CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

061 Bijl04 Bijlagen bij regels en toelichting bestemmingsplan 'De Beeretweg ong. Venlo'.pdf

Raadsvergadering 22 mei 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 6.9: RV061 Bestemmingsplan De Beeretweg ong. Venlo16.225 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

2

4.

Vooronderzoek ................................................................................9

Pagina

3.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5.

Conclusie en aanbevelingen .................................................................... 14 5.1 Soorten Vogelrichtlijn ......................................................................... 14 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten .............................................. 14 5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) ....................... 14 5.1.3 Algemene broedvogels .................................................................... 14 5.2 Soorten Habitatrichtlijn ....................................................................... 15 5.2.1 Vleermuizen ................................................................................ 15 5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten ......................................................... 15 5.3 Nationaal beschermde soorten .............................................................. 15 5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen ................................................... 15

3

Conclusie .......................................................................................... 16

Pagina

6.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

1. Inleiding Aanleiding. Op verzoek Reland Adviseurs B.V., is op donderdag 2 juni 2022, een quickscan uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. De ecologische quickscan bestaat uit een veldonderzoek op locatie en bijbehorende verslaglegging. Doel. Doel van deze quickscan is het verkrijgen van informatie over de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en dan voornamelijk de aanwezigheid van tijdelijke of vaste rust- en verblijfplaatsen. Deze informatie is nodig ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling aan De Beeretweg ong. te Venlo. De werkzaamheden betreffen het bouwrijp maken van de kavels voor de bouw van één á twee woningen. Hierbij worden bestaande beplantingen en een aantal kleine bouwwerken verwijderd. In- en nabij de bestaande beplantingen, bouwwerken en aangrenzende bebouwingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot een overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna.

Pagina

4

De quickscan richt zich op het verkrijgen van een geïnformeerd beeld van de mogelijke consequenties vanuit de natuurwetgeving en –beleid. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

2. Toelichting onderzoekskader 2.1 Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

2.1.3 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod.

2.2 Verordening ruimte

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Naast de drie gebieden, kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

5

In de Verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). In Limburg de goudgroene natuurzone, bronsgroene landschapszone of het Nationaal Landschap Zuid-Limburg genaamd. genaamd. De gebieden worden beschermd via het planologisch kader. Dit alles is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid van de goudgroene natuurzone kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van de goudgroene natuurzone.

Pagina

6

Tabel 1. Soortenbescherming en verbodsbepalingen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

3. Omschrijving plangebied 3.1 Algemeen Het plangebied is gelegen ten zuidwesten van het centrum van Venlo., in de gemeente Venlo, liggende in de provincie Limburg (zie afbeelding 1). Het plangebied / onderzochte gronden betreffen braakliggende kavels met een bijgebouw en diverse begroeiingen op- en nabij de kavel. Het gaat hierbij om bomen, hagen en kruidachtige begroeiingen. Direct grenzend aan de kavels zijn bebouwingen aanwezig.

Afbeelding 1: De locatie waar de werkzaamheden plaats gaan vinden, globaal binnen de rode cirkel. Bron: Kadviewer, datum: 15-06-2022

Afbeelding 2: De kavels waarbinnen de werkzaamheden plaats gaan vinden, binnen de rode lijnen. Bron: Kadviewer, datum: 15-06-2021 Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

7

Tijdens het veldbezoek is een quickscan uitgevoerd op de projectlocatie en is gezocht naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna en de daarbij behorende vaste rust- en verblijfplaatsen. De locatie, welke bezocht en onderzocht is, staat afgebeeld in afbeelding 2 binnen de rode lijn.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling De werkzaamheden betreffen het bouwrijp maken van de kavels voor de bouw van één á twee woningen. Hierbij worden bestaande beplantingen en een aantal kleine bouwwerken verwijderd. In- en nabij de bestaande beplantingen, bouwwerken en aangrenzende bebouwingen kunnen beschermde soorten flora en fauna voorkomen welke negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

3.2.1 Bebouwingen Op kavel 7063 zijn restanten van een bijgebouw aanwezig (zie afbeelding 3 en 4). Beoordeeld moet worden of beschermde soorten deze overblijfselen van het bijgebouw nog kunnen gebruiken als vaste rust- en verblijfplaats.

Afbeelding 3 en 4: de restanten van het bijgebouw op de kavel. Bron: BNL advies, datum: 02-06-2022

3.2.2 Beplantingen Op de kavels en kavelgrenzen zijn diverse beplantingen te vinden in de vorm van bomen, hagen, heesters en kruidachtige begroeiing (zie afbeelding 5 en 6). De kavels en begroeiingen dienen gecontroleerd te worden op aanwezige beschermde soorten flora en fauna.

Afbeelding 5 en 6: De aanwezige beplantingen op de kavels welke (deels) verwijderd gaan worden en bezocht en onderzocht zijn op de aanwezigheid van beschermde soorten fauna. Bron: BNL advies, datum: 02-06-2022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

8

3.2.3 Aangrenzende bebouwingen Aangrenzend aan de te ontwikkelen kavels is diverse bebouwing aanwezig. Gecontroleerd moet worden of in / nabij deze bebouwingen mogelijke vaste- rust en verblijfplaatsen bevinden. Beoordeeld moet worden of beschermde soorten in- en nabij de bestaande bebouwingen, negatieve effecten ondervinden van de geplande ontwikkelingen.

Afbeelding 7 en 8: De aangrenzende bebouwingen aan de te ontwikkelen kavels. Bron: BNL advies, datum: 02-06-2022

3.3 Vooronderzoek Voorafgaand aan het bezoek op de projectlocatie is de NDFF geraadpleegd om te bekijken welke soorten aanwezig zijn in het gebied, om daarop de quickscan aan te passen. De projectlocatie valt binnen het kilometerhok 206-374 Het belangrijkste wat opviel is dat in de directe omgeving (atlasblok van 5x5 km) diverse beschermde soorten flora en fauna voorkomen. Beoordeeld moet worden door middel van een veldbezoek of beschermde soorten ook mogelijk gebruik maken van het gebied/ aanwezig zijn in het gebied.

Pagina

9

Gezien de ligging van het perceel, was het dus belangrijk om het gebied goed te inventariseren op beschermde vaatplanten/ groeilocaties, aanwezige holtes / mogelijke verblijfplaatsen, voortplantings-, en nestlocaties van zoogdieren en vogelsoorten.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

10

Tabel 2. Mogelijk aanwezige zoogdieren binnen het projectgebied, Bron: NDFF

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

4. Onderzoeksresultaten beschermde soorten 4.1 Algemeen De kavel en omliggende gronden zijn op donderdag 2 juni 2022 visueel geïnspecteerd en gecontroleerd op de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten of de nesten/ verblijfslocaties daarvan. Waar tijdens de quickscan vooral op gelet/ naar gezocht is zijn de volgende soorten:     

Nesten in bomen/ beplantingen van vogels in de directe omgeving van het projectgebied Holtes en spleten/ scheuren in bomen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Holtes en spleten/ scheuren in bebouwingen welke door vogels en vleermuizen gebruikt worden Mogelijke verblijfplaatsen en holen van marterachtigen Groeiplaatsen van beschermde soorten flora

4.2 Soorten vogelrichtlijn 4.2.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten De directe omgeving van het plangebied is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwingen/ aangrenzende gebouwen, bomen en beplantingen. Huismus Voor de huismus zou de kavel kunnen dienen als essentieel leefgebied met betrekking tot foerageren. Gedurende het veldbezoek zijn er geen huismussen waargenomen op de kavels en de aangrenzende kavels en op bebouwingen. Gezien de afwezigheid van huismussen open in de directe omgeving van het plangebied, wordt nader onderzoek naar de huismus niet nodig geacht. Gierzwaluw In de aangrenzende bebouwingen zijn geen mogelijk geschikte verblijfplaatsen van de gierzwaluw aangetroffen. Dit door de afwezigheid van invliegopeningen. Nader onderzoek naar de gierzwaluw wordt niet nodig geacht. Roofvogels. In de omgeving van het plangebied zijn tijdens het veldbezoek geen jaarrond beschermde nesten- of sporen van boombewonende broedvogels waargenomen. Op basis hiervan kunnen soorten als buizerd, havik, sperwer en wespendief worden uitgesloten van aanwezigheid. Ook voor soorten als de boomvalk en ransuil, zijn geen mogelijke nestlocaties aangetroffen. Deze soorten gebruiken vaak oude kraaien- en eksternesten om te nestelen, deze zijn in de directe omgeving van het plangebied niet aangetroffen.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Tijdens het veldbezoek zijn in en nabij het projectgebied geen uilen of nesten/ nestkasten, sporen of prooidieren aangetroffen. Nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten wordt dan ook niet nodig geacht.

11

Uilen. De aanwezigheid van steenuil of kerkuil is in de aanwezige bouwwerken en in de aangrenzende bebouwingen/ bomen is niet mogelijk, door de afwezigheid van geschikte holen in bomen en openingen naar mogelijk geschikte verblijfruimten in gebouwen.

4.2.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) Het plangebied en direct aangrenzende woonhuizen/ vogelhuisjes zijn potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten (categorie 0 soorten). Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met niet jaarrond beschermde nesten in holtes in bomen, bebouwingen en nestkasten, zoals spreeuw, koolmees en pimpelmees. Wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (verwijderen van beplantingen en bebouwingen), is de kans gering dat er negatieve effecten ontstaan. Voor deze soorten geldt tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. De beplantingen binnen het plangebied zijn een geschikte nestplaats. Dit betreft soorten als zanglijster, houtduif en merel. Gezien de geplande ontwikkelingen vormen deze nauwelijks een bedreiging voor deze soorten, wanneer buiten het broedseizoen (15 maart – 15 augustus) gewerkt wordt (verwijderen van beplantingen), is de kans gering dat er negatieve effecten ontstaan. Tijdens de werkzaamheden te allen tijde de zorgplicht.

4.2.4 Werken binnen het broedseizoen Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord van vogels met niet jaarrond beschermde nesten en nesten van algemene broedvogels. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt gaat worden, is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op broedende vogels noodzakelijk. Wanneer nesten aangetroffen worden, dienen voorafgaand aan de werkzaamheden eventuele aanwezige ongebruikte nesten te worden verwijderd en wordt kort (maximaal 1 week) voor aanvang van de werkzaamheden door een ecoloog gecontroleerd of er aanwezige nesten gebruikt worden.

4.3 Soorten Habitatrichtlijn 4.3.1 Vleermuizen Bouwwerken In de aanwezige bebouwing op de kavel zijn geen mogelijke rust- en vaste verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Dit door het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen, aangezien er nog nauwelijks iets van de bebouwing over is. Nader onderzoek naar vleermuizen in het bouwwerk wordt niet nodig geacht.

Pagina

Wanneer men wel gaat werken tussen zonsondergang en zonsopkomst, dan dient eventuele bouwverlichting afgewend te worden van aanwezige groenstructuren en bebouwingen. Dit om eventuele foerageerroutes van vleermuizen niet negatief te beïnvloeden.

12

Aangrenzende bebouwingen. De aangrenzende bebouwing is mogelijk geschikt voor vaste rust-, voortplantings- en verblijfplaatsen van vleermuizen. Gezien de geplande werkzaamheden hebben deze geen invloed wanneer overdag bij licht gewerkt wordt. Nader onderzoek naar vleermuizen in bebouwingen wordt dan ook niet nodig geacht.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Beplantingen en directe omgeving. In de beplantingen/ bomen op- en direct grenzend aan de kavels zijn geen geschikte openingen/ holen/ spleten en scheuren in bomen aangetroffen welke de aanwezigheid van vleermuizen mogelijk zou maken. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.3.2 Overige Habitatrichtlijn soorten Het plangebied is ongeschikt voor overige habitatrichtlijnsoorten die volgens de Habitatrichtlijn beschermd zijn. Gezien de geplande werkzaamheden en de afwezigheid van water/ geschikt habitat is nader onderzoek op overige habitatrichtlijn soorten niet nodig.

4.4 Nationaal beschermde soorten Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen en als functioneel leefgebied voor grondgebonden zoogdieren waarvoor in de provincie Limburg geen vrijstelling geldt. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn er geen sporen aangetroffen die op aanwezigheid van de kleine marters, eekhoorn of steenmarter kunnen wijzen. Geschikte openingen/ holen en potentiële verblijfplaatsen zijn afwezig (ook voor kleine marters). Het plangebied is potentieel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en als functioneel leefgebied voor algemene soorten als egel, konijn en (spits)muizen waarvoor in Limburg een provinciale vrijstelling geldt.

4.4.1 Amfibieën en reptielen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor amfibieën en reptielen waarvoor in de provincie Limburg geen vrijstelling geldt, zoals de boomkikker, knoflookpad, alpenwatersalamander en kamsalamander, door de afwezigheid van een geschikt habitat. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.2 Libellen Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten libellen. Dit habitat is niet aanwezig binnen het plangebied.

4.4.3 Dagvlinders Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor Nationaal beschermde soorten dagvlinders, door de afwezigheid van eventuele waardplanten. Het bronnen- en het veldonderzoek hebben ook geen (mogelijke) aanwezigheid aangetoond. Nader onderzoek wordt dan ook niet nodig geacht.

4.4.4 Vaatplanten Potenties voor nationaal beschermde plantensoorten zijn binnen het plangebied afwezig. Binnen het plangebied zijn voedselarme of kalkrijke bodem en akkerreservaten afwezig.

4.4.4 Effectbeoordeling en toetsing

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

13

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Limburg een vrijstelling geldt: egel, konijn verschillende soorten (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5. Conclusie en aanbevelingen 5.1 Soorten Vogelrichtlijn 5.1.1 Vogels met jaarrond beschermde nesten Het plangebied en direct aangrenzende omgeving is mogelijk geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten in de bebouwingen/ beplantingen/ bomen en in de directe omgeving aangetroffen. Aanvullend onderzoek naar het voorkomen/ negatieve effecten op de huismus, gierzwaluw, roofvogels/ uilen wordt daarom niet nodig geacht.

5.1.2 Vogels met niet- jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw, koolmees en pimpelmees. Tijdens het veldbezoek zijn geen nesten/ nestlocaties/ holtes aangetroffen in de bomen. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 0) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 0-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor categorie 0 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokaal en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. Tijdelijke schadelijke effecten op Categorie 0 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus).

Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog.

5.1.3 Algemene broedvogels Het plangebied is potentieel geschikt voor algemene broedvogels om te broeden. Zij kunnen nestelen in de beplantingen en hagen welke aanwezig zijn op de kavels.

Pagina

14

Tijdelijke schadelijke effecten op algemene broedvogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een extra controle op aanwezige nesten noodzakelijk.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

5.2 Soorten Habitatrichtlijn 5.2.1 Vleermuizen De voorgenomen ontwikkelingen kunnen niet leiden tot een negatief effect op vleermuizen. Hierdoor kunnen ook de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb. niet worden overtreden. Wel is het belangrijk om, wanneer gewerkt wordt na zonsondergang en voor zonsopkomst, dat werklicht afgewend wordt van bestaande bebouwingen en groenstructuren. Dit om eventueel aanwezige vleermuizen / verblijfslocaties niet te verstoren.

5.2.2 Overige habitatrichtlijnsoorten Voor overige habitatrichtlijnsoorten is het plangebied (redelijkerwijs) ongeschikt door het ontbreken van een geschikt habitat. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk.

5.3 Nationaal beschermde soorten In het plangebied bestaat geen potentie voor nationaal beschermde soorten waarvoor géén provinciale vrijstelling geldt. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. De Wet natuurbescherming wordt niet overtreden. Het plangebied is potentieel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Limburg een vrijstelling geldt als egel, konijn (spits)muizen. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk gezien de geplande werkzaamheden. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijk effect op egel en (spits)muizen zoveel mogelijk dient te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden.

5.4 Aanbevelingen/ natuur-inclusief bouwen Door niet alleen te kijken naar ‘wat er niet is’, is het juist belangrijk om te kijken naar mogelijkheden voor flora en fauna voor- en na de bouw van de woningen. Er zijn altijd mogelijkheden om (nieuwe)soorten een kans te geven zich te vestigen of in stand te houden in het gebied door kleine aanpassingen. Zo kun je denken aan het ophangen van nestkasten voor onder andere huismussen, maar ook voor mezen, en andere soorten is van alles te verkrijgen. Om vleermuizen een mogelijkheid te bieden zich te vestigen/ in stand te houden in het gebied kunnen vleermuiskasten opgehangen worden tegen de westgevel van de nieuwe woningen, of er kunnen speciale ‘vleermuispannen’ aangebracht worden. Er zijn speciale vleermuiskasten te koop via internet: www.vivara.nl.

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Pagina

Ook kan ervoor gezorgd worden dat vogels zich onder de nieuwe dakpannen kunnen vestigen, door vogelschroot weg te laten. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld huismussen zich vestigen onder het nieuwe dak.

15

Voor de vleermuizen kunnen ook ruimtes open gelaten worden in de overstek welke toegang bieden tot de spouw, zodat ze zich in de spouw kunnen schuilhouden en voortplanten. Het is ook mogelijk nestkasten voor gierzwaluwen, huismussen en vleermuizen in te metselen in de spouw. Dit heeft geen negatief effect op de isolatiewaarde maar wel een positief effect op de aanwezige soorten in de omgeving.

6. Conclusie Op basis van bovenstaande informatie welke uit de quickscan flora en fauna naar voren is gekomen, is er geen aanleiding om een aanvullend onderzoek uit te voeren voorafgaand aan de geplande werkzaamheden. Wel zou het voor mogelijk aanwezige soorten in de directe omgeving goed zijn om het hoofdstuk aanbevelingen mee te nemen in de ontwikkeling van de nieuwe woning(en). Het is heel eenvoudig om soorten een kans te bieden zich te vestigen/ uit te breiden binnen een gebied zonder afbraak te doen aan het ontwerp/ isolatiewaarden welke gesteld worden. Tijdens de werkzaamheden blijft te allen tijde de zorgplicht van kracht en bij een veranderende situatie dient te allen tijde een ecoloog ingeschakeld te worden. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, verblijf ik. Met vriendelijke groet, Ing. R.J.L. Bijvelds Ecoloog BNL advies

Pagina

16

15-06-2022

Telefoonstraat 2, 5428 GJ Venhorst – 0618904606 – info@bnladvies.nl – www.bnladvies.nl – IBAN nr: NL94KNAB0257675221 – KvK nr: 72316144 – BTW nr: NL001171642B68

Transect-rapport 4229 Hout-Blerick, De Beeretweg ong. Gemeente Venlo (LI) Archeologisch bureauonderzoek (BO) en inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Auteur

L. Jansen of Lorkeers, J.P.M. de Wit

Versie

Conceptversie 1.2

Projectcode

21060016

Datum

25-08-2022

Opdrachtgever

Reland Locatieontwikkeling

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Veldonderzoek

T. Nales (Senior KNA Prospector) L. Jansen of Lorkeers

Onderzoeksmelding

5282142100

Bevoegde overheid

Gemeente Venlo

Adviseur bevoegde overheid

Team Wonen en Leven, Cluster Erfgoed Dhr. J. Schotten

Status

Nog niet beoordeeld

Beheer documentatie

Transect, Nieuwegein

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum

Paraaf

25-08-2022

ISSN: 2211-7067

© Transect, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Samenvatting In opdracht van Reland Locatieontwikkeling heeft Transect in augustus 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan De Beeretweg (ong.) in Hout-Blerick (gemeente Venlo). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie een woning in het gebied. Het archeologisch vooronderzoek bestaat hier uit een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend veldonderzoek (IVO). De vraagstelling van deze onderzoeken richt zich op het vaststellen en toetsen van de archeologische verwachting en de bepaling in hoeverre de voorgenomen ingrepen in het kader van de planvorming effect hebben op eventuele archeologische resten in het gebied. Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied zich op een Maasterras uit het Jonge Dryas bevindt. De afzettingen van dit Maasterras zijn vermoedelijk afgedekt met dekzand. Dergelijke terrassen waren gunstige locaties voor bewoning en/of landgebruik. Dit wordt bevestigd door de aanwezigheid van verschillende resten uit het Mesolithicum, Neolithicum en de IJzertijd tot en met Late Middeleeuwen. Uit de IJzertijd zijn specifiek resten gevonden die wijzen op begraving (grafveld) en bewoning. Deze bewoning heeft verder tot in de Late Middeleeuwen in het gebied plaatsgevonden.

Vanwege de geschikte ligging in het landschap en de aanwezigheid van archeologische resten is de verwachting op resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Late Middeleeuwen hoog. Het plangebied bevindt zich tevens direct ten noorden van de historische kern van Hout-Blerick, dat zijn oorsprong kent in de Late Middeleeuwen (AMK-terrein 16559). Op basis van historische kaarten is het plangebied onbebouwd geweest en in ieder geval vanaf de 19e eeuw in gebruik als bouwland. Bewoning kan echter niet volledig uitgesloten in de Nieuwe tijd, omdat er in het verleden in HoutBlerick veel verwoestingen hebben plaatsgevonden bij belegeringen van de stad Venlo. Resten van bebouwing uit de Vroege en Midden Nieuwe tijd zijn daarom ook niet volledig uit te sluiten, vanwaar er ook voor deze periode een hoge archeologische verwachting geldt. De resultaten van het veldonderzoek hebben de hoge archeologische verwachting uit de periode LaatPaleolithicum – Nieuwe Tijd vanuit het bureauonderzoek bevestigd. In het plangebied is dekzand aanwezig. In de top is sprake van een Bw-horizont, die als intact is te beschouwen. Zodoende is het goed mogelijk dat er een intact sporen- en vondstniveau aanwezig is in het plangebied. Het archeologisch relevante niveau, de top van het dekzand, ligt op een diepte van 35 á 40 cm -Mv (22,25 – 22,45 m +NAP) en wordt afgedekt met een bouwlanddek.

Eventuele resten kunnen zodoende een hoge mate van intactheid kennen, hoewel er wel met de effecten van verbruining rekening gehouden moet worden (waardoor grondsporen kunnen zijn vervaagd). Advies In het plangebied bestaat het voornemen om een nieuwe woning te realiseren (geschat oppervlak van 100 m2). Daarbij zullen naar verwachting graafwerkzaamheden plaatsvinden tot een diepte van circa 70 cm -Mv. In het plangebied is sprake van een hoge archeologische verwachting vanaf 35 cm -Mv. Gezien de diepte van de voorgenomen werkzaamheden zal dit niveau verstoord worden. Daarom adviseren wij een vervolgonderzoek, waarbij de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van een vindplaats kan worden vastgesteld. Dit onderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase, op de het bouwvak van de te realiseren woning. Dit vervolgonderzoek kan eventueel met mogelijkheid tot doorstart na het voltooien van de graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Voor een dergelijk onderzoek is een Programma van Eisen noodzakelijk, die op voorhand door de gemeente Venlo moet worden goedgekeurd.

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal de bevoegde overheid (de gemeente Venlo) een besluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding

1

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

2

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

3

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

5

5.

Beleidskader

6

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

7

7.

Beschrijving bekende archeologische kenmerken

9

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

14

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

21

10. Resultaten veldonderzoek

24

11. Beantwoording onderzoeksvragen

25

12. Conclusie en Advies

1

13. Geraadpleegde bronnen

2

Bijlage 1: Archeologische periode-indeling voor Nederland

4

Bijlage 2: Archeologische beleidskaart van de gemeente Venlo

5

Bijlage 3: Geomorfologie

6

Bijlage 4: Maasterrassenkaart

7

Bijlage 5: Hoogtekaart

8

Bijlage 6: Bodemkaart

10

Bijlage 7: Archeologische informatie

11

Bijlage 8: Boorpuntenkaart

12

Bijlage 9: Foto’s van boringen

13

Bijlage 10: Boorbeschrijvingen

14

1. Aanleiding In opdracht van Reland Locatieontwikkeling heeft Transect1 in augustus 2022 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan De Beeretweg (ong.) in Hout-Blerick (gemeente Venlo). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie een woning in het gebied. In het plangebied geldt in het bestemmingsplan Kern Hout-Blerick 2010 een Waarde – Archeologie (dubbelbestemming). Vanwege deze aanduiding is een archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen, die groter zijn dan 100 m2 en waarbij dieper 40 cm -Mv grondwerkzaamheden zullen plaatsvinden. Aangezien er nog geen bouwtekeningen zijn opgesteld en daardoor het verstoringsoppervlakte en de graafdiepte onbekend is, is het naar wens van de opdrachtgever om onderhavig archeologisch onderzoek in een vroegtijdig stadium uit te voeren. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Jansen of Lorkeers, 2022).

1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door

middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

1

2. Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. Ook is er navraag gedaan bij Historisch Platform Groot Venlo voor aanvullende informatie (via algemene e-mailadres; d.d. 24-082022). Ten tijde van het opstellen van deze rapportage is nog geen aanvullende informatie verkregen.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). De toegepaste methodiek in het veld wordt beschreven bij de beschrijving van de veldresultaten (Hoofdstuk 11). Het onderzoek probeert hiermee aan de hand van feitelijke informatie antwoord te geven op de volgende vragen: • Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? •

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze?

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)?

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen. Op basis van dit rapport neemt het bevoegde overheid een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4002 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd conform protocol 4003 van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie versie 4.1 (KNA 4.1).

2

3. Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied Gemeente

Venlo

Plaats

Hout-Blerick

Toponiem

De Beeretweg (ong.)

Kaartblad

58E

Centrumcoördinaat

206.863 / 374.721

Binnen het archeologisch bureauonderzoek is onderscheid gemaakt in het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarin de geplande bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied en wordt bij het onderzoek betrokken om tot een beter inzicht te komen in de archeologische, (cultuur)historische en bodemkundige situatie in het plangebied. Het onderzoeksgebied beslaat in dit geval een straal van circa 500 meter rond het plangebied. Het plangebied ligt aan De Beeretweg (ong.) in Venlo (gemeente Venlo). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien omvat het plangebied de percelen VLO00 Sectie L nummers 6618, 7063, 7064, 7066, 7067 en 7068. Het plangebied wordt in het oosten begrensd door De Beeretweg. De overige grenzen worden gevormd door de grenzen met aanliggende percelen. Het plangebied is circa 1230 m2 groot en bebouwd met een schuur (circa 80 m2), waarvan slechts een gedeelte in het plangebied ligt (circa 50 m2).

3

Figuur 1: Ligging van het plangebied (met rode lijnen aangegeven, bron: www.pdok.nl).

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/752/documents/19322