084 Bijl01 BP Industriestraat Stationsstraat Parallelweg Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Industriestraat-StationsstraatParallelweg Gemeente Venlo
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg Gemeente Venlo
IDN-nummer:
NL.IMRO.0983.BP202210INDUSTAPAR-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
18 juni 2024
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding en aanleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Huidige planologische kaders Leeswijzer
5 5 6 7
Hoofdstuk 2 Gebieds- en planbeschrijving
9
2.1 2.2 2.3 2.4
9 9 11 12
Inleiding Inventarisatie bestaande situatie Beoogde kaders Nieuwe ontwikkelingen
Hoofdstuk 3 Beleidskaders
13
3.1 3.2 3.3
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid
13 13 18
3.4 3.5
Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
22 23
Hoofdstuk 4 Sectorale aspecten
33
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
33 33 33 38 39 40 47 50 53 55 58 58
Milieuhygiëne Bodem Geluid Trillingen Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Waterparagraaf Milieueffectrapportage Overige zones
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
59
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
59 59 60 61 61 61
Inleiding Uitgangspunten Toelichting op de planregels Artikelsgewijze toelichting Bedrijf Bedrijventerrein
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
3
5.7 5.8 5.9 5.10
Groen Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 1 t/m 3
61 61 62 62
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
63
6.1 6.2
63 63
Grondexploitatie Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Procedure
65
7.1 7.2 7.3
65 65 65
De te volgen procedure Vooroverleg 3.1.1 Bro Inzage ontwerpbestemmingsplan en vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding en aanleiding
Aanleiding
In het kader van de actualisatieplicht voor bestemmingsplannen die op 1 juli 2008 is opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening is omstreeks 2008 gestart met het opstellen van nieuwe bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Venlo. Zo ook voor het bedrijventerrein Windhond / Krekelsberg in Tegelen. Dat heeft geresulteerd in een voorontwerpbestemmingsplan dat begin 2009 ter inzage is gelegd in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening. Ook is dat voorontwerp voor vooroverleg aangeboden aan onder meer de Provincie Limburg. Mede op basis van de inspraak- en vooroverlegreacties is gebleken dat de akoestische situatie van het terrein om aandacht vraagt. Daarbij is van belang dat sprake is van een zogenoemd (geluid)gezoneerd industrieterrein. In 2011 is, op basis van beschikbare gegevens, gestart met het uitvoeren van akoestische onderzoeken om de actuele akoestische situatie verder in beeld te brengen. Uit de voorlopige resultaten van het akoestische onderzoek bleek dat de geluidgrenswaarden op de grenzen van de geluidzone werden overschreden. Een bestaande situatie die enkele jaren eerder al is ontstaan. Het actualiseren van het bestemmingsplan is als gevolg daarvan een complexe juridische aangelegenheid geworden.
Omdat een oplossing op korte termijn niet voorhanden was, is in 2012 door het college besloten de actualisatie van het bestemmingsplan vanwege de akoestische situatie op dat moment niet verder voort te zetten, in afwachting van nieuwe (geluids)wetgeving. Vervolgens is in 2018 is gestart met het uitvoeren van nieuwe geluidsberekeningen. Hierop volgend heeft een doorrekening van de geluidbelasting op de omliggende woningen plaatsgevonden. Uit die doorrekening bleek dat de maximaal toelaatbare belasting op die woningen werd overschreden. Om dit op te lossen worden er een aantal bronmaatregelen doorgevoerd bij het bedrijf MGG aan de Industriestraat. Met de te nemen bronmaatregelen wordt wel voldaan aan de maximaal toelaatbare belasting op de woningen. Dat geeft de mogelijkheid alsnog te voorzien in een actueel bestemmingsplan voor onderhavig plangebied.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in de kern Tegelen en wordt globaal begrensd door de straten Industriestraat, Stationsstraat en de spoorlijn Venlo - Roermond. In navolgende afbeelding is de begrenzing globaal aangegeven. De gedetailleerde begrenzing volgt uit de plangrens als opgenomen op de verbeelding van dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
5
1.3
Huidige planologische kaders
Voor het plangebied waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft gold in het verleden een zogenoemd Uitbreidingsplan in hoofdzaken, dat is vastgesteld op 29 september 1957 en vervolgens is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van Limburg op 29 oktober 1958. Als gevolg van het overgangsrecht dat is verbonden aan de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, is dit plan echter vervallen op 1 juli 2013. Ook is van belang dat de gemeentelijke bouwverordening sinds 1 juli 2018 geen aanvullende werking meer heeft. Daarmee gelden er tot het moment van vaststelling van voorliggend bestemmingsplan géén planologische en/of stedenbouwkundige kaders voor het plangebied. Wel geldt voor het plangebied een voorbereidingsbesluit dat is genomen door de gemeenteraad op 19 oktober 2022 en in werking is getreden op 4 november 2022. Dit voorbereidingsbesluit (NL.IMRO.0983.VBWINDHOND-0005) heeft twee belangrijke gevolgen: 1.
2.
Aanhoudingsplicht: Eventuele aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk worden aangehouden gedurende de looptijd van het voorbereidingsbesluit (1 jaar), maar die aanhoudingsplicht loopt langer door wanneer binnen die looptijd een ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd en vervolgens binnen de daarvoor geldende termijnen vast wordt gesteld en bekend wordt gemaakt. Vervolgens wordt de vergunningaanvraag getoetst aan het nieuwe bestemmingsplan en op basis daarvan verleend dan wel geweigerd. Verbod gebruikswijziging: In het voorbereidingsbesluit is ook bepaald dat het gebruik van gronden en/of bouwwerken binnen het aangewezen gebied (gelijk aan het plangebied van dit bestemmingsplan) niet mag worden gewijzigd ten opzichte van het gebruik ten tijde van de inwerkingtreding van het voorbereidingsbesluit. Burgemeester en wethouders kunnen op aanvraag met een omgevingsvergunning afwijken van dit verbod voor ontwikkelingen die passen binnen de kaders van het nog vast te stellen bestemmingsplan.
Uit het voorgaande volgt dat er weliswaar geen planologische en/of stedenbouwkundige kaders gelden voor het gebied, maar dat geen (ongewenste) ontwikkelingen kunnen plaatsvinden binnen het gebied als gevolg van het voorbereidingsbesluit.
6
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
1.4
Leeswijzer
In navolgend hoofdstuk 2 wordt kort een beeld geschetst van het plangebied en wat met dit bestemmingsplan wordt beoogd. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de voor het plangebied geldende beleidskaders. In het daarop volgende hoofdstuk 4 vindt een toetsing op de relevante sectorale aspecten plaats. Hoofdstuk 5 voorziet in een toelichting op de juridische aspecten van het plan, waarna in hoofdstuk 6 en 7 wordt ingegaan op respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en de procedure.
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
7
8
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Hoofdstuk 2 2.1
Gebieds- en planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de bestaande situatie binnen het plangebied en de directe omgeving en op de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opnieuw voorzien in planologische en stedenbouwkundige kaders voor het gebied.
2.2
Inventarisatie bestaande situatie
2.2.1 Functioneel In hoofdzaak komen in de huidige situatie twee functies voor, namelijk bedrijvigheid en wonen. De circa 40 binnen het plangebied aanwezige woningen zijn daarbij hoofdzakelijk geconcentreerd rond de 'hoeken' Industriestraat/Parallelweg, Industriestraat-Stationsstraat en Stationsstraat-Parallelweg, maar er komen ook - ten opzichte van de overige woningen - meer solitair gelegen woningen binnen het plangebied voor. Daar waar géén woningen zijn gesitueerd grenzen bedrijfsmatige activiteiten direct aan de openbare weg. De bedrijfsmatige activiteiten nemen veruit het grootste deel van het gebied in beslag, waarvoor hoofdzakelijk metaalgieterij MGG Netherlands BV en Dings Kartonnages verantwoordelijk zijn. Naast die twee bedrijven is nog sprake van een aannemers- en tegelzettersbedrijf aan de Parallelweg (nr 14), een winkel met magazijn (nr. 34), een bedrijfspand van een handelsonderneming (nr 30) en een bakkerij (nr 2a) aan de Industriestraat en een bedrijfsruimte van een textielhandelsbedrijf (geen winkel) aan de Stationsstraat (nr 19a). De twee grootste bedrijven (voor wat betreft ruimtebeslag c.q. ruimtelijke uitstraling) worden hierna nader toegelicht.
MGG Netherlands BV Als gevolg van het na verloop van tijd aankopen van aangrenzende gronden en bedrijven is voor MGG een terrein ontstaan met weinig rechte hoeken, dat zowel aan de Industriestraat, Stationsstraat als Parallelweg aan de openbare weg grenst en ook ontsluiting via die wegen biedt. Deze groei door de jaren heen is ook terug te zien in de wijze waarop de bebouwing door de jaren heen is uitgebreid richting nieuw verworven gronden. Voor de Industriestraat is de ontsluiting hoofdzakelijk bedoeld voor en in gebruik voor personenauto's van werknemers en bezoekers. Voor vrachtverkeer vindt ontsluiting hoofdzakelijk plaats via de Stationsstraat, de Parallelweg en in beperkte mate via de Industriestraat. De activiteiten omvatten meer concreet een aluminiumsmelterij en -gieterij.
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
9
Dings Kartonnages Dit bedrijf is gevestigd aan de Parallelweg, nummer 16. Ontsluiting van dit perceel vindt plaats via de Parallelweg, zowel aan de oostzijde als de zuidzijde van het perceel. Op deze locatie vindt geen vervaardiging van papier of karton plaats, maar er wordt voorzien in het verwerken en bedrukken van karton, met o.a. verpakkingen en viltjes als eindproduct.
10
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Ten zuiden van het plangebied, evenwijdig aan de Parallelweg ligt de spoorlijn Venlo - Roermond. In het verleden was ter hoogte van Parallelweg 34 t/m 42 ook een station aanwezig, maar daar is in de jaren '90 van de vorige eeuw een nieuw station aan De Drink voor in de plaats gekomen. Het stationsgebouw en de perrons aan de Parallelweg zijn na verloop van tijd gesloopt en de verharding van de voormalige bijbehorende parkeerplaats is verwijderd. 2.2.2 Bebouwing De binnen het plangebied aanwezige woningen betreffen hoofdzakelijk grondgebonden woningen. Alleen op de hoek Industriestraat/Stationsstraat zijn (gedeeltelijk) gestapelde woningen aanwezig. De overige woningen betreffen hoofdzakelijk woningen van één of twee bouwlagen die zijn afgedekt met een kap.
2.3
Beoogde kaders
Zoals uit paragraaf 1.3 volgt, gelden er voor het plangebied tot het moment van in werking treden van dit bestemmingsplan géén planologische en/of stedenbouwkundige kaders. Dit bestemmingsplan zal daar opnieuw in voorzien. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Er is sprake van een bestaande situatie, waarbij relatief zware bedrijvigheid en wonen op korte afstand van elkaar voorkomen. Dit is een van oudsher zo gegroeide en vergunde situatie en waarbij sprake is van bestaande rechten voor zowel woningeigenaren als de aanwezige bedrijven. Het bedrijventerrein betreft een zogenoemd gezoneerd industrieterrein waarop de Wet geluidhinder van toepassing is en waarvoor geldt dat door de wijze waarop met de aanwezige geluidruimte wordt omgegaan zowel ruimte moet bieden aan de ter plaatse toegelaten bedrijven, als moet voorzien in de bescherming van het woon- en leefklimaat in de omliggende woningen. Daarbij is ook van belang dat - met uitzondering van de zuidzijde - het plangebied wordt omgeven door gebieden met een overwegende woonfunctie, op korte afstand van de kern c.q. het centrum van de kern Tegelen. Op basis van het voorgaande wordt voorzien in een overwegend beheersmatig bestemmingsplan, dat aansluit bij de huidige situatie, te weten de bestaande woningen en de bestaande bedrijfsactiviteiten.
Hoewel sprake is van een van oudsher bestaande en vergunde situatie met korte afstanden tussen relatief zware bedrijvigheid en wonen, zijn dergelijke (nieuwe) situaties niet wenselijk vanuit het oogpunt van een goed woon- en leefklimaat. Om die reden worden de mogelijkheden voor nieuwe vormen van bedrijvigheid in beginsel beperkt tot activiteiten van een lagere milieucategorie, op basis van een toegesneden lijst van bedrijven. Rekeninghoudend met voornoemde uitgangspunten en de belangen van zowel de bestaande bedrijven binnen het gebied als bewoners van het gebied wordt daarbij maximaal milieucategorie 3.1 aanvaardbaar geacht. Het toestaan van bedrijfsactiviteiten van een hogere milieucategorie behoort slechts tot de mogelijkheden door toepassing van een zogenoemde binnenplanse afwijkingsbevoegdheid en slechts wanneer wordt aangetoond dat de ruimtelijke uitstraling van een dergelijk bedrijf vergelijkbaar is met de bedrijven die gelet op het voorgaande in beginsel wel direct zijn toegelaten. De uitbreidingsruimte voor de huidige bedrijven is door middel van de opgenomen bouwvlakken en het opgenomen maximum bebouwingspercentage beperkt. Daarbij moet overigens worden opgemerkt dat gelet op de akoestische situatie (zie paragraaf 4.3) de beschikbare geluidruimte c.q. het gebrek daaraan, geluid toch al de beperkende factor is voor uitbreiding.
Uitbreiding zal daarom veelal gepaard moeten gaan met geluidreducerende maatregelen. Voor de woonpercelen wordt voorzien in bouw- en gebruiksmogelijkheden die aansluiten bij hetgeen ook in andere woongebieden in Tegelen en de gemeente Venlo gangbaar zijn in recente bestemmingsplannen. Dat houdt onder meer in dat het aantal woningen ten opzichte van de bestaande situatie niet mag toenemen, tenzij in de regels iets anders is aangegeven. (zie navolgende paragraaf 2.4).
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
11
2.4
Nieuwe ontwikkelingen
Met onderhavig bestemmingsplan wordt één nieuwe vrijstaande woning toegestaan aan de Parallelweg op het perceel gelegen naast Parallelweg 32 en vooralsnog onderdeel uitmakend van het perceel Stationsstraat 25. Het betreft het perceel kadastraal bekend gemeente Tegelen, sectie C, nummer 5278. Op de uitvoerbaarheid van deze ontwikkeling en de toets aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening is ingegaan in de ruimtelijke onderbouwing die als Bijlage 3 bij deze toelichting is gevoegd.
12
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskaders
Inleiding
Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. Hierna worden in het kort de voornaamste zaken uit het voor het plangebied relevante nationale en provinciale beleid weergegeven, aangevuld met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venlo. Vooraf wordt opgemerkt dat dit bestemmingsplan overwegend beheersmatig van aard is en dit hoofdstuk daar op is afgestemd. Voor de toevoeging van een woning aan de Parallelweg geldt dat de toets aan de geldende beleidskaders, net als de toetsing op alle andere ruimtelijke aspecten plaatsvindt in een separate onderbouwing waarin wordt aangetoond dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Die onderbouwing is als Bijlage 3 toegevoegd aan deze toelichting.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie Voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet is op 11 september 2021 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld en in werking getreden. Met de NOVI biedt het Rijk een duurzaam toekomstperspectief voor onze leefomgeving. Met ruim 17 miljoen mensen op ruim 41.000 m2 is het zoek goede keuzes te maken ten aanzien van ruimtebeslag, om Nederland over 30 jaar nog steeds een plek te laten zijn waar het goed wonen, werken en recreëren is. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen de 21 nationale belangen die in de NOVI worden onderscheiden. De belangrijkste keuzes zijn: De inpassing van duurzame energie(opwekking) met oog voor omgevingskwaliteit. Het bieden van ruimte voor een overgang naar een circulaire economie Woningbouw faciliteren in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden. Landgebruik meer in balans laten zijn met natuurlijke systemen. Het realiseren van deze wensen, het benutten van kansen en het oplossen van knelpunten vraagt om samenwerking tussen overheden. Zowel bij nationale vraagstukken als bij gebiedsgerichte regionale opgaven.
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
13
In het NOVI worden een viertal prioriteiten benoemd, met de bijbehorende beleidskeuzes. De voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan relevante keuzes worden hierna samengevat weergegeven.
1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. We reserveren voldoende ruimte voor toekomstige waterveiligheidsmaatregelen. We maken de energie-infrastructuur geschikt voor duurzame energiebronnen en reserveren daarvoor ruimte. We passen duurzame energie in met oog voor de kwaliteit van de omgeving en combineren deze zo veel mogelijk met andere functies, zoals zonnepanelen op daken en clustering van windmolens. Voor de inpassing van duurzame energie op land worden regionale energiestrategieën opgesteld. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel De Nederlandse economie verandert van karakter en is in 2050 geheel circulair en de broeikasgasemissies zijn dan met 95% gereduceerd, met 55% reductie als beoogd tussendoel in 2030. We zetten in op optimale (inter)nationale bereikbaarheid van steden en economische kerngebieden in het Stedelijk Netwerk Nederland. Overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio's en bevorderen een aantrekkelijk vestigingsklimaat. 3. Sterke en gezonde steden en regio's We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio's te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen.
Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-) infrastructuur en vindt plaats in de regio's waar er vraag is. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio's sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en
14
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
prijsklasse. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie. We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio's en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio's klimaatbestendig in. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.
Conclusie Binnen onderhavig plangebied wordt - voor een overigens historisch gegroeide situatie - de balans gezocht tussen enerzijds het bieden van ruimte voor (bestaande) bedrijvigheid en anderzijds het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving voor de omliggende woningen. Die balans wordt gezocht in het bieden van ruimte voor de huidige bedrijfsactiviteiten met ruimte om de huidige activiteiten voort te zetten, met mogelijkheden om eventueel andere bedrijfsactiviteiten te gaan verrichten, mits daarbij sprake is van een lagere milieucategorie die past binnen de omgeving, bestaande uit overwegend woningen. In planologisch opzicht is er daarbij ook ruimte voor verplaatsing van bebouwing en activiteiten binnen de bedrijfskavels, maar daarbij geldt dat met name de beschikbare geluidruimte bepalend zal zijn voor die mogelijkheden. Uitbreidingsruimte zal er om diezelfde reden niet of nauwelijks zijn, tenzij maatregelen worden getroffen die er toe leiden dat de geluidsproductie afneemt of in ieder geval niet toeneemt. Hetzelfde geldt voor aspecten als geur en gevaar c.q. externe veiligheid. De binnen het gebied aanwezige woningen worden voorzien van een 'moderne' woonbestemming met mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken en met ruimte voor een beroep of bedrijf aan huis.
Gezien de aard van het gebied en het feit dat het bestemmingsplan overwegend beheersmatig van aard is, zijn er weinig directe en concrete raakvlakken tussen deze visie en onderhavig plan, anders dan de meer algemene uitgangspunten ten aanzien van een veilige en gezonde leefomgeving, duurzaam ruimtegebruik, etc. Op deze onderwerpen wordt in navolgende paragrafen en hoofdstukken nog nader ingegaan. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte genoemd, bevat regels ter bescherming van nationale belangen. De keuze voor deze belangen is reeds gemaakt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en worden met het Barro en het Bro juridisch verankerd in de vorm van instructieregels. Verdere uitwerking heeft voorts plaatsgevonden in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). In totaal gaat het om dertien nationale belangen, te weten: Rijksvaarwegen;
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
15
Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. De instructieregels richten zich grotendeels tot gemeenten door te borgen dat met de betreffende onderwerpen rekening wordt gehouden c.q. de aangegeven kaders in acht worden genomen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Enkele bepalingen hebben betrekking op provinciaal medebewind en ontheffingsmogelijkheden, zoals Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en het Natuurnetwerk Nederland. Voor onderhavig plangebied zijn in het Barro en de Rarro geen instructieregels opgenomen die van invloed zijn op het bestemmingsplan. Zo ligt het plangebied bijvoorbeeld niet binnen het (waterbergend) rivierbed van de Maas en zijn er geen beperkingen voor het ruimtegebruik langs de spoorlijn Venlo-Roermond. Wel ligt het plangebied binnen een radarverstoringsgebied, waarbinnen beperkingen gelden voor de (tip)hoogte van windturbines. Die hoogte mag binnen het plangebied slechts 114 meter +NAP bedragen.
Binnen het plangebied worden dergelijke turbines echter niet mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan.
16
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Conclusie Gelet op het voorgaande vormen de in het Barro opgenomen en in de Rarro uitgewerkte instructieregels geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze Ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zodat de ruimte in stedelijke gebieden optimaal wordt benut. De Ladder is per 1 oktober 2012 verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid Bro). Kern van de Ladder is dat de stedelijke ontwikkeling op een locatie pas doorgang kan vinden als op regionaal niveau is aangetoond dat er daadwerkelijk een actuele behoefte aan is en dat de beschikbare ruimte in het stedelijk gebied optimaal wordt benut. Van belang daarbij is of elders in de regio een soortgelijke ontwikkeling is gepland die reeds in de behoefte kan voorzien. In juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij de afzonderlijke treden zijn losgelaten.
Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt nu als volgt: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De eerste en de tweede trede zijn samengevoegd en de derde trede is vervallen. De uitgebreide motivering is beperkt tot 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' buiten het bestaand stedelijk gebied. Tevens is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door het begrip 'behoefte' en wordt een nieuw onderdeel toegevoegd waarmee het mogelijk wordt een dubbele Laddertoets bij flexibele planvorming te voorkomen. De Ladder-onderbouwing zorgt ervoor dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Hierna volgt een toetsing van onderhavig planvoornemen aan de nieuwe Ladder. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'.
Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Dat is bijvoorbeeld aan de orde bij plannen voor maximaal 11 nieuwe woningen of andersoortige ontwikkelingen met een ruimtebeslag c.q. brutovloeroppervlakte van maximaal 500 m² (Zie overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1724).
Verder hanteert de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als beoordelingslijn dat hiervan géén sprake is als het bestemmingsplan of omgevingsvergunning bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, maar daarbij ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter ruimtebeslag, maar alleen in een functiewijziging. Overigens kan in geval van een functiewijziging toch sprake zijn van een nieuwe
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
17
stedelijke ontwikkeling, indien de ruimtelijke uitstraling van de nieuwe functie wezenlijk afwijkt van de functie die eerder op basis van het voorgaande planologische regime op die locatie was toegelaten. Toepassing planvoornemen Onderhavig bestemmingsplan is in de basis beheersmatig van aard. Er vindt ten opzichte van de huidige feitelijke situatie geen groter ruimtebeslag plaats en er worden geen zodanige nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt ten opzichte van de feitelijk bestaande situatie dat aanleiding bestaat te toetsen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Ook is geen sprake van het overnemen van onbenutte planologische mogelijkheden uit eerdere bestemmingsplannen, nu er voor het plangebied tot het moment van in werking treden géén planologische kaders gelden en dit bestemmingsplan is afgestemd op de bestaande situatie. De toevoeging van één enkele nieuwe woning is niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Op de uitvoerbaarheid van het voornemen om aan de Parallelweg een nieuwe woning te realiseren wordt apart ingegaan in bijgaande ruimtelijke onderbouwing voor dat voornemen (Bijlage 3). Conclusie Nu geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling is de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet vereist. Ook anderszins voorziet dit bestemmingsplan niet in ontwikkelingsruimte waarvan de uitvoerbaarheid niet is of kan worden onderbouwd.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Limburg Provinciale Staten van Limburg hebben op 1 oktober 2021 de Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. Die Omgevingsvisie Limburg richt zich op de langere termijn (2030-2050) en bestaat uit een thematisch deel waarin de provincie haar visie geeft op thema's als Wonen & leefomgeving, Veiligheid en gezondheid en Werklocaties. Daarnaast bestaat de visie uit een gebiedsgericht deel waarin wordt voorzien in een regiovisie voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. De provincie onderscheidt in haar nieuwe omgevingsvisie drie hoofdopgaven: Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als in landelijk gebied Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie) Klimaatadaptatie en energietransitie De Limburgse principes Om afwegingen te kunnen maken en daarbij een balans te vinden tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving worden de zogenoemde Limburgse principes gehanteerd: streven naar een inclusieve, gezonde en veilige leefomgeving; de kenmerken en identiteit van gebieden centraal stellen; meer stad, meer land; zorgvuldig omgaan met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds; procesmatige uitgangspunten: 1. de maatschappelijke opgaven en kansen staan centraal; 2. (grensoverschrijdende) samenwerking, participatie en eigenaarschap; 3.
we werken gebiedsgericht; 4. we werken adaptief aan de opgaven; 5. we werken als één overheid. Thema Werklocaties
18
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Het beleid voor zogenoemde werklocaties, waaronder begrepen bedrijventerreinen kan als volgt kort worden samengevat. Voor de vestiging of uitbreiding van bedrijven is geschikte huisvesting en ruimte noodzakelijk. Dat kan in Limburg een probleem zijn. Soms is er onvoldoende beschikbare ruimte, of voldoet de beschikbare ruimte niet aan de eisen van de gebruikers. Die eisen kunnen bovendien in de toekomst veranderen door digitalisering, verduurzaming, globalisering of robotisering van bedrijfsprocessen. De provincie kiest voor compacte werklocaties om het gebruik van de ruimte en de landschappelijke inpassing te optimaliseren. Bij nieuwe initiatieven wordt een voorkeursvolgorde gehanteerd. Eerst dient te worden bezien of het opknappen of herontwikkelen van verouderde werklocaties mogelijk is, pas daarna wordt gelegenheid geboden om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen. Dit gebeurt dan bij voorkeur via uitbreiding van bestaande terreinen. Het ontwikkelen van nieuwe locaties is de laatste optie. Nog steeds geldt dat op bedrijventerreinen geen plaats is voor de vestiging van zelfstandige kantoren en detailhandel. Kantoorruimte en showrooms als onderdeel van productiebedrijven zijn wel mogelijk. Ook is er op bedrijventerreinen eventueel ruimte voor de vestiging van detailhandel in volumineuze en brand- en explosiegevaarlijke goederen.
Thema Wonen en leefomgeving Een woningaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd: voldoende (betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit. De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners realiseren. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen, maar door in samenhang naar woonopgaven te kijken, worden op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen gelegd tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee wil de provincie een verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Visie Noord-Limburg De regio Noord-Limburg kenmerkt zich in ruimtelijk, economisch en maatschappelijk opzicht het beste door twee dominante, voor iedereen herkenbare assen: een snelle, hoog-dynamische Oost-West-as en een rustige, meer op (be)leefkwaliteit gerichte Noord-Zuid-as. De hoog-dynamische, economisch-georiënteerde Oost-West-as is de wereld van infrastructuur en logistiek, agrofood, maar ook de maakindustrie in z'n vele gedaanten. Samen wordt werk gemaakt van de Greenport-ontwikkeling, het stimuleren en verder uitbouwen van de reeds aanwezige bedrijvigheid door innovatie en onderwijs en het versterken van de samenwerking met omliggende regio's. Vanwege haar strategische ligging op de Oost-West-as en de nabijheid van grote afzetgebieden, zoals de regio Eindhoven, de Vlaamse Ruit en het Ruhrgebied, levert de regio een significante bijdrage aan de Nederlandse economie. De regio kent daarnaast een wereld van rust, ruimte en schoonheid, met de Maas als herkenbare kwaliteits-as. Het landschap is afwisselend met het terrassenlandschap van het Maasdal, Maasmeanders, natuur- en bosgebieden, Peelvenen en ontginningsgebieden en gevarieerde landbouwactiviteiten. Juist de afwisseling van landschappen, natuur en cultuur, de nabijheid van steden en dorpen en economische activiteiten en voorzieningen, maakt Noord-Limburg prettig divers.
Binnen Noord-Limburg vormen Venlo en Venray samen een logistieke hotspot; goed ontsloten over weg, water en spoor én met ruimte voor ontwikkeling. Opgaven voor Noord-Limburg zijn (voor zover relevant voor dit plan): 1.
Ondernemen & innoveren: een robuuste economische structuur die is afgestemd op het economisch landschappelijk en maatschappelijk draagvlak in de regio, met aandacht voor o.a. a. ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals vergrijzing en een groeiend gebrek aan vakmensen;
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
19
b. c.
2.
een goede balans tussen gezondheid, welzijn en het welbevinden van mens, dier en plant enerzijds en de 'voetafdruk' van de logistiek en land- en tuinbouw anderzijds; voorkomen dat slechts een werkplaats ontstaat voor kale productie en logistiek zonder investeringen in een aantrekkelijk en duurzaam woon- en leefklimaat.
Vitale en gezonde bewoners en hun leefomgeving met aandacht voor o.a.: a. het behouden van een vitale en bereikbare basisvoorzieningenstructuur; b. een prettige woon- en leefomgeving die ook een gezonde levenswijze stimuleert; c. waardige en passende huisvesting voor (tijdelijke) internationale werknemers; d. duurzame en klimaatbestendige dorpen en steden door ruimte efficiënt te benutten; e. de toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen op het gebied van zorg, educatie, werk en vrije tijd, die niet afhankelijk moet zijn van de woonplaats, buurt of bestaande collectieve vervoersvoorzieningen.
Toepassing planvoornemen Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op een deel van het bestaand stedelijk gebied van de kern Tegelen dat deels is aan te merken als bedrijventerrein, dat in feite hoofdzakelijk wordt gevormd door twee aaneengesloten en in de betreffende omgeving relatief grote bedrijfskavels, naast enkele kleinere bedrijven. Er vindt geen nieuw ruimtebeslag voor bedrijfsmatige activiteiten plaats. Ook wordt geen ruimte geboden voor de vestiging van nieuwe zelfstandige kantoren of nieuwe detailhandel. Naast het 'op maat' bestemmen van de bestaande bedrijvigheid wordt ruimte geboden voor het - op termijn - eventueel omschakelen naar andere en voor wat betreft ruimtelijke uitstraling lichtere vormen van bedrijvigheid, die beter inpasbaar zijn in de omgeving die voor het overige hoofdzakelijk uit woningen bestaat. Daarmee wordt ook termijn voorzien in een duurzaam ruimtegebruik. Voor wat betreft de woningen geldt dat wordt voorzien in een passende bestemming voor de bestaande woningen en dat geen toevoeging van woningaantallen plaatsvindt, behoudens de toevoeging van één woning aan de Parallelweg, waarvan de uitvoerbaarheid is aangetoond in de separaat bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 3).
Conclusie Gelet op het voorgaande sluit het plan aan bij het provinciaal beleid c.q. is het plan daarmee niet in strijd. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in december 2021 ook al de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit bestemmingsplan nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Aangezien de invoering van de Omgevingswet een aantal malen is uitgesteld, zijn de in de nieuwe verordening (2021) voorziene nieuwe instructieregels middels wijzigingsverordeningen ook toegevoegd aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Daarmee is de 'oude' verordening die voor dit bestemmingsplan nog van belang is, inhoudelijk al in lijn gebracht met de nieuwe verordening. De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat een hoofdstuk ‘Ruimte’, waarin instructieregels zijn opgenomen die gemeenten in acht dienen te nemen bij het opstellen en vaststellen van onder meer bestemmingsplannen.
Van die instructieregels zijn de volgende onderwerpen van belang, waarbij per onderwerp wordt ingegaan op de relatie met het planvoornemen.
20
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf2.2) De provincie heeft in haar verordening (nogmaals) geborgd dat ruimtelijke plannen voldoen aan de Ladder voor duurzame verstedelijking als opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Daar is aan toegevoegd dat wanneer een ruimtelijk plan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. ook dient te worden onderzocht in hoeverre het herbenutten van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen mogelijk is. Het resultaat daarvan dient te worden beschreven in de toelichting op het betreffende ruimtelijk plan. Dit bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals reeds is beschreven in paragraaf 3.2.3 van deze toelichting. Het bestemmingsplan voorziet in een actueel planologisch kader voor een bestaand bedrijventerrein en de binnen het plangebied aanwezige woningen. Binnen het plangebied is geen sprake van leegstaande monumenten of leegstaande beeldbepalende gebouwen die bijzondere aandacht behoeven in dit plan. Binnen het plangebied ligt overigens wel een gemeentelijk monument (Stationsstraat 17) en enkele panden die zijn opgenomen in de MIP-inventarisatie, maar die zijn allen in gebruik en dus zijn er ook voor die panden geen aandachtspunten ten aanzien van een eventuele herbestemming.
Reserveringszones langs spoorwegen en provinciale wegen (paragraaf 2.3) In bestemmingsplannen dient met het oog op een eventuele toekomstige verbreding van provinciale wegen of een verdubbeling van een spoorweg te worden voorzien in een reserveringzone van 15 meter langs provinciale wegen en spoorwegen als aangeduid op de bij de verordening behorende kaarten. Dat is ook het geval voor de spoorlijn Venlo-Roermond. Dat houdt in dat rekening moet worden gehouden met een reserveringszone van 15 meter vanuit het hart van het bestaande spoor. Van belang is dat voor deze spoorlijn al een Provinciaal inpassingsplan (PIP) is vastgesteld: "Opwaardering Maaslijn, Limburg" (NL.IMRO.9931.PIPMaaslijn-VG01), dat voorziet in een concretisering van het ruimtebeslag dat nodig is voor de beoogde opwaardering van de Maaslijn door elektrificatie en waar aan de orde verdubbeling van het spoor. Ter hoogte van het plangebied van dit bestemmingsplan is geen verdubbeling van het spoor voorzien, aangezien vanaf de spoorwegovergang Vijverlaan/Stationsstraat al sprake is van dubbel spoor tot (in ieder geval) het station aan De Drink. De plangrens is afgestemd op de plangrens van het PIP. Voorzover de beoogde reserveringszone van 15 meter toch binnen onderhavig bestemmingsplan valt, is voorzien in een aanduiding 'vrijwaringszone - spoor'.
Gelet op het voorgaande vormt onderhavig, beheersmatig bestemmingsplan geen belemmering voor de beoogde opwaardering van de Maaslijn in relatie tot de instructieregels die daarover zijn opgenomen in de provinciale verordening.
Bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 (paragraaf2.4) Bij het opstellen van het het POL2014 hebben de gemeenten en provincie geconstateerd dat voor diverse thema’s meer uitvoeringsgerichte regionale bestuursafspraken nodig en wenselijk zijn. Daarbij gaat het o.a. om de thema's wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen, kantoren en vrijetijdseconomie. Voor onderhavig plan is kortgezegd van belang dat: a.
b.
c.
geen nieuwe woningen mogelijk mogen worden gemaakt die (per saldo) voorzien in een toevoeging van woningen aan de bestaande (plan)voorraad, anders dan in overeenstemming met de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg; geen toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande (plan)voorraad mag plaatsvinden, anders dan in overeenstemming met het POL en de regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg; geen toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor kantoren aan de bestaande (plan)voorraad mag plaatsvinden, anders dan in overeenstemming met het POL en de regionale Visie Kantoren
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
21
d.
Noord-Limburg; geen toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen aan de bestaande (plan)voorraad mag plaatsvinden, anders dan in overeenstemming met het POL, de regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg.
Ad a) Wonen Hoewel binnen het plangebied circa 40 woningen zijn gelegen en die woningen met dit bestemmingsplan positief worden bestemd, wordt geen ruimte geboden voor de realisatie van nieuwe woningen of bedrijfswoningen, waarmee op dit punt wordt voldaan aan de verordening. Voor wat betreft de toevoeging van een woning aan de Parallelweg is in de als Bijlage 3 bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing aangetoond dat die toevoeging voldoet aan de provinciale verordening. Ad b en c) Detailhandel en kantoren Het bestemmingsplan voorziet ook niet in nieuwe vestigingsmogelijkheden voor detailhandel of kantoren. Binnen het plangebied is één locatie aanwezig waar detailhandel plaatsvindt (Industriestraat 34), welke functie conform feitelijk bestaand legaal gebruik als zodanig wordt bestemd, gekoppeld aan een functieaanduiding binnen de ter plaatse toegekende bedrijfsbestemming. Daarbij is ook voorzien in een uitsterfregeling met als strekking dat wanneer het gebruik voor detailhandel wordt beëindigd en niet binnen één jaar wordt hervat, er geen detailhandel meer is toegestaan. Zelfstandige kantoren zijn binnen het gebied niet aanwezig en worden met dit bestemmingsplan ook niet toegestaan. Gelet op het voorgaande wordt ten aanzien van detailhandel en kantoren daarom voldaan aan de instructieregels in de verordening.
Ad c Bedrijventerreinen Het bestemmingsplan voorziet in een passende bestemming voor het bestaande bedrijventerrein, zonder dat er daarbij een uitbreiding van het ruimtebeslag plaatsvindt. Daarmee wordt ook op dit punt voldaan aan de instructieregels in de provinciale verordening.
Conclusie Gezien het voorgaande is onderhavig bestemmingsplan niet in strijd met de provinciale verordening en wordt in onderhavig plan invulling gegeven aan de instructieregels die daarin zijn opgenomen. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat ook de inmiddels in werking getreden Omgevingsverordening Limburg (2021) geen instructieregels bevat die een belemmering vormen voor het planvoornemen.
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Visie Bedrijventerreinen Noord Limburg De regionale Visie Bedrijventerreinen Noord-Limburg bevat de ambities, opgaven en principes die de regiogemeenten in Noord-Limburg nastreven met betrekking tot bedrijventerrein. Daarnaast bevat de visie de regionale werkwijze en spelregels, rekening houdend met het door de provincie voorgestelde dynamisch voorraad beheer. Centraal in het dynamisch voorraadbeheer staan drie typen interventies: 1. 2. 3.
22
Werken aan de kwaliteit van de bestaande voorraad (bijvoorbeeld renovatie, herstructureren, energiemaatregelen, duurzaamheid). Onderdeel hiervan vormt de aanpak van de bestaande leegstand. Waar mogelijk schrappen (verkleuren / van functie veranderen) van harde plannen die niet de beoogde toevoeging van kwaliteit opleveren. Het kan ook gaan om tijdelijke andere functies. Onder voorwaarden (bijvoorbeeld alleen echte toevoeging kwaliteit, principes duurzame verstedelijking) ruimte bieden voor het toevoegen van goede nieuwe voorraad, maar dan wel in combinatie met het
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
schrappen van bestaande voorraad. Toepassing Dit bestemmingsplan heeft betrekking op een bestaand, volledig in gebruik zijnd bedrijventerrein, waarbij geen uitbreiding van het ruimtebeslag, functieverandering of herstructurering aan de orde is. Ook geen geen sprake van leegstand die om een aanpak vraagt. Er wordt (weer) voorzien in passende gebruiks- en bouwmogelijkheden voor het gebied, met aandacht voor de omgeving, die overwegend een woonfunctie heeft.
Conclusie Gelet op het voorgaande voldoet het bestemmingsplan aan de regionale visie op de bedrijventerreinen.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Strategische Visie Venlo 2040 De Strategische Visie Venlo 2040 die is vastgesteld op 26 mei 2021 vervangt de eerder in 2010 opgestelde Strategische Visie Venlo 2030, die opgesteld rondom de laatste herindeling, waarbij de voormalige gemeente Arcen en Velden onderdeel is geworden van de gemeente Venlo. Deze nieuwe visie is bijgesteld en aangevuld ten opzichte van de vorige versie, om zo in te kunnen spelen op nieuwe, grote ontwikkelingen zoals de ontwikkelingen rondom de thema's klimaat en energie, groeiende verschillen binnen de gemeenschap en het veranderen van de samenstelling van de gemeenschap en verder de versterking van het economisch fundament van Venlo. Hierna wordt per thema het perspectief voor 2040 kort samengevat. Gezondste regio De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners daarvan hebben geprofiteerd. Onze vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen.
Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Een (t)huis om van te houden Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen.
De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
23
een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en hebben is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadaptatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde.
En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. We hebben ontdekt dat menselijk kapitaal schaarser is geworden en er zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer. Grenzeloos Wat betreft onze grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid.
De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken.
24
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
Uitsnede 'praatplaat' Strategische Visie Venlo 2040
Toepassing planvoornemen Gelet op het overwegend beheersmatig karakter van dit bestemmingsplan, waarmee geen nieuwe ontwikkelingen worden gefaciliteerd anders dan een enkele woning aan de Parallelweg, is dit plan niet van invloed op de thema's die in de Strategische Visie worden onderscheiden. Door te voorzien in passende bestemmingen met 'moderne' bouw- en gebruiksmogelijkheden voor zowel de aanwezige bedrijven als de bestaande woningen, draagt het plan in zekere zin wij bij aan de beleidslijnen voor de thema's Een (t)huis om van te houden en Werken in Venlo. Conclusie Gelet op het voorgaande voldoet het bestemmingsplan aan de gemeentelijke Strategische Visie. 3.5.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. Het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied wordt kleiner. En dat is jammer, omdat dit een minder afwisselende en daardoor minder aantrekkelijke gemeente oplevert.
Steden, dorpen en het buitengebied hebben ieder hun specifieke kwaliteiten. Om die kwaliteiten nog beter tot hun recht te laten komen, wordt als kernopgave benoemd dat het contrast tussen steden, dorpen en het buitengebied de komende jaren versterkt moet worden. Daarbij wordt onderkend dat het bestaande bebouwde gebied in de stad en de dorpen ruim voldoende capaciteit biedt voor het huisvesten van (toekomstige) stedelijke functies.
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
25
Stad en land moeten elkaar aanvullen in plaats van in elkaar over te gaan. Zo wordt optimaal geprofiteerd van het beste van twee werelden. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. Drukte in het ommeland, 2. Ruimte in de stad (en dorp), 3. Leven met de Maas, 4. Voorzieningen op maat, 5. Robuuste structuren. Daarnaast zijn er drie basisprincipes geformuleerd die op elk ruimtelijk initiatief van toepassing zijn. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet.
Het plangebied ligt conform de Ruimtelijke Structuurvisie binnen de contour stedelijk/dorpsgebied. Op voorliggende ontwikkeling is met name majeure opgave 2, ‘Ruimte in de stad (en dorp)’ van toepassing. Voor het stedelijk gebied wordt een maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte nagestreefd, in plaats van een uitbreiding van het stedelijk gebied. Door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen is, dan wel komt, voldoende ruimte beschikbaar om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever bestaande woningen of gebieden aanpassen dan uitbreiden. Ook voor kantoren, bedrijfsruimten of winkels geldt dat het bestaande of al in ontwikkeling genomen aanbod voor lange tijd voldoende is. Hoewel we weten dat hergebruik, herstructurering en transformatie complexer en vaak kostbaarder is dan
26
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
nieuwbouw, benutten we de groeiende leegstand toch voor herontwikkeling. Ruimtes die weinig gebruikt worden, kunnen intensiever gebruikt worden, verouderde en verloederende (bedrijven)terreinen kunnen worden opgewaardeerd en ‘rotte plekken’ kunnen worden aangepakt. Absolute prioriteit ligt bij hergebruik en -ontwikkeling van waardevol cultureel en religieus erfgoed, zoals boerderijen, fabriekspanden, kloosters en kerken. Toepassing planvoornemen Hoewel het plangebied is aangegeven als een te hergebruiken, te herstructueren of te transformeren bedrijventerrein is daar op dit moment geen concrete aanleiding voor. Er is geen sprake van leegstand of rotte plekken. Dit bestemmingsplan voorziet wel in zodanige gebruiks- en bouwmogelijkheden dat herontwikkeling / herstructurering tot de mogelijkheden behoort wanneer de huidige bedrijven mochten worden beëindigd c.q. leegstand gaat ontstaan. Daarmee vindt aansluiting plaats bij de principes 'inbreiding voor uitbreiding' en 'hergebruik voor nieuwbouw'. Conclusie Het bestemmingsplan sluit aan bij de beleidslijnen als opgenomen in de gemeentelijke structuurvisie. 3.5.3 Woonvisie 2021 - 2026 In september 2021 is de Woonvisie 2021 - 2016 vastgesteld, als vervanger van de woonvisie voor de periode 2016 - 2021. De wereld op het gebied van wonen ziet er in 2021 heel anders uit dan bij vaststelling van de vorige lokale woonvisie in 2016.
Met deze nieuwe Venlose woonvisie worden de kaders geschept waarbinnen de huidige opgaven opgepakt kunnen worden. De visie gaat uit van drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt: 1. Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgave om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio en wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties. 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. 3. Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg.
Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden.
Ordenende principes Bij voornoemde hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd. Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van drie ordenende principes: versnellen, verbinden en vernieuwen:
bestemmingsplan Industriestraat-Stationsstraat-Parallelweg
27
Versnellen: waar mogelijk worden kansen gepakt om opgaven versneld op te pakken. Verbinden: wonen staat niet op zichzelf, daarom wordt de verbinding met andere beleidsterreinen gezocht, maar ook met andere opgaven en vraagstukken; wonen kan hierin een deel van de oplossing vormen. Vernieuwen: hiermee wordt bedoeld dat we open staan voor nieuwe initiatieven, woonvormen en instrumenten om knelpunten binnen het wonen op te lossen. Amendement klimaatbestendigheid Bij de vaststelling van de woonvisie is door de gemeenteraad ook een amendement aangenomen, waardoor ook het realiseren van een klimaatbestendige stad Venlo in het jaar 2050 als belangrijke opgave aan de woonvisie is gekoppeld.