080 Bijl01 BP toelichting.pdf
Tekst van het document
In de toekomstige situatie (vismigratierivier) is gepland om de stuwbalken te verwijderen en het vullen van de kasteelgrachten middels een pompinstallatie mogelijk te maken. De waterinlaat voor deze pomp zal benedenstrooms van de watermolen in de Lingsforterbeek zijn. Gronddijk parallel aan de parkeerplaats aan de Schans en herinrichting van het Schanstorenplein Deze sectie omvat de historische kern van Arcen met restanten van de stadmuur en schanstoren. Het hele gebied kent daardoor een hoge tot zeer hoge cultuurhistorische waarde. Hiermee wordt in het plan rekening gehouden door zo min mogelijk ingrepen te doen en vooral de openbare ruimte mooier te maken. De bovengrondse inrichting wordt herzien en de voormalige droge gracht van de zeer hoog gewaardeerde Kurversgraaf wordt beter zichtbaar gemaakt. Buitendijks wordt daarvoor grond afgegraven tussen de nieuwe keringen. Binnendijks wordt het verloop zichtbaar gemaakt met een lijn in de bestrating. Om de uitgegraven Kurversgraaf waterkerend te maken is een kistdam gepland, die zodanig wordt ontworpen dat het een brug moet nabootsen. Het verlengde van die kering richting het appartementencomplex 'la Tour Meuse' bestaat uit een demontabele muur (met damwand) die het schanstorenplein deels doorkruist. Tot slot wordt bij het bestaande appartementencomplex een keermuur met damwand aangelegd.
Onder nabijgelegen gebouwen zijn resten van muurwerk aangetroffen, zodat die ook hier te verwachten zijn en door de ingrepen aangetast kunnen worden. Arcen-Midden glas en zelfsluitend Hier wordt de bestaande betonnen keermuur grotendeels verwijderd (in overleg met aanwonenden). Deze is als onderdeel van de kering uit 1996 indifferent gewaardeerd. Ter vervanging komt een nieuwe kering die wordt uitgevoerd in glas of als zelfsluitende constructie, zodat het vrije beeld op de Maas niet wordt belemmerd. Dat is een verbetering van de beleefbaarheid ten opzichte van voorheen. Verder wordt de Burgemeester Linderspromenade heringericht, wat gepaard gaat met tot één meter diepe bodemroering.
92
De promenade zelf is indifferent gewaardeerd, maar in het zuiden (Schanstoren) en noorden (verlengde Derckxweg) hebben oude laad- en loskades gelegen die hoog zijn gewaardeerd. Roering hiervan heeft een negatief effect. Rekening moet gehouden worden met archeologische/bouwhistorische resten in de bodem. De noordelijke van de twee wordt met de plannen niet geroerd. Ook de dwarsstegen/wegen hebben een hoge waarde, maar blijven in de plannen behouden. Arcen-Noord Deelgebied Arcen Noord betreft de volgende drie keringen: Gronddijk rondom Maasstraat 79 Gronddijk parallel aan de Maasstraat en rondom het brouwerijcluster Gronddijk tussen de Maasstraat en hoge grond Vanaf de Broekhuizerweg wordt het bestaande dijklichaam verwijderd en een nieuw dijklichaam aangelegd. Daarvoor wordt bij toekomstige gronddijk rondom Maasstraat 79 een deel van de Broekhuizerweg verlegd, maar dit deel is indifferent gewaardeerd. Het nieuwe dijklichaam gaat om de brouwerij heen, dat als hoog gewaardeerd complex op deze wijze ongemoeid blijft. Daarbij is gekozen voor een dijkovergang met een coupure ter plaatse van de Kruisweg, wat betekent dat de historische wegstructuur van de hoog gewaardeerde Kruisweg en de verbinding met het veer naar Broekhuizen behouden blijft. De gronddijk parallel aan de Maasstraat en rondom het brouwerijcluster snijdt meermaals de hoog gewaardeerde Wellerveldweg.
De weg zelf blijft t.b.v. agrarische optimalisatie echter behouden. Hooguit is sprake van verminderde beleving. De gronddijk tussen de Maasstraat en hoge grond volgt de hoog gewaardeerde historische wegenstructuur. Het oorspronkelijk ontwerp van de wegen wordt weliswaar aangepast (opgehoogd tot dijk), maar de originele oriëntatie (de beleving) blijft behouden. Dit is een milde verslechtering, maar het is de minst schadelijke oplossing om hoogwaterbescherming en cultuurhistorie met elkaar te verenigen. Ophoging van de N271 bij Hotel Rooland Het gehele complex Hotel Roland, inclusief de van oorsprong aanwezige maar sterk aangetaste cultuurhistorische elementen, is indifferent gewaardeerd. De ingrepen (bestaande uit een reconstructie van de weg,) hebben daarom geen positieve noch een negatieve invloed. In het cultuurhistorisch rapport zijn aanbevelingen gedaan ten aanzien van de cultuurhistorie. De meeste aanbevelingen zijn al meegenomen in het ontwerp van het planvoornemen, om de cultuurhistorie zoveel mogelijk te ontzien/benutten. In het geval van de hieronder beschreven aanbevelingen is sprake van een conlict tussen het ontwerp en de cultuurhistorie ter plaatse. Hiervoor is verder onderzoek noodzakelijk.
Uitgaande van de reeds onder de Schans aangetroffen sporen, evenals de eerder gedocumenteerde delen van de westelijke stadsmuur, is de kans aanwezig dat door de aanleg langs de oost- en noordzijde van de schanstoren relicten van de oude omwalling en mogelijk een oude stadspoort worden aangetast. Indien de bodem hier wordt geroerd kan verder archeologisch onderzoek nodig zijn. Over het gehele tracé van de beoogde keermuur tussen de Schans - Raadhuisplein - Maasstraat en de Eikenweerd, dient rekening te worden gehouden met potentieel aanwezige fragmenten van de voormalige westelijke stadsmuur. Indien de bodem hier wordt geroerd is verder archeologisch onderzoek nodig. Langs de Maas lag aan de schanstoren een laad- en losplaats, waarvan resten in de bodem aanwezig kunnen zijn. Indien de bodem hier wordt geroerd is verder archeologisch onderzoek nodig.
4.2.2.3
Conclusie
Nagenoeg alle effecten op de cultuurhistorie zijn als neutraal beschouwd. Op enkele plekken is (mogelijk) sprake van een conflicterende situatie. Nader archeologisch onderzoek is nodig wanneer op die plekken de bodem wordt geroerd. Zie verder de conclusie onderArcheologie 4.2.1.3. Het aspect cultuurhistorie vormt geen planologische belemmering voor het plan.
93
4.2.3 Natuurwaarden 4.2.3.1
Inleiding
Ten aanzien van natuurwaarden wordt in onderstaande tekst verwezen naar vigerende wet- en regelgeving ten tijde van de terinzageligging van het ontwerpbestemmingsplan van voor 1 januari 2024. Per 1 januari 2024 is weten regelgeving op het gebied van natuur (Wnb) onderdeel van de Omgevingswet. Omdat met voorliggend planvoornemen gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht is het plan getoetst aan de toen geldende regelgeving. Ten behoeve van de bescherming van natuurwaarden geldt de Wet natuurbescherming. De daarin opgenomen bescherming omvat de onderdelen: soortenbescherming; gebiedsbescherming; bescherming van houtopstanden.
4.2.3.2 4.2.3.2.1
Analyse Soortenbescherming
Verkennend Flora- en Faunaonderzoek en Soortgericht onderzoek Op basis van een verkennend flora- en faunaonderzoek (bijlage 10) en het soortgerichte onderzoek (bijlage 11) zijn alle soorten en het effect dat het dijktracé op hun populatie heeft onderzocht. Effecten na realisatie Mogelijke negatieve effecten na realisatie van het plan kunnen optreden voor de soorten: Steenuil Bever Boerenzwaluw Vleermuizen Kleine ijsvogelvlinder Grote vos Das (wordt nog onderzocht) De negatieve effecten kunnen worden vermeden door de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periode van bovenstaande soorten en/of er wordt gewerkt conform de algemene zorgplicht. Het effect van het plan op het aspect flora en fauna na realisatie van het plan is daarmee neutraal. Effecten door werkzaamheden Mogelijke negatieve effecten op soorten door werkzaamheden kunnen de volgende soorten betreffen: Ooievaar Steenuil Oehoe Buizerd Algemene broedvogels Eekhoorn Bunzing, hermelijn en wezel Egel, haas, konijn, ree, vos en muizensoorten Hazelworm Levendbarende hagedis Overige beschermde vlindersoorten De negatieve effecten kunnen worden vermeden door de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periode van bovenstaande soorten en/of er wordt gewerkt wordt conform de algemene zorgplicht. Het effect van het plan op het aspect flora en fauna door werkzaamheden is daarmee neutraal.
Activiteitenplan Op basis van de voorgaande resultaten uit de ecologische onderzoeken (bijlagen 10 en 11) naar het voorkomen van beschermde soorten binnen en in de omgeving van het projectgebied is een activiteitenplan opgesteld (bijlage 12). Dit activiteitenplan is van toepassing op de soorten boerenzwaluw, gewone dwergvleermuis en bever en hieruit blijkt dat er sprake is van een ontheffingplicht van de verbodsbepaling van de Wnb.
94
Voor het verkijgen van de ontheffing moeten er mitigerende en compenserende maatregelen genomen worden. Deze zijn hieronder in het kort samengevat. Soort(groep) Boerenzwaluw Bever Vleermuizen
Maatregelen Compensatie 3 nestplaatsen boerenzwaluw bij sloop paardenstal Kruisweg 50. Werken buiten de kwetsbare periode Compensatie twee verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis bij sloop Kruisweg 50 en kap bomen met holtes binnen Maasduinen.
Ecologisch werkprotocol Op basis van het activiteitenplan wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld door een ter zake deskundige. Hierin dient onder andere beschreven te worden hoe de maatregelen exact uitgevoerd gaan worden en wanneer welke maatregelen getroffen gaan worden. Hieruit dient dan ook te blijken hoe er onder andere rekening gehouden wordt met kwetsbare perioden en wanneer alternatieven gereed/functioneel dienen te zijn. 4.2.3.2.2
Gebiedsbescherming Natura-2000
In de Voortoets Natura 2000 (bijlage 13) is inzichtelijk gemaakt welke mogelijke effecten de planontwikkeling kan hebben. De instandhoudingsdoelstellingen die voor het gebied zijn opgesteld zijn leidend bij de beoordeling van de effecten. De in de voortoets opgenomen tabel is per effect inzichtelijk gemaakt met welke risico's rekening gehouden dient te worden. Hierbij wordt duidelijk dat er geen negatief effect wordt verwacht als gevolg van de gebruiksfase. Risico's treden op gedurende de aanlegfase. De verstoringen kunnen een negatieve invloed hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura-2000 gebied Maasduinen. Dit is echter in deze fase van het onderzoek nog niet met zekerheid vast te stellen. Vervolgonderzoek in de vorm van een passende beoordeling is hiervoor nodig. Passende beoordeling In de passende beoordeling (bijlage 14) zijn de eventueel negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van omliggende beschermde Natura-2000 gebieden beoordeeld. Stikstof Voor de overbelaste habitattypen en leefgebieden waarop dit project stikstofdepositie veroorzaakt is het effect van stikstofdepositie door dit project op de Natura 2000-gebieden bepaald en beoordeeld. Het project leidt tot een depositietoename van maximaal 1,73 mol N/ha op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden (zie voor stikstofdepositieonderzoek bijlage 15).
Uit de beoordeling blijkt dat de tijdelijke en geringe depositiebijdrage door dit project er niet toe leidt dat het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten in gevaar wordt gebracht. De natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden worden niet aangetast door de depositiebijdrage van het project. Overige storingsfactoren In de passende beoordeling is verder onderzocht of de storingsfactoren oppervlakteverlies, versnippering, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring door trillingen, optische verstoring, verstoring door mechanische effecten en verandering in populatiedynamiek (significant) negatieve effecten veroorzaken op doelen van Natura 2000-gebieden en daarmee aantasting van de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden. Voor alle bovengenoemde storingsfactoren geldt dat deze, mits er passend mitigerende maatregelen worden genomen (zie hiervoor de uitwerking in hoofdstuk 5 van bijlage 14), geen negatieve of significant negatieve effecten optreden. De natuurlijke waarden en kenmerken van Natura 2000-gebieden worden zodoende niet aangetast.
95
4.2.3.2.3
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Vrijwel het gehele dijktracé is binnen de begrenzing van het Limburgse deel van het Natuurnetwerk Nederland (goudgroene natuurzone), danwel de Zilvergroene natuurzone of bronsgroene landschapszone gelegen. Hierop wordt een negatief effect verwacht. Dit dient gecompenseerd te worden en hiervoor is een Compensatieplan opgesteld (bijlagen 16). De wezenlijke actuele en potentiële waarden van het gebied zijn in het licht van natuurdoelen en natuurkwaliteit niet alleen de aanwezige flora en fauna, maar bijvoorbeeld ook de geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte, openheid of juist geslotenheid van de landschapsstructuur. Om te komen tot een effectbeoordeling dienen de diverse aspecten te worden meegenomen. Goudgroene natuurzone Resumerend kan gesteld worden dat ten aanzien van de goudgroene natuurzone de volgende effecten optreden Permanente aantasting (een negatief effect) Reliëf 0 (neutraal) Rust en stilte 0 (neutraal) Verontreiniging + (een positief effect) Cultuurhistorie 0 (neutraal) Kruiden- en faunarijk grasland (een negatief effect) Oppervlakteverlies (een negatief effect) Ten aanzien van de goudgroene natuurzone treedt een negatief effect (-) op door oppervlakteverlies en permanente aantasting van de natuurbeheertypen N14.01, N14.02, N12.02 en mogelijk N11.01 en L01.02.
Zilvergroene natuurzone en bronsgroene landschapszone Resumerend kan gesteld worden dat ten aanzien van de zilvergroene natuurzone en de bronsgroene landschapszone de volgende effecten optreden Groene karakter (een negatief effect) Visueel ruimtelijk karakter (een negatief effect) Reliëf 0 (neutraal) Cultuurhistorie 0 (neutraal) Oppervlakteverlies (een negatief effect) Ten aanzien van de Zilvergroene natuurzone en de Bronsgroene landschapszone treedt een negatief effect op door oppervlakteverlies en de kap van aanwezige beplanting in dijkvak 3 en 4 en van bomen in dijkvak 8. Daarnaast vermindert het zicht op het rivierdal door de verhoging van de kering in dijkvak 4. De totale beoordeling van het effect van het nieuwe dijktracé in Arcen op het Limburgse deel van Natuurnetwerk Nederland en bijbehorende Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone is daarmee negatief (-) Compensatie In het navolgende tabel is een overzicht weergegeven van de compensatieopgave per beleidskader. Beleidskader Kernkwaliteiten van het landschap
Compensatieopgave Verantwoording omgang met de kernkwaliteiten van het landschap in de omgeving van het dijktracé. Arcen Noord Aantasting kernkwaliteiten visueel- ruimtelijk karakter en reliëf door realisatie nieuwe en hogere dijk in het landschap. Arcen Midden Geen aantasting kernkwaliteiten vanwege realisatie van zelfsluitende kering.
Invulling compensatie Arcen Noord Versterking landschapsstructuur, verwijderen huidige dijk, terugbrengen reliëf, beleefbaarheid landschap door meer mogelijkheden wandelen op de dijk. Arcen Midden Compensatie niet nodig.
Arcen Zuid Arcen Zuid Aantasting kernkwaliteiten visueel-ruimtelijk karakter Verwijderen huidige dijk door door nieuwe dijk nabij de Schans en aantasting van reliëf Barbara’s Weerd, terugbrengen en cultuurhistorisch karakter door kistdam bij watermolen. reliëf bij beekmonding.
96
Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
Wet natuurbescherming houtopstanden (Wnb)
12 bomen. Zie compensatieplan als onderdeel Hiervan ligt 1 te kappen boom in de Goudgroene van de bij de gemeente Venlo natuurzone binnen het volgende aangewezen beheertype: aangevraagde - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteit 'kappen' Dit is exclusief de geldende toeslag. 129 bomen en circa 2,3 ha (23.209 m²) aan houtopstanden. Zie compensatieplan behorend bij de bij Provincie Limburg ingediende Hiervan liggen 3 te kappen bomen in de Goudgroene melding met betrekking tot het natuurzone binnen de volgende aangewezen 'vellen van houtopstanden' beheertypen: - Geen beheertype toegewezen (1) - N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (1) - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (1) Hiervan ligt 22.662 m² aan houtopstanden in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: - Geen beheertype toegewezen (180 m²) - N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos (8.637 m²) - N14.02 Hoog- en laagveenbos (2 m²) - N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (13.492 m²) - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (351 m²)
APV & Wnb
Dit is exclusief de geldende toeslag. 61 bomen en circa 0,35 ha (3.598 m²) aan houtopstanden. Hiervan liggen 32 te kappen bomen in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen beheertypen: - N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (31) - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (1)
Zie compensatieplan als onderdeel van de bij de gemeente Venlo aangevraagde omgevingsvergunning met betrekking tot de activiteit 'kappen' alsmede de bij de provincie Limburg ingediende melding met betrekking tot het 'vellen van houtopstanden'
Hiervan ligt 3.598 m² aan houtopstanden in de Goudgroene natuurzone binnen de volgende aangewezen Aanvullend is in reactie op de beheertypen: Commissie voor de - N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland (3.247 m²) milieueffectrapportage (Commissie - N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos (351 m²) mer) het compensensatieplan op onderdelen nader uitgewerkt. Dit is Dit is exclusief de geldende toeslag. opgenomen in de Aanvulling milieueffectrapport fase 2. Goudgroene natuurzone
Compensatie natuurbeheertypen inclusief toeslag: L01.02 Houtwal en houtsingel: 807 m² (p) – 168 m²(t) N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland: 40.033 m² (p) N14.01 Rivier- en beekbegeleidend bos: 661 m² (p) N14.02 Hoog- en laagveenbos: 46 m² (p) N15.02 Dennen-, eiken-, en beukenbos: 15.297 m² (p) N11.02 Droog schraalgrasland: 208 m² (t)
Zie compensatieplan behorend bij de bij Provincie Limburg ingediende melding met betrekking tot het 'vellen van houtopstanden' Aanvullend is in reactie op de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) het compensensatieplan op onderdelen nader uitgewerkt. Dit is opgenomen in de Aanvulling milieueffectrapport fase 2.
97