CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

087 Bijl04 Bijlage 3 bij toelichting archeologisch onderzoek.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 4.2: Bestemmingsplan Straelseweg 38-40 Velden (RV087)14.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

3.4 Conclusie veldonderzoek Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodemopbouw is binnen het plangebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het bodemprofiel in het plangebied matig tot sterk verstoord is. Vermoedelijk hangen de verstoringen samen met de bouw van het agrarisch bedrijf in het plangebied. In combinatie met de aangetroffen diepe verstoringen door de kelders van de voormalige bebouwing kan de gespecificeerde archeologische verwachting voor alle periodes worden bijgesteld naar laag.

4

CONCLUSIE EN ADVIES

Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van onderkelderde (inmiddels gesloopte) bebouwing op een deel van de nieuwbouwlocatie, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht.

24126.001 versie 2

19 / 20

Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venlo), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Venlo wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, volgens artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Venlo op de hoogte te stellen.

24126.001 versie 2

20 / 20

LITERATUUR Amersfoort, H. & P.H. Kamphuis, 1990: Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied. ‘s- Gravenhage. Berendsen, H.J.A., 2008: Fysische Geografie van Nederland, deel 1: De vorming van het land. Inleiding in de geologie en de geomorfologie. Van Gorcum, Assen. Berg, M.W. van den, 1996: Fluvial sequences of the Maas; a 10 Ma record of neotectonics and climate change at various time-scales. Thesis, Landbouw Universiteit Wageningen. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport, NITG 05-043-A). Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenewoudt & T. de Groot (red.), 2007: Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. Amersfoort. (Nederlands Archeologische Rapporten 34). Feest, N.J.W. van der & D. Hagens, 2019: Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, d.m.v. boringen Lingsendijk 20 te Velden. Aeres Milieu projectnummer AM18465. Roermond Jong, L. de, 1969-1994: Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. ‘s- Gravenhage. Klep C. & B. Schoenmaker, 1995: De Bevrijding Van Nederland 1944-1945 - Oorlog op de flank. Den Haag. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 1: Algemene bodemkunde. Malmberg, Den Bosch. Locher, W.P. & H. de Bakker, 1990: Bodemkunde van Nederland. Deel 2: Bodemgeografie. Malmberg, Den Bosch. Louwe Kooijmans,.

L.P., P.W. van den Broeke, H. Fokkens & A. van Gijn (red.), 2005: Nederland in de prehistorie. Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff & T.E. Wong, 2003 (red.): De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Renes, J., 1999: Landschappen van Maas en Peel. Een toegepast historisch-geografisch onderzoek in het streekplangebied Noord- en Midden-Limburg. Eisma, Leeuwarden. Rooij, J.A.G. & R.M. van der Zee, 2009: Schandeloseveld te Velden (gemeente Arcen en Velden). ADC rapport 4108980. Stichting voor Bodemkartering, 1975: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 52 Oost/Venlo.

24126.001 versie 2

1/4

Stiekema, M., 2008: Velden – Schandeloseveld: Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC rapport 4108417. Wageningen Environmental Research, 2017: Geomorfologische Kaart van Nederland (2017), schaal 1:50.000. Zwanenburg G.J., 1990: En nooit was het stil - Kroniek van een luchtoorlog. Emmen.

24126.001 versie 2

2/4

BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, juni 2024. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, juni 2024 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Bodemloket, internetsite, juni 2024. http://www.bodemloket.nl BRO - Grondwaterspiegeldiepte Model voor Nederland (50x50 meter grid), 2021: . NGR/Wageningen Environmental Research. Beschikbaar op: https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/757a7c50-540d-4105-9135-73f09f700743. Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Limburg; internetsite, juni 2024. https://www.limburg.nl/Beleid/Cultuur/Erfgoed/Monumenten/Cultuurhistorische_Waardenkaart Dinoloket; internetsite, juni 2024. http://www.dinoloket.nl/ Heemkunde Arcen, december 2023. https://hkarcen.nl/ Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, juni 2024. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf.

Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, juni 2024. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35. Kadaster Topotijdreis; internetsite, juni 2024.

24126.001 versie 2

3/4

http://www.topotijdreis.nl/ NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000, internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Openbasiskaart.nl, internetsite, juni 2024. https://www.openbasiskaart.nl/ Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, juni 2024. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, juni 2024. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, juni 2024. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, juni 2024. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ruimingskaart; internetsite, juni 2024. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, juni 2024.

https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, juni 2024. https://www.topotijdreis.nl VEO Bommenkaart; internetsite, juni 2024. http://www.explosievenopsporing.nl/veo-bommenkaart/

24126.001 versie 2

4/4

KAARTEN

Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart (1:25.000)

Kaart 2.

Het plangebied op de kadastrale kaart

Kaart 3.

Het plangebied op een luchtfoto uit 2022

Kaart 4.

Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart

Kaart 5.

Het plangebied op de Geomorfologische kaart

Kaart 6.

Het plangebied op het actueel hoogtebestand (AHN3)

Kaart 7.

Het plangebied op de bodemkaart

Kaart 8.

Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied

Kaart 9.

Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1850-1889

Kaart 10.

Het plangebied op de topografische kaart 1936

Kaart 11.

Het plangebied op de topografische kaart 1953

Kaart 12.

Het plangebied op de topografische kaart 1967

Kaart 13.

Het plangebied op de topografische kaart 1987

Kaart 14.

Het plangebied op de topografische kaart 1999

Kaart 15.

Het plangebied op de topografische kaart 2011

Kaart 16.

Boorpuntenkaart

BIJLAGEN

Bijlage 1.

Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2. AMK nr. 82

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

300 meter ten zuidwesten van het plangebied Straelse Weg; Wieland te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211212/381812

Midden Romeinse tijd

Complex: Romeins villa(complex) Waarde: Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd Terrein met sporen van bewoning (villa-complex) uit de Romeinse tijd. In 1975 werd een deel van een Romeins gebouw (2x3 m) blootgelegd tijdens een illegale opgraving (Waarneming 1418). Aangetroffen werd een stuk fundering/muurwerk opgetrokken uit 'oersteen' (brokken ijzeroer); afmetingen 2 x 1 m (2e-3e eeuw). In het kader van het AMR-project zijn in januari 2001 een serie proefsleuven aangelegd. Aangetroffen werden twee evenwijdig verlopende muren (nog zeker 1 meter hoog) met een tussenafstand van circa 4 meter. Aan beide zijden verdwenen ze in de putwand, zodat de totale lengte niet bekend is. Tussen beide muren bevindt zich een ruimte die is gevuld met vuile grond waarin vrij veel scherven voorkomen uit de Romeinse tijd benevens losse brokken 'oersteen' en andersoortige, soms rechthoekig bekapte, natuurstenen en stukken van gebakken vloertegels. Een interpretatie als kelder ligt het meest voor de hand. Daarnaast werden (slechts) enkele Romeinse kuilen gevonden. Er zijn twee verklaringen voor de hier aangetroffen - of beter de veelal niet aangetroffen - sporen te geven. De meest waarschijnlijke is dat het hier inderdaad om een villaterrein gaat waar de gebouwsporen, behalve die van een diep ingegraven kelder, in de loop van de tijd geheel zijn verdwenen.

Daarbij de aantekening dat het dan wel vreemd is dat zich op het terrein vrijwel geen andere Romeinse sporen lijken te bevinden en dat ook in de bouwvoor in het geheel geen bouwafval voorkomt, behalve ter plaatse van de kelder. Mogelijk een houten villa met slechts een stenen kelder? Ook in dat geval zouden meer grondsporen, in het bijzonder paalkuilen, verwacht mogen worden in de omgeving van de kelder, en die ontbreken ten enen male. Een andere mogelijkheid is dat het geen kelder is geweest, maar dat de constructie een ander functie heeft vervuld (een bassin, een grafmonument, of een half ondergronds gebouwtje?). Slechts een meer uitgebreid onderzoek zou mogelijk duidelijkheid kunnen verschaffen omtrent de precieze aard en functie van deze ruimte.

Bijlage 3. Zaaknummer (OMnummer)

Onderzoeksmeldingen

Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

5273476100

90 meter ten noorden van het plangebied te Nieuw-Bergen Gemeente Venlo Coördinaat: 211628/383356

Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: Den Ouden Bodac bv Datum: 2022-06-28 Resultaat: Het plangebied bevindt zich op een dalvlakteterras van een voormalige loop van de Maas. Hier worden bodemkundig gezien poldervaaggronden verwacht. Voor het plangebied geldt conform de beleidskaart van de gemeente Venlo een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten in het westen van het plangebied. In het oosten geldt een middelhoge verwachting voor natte gebieden met de kans op het aantreffen van bijzondere datasets. Binnen de zone met een hoge verwachting zijn reeds vindplaatsen bekend uit de periode Mesolithicum tot en met de IJzertijd. Voor deze periode geldt op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek binnen het gehele plangebied een hoge archeologische verwachting, in afwijking van de gemeentelijke beleidskaart. De reeds bekende vondsten zijn verspreid over de verschillende landschappelijke en bodemkundige eenheden aangetroffen, waardoor op basis van het bureauonderzoek geen differentiatie kan worden aangebracht in de verwachtingswaarde. Wel geldt ook voor dit plangebied dat het dermate ver van een historisch bekende plaats gelegen is dat het in het laatmiddeleeuwse landschap hooguit extensief gebruikt zal zijn; daarom geldt vanaf de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd een lage verwachting.

Binnen dit plangebied wordt op basis van de hoge verwachting, in combinatie met de voorgenomen werkzaamheden (aanleggen 1,5 meter diepe poelen) geadviseerd om een verkennend booronderzoek uit te voeren binnen de te verstoren zones. Waar geploegd gaat worden (30 centimeter diep) wordt geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren. Er bestaat een buffer van 10 centimeter tussen de uit te voeren werkzaamheden en de aangegeven ondergrens van het gemeentelijk beleid. De kans is daarmee klein dat er vindplaatsen verstoord zullen worden.

2189596100 (27374)

280 meter ten zuiden van het plangebied Schandeloseveld te Velden Gemeente Venlo Coördinaat: 211556/381534

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2008-03-10 Resultaat: Langs de westrand van het plangebied is een intact esdek aangetroffen. Bij 1 boring zijn onderin het esdek twee fragmenten aardewer uit de Late IJzertijd aangetroffen. Er zal worden geadviseerd om in het westen van het plangebied een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek uit te laten voeren.

2213043100 (30733)

290 meter ten zuiden van het plangebied Schandelseveld te Velden Gemeente Venlo Coördinaat: 211563/381566

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2008-10-02 Resultaat: ADC ArcheoProjecten adviseert, in navolging van het advies in het voorgaand onderzoek, om in het zuidelijk deel van het plangebied, waar het verwachte archeologische niveau (top van de C-horizont) nog intact is een inventariserend veldonderzoek uit te voeren door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P), teneinde gaafheid, omvang, datering en conservering van archeologische resten te onderzoeken. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). Het noordelijk deel van het plangebied is dusdanig verstoord door het ploegen, dat aanvullend archeologisch onderzoek hier niet meer noodzakelijk is. Het is niet uit te sluiten dat buiten de vindplaats toch nog archeologische resten voorkomen. Daarom merken wij op dat het aanbeveling verdient om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in de Monumentenwet 1988 en de Wet op de Archeologische Monumentenzorg.

4670560100

330 meter ten westen van het plangebied te Velden Gemeente Venlo Coördinaat: 211135/382203

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 2019-02-08 Resultaat: Binnen het plangebied zijn de verwachte enkeerdgronden aangetroffen. Echter hebben deze ploeglagen de top van het oorspronkelijke bodemprofiel grotendeels opgenomen waardoor er sprake is van een aftopping. Deze aftopping heeft tot gevolg dat eventuele resten uit de periode van de jagers- verzamelaars niet langer in situ zullen worden aangetroffen. De verwachting uit het bureauonderzoek

voor de periode Paleolithicum – Mesolithicum kan daarom worden bijgesteld naar middelhoog. Omdat een restant van de B-C overgang aangetroffen kan gesuggereerd worden dat de aantasting van het oorspronkelijke bodemprofiel beperkt is. Gezien in de directe omgeving sprake is van veel resten uit de meer sedentaire bewoningsperioden, kan niet worden uitgesloten dat diepere sporen behouden zijn. De sporen van de meer sedentaire periode vanaf het Neolithicum zijn robuuster en reiken dieper dan de sporen van de jagersverzamelaarsperiode. Door de mogelijke aanwezigheid van sporen uit de meer sedentaire periode, gecombineerd met de aftopping van het bodemprofiel als gevolg van het aanbrengen van de ploeglaag wordt de verwachting uit het bureauonderzoek voor de periode Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen bijgesteld naar middelhoog. Voor de periode Late Middeleeuwen tot en met Nieuwe tijd bestaat de kans dat er nog sporen worden aangetroffen die onder of door de oude ploeglaag heen zijn gegraven. Echter heeft de aard van de bodemhorizont een duidelijke invloed op de sporen. Het betreft een ploeglaag die langere tijd in gebruik is geweest. Hierdoor bestaat de kans dat delen van de aanwezige sporen of zelfs de volledige sporen zijn opgenomen in het ploegdek. Derhalve blijft de verwachting voor deze periode middelhoog. 2144404100 (20912)

410 meter ten zuidwesten van het plangebied Straelse Weg; Wieland te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211210/381804

Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Datum: 2001-01-01 Resultaat: Onbekend; niet afgemeld..

Bijlage 4.

Vondstmeldingen

Zaaknummer (Waar- Locatie nemingsnr.)

Omschrijving

3227148100 30 meter ten westen van het plangebied Panneschop te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211500/382200

Romeinse tijd : - fragmenten van gladwandig aardewerk - fragmenten van dolia/voorraadvaten - fragmenten van geverfd aardewerk - fragmenten van gladwandige kruiken

2245444100 300 meter ten oosten van het plangebied te Velden Gemeente Venlo Coördinaat: 212155/382235

Paleolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen Paleolithicum - IJzertijd : - stenen afval IJzertijd : - handgevormd aardewerk

2692638100 300 meter ten zuidwesten van het plangebied Wieland te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211250/381820

Romeinse tijd : - fragmenten van terra sigillata - fragmenten van gladwandig aardewerk - fragmenten van ruwwandig gedraaid aardewerk - muurrestanten - fragmenten van dakpannen - fragmenten van geverfd aardewerk - fragmenten van tubuli/verwarmingsbuizen

3043772100 300 meter ten zuidwesten van het plangebied Straelseweg; Wieland te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211200/381820

Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: ADC ArcheoProjecten Romeinse tijd : - 51 fragmenten van gedraaid aardewerk - handgevormd aardewerk - fragment van een stenen object, - kuilen, - 38 fragmenten van keramische bouwmateriaal

2189596100 350 meter ten zuiden van het plangebied Schandeloseveld te Velden Gemeente Venlo Coördinaat: 211460/381618

IJzertijd : - handgevormd aardewerk

2245444100 500 meter ten noordoosten van het plangebied Neolithicum - IJzertijd : te Velden - handgevormd aardewerk Gemeente Venlo Coördinaat: 212245/382615 2858389100 500 meter ten noorden van het plangebied Luld te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211800/382950

Neolithicum - Romeinse tijd : - handgevormd aardewerk

3115668100 500 meter ten noorden van het plangebied Luld te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211750/382950

Mesolithicum - Neolithicum : - vuursteen afslagen - fragment van een geroellkeule Neolithicum : - fragment van een vuursteen bijl

2858672100 700 meter ten zuidwesten van het plangebied te Schandelo Gemeente Venlo Coördinaat: 211000/381500

Neolithicum - Bronstijd : - fragmenten van stenen bijlen Bronstijd : - fragment van een bronzen speerpunt Bronstijd - Middeleeuwen : - fragmenten van spinsteentjes

Bijlage 5.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.

De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede

deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden.

In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd.

Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden.

Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'.

Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt.

Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Bijlage 6.

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzake▼ lijk wordt geacht. Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Inventariserend veldonderzoek* met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten wor▼ ▼ den over te gaan op het begeleiden van de graafwerkVerkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek zaamheden door archeologen.*** Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie met bouwkundige voorwaarden).

Ook kan besloten wor▼****** den over te gaan op het begeleiden van de graafwerkWaarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** zaamheden door archeologen.*** (variant begeleiding) ▼ Besluit ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) gie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen ▼ ▼ vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardeOpgraven*** Beschermen ring. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Verwijderen van de arBescherming van de met bouwkundige voorwaarden). cheologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Bijlage 7.

Planontwerp

Bijlage 8.

Boorstaten

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/313/documents/20383