CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

080 Bijl12 BP toelichting_Bijlage 11 Soortgericht onderzoek.pdf

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 6.5: Vaststellen bestemmingsplan Dijkversterking -verlegging Arcen (RV080)15.766 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hiermee konden steenuilen ook visueel waargenomen worden. Deze visuele onderzoeksmethode is zeer geschikt om de exacte locatie en het (vlieg)gedrag van een steenuil waar te nemen, op het moment dat deze heeft gereageerd op de contactroep en de globale locatie hierdoor bekend is. Een groot voordeel van deze methode is dat er geen verstoring van de dieren plaatsvindt, aangezien er niet met een zaklamp geschenen hoeft te worden.

3.3.2

Onderzoeksgebied Binnen het projectgebied is onderzoek naar steenuil uitgevoerd in het noordelijke deel van het beoogde dijktracé. In enkele tuinen aan de Maasstraat (nr. 130, 85 en 51b) hangen een drietal nestkasten. Het overige deel van het onderzoeksgebied is ongeschikt leefgebied voor steenuil. Het onderzoek richt zich op aanwezige steenuilen binnen een straal van 500 meter ten opzichte van de aanwezige nestkasten.

3.3.3

Resultaten Gedurende het onderzoek is meerdere malen een territoriale steenuil waargenomen bij de nestkast t.h.v Maasstraat 130. Bij iedere onderzoekronde zijn er activiteiten waargenomen in de directe omgeving van deze nestkast. Bij de nestkast ter hoogte van Maasstraat 85 zijn gedurende het onderzoek geen activiteiten waargenomen. Gezien deze nestkast binnen hetzelfde territorium van de nestkast aan de Maasstraat 130 hangt, valt ook niet te verwachten dat deze nestkast in 2022 bezet was door een ander paartje steenuilen. In de achtertuin aan de Maasstraat 51b hangt een vervallen nestkast die, door het ontbreken van een dak, niet meer

23

functioneel is. Gedurende het onderzoek is geen steenuil aangetroffen op de locatie. Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat er een territorium aanwezig is ter hoogte van Maasstraat 130. Deze nestlocatie is gelegen op een afstand van ongeveer 30 meter van het beoogde dijktracé. Ten oosten van de Maasstraat (buiten de begrenzing van het projectgebied) is ruim voldoende grasland (foerageergebied) aanwezig. Aan de westkant waar de dijk wordt is momenteel plantenkas en akkerland aanwezig, dat niet geschikt is als functioneel leefgebied van de steenuil. Ook zijn hier geen uilen waargenomen ten tijde van het onderzoek. Bovengenoemde waarnemingen zijn weergegeven in afbeelding 12.

Afbeelding 12. Waarnemingen van steenuil gedurende het onderzoek ten opzichte van het beoogde dijktrace (oranje stippellijn). Blauwe stippen = aanwezige nestkasten, rode stippen = roepende/baltsende/zingende individuen, gele stippel cirkel = functioneel territorium van steenuil binnen de broedperiode.

3.3.4

Effecten en vervolgstappen Steenuilen zijn uitermate standvogels en blijven het gehele jaar aanwezig binnen het territorium. Het territorium beslaat enkele honderden meters rondom de nestlocatie. De nestkast aan de Maasstraat 130 was in 2022 bewoond door een paartje steenuilen. Deze nestkast hangt op ongeveer 30 meter afstand van het beoogde dijktracé. Gedurende de werkzaamheden bestaat de mogelijkheid dat deze nestlocatie wordt verstoord. Indien er werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de invloedssfeer van de nestlocatie, dient het werk uitgesteld te worden tot na het broedseizoen van de steenuil. Indien dit niet mogelijk blijkt om binnen deze periode te werken dient de nestkast verplaatst te worden naar een locatie die gelegen is buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Dit geldt ook voor de niet bewoonde nestkast in de achter van Maasstraat nummer 85. De niet functionele nestkast in de achtertuin van Maasstraat 51b dient te worden vervangen na afloop van de werkzaamheden. In provincie Limburg geldt dat wanneer er sprake is van een bezette kunstmatige nestvoorziening, deze nestvoorziening verplaatst mag worden zonder dat hier een ontheffing voor nodig is, mits de gekozen locatie op korte afstand is gelegen en de functionaliteit van de nestvoorziening behouden blijft.

Dit wordt ook geadviseerd voor de niet bewoonde nestkast (Maasstraat 130), omdat steenuilen wel eens kunnen wisselen van nestkast binnen het territorium. De verplaatsing van deze nestkasten dient te gebeuren onder ecologische begeleiding en in overleg met de plaatselijke uilenwerkgroep (vogelwerkgroep IVN Maasduinen). Dergelijke werkgroepen hebben meestal een goed beeld van de regionale verspreiding van de steenuil en zijn eigenaar/beheerder van de nestkast. Dit dient vastgelegd te worden in het ecologisch werkprotocol. Werkzaamheden binnen het aangetroffen territorium van de steenuil vinden enkel plaats op gronden die

24

momenteel in gebruik zijn als akkerland en de plantenkas. Deze gronden zijn ongeschikt als foerageergebied voor deze soort. Het functioneel foerageergebied (ten oosten van de Maasstraat) blijft behouden, waardoor effecten op foerageergebied niet aan de orde zijn.

3.4

Ransuil

3.4.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) Ransuil kan onder andere gebruikmaken van nesten die gemaakt zijn door zwarte kraai en ekster. Voorafgaand aan het onderzoek naar de ransuil is het volledige projectgebied geïnspecteerd op de aanwezigheid van onder andere voorgenoemde nesten. Deze inspectie heeft halverwege maart plaats gevonden, voordat de bomen in het blad zaten. Voor het vaststellen van broedgevallen van de ransuil dient op territorium- en nest indicerend gedrag gelet te worden volgens de BMP-methode, opgesteld door SOVON. Dit kan zijn het vertonen van zang en/of baltsgedrag en de aanwezigheid van een adult/paar in broedbiotoop. Voor het vaststellen van een territorium is minimaal 1 waarneming nodig, bij het uitvoeren van twee gerichte veldbezoeken tussen de datumgrenzen 20 februari – 20 juli. Voor het vaststellen van een broedbiotoop moet minimaal 1 waarneming zijn gedaan in de periode 15 maart – 20 juli en moeten in totaal 2 waarnemingen gedaan zijn in de gehele periode. Tijdens het onderzoek wordt de baltsroep van de ransuil afgespeeld via een geluidsbox. Verder wordt het gebied strategisch doorlopen en wordt gezocht naar roepende jonge vogels. Deze kunnen erg vocaal zijn. Naast deze auditieve inventarisatie van de ransuil is tijdens de onderzoeksrondes ook gebruik gemaakt van een infrarood warmtebeeldkijker, waarmee ransuilen visueel waargenomen kunnen worden.

De data en omstandigheden van de onderzoeken zijn opgenomen in tabel 5. De onderzoeksrondes moeten bij voorkeur onder de volgende omstandigheden plaatsvinden: Goede weersomstandigheden (b.v. geen regen, harde wind en/of kou) Met minimaal 10 dagen tussen de onderzoeksrondes. Tabel 5. Uitgevoerde veldbezoeken onderzoek ransuil. Vaststellen potentiële nestlocaties Datum Tijd 8 maart 2022 11:00 – 15:45 uur Veldonderzoek 19 april 2022 20:30 – 22:30 uur 17 mei 2022 23:45 – 00:30 uur

3.4.2

Weer Onbewolkt, zwakke wind, circa 16 graden Celsius Helder, zwakke wind en 16 graden Celsius Helder, zwakke wind (2bft) en 14-16 graden Celsius

Onderzoeksgebied In potentie geschikte nestlocaties (o.a. nesten van ekster en zwarte kraai) van ransuil zijn binnen het projectgebied aangetroffen in de achtertuinen ten westen van de kern van Arcen langs de Maas (zie afbeelding 8). Wetende waar zich in potentie geschikte nestlocaties bevinden voor ransuil, zijn vervolgens in de geschikte onderzoeksperiode deze potentiële nestlocaties onderzocht in het gebied.

25

3.4.3

Resultaten In de achtertuinen en bomen binnen het onderzoeksgebied voor ransuil (afbeelding 13) zijn meerdere ekster- en kraaiennesten aangetroffen. Hierop zijn geen broedende en/of territoriale ransuilen waargenomen gedurende het onderzoek. Tevens zijn er binnen het gehele onderzoeksgebied geen braak- en poepsporen van deze soort aangetroffen. Tijdens de onderzoeksronde in de nacht van 16 en 17 mei is een territoriale ransuil (baltsend/zingend mannetje) waargenomen ten westen van de Maas, ter hoogte van de Broekhuizerweerd te Broekhuizen. Dit betreft een gebied buiten het onderzoeksgebied. Daarbij zijn later in het seizoen ook geen waarnemingen gedaan van piepende jongen binnen het projectgebied en de directe omgeving.

Afbeelding 13. Waarneming van ransuil (rode stip) ten opzichte van het onderzoeksgebied (rode kader) en het dijktracé (oranje stippellijn).

3.4.4

Effecten en vervolgstappen Het aangetroffen territorium van de ransuil valt buiten het dijktracé. Dit territorium en de daarbinnen aanwezige functionele leefomgeving blijft hiermee behouden met de uitvoer van de voorliggende werkzaamheden, waardoor er geen sprake is van negatieve effecten op ransuil.

3.5

Grote gele kwikstaart

3.5.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) Voor het vaststellen van broedgevallen van de grote gele kwikstaart, dient op territorium- en nest indicerend gedrag gelet te worden volgens de BMP-methode, opgesteld door SOVON (2016). Dit kan zijn het vertonen van zang en/of baltsgedrag, de aanwezigheid van een volwassen individu of paartje bij een potentiële nestplaats en nest indicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm). Voor het vaststellen van een territorium zijn minimaal 2 waarnemingen nodig, waarvan minimaal één in de periode 10 april – 20 juni. Het onderzoek dient uitgevoerd te worden onder gunstige weersomstandigheden in de ochtend (kan gehele dag, met zangactiviteit het hoogst in de ochtend). Er is verder gedurende de andere soortgerichte onderzoeken ook gelet op waarnemingen van grote gele kwikstaart. De data en omstandigheden van de onderzoeken zijn opgenomen in tabel 6. Tabel 6. Uitgevoerde veldbezoeken onderzoek grote gele kwikstaart. Datum Tijd Weer 21 april 2022 08:20 – 09:20 uur Helder, zwakke wind,12 graden Celsius 5 mei 2022 07:30 – 10:30 uur Helder, zwakke wind en 12-16 graden Celsius 3 juni 2022 09:30 – 12:00 uur Helder, zwakke wind,16-18 graden Celsius

26

3.5.2

Onderzoeksgebied Grote gele kwikstaart nestelt doorgaans vlakbij stromend water in een nis in een muur of onder een brug, tussen boomwortels in brokkelige oevers en nestelt daarbij graag in speciaal ontworpen nestkasten (deze nestkasten zijn niet aanwezig binnen het onderzoeksgebied). Binnen het onderzoeksgebied is alleen rond de watermolen (graanbranderij de IJsvogel) en langs de Lingsforterbeek potentieel broedbiotoop van de grote gele kwikstaart aanwezig. Zie afbeelding 14.

3.5.3

Resultaten Tijdens geen van de onderzoeksrondes zijn ter hoogte van het onderzoeksgebied waarnemingen gedaan van vogels met territorium indicerend gedrag. Wel is tijdens het veldbezoek van 3 juni 2022 een grote gele kwikstaart waargenomen die kort foeragerend is waargenomen in de Lingsforterbeek ten noorden van de watermolen (buiten de grenzen van het projectgebied). De andere waarneming aan de Maas betrof een individu dat is aangetroffen tijdens de winter. Deze laatste waarnemingen betreft een individu die geen binding had met het plangebied en vloog snel hoog weg in zuidelijke richting. Zie ook afbeedling14.

3.5.4

Effecten en vervolgstappen Waarnemingen van grote gele kwikstaart binnen het projectgebied die duiden op nestlocaties zijn niet aangetroffen. Van negatieve effecten op deze soort met de voorliggende werkzaamheden is dan ook geen sprake.

Afbeelding 14. Waarneming van grote gele kwikstaart (gele stippen) ter hoogte van de Lingsforterbeek en ten opzichte van het dijktracé (oranje stippellijn).

3.6

Overige vogels met jaarrond beschermde nesten (oehoe en ooievaar)

3.6.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) Tijdens de uitvoer van het verkennend flora- en faunaonderzoek (Kragten, 2022) was al bekend dat er een paartje ooievaars aanwezig was binnen de kasteeltuinen en dat er een oehoe voorkomt in de directe omgeving van de kasteeltuinen en Maasduinen. Voor de ooievaar is geen specifiek onderzoek uitgevoerd, omdat de nestplaats al jaren in gebruik is. Voor de oehoe is contact gezocht met de plaatselijke vogelwerkgroep en binnen

27

het gehele onderzoeksgebied is gekeken naar de aanwezig van grote nesten die door de oehoe gebruikt kan worden als nestplaats.

3.6.2

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het zuidelijke terrein van de kasteeltuinen Arcen tussen de N271, de Schans en de Lingsforterbeek (zie afbeelding 15).

3.6.3

Resultaten Ooievaar Al meerdere jaren broedt er een paartje ooievaars op een nestpaal binnen de kasteeltuinen. Deze paalnest is op circa 25 meter (westelijk) van het beoogde dijktracé (incl. werkstrook) gelegen binnen het terrein van de kasteeltuinen. Oehoe Uit de bronnenstudie (NDFF) is bekend dat er binnen de kasteeltuinen een oehoe aanwezig is. Gedurende de onderzoeken is geen (roepende) oehoe waargenomen. Via de lokale uilenwerkgroep blijkt dat er een nestelende oehoe aanwezig te zijn in de blauwe reigerkolonie aan de westkant van de kasteeltuinen. Deze mogelijke nestlocatie is gelegen op circa 120 meter oostelijk van het beoogde dijktracé binnen het terrein van de kasteeltuinen.

Afbeelding 15. Waarschijnlijke nestlocatie oehoe = gele stip en nest ooievaar = rode stip ten opzichte van het dijktracé.

3.6.4

Effecten en mogelijke vervolgstappen Nestlocaties van zowel de oehoe als de ooievaar zijn niet aanwezig binnen de begrenzing van het dijktracé. Aangezien beide soorten op enkel tientallen meters buiten de begrenzing van het onderzoeksgebied nestelen dient met de werkzaamheden rekening te worden gehouden met verstoring van de werkzaamheden binnen het broedseizoen van de oehoe en ooievaar. De werkzaamheden vinden plaats op ruim 100 meter van de nestplaats van de oehoe. Op basis van de afstand worden effecten op de nestplaats van oehoe niet verwacht. De nestplaats van de ooievaar is gelegen op ongeveer 25 meter afstand van het beoogde dijktracé. De werkzaamheden betreffen de aanleg van een verhoogd talud langs de Parallelweg (Aan de Lange Weide) naast de N271. Om verstoring van de ooievaar te voorkomen dienen de werkzaamheden binnen 50 meter afstand ten opzichte van het ooievaarsnest uitgevoerd worden buiten het broedseizoen van de ooievaar (maart t/m juli).

28

3.7

Omgevingsscansoorten (sperwer en buizerd)

3.7.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) Voor het onderzoek naar roofvogels zijn de onderzoeken zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. In het vroege voorjaar, in de bladerloze periode van bomen, zijn de bosgebieden, bosschages en houtsingels onderzocht op aanwezigheid van eventuele nesten. Ook zijn kraaien- en eksternesten in kaart gebracht. Deze nesten kunnen gebruikt worden door vogels met een jaarrond beschermd nest in bomen en eventueel andere roofvogels als nestlocatie. Voor het vaststellen van broedgevallen van roofvogels dient op territorium- en nest indicerend gedrag gelet te worden volgens de BMP-methode, opgesteld door SOVON (2016). Dit kan zijn het vertonen van zang en/of baltsgedrag, de aanwezigheid van een volwassen individu of paartje bij een potentiële nestplaats en nest indicatieve waarneming (nestbouw, transport voedsel of uitwerpselen, alarm). Voor het vaststellen van een territorium zijn minimaal 2 waarnemingen nodig in een bepaalde periode. In de onderstaande kopjes worden deze verder toegelicht. Sperwer In geval van een paar in broedbiotoop, zang en/of balts moeten er 2 waarnemingen zijn in de periode 1 maart t/m 15 juli. Voor een adult in broedgebied moeten 3 waarnemingen gedaan worden in de periode 1 maart t/m 15 juli voor een geldig territorium.

Buizerd Inventariseren van broedende buizerds kan op basis van hun geluid, aangevuld met zichtwaarnemingen (aanwezigheid volwassen exemplaren of paartjes in geschikt gebied), territorium indicerend gedrag (balts e.d.) en nest indicerend gedrag of nestvondsten (BIJ12, 2017b). Inventariseren exemplaren De aanwezigheid van een nest of van een rustplaats van een buizerd kan worden aangetoond door het uitvoeren van twee tot vier gerichte veldbezoeken. Deze moeten overdag na zonsopkomst plaatsvinden in de periode maart tot en met half mei, met een tussenperiode van minimaal 10 dagen. Nesten waarnemen Veel nesten kunnen gevonden worden door voor half april (voor de bladgroei) geschikte bossen en bosschages uit te kammen. Oude nesten worden opgehoogd en nieuwe nesten zijn in die tijd voltooid. Bewoonde nesten zijn herkenbaar aan verse takken (oplichtend breukvlak) en alarmerende ouders. Ook kan hiermee het netwerk aan nesten van een paartje buizerds in beeld worden gebracht. Tabel 7. Uitgevoerde veldbezoeken onderzoek roofvogels (sperwer en buizerd). Veldbezoek roofvogelnesten Datum Tijd Weer 8 maart 2022 11:00 – 15:45 uur Onbewolkt, zwakke wind, circa 16 graden Celsius. Sperwer en buizerd 5 mei 2022 07:30 – 10:30 uur Helder, zwakke wind en 12-16 graden Celsius. 3 juni 2022 09:30 – 12:00 uur Helder, zwakke wind,16-18 graden Celsius.

3.7.2

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het volledige dijktracé en de directe omgeving hiervan (50 meter). Voor de betreffende roofvogelsoorten betreft het onderzoeksgebied voornamelijk de bosgebieden, bosschages en houtsingels.

29

3.7.3

Resultaten Buizerd Tijdens de eerste bezoeken zat er nog geen/weinig blad aan de bomen, waardoor het tijdens deze rondes goed mogelijk was om de nesten te lokaliseren en in beeld te brengen. Veldbezoeken in de betreffende tijd van het jaar leveren bij de buizerd het leeuwendeel van de waarnemingen van bewoonde territoria en nesten op. Er is binnen het onderzoeksgebied een territorium aangetroffen van een paartje buizerds in een populierenbosje langs de Zwarte Bergweg parallel aan de N271 (afbeelding 16). Gedurende het onderzoek zijn meerdere malen territoriale buizerds aangetroffen op deze locatie, waardoor kan worden aangenomen dat de populierenopstand een belangrijk onderdeel vormt voor buizerd. Deze locatie valt buiten het beoogde dijktracé. Een nest is ook niet aangetroffen, maar een buizerd kan ook een broedseizoen overslaan.

Afbeelding 16. Territorium van de buizerd (rode stip) ten opzichte van het dijktracé (oranje stippellijn). Sperwer en overige roofvogels Waarnemingen van sperwer en overige roofvogelsoorten zijn binnen en in de directe omgeving van het projectgebied niet aangetroffen.

3.7.4

Effecten en vervolgstappen Buizerd De nesten van buizerd zijn beschermd onder categorie 4 (vogel dat jaarlijks terugkeert naar specifiek nest, maar voldoende flexibel om elders een nieuw nest te bouwen. Echter, dusdanig kwetsbaar dat functionaliteit van leefgebied niet in het geding mag komen). Deze nesten zijn jaarrond beschermd wanneer de ingreep leidt tot het verdwijnen van de nestplaats en de omgeving onvoldoende alternatief leefgebied biedt en hiermee de gunstige staat van instandhouding van de soort in gevaar komt. Kijkend naar de ingrepen die uitgevoerd gaan worden, zoals bomenkap en het verdwijnen van sommige bosschages gaan geen nestlocaties van buizerd verloren. Voor de buizerd kan worden uitgesloten dat de gunstige staat van instandhouding wordt aangetast, omdat er in de directe omgeving voldoende alternatieve nestgelegenheid voorhanden is. Ook is de trend van de buizerd niet negatief, waardoor deze soort kan worden behandeld als een algemene soort. Als er bomen en of struiken worden gekapt dient dit buiten het broedseizoen (maart t/m juli) te worden uitgevoerd. Indien dit niet mogelijk is dient voorafgaande aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd.

30

Overige roofvogelsoorten Voor alle overige roofvogelsoorten waar, in combinatie met onderzoek naar de buizerd, onderzoek naar uit is gevoerd, geldt dat er geen nestlocaties aanwezig zijn binnen het onderzoeksgebied en negatieve effecten kunnen worden uitgesloten. Roofvogels hebben veelal een groot territorium, waardoor ze goed in staat zijn om buiten de plangrenzen te jagen. Hierdoor kunnen tijdens de uitvoer van de werkzaamheden negatieve effecten op functioneel leefgebied worden uitgesloten.

3.8

Onderzoek das

3.8.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2023) Tijdens een scopewijziging in de plannen zijn binnen Landgoed Arcen twee vervallen vluchtpijpen van de das aangetroffen binnen het onderzoeksgebied. In het veld lijken de dassenholen verlaten, maar het kennisdocument van de das schrijft voor dat de afwezigheid van dassen pas kan worden aangenomen als bekend is dat een burcht al vijf jaar niet in gebruik is of als na drie veldinventarisaties gericht op dassen onder goede omstandigheden en voldoende verspreid over het jaar uitgevoerd, geen aanwijzingen zijn gevonden dat de das aanwezig is. Hiervoor zijn drie veldbezoeken (tabel 8) uitgevoerd verspreid in het jaar om te beoordelen op de holen momenteel in gebruikt zijn. Ook zijn bij beide holen voor langere periode een wildcamera geplaatst. Daarnaast is in het veld binnen het onderzoeksgebied gekeken naar (bewonings)sporen van de das. Tabel 8. Uitgevoerde veldbezoeken onderzoek das en inzet wildcamera. Datum Onderzoek Ronde 1 tussen 25 april t/m 3 mei 2023 Veldbezoek en inzet 2 wildcamera’s Ronde 2 tussen 3 mei t/m 6 juni 2023 Veldbezoek en inzet 2 wildcamera’s Ronde 3 tussen 31 augustus t/m 5 september 2023 Veldbezoek en inzet 2 wildcamera’s

3.8.2

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het bosgebied van het landgoed Arcen (oranje gearceerd binnen afbeelding 17) zijn twee vervallen pijpen van de das aangetroffen binnen het bosgebied van landgoed Arcen.

Afbeelding 17. Aanwezige vluchtpijpen das (rode stippen) ten opzichte van het dijktracé (oranje stippellijn).

31

3.8.3

Resultaten Binnen het onderzoeksgebied zijn gedurende het onderzoek geen sporen of activiteiten waargenomen in het veld. Ook zijn er geen graafactiviteiten waargenomen die er op duiden dat de das gebruikt maakt van de holen. In de directe omgeving zijn geen sporen, wissels en/of andere bewoningssporen waargenomen. Uit het onderzoek met de wildcamera’s is op 4 mei 2023 een langslopende das waargenomen en op 3 september 2023 is een langs rennende das waargenomen die door beide wildcamera’s is opgepikt. Zie ook tabel 9. Tabel 9.Resultaten onderzoek met wildcamera’s Datum Ronde 1 tussen 25 april t/m 3 mei 2023 Ronde 2 tussen 3 mei t/m 6 juni 2023 Ronde 3 tussen 31 augustus t/m 5 september 2023

3.8.4

Resultaten onderzoek Geen Eenmalig een langslopende das bij een van de holen. Eenmalige een langs rennende das die langs beide holen rent.

Afbeelding 18. Vluchtpijp das.

Afbeelding 19. Vluchtpijp das.

Afbeelding 20. Wildcamera.

Afbeelding 21. Langslopende das 4 mei 2023.

Effecten en vervolgstappen Op basis van het onderzoek kan worden aangenomen dat de holen verlaten zijn. Ook zijn binnen het onderzoeksgebied geen bewoningssporen van de das waargenomen. Ten zuiden van de kasteeltuinen, westelijk van de N271 zijn meerdere dassenburchten aanwezig op geruime afstand (150 meter) van het beoogde dijktracé. De das die is aangetroffen komt zeer waarschijnlijk uit deze burchtlocaties en steekt naar verwachting regelmatig de N271 en Schans over. Aan de randen van de Kasteeltuinen ter hoogte van de Schans en de N271 wordt een talud aangelegd ten behoeve van het nieuw dijktrace. Door de aanleg van deze constructie wordt en geen negatief effect verwacht op versnippering van het leefgebied, omdat de das de N271nog kan passeren. Dat geldt ook voor de kering ter hoogte van Schans, maar hier zijn ook de kasteeltuinen gelegen die

32

door hekwerken zijn afgesloten en op dit moment ook niet passeerbaar zijn voor de das. Effecten op de das worden niet verwacht. De werkzaamheden ter hoogte van Schans en de N271dienen alleen overdag uitgevoerd te worden om verstoring te voorkomen.

3.9

Onderzoek bever

3.9.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) Voor de bever is onderzoek uitgevoerd door twee gerichte veldbezoeken uit te voeren naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform het kennisdocument van de bever (BIJ12, 2017a). Een veldbezoek is uitgevoerd in het vroege voorjaar, voordat de vegetatie is ontwikkeld. Hierdoor zijn vaste rust- en verblijfplaatsen gemakkelijk op te sporen. Zie ook tabel 10. Tabel 10. Uitgevoerde veldbezoeken onderzoek bever. Datum Tijd Weer 8 maart 2022 11:00 – 15:45 uur Onbewolkt, matige wind en 10 graden Celsius. 5 mei 2022 07:30 – 10:30 uur Onbewolkt, zwakke wind, 12 - 16 graden Celsius.

3.9.2

Onderzoeksgebied Geschikt leefgebied van de bever is binnen het onderzoeksgebied aanwezig in meerdere watergangen die rondom het dijktracé aanwezig zijn. Dit betreft onder andere de beekmonding van de Lingsforterbeek tussen de kasteeltuinen en de Maas (afbeelding 22). Gedurende het onderzoek zijn minimaal twee gerichte veldbezoeken uitgevoerd langs de watergangen.

3.9.3

Resultaten Langs de Lingsforterbeek en de watergangen aan de rand van de kasteeltuinen zijn vraatsporen van de bever aangetroffen. Een zichtbare burchtlocatie is op geen van deze onderzoekslocaties aangetroffen. Aan de Lingsforterbeek is wel een oud oeverhol aangetroffen. Daarnaast komt uit gegevens van de NDFF naar voren dat de ruimte onder de watermolen eerder is gebruikt als burchtlocatie van de bever. Tijdens het onderzoek is 2022 is niet aangetoond. Verder zijn langs de Maas vraatsporen waargenomen van de bever, maar er is hier geen burchtlocatie aangetroffen. De waarnemingen zijn weergegeven in afbeelding 22.

Afbeelding 22. Onderzoekslocatie onderzoek bever. Geel = vraatsporen, rood = oeverhol, groen = burchtlocatie ten opzichte van het dijktracé (oranje stippellijn).

33

3.9.4

Effecten en vervolgstappen Gedurende de onderzoeken is een vaste rust- en verblijfplaats van de bever aangetroffen langs de Lingsforterbeek in de vorm van een oeverhol. Ook is de verwachting dat er niet zichtbare oeverholen aanwezig zijn langs de watergangen. Met de werkzaamheden binnen 50 meter (of 20 meter binnen de kwetsbare periode) vanaf de verblijfplaats (oeverhol) wordt mogelijk de bever verstoord (Artikel 3.5 Habitatrichtlijn, lid 4, verstoring van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen) en mogelijk worden oeverholen vernietigd (Artikel 3.5, lid 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen). Door de aanleg van de kering ter hoogte van de watermolen/Schans blijft het leefgebied van de bever toegankelijke en treedt er geen versnippering op. De bever kan vrijwel ongestoord de Lingesfortbeek passeren.

3.10

Vleermuisonderzoek

3.10.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2021/22 en 2023) In het verkennend flora en faunonderzoek is geconcludeerd dat er in de bebouwing en bosgebied mogelijke verblijfplaatsen aanwezig voor vleermuizen. Op de afbeeldingen 23, 24 en 25 zijn de verschillende onderzoekslocaties waar het vleermuisonderzoek is uitgevoerd weergegeven. Om tot deze onderzoekslocaties te komen is vooraf, door middel van een bureaustudie en een veldbezoek, een selectie gemaakt van de locaties waar de aanwezigheid van beschermde functies van vleermuizen op voorhand niet uitgesloten konden worden. Daarbij is gekeken naar locaties waar potentiële verblijfplaatsen in bomen en/of gebouwen aanwezig kunnen zijn. Hierbij is ook gebruik gemaakt van het onderzoek van Meervelt, 2021, waarbij de boomholtes binnen het projectgebied (Maasduinen) in kaart zijn gebracht. In het najaar van 2021 zijn de onderzoeken naar het voorkomen van vleermuizen van start gegaan binnen het bosgebied van Maasduinen. In het voorjaar van 2022 zijn een viertal gebouwen aan de Kruisweg (48/50) en de Broekhuizerweg aan het onderzoek toegevoegd. In 2023 is het westelijke zijde van het gebouw La Tour Meuse toegevoegd aan het onderzoek. Conform het Vleermuisprotocol (Netwerk Groene Bureaus, 2021) zijn er in alle gebieden binnen de (sub)optimale periodes vijf gerichte onderzoeksrondes uitgevoerd naar vaste rust en verblijfplaatsen.

De onderzoeksdata en weerdata van het volledige vleermuisonderzoek is opgenomen in tabel 11. De onderzoeken binnen Maasduinen zijn door één onderzoeker uitgevoerd. De onderzoekslocatie waarbinnen de te onderzoeken gebouwen gelegen zijn (woning en 3 stallen/schuur), zijn onderzocht met drie personen. Door de inzet van meerdere veldecologen is zorg gedragen dat conform het vleermuisprotocol minimaal 75% van het plangebied te allen tijde overzien is. Tijdens de inventarisaties zijn waarnemingen (soort, tijdstip, locatie, gedrag etc.) en de weersomstandigheden genoteerd en zijn geluidsopnamen van vleermuizen gemaakt. De resultaten van de inventarisaties zijn weergegeven op kaarten (bijlage 4). Aan de hand van de resultaten is de functionaliteit van het plangebied voor vleermuizen beschreven en zo nodig met foto’s verduidelijkt. De inventarisaties zijn uitgevoerd in de geschikte periode, met een batdetector (type: Pettersson D240X). Een batdetector is een apparaat dat ultrasone geluiden, die een vleermuis maakt, omzet in voor de mens hoorbare tikkende geluiden. Aan de hand van het ritme van het geluid en de frequentie waarop de vleermuis het beste wordt gehoord, de zogenaamde “piekfrequentie”, kan in veel gevallen worden bepaald om welke vleermuissoort het gaat. Voor het determineren van soorten wordt gebruik gemaakt van opnameapparatuur (type: Olympus) en het programma Batsound.

Om de verblijfplaatsen in kaart te brengen, is lopend met de batdetector het plangebied doorzocht. Voor het onderzoek binnen Maasduinen is gebruik gemaakt van Batlogger M2, in combinatie met een Batscanner, beide van Elekon. Met deze apparaten wordt in het veld automatisch opnames gemaakt. Voorafgaande het onderzoek binnen de Maasduinen zijn de bomen met holtes in kaart gebracht. De groene stippen (afbeelding 24) geven de locaties van bomen met voor vleermuizen mogelijk geschikte holten aan. De informatie over bomen met holten is ontleend aan de rapportage van Bureau Meervelt (2021). Door wijzigingen in de plannen is op 2 maart 2023 een aanvullend veldbezoek uitgevoerd om nogmaals de boomholtes in kaart te brengen. De reden hiervoor was een wijziging in de plangrens van de locatie waar werkzaamheden uitgevoerd worden. Zie afbeelding 24 blauwe kader.

34

Bij het aanvullende bezoek op 2 maart 2023 bleek dat een deel dat binnen het gewijzigde plangebied valt (zie vrijwel geheel bestaat uit fijnsparren (Picea spec.) bestaat en dat er in het betreffende deel geen bomen met voor vleermuis geschikt verblijfplaatsen aanwezig zijn. Tabel 11. Uitgevoerde veldbezoeken vleermuisonderzoek. Maasduinen Functie

Datum

Tijd

Weer

Paarverblijfplaatsen

11 september 2021 21:35 – 23:43 uur

Paarverblijfplaatsen

28 september 2021 20:30 – 00:30 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

16 juni 2022

03:05 - -05:18 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

7 juli 2022

03:10 - 05:30 uur

Boomholtes

2 maart 2022

N.v.t.

Geheel bewolkt, zwakke wind, 15 graden Celsius, aan het einde licht miezer Licht bewolkt, zwakke wind, 10 graden Celsius Licht bewolkt, zwakke wind, 12 graden Celsius. Licht bewolkt, zwakke wind, 14 graden Celsius. N.v.t.

Bebouwing Kruisweg/Broekhuizerweg Functie

Datum

Tijd

Weer

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

17 mei 2022

21:45- 23:45 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

1 juni 2022

03:20 - 05:20 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen Extra avondronde i.v.m. laatvlieger Paarverblijfplaatsen

5 juli 2022

21:50 - 23:50 uur

16 augustus 2022

21:40 - 23:40 uur

Paarverblijfplaatsen

7 september 2022

21:10 - 23:10 uur

Licht bewolkt, zwakke wind, 16 - 18 graden Celsius. Licht bewolkt, zwakke wind, 8-10 graden Celsius. Licht bewolkt, zwakke wind, 14-16 graden Celsius Licht bewolkt, zwakke wind, 22-20 graden Celsius, aan het einde licht miezer Half bewolkt, zwakke wind, 25 graden

Functie

Datum

Tijd

Weer

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

24 mei 2023

21:30 – 23:30 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen

25 juni 2023

21:55 – 23:55 uur

Zomer- en kraamverblijfplaatsen Extra avondronde i.v.m. laatvlieger Paarverblijfplaatsen

26 juni 2023

03:15 - 05:20 uur

22 augustus 2023

21:45 – 23:45 uur

Paarverblijfplaatsen

15 september 2023 20:50 – 22:50 uur

Droog, half bewolkt, zwakke wind, 14 graden Celsius. Droog, half bewolkt, zwakke wind, 27 graden Celsius. Droog, onbewolkt, zwakke wind, 12 graden Celsius. Droog, half bewolkt, zwakke wind, 15 graden Celsius. Droog, half bewolkt, zwakke wind, 17 graden Celsius.

La Tour Meuse

3.10.2

Onderzoeksgebied In de onderstaande kopjes zijn de verschillende onderzoeksgebieden van het vleermuisonderzoek weergegeven, namelijk de bebouwing aan de Kruisweg/Broekhuizerweg, bosgebied Maasduinen en la Tour Meuse.

35

3.10.2.1

Bebouwing Kruisweg/Broekhuizerweg Het onderzoeksgebied bestaat uit meerdere gebouwen, namelijk de woning en twee paardenstallen aan de Kruisweg en een houten schuur aan de Broekhuizerweg. De meest rechter paardenstal zit vast aan de loods van de naastgelegen Hertog Jan Brouwerij. Deze loods blijft behouden.

Afbeelding 23. Onderzoekslocaties vleermuisonderzoek bebouwing. A = schuur Broekhuizerweg, B = woonhuis Kruisweg en C = Paardenstallen Kruisweg.

3.10.2.2

Maasduinen In 2021en 2022 is het vleermuisonderzoek uitgevoerd binnen Maasduinen binnen het rood omkaderde gebied. In 2023 heeft er een scopewijziging plaatsgevonden, waardoor het onderzoeksgebied is uitgebreid (afbeelding 24 blauwe kader).

Afbeelding 24. Het oude onderzoeksgebied (rode lijn) en het gewijzigde onderzoeksgebied (blauwe lijn).

36

3.10.2.3

La tour Meuse In 2023 is een nieuw vleermuisonderzoeksgebied toegevoegd, door gewijzigde plannen wordt de westgevel van La Tour Meuse onderdeel van de nieuwe dijk. Het vleermuisonderzoek richt zich dan ook alleen op de westgevel van het gebouw.

Afbeelding 25. Het onderzoeksgebied La tour Meuse (rode lijn).

3.10.3

Resultaten Hieronder volgt per onderzoekslocatie een beschrijving van de locatie en de bevindingen van het onderzoek.

3.10.3.1

Gebouwen Kruisweg en Broekhuizerweg Gedurende het onderzoek is één vleermuissoort aangetroffen, namelijk de gewone dwergvleermuis. Tijdens het eerste veldbezoek in het voorjaar van 2022 is een zomerverblijfplaats aangetroffen aan de westzijde van het woonhuis aan de Kruisweg. De verblijfplaats zit waarschijnlijk achter een hoekpan aan de zijgevel (afbeelding 27). Tijdens het najaarsonderzoek was een gewone dwergvleermuis met sociale roep aanwezig vliegend rondom het woonhuis en ook af en toe langs de schuur van de Broekhuizerweg. De meeste activiteiten werden waargenomen rondom het woonhuis aan de Kruisweg. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er een paarverblijfplaats aanwezig is. Paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuizen zijn moeilijk vast te stellen en vliegen meestal rond een gebouw waarin een verblijf aanwezig is. Naar verwachting is het aanwezige paarverblijf hetzelfde individu dan de aangetroffen zomerverblijfplaats. Andere verblijfplaatsen en/of vleermuissoorten zijn niet waargenomen ter plaatste van het onderzoeksgebied. In afbeelding 26 zijn alle waarnemingen opgenomen.

37

Afbeelding 26. Aangetroffen verblijfplaatsen en exemplaren gewone dwergvleermuis. Geel = zomer- en paarverblijfplaats.

Afbeelding 27. Locatie van de aangetroffen zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis. Uit het onderzoek blijkt dat er een zomerverblijfplaats en een paarverblijfplaats aanwezig is van een gewone dwergvleermuis in de woning aan de Kruisweg 50. Hoogstwaarschijnlijk is het een individu dat jaarrond aanwezig is binnen het gebouw.

38

3.10.3.2

Maasduinen Gewone dwergvleermuis De waarnemingen van een roepende gewone dwergvleermuis in het najaar van 2021 en de zomer van 2022 maken aannemelijk dat er een zomer- en paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis in een boomholte aanwezig is net binnen het noordelijke deel van het onderzoeksgebied in het gebied met een clustering van meerdere boomholtes. De exacte boomholte kon niet worden bepaald, maar hier wordt ervan uit gegaan dat alle aanwezige holtes in potentie gebruikt kunnen worden als verblijfplaats. Zie afbeelding 28 gele stip. Gelet op het betrekkelijk kleine aantal foeragerende dieren en de ruime beschikbaarheid van vergelijkbaar foerageergedrag betreft de functie foerageergebied geen essentiële functie. Rosse vleermuis Tijdens de najaarsronde op 11 september 2021 werd een roepende rosse vleermuis waargenomen. De exacte locatie van het roepende dier werd niet vastgesteld. De rosse vleermuis roept in de regel vanuit een paarverblijfplaats, zodat aangenomen moet worden dat in de directe omgeving van de waarneming een paarverblijfplaats aanwezig is. Deze ligt ruim buiten het onderzoeksgebied. Tijdens de twee ronden in de zomer van 2022 werd beide keren een overvliegende rosse vleermuis waargenomen. Gewone grootoorvleermuis Gedurende de ochtendronde op 16 juni 2022 werd een foeragerende gewone grootoorvleermuis waargenomen.

Afbeelding 28. Geel = zomer- en paarverblijfplaats gewone dwergvleermuis en rood =paarverblijfplaats rosse vleermuis binnen de onderzoeksgebied (blauwe polygoon).

3.10.3.3

La Tour Meuse Het vleermuisonderzoek is met name gericht op onderzoek naar verblijfplaatsen in de westelijke gevel van het gebouw La Tour Meuse. De directe omgeving is ook meegenomen in het onderzoek. De directe omgeving van La tour Meuse is ook meegenomen. Gedurende het onderzoek naar de zomer- en kraamverblijfplaatsen en paarverblijfplaatsen zijn in het gebouw en binnen de directe omgeving geen in- en uitvliegende vleermuizen aangetroffen. Wel zijn er enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen aangetroffen, deze korte tijd foeragerend zijn aangetroffen. Boven de Maas zijn enkele foeragerende watervleermuizen aangetroffen. Tijdens het onderzoek naar de paarverblijfplaatsen zijn geen vleermuizen met de sociale roep waargenomen.

39

3.10.3.4

Samenvatting aangetroffen vleermuisfuncties In de onderstaande tabel 12 zijn de vastgestelde aangetroffen vleermuisfuncties binnen de twee onderzoeksgebieden opgenomen. Tabel 12. Samenvatting van aangetroffen vleermuisfuncties binnen de twee onderzoeksgebieden. Locatie Aangetroffen beschermde functies Soort en aantal

3.10.4

Maasduinen

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Rosse vleermuis

Gebouwen Kruisweg/Broekhuizerweg La Tour Meuse

Gewone dwergvleermuis Gewone dwergvleermuis Geen

1 zomerverblijfplaats 1 paarverblijfplaats 1 paarverblijfplaats buiten het onderzoeksgebied 1 zomerverblijfplaats 1 paarverblijfplaats Geen

Effecten en mogelijke vervolgstappen Binnen de onderzoeksgebieden zijn meerdere beschermde functies van vleermuizen aangetroffen. Vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen/objecten Men is voornemens de beide paardenstallen en de woning aan de Kruisweg te slopen. In de woning is een gecombineerde zomer- en paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen. Met de sloop kunnen hierdoor mogelijk negatieve effecten optreden. Voor het verlies van deze verblijfplaatsen dient een ontheffing (Wnb soorten) aangevraagd te worden en moeten mitigerende en/of compenserende maatregelen genomen worden om het verlies van de verblijfplaatsen te compenseren. Vaste rust- en verblijfplaatsen in bomen Binnen het onderzoeksgebied op Maasduinen zijn twee verblijfplaatsen aangetroffen in boomholtes. Dit betreft een gecombineerde zomer- en paarverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis. Buiten het onderzoeksgebied is een paarverblijfplaats van een rosse vleermuis aanwezig. Hiervoor kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Tijdens de uitvoer van de werkzaamheden dient voorkomen te worden dat hier sprake is van verstoring, o.a. met het gebruik van verlichting en materieel (trilling). Indien er daadwerkelijk effecten optreden dient een ontheffing Wnb soorten aangevraagd te worden.

Voorafgaande de werkzaamheden dient een herbeoordeling plaats te vinden op basis van de aangetroffen verblijfplaatsen en de effecten van de werkzaamheden hierop.

3.11

Kleine ijsvogelvlinder

3.11.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022 en 2023) Het onderzoek naar de ijsvogelvlinder is uitgevoerd door op zoek te gaan naar groeiplaatsen van de waardplant (kamperfoelie) binnen het onderzoeksgebied en tijdens de vliegtijd van de vlinder het gebied te onderzoeken op de aanwezigheid. De soort komt voor in vochtige en gemengde bossen, waar de soort voornamelijk aan de bosranden voorkomt. Hier zijn ook de groeiplaatsen van de waardplant aanwezig, maar ook de nectarplanten, zoals bloeiende braamstruiken. Het onderzoek is uitgevoerd binnen de vliegtijd van de vlinder. De vliegtijd is tussen begin juni t/m half augustus, met een piek in half juni/begin juli. Daarmee is het onderzoek uitgevoerd middels twee gerichte veldbezoeken tussen juni en half juli tijdens geschikte warme en droge omstandigheden (tabel 13). Gelijktijdig is gekeken naar de aanwezigheid van de waardplant en biotoop voor de soort binnen het gehele onderzoeksgebied.

40

Tabel 13. Uitgevoerde onderzoek naar kleine ijsvogelvlinder. Datum 3 juni 2022 15 juni 2023 11 juli 2023

3.11.2

Tijd 09:30 – 12:00 uur 10:30 – 12:30 uur 10:00 – 12:00 uur

Weer Half bewolkt, zwakke wind en 16-18 graden Celsius Onbewolkt, zwakke wind, 22 graden Celsius. Droog, onbewolkt, zwakke wind, 25 graden Celsius.

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied betreft het onderzoeksgebied binnen Maasduinen, oostelijk van de provinciale weg N271.

3.11.3

Resultaten Onderzoek 2022 Op basis van het verkennend flora- en faunonderzoek (Kragten, 2022) kan de ijsvogelvlinder niet uitgesloten worden binnen het onderzoeksgebied. Dit betreft het bosgebied binnen Maasduinen. Tijdens het veldbezoek van 3 juni 2022 werden hier echter een drietal vlinders waargenomen langs de onverharde weg Lange Heg/Maliebaan (zie tabel 12 en afbeelding 29). Langs dit pad groeit in de bosrand wilde kamperfoelie (waardplant). De groeiplaatsen van de kamperfoelie beperken hier ook alleen aan de bosrand van het pad. Onderzoek 2023 Tijdens het onderzoek van 2023 zijn geen nieuwe groeiplaatsen van de kamperfoelie, buiten de bekende locatie aan de Maliebaan. Hier zijn tijdens twee gerichte onderzoeken geen vlinders aangetroffen. In het bosgebied ontbreken de waardplant (kamperfoelie) en ontbreekt direct zonlicht, waardoor het geen geschikt leefgebied van de soort betreft. Behalve drie waarnemingen van kleine ijsvogelvlinder langs de Maliebaan in 2022, zijn binnen het volledige onderzoeksgebied verder geen waarnemingen van kleine ijsvogelvlinder gedaan tijdens de veldbezoeken in 2023. Ook zijn op de overige locaties geen groeiplaatsen van kamperfoelie aangetroffen. Zie afbeelding 29.

Afbeelding 29. Resultaten kleine ijsvogelvlinder 2022 en 2023 (rode stip = individuen). Rode kader =). Oranje stippellijn is dijktracé en onderzoeksgebied 2022. Blauwe kader is aangepast onderzoeksgebied 2023. Foto van individu op wilde kamperfoelie.

41

3.11.4

Effecten en mogelijke vervolgstappen Binnen het onderzoeksgebied is een populatie van kleine ijsvogelvlinder aanwezig binnen Maasduinen. Deze concentreert zich voornamelijk in de bosrand aan de Maliebaan. Deze weg valt buiten het projectgebied, maar is onderdeel als toegangsweg tijdens de werkzaamheden. Hier zijn groeiplaatsen aanwezig van wilde kamperfoelie. Voor de realisatie van het dijktracé dienen binnen Maasduinen de bosranden (leefgebied vlinder) en de groeiplaatsen van wilde kamperfoelie gespaard te worden en bij het gebruik van de werkwerk dient er rekening te worden gehouden dat er geen waardplanten/nectarplanten worden vernietigd. Ter hoogte van het nieuw onderzoeksgebied (blauwe kader afbeelding 29) en de Maliebaan zijn met het onderzoek in 2023 geen individuen en waardplanten van de kleine ijsvogelvlinder aangetroffen, waardoor via de werkweg het bosgebied betreden kan worden, zonder er effecten optreden op de kleine ijsvogelvlinder. Wel dient er met het gebruik van de werkweg rekening worden gehouden met de betreding en het kapot rijden van bermen als de Maliebaan als werkweg wordt gebruikt. Deze voorwaarden dient te worden opgenomen in het ecologisch werkprotocol. Indien dit niet mogelijk is dient een ontheffing te worden aangevraagd.

42

3.12

Grote vos

3.12.1

Onderzoeksmethode (onderzoek 2022) In het verkennend flora en faunaonderzoek is geconcludeerd dat voorafgaande de werkzaamheden de bomen gecontroleerd en de bebouwing gecontroleerd te worden op overwinterende individuen van grote vos. De grote vos overwinterd als volwassen vlinder. De meeste grote vossen gaan vroeg in de zomer in winterrust, de laatste vlinders worden in september gezien. De winterschuilplaatsen zijn koel en donker. Vooral plaatsen met oud hout worden gebruikt, voorbeelden zijn stapels hout, holle bomen of oude, houten schuurtjes. Binnen het onderzoeksgebied betreffen dit de slopen paardenstallen en de schuur aan de Broekhuizerweg. Deze gebouwen zijn eenmalig geïnspecteerd op overwinterende individuen (tabel 14). Tabel 14. Uitgevoerde onderzoek naar grote vos Datum 8 maart 2022

3.12.2

Tijd 11:00 – 15:45 uur

Weer Onbewolkt, matige wind en 10 graden Celsius.

Onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied is het gehele dijktracé, maar is vooral gericht op de twee paardenstallen aan de Kruisstraat en de houten schuur van de Broekhuizerweg.

3.12.3

Resultaten Tijdens het veldbezoek van 8 maart 2022 zijn de gebouwen inpandig gecheckt op overwinterende vlinders, maar er zijn geen individuen aangetroffen. Bomen met grote holtes zijn niet aangetroffen binnen het gehele onderzoeksgebied, waardoor niet verwacht wordt dat er binnen het dijktracé overwinterende individuen aanwezig zijn.

Afbeelding 30. Zolder van de schuur aan de Broekhuizerweg.

3.12.4

Effecten en mogelijke vervolgstappen Op basis van het onderzoek zijn geen overwinterende individuen aangetroffen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.

43

4

CONCLUSIES SAMENGEVAT Op basis van de resultaten uit dit soortgerichte onderzoek blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling mogelijk negatieve effecten kan veroorzaken op een aantal beschermde diersoorten. Hieronder worden de resultaten kort samengevat.

4.1

Samenvatting In de onderstaande tabel 14 zijn alle soorten opgenomen waarvoor aanvullende maatregelen en vervolgstappen nodig zijn vanuit dit soortgericht onderzoek. Deze aanvullende maatregelen dienen tevens in een ecologisch werkprotocol opgenomen te worden. Tabel 15. Conclusies van het soortgericht onderzoek samengevat. Soortgroep Effect Vervolgstappen Vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest Huismus (verblijfplaatsen Geen N.v.t. Kruisstraat) Huismus (functioneel Geen Eventueel kan een deel van de leefgebied Schans) meidoornhaag worden teruggeplaatst na afloop van de werkzaamheden Boerenzwaluw Ja Drie nesten aanwezig in de paardenstal langs het dijktracé. Als de stal wordt gesloopt is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk Steenuil Mogelijk De niet functionele nestkast in de achtertuin van de Maasstraat 51b dient te worden vervangen na afloop van de werkzaamheden. Er is een bewoonde nestkast (Maasstraat 130) aanwezig op korte afstand van het dijktracé. De werkzaamheden dienen bij voorkeur te worden uitgevoerd buiten het broedseizoen. Ransuil Geen N.v.t. Grote gele kwikstaart Geen N.v.t. Omgevingsscansoorten (vogels) Nee N.v.t. Overige vogels met jaarrond beschermde nesten (ooievaar en oehoe) Omgevingsscansoorten Geen N.v.t. (sperwer en buizerd) Grondgebonden zoogdieren Das Geen N.v.t. Bever Mogelijk Meerdere sporen en oude oeverholen aanwezig.

Hier is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Vleermuizen Bebouwing Ja Effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen Kruisstraat/Broekhuizerweg (1paar/zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis woonhuis Kruisstraat en

Paragraaf in rapportage Paragraaf 3.1.4.1 Paragraaf 3.1.4.1

Paragraaf 3.2.4

Paragraaf 3.3.4

Paragraaf 3.4.4 Paragraaf 3.5.4 Paragraaf 3.6.4

Paragraaf 3.7.4

Paragraaf 3.8.4 Paragraaf 3.9.4

Paragraaf 3.10.1.4

44

Soortgroep

Effect

Vervolgstappen

La tour Meuse

Geen

hiervoor is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. Effecten op vaste rust- en verblijfplaatsen (1paar/zomerverblijfplaats gewone dwergvleermuis in boomholte. Hiervoor is een ontheffingsaanvraag noodzakelijk. N.v.t.

Dagvlinders Kleine ijsvogelvlinder

Mogelijk

Grote vos

Geen

Bosgebied Maasduinen

4.2

Groeiplaatsen met wilde kamperfoelie langs Maliebaan handhaven. N.v.t.

Paragraaf in rapportage

Paragraaf 3.10.2.4

Paragraaf 3.10.3.4 Paragraaf 3.11.4 Paragraaf 3.12.4

Ecologisch werkprotocol en ecologische begeleiding Gezien de complexiteit van het project en het grote aantal aanwezige beschermde soorten binnen het plangebied, dient voor de werkzaamheden een ecologisch werkprotocol opgesteld te worden, om hiermee negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Dit werkprotocol moet ter goedkeuring voorgelegd worden bij het bevoegd gezag (provincie Limburg). In dit ecologisch werkprotocol dienen ook de (deels vrijgestelde) soorten eekhoorn, hazelworm en levendbarende hagedis meegenomen (zie hiervoor het verkennend flora en faunaonderzoek) te worden. Tevens dienen de werkzaamheden uitgevoerd te worden onder begeleiding van een ecoloog.

45

5

GERAADPLEEGDE LITERATUUR BIJ12, 2017a. Kennisdocument Bever. Castor fiber. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017b. Kennisdocument Buizerd Buteo buteo. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017c. Kennisdocument Das Meles meles. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12, 2017d. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Pipistellus pipistellis. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2017e. Kennisdocument Steenuil. Athene noctua. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, 2022f. Kennisdocument Huismus. Passer domesticus. Versie 2.1, juni 2023. Bureau Meervelt, 2021a. Quickscan Wet natuurbescherming. Werkzaamheden dijkverzwaring Arcen – 4 deelgebieden 2021. Projectnummer 17-012. Definitief. 26 maart 2021, Nederweert. Bureau Meervelt, 2021b. Memo inspectie Rijksstraatweg en Maasduinen, HWBP Arcen d.d. 22 april 2021. Verslag van het inspectiebezoek flora en fauna op 13 april 2021. Chinery, M., 2004. Nieuwe insecten gids. Tirion Natuur, Baarn Diepenbeek, A. van, Twisk, P., 2013. Veldgids, Diersporen. KNNV Uitgeverij, Zeist. Dietz, C. en A. Kiefer, 2017. Veldgids, Vleermuizen van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist Dijk, A.J., van & Boele, A., 2011. Handleiding SOVON Broedvogelonderzoek. Kragten, 2021. Verkennend flora en faunaonderzoek hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvalei/dijkring Arcen Netwerk groene bureaus, 28 okt 2020. Vleermuisprotocol, 2021 Provincie Limburg, 2017. Provinciaal blad.

Beleidsregels ten behoeve van de passieve soortenbescherming onder de Wet natuurbescherming in Limburg. Nr. 5634. 6 december 2017. Schauer, T., C. Caspari, en S. Caspari, 2016. Nieuwe plantengids voor onderweg. Kosmos Uitgevers, Utrecht. Slagter, D., 2016. Winterflora bomen en struiken. Uitgeverij NatuurMedia, Amsterdam. Stumpel, T. en H. Strijbosch 2017. Veldgids, Amfibieën en reptielen. KNNV Uitgeverij, Zeist Svensson, L., 2016. ANWB-vogelgids van Europa. ANWB B.V., Den Haag Twisk, P., A. van Diepenbeek en J.P. Bekker, 2016. Veldgids Europese zoogdieren. Stichting Uitgeverij KNNV, Zeist. Witteveen+Bos & Arcadis, 2017. CB 01.005 Bureaustudie flora en fauna/ecologie inclusief plan van aanpak voor vervolg. Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei. Kenmerk (SP): 3385. Versienummer 4.0. 14 april 2017.

46

Witteveen+Bos & Arcadis, 2019. CB 13.007 Onderzoek Flora en fauna dijktraject Arcen Hoogwaterbeschermingsprogramma Noordelijke Maasvallei. Versienummer 1.0-4. Nationale Databank Flora en Fauna Nationale Databank Flora en Fauna: gegevensexport op 23-11-2022 en 25-06-2023. Websites www.floron.nl www.minez.nederlandsesoorten.nl www.overheid.nl www.ravon.nl www.rijksoverheid.nl www.sovon.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.vlinderstichting.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.limburg.nl www.venlo.nl www.waterschaplimburg.nl

47

49

BIJLAGEN

B1 BESCHERMDE SOORTEN Naast de bescherming van Vogelrichtlijnsoorten, bevat de Wet natuurbescherming verbodsbepalingen voor de soorten opgenomen in Bijlage IV onderdeel a en b van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het verdrag van Bonn. De betreffende soorten zijn in de onderstaande tabel opgenomen. De nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in de tweede tabel in deze bijlage. Tabel 16. Soorten Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Zoogdieren

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Ruige dwergvleermuis

Pipistrellus nathusii

Baardvleermuis

Myotis mystacinus

Spitsdolfijn van Gray

Mesoplodon grayi

Bechsteins vleermuis

Myotis bechsteini

Tuimelaar

Tursiops truncatus

Bever

Castor fiber

Tweekleurige vleermuis

Vespertilio murinus

Bosvleermuis

Nyctalus leisleri

Vale vleermuis

Myotis myotis

Brandts vleermuis

Myotis brandti

Watervleermuis

Myotis daubentoni

Bruinvis

Phocoena phocoena

Walrus

Odobenus rosmarus

Bultrug

Megaptera novaeangliae

Witflankdolfijn

Lagenorhynchus acutus

Butskop

Hyperoodon ampullatus

Witsnuitdolfijn

Lagenorhynchus albirostris

Dwergpotvis

Kogia breviceps

Witte dolfijn

Delphinapterus leucas

Dwergvinvis

Balaenoptera acutorostrata

Wolf

Canis lupus

Franjestaart

Myotis nattereri

Amfibieën

Gestreepte dolfijn

Stenella coeruleoalba

Boomkikker

Hyla arborea

Gewone dolfijn

Delphinus delphis

Geelbuikvuurpad

Bombina variegata

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Heikikker

Rana arvalis

Gewone grootoorvleermuis

Pletocus auritus

Kamsalamander

Triturus cristatus

Grijze grootoorvleermuis

Plecotus austriacus

Knoflookpad

Pelobates fuscus

Grote hoefijzerneus

Rhinolophus ferrumequinum

Poelkikker

Rana lessonae

Grote rosse vleermuis

Nyctalus lasiopterus

Rugstreeppad

Bufo calamita

Gewone spitsdolfijn

Mesoplodon bidens

Vroedmeesterpad

Alytes obstetricans

Gewone vinvis

Balaenoptera physalus

Reptielen

Griend

Globicephala melas

Dikkopschildpad

Caretta caretta

Grijze dolfijn

Grampus griseus

Gladde slang

Coronella austriaca

Hamster

Cricetus crisetus

Kemp’s zeeschildpad

Lepidochelys kempii

Hazelmuis

Muscardinus avellanarius

Lederschildpad

Dermochelys coriacea

Ingekorven vleermuis

Myotis emarginatus

Muurhagedis

Podarcis muralis

Kleine hoefijzerneus

Rhinolophus hipposideros

Soepschildpad

Chelonia mydas

Kleine zwaardwalvis

Pseudorca crassidens

Zandhagedis

Lacerta agilis

Laatvlieger

Eptesicus serotinus

Vissen

Lynx

Lynx lynx

Houting

Coregonus oxyrinchus

Meervleermuis

Myotis dasycneme

Steur

Acipenser sturio

Mopsvleermuis

Barbastella barbastellus

Dagvlinders

Narwal

Monodon monoceros

Apollovlinder

Parnassius apollo

Noordse vleermuis

Eptesicus nilssoni

Boszandoog

Lopinga achine

Noordse woelmuis

Microtus oeconomus

Donker pimpernelblauwtje

Phengaris nausithous

Noordse vinvis

Balaenoptera borealis

Grote vuurvlinder

Lycaena dispar

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Orca

Orcinus orca

Moerasparelmoervlinder

Euphydryas aurinia

Otter

Lutra lutra

Pimpernelblauwtje

Phengaris teleius

Potvis

Physeter catodon

Tijmblauwtje

Maculinea arion

Rosse vleermuis

Nyctalus noctula

Zilverstreephooibeestje

Coenonympha hero

Libellen

Planten

Bronslibel

Oxygastra curtisii

Drijvende waterweegbree

Luronium natans

Gaffellibel

Ophiogomphus cecilia

Geel schorpioenmos

Hamatocaulis vernicosus

Gevlekte witsnuitlibel

Leucorrhinia pectoralis

Groenknolorchis

Liparis loeselli

Groene glazenmaker

Aeshna viridis

Kleine vlotvaren

Salvinia natans

Mercuurwaterjuffer

Coenagrion mercuriale

Kruipend moerasscherm

Apium repens

Noordse winterjuffer

Sympecma annulata

Liggende raket

Sisymbrium supinum

Oostelijke witsnuitlibel

Leucorrhinia albifrons

Tonghaarmuts

Orthotrichum rogeri

Sierlijke witsnuitlibel

Leucorrhinia caudalis

Zomerschroeforchis

Spiranthes aestivalis

Rivierrombout

Gomphus flavipes

Overige soorten Bataafse stroommossel

Unio crassus

Brede geelrandwaterroofkever

Dytuscus latissimus

Oeveraas

Palingenia longicauda

Gestreepte waterroofkever

Graphoderus bilineatus

Platte schijfhoren

Anisus vorticulus

Juchtleerkever

Osmoderma eremita

Teunisbloempijlstaart

Proserpinus proserpina

Vermiljoenkever

Cucujus cinnaberinus

Kevers

Tabel 17. Andere soorten. Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Zoogdieren

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Woelrat

Arvicola amphibius

Aardmuis

Microtus agrestis

Amfibieën

Boommarter

Martes martes

Alpenwatersalamander

Triturus alpestris

Bosmuis

Apodemus sylvaticus

Bruine kikker

Rana temporaria

Bunzing

Mustela putorius

Gewone pad

Bufo bufo

Damhert

Dama dama

Kleine watersalamander

Lissotriton vulgaris

Das

Meles meles

Meerkikker

Rana ridibunda

Dwergmuis

Micromys minutus

Middelste groene kikker

Rana klepton esculentus

Dwergspitsmuis

Sorex minutus

Vinpootsalamander

Lissotriton helveticus

Edelhert

Cervus elaphus

Vuursalamander

Salamandra salamandra

Eekhoorn

Sciurus vulgaris

Reptielen

Egel

Erinaceus europaeus

Adder

Vipera berus

Eikelmuis

Eliomys quercinus

Hazelworm

Anguis fragilis

Gewone bosspitsmuis

Sorex araneus

Levendbarende hagedis

Zootoca vivipara

Gewone zeehond

Phoca vitulina

Ringslang

Natrix natrix

Grote bosmuis

Apodemus flavicollis

Vissen

Grijze zeehond

Halichoerus grypus

Beekdonderpad

Cottus rhenanus

Haas

Lepus eauropaeus

Beekprik

Lampetra planeri

Hermelijn

Mustela erminea

Elrits

Phoxinus phoxinus

Huisspitsmuis

Crocidura russula

Gestippelde alver

Alburnoides bipunctatus

Konijn

Oryctolagus cuniculus

Grote modderkruiper

Misgurus fossilis

Molmuis

Arvicola scherman

Kwabaal

Lota lota

Ondergrondse woelmuis

Microtus subterraneus

Dagvlinders

Ree

Capreolus capreolus

Aardbeivlinder

Pyrgus malvae

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Rosse woelmuis

Myodes glareolus

Bosparelmoervlinder

Melitaea athalia

Steenmarter

Martes foina

Bruin dikkopje

Erynnis tages

Tweekleurige bosspitsmuis

Sorex coronatus

Bruine eikenpage

Satyrium ilicis

Veldmuis

Microtus arvalis

Donker pimpernelblauwtje

Phengaris nausithous

Veldspitsmuis

Crocidura leucodon

Duinparelmoervlinder

Argynnis niobe

Vos

Vulpes vulpes

Gentiaanblauwtje

Phengaris alcon

Waterspitsmuis

Neomys fodiens

Grote parelmoervlinder

Argynnis aglaja

Wezel

Mustela nivalis

Grote vos

Nymphalis polychloris

Wild zwijn

Sus scrofa

Grote vuurvlinder

Lycaena dispar

Grote weerschijnvlinder

Apatura iris

Groensteel

Asplenium viride

Iepenpage

Satyrium w-album

Groot spiegelklokje

Legousia speculum-veneris

Kleine heivlinder

Hipparchia statilinus

Grote bosaardbei

Fragaria moschata

Kleine ijsvogelvlinder

Limenitis camilla

Grote leeuwenklauw

Aphanes arvensis

Kommavlinder

Hesperia comma

Honingorchis

Herminium monorchis

Pimpernelblauwtje

Phengaris teleius

Kalkboterbloem

Ranunculus polyanthemos

Sleedoornpage

Thecla betulea

Kalketrip

Centaurea calcitrapa

Spiegeldikkopje

Heteropterus morpheus

Karthuizer anjer

Dianthus carthusianorum

Veenbesblauwtje

Plebejus optilete

Karwijselie

Selinum carvifolia

Veenbesparelmoervlinder

Boloria aquilonaris

Kleine ereprijs

Veronica verna

Zilveren maan

Boloria selene

Kleine schorseneer

Scorzonera humilis

Kleine wolfsmelk

Euphorbia exigua

Libellen Beekrombout

Gomphus vulgatissimus

Kluwenklokje

Campanula glomerata

Bosbeekjuffer

Calopteryx virgo

Knollathyrus

Lathyrus linifolius

Donkere waterjuffer

Coenagrion armatum

Knolspirea

Filipendula vulgaris

Gevlekte glanslibel

Somatochlora flavomaculata

Korensla

Arnoseris minima

Gewone bronlibel

Cordulegaster boltonii

Kranskarwij

Carum verticillatum

Hoogveenglanslibel

Somatochlora arctica

Kruiptijm

Thymus serphyllum

Kempische heidelibel

Sympetrum depressiusculum

Lange zonnedauw

Drosera anglica

Speerwaterjuffer

Coenagrion hastulatum

Liggende ereprijs

Veronica prostrata

Moerasgamander

Teucrium scordium

Muurbloem

Erysimum cheiri

Kevers Vliegend hert

Lucanus cervus

Planten

Naakte lathyrus

Lathyrus aphaca

Akkerboterbloem

Ranunculus arvensis

Naaldenkervel

Scanix pecten-veneris

Akkerdoornzaad

Torilis arvensis

Pijlscheefkelk

Arabis hirsuta

Akkerogentroost

Odentites vernus

Roggelelie

Lilium bulbiferum

Beklierde ogentroost

Euphrasia officinalis

Rood peperboompje

Daphne mezereum

Berggamader

Teucrium montanum

Rozenkransje

Antennaria dioica

Bergnachtorchis

Platanthera montana

Ruw parelzaad

Lithospermum arvense

Blaasvaren

Cystopteris fragilis

Scherpkruid

Asperugo procumbens

Blauw guichelheil

Anagallis arvensis

Schubvaren

Asplenium ceterach

Bokkenorchis

Himantoglossum hircinum

Schubzegge

Carex lepidocarpa

Bosboterbloem

Ranunculus polyanthemos

Smalle raai

Galeopsis angustifolia

Bosdravik

Bromopsis ramosa

Spits havikskruid

Hieracium lactucella

Brave hendrik

Chenopodium bonus-henricus

Steenbraam

Rubus saxatilis

Brede wolfsmelk

Euphorbia platyphyllos

Stijve wolfsmelk

Euphorbia stricta

Breed wollegras

Eriophorum latifolium

Stofzaad

Monotropa hypopitys

Bruinrode wespenorchis

Epipactis atrorubens

Tengere distel

Carduus tenuiflorus

Dennenorchis

Goodyera repens

Tengere veldmuur

Minuartia hybrida

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Dreps

Bromus secalinus

Trosgamander

Teucrium botrys

Echte gamander

Teucrium chamaedrys

Veenbloembies

Scheuchzeria palustris

Franjegentiaan

Gentianopsis ciliata

Vliegenorchis

Ophrys insectifera

Geelgroene wespenorchis

Epipactis muelleri

Vroege ereprijs

Veronica praecox

Geplooide vrouwenmantel

Alchemilla subcrenata

Wilde averuit

Artemisia campestris

Getande veldsla

Valerianella dentata

Wilde ridderspoor

Consolida regalis

Gevlekt zonneroosje

Tuberaria guttata

Wilde weit

Melampyrum arvense

Glad biggenkruid

Hypochaeris glabra

Wolfskers

Atropa belladonna

Gladde zegge

Carex laevigata

Zandwolfsmelk

Euphorbia seguieriana

Groene nachtorchis

Dactylorhiza viridis

Zinkviooltje

Viola lutea calaminaria

Zweedse kornoelje

Cornus suecica

Overige soorten Europese rivierkreeft

Astacus astacus

Tabel 18. Jaarrond beschermde vogelnesten Limburg. Nederlandse naam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/307/documents/20177