056 Bijl02 Bijlage bij toelichting bestemmingsplan 'Landhuis Moubis - Waterloostraat 28 Steyl'.pdf
Tekst van het document
pagina 15 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
aanwezigheid op de planlocatie redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Zodoende zijn er, naast de zorgplicht, geen verdere verplichtingen vanuit de Wnb ten aanzien van de muurhagedis. Vissen Er zijn geen watergangen aanwezig binnen het plangebied waardoor de aanwezigheid van (beschermde) vissen met zekerheid kan worden uitgesloten.
4.6 Ongewervelden/ overige soorten Beschermde soorten ongewervelden en overige soorten zijn niet waargenomen en ook niet te verwachten binnen het plangebied. Beschermde soorten stellen specifieke eisen aan een biotoop en gezien de afwezigheid van geschikt oppervlaktewater en de aanwezige beplanting is het plangebied voor veel soorten niet geschikt.
Figuur 4: resultaten van de quickscan
pagina 16 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
5. Conclusies Doel van het onderhavige onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving.
5.1 Beschermde gebieden Natuurnetwerk Nederland Het plangebied bevindt zich buiten het NNN. In de provincie Limburg is een toetsing van de externe werking van een ingreep op de wezenlijke kenmerken van de dichtstbijzijnde NNN gebieden niet van toepassing. Zodoende is een verdere toetsing van de effecten van de ruimtelijke ingreep op het NNN niet nodig en zijn er geen verdere verplichtingen ten aanzien van het NNN vanuit de Omgevingsverordening Limburg. Natura 2000-gebieden
De ingreep vindt plaats op een afstand van 11,1 kilometer van Natura 2000-gebied “Swalmdal”. Vanwege de grote afstand tot het Natura 2000-gebied, de aard van de ingreep en de aanwezigheid van woningen, infrastructuur en agrarisch landschap tussen het Natura 2000-gebied en het plangebied kunnen negatieve effecten door trillingen, geluid en visuele verstoring als gevolg van de voorgenomen ingreep op voorhand worden uitgesloten. Zodoende is een effectenanalyse is in dit geval niet van toepassing. In de gebruikersfase is mogelijk, door een toename van verkeer, een toename in stikstofdepositie te verwachten. Zodoende dient vanuit de Wnb een AERIUS-berekening te worden uitgevoerd. (Synbiosys alterra, z.d.)
5.2 Soorten Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rust- en verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Flora Er zijn binnen het plangebied geen volgens de Wnb beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen. Algemene broedvogels Wanneer de werkzaamheden tijdens het broedseizoen plaatsvinden kan dit leiden tot het verlaten van nesten met eieren en/of jongen van vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Daarnaast wordt de functionaliteit van de nesten in gevaar gebracht. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de Wnb. Werken buiten het broedseizoen of een broedvogelcheck door een ecologisch deskundige voorafgaand aan de werkzaamheden voorkomt overtreding. Het broedseizoen loopt in
pagina 17 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
stedelijk gebied globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van weersomstandigheden en de soorten. Vogels met jaarrond beschermde nesten Het gebouw fungeert mogelijk als (jaarrond) beschermde voortplantings- en/of verblijfplaatsen voor de huismus, de gierzwaluw, de torenvalk, de bosuil, de kerkuil en de steenuil. Het renoveren en realiseren van het landhuis heeft mogelijk een negatief effect op deze soorten. Zodoende dient vanuit de Wnb aanvullend onderzoek naar sommige van deze soorten te worden uitgevoerd. Uit deze aanvullende onderzoeken moet blijken of eventueel een ontheffing en/of mitigerende maatregelen nodig zijn. Voor de huismus houdt dit in dat er twee veldbezoeken moeten worden uitgevoerd in de periode van 1 april tot en met 15 mei of vier bezoeken in de periode van 10 maart tot en met 20 juni om aan te tonen dan wel uit te sluiten of en waar de huismussen vaste verblijfplaatsen hebben binnen het plangebied. Locaties van nesten en essentiële onderdelen van het leefgebied dienen hierbij te worden geïnventariseerd. Dit onderzoek dient overdag op een geschikt moment te worden uitgevoerd, tussen twee uur na zonsopkomst en twee uur voor zonsondergang. Voor gierzwaluwen dienen drie gerichte veldbezoeken plaats te vinden tussen 1 juni t/m 15 juli, waarbij gelet wordt op gierende dieren en in- en uitvliegers.
Minimaal één bezoek dient plaats te vinden tussen 20 juni en 7 juli en tussen de bezoeken dient een periode van minimaal 10 dagen gehandhaafd te worden. Er wordt geïnventariseerd vanaf twee uur voor zonsondergang tot zonsondergang. Nesten van de torenvalk zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het is niet duidelijk of er voldoende alternatieve geschikte rust en/of nestplaatsen in de omgeving aanwezig zijn waarnaar de torenvalken eventueel kunnen uitwijken. Zodoende is vanuit de Wnb een omgevingscheck benodigd om mogelijke alternatieverust en/ voortplantingsplaatsen in beeld te krijgen waarnaar de torenvalken eventueel kunnen uitwijken. Ook nesten van de bosuil zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Door het omliggende agrarisch landschap met oudere schuren wordt verwacht dat er voldoende alternatieve roest- en/of nestplaatsen aanwezig zijn waar de bosuil eventueel naar uit kan uitwijken. Zodoende wordt er als gevolg van de ingreep geen negatief effect op de bosuil verwacht en zijn er vanuit de Wnb, naast de zorgplicht, geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soort.
Voor de kerkuil dienen drie gerichte veldbezoeken plaats te vinden tussen begin februari tot en met half oktober, tijdens deze veldbezoeken wordt gelet op sporen in de vorm van braakballen, krijtstrepen, veren, in- en uitvliegende dieren en geluidwaarnemingen. De inventarisatie moet bij voorkeur tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaats vinden. De beste momenten om te inventariseren zijn ’s avonds en ’s nachts. Daarnaast moet bij voorkeur ook overdag gezocht zijn naar sporen die de aanwezigheid van een nestplek aannemelijk maken. Voor de steenuil worden drie gerichte veldbezoeken uitgevoerd waarbij de baltsroep afgespeeld wordt. Daarnaast wordt één dag bezoek uitgevoerd waarbij gezocht wordt naar sporen zoals braakballen en krijtstrepen. De onderzoeken dienen plaats te vinden in de periode 1 februari t/m 30 april. Tussen het eerste en laatste veldbezoek wordt een periode van minimaal één maand
pagina 18 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
gehandhaafd. De onderzoeken vinden plaats bij avond schemering, één half uur na zonsondergang tot middernacht of anderhalf uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. Grondgebonden zoogdieren Het gebouw fungeert als verblijf- en/of voortplantingsplaats voor de steenmarter. Vanwege het renoveren en realiseren van 28 zorgappartementen wordt een negatief effect op de steenmarter verwacht. Wanneer de werkzaamheden binnen de vrijgestelde periode (15 augustus tot en met februari) plaatsvinden zijn er, naast de zorgplicht, geen verdere verplichtingen vanuit de Wnb. Wanneer niet binnen deze periode gewerkt kan worden dient vanuit de Wnb aanvullend onderzoek naar de steenmarter plaats te vinden. Uit dit eventuele onderzoek zal blijken of een ontheffing en mitigerende maatregelen voor de steenmarter nodig zijn. Het onderzoek naar de steenmarter omvat een camera onderzoek, waarbij gedurende 6 weken in de periode van maart t/m augustus cameravallen in het veld worden geplaatst. Om de twee weken worden de beelden gecheckt en de camera’s op een andere locatie geplaatst. De cameravallen worden op de meest kansrijke elementen, zoals ingangen in het gebouw, geplaatst om zo een beeld van de aanwezige populatie te krijgen. Vleermuizen Er wordt niet verwacht dat het plangebied essentieel deel uitmaakt van een vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen.
Het landhuis is geschikt bevonden als vaste verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten zoals de gewone dwergvleermuis, de ruige dwergvleermuis, de laatvlieger, de gewone grootoorvleermuis, de meervleermuis en de kleine dwergvleermuis. Door het renoveren en realiseren van de zorgappartementen gaan mogelijk vaste verblijfplaatsen van deze soorten verloren en daarom dient vanuit de Wnb aanvullend onderzoek naar de functie van het gebouw voor vleermuizen uitgevoerd te worden. Aanvullend onderzoek naar vleermuizen wordt uitgevoerd conform het Vleermuisprotocol 2021 van Netwerk Groene Bureaus. Dit onderzoek bestaat uit zeven veldbezoeken, waarvan drie in de periode 15 mei – 15 juli, twee in de periode 15 augustus – 15 september en twee in de periode van 1 augustus – 10 september. Op basis van dit aanvullend onderzoek zal dan duidelijk worden of maatregelen en/of ontheffing nodig zijn. Amfibieën en reptielen Door het ontbreken van oppervlaktewater in en nabij het plangebied kan de aanwezigheid van (overwinterende) amfibieën redelijkerwijs worden uitgesloten. Er zijn daarom, behalve de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen ten aanzien van deze soortgroep.
Evenals kan door het ontbreken van geschikt biotoop voor beschermde reptielsoorten binnen het plangebied de aanwezigheid van deze soortgroep redelijkerwijs worden uitgesloten en worden er geen negatieve effecten verwacht. Zodoende zijn er vanuit de Wnb, behalve de zorgplicht, geen verdere verplichtingen ten aan zien van reptielen. Vissen Door het ontbreken van (stromend) water is de aanwezigheid van beschermde vissoorten met zekerheid uit te sluiten. Zodoende zijn er volgens de Wnb geen verdere verplichtingen ten behoeve van beschermde vissen. Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde
pagina 19 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.
pagina 20 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
5.3 Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Als “veilige” periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half oktober tot eind november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als de egel en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Bovendien zijn de houtduiven uit het laatste legsel dan ook uitgevlogen. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd en buiten de kwetsbare periode ongeschikt gemaakt wordt als leefgebied voor die soorten. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te beperken (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen).
5.4 Eindconclusie In onderstaande punten wordt de eindconclusie weergegeven: • een AERIUS-berekening is noodzakelijk. •
werken buiten het broedseizoen en/of een broedvogelcheck door een ecologisch deskundige voorafgaand aan de werkzaamheden is noodzakelijk.
•
aanvullend onderzoek naar huismus, gierzwaluw, kerkuil, steenuil, steenmarter en gebouwbewonende vleermuizen is noodzakelijk.
•
een omgevingscheck voor het in beeld brengen van alternatieve rust-/ nestlocaties voor de torenvalk is noodzakelijk
•
uit het aanvullend onderzoek moet blijken of eventuele ontheffing en/of mitigerende maatregelen nodig zijn.
•
de Zorgplicht geldt ten alle tijden.
5.5 Advies Erfbeplanting Indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, adviseren wij deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren. Informeer hiervoor bij uw provincie of gemeente.
pagina 21 van 22
documentkenmerk: 2103/100/JOW-01, versie 0
6. Literatuurlijst BIJ 12 (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl BIJ 12 (2017). Kennisdocument gierzwaluw, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl BIJ 12 (2017). Kennisdocument huismus, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl BIJ 12 (2017). Kennisdocument kerkuil, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl BIJ 12 (2017). Kennisdocument steenuil, versie 1.0, juli 2017. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl Bouwens, S. (2017). Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.zoogdiervereniging.nl Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C. (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren - deel 12 serie Nederlandse fauna. Knnv Uitgeverij Index Natuur en Landschap (BIJ12, Utrecht, Nederland). N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.bij12.nl Natura 2000 (2021). Swalmdal. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.natura2000.nl NDFF (2020). Soortenlijst per atlasblok. Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.verspreidingsatlas.nl Netwerk Groene Bureaus (2017). Soorteninventarisatieprotocollen. Geraadpleegd op 2 augustus 2021 van www.netwerkgroenebureaus.nl Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021.
Geraadpleegd op 2 augustus 2021 via www.netwerkgroenebureaus.nl Perceelloep (z.d.) Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.perceelloep.nl Ravon (2020) Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.ravon.nl Synbiosys alterra (z.d.). Effectenindicator. Geraadpleegd op 21 juni 2021 via www.synbiosys.alterra.nl Vogelbescherming (z.d.). Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.vogelbescherming.nl Zoogdiervereniging (z.d.). Geraadpleegd op 30 juli 2021 via www.zoogdiervereniging.nl
pagina 22 van 22