057bijl4 Bestemmingsplan Zwembad Venlo toelichting.pdf
Tekst van het document
Indien sprake is van een activiteit (kolom 1) en een besluit (kolom 4), dan geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht, ongeacht of al dan niet aan de drempelwaarde uit kolom 2 wordt voldaan. Indien de activiteit (kolom 1) niet aan de drempelwaarde uit kolom 2 voldoet en sprake is van een kaderstellend plan (kolom 3), dan geldt geen directe plan-m.e.r.-plicht, maar moet een vormvrije m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. De uitkomst van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling luidt: er geldt wel/geen m.e.r.-plicht. Door de wijziging van het Besluit m.e.r. per 7 juli 2017 is de voormalige vormvrije m.e.r-beoordeling voor activiteiten beneden de grenswaarde voor besluiten (kolom 4) vervangen door de m.e.r.- beoordelingsplicht. Een belangrijke wijziging die in het Besluit m.e.r. is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Dit is het indicatief maken van de geval definities in kolom 2 in de D-lijst. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de grenswaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.
Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud (dat wil zeggen: op basis van dezelfde criteria) aansluit bij m.e.r.-beoordeling, de diepgang kan echter anders zijn en er zijn geen vormvereisten. Toepassing planvoornemen De beoogde ontwikkeling (de bouw van een nieuw overdekt zwembad met een oppervlakte van circa 3.700 m2 komt in de lijst C van de bijlage van het Besluit m.e.r. niet als activiteit voor. Van de categorieën die zijn genoemd in lijst D zou in beginsel wel sprake kunnen zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onder deel D 11.2, kolom 1: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.' Uit jurisprudentie over dit onderwerp volgt dat bij de beoordeling of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject de aard en omvang van de ontwikkeling plaatsvinden, maar ook de regio en de directe omgeving van de planlocatie. In dit geval is (mogelijk) sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject, gelet op de omvang en het feit dat wordt gebouwd op een vooralsnog onbebouwde locatie, ook al past de ontwikkeling in de 'maat en schaal' van de omgeving.
Zekerheidshalve is een notitie opgesteld, waarin wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en om die reden kan worden afgezien van het opstellen van een 'volledig' milieueffectrapport. Die notitie is als Bijlage 9 bij deze toelichting gevoegd.
50
bestemmingsplan Zwembad Venlo
Hoofdstuk 5 5.1
Waterparagraaf
Inleiding
Het doel van de watertoets is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De watertoets vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de watertoets gebruikt om de beoogde gebruiksfuncties en waterbelangen op elkaar af te stemmen.
5.2
Beleid waterschap Limburg
De wijze waarop Waterschap Limburg adviseert over de wateraspecten rondom ruimtelijke ontwikkelingen is beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Dit is nader geconcretiseerd in de zogenoemde Keur van het waterschap. Uitgangspunten van het Waterschap Limburg met betrekking tot het waterbeheer zijn onder andere: circa 10% van het plangebied reserveren voor water; rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving; uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand; toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren); toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit (hergebruik water, vasthouden water in de bodem(infiltratie), afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemegd of DWA-riool); toepassen voorkeurstabel afkoppelen; infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per twee uur (ten noorden van Sittard), met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur; beheer en onderhoud regelen (denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid); watersysteem verankeren in het bestemmingsplan;
5.3
Gemeentelijk beleid
De gemeente Venlo hanteert een afkoppelbeslisboom die is gebaseerd op het gemeentelijk rioleringsplan (GRP+). De afkoppelbeslisboom voorziet in een stappenplan om te bepalen welke eisen er gelden voor de omgang met hemelwater. Om te bepalen of er dient te worden voorzien in een bergings- of infiltratievoorziening en hoe groot de capaciteit moet zijn, dient die afkoppelbeslisboom te worden doorlopen.
5.4
Huidige waterhuishoudkundige situatie
Binnen het plangebied zijn geen primaire watergangen of andere oppervlaktewateren aanwezig (anders dan de aanwezige bassins van de het openluchtzwembad en overdekte zwembad).
bestemmingsplan Zwembad Venlo
51
5.5
Invloed planvoornemen
Het planvoornemen bestaat uit de bouw van een nieuw binnenbad in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Het bestaande binnenbad wordt gesloopt. Het hemelwater dat afkomstig is van het dak van het nieuwe zwembad en de aan te leggen verhardingen zal binnen het plangebied worden opgevangen in wadi's en vervolgens geïnfiltreerd. Daarbij wordt voor wat betreft uitvoering en dimensionering de 'Afkoppelbeslisboom Gemeente Venlo' gehanteerd, die in deze situatie uitgaat van een bergingscapaciteit van 71 mm in 48 uur (71 liter per m2 ), met een doorkijk naar een bui van 84 mm in 48 uur (84 liter per m2 ). Dat houdt in dat voor het nieuwe binnenbad minimaal zal moeten worden voorzien in 3.700 m2 * 84 liter = 310 m3 . Daarnaast is het wenselijk bij de dimensionering vanuit het oogpunt van klimaatadaptief bouwen ook wenselijk rekening te houden met een bui van 60mm in één uur, waarbij voorzieningen vervolgens ook weer binnen 24 beschikbaar zijn. De norm van 100mm die het waterschap hanteert is voor dit plan niet aan de orde, nu het plangebied geen gevolgen heeft voor wateren die in beheer zijn bij het waterschap. Bij de verdere invulling van de terreininrichting zal daarbij ook de aan te leggen verharding worden meegenomen. Gelet op de omvang van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig en te reserveren voor deze opgave.
In het kader van het verkennend bodemonderzoek dat als Bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd is ook de doorlatendheid van de bodem onderzocht. Op basis van de uitgevoerde veldmetingen blijkt dat de aangetroffen zandgrond zeer goed (>0,75 m/dag) doorlatend is. Ter plaatse van een aantal boringen (A3, A4, A6 en A8) zijn de berekende doorlatendheden echter veel lager. Vermoedelijk is het berekende gehalte (veel) lager door het aangetroffen lutum percentage (variërend van 7,1 tot 11,9 %) in de betreffende lagen. Gelet op de resultaten worden de veldmetingen als meer leidend gezien dan de theoretische doorlatendheden. Verwacht wordt derhalve dat de matig fijne zandgronden goed doorlatend zijn. Bij de uitwerking van de infiltratievoorziening zal daarmee rekening worden gehouden. Indien nabij of op (sterk) siltige lagen wordt geïnfiltreerd, kan grondverbetering worden toegepast. Door het toepassen van grondverbetering kan de infiltratiecapaciteit worden verbeterd. Gelet op de betere doorlatendheden in de
52
bestemmingsplan Zwembad Venlo
diepere (grove) zandlagen wordt aanbevolen om het hemelwater zoveel mogelijk juist in deze lagen te infiltreren. Gelet op het voorgaande zal hemelwater afkomstig van te realiseren bebouwing en aan te brengen (gesloten) verhardingen binnen het plangebied worden opgevangen en geïnfiltreerd. Daarbij zal de uit de afkoppelbeslisboom voortvloeiende voorkeursvolgorde worden aangehouden door eerst te onderzoeken wat bovengronds kan worden uitgewerkt en pas een eventueel restant van de opgave in te vullen met een IT riool of met infiltratiekratten. Binnen het plangebied is naar verwachting voldoende ruimte voor bovengrondse voorzieningen en de voorlopige ontwerpen van de terreininrichting laten ook zien dat die opgave als ontwerpprincipe wordt meegenomen. Ook blijkt uit het voorgaande dat de bodem deels goed geschikt is voor infiltratie en dat elders de mogelijkheden door grondverbetering nog kunnen verbeterd. Bovendien is in de planregels geborgd dat bij realisatie van het planvoornemen de gemeentelijke afkoppelbeslisboom wordt gehanteerd (Zie artikel 6.3). Vuilwater en afvalwater zal worden afgevoerd via het bestaande rioolstelsel.
5.6
Conclusie
Gelet op het voorgaande zijn met onderhavig planvoornemen geen waterstaatkundige c.q. waterhuishoudkundige belangen in het geding en is geborgd dat bij invulling van het plangebied water als ontwerpprincipe wordt meegenomen.
bestemmingsplan Zwembad Venlo
53
54
bestemmingsplan Zwembad Venlo
Hoofdstuk 6 6.1
Planopzet
Inleiding
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.
6.2
De verbeelding
De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale BGT ondergrond met kadastrale gegevens, schaal 1:500, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de BGT ondergrond met kadastrale gegevens geen juridische status heeft.
6.3
De regels
De regels bepalen de gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied en geven tevens de bouwen gebruiksmogelijkheden met betrekking tot bouwwerken aan. De regels van het bestemmingsplan ‘Zwembad Venlo’ zijn opgebouwd conform de door de SVBP2012 voorgeschreven systematiek en zijn gebaseerd op de regels van vigerende beheersverordening. De regels omvatten inleidende regels, bestemmingsregels, algemene regels, en ten slotte de overgangs- en slotregels.
6.4
Bestemmingen
Groen Het deel van het plangebied dat wordt ingericht als groen en dat het plangebied omzoomd is voorzien van de bestemming 'Groen'. De gebruiksregels zijn afgestemd op het betreffende gebruik en de bouwmogelijkheden zijn gelet op het beoogde gebruik beperkt. Sport Zowel het beoogde nieuwe binnenbad als het buitenbad zijn voorzien van de bestemming 'Sport'. Daarbij is een differentiatie aangebracht door het nieuwe binnenbad en de bijbehorende gronden te voorzien van de aanduiding 'zwembad' en het buitenbad van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - openluchtzwembad'. De bouw en gebruiksmogelijkheden zijn waar relevant gekoppeld aan die aanduidingen. Bij het nieuwe binnenbad liggen de planregels op de afbakening van de bouwmogelijkheden voor het nieuwe bad. Voor het buitenbad ligt de nadruk op het vastleggen en daarmee faciliteren van de huidige activiteiten.
bestemmingsplan Zwembad Venlo
55
56
bestemmingsplan Zwembad Venlo
Hoofdstuk 7 7.1
Haalbaarheid
Inleiding
Naast het toetsen van een bestemmingsplan aan diverse omgevingsaspecten, dient het bestemmingsplan ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het plan. Hierbij wordt gekeken naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. In beginsel gebeurt dit via een exploitatieplan, maar van de vaststelling van een dergelijk plan kan worden afgezien wanneer kostenverhaal 'anderszins is verzekerd'. Dit laatste is veelal de praktijk, bijvoorbeeld door het sluiten van een zogenoemde anterieure privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar c.q. initiatiefnemer. Voor de realisatie van het binnenbad waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft is de gemeente Venlo zelf initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is in dit geval geborgd aangezien de daarmee gepaard gaande investeringen en kosten en de daarvoor benodigde dekking in de gemeentelijke begroting zijn opgenomen.
7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het planvoornemen voorziet in de herontwikkeling binnen een gebied dat al jarenlang voorziet in zwemfaciliteiten in de vorm van een binnen- en buitenbad. Daarbij wordt een sterk verouderd binnenbad vervangen door een modern en duurzaam binnenbad, dat goed wordt ingepast in de omgeving en waarmee wordt voorzien in een kwalitatieve verbetering van het zuidelijk deel van het plangebied. Bovendien past de ontwikkeling gezien deze toelichting goed binnen de actuele beleidsmatige kaders van onder meer Rijk, provincie en gemeente. Het programma voorziet in de behoefte van de huidige gebruikers van De Wisselslag en houdt rekening met de relevante landelijke trends (meer individueel en tijdonafhankelijk sporten), waardoor ook veelvuldig afstemming heeft plaatsgevonden met de relevante stakeholders, in de vorm van een klankbordgroepoverleggen, enquetes en 1-op-1gesprekken. Daarmee voorziet in planvoornemen in een duidelijke behoefte. Verder heeft op 14 november 2022 een inloopbijeenkomst voor omwonenden plaatsgevonden. Daarbij is bewust gekozen voor een 'open' inloop voor omwonenden in plaats van het formeren van een klankbordgroep voor omwonenden, om zo iedereen de mogelijkheid te bieden aan te sluiten en een reactie te geven. Het planvoornemen en de uitwerking van de terreininrichting zijn goed ontvangen.
Wel is aandacht gevraagd voor overlast door drugs die door de omgeving wordt ervaren, met name rond het zwembad. Dit betreft een bestaande problematiek, waarvan de oorzaak niet kan worden weggenomen door deze ontwikkeling, maar met de beoogde inrichting van het terrein kan wel een bijdrage worden geleverd aan het zoveel mogelijk voorkomen c.q. voortzetten van deze problematiek rond de nieuwe locatie van het zwembad. Voor het overige zal dit signaal in breder verband worden opgepakt, los van de met dit bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd.
bestemmingsplan Zwembad Venlo
57
Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.
7.4
Conclusie
Het planvoornemen voorziet, zoals blijkt uit deze toelichting, in een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. De bestemmingswijziging betekent, na een afweging van de verschillende belangen, een goede nieuwe invulling van het plangebied.
58
bestemmingsplan Zwembad Venlo
Hoofdstuk 8 8.1
De procedure
De te volgen procedure
Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.
Voorbereiding: vooroverleg met overheidsinstanties: betrokken diensten van rijk en provincie, waterschap (watertoets), eventueel buurgemeenten; Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de Raad. Mogelijkheid reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.
8.2
Kennisgeving
Overeenkomstig artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is kennis gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van voorliggend bestemmingsplan.
8.3
Vooroverleg/inspraak
Een voorontwerp van dit bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg als bedoel in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan onder meer de Provincie Limburg, Het Waterschap Limburg en de Veiligheidsregio Noord-Limburg. De provincie heeft laten weten geen aanleiding te zien om inhoudelijke opmerkingen te maken op het plan, het waterschap heeft geen reactie kenbaar gemaakt. Het advies van de veiligheidsregio is verwerkt in paragraaf 4.5.
8.4
Vaststelling
Een ontwerp van het bestemmingsplan heeft met ingang van 2 februari 2023 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Er zijn gedurende die periode geen zienswijzen ingediend. Het plan is daarom niet gewijzigd naar aanleiding van ingekomen zienswijzen. Wel zijn ambtshalve enkele aanpassingen doorgevoerd ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Voor wat betreft het juridisch deel van het plan betreft het het verwijderen van de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie middelhoog' van de verbeelding en het schrappen van de daaraan verbonden bestemmingsregels uit de planregels. In deze toelichting is paragraaf 4.8 Archeologie en cultuurhistorie geactualiseerd aan de hand van het selectiebesluit om het plangebied vrij te geven. Ook paragrafen 4.2 (Geluid) en 4.9 (Flora en Fauna) zijn geactualiseerd aan de hand van na inzage van het ontwerpbestemmingsplan uitgevoerde of gewijzigde onderzoeken.
bestemmingsplan Zwembad Venlo
59