041 bijl02 Bijlagenboek - Vaststelling BP Supermarkt Kaldenkerkerweg Kraanvogelstraat_Optimized.pdf
Tekst van het document
Effecten
Effecten initiatief Lidl Naar verwachting zal de beoogde verplaatsing en uitbreiding van Lidl niet resulteren in onaanvaardbare omzeteffecten. Voor de beoordeling van de (omzet)effecten is gebruikt gemaakt van figuur 5, die op basis van jurisprudentie een afwegingskader geeft ten aanzien van de aanvaardbaarheid van effecten op leegstand bij initiatieven. De totale uitbreiding bedraagt per saldo circa 547 m 2 wvo. Indien 547 m2 wvo wordt toegevoegd, dan is het omzeteffect op gemeenteniveau naar verwachting nihil. De totale uitbreiding op het niveau van Venlo-Oost is per saldo circa 1.480 m2 wvo. Indien 1.480 m2 wvo wordt
toegevoegd, dan blijft het economisch functioneren boven het landelijk gemiddelde te liggen (1 à 10%). Het dagelijks winkelaanbod in Venlo-Oost is daarmee uitstekend in staat om gezond te kunnen functioneren. De kans op verdringing of leegstand, als gevolg van de uitbreiding van Lidl, is naar verwachting zeer beperkt. De ontwikkeling kan bovendien niet worden opgevangen binnen bestaande leegstand. Geen enkel leegstaand pand in de gemeente Venlo biedt ruimte voor een moderne en toekomstbestendige supermarkt. Laat staan in de wijk Venlo-Oost.
Het verwachtte beperkte effect kan tevens worden verklaard door te kijken naar de daadwerkelijke impact van het betreffende initiatief. Hoewel Lidl in omvang stevig toeneemt, betreft het nadrukkelijk de uitbreiding van een bestaande supermarkt die al meerdere jaren een plek heeft binnen de gemeentelijke detailhandelsstructuur. Supermarkten concurreren in beginsel vooral met andere supermarkten. Door het initiatief zullen de concurrentieverhoudingen tussen de supermarkten in VenloOost veranderen. Venlo-Oost krijgt een moderne discounter die complementair zal zijn aan de reeds aanwezige supermarkten. Gezien het huidige functioneren en de geconstateerde distributieve ruimte in Venlo-Oost, is niet te verwachten dat de andere supermarkten in VenloOost verdrongen zullen worden. De Albert Heijn aan het Maagdenbergplein zal extra concurrentie ondervinden, maar kan tegelijkertijd ook profiteren van de extra consumenten die het winkelgebied aan de Maagdenberg bezoeken. Tevens zal sprake zijn van wijzigende koopstromen tussen Venlo-Oost en Venlo-Zuid. De oriëntatie op Venlo-
19
5 Behoefte
Ruimtelijk-functionele effectenanalyse
Oost neemt toe, met name door consumenten uit VenloZuid die voorheen ook naar Lidl gingen. De impact op beide service supermarkten in Venlo-Zuid (Albert Heijn, Jan Linders) zal redelijkerwijs beperkt zijn. De gemiddelde vloerproductiviteit van dagelijkse winkels in Venlo-Zuid neemt indicatief bovendien toe, waardoor beide supermarkten in theorie een hogere omzet kunnen genereren.
Op basis van bovenstaande zijn onaanvaardbare effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat niet te verwachten. Per saldo draagt het initiatief juist positief bij aan het woonen leefklimaat, omdat het voorzieningenaanbod ten aanzien van dagelijkse artikelen voor de inwoners van Venlo-Oost versterkt wordt. Het stadsdeel krijgt een winkelgebied met twee complementaire supermarkten, waarvan een full service supermarkt en een moderne discounter. Ook het ondernemersklimaat neemt per saldo niet af, omdat niet verwacht wordt dat er zaken zullen verdwijnen als gevolg van het de beoogde ontwikkeling van Lidl. Effecten overige ontwikkelingen gemeente Venlo Tegelijkertijd vinden er binnen de gemeente Venlo diverse andere supermarktontwikkelingen plaats, zowel in Venlo, Blerick als Tegelen. Al deze ontwikkelingen hebben effect op het economisch functioneren van de dagelijkse sector in de gemeente Venlo. Zoals eerder aangegeven daalt de gemiddelde vloerproductiviteit op gemeenteniveau met een aanvaardbaar niveau. Dit is ondernemersrisico en leidt niet tot verdringing van andere supermarkten. Alle ontwikkelingen hebben een duidelijk eigen verzorgingsgebied (Blerick, Tegelen, Venlo-Oost). De effecten vinden dan ook vooral plaats in de betreffende stadsdelen of wijken. Het effect van de ontwikkeling op Trefcenter spreidt zich over een groot gebied (regionaal).
woensdag 8 juni 2022
Figuur 5: afwegingkader aanvaardbaarheid effecten
20
5 Behoefte
Ruimtelijk-functionele effectenanalyse
Het supermarktaanbod wordt op diverse plekken gemoderniseerd om invulling te geven aan de consumentenbehoefte en in het verlengde daarvan toekomstbestendig te blijven. Dit is vooral positief voor zowel de consumentenverzorging als de detailhandelsstructuur.
woensdag 8 juni 2022
21
5 Behoefte
Ruimtelijk-functionele effectenanalyse
Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Venlo Industriestraat 94
www.bro.nl | info@bro.nl woensdag 8 juni 2022
5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01
22
Bijlage 2 Bodemonderzoek
28
AANVULLEND BODEMONDERZOEK KALDENKERKERWEG 97 TE VENLO
Rapportage aanvullend bodemonderzoek Kaldenkerkerweg 97 te Venlo Opdrachtgever
Reggestad Planontwikkeling bv Europaweg 146 5707 CL Helmond
Rapportnummer Versienummer
13102.002 D2
Status
Eindrapportage
Datum
2 maart 2022
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
De heer dr. ir. B.A. van de Pas
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer ing. J. van de Weijer
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 3 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 4 Calamiteiten ...................................................................................................................... 5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 5 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 6 Terreininspectie ................................................................................................................ 7 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 7 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 7
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 8
5
VELDWERK ................................................................................................................................ 8 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6
LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 12 6.1 6.2 6.3 6.4
7
Algemeen.......................................................................................................................... 8 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest .................................................................. 9 Grondonderzoek ............................................................................................................... 9 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .......................... 10 Grondwateronderzoek .................................................................................................... 11 5.5.1 Uitvoering veldwerk .......................................................................................... 11 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................. 11
Uitvoering analyses ........................................................................................................ 12 Toetsingskader ............................................................................................................... 13 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 16 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 18
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 19
13102.002
BIJLAGEN: 1. 2. 3a. 3b. 4a. 4b. 5. 6.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgegraven en gezeefd materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
13102.002
1
INLEIDING
Reggestad Planontwikkeling bv heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek op de locatie Kaldenkerkerweg 97 te Venlo. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Aanleiding voor het aanvullend bodemonderzoek is de beoordeling van voorgaande onderzoeken uit 2007 (Econsultancy, rapportnummer 7111855, d.d. 20 december 2007) en 2020 (Econsultancy, rapportnummer 13102.001, d.d. 27 oktober 2020) door de gemeente Venlo. Het aanvullend bodemonderzoek heeft tot doel antwoord te geven op de volgende opmerkingen uit de beoordeling van de bodemonderzoeken uit 2007 en 2020: -
-
-
-
Het gebied, waar zich de metalenverontreiniging bevindt, is in 2007 en 2020 alleen onderzocht op metalen. Gezien de bijmengingen en de per 2009 gewijzigde analysepakketten dient hier ook nog onderzoek plaats te vinden op PAK, PCB en minerale olie. In het rapport is PFAS buiten beschouwing gelaten. Er dient een hypothese te worden opgesteld voor wat betreft PFAS op de locatie. Hierbij dient meegenomen te worden dat in 2001 een brand heeft gewoed op de locatie. Binnen het plangebied is de I-contour van de zware metalenverontreiniging nog niet volledig in beeld. Ter plaatse van de parkeerplaats aan de noordzijde van het gebied (perceel F 4132) is namelijk geen onderzoek gedaan, terwijl dit deel wel bij het plangebied hoort. Het niet onderzochte deel dient alsnog onderzocht te worden (niet alleen op zware metalen). In een besluit uit 2004 is vastgesteld dat sprake is van twee separate gevallen van verontreiniging: de sterk verhoogde concentraties zware metalen enerzijds en de diffuus licht verontreinigde laag met zware metalen en PAK anderzijds. Maar waartoe behoren bijv. de matige metalenverontreinigingen? Er dient onderbouwd te worden welke verontreiniging met metalen bij het geval van ernstige bodemverontreiniging behoort (en waar de sanering dus straks betrekking op moet hebben) en welke verontreiniging met metalen bij de diffuus verontreinigde laag hoort.
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem en puin is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond" en/of conform de NEN 5897+C1:2016/C2:2017 "Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. Voor het veldwerk en bemonstering van asbest in puin is geen certificering van toepassing. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. Tevens is rekening gehouden met de “Handreiking PFAS bemonsteren” (VKB, VVMA en Expertisecentrum PFAS; versie 1.0; d.d. 25 juni 2020) voor het bemonsteren van PFASverbindingen.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem en in oppervlaktewater zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. De resultaten met betrekking tot het
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 1 van 21
puin zijn getoetst aan de helft van de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Venlo, sectie F, nummers 2067, 2192, 2354, 2355, 2534, 2985 en 4132 (ged.). De onderzoekslocatie (± 8.000 m²) is gelegen aan de Kaldenkerkerweg 97 te Venlo (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie wordt ingedeeld in 2 deellocaties: - Deellocatie A: de voormalige bedrijfslocatie Kaldenkerkerweg 97 (± 7.600 m 2); - Deellocatie B: parkeerplaats in eigendom van gemeente Venlo (± 500 m²). De ligging van de deellocaties is weergegeven op bijlage 2b Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 25,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 210.160, Y = 374.685.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 2 van 21
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM
3.1
Geraadpleegde bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen Onderdeel
Bron
Historisch, huidig en toekomstig gebruik
Opdrachtgever (contactpersoon mevrouw K. Cox), d.d. 19 oktober 2021
Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek
Gemeente Venlo, (email: bouwenmilieu@venlo.nl), d.d. 13 januari 2022
Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 21 januari 2022
Voorgaand onderzoek
Actualiserend bodemonderzoek, Econsultancy 13102.001 d.d. 27 oktober 2020.
3.2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Deellocatie A Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1930-2019 blijkt dat deellocatie A tot 2008 onderdeel uitmaakte van het bedrijfsterrein van de firma Brauckmann, dat was gelegen aan de Kaldenkerkerweg 97. Voor een volledige beschrijving van de historische informatie wordt verwezen naar het voorgaand onderzoek (Econsultancy, rapportnummer 13102.001 d.d. 27 oktober 2020, zie bijlage 6). Het terreindeel aan de noordzijde van het perceel heeft een andere achtergrond. Dit terreindeel is momenteel onderdeel van perceel F4132. Dit perceel omvat een deel van de rotonde Kaldenkerkerweg, naast de Groenveldsingel en de parkeerplaats Groenveldsingel-Schwarzenbergstraat (deellocatie B). Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1930-2019 blijkt, dat dit perceel geen deel heeft uitgemaakt van de bedrijfslocatie Brauckmann aan de Kaldenkerkerweg 97. Op de perceelgrens bevond zich een blinde muur. Hiermee is sprake van een organisatorische en fysieke grens tussen de deze percelen. Deellocatie B Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1930-2019 blijkt, dat deellocatie B zijn huidige inrichting heeft gekregen met de herinrichting van de Groenveldsingel omstreeks 2005. In het verleden had de locatie een functie als agrarisch bouwland. De agrarische functie langzaam verloren gegaan doordat de omgeving steeds meer werd bebouwd. De locatie is nimmer bebouwd geweest.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 3 van 21
Ten zuiden van de locatie bevond zich het bedrijfsterrein van de firma Brauckmann. Deellocatie B heeft geen deel uitgemaakt van deze bedrijfslocatie. Ook was er geen uitrit, deze bevond zich ten zuidoosten van deellocatie B. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Venlo bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Ook zijn er verder geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op deze deellocatie. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. Deellocatie B is momenteel in gebruik als parkeerplaats met 13 parkeervakken. De parkeerplaats is voorzien van een klinkerverharding (± 350 m²). Het overige terreindeel is onverhard.
1a. 1930
1b. 1940
1c. 1962
1d. 1970
1e. 1980
1f. 1990
1g. 2000
1h. 2004
1i. 2010
Figuur 1. Uitsneden historische kaarten periode 1930-2010
In bijlage 2 is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. 3.3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de locatie opnieuw in te richten. De nieuwe bestemming en het gebruik van het terrein omvat detailhandel en parkeergelegenheid.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 4 van 21
3.4
Calamiteiten
In 2001 is het zuidelijk deel van het bedrijfspand aan de Kaldenkerkerweg 97 afgebrand (deellocatie A). Er is niet bekend of hier met schuim is geblust. Het noordelijk deel van het pand is destijds intact gebleven (zie figuur 1/1h, 2004). Dit deel van de bebouwing en resterende funderingen zijn in 2004 verwijderd. Daarnaast is ter plaatse van deellocatie A sprake (geweest) van een vijftal gevallen van bodemverontreiniging (zie paragraaf 3.5). 3.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Deellocatie A Ter plaatse van deellocatie A zijn diverse onderzoeken uitgevoerd. Het laatste onderzoek betreft een actualiserend bodemonderzoek (Econsultancy 13102.001, d.d. 20 oktober 2020). Voor een overzicht van de eerder uitgevoerde onderzoeken wordt verwezen naar het voorgaand onderzoek (zie bijlage 6). Op de locatie is sprake (geweest) van een vijftal gevallen van bodemverontreiniging. Geval A: Geval B: Geval C: Geval D: Geval E:
sterk met minerale olie verontreinigde grond en grondwater (SUBAT sanering); sterk met zware metalen verontreinigde toplaag; diffuus licht met zware metalen en PAK verontreinigde bovengrond; licht tot sterke met minerale olie verontreinigde bodem als gevolg van de voormalige garage activiteiten; sterke puntverontreiniging met asbest.
Geval A en D: In 2020 is vastgesteld dat ter plaatse van geval A en D geen sprake meer is van sterke verontreinigingen in zowel de grond en het grondwater. Er zijn enkel nog licht verhoogde gehalten aan minerale olie en/ of aromaten aangetroffen. Geval B: Betreft de zintuiglijk met kolenresten, sintels en puin verontreinigde toplaag ter plaatse van de oudste bebouwing van het terrein (noordelijk terreindeel). De verontreinigingssituatie wordt beschreven in het saneringsplan. In het saneringsplan is aangegeven dat de verontreiniging op termijn functiegericht gesaneerd gaat worden. Bij de uitgevoerde sanering in 2005 heeft geen sanering van deze verontreiniging plaatsgevonden. Wel zijn de opstallen in 2004 verwijderd. In het evaluatierapport van de sanering wordt aangegeven dat bij de sloop van de opstallen mogelijk verspreiding van de verontreiniging heeft plaatsgevonden door het egaliseren van de bovengrond na de sloop. In 2020 is de ligging van deze verontreiniging middels XRF-metingen en analyses geactualiseerd. De ligging van deze verontreiniging is weergegeven op figuur 2. Geval C: Betreft verontreinigingen met metalen en PAK in de bovengrond, welke gerelateerd kunnen worden aan de jarenlange bewoning van het gebied. Het betreft over het algemeen lichte verontreinigingen en de gemiddelde kwaliteit voldoet aan maximale waarde wonen.
Geval E: Betreft een puntverontreiniging met asbest die is vastgesteld en ingekaderd in 2020. De ligging van deze verontreiniging is weergegeven op figuur 2.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 5 van 21
Figuur 2. Ligging sterke verontreinigingen in bovengrond (bodemonderzoek 2020)
Deellocatie B Ter plaatse van deellocatie B zijn geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 3.6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich een openbare weg (Groenveldsingel); aan de oostzijde en zich een openbare weg (Schwarzenbergstraat) en woningen met tuin; aan de zuidzijde bevinden zich woningen met tuin; aan de westzijde bevindt zich een openbare weg (Kaldenkerkerweg).
In het verleden zijn er ten noordoosten van de locatie (locatiecode: AA098300695) drie indicatieve bodemonderzoeken uitgevoerd ten behoeve van de aankoop van het terrein (Het Milieuburo, kenmerken: Vnl 92165, Vnl 92165 en Vnl 93.004, d.d. januari 1993). Destijds is vastgesteld dat PAK en lood in de bodem direct onder de asfaltverharding aanwezig waren in gehalten boven de A-waarde. In het grondwater werd destijds een concentratie tolueen gemeten boven de A-waarde. Op basis van deze onderzoeken zijn op 2 juni 1993 door de gemeente Venlo twee bodemgeschiktheidsverklaringen afgegeven waarin werd geconcludeerd dat de locatie geschikt was voor de bestemming detailhandel en parkeerplaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 6 van 21
3.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. 3.8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Voor de gemeente Venlo is door Artifex Terra een bodemkwaliteits en bodemfunctieklassenkaart opgesteld (Bodemkwaliteits- en bodemfunctieklassenkaart gemeente Venlo 2016-2021, kenmerk 2015.004.R1 d.d. 25 januari 2016. De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bodemkwaliteitszone 1.1 Wonen en werken < 1987 - Venlo (Centrum, Noord en oost). De bovengrond voldoen aan de bodemkwaliteitsklasse “wonen”. De ondergrond voldoet aan de bodemkwaliteitsklasse “AW2000”. 3.9
Bodemopbouw en geohydrologie
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een lage enkeerdgrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit grof zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Beegden. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 22 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in westelijke richting. Op een afstand van ± 2 kilometer ten zuidoosten van de onderzoekslocatie ligt het pompstation Groote Heide. De onttrekking van dit pompstation heeft waarschijnlijk geen invloed op de grondwaterstroming van het freatisch grondwater. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 7 van 21
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van de huidige informatie, een aantal deellocaties geïdentificeerd. In tabel 2 zijn de onderzoeksstrategieën die van toepassing zijn op de betreffende deellocaties weergegeven. Tabel 2.
Onderzoeksstrategie Deellocatie
Oppervlakte
A
Kaldenkerkerweg 97
7.600 m
2
B
Parkeerplaats
500 m2
Verwachte stoffen
Onderzoeksstrategie
metalen, minerale olie, PCB, PFAS
VED-HE
metalen, minerale olie, PCB, PAK, PFAS, asbest
VED-HE/ afgedekt funderingslagen/maatwerk
Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707/NEN5897: VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig afgedekt funderingslagen.: funderingslagen onder (klinker)verhardingen
5
VELDWERK
5.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuis. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 21 en 24 januari 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer R.J.H. Denessen. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De boringen en peilbuis zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor en zuigerboor. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld.
Indien van toepassing is een schatting gemaakt van het asbestgehalte per gat. Indien er asbestverdacht materiaal is aangetroffen, is dit verzameld.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 8 van 21
5.2
Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In tabel 3 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 3.
Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte van geïnspecteerde locatie
500 m²
Conditie toplaag
Droog
Beperkingen van de inspectie
Geen
Weersomstandigheden
Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m
Zand, klei/leem en/of veen
Zand
Los of (deels) vastgereden
Los
Geen/matige vegetatie
Geen
Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)
90-100 %
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
5.3
Grondonderzoek
Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 4 zijn vermeld. Tabel 4.
Uitgevoerde werkzaamheden Veldwerk Deellocatie
Boringen / gaten / peilbuizen
Analyses Verharding
Grond
Grondwater
A
Kaldenkerkerweg 97
1 (0,3 m -mv) 15 (1,0 m -mv) 1 (1,5 m -mv) 6 (2,0 m -mv)
onverhard
BG: standaardpakket (4x) PFAS (4x) OG: standaardpakket (2x) PFAS (2x)
(*A)
B
parkeerplaats
6 (1,0 m -mv) (*C) 1 (2,0 m -mv) 1 (peilbuis) 6 (gaten) (*B)
klinkers/onverhard
BG: standaardpakket (2x) PFAS (2x) zware metalen (3x) OG: standaardpakket (1x) PFAS (1x)
standaardpakket (1x)
asbest (kwantitatief) (2x) (*A)
In 2020 reeds voldoende onderzocht.
(*B)
De gaten hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m en zijn gecombineerd uitgevoerd met de boringen.
(*C)
3 boringen zijn aan de zuidzijde van de locatie geplaatst op 1 meter van de grens met Kaldenkerkerweg 97 ten behoeve van het inkaderen van de metalenverontreiniging aldaar.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 9 van 21
5.4
Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bodem is zwak tot matig grindig. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. Verder is de bovengrond plaatselijk zwak kolengruishoudend of slakhoudend. In het opgeboorde materiaal van boring B01 in de ondergrond een zwak puinhoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring B02, B04, B06 t/m B08 een puinfundering (traject 0,15 tot 0,5 m -mv) aangetroffen onder de bestrating. Tijdens de werkzaamheden zijn er zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tijdens het veldwerk zijn er van de bovengrond/puinlaag (traject: 0,15-0,5 m-mv) ter plaatse van deellocatie B 2 mengmonsters samengesteld ten behoeve van analytisch onderzoek. Tabel 5 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 5.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden
Gat/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden
Deellocatie A: Kaldenkerkerweg 97 A02
2,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A03
2,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A04
2,00
0,0 - 1,0
matig puinhoudend, zwak slakhoudend
A05
2,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A08
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A09
0,30
0,0 - 0,3
matig puinhoudend, gestuit
A10
1,00
0,0 - 1,0
matig puinhoudend, gestuit
A11
1,00
0,0 - 1,0
zwak puinhoudend
A13
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A14
1,50
0,0 - 1,0
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A15
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A16
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend
A17
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A18
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A20
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
A21
1,00
0,0 - 0,5
zwak puinhoudend
A22
2,00
0,0 - 0,3
zwak puinhoudend
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 10 van 21
Tabel 5 (vervolg). Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden Gat/boring
Einddiepte (m -mv)
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen en bijzonderheden
Deellocatie B: parkeerplaats B01
5,00
0,0 - 0,5
matig puinhoudend
1,1 - 1,3
zwak puinhoudend
B02
2,00
0,15 - 0,5
brokken puin
1,0 - 1,5
zwak puinhoudend
B03
1,00
0,0 - 0,5
matig puinhoudend
B04
1,00
0,15 - 0,5
brokken puin
B05
1,00
0,0 - 0,5
matig puinhoudend
B06
1,00
0,15 - 0,5
brokken puin
B07
1,00
0,15 - 0,5
brokken puin
B08
1,00
0,15 - 0,5
brokken puin
Tabel 6 geeft een overzicht van de in het veld samengestelde (meng)monsters. Tabel 6.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters
(Meng)monster
Monsters (in cm -mv)
Bijzonderheden
Deellocatie B: parkeerplaats ASBMM1
B01 (0-50)
zand, (matig puinhoudend)
ASBMM2
B02 (15-50) + B04 (15-50) + B06 (15-50) + B07 (15-50) + B08 (15-50)
brokken puin (puinfundering)
5.5
Grondwateronderzoek
5.5.1
Uitvoering veldwerk
Stroomafwaarts van deellocatie B is een peilbuis (filterstelling 4,0 - 5,0 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 21 januari 2022 is ingeschat. 5.5.2
Grondwaterbemonstering
De grondwaterbemonstering is op 28 januari 2022 uitgevoerd door de heer H.C. Nabben. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel 7 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel 7.
Overzicht gegevens peilbuis en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
01
stroomafwaarts van deellocatie B
4,0 - 5,0
3,08
6,5
528
220
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 11 van 21
6 6.1
LABORATORIUMONDERZOEK Uitvoering analyses
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 12 grond(meng)monsters samengesteld. De 12 grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
metalen grond: droge stof, lutum, organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink);
-
PFAS grond: droge stof, organische stof, perfluoroctaansulfonaat lineair (PFOS), perfluoroctaansulfonaat vertakt (PFOS), perfluoroctaanzuur lineair (PFOA), perfluoroctaanzuur vertakt (PFOA) en overige PFAS;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
Tabel 8 geeft een overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten. Tabel 8.
Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie A: Kaldenkerkerweg 97 MMA1
A04 (0-50) + A10 (0-50) + A11 (0-50) + A16 (0-50)
standaardpakket grond + PFAS
bovengrond binnen bekende I-contour metalen (zwak-matig puinhoudend, zwak slakhoudend)
MMA2
A01 (0-50) + A06 (0-50) + A07 (0-50) + A12 (0-50)
standaardpakket grond + PFAS
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMA3
A03 (0-50) + A08 (0-50) + A13 (0-50) + A15 (0-50)
standaardpakket grond + PFAS
bovengrond (zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
MMA4
A14 (0-50) + A18 (0-50) + A20 (0-50) + A21 (0-50)
standaardpakket grond + PFAS
bovengrond (zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
MMA5
A01 (50-100) + A01 (100-150) + standaardpakket grond + PFAS A02 (100-150) + A02(150-200) +A04 (100-150) + A04 (150200)
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MMA6
A03 (50-100) + A03 (100-150) + standaardpakket grond + PFAS A03 (150-200) + A05(50-100) + A05 (100-150) + A05 (150-200) A22 (80-100)
ondergrond (zintuiglijk schoon)
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 12 van 21
Tabel 8 (vervolg). Overzicht van de samenstelling van de grond(meng)monsters en de analysepakketten Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
Deellocatie B: parkeerplaats MMB1
B01 (0-50) + B03 (0-50) + B05 (0-50)
standaardpakket grond + PFAS
bovengrond (matig puinhoudend)
MB1-1
B01 (0-50)
metalen grond
bovengrond (matig puinhoudend)
MB3-1
B03 (0-50)
metalen grond
bovengrond (matig puinhoudend)
MB5-1
B05 (0-50)
metalen grond
bovengrond (matig puinhoudend)
MMB2
B04 (50-100) + B06 (50-100) + B07 (50-100) + B08 (50-100)
standaardpakket grond + PFAS
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MMB3
B01 (110-130) + B02 (100-150)
standaardpakket grond + PFAS
ondergrond (zwak-matig puinhoudend)
Verkennend onderzoek asbest in bodem/puin NEN 5707/NEN 5897 Ten aanzien van de parameter asbest zijn in het laboratorium in totaal 2 (meng)monsters geanalyseerd op het volgende analysepakket: -
asbest (kwantitatief): droge stof, serpentijn asbest (chrysotiel), amfibool asbest (amosiet, crocidoliet, anthophylliet, tremoliet en actinoliet).
Tabel 9 geeft een overzicht van de samenstelling de (meng)monsters en het analysepakket. Tabel 9.
Overzicht van de samenstelling van de (meng)monsters en het analysepakket
(Meng)monster
Monsters (in cm -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
ASBMM1
B01 (0-50)
asbest in bodem (NEN 5898 -2016) verdachte laag (matig puinhoudend)
ASBMM2
B02 (15-50) + B04 (15-50) + B06 (15-50) + B07 (15-50) + B08 (15-50)
asbest in puin (NEN 5898 - 2016)
6.2
verdachte laag (volledig puin)
Toetsingskader
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Het toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 13 van 21
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de saneringsurgentie te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
De analyseresultaten voor wat betreft PFAS in grond zijn getoetst aan de voorlopige toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau, zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” (d.d. 2 juli 2020). De toepassingsnormen voor wat betreft de parameter PFAS zijn in tabel 10 weergegeven.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 14 van 21
Tabel 10.
Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau. Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toetsingswaarde (µg/kg d.s.)
landbouw/natuur
landbouw/natuur, wonen of industrie
PFOA = 1,9 overige PFAS = 1,4
wonen of industrie
landbouw/natuur
PFOA = 1,9 overige PFAS = 1,4
wonen of industrie
wonen of industrie
PFOA = 7 overige PFAS = 3
Verkennend bodemonderzoek asbest in bodem NEN 5707 en puin NEN 5897 De analyseresultaten met betrekking tot de bodem zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering. De resultaten met betrekking tot het puin zijn getoetst aan de hergebruikswaarde uit de Regeling Bodemkwaliteit (bijlage A). Het toetsingskader voor de beoordeling met betrekking tot asbest is als volgt omschreven. De interventiewaarde voor asbest is gelijk aan de maximale hergebruikswaarde uit de Regeling bodemkwaliteit, welke de hergebruiksmogelijkheden van grond en puin bepaalt en is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in bodem (“interventiewaarde”) is tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging zoals bedoeld in de Wet bodembescherming, onafhankelijk van het bodemvolume waarin deze asbestgehalten zijn aangetoond. Indien sprake is van een overschrijding van de hergebruikswaarde voor asbest in puin is sprake van een verontreiniging met asbest in puin en is mogelijk het Besluit asbestwegen Wms van toepassing. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de hergebruikswaarde (50 mg/kg d.s.) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de hergebruikswaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest.
Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de hergebruikswaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 15 van 21
6.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek
Tabel 11 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 11.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie A: Kaldenkerkerweg 97 MMA1
A04 (0-50) + A10 (0-50) + A11 (0-50) + A16 (0-50)
cadmium kobalt kwik nikkel lood zink minerale olie PCB PAK
koper
-
MMA2
A01 (0-50) + A06 (0-50) + A07 (0-50) + A12 (0-50)
PCB
-
-
MMA3
A03 (0-50) + A08 (0-50) + A13 (0-50) + A15 (0-50)
kwik lood zink PAK
-
-
MMA4
A14 (0-50) + A18 (0-50) + A20 (0-50) + A21 (0-50)
kwik lood PAK
-
-
MMA5
A01 (50-100) + A01 (100-150) + A02 (100-150) + A02(150-200) +A04 (100-150) + A04 (150-200)
-
-
-
MMA6
A03 (50-100) + A03 (100-150) + A03 (150-200) + A05(50-100) + A05 (100-150) + A05 (150-200) A22 (80-100)
-
-
-
Deellocatie B: parkeerplaats MMB1
B01 (0-50) + B03 (0-50) + B05 (0-50)
kwik lood PCB PAK
-
-
MB1-1
B01 (0-50)
kwik lood
-
-
MB3-1
B03 (0-50)
kwik lood
-
-
MB5-1
B05 (0-50)
kwik lood
-
-
MMB2
B04 (50-100) + B06 (50-100) + B07 (50-100) + B08 (50-100)
-
-
-
MMB3
B01 (110-130) + B02 (100-150)
koper kwik lood PAK
-
-
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 16 van 21
Tabel 12 geeft een overzicht van de parameter PFAS in de grond die de actuele toepassingsnormen overschrijden. Tabel 12.
Overschrijdingen toepassingsnormen PFAS in grond
Grond(meng)monster
Traject (cm -mv)
Gehalte > Toepassingsnorm Functieklasse Landbouw/natuur
Gehalte > Toepassingsnorm Functieklasse Wonen/Industrie
Deellocatie A: Kaldenkerkerweg 97 MMA1
A04 (0-50) + A10 (0-50) + A11 (0-50) + A16 (0-50)
-
-
MMA2
A01 (0-50) + A06 (0-50) + A07 (0-50) + A12 (0-50)
-
-
MMA3
A03 (0-50) + A08 (0-50) + A13 (0-50) + A15 (0-50)
-
-
MMA4
A14 (0-50) + A18 (0-50) + A20 (0-50) + A21 (0-50)
-
-
MMA5
A01 (50-100) + A01 (100-150) + A02 (100-150) + A02(150-200) +A04 (100-150) + A04 (150-200)
-
-
MMA6
A03 (50-100) + A03 (100-150) + A03 (150-200) + A05(50-100) + A05 (100-150) + A05 (150-200) A22 (80-100)
-
-
Deellocatie B: parkeerplaats MMB1
B01 (0-50) + B03 (0-50) + B05 (0-50)
-
-
MMB2
B04 (50-100) + B06 (50-100) + B07 (50-100) + B08 (50-100)
-
-
MMB3
B01 (110-130) + B02 (100-150)
-
-
Tabel 13 geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel 13.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Deellocatie B: parkeerplaats PB B01
stroomafwaarts van deellocatie B
barium koper molybdeen
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 17 van 21
6.4
Resultaten verkennend onderzoek asbest
Tabel 14 geeft een overzicht van de analytisch vastgestelde asbestgehalten (fractie < 20 mm). Tabel 14.
Vastgestelde asbestgehalten fijne fractie (< 20 mm)
(Meng)monster
Traject (m -mv)
Asbestgehalte (< 20 mm)
ASBMM1
B01 (0-50)
<0,4 mg/kg d.s.
ASBMM2
B02 (15-50) + B04 (15-50) + B06 <0,8 mg/kg d.s. (15-50) + B07 (15-50) + B08 (15-50)
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 18 van 21
7
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van Reggestad Planontwikkeling bv een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Kaldenkerkerweg 97 te Venlo. Het onderhavige onderzoek betreft een aanvulling op het onderzoek dat verricht is in oktober 2020. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Aanleiding voor het aanvullend bodemonderzoek is de beoordeling van voorgaande onderzoeken uit 2007 (Econsultancy, rapportnummer 7111855, d.d. 20 december 2007) en 2020 (Econsultancy, rapportnummer 13102.001, d.d. 27 oktober 2020) door de gemeente Venlo. Uit het vooronderzoek concludeert Econsultancy dat niet kan worden uitgesloten dat er PFAS houdend blusschuim is gebruikt bij het bestrijden van de brand in 2001. Derhalve wordt de gehele onderzoekslocatie als verdacht aangemerkt voor PFAS. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is bovendien zwak tot matig humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bodem is zwak tot matig grindig.
Op de onderzoekslocatie zijn de volgende deellocaties onderzocht: Deellocatie A: Kaldenkerkerweg 97 Teneinde antwoord te geven op de vragen van de gemeente Venlo is bodem is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, niet lijnvormig" (VED-HENL). Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en PFAS. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. Verder is de bovengrond plaatselijk zwak kolengruishoudend of slakhoudend. De bovengrond binnen de eerder vastgestelde interventiewaardencontour (grondmengmonster MMA01) is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, kwik, nikkel, lood, zink, minerale olie, PCB en PAK. Daarnaast is de bovengrond matig verontreinigd met koper. Het gebruik van een mengmonster is waarschijnlijk de reden voor het meten van een lagere verontreinigingsgraad dan bij voorgaand onderzoek. Destijds zijn separate analyses gebruikt, ondersteund met XRF-metingen, wat een nauwkeuriger beeld geeft van de verspreiding van de sterke metalenverontreiniging. De bovengrond op het overige terrein is licht verontreinigd met kwik, lood, zink, PCB en / of PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen geconstateerd.
PFAS is niet aangetoond in de geanalyseerde monsters van boven- en ondergrond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek. In het onderhavige onderzoek zijn geen nieuwe verontreinigingen naar voren gekomen.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 19 van 21
Deellocatie B: Parkeerplaats Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek is geconcludeerd dat deze deellocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "verdacht, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Verwacht wordt, dat er verspreid over de locatie wisselende gehalten aan verontreinigende stoffen voorkomen. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK, PFAS en asbest. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. In het opgeboorde materiaal van boring B01 in de ondergrond een zwak puinhoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring B02, B04, B06 t/m B08 is een puinfundering van brokken puin (traject 0,15 tot 0,5 m -mv) aangetroffen onder de bestrating. De bovengrond is licht verontreinigd met koper, kwik, lood, PCB en/of PAK. In de separaat op metalen geanalyseerde monsters van de bovengrond naast de sterke metalenverontreiniging op deellocatie A zijn lichte verontreinigingen met kwik en lood aangetoond. In de ondergrond is geen verontreiniging aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met barium, koper en molybdeen. PFAS is niet aangetoond in de geanalyseerde monsters van boven- en ondergrond. De vooraf gestelde hypothese dat deze deellocatie als "heterogeen verdacht, niet lijnvormig" dient te worden beschouwd, wordt voor deze deellocatie aanvaard.
Echter, gelet op de aard en mate van de aangetroffen verontreinigingen, bestaat er géén reden voor een nader onderzoek. Verkennend onderzoek asbest in bodem/puin NEN 5707/NEN5897 Deellocatie B: Parkeerplaats Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt dat er sprake is van voormalige en/of huidige bodembelasting op de locatie, waardoor het vermoeden van bodemverontreiniging aanwezig is. Dit in verband met de bijmenging van verhardingsmateriaal/puin. De bovengrond is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. In het opgeboorde materiaal van boring B01 in de ondergrond een zwak puinhoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring B02, B04, B06 t/m B08 is een puinfundering (brokken puin) aangetroffen onder de bestrating. Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte/asbesthoudende materialen aangetroffen. In de bodem en de funderingslaag zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm eveneens geen asbest aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaamheden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen.
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 20 van 21
Algemeen Op basis van de bevindingen kan worden geconcludeerd dat: -
-
de bovengrond binnen de interventiewaarde-contour van de metalenverontreiniging ter plaatse van deellocatie A licht verontreinigd is met minerale olie, PAK en PCB; er geen sprake is van verhoogde gehalten aan PFAS in boven- en ondergrond; de sterke verontreiniging ter plaatse van deellocatie A niet aanwezig is op deellocatie B. De interventiewaardecontour binnen het plangebied is daarmee vastgesteld; buiten de interventiewaardencontour in de bovengrond een gemiddelde kwaliteit wordt verwacht die voor metalen voldoet aan klasse wonen. Derhalve kan worden gesteld dat de tussenwaardenoverschrijdingen, welke in het onderzoek van 2020 zijn vastgesteld aan de randen van de interventiewaardencontour, behoren tot het geval B en niet tot het geval C “diffuse verontreiniging”. de gemeten gehalten aan PAK en PCB in de bovengrond incidenteel maximale waarde wonen overschrijden. Er wordt wel voldaan aan maximale waarde industrie.
Indien er bij werkzaamheden grond vrijkomt die niet op de locatie kan worden hergebruikt, zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit, het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (d.d. 2 juli 2020) of de regionale bodemkwaliteitskaart van toepassing.
Econsultancy Boxmeer, 2 maart 2022
Rapport 13102.002 versie D2
Pagina 21 van 21
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Legenda Symbolen:
Polygonen:
Boringen:
Asfalt
Ontgravingsvak
Boring tot 0,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Klinker
Saneringslocatie
Boring tot 1,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Beton
Partij ontgraven grond
Boring tot 1,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Ontgravingsdiepte (m -mv)
Toekomstige bebouwing
Boring tot 2,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Partijhoogte (m +mv)
Voormalige bebouwing
Boring tot 2,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Opnamerichting foto
Asfaltverharding
Boring tot 3,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Vloeistofdichte vloer
Reparatievak asfalt
Boring tot 3,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Prefab betonnen vloerplaat
Opslagtank (bovengronds)
Boring tot 4,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Tegels
Opslagtank (bovengronds in lekbak)
Boring tot 4,5 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Golfplaat (asbest verdacht)
Opslagtank (ondergronds)
Boring tot 5,0 m -mv
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Boom
Struweel
Peilbuis (diep)
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis (diep)
Bos
Haag
Peilbuis
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm + peilbuis
Boring voorgaand onderzoek tot 0,5 m -mv
Kernboring 80 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,0 m -mv
Kernboring 120 mm
Boring voorgaand onderzoek tot 1,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 0,5 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 2,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,0 m -mv
Struiken Gras
Lijnen:
Water
Bebouwing
Braak
Grens onderzoekslocatie
Grind
Toekomstige bebouwing
Onverhard
Voormalige bebouwing
Puinverharding
Beschoeiing
Talud
Hekwerk
Boring voorgaand onderzoek tot 3,5 m -mv
Spoorlijn
Boring voorgaand onderzoek tot 4,0 m -mv
Wandmonster
Boring voorgaand onderzoek tot 4,5 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,0 m -mv
Boring voorgaand onderzoek tot 5,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 4,5 m -mv
Spoorbaan Fietspad Parkeerplaats
Verontreiniging:
Trafo Pomp Olie/vetafscheider Mangat Riool inspectieput Zinkput Ontluchting Vulpunt Sleuf asbestonderzoek 200x40x50cm
Boring voorgaand onderzoek tot 3,0 m -mv
Kernboring 120 mm + boring tot 1,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 2,5 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,0 m -mv Kernboring 120 mm + boring tot 3,5 m -mv
Peilbuis voorgaand onderzoek (diep)
Kernboring 120 mm + boring tot 5,0 m -mv
Niet verontreinigd
Peilbuis voorgaand onderzoek
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 0,5 m -mv
Gehalte >AW/S-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,0 m -mv
Gehalte >T-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 0,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 1,5 m -mv
Gehalte >I-waarde
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 1,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 2,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 2,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 3,5 m -mv
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,0 m -mv
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 3,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 4,5 m -mv
AW/S-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + boring tot 5,0 m -mv
T-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 4,5 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis (diep)
I-waarde contour
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + boring tot 5,0 m -mv
Kernboring + gat asbestonderzoek 30x30x50 + peilbuis
Niet verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis (diep)
Boring tot 0,5 m -waterbodem
Licht verontreinigd
Gat asbestonderzoek 30x30x50 cm + peilbuis
Boring tot 1,0 m -waterbodem
Matig verontreinigd
Gat asbestonderzoek 100x100x50 cm
Duiker Voormalige duiker
Boring voorgaand onderzoek tot 2,5 m -mv
Sterk verontreinigd Verontreinigingsgraad onbekend Vindplaats asbestverdacht materiaal op maaiveld
Bijlage 3a Bodemprofielen
Pagina 1 van 5
Profielen boringen
Boring:
Datum veldwerk:
A01 21-1-2022 0
0 1
Boring: braak
Datum veldwerk: 0
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
5
50
1
100
Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, neutraal cremebeige, Edelmanboor
3
150
150 4
4 200
200
1 50
Boring:
0
braak
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor
5
Datum veldwerk:
100
A04 21-1-2022 0
0 1
2 100
100 3 150
200
200
0
50
Boring:
0
braak
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor
5
100
100
Datum veldwerk:
200
A06 21-1-2022 0
0 1
Zand, zeer fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor
3
Zand, zeer fijn, matig siltig, donker bruinbeige, Edelmanboor
2 100
braak
50
50
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, licht witbeige, Edelmanboor
2
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, lichtbeige, Edelmanboor
4 200
A05 24-1-2022
150
150 Zand, matig grof, zwak siltig, matig grindig, donkerbeige, Edelmanboor
4
1
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, zwak gleyhoudend, lichtbeige, Edelmanboor
3
150
braak Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, zwak slakhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
5
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, lichtbruin, Edelmanboor
2
200
200
A03 24-1-2022
0
Datum veldwerk:
50
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
100 3
Boring:
braak
2
100
Datum veldwerk:
0
5
50 2
Boring:
A02 24-1-2022
100
Zand, matig grof, matig siltig, matig grindig, matig oerhoudend, lichtbeige, Edelmanboor