080 Bijl20 Regels.pdf
Tekst van het document
53
c.
de archeologische waarden en/of cultuurhistorische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld tot nihil.
21.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 21.4.1 Verbod Het is verboden op of in gronden welke zijn bestemd als 'Waarde - Cultuurhistorie 4' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; b. het vellen, rooien of aanleggen van diepwortelende beplantingen en/ of bomen, inclusief het verwijderen van stobben; c. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 0,4 m ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; d. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e. het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; f. het graven, aanleggen, verbreden, vergroten of dempen van sloten, greppels, watergangen, vijvers of vaarten;
21.4.2 Toegestane werkzaamheden Het verbod als bedoeld in lid 21.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. minder diep reiken dan 0,4 m ten opzichte van het maaiveld en waarbij geen grond blijvend wordt afgevoerd en het grondoppervlak van de aanlegwerken minder is dan 5.000 m²; e. archeologisch onderzoek betreffen.
21.4.3 Afwegingskader De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 21.4.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 21.1 genoemde doeleinden; b. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de gemeentelijke archeoloog en/of de beleidsadviseur monumenten van de gemeente Venlo.
54
Artikel 22 22.1
Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een stroomvoerende functie.
22.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd.
22.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 22.2 ten behoeve van: a. de volgende riviergebonden activiteiten: 1. de aanleg of wijziging van waterstaatkundige (kunst)werken; 2. de realisatie van voorzieningen voor een beter en veiligere afwikkeling van de beroeps- en recreatievaart; 3. de realisatie van natuur; 4. de realisatie van voorzieningen die onlosmakelijk met de waterrecreatie verbonden zijn; 5. de winning van oppervlaktedelfstoffen. b. de volgende niet-riviergebonden activiteiten: 1. een activiteit met een groot openbaar belang die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 2. een activiteit met een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijven die redelijkerwijs niet buiten het rivierbed kan worden gerealiseerd; 3. een activiteit die per saldo meer ruimte voor de rivier oplevert op een rivierkundig bezien aanvaardbare locatie. c. de volgende kleine, tijdelijke of voor rivierbeheer noodzakelijke activiteiten: 1. activiteiten als bedoeld in artikel 2 en 3 Bijlage II van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 2. activiteiten als bedoeld in artikel 4 Bijlage II van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 3. een eenmalige uitbreiding van ten hoogste 10% van de bestaande bebouwing; 4.
overige activiteiten van, vanuit rivierkundig opzicht, ondergeschikt belang; 5. activiteiten ten behoeve van rivierbeheer of rivierverruiming; 6. tijdelijke activiteiten, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: d. de situering en uitvoering van bouwwerken dient zodanig te zijn dat het veilig functioneren van waterstaatswerken is gewaarborgd; e. de situering en uitvoering van bouwwerken dient zodanig te zijn dat er geen sprake is van een feitelijke belemmering van toekomstige vergroting van de afvoer- of bergingscapaciteit; f. situering en uitvoering van bouwwerken dienen zodanig te zijn dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; g. de resterende, blijvende waterstandeffecten of de afname van het bergend vermogen moeten duurzaam worden gecompenseerd, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen gezekerd moet zijn; h. specifiek voor bouwwerken ten behoeve van de in 22.3 onder b sub 3 genoemde activiteiten, de gevraagde rivierverruimingsmaatregelen worden genomen, waarbij de financiering en tijdige realisering van de maatregelen moet zijn gezekerd; i. de andere aan deze gronden gegeven bestemmingen moeten het oprichten van bouwwerken toelaten; j. vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
22.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Stroomvoerend deel rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen;
55
b. c. d.
het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen en daarmee verband houdende constructies; het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen.
22.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 22.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd.
22.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 22.4.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het stroomvoerend waterbed; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
56
Artikel 23 23.1
Waterstaat - Waterbergend rivierbed Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een waterbergende functie. Voor zover er nog een of meer andere dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen met 'Waterstaat Waterbergend rivierbed' , geldt het bepaalde in artikel 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed'.
23.2
Bouwregels
Op of in deze gronden mag niet worden gebouwd.
23.3
Afwijken van de bouwregels
Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het belang van het waterbergend rivierbed, kan het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 23.2 en toestaan dat op de gronden binnen deze bestemming, mede conform de onderliggende bestemming, wordt gebouwd, mits vooraf gehoord Rijkswaterstaat. Hierbij wordt getoetst aan de volgende criteria: a. sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat het veilig functioneren van het waterstaatswerk blijft gewaarborgd; b. geen sprake van een feitelijke belemmering voor vergroting van de afvoercapaciteit; c. sprake van een zodanige situering en uitvoering van de activiteit dat de waterstandsverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is; d. een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert; e. de resterende waterstandseffecten of de afname van het bergend vermogen worden duurzaam gecompenseerd, waarbij de financiering en de tijdige realisering van de maatregelen zijn verzekerd.
23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden bestemd tot 'Waterstaat - Waterbergend rivierbed' zonder of in afwijking van een schriftelijke omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven, diepploegen, indrijven of ophogen; b. het aanleggen van watergangen, het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; c. het aanbrengen van gesloten oppervlakteverharding, het aanleggen van kabels en/of leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het aanbrengen, vellen en/of rooien van bomen en/of diepwortelende beplantingen.
23.4.2 Uitzonderingen Het bepaalde in 23.4.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende vergunning mogen worden uitgevoerd.
23.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in 23.4.1 zijn toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van het waterbergend waterbed; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij Rijkswaterstaat.
57
Artikel 24 24.1
Waterstaat - Waterkering Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, tevens bestemd voor de aanleg en het beheer en onderhoud van de primaire waterkering. Al hetgeen in deze regels omtrent de ondergeschikte bestemmingen binnen het gebied met de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is toegestaan, is uitsluitend toelaatbaar indien het, gehoord de beheerder van de primaire waterkering, verenigbaar is met het belang van de primaire waterkering.
24.2
Bouwregels
24.2.1 Gebouwen In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingen mag binnen de dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering' niet worden gebouwd, anders dan ten behoeve van deze bestemming.
24.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van de primaire waterkering, waaronder keermuren, mogen worden gebouwd.
24.2.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen aan de situering van bouwwerken, in geval dit noodzakelijk is in verband met de aanleg of het functioneren van de waterkering.
24.3
Afwijken van de bouwregels
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 24.2 en kan worden toegestaan dat in de andere bestemming gebouwen of bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de betreffende waterkering.
24.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.4.1 Verboden werkzaamheden Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waterstaat - Waterkering' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; e. diepploegen; f. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen.
24.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 24.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. behoren bij de aanleg van de nieuwe waterkering; b. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer, waaronder de vervanging van bestaande boomstructuren, lichtmasten, paden; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
24.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 24.4.1 zijn slechts toelaatbaar, mits:
58
a. b.
geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de primaire waterkering; vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de primaire waterkering.
59
60
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 25
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
61
Artikel 26
Algemene bouwregels
Voor bestaande afstanden en andere maten gelden de volgende regels a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet c.q. de Wabo, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet c.q. de Wabo, op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde onder a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats.
62
Artikel 27 27.1
Algemene aanduidingsregels Vrijwaringszone dijk-1
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone dijk-1' zijn de gronden mede bestemd voor de binnenbeschermingszone rondom de primaire waterkering. a. Op of in deze gronden mogen, ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere daar voorkomende bestemmingen, geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Deze regel is niet van toepassing op bestaande gebouwen en overkappingen. b. Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, binnen de aanduidingsgrenzen geldt dat op of in deze gronden ongeacht het bepaalde in de regels bij de bestemmingen, geen bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde mogen worden gebouwd. Deze regel is niet van toepassing op bestaande bouwwerken. c. Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de werking van de primaire waterkering, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde onder a en b in die zin dat de in de andere daar voorkomende bestemming genoemde bouwwerken worden gebouwd, mits vooraf advies is ontvangen van het Waterschap Limburg.
27.2
Vrijwaringszone dijk-2
Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone dijk-2' zijn de gronden mede bestemd voor de buitenbeschermingszone rondom een primaire waterkering.
27.3
Overige zone - cultuurhistorische groene waarde
Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - cultuurhistorische groene waarde' zijn de gronden mede bestemd voor de instandhouding van historisch, landschappelijk en ecologisch waardevolle groenstructuren, zoals lanen, houtwallen en andere begroeiingen van bomen en struiken.
27.4
Overige zone - cultuurhistorisch landschapselement voormalige molenvijver
27.4.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - cultuurhistorisch landschapselement voormalige molenvijver' zijn de gronden mede bestemd voor de instandhouding van de voormalige molenvijver die onderdeel uitmaakt van het watermolenlandschap van de Wijmarsche watermolen, behorend bij Kasteel en landgoed Arcen.
27.4.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a
Verboden werkzaamheden
Het is verboden op of in de gronden met de aanduiding 'Overige zone - cultuurhistorisch landschapselement voormalige molenvijver' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen, paden, banen en andere oppervlakteverhardingen; b. het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; c. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen; d. diepploegen; e. het aanleggen van kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies; b
Uitzonderingen
Het verbod als bedoeld in lid 27.4.2 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het inwerkingtreding van dit plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d. noodzakelijk zijn in het kader van de aanleg, het behoud en de instandhouding van de primaire waterkering c
Toelaatbaarheid
De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 27.4.2 zijn slechts toelaatbaar, mits: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het functioneren van de primaire waterkering; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de betreffende beheerder van de primaire waterkering.
63
Artikel 28
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en kan worden toegestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en kan worden toegestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2.
de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f. het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, worden toegestaan mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 15 m² bedraagt; 2. de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt; 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 meter mag bedragen; 4. uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.
64
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 29
Overgangsrecht
29.1 a.
b. c.
29.2 a. b.
c. d.
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
65
Artikel 30
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Dijkversterking en -verlegging Arcen'
66