CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

057bijl4 Bestemmingsplan Zwembad Venlo toelichting.pdf

Raadsvergadering 27 september 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 6.5: RV 57 Vaststellen bestemmingsplan Zwembad Venlo20.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Zwembad Venlo Gemeente Venlo

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Zwembad Venlo Gemeente Venlo

IDN-nummer:

NL.IMRO.0983.BP202221ZWEMBAD-VA01

Status:

vastgesteld

Datum:

21 juli 2023

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 5 6 7

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

9

2.1 2.2 2.3

9 9 10

Inleiding Huidige situatie Toekomstige situatie

Hoofdstuk 3 Beleid

15

3.1 3.2 3.3 3.4

15 15 18 20

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

25

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12

25 25 27 28 29 33 35 35 38 43 47 50

Inleiding Geluid Bodem Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Kabels en leidingen Archeologie en cultuurhistorie Flora en Fauna Verkeersaspecten Niet gesprongen explosieven Milieueffectrapportage

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

51

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6

51 51 51 51 52 53

Inleiding Beleid waterschap Limburg Gemeentelijk beleid Huidige waterhuishoudkundige situatie Invloed planvoornemen Conclusie

Hoofdstuk 6 Planopzet

55

bestemmingsplan Zwembad Venlo

3

6.1 6.2 6.3 6.4

Inleiding De verbeelding De regels Bestemmingen

55 55 55 55

Hoofdstuk 7 Haalbaarheid

57

7.1 7.2 7.3 7.4

57 57 57 58

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie

Hoofdstuk 8 De procedure

59

8.1 8.2 8.3 8.4

59 59 59 59

De te volgen procedure Kennisgeving Vooroverleg/inspraak Vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Zwembad Venlo

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het huidige zwembad de Wisselslag is sterk gedateerd en vervanging toe. De mogelijkheden daartoe zijn uitgebreid onderzocht. Aanvankelijk werd nog samen met buurgemeenten onderzocht of de realisatie van een regionaal zwembad haalbaar was. Aangezien dat geen haalbare kaart bleek en het ook niet uitvoerbaar bleek de levensduur van het huidige zwembad te verlengen als gevolg van het enbkele jaren uitblijven van planmatig levensduurverlengend onderhoud vanwege het onderzoek naar nieuwbouwopties, is uiteindelijk gekozen voor vervangende nieuwbouw. Daarbij is gekozen voor nieuwbouw binnen de begrenzing van het terrein van het huidige binnen- en buitenbad. Die locatie is niet de plek waar nu nog het huidige binnenbad De Wisselslag staat, nabij de hoek Frederik van Eedenstraat en de Drie Decembersingel, maar meer zuidwestelijk, nabij de hoek Shakespearelaan en Pastoor Stassenstraat. Aangezien het geldende bestemmingsplan de bouw van het nieuwe binnenbad niet mogelijk maakt en ook een herbegrenzing van bestemmingen nodig is, voorziet voorliggend bestemmingsplan in de planologisch-juridische basis voor de uitvoering van het plan.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied wordt globaal begrensd door de Frederik van Eedenstraat, Drie Decembersingel, Pastoor Stassenstraat en Shakespearelaan en omvat daarmee de locatie van het oude zwembad De Wisselslag en het openluchtzwembad "Buitengebied Groot Venlo".

bestemmingsplan Zwembad Venlo

5

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt vooralsnog het bestemmingsplan 'Stadsdeel Blerick', als vastgesteld door de gemeenteraad op 25 september 2013. Daarin heeft de beoogde locatie voor het nieuwe zwembad hoofdzakelijk de bestemming 'Recreatie'. De huidige binnen- en buitenbaden hebben hoofdzakelijk de bestemming 'Sport' met de aanduiding 'zwembad'. Rond voornoemde bestemmingsvlakken is in het huidige bestemmingsplan voorzien in de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer en verblijfsgebied'. Daarnaast geldt voor het plangebied een viertal partiële herzieningen in de vorm van een zogenoemd parapluplan, te weten: Bestemmingsplan wegbestemmen detailhandel Blerick (vastgesteld op 10 oktober 2022); Paraplubestemmingsplan kamerbewoning (vastgesteld op 25 november 2020); Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen (vastgesteld op 25 november 2020); Parapluplan plattelandswoningen Venlo (vastgesteld 21 december 2016); Deze bestemmingsplannen hebben betrekking op het wegbestemmen van onbenutte plancapaciteit aan detailhandel buiten het kernwinkelgebied van Blerick, op de planologische mogelijkheden voor kamerbewoning, kamerverhuur en woningtoevoegingen en het gebruik van voormalige agrarische bedrijfswoningen als plattelandswoning. Gelet op deze onderwerpen zijn deze regels niet van invloed op onderhavig planvoornemen.

6

bestemmingsplan Zwembad Venlo

Het nieuw te realiseren binnenbad is voorzien in het zuidwestelijk deel van het plangebied. Het huidige bestemmingsplan staat de bouw van een zwembad op die locatie niet toe. Verder zullen als gevolg van het nieuwe ontwerp en de afbakening tussen het buitenbad en het beoogde nieuwe binnenbad met bijbehorende gronden bestemmingsgrenzen moeten wijzigen. Voorliggend bestemmingsplan voorziet daarin.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in Hoofdstuk 2 het planvoornemen besproken. In Hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente, waarbij tevens de ladder voor duurzame verstedelijking betrokken wordt. In Hoofdstuk 4 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan bod. De wateraspecten in vorm van een waterparagraaf zijn aangegeven in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op de juridische planopzet en de planregels. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Ten slotte komt in Hoofdstuk 8 de procedure aan bod.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

7

8

bestemmingsplan Zwembad Venlo

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de omgeving van het plangebied, het bestaande plangebied zelf en het planvoornemen.

2.2

Huidige situatie

In de huidige situatie is het zwembad De Wisselslag gesitueerd op de hoek van de Frederik van Eedenstraat en de Drie Decembersingel. Het zwembad bestaat uit een tweetal 25-meter bassins en een kleiner instructiebad, naast bijbehorende voorzieningen zoals een ontvangsthal, kleedruimten en technische voorzieningen. De totale oppervlakte aan zwemwater/bassins is 785 m2 . Daarnaast zijn langs de Drie Decembersingel enkele clublokalen aanwezig van verenigingen die gebruik maken van het zwembad. Het zwembad en de clublokalen worden met elkaar verbonden door de entree van het zwembad, in de vorm van een onderdoorgang met kassa.

Het buitenbad bestaat uit een viertal bassins, bestaande uit een 50-meter bad, kinderbaden en een springkuil. De omringende gronden zijn ingericht als ligweide met speelvoorzieningen. Het buitenbad beschikt over eigen kleedlokalen - die wel zijn verbonden met het binnenbad en de clublokalen - en een eigen horecavoorziening. Er zijn in de huidige situatie geen parkeerplaatsen op eigen terrein. Parkeren gebeurt hoofdzakelijk langs de Drie Decembersingel (49 schuine parkeervakken en langsparkeren toegestaan). Wel is op eigen terrein een fietsenstalling aanwezig, die zowel ten behoeve van het binnenbad als het buitenbad wordt gebruikt.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

9

Het plangebied wordt omzoomd door opgaand groen, bestaande uit bomen en onderbegroeiing, deels op/rond grondwallen. Ook op en rond de ligweide zijn diverse solitaire bomen aanwezig. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk woningen. Ten westen van het plangebied betreft het hoofdzakelijk grondgebonden, aaneengesloten woningen, ten zuiden van het plangebied appartementencomplexen bestaande uit 6 bouwlagen en ten oosten van het plangebied appartementen, grondgebonden woningen en zorgwoningen.

2.3

Toekomstige situatie

2.3.1 Programma Het voornemen is het huidige zwembad op de hoek van de Frederik van Eedenstraat te slopen en te voorzien in een nieuw zwembad in het zuidwestelijk deel van het plangebied, waarbij de hoofdentree is georiënteerd op de Drie Decembersingel. Met het zwembad wordt beoogd een passende maatschappelijke voorziening te realiseren die de sportieve zwemactiviteiten van verenigingen, doelgroepen en individuele recreanten faciliteert. Het ontwerp van het zwembad is afgestemd op de behoefte van de drie voornaamste gebruikersgroepen: de verenigingen, de doelgroepen en het zwemonderwijs (zwemlessen). Het zwembad moet daarom op zijn minst voldoende plek moeten bieden voor het voortzetten van deze activiteiten. Daarnaast is een duidelijke landelijke trend dat het individueel en tijdsonafhankelijk sportief bewegen, zoals joggen, het fitnessen in de sportschool en zwemmen toeneemt. Het nieuwe zwembad zal daarom ook voldoende plaats dienen te bieden voor deze steeds groter wordende groep individuele sporters.

Op basis van het voorgaande is het volgende programma tot stand gekomen: een wedstrijdbad met een afmeting van 25 x 15,4 meter, voorzien van een beweegbare bodem; een multifunctioneelbad met een afmeting van 25 x 10,4 meter, voorzien van een beweegbare bodem; een therapiebad met een afmeting van 12,5 x 10 meter, voorzien van een beweegbare bodem; een horecavoorziening met multifunctionele ruimte; nevenfuncties zoals kleedvoorziening, facilitaire ruimen, bergingen; techniek (inpandig).

10

bestemmingsplan Zwembad Venlo

De oppervlakte aan zwemwater/bassins neemt daarbij toe van 785 m2 naar circa 919 m2. Dit programma geeft invulling aan de doelstelling van het beleid en de de eerder beschreven behoefte, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen 7 typen activiteiten. Elk van de georganiseerde gebruikers biedt een of meerdere van onderstaande activiteiten aan en de ongeorganiseerde gebruikers maken gebruik van 1 of meerdere van die mogelijkheden: Sportieve (verenigings)activiteiten: wedstrijdzwemmen, waterpolo, zwemmend redden en duiksport; Sportieve doelgroep activiteiten: aquasport, aquaspinning; Les- en instructiezwemmen; Therapie- doelgroepzwemmen: babyzwemmen, mindervaliden, revalidatie en programma's onder begeleiding; Recreatief zwemmen – baanzwemmen; Recreatief zwemmen – vrij zwemmen; Bijzondere zwemactiviteiten: events, discozwemmen en divers gebruik. Het ontwerp geeft op passende wijze invulling aan de vraag, binnen de mogelijkheden om een goede en duurzame exploitatie te kunnen waarborgen binnen de financiële kaders. Daarbij geldt als uitgangspunt het genomen besluit van mei 2021 en het projectplan. De betrokkenheid van alle belanghebbenden is middels 1-op-1 gesprekken, een enquête en de formele overleggen (klankbordgroep, projectgroep en stuurgroep) tot stand gekomen. 2.3.2

Het ontwerp

Als eerder beschreven zal het binnenbad worden gebouwd nabij de hoek Shakespearelaan en Pastoor Stassenstraat. In de huidige situatie betreft dit een grasveld, omzoomd door bomen met onderbegroeiing, deels op grondwallen/taluds. Door de gekozen situering van het gebouw ontstaat aan de zijde van de Drie Decembersingel - wat de primaire ontsluiting blijft - veel ruimte voor een royale entree, met ook voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

11

Parkeren (motorvoertuigen), de voetgangerszones en de toegang van de fietsenstalling en de bijbehorende verkeersstromen worden zoveel mogelijk gescheiden. De hoofdontsluiting van het nieuwe binnenbad is voorzien via de Drie Decembersingel. Daarnaast is voorzien in een voetpad ten noorden van de hoofdontsluiting en een tweede toegang voor voetgangers door middel van een trappartij aan de zijde van de Pastoor Stassenstraat. Er wordt op eigen terrein voorzien in parkeergelegenheid voor motorvoertuigen en voor stallingsmogelijkheden voor fietsen. Zie ook paragraaf 4.10.

12

bestemmingsplan Zwembad Venlo

De kwaliteit van de locatie wordt in grote mate bepaald door de bestaande groenstructuur en diverse solitaire waardevolle bomen. Die kwaliteit moet behouden en waar mogelijk versterkt worden. Dat is in het ontwerp ook duidelijk terug te zien. Er wordt gekozen voor aan alzijdig en niet rechthoekig gebouw, dat de bestaande waardevolle bomen zoveel mogelijk respecteert. Het voornemen is de bomen rond het terrein zoveel mogelijk te behouden, maar aan de oost- en zuidzijde de onderbegroeiing te verwijderen, waardoor de zichtbaarheid verbetert. Ten behoeve van de te realiseren ontsluitingen zullen wel enkele bomen moeten worden gekapt.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

13

2.3.3

Duurzaamheid

De gemeente Venlo heeft duurzaamheid en circulariteit hoog op de agenda staan en heeft daarin een belangrijke voorbeeldfunctie. Het nieuwe Stadskantoor, de Rotonde van Morgen, IKC de Zuidstroom en sportzaal Oud-Zuid zijn circulaire praktijkvoorbeelden. De lat is daarmee hoog gelegd en de gemeente Venlo stelt ook voor het zwembad hoge voorwaarden aan het thema duurzaamheid. Duurzaamheid en circulariteit zijn brede begrippen die veel aspecten omvatten. De focus ligt op een integrale benadering van de volgende punten: People: verhogen van gebruiksgemak, realiseren van comfort in klimaat en uitstekende logistiek. Dit zorgt er voor dat mensen (personeel en bezoekers) met plezier terug blijven komen in het gebouw en dus in gebruik een duurzaam gebouw is. Planet: minimaliseren van het gebruik van eindige grondstoffen, energie en de impact op de leefomgeving. Energieneutraal, klimaatneutraal en circulair bouwen zijn zaken die hieronder vallen. Profit: het bereiken van financieel rendement van investeringen op basis van een optimale life cycle costbenadering, wat ertoe leidt dat het gebouw ook financieel duurzaam is. Proces: transparantie in keuzes en proces voor eindgebruikers en stakeholders in het project om optimaal draagvlak te realiseren voor het eindresultaat. Dit zorgt voor een sociaal en maatschappelijk duurzaam gebouw.

2.3.4 Het buitenbad Gelet op een logische afbakening van het plangebied is ook het terrein van buitenbad meegenomen binnen het plangebied. Er is echter niet beoogd specifieke nieuwe ontwikkelingen binnen dit deel van het plangebied mogelijk te maken. Voor het buitenbad zal nog een nieuwe (toekomst)visie worden opgesteld. Dit bestemmingsplan voorziet voor het buitenbad daarom in een passende regeling voor het bestaande gebruik. Wel wordt flexibiliteit geboden voor een eventuele andere indeling van het terrein of bijvoorbeeld vervanging van bebouwing, door wel de maximale maatvoering voor bebouwing vast te leggen, maar niet de situering van die bebouwing vast te leggen door middel van bouwvlakken.

14

bestemmingsplan Zwembad Venlo

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Inleiding

Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tevens komt de ladder voor duurzame verstedelijking in dit hoofdstuk aan bod.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de lange termijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden.

Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave. Toepassing planvoornemen Het plan voorziet in een nieuwe invulling van bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voorzien in een duurzaam ruimtegebruik en een ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Verder levert het zwembad een bijdrage aan het aanbod aan sportfaciliteiten, waarmee een gezonde leefstijl wordt gefaciliteerd en gestimuleerd, als

bestemmingsplan Zwembad Venlo

15

onderdeel van het gemeentelijke programma 'Gezond en actief Venlo'. 3.2.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat instructieregels die gemeenten bij het opstellen van onder meer bestemmingsplannen in acht moeten nemen, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Sommige instructieregels zijn gekoppeld aan specifieke gebieden, welke gebieden dan in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) zijn geconcretiseerd. Toepassing planvoornemen Het plangebied is gelegen binnen een radarverstoringsgebied, maar gelet op de op grond van het Barro toegelaten bouwhoogte (114 meter + NAP) en de ligging van het plangebied (circa 23 meter + NAP) en de toegelaten bouwhoogtes in dit plan vormt deze beperking geen belemmering voor het planvoornemen. Voor het overige zijn in het Barro en Rarro geen zones of regels opgenomen die een belemmering (kunnen) vormen voor het planvoornemen.

Uitsnede begrenzing radarverstoringsgebieden Rarro 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking - dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. (Nieuwe) stedelijke ontwikkeling? Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is verplicht voor een 'stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren,

16

bestemmingsplan Zwembad Venlo

detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn bijvoorbeeld elf woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om te kunnen spreken van een stedelijke ontwikkeling. Voor andere functies en terreinen geldt in beginsel een ondergrens van 500 m2 om te kunnen spreken van een stedelijke ontwikkeling. Wanneer een ontwikkeling in beginsel wél als een stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt, staat daarmee echter nog niet vast dat ook aan de Ladder moet worden getoetst. Er dient ook te worden bezien in hoeverre de ontwikkeling ook kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en of sprake is van nieuw ruimtebeslag, zo blijkt uit jurisprudentie.

De Afdeling hanteert bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6, tweede lid, en artikel 1.1.1, eerste lid en onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening) de beoordelingslijn, dat hiervan géén sprake is als het bestemmingsplan of omgevingsvergunning bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en die ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en - indien aan de orde - enkel een functiewijziging betreft. Bestaand stedelijk gebied Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt blijkens het Bro (artikel 1.1.1 lid 1 sub h) verstaan 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Toepassing planvoornemen Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een nieuw overdekt zwembad met een bebouwde oppervlakte van circa 3.700m2 . Hoewel dit zwembad wordt gebouwd ter vervanging van het bestaande zwembad De Wisselslag, wordt het nieuwe zwembad op een andere locatie gebouwd, op ruim 100 meter afstand van het huidige zwembad. Ook is het huidige zwembad (exclusief clublokalen en de faciliteiten van het buitenbad) met circa 3.000 m2 kleiner.

Daarmee is de ontwikkeling aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De omvang van het zwembad (toename oppervlakte circa +700m2 t.o.v. bestaand) en het daarin opgenomen opppervlak aan zwemwater/bassins (toename oppervlakte circa +134m2 ) volgt uit de wens ten minste de activiteiten van de huidige gebruikers van de Wisselslag te faciliteren en de landelijke trend te kunnen faciliteren dat meer individueel en tijdsonafhankelijk wordt gesport. Ten aanzien van de wijze waarop het programma is bepaald zie paragraaf 2.3.1. Verder is van belang dat het nieuwe bad in alle opzichten beter multifunctioneel inzetbaar is dan het huidige bad en - in tegenstelling tot het huidige bad - weer voorziet in de behoefte van alle gebruikers. Bovendien wordt de nieuwbouw gerealiseerd binnen de grenzen van het gebied dat in de huidige situatie al in gebruik is voor het binnen- en buitenbad en goed, multimodaal bereikbaar is. Daarmee wordt door middel van herstructurering voorzien in een duurzaam ruimtegebruik binnen bestaand stedelijk gebied, dat voorziet in de bestaande en voorziene behoefte.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

17

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Limburg geeft de provincie haar lange termijn visie. Deze Omgevingsvisie dient als vervanging van de provinciale Omgevingsvisie POL2014. De nieuwe Omgevingsvisie Limburg heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net al waarden als kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie heeft betrekking op drie hoofdopgaven: 1. 2. 3.

een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie

De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Voor zover relevant voor onderhavig planvoornemen gaat het over: het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers. Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld.

Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Sport In de omgevingsvisie benoemt de provincie het bieden van een divers aanbod van regionale voorzieningen voor sport als provinciaal belang. Sporten werkt niet alleen ontspannend, maar het heeft ook een positief effect op de mentale en fysieke gezondheid. Sportstimulering kan een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van de Limburgers. Daarbij is het volgens de provincie van belang om rekening te houden met trends in de sportbeoefening. Sporten in geijkte verbanden, zoals sportclubs, neemt af. Mensen sporten meer individueel of in niet-reguliere locaties en verbanden. Dit betekent dat er een opgave ligt om bestaande sportvoorzieningen aan te passen en nieuwe voorzieningen te creëren die aansluiten op de veranderende behoefte. Daarbij zet de provincie in op een ruim, divers, bereikbaar en toegankelijk aanbod aan kwalitatief goede sportvoorzieningen in heel Limburg. Verder wordt ingezet op een leefomgeving en infrastructuur die aanzet tot bewegen.

Zo stimuleert de provincie het combineren van sport- en recreatiemogelijkheden bij de ontwikkeling van stadsnatuur, stad-landzones en het natuurinclusief bouwen in steden. Ook de aanleg en

18

bestemmingsplan Zwembad Venlo

opwaardering van recreatieve fietspaden in het landschap kan een bijdrage leveren. Verder zet de provincie in voor maatschappelijke accommodaties en ondersteunen ze in lijn met het Nationaal Sportakkoord de verduurzaming van sportaccommodaties en –omgevingen.

Toepassing planvoornemen Onderhavig planvoornemen heeft betrekking op de realisatie van een modern en duurzaam overdekt zwembad, ter vervanging van het bestaande nier duurzame en sterk verouderde zwembad de Wisselslag, dat gelet op hetgeen is beschreven in paragrafen 2.3 en 3.2.3 voorziet in de behoefte voor zowel sporten in teamverband als individueel sporten en waarmee ook wordt ingespeeld op de trend dat mensen meer individueel en tijdsonafhankelijk willen sporten. Het zwembad wordt gerealiseerd op een goede bereikbare locatie binnen bestaand stedelijk gebied en daarbij wordt ook voorzien in een hoogwaardige groene en duurzame inrichting van het terrein. Gezien het voorgaande levert het plan een bijdrage aan de ambitie van de provincie om te voorzien in een divers en kwalitatief goed aanbod aan sportvoorzieningen. 3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in december 2021 ook al de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Aangezien de invoering van de Omgevingswet inmiddels een aantal malen is uitgesteld, zijn de in de nieuwe verordening (2021) voorziene nieuwe instructieregels middels wijzigingsverordeningen ook toegevoegd aan de huidige Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat een hoofdstuk ‘Ruimte’, waarin instructieregels zijn opgenomen die gemeenten in acht dienen te nemen bij het opstellen en vaststellen van onder meer bestemmingsplannen. Van die instructieregels zijn de volgende onderwerpen van belang, waarbij per onderwerp wordt ingegaan op de relatie met het planvoornemen. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (artikel 2.2.2 e.v.) is nogmaals geborgd dat in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Daarbij dient tevens te worden ingegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.2.3 is reeds ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals die is geborgd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro en daarin is onderbouwd dat hoewel de ladder formeel niet van toepassing is, wel wordt voorzien in c.q. voldaan aan de afwegingen rondom (duurzaam) ruimtegebruik waar de ladder om vraagt.

De extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Daar kan binnen onderhavig plangebied en ook gelet op het beoogde en specifieke programma (zwembaden) niet concreet in worden voorzien. Boringsvrije zone Venloschol Nagenoeg de gehele gemeente Venlo is in de verordening aangeduid als milieuzone 'Boringsvrije zone Venloschol'. De grondwatervoorraden worden in dit gebied afgedekt door slecht doorlatende kleilagen. Deze vormen een natuurlijke, geologische bescherming tegen verontreiniging. Daardoor is het grondwater in deze gebieden van zeer hoge kwaliteit. Dat water wil de provincie ook voor de toekomstige generaties veiligstellen. Doorboring van die beschermende kleilagen wordt dus zoveel mogelijk tegengaan door onder meer boringen dieper dan 5 meter boven NAP of de toepassing van gesloten bodemenergiesystemen en aardwarmtesystemen uit te sluiten. Bij de provincie kan eventueel een ontheffing van deze verboden worden verkregen.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

19

Onderhavig planvoornemen heeft in beginsel geen betrekking op ingrepen waarvoor verboden gelden als opgenomen in de provinciale verordening. Wel wordt de toepassing van een open bodemenergiesysteem onderzocht (WKO). Een dergelijk systeem is niet verboden op grond van de verordening, zolang er geen grondwater in een ander watervoerend pakket wordt geïnfiltreerd dan waaraan het is onttrokken. Wel moet voorafgaand aan de aanleg van dat systeem een melding worden gedaan bij Gedeputeerde Staten. Het planvoornemen is gezien het voorgaande niet in strijd met de verordening op dit punt en er bestaat ook geen aanleiding in dit bestemmingsplan te voorzien in regels ter bescherming van de boringsvrije zone in aanvulling op de provinciale verordening. Bestuursafspraken vrijetijdseconomie? In het hoofdstuk 'Ruimte' van de provinciale verordening is ten aanzien van wonen, detailhandel, kantoren, bedrijventerreinen en vrijetijdseconomie geborgd dat ruimtelijke plannen dienen te voldoen aan de relevante regionale (thematische) structuurvisie dan wel de voor dat thema gemaakte bestuurlijke afspraken.

Voor Noord-Limburg geldt dat een ruimtelijk plan dat voorziet in de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor voorzieningen voor vrijetijdseconomie aan de bestaande (plan)voorraad, dient te voldoen aan de thematische principes zoals beschreven in paragraaf 6.4 van het POL2014 en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg, zoals opgenomen in de bijlage bij de verordening. Het begrip 'vrijetijdseconomie' is in de verordening niet gedefinieerd. Uit de context van de bestuursafspraken kan echter worden opgemaakt dat daaronder verblijfsrecreatie en dagrecreatieve voorzieningen worden verstaan. Hoewel daar beginsel ook zwembaden onder kunnen worden verstaan, is het beoogde nieuwe binnenbad niet gericht op dagrecreatie, maar sportbeoefening, waardoor hierop de regels ten aanzien van vrijetijdseconomie niet van toepassing zijn. Mocht dat overigens wel zo zijn, dan is van belang dat sprake is van de vervanging van een bestaand, sterk verouderd zwembad door een modern en duurzaam zwembad dat voorziet in de behoefte van de (beoogde) gebruikers.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 De Strategische Visie Venlo 2040 die is vastgesteld op 26 mei 2021 vervangt de eerder in 2010 opgestelde Strategische Visie Venlo 2030, die opgesteld rondom de laatste herindeling, waarbij de voormalige gemeente Arcen en Velden onderdeel is geworden van de gemeente Venlo. Deze nieuwe visie is bijgesteld en aangevuld ten opzichte van de vorige versie, om zo in te kunnen spelen op nieuwe, grote ontwikkelingen zoals de ontwikkelingen rondom de thema's klimaat en energie, groeiende verschillen binnen de gemeenschap en het veranderen van de samenstelling van de gemeenschap en verder de versterking van het economisch fundament van Venlo. Hierna wordt per thema het perspectief voor 2040 kort samengevat. Gezondste regio De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners daarvan hebben geprofiteerd. Onze vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen.

Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Een (t)huis om van te houden Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen

20

bestemmingsplan Zwembad Venlo

die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en hebben is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies.

Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadaptatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen.

We hebben ontdekt dat menselijk kapitaal schaarser is geworden en er zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer. Grenzeloos Wat betreft onze grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken.

bestemmingsplan Zwembad Venlo

21

Uitsnede 'praatplaat' Strategische Visie Venlo 2040

Toepassing planvoornemen Het planvoornemen draagt met name bij aan het perspectief 'Gezondste regio', door te voorzien in een kwalitatief goede en duurzame sportvoorziening voor de zwemsport, voor zowel de individuele zwemmers als de georganiseerde sportbeoefening. 3.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. Het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied wordt kleiner. En dat is jammer, omdat dit een minder afwisselende en daardoor minder aantrekkelijke gemeente oplevert. Steden, dorpen en het buitengebied hebben ieder hun specifieke kwaliteiten. Om die kwaliteiten nog beter tot hun recht te laten komen, wordt als kernopgave benoemd dat het contrast tussen steden, dorpen en het buitengebied de komende jaren versterkt moet worden.

Daarbij wordt onderkend dat het bestaande bebouwde gebied in de stad en de dorpen ruim voldoende capaciteit biedt voor het huisvesten van (toekomstige) stedelijke functies. Stad en land moeten elkaar aanvullen in plaats van in elkaar over te gaan. Zo wordt optimaal geprofiteerd van het beste van twee werelden. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. 2.

22

Drukte in het ommeland, Ruimte in de stad,

bestemmingsplan Zwembad Venlo

3. Leven met de Maas, 4. Voorzieningen op maat, 5. Robuuste structuren. Daarnaast zijn er drie basisprincipes geformuleerd die op elk ruimtelijk initiatief van toepassing zijn. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Het plangebied ligt conform de Ruimtelijke Structuurvisie binnen de contour stedelijk/dorpsgebied. Op voorliggende ontwikkeling zijn met name name de majeure opgaves ‘Ruimte in de stad’ en 'Voorzieningen op maat' van toepassing. Voor het stedelijk gebied wordt een maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte nagestreefd, in plaats van een uitbreiding van het stedelijk gebied. Door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen is dan wel komt voldoende ruimte beschikbaar om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever gebieden aanpassen dan uitbreiden. Hoewel we weten dat hergebruik, herstructurering en transformatie complexer en vaak kostbaarder is dan nieuwbouw, benutten we de groeiende leegstand toch voor herontwikkeling.

Ruimtes die weinig gebruikt worden, kunnen intensiever gebruikt worden, verouderde en verloederende (bedrijven)terreinen kunnen worden opgewaardeerd en ‘rotte plekken’ kunnen worden aangepakt. Absolute prioriteit ligt bij hergebruik en -ontwikkeling van waardevol cultureel en religieus erfgoed, zoals boerderijen, fabriekspanden, kloosters en kerken. Een andere grote opgave ligt in het bieden van een vitale voorzieningenstructuur. Het wordt steeds moeilijker om commerciële en maatschappelijke voorzieningen overeind te houden. Om toch in de behoeften te voorzien wordt gestreefd naar sterke voorzieningenclusters kunnen we toch een vitale voorzieningenstructuur creëren. Grootstedelijke voorzieningen moeten daarbij zoveel mogelijk in het stedelijk centrum van Venlo een plek vinden. Toepassing planvoornemen Onderhavig planvoornemen voorziet in herstructurering c.q. nieuwbouw na sloop van bestaand en verouderd vastgoed en voorziet binnen bestaand stedelijk gebied in een aanbod aan woningen dat kwantitatief en kwalitatief voor nu en ook op termijn voorziet in de behoefte, waarbij bovendien clustering van zwemvoorzieningen (binnen en buiten) behouden blijft. Voor sportvoorzieningen heeft overigens een verdere uitwerking van de visie plaatsgevonden in de hierna aan te halen sportvisie 2030 en de daarop gebaseerde Accommocatievisie sport 2020-2030.

3.4.3 Venlo.Fit Sportvisie 2030 Als onderdeel van het programma 'Gezond en actief Venlo' is de sportvisie voor de periode 2019 tot 2030 vastgesteld. Als onderdeel van de programmalijn 'Gezond en Vitaal' wordt ingezet op sportontwikkeling, sportvoorzieningen en activiteiten op het gebied van het behouden en versterken van de gezondheid en vitaliteit van de inwoners van Venlo. De visie op dit punten voor de periode tot 2030 is vastgelegd in de sportvisie. In de visie is ten aanzien van sportvoorzieningen benoemd dat die beter moeten inspelen op de behoefte van inwoners en dat ze verenigingen moeten (blijven) faciliteren. Ook het verduurzamen van sportvoorzieningen is als ambitie benoemd. De visie bevat nog geen concrete keuzes ambities ten aanzien van onderhavige locatie dan wel zwembaden binnen de gemeente Venlo. Wel is opgenomen dat voor wat betreft de sportaccommodaties een separate, verdiepende visie zal worden opgesteld. De betreffende visie (Accommodatievisie sport 2020-2030) gaat echter ook niet concreet in op de Wisselslag, maar vermeldt wel dat reeds separaat wordt onderzocht of en op welke wijze een (gemeentelijk) zwembad voor Venlo behouden

bestemmingsplan Zwembad Venlo

23

kan blijven. Toepassing planvoornemen Het nieuwe binnenbad voorziet in een duurzaam nieuw alternatief voor het sterk verouderde, niet duurzame bestaande binnenbad. Het programma waarin het zwembad voorziet faciliteert zowel de verenigingen, de doelgroepen als de individuele zwemmers. Daarmee draagt de ontwikkeling bij aan de ambities als geformuleerd in de gemeentelijke sportvisie.

24

bestemmingsplan Zwembad Venlo

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen.

4.2

Geluid

4.2.1 Invloed omgeving op het planvoornemen Een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, waarbij sprake is van de realisatie van geluidsgevoelige objecten dient te worden getoetst aan de Wet geluidhinder. In deze wet wordt aangegeven hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, industrie en spoorwegen. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidsgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. Het planvoornemen, bestaande uit een nieuwe binnenbad, is niet aan te merken als een geluidgevoelig object, waardoor het toetsen aan de kaders als opgenomen in de Wet geluidhinder niet aan de orde is. Op dit punt is er daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening. 4.2.2 Invloed planvoornemen op de omgeving Het beoogde zwembad zelf kan echter ook van invloed zijn op voor geluid gevoelige functies in de omgeving van het plangebied. In hoeverre (potentieel) milieuhinderlijke functies en milieugevoelige functies elkaar beïnvloeden en in hoeverre daarbij sprake is van een goede ruimtelijke ordening, kan als eerste stap worden beoordeeld aan de hand van de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" (VNG, 2009).

Daaraan zal hierna nog invulling worden gegeven in paragraaf 4.6. Kortgezegd blijkt uit die paragraaf dat een binnenbad volgens de genoemde uitgave wordt ingedeeld in milieucategorie 3.1, waarvoor in beginsel een richtafstand geldt van 50 meter, vanwege geluid. Gerekend vanaf het bouwvlak waarbinnen het zwembad mag worden opgericht, wordt ten opzichte van meeste omliggende woningen aan die afstand voldaan. Ten opzichte van de woningen ten westen van het nieuwe overdekte zwembad bedraagt de afstand tussen de meest nabij gelegen woningen en het bouwvlak niet overal 50 meter. De kleinste afstand bedraagt namelijk 48 meter. Die richtafstand van 50 meter geldt alleen voor geluid, voor geur en stof gelden voor zwembaden richtafstanden van respectievelijk 10 en 0 meter. Overigens gelden deze richtafstanden t.o.v. een rustige woonwijk, terwijl de omgeving van het zwembad in ieder geval grotendeels kan worden aangemerkt als een gemengd gebied, waardoor een richtafstand van 30 meter zou mogen worden gehanteerd. Akoestisch onderzoek Gelet op het voorgaande is volledigheidshalve conform de uitgave "Bedrijven en milieuzonering" nader onderzoek verricht naar de geluidsbelasting van het planvoornemen op de omgeving, nu aan de (indicatieve) richtafstand niet kan worden voldaan. Dit onderzoek (Peutz, d.d. 15 december 2022, kenmerk J481-14-RA) is als Bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd.

In het onderzoek wordt naast geluid afkomstig van het zwembad zelf (uitstraling vanuit gebouw, incl muziekgebruik, technische installaties op het dak, etc) ook geluid vanwege de met het zwembad samenhangende verkeersbewegingen (incl manoevreren op het parkeerterrein) en de

bestemmingsplan Zwembad Venlo

25

aanwezigheid van personen op het voorziene terras meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat wordt voldaan aan de uit de eerder genoemde uitgave "Bedrijven en milieuzonering" voorvloeiende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus, voor zowel de dag-, avond- als nachtperiode. Dat geldt ook voor piekgeluiden (Lamax). Het gemiddeld geluidsniveau (LAeq) als gevolg van indirecte hinder (verkeer op de openbare weg, van en naar het parkeerterrein) bedraagt maximaal 39 dB(A) en voldoet daarmee de voorkeursgrenswaarde van 48 dB(A) als genoemd in de Circulaire Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met de vergunningverlening Wet milieubeheer, waarbij aansluiting is gezocht in het rapport. Aanvullend akoestisch onderzoek wijziging terreininrichting buitenbad Als gevolg van de sloop van de huidige Wisselslag en de bouw van de nieuwe Wisselslag in het zuidelijk deel van het plangebied, wijzigt ook de indeling en inrichting van het terrein van het bestaande buitenbad. In een aanvullend akoestisch onderzoek (Peutz, d.d. 20 juni 2023, kenmerk J481-21-RA) zijn de consequenties daarvan onderzocht.

Uit die rapportage - die als Bijlage 10 bij deze toelichting is gevoegd - blijkt dat als gevolg van de activiteiten op het terrein van buitenbad in de gewijzigde situatie geen overschrijding wordt verwacht van de richtwaarde in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" voor gemengd gebied van 50 dB(A) voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau in de dagperiode. Het buitenbad is alleen in de dagperiode geopend. De in de gewijzigde situatie vanwege het buitenbad optredende geluidniveaus zijn min of meer vergelijkbaar met de geluidniveaus in de bestaande situatie, waarbij stemgeluid de maatgevende geluidbron is. Het uitgangspunt voor eventuele achtergrondmuziek op het terrein van buitenbad is dat deze muziek niet als zodanig herkenbaar mag zijn bij omliggende woningen (geluidniveau < 25 dB(A)). Hiermee dient in de nadere invulling van het terrein rekening te worden gehouden met betrekking tot plaatsing, orientatie en verspreiding van speakers. Bij een gezamenlijke beschouwing van het nieuwe zwembad De Wisselslag en het buitenbad treedt in de gewijzigde situatie een overschrijding van ten hoogste ca. 4 dB op van de richtwaarde van 50 dB(A) als opgenomen in de eerder aangehaalde uitgave "Bedrijven en milieuzonering". De berekende waarden zijn wel lager dan de maximale waarde van 55 dB(A) welke, mits gemotiveerd, aangehouden mag worden.

Voor de beoordeling van de plannen is van belang dat de geluidsituatie rondom de zwembaden in de gewijzigde situatie naar verwachting niet sterk afwijkt van de bestaande situatie. Verder is relevant dat de geluidniveaus vanwege het buitenbad niet dagelijks optreden, maar alleen op drukke zomerse dagen. Gesteld kan worden dat daarom de richtwaarde van 50 dB(A) een groot deel van het jaar niet wordt overschreden. Bovendien beperkt de overschrijding zich tot de dagperiode. Verder dient in de belangenafweging meegewogen te worden dat de zwembaden een maatschappelijke functie vervullen. Gelet op het bovenstaande zijn er voldoende argumenten aanwezig op grond waarvan tot de conclusie gekomen kan worden dat sprake is van een acceptabele geluidsituatie. Voor wat betreft de maximale geluidniveaus (piekgeluiden; LAmax) ten gevolge van schreeuwende personen op het terrein van het buitenbad wordt voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) in de dagperiode. Aangezien het buitenbad in de avond- en nachtperiode gesloten is, wordt automatisch voldaan aan de daarvoor gestelde grenswaarden voor het maximale geluidniveau. Gelet op het voorgaande vormt de geluidemissie als gevolg van het nieuwe zwembad op zichzelf beschouwd, maar ook in samenhang met het buitenbad, geen belemmering voor het planvoornemen in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

26

bestemmingsplan Zwembad Venlo

4.3

Bodem

Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan moet op basis van artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening worden onderzocht of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Het uitgangspunt is dat een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico mag opleveren voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Bij overige ruimtelijke besluiten is ook een inzicht in de bodemkwaliteit nodig op basis van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht. Dit betekent dat het aspect bodemkwaliteit voor vrijwel alle nieuwe ontwikkelingen, die met ruimtelijke plannen mogelijk worden gemaakt, onderzocht moet worden. Door de combinatie HMB en Peeters Milieuadvies is een verkennend bodemonderzoek onderzoek, verkennend asbestonderzoek puin en onderzoek wegfundering uitgevoerd, dat als Bijlage 2 bij deze toelichting is gevoegd (d.d. 23 september 2022, nr 22270001A). Daarbij is onderzoek verricht naar c.q. op de locatie van het huidige zwembad en de beoogde nieuwe locatie van het zwembad. Verkennend bodemonderzoek Locatie nieuwe zwembad Uit voornoemd onderzoek blijkt dat op de beoogde locatie voor het nieuwe zwembad geen verontreinigingen in de bovengrond of ondergrond zijn aangetroffen voor de onderzochte parameters. Daarmee vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen.

Verder worden alle grondmonsters op deze locatie indicatief beoordeeld als 'altijd toepasbaar' conform toetsing aan het besluit bodemkwaliteit. Locatie bestaande zwembad (binnenbad) Op c.q. rond de locatie van het bestaande binnenbad is ter plaatse van een aantal boringen en in één mengmonster van de bovengrond een lichte verontreiniging met PCB aangetoond. De grond kan indicatief worden beoordeeld als 'altijd toepasbaar' conform het Besluit bodemkwaliteit. In de bovengrond met bijmengingen kolengruis (MMB-5) zijn lichte verontreinigingen met zware metalen (kobalt, koper, nikkel, lood en zink) aangetroffen. Vermoedelijk worden de verontreinigingen veroorzaakt door de bodemvreemde bijmengingen. Indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit wordt de grond beoordeel als klasse 'industrie'. In de overige grondmonsters zijn geen verontreinigingen van de onderzochte parameters aangetoond. De grond wordt indicatief beoordeeld als 'altijd toepasbaar' conform het Besluit bodemkwaliteit. Gelet op aangetroffen gehaltes wordt nader onderzoek vooralsnog niet noodzakelijk geacht. Locatie opslagen chloor en zuren Ter plaatse van de chloor- en zurenopslag zijn geen verontreinigingen aangetroffen van de onderzochte parameters. Tevens is de aangetoonde zuurgraad representatief voor de zandgrond.

Er is derhalve geen vermoeden dat de opslag van zuren en/of chloren heeft geleid tot significante bodemverontreiniging. Grondwallen Aangezien een deel van de grondwallen wordt afgegraven, zijn ook die wallen onderzocht. Op basis van de toetsingen worden die grondwallen indicatief beoordeeld als 'altijd toepasbaar'. PFAS Er zijn binnen het onderzochte gebied geen verhoogde gehalten aan PFAS boven de landbouw/natuurnormen aangetroffen. Verkennend asbestonderzoek Tijdens de graafwerkzaamheden is door HMB/Peeters Milieuadvies het uitkomende materiaal beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geen van de boringen en/of proefgaten is asbestverdacht materiaal (>20 mm) aangetroffen. Nabij het bestaande zwembad is plaatselijk een puinverharding aangetroffen. Op het overige terrein en op de andere deellocaties zijn geen asbestverdachte puinlagen

bestemmingsplan Zwembad Venlo

27

aangetroffen. Analytisch is geen asbest aangetoond in de puinfundering. Onderzoek puinfundering Uit de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de aangetroffen puinverharding voldoet als "NV-bouwstof". Conclusie Gelet op het voorgaande vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor het planvoornemen.

4.4

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: a. b. c. d.

er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen.

Het Besluit NIBM legt vast wanneer een project niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof ind e buitenlucht. De achtergrond van het beginsel ‘Niet in betekende mate’ is dat de gevolgen van een ontwikkeling voor de luchtkwaliteit in een aantal gevallen (beschreven in de ministeriële Regeling NIBM) worden teniet gedaan door de ontwikkeling van bijvoorbeeld schonere motoren in het gehele land. Op 1 augustus 2009 is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) in werking getreden. Hierdoor dient bij plannen die de luchtkwaliteit beïnvloeden niet langer te worden uitgegaan van de normen uit de interimperiode. Nu het NSL in werking is getreden is een project NIBM, als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel fijn stof en NO2. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. Voor bepaalde activiteiten is de NIBM-grens getalsmatig bepaald in het Besluit NIBM en de daarop gebaseerde Regeling NIBM.

Voor andere activiteiten kan aan de hand van de zogenoemde NIBM-tool (MinI&M/InfoMil) als eerste stap worden onderzocht of een ontwikkeling kan worden aangemerkt als een plan dat niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van de relevante stoffen in de buitenlucht en daarmee kan dan de noodzaak van vervolgonderzoek worden bepaald. Uitgaande van de verkeersgeneratie van het nieuwe binnenbad als in beeld gebracht in het onderzoek van Royal HaskoningDHV, als opgenomen in Bijlage 8 bij deze toelichting en hierna nog nader te beschrijven in paragraaf 4.10, geeft de NIBM-tool de navolgende conclusie (zie afbeelding). Daarbij wordt als aantal voertuigbewegingen overigens - net als voor alle overige aspecten in deze toelichting - het werkdagmiddelde van 295 gehanteerd, in plaats van het weekdaggemiddelde van 266. Aangezien er bij wedstrijden blijkens het onderzoek ook steeds vaker bussen worden ingezet, is een aandeel van 2% voor zwaarder verkeer (vrachtverkeer) aangehouden. De opgenomen 2% dekt dan de inzet van de de betreffende bussen en eventuele vrachtwagenbewegingen van leveranciers. Met gemiddeld ruim 5 bewegingen per dag wordt die 2% representatief geacht, maar zelfs bij een aandeel van 10% van de 295 bewegingen per dag maakt dat de conclusie niet anders: het planvoornemen voldoet aan het criterium NIBM, waardoor aanvullend onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/116/documents/5412