

Nr.

Naam taakveld

0.10 0.11 0.40 0.50 0.64 0.80

Mutaties reserves Resultaat rekening van baten en lasten Ondersteuning organisatie (overhead) Treasury Belastingen overig Overige baten en lasten

Lasten 2025

Baten 2025

517 4.581 9.987 1 14.959 30.045

572 2 29.472 30.045

Voor de diverse belastingsoorten zijn in de BBV-voorschriften verschillende taakvelden toegekend. Voor BsGW is het in praktische zin niet mogelijk om de baten en lasten over deze diverse taakvelden toe te rekenen. In dat kader is ervoor gekozen om de baten en lasten die direct zijn toe te rekenen aan belastingen integraal te verantwoorden onder het taakveld 0.64 Belastingen overig. De door de BBV voorgeschreven beleidsindicatoren zijn niet van toepassing op bovenstaande taakvelden en op BsGW.

5. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant Aan: het Algemeen Bestuur van BsGW Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Hiervoor verwijzen we naar de op de navolgende pagina’s opgenomen controleverklaring.

Pagina 42 van 42

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het algemeen bestuur van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2025 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2025 van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg te Roermond gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in het jaardocument opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader behorende bij het controleprotocol 2025 jaarrekening Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg (BsGW). De jaarrekening bestaat uit: 1. het overzicht van baten en lasten over 2025; 2. de balans per 31 december 2025; 3. de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen; 4. de rechtmatigheidsverantwoording over 2025; en 5. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol 2025 jaarrekening Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg (BsGW) en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikte is als basis voor ons oordeel. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 487.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt 2% van de totale lasten exclusief de toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 en 3 Bado.

Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2025. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 487.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, of WNT-redenen relevant zijn. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6 sub a WNT en artikel 5 lid 1 sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie De jaarstukken omvatten andere informatie, naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken van de jaarrekening en getrouw weergeven van de grootte en samenstelling van de baten en lasten over 2025 en van het vermogen op 31 december 2025 alsmede van de financiële rechtmatigheid over 2025 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de begroting en de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, opgenomen bepalingen zoals opgenomen in het normenkader behorende bij het controleprotocol 2025 jaarrekening Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg (BsGW). In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.

Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol 2025 jaarrekening Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen Limburg (BsGW), het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten.

Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan omtrent de financiële positie.

Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen echter van materiële betekenis zijn voor de financiële positie van de gemeenschappelijke regeling;

• •

het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.

Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Heerlen, 9 april 2026 RSM Netherlands Accountants N.V.

drs. S.J.M. Prevoo RA

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/969/documents/26147