CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

069 Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan _Antoniusplein Lomm_ (1862885).pdf

Raadsvergadering 30 november 2022, gemeente VenloBij agendapunt: 4.3: RV 69 Vaststellen van bestemmingsplan Antoniusplein Lomm.15.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.

5.2.4

Bedrijven en milieuzoneringen

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.

Bedrijven en milieuzonering De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het bebouwd gebied van de kern Lomm, op de overgang van de kern naar het landelijk gebied en wordt omringd door burgerwoningen. Er is sprake van een rustige woonomgeving. In een straal van 100 m vanaf de randen van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen, anders

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 0

dan aan huis beroepen en bedrijven welke passend zijn in een woonomgeving. De nieuwe woningen vormen dan ook geen extra belemmering voor op grotere afstand gelegen bedrijven en anderzijds is ter plaatse van de woning sprake van een goed woon- en leefklimaat.

Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'.

5.2.5

Externe veiligheid

Risicovolle inrichtingen (bevi) De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).

Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen.

Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de omgeving (in een straal van 500 m) van het plangebied géén risicovolle inrichting.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 1

Figuur 9: uitsnede risicokaart

Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provincialeen spoorwegen en de Maas van belang. De Maas ligt op ruim 500 m vanaf het plangebied. Op basis van de Regeling basisnet vindt over de Maas onder andere vervoer van toxische gassen (GT3) plaats. Het plangebied valt binnen het invloedsgebied (1%-letaliteitszone van 1070 meter) van de Maas. Er dient conform artikel 6 en 7 uit het Bevt te worden ingegaan op de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij de effecten van een toxische gaswolk.

Maas Door een ongeval op de Maas met bovengenoemde gevaarlijke stoffen, kan er een lekkage ontstaan waardoor in korte tijd een grote hoeveelheid van een toxisch gas vrijkomt. De snelheid waarmee het scenario giftige wolk zich voltrekt, is afhankelijk van de uitstroomsnelheid van de giftige stof, de windsnelheid en -richting en de inrichting van de omgeving. Personen die zich buiten begeven in het effectgebied lopen een grote kans gewond te raken dan wel dodelijk slachtoffer te worden. Volgens het scenarioboek externe veiligheid ligt bij het vrijkomen van ammoniak uit een tanker

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 2

(bij neutraal weer, een windsnelheid van 5 m/s en een verstedelijkt gebied), de grens voor 95% letaliteit op 320 meter en de grens voor 5% letaliteit op 1000 m. Gebouwen kunnen een zekere bescherming bieden tegen een giftige wolk. Echter de toxische wolk kan, meegevoerd door de wind, uiteindelijk ook het binnenmilieu van gebouwen binnendringen door ruimtelijke ventilatie en na verloop van tijd ook door natuurlijke ventilatie. Bij de bestrijdbaarheid richt de inzet van de brandweer zich op het neerslaan van een toxische gaswolk. Randvoorwaarde is een snelle alarmering en opkomst van de brandweer, een (bovenwindse) bereikbaarheid via twee verschillende routes vanuit twee tegenovergestelde windstreken en de beschikking over voldoende bluswater om een gaswolk neer te slaan. Langs de Maas is geen bluswatervoorziening aanwezig. Volgens het regionale beleid is een bluswatercapaciteit van 2 maal 90 m³/uur nodig om een toxisch scenario te bestrijden. Een incident op het water is echter lastig bereikbaar en bestrijding is daardoor (bijna) niet mogelijk. De aanleg van bluswatervoorzieningen ter plaatse van de bron is dan ook niet effectief. De zelfredzaamheid van personen wordt in grote mate bepaald door de mogelijkheden om te schuilen. Bij een toxisch scenario is schuilen in een gebouw een effectieve vorm van zelfredzaamheid, als het gebouw voldoende bescherming biedt.

Het gebouw moet lucht- en lekdicht dicht zijn, waardoor toxische gassen niet kunnen binnendringen. Een mechanische gebouwventilatie moet direct kunnen worden uitgezet. Indien schuilen niet mogelijk is moet bij voorkeur dwars op de windrichting worden gevlucht. Voor de hulpverleningsdiensten is het van belang dat aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Het waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) is dekkend voor het plangebied. Het gebruik van het WAS, aangevuld met het gebruik van NL-alert, kan er aan bijdragen dat het aantal slachtoffers wordt beperkt.

N271: De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de provinciale weg N271. De PR-contour 10-6/jr bedraagt hier 0 meter; het plangebied ligt op een afstand van ongeveer 80 meter van deze weg. Nu het bestemmingsplan betrekking heeft op een gebied dat binnen 200 meter van een transportroute is gelegen, dient voor een calamiteit op de weg eveneens te worden ingegaan op: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg (bestrijdbaarheid), en b. voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet (zelfredzaamheid). Er bestaan in verband met de ligging in het invloedsgebied van de N271 met name risico’s in verband met ongelukken: - met brandbaar gas (BLEVE); - met giftige gassen en vloeistoffen (toxisch scenario). De kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen binnen het

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 3

plangebied is zeer klein. Er bestaan geen feitelijke mogelijkheden om middels deze ontwikkeling de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp direct te beïnvloeden. De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om de taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/ adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Het plangebied is goed bereikbaar voor hulpdiensten, gelet op de ligging op een steenworp afstand van de provinciale weg. Tevens zijn er binnen en nabij het plangebied voldoende opstelmogelijkheden en is de bereikbaarheid voor voertuigen van de hulpverleningsdiensten goed te noemen. In de verdere uitwerking van het bouwplan zal hier ook nadrukkelijk aandacht voor zijn. Als bluswatervoorziening zal gebruik moeten worden gemaakt van de bestaande voorzieningen/brandkranen.

Zelfredzaamheid van personen binnen het invloedsgebied geeft aan in welke mate de aanwezigen in staat zijn om zich op eigen kracht in veiligheid te brengen. De mogelijkheden voor zelfredding zijn afhankelijk van het incidentscenario. Zelfredding kan een zeer belangrijke bijdrage leveren aan het reduceren van het aantal slachtoffers omdat de meeste slachtoffers vooral in de eerste minuten tot het eerste halfuur van het ongeval vallen. Naast verschillen per scenario zijn er andere factoren die de mate van zelfredding beïnvloeden. Aanwezigheid van bijvoorbeeld vluchtwegen, mate van voorbereid zijn, het aantal mensen en hun fysieke condities en het al dan niet tijdig geven van duidelijke instructies zijn belangrijke factoren. Ingeval van een BLEVE als gevolg van een incident op de provinciale weg geldt dat dit snel zichtbaar/merkbaar is voor de aanwezigen in het plangebied. Vluchten is mogelijk via het Antoniusplein in de richting van de Looiweg of richting Kapelstraat, welke wegen personen van de calamiteit weg leiden. Hierdoor wordt niet alleen meer afstand tot de haard gecreëerd, maar bevinden zich ook steeds meer andere gebouwen tussen de haard en de personen, vanuit welke gebouwen een bufferende werking zal uitgaan. Ingeval van het vrijkomen van toxische gassen of vloeistoffen, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken.

De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Bij nieuwbouw woningen is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en via NL-alert.

5.3

Waterparagraaf

Waterbeleid Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

beleid van zowel de gemeente Venlo als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; grondwateroverlast dient voorkomen te worden; een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan. Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen.

Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan.

Waterhuishoudkundige situatie plangebied Afvoerend verhard oppervlak en riolering Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats ten belope van ongeveer 400 m2 (bebouwing én niet-doorlatende erfverharding).

Grondwater De bodem bestaat volgens BIS uit 'gronden in oude maasmeanders'. De gemiddelde hoogste grondwaterstand zit op minder dan 40 cm -mv en de gemiddelde laagste grondwaterstand op 80 120 cm -mv.

Oppervlaktewater In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen waterlopen. Op grotere afstand stromen de (Zijtak) De Lommer en de Lommerbroeklossing (inclusief buffer Spikweien) en de Branderweidenlossing. Op grotere afstand ten westen van het plangebied stroomt de Maas. Voor het overige is er geen oppervlaktewater in de omgeving. Op onderstaande figuur 10 is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven waarop de waterlopen ten opzichte van het plangebied (zwarte pijl) zijn te zien.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

Figuur 10: uitsnede legger waterschap

Het project heeft redelijkerwijs, gezien de afstanden tot de waterlopen geen nadelige effecten.

HemeI- en afvalwater Infiltratie van hemelwater. Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa 2 x 200 m2. Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze afgekoppeld dienen te worden.

De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van het waterschap 0,15 - 0,45 m/dag. Deze gronden zijn derhalve minder geschikt voor hemelwaterinfiltratie, waardoor het water langer nodig zal hebben om te infiltreren. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis T=100.

Kwantiteitsberekening Neerslag T=10 -> 50 mm neerslag/m2

Neerslag T=100-> 100 mm neerslag/m2

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

Te verwerken -> 200 m2 x 0,05 m = 10 m3 per woning

Te verwerken -> 200 m2 x 0,1 m = 20 m3 per woning

Voor deze hoeveelheid hemelwater (T=100) (danwel als het totale verharde afvoerend oppervlak meer of minder bedraagt, naar rato) zal binnen het plangebied een infiltratievijver of wadi worden gerealiseerd, welke op nader te bepalen wijze onderdeel zal gaan uitmaken van de landschappelijke inpassing/tuin. Deze wadi kan uitgevoerd worden als een verlaging van het maaiveld, begroeid met regulier gras of grasmengsel met bloemen. Door wadi’s echter met een meer aangepaste vegetatie te beplanten kunnen wadi’s een grotere rol spelen bij het bevorderen van de biodiversiteit. Overigens zijn er meerdere infiltratiewijzen mogelijk op eigen perceel, dat hiervoor ruim voldoende van omvang is; met name het naar de Rijksstraatweg gekeerde deel van beide percelen leent zich zeer goed voor dit doel en zal tevens zorgen voor een fraai aanzicht van de kern Lomm, gezien vanuit de Rijksstraatweg. Dit ligt in de lijn van het streven om bij nieuwe ontwikkelingen i zoveel mogelijk klimaatadaptief te realiseren. Hierbij kan gedacht worden aan opslag van water voor hergebruik tot het realiseren van vegetatiedaken. Een alternatieve uitvoering van de hemelwaterinfiltratie met vergelijkbare capaciteit behoort dus ook tot de mogelijkheden.

Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering.

Bouwmaterialen De gemeente Venlo streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt daarom gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

Overleg waterschap Vooroverleg met het waterschap is niet noodzakelijk in geval het project een toename van het nieuw afvoerend verhard oppervlak beslaat van meer dan 2000 m2. In casu is vooroverleg met het waterschap derhalve niet noodzakelijk.

5.4

Kabels en leidingen

Het plangebied is niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele (lichte) graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

Het plangebied is verder niet gelegen binnen een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied van een civiel of militair luchtvaartterrein en over het plangebied loopt geen straalpad van telecomaanbieders.

5.5

Gebiedsbescherming

De als Natuurnetwerk Nederland (voorheen: EHS) aangemerkte gebieden bevinden zich op een ruime afstand van ongeveer 280 m van het plangebied en de als Natura 2000 (Maasduinen) aangewezen gebieden op 460 m (zie figuur 11).

Figuur 11: Natura 2000 resp. NNN omgeving plangebied

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Om een mogelijk effect op stikstofgevoelige habitattypen inzichtelijk te maken kan onderzoek naar de neerslag van stikstof noodzakelijk gesteld worden. Voor de doorgang van een initiatief dient te worden aangetoond dat er geen significant negatieve effecten worden voorzien op een omliggend Natura 2000-gebied. Met de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Er dient te worden aangetoond dat met het plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het stikstofonderzoek zal met het programma Aerius Calculator de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk worden gemaakt. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Het dichtstbijgelegen Natura 2000 gebied (Maasduinen) bevindt zich op een afstand van ruim 460 m vanaf het plangebied.

Verstorende effecten van de nieuw te realiseren woningen op dit gebied zijn niet te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is van verstoring door licht en geluid. Ook een significante optische verstoring is niet voorstelbaar.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2020 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator (zie bijlage). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof. NB: in de Aeriusberekening is uitgegaan van 3 woningen (waar mogelijk sprake van zou zijn geweest, maar vooralsnog niet onderdeel is van onderhavig bestemmingsplan) en inmiddels is het doorrekenen van de aanlegfase niet meer nodig. Bij het uitvoeren van een nieuwe berekening zal derhalve een nog kleiner effect kunnen worden waargenomen.

5.6

Soortenbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wn. Met de Wn wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden gekeken.

Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

Quickscan flora en fauna Het plangebied is op dit moment in gebruik al weitje en de hierop voorheen aanwezige twee schuilgelegenheden/kippenhokken zijn inmiddels geheel gesloopt; enkele malen per jaar wordt gemaaid, zodat het plangebied geen geschikte biotoop is voor beschermde planten en dieren (broedplaats). Gelet op het bovenstaande is een verstoring van flora en fauna door onderhavig project niet te verwachten. Om deze aanname te staven, is op 3 maart 2022 een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Faunaconsult. Hieruit zijn de volgende conclusies getrokken: 'Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de (graaf- en rooi)werkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van opgaande vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.'

Het ecologisch onderzoek is als bijlage bij de planstukken gevoegd.

5.7

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden.

Volgens de Archeologische Beleidskaart Venlo 2015 is er sprake van een 'AMK-terrein'.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

Figuur 12: Archeologische Beleidskaart

Bij een AMK-terrein is behoud van het archeologisch erfgoed in situ gewenst. Als dit niet mogelijk is, dient vroegtijdig in de planvorming een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zal informatie worden verzameld op basis waarvan de belangenafweging en verdere besluitvorming kan plaatsvinden.

In het vigerende bestemmingsplan is aan deze locatie dan ook de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' toegekend. Alvorens kan worden gebouwd, dient voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 100 m², een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld.

Bij de realisatie van de tweewoningen met bijbehorende bouwwerken zal deze oppervlakte van 100 m2 worden overschreden. Op basis hiervan kan gesteld worden dat voor onderhavige ontwikkeling een archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In onderhavig bestemmingsplan zal daarom een dubbelbestemming Waarde - Archeologie worden toegekend, zodat deze archeologische waarden worden beschermd en de verlening van een omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten afhankelijk is van nader uit te voeren archeologisch onderzoek. Op 10 februari 2022 is door Econsultancy BV een archeologisch bureau-onderzoek uitgevoerd (integraal als bijlage toegevoegd). Hierin is het volgende geconcludeerd: 'Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Uit de landschappelijke ligging deels op een klein dalvlakteterras en deels binnen een oude restgeul van de Maas, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers en verzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Het plangebied heeft een hoge gespecificeerde archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum, de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd en een middelhoge | bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

gespecificeerde archeologische verwachting voor resten uit het Neolithicum tot en met de Romeinse tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek De aangetroffen bodemopbouw duidt er op dat een groot deel van het plangebied een verstoorde bodemopbouw kent tot 80 tot 120 cm -mv. Alleen in het centrale deel van het plangebied zijn onverstoorde Maasterrasafzettingen aangetroffen. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen kan worden geconcludeerd dat er in het overgrote deel van het plangebied geen archeologische waarden meer in situ worden verwacht. Het deel van het plangebied met een onverstoorde bodemopbouw is te klein om van significant belang te zijn. De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, is door het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om het plangebied vrij te geven. Bovenstaand advies is van Econsultancy. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Venlo). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit.

Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).'

Het Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Antoniusplein te Lomm, gemeente Venlo (Econsultancy-rapport 13311.002, conceptversie 1, 15-10-2020) is door het bevoegd gezag akkoord bevonden. Dit betekent dat de het bevoegd gezag de aanbeveling om het plangebied archeologisch vrij te geven overneemt bij wijze van selectiebesluit. Aanleiding om het plangebied archeologisch af te waarderen is de bij het booronderzoek geconstateerde bodemverstoring in het merendeel van het plangebied. In vier van de vijf boringen is sprake van een 80 tot 120 cm diep tot in de C-horizont verstoord profiel. Het het aspect archeologie vormt derhalve geen belemmering voor dit plan.

Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg is het dorpshart van Lomm aangeduid als een ‘gebied met sinds 1830 matig veranderd verkavelingspatroon’. Ditzelfde geldt voor een deel van het Maasdal ten westen van Lomm. Langs de oostgrens van Lomm is een (onderbroken) natuurlijke waterloop aangeduid. De oorspronkelijke structuur van Lomm en de omringende veldwegen is in de huidige situatie nog herkenbaar aanwezig. Op de cultuurhistorische waardenkaart is een aantal van deze wegen, waaronder de Rijksweg, de Bosberglaan en de Hanikerweg, aangeduid als historische wegen. Ook een aantal wegen en dijken in het buitengebied van Velden is als zodanig aangeduid. Het plangebied is aangeduid als 'cultuurlandschap'.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

Figuur 13: uitsnede cultuurhistorische waardenkaart Limburg

In het plangebied zijn geen bouwwerken aanwezig die zijn aangewezen als rijksmonument. Wel is in de kern Lomm een aantal gebouwen aangeduid als 'MIP-pand': gebouwen die cultuurhistorische waarde hebben en zijn opgenomen in het Monumenten Inventarisatie Project van de provincie Limburg. Nabij het plangebied betreft het de volgende gebouwen:

Barbarakapel nabij Antoniusplein9-10 Sint Antoniuskerk Kapelstraat 15

Op basis van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg en de cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente Venlo is geconstateerd dat er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1

Verkeer

Verkeerskundig gezien heeft het Antoniusplein ter plaatse van het plangebied voornamelijk een functie als weg voor bestemmingsverkeer, welke mede de hier gelegen woningen ontsluit. Voor het Antoniusplein geldt ter plaatse een snelheidsregime van 30 km/u. Het profiel deze weg is hierop toegesneden, waarbij aan één zijde een trottoir is aangebracht en aan de overzijde veelal is voorzien van parkeerhavens. Daar waar het Antoniusplein aan de noorzijde van het plangebied het buitengebied inschiet, in de richting van de Looiweg, begint het snelheidsregime van 60 km/u. In de omgeving van het plangebied zijn ook openbaar vervoersmogelijkheden. De dichtstbij gelegen bushaltes (lijn 83 richting Venlo of richting Nijmegen) bevinden zich op loopafstand van het plangebied (circa 300 m), ten noorden en ten zuiden van de rotonde van de Rijksstraatweg en de Kapelstraat.

Het plan leidt niet tot substantieel extra verkeersbewegingen. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. Het project heeft geen wezenlijke consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid.

5.8.2

Parkeren

De parkeernorm op basis van het CROW betreft voor vrijstaande, luxe woningen minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein welke per stuk minimaal 6 meter diep en 2,5 breed zijn. Gelet op de omvang van de nieuwe bouwpercelen, kunnen en zullen de benodigde parkeergelegenheden geheel op eigen terrein worden aangelegd. Uit onderstaande schets uit blijkt dat er voldoende ruimte is ten behoeve van parkeren naast de woningen. De parkeerplaatsen kunnen ook anders worden gerealiseerd; dit is mede afhankelijk van de positionering en vormgeving van de nieuwe woningen. Inrit en parkeergelegenheid kunnen zonder meer voldoen aan gemeentelijke eisen; een en ander zal verder worden weergegeven bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de woning (inclusief vergunning voor de inrit).

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

Figuur 14: potentielesituering parkeergelegenheid

5.9

Duurzaamheid

Het Bouwbesluit stelt dat per januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn: er is vrijwel geen energie nodig, energie die nog nodig is komt uit groene bronnen. De binnen het plangebied te realiseren woningen zullen in ieder geval voldoen aan 'BENG'. In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien: de woningen worden niet aangesloten op gas (elektrisch koken); de woningen zullen worden aangesloten op een aardwarmtepomp ter verwarming en koeling van de woning, mits dit passend is binnen de beperkingen als gevolg van de boringsvrije zone van de Venloschol; in de woningen wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie); de woningen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woningen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een zeer lage warmtevraag.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Het betreft hier een bouwplan dat in relatie met de grondexploitatieregels door de wetgever is aangewezen als zogenaamd "kruimelgeval" op grond van artikel 6.2.1a Besluit ruimtelijke ordening aanhef en onder c. De verhaalbare kosten betreffen uitsluitend kosten voor de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of aansluiting op nutsbedrijven. Deze worden middels leges aan initiatiefnemer in rekening gebracht. De kosten van het project komen voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is derhalve verzekerd.

Tenslotte is ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venlo komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Procedure Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie Limburg en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad dient binnen 12 weken, na de ter inzage termijn beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door Gedeputeerde Staten (GS) een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling.

Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan GS. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.

Overleg In het kader van het wettelijk overleg zal onder meer overleg plaatsvinden met Waterschap Limburg en provincie Limburg. De reacties van beide instanties kunnen als volgt worden samengevat: Reactie Waterschap Limburg: Het waterschap heeft geen ondergrens meer en wij adviseren te allen tijde bij nieuwe ontwikkelingen om 100 mm in 24 uur te bergen. Op de percelen is ruimte genoeg. Bij nieuwe ontwikkelingen is het streven om alles zoveel mogelijk klimaat adaptief aan te leggen. Binnen het plangebied moet dus naar verschillende mogelijkheden gekeken worden. Van opslag van water voor hergebruik tot het verduurzamen van daken (groendaken).

Reactie provincie Limburg: Het plan is beoordeeld op de provinciale belangen. Alle woningbouwontwikkelingen beschouwen wij als een provinciaal belang. Wij zien geen aanleiding hieromtrent een zienswijze in te dienen. Wel verzoeken we in paragraaf 3.3.2 van de toelichting op te nemen dat het plangebied is gelegen in de aanduiding 'Landelijk gebied' (Omgevingsverordening 2014) en de aanduiding 'Buitengebied' (Omgevingsverordening 2021). Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Gelet op de vigerende bestemming Wonen en de stedenbouwkundig inpassing binnen het direct omliggende Bebouwd gebied, achten we bebouwing hier niet bezwaarlijk.

Beide gevraagde aanvullingen zijn verwerkt in de plantoelichting.

Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft omwonenden van het plangebied in kennis gesteld van zijn plannen. Het verslag van de omgevingsdialoog is ter hand gesteld aan het bevoegd gezag.

Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft met ingang van 13 juli 2022 tot en met 23 augustus 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.

7.3

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels.

INLEIDENDE REGELS Dit hoofdstuk bevat twee artikelen. In artikel 1 is een aantal noodzakelijke begripsbepalingen opgenomen welke worden gebruikt in de regels. In artikel 2 wordt uiteengezet op welke wijze gemeten dient te worden.

BESTEMMINGSREGELS Dit hoofdstuk bestaat uit een beschrijving van de bestemming.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

Wonen (Artikel 3) In artikel 3 is de hoofdbestemming opgenomen: ‘Wonen’. Binnen deze bestemming is het toegestaan een woning met bijbehorende bouwwerken te realiseren en bouwwerken geen gebouwen zijnde.

ALGEMENE, SLOT- EN OVERGANGSREGELS Deze artikelen bevatten de bepalingen die op het hele plangebied betrekking hebben en burgemeester en wethouders de mogelijkheid bieden flexibiliteit in het plangebied te betrachten.

| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/32/documents/2763