CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

080 Bijl08 BP toelichting_Bijlage 7 Verkennend booronderzoek archeologie.pdf

Raadsvergadering 25 september 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 6.5: Vaststellen bestemmingsplan Dijkversterking -verlegging Arcen (RV080)35.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 48 van 70 27. Kunnen er locaties gebieden worden begrensd waar zich intacte vuursteen vindplaatsen kunnen bevinden? Zo ja, welke en wat is de omvang ervan? Er zijn geen archeologische indicatoren gevonden die duiden op de aanwezigheid van steentijdvindplaatsen. Op basis van de hoge mate van intactheid en een algemene verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum in de onderhavige landschappelijke context, kan een middelhoge kans op het aantreffen van steentijdvindplaatsen worden geformuleerd voor de hoge delen van de terrassen van de Maas, waarbij de hoge trefkans vooral geldt voor de randen van de terrassen. Dit geldt ook voor de terrasrand ten oosten van de Dryasgeul. Zie ook § 4.7.

28. Wat zegt – op hoofdlijnen – de ligging van de vindplaatsen/complextypen over de locatiekeuze, gezien in een synchroon en diachroon perspectief? Er zijn geen vindplaatsen/complextypen aangetroffen.

Figuur 16. Een vindplaatsenkaart van het onderzoeksgebied Well-Aijen (bewerkt naar Zuidhof & Van der Velde 2008, 21).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 49 van 70 4.6.3 Evaluatie 29. In hoeverre wijkt deze informatie af van datgene dat bij eerder onderzoek in of nabij (± 10 Maaskilometers) het plan/projectgebied is aangetroffen. Wat zijn mogelijke oorzaken van verschillen (b.v. interpretatie)? Ongeveer 10 kilometer ten noorden van Arcen ligt Well-Aijen, waar enkele jaren geleden een groot complex aan vindplaatsen vanaf het Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd is onderzocht in een landschap dat veel parallellen vertoont met het onderhavige plangebied. Het onderzoeksgebied Well-Aijen bevat een Dryasterras dat doorsneden wordt door een jongere geul van de Maas (Figuur 16). Aan de westkant, langs de oevers van de Maas, ligt een grote kronkelwaard uit het Holoceen en in het zuiden een riviervlakte uit dezelfde periode. Dat meerjarige, gefaseerde onderzoek heeft veel nieuwe inzichten verschaft in het landschapsgebruik van mensen in het Holoceen. De vondst van verschillende vindplaatsen uit het Mesolithicum en het Neolithicum op de laag gelegen kronkelwaardafzettingen kwam aanvankelijk als een verrassing, aangezien tot dan toe de aanname gold dat dergelijke vindplaatsen eerder op het hogere terras gezocht dienden te worden.

21 Op basis van de resultaten van dat onderzoek, of beter gezegd, die onderzoeken, is duidelijk geworden dat ook minieme hoogteverschillen in laag gelegen gebieden, zoals de nauwelijks boven het maaiveld uitstekende kronkelwaardruggen, al gebruikt werden door de jager-verzamelaars en vroege boeren uit de steentijd. Juist in de later perioden zoeken mensen vooral de hogere terrassen op. Ten zuiden van Arcen, bij Lomm is eveneens archeologisch onderzoek uitgevoerd ten behoeve van de aanleg van een hoogwatergeul. 22 Dit onderzoeksgebied, ongeveer 7 kilometer ten zuiden van het onderhavige onderzoek, is mede interessant, omdat het zicht geeft op het rituele landschap uit de Late Prehistorie en de rol van de Maas daarin. In dit plangebied is een cultusplaats uit de IJzertijd aangetroffen (Figuur 17). Deze bestaat uit twee concentrische, rechthoekige greppels, met daarbinnen verschillende kleine structuren, bestaande uit 6, 4 of 3 palen. Centraal ligt palenrij aangetroffen en de binnenkant van de buitenste greppel is voorzien van een palissade. In en ten zuiden van het heiligdom liggen crematiegraven. Enkele losse graven en kleine grafveldjes uit de Bronstijd en de IJzertijd in andere delen van het plangebied passen in een breder beeld van slechts enkele graven, waarschijnlijk gerelateerd aan één huishouden. 23 Dergelijk urnenveldjes zijn ook in Well-Aijen aangetroffen.

24 Het heiligdom van Lomm was enkel toegankelijk vanaf de kant van de Maas, en zowel deze structuur als de grafvelden liggen allemaal op en nabij te terrasranden langs het rivierdal. Hoewel het onmogelijk is om de betekenis daarvan te doorgronden, is een relatie tussen deze rituele contexten en de rivier onmiskenbaar. Waterwegen fungeren als grens en doorgang tussen het land van de levenden en het land van de doden, en/of tussen de aardse en een meer etherische wereld. De verschillen in de aard van het veldonderzoek en de daaraan gekoppelde verschillen in de gegenereerde data, zijn echter feitelijk zo groot dat een vergelijking niet mogelijk is. De overeenkomsten in geomorfologische eenheden kan worden vastgesteld op basis van het beschikbare kaartmateriaal. De relatief kleine afwijkingen die het onderzoek heeft opgeleverd in vergelijking met hete kaartmateriaal wijzigen daar nauwelijks iets aan. Wel dient Well-Aijen als een voorbeeld van het intensieve landschapsgebruik doorheen het Holoceen, en de verschuivingen daarin in de loop van de tijd. Voor het opstellen van een verwachtingsmodel is de vergelijking daarom zeer waardevol (zie § 4.7).

30. In hoeverre kunnen, met enige betrouwbaarheid, aangetroffen sedimenten (b.v. top beddingafzettingen Late Dryas) op de bestaande verhanglijnen worden geplot? Indien dat niet het geval is, welke oorzaak is hiervoor aan te wijzen? Dit onderzoek heeft onvoldoende gegevens opgeleverd om deze vraag te kunnen beantwoorden.

Tichelman 2005, Zuidhoff en van der Velde 2008, Müller, Tebbens & Flamman 2018. Gerrets & de Leeuwe 2011. 23 Zie onder andere Roessingh & Vanneste 2009, Blom & van de Velde 2015. 24 Müller, Tebbens & Flamman 2018. 21 22

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 50 van 70

Figuur 17. Vlaktekening van de cultusplaats in Lomm (bron: Gerrets & de Leeuwe 2011).

31. In hoeverre bevestigen de verkregen veldgegevens de data van de Geomorfogenetische Kaart Maasvallei (GKM)? Waar komen de gegevens overeen en waar wijken zij af? Het beeld van de GKM wordt grotendeels bevestigd door de bij onderhavig onderzoek uitgevoerde boringen. Toch zijn enkele kleine afwijkingen vastgesteld. In het begin van de boorreeks is een geul aangeboord, ten oosten van waar deze verwacht werd. Dit betreft vrijwel zeker de gekarteerde Dryas geul, hoewel dit zonder datering van het sediment of organisch materiaal niet met volledige zekerheid te zeggen is. Daarnaast is in een aantal boringen in de reeks 260-275, op de lage Dryas terrasvlakte in het noorden van het onderzoeksgebied, verschillende keren onderscheid gemaakt tussen oeverafzettingen en terrasafzettingen. Ook was de verwachting dat een rivierduin met oeverdek op de Dryas terrasvlakte aangetroffen zou worden. De aangetroffen bovenste sedimenten zijn niet duidelijk toe te schrijven aan ofwel de verwachte rivierduin, ofwel het verwachte oeverdek. www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 51 van 70 32. Welke oorzaken zijn er voor de eventueel waargenomen discrepanties tussen bestaande GKM en de nieuwe veldgegevens? De discrepanties zijn vrijwel zeker toe te schrijven aan het verschil in de dichtheid van het boorgrid dat is gebruikt voor het maken van de kaart in vergelijking met het grid voor het onderhavige onderzoek. De kleinere afstand tussen de boringen maakt het, met name op de overgangen tussen verschillende eenheden en in het geval van kleine eenheden zoals de genoemde geul en de zone met oeverafzettingen in het Dryasterras laag, mogelijk om begrenzingen nauwkeuriger te plotten.

33. Wat zijn de consequenties van eventuele discrepanties tussen veldgegevens en GKM in termen van landschapsgenese en daarmee archeologische verwachting? Er zijn geen consequenties voor de landschapsgenese en/of de archeologische verwachting.

34. Welke aspecten van de gevolgde werkwijze en methode zijn voor verbetering vatbaar en waarom? Voor een verkennend archeologisch onderzoek in een plangebied als het onderhavige, is een booronderzoek de geijkte methode. De vraagstellingen zoals die uit de ‘verkenning plus’ zijn overgenomen zijn gericht op grootschaligere, ingrijpendere onderzoeken (vlakdekkend booronderzoek in een dicht grid, proefsleuven, opgravingen) en sluiten niet altijd goed aan bij de resultaten van een onderzoek dat beperkte gegevens oplevert in de zin dat het om lijnelementen gaat. Dit is echter geen beperking, het betekent enkel dat niet voor alle onderzoeksvragen een antwoord kan worden geformuleerd.

35. Welke verbetering of optimalisering zouden moeten worden doorgevoerd en met welk doel? Niet van toepassing.

4.7

Gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het booronderzoek

4.7.1 Recapitulatie gespecificeerde archeologische verwachting vanuit het bureauonderzoek Op basis van het bureauonderzoek gold het volgende verwachtingsmodel: over het algemeen geldt binnen het grootste gedeelte van het plangebied een middelhoge of hoge verwachting op resten uit alle archeologische periodes. Daarnaast geldt voor het gebied direct grenzend aan de huidige Maas een lage verwachting, omdat de Maas hier eventuele vindplaatsen zal hebben weggeërodeerd. Dit geldt ook voor de Maasoever bij de plaats Arcen, die tot in de nieuwe tijd enkel extensief gebruikt wordt. Specifiek geldt in het onderzoeksgebied ten westen van de Dercksweg een hoge verwachting voor archeologische resten van een voormalige haven. Voor de oude Maasgeul ten oosten van Arcen geldt een lage archeologische verwachting voor resten van bewoning uit het Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd, wel kunnen hier archeologische hotspots in natte context niet uitgesloten worden binnen de voormalige waterloop. Binnen de lage Dryas terrasvlakte geldt een middelhoge verwachting voor nederzettingsresten uit de periode Neolithicum-Vroege Middeleeuwen, waarbij deze bewoning aanwezig zal zijn geweest op lokale verhogingen. De vestingmuur die aanwezig is geweest aan de westzijde van Arcen wordt buiten het huidige onderzoeksgebied verwacht.

Verder worden conform de archeologische beleidskaart resten van een Romeinse weg verwacht. Ook zijn er twee locaties binnen het plangebied waarvoor een zeer hoge archeologische verwachting geldt. Voor één locatie ten noorden van Arcen geldt een zeer hoge verwachting voor alle periodes, behalve de Nieuwe tijd, vanwege de verwachte aanwezigheid van een rivierduin, welk waarschijnlijk een hogergelegen locatie in het landschap was. De andere locatie betreft het gebied rond de Schanstoren, dat buiten het gebied van onderhavig booronderzoek valt.

4.7.2 Bevestiging en aanpassingen van het verwachtingsmodel op basis van het booronderzoek Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan het bovenstaande verwachtingsmodel worden aangepast, teneinde een selectievoorstel te kunnen formuleren. Voor dit verwachtingsmodel wordt www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 52 van 70 gebruikt gemaakt van de resultaten van de onderzoeken bij Welll-Aijen, waar een gelijksoortig landschap intensief is onderzocht in het kader van de aanleg van een hoogwatergeul. Opvallend aan de verspreidingskaart van de daar onderzochte vindplaatsen is dat de oudste vindplaatsen, uit het Mesolithicum en het Neolithicum, zich in de holocene kronkelwaard bevinden (Figuur 16). Het hogere Dryasterras wordt vooral vanaf de Bronstijd intensief gebruikt, alhoewel ook daar enkele neolithische vindplaatsen zijn gevonden. De restgeul van de Maas die door het plangebied loopt, bevat slechts een enkele vindplaats. Gezien de vergelijkbare context beschouwen wij Well-Aijen als een bruikbaar model voor het onderhavige plangebied in termen van archeologische verwachtingen en landgebruik. Ter hoogte van Arcen heeft de Maas aan de oostoever slechts een smalle kronkelwaard gevormd, maar deze valt buiten het huidige plangebied. Dat ligt grotendeels op de verschillende terrasafzettingen van de Maas uit het einde van het Pleistoceen. Ook hier kronkelt een laagte als gevolg van een restgeul door het gebied. In het uiterste zuidoosten en noordoosten zijn enkele boringen gezet in eolische stuifzandafzettingen. Het booronderzoek wijst er op dat de mate van verstoring van het bodemprofiel als gevolg van antropogeen handelen buiten de bebouwde kom van Arcen zeer gering is.

De reeks boringen binnen de bebouwde kom heeft geen aanwijzingen voor diepe verstoringen opgeleverd, maar aangezien de boorlocaties in percelen liggen die al sinds de Middeleeuwen in gebruik zijn, wordt hier wel uitgegaan van enige verstoring van de bovengrond. Als gevolg van de aard van het onderzoek is het verwachtingsmodel gekoppeld aan de geomorfogenetische eenheden, gekoppeld aan de resultaten van het booronderzoek. Het verkennend archeologisch booronderzoek heeft niet geleid tot het opsporen en begrenzen van archeologische vindplaatsen. Dat is ook niet de functie van een verkennend booronderzoek. Het onderzoek heeft op kleine schaal afwijkingen op de geomorfogenetische kaart inzichtelijk gemaakt, en deze worden in het model meegenomen. Bovendien kan worden geconstateerd dat de mate van verstoring van het bodemprofiel door natuurlijke en antropogene oorzaken zeer beperkt is. De aangetroffen verstoringen zijn zeer lokaal van aard. Grotere gebieden met verstoringen zijn niet aangetroffen. De mate van intactheid van de bodem in vrijwel het gehele plangebied wordt dan ook als goed beschouwd. Op basis van het bovenstaande wordt het volgende verwachtingsmodel opgesteld (Figuur 18-Figuur 21):

4.7.3 Zone A Dit zijn die delen van het plangebied die in de hogere terrasafzettingen van het plangebied vallen. Voor zone A geldt een hoge verwachting voor behoudenswaardige vindplaatsen vanaf het Mesolithicum. Het kan daarbij gaan om artefactvindplaatsen die bestaan uit een losse strooiing van (voornamelijk) vuurstenen artefacten met geringe afmetingen van slechte enkele tientallen vierkante meters, tot grotere palimpsesten die de begrenzing van het onderzoeksgebied overschrijden. Vindplaatsen uit deze periode worden verwacht vanaf het maaiveld, in de bouwvoor en in de (top van de) natuurlijke afzettingen eronder. Voor zone A geldt een hoge verwachting voor behoudenswaardige vindplaatsen vanaf het Neolithicum. Dergelijke vindplaatsen worden grotendeels gekenmerkt door een sporenniveau en een vondstlaag. Voor het noordelijke deel van het plangebied geldt een specifieke hoge verwachting voor een Romeins villaterrein en een mogelijke Romeinse weg. Deze verwachting blijft onverkort gehandhaafd. Vondstmateriaal van vindplaatsen uit deze periode kan worden verwacht vanaf het maaiveld tot in de bouwvoor, het sporenniveau is zichtbaar vanaf de overgang van de bouwvoor naar de onderliggend afzettingen. Als gevolg van de verbruining van deze afzettingen is het mogelijk dat een eventueel sporenniveau moeilijk leesbaar is.

In zone A dient te worden gerekend met de aanwezigheid van grafvelden met crematies uit de late prehistorie. Deze kunnen in grootte variëren van losse begravingen, via kleine grafveldjes met minder dan tien graven, tot de ‘klassieke’ grotere urnenvelden met tientallen bijzettingen. Voor deze begravingen geldt dat zij zeer moeilijk waarneembaar zullen zijn, aangezien grafheuvels ontbreken en de grafkuilen als gevolg van verbruining niet of nauwelijks zichtbaar zullen zijn.

4.7.4 Zone B In landschappelijke zin ligt zone B in dezelfde context als zone A, met in potentie een vergelijkbare verwachting. Aangezien deze zone binnen de bebouwde kom van Arcen ligt, wordt de kans echter klein geacht dat kwetsbare

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 53 van 70 artefactvindplaatsen uit het Mesolithicum intact aanwezig zullen zijn. Om die reden geldt voor zone B een lage verwachting voor behoudenswaardige vindplaatsen uit deze periode. Voor zone B geldt een hoge verwachting voor behoudenswaardige vindplaatsen vanaf het Neolithicum. Dergelijke vindplaatsen worden grotendeels gekenmerkt door een sporenniveau en een vondstlaag. Deze verwachting blijft onverkort gehandhaafd. Vondstmateriaal van vindplaatsen uit deze periode kan worden verwacht vanaf het maaiveld tot in de bouwvoor, het sporenniveau is zichtbaar vanaf de overgang van de bouwvoor naar de onderliggend afzettingen. Als gevolg van de verbruining van deze afzettingen is het mogelijk dat een eventueel sporenniveau moeilijk leesbaar is. In zone B dient te worden gerekend met de aanwezigheid van grafvelden met crematies uit de late prehistorie. Deze kunnen in grootte variëren van losse begravingen, via kleine grafveldjes met minder dan tien graven, tot de ‘klassieke’ grotere urnenvelden met tientallen bijzettingen. Voor deze begravingen geldt dat zij zeer moeilijk waarneembaar zullen zijn, aangezien grafheuvels ontbreken en de grafkuilen als gevolg van verbruining niet of nauwelijks zichtbaar zullen zijn.

4.7.5 Zone C Zone D omvat de Dryasgeul en het Dryasterras laag. Voor deze gebieden geldt een lage verwachting voor alle perioden. Het gebied rondom hotel Rooding, waar het bodemprofiel ernstig verstoord is, valt ook binnen zone C.

4.7.6 Zone D Zone D ligt in zone C, maar kent een afwijkende archeologische verwachting, omdat deze twee gebieden over de restgeul van de Maas heen liggen. Voor zone D geldt een hoge verwachting voor sedimenten die geschikt zijn voor datering en paleo-ecologisch onderzoek.

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 54 van 70

Figuur 18. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 55 van 70

Figuur 19. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 56 van 70

Figuur 20. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 57 van 70

Figuur 21. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 58 van 70

5 Conclusie 5.1

Conclusie

Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat het geschetste beeld uit het bureauonderzoek op grote lijnen bevestigd wordt door de bevindingen in het veld. Op een enkele specifieke locatie, zoals bij de op een andere locatie aangetroffen Dryas geul en de niet aangetroffen rivierduin, wijkt het verwachte beeld af. In het algemeen kan gesteld worden dat de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied voor het overgrote deel intact is. Daarmee kan gesteld worden dat ook het potentiële archeologische vlak voor het overgrote deel intact is.

5.2

Aanbevelingen

5.2.1 Inleiding Het advies van Bodac is om binnen de meeste delen van het onderzoeksgebied vervolonderzoek uit te voeren. In § 4.7 zijn vier verschillende verwachtingszones gedefinieerd op basis van de resultaten van het onderzoek. Hieronder wordt per verwachtingszone een advies gegeven over het vervolgtraject:

5.2.2 Zone A In zone A geldt een hoge kans op het aantreffen van artefactvindplaatsen vanaf het Mesolithicum. Voor vindplaatsen uit deze periode wordt geadviseerd om deze op te sporen en te begrenzen aan de hand van de richtlijnen uit de door SIKB uitgegeven leidraad voor karterend booronderzoek. 25 Omdat de aard en afmeting van de te verwachten vindplaatsen onbekend is, en omdat het plangebied voor het overgrote deel uit smalle lijnelementen bestaat, adviseren wij om daarbij uit te gaan voor de zoekoptie voor kleine vindplaatsen met aan lage vondstdichtheid. In afwijking van de leidraad adviseren wij om voor de maaswijdte ten behoeve van het zeven van de opgeboorde residuen, de richtlijn uit de Code van Goede praktijk te volgen. 26 Deze Vlaamse equivalent van de KNA beveelt een maaswijdte van maximaal 2 millimeter aan, om de pakkans voor de vaak kleine artefacten te vergroten. Indien vuursteenvindplaatsen worden aangetroffen, dienen deze, voorafgaande aan het proefsleuvenonderzoek, verder te worden onderzocht. Gezien de kwetsbaarheid van de verwachte vindplaatsen adviseren wij om deze onderzoeksfase ook uit te voeren indien er enkel damwanden worden geplaatst. De vindplaatsen liggen zeer ondiep, en zullen ook door het aanleggen van bouwwegen en/of het manoeuvreren met zware machines zoals heistellingen, zwaar beschadigd worden.

In zone A geldt een hoge kans op het aantreffen van nederzettingsterreinen vanaf het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd, en een hoge kans op het aantreffen van grafvelden uit de late prehistorie. Nadat de onderzoeksfase voor artefactvindplaatsen is afgerond, adviseren wij daarom om het gebied te onderzoeken door middel van een proefsleuvenonderzoek bij ingrepen die verstoring van de bodem behelzen. Het is daarbij van groot belang dat bij het schavend verdiepen gelet wordt op de aanwezigheid van crematieresten (die mogelijk reeds deels aangeploegd zijn). Als gevolg van verbruining zijn de grafkuilen niet of nauwelijks waarneembaar. Indien enkel damwanden worden geplaatst, komt het proefsleuvenonderzoek te vervallen, en adviseren wij om af te zien van vervolgonderzoek, zodra de ‘steentijdfase’ is afgerond.

5.2.3 Zone B In zone B geldt een hoge kans op het aantreffen van nederzettingsterreinen vanaf het Neolithicum, maar vooral vanaf de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd. Wij adviseren daarom om het gebied te onderzoeken door middel van een proefsleuvenonderzoek bij ingrepen die verstoring van de bodem behelzen. Het is daarbij van groot belang dat bij het schavend verdiepen gelet wordt op de aanwezigheid van crematieresten (die mogelijk reeds deels aangeploegd zijn). Als gevolg van verbruining zijn de grafkuilen niet of nauwelijks waarneembaar. 25 26

Tol, Verhagen & Verbruggen 2012. Agentschap Onroerend Erfgoed 2019.

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 59 van 70 Indien enkel damwanden worden geplaatst, komt het proefsleuvenonderzoek te vervallen, en adviseren wij om af te zien van vervolgonderzoek.

5.2.4 Zone C Voor zone C geldt een lage verwachting voor alle perioden. Wij adviseren dan ook om dit gebied vrij te stellen van vervolgonderzoek.

5.2.5 Zone D Zone D kan het beste worden onderzocht door middel van boringen. In het noordelijke deel dient de (waarschijnlijk) aanwezige geul nog te worden opgespoord en begrensd door middel van een booronderzoek. Doel van dat onderzoek is ook om vast te stellen of zich in dit deel van het gebied, net zoals in het zuiden, lagen in de bodem bevinden die geschikt zijn voor het dateren van de (verlanding van) de restgeul en voor paleo-ecologisch onderzoek. Lagen die voor deze doeleinden geschikt lijken, dienen te worden bemonsterd om deze onderzoeken mogelijk te maken. Dit kan worden gedaan door middel van een mechanische boring met gesloten liners, of door het slaan van pollenbakken in blootliggende profielen. Gezien de zeldzaamheid van ontsluitingen van dit soort fenomenen, en de relatief geringe inspanning van het voorgestelde onderzoek, adviseren wij om deze onderzoeken te allen tijde uit te voeren.

Voor proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld en dit dient te worden goedgekeurd door de bevoegde overheid. Gezien de aard van het onderzoek adviseren wij om ook het booronderzoek op te nemen in het Programma van Eisen.

5.3

Aanvulling februari 2022 met betrekking tot het nieuwe ontwerp

Na de eerste oplevering van deze rapportage is door de opdrachtgever aangegeven dat er een aantal wijzigingen in het ontwerp zijn aangebracht. Deze wijzigingen bevinden zich buiten het huidige plan- en onderzoeksgebied en worden hier kort besproken. Ter plaatse van het Hotel Rooland (dijkvak 65, sectie 9, zie Figuur 3 en Figuur 22) wordt geen keermuur meer aangelegd, maar wordt de ervoor liggende N271 verhoogd. Hiervoor wordt het bestaande wegdek verwijderd, opgehoogd en weer aangelegd. Hiervoor wordt niet meer ontgraven dan voor de bestaande weg reeds heeft plaatsgevonden. Het advies om hier geen vervolgonderzoek uit te laten voeren blijft gehandhaafd. Helemaal in het zuiden van het onderzoeksgebied wordt het stuk dijk dat aansluiting op de hogere gronden moet verzorgen (dijkvak 65, sectie 1, zie Figuur 5 en Figuur 23) circa 90 tot 140 meter naar het zuiden verplaatst. Aangezien de nieuwe locatie in landschappelijke zin vergelijkbaar is met de oude locatie, wordt het advies dat voor het huidige deel van het plangebied geldt geëxtrapoleerd naar het nieuwe tracédeel: het uitvoeren van een karterend booronderzoek ten behoeve van het opsporen van artefactvindplaatsen, met aansluitend een proefsleuvenonderzoek.

Het rapport en bovenstaand advies dienen beoordeeld te worden door de adviseur archeologie van de gemeente Arcen. Op basis van dit rapport wordt het selectieadvies omgezet in een selectiebesluit.

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 60 van 70

Figuur 22. De locatie van het oorspronkelijke plangebied en het aangepaste plangebied ter plaatse van Hotel Rooland op basis van het nieuwe ontwerp (achtergrond: ESRI Topo).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 61 van 70

Figuur 23. De locatie van het oorspronkelijke plangebied en het aangepaste plangebied in het zuiden op basis van het nieuwe ontwerp (achtergrond: ESRI Topo).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 62 van 70

Literatuurlijst Agentschap Onroerend Erfgoed, 2019: Code van goede praktijk voor de uitvoering van en rapportering over archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen en het gebruik van metaaldetectoren, versie 4.0, Brussel. Blom, E. & H.M. van der Velde (red.) 2015: De archeologie van Boxmeer-Sterckwijck: 4500 jaar wonen, werken en begraven langs de Maas, Amersfoort (ADC Monografie 18/ADC Rapport 3500). Borsboom, A.J., J.W.H.P. Verhagen & A. Tol, 2012: KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P), Gouda (SIKB). Centraal College van Deskundigen (CCvD), 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems, versie 4.1, Gouda (SIKB). Gerrets, D.A. & R. de Leeuwe (red.) 2011: Rituelen aan de Maas. Een archeologische opgraving te Lomm, Hoogwatergeul fase II, Amersfoort (ADC Rapport 2333). Isarin, R., E. Rensink, R, Ellenkamp & E. Heunks, 2015: Archeologische verwachtingskaart Maasdal tussen Mook en Eijsden, Amersfoort. Müller, A., L.IA Tebbens & J.P. Flamman, 2018: Van jagers-verzamelaars naar vroege boeren langs een migrerende Maas : onderzoek van veranderend landschap en prehistorische bewoning tussen Well en Aijen : opgravingen in de werkvakken 2 en 4 van Hoogwatergeul Well-Aijen, gemeente Bergen (L.), Amersfoort (ADC-rapport 4700), ’s Hertogenbosch (BAAC-rapport A-12.0274). Roessingh, W., & H.C.G.M.

Vanneste (red.), 2009: Cuijk-Heeswijkse Kampen. De archeologische opgraving van vindplaats 4 en 7, Amersfoort (ADC Rapport 1173). Sanders, A., J.A.J van Beers, N.J.H. Sommers & Y. Raczynski-Henk, 2021: Bureauonderzoek Archeologie – A1023. HWBP Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo, Schijndel. Tichelman, G., 2005 (red.): Archeologisch Onderzoek in het kader van De Maaswerken. Inventariserend Veldonderzoek (IVO), waarderende fase Well-Aijen, Amersfoort (ADC-rapport 404). Water, A. van de, 2022: Archeologische notitie, Dijkring Arcen, Roermond. Tol, A. J.W.H.P. Verhagen &. M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Deel: karterend booronderzoek, Gouda (SIKB). Zuidhof, F.S. & H.M. van der Velde, 2008: Hoogwatergeul Well-Aijen/ Maaspark Well, gemeente Bergen. Deelgebied 5 en 6. Een archeologisch bureauonderzoek, Amersfoort (ADC-rapport 723).

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 63 van 70

Lijst van figuren en tabellen Figuur 1. Een overzichtskaart van de verschillende verwachtingszones (zie Figuur 18 t/m 21 voor detailoverzichten per deelgebied, bron: ESRI Topo). .................................................................................................. 5 Figuur 2. Plan- en onderzoeksgebied op de topografische kaart (bron: ESRI Topo). ................................................ 9 Figuur 3. Locaties van de werkzaamheden bij hotel Rooland (achtergrond: ESRI Topo). ....................................... 12 Figuur 4. Locaties van de werkzaamheden binnen het noordelijk gedeelte van het plangebied.(achtergrond: ESRI Topo). ................................................................................................................................................................................. 14 Figuur 5. Locaties van de werkzaamheden binnen het zuidelijke gedeelte van het plangebied, waarbij bij de N271 een dijk of keermuur aangelegd wordt (achtergrond: ESRI Topo). ............................................................ 15 Figuur 6. De boringen in het zuiden van het onderzoeksgebied (achtergrond: OpenTopo). ................................. 23 Figuur 7. De boringen in het midden van het onderzoeksgebied (achtergrond: OpenTopo). ............................... 23 Figuur 8.

De boringen in het onderzoeksgebied bij Hotel Rooland (achtergrond: OpenTopo). ............................ 24 Figuur 9. De boringen in het noorden van het onderzoeksgebied (achtergrond: OpenTopo). .............................. 24 Figuur 10. Indeling van de paragrafen waarin de zuidelijke boringen besproken worden, ingedeeld op basis van de Geomorfogenetische kaart van het Maasdal (achtergrond: BRT Achtergrondkaart). .................................. 25 Figuur 11. Profiel 1, van boringen 1 tot en met 14 en 19 tot en met 45 (met uitzondering van niet uitgevoerde boringen), met beschrijvingen van de grondsoort met bijmengsel, humusgehalte en lithogenese (zie Figuur 9 voor de ligging van het profiel). .................................................................................................................................... 30 Figuur 12. Indeling van de paragrafen waarin de in het midden gelegen boringen besproken worden, ingedeeld op basis van de Geomorfogenetische kaart van het Maasdal (achtergrond: BRT Achtergrondkaart). .......... 32 Figuur 13. Indeling van de paragrafen waarin de noordelijke boringen besproken worden, ingedeeld op basis van de Geomorfogenetische kaart van het Maasdal (achtergrond: OpenStreetmap). ...................................... 36 Figuur 14.

Profiel 2, van boringen 250 tot en met 274, 246 en 247, met beschrijvingen van de grondsoort met bijmengsel, humusgehalte en lithogenese. ................................................................................................................. 38 Figuur 15. Indeling van de paragraaf waarin de boringen bij Hotel Rooland besproken worden, ingedeeld op basis van de Geomorfogenetische kaart van het Maasdal (achtergrond: OpenStreetmap). ............................ 39 Figuur 16. Een vindplaatsenkaart van het onderzoeksgebied Well-Aijen (bewerkt naar Zuidhof & Van der Velde 2008, 21). .......................................................................................................................................................................... 48 Figuur 17. Vlaktekening van de cultusplaats in Lomm (bron: Gerrets & de Leeuwe 2011). .................................. 50 Figuur 18. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart). ........................................................................................................................ 54 Figuur 19. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart).

........................................................................................................................ 55 Figuur 20. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart). ........................................................................................................................ 56 Figuur 21. Archeologisch verwachting en vervolgonderzoek, opgedeeld in zones zoals besproken in de tekst (achtergrond: BRT Achtergrondkaart). ........................................................................................................................ 57 Figuur 22. De locatie van het oorspronkelijke plangebied en het aangepaste plangebied ter plaatse van Hotel Rooland op basis van het nieuwe ontwerp (achtergrond: ESRI Topo). ................................................................. 60 Figuur 23. De locatie van het oorspronkelijke plangebied en het aangepaste plangebied in het zuiden op basis van het nieuwe ontwerp (achtergrond: ESRI Topo). ................................................................................................. 61

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 64 van 70 Tabel 1. Overzicht van de locaties waar verschillende dijkversterkingen plaatsvinden en de hiermee gemoeide grondroerende werkzaamheden. Hierbij is de sectievolgorde van de dijkring aangehouden, hierdoor staan de werkzaamheden van zuid naar noord beschreven. ............................................................................................. 13 Tabel 2. Archeologische verwachting per periode binnen het onderzoeksgebied, inclusief verwachte kenmerken, diepteligging en gaafheid van de eventuele vindplaats voor zover dit bekend is. ....................... 17 Tabel 3. Overzicht van de voorgenomen boordiepte bij het initieel aantal geplande boringen. ........................... 22 Tabel 4. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 1-19. ................................................ 27 Tabel 5. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 20-44. Boringen 30, 39 en 40 zijn niet uitgevoerd. ................................................................................................................................................................ 28 Tabel 6. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 45-69. ............................................. 29 Tabel 7. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 73-98. De boring- ......................... 31 Tabel 8.

Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 100-127. Boring 119 is niet uitgevoerd. ........................................................................................................................................................................ 33 Tabel 9. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 128-251. ......................................... 34 Tabel 10. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 170-192. ...................................... 35 Tabel 11. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 252-260. ...................................... 35 Tabel 12. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 237-247 en 261-290, de b en .. 37 Tabel 13. Schematische weergave van de stratigrafische opbouw van boring 298-302. ...................................... 39 Tabel 14. De gemiddelde hoogte van de gezette boringen, uitgesplitst per geomorfogenetische eenheid. ...... 45

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

Pagina 65 van 70

Bijlage 1.

Boorbeschrijvingen

www.bodac.nl Verkennend booronderzoek archeologie - A22021 Hoogwaterbeschermingsprogramma Dijkring 65 te Arcen, gemeente Venlo

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_1 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 1, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386746.143, Y-coördinaat in meters: 210824.067, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 18.37, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 18.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont 20 / 18.17 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-rood Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen) 35 / 18.02 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm:

100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 100 / 17.37

Boring: A22021_2 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 2, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386751.23, Y-coördinaat in meters: 210804.725, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.88, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: AE-horizont 10 / 17.78 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-rood Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: B-horizont met ingespoelde ijzer/aluminium (humuspodzolen)

20 / 17.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 30 / 17.58 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 100 / 16.88

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_3 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 3, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386756.316, Y-coördinaat in meters: 210785.382, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.95, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Consistentie: los, Kalkgehalte: kalkloos, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 10 / 17.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed

gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Consistentie: los, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: AC-horizont 40 / 17.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met kenmerken van ontijzering Einde boring 100 / 16.95

Boring: A22021_4 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 4, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 110 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386761.403, Y-coördinaat in meters: 210766.04, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.97, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.97 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 15, Aard ondergrens: geleidelijk (0,3-3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont Laag opmerking: Opmerking: LG: bse nog invullen 15 / 17.82 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 15, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: goed gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 110 / 16.87

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_5 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 5, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386766.49, Y-coördinaat in meters: 210746.698, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.28, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: matig humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 10 / 17.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Liempde Bodem: Bodemhorizont: AC-horizont 40 / 16.88 Laag algemeen: Bovengrens laag

in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Liempde Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 100 / 16.28

Boring: A22021_6 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 6, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386769.99, Y-coördinaat in meters: 210730.494, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.38, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.38 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 20 / 17.18 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Brokken en vlekken: zand- en humusbrokken 40 / 16.98 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40,

Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: dekzand, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Ijzer/mangaan: Fe- en Mn-concreties, Oxidatie-reductie: oxidatie en reductie verschijnselen Einde boring 100 / 16.38

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_7 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 7, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386775.076, Y-coördinaat in meters: 210711.152, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.36, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont Einde boring 100 / 16.36

Boring: A22021_8 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 8, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386780.163, Y-coördinaat in meters: 210691.809, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.12, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 10 / 17.02 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont:

AC-horizont 30 / 16.82 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-wit-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Lithogenese: rivierduinafzettingen, Lithostratigrafie: Fv Boxtel, LPv Wierden Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 100 / 16.12

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_9 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 9, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386785.249, Y-coördinaat in meters: 210672.467, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.88, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 16.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 20 / 16.68 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: AC-horizont 40 / 16.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm:

100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-wit-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met kenmerken van ontijzering Einde boring 100 / 15.88

Boring: A22021_10 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 10, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386790.336, Y-coördinaat in meters: 210653.125, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.22, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.22 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 10 / 17.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-rood Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: uiterst grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: niet afgerond Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 60 / 16.62

Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont 90 / 16.32 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont met kenmerken van ontijzering Einde boring 100 / 16.22

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_11 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 11, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386794.099, Y-coördinaat in meters: 210636.41, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.13, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 15, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 15 / 16.98 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 15, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Brokken en vlekken:

zand- en humusbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag 90 / 16.23 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 100 / 16.13

Boring: A22021_12 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 12, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386799.185, Y-coördinaat in meters: 210617.068, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.99, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 16.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 10, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Lithogenese: rivierduinafzettingen Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 10 / 16.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 10, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond, Kalkgehalte: kalkloos Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont,

Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag, Bodemkunde vrijveld: 1 Einde boring 100 / 15.99

bron: A22021-dopc-246.geojson - 16-01-2023 14:43:50

A22021 Arcen HWBP Dijkring 65 | Verkennend booronderzoek

Boring: A22021_13 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 13, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386804.272, Y-coördinaat in meters: 210597.726, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.92, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 16.92 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: natuurlijke (ongeploegde) A-horizont 30 / 16.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 50 / 16.42 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 80,

Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: wit Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 80 / 16.12 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig slecht gesorteerd, Afronding: matig afgerond Bodem: Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Einde boring 100 / 15.92

Boring: A22021_14 Kop algemeen: Projectcode: A22021, Boornummer: 14, Beschrijver(s): RP, Datum: 01-08-2022, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 386810.353, Y-coördinaat in meters: 210577.102, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.149, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS Plaats: Provincie: Limburg, Gemeente: Venlo, Opdrachtgever: Waterschap Limburg, Uitvoerder: Den Ouden Bodac 0 / 17.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 60, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel grind: sterk grindig, Mediaanklasse: matig grof, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd Bodem: Bodemhorizont: A-horizont bestaand uit opgebracht pakket, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 60 / 16.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 90, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: sterk humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Spreidingsklasse: matig goed gesorteerd Bodem:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/307/documents/20173