CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

044 bijl01 bestemmingsplan Sitterskampweg 140, Boekend - Toelichting.pdf

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 5.8: RV044 Vaststellen bp Sitterskampweg 140 Boekend14.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

BESTEMMIGNSPLAN “Sitterskampweg 140, Boekend” NL.IMRO.0983.BP202390SITTERSK14-VA01 Vastgesteld

Noorderhof 16 | 5804 BV Venray | +31 (0)77 – 208 6099 | contact@bureauleefomgeving.nl | www.bureauleefomgeving.nl

Document:

Bestemmingsplanplan “Sitterskampweg 140, Boekend”

IDN:

NL.IMRO.0983.BP202390SITTERSK14-VA01

Status:

Vastgesteld

Datum:

24 april 2024

Bureau Leefomgeving BV Noorderhof 16 5804 BV VENRAY 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE INLEIDING............................................................................................................................................................3 Aanleiding en doel ......................................................................................................................................................................................... 3 Plangebied en begrenzingen ...................................................................................................................................................................... 4 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4 HUIDIGE SITUATIE ...........................................................................................................................................6 Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6 Ruimtelijke structuur....................................................................................................................................................................................

6 Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 7 PLANBESCHRIJVING ........................................................................................................................................9 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan................................................................................................................................. 9 Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten......................................................................................................................................... 9 Landschappelijke inpassing ...................................................................................................................................................................... 10 Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden.................................................................................................................................................. 11 BELEIDSKADER ...............................................................................................................................................

13 Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 13 Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 15 Regionaal beleid ........................................................................................................................................................................................... 18 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 19 RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN.............................................................. 24 Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 24 Kabels en leidingen .....................................................................................................................................................................................

30 Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 30 Waterparagraaf............................................................................................................................................................................................ 31 Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 32 Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 34 JURIDISCHE ASPECTEN ............................................................................................................................... 36 Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 36 Toelichting op de planregels ..................................................................................................................................................................

36 UITVOERBAARHEID EN PROCEDURE ................................................................................................... 38 Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 38 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 38 Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

1

Procedure....................................................................................................................................................................................................... 38

BIJLAGEN: SEPARATE BIJLAGEN: ▪ ▪ ▪

Landschappelijk inpassingsplan, Ron Janssen Erf- en Landschapsverfraaiing (d.d. 9 oktober 2023) Verkennend bodemonderzoek, HMB Groep (d.d. 22 februari 2023, kenmerk: 22313601A) Omgevingsdialoog, geanonimiseerd

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

2

INLEIDING Aanleiding en doel Aan de Sitterskampweg 140 te Boekend (Venlo) is de bedrijfswoning behorende bij het (voormalige) agrarische bedrijf van mr. en mevr. Hermans gelegen. Mr. en Mevr. Hermans (zijnde, grootouders van initiatiefnemers) exploiteerde op deze locatie in het verleden een grondgebonden agrarisch bedrijf. Gezien hun leeftijd en het ontbreken van opvolging is ruim 10 jaar geleden besloten om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Ondanks het beëindigen van het agrarische bedrijf zijn de grootouders in de bedrijfswoning blijven wonen. Conform de vigerende agrarische bestemming moet de aanwezige woning beschouwd worden als een agrarische bedrijfswoning en is bewoning door derden uitgesloten. De grootouders wonen sinds een aantal jaren niet meer op deze locatie, gezien hun leeftijd zijn zij verhuisd naar een verzorgingstehuis. De kleindochter van vader en moeder Hermans, wil graag, samen met haar vriend, de woning van haar grootouders overnemen. Echter is het conform de vigerende agrarische bestemming niet mogelijk voor derden om in de woning te wonen. Aangezien initiatiefnemers geen agrariërs zijn zouden zij strijdig met het bestemmingsplan de woning betrekken. Om dit op te lossen dient de bedrijfswoning te worden omgezet naar een burgerwoning. Het gebruik als burgerwoning is in de strijd met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Venlo” (vastgesteld d.d.

30 maart 2011). Het gebruik van een bedrijfswoning voor woondoeleinden wordt namelijk uitgesloten.

Afbeelding 1 Ligging en omgeving plangebied (plangebied rood omcirkeld)

Om de nieuwe woonbestemming juridisch-planologisch vast te leggen is voorliggende bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), opgesteld. Door middel van dit bestemmingsplan wordt de agrarische bestemming van de locatie omgezet in een de bestemming ‘Wonen’ zodat de huidige bedrijfswoning functioneel gewijzigd wordt in een burgerwoning.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

3

Plangebied en begrenzingen De locatie is gelegen aan de Sitterskampweg 140, ten zuidwesten van de kern Boekend. De volledige locatie staat kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie K, nummers 9598, 9224, 9887, 9890, 9891 en 8697. De percelen hebben gezamenlijk een oppervlakte van circa 1,2 ha. De (bedrijfs)woning inclusief bijgebouw is gelegen op het perceel kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie K, nummer 9598 en heeft een oppervlakte van circa 2.645 m². De overige percelen zijn thans in gebruik als grasland. Het plangebied in het kader van de bestemmingswijziging omvat het agrarische bouwvlak, hierna “het plangebied”. Het plangebied is gelegen aan een zogeheten “Frankische driehoek”. Een Frankische driehoek betreft een driehoekig perceel, welke van oudsher centraal in een buurtschap lag en waar wegen bij elkaar kwamen. Rondom deze ‘driehoek’ ontstond de eerste bebouwing en vanuit hier werd verder uitgebreid. Van oudsher waren ter plaatse veelal agrarische bedrijven gelegen. De bedrijfswoning vormt een van deze eerste agrarische bedrijven rondom de Frankische driehoek. In de loop der jaren zijn een groot aantal van deze agrarische bedrijven gestopt en wordt de voormalige agrarische bebouwing thans anders gebruikt, voornamelijk voor woondoeleinden.

Derhalve is er thans sprake van een bebouwingscluster bestaande uit overwegend woningen en nog enkele agrarische bedrijven waaronder glastuinbouwbedrijven en akkerbouwbedrijven. Naast de bebouwing is het grondgebruik te kenmerken als overwegend agrarisch. Ten zuidoosten wordt het plangebied begrensd door de Sitterskampweg. Ten zuidwesten is een loonbedrijf gelegen. De overige zijde worden begrensd door agrarische gronden, welke oorspronkelijk bij het grondgebonden bedrijf behoren.

Afbeelding 2 Luchtfoto en begrenzing plangebied (rood; voormalig agrarische bedrijfslocatie, geel; plangebied onderhavig bestemmingsplan)

Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Buitengebied Venlo” (vastgesteld d.d. 30 maart 2011) en is daarin bestemd als ‘Agrarisch met waarden’ en ‘Agrarisch – Agrarische bedrijf’. De gronden met de bestemming

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

4

‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ zijn voorzien van een bouwvlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – grondgebonden bedrijf’. Daarnaast is het plangebied voorzien van de gebiedsaanduidingen ‘milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’, ‘bufferzone verdroging’, ‘grondgebonden landbouw’ en ‘middelhoge/hoge archeologische verwachting’. Tevens is het plangebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Hydrologisch gevoelige natuur’. De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het uitoefenen van een agrarisch bedrijf en wonen in een bedrijfswoning ten dienste van het bedrijf. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – grondgebonden bedrijf‘ is enkel het gebruik als grondgebonden agrarisch bedrijf toegestaan.

Afbeelding 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Venlo"

Tevens gelden ter plaatse ook de bestemmingsplannen: ▪ “Parapluplan plattelandswoningen Venlo” (vastgesteld d.d. 21 december 2016); ▪ “Paraplubestemmingsplan kamerbewoning” (vastgesteld d.d. 25 november 2020). Alhoewel deze bestemmingsplannen geen specifieke wijzigingen voor betreffende locatie regelen ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan, zijn noodzakelijke deelaspecten, indien van toepassing, meegenomen in de afweging van de beoogde ontwikkeling van de locatie. Het wonen in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan voor het huishouden van een persoon wiens huisvesting ter plaatse, gelet op de agrarische bedrijfsvoering, noodzakelijk is. Burgerbewoning wordt uitgesloten in een bedrijfswoning en is daarom strijdig met het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Venlo”. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Venlo” is onder artikel 4, lid 7, sub 1 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’, onder voorwaarden, om te zetten in de bestemming ‘Wonen’. De gemeente heeft deze bevoegdheid opgenomen om de mogelijkheid te bieden agrarische bedrijfswoningen om te kunnen zetten in burgerwoningen na beëindiging van het agrarische bedrijf. Indien voldaan wordt aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden kan overgegaan worden tot wijziging van de bestemming.

In het kader van de ontwikkeling kan aan alle voorwaarden, op één na, voldaan worden.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

5

HUIDIGE SITUATIE Algemeen Het plangebied ligt ten zuidwesten van de kern van Boekend. Boekend is gelegen ten westen van het stadsdeel Blerick welke onderdeel uitmaakt van de gemeente Venlo. Gemeente Venlo is gelegen in het noorden van Limburg. Bijna 900 inwoners bevolken de kern en het omringende buitengebied van Boekend. Het plangebied is gelegen aan de Sitterskampweg 140. De Sitterskampweg loopt door het buitengebied van Boekend, vanaf het noorden, via het westen, naar het zuiden. De Sitterskampweg is van oorsprong een agrarisch bebouwingslint met veel glastuinbouwbedrijven. In de loop der jaren zijn een groot aantal van deze agrarische bedrijven gestopt en wordt de voormalige agrarische bebouwing thans anders gebruikt. De woonfunctie heeft heden ten dage de overhand aan de Sitterskampweg en de omliggende wegen. De locatie is thans bebouwd met een vrijstaande woning met daarachter een bijgebouw en een kleine kas. Het bijgebouw is thans in gebruik als opslag c.q. garage. De kas is, gezien de geringe oppervlakte, slechts voor hobbymatig gebruik.

Afbeelding 4 Luchtfoto plangebied

Ruimtelijke structuur Boekend is gelegen aan de binnenbocht van een Pleistocene Maasmeander, thans Koelbroek genoemd. De directe omgeving van Boekend kan worden gekarakteriseerd als een kampenlandschap waar in de Middeleeuwen grote, vaak omgrachte, boerderijen werden gesticht. Voorbeelden hiervan zijn onder meer Boekenderhof, Echtenray, Mulkenshof, Maashof, Egerboschhof en Heershof. De percelen waren in het verleden vaak omgeven door houtwallen om het vee buiten de akkers te houden. Echter zijn deze karakteristieke ruimtelijke kenmerken thans niet meer prominent aanwezig. Het kleinschalige blokpatroon en de doorkijken naar achterliggende gronden zijn echter nog wel duidelijk aanwezig.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

6

De kern van boekend is een agrarische woonkern die vrij in het landschap ligt. In het dorp is het agrarische verleden en heden nog duidelijk zichtbaar door de aanwezigheid van diverse agrarische gronden. Alleen aan de oostzijde is met de realisatie van de A73 en de bijbehorende geluidswal de stedelijke omgeving duidelijk zichtbaar. De nog steeds veelvuldig aanwezig zijnde boerderijbebouwing symboliseert Boekend als kleine agrarische kern. Door de jaren heen zijn er op kleine schaal woningen toegevoegd en is de bebouwing langzaamaan enigszins verdicht. Echter kent Boekend nog steeds een dorpse en ontspannen, groene bebouwingsstructuur.

Afbeelding 5 Ligging plangebied ten opzichte van de omgeving, kern Boekend ten noordoosten van het plangebied

Functionele structuur Het buitengebied van Boekend is te kenmerken als overwegend agrarisch gebied. Echter is het aantal agrarische bedrijven in de loop der jaren steeds minder geworden. Veel van de van oorsprong agrarische bedrijfswoningen zijn nu bestemd als burgerwoningen. De onbebouwde agrarische percelen zijn in gebruik als akker- of weiland. In de omgeving zijn ook veel bos- en natuurgebieden gelegen waardoor de natuurfunctie prominent aanwezig is. In westelijke richting ligt het natuurgebied Kraijelheide, Kockersen en de Blericksche Heide. Zoals in het gehele buitengebied van Boekend heeft ook aan de Sitterskampweg de woonfunctie de agrarische functie steeds verder naar de achtergrond verdrongen. In de omgeving van het plangebied bevinden zich nog enkele actieve (agrarische) bedrijven, zoals glastuinbouwbedrijven en een akkerbouwbedrijf. Ter plaatse van de Sitterskampweg is er sprake van een transparant bebouwingslint bestaande uit overwegend burgerwoningen en akkergronden. Ten noordwesten van het plangebied, op een afstand van circa 300 meter, is de bebouwde kom van Boekend gelegen.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

7

Afbeelding 6 Sitterskampweg richting zuidoost

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

Sitterskampweg richting noordwest

8

PLANBESCHRIJVING

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken de woning Sitterskampweg 140 te benutten voor woondoeleinden. De agrarische bedrijfsbestemming dient daarvoor te worden gewijzigd in een woonbestemming. Het uitvoeren van agrarische bedrijfsactiviteiten is dan niet meer toegestaan. De locatie kan dan uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden en dus bewoond worden door niet-agrariërs. De woning binnen het plangebied maakt onderdeel uit van het voormalige grondgebonden agrarische bedrijf van de grootouders van initiatiefnemers. Gezien de leeftijd van de grootouders en het ontbreken van opvolging is ruim 10 jaar geleden besloten om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen. Derhalve is er al enige tijd geen sprake meer van agrarische bedrijfsactiviteiten in het kader van het voormalige agrarische bedrijf. Gezien de beperkte oppervlakte van het bouwvlak is het daarnaast zeer onwaarschijnlijk dat op de locatie zich een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf zal vestigen. Daarnaast liggen rondom de locatie diverse burgerwoningen die een volwaardig agrarisch gebruik in de toekomst bemoeilijken.

Afbeelding 7 Impressie plangebied

Desondanks het beëindigen van het agrarische bedrijf zijn de grootouders in de bedrijfswoning blijven wonen. Na jaren met plezier gewoond te hebben op deze locatie is, gezien hun leeftijd, de woning en het perceel te groot geworden en voldoet deze niet meer aan hun woonwensen en eisen. De grootouders zijn dan ook enige tijd geleden verhuist naar een verzorgingstehuis. De kleindochter, wil graag, samen met haar vriend, (zijnde initiatiefnemers) de woning van haar grootouders overnemen. Echter is het conform de vigerende agrarische bestemming niet mogelijk voor derden om in de woning te wonen. Derhalve dient de bedrijfswoning te worden omgezet naar een burgerwoning. Hierdoor kunnen initiatiefnemers de woning aankopen.

Stedenbouwkundige/ ruimtelijke aspecten Er is geen sprake van een fysieke wijziging van de woning. Deze bestemmingswijziging heeft louter betrekking op de functionele wijziging, welke derhalve geen stedenbouwkundige of ruimtelijke consequenties voor de woning heeft. Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

9

Het plangebied is thans bebouwd met een loods en een kleine kas. De loods en kas hebben een gezamenlijk oppervlakte van 253 m². Om de oppervlakte aan bijgebouwen terug te dringen zou de kas en een gedeelte van de bestaande loods gesloopt moeten worden. Dit is geen wenselijke situatie. De bestaande kas heeft een oppervlakte van circa 49 m² en is thans in gebruik voor het hobbymatig telen van groenten en fruit. Initiatiefnemers zijn voornemens deze hobbymatige teelt voort te zetten. Daarnaast is het niet wenselijk, en bouwkundig niet realistisch, om de loods gedeeltelijk te slopen. Derhalve is in overleg met de gemeente Venlo besloten om de thans bestaande bijgebouwen te behouden. In de planregels zal 150 m² aan bijgebouwen geborgd worden. De overige oppervlakte aan bijgebouwen zal in het overgangsrecht vallen.

Loods: 204 m²

Kas: 49 m²

Afbeelding 8 Bijgebouwen

Landschappelijke inpassing De bestemmingswijziging gaat gepaard met een landschappelijke inpassing van de locatie. Met de aanplant van de voorgestelde beplanting is gegarandeerd dat de woning op een passende wijze onderdeel uitmaakt van het omringende landschap. Derhalve is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld. Uitwerking De visie is om vanuit het bestaande groen het verdere erf met passende groene elementen te omkaderen en mooie doorzichten vanuit het huis naar de omgeving te behouden. De bestaande beukenhaag met enkele boomvormen vormen hiervoor een mooie start. Door een opsplitsing te maken tussen tuin en erf wordt ook het beheer in de toekomst makkelijker. Met rondom het huis, aan de straatzijde-zijkant enkele aanvullende hagen en enkele bomen geven het perceel al een groene aankleding, zeker wanneer de den ruimte maakt voor de bomen. Door het omliggende erf in te vullen met enkele bomen en een fruithaag nabij het kasje en de loods, wordt ook dit in een groen jasje gestoken. De nieuwe boom vervangt de twee versleten coniferen op deze plek. 1 Landschappelijke inpassing, Ron Janssen Erf- en landschapsverfraaiing (d.d. 9 oktober 2023)

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

10

Tenslotte is de aanleg van een hoogstamgaard een element dat de grote buurloods verdoezeld en voor deze woning prettig is. De boomgaard met een kruidenvegetatie heeft het ook een meerwaarde aan biodiversiteit. Maar ook voor een koelere tuin zijn deze bomen erg wenselijk. Vanuit het dorp kunnen inwoners een ommetje maken naar het cultuurlandschap via de Sitterskampweg. Het erf is hierbij een groene aanwinst voor de voorbijgangers.

Afbeelding 9 Landschappelijk inpassingsplan

Met deze landschappelijke inpassing wordt de beoogde ontwikkeling in een groen kader ingepast. Hiermee wordt mede voldaan aan de gestelde wijzigingsvoorwaarden.

Toetsing aan wijzigingsvoorwaarden In het vigerende bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ om te zetten naar de bestemming ‘Wonen’ onder voorwaarden. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan alle voorwaarden met uitzondering van de voorwaarde dat de bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m² mogen bedragen. Desondanks dat er dus geen gebruik gemaakt kan worden van deze wijzigingsvoorwaarden wordt hieronder wel getoetst aan de voorwaarden. Voorwaarden: a. Bekeken dient te worden of agrarisch hergebruik nog mogelijk is; b. Het bedrijf dient te zijn beëindigd; c. De wijziging mag geen onevenredige beperking opleveren van de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven; d. De burgerwoning dient aanvaardbaar te zijn uit een oogpunt van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat; Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

11

e. f. g. h.

De oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken dient te worden teruggebracht tot 100 m² of tot maximaal 20% van de te slopen oppervlakte tot een maximum maat van 150 m²; De gronden zijn niet gelegen binnen de aanduiding 'Glastuinbouwconcentratie'; De ontwikkeling past binnen het POL en het reconstructieplan; Er dient aandacht te worden besteed aan de verschillende deelaspecten namelijk water, landschappelijke inpassing, cultuurhistorie, natuur en landschap, milieu, verstening en veiligheid.

Hieronder zal een toetsing en andere motivatie plaatsvinden op de wijzigingsvoorwaarden: Ad. a. Gezien de beperkte oppervlakte van het bouwvlak is het zeer onwaarschijnlijk dat op de locatie zich een nieuw volwaardig agrarisch bedrijf zal vestigen. Daarnaast liggen rondom de locatie diverse burgerwoningen die een volwaardig agrarisch gebruik in de toekomst bemoeilijken. Logischerwijs is agrarisch hergebruik niet meer mogelijk en niet meer wenselijk op deze locatie; Ad. b. Ad. c.

Ad. d. Ad. e. Ad. f. Ad. g.

Ad. h.

Het grondgebonden agrarische bedrijf is ruim 10 jaar geleden volledig beëindigd; Onderhavige ontwikkeling levert geen onevenredige beperkingen op voor de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (agrarische) bedrijven. Voor een nadere toelichting hiervan wordt verwezen naar paragraaf 5.1.2; Ter plaatse van de beoogde burgerwoning is sprake van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat. Voor een nadere toelichting van de milieuhygiënische aspecten wordt verwezen naar paragraaf 5.1; De huidige kas en loods blijven behouden, derhalve wordt er niet aan voldaan. De gronden ter plaatse van het plangebied zijn niet voorzien van de aanduiding ‘Glastuinbouwconcentratie’; De ontwikkeling is passend binnen het POL2014. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3. Het Reconstructieplan Noord- en Midden-Limburg is met de ingang van de Omgevingsverordening Limburg 2014 komen te vervallen en dus niet meer aan de orde. In onderhavig plan worden de verschillende aspecten allen behandeld.

Op basis van het bovenstaande kan gesteld worden dat voldaan, met uitzondering van e, wordt aan de wijzigingsbepalingen, zoals opgenomen in artikel 4.7.1 uit het bestemmingsplan “Buitengebied Venlo”.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

12

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk worden de voor het plangebied en de ontwikkeling relevante beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daaropvolgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venlo.

Rijksbeleid Nationale omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

13

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met de bestemmingswijziging van agrarische bedrijf naar woonbestemming worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is geen sprake van een gebiedsreservering. Het initiatief is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. Ladder duurzame verstedelijking In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van over programmering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.

De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. Onderhavige ontwikkeling behelst slechts het functioneel wijzigen van een bestaande woning. Er is dan ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de ladder voor duurzame verstedelijking. De bestemmingswijziging is dan ook niet in strijd met de vereisten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

14

Provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie Limburg Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). In de Omgevingsvisie wordt de lange termijnvisie (2030-2050) beschreven. Er wordt continue gezocht naar de goede balans tussen beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie komen vraagstukken aan bod, die er op provinciaal niveau echt toe doen. Daarnaast komen er ook autonome vraagstukken aan bod die van groot provinciaal belang zijn. Het Rijnlands model, dat staat voor overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap en dat zich richt op de lange termijn, op waarden als kwaliteit en geluk, is hierbij het uitgangspunt. Het document is dynamisch en flexibel, dit biedt mogelijkheden om het document te actualiseren met het oog op (eventuele) toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen.

In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg.

De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors.

Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

15

De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad.

Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving.

De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het oprichten van een woningen maar in het wijzigen van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Voor de grootouders is de woning te groot en voldoet deze niet meer aan de huidige wensen en eisen. Met onderhavige bestemmingswijziging wordt bewoning door derden mogelijk gemaakt waardoor een derde partij zonder agrarisch bedrijf ook intrek kan nemen in de woning. Derhalve voorziet onderhavig initiatief in de woonbehoefte van ‘de Limburger’. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. Omgevingsverordening Limburg 2014 Tot het moment dat de Omgevingsverordening Limburg in werking treedt (inwerkingtreding: 1 januari 2024) geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014 nog. De Omgevingsverordening bevat de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid.

Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

16

De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Regionale wateroverlast – normering 1:25; ▪ Boringsvrije zone Venloschol; Regionale wateroverlast – normering 1:25 Tevens is de regel ‘Regionale wateroverlast – normering 1:25’ uit de Omgevingsverordening in dit geval van toepassing op alle delen van het plangebied. In de Omgevingsverordening is voor verschillende te onderscheiden gebieden een norm opgenomen waarin is aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. In de Bronsgroene landschapszone waar geen natuurbeek is gelegen (dit zijn overwegend beekdalen) is de norm (1:10) afgestemd op het meest geëigende en meest toegepaste grondgebruik, namelijk grasland. Voor de overige landbouwpercelen in het buitengebied geldt de referentienorm voor akkerbouw (1:25). Voor belangrijke glastuinbouwgebieden is de referentienorm voor hoogwaardige land- en tuinbouw (1:50) toegepast. Voor bebouwde kernen is meestal de referentienorm voor bebouwd gebied (1:100) vastgesteld. De norm is uitgedrukt als de maximale kans per jaar dat wateroverlast mag optreden. In veel gebieden is de daadwerkelijke kans op wateroverlast kleiner dan de norm aangeeft. Alle delen van het plangebied liggen op basis van de Omgevingsverordening Limburg 2014 in het buitengebied.

Voor het buitengebied is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:25. Binnen het plangebied is de maximale kans op wateroverlast 4% per jaar. Dit wil zeggen dat in totaal 14,6 dagen per jaar wateroverlast kan optreden binnen alle delen van het plangebied. De kans op daadwerkelijke wateroverlast is kleiner dan de norm, gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast dan ook zeer klein is. Binnen het plangebied kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Venloschol Het is in het gebied Venloschol beneden 5 meter +NAP verboden: a. Een boorput te hebben; b. De grond te roeren; c. Een gesloten bodemenergiesysteem te hebben; d. Werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Betreffend perceel ligt op tussen de 21 en 23 meter +NAP. Dit betekent dat in het kader van de Venloschol in de praktijk de bodem tot een diepte tussen de 16 en 18 meter geroerd kan worden. Dit is in dit geval echter niet aan de orde. Aan het plangebied is de gebiedsaanduiding ‘Milieuzone – grondwaterbeschermingsgebied Venloschol’ toegekend om diepe boringen zonder de daarvoor noodzakelijke vergunning te voorkomen. Concluderend kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling voldoet aan het gestelde conform de Omgevingsverordening 2014.

Omgevingsverordening 2021 In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

17

De volgende regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Omgevingswaarden wateroverlast; ▪ Landbouw; ▪ Wonen, werken en recreëren. De Omgevingsverordening 2021 gaat pas van kracht per 1 januari 2024, gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tot het moment dat de Omgevingswet en de Omgevingsverordening Limburg (inwerkingtreding op 1 januari 2024) in werking treden, blijft de huidige verordening Omgevingsverordening 2014 gelden. De bovengenoemde regels komen in grote lijnen overeen met de regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014. Hieronder is het initiatief getoetst aan de huidige verordening.

Regionaal beleid

Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venlo heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venlo gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 538 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venlo de gestelde opgave heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

18

▪

Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.

Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van een woning, maar in een functiewijziging van een reeds bestaande bedrijfswoning. Volgens de Regionale Woonvisie is aansluiting op de vraag van de consument noodzakelijk (de marktvraag). Onderhavige ontwikkeling voorziet in de ‘eigen’ behoefte van de initiatiefnemers. Het initiatief is daarom niet in strijd met de Regionale Woonvisie.

Gemeentelijk beleid

Strategische Visie Venlo 2040 In 2021 gemeente Venlo de Strategische Visie 2040 vastgesteld. Met de strategische visie Venlo 2040 geeft de gemeente Venlo een afwegingskader mee op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de visie is vastgelegd hoe Venlo zich tot 2040 zal moeten ontwikkelen. Centraal in de Strategische visie staan vijf opgaven: ▪ Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heef geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezondere levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen de economie maar ook de inwoners hebben geprofiteerd. Daarnaast heeft ook de vrijetijdseconomie een impuls gekregen hierdoor. Het is van belang dat Venlo niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging bekend staat maar ook vanwege de mogelijkheden om te wandelen, fietsen, ontspannen en te genieten van de regio gebonden voeding en producten. ▪ Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren maar ook niet-Venlonaren zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van de economie. Dit vraagt om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Mede door deze toename is het noodzakelijke om te voorzien in passende woonruimte voor alle doelgroepen.

Woningbouw vindt hierbij vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. Ontmoeten moet centraal blijven staan, de openbare ruimte en de voorzieningen vervullen hierbij een belangrijke rol. ▪ Ruimte voor ontwikkeling De binnenstad is in de afgelopen jaren steeds groener geworden, historische waterlopen zijn zichtbaar en er is een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. De klimaatopgave is gecombineerd met en impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen, zo heeft landbouwgrond deels een andere invulling gekregen, wordt de ruimte tussen de kernen opengehouden en gebruik voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. ▪ Werken in Venlo Van grijze grensgemeente naar een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. Er dient gekeken te worden naar goede ontsluiting en bereikbaarheid van de regio, waarbij ook de veiligheid en leefbaarheid van degene die in de nabijheid van deze verkeersaders wonen en leven. Het logistieke belang van Venlo groeit door digitalisering en robotisering. Er wordt binnen de logistiek dan ook ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde.

Maar ook op het gebied van maakindustrie en agribusiness staat het vergroten van de toegevoegde waarde centraal. ▪ Grenzeloos De ligging aan de Duitse grens is een gegeven en zal niet veranderen. Echter wordt dit gegeven niet optimaal benut. Er wordt ingezet op het vergroten van deze grensligging en het gebruik maken van elkaars kwaliteiten en profiteren

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

19

van elkaar aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen zal heirdoor veel hechter worden. Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan een ‘Thuis in Venlo’. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning, aansluitend bij de reeds bestaande omliggende woningen. Het initiatief is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2040.

Ruimtelijke Structuurvisie Venlo De Ruimtelijke Structuurvisie 2014 is op 25 juni 2014 door de gemeenteraad vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven en is een uitwerking van het ruimtelijke domein uit de Strategische Visie Venlo 2030. Zo kan worden afgeleid wat de komende jaren op ruimtelijk gebied mogelijk is en wat niet. De structuurvisie is geldend voor het gehele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van de gebieden Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. De structuurvisie is geen vastomlijnd plan. Niet de regels, maar ambities en doelstellingen zijn bij de structuurvisie het uitgangspunt. (Nieuwe) ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het bereiken van de ambitie van de gemeente zoals deze is vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde majeure opgaven, deze gaan de ruimtelijke werkelijkheid in de komende jaren en decennia mede bepalen. De majeure opgaven zijn als volgt: 1. Drukte in het ommeland Het contrast tussen stedelijk gebied en buitengebied is sterk afgenomen. En dat is jammer. Want het vervagen van het contrast tussen stedelijk gebied en buitengebied en de steeds beperktere variatie in het landschap leveren een minder aantrekkelijke omgeving op.

Met deze visie wil de gemeente het contrast tussen stedelijk gebied en buitengebied juist weer verscherpen en de kansen die dit biedt maximaal benutten. Daar is ook alle aanleiding toe, omdat de druk op de dorpen en de stad afneemt en er steeds meer activiteiten plaatsvinden in het buitengebied. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling; 2. Ruimte in de stad Het contrast tussen stedelijk gebied en buitengebied is sterk afgenomen. Stads- en dorpsrandzones worden steeds meer diffuse ‘rommelzones’ waar het stedelijk gebied en het buitengebied in elkaar overgaan. Waar die stadsrand minder herkenbaar is, ligt een stedenbouwkundig en/of landschappelijke opgave. Met deze visie wil gemeente Venlo het contrast juist weer verscherpen. Stedelijk gebied en het buitengebied profiteren van elkaar. Met het versterken van het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied profiteert de gemeente van het beste van twee werelden. Door het verscherpen van de tegenstelling ontstaat immers een grotere diversiteit. 3. Leven met de Maas Klimaatverandering leidt tot extremen in temperatuur, in de hoeveelheid en de kwaliteit van het water.

Gemeente Venlo moet zich voor zowel de nabije als verre toekomst voorbereiden op de effecten van de klimaatverandering, zoals grotere hoogwaterpieken in de Maas en beken, extremere neerslagmomenten, maar aan de andere kant ook op langere perioden van droogte. De economische gevolgen van overstromingen en van droogte zijn dermate groot, dat de gemeente zich daar nu goed op moet voorbereiden. Naast beschermingsmaatregelen zijn adaptieve maatregelen essentieel om te anticiperen op de toenemende onzekerheid en onvoorspelbaarheid van het klimaat. Hierbij kijkt de gemeente verder dan de gemeentegrenzen en wordt rekening gehouden met het regionale watersysteem van de Maas en haar beken. Om in de toekomst voorbereid te zijn op klimaatverandering, geeft de gemeente onder meer de ‘levende rivier’ de ruimte. Gemeente Venlo hanteert het principe ‘ruimte waar het kan, dijken waar het moet’. Daarnaast horen ingrepen aan te sluiten op het specifieke terrassenlandschap en riviersysteem en moet rekening worden gehouden met het behoud van cultuurhistorische waarden. De gemeente streeft naar een vitale economie in een landschappelijk fraai decor; het gevarieerde en groene karakter van het rivierlandschap. Tot slot horen initiatieven bij te dragen aan het versterken van de Maas als ‘unieke corridor’. Dit karakter is van groot belang voor toerisme, recreatie en het vestigingsklimaat.

Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

20

4. Voorzieningen op maat De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Economische en demografische groei zijn niet meer vanzelfsprekend. Het draagvlak voor voorzieningen daalt. Een overmaat aan ruimte en aan gebouwen is al een feit. De groeiende leegstand is hier het fysieke bewijs van. Die overmaat zal nog verder toenemen door reeds in gang gezette projecten en de verdere afname van ruimtebehoefte voor voorzieningen. Het behouden van een vitale en toekomstbestendige voorzieningenstructuur heeft prioriteit. Een structuur die zichzelf in stand kan houden en zoveel mogelijk aansluit bij de reële behoefte van de samenleving. De gemeente moet te allen tijde waken voor een overaanbod in de gemeente en de regio, zodat de vitale voorzieningenstructuur niet onder druk komt te staan. 5. Robuuste structuren De wereld om ons heen verandert in hoog tempo. Diverse ontwikkelingen, zoals de dalende en verouderende bevolkingssamenstelling, hebben in meer of mindere mate invloed op het functioneren van de Venlose gemeenschap. De bestaande structuren in stad, dorp en buitengebied bieden houvast om deze trends en ontwikkelingen in goede banen te leiden. De gemeente richt zich op het behouden en versterken van robuuste structuren om zich aan te kunnen passen aan een veranderende wereld. Werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer.

Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Daarnaast zijn er drie basisprincipes geformuleerd. Dit zijn aandachtspunten die op elk ruimtelijk initiatief van toepassing zijn. De principes zijn eenvoudig en altijd en overal van toepassing. De basisprincipes zijn: 1. Elk initiatief dat de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert, wordt beschouwd als kansrijker. Grondstoffen en fossiele brandstoffen worden schaars en duur. Overschakelen op nieuwe duurzame economische modellen is daarom essentieel. Gemeente Venlo benadrukt de definitie van ruimtelijke kwaliteit als toekomstwaarde, belevingswaarde en gebruikswaarde en gelooft dan ook in het concept C2C. Cradle to Cradle is een innovatief economisch concept dat uitgaat van het continu opnieuw gebruiken van materialen, het gebruiken van schone energie, zuiveren van lucht, water en bodem. Gemeente Venlo heeft als eerste regio ter wereld C2C volledig omarmd en heeft in 2014 een koploperspositie in de wereld. De gemeente streeft ernaar om deze leidende positie te behouden en te benutten en kiest ervoor om in C2C te blijven investeren. De gemeente vindt dat zij een voorbeeldfunctie hebben, en daarmee de taak om de burgers en het bedrijfsleven te inspireren en te overtuigen van de sociale, economische en ecologische meerwaarde.

Gemeente Venlo kiest ervoor om de uitgangspunten zelf praktisch toe te passen en ontwikkelen zelf een stimulerend instrumentarium. 2. Elk ruimtelijk initiatief dat onderworpen is aan de vraag wat het betrekken van onze (Duitse) regiogemeenten kan betekenen voor dit initiatief, wordt beschouwd als kansrijker. Samen met de buurgemeenten beschikt gemeente Venlo over een groot achterland met miljoenen inwoners. Verder kijken dan de gemeentegrenzen kan een verrijking zijn voor het ruimtelijke initiatief. Met name op het gebied van regionale spreiding en concentratie van diverse voorzieningen, bedrijventerreinen, natuur- en landschapsontwikkeling, klimaatadaptatie, (toekomstige) knelpunten op het gebied van infrastructuur en energievoorziening vindt de gemeente dat samenwerking voor de hand ligt, ook grensoverschrijdend! De gemeente kiest ervoor om de relatie met de Nederlandse regiogemeenten verder te intensiveren, met de Duitse regiogemeenten wil de gemeente een constructieve relatie opbouwen. 3. Elk ruimtelijk initiatief dat zelf georganiseerd draagvlak geniet, wordt beschouwd als kansrijker. Dit houdt in dat een initiatiefnemers zelf op zoek gaat naar draagvlak in zijn of haar omgeving en daartoe allianties smeedt. Gemeente Venlo is in dat geval eerder bereid om mee te werken.

Voorwaarde is uiteraard dat het initiatief, ondanks draagvlak, niet het publieke belang onevenredig schaadt. Dit betekent niet dat zomaar alles kan en mag, ook al kan er in de directe omgeving draagvlak gecreëerd worden. Op basis van de structuurkaart is het plangebied gelegen in het ‘Agrarisch productielandschap’ en het ‘cultuurhistorische waardevol gebied’. Binnen het agrarische productielandschap krijgen agrarische initiatieven mits op vrijgekomen locaties beoogd alle ruimte. Daarbij krijgen ook initiatieven die bijdragen aan het versterken van het profiel van de onderscheiden gebieden de ruimte, het opstellen van een landschappelijke inpassing bij een (nieuwe) ontwikkeling is dan ook altijd een randvoorwaarden. Vastgesteld – ‘Sitterskampweg 140, Boekend’

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/285/documents/7959