069 Bijlage 1 Toelichting bestemmingsplan _Antoniusplein Lomm_ (1862885).pdf
Tekst van het document
Antoniusplein Lomm Verantwoording en Status
Titel:
Bestemmingsplan Antoniusplein Lomm
Rapportnummer:
NL.IMRO.0983.BP202212ANTONIUS-VA01
Ontwerp:
juni 2022
Definitief:
september 2022
© 2022 Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem gebruikt worden voor het doel waarvoor het is vervaardigd en met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom. De auteursrechten van dit document blijven berusten bij Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening. Beusmans & Jansen, Onderzoek & Advies in Ruimtelijke Ordening geeft in ieder geval geen toestemming aan de opdrachtgever om dit document te gebruiken of te laten gebruiken indien facturen niet of niet volledig voldaan zijn. Alle rechten voorbehouden.
Pagina | 2
Inhoudsopgave Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.3.1 1.3.2 1.4
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing van het plangebied Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan Lomm Paraplubestemmingsplannen Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1 2.2
Algemeen Ruimtelijke en functionele structuur
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1 3.3.2 3.4 3.4.1 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.5.5 3.6
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten Landschappelijke inpassing en water
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1 5.1.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
4 4 5 5 6 7
8 8 8
10
Inleiding Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Ladder duurzame verstedelijking Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro) Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg Omgevingsverordening Limburg Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg Gemeentelijk beleid Strategische Visie Venlo 2040 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Woonvisie 2021-2026 Dynamische Woningbouwprogrammering Bestemmingsplan Conclusie
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 4.2 4.3
4
Inleiding Milieueffectrapportage Milieuaspecten Bodem- en grondwaterkwaliteit Geluid Luchtkwaliteit
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
10 10 10 10 11 11 11 12 14 14 15 15 16 17 18 19 19
20 20 20 22
24 24 24 25 25 26 28
Pagina | 3
5.2.4 5.2.5 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.8.1 5.8.2 5.9
Bedrijven en milieuzoneringen Externe veiligheid Waterparagraaf Kabels en leidingen Gebiedsbescherming Soortenbescherming Archeologie en cultuurhistorie Verkeer en parkeren Verkeer Parkeren Duurzaamheid
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 7.2 7.3
Planstukken Toelichting op de verbeelding Toelichting op de regels
Bijlagen Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
Bijlage 2
Nader bodemonderzoek
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
Bijlage 4
Aeriusberekening
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Landschappelijke inpassing
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
29 30 33 36 37 38 39 44 44 44 45
46 46 46
48 48 48 48
Pagina | 4
Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
Op 13 mei 2019 is een principeverzoek ingediend om op het perceel gelegen aan het Antoniusplein te Lomm twee woningen te realiseren. Hierop is op 26 juli 2019 een positieve reactie ontvangen op basis waarvan voor deze locatie de bestemmingsplanprocedure opgestart kan gaan worden. De locatie aan het Antoniusplein is gelegen binnen het bestemmingsplan Lomm (vastgesteld op 20 juli 2009) en heeft hierin de bestemming Wonen (deels met bouwvlak) en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen; het oprichten van nieuwe woningen is hier niet toegestaan. Het bestemmingsplan kent ook geen toereikende afwijkings- of wijzigingsregels.
Om de nieuwe woningen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan de betreffende locatie een bouwrecht toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor twee nieuwe vrijstaande woningen ontstaat.
1.2
Ligging en begrenzing van het plangebied
Het perceel Antoniusplein (ong.) te Lomm is kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden, sectie F, nr. 1060 en 1383 (ged.) en ligt in de noordelijke rand van de kern Lomm, tegen het buitengebied aan en ten westen van de Rijksstraatweg. Het plangebied heeft een omvang van circa 2500 m2. Op onderstaande figuur 1 is het plangebied aangeduid.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 5
Figuur 1: plangebied
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
1.3.1
Bestemmingsplan Lomm
De locatie aan het Antoniusplein is gelegen binnen het bestemmingsplan Lomm (vastgesteld op 20 juli 2009) en heeft hierin de bestemming Wonen (deels met bouwvlak ten behoeve van vrijstaande woningen) en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen; het oprichten van nieuwe woningen is hier echter niet toegestaan. Het bestemmingsplan kent ook geen toereikende afwijkings- of wijzigingsregels. Onderstaand is de verbeelding behorende bij voornoemd plan, ter plaatse van het Antoniusplein ongenummerd, weergegeven.
Figuur 2: uitsnede vigerende verbeelding
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 6
1.3.2
Paraplubestemmingsplannen
Op 25 november 2020 zijn twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld. Het betreft: 1. Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen 2. Parapluplan kamerbewoning.
1.3.2.1 Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen Dit parapluplan voorziet in één eenduidige regeling voor alle digitale bestemmingsplannen binnen het stedelijk gebied van de gemeente Venlo waarin woonbestemmingen zijn opgenomen. Hiermee wordt beoogd om één uniforme regeling op te nemen voor het stedelijk gebied van de gemeente Venlo. Voor die regeling worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voor bestemmingen die wonen toestaan naast andere (hoofd)functies, zoals bijvoorbeeld centrum- en gemengde bestemmingen, wordt de woonfunctie - voor zover het aantal woningen niet is gemaximeerd - beperkt tot panden waarin reeds één of meer legale bestaande woningen aanwezig zijn. In die panden wordt dan nog maximaal één woning per bouwlaag toegestaan. Binnen andere bestemmingen, zoals een horeca- of detailhandelsbestemming waarbinnen een bepaalde vorm van wonen is toegestaan, wordt ook slechts nog wonen toegestaan voor zover reeds één of meer legale bestaande woningen aanwezig zijn. In die panden wordt dan ook nog maar maximaal één woning per bouwlaag toegestaan. Omzetting van bestaande grondgebonden woningen naar gestapelde woningen wordt uitgesloten, voor zover de geldende bestemmingsplannen daar niet in voorzien. Voor bestaande gestapelde woningbouw wordt het aantal woningen beperkt tot maximaal één per bouwlaag.
Bestaande legale gestapelde woningbouwcomplexen waarin meer dan één woning per bouwlaag aanwezig is, worden niet onder het overgangsrecht gebracht. Voor dergelijke complexen mogen de bestaande woningaantallen (bij herbouw) worden gehandhaafd.
Binnen onderhavig bestemmingsplan is een bepaling opgenomen die het niet mogelijk maakt om woningen te splitsen. Van onbenutte plancapaciteit is hier ook geen sprake.
1.3.2.2 Parapluplan kamerbewoning Dit parapluplan voorziet in één eenduidige regeling voor het toestaan van kamerbewoning aan maximaal twee personen met betrekking tot de bestemming wonen voor alle digitale bestemmingsplannen binnen onderhavig plangebied om zo meer grip te krijgen op overbewoning en daarmee op de leefbaarheid in de wijken. Hiermee wordt beoogd om één uniforme regeling op te nemen voor de gehele gemeente Venlo. Voor die regeling worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. In plannen waarin expliciet een regeling ten aanzien van kamerbewoning is opgenomen voor maximaal 4 kamers, 4 personen, dan wel 4 huishoudens, is deze regeling beperkt tot maximaal 2 personen per woning, naast de bewoning door de rechthebbende (eigenaar/hospita). Dit geldt zowel voor woonbestemmingen als bredere bestemmingen, zoals centrum- en gemengde bestemmingen.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 7
b. Bestaande, legale situaties waarin kamerbewoning plaatsvindt door meer dan 2 personen zijn gerespecteerd. Aan de term 'bestaand' is als peildatum het moment van inwerkingtreding van dit parapluplan gekoppeld. Onder 'legaal' wordt verstaan: overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan, dan wel op basis van een daartoe strekkende omgevingsvergunning. c. Aan bestemmingsplannen waarin geen expliciete regeling voor kamerbewoning is opgenomen binnen de woonbestemming, maar die dat impliciet wel mogelijk maakten door 'wonen' in algemene zin toe te staan, is nu wel een expliciete regeling toegevoegd (tot maximaal 2 personen). Dat geldt ook voor andere bestemmingen, waarbinnen woningen zijn toegestaan, voor zover geen sprake is van een bedrijfswoning, woonwagen of en woning op een bedrijventerrein. d. In plannen waarin een expliciet verbod op kamerbewoning is opgenomen blijft kamerbewoning uitgesloten. In die plangebieden kan altijd met een omgevingsvergunning alsnog kamerbewoning worden toegestaan, mits wordt voldaan aan het actuele beleid.
Binnen onderhavig bestemmingsplan is binnen de bestemming Wonen kamerbewoning beperkt tot maximaal 2 personen.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit de volgende delen. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een beschrijving van het plangebied. In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het geldende ruimtelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de te regelen ruimtelijke ontwikkeling zelf. Vervolgens geeft hoofdstuk 5 inzicht in de relevante milieu-planologische aspecten. De uitvoerbaarheid is neergelegd in hoofdstuk 6 en ten slotte de juridische toelichting in hoofdstuk 7.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 8
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied 2.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt de ligging van het plangebied op gemeentelijk niveau en de feitelijke situatie van het plangebied beschreven. Ook wordt er ingegaan op de aanwezige ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied en omgeving.
2.2
Ruimtelijke en functionele structuur
De onbebouwde locatie aan het Antoniusplein (ong.) te Lomm ligt op de overgang naar het buitengebied, maar binnen de kern van Lomm, ten westen van de Rijksstraatweg (N271). De achterzijde van het perceel ziet over agrarische gronden uit op de Rijksstraatweg. Het plangebied wordt aan drie zijden omringd door reguliere woonfuncties; her en der wordt een aan huis verbonden beroep of bedrijf uitgeoefend. Meer ten noorden en noordwesten ligt het agrarische gebied met nog een enkel agrarisch bedrijf. Aan de westzijde is de Maas gelegen.
De bestaande toestand (met dien verstande dat de twee kippenschuurtjes/schuilgelegenheden al zijn gesloopt) van het plangebied is als volgt:
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 9
Figuur 3: bestaande situatie plangebied
Op onderstaande luchtfoto is de huidige bebouwingssituatie te zien.
Figuur 4: Luchtfoto
Als gevolg van onderhavig plan zal de bestaande structuur in essentie niet wijzigen, maar zal een open ruimte in het bestaande bebouwingslint worden opgevuld, waardoor de noordelijke afronding van de kern Lomm wordt gerealiseerd.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 0
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een beeld van de randvoorwaarden die vanuit het beleid gelden betreffende onderhavige ontwikkeling. De beleidskaders zijn op verschillende schaalniveaus beschreven. Aan bod komen het rijks-, provinciaal - en het gemeentelijk beleid.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die ruimte geef aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo ontstaat er ruimte voor maatwerk en ontwikkelingen van burgers en bedrijven. In deze structuurvisie schetst het Rijk ambities voor Nederland in 2040: een visie hoe Nederland er in 2040 voor moet staan. Deze structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vormt de 'kapstok' voor bestaand en nieuw rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Het Rijk is verantwoordelijk voor een goed systeem van ruimtelijke ordening inclusief zorgvuldige, transparante ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe ontwikkelingen, aanleg en herstructurering moet in elk geval aandacht zijn voor de gevolgen voor de waterhuishouding, het milieu en het cultureel erfgoed. Deze aspecten zullen in paragraaf 5.3, respectievelijk paragraaf 5.2 en 5.7 aan de orde komen.
Onderhavig plan heeft geen invloed op de beschreven doelen die het Rijk nastreeft. De beoogde ontwikkeling heeft een te kleinschalig karakter om hier effect op te hebben.
3.2.2
Ladder duurzame verstedelijking
Op 1 juli 2017 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak dat: 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 1
In casu is er slechts sprake van de toevoeging van twee woningen binnen het bestaand bebouwd gebied hetgeen geen stedelijke ontwikkeling betreft; daarom is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing.
3.2.3
Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro en Rarro)
In het Barro zijn een aantal onderwerpen opgenomen waarvoor het rijk uit het oogpunt van de nationale belangen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ruimtelijke regels stelt: rond rijksvaarwegen wordt ruimte geborgd voor de veiligheid van scheepvaart; rond de Maastakken wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige rivierverruiming; rond verschillende hoofdwegen en op enkele locaties wordt ruimte gereserveerd voor toekomstige uitbreiding van het hoofdwegennet en hoofdspoorwegennet; op verschillende locaties wordt ruimte gereserveerd voor (kern)energiecentrales en zones onder hoogspanningsverbindingen worden gevrijwaard; de provincies wordt opgedragen de ecologische hoofdstructuur te beschermen; primaire waterkeringen buiten het kustfundament krijgen ruimtelijke bescherming; in het IJsselmeer wordt verstedelijkingsruimte beperkt mogelijk gemaakt; het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes worden ruimtelijk beschermd; rond militaire radarposten worden voorwaarden gesteld aan windmolens en hoge bebouwing. Voor een aantal van de genoemde Barro-onderwerpen, waaronder de uitbreiding van het hoofdwegennet, het hoofdspoorwegennet en de militaire radars, geldt dat de regels worden uitgewerkt in de Rarro.
Op onderhavig project werken geen van de in het Barro genoemde rijksbelangen rechtstreeks door.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Provinciale Omgevingsvisie Limburg
De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast worden ook de aspecten gezondheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. In de Omgevingsverordening legt de Provincie regels vast voor onder meer natuur, milieu, (grond-)water, ontgronding, wegen, ruimte (verstedelijking, woon- en werklocaties, agrarische bedrijven). De Omgevingsvisie en het ontwerp van de bijbehorende Omgevingsverordening zijn in augustus 2020 ter inzage gelegd en de Omgevingsvisie is in oktober 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. Met betrekking tot het aspect Wonen is de volgende ambitie in de Omgevingsvisie neergelegd: Omdat de woonbehoeften veranderen, maar ook omdat er lokale en regionale verschillen zijn in
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 2
de opgaven ten aanzien van wonen en leefomgeving, zijn deze meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Vanuit de wetgever is onze provinciale rol wat betreft dit thema beperkt. Vanwege het brede maatschappelijke belang van de opgave kiest de provincie voor een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. Wij bekijken woningbouwontwikkelingen vanuit een brede maatschappelijke context. Dit vraagt een integrale aanpak van locaties en gebieden in de vorm van herstructurering en transformatie/herbestemming in centra, buurten, wijken, dorpen en het buitengebied. Bij onze keuzes houden we rekening met samen- hangende belangen zoals leegstand bij detailhandel, kantoren, maatschappelijk vastgoed, monumenten, etc. Daarnaast bezien we de woningopgave altijd in samenhang met veiligheid en leefbaarheid. Met het stimuleren van de verduurzamingsopgave en het levensloopbestendig maken van bestaande en nieuwe woningen zien wij meekoppelkansen voor een klimaatbestendige en klimaat- adaptieve woonomgeving. We vinden het belangrijk dat eerst de kwaliteit van het feitelijk bestaand bebouwd gebied op orde wordt gemaakt. Via het principe van de Ladder voor duurzame verstedelijking benutten we de ruimte in bestaand bebouwd gebied optimaal, zowel kwantitatief als kwalitatief.
Dat betekent dat eerst leegstaand vastgoed hergebruikt en herbestemd wordt in lijn met de Limburgse principes. Daarvoor werken we samen met andere beleidsvelden. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van flexibele woonvormen. Tijdelijk permanente bewoning toestaan in recreatieparken voor de huisvesting van internationale werknemers en/of woonurgenten voor de duur van maximaal tien jaar en onder (nader te bepalen) voorwaarden als verdienmodel voor toekomstige herontwikkeling of sanering van het park, of het herbestemmen van monumentale bebouwing in het buitengebied zijn hiervan voorbeelden .
In beginsel past het initiatief binnen het stedelijke gebied van Lomm en de bestemmingsplantechnische kern (centrumdorp), door gebruikmaking van de mogelijkheden zoals beschreven in de gemeentelijke visies en binnen het provinciale beleid, althans het is niet strijdig met de provinciale ambities in ruime zin, mits hier een ruimtelijke kwaliteitsverbetering (kwaliteitsbijdrage) tegenover staat. In paragraaf 3.5 van deze plantoelichting wordt weergegeven welke omvang deze kwaliteitsbijdrage heeft.
3.3.2
Omgevingsverordening Limburg
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Hoewel de op 17 december 2021 vastgestelde Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Artikel 12.1 van de omgevingsverordening heeft betrekking op de planvoorraad 'wonen'. Hierin is bepaald dat de motivering bij een omgevingsplan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 3
b. sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk regionaal behoefteonderzoek; c. over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in afdeling 14.5; e. realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Het plangebied is gelegen binnen de aanduiding 'Buitengebied' (in de Omgevingsverordening 2014 was dit de aanduiding 'Landelijk gebied'). Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bestaand bebouwd gebied. Gelet op de vigerende bestemming Wonen binnen het geldende bestemmingsplan Lomm en de stedenbouwkundig inpassing binnen het direct omliggende bebouwd gebied, acht de provincie Limburg bebouwing op deze, aan drie zijden door woonbebouwing omsloten, inbreidingslocatie niet bezwaarlijk.
Het plangebied is verder gelegen binnen de boringsvrije zone van de Venloschol. Hoofdstuk 4 van de Provinciale Omgevingsverordening bepaalt hierover het volgende: Het is in het gebied Venloschol beneden 5 meter boven NAP verboden: a. een boorput te maken of te hebben; b. de grond te roeren; c. een gesloten bodemenergiesysteem te maken of te hebben; d. werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten; e. een aardwarmtesysteem te maken of te hebben.
Zoals in paragraaf 4.3 (Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024) van onderhavige plantoelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte (er melden zich serieuze kopers) en worden woningen toegevoegd die qua kwaliteit, duurzaamheid, woningomvang en perceelsomvang beantwoorden aan een feitelijk aanwezige behoefte en tevens qua prijzen marktconform zijn. Het boren tot deze diepte maakt geen deel uit van deredelijkerwijs te verwachten activiteiten binnen het plangebied; mocht hiervan in de toekomst ooit sprake zijn, dan hebben de regels uit de Provinciale Omgevingsverordening rechtstreekse werking. Voor het plangebied kent de Verordening geen verdere beperkingen. Het project is dan ook niet strijdig met de Provinciale Omgevingsverordening Limburg.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 4
3.4
Regionaal beleid
3.4.1
Regionale Woonvisie Noord-Limburg
Op 8 september 2020 heeft de gemeente Horst aan de Maas de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie? En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Het 'wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In het hoofdstuk 'analyse: trends en ontwikkelingen' wordt aangegeven wat de huishoudensontwikkeling is. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Prognoses geven een handvat om in te spelen op de toekomstige ontwikkeling van onze bevolking. Hierbij gaat het zeker niet alleen om aantallen, maar ook om de samenstelling van onze bevolking. Uit de analyse die inzicht geeft in de sterke en zwakke segmenten van de woningvoorraad, blijkt dat de aandacht met name moet uitgaan naar de bestaande voorraad. Ook zijn allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt, beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg.
Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad: Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. Er wordt geconstateerd dat de samenstelling van onze bevolking verandert. Men wordt ouder en er is een grote toename van het aantal 1-persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in de bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die wordt toegevoegd dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij wordt nog meer dan voorheen gekeken naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt: In onze regio komen verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers die zich hier voor langere tijd willen vestigen. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen.
Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee.
Toets aan regionale Woonvisie: De uitgangspunten van deze woonvisie betreffen: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen Koppelkansen Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 5
We streven sociaal duurzame woonconcepten na We zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn. In onderhavig plan gaat het om de ontwikkeling van twee woningen, binnen het gebied waarop de Regionale Woonvisie Noord-Limburg van toepassing is. Er is daarmee sprake van een transformatie binnen een kleine kern en een beperkte toename van het aantal woningen, waarmee de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de Regionale Woonvisie Noord-Limburg.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Strategische Visie Venlo 2040
In de nieuwe strategische visie- zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om onze voorzieningen in stand te houden, om onze economie draaiende te houden. Met betrekking tot nieuwe woningbouwprojecten zegt de visie het volgende:
Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van de economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningenvervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer.
De voorgenomen ontwikkeling van twee nieuwe woningen op een inbreidingslocatie binnen het bestaand bebouwd gebied cq de bebouwde kom, draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat. Het plan is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2040.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 6
3.5.2
Ruimtelijke Structuurvisie 2014
Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht.
Naast deze majeure opgaven wordt er uitgegaan van drie basisprincipes. Dit betekent dat een initiatief als kansrijk wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. De uitbreidingsruimte van het stedelijk weefsel van stad en dorpen is begrensd door er een 'contour' omheen te trekken. Hierbuiten worden in principe geen stedelijke functies meer toegestaan. De contouren vormen de overgangen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Deze contouren zijn stadsrandzones waarin de overgang van bebouwd gebied naar het (open) landschap wordt vormgegeven. Op veel plekken rondom het stedelijk gebied is er sprake van een logische begrenzing. Indien de cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied een verdere verdichting van het landschap niet toelaten of verdragen, zijn deze gebieden buiten de contour gelaten. In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid.
In de structuurvisie is het plangebied gelegen binnen de contour van het stedelijk/dorpsgebied (zoals is te zien op de kaart: 'Ruimte in de stad'). Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling | bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 7
binnen het bestaande bebouwde gebied, waarbij een onbebouwde locatie wordt ingezet als inbreidingslocatie. Het initiatief draagt hierdoor bij aan de doelstelling om de bestaande ruimte in het stedelijk gebied zorgvuldig en maximaal te benutten. Hiermee past het initiatief binnen de beleidsuitgangspunten van de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo.
3.5.3
Woonvisie 2021-2026
Op 29 september 2021 heeft de gemeenteraad van Venlo de Woonvisie 2021-2026 vastgesteld. In de woonvisie staan de prioriteiten van het lokale woonbeleid beschreven voor de periode 2021-2026 met een doorkijk naar de jaren daarna, hetgeen een uitwerking betreft op basis van de afspraken uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg. Met het vaststellen van de woonvisie worden de randvoorwaarden geschept om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad. Om dit te bewerkstelligen wordt gewerkt met drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt: 1. Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgaven om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio. En wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties. 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad.
In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. 3. Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden.
Bij deze hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd. Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten.
Onderhavig plangebied is gelegen in de noordelijke afronding van de kern Lomm, waar ingezet wordt op het begeleiden van de ontwikkelingen met betrekking tot vergrijzing en ontgroening
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 8
door de sociale cohesie te versterken zodat de kwaliteit van wonen geborgd blijft binnen het karakter van het dorp. Daarbij blijft ruimte om woningen te ontwikkelen wanneer er een lokale behoefte bestaat. Hierbij ligt de focus op het toevoegen van kwaliteit en diversiteit aan de woningvoorraad en het onttrekken van woningen met een lage toekomstwaarde. Het project ziet op de ontwikkeling van twee woningen voor een lokale behoefte, waarmee kwaliteit wordt toegevoegd aan de woningvoorraad. De ontwikkeling past hiermee binnen het lokale woonbeleid zoals beschreven in de Woonvisie 2021-2026.
3.5.4
Dynamische Woningbouwprogrammering
De “Uitgangspunten dynamische woningbouwprogrammering” zijn op 26 april 2011 vastgesteld, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg en de Strategische Visie 2030. De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven), te weten: de mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt:
Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, waarop een omgevingsvergunning rust of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering.
Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een collegebesluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft om nog te sturen in programma en fasering. Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie.
Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. De gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering.
Het aan de orde zijnd project voor de bouw van twee woningen valt in deze programmering onder categorie 3 ('ontwikkellocatie'). In 2019 heeft initiatiefnemer een principeverzoek ingediend om op het perceel gelegenaan het Antoniusplein te Lomm twee woonkavels te
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 1 9
ontwikkelen. Hierop is van het college een positief principebesluit ontvangen op basis waarvan voor deze locatie nu de bestemmingsplanprocedure opgestart is.
3.5.5
Bestemmingsplan
De locatie aan het Antoniusplein is gelegen binnen het bestemmingsplan Lomm Belfeld (vastgesteld op 20 juli 2009) en heeft hierin de bestemming Wonen (deels met bouwvlak ten behoeve van vrijstaande woningen) en de dubbelbestemming Waarde - Archeologie gekregen; het oprichten van nieuwe woningen is hier echter niet toegestaan. Het bestemmingsplan kent ook geen toereikende afwijkings- of wijzigingsregels. Onderstaand is de verbeelding behorende bij voornoemd plan, ter plaatse van het Antoniusplein ongenummerd, weergegeven.
Figuur 6: Uitsnede vigerende bestemmingsplan
Omdat binnen de regels van het vigerende planologische regime de gewenste woningen niet gerealiseerd kunnen worden, dient voor deze locatie een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld, dat voorziet in een adequate planologisch-juridische regeling voor het project.
Zoals in paragraaf 1.3 reeds is aangegeven zijn op 25 november 2020 nog twee paraplubestemmingsplannen vastgesteld. Het betreft: 1. Parapluplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen 2. Parapluplan kamerbewoning.
3.6
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat de gevraagde ontwikkeling voldoet aan het nationaal beleid, provinciaal beleid en het gemeentelijk beleid voor wat betreft de structuurvisie (zowel gemeentelijke als de door de gemeenteraad vastgestelde regionale structuurvisie).
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 0
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
Initiatiefnemer is voornemens om de locatie gelegen aan het Antoniusplein te Lomm in de verkoop te brengen als twee bouwkavels voor de realisatie van één vrijstaande woning per bouwkavel. Het perceel is kadastraal bekend gemeente Arcen en Velden, sectie F, nr. 1060 en 1383 (ged.) en ligt in de noordelijke rand van de kern Lomm, tegen het buitengebied aan en ten westen van de Rijksstraatweg. Het plangebied heeft een omvang van circa 2500 m2. Op onderstaande uitsnede van de kadastrale situatie is de begrenzing van het plangebied rood omkaderd.
Figuur 7: kadastraal perceel / begrenzing plangebied
Initiatiefnemer wil de beide onbebouwde kavels na bestemmingswijziging als bouwkavels op de markt brengen.
4.2
Stedenbouwkundige/ruimtelijke aspecten
Bouwtekeningen voor de nieuwe woningen zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet één specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwmogelijkheid aan de locatie toegekend, waarbij met de bestaande bebouwing in de directe omgeving rekening is gehouden. De nieuwe bestemming 'Wonen' kan op deze locatie worden ingevuld met een woning en bijbehorende bouwwerken, zolang deze voldoen aan de bepalingen uit de planregels.
Voor het bepalen van de stedenbouwkundige inpassing zijn door het bevoegd gezag uitgangspunten bepaald. Aan de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden moet worden voldaan:
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 1
Perceel De percelen hebben een frontbreedte van minimaal 20 meter; De perceeldelen achter Antoniusplein 11A behouden hun open en agrarische inrichting; De percelen krijgen een groene natuurlijke erfafscheiding aan de zijde van de Rijksstraatweg, omdat dit aanzicht beeldbepalend is voor de groene entree van Lomm; Het bebouwingspercentage van het bouwperceel mag niet meer dan 50% bedragen. Hoofdgebouw Hoofdgebouw dient binnen bouwvlak te worden gebouwd; De voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw ligt minimaal 7 meter en maximaal 10 meter uit de voorste perceelgrens; De diepte van het hoofdgebouw met een aan de achtergevel aangebouwde aanbouw en/of aangebouwd bijgebouw mag niet meer dan 14 m bedragen; De goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen; Het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; De dakhelling mag niet minder dan 30° en niet meer dan 60° bedragen; De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder dan 3 m bedragen. Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevelrooilijn van het hoofdgebouw te worden gebouwd; Er mag slechts aan één zijde tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. De afstand tot de overige zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m dient.
Achter de achtergevel van het hoofdgebouw mogen bijgebouwen tot in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; De goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 3,30 meter bedragen en de nokhoogte mag maximaal 6 meter bedragen; De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 90 m2. Voor het overige kan aangesloten worden bij de (bouw)regels van het bestemmingsplan Kern Lomm, deze zijn aanvullend op de specifieke randvoorwaarden genoemd onder 'stedenbouwkundige randvoorwaarden'.
Op onderstaande afbeelding is de mogelijke indeling van beide bouwkavels te zien; deze afbeelding is leidend voor de op de verbeelding opgenomen bouwvlakken waarbinnen de woningen dienen te worden gerealiseerd.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 2
Figuur 8: verdeling plangebied in twee bouwkavels met positioneringfootprintwoningen
4.3
Landschappelijke inpassing en water
Voor het plangebied aan het Antoniusplein is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat als bijlage bij de planstukken is gevoegd en als voorwaardelijke verplichting is gekoppeld aan de planregels. De visie is om met de twee nieuwe woningen een bijdrage te leveren qua inpassing aan een groene landelijke dorpsrand. Op de locatie zal de bestaande pruimenboom verdwijnen en plaats maken voor de twee nieuwe woonkavels. Een compacte bouw samen met beukenhagen aan de voorzijde en zijkant en aan de achterzijde gemengde hagen. De achterzijde een stevige brede struikenhaag en de overige hagen alle een afgestemde hoogte, waardoor er privacy ontstaat en je vanuit huis zicht hebt op de omgeving. In deze hagen aan de achterzijde en straat- en zijkant worden enkele erfbomen toegevoegd, waarmee het een mooi groen kader heeft. Binnen het tuindeel en de hagen tussen de woningen is het aan de bewoners zelf om te bezien of hier nog meer bomen toegevoegd kunnen worden. Met de hagen en de bomen rond de twee kavels ontstaat er een rustieke aanblik vanuit alle zijden. Het achterliggende gebied was oorspronkelijk een kleinschaliger gebied en met bij de bebouwing een haag en hoogstamweide. Van de oude meidoornhaag staat er nog een deel dat wordt opgenomen in de nieuwe haagstructuur.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 3
Deze elementen komen op dit achtergebied terug en versterken de kleinschaligheid en met de hoogstam en de gemengde haag worden de minder fraaie aanzichten met groen verfraaid waardoor er een landelijke halfopen dorpsrand ontstaat. Door de laan langs de Rijksweg weer in ere te herstellen met enkele bomen, is dit een zeer mooie aanvulling en draagt ook bij aan een aantrekkelijke inkom van het dorp. Alles bij elkaar een mooi geheel door de omkaderde erven en met de aanleg van enkele landschapselementen in de omgeving een mooie impuls cultuurlandschap, dat bijdraagt aan een mooie groene en rustieke entree van het dorp. Ook qua beheer is er een opsplitsing van intensief (tuinen) naar meer extensief in het achter gebied, waarmee het onderhoud te overzien is en het een leuke meerwaarde vormt ten behoeve van de biodiversiteit. Met het juiste beheer vormt het een oase voor vele flora en fauna.
Figuur 8a: landschappelijke inpassing
De aangegeven soorten (ook de aanbevolen), de plantmaten, aantallen en aangegeven locaties zijn leidend bij de realisatie van het landschappelijk inpassingsplan. De aanplant dient binnen anderhalf jaar na het onherroepelijk zijn van de omgevingsvergunning gerealiseerd te zijn en de aanplant dient in standgehouden te worden.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 4
Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende sectorale aspecten (o.a. milieu, veiligheid, water, natuur en archeologie) het initiatief getoetst of men zal voldoen aan de criteria van deze aspecten.
5.1.1
Milieueffectrapportage
Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit dat wordt genoemd in kolom 1 en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen.
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
Activiteiten
Gevallen
Plannen
Besluiten
De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de D 1 bouw van winkelcentra 1.2 of parkeerterreinen.
De structuurvisie, De vaststelling van In gevallen waarin de het plan, bedoeld in bedoeld in de activiteit betrekking artikelen 2.1, 2.2 en artikel 3.6, eerste heeft op: lid, onderdelen a en 1°. een oppervlakte van 2.3 van de Wet b, van de Wet ruimtelijke 100 hectare of meer, ruimtelijke 2°. een aaneengesloten ordening, en het ordening dan wel bij gebied en 2000 of meer plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste het ontbreken woningen omvat, of daarvan van het lid, van die wet. 3°. een plan, bedoeld in bedrijfsvloeroppervlakt artikel 3.1, eerste e van 200.000 m2 of lid, van die wet. meer.
Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.
Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2000 of meer woningen'. In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de bouw van twee woningen zonder enige andere ontwikkeling valt niet binnen de definitie van kolom 1, 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij de drempelwaarde van 2000 woningen of 100 ha (kolom 2) wordt overschreden.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 5
5.2
Milieuaspecten
5.2.1
Bodem- en grondwaterkwaliteit
In het kader van het onderhavige plan word binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van twee woningen. Voordat door middel van een omgevingsvergunning nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Op 26 oktober 2020 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy BV (rapportage is als bijlage aan de planstukken toegevoegd). Op basis van het vooronderzoek is het volgende geconcludeerd: 'Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht, niet lijnvormig" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. Plaatselijk worden bijmenging met grind of leem aangetroffen. De bovengrond is ter plaatse van boringen 03 en 10 zwak koolashoudend. Daarnaast is de bovengrond ter plaatse van boring 10 zwak aardewerkhoudend en ter plaatse van boring 08 zwak glashoudend. Voor het overige zijn geen bodemvreemde materialen aangetroffen.
Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. De bovengrond ter plaatse van boring 03 is sterk verontreinigd met koper en ter plaatse van boringen 03 en 10 licht verontreinigd met cadmium, lood en zink. In de zintuiglijk schone bovengrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Het grondwater is licht verontreinigd met koper. Een relatie met de sterke koperverontreiniging ter plaatse van boring 03 kan niet direct worden gelegd aangezien de peilbuis niet nabij of benedenstrooms van boring 03 is gepositioneerd.
Conclusie en advies De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht, niet lijnvormig" kan worden beschouwd wordt, op basis van de lichte en sterke verontreinigingen, verworpen. Aangezien sprake is van een sterke verontreiniging met koper in de bovengrond ter plaatse van boring 03, waarvan de omvang niet bekend is, kan niet worden uitgesloten dat er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor het toekomstig gebruik. Econsultancy adviseert dan ook een nader onderzoek te laten instellen naar de aard en de
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 6
omvang van de geconstateerde sterke verontreiniging met koper, ter plaatse van boring 03.'
Het nader bodemonderzoek (eveneens integraal als bijlage toegevoegd) heeft plaatsgevonden op 27 december 2021. 'Op basis van de aanvullende informatie wordt de voormalige stookplaats, waar 50-60 jaar geleden eenmalig koperdraad is verbrand als waarschijnlijke bron aangewezen. Op basis van deze informatie wordt verwacht dat het handelt om een puntbron van geringe omvang. De bovengrond bestaat voornamelijk uit zwak humeus, matig siltig, matig fijn zand. De ondergrond bestaat uit zwak humeus, matig siltig, matig fijn tot matig grof zand. De ondergrond ter plaatse van boring 104 is zwak oerhoudend. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin(resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Bij de monstername is specifiek gelet op de aanwezigheid van verbrandingsresten en koperdraad. Deze zijn echter niet waargenomen. Ondanks het feit dat er bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden geen verbrandingsresten zijn waargenomen, is, gelet op de historie, niet uitgesloten dat er bij graafwerkzaamheden ter plaatse van de stookplaats verbrandingsresten worden aangetroffen in de bovengrond. Op basis van analyseresultaten en de zintuiglijke waarnemingen wordt de sterke koperverontreiniging in de grond als voldoende afgeperkt beschouwd.
De sterke koperverontreiniging in de grond bevindt zich in de kern van de verontreiniging vanaf het maaiveld tot 0,2 m -mv. De totale omvang van de sterke koperverontreiniging op de locatie bedraagt maximaal 10 m3 (50 m2 x 0,2 m1). Uitgaande van de mate en het volume van de geconstateerde verontreinigingen (minder dan 25 m³ sterk verontreinigde grond), wordt gesteld dat het hier, in het kader van de Wet bodembescherming, een geval van niet ernstige bodemverontreiniging betreft. Voor graafwerkzaamheden ter plaatse van de sterk met koper verontreinigde grond dient een Plan van Aanpak te worden opgesteld, dat 10 werkdagen voor aanvang van de werkzaamheden ter goedkeuring ingediend moet worden bij het bevoegd gezag, in dezen de Toezichthouder Bodem van de gemeente Venlo. Algemeen Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.'
Deze conclusie zal nu gevolgd gaan worden door het opstellen van een plan van aanpak.
5.2.2
Geluid
Wegverkeerslawaai
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 7
De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken. Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). De Rijksstraatweg en een deel van het Antoniusplein zijn wegen waarop een snelheidsregime geldt van 80 resp. 60 km/uur. Het plangebied ligt binnen de geluidszone van beide wegen. Op28 augustus 2020 is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door K-Plus (rapportage is als bijlage aan de planstukken toegevoegd). Op basis hiervan is het volgende geconcludeerd: 'Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de Rijksstraatweg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het Antoniusplein tevens opgenomen in het akoestisch onderzoek.
Wet geluidhinder; Rijksstraatweg - De geluidbelasting ten gevolge van de Rijksstraatweg (N271) is maximaal 46 dB, incl. aftrek artikel 110g. De waarde ligt onder de voorkeursgrenswaarde waardoor geen hogere waarde ten aanzien van deze weg hoeft te worden aangevraagd. De Wet geluidhinder legt ten gevolge van deze weg geen restricties op aan het plan. - Uit de resultaten blijkt dat het uitgaan van glad asfalt geen nadelige gevolgen heeft voor de toetsing in het kader van de Wet geluidhinder. Niet gezoneerde weg; Antoniusplein - Op het Antoniusplein is sprake van een 30 km/h zone, zodat niet hoeft te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de weg wel meegenomen en zijn de optredende gevelbelastingen beschouwd volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. - De voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden, zou getoetst worden aan de Wet geluidhinder. De geluidbelasting is ten hoogste 37 dB (excl. art. 110g Wgh). Zou de aftrek gehanteerd mogen worden is de belasting 32 dB (incl. art. 110g), waarmee deze waarde onder de voorkeursgrenswaarde ligt. - Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat'
Het aspect wegverkeerslawaai staat dus niet aan de toevoeging van 2 woningen in de weg.
Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn Venlo-Oostrum bevindt zich op een afstand van ruim 3 km ten westen van het plangebied en vormt hierdoor geen belemmering voor onderhavig plan.
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 8
Industrielawaai Het plangebied is buiten de geluidszone industrielawaai van het bedrijventerrein Spikweien gelegen. De ligging van de nieuw te realiseren woningen buiten de geluidszone industrielawaai is dan ook niet belemmerend voor de bedrijvigheid op het bedrijventerrein.
5.2.3
Luchtkwaliteit
Kleine en grote projecten De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.
Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. inrichtingen 2. infrastructuur 3. kantoorlocaties 4. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project is met twee nieuwe woningen aan het Antoniusplein dusdanig beperkt van omvang dat de conclusie kan worden getrokken dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tevens bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van een nieuwe woning (goed woonen leefklimaat). Op de grootschalige concentratiekaarten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) was de concentratie Pm10 ter plaatse in 2017 18-19 ug/m3, en was de concentratie NO2 ter plaatse in 2017 18-20 ug/m3. De actuele metingen tonen dat de
| bestemmingsplan Antoniusplein Lomm | status: vastgesteld |
Pagina | 2 9
actuele luchtkwaliteit als 'goed' kan worden gekwalificeerd. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse daarom zodanig dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.