047bijl 7 Bp Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo - toelichting.pdf
Tekst van het document
Stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het project voorziet in de realisatie van 180 wooneenheden ten behoeve van in totaal maximaal 768 tijdelijke internationale werknemers én een bedrijfswoning. Analoog hieraan kan gesteld worden dat dit project ruimschoots onder de norm van 1500 woningen blijft. Het project is veel te kleinschalig om in betekende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens zal er een resomeercentrum worden gerealiseerd, waarbij (gelezen het onderzoek van TNO) de verkeersbewegingen de meest relevante impact hebben op de luchtkwaliteit.
Stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) vanwege de verkeersaantrekkende werking logiesgebouwen: De verkeersgeneratie welke gerelateerd kan worden aan 180 logiesgebouwen voor internationale werknemers en een bedrijfswoning bedraagt circa 140 verkeersbewegingen per etmaal. Met behulp van de NIBM-tool (versie: 15 mei 2018) is de maximale toename van fijnstof en stikstofdioxide bepaald door de verkeersaantrekkende werking vanwege het project, waarbij de aanname is gedaan dat 5% van de verkeersbewegingen bestaat uit vrachtverkeer, hetgeen een ‘worst case scenario’ is. Uit de tool volgt dat de maximale bijdrage van de verkeersaantrekkende werking aan de luchtkwaliteit 0,28 ug/m3 stikstofdioxide (NO2 ) en 0,05 ug/m3 fijn stof (PM10) betreft. De verkeersaantrekkende werking valt hiermee ruimschoots binnen de ‘niet in betekende mate’
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 2 3
grens van 1,2 ug/m NO2/PM10. Het project is dan ook aan te duiden als ‘niet in betekende mate’.
Stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM10) vanwege de verkeersaantrekkende werking resomeercentrum: In de CROW-richtlijnen voor verkeersgeneratie staat dat een plechtigheid minimaal 34,8 en maximaal 48,6 verkeersbewegingen zal genereren. In de huidige plannen van het resomeercentrum zijn twee aula’s opgenomen waar een plechtigheid kan plaatsvinden. Verwacht wordt dat maximaal 3 plechtigheden per aula per dag worden gehouden (bron: Dela). In totaal zijn dit maximaal 6 plechtigheden per dag. Deze plechtigheden zullen voornamelijk overdag tussen 11:00 en 15:00 plaatsvinden. Diensten/plechtigheden starten normaliter niet tegelijkertijd, waardoor de verkeersdrukte wordt verspreid. Een plechtigheid duurt ongeveer twee uur inclusief de voorbereidingen en afsluiting. Ervan uitgaande dat de reikwijdte van het resomeercentrum in het vroege stadium zeer groot is door de beperkte hoeveelheid aan resomeercentra in Nederland en in Duitsland, zal gerekend worden met het maximaal aantal verkeersbewegingen per plechtigheid. Dit betekent dat over de gehele dag maximaal 292 extra verkeersbewegingen zullen plaatsvinden.
Met behulp van de NIBM-tool (versie: 15 mei 2018) is de maximale toename van fijnstof en stikstofdioxide bepaald door de verkeersaantrekkende werking vanwege het project, waarbij de aanname is gedaan dat 5% van de verkeersbewegingen bestaat uit vrachtverkeer, hetgeen een ‘worst case scenario’ is. Uit de tool volgt dat de maximale bijdrage van de verkeersaantrekkende werking aan de luchtkwaliteit 0,29 ug/m3 stikstofdioxide (NO2) en 0,05 ug/m3 fijn stof (PM10) betreft. De verkeersaantrekkende werking valt hiermee ruimschoots binnen de ‘niet in betekende mate’ grens van 1,2 ug/m3 NO2/PM10. Het project is dan ook aan te duiden als ‘niet in betekende mate’.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 3
Als beide projecten samen worden beoordeeld en de NIBM-tool hierop wordt toegepast, is er nog altijd sprake van ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Achtergrondconcentraties De grenswaarden voor de luchtkwaliteitseisen voor PM10, PM2,5 en NO2 - zoals opgenomen in de Wet milieubeheer – zijn in de navolgende tabel weergegeven.
Tabel grenswaarden luchtkwaliteit
Op basis van de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland blijkt dat de achtergrondconcentratie in 2018 nabij de projectlocatie tussen 20 en 25 ug/m3 stikstofdioxide (NO2), tussen 18 en 20 ug/m3 (PM10) en tussen 12 en 14 ug/m3 fijn stof (PM2,5) bedraagt. De totale immissie ter plaatse van de projectlocatie overschrijdt derhalve de geldende normstelling niet. De aanwezige achtergrondconcentraties inclusief de toename vanwege het project, blijven ruimschoots onder de wettelijke grenswaarden. Daarmee is ter plaatse van de projectlocatie sprake van een goed woon- en leefklimaat.
5.2.4
Bedrijven en milieuzoneringen
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.
Bedrijven en milieuzonering
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 4
De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.
De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.
Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het bebouwd gebied van Venlo, tussen bedrijventerrein de Veegtes, bedrijventerrein Noorderpoort en de bedrijfslocatie van Océ en ligt ten oosten van de N271 welke in noord-zuidrichting Venlo doorsnijdt. Verspreid rondom het plangebied bevinden zich ook (burger-)woningen van derden. Er is hier duidelijk sprake van een dynamische omgeving. In een straal van 100 m vanaf de randen van het plangebied zijn bedrijven toegestaan tot milieucategorie 3.2 (aan de Hendrikkenhofstraat), tot milieucategorie 3 (binnen het bestemmingsplan Océ en omgeving), tot milieucategorie 4.2 (ten noorden van Hakkesstraat, binnen bedrijventerrein Veegtes) en op het bedrijventerrein Noorderpoort zijn bedrijven tot milieucategorie 2 toegestaan.
De bijbehorende richtafstanden tot gevoelige functies bedraagt: Milieucategorie
Richtafstand ingeval van rustig Richtafstand ingeval van gebied gemengd gebied
1
10 m
-
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 5
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
De ‘Veiligheidsregio Limburg-Noord’ betreft een inrichting in de milieucategorie 3.1 met een richtafstand van 50 m; ingeval van een gemengd gebied is de richtafstand 30 m. Met deze afstand tussen het bouwvlak en de huisvestingslocatie zal rekening worden gehouden. De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is verder niet gelegen binnen de richtafstand van 50 m voor bestaande bedrijven tot milieucategorie 3.2 in een gemengd gebied, voorzover het de zijde betreft welke is gericht op de Hendrikkenhofstraat. Aan de noordzijde van de Hakkesstraat, binnen het plangebied van bedrijventerrein Veegtes, zijn bedrijven toegestaan tot categorie 4.2. Ingeval van een gemengd gebied dient van een richtafstand van 200 m te worden uitgegaan. Binnen die richtafstand tot aan de huisvesting voor internationale werknemers bevinden zich drie bedrijven, te weten Akarton (ingeval van een productiecapaciteit van meer dan 15 ton/uur valt dit bedrijf onder milieucategorie 4.2), Caspar de Haan schildersbedrijf, energetisch renoveren en planmatig onderhoud van gebouwen (vergelijkbaar met een bedrijf gerelateerd aan de bouwnijverheid waarbij een maximale milieucategorie van 3.2 van toepassing is) en Steigerhout RHB, een winkel in met name houten meubels(betreft bedrijf in de categorie 1). De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is binnen de richtafstand van Akarton gelegen.
Er moet echter geconstateerd worden dat aan weerszijden van Akarton burgerwoningen zijn gesitueerd en aan de overzijde een gevoelige functie in de vorm van een onderwijsinstelling voor kinderen is gelegen. Deze gevoelige functies bevinden zich op kortere afstand van Akarton dan de huisvestingslocatie is gepland. Hierdoor kan zonder meer gesteld worden dat Akarton niet extra in de bedrijfsvoering zal worden belemmerd. De richtafstand van Akarton is gerelateerd aan het aspect geluidhinder. Bij de vergunningverlening voor dit bedrijf dient echter rekening te worden gehouden met het behoud van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen van derden. Logischerwijs kan derhalve worden geconcludeerd dat, nu de geluidsbelasting op de woningen ten oosten en westen van Akarton voldoet aan de milieuregelgeving, dit eveneens het geval moet zijn ter plaatse van de dichtstbij te projecteren logiesgebouwen voor internationale werknemers, welke op meer dan 100 m uit het bouwvlak van Akarton komt te staan, in vergelijking met de woning ten westen, welke op nog geen 50 m van Akarton staat. De milieuzonering rond Akarton staat het project derhalve niet in de weg. Aan de noordzijde van de Hakkesstraat ter plaatse van het bedrijventerrein Noorderpoort zijn bedrijven, kantoren en horeca toegestaan in de bedrijfscategorie 1 en 2.
De richtafstand binnen een gemengd gebied bedraagt dan 10 m, hetgeen overduidelijk aan alle zijden wordt gehaald. Ten westen van de Nijmeegseweg (N271) ligt het bedrijf Océ en is een milieucategorie van maximaal 3 toegestaan, met een richtafstand van 50 m ingeval van een gemengd gebied waarvan hier sprake is. De afstand tussen Océ en de huisvestingslocatie bedraagt vele malen meer dan 50 m, zodat ook hier milieuzonering geen belemmering vormt. De horecagelegenheid Galerie de Hoeve vormt op een afstand van circa 90 m evenmin een belemmering. Aan de oostzijde van de Hendrikkenhofstraat zijn bedrijven tot de milieucategorie 3.2 en op grotere afstand tot 4.2 zijn toegestaan. Ingeval van een gemengd gebied dient van een richtafstand van 200 m voor een milieucategorie 4.2-bedrijf te worden uitgegaan. Binnen die richtafstand tot aan de huisvesting voor internationale werknemers bevindt zich het bedrijf
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 6
ECOR Europe. Het vervangt giftige, niet-recyclebare materialen door schone, duurzame alternatieven, door het verwerken van bio-based vezels die anders als afval worden beschouwd en creëert nieuwe, volledig recyclebare producten. Dit betreft een bedrijf dat past binnen de categorie papier- en kartonfabriek (SBI-code (2008) 1712) – 3t/u, en valt daarmee onder milieucategorie 3.1, waarbij een richtafstand hoort van 50 meter, welke ingeval van een dynamische omgeving één afstandsstap lager kan worden aangehouden (te weten 20 meter). Deze afstand wordt zonder meer gehaald ten opzichte van de nieuwe ontwikkeling. Er moet echter voor dit bedrijf geconstateerd worden dat grenzend aan het bedrijfsperceel van ECOR al een burgerwoning is gesitueerd en binnen de vigerende maatschappelijke bestemming binnen het gebied ten westen van de Hendrikkenhofstraat een kinderdagverblijf aanwezig mocht zijn (en feitelijk ook aanwezig was). Binnen de maximale richtafstand van 200 meter uitgaande van de maximaal toegestane milieucategorie, bevinden zich nog meer functies welke als milieugevoelige functies meegewogen moeten worden op het moment dat ECOR tot uitbreiding over zou willen gaan. De nieuw te realiseren beheerderswoning bevindt zich op grotere afstand dan de overige bestaande milieugevoelige functies en bestemmingen.
Logischerwijs kan derhalve worden geconcludeerd dat, nu de milieubelasting op betreffende woningen voldoet aan de milieuregelgeving, dit eveneens het geval moet zijn ter plaatse van de dichtstbij te projecteren logiesgebouwen voor internationale werknemers, welke op meer dan 80 m uit het bouwvlak van ECOR komt te staan, in vergelijking met de burgerwoning aan de Simon Stevinstraat. Verder is in het kader van het bestemmingsplan Bedrijventerrein Veegtes in 2012 in de Nota industrielawaai Veegtes de geluidruimte vastgesteld die voor het bedrijf op basis van het bestemmingsplan beschikbaar is. In die beleidsnotitie is voor Ecor een bronvermogen per m² opgenomen van 65 dB(A). Dit bronvermogen is gebaseerd op de milieucategorie (4.2) die volgens het bestemmingsplan op deze locatie is toegelaten. Het initiatief voor de huisvesting van internationale werknemers heeft hier geen invloed op. Het beperkt de geluidruimte uit de nota industrielawaai niet. Daarnaast kan worden gesteld dat bij de huisvestiging van internationale werknemers nabij locatie Albertushof sprake is van tijdelijke bewoning in de vorm van short-stay. Bij short-stay gaat het om een groep internationale werknemers die niet de intentie heeft om voor een langere tijd te blijven. Deze groep heeft behoefte aan een tijdelijke woonvoorziening en kan daarvoor niet terugvallen op de reguliere woningmarkt.
Tijdelijke bewoning in de vorm van short-stay wordt niet aangemerkt als een geluidgevoelige functie en daarom is deze huisvestingsvorm niet van invloed op de bedrijfsvoering van Ecor. Opgemerkt dient te worden dat de beheerderswoning op het terrein wel als geluidgevoelig moet worden aangemerkt. Alhoewel ook de komst van de beheerderswoning geen gevolgen heeft voor de, voor het bedrijf gereserveerde geluidruimte (65 dB(A)/m²), is wel onderzocht of deze woning gevolgen heeft voor het bedrijf in het kader van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op basis van de in de nota industrielawaai gereserveerde geluidruimte van 65 dB(A)/m² is de geluidbelasting op de beheerderswoning bepaald. Uit deze berekening is gebleken dat de geluidbelasting, als gevolg van de afstand en de afschermende werking van bedrijfsgebouwen minder dan 40 dB(A)-etmaalwaarde bedraagt. Gezien de geluidnorm in het Activiteitenbesluit van 50 dB(A)-etmaalwaarde waaraan voldaan dient te worden kan derhalve worden geconcludeerd dat ook voor wat betreft de beheerderwoning geen belemmeringen voor Ecor optreden.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 7
In het kader van het bestemmingsplan worden geen eisen gesteld aan de geluidspieken. In het Activiteitenbesluit zijn wel normen opgenomen ter voorkoming van hinder door pieken. De norm 70 dB(A)-etmaalwaarde zal op de beheerderswoning vanwege de afstand en de afschermende werking van de bedrijfsgebouwen niet in het geding komen. De normen gelden niet voor de units van de internationale werknemers.
De huisvestingslocatie voor internationale werknemers is derhalve geen extra belemmering voor omliggende bedrijven en vanuit omliggende bedrijven behoeft ook niet gevreesd te worden voor een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de huisvestingslocatie. Binnen het plangebied wordt verder het resomeercentrum mogelijk gemaakt. Een resomeercentrum betreft een bijzondere vorm van een uitvaartcentrum (in zijn algemeenheid getypeerd met een milieucategorie 1) welke milieuvriendelijker is dan een crematorium dat valt onder milieucategorie 3.2 (in verband met geurhinder). Een crematorium is qua geur echter niet te vergelijken met een resomeercentrum. Uit het TNO-onderzoek blijkt ten aanzien van het aspect geur en veiligheid het volgende: Ten aanzien van de arbeidsomstandigheden wordt opgemerkt dat de onprettige geur in de werkruimtes niet wenselijk is. In hoeverre deze geur tot overlast in de omgeving kan leiden (indien hij bijvoorbeeld wordt afgezogen) is niet duidelijk. Maar mocht dit zo zijn, dan kan een geurfilter een oplossing bieden. Volgens de operator was deze geur een gevolg van een lekke afdichting, waarvoor reeds vervanging gepland was. Gevaren voor de omgeving (omwonenden) als gevolg van onbedoeld vrijkomen van gevaarlijke stoffen zijn zeer onwaarschijnlijk.
De inhoud van de resomator is dermate gering dat deze alleen een risico kan vormen voor (personen in) de ruimtes waar het proces wordt uitgevoerd. De beperkte hoeveelheid gevaarlijke stoffen (zuren en logen) in de installatie kan hooguit een risico vormen voor de personen in de directe nabijheid van de resomator of de opslagtanks. Door een afstand van ten minste 30 m tussen het resomeercentrum en omliggende woningen in acht te nemen, kan voldaan worden aan de eis van een voldoende ruime milieuzonering. Via milieuregelgeving kunnen alle gevaren of geuremissies tot een minimum worden beperkt.
Om te onderzoeken wat de akoestische effecten op het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen zal zijn, is door K-Plus een akoestisch onderzoek (Nm200288aaA0.quro, d.d. 28 april 2020) uitgevoerd naar de verkeeraantrekkende werking vanwege het duurzaam huisvesten van internationale werknemers voor bepaalde tijd en vanwege de realisatie van een resomeercentrum. De resultaten zijn getoetst aan de circulaire “Beoordeling geluidshinder wegverkeer in verband met de vergunningverlening Wet Milieubeheer”. Hierin is een voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) en een maximale grenswaarde van 65 dB(A) opgenomen. Aan de hand van de resultaten blijkt dat de optredende gevelbelasting, ook als de totale verkeersaantrekkende werking wordt beschouwd, bij de representatieve beoordelingspunten voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit de voornoemde circulaire. Daarmee is aangetoond dat het extra verkeer het woon- en leefklimaat niet zal aantasten. Dit onderzoek is toegevoegd als bijlage 11.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 8
Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'.
5.2.5
Externe veiligheid
De logiesgebouwen zijn, evenals het resomeercentrum, geen risicovolle inrichtingen, maar vormen zelf kwetsbare objecten. De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).
Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen.
Volgens de Risicokaart van de provincie Limburg ligt in de omgeving (in een straal van 160 m) van de bouwvlakken binnen het plangebied géén risicovolle inrichting en zullen de kwetsbare objecten ook niet worden opgericht binnen de plaatsgebonden risicocontouren van in de verdere omgeving gelegen bedrijven, zoals op onderstaande uitsnede uit de risicokaart is weergegeven:
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 5 9
Uitsnede uit risicokaart
Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provincialeen spoorwegen van belang. Op een afstand van circa 160 m vanuit de grens van de meest nabijgelegen logiesgebouwen voor internationale werknemers is de Nijmeegseweg (N271) gelegen. Voor deze weg is de PR-contour 10 -6/jr. niet berekenbaar geweest. Dit houdt in dat voor dit aspect geen knelpunt aanwezig is. Of de oriënterende waarde van het groepsrisico wordt overschreden, dient te blijken uit een nog op te stellen verantwoording van het groepsrisico. Tevens ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van de A67 en de Weselseweg.
Er kan op voorhand worden gesteld dat er een grote bufferende werking uitgaat van het tussen de huisvestingslocatie en de N271 gelegen bebouwing van de Veiligheidsregio Limburg-Noord en AmbulanceZorg Limburg-Noord, waarbinnen eveneens een logiesfunctie tot 50 personen aanwezig is. Afgezien van de bufferende werking van deze bebouwing, kan duidelijk gesteld worden dat alle in geval van calamiteiten benodigde blusapparatuur op zeer korte afstand aanwezig zijn. Er is in de omgeving van de plangebied (binnen een straal van 250 m) geen sprake van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen. Parallel aan de zuidzijde van de A67 ligt een aardgasleiding van Gasunie Transport Services (NEN 3650-leiding). Uit de bijlagen behorende bij de toelichting op het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerrein Veegtes valt op te maken dat de Gasunie een PR berekening heeft uitgevoerd naar deze leiding. Hieruit blijkt dat de | bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 0
leiding geen PR 10-6 contour kent. Het invloedsgebied van deze 8" leiding is 95 meter (100% letaal is 50 meter). Het plangebied voor de huisvestingslocatie voor internationale werknemers en het resomeercentrum ligt op meer dan 250 meter. Hierdoor is het niet noodzakelijk in verband met deze gasleiding een verantwoording van het groepsrisico uit te voeren. Op basis van de quick scan ‘externe veiligheid’ kan geconcludeerd worden dat er geen belemmeringen zijn vanuit het plaatsgebonden en groepsrisico ten aanzien van inrichtingen en buisleidingen maar dat het groepsrisico ten aanzien van de N271 verantwoord dient te worden. Zie hiervoor ook de door Kragten uitgevoerde quick scan (rapportnr: 20190507-BSM007-0001EV-QS) welke als bijlage 12 is toegevoegd. Deze quick scan is in mei 2019 gevolgd door een door Kragten opgestelde ‘verantwoording groepsrisico’ voor onderhavig project (als bijlage 13 toegevoegd). Op dit punt wordt hier geheel naar verwezen. Het advies van de Veiligheidsregio Limburg-Noord is als bijlage 14 aan de planstukken toegevoegd. De daarin beschreven aanbevelingen zullen in de uitwerking van de bouwplannen en de exploitatie worden meegenomen.
5.3
Waterparagraaf
Waterbeleid Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venlo als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen voorkomen te worden; grondwateroverlast dient voorkomen te worden; een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewatersysteem is toegestaan. Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen.
Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan.
Waterhuishoudkundige situatie plangebied
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 1
Afvoerend verhard oppervlak en riolering Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats ten belope van maximaal 11.000 m2 (bebouwing én niet-doorlatende erfverharding). Zoveel mogelijk erfverharding zal uitgevoerd worden als waterdoorlatende verharding ofwel voorzien worden van molgoten waaronder een infiltrerende onderlaag (bv Rockflow) is aangebracht.
Grondwater De bodem bestaat volgens BIS uit hoge zwarte enkeerdgronden en lemig fijn zand. De gemiddelde hoogste grondwaterstand zit op 40-80 cm -mv en de gemiddelde laagste grondwaterstand op meer dan 120 cm -mv.
Oppervlaktewater Aan de rand van het plangebied bevindt zich de Kruisberglossing. Op grotere afstand stromen de Zwartwaterbeek en de Gerrittenbeek; voor het overige is er geen oppervlaktewater in de omgeving. Op onderstaande figuur 10 is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven waarop de waterlopen ten opzichte van het plangebied zijn te zien.
Figuur 10: uitsnede legger waterschap
Deze primaire watergang zal als onderdeel van de landschappelijke inpassing opgenomen worden in de planvorming en als waterlossing gehandhaafd blijven. Het project heeft hierdoor redelijkerwijs geen nadelige effecten op deze waterloop.
HemeI- en afvalwater Infiltratie van hemelwater. Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 2 2
5.000 m . Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal deze afgekoppeld dienen te worden.
Kwantiteitsberekening De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens de kaart inzake de bodemdoorlatendheid (K-waarde) van het waterschap 0,45 - 0,75 m/dag. Deze gronden zijn derhalve gemiddeld geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis T=100 waarbij 50 mm/m2 verhard oppervlak geborgen moet kunnen worden. Hiertoe zal er een wadi met een bufferinhoud van 250 m3 gecreëerd moeten worden. Bij de nieuwe norm van het Waterschap Limburg zal dit 500 m3 dienen te zijn; dit is nu al opgenomen in het plan. In het gebied zal dus straks op basis van de nieuwste normen ca. 500 m3 aan water moeten kunnen worden opgevangen. De geplande vijver heeft een veelvoud van dit opvangend vermogen; indien nodig kan daarbij nog aanvullend de genoemde wadi worden aangelegd op de plek die in paragraaf 4.3 is aangeduid. Hiermee is er de garantie dat het regenwater op eigen terrein zal worden opgevangen en zal infiltreren en geen overlast kan vormen. Dus indien nodig, een wadi met lengte van 100 meter, breedte van 8 meter en diepte van 80 cm, welke zorgt voor een inhoud van ruim 500 m3 om te bufferen en hier te infiltreren. Een overstort is er niet, behalve de aangrenzende "vloeiveldmogelijkheid" in het gras-groengebied.
Beide projectonderdelen zullen in beginsel voorzien in hemelwaterinfiltratie op eigen terrein.
Voor de afvoer van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering.
Bouwmaterialen De gemeente Venlo streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt daarom gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.
Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.
5.4
Kabels en leidingen
Het plangebied is niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele (lichte) graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 3
Het plangebied is verder niet gelegen binnen een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied van een civiel of militair luchtvaartterrein en over het plangebied loopt geen straalpad van telecomaanbieders.
5.5
Gebiedsbescherming
Van belang is te bepalen of het plan eventueel negatieve effecten heeft op beschermde natuurgebieden. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabij het plangebied gelegen Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ ligt op bijna 5 kilometer afstand. Gezien die afstand zijn effecten van geluid en licht uit te sluiten. Wat betreft de uitstoot van stikstof is dat wel mogelijk.
Aanpak Stikstof Ten behoeve van de huisvesting van 768 short-stay internationale werknemers zullen aan de Hendrikkenhofstraat 29 woonblokken met 4 of 8 eenheden worden gerealiseerd alsmede een resomeercentrum met een bebouwde oppervlakte van maximaal 3500 m2 aan de Hakkesstraat. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Er dient te worden aangetoond dat met het plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het stikstofonderzoek, uitgevoerd door Kragten en integraal als bijlage 3 toegevoegd, is met het programma AERIUS-Calculator de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Met het project wordt de bouw van logiesgebouwen en een resomeercentrum mogelijk gemaakt. De relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) vinden plaats in de realisatiefase en daarna door de verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie.
De berekening van het projecteffect van de beoogde situatie is verricht met behulp van het Aerius Calculator. Uit de uitgevoerde berekeningen (zie bijlage 3) van de gebruiksfase en de aanlegfase blijkt dat de stikstofdepositie in beide situaties niet meer dan 0,00 mol N/ha/jaar bedraagt. Het onderhavige plan zal geen relevante significante cumulatieve effecten veroorzaken ter plaatse van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In het kader van een voortoets kunnen significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van een passende beoordeling niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van het plan.
Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk, maar ligt wel in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland . Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 0,3 kilometer ten noorden van het plangebied. Het betreft het Zwartwater (ten
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 4
noorden van de A67 en de oostelijke oever van de Maas) . De naam Zwart Water is enigszins verwarrend. Hij is ontleend aan een moerasgebied dat tot in de jaren '50 van de vorige eeuw op de plaats lag van de huidige autosnelweg ten noordoosten van Venlo. Door drooglegging is niets meer van dit moeras over. Nu liggen er landbouwgronden, wegen en het industrieterrein Noorderpoort. Het Zwart Water leeft echter voort in de naam van het tegenwoordige natuurgebied ten noorden van de snelweg. Het grootste water in dit gebied is de Venkoelen, gelegen in een oude Maasbedding. De plas is ontstaan door vervening tot in het begin van de 19e eeuw. Na de ontvening begonnen de vennen al snel weer dicht te groeien. Boeren profiteerden hiervan. Zij maaiden de holpijp die langs de oevers van de uitgeveende plas groeide en gebruikten het maaisel als groenbemester op het veld. Doordat de omgeving van het ven in een oude Maasbedding lag was het ook mogelijk rivierklei te winnen. Er ontstonden kleiputten die overigens later zijn opgevuld met stadsvuil en puin uit de Tweede Wereldoorlog. De klei werd afgeticheld en tot bakstenen verwerkt. De achterblijvende gronden zijn tegenwoordig grasland, heide en bos in de omgeving van de Ossenberg. Vanaf 1930 vond veel bosaanplant plaats. Een bijzonder bostype, nog herkenbaar aan de boomsoorten die er staan, is het zogenaamde Stadsbos.
Na de Tweede Wereldoorlog werd dit ingericht als park met een grote afwisseling van boomsoorten.
In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 is dit gebied aangeduid als 'goudgroene natuurzone, zoals op onderstaand afbeelding is te zien:
Figuur 10a: POL-kaart natuur
Tussen de Goudgroene natuurzone en het plangebied ligt de snelweg A67 en het bedrijventerrein Noorderpoort. Met het planvoornemen zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland niet worden aangetast. Een ontheffing op basis van de Wet Natuurbescherming is voor dit aspect daarom niet noodzakelijk.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 5
5.6
Soortenbescherming
Met de Wet natuurbescherming (Wnb) worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen vertaald in nationale regelgeving. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan strikte voorwaarden worden voldaan. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd. Quickscan: Het plangebied dat het klooster omsluit, is in gebruik als bos, tuin, groentetuin, jonge aanplant, een in slechte staat en voor ammovatie in aanmerking komend voormalig kinderdagverblijf, braakliggend terrein, enkele paardenweiden en een stuk landbouwgrond waar mais op werd verbouwd. In het bestaande bosgebied is het kerkhof van de congregatie en een Mariagrot gesitueerd. Op basis van de natuurgegevens van www.waarneming.nl en www.limburgsevogels.nl valt te zien dat in en in de directe omgeving van het plangebied geen beschermde soorten (planten en dieren) zijn waargenomen. Dit betekent niet automatisch dat er geen beschermde soorten voorkomen.
Daarom is door Econsultancy BV in augustus 2021 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling met als doel om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten, gebieden of houtopstanden aanwezig zijn die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve gevolgen kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep. De delen van het plangebied welke hun bestemming behouden danwel waar op korte termijn geen ontwikkelingen plaatsvinden welke een verstoring van flora en/of fauna tot gevolg kunnen hebben, zijn buiten het onderzoeksgebied gelaten. In de planregels zijn bepalingen opgenomen die noodzaken tot een specifiek ecologisch onderzoek indien de binnen deze bestemmingen mogelijk gemaakte realisatie van nieuwe bouwwerken actueel wordt. Het op voorhand uitvoeren van ecologisch onderzoek heeft geen meerwaarde; tevens dient opgemerkt te worden dat aan de Wet natuurbescherming rechtstreekse werking toekomt en hier te allen tijde aan voldaan dient te worden. De aanwezigheid van geschikt habitat op de onderzoekslocatie voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in onderstaande tabel.
In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 6
Tabel: Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen
Op basis van deze quickscan dient, voor uitvoering van de plannen, middels nader onderzoek meer duidelijkheid te worden verkregen omtrent de eventuele functie van de onderzoekslocatie voor de teunisbloempijlstaart. Verder dient in het bladerloze seizoen (globaal half november t/m maart) een nesteninspectie uitgevoerd te worden om aan- of afwezigheid van ransuil- en/of torenvalknesten aan te tonen. Deze nadere onderzoeken zijn medio augustus 2021 in gang gezet.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 7
Indien de bomen in de houtsingel worden gekapt dient een nesteninspectie uitgevoerd te worden of dienen de (kap)werkzaamheden in de vrijstellingsperiode van de eekhoorn uitgevoerd te worden (maart-april en juli t/m november). Daarnaast dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar de grote vos wanneer de zoete kers of treurwilgen in het noordelijk deelgebied worden gekapt. Voor beschermde soorten behorend tot de overige soortgroepen zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht ten behoeve van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dat houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van dieren te voorkomen. Tevens dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen bij de uitvoering van werkzaamheden. Het verwijderen van groen, takkenhopen en het uitvoeren van graafwerkzaamheden dient plaats te vinden buiten het broedseizoen. Globaal kan hiervoor de periode maart tot en met half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.
Indien binnen het broedseizoen bomen of struwelen verwijderd dienen te worden, dient voorafgaand aan deze werkzaamheden een broedvogelinspectie door een ter zake kundige ecoloog plaats te vinden. Verder geldt te allen tijde de algemene zorgplicht ten aanzien van grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden en verwonden van individuen te voorkomen. De ecologische quick scan is als bijlage 15 aan de planstukken toegevoegd.
Op 13 januari 2022 is door Econsultancy BV een aanvullende ecologische rapportage opgesteld. Uit het aanvullend veldonderzoek is het volgende gebleken: 'Binnen de voor de teunisbloempijlstaart optimale periode om onderzoek uit te voeren, zijn in totaal drie veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens deze veldbezoeken is de aanwezigheid van de rupsen van teunisbloempijlstaart op de onderzoekslocatie (en directe omgeving) onderzocht. Tijdens de veldbezoeken zijn, ondanks grondige inspecties, geen eitjes en rupsen van teunisbloem-pijlstaart waargenomen. Er zijn echter wel vraatsporen aangetroffen op waardplanten van de teunis-bloempijlstaart. Desalniettemin kan de aanwezigheid van teunisbloempijlstaart uitgesloten worden vanwege het feit dat er geen individuen van teunisbloempijlstaart zijn aangetroffen en de vraatsporen op desbetreffende waardplanten verklaard kunnen worden door de aanwezigheid van de keversoort "lang griendhaantje". Tot slot zijn tijdens een nesteninspectie in het bladerloze seizoen geen grote nesten aangetroffen van roofvogels waaronder ransuil en torenvalk. Daarmee kan worden uitgesloten dat op de onderzoekslo-catie en binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden jaarrond beschermde nesten van ransuil en torenvalk aanwezig zijn.
Conclusie Met betrekking tot de teunisbloempijlstaart, ransuil en torenvalk hoeven vanwege de afwezigheid van de soorten geen verdere maatregelen getroffen te worden. Wel dient te allen tijde de algemene zorg-plicht ten aanzien van broedvogels, grondgebonden
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 8
zoogdieren en amfibieën nageleefd te worden. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan wordt om het verstoren, verwonden en/of doden van dieren te voorkomen.'
Ook dit aanvullend onderzoek is als bijlage bijgevoegd.
Houtopstanden Tenslotte is de eis vanuit het bevoegd gezag om de gekapte bomen vanuit het verleden binnen het plan te compenseren. Vanuit een illegale velling uit eerdere tijd is er een herplant opgelegd van 3750 m2 aaneengesloten bos. Deze herplant dient uiterlijk 31 december 2022 te hebben plaatsgevonden. Vanuit deze basisvoorwaarden en de nieuwe functies heeft een en ander geleid tot een plan dat vanuit functionaliteit, integratie, cultuurhistorie, ecologie en ook belevingsruimte voor de mensen is bezien. Een plan dat ook vanuit de ruimere omgeving is opgesteld. Hierin staat aangegeven dat er minimaal aan groen verdwijnt en dat er een groot areaal aan nieuw groen zal verrijzen. Hierbinnen zit ook de herplant van 3750 m2 bosgebied.
5.7
Archeologie en cultuurhistorie
5.7.1
Archeologie
Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden.
Vrijwel het gehele terrein heeft een hoge/middelhoge archeologische verwachtingswaarde, zoals op onderstaande uitsnede van de archeologische beleidskaart is te zien:
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 6 9
Figuur: Archeologische Beleidskaart
In onderhavig bestemmingsplan is rekening gehouden met de op bovenstaande kaart aangeduide vindplaatsen (tussen Galerie de Hoeve en het klooster in); hier zal in ieder geval geen nieuwe bebouwing worden opgericht. Bij de voorgenomen ontwikkelingen is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk, voorzover de verstoring van de bodem nu reeds is voorzien. Op 6 april 2020 zijn de bevindingen door Econsultancy neergelegd in een rapportage (zie bijlage 16). Hierin is het volgende geconstateerd: "Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het plangebied zouden kunnen bevinden. In het bijzonder verhoogt de aanwezigheid van dekzandruggen en lage landduinen bij een oude Maasarm de kans daarop. Daarom is aansluitend een inventariserend veld-onderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. De resultaten van het booronderzoek geven aan dat in het zuidelijke en noordwestelijke deel van het nu door middel van booronderzoek onderzochte deel van het plangebied de bodem sterke verstoord is. Op de locatie van boringen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 is de bodem nog wel goed intact. Daar waar het bodemprofiel is verstoord, binnen het zuidelijke en noordwestelijke deel van het nu door middel van booronderzoek onderzochte deel van het plangebied, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht.
Ter plaatse van boringen 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 zijn de verstoringen dermate marginaal dat hier nog wel archeologische resten in situ te ver-wachten zijn. In het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 0
bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De rest van het nu onderzochte deel van het plangebied, het zuidelijke en noordwestelijke deel (bij boringen 1, 8 en 11 tot en met 17), worden geen archeologische resten in situ meer verwacht en wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De verstoringen van boring 8, 13 en 17 kunnen het gevolg zijn van een weg die door het plangebied heen liep maar gezien de diepte van de verstoringen en de ligging van deze verstoorde boringen t.o.v. andere verstoorde boringen lijkt het er niet op dat de verstoorde bodemopbouw in de boringen hiermee te maken hebben. Voor het terrein waar niet geboord kon worden door de bij de sloop aangetroffen asbest wordt geadviseerd om hier alsnog een verkennend booronderzoek uit te voeren na de asbestsanering om de archeologische verwachting van het bureauonderzoek ook voor dit deel van het plangebied te toetsen. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.
Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand betreft een advies, opgesteld door Econsultancy. Het advies is ter goedkeuring voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Venlo).
Selectiebesluit De gemeente Venlo neemt het advies over om het onderzochte gedeelte van het plangebied gedeeltelijk vrij te geven op basis van de aangetroffen verstoring. Opgemerkt moet worden dat ongeveer een derde van het plangebied nog niet is onderzocht. Gevraagd wordt om het onderzoek hier alsnog zo snel mogelijk uit te voeren, zodat ook de verwachtingswaarde van het zuiddeel van het plangebied duidelijk is en een volledig selectiebesluit kan worden genomen. Het selectiebesluit voor zover dat op dit moment kan worden genomen, houdt in dat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling in ieder geval in het noordoostelijke gedeelte van het plangebied vervolgonderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van proefsleuven. Voor dit onderzoek dient een Programma van Eisen ter goedkeuring bij het bevoegd gezag te worden aangeleverd. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden in het nu door Econsultancy vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden ge-maakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016. Melding van archeologische waarden kan plaatsvinden bij de gemeente Venlo, de Provincie Limburg of bij het Ministerie van OCW (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).”
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 1
Figuur: gearceerde vlakken krijgen dubbelbestemmingWaarde - Archeologie
Het gearceerde delen in het roodomkaderde gebied betreffen gronden met dusdanige archeologische verwachtingswaarde, dat alvorens bodemingrepen worden gedaan, een aanvullend rapport dient te worden overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Alvorens deze Archeologische Monumentenzorg-procedure (AMZ) is afgerond, zal hier in het geheel geen verstoring plaats mogen vinden.
Op 22 maart 2021 is er een aanvullend archeologisch booronderzoek uitgevoerd voor het zuidelijke deel van bovenstaand gearceerd gebied. Voor het westelijke en centrale deel van het plangebied adviseert Econsultancy een dubbelbestemming archeologie waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard. Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Mocht het niet mogelijk zijn om de archeologische waarden in situ te behouden, dan adviseert Econsultancy om een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek uit te voeren. In de rest van het nu onderzochte deel van het plangebied wordt geadviseerd geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De rapportage is als bijlage 17 bijgevoegd. Het programma van eisen voor het graven van proefsleuven is opgesteld en door het bevoegd gezag geakkordeerd. Het proefsleuvenonderzoek is medio januari 2022 afgerond en de rapportage (als bijlage toegevoegd aan de planstukken) is door het bevoegd gezag geakkordeerd. Het advies om het plangebied archeologisch vrij te geven is akkoord en zal
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 2
worden overgenomen als (selectie)besluit. Het onderzoek heeft geen behoudenswaardige vindplaats opgeleverd, alleen een beperkt aantal sporen, met name (perceels-)greppels, die waarschijnlijk getuigen van de ingebruikname van het gebied als akker en weiland in grofweg de periode 1400-1700. Het archeologisch onderzoekstraject in het plangebied is met deze karterende en waarderende fase van proefsleuven afgerond. De vrijgave betekent dat het aspect archeologie geen rol meer speelt bij de verdere planontwikkeling binnen het gebied als aangeduid op bovenstaande figuur geen archeologische dubbelbestemming meer noodzakelijk is. Dit betreft dus de gronden met de bestemming Wonen en de oostelijke bestemming Maatschappelijk (ter plaatse van het resomeercentrum). Ter bescherming van archeologische waarden binnen het overige deel van het plangebied, is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen, waardoor bodemingrepen van meer dan 500 m2 en dieper dan 40 cm niet zijn toegestaan zonder voorafgaand onderzoek. De gronden welke een archeologische vindplaats betreffen dan wel waar op basis van voornoemd archeologisch onderzoek een nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is gebleken maar nog niet zijn vrijgegeven, krijgen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1'. Zonder nader onderzoek mogen deze gronden niet worden verstoord.
5.7.2
Cultuurhistorie
Oorspronkelijk was het voormalig klooster Albertushof een boerderij, ook wel Hendrikkenhof genaamd. Op onderstaande historische kaarten is te zien dat de naam 'Hendrikkenhof' al sinds 1895 voor deze locatie in gebruik is.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 3
Historische kaarten van het plangebied en omgeving uit 1895, 1935 en 1970
De boerderij werd omstreeks 1905 door de paters Dominicanen gekocht als buitenverblijf voor hun studenten. Vanaf 11 januari 1939 huisvestte Albertushof het missiehuis van de Zusters Dominicanessen. Vanuit Albertushof vertrokken circa zestig zusters naar de missie in Zuid-Afrika. In het klooster is nu "Galerie de Hoeve" gevestigd met uitgebreide horecafaciliteiten.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 4
De Lourdesgrot welke in 1948 in het glooiende westelijke deel van het plangebied is gebouwd, is in 2009 ingestort tijdens een hevige storm. Gelukkig was het mogelijk de grot te restaureren. Tijdens de opruimingswerkzaamheden voor de restauratie werd een glazen cilinder gevonden, mogelijk een deel van een fles met briefjes erin. Deze briefjes bevatten een lijst van de oorspronkelijke gevers die de grot mogelijk hebben gemaakt, gebeden en zelfs een relikwie van de "Blessed Martin de Porres O.P." uit New York. Alle briefjes zijn weer ingemetseld in de nieuwe grot, samen met enkele nieuwe opdrachten, een kennisgeving van het jaartal van de wederopbouw en de naam van de opbouwer. De gerenoveerde Lourdesgrot werd in 2010 weer in gebruik genomen.
Het is van groot belang om deze elementen zoals de Lourdesgrot en de structuur van het glooiende landschap te behouden en op te nemen als onderdeel van het herdenkingspark.
Tevens is door de Stichting Erfgoed Venlo een toelichting geschreven op de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Deze rapportage is als bijlage 19 toegevoegd.
5.8
Verkeer
Het resomeercentrum wordt ontsloten op de Hakkesstraat en de wooneenheden voor te short-stay internationale werknemers met bijbehorende worden ontsloten op de Hendrikkenhofstraat en van daaruit op de Hakkesstraat. De Hakkesstraat sluit rechtstreeks aan op de N271 (Nijmeegseweg) waar zich een verkeersregelinstallatie bevindt, van waaruit een snelle doorstroom naar de A67 in oost-westrichting mogelijk is. Een andere mogelijke ontsluiting op de N271 is via de Laurens Janszoon Costerstraat; ook hier staat een verkeersregelinstallatie. Het project leidt ten opzichte van de bestaande situatie tot extra verkeersbewegingen. Het vervoer van de internationale werknemers tussen de huisvestingslocatie en de arbeidsplaatsen waar zij werkzaam zijn, wordt geheel verzorgd door de initiatiefnemer (de werkgever). Op basis van de grootte van de groep te huisvesten internationale werknemers (maximaal 768 werknemers) zullen iedere werkdag in de dagperiode (07.00 uur-19.00 uur) gemiddeld 10 kleine busjes (max. 10 personen/bus) en 130 personenauto's de werknemers op komen halen en weer terugbrengen naar de huisvestingslocatie. Dat betekent gemiddeld 280 voertuigbewegingen per werkdagetmaal. Het resomeercentrum is nog niet opgenomen in de landelijke richtlijnen voor parkeerplaatsen en verkeersgeneratie.
Echter, een resomeercentrum moet gezien worden als een alternatief voor een crematorium en zal daar dus qua verkeerskundige aspecten van weinig afwijken. Daarom zijn bij de berekening van de verkeersgeneratie de cijfers behorende bij een crematorium gebruikt. In de CROW-richtlijnen voor verkeersgeneratie staat dat een plechtigheid minimaal 34,8 en maximaal 48,6 verkeersbewegingen zal genereren. In de huidige plannen van het resomeercentrum zijn twee aula’s opgenomen waar een plechtigheid kan plaatsvinden. Verwacht wordt dat maximaal 3 plechtigheden per aula per dag worden gehouden (bron: Dela). In totaal zijn dit maximaal 6 plechtigheden per dag. Deze plechtigheden zullen voornamelijk overdag tussen 11:00 en 15:00 plaatsvinden. Diensten/plechtigheden starten normaliter niet tegelijkertijd, waardoor de verkeersdrukte wordt verspreid. Een plechtigheid duurt ongeveer | bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 5
twee uur inclusief de voorbereidingen en afsluiting. Ervan uitgaande dat het verzorgingsgebied van het resomeercentrum in het vroege stadium zeer groot is door de beperkte hoeveelheid aan resomeercentra in Nederland en in Duitsland, zal gerekend worden met het maximaal aantal verkeersbewegingen per plechtigheid. Dit betekent dat over de gehele dag maximaal 292 extra verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Het verkeer zal voornamelijk van de A67 komen en via de Nijmeegseweg de Hakkesstraat bereiken. De verkeersbewegingen zullen voornamelijk buiten de spits plaatsvinden hetgeen extra verkeer tijdens de piekmomenten voorkomt. Beide ontwikkelingen hebben invloed op de verkeersafwikkeling op de aangrenzende en nabij liggende straten. In totaal leiden deze ontwikkelingen tot maximaal 572 extra voertuigbewegingen per etmaal op de Hakkesstraat. Deze aanzienlijke groei heeft maar een beperkte invloed op de totale capaciteit van de Hakkesstraat en de Nijmeegseweg. Al deze bewegingen vinden verspreid over de dag plaats waardoor de verkeersdruk tijdens de spits minimaal wordt beïnvloed. Na een plechtigheid bij het resomeercentrum vertrekken de meeste bezoekers vrijwel gelijktijdig. De afwikkeling van deze stroom voertuigen kan tot ongewenste situaties leiden op de Hakkesstraat, indien de parkeerplaats van het resomeercentrum hierop is aangesloten.
Daarom adviseert Kragten in haar verkeersstudie (BSM007-0001 Verkeerskundig onderzoek ontwikkelproject Albertushof te Venlo daterend van 3 december 2021), bijgevoegd als bijlage 7, om bij de ontwikkeling van het resomeercentrum de in- en uitrit van het resomeercentrum aan te sluiten op de Hendrikkenhofstraat in plaats van de Hakkesstraat. Bij de inrichting van het deelgebied ten behoeve van de realisatie van het resomeercentrum zal met dit advies rekening worden gehouden.
| bestemmingsplan Hakkesstraat-Hendrikkenhofstraat Venlo | status: vastgesteld |
Pagina | 7 6
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1
Economische uitvoerbaarheid
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer. Tenslotte wordt ook een planschadeverhaalsovereenkomst zoals bedoeld in art. 6.4a Wro gesloten. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venlo komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.