CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

052 bijl1 vaststelling BP Hal 5 Toelichting en regels.pdf

Raadsvergadering 27 september 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 6.3: RV 52 Vaststellen bestemmingsplan Hal 5 en onttrekken van wegen aan openbaarheid25.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Hal 5 Gemeente Venlo

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Hal 5 Gemeente Venlo

IDN-nummer:

NL.IMRO.0983.BP202201HAL5-VA01

Status: Datum:

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

september 2023

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

5 6 8 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving

11

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

11 11 12 15 17 19

Inleiding Ruimtelijke en functionele context Huidige situatie Toekomstige situatie Ontsluiting en parkeren Groenstructuur

Hoofdstuk 3 Beleid

21

3.1

Inleiding

21

3.2 3.3 3.4 3.5

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid gemeentelijk beleid

21 24 27 27

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten

37

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

37 37 39 43 45 46 50 50 52

Inleiding Geluid Bodem Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Archeologie en cultuurhistorie Flora en Fauna

Hoofdstuk 5 Waterparagraaf

61

5.1 5.2 5.3 5.4

61 61 61 65

Inleiding Beleid waterschap Limburg Invloed planvoornemen Conclusie

Hoofdstuk 6 Planopzet

67

6.1

67

Inleiding

bestemmingsplan Hal 5

3

6.2 6.3

De verbeelding De regels

67 67

Hoofdstuk 7 Haalbaarheid

73

7.1 7.2 7.3 7.4

73 73 73 73

Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie

Hoofdstuk 8 De procedure

75

8.1 8.2 8.3 8.4

75 75 75 76

De te volgen procedure Kennisgeving Vooroverleg Vaststelling

Toelichting

4

bestemmingsplan Hal 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Deze toelichting heeft betrekking op een bestemmingsplan om de ontwikkeling van 68 grondgebonden, huurwoningen en een groenzone aan de Genooyerbergen te Venlo mogelijk te maken. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de toekomstige herstructurering/transformatie van Venlo-Noord. Door het terugtrekken van de bedrijvigheid naar het noorden, ontstaat er ruimte voor verbetering van het woongebied Venlo-Noord. In onderhavig situatie betreft het concreet het herstructureren van een deel van het terrein van Canon (hal 5) in aansluiting op de reeds eerder herstructureringsplannen in dit gebied. Het plan heeft betrekking op 68 grondgebonden huurwoningen. Het betreffen 50 levenloopbestendige woningen en 18 eengezinswoningen, waarvan 55 woningen vallen onder de sociale huursector en 13 woningen vallen onder de vrije huursector. Daarnaast wordt aan de westzijde van het plangebied de toekomstige noord-zuid groenverbinding verder ontwikkeld in aansluiting op het plan 'Karbinderstraat' en 'Venlo Noord fase II'. Dit betreft de (toekomstige) groene buffer die zorg draagt voor de scheiding tussen bedrijvigheid en wonen. Tevens wordt voorzien in de herbegrenzing van het gezoneerde industrieterrein zodat ter plaatse van de te realiseren grondgebonden huurwoningen het woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd.

Onderhavig bestemmingsplan zorgt voor het planologisch-juridisch kader van deze ontwikkeling. Het vigerend bestemmingsplan biedt hiervoor geen mogelijkheden.

Luchtfoto ligging plangebied rood omkaderd

bestemmingsplan Hal 5

5

In het vigerende bestemmingsplan 'Océ en omgeving' is het beoogde plangebied grotendeels bestemd als 'Bedrijventerrein BT' en deels bestemd als 'Groen' en 'Verkeer'. Over het volledige plangebied is de aanduiding 'geluidszone' gelegen. Het bouwen van grondgebonden huurwoningen is binnen deze bestemmingen niet mogelijk. Daarnaast biedt het plan geen afwijkings- of wijzigingsmogom onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken. Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is derhalve noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te kunnen maken.

1.2

Begrenzing plangebied

Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Venlo. Het plangebied is gelegen in de wijk Genooi aan de noordzijde van het stedelijk woongebied van Venlo. In de wijk vindt stedelijke herontwikkeling plaats. Aan de noordkant en oostkant van de wijk zijn bedrijventerreinen gelegen. Het plangebied is verder gelegen ten oosten van de Maas en aan de zuid- en westzijde omgeven door bestaande woonwijken, zie onderstaande afbeelding.

Ligging plangebied op luchtfoto gemeente Venlo Het plangebied wordt begrensd door de Rummerkampstraat, de Genooyerbergen, Zoutmetersstaat, Klokkengietersstraat en Bakkersstraat en de Schutroestraat en bestaat uit meerdere percelen.

6

bestemmingsplan Hal 5

Uitsnede kadastrale kaart plangebied rood omkaderd

bestemmingsplan Hal 5

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Het plangebied is gelegen binnen het bestemmingsplan 'Océ en omgeving' (vastgesteld op 17 december 2008). Het plangebied kent grotendeels de enkelbestemming 'Bedrijventerrein BT' en daarnaast nog een klein deel 'Groen' en 'Verkeer'. Over het gehele plangebied is de aanduiding 'geluidszone gelegen'. De noord- , zuid- en westzijde kennen de bestemming verkeer en direct ten oosten is het bestemmingsplan gelegen aan de enkelbestemming 'wonen'. Het plangebied is ten noord, oost en zuiden omringt door woonbestemmingen en ten westen grenst een bedrijventerrein. Binnen de bestemming 'Bedrijventerrein BT' is een bouwvlak aangeduid dat volledig bebouwd mag worden tot een maximum goot- /bouwhoogte van 8 meter. De gronden binnen deze bestemming zijn primair bestemd voor bedrijven en bedrijfsactiviteiten in milieucategorie 1, 2 of 3.

Plangebied ter hoogte van oranje stippelcontour Het realiseren van grondgebonden huurwoningen op onderhavige locatie is op grond van het geldende planologische regime niet mogelijk. Om het beoogde plan te realiseren is een herziening middels een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk. In deze toelichting wordt de herziening van het bestemmingsplan onderbouwd en worden de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan gaat bieden, afgewogen. In de regels wordt een gedetailleerde regeling van de nieuwe bestemmingen gegeven en wordt duidelijk wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied zijn. De verbeelding (plankaart) betreft een visuele weergave hiervan. Het bestemmingsplan is opgezet conform de eisen die de Wro en de gemeente Venlo daaraan stellen. De regels zijn opgesteld conform de standaardregels SVBP2012 en de plansystematiek van de beheersverordening 'Venlo-Noord'. De verbeelding voldoet aan de meest actuele digitaliseringseisen conform IMRO2012.

8

bestemmingsplan Hal 5

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in Hoofdstuk 2 het planvoornemen besproken. In Hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente, waarbij tevens de ladder voor duurzame verstedelijking betrokken wordt. In Hoofdstuk 4 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan bod. De wateraspecten in vorm van een waterparagraaf zijn aangegeven in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op de juridische planopzet en de planregels. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Ten slotte komt in Hoofdstuk 8 de procedure aan bod.

bestemmingsplan Hal 5

9

10

bestemmingsplan Hal 5

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de omgeving van het plangebied, het plangebied zelf en het planvoornemen. Tevens komst zowel de ontsluiting, het parkeren als de groenstructuur aan bod.

2.2

Ruimtelijke en functionele context

Het plangebied is gelegen binnen de kern van Venlo. Het plangebied wordt begrenst door de Rummerkampstraat, de Genooyerbergen en de Zoutmeterstraat en is onderdeel van de wijk Genooi. Ten noordwesten van de wijk bevind zich het bedrijventerrein Genooyerbergen, waar het plangebied onderdeel van is en behoort tot het bedrijfsterrein van Canon. Het plangebied ligt centraal in de wijk Genooi en is grotendeels omringt door woningen.

Ligging plangebied De wijk is vanuit ouds her een arbeiderswijk en kenmerkt zichzelf door de grote aanwezigheid van sociale huurwoningen. De afgelopen jaren hebben rondom het plangebied veel nieuwbouw ontwikkelingen plaatsgevonden als onderdeel van de herstructurering van Venlo-Noord.

bestemmingsplan Hal 5

11

2.3

Huidige situatie

Momenteel bevindt zich in het plangebied een oude bedrijfshal van Canon (hal 5). Deze hal werd gebruikt voor de revisering van gebruikte kopieerapparaten en de ontmanteling van kopieerapparaten voor het hergebruik van onderdelen. Het terrein is overwegend ingevuld met een fabriekshal en verhard buitenterrein. De hal is al geruime tijd niet meer in gebruik en staat momenteel leeg. Onder de bestaande bedrijfsbebouwing is aan de zuid-oostzijde een schuilkelder uit de Tweede Wereld Oorlog (uit 1939) gelegen. Deze schuilkelder is nog toegankelijk en heeft een afmeting van ongeveer 30 bij 10 meter. De hoogte bedraagt ongeveer 3,20 waarvan circa 1,90 meter onder de grond en circa 1,30 meter boven de grond gelegen is.

Doorsneden schuilkelder Tweede Wereld Oorlog Aan de westzijde grenst het plangebied aan bedrijfsgebouwen. Deze bedrijfsgebouwen maken onderdeel uit van het bedrijfsterrein van Canon. De noord-, zuid- en oostzijde bestaat uit woonbebouwing. Verder wordt het plangebied omgeven door de bestaande infrastructuur. Op een afstand van 550 meter ten westen van het plangebied stroomt de rivier de Maas. Met behulp van onderstaande foto's wordt het plangebied en zijn directe omgeving verder duidelijk gemaakt.

12

bestemmingsplan Hal 5

Hal 5 Canon gezien vanuit de Genooyerbergen

Luchtfoto van zuidelijk gelegen woningen (Karbinderstraat) en zuidelijke deel van hal 5

bestemmingsplan Hal 5

13

Luchtfoto in vogelvlucht perspectief van het plangebied

Woningen Schutroestraat

14

bestemmingsplan Hal 5

2.4

Toekomstige situatie

Het planvoornemen heeft betrekking op de ontwikkeling van een nieuw woongebied door woningcorporatie Woonwenz. Het voornemen betreft de nieuwbouw van 68 grondgebonden huurwoningen. Het betreffen 50 levensloopbestendige woningen en 18 eengezinswoningen, waarvan 55 woningen vallen onder de sociale huursector en 13 woningen vallen onder de vrije huursector. Op aangeven van de opdrachtgever is een stedenbouwkundig plan opgesteld voor de bouw van deze grondgebonden huurwoningen. In de onderstaande figuur is een visualisatie van dit stedenbouwkundig plan weergegeven.

Uitsnede stedenbouwkundig plan

bestemmingsplan Hal 5

15

Het plangebied voorziet in een parkstructuur met enerzijds de groenverbinding (noord-zuid) als bufferzone tussen het bestaande bedrijventerrein en de te realiseren grondgebonden huurwoningen en anderzijds de woonvlekken met de woningen. De woonvlekken worden van elkaar gescheiden door de openbare ruimte met de ontsluiting, parkeervoorzieningen en het groen. De woningen worden binnen de woonvlekken zodanig gesitueerd zodat deze naar alle kanten geörienteerd zijn, waarbij de woningen geschakeld worden in blokken van twee tot maximaal 6 woningen. Door het plangebied loopt een doorlopende weg tussen de Rummerkampstraat en de Zoetermetersstraat. met haaks daarop twee doodlopende vertakkingen. Aan deze infrastructuur zijn parkeer- en groenvoorzieningen voorzien. Ten westen van het plangebied wordt een groenstrook gerealiseerd, welke aansluit op de eerder gerealiseerde groenstrook ter hoogte van de Karbinderstraat en het noorderlijk gelegen groen. De gronden ter hoogte van de groenstrook blijft grotendeels in eigendom van Canon en de overige gronden zijn gekocht door de woningstichting Woonwenz. Deze nieuwe eigendomsgrens vormt tevens de nieuwe geluidszone voor het bedrijventerrein.

Verdeling gronden plangebied tevens nieuwe geluidszone

De zuid-oostzijde van het plangebied, ter plaatse van de schuilkelder wordt ingericht als groen waarbij de

16

bestemmingsplan Hal 5

contour van de schuilkelder ter hoogte van het maaiveld zichtbaar wordt gemaakt in combinatie met een informatiebord.

2.5

Ontsluiting en parkeren

De nieuwe ontwikkeling maakt grotendeels gebruik van de bestaande infrastructuur. Daardoor wijzigt de verkeerssituatie ter plaatse niet of nauwelijks. De grondgebonden huurwoningen worden ontsloten door één nieuwe ontsluitingsweg, die dwars door het plangebied loopt, met haaks daarop twee vertakkingen. De woonvlekken worden omkaderd door voetpaden van waaruit de aangrenzende parkeer- en groenvoorzieningen te bereiken zijn.

bestemmingsplan Hal 5

17

Ontwerp met parkeerplekken en ontsluitingweg grijze gekleurd De parkeernorm van de gemeente Venlo is afgestemd op de landelijke normen. Deze staan weergegeven in de publicatie CROW 381. Op basis hiervan dient per woning voorzien te worden in minimaal 1,1 parkeerplaats (incl. bezoekersaandeel) kijkend naar de parkeercijfers voor huur, huis, sociale huur in sterk stedelijk gebied in rest bebouwde kom. Op basis van het beoogde stedenbouwkundige plan zijn er 89 parkeerplaatsen beschikbaar. Dit komt neer op 1,3 parkeerplaats per woning. Dit houdt in dat voldaan wordt aan de geldende

18

bestemmingsplan Hal 5

parkeernorm.

2.6

Groenstructuur

In de nieuwe situatie wordt voorzien in het nodige groen. Dit wordt met name aan de zuid- en westzijde van het plangebied gerealiseerd. Dit betreft de groene noord-zuid verbinding als onderdeel van de stedelijke transformatie van Venlo-Noord en bufferzone richting het aangrenzende bedrijfsterrein van Canon. Ook de locatie van de schuilkelder wordt als groen ingericht. Verder wordt in de openbare ruimte tussen de woonvlekken voorzien in het nodige groen, waarbij het groen vanuit de noord-zuid verbinding het plangebied in komt. Binnen het groen wordt tevens ruimte geboden voor de infiltratie van hemelwater.

bestemmingsplan Hal 5

19

20

bestemmingsplan Hal 5

Hoofdstuk 3 3.1

Beleid

Inleiding

Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tevens komt de ladder voor duurzame verstedelijking in dit hoofdstuk aan bod.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe omgevingswet, die naar verwachting per 1 juli 2022 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de lange termijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.

Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.

Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.

Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden.

Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave.

bestemmingsplan Hal 5

21

Gevolg planvoornemen Het planvoornemen betreft een stedelijke ontwikkeling, namelijk de ontwikkeling van 68 grondgebonden, huurwoningen in binnenstedelijk gebied. Het betreft een onderdeel van de stedelijke transformatie van het gebied Venlo-Noord. De ontwikkeling sluit kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte en voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan het bestaand stedelijk gebied. De grondgebonden huurwoningen voorzien in de veranderende vraag naar betaalbare, sociale en grondgebonden huurwoningen die levensloopbestendig zijn. Door de veranderende bevolkingsopbouw en veranderende woonwensen wijzigt de behoefte aan woningtypen door de tijd. Binnen de gemeente Venlo, en met name het deel waar het plangebied is gelegen, ontstaat meer behoefte aan grondgebonden huurwoningen die voor de lage inkomensgroepen bereikbaar zijn. Daarbij is het beleid er op gericht om mensen steeds langer in hun eigen woning/woonomgeving te laten worden. Het bouwen van grondgebonden huurwoningen levert een belangrijke bijdrage aan het bereiken van deze doelstelling. Uit een analyse van de markt is gebleken dat de behoefte aan (een bepaald type) appartementen in de komende periode afneemt, terwijl deze woningcategorie wel sterkt vertegenwoordigd is binnen de gemeente.

De bouw van maximaal 68 grondgebonden huurwoningen wordt gekoppeld aan de sloop van een bedrijfshal van Canon, waarmee een positieve verschuiving in de opbouw van de woningvoorraad plaatsvindt. Er worden daardoor de juiste woningen op de juiste plaats voor de juiste doelgroep gerealiseerd. Gezien de beperkte toename van het aantal woningen, de sloop van de bedrijfshal in Venlo en de aansluiting op de veranderende markt, heeft het planvoornemen geen invloed op de gestelde doelen van het Rijk. Bovendien voorziet de NOVI niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat voor het planvoornemen geen beperkingen vanuit de NOVI gelden. 3.2.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6.

verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven.

Gevolg planvoornemen

22

bestemmingsplan Hal 5

Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor het planvoornemen en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking - dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

(Nieuwe) stedelijke ontwikkeling? Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is verplicht voor een 'stedelijke ontwikkeling'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn bijvoorbeeld elf woningen (welke op één en dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om te kunnen spreken van een stedelijke ontwikkeling. Voor andere functies en terreinen geldt in beginsel een ondergrens van 500 m2 om te kunnen spreken van een stedelijke ontwikkeling. Wanneer een ontwikkeling in beginsel wél als een stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt, staat daarmee echter nog niet vast dat ook aan de Ladder moet worden getoetst.

Er dient ook te worden bezien in hoeverre de ontwikkeling ook kan worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en of sprake is van nieuw ruimtebeslag, zo blijkt uit jurisprudentie. De Afdeling hanteert bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (artikel 3.1.6, tweede lid, en artikel 1.1.1, eerste lid en onder i, van het Besluit ruimtelijke ordening) de beoordelingslijn, dat hiervan géén sprake is als het bestemmingsplan of omgevingsvergunning bij recht een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt en die ontwikkeling ten opzichte van het voorgaande planologische regime niet voorziet in een groter planologisch beslag op de ruimte en - indien aan de orde - enkel een functiewijziging betreft.

Bestaand stedelijk gebied Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt blijkens het Bro (artikel 1.1.1 lid 1 sub h) verstaan 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

Gevolg planvoornemen Door onderhavig voornemen tot herstructurering/transformatie van het gebied Venlo-Noord met grondgebonden huurwoningen en sloop van een oude bedrijfshal, binnen bestaand stedelijk gebied, wordt een wenselijke verschuiving in de woningvoorraad bewerktstelligd. Door het slopen van de bedrijfshal en het toevoegen van grondgebonden, huurwoningen wordt geacteerd op de toekomstige woningbehoefte. Hierdoor wordt de planvoorraad beter afgestemd op de toekomstige behoefte (de juiste woning voor de juiste doelgroep op de juiste plaats) en wordt daarmee voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

bestemmingsplan Hal 5

23

Hierover zijn afspraken gemaakt tussen initiatiefnemer en de gemeente Venlo, hetgeen heeft geleid tot een principemedewerking van de gemeente. Daarnaast is aangetoond dat er behoefte is aan grondgebonden huurwoningen. Woonwenz maakt bij onderhavig ontwikkeling gebruik van zijn strategische reserve. Door het gebruik van de strategische reserve worden er geen nieuwe woningen toegevoegd aan de huidige woningvoorraad van gemeente Venlo.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Limburg geeft de provincie haar lange termijn visie. De Omgevingsvisie Limburg is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee de provinciale Omgevingsvisie POL2014. De nieuwe Omgevingsvisie Limburg heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net al waarden als kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie heeft betrekking op drie hoofdopgaven: 1.

een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; 2. een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); 3. klimaatadaptatie en energietransitie De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Voor zover relevant voor onderhavig planvoornemen gaat het over: Het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers.

Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Wonen Concreet ten aanzien van wonen wordt een passend aanbod van woningen nagestreefd in zowel steden als dorpen. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. Een woningaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd: voldoende

24

bestemmingsplan Hal 5

(betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit. De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners realiseren. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen, maar door in samenhang naar woonopgaven te kijken, leggen we op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er dient gezien het voorgaande een herstructurering/transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding. Uitbreiding via uitleggebieden kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte.

Hierbij is aandacht voor huisvesting van bijzondere doelgroepen (woonurgenten) en de aanpak van leegstand. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier: de top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028 resp. 2030. Overal moet de programmering ‘over de top heen kijken’, ook in de regio’s Noord en Midden, waar de woningbehoefte vooralsnog toeneemt. Dat vergt andere benaderingen, als inbreiding in plaats van uitleglocaties, planmatig verdichten en verdunnen. De opgave ligt vooral in het onttrekken van incourante (particuliere) woningen, het omvangrijk genoeg houden (c.q. maken) van het aanbod aan huurwoningen, en het planologisch niet meer uitbreiden van hetgeen er al in overvloed is. Allereerst gaat het daarbij om het toekomstbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad. Daarbij is ook van belang dat maatschappelijke trends (inclusief demografische trends) een vraag opleveren naar andere woningen dan de voorraad nu biedt. Bijvoorbeeld meer vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens, in plaats van de gezinswoningen, meer vraag naar aanpasbare en grondgebonden (sociale) huurwoningen, naar levensloopbestendige woningen en naar energiezuinige woningen.

Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat.

Gevolg planvoornemen Onderhavig voornemen sluit aan bij inbreiding, aanpassing en functieverandering zoals in de omgevingsvisie Limburg wordt omschreven. Door herstructurering/transformatie van het gebied Venlo-Noord wordt beter voorzien in de stijgende toekomstige woonbehoefte aan betaalbare, duurzame en grondgebonden huurwoningen en in de dalende toekomstige woonbehoefte naar appartementen. Door het slopen van appartementen en het toevoegen van grondgebonden huurwoningen wordt geacteerd op de toekomstige woningbehoefte. Woonwenz maakt bij de realisatie van onderhavige planvoonemen gebruik van haar strategische reserve. Hierdoor wordt de planvoorraad beter afgestemd op de behoefte (de juiste woning op de juiste plaats voor de juiste doelgroep). Verder treedt er als gevolg van het voornemen een kwaliteitsverbetering op door de sloop van oude bedrijfspanden en de realisatie van de aanzet van de noord-zuid groenverbinding als onderdeel van de stedelijke transformatie van Venlo-Noord.

bestemmingsplan Hal 5

25

3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in december 2021 ook als de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014. De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat een hoofdstuk ‘Ruimte’, waarin instructieregels zijn opgenomen die gemeenten in acht dienen te nemen bij het opstellen en vaststellen van onder meer bestemmingsplannen. Van die instructieregels zijn de volgende onderwerpen van belang, waarbij per onderwerp wordt ingegaan op de relatie met het planvoornemen.

Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (artikel 2.2.2) is nogmaals geborgd dat in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Daarbij dient tevens te worden ingegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.2.3 is reeds ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals die is geborgd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro en daarin is onderbouwd dat wordt voorzien in c.q. voldaan aan de afwegingen rondom (duurzaam) ruimtegebruik waar de ladder om vraagt. De extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Daar kan binnen onderhavig plangebied niet concreet in worden voorzien omdat sprake is van de sloop van een verouderd bedrijfsgebouw c.q. hal waarbij geen sprake is van enige monumentele of bepalende waarde.

Wonen In de verordening (artikel 2.4.2) is verder bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, tenzij het plan voldoet aan de vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. In de toelichting op het plan dient te worden verwoord hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. In paragraaf 3.4.1 van deze toelichting is voorzien in een toetsing aan de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. In die toets worden ook relaties gelegd met de regionale structuurvisie en het gemeentelijk woonbeleid: de Woonvisie 2021 - 2026, waarin ook afzonderlijk wordt ingegaan in paragraaf 3.5.3. Daaruit blijkt dat met de beoogde ontwikeling wordt voorzien in een (actuele) behoefte, waarbij wordt voldaan aan de afspraken die regionaal zijn gemaakt en vastgelegd in de regionale structuurvisie. Gelet op het voorgaande voldoet het plan daarmee ook aan de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Boringsvrije zone Venloschol Nagenoeg de gehele gemeente Venlo is in de verordening aangeduid als milieuzone 'Boringsvrije zone Venloschol'. De grondwatervoorraden worden in dit gebied afgedekt door slecht doorlatende kleilagen. Deze vormen een natuurlijke, geologische bescherming tegen verontreiniging. Daardoor is het grondwater in deze

26

bestemmingsplan Hal 5

gebieden van zeer hoge kwaliteit. Dat water wil de provincie ook voor de toekomstige generaties veiligstellen. Doorboring van die beschermende kleilagen wordt dus zoveel mogelijk tegengaan door onder meer boringen dieper dan 5 meter boven NAP of de toepassing van gesloten bodemenergiesystemen en aardwarmtesystemen uit te sluiten. Bij de provincie kan eventueel een ontheffing van deze verboden worden verkregen. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op ingrepen waarvoor verboden gelden als opgenomen in de provinciale verordening. Mochten dergelijke ingrepen in de toekomst alsnog aan de orde zijn, dan worden die activitetein gereguleerd via de provinciale verordening en dient in voorkomend geval ontheffing te worden gevraagd bij Gedeputeerde Staten. Het planvoornemen is daarom niet in strijd met de verordening op dit punt en er bestaat ook geen aanleiding in dit bestemmingsplan te voorzien in regels ter bescherming van de boringsvrije zone in aanvulling op de provinciale verordening.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1 Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020 - 2024 De Structuurvisie Wonen van de regio Noord-Limburg zet voor nieuwbouwprojecten in op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Om richting te geven aan de benodigde aantallen per doelgroep wordt er gebruik gemaakt van huishoudensprognoses. Nieuwbouwprojecten dienen invulling te geven aan de mismatch tussen de huidige woningvoorraad en de huishoudensprognoses. Een goede onderbouwing van de woningbehoefte blijft leidend. Daarom kiest de regio ervoor om te werken met kwalitatieve richtlijnen. De uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn zijn: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Het realiseren van woningen kan een middel zijn om andere opgaven aan te pakken zoals leegstand en invulling van cultureelhistorische waardevolle panden (Koppelkansen); Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergrote van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; Nastreven van sociaal duurzame woonconcepten; Aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Plannen die meer dan 10 woningen omvatten, worden regionaal afgestemd.

Gevolg planvoornemen Bij onderhavige ontwikkeling gaat het om een realisatie van maximaal 68 grondgebonden huurwoningen binnen het gebied waarop de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020 - 2024 van toepassing is. Deze ontwikkeling maakt onderdeel uit van de stedelijke transformatie van Venlo-Noord. Hierbij wordt gefocust op uitbreiden van het aanbod van betaalbare, duurzame en grondgebonden huurwoningen. Daarmee zorgt de ontwikkeling voor een betere afstemming op de behoefte en is er in samenhang met de andere initiatieven van de opdrachtgever geen sprake van een toename van de plancapaciteit van Venlo. De opdrachtgever sloopt namelijk appartementen elders in Venlo. Op deze wijze wordt er gebruik gemaakt van de strategische reserve van Woonwenz. De vraag naar dit woningtype zal in de toekomst afnemen, zo blijkt uit onderzoek. Onderhavig voornemen is hierdoor niet in strijd met de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.

3.5

gemeentelijk beleid

3.5.1 Strategische Visie Venlo 2040 De Strategisch Visie Venlo 2040 is de opvolge van de Strategische Visie Venlo 2030. Het betreft een actualisatie vanwege diverse ontwikkelingen in de afgelopen jaren. De belangrijkste ontwikkelingen betreffen: Klimaat en energie

bestemmingsplan Hal 5

27

Groeiende verschillen binnen de gemeenschap van Venlo Versterking economisch fundament Veranderende samenstelling van gemeenschappen In deze geactualiseerde strategische visie zijn nieuwe opgave toegevoegd zoals hiervoor aangegeven. Als leidraad voor het bestaande 'stedelijke' beleid staat de strategische koers gericht op 2030 nog steeds recht overeind, te weten: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden en de economie draaiende te houden. Ten aanzien van Venlo kan het volgende beeld worden geschetst in 2040.

Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw dient vooral plaats te vinden binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en de voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen.

Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en er is werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus.

Werken in Venlo In de toekomst zal Venlo zich op een sleutelpositie bevinden binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed.

28

bestemmingsplan Hal 5

Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. We hebben ontdekt dat menselijk kapitaal schaarser is geworden en er zorgvuldig mee moet worden omgegaan. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer.

Grenzeloos Wat betreft onze grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden

Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. Onze vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd.

Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken.

Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat, waarbij herstructurering en nieuwbouw plaatsvindt binnen het bestaand bebouwd gebied. Het aanbod van woningen wordt beter afgestemd op de behoefte aan betaalbare, duurzame, levensloopbestendige en grondgebonden huurwoningen. Het project is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2040. 3.5.2 Structuurvisie Venlo Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. 2. 3. 4.

Drukte in het ommeland, Ruimte in de stad, Leven met de Maas, Voorzieningen op maat,

bestemmingsplan Hal 5

29

5. Robuuste structuren. Daarnaast zijn er drie basisprincipes geformuleerd die op elk ruimtelijk initiatief van toepassing zijn. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Gevolg planvoornemen Het plangebied ligt conform de Ruimtelijke Structuurvisie 2014 binnen de contour stedelijk/dorpsgebied. Op voorliggende ontwikkeling is daarom majeure opgave 2, ‘ruimte in de stad’ van toepassing. Daarnaast sloopt de opdrachtgever appartementen elders in Venlo. Op deze wijze wordt er gebruik gemaakt van de strategische reserve van Woonwenz. Naar dit woningtype is in de toekomstige woningbehoefte minder vraag. In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid. Binnen de contour stedelijk/dorpsgebied is verdichten van woningbouw in beginsel mogelijk.

Er is daarnaast sprake van een stedelijke transformatie van het gebied Venlo-Noord en zullen de grondgebonden woningen grotendeels een sociaal karakter krijgen en levensloop bestendig uitgevoerd worden. Bovendien geven deze woningen invulling aan een lokale woonbehoefte. Met de ontwikkeling wordt optimaal gebruik gemaakt van beschikbare ruimte binnen het stedelijk weefsel. De ontwikkeling leidt tot een kwaliteitsverbetering (een bedrijfsbestemming wordt vervangen door een woonbestemming en de geluidzone wordt teruggedrongen) van het bestaand stedelijk gebied en versterkt de structuur ter plaatse. Het plan wordt hiermee niet in strijd met de Structuurvisie Venlo bevonden. 3.5.3 Woonvisie 2021 - 2026 In september 2021 is de Woonvisie 2021 - 2016 vastgesteld, als vervanger van de woonvisie voor de periode 2016 - 2021. De wereld op het gebied van wonen ziet er in 2021 heel anders uit dan bij vaststelling van de vorige lokale woonvisie in 2016. Met deze nieuwe Venlose woonvisie worden de kaders geschept waarbinnen de huidige opgaven opgepakt kunnen worden. De visie gaat uit van drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt:

1. Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgave om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio en wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties.

2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt.

30

bestemmingsplan Hal 5

3. Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden.

Bij voornoemde hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd. Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van drie ordenende principes: versnellen, verbinden en vernieuwen: Versnellen: waar mogelijk worden kansen gepakt om opgaven versneld op te pakken. Verbinden: wonen staat niet op zichzelf, daarom wordt de verbinding met andere beleidsterreinen gezocht, maar ook met andere opgaven en vraagstukken; wonen kan hierin een deel van de oplossing vormen. Vernieuwen: hiermee wordt bedoeld dat we open staan voor nieuwe initiatieven, woonvormen en instrumenten om knelpunten binnen het wonen op te lossen. Bij de vaststelling van de woonvisie is door de gemeenteraad ook een amendement aangenomen, waardoor ook het realiseren van een klimaatbestendige stad Venlo in het jaar 2050 als belangrijke opgave aan de woonvisie is gekoppeld.

Uit de woonvisie blijkt dat het aantal huishoudens in Venlo in de periode 2021 en 2031 met circa 2.100 tot 3.550 toeneemt, uitgaande van de prognoses Primos 2019, Progneff 2019 en Primos 2020. Om in die groei te kunnen voorzien is ook een groei van de woningvoorraad met dezelfde aantallen nodig. In de periode 2031 tot 2041 zal het aantal huishoudens weer licht dalen. In de woonvisie wordt ook onderkend dat prognoses kunnen fluctueren en dat het daarom ook van belang is na te gaan welke ontwikkelingen onderliggend spelen, om zo te voorkomen dat de programmering steeds aan de hand van die fluctuaties moet worden aangepast. Daarom is ten behoeve van en als onderdeel van de woonvisie een woningbehoefte- c.q. woonwensenonderzoek uitgevoerd (Stec, bijlage V bij de woonvisie). Daaruit blijkt kort samengevat: Alle prognoses wijzen op een huishoudensverdunning (meer één- en tweepersoonshuishoudens) en vergrijzing (toename aantal 75+ huishoudens). Woningen toevoegen voor deze doelgroepen voor deze doelgroepen is een veilig scenario, omdat de bestaande woningvoorraad hoofdzakelijk is gericht op gezinnen. Iets meer dan de helft van de woningbehoefte tot 2031 heeft betrekking op (1) reguliere, grondgebonden woningen, met nadruk op het koopsegment en (2) nultredenwoningen in zowel het koop- als huursegment, gelet op de vergrijzing.

Gevolg planvoornemen Onderhavig plangebied is gelegen in het stadsdeel Venlo-Noord, waar ingezet wordt op het vergroten van de woon aantrekkelijkheid door inzet op leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de bestaande woningvoorraad. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het lokale woonbeleid zoals beschreven in de Woonvisie 2021-2026. De ontwikkeling sluit kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte en voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan het bestaand stedelijk gebied. Een bedrijfsbestemming wordt vervangen door duurzame en grondgebonden huurwoningen die levensloopbestendig zijn, die de ruimtelijke structuur ter plaatse versterken. Er komt een betere scheiding tussen wonen en bedrijven door de groenverbinding in noord-zuidrichting. Het voornemen is derhalve passend bij de opgaven zoals geformuleerd in de Woonvisie.

bestemmingsplan Hal 5

31

3.5.4 Welstandsnota gemeente venlo 2013 Voor de gemeente Venlo geldt de Welstandsnota gemeente Venlo 2013. De kernopgave van de welstandsnota is het waarborgen van de kwaliteit van de verschijningsvorm van bouwwerken door het vaststellen van welstandskaders. De doelen van de nota zijn: Meer vrijheid en verantwoordelijkheid geven aan de burgers en bedrijven van Venlo; Een sneller en slagvaardiger uitgevoerd welstandsbeleid en een betere dienstverlening; Verbetering van de toegankelijkheid van de welstandsnota en daarmee betrokkenheid creëren van burgers en bedrijven bij de kwaliteit van hun directe fysieke leefomgeving; Betere regie op de verschijningsvorm voor een aantrekkelijke fysieke leefomgeving. De welstandsnota gaat over het duurzaam bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente Venlo. Het gemeentebestuur doet dit niet door het in absolute zin vastleggen van criteria en richtlijnen waaraan toekomstige ontwikkelingen moeten voldoen (uitgezonderd de sneltoetscriteria voor veel voorkomende kleine bouwwerken). Absolute criteria leveren slechts één maximaal mogelijk resultaat op. Relatieve criteria bieden de initiatiefnemer meer vrijheid en flexibiliteit. Daarom wordt de welstandsadvisering voor een groot deel uitgevoerd op basis van relatieve criteria.

Deze criteria schrijven voor op welke aspecten de welstandsbeoordeling van de bouwaanvraag plaatsvindt, maar laat initiatiefnemers ruimte zelf invulling te geven aan deze aspecten binnen het welstandskader. Kenmerkend voor het gebruik van dergelijke relatieve criteria is dat zij niet uitkomen op één maximaal resultaat maar meerdere uitkomsten mogelijk maken.

Uitsnede beeldkwaliteitplannen gemeente Venlo (het planvoornemen is blauw omcirkelt)

De gemeente Venlo heeft voor specifieke gebieden in Venlo beeldkwaliteitplannen geschreven die onderdeel zijn van de welstandsnota. In deze plannen zijn specifieke welstandskaders uitgewerkt die de welstandscommissie hanteert bij het beoordelen van bouwplannen. Voor het plangebied is, zoals ook blijkt uit bovenstaande afbeelding, geen beeldkwaliteitplan van toepassing.

32

bestemmingsplan Hal 5

Uitsnede gebiedcriteria Welstandsnota Venlo Noord, gemeente Venlo 2013 (het planvoornemen ligt in hetrode kader) Daarnaast heeft de gemeente Venlo in de welstandsnota 2013, gebiedscriteria opgenomen per stadsdeel. Het planvoornemen ligt in het stadsdeel Venlo Noord, daarbij ligt het planvoornemen binnen welstandsniveau vrij gebied en is welstand niet aan de orde.

bestemmingsplan Hal 5

33

3.5.5 Dynamische woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarmee de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de Woonvisie regio Venlo 2011-2015 en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W. De DWP heeft als doel de beleidslijnen uit bovengenoemde bestuursdocumenten te verfijnen naar de feitelijke situatie en af te stemmen op de actuele vraag. In het DWP wordt geconstateerd dat sprake is van een overschot aan nieuw te bouwen woningen ten opzichte van de vraag. Tevens blijkt dat het totaal van de plannen meer dan noodzakelijk inzet op gestapelde woningen (appartementen). In de DWP wordt ingezet op een betere fasering van de woningbouw initiatieven, mede omdat de nota is opgesteld in een periode dat de woningmarkt ernstig op slot zat. Het DWP is dus een instrument om een fasering en onderscheid in de voorgenomen woningbouwontwikkelingen aan te brengen. Hierbij wordt gekeken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico's gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status).

Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Vanuit de gemeente wordt niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering is mogelijk na overleg. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een B&W besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Voor deze plannen staat onderling gesprek centraal, om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt.

Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Voorliggende herontwikkeling Canon hal 5 behoort tot categorie 3. Of medewerking aan een dergelijke ontwikkeling wordt verleend, wordt in de DWP gekoppeld aan 4 toetspunten: 1. 2. 3. 4.

Ontwikkelingen in het centrum waar een aantoonbare behoefte aan bestaat; Is sprake van herstructurering met in beginsel een reductie van het aantal woningen; Is sprake van woningbouw om in de eigen behoefte van een deelgebied te voorzien; Onderlinge uitruil met projecten in categorie 1 en 2.

In de DWP wordt geconstateerd dat de woningbouwmarkt sterk aan verandering onderhevig is, hetgeen een dynamische aanpak vergt. De betrokken partijen zullen flexibiliteit en creativiteit moeten inzetten bij de jaarlijkse bijstelling van het programma, hetgeen wordt geborgd in de Kadernota. In de Kadernota 2017 wordt beschreven dat de aantrekkelijkheid van Venlo als woon- en vestigingsplaats een

34

bestemmingsplan Hal 5

stevige impuls heeft gekregen. Ook wordt gesteld dat de steeds diversere bevolkingssamenstelling zorgt voor verschillende woonwensen. Levensloopbestendig bouwen blijft een belangrijke doelstelling, samen met het bouwen voor doelgroepen. Ondanks dat voorliggend plan behoort tot categorie 3, heeft het gemeentebestuur haar principemedewerking toegezegd. Bij het plan is sprake van toename van woningaantallen (de grondgebonden nieuwbouw wordt gecompenseerd door sloop van een oude fabriekshal). Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van de strategische voorraad van Woonwenz. Daarbij is sprake van een herstructurering en levert de planontwikkeling een bijdrage aan de invulling van de verschuivende woningmarktbehoefte (de juiste woning op de juiste plaats voor de juiste doelgroep). 3.5.6 Afwegingskader woningbouwprogramma Venlo Het afwegingskader woningbouwprogramma Venlo is een toetsingsinstrument waarlangs alle nieuwe initiatieven worden afgewogen op basis van ruimtelijke en volkshuisvestelijke kwaliteit. Het planvoornemen voor de ontwikkeling van 68 grondgebonden, huurwoningen en een groenzone aan de Genooyerbergen te Venlo is ook getoetst aan dit afwegingskader.

Het initiatief scoort op de aspecten van het ruimtelijk kader 4 punten (inbreiding binnen hoofdkern, verdichting op wenselijke plek volgens de RSV, herontwikkeling rotte plek) en voor het volkshuisvestelijk kader ten minste 5 punten (kwalitatieve woningbehoefte, gevarieerde wijkopbouw, levensloopbestendig bouwen). Het totaal komt hiermee op 9 punten (waarvan 4 van de minimaal gevraagde 4 punten bij het ruimtelijk kader) en betreft daarmee een 'uit te voeren' plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/116/documents/5441