055 Bijl03 Bestemmingsplan Gonnenhof Hout-Blerick, toelichting.pdf
Tekst van het document
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick Gemeente Venlo Toelichting
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
in opdracht van Venterra B.V. Noorderpoort 11a 5916 PJ VENLO
betreffende locatie Hout-Blerick documentkenmerk 2210/117/EH-01 versie C vestiging Nuenen datum 7 maart 2024
opgesteld door:
gecontroleerd door:
ing. C. de With
ing. J.A. Welmers
Projectleider ruimtelijke ordening
Projectleider ruimtelijke ordening
Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/
Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.
088 44 02 900
E.
info@tritium.nl
I.
www.tritium.nl
KvK-nr.
17108024
Tritium Advies is gevestigd in:
Breda >> Nuenen >> Rijkevoort
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Inhoudsopgave pagina 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding en doel
1
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
1
1.3
Geldend bestemmingsplan
2
1.4
Leeswijzer
3
2
Beschrijving plan
4
2.1
Bestaande situatie
4
2.2
Toekomstige situatie
5
3
Beleidskader
7
3.1
Rijksbeleid
7
3.2
Provinciaal beleid
9
3.3
Regionaal beleid
14
3.4
Gemeentelijk beleid
16
4
Milieu- en omgevingsaspecten
22
4.1
Bodem
22
4.2
Geluid
22
4.3
Bedrijven en milieuzonering
23
4.4
Luchtkwaliteit
24
4.5
Externe veiligheid
25
4.6
Water
27
4.7
Flora en fauna
32
4.8
Stikstofdepositie
32
4.9
Archeologie en cultuurhistorie
33
4.10 Verkeer en parkeren
34
4.11 Kabels en leidingen
35
4.12 M.e.r.-beoordeling
35
5
Juridische toelichting
37
5.1
Inleiding
37
5.2
Toelichting op de verbeelding
37
5.3
Toelichting op de planregels
38
5.4
Beschrijving bestemmingen
39
6
Uitvoerbaarheid
40
6.1
Economische uitvoerbaarheid
40
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
40
Bijlagen bij de toelichting
41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens om in totaal 28 nieuwe woningen planologisch mogelijk te maken, bestaande uit 21 nieuwbouwwoningen en zeven woningen op particuliere percelen. Daarnaast wordt de woningsplitsing van de bestaande boerderij aan de Bijenweideweg 2 in drie woningen meegenomen in onderhavig bestemmingsplan, waar de gemeente al eerder mee is ingestemd. De locatie is gelegen binnen het vigerend bestemmingsplan ‘Kern Hout-Blerick’, vastgesteld op 26 mei 2010. Het beoogde planvoornemen past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. In dit nieuwe bestemmingsplan wordt een deel van de bestemming ‘Agrarisch’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ en de bestemming ‘Verkeer’.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen nabij de Bijenweideweg 2 in Hout-Blerick, gemeente Venlo, en bevindt zich tussen de Bijenweideweg, Groetweg, Helmusweg en De Beeretweg. De gronden zijn kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie L nummers 7041, 7108, 7109, 7111, 7112, 7113 (gedeeltelijk), 7114, 7115 (gedeeltelijk), 7116 en 7117 (gedeeltelijk) en heeft een totale grootte van circa 12.070 m2 .
Figuur 1.1: Ligging plangebied (rood omcirkeld)
pagina 1 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Figuur 1.2: Begrenzing plangebied
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kern Hout-Blerick’, vastgesteld op 26 mei 2010. Het plangebied heeft de enkelbestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Wonen’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ geldt voor het gehele plangebied en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg 2’ geldt voor een gedeelte van het plangebied. Binnen een gedeelte van de bestemmingen voor ‘Wonen’ is een bouwvlak opgenomen met als bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – hoofdgebouw toegestaan’ daarnaast zijn enkele maatvoeringseisen van toepassing ‘maximum bouwhoogte: 8 m, maximum goothoogte 4 m’. De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de archeologische waarden in het gebied. De ontwikkeling van woningen past niet binnen de regels van het geldende bestemmingsplan. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden om onderhavig planvoornemen mogelijk te maken.
pagina 2 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
1.4 Leeswijzer Voorliggende toelichting vormt samen met de regels en verbeelding het bestemmingsplan. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 behandelt de economische uitvoerbaarheid van dit plan.
pagina 3 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
2 Beschrijving plan 2.1 Bestaande situatie Historische schets Hout-Blerick is een agrarische gemeenschap die tot 1945 hoofdzakelijk bestond uit een hoofdweg met lage groengronden (beemden) en hoge bouwlanden (kampen). Het oorspronkelijke wegenpatroon loopt evenwijdig aan het beekdal van de Springbeek. De bebouwing van voor 1945 bestaat voornamelijk uit lage bebouwing, één bouwlaag met daarop een kap. Later zijn daar ook andere bouwvormen bij gekomen. Ruimtelijke structuur Hout-Blerick heeft een autonome ligging vanwege de omliggende infrastructuur die een harde begrenzing vormt. De historische structuur en het kleinschalige karakter van Hout-Blerick zijn nog duidelijk zichtbaar, ondanks dat het gehele grondgebied bebouwd is. Functionele structuur Het beeld van de grotendeels organisch gegroeide woonkern Hout-Blerick wordt voornamelijk bepaald door individueel gebouwde woningen. Hierdoor is een grote diversiteit aan woningen ontstaan. Ook zijn er rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen, vrijstaande woningen, seniorenwoningen en patiobungalows aanwezig. Er zijn korte rijen gebouwd waardoor een gevarieerd beeld is ontstaan in leeftijd en woningtypologie. Er zijn in Hout-Blerick slechts enkele bedrijven aanwezig. Daarnaast zijn enkele kleinschalige commerciële voorzieningen aanwezig. Deze liggen verspreid en aan de historische wegenstructuur.
Doordat de huizen zowel voor- als achtertuinen hebben is een groene identiteit ontstaan.
Figuur 2.1: Luchtfoto bestaande situatie
pagina 4 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
2.2 Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de realisatie van 21 nieuwbouwwoningen, zeven woningen op particuliere percelen en de woningsplitsing van de bestaande boerderij aan de Bijenweideweg 2 van één naar drie woningen. In navolgende afbeelding is het stedenbouwkundig schetsplan voor de toekomstige situatie opgenomen, deze is tevens opgenomen in bijlage 1.
Figuur 2.2: Stedenbouwkundig schetsplan planvoornemen
Bereikbaarheid Voor de bereikbaarheid zal een nieuwe weg voor gemotoriseerd verkeer worden aangelegd binnen het plangebied, die aan de noordzijde wordt ontsloten op de Helmusweg. Ook komt er een ontsluiting aan de zuidzijde op de Bijenweideweg, deze is slechts voor langzaam verkeer zoals fietsers en voetgangers. De woningen die niet aan deze nieuwe weg liggen, liggen al aan de bestaande wegenstructuur waarop de percelen zullen worden ontsloten middels een uitrit. Aan de nieuw aan te leggen weg zullen tevens parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Programma en doelgroep In totaal komen er drie vrijstaande woningen, vier tweekappers (waarvan één levensloopbestendig), tien levensloopbestendige woningen, elf rijwoningen en twee woningen in de bestaande boerderij die wordt gesplitst. Parkeren De parkeerbehoefte van het planvoornemen wordt volledig binnen het plangebied opgelost. Dit gebeurt zowel op eigen terrein van de nieuw te bouwen woningen als in het openbaar langs de nieuw aan te leggen weg. pagina 5 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Groen De woningen krijgen allemaal een voor- en achtertuin, hiermee sluit de uitstraling aan bij de groene identiteit van de dorpskern. Langs de nieuwe weg die het plangebied doorkruist wordt een bomenrij aangelegd en wordt voorzien in een grote groene centrale middenruimte. Ook is er ruimte gereserveerd voor waterberging. Hiermee wordt de groene structuur binnen het plangebied behouden en versterkt. In het kader van biodiversiteit worden er verschillende soorten planten, bomen, gras en bloemenmengsels aangelegd. Ook draagt de groenstructuur bij een klimaatadaptie; de bomen geven verkoeling tijdens hitte en regenwater wordt zo veel mogelijk binnen het plangebied opgevangen, vastgehouden en in de bodem geïnfiltreerd. Door Infra20 ontwerp & Advies is voor de openbare ruimte een ‘Groenplan’ opgesteld d.d. 1 november 2023, welke als bijlage 14 bij dit bestemmingsplan is toegevoegd. Beeldkwaliteitsplan Door VAN PLAN is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de beoogde ontwikkeling. In het plan wordt het gewenste beeld geschetst van de woningen en de erfinrichting. Het dient als inspiratie voor de toekomstige ontwikkeling, zodat de gekozen oplossingen passen bij de uitstraling die wordt nagestreefd. Gonnenhof zoekt qua beeldkwaliteit de aansluiting met de Bijenweideweg en de oude kern. Het grenst rechtstreeks aan het oude bebouwingscluster ‘Holt-Bliërick’.
De landelijke/dorpse uitstraling komt terug op een eigentijdse manier. Hierbij passen relatief lage volumes met kappen en plinten, gemetselde stenen in warme aardse kleuren en gebakken pannen. Verder wordt hout toegepast ter verbijzondering van de woningen en als terugkerend, herkenbaar element in het plan. De gedachte is te zoeken naar eenheid in architectuur maar ook afwisseling, zodat een levendige nieuwe wijk ontstaat. Qua bouwhoogtes wordt een mix voorgesteld van 1,5 laag met kap en 2 lagen met een kap, waarbij de oriëntatie van de woningen naar de weg is gericht. Daarnaast krijgt de openbare ruimte een groene invulling met hagen, bomen en ruimte voor waterberging.
pagina 6 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en onder intrekking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Rijk, provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van ons land. Er zijn 21 nationale belangen beschreven die het lokale en regionale belang overschrijden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: •
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.
•
Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.
•
Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.
•
Beperken van klimaatverandering.
Toetsing plangebied Onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig en lokaal van aard, dat er geen nationale belangen mee gemoeid zijn. Daarmee is de ontwikkeling niet in strijd met de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd, om nationale en provinciale belangen te beschermen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) komen de volgende veertien nationale belangen terug: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; pagina 7 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; 12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het Barro blijft van kracht totdat de omgevingswet in gaat, daarna wordt het Barro vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Deze regeling bevat o.a. een uitwerking van het ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Toetsing plangebied Het plangebied is niet gelegen binnen een van de in het Barro genoemde gebieden die zijn bestemd voor aspecten van landelijk belang. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de belangen uit het Barro.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument van het Rijk voor de toepassing van efficiënt ruimtegebruik bij ruimtelijke plannen. Het bevoegd gezag moet namelijk voldoen aan een motiveringsvereiste als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Dit op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Indien bij een bestemmingsplan een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk wordt gemaakt, dient daarvoor op grond van de Ladder een verantwoording te worden gegeven. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt heet zodoende: •
Een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling;
•
En, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Om te bepalen of de Ladder van toepassing is, dient eerst beoordeeld te worden of er sprake is van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat desalniettemin gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Uit deze jurisprudentie blijkt dat een woningbouwontwikkeling vanaf 12 woningen, dan wel een ontwikkeling van een andere stedelijke functie (zoals een zorghuis) met in beginsel een ruimtebeslag van 500 m² of meer, pagina 8 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
beoordeeld moet worden als stedelijke ontwikkeling en daarmee “Ladderplichtig” zijn. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van meer dan 12 woningen met een ruimtebeslag van meer dan van 500 m², waardoor toetsing aan de ladder noodzakelijk lijkt. Beschrijving van de behoefte De groei van het aantal inwoners en het afgenomen aantal personen per huishouden leidt ertoe dat de behoefte aan woonruimte is toegenomen. Voor iedereen moet er, afhankelijk van het beschikbare inkomen of levensfase, geschikte woonruimte te vinden zijn binnen de gemeente. Daarbij moet er zowel de keuze zijn tussen binnenstedelijk wonen als wonen in de dorpskern van een rustigere buitenwijk. In september 2021 is in de woonvisie de doelstelling vastgesteld om gemiddeld jaarlijks 380 woningen toe te voegen. Daarbij is rekening gehouden met de huishoudensprognose, hoe het aantal huishoudens zich ontwikkelt, en het feit dat gemeente Venlo het woningtekort wil inlopen. Om de doelstellingen te bereiken moet er sprake zijn van een netto toename van de woningvoorraad. Met het vaststellen van de woonvisie zijn behalve netto cijfers ook randvoorwaarden geschept om tot een toekomstbestendige woningvoorraad te komen. Daarbij zijn belangrijk dat er een robuuste woningvoorraad is, dat de woningvoorraad beschikbaar en betaalbaar is en dat er speciale aandacht moet komen voor woonzorgcombinaties.
Venterra draagt met onderhavig planvoornemen, dat bestaat uit de toevoeging van kwalitatief hoogwaardig vastgoed, een bijdrage aan de bebouwde omgeving. De 30 woningen die worden toegevoegd passen qua aard en omvang in het groene en dorpse karakter van Hout-Blerick. Hiermee wordt op een passende manier invulling gegeven aan een bestaand stedelijk gebied zodat dit voor de toekomst een bestendige en duurzame invulling krijgt. In paragraaf 3.3 van deze toelichting wordt de Structuurvisie Venlo uiteengezet, waaruit blijkt dat men wil inzetten op het versterken van Venlo als woonstad. Tevens wordt in deze paragraaf de Woonvisie Venlo besproken, waaruit onder andere blijkt dat woningbouw vooral plaats dient te vinden binnen huidige stedelijke contouren waarbij wordt gekeken naar vrijkomende terreinen door functiewijziging. Zo is in onderhavige ontwikkeling eveneens sprake van een agrarisch perceel dat niet meer als zodanig in gebruik kan worden genomen gezien de geringe schaalgrootte. Daarom is het een passende functiewijziging om hier woningen mogelijk te maken.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL) Op 1 oktober 2021 is door Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast zijn ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De concrete regels omtrent deze onderwerpen heeft de provincie in de Omgevingsverordening vastgelegd.
pagina 9 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
De trends en ontwikkelingen binnen de provincie Limburg zijn in de Provinciale Omgevingsvisie Limburg in drie hoofopgaven verdeeld: 1. een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a.
in stedelijk c.q. bebouwd gebied
b.
in landelijk gebied
2. een toekomstbestendig, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouw- transitie; 3. klimaatadaptatie en energietransitie. De Omgevingsvisie gaat uit van het zoeken naar de balans tussen het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving waarin we leven, wonen, werken, leren en onze vrije tijd besteden. De Omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst. Bij (nieuwe) ontwikkelingen kan de provincie nog keuzes maken. Daarbij kiest de provincie voor maatwerk en wordt rekening gehouden met het karakter en mogelijkheden van een gebied en de afweging van belangen op lokale schaal. Als er afwegingen worden maken, doet de provincie dat op basis van onderstaande Limburgse principes: −
We streven naar een inclusieve, gezonde en veilige samenleving.
−
De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal.
−
Meer stad, meer land.
−
We gaan zorgvuldig om met onze ruimte en voorraden bovengronds én ondergronds.
−
Procesmatige uitgangspunten.
Op basis van de Provinciale Omgevingsvisie Limburg valt het plangebied binnen ‘Stedelijk gebied’. In ‘Stedelijk gebied’ is een breed scala aan locaties te vinden met functies zoals wonen, winkels, scholen, voorzieningen, wegen en openbare ruimte. De zorg voor een goede kwaliteit van de leefomgeving en een goede bereikbaarheid zijn hier belangrijke uitgangspunten. Het is belangrijk dat onder meer in de overgangsgebieden stad-land wordt ingespeeld op ruimte voor klimaatadaptatie via het watersysteem en de groen- voorzieningen. Het succes van de woningmarkt is wat de ambitie van de provincie betreft onlosmakelijk verbonden met de sociaal-economische- en gezondheidssituatie van de inwoners in de steden en dorpen en het voorkomen van segregatie. Door het in balans brengen van vraag en aanbod kunnen we een tekort aan woningen voor bepaalde doelgroepen voorkomen. Daarnaast heeft dit een positief effect op ongewenste leegstand met de bijbehorende ondermijnings- en leefbaarheidsproblemen. Toetsing plangebied Het plan beoogd een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving te creëren voor haar toekomstige bewoners. Het initiatief betreft een gevarieerd aanbod van woningen (levensloopbestendige woningen, vrijstaande woningen, tweekappers en starterswoningen) binnen bebouwd gebied (inbreidingslocatie).
Er wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van woningen waar een vraag naar is, passend binnen de identiteit van de wijk. Daarnaast wordt er een groene openbare ruimte gecreëerd waar aandacht is voor klimaatadaptatie. Het plan sluit daarmee aan bij de ambities uit de Provinciale omgevingsvisie Limburg.
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 is de nu geldende verordening. Deze wordt een of meerdere keren per jaar geactualiseerd. De meest recente wijziging dateert van 16 december 2022. De Omgevingsverordening Limburg 2014 komt in zijn geheel te vervallen op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Op dat moment zal deze worden vervangen door de pagina 10 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Omgevingsverordening Limburg 2021. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat grofweg twee typen regels: •
instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap;
•
regels voor activiteiten die rechtstreeks voor een ieder gelden of voor specifieke doelgroepen.
Toetsing plangebied Het plangebied en de beoogde ontwikkeling zijn gelegen binnen een aantal zoneringen van kaarten welke relevante onderwerpen van de Omgevingsverordening aansnijden. Hierna volgen de meest relevante. Binnen de kaart ‘Ruimte’ wordt voor ruimtelijke ontwikkelingen een duurzame verstedelijking nagestreefd. De herontwikkeling van bestaande bebouwd gebied ten behoeve van een kleinschalige woningbouwontwikkeling op basis van de behoefte levert hier een bijdrage aan.
Figuur 3.1: Uitsnede kaart Ruimte – Duurzame verstedelijking
Binnen de kaart ‘Milieubeschermingsgebieden’ is de locatie gelegen binnen een ‘Boringsvrije zone’ van Venloschol. Binnen dit gebied gelden er restricties voor bepaalde bodemingrepen en grondboringen beneden 5 meter +NAP. Het maaiveld van het plangebied is overeenkomstig de kaarten van de Algemene Hoogtekaart Nederland gelegen op een hoogte van circa 23 meter +NAP. Er worden geen bodemingrepen, dan wel boringen verwacht die tot een diepte van 5 m +NAP of dieper reiken. Indien van toepassing zal voldaan worden aan de regels die gesteld zijn in de Omgevingsverordening.
pagina 11 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Figuur 3.2: Uitsnede kaart Milieubeschermingsgebieden – Boringsvrije zones
Binnen de kaart ‘Water’ is de locatie gelegen binnen een grondwateronttrekkingszone van het gebied ‘Venloschol’. Binnen dit gebied gelden er restricties voor bepaalde grondwateronttrekkingen en infiltratie beneden 5 meter +NAP. Het maaiveld van het plangebied is overeenkomstig de kaarten van de Algemene Hoogtekaart Nederland gelegen op een hoogte van circa 23 meter +NAP. Er worden geen grondwateronttrekkingen, dan wel infiltraties verwacht die tot een diepte van 5 m +NAP of dieper reiken. Indien van toepassing zal voldaan worden aan de regels die gesteld zijn in de Omgevingsverordening.
Figuur 3.3: Uitsnede kaart Water – Grondwateronttrekking
3.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Met de komst van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en de bewoordingen van de Omgevingswet. Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening vastgesteld in de vergadering van 17 december 2021, maar hij is nog niet in werking. Omdat deze Omgevingsverordening is gebaseerd op de Omgevingswet kan deze niet eerder in werking treden dan de Omgevingswet zelf. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden. De Omgevingsverordening Limburg 2021 kent voor een aantal onderwerpen andere regels, of regels onder een andere benaming dan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het meest in het
pagina 12 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
oog springt de natuur- en landschapsbescherming. De zones 'Goudgroene natuur', 'Zilvergroene natuur' en de 'Bronsgroene Landschapszone' worden gewijzigd. De Goudgroene natuurzone wordt onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (Natuurnetwerk Limburg) en de Zilvergroene en Bronsgroene zones worden samengevoegd tot de 'Groen-Blauwe Mantel'. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg 2021 nog niet in werking is getreden, is het verstandig voor gemeenten, inwoners en bedrijven om vooruitlopend op de inwerkingtreding te bezien of eventuele voorgenomen plannen en activiteiten zullen passen in die nieuwe omgevingsverordening, om bij realisatie van die plannen niet voor vervelende verrassingen te komen te staan. Op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2021 is het plangebied niet gelegen ter plaatse van het Natuurnetwerk of de Groenblauwe mantel.
Figuur 3.4: Uitsnede kaart ‘Natuur’
Figuur 3.5: Uitsnede kaart ‘Wonen, werken en recreëren’
Binnen de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ is het plangebied gelegen ter plaatse van een stedelijk gebied. Sinds de provinciale omgevingsverordening van 2014 is er veel veranderd ten aanzien van de woningmarkt en daarom ook ten aanzien van het woningmarktbeleid. Samenwerking in de regio blijft belangrijk en om aan de actuele vraag te voldoen is het belangrijk om waar mogelijk belemmeringen weg te nemen. Er is geconstateerd dat de provincie Limburg over meer dan voldoende planvoorraad beschikt. Daarom zal de planvoorraad gemonitord worden. Voor alle nieuwe woningbouwplannen die vanaf 2022 door de gemeente worden vastgesteld, geldt
pagina 13 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
dat ze binnen vijf jaar dienen te worden gerealiseerd. Heeft de realisatie niet plaatsgevonden, dan worden ze door de gemeente heroverwogen. Overige aanwijzingen ter plaatse van het plangebied komen overeen met de Omgevingsverordening Limburg 2014.
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Woondeal Limburg In maart 2023 zetten zowel minister Hugo de Jonge, de Provincie en gemeenten, als een aantal woningcorporaties en het Waterschap Limburg hun handtekening onder de Woondeal Limburg. In de Woondeal staat dat er in Limburg 26.550 woningen bij komen tot en met 2030, waarvan het grootste deel in de sociale huur, de middenhuur en de betaalbare koop. In nauwe samenwerking gaan verschillende partijen aan de slag om deze Woondeal te realiseren. In Limburg zijn er drie woonregio’s te onderscheiden binnen de Woondeal, te weten Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Afgesproken is dat in Limburg minimaal 26.550 nieuwe woningen gebouwd worden met een ambitie voor 20.000 extra. Het gaat hierbij om een productie van circa 3.000 woningen per jaar. Landelijk, provinciaal en in de regio gaat 2/3 van de nieuwbouw verplicht bestaan uit betaalbare woningen. Van de nieuwbouw is 40% bedoeld voor middeninkomens. Onder het betaalbare segment vallen de sociale huurwoningen, huurwoningen vanaf de sociale huurgrens tot een max van €1000 per maand en koopwoningen onder de €355.000. Het plangebied ligt in regio Noord waar in totaal tot 2030 10.649 woningen gerealiseerd moeten worden. De Woondeal is dynamisch van aard en moet inspelen op de regionale behoeften, de marktsituatie en veranderende wet- en regelgeving.
In de woondeal is ook aandacht voor huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder ouderen, duurzaam en toekomstbestendig bouwen en er wordt aangesloten bij het uitgangspunt ‘meer stad, meer land’ uit de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. Toetsing plangebied Het plan voorziet in de realisatie van een gevarieerd aanbod van woningen (levensloopbestendige woningen, vrijstaande woningen, tweekappers en starterswoningen) in verschillende prijsklassen. Er worden woningtypen aangeboden die nog niet (of nauwelijks) in de wijk voorkomen, wat bijdraagt aan een gewenste mix van woningbouw. Middels de levensloopbestendige woningen zorgt het plan ervoor dat ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Daarnaast zorgt het plan voor doorstroming op de huizenmarkt. Het plan sluit daarmee goed aan bij de doelstellingen van de Woondeal Limburg.
3.3.2 Regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 geeft richting aan het woonbeleid voor een periode van 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In de visie wordt eerst teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die pagina 14 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
veranderd zijn? Geconcludeerd kan worden dat ‘het wonen’ steeds meer verweven is met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In de visie wordt ook ingegaan op de huishoudensontwikkeling. Demografie blijft immers een belangrijke onderlegger voor het woonbeleid. Ten slotte zijn er ook allerlei trends en ontwikkelingen die de context waarbinnen wordt gewerkt beïnvloeden en de druk op de leefbaarheid vergroten. Denk hierbij maar aan grote ontwikkelingen zoals de energietransitie en de vergaande extramuralisering van de zorg. Vanuit deze analyse is er dan ook een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: −
Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad. ‘Het gaat hierbij om zowel de bestaande woningvoorraad, als nieuwbouw. We constateren dat de samenstelling van onze bevolking verandert. We worden ouder en er is een grote toename van het aantal 1-persoonshuishoudens. Dit brengt een andere woonvraag met zich mee. Deze vraag sluit maar deels aan op wat we in onze bestaande voorraad hebben. De opgave ligt dan ook bij het aanpassen van de bestaande voorraad. De nieuwbouw die we toevoegen dient toegespitst te worden op de toekomstige woningbehoefte. Hierbij kijken we nog meer dan voorheen naar de kwalitatieve vraag en het bevorderen van de doorstroming op de regionale woningmarkt. Bij nieuwbouw is de kwalitatieve toets daarom leidend en in mindere mate de kwantitatieve toets.’
−
Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen de woningmarkt. ‘We zien in onze regio verschillende doelgroepen nadrukkelijker naar voren komen. Die moeten allemaal een plek krijgen binnen onze woningmarkt en maatschappij. Denk hierbij aan zorgdoelgroepen (vanuit beschermd wonen naar de reguliere woningmarkt) en internationale werknemers de zich hier voor langere tijd willen vestigen. Maar ook woonwagenbewoners. Voor een deel zijn bijzondere doelgroepen afhankelijk van de sociale huursector. De druk op dit segment lijkt dan ook toe te nemen. Niet alleen qua aantallen, maar juist door een concentratie van mensen die door allerlei oorzaken hun weg maar moeilijk kunnen vinden in onze maatschappij. Dit brengt druk op de leefbaarheid met zich mee.’
Toetsing plangebied Met het plan worden verschillende typen nieuwbouwwoningen gerealiseerd. Vanuit de regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 is de kwalitatieve toets leidend. Er is daarom in het plan veel aandacht besteed aan het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving. Het plan voldoet ook aan de volgende uitgangspunten: −
Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen Het plan voorziet in een inbreidingsplan in Hout-Blerick.
−
Koppelkansen De bestaande boerderij aan de Bijenweideweg 2 wordt omgevormd naar 3 woningen. Naast de te realiseren nieuwbouw wordt dus tevens een bestaand gebouw (potentieel monument) behouden binnen hetzelfde plangebied.
−
Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot
−
Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte Er wordt een mix van woningen toegevoegd en woningen waaraan behoefte is (betaalbare woningen, levensloopbestendige woningen en starterswoningen).
−
We streven sociaal duurzame woonconcepten na Er worden levensloopbestendige woningen gerealiseerd en de mix van woningen bevordert een gemengde wijk.
pagina 15 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
−
We zoeken aansluiting op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal gesteld zijn Er wordt een groene openbare ruimte gecreëerd waar aandacht is voor klimaatadaptatie en wat bijdraagt aan een gezonde leefomgeving.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische visie 2040 Venlo kent een strategische koers waarin een toekomst met een (bescheiden) demografische groei en een sterke Europese oriëntatie centraal staan. De visie van Venlo is: ‘In 2040 vestigen nieuwkomers zich in Venlo en er is ruimte gekomen voor nieuwe economische verdienmodellen om ons ook in de toekomst van werk en inkomen te voorzien. Daarnaast is er een nieuwe relatie met onze inwoners en tussen inwoners onderling. Een stad van actieve mensen. We hebben ervaren hoe een helder, maar vooral ook scherp toekomstbeeld sturend kan zijn voor de ontwikkeling van Venlo en onze regio. In veel opzichten doet Venlo het veel beter dan vergelijkbare gemeenten. Venlo heeft de toekomst omarmd en de regio heeft Venlo omarmd als een volwaardige centrumstad.’ In de visie worden een aantal doelen nagestreefd. Hieronder staan de doelen die van toepassing zijn op onderhavige planontwikkeling: −
Gezondste regio Het aandeel ouderen is verder toegenomen en daarmee een aantal belangrijke uitdagingen op het gebied van zorg en welzijn. De afgenomen omvang van de beroepsbevolking maakt dat jonge mensen steeds meer prestatiedruk ervaren. De steeds grotere invloed van de 24uurseconomie en de verdere flexibilisering van arbeidsrelaties zijn daarbij belangrijke aandachtspunten. Als gemeente, en daarmee verantwoordelijk voor een goed vangnet, hebben we op deze ontwikkeling actief moeten anticiperen.
−
Een (t)huis om van te houden De groei van het aantal inwoners en het (verder) afgenomen aantal personen per huishouden heeft ertoe geleid dat het aantal huishoudens en de behoefte aan woonruimte is toegenomen. Voor iedereen is er, mede afhankelijk van het beschikbare inkomen of levensfase, in onze gemeente iets passends te vinden. Of je nu voor grootstedelijk wonen kiest, een rustigere buitenwijk of voor een ruime eengezinswoning in één van onze kernen.
−
Ruimte voor ontwikkeling Niet alleen in het binnenstedelijk gebied, maar ook in de Venlose stadswijken en dorpen hebben we inwoners geholpen met het ‘ontstenen’ van hun tuinen en de aanleg van groene daken. Daarnaast heeft ook de gemeente Venlo werk gemaakt van de natuurlijke infiltratie van regenwater en het, waar mogelijk, ‘ontstenen’ en vergroenen van de openbare ruimte. Dat wil zeggen dat we niet hebben ingezet op snippers groen maar dat we hebben gezorgd voor robuuste groene voorzieningen in de (openbare) ruimte. Extreem weer in de vorm van hitte en overvloedig water hebben zo minder invloed gekregen op ons dagelijkse leven.
pagina 16 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Toetsing plangebied Het planvoornemen sluit aan bij de strategische visie 2040 van de gemeente Venlo vanwege de ontwikkeling van levensloopbestendige woningen, starterswoningen en het creëren van een groene openbare ruimte waar plek is voor de opvang van regenwater.
3.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo vastgesteld. In de structuurvisie staan de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de majeure opgaven. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de basisprincipes. De majeure opgaven zijn als volgt: 1. Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling; 2. Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten; 3. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering; 4. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving; 5. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht.
Naast deze majeure opgaven wordt er uitgegaan van drie basisprincipes / aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: •
Het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert;
•
De vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen;
•
Het zelf georganiseerd draagvlak geniet.
Toetsing plangebied Het plangebied ligt binnen de stedelijke contouren (inbreidingslocatie) en valt binnen de stuctuurvisie onder ‘Ruimte in de Stad’. Door middel van het toevoegen van woningen in wijken (‘verdichten’) kan draagvlak behouden worden voor wijk- en buurtvoorzieningen, blijft vastgoed langer bruikbaar, worden gebieden veiliger en kan efficiënter worden omgegaan met energie en vervoer. Dit is nodig om toekomstbestendige en leefbare kernen en wijken te creëren. Absolute prioriteit ligt bij hergebruik en -ontwikkeling van waardevol cultureel en religieus erfgoed. Binnen het plan wordt een voormalige boerderij omgezet naar drie woningen. Tevens bestaat het voornemen om een aanwijzingsprocedure tot gemeentelijk monument op te starten voor de langgevelboerderij. Op basis van de kaart ‘Ruimte in de stad en dorp’ uit de structuurvisie valt het plangebied binnen ‘woongebieden’ waar het accent ligt op wonen en ingezet wordt op een sterkere mix met werken (milieucategorie 1 en 2) en diensten. pagina 17 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
De beoogde ontwikkeling draagt bij aan het benutten van het bestaand stedelijke gebied en vastgoed ten behoeve van de vraag naar stedelijke functies in de vorm van wonen. Het initiatief past hiermee binnen de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo.
3.4.3 Woonvisie Venlo 2021-2026 De Woonvisie Venlo 2021-2026 geeft een koers aan voor wat betreft het woonbeleid voor de komende 5 jaar. Deze geeft richting aan de programmalijn wonen uit het raadsprogramma Leefbaar Venlo. Met betrekking tot de Woonvisie zijn de volgende doelstellingen geformuleerd: •
Passende woonruimte voor alle doelgroepen, hierbij rekening houdend met de verschillende voorkeuren of mogelijkheden van onze inwoners (zoals beschikbaar inkomen, levensfase of voorkeuren voor een woonmilieu).
•
Versterken van de positie van Venlo als woonstad.
•
Internationale werknemers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen.
•
Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren en we kijken hierbij nadrukkelijk naar vrijkomende terreinen (door functiewijziging).
•
We voorkomen ruimtelijke segregatie op basis van woningtypen (een beperkte verscheidenheid in woningtypen in een bepaalde kern of wijk).
•
De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming.
Drie belangrijke koersen die zijn uitgezet zijn: •
Een robuuste woningvoorraad.
•
Beschikbaarheid en betaalbaarheid.
•
Wonen en zorg.
Toetsing plangebied Onderhavig initiatief sluit aan bij aan het creëren van een gevarieerde en betaalbare woningvoorraad. Een groot deel van het plan bestaat uit rijwoningen en levensloopbestendige woningen, waarop specifiek wordt ingezet in de Woonvisie. De gemeentelijke doelstelling is het toevoegen van 350-400 woningen per jaar waaraan dit plan een bijdrage levert. Ook draagt het plan bij aan de realisatie van gemengde wijken door het toevoegen van 2 typologieën die niet veel voorkomen in Hout-Blerick. Het plan past binnen het karakter van ‘dorps wonen’ en zorgt door middel van de realisatie van vrijstaande woningen, tweekappers en levensloopbestendige woningen ook voor doorstroming op de huizenmarkt. Het initiatief draagt derhalve bij aan de behoeftes vanuit de gemeente Venlo en is daarmee passend binnen de Woonvisie Venlo 2021-2026.
pagina 18 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
3.4.4 Dynamische woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de woonvisie en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W.
De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een b en w besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering.
Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Voorliggende herontwikkeling behoort tot categorie 3. Of medewerking aan een dergelijke ontwikkeling wordt verleend, wordt in de DWP gekoppeld aan 4 toetspunten: 1. Ontwikkelingen in het centrum waar een aantoonbare behoefte aan bestaat; 2. Is sprake van herstructurering met in beginsel een reductie van het aantal woningen; 3. Is sprake van woningbouw om in de eigen behoefte van een deelgebied te voorzien; 4. Onderlinge uitruil met projecten in categorie 1 en 2. In de DWP wordt geconstateerd dat de woningbouwmarkt sterk aan verandering onderhevig is, hetgeen een dynamische aanpak vergt. De betrokken partijen zullen flexibiliteit en creativiteit moeten inzetten bij de jaarlijkse bijstelling van het programma, hetgeen wordt geborgd in de Kadernota. In de Kadernota 2020 wordt beschreven dat aandacht dient te worden besteed aan het evenwicht pagina 19 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
in het woningaanbod. Noodzakelijk voor de huisvesting van de groeiende groep ouderen en betaalbare huisvesting voor starters. Toetsing plangebied Over de opzet van onderhavig plan is overleg gevoerd met de gemeente. Met het plan wordt de realisatie van 30 woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling voorziet in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen, passend binnen de identiteit van de wijk. Ondanks dat voorliggend plan behoort tot categorie 3, heeft het gemeentebestuur haar principemedewerking toegezegd. Het plan past binnen het gemeentelijk woningbouwbeleid. Er zijn geen belemmeringen vanuit de Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.4.5 Agenda Groen & Water De Agenda Groen & Water (september 2020) draagt bij aan ambities uit de Stadsvisie Venlo, Ruimtelijke- en Sociale structuurvisie en het raadsprogramma Venlo Circulaire en duurzame hoofdstad. Het is beleid voor groen en water op tactisch niveau (schakel tussen strategisch en operationeel beleid) en draagt bij aan de realisatie van doelen uit meerdere raadsprogramma’s. Doelstelling van de Agenda Groen & Water is het formuleren van kaders en beleidsregels voor de groenblauwe ambities voor Venlo die een uitnodigend kader bieden voor initiatieven van derden. De Agenda Groen & Water bestaat uit een visie uitgewerkt in agendapunten op basis van thema’s, een kaart met een groenblauwe basisstructuur en een kansenkaart. In de kaarten is zichtbaar welke functies en kansen er voor groen en water zijn op basis van de 5 thema’s van de Agenda Groen & Water. De thema’s zijn: −
Stad van de toekomst Groen en water voor een duurzame en klimaatbestendige stad
−
Kracht van Groen en Gezondheid in de wijk Groen en water in de wijk voor gezondheid, verbondenheid en leefbaarheid
−
Recreatief Venlo Aantrekkelijk groen en water voor recreatief gebruik
−
Natuurlijk Venlo De natuurfunctie van groen en water en het verhogen van de biodiversiteit
−
Het Venlose landschap vertelt Groen en water voor identiteit en beleving van het landschap
Toetsing plangebied Op basis van de kaarten behorende bij de Agenda Groen & Water ligt het plangebied niet ter plaatse van een groenblauwe structuur of een aangewezen gebied waar kansen liggen. Wel ligt er langs de Helmusweg een bestaande groenstrook. Deze valt buiten het plangebied, maar wordt door de aanleg van de nieuwe toegangsweg naar het plangebied onderbroken. Binnen het plangebied is echter voldoende ruimte gereserveerd voor aanleg van nieuwe groene elementen zoals hagen en bomen en is er ruimte voor waterberging. Daarmee wordt aangesloten op de thema’s ‘Stad van de toekomst’ en ‘Kracht van Groen & Gezond in de wijk’. De groenstroken in de openbare ruimte worden verankerd in het bestemmingsplan middels de bestemming ‘Groen’.
pagina 20 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Figuur 3.6: Uitsnede Groenblauwe basiskaart
pagina 21 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld te worden in hoeverre de milieukundige kwaliteit van de bodem van invloed kan zijn op het beoogd planvoornemen. Met oog hierop heeft HMB B.V. een verkennend bodem- en asbestonderzoek (HMB, kenmerk 22315801A d.d. 24 januari 2023) en een verkennend en aanvullend (bodem)onderzoek (asbest) (HMB, kenmerk 22315802A d.d. 20 september 2023) uitgevoerd. Met deze onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) vastgesteld. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen directe belemmering voor de bestemmingsplanwijziging alsmede de aanvraag van een omgevingsvergunning. Wel dient er rekening mee gehouden te worden dat eventueel vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie niet overal toepasbaar is. De rapportage van het bodemonderzoek is in bijlage 2 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen en de rapportage van het aanvullend onderzoek als bijlage 13.
4.2 Geluid In het kader van de beoogde ontwikkeling dient aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgh) getoetst te worden of er ter plaatse van de nieuwe woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geluid afkomstig van omliggende bedrijven en (spoor)wegen. Industrielawaai Voor wat betreft de geluidhinder afkomstig vanuit de bedrijvigheid kan gesteld worden dat het aspect geluid, zoals in de navolgende paragraaf blijkt, getoetst is in het kader van ‘Bedrijven en milieuzonering’. Hieruit is gebleken dat er ten aanzien van omliggende bedrijvigheid voldaan wordt aan de gestelde richtafstanden en dat er geen belemmeringen te verwachten zijn omtrent geluidhinder. Nader onderzoek naar industrielawaai in het kader van de Wgh wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Spoorweglawaai Voor wat betreft spoorweglawaai kan worden gesteld dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid (of binnen de geluidszone) van een spoorweg. Hiermee kan worden gesteld dat geluidshinder afkomstig van spoorwegen is uitgesloten en dat deze geen invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Wegverkeerslawaai Voor wat betreft wegverkeerslawaai is het plangebied gelegen binnen de geluidzone van de Rijksweg A73, Helmusweg en de Baarlosestraat. Derhalve is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (kenmerk 2210/117/EH-02 d.d. 8 maart 2023).
pagina 22 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Voor de 30 km/uur weg Groetweg geldt dat de geluidbelasting enkel op de noordwestgevel van de aan de Groetweg gelegen woning de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met 4 dB overschrijdt. Voor een 30 km/uur weg kan echter geen hogere waarde worden verleend, aangezien deze wegen niet zoneplichtig zijn. Voor de Rijksweg A73 geldt dat het geluid op de gevels van de nieuwe meest noordelijk gelegen tweekapper de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. De maximale ontheffingswaarde wordt nergens overschreden. Aangezien voor de meest noordelijk gelegen tweekapper sprake is van een procedure hogere waarde, is een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels nodig. Bij toepassing van de juiste geluidwerende materialen en maatregelen (conform een nader onderzoek) is vervolgens een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. De rapportage van het akoestisch onderzoek is in bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.
4.3 Bedrijven en milieuzonering Een project dat afwijkt van het geldende bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en dient in het kader van de juridisch-planologische procedure goed onderbouwd te worden. Hierbij dient onder anderen ingegaan te worden op het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. Functiescheiding en milieuzonering zijn hierbij leidende begrippen. De Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) heeft een handreiking geschreven om duidelijkheid te geven in welke situaties deze begrippen dienen te worden toegepast en van welke richtafstanden dient te worden uitgegaan. De VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave) geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in verschillende typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties.
De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 tot 1500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Het plangebied is gelegen in een wijk met overwegend woonfuncties. Gezien de ligging kan gesteld worden dat er sprake is van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. In het plangebied worden nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt (wonen). Er liggen in de omgeving van het plangebied geen bedrijfsbestemmingen die voor het aspect bedrijven en milieuzonering relevant zouden kunnen zijn. Rondom het plangebied bevinden zich uitsluitend woningen, bedrijven liggen op grote afstand.
pagina 23 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Met onderhavig bestemmingsplan worden beroepen aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten mogelijk gemaakt. Gezien de liggen in een rustige woonwijk mogen deze activiteiten maximaal bedrijven van milieucategorie 1 betreffen. De woonfunctie moet daarbij overwegend behouden blijven en de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten mogen het woon- en leefklimaat niet onevenredig aantasten. Activiteiten die niet passend zijn in een ‘rustige woonwijk’, zoals detailhandel en horeca, worden niet toegestaan. Conclusie Gezien voorgaande kan gesteld worden dat er sprake is van een verantwoorde scheiding van functies, waarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd en omliggende bedrijven niet onevenredig zullen worden belemmerd.
4.4 Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Bijdrage ontwikkeling aan luchtkwaliteit Draagt een project ‘Niet In Betekenende Mate’ (hierna: NIBM) bij aan de luchtverontreiniging, dan is geen toetsing aan de grenswaarde voor luchtkwaliteit nodig. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 en NO2.
Voor woningbouw is bijvoorbeeld in de NIBM-regeling een grens opgenomen van 1500 nieuwe woningen met één ontsluitingsweg en 3000 nieuwe woningen met twee ontsluitingswegen. Plannen voor woningbouw met een omvang onder deze grens beschouwt de Wet luchtkwaliteit als ‘niet in betekenende mate’. Deze plannen mogen zonder verdere toetsing worden gerealiseerd. Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van slechts een gering aantal nieuwe woningen, waardoor de norm van 1500 nieuwe woningen niet wordt overschreden. Gesteld kan worden dat het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit van de omgeving. Woon- en leefklimaat op basis van de luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen voor de (toekomstige) bewoners. Hierbij dient getoetst te worden aan de normen in het kader van de Wet luchtkwaliteit, waaronder de maximale jaargemiddelde concentraties van NO 2 en PM10. Deze concentraties mogen maximaal 40 µg/m³ bedragen. Hiernaast is er een indicatieve Europese grenswaarde voor PM2,5, waarbij de jaargemiddelde concentratie maximaal 20 µg/m³ mag bedragen.
pagina 24 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
Figuur 4.1: Uitsnede kaart Atlas Leefomgeving (projectlocatie ter plaatse van informatieteken)
Volgens de kaarten van de Atlas Leefomgeving, een initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM), worden de jaargemiddelde grenswaarden omtrent luchtkwaliteit niet overschreden. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse als ‘aanvaardbaar’ kan worden beschouwd. Conclusie Gezien voorgaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
4.5 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Door Tritium Advies BV is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd welke is opgenomen in bijlage 4 (kenmerk 2210/117/EH-06, versie A, d.d. 28 september 2023). Tevens is door Tritium Advies BV een groepsrisicoanalyse opgesteld welke in bijlage 5 is opgenomen (kenmerk 2210/117/EH-07, versie A, d.d. 28 september 2023). In de volgende paragrafen zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.
4.5.1 Quickscan externe veiligheid De regelgeving is vervat in onder andere het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)’, het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)’ en het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)’. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie pagina 25 van 41
Toelichting bestemmingsplan ‘Gonnenhof’ Hout-Blerick
niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi. Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland” - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). De volgende relevante risicobronnen zijn aangetroffen en afgebeeld op figuur 4.2: 1. Rijksweg A73; 2. Vaarroute Maascorridor; 3. Buisleidingen Z-513-07 en Z-513-22; 4. Risicovolle inrichting.
4
3
1
3
2
Figuur 4.2: Uitsnede risicokaart (plangebied rood omcirkeld), risicobronnen genummerd
Plaatsgebonden risico Het plangebied is niet gelegen binnen de PR-contour 10-6 van de verschillende risicobronnen. Ook is het plangebied niet gelegen binnen een plasbrandaandachtsgebied. Het plaatsgevonden risico vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.