CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

080 Bijl17 BP toelichting_Bijlage 16 Compensatieplan.pdf

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 6.5: Vaststellen bestemmingsplan Dijkversterking -verlegging Arcen (RV080)15.594 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ook de groenelementen worden beschouwd als kernwaarden. De dijk zelf is niet aangemerkt als van cultuurhistorisch belang.

27

4.3.2

Aanwezige waarden Drie locaties binnen het plangebied zijn binnen het Omgevingsverordening Limburg 2014 aangewezen als Zilvergroene natuurzone. Dit betreft het middendeel van dijksectie 9 en twee locaties in het westelijke deel van dijksecties 4 en 5 (zie bijlage 4). Ter hoogte van de dijksecties 9, 8, 7, 6, 5 en 4 is het plangebied op meerdere plekken met grote oppervlaktes gelegen binnen de Bronsgroene landschapszone (zie bijlage 5). Kaarten waarop de overlap van het plangebied met de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone inzichtelijk zijn gemaakt staan weergegeven in bijlage 4 en 5.

4.3.3

Effectbeoordeling

4.3.3.1

Kernkwaliteiten en ruimtebeslag Er vindt beperkt ruimtebeslag plaats binnen de Zilvergroene natuurzone (zie tabel 6 en de kaarten in bijlage 4). In het noordelijke deel van het plangebied waar overlap plaatsvindt met de Zilvergroene natuurzone, is sprake van agrarisch gebied. Dit gebied wordt gekenmerkt door weilanden en akkerland. De Zilvergroene natuurzone grenst hier aan de Goudgroene natuurzone, aan het natuurtype Dennen-, eiken- en beukenbos. Het Natura 2000gebied Maasduinen ligt hier op een afstand van ruim 800 m. van de Zilvergroene natuurzone. Op deze locatie kan de aanwezige natuur zich na afronding van de werkzaamheden weer herstellen. Gezien de ruimte afstand tot het Natura 2000-gebied, het feit dat de aantasting tijdelijk is en de huidige inrichting van het gebied op deze locatie, zijn effecten door ruimtebeslag op de Zilvergroene natuurzone op de ecologische verbindingsfunctie voor de Goudgroene natuurzone met het oog op de instandhouding van habitattypen van Natura 2000-gebied Maasduinen daarom uitgesloten. De twee locaties die zijn aangewezen als Zilvergroene natuurzone in het zuidoostelijke deel van het plangebied (zie kaarten in bijlage 4) en waar ruimtebeslag plaatsvindt, betreffen een ecologische verbinding tussen gebieden van de Goudgroene natuurzone met het oog op de instandhouding van habitattypen in het omliggende Natura 2000-gebied.

Het meest nabijgelegen habitattype van Natura 2000-gebied Maasduinen is namelijk (zoekgebied voor) vochtige alluviale bossen (op circa 70 meter afstand). Dit habitattype sluit aan op een gebied van de Goudgroene natuurzone, die op zijn beurt bestaat uit kruiden- en faunarijk grasland en Rivier-en beekbegeleidend bos. De twee locaties van de Zilvergroene natuurzone waar het plan ruimtebeslag op heeft (zie de kaarten in bijlage 4), worden geheel omringd door de Goudgroene natuurzone en bestaan in de huidige situatie uit een dijk in de vorm van een verhoging in grond met ruigtebegroeiing. Vanwege het natuurtype Kruiden- en faunarijk grasland vormt het deel van de Zilvergroene natuurzone samen met de Goudgroene natuurzone één geheel. De Zilvergroene natuurzone heeft hiermee ter plaatse waarde als ecologische verbinding tussen gebieden van de Goudgroene natuurzone met het oog op de instandhouding van habitattypen in het Natura 2000-gebied Maasduinen. Hoewel de Zilvergroene natuurzone waar ruimtebeslag op plaatsvindt deze waarde voor het Natura 2000- gebied heeft, heeft het ruimtebeslag geen langdurige impact op deze waarde. In de huidige situatie bestaat het deel van de Zilvergroene natuurzone waar het ruimtebeslag op plaats vindt uit een grasdijk met ruigtebegroeiing. Na de werkzaamheden kan deze situatie zich relatief snel weer herstellen.

Daarnaast betreffen beide locaties die zijn aangewezen als Zilvergroene natuurzone kleine oppervlakten en welke omgeven zijn door de Goudgroene natuurzone die bestaat uit Kruiden- en faunarijk grasland. Effecten door ruimtebeslag op de Zilvergroene natuurzone op de ecologische verbindingsfunctie voor de Goudgroene natuurzone met het oog op de instandhouding van habitattypen van Natura 2000-gebied Maasduinen zijn daarom uitgesloten. De kernkwaliteiten in de Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Deze kwaliteiten en de effecten erop worden hieronder nader toegelicht. Groene karakter Het rivierdal van de Maas wordt gekenmerkt door singels, hagen en bosgebieden. Langs de N271 ten zuiden van Arcen staan bomenrijen of laanbeplanting. Deze zorgen voor een geleidende structuur langs de weg. Ook

28

de entree van het dorp in het noorden die gevormd wordt door de Maasstraat wordt begeleid door laanbeplanting tot aan het centrum van Arcen. Aan beide zijden van de weg staan bomenrijen. Tussen het centrum van Arcen en de Kruisweg vormen de bomen een stevige structuur en welke zijn aangewezen als beschermde houtopstand (Beeldbepalend). Langs de Kruisweg staat een Kimlinde die vanwege cultuurhistorische waarden (samen met Hagelkruis) is beschermd. Ten noorden van de Kruisweg vallen er gaten in de bomenrijen. Het rivierduinenlandschap ten zuidoosten van Arcen bestaat grotendeels uit bos (Maasduinen). Het natuurontwikkelingsgebied Barbara’s Weerd langs de Maas ten zuiden van Arcen bestaat uit bos en weiden en is door de gemeente Venlo in de lijst bomen en houtopstanden opgenomen als beschermde houtopstand. De oever van de Maas wordt gekenmerkt door struiken en solitaire bomen. Langs de toegangsweg de Schans en Lingsforterweg staan bomenlanen die onderdeel vormen van het kasteelterreinlandschap wat geheel wordt omgeving door bomenlanen. Het gehele kasteelterrein en de bomenrijen langs de Schans zijn aangewezen als beschermde houtopstand. Langs de Lingsforterweg staan twee beschermde bomen. Ter hoogte van de Wymarsche Watermolen staan ook beschermde houtopstanden op de locatie van de voormalige molenvijvers langs de Lommerbroeklossing.

In het centrum van Arcen wordt het groene karakter bepaald door de beschermde bomen op het Raadhuisplein (Hollandse Linde) en de beschermde houtopstanden (Beuken) ter hoogte van de Schanstoren. Ten noorden van Arcen wordt het rivierdal gekenmerkt door landbouwgronden zonder opgaande beplantingen, behalve rond de erven. In de uiterwaard langs de Maas bepalen struwelen en solitaire bomen het groene karakter. Zilvergroene natuurzone In dijkvak 3 en 4 moet een groot deel van de aanwezige beplanting voor de dijkverbetering worden gekapt. Ook in het noordelijke deel van het plangebied resulteert de dijkverbetering in de kap van bomen binnen de aangewezen Zilvergroene natuurzone. De kap heeft lokaal een negatief effect ten aanzien van de kernkwaliteit het groene karakter van de Zilvergroene natuurzone. Bronsgroene landschapszone In dijkvak 8 wordt de bomenrij langs de Steeningscheweg (westelijk van de brouwerij) samen met de kering verwijderd. Deze gronden krijgen een agrarisch gebruik. Door de dijkversterking in dijkvak 9 moeten enkele bomen langs de Maasstraat worden gekapt. De kap van de beplantingen heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone. Hierbij zijn de te verwijderen bomen langs Maasstraat bij de nieuwe dijkkruising Maasstraat (ten noorden van de brouwerij) opgenomen in kapvergunning/melding van het waterschap.

Na uitvoering van het werk wordt hier de laanbeplanting door het waterschap hersteld (nabij grens dijkvak 8 en 9). De te verwijderen bomen langs de Maasstraat tussen de Kruisweg en huisnummer 87 zijn niet opgenomen in kapvergunning/melding. Gemeente Venlo is voornemens om hier de laanbeplanting langs de Maasstraat te herstellen en vraagt hiervoor zelf een kapvergunning aan (dijkvak 8). Dit valt hiermee buiten de scope van dit project. Visueel-ruimtelijk karakter Arcen is gelegen aan een buitenbocht van de Maas. Het rivierdal is de belangrijkste structuurdrager van het landschap direct grenzend aan de Maas. Het rivierdal wordt gekenmerkt door verschillende Maasterrassen (met steilranden) parallel aan de rivier met de daar doorheen lopende oude Maasmeanders. Het dorp is ontstaan op een hoger gelegen rug, met de historische dorpskern direct aan de Maas. Vanaf het plein bij de Schanstoren, middels doorkijkjes via de steegjes tussen het dorpscentrum en de Maas en de woningen langs de Maasstraat met achtertuinen aan de rivier is er uitzicht op de Maas. Aan de Maasstraat lopen de achtererven van de bebouwing door tot tegen de Maas en wordt de huidige kering gevormd door een harde kering met demontabele opzetstukken en coupures door of achterlangs particuliere tuinen. Reliëf In de loop van duizenden jaren heeft de Maas in verschillende fasen een bedding uitgesleten in het landschap.

Daardoor zijn de terrassen aan de oostzijde van de Maas ontstaan met de daardoorheen lopende oude Maasmeanders. Deze zijn vaak nog herkenbaar door hun lagere ligging. De overgang tussen de terrassen is op

29

veel plekken nog herkenbaar als steilrand in het landschap (Coonen, 2009). Op de overgang van het rivierdal naar het eerste Maasterras (Middenterras) zijn rivierduinen opgestoven. De rivierduinen die ten oosten van de Maas voorkomen zijn grotendeels bijzonder gaaf en representatief en als geheel is het gebied zeer zeldzaam. In het studiegebied, ten noorden en zuidoosten van Arcen liggen paraboolvormige rivierduincomplexen. Het object Heijen – Velden (rivierduinen) is vanwege de zeldzaamheid, gaafheid en representativiteit aangewezen als aardkundig waardevol gebied van internationaal belang. Het object bestaat uit een uitgestrekte reeks van windafzettingen in de vorm van duincomplexen. Deze duinen liggen op oude terrassen (het Laagterras) van de Maas en in het noorden van de Maas. Als geheel is het gebied zeer zeldzaam en heeft een grote educatieve en wetenschappelijke waarde. Cultuurhistorisch erfgoed De cultuurhistorische waarden in Arcen zijn sterk verbonden met de Maas. Arcen heeft haar ontstaan en bloeiperiode in de 14e een 15e eeuw te danken aan de Maas en de Maashandel. Het historisch belang van Arcen aan de Maas is nog altijd goed beleefbaar. Tabel 6. Ruimtebeslag van het nieuwe dijktracé en alle tijdelijke werkwegen op Zilvergroene natuurzones en Bronsgroene landschapszones.

Aangewezen beschermd gebied Oppervlakte (m2) permanent tijdelijk Zilvergroene natuurzone 1.082,7 m2 31.195,9 m2 Bronsgroene landschapszone 19.238,5 m2 120.335,1 m2

4.3.3.2

Omgang met landschappelijke kernkwaliteiten binnen HWBP project Arcen (Versie 03, 19-09-2023) Lodewijk van Nieuwenhuijze, Supervisor Ruimtelijke Kwaliteit HWBP programma WL Met opmerkingen/aanvullingen Jaap Goudriaan Landschappelijke kernkwaliteiten in het provinciaal beleid. Een groot deel van het dijktracé is in het Provinciaal Omgevingsplan 2014 aangewezen als Goudgroene en/of Zilvergroene natuurzone en/of Bronsgroene landschapszone. Het beleid binnen de Bronsgroene landschapszone is erop gericht om de landschappelijke kernkwaliteiten te behouden, te beheren, te ontwikkelen en te beleven. In de Omgevingsverordening is bepaald dat bij activiteiten binnen de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone aangegeven moet worden op welke wijze met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe eventuele negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in de Zilvergroene en Bronsgroene natuurzone zijn: het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Indien een activiteit met een negatief effect plaatsvindt vindt compensatie in natura plaats. Karakteristieke landschapstypen die voor dit gebied genoemd worden in het Landschapskader Noord- en Midden-Limburg zijn ‘Beekdal’, ‘Rivierdal’ met openheid als belangrijke kernwaarde. Ook de groenelementen worden beschouwd als kernwaarden.

De dijk zelf is niet aangemerkt als van cultuurhistorisch belang. Omgang met de landschappelijke kernkwaliteiten in het HWBP-project Arcen. In het planproces van het HWBP-project Arcen zijn de uitgangspunten en ontwerpeisen m.b.t. ruimtelijke kwaliteit en de omgang met het landschap beschreven en vastgelegd in het Esthetisch Programma van Eisen, het EPvE. Het EPvE is gebaseerd op het uitgangspunt dat de tracering en inpassing van de nieuwe keringen in het landschap een bijdrage dienen te leveren aan het behoud c.q. de versterking van de kernkwaliteiten van het landschap. Daarom worden in het EPvE per deelgebied deze kernkwaliteiten concreet benoemd en worden ambities geformuleerd hoe deze kernkwaliteiten kunnen worden behouden cq, versterkt, uit te werken in een integraal inrichtingsplan waarin op een overtuigende wijze techniek en ruimtelijke kwaliteit zijn geïntegreerd (= topeis)

30

Verantwoording omgang met de kernkwaliteiten van het landschap in de omgeving van het dijktracé, waarbij onderscheid wordt gemaakt in 3 deelgebieden: Arcen-noord, -midden en -zuid Deelgebied 1: Arcen noord. Dijkvak 9 - Provinciale weg (N271) tot aan de Maasstraat. De provinciale weg is aangelegd op de terrasrand (hoge grond) en benadrukt daarmee de markante grens tussen de hoger gelegen boszone en het open Maasdal. De kernkwaliteit van het landschap is het open agrarisch karakter en de parallel aan de provinciale weg gelegen dalvormige laagte van de Boerenlossing, een potentieel kansrijke kwelzone. Het nieuwe dijktracé tast de kernkwaliteiten, visueel-ruimtelijk karakter en reliëf van het bestaande landschap aan, maar creëert tegelijkertijd de condities voor nieuwe kwaliteiten van het toekomstige landschap. Zo volgt het dijktracé het huidige ontsluitings- en verkavelingspatroon, zodat perceel doorsnijdingen worden voorkomen en de historische structuur leesbaar blijft. De slanke, haakse dijkkruising met het beekdal leidt weliswaar tot een tweedeling in het dal, maar benadrukt ook de nieuwe grens in het Maasdal tussen het beschermde binnendijks gebied en het buitendijks gebied dat onder invloed blijft staan van de Maasdynamiek en waar direct tegen de dijkzone sprake zal zijn natuurontwikkeling (aanleg kwelgeul als uitwerking van de KRW opgave).

De nieuwe dijk kruist de Maasstraat die wordt verhoogd. De aansluiting van de wegen verandert hierbij. De Bruggerweg wordt zuidelijk verlegd naar de dijk. De vervallen weg wordt verwijderd en wordt deel van het agrarisch perceel. De landschappelijke compensatie wordt gerealiseerd door het verbeteren van de leesbaarheid van de landschappelijke (verkavelings)structuren. Beleefbaarheid neemt toe omdat de bestaande wandelroute deels dijk wordt met meer zicht op het Maasdal. Dijkvak 8 – Het Schiereiland ‘Hertog Jan’. Op een bescheiden verhoging in het Maasdal is in het verleden een bebouwingscluster ontstaan, waarvan nu de brouwerij ‘Hertog Jan’ het centrum vormt. Rond dit cluster is in 1996 een kade aangelegd waarvan het tracé vooral reageerde op eigendomsgrenzen en minder op landschappelijke kenmerken. De Kruisstraat, de ontsluitingsweg van/naar deze cluster, is tevens de toegangsweg naar het veer Arcen-Broekhuizen. Hoewel enigszins verrommeld wordt de landschappelijke kernkwaliteit bepaald door het open rivierdal van de Maas en het aanwezige reliëf. De aanleg van een nieuwe, hogere dijk in een open landschap moet gezien worden als een aantasting van de kwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter en reliëf, maar biedt ook kansen om nieuwe kwaliteiten toe te voegen.

Zo wordt de nieuwe dijkring krapper rond de brouwerij gelegd zodat nu veel meer een ‘eiland’ karakter ontstaat, ook al omdat de bebouwing in de randzone wordt gesloopt. Een belangrijke kwaliteitsverbetering is het verwijderen van het dijktracé dat in 1996 is gerealiseerd, waarbij ook weer het oorspronkelijk reliëf onder het dijktracé zal worden hersteld. De Kruisstraat passeert via een coupure de dijk richting de veerstoep naar Broekhuizen waardoor het oorspronkelijke wegtracé behouden kan blijven. Vanaf de coupure wordt wandelen op dijk mogelijk gemaakt zodat via/langs Proeverij weer aangesloten kan worden op de wandelroute ‘Wellerveldweg’. Deelgebied 2, Arcen midden. De ontwerpopgave voor Arcen-Midden wordt naast de hoogwaterbeschermingsopgave vooral bepaald door de wijze waarop wordt omgegaan met de aanwezige kernkwaliteiten van dit gebied. Deze zijn in eerste instantie onlosmakelijk verbonden met de beleving en het zicht vanaf de tuinen, publieke terrassen en coupures/oorspronkelijke vestingmuur richting de Maas, en de beleving vanaf de Maaszijde van de kern Arcen. Het binnen- en buitengevoel behorende bij een vesting en de groene landschappelijke uitstraling van het Maasfront zijn de meest wezenlijke kernkwaliteiten die bepalend dienen te zijn voor het ontwerp van de waterkering.

Op basis van het voorliggende referentieontwerp (zelfsluitende kering) en de ambities/eisen verwoord in het EPvE mag geconcludeerd worden dat de benoemde kernkwaliteiten niet worden aangetast maar juist worden versterkt. Deelgebied 3, Arcen zuid. Dijkvak 4 - van Schanstoren tot Watermolen

31

De dijk wordt teruggelegd richting parkeerplaats bij het Gemeenschapshuis MFA de Schans, waardoor weer een groter gebied buitendijks komt te liggen en deel wordt van het natuurgebied Barbara’s Weerd. De kernkwaliteiten worden hier bepaald door het visueel ruimtelijk karakter van het rivierdal van de Maas en het reliëf. De nieuwe dijk vormt een aantasting van deze waarden, maar die worden ruimschoots gecompenseerd door het verwijderen van de recent aangebrachte dijken en het terugbrengen van het oorspronkelijke reliëf. Dijkvak 3 – Watermolen. Voor de buitendijks gelegen watermolen (rijksmonument) kon geen oplossing gevonden worden waarbij de buitendijkse ligging in de toekomst gehandhaafd zou kunnen blijven. Bovendien werd duidelijk dat met een binnendijkse ligging, de molen als gebouwd object beter beschermd kon worden. Op basis van deze inzichten is besloten dat uitgaande van de kernwaarden op deze locatie; een bijzonder cultuurhistorisch object, gelegen in het rivierdal van de Maas, met bijzondere reliëf kenmerken, deze kernwaarden worden aangetast maar dat er meer kwaliteitswinst valt te behalen met het uitgewerkte ontwerpvoorstel. Met de aanleg van een kistdam i.p.v.

een dijklichaam is het mogelijk voldoende ruimte rond de watermolen en directe omgeving te creëren, zodat de kwaliteit van het ensemble behouden blijft en tegelijkertijd een noodzakelijke vispassage kan worden aangelegd. Met de aanleg van de kistdam ontstaat er bovendien buitendijks meer ruimte zodat daardoor een deel van de oorspronkelijke steilranden langs de beekmonding weer hersteld kunnen worden.

Dijkvak 2 – van Watermolen tot werkplaats stichting het Limburgs Landschap. Het nieuwe dijktracé wordt ruimtelijk gekoppeld aan de monumentale laanbeplanting van de schans en loopt in zuidelijke richting tot de coupure waar het dijktracé de weg oversteekt om daarna in een groene muurconstructie de buitengrens van de kasteeltuinen te volgen. Kernkwaliteiten zijn hier het zicht op de visueel ruimtelijke opbouw van het rivierdal van de Maas en de cultuurhistorische betekenis van de beplantingsstructuren. Het nieuwe dijktracé tast het vrije zicht vanaf de Schans aan, maar daar staat tegenover dat de monumentale beplantingsstuctuur met de gekozen ontwerpoplossing wordt behouden en versterkt. De muurconstructie rond de kasteeltuin krijgt een groene uitstraling waarmee recht wordt gedaan aan de aard van de historische begrenzing van de tuin. Dijkvak 1 – Provinciale weg N271 tot en met Maasduinen. De kernkwaliteiten op deze locatie zijn het bijzondere reliëf van het Maasduinenlandschap en het aaneengesloten bosgebied, waarvan de vitaliteit en het bosbeeld lokaal is aangetast door activiteit van de ‘letterzetter’. De aanleg van een zelfstandig dijktracé als koppelstuk tussen N 271 en hoge grond zou een onaanvaardbare aantasting van deze kernkwaliteiten betekenen.

Daarom wordt hier gekozen voor een verholen dijkoplossing die aansluit op het reliëf in de omgeving en weer integraal kan worden beplant. Om dit te kunnen realiseren wordt de kering als een hoge grondoplossing ontworpen met een minimale overhoogte van 1,00 meter ten opzichte van de berekende, kerende hoogte. Met deze oplossing wordt de aantasting van het reliëf (kernwaarde) royaal gecompenseerd en de boskwaliteit behouden en versterkt. Samenvattend: Arcen-Noord Aantasting kernkwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter en reliëf door realisatie nieuwe en hogere dijk in het landschap. Compensatie: versterking landschapsstructuur, verwijderen huidige dijk, terugbrengen reliëf, beleefbaarheid landschap door meer mogelijkheden wandelen op de dijk. Arcen-Midden Geen aantasting kernkwaliteiten vanwege realisatie van zelfsluitende kering.

32

Arcen-Zuid Aantasting kernkwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter door nieuwe dijk nabij de Schans en aantasting van reliëf en cultuurhistorisch karakter door kistdam bij watermolen. Compensatie: verwijderen huidige dijk door Barbara’s weerd, terugbrengen reliëf bij beekmonding, vispassage bij watermolen.

4.3.4

Conclusie en compensatieopgave Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone Er is sprake van een compensatieopgave op grond van aantasting van de kernkwaliteit het groene karakter in dijkvak 3, 4 en 9. De bomen en houtopstanden die bijdragen aan het Zilver- en Bronsgroene karakter zijn tevens compensatieplichtig op grond van de Wet natuurbescherming en Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Venlo. De beuken langs de N271 in het zuidelijke deel worden voorafgaand aan het werk verplaatst en na afronding van de werkzaamheden weer teruggeplaatst. Ook worden er langs de dijkkruising van de Maasstraat bomen teruggeplant van afronding van de werkzaamheden. In geval van dubbel vigerend beleid is het uitgangspunt dat wordt volstaan met één vorm van compensatie, waarmee wordt voldaan aan de eisen uit beide regimes. Voor de Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone dient hetgeen in tabel 7 en 8 is opgenomen te worden gecompenseerd. Tabel 7. Compensatieopgave Zilvergroene natuurzone. Kernkwaliteiten Zilvergroene natuurzone Groene karakter

In dijkvak 3 en 4 moet een groot deel van de aanwezige beplanting voor de dijkverbetering worden gekapt. Ook in het noordelijke deel van het plangebied resulteert de dijkverbetering in de kap van bomen binnen de aangewezen Zilvergroene natuurzone. De kap heeft lokaal een negatief effect ten aanzien van de kernkwaliteit het groene karakter van de Zilvergroene natuurzone. Er vindt (tijdelijk) ruimtebeslag plaats op aangewezen Zilvergroene natuurzones (zie de kaarten in bijlage 4). Met het afgraven gaan geen kernwaarden verloren. De waarde als ecologische verbinding voor habitattypen van Natura 2000-gebieden en natuurdoeltypen van de Goudgroene natuurzone komt echter niet in het geding. Voor ruimtebeslag in de Zilvergroene natuurzone is op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie vanuit ecologie compensatie niet aan de orde. Tabel 8. Compensatieopgave Bronsgroene landschapszone. Kernkwaliteiten Bronsgroene landschapszone Groene karakter

In dijkvak 8 wordt de bomenrij langs de Steeningscheweg (westelijk van de brouwerij) samen met de kering verwijderd. Deze gronden krijgen een agrarisch gebruik. Door de dijkversterking in dijkvak 9 moeten enkele bomen langs de Maasstraat worden gekapt. De kap van de beplantingen heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone. Gemeente Venlo is echter voornemens om hier de laanbeplanting langs de Maasstraat te herstellen. Voor een deel vindt het permanente ruimtebeslag op de Bronsgroene landschapszone plaats binnen de kernzone van de huidige kering. Conform de afspraken met de provincie hoeft het ruimtebeslag van de huidige kering niet te worden gecompenseerd. Ter plaatste is immers reeds een kering aanwezig en toegestaan. Met het verdere ruimtebeslag op aangewezen Bronsgroene landschapszones, vindt geen aantasting van kernkwaliteiten plaats. Voor ruimtebeslag in de Bronsgroene landschapszone is op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie vanuit ecologie compensatie niet aan de orde.

33

5

EFFECTEN EN COMPENSATIEOPGAVE HOUTOPSTANDEN In dit hoofdstuk wordt in gegaan op de Wet natuurbescherming (Wnb) en de hieronder vallende bescherming van beschermde soorten, gebieden en houtopstanden en de houtopstanden vallende onder de Algemene Plaatselijke Verordening Venlo (APV). De meldingsplicht bij de provincie voor de kap van houtopstanden (Wnb) en de omgevingsvergunning kap (APV) maken onderdeel uit van de provinciale coördinatieprocedure. Deze worden zodoende tegelijk als ontwerp en besluit bekend gemaakt en ter inzage gelegd.

5.1

Wet natuurbescherming – houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot 1 januari 2017 viel onder bescherming van de Boswet. De bescherming hiervan is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De provincie is het bevoegd gezag, tenzij het een project van nationaal belang is. In dat geval is het Rijk bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van minimaal 1.000 m2 (0,1 hectare), of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom Wnb of met een kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Voor de bescherming van dergelijke houtopstanden binnen de bebouwde kom Wnb alsmede enkele waardevolle houtsoptanden buiten de bebouwde kom is de gemeente het bevoegd gezag. De Wet natuurbescherming geldt verder niet voor: a. houtopstanden op erven of in tuinen; b. fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c. naaldbomen, bedoeld als kerstbomen, indien niet ouder dan 20 jaar; d. kweekgoed; e. uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f. het dunnen van een houtopstand; g.

het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden die zijn beschermd onder de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling en herbeplanting van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.

5.1.1

Omgevingsverordening Limburg 2014 Het wettelijke kader voor boscompensatie (houtopstanden) uit de Wet natuurbescherming is nader uitgewerkt in de Omgevingsverordening Limburg 2014. In de verordening is opgenomen dat de kapmelding tenminste 6 weken, tot uiterlijk 1 jaar voorafgaand aan de kap ingediend dient te worden. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn categorieën opgenomen waarbij herbeplanting op andere grond niet is toegestaan (artikel 3.3.5, lid 1). Deze categorieën zijn echter niet van toepassing indien de houtopstand moet wijken voor o.a. een provinciaal inpassingsplan (artikel 3.3.5, lid 2). De teniet gedane houtopstanden kunnen daarmee op andere grond herplant worden. Om deze reden dient een ontheffing van de herplant op dezelfde grond te worden aangevraagd (verzoek om compensatie). Aan herbeplanting op andere grond zijn de volgende eisen verbonden (artikel 3.3.5, lid 3): a. de aanplant is bosbouwkundig verantwoord als bedoeld in artikel 3.3.4;

34

b. de herbeplanting vindt plaats binnen de provincie Limburg; c. de andere grond is onbeplant en vrij van herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 4.3 van de Wet natuurbescherming; d. de andere grond is vrij van (natuur)compensatieverplichtingen die ontstaan zijn uit hoofde van andere wet- en regelgeving én die het gevolg zijn van andere vellingen; e. beplanting van de andere grond gaat niet ten koste van beschermde natuurwaarden en bijzondere landschappelijke waarden.

5.1.2

Beleidsregels Houtopstanden Limburg In de Beleidsregels Houtopstanden Limburg (2017) is ten aanzien van artikel 4.2, derde lid, van de Wet natuurbescherming opgenomen dat de Gedeputeerde Staten bij de beoordeling of er sprake is van bijzondere natuur- of landschapswaarden in relatie tot het verbieden van een velling, in elk geval of één of meer van onderstaande criteria aan de orde is/zijn: a. De velling betreft een min of meer aaneengesloten oppervlakte van 5 hectare of meer. b. De velling betreft zeer oude, maar wel vitale bomen. c. De houtopstand heeft een belangrijke aan landschappelijke waarden gekoppelde cultuurhistorische betekenis d. De velling veroorzaakt op Natura 2000 instandhoudingsdoelstelling negatieve effecten. e. De velling heeft onevenredige negatieve effecten op populaties van beschermde soorten of op het voorkomen van bijzondere vegetatietypen f. Er is sprake van een oude bijzondere bosgroeiplaats, met specifiek daarbij horende bodemopbouw en/of vegetatiekenmerken. g. Er is sprake is van een velling die niet toelaatbaar is op grond van de verbodsbepalingen in Hoofdstuk 2 “Natura 2000 gebieden” of Hoofdstuk 3 “Soorten” van de Wet natuurbescherming en heeft derhalve geleid tot het weigeren van een vergunning of ontheffing op grond van die verbodsbepalingen. h.

De velling heeft om andere redenen dan geschetst onder a t/m g een onevenredige impact op belangrijke landschaps- of natuurwaarden.

5.2

Algemene Plaatselijke Verordening Venlo Naast de Wet natuurbescherming zijn er binnen de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Venlo ook relevante bepalingen opgenomen ten aanzien van de bescherming van houtopstanden. Zo is in artikel 4:11a, lid 1 van de APV opgenomen dat het verboden is om zonder ontheffing van het bevoegd gezag een beschermde boom of houtopstand te doen kappen. Het gestelde verbod geldt eveneens voor een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht (op grond van artikel 4.12c) en voor een houtopstand die is aangelegd op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan. Met betrekking tot het kapverbod is hierover het volgende opgenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening 2022. Conform artikel 4.11a is het verboden zonder ontheffing een beschermde boom of houtopstand te kappen, welke zijn opgenomen in het door de gemeente Venlo vastgestelde register waardevolle bomen en houtopstanden. Tevens is dit verbod van toepassing voor houtopstanden die zijn aangelegd op basis van een herplant- en instandhoudingsplicht op grond van artikel 4.12c (APV) dan wel op grond van een overeenkomst met een publiekrechtelijk bestuursorgaan. Voor deze procedure geldt een beslistermijn van 8 weken na de datum van ontvangst van de aanvraag (art. 1:2 APV). De gemeente kan de termijn eenmaal met 6 weken verlengen (art.

3.9, lid 2 Wabo). De ontheffing is na verlening standaard 1 jaar geldig tot max. 3 jaar, gerekend vanaf het onherroepelijk worden van de ontheffing. Het verbod geldt niet voor het periodiek knotten als onderdeel van regulier onderhoud van bepaald type bomen en voor het dunnen van houtopstanden die niet in het register waardevolle bomen en houtsoptanden zijn opgenomen. Daarnaast geldt het verbod ook niet voor een boom of een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet krachtens een aanschrijving of op last van het college.

35

Op grond van artikel 4:12c kan aan een ontheffing voor het kappen een voorschrift worden opgenomen dat binnen een bepaalde termijn en op aanwijzing van de gemeente moet worden herplant.

5.3

Effectbeoordeling en compensatieopgave In bijlage 6 is een overzicht opgenomen van de te kappen bomen en houtopstanden. Op basis van de verbodsbepalingen van de APV van de gemeente Venlo (zie 5.2) is voor de kap van in totaal zo’n 73 bomen en 3.598 m² aan houtopstanden een kapvergunning nodig. Op basis van de verbodsbepalingen van de Wnb (zie 5.1) dient voor de kap van in totaal zo’n 190 bomen en 23.209 m² aan houtopstanden een kapmelding te worden gedaan bij de provincie Limburg. Het te kappen areaal aan houtopstanden alsmede aan bomen dient te worden gecompenseerd. Tabel 9 Compensatieopgave APV en Wnb (permanent ruimtebeslag en tijdelijk). APV Wnb

APV & Wnb

Bomen

12

129

61

Houtopstanden

-

23.209

3.598

* Voor een aantal bomen en houtopstanden geldt dat deze zowel onder de APV als onder de Wnb vallen. Voor deze bomen en houtopstanden geldt dat deze eenmalig hoeven te worden gecompenseerd/herplant. ** De bomen die zowel aangemerkt zijn als ‘APV’ of ‘Wnb’ en ‘APV & Wnb’, dienen bij elkaar opgesteld te worden om tot een totaal te komen.

36

6

EFFECTEN EN COMPENSATIEOPGAVE WET NATUURBESCHERMING In dit hoofdstuk wordt in gegaan op de Wet natuurbescherming en de hieronder vallende bescherming van beschermde soorten en gebieden en houtopstanden.

6.1

Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden). In paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming zijn regels opgenomen voor de beoordeling van effecten van plannen, projecten en andere handelingen op Natura 2000-gebieden. Voor het realiseren van projecten of verrichten van andere handelingen – ongeacht of zij plaatsvinden binnen of buiten de begrenzing van een Natura 2000-gebied – is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig, wanneer zij de kwaliteit van de natuurlijke habitattypen of de habitattypen van soorten kunnen verslechteren of een verstorend effect kunnen hebben op soorten waarvoor het gebied is aangewezen. De instandhoudingsdoelstellingen die voor het gebied zijn opgesteld zijn leidend bij de beoordeling van de effecten. Bij een vergunningaanvraag dient de initiatiefnemer een zogenaamde “passende beoordeling” in te dienen. Vergunning wordt verleend, wanneer uit deze passende beoordeling blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het gebied met zekerheid niet worden aangetast óf wanneer, indien wel sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: Er zijn geen alternatieve oplossingen. Er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard.

Er worden compenserende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-gebied behouden blijft. In de passende beoordeling die voor dit project opgesteld gaat worden, wordt onder andere uiteengezet welke mitigerende maatregelen getroffen moeten gaan worden, om significante negatieve effecten te voorkomen. Mogelijk dat deze mitigerende maatregelen gecombineerd kunnen worden met de herplantingsplicht voor deze Nee-tenzij toets, om zodat stapeling wordt voorkomen. Omdat deze uitwerking nu nog niet voorhanden is, wordt het onderdeel Natura 2000 in dit rapport op dit moment verder buiten beschouwing gelaten.

6.2

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming maakt onderscheid tussen de volgende drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten (artikel 3.1), Habitatrichtlijnsoorten (artikel 3.4) en Andere soorten (artikel 3.10). Voor ieder van deze regimes gelden afzonderlijke verbodsbepalingen en kan het nodig zijn dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. Voor het onderdeel soortenbescherming is reeds een verkennend flora- en faunaonderzoek uitgevoerd (Kragten, 2023a). In dit onderzoek is naar voren gekomen dat voor meerdere soorten aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk is. Meerdere van deze soortgerichte onderzoeken lopen op dit moment nog, gezien er nog enkele scope-wijzigingen binnen het project hebben plaatsgevonden. De onderstaande tabel is overgenomen uit de rapportage van het soortgerichte onderzoek die nog verder aangevuld gaat worden (Kragten, 2023c). Mogelijk dat voor bever en vleermuizen mitigerende maatregelen opgesteld gaan worden, die gecombineerd kunnen worden met de compensatieplicht die er ligt vanuit dit compensatieplan. Er vinden nog nadere onderzoeken plaats, waarbij verwacht wordt dat dit geen wezenlijke wijziging met zich meebrengt. Tussen ontwerp-vergunning en definitieve vergunning wordt het onderzoek met eventueel aanvullende

37

mitigerende maatregelen nader beschreven en ingediend bij het bevoegd gezag, die deze voorwaarden in de besluiten kan overnemen. Tabel 10. Conclusies van het soortgericht onderzoek samengevat. Soortgroep Effect Vervolgstappen Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest Huismus (verblijfplaatsen Geen N.v.t. Kruisstraat) Huismus (functioneel Geen N.v.t. Eventueel kan een deel van de meidoornhaag worden leefgebied Schans) teruggeplaatst na afloop van de werkzaamheden Boerenzwaluw Ja Drie nesten aanwezig in de paardenstal langs het dijktracé. Als de stal wordt gesloopt is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk Steenuil Mogelijk De kapotte nestkast in de achtertuin van de Maasstraat 51b dient te worden verwijderd of te worden verplaatst buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Er is een bewoonde nestkast (Maasstraat 130) aanwezig op korte afstand van het dijktracé. De werkzaamheden dienen bij voorkeur te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. Ransuil Geen N.v.t. Grote gele kwikstaart Geen N.v.t. Overige vogels met jaarrond Nee N.v.t. beschermde nesten (ooievaar en oehoe) Omgevingsscansoorten (vogels) Geen N.v.t. Omgevingsscansoorten (sperwer en buizerd) Grondgebonden zoogdieren Das Geen N.v.t.

Bever Mogelijk Ontheffingsaanvraag Vleermuizen Ja Effecten op zomer-/paarverblijf gewone dwergvleermuis (een Bebouwing Kruisstraat/Broekhuizerweg verblijfplaats aan de westzijde van het woonhuis aan de Kruisweg) Bosgebied Maasduinen Onbekend N.v.t. La tour Meuse Geen N.v.t. Dagvlinders Kleine ijsvogelvlinder Mogelijk Leefgebied langs de Maliebaan; Groeiplaatsen met wilde kamperfoelie handhaven Grote vos Mogelijk Indien bomen met holtes worden gekapt of gebouwen worden gesloopt in de overwinteringsperiode van deze soort, dienen deze gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van overwinterende individuen

38

7

CONCLUSIES COMPENSATIEOPGAVE

7.1

Wijze van compensatie Op dit moment is er nog sprake van een keuzemenu qua compensatie. Bij Stichting het Limburgs Landschap staat de vraag uit om met de voorliggende gevraagde compensatie een concreet plan op te stellen opdat dit met de provincie besproken kan worden. In goed overleg tussen Stichting het Limburgs Landschap, provincie Limburg en het waterschap wordt bezien of de in de overeenkomst vast te leggen compensatieopgave fysiek daadwerkelijk direct kan worden uitgevoerd. Mocht dit het geval zijn, zal dit in de nader te sluiten overeenkomst met provincie Limburg worden vastgelegd. Mocht dit plan niet haalbaar blijken, dan kan er ook naar financiële compensatie gekeken worden.

7.2

Samenvatting In de hieronder opgenomen tabel staat de voorliggende compensatieopgave die in het rapport behandeld is, per beleidskader beknopt uitgewerkt. Zoals in paragraaf 7.1 al te lezen is, kan er op dit moment nog geen definitieve invulling gegeven worden aan de wijze van compensatie.

39

Tabel 11. Dijkversterking Arcen - Overzicht invulling compensatieopgave (permanent en tijdelijk ruimtebeslag). Beleidskader Compensatieopgave Kernkwaliteiten van het landschap

Arcen Noord Aantasting kernkwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter en reliëf door realisatie nieuwe en hogere dijk in het landschap. Arcen Midden Geen aantasting kernkwaliteiten vanwege realisatie van zelfsluitende kering. Arcen Zuid Aantasting kernkwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter door nieuwe dijk nabij de Schans en aantasting van reliëf en cultuurhistorisch karakter door kistdam bij watermolen. Algemene Plaatselijke Verordening (APV)

Invulling compensatie

Verantwoording omgang met de kernkwaliteiten van het landschap in de omgeving van het dijktracé.

12 bomen.

Arcen Noord Versterking landschapsstructuur, verwijderen huidige dijk, terugbrengen reliëf, beleefbaarheid landschap door meer mogelijkheden wandelen op de dijk. Arcen Midden Compensatie niet nodig. Arcen Zuid Verwijderen huidige dijk door Barbara’s weerd, terugbrengen reliëf bij beekmonding, vispassage bij watermolen. Nog nader te bepalen

Hiervan ligt 1 te kappen boom in de Goudgroene natuurzone binnen het volgende aangewezen beheertype: N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos

Wet natuurbescherming houtopstanden (Wnb)

Dit is exclusief de geldende toeslag. 129 bomen en circa 2,3 ha (23.209 m2) aan houtopstanden.

Nog nader te bepalen

Hiervan liggen 3 te kappen bomen in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: Geen beheertype toegewezen (1) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (1) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (1)

40

Beleidskader

APV & Wnb1

Compensatieopgave Hiervan ligt 22.662 m2 aan houtopstanden in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: Geen beheertype toegewezen (180 m2) N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos (8.637 m2) N14.02 Hoog- en laagveenbos (2 m2) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (13.492 m2) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (351 m2) Dit is exclusief de geldende toeslag. 61 bomen en circa 0,35 ha (3.598 m2) aan houtopstanden.

Invulling compensatie

Nog nader te bepalen

Hiervan liggen 32 te kappen bomen in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (31) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (1) Hiervan ligt 3.598 m2 aan houtopstanden in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (3.247 m2) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (351 m2)

Goudgroene natuurzone (zie bijlage 3)

Dit is exclusief de geldende toeslag. Compensatie natuurbeheertypen inclusief toeslag: L01.02 Houtwal en houtsingel: 807 m2 (p) – 168 m2 (t) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland: 40.033 m2 (p) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos: 661 m2 (p) N14.02 Hoog- en laagveenbos: 46 m2 (p) N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos: 15.297 m2 (p) N11.02 Droog schraalgrasland: 208 m2 (t)

N15.02: Vanuit de provincie is aangegeven dat op dezelfde locatie opnieuw aangeplant dient te worden en de bijkomende toeslag elders gerealiseerd dient te worden. De compensatie vindt mogelijk via een financiële afspraak met provincie Limburg plaats danwel vindt in nauw overleg met Stichting het Limburgs Landschap (in vervolg SLL) en provincie Limburg fysiek nabij Arcen plaats. Het gaat hierbij concreet over minimaal 2,4 ha. Het overleg met SLL is hierover gaande. Los hiervan

41

Beleidskader

Compensatieopgave

Zilvergroene natuurzone (zie bijlage 4)

Groene karakter:

Invulling compensatie wordt opgemerkt, dat de verholen kering in de Maasduinen door het project in overleg met provincie Limburg en SLL als bos wordt gerealiseerd en dus wordt gecompenseerd.  Voor de overige natuurbeheertypen geldt dat dit nog nader bepaald dient te worden. Nog nader te bepalen

In dijkvak 3 en 4 moet een groot deel van de aanwezige beplanting voor de dijkverbetering worden gekapt. Ook in het noordelijke deel van het plangebied resulteert de dijkverbetering in de kap van bomen binnen de aangewezen Zilvergroene natuurzone. De kap heeft lokaal een negatief effect ten aanzien van de kernkwaliteit het groene karakter van de Zilvergroene natuurzone. 

Cultuurhistorisch erfgoed: Vanuit cultuurhistorisch opzicht worden in dijkvak 9 (in het deel waar de Zilvergroene natuurzone gesitueerd is) met de nieuwe kering de oude verkavelingspatronen doorkruist.

Voor een enkele houtopstand binnen deze zone is sprake van een compensatieopgave vanuit de WNB: Er zijn geen te kappen bomen gelegen binnen de Zilvergroene natuurzone 390 m2 aan te verwijderen houtopstanden is gelegen in de Zilvergroene natuurzone (Wnb).

Er vindt (tijdelijk) ruimtebeslag plaats op aangewezen Zilvergroene natuurzones (zie de kaarten in bijlage 4). Met het afgraven gaan geen kernwaarden verloren. De waarde als ecologische verbinding voor habitattypen van Natura 2000gebieden en natuurdoeltypen van de Goudgroene natuurzone komt echter niet in

42

Beleidskader

Compensatieopgave het geding. Voor ruimtebeslag in de Zilvergroene natuurzone is op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie vanuit ecologie compensatie niet aan de orde.

Invulling compensatie

Bronsgroene landschapszone (zie bijlage 5)

Nog nader te bepalen

Groene karakter: In dijkvak 8 wordt de bomenrij langs de Steeningscheweg (westelijk van de brouwerij) samen met de kering verwijderd. Deze gronden krijgen een agrarisch gebruik. Door de dijkversterking in dijkvak 9 moeten enkele bomen langs de Maasstraat worden gekapt. De kap van de beplantingen heeft lokaal een negatief effect op de kernkwaliteit het groene karakter van de Bronsgroene landschapszone. Gemeente Venlo is echter voornemens om hier de laanbeplanting langs de Maasstraat te herstellen. Voor in totaal 119 bomen en een enkele houtopstand binnen deze zone is sprake van een compensatieopgave vanuit de WNB: Er is 1 te kappen boom gelegen binnen de Bronsgroene landschapszone, welke valt onder de APV. Er zijn 118 te kappen bomen gelegen binnen de Bronsgroene landschapszone, welke vallen onder de Wnb. 157 m2 aan te verwijderen houtopstanden is gelegen in de Bronsgroene landschapszone, welke valt onder de Wnb.

Voor een deel vindt het permanente ruimtebeslag op de Bronsgroene landschapszone plaats binnen de kernzone van de huidige kering. Conform de afspraken met de provincie hoeft het ruimtebeslag van de huidige kering niet te worden gecompenseerd. Ter plaatste is immers reeds een kering aanwezig en toegestaan. Met het verdere ruimtebeslag op aangewezen Bronsgroene landschapszones, vindt geen aantasting van kernkwaliteiten plaats. Voor ruimtebeslag in de Bronsgroene landschapszone is op basis van de Beleidsregel natuurcompensatie vanuit ecologie compensatie niet aan de orde.

43

Beleidskader Wet natuurbescherming Natura 2000 en beschermde soorten

Compensatieopgave Zie de hiervoor opgestelde rapportages

Invulling compensatie Zie hiervoor de relevante opgestelde rapportages

1 Tussen de bomen die zowel aangemerkt zijn als ‘APV’ of ‘Wnb’ en ‘APV & Wnb’ zitten geen dubbelingen. Deze dienen bij elkaar opgesteld te worden om tot een totaal te komen. 2 p = permanent, t = tijdelijk.

Voor alle te kappen bomen en houtopstanden BB/APV/WNB geldt dat zowel bomen die binnen permanent als tijdelijk ruimtebeslag vallen worden gecompenseerd. Ook als later tijdens de uitvoering blijkt dat de aannemer bomen binnen tijdelijk ruimtebeslag kan handhaven. Voor de compensatie wordt dus uitgegaan van worst case, zodat er altijd in voldoende mate wordt gecompenseerd. De aannemer krijgt wel de opdracht om binnen tijdelijk ruimtebeslag zoveel mogelijk bomen te behouden.

44

8

BRONVERMELDING Literatuur Croonen, 2009. Bestemmingsplan Buitengebied. Gemeente Arcen en Velden. Toelichting. Rosmalen, april 2009. Geonius, 2022. Verkennend (water)bodemonderzoek. ter plaatse van het huidige dijklichaam en het toekomstige tracé van het dijklichaam rondom de dorpskern van Arcen. Kenmerk MA200271.013.R02.V5.0. d.d. 09.09.2022. Kragten, 2023a. Verkennend flora- en faunaonderzoek. Dijkversterking Arcen. Rapportnummer 20230630WSL060-RAP-FF-4.0. Concept. 30 juni 2023. Herten. Kragten, 2023b. Voortoets Natura 2000. Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei/Dijkring Arcen. Rapportnummer 20230718-WSL060-RAP-VT-5.0. Definitief. 18 juli 2023. Herten. Kragten, 2023c. Soortgerichte onderzoeken. Dijkversterking Arcen. Rapportnummer 20230630-WSL060-RAPSGO-2.0. Concept. 30 juni 2023. Herten. Provincie Limburg, 2018. Provinciaal blad van Limburg. Beleidsregel natuurcompensatie 2018. Provinciaal blad 2018, 1276. Datum publicatie 14 februari 2018. MER, 2018. Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei: Dijktraject Arcen. Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport. 29 mei 2018. Projectnummer: 3295. Waterschap Limburg, 2020. Nota Dijkverbetering, Systeemmaatregel en Beekherstel Voorkeursalternatief DT65 Arcen. Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei. Documentnummer 2019-D2453. 29 mei 2020, versie 1.0, definitief.

Roermond. WSP & Kragten, 2023. MER-Deelrapport Water. Planuitwerking Arcen. Waterschap Limburg. Documentnummer: DR65-2021Z36129-WSP-20230602-PP-P04.02-Effectnota-water. 7 juli 2023, Herten.

Websites Beleidsregel Houtopstanden Limburg 2017 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR604264/1#d77025380e138 Omgevingsverordening Limburg 2014 - https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR601817/15 Waterschap Limburg, 2022 - Laatste wijziging: 29-09-2022 https://www.waterschaplimburg.nl/uwbuurt/projectenoverzicht/@5594/dijkversterking/

45

46

BIJLAGEN

B1-1

B1 AANKOMENDE OMGEVINGSWET EN PROVINCIALE GEBIEDSBESCHERMING Provinciale Staten van Limburg hebben het Provinciaal Omgevingsplan 2014 en de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld waarin op hoofdlijnen is vastgelegd hoe omgegaan dient te worden met compensatie van natuur- en landschapswaarden. De Beleidsregel natuurcompensatie 2018 is een verdere uitwerking van dit compensatiebeleid. In het kader van de aankomende Omgevingswet, is in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg 2021 (POVI) de lange termijnvisie van het provinciaal beleid beschreven. Deze opvolging van het huidige POL 2014 is op 25 oktober 2021 in werking getreden. De onder de Omgevingsvisie vallende Omgevingsverordening Limburg 2021 is als gevolg van uitgestelde inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet in werking getreden en deze zal in werking treden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dit moment vigeert nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Daarnaast is ook een provinciaal Natuurprogramma alsmede een Landschapsprogramma in voorbereiding, als opvolger van de de provinciale Natuurvisie Limburg 2016. Verder wordt er, parallel aan dit beleidskader, gewerkt aan het Uitvoeringsprogramma natuurrealisatie, dat vorm zal geven aan de uitvoeringsstrategie.

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het POL 2014 zijn dat de ambitie van het natuurbeleid in de provincie Limburg is gewijzigd van het in stand houden van biodiversiteit naar het in stand houden en versterken, waar mogelijk. De Goudgroene natuurzone vormt het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2023 en dus de toepassing van de Omgevingsvisie Limburg, veranderd de naam van de Goudgroene natuurzone in Natuurnetwerk Limburg. In de aanpak van Natuurnetwerk Limburg is de focus verlegd van de kwantitatieve opgave naar hoogwaardige kwalitatieve inrichting van nieuwe natuur in het Natuurnetwerk Limburg. De Zilvergroene Natuurzone en Bronsgroene Landschapszone zijn hierbij samengevoegd tot de Groenblauwe mantel. In de natuuraanpak krijgen de stikstofaanpak en natuurherstel ruim aandacht. Er is ook meer aandacht voor areaal en kwaliteit in bossen, aansluitend op de landelijke bossenstrategie. Nieuw is de beoogde transformatie van de drie nationale parken tot regionale landschappen. Tot slot is er aandacht voor het beheer van populaties wilde dieren.

B1-1

B2 UITGANGSPUTEN NETTO OPPERVLAKTEVERLIES GOUDGROEN, ZILVERGROEN EN BRONSGROEN De uitgangspunten voor het in kaart brengen van het netto oppervlakteverlies van de Goudgroene en Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone staan hier onder beschreven. De grenzen van het permanent ruimtebeslag zijn bepaald op basis van de volgende variabelen:  Verhardingen;  Constructies (Keermuren, dam, e.d.);  Obstakelvrije zones;  Onderhoudsstroken. De verwachting is dat dit oppervlakten betreffen waar de natuur zich na afronding van de werkzaamheden niet kan herstellen. De grenzen van het tijdelijk ruimtebeslag zijn bepaald op basis van de volgende variabelen:  Werkstroken;  Te verwijderen dijktracé;  Taluds van nieuw dijktracé;  Afbreken keermuur;  Overige groenstroken (hagen, bermen, e.d.). De verwachting is dat de natuur op de bovengenoemde locaties na afronding van de werkzaamheden weer de mogelijkheid heeft om zich te herstellen. Hierbij is geen rekening gehouden met de ontwikkelingstijd die een bepaald type natuur nodig heeft om zich weer te kunnen herstellen. Zo is het nieuwe dijktracé in het zuidoosten van het plangebied (dijksectie 1) nu aangemerkt als tijdelijk ruimtebeslag. Mogelijk dat het wenselijk is om dit te beschouwen als permanent ruimtebeslag door de lange herstelduur van het beheertype op deze locatie.

Indien oppervlakten van het permanente en tijdelijke ruimtebeslag elkaar overlappen, is ervoor gekozen om het permanente ruimtebeslag hier als uitgangspunt te nemen. Voor de af te breken keermuren is een buffer van 2 meter rondom de muur toegepast als werkstrook.

B2-2

B3 KAARTEN LIGGING GOUDGROENE NATUURZONE BINNEN PLANGEBIED

B3-3

B4 KAARTEN LIGGING ZILVERGROENE NATUURZONE BINNEN PLANGEBIED

B5 KAARTEN LIGGING BRONSGROENE LANDSCHAPSZONE BINNEN PLANGEBIED

B6 BOMEN EN HOUTOPSTANDEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/307/documents/20182