041 bijl01 Vaststelling BP Supermarkt Kaldenkerkerweg Kraanvogelstraat.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan ‘Supermarkt Kaldenkerkerweg – Kraanvogelstraat’ Gemeente Venlo Vast te stellen
Bestemmingsplan ‘Supermarkt Kaldenkerkerweg – Kraanvogelstraat’ Gemeente Venlo Vast te stellen
Rapportnummer BRO:
P04381
Identificatienummer:
NL.IMRO.0983.BP202205KALDKRAAN-VA01
Datum:
21 april 2023
Concept:
8 februari 2022
Voorontwerp:
8 februari 2022
Ontwerp:
25 juli 2022
Vaststelling:
Juni 2023
Projectteam BRO:
FSi, SSh, IMo
Trefwoorden:
Kraanvogelstraat, Kaldenkerkerweg, Groenveldsingel, voormalig Gebraterrein, Venlo, gemeente Venlo
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 14
Beknopte inhoud:
Nieuw bestemmingsplan ten behoeve van de verplaatsing van de discount supermarkt aan de Kraanvogelstraat 36 te Venlo naar de Kaldenkerkerweg-Groenveldsingel (voormalig Gebraterrein) te Venlo.
BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
TOELICHTING
INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
4 4 5 6 7
2. BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE
8
3. PLANBESCHRIJVING 3.1 Beschrijving planvoornemen 3.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten
10 10 12
4. UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID 4.1 Rijksbeleid
14 14
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.3 AMvB Ruimte 4.2 Provinciaal beleid
14 15 20 20
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg (2021) 4.3 Regionaal beleid
20 22 23 24
4.3.1 Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg 4.4 Gemeentelijk beleid
24 25
4.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014 4.4.3 Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025 4.4.4 Welstand gemeente Venlo 4.4.5 Vigerend bestemmingsplan
25 27 29 30 32
5. ONDERZOEK 5.1 Milieuaspecten
33 33
5.1.1 Bodem 5.1.2 Geluid met betrekking tot wegverkeerslawaai
Inhoudsopgave
33 35
1
5.1.3 Luchtkwaliteit 5.1.4 Externe veiligheid 5.1.5 Niet-gesprongen explosieven 5.1.6 Milieuzonering 5.2 Archeologie en cultuurhistorie
35 37 39 40 44
5.2.1 Archeologie 5.2.2 Cultuurhistorie 5.3 Natuur en landschap 5.4 Ecologie 5.5 Leidingen en infrastructuur 5.6 Verkeer en parkeren 5.7 Waterparagraaf 5.8 Milieueffectrapportage
44 45 46 46 50 50 52 54
5.8.1 M.e.r.-plicht 5.8.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling
54 55
6. PLANSTUKKEN 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de analoge verbeelding 6.3 Toelichting op de regels
62 62 62 62
7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
66 66 66
8. PROCEDURE
68
Inhoudsopgave
2
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Ladderonderbouwing Bijlage 2: Bodemonderzoek Bijlage 3: Onderzoek luchtkwaliteit Bijlage 4: Onderzoek externe veiligheid Bijlage 5: Vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 6: Risico Analyse Ontplofbare Oorlogsresten Bijlage 7: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Quickscan flora en fauna Bijlage 10: Stikstofdepositieberekening Bijlage 11: Verkeer- en parkeeronderzoek Bijlage 12: Watertoets Bijlage 13: Omgevingsdialoog Bijlage 14: Adviesnota regio Bijlage 15: Zonstudie
Inhoudsopgave
3
1.
INLEIDING
1.1 Aanleiding Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de verplaatsing van een Lidl supermarkt aan de Kraanvogelstraat 36 te Venlo naar de Kaldenkerkerweg – Groenveldsingel (voormalig Gebraterrein) te Venlo. De discount supermarkt wordt op de toekomstige locatie groter dan de huidige Lidl supermarkt aan de Kraanvogelstraat. Op de locatie aan de Kraanvogelstraat zal de aanduiding ‘supermarkt’ komen te vervallen. Onderhavig bestemmingsplan maakt de verplaatsing naar en de realisatie van de Lidl supermarkt aan de Kaldenkerkerweg – Groenveldsingel mogelijk.
Figuur 1.1: Uitsnede inrichtingstekening toekomstige situatie
Hoofdstuk 1
4
Tevens wordt de locatie van Lidl aan de Kraanvogelstraat in onderhavig bestemmingsplan meegenomen. Dit is om het gebruik als supermarkt ter plaatse juridisch-planologisch niet meer mogelijk te maken. In de verdere toelichting van onderhavig bestemmingsplan wordt dit als algemeen gegeven beschouwd als consequentie van de verplaatsing van de Lidl en wordt verder dan ook niet meer nader benoemd.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied De ontwikkellocatie is gelegen aan de Kaldenkerkerweg en de Groenveldsingel te Venlo, gemeente Venlo. Het plangebied ligt in het oosten van Venlo, nabij station Venlo. De toekomstige discount supermarkt wordt gerealiseerd op percelen die kadastraal bekend staan als Venlo, sectie F, nrs. 2067, 2192, 2354, 2355, 2534, 2985 en 4132 (gedeeltelijk). Het terrein betreft het voormalig Gebraterrein.
Figuur 1.2: Uitsnede topografische kaart met globale aanduiding ligging huidige locatie supermarkt (rood omcirkeld) en de toekomstige locatie van de supermarkt (rode pijl)
Hoofdstuk 1
5
1.3 Vigerend bestemmingsplan Op de toekomstige locatie van de discount supermarkt is bestemmingsplan ‘Venlo-Oost’, vastgesteld op 23 mei 2012. Conform dit bestemmingsplan is de planlocatie gedeeltelijk bestemd tot ‘Groen’, ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ en ‘Wonen’. Binnen deze bestemmingen is de gewenste ontwikkeling niet mogelijk. De gemeente Venlo wil echter medewerking verlenen door middel van het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan.
Figuur 1.3: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Venlo-Oost' (rode omlijnd)
In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan om de ontwikkeling juridisch-planologisch te regelen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en deze toelichting.
Hoofdstuk 1
6
1.4 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens het planvoornemen. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken beschreven en in hoofdstuk 7 is een beschrijving van de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan opgenomen. In hoofdstuk 8 wordt de te volgen procedure en de resultaten daarvan beschreven.
Hoofdstuk 1
7
2.
BESCHRIJVING BESTAANDE SITUATIE
De toekomstige discount supermarkt zal worden gerealiseerd aan de Kaldenkerkerweg en de Groenveldsingel te Venlo, het zogenaamde voormalig Gebraterrein. Het plangebied bestaat momenteel uit een braakgelegen terrein, waarop bosschages gelegen. Het terrein heeft in 2012 de bestemming ‘Groen’ gekregen, omdat het terrein na de sloop van de oude opstallen een braakliggend ontwikkelingsterrein was, zonder dat er zicht was op een concrete nieuwe ontwikkeling. Op een klein gedeelte van de planlocatie liggen een aantal openbare parkeerplaatsen van de Albert Heijn die ten oosten is gelegen van het plangebied.
Figuur 2.1: Luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd)
Ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied is bestaande bebouwing aanwezig en bestaat voornamelijk uit woningen. Ten oosten is, zoals eerder vermeld, een Albert Heijn supermarkt gelegen. Bij deze supermarkt is tevens een openbare parkeerplaats gelegen. Ten westen van het plangebied bevinden zich verschillende functies. Aan de westzijde van de Kaldenkerkerweg is een kantoor gelegen. Ten noorden en zuiden van het kantoor bevindt zich braakliggend terrein gelegen met daarop een aantal bomen. Iets verder daarachter bevindt zich het spoor. Dit betreffen de spoortrajecten Venlo Oost – Kaldenkirchen (D) en Venlo Oost – Roermond. Daarnaast ligt ten westen van het plangebied
Hoofdstuk 2
8
spoorwegovergang Vierpaardjes. De spoorwegovergang zal in de toekomst worden gewijzigd naar een spoorwegonderdoorgang. Station Venlo ligt ten noordwesten van het plangebied op circa 750 meter afstand.
Hoofdstuk 2
9
3. PLANBESCHRIJVING
In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven.
3.1 Beschrijving planvoornemen Het beoogde planvoornemen houdt de realisatie van een discount supermarkt aan de Kaldenkerkerweg en de Groenveldsingel (voormalig Gebraterrein) in Venlo in. De discount supermarkt zal worden verplaatst van de Kraanvogelstraat 36 te Venlo naar het voormalig Gebraterrein. De huidige Lidl-vestiging aan de Kraanvogelstraat 36 heeft een winkelvloeroppervlak (hierna: wvo) van circa 934 m2 en een bruto vloeroppervlak (hierna: bvo) van circa 1.400 m 2. De beoogde Lidl-vestiging aan de Kaldenkerkerweg heeft een oppervlakte van circa 2.355 m2 bvo. Om enige flexibiliteit te behouden wordt in onderhavig bestemmingsplan een supermarkt van maximaal 2.415 m 2 bvo toegestaan. De beoogde supermarkt heeft een wvo van 1481 m2. Er is dus sprake van een toevoeging van 547 m2 wvo aan supermarkt in de gemeente Venlo.
Figuur 3.1: Voorlopige plattegrond toekomstige discount supermarkt
Hoofdstuk 3
10
Ten behoeve van de bovenstaande functie zal ook een gedeelte van het plangebied worden ingericht als parkeerterrein met circa 118 parkeerplaatsen. Het terrein wordt ontsloten achter een hek dat buiten sluitingstijd van de discount supermarkt wordt afgesloten.
Figuur 3.2: Voorlopige inrichtingstekening toekomstige situatie
Aan de entreezijde van de discount supermarkt, gericht op het parkeerterrein zal een luifel worden gerealiseerd waaronder de winkelwagens gestald zullen worden. Aan achterzijde van de discount supermarkt, die grenst aan de Kaldenkerkerweg, zal een overkapping worden gerealiseerd boven de laaden losruimte van de discount supermarkt. Het beoogde gebouw heeft op het hoogste punt een bouwhoogte van 9 meter ten opzichte van het peil. Naast de realisatie van een discount supermarkt op het voormalig Gebraterrein, bestaat het voornemen om de supermarktfunctie van de huidige Lidl-vestiging aan de Kraanvogelstraat 36 te Venlo te laten vervallen en tegelijkertijd de gemengde functie op het pand aldaar te behouden.
Hoofdstuk 3
11
3.2 Ruimtelijke en stedenbouwkundige effecten Het plangebied is gelegen in het bebouwde gebied in het oosten van Venlo. In de omgeving zijn reeds verschillende functies gelegen, waaronder woningen, een supermarkt, een horecagelegenheid en een aantal winkels. Gezien de aard van de omgeving, waarin reeds diverse functies zijn gelegen, is het in functioneel opzicht en wat betreft gebiedskarakteristiek niet bezwaarlijk om ter plaatse een discount supermarkt mogelijk te maken. In de huidige situatie betreft het plangebied een braakliggend terrein. Deze situatie is niet wenselijk voor de stedenbouwkundige uitstraling van het bebouwd gebied. Met de beoogde ontwikkeling wordt deze prominente plek aan de Kaldenkerkerweg en Groenveldsingel opnieuw ruimtelijk en stedenbouwkundig ingevuld. Gelet op deze locatie is het derhalve belangrijk om zowel architectonisch als stedenbouwkundig meer betekenis en uitstraling te geven door de bebouwing op de kop te verhogen en te verbijzonderen. Het hoogste gedeelte van het gebouw grenst aan de Kaldenkerkerweg en de Groenveldsingel. De gevel richting de rotonde krijgt een open uitstraling met veel glas. De overige zijden zullen meer gesloten zijn met deels een groene uitstraling. Verder wordt het gebied tussen de voorgevel en de rotonde, alsmede het parkeerterrein waar mogelijk groen ingericht.
De nieuwe bebouwing past qua goot- en bouwhoogte uitstekend bij de overige reeds aanwezige bebouwing. De bouwhoogte wordt namelijk niet hoger gebouwd dan de direct omliggende woningen.
Figuur 3.3: Voorlopige gevelaanzichten toekomstige supermarkt
Hoofdstuk 3
12
Uit de zonstudie1 blijkt dat de bouwhoogte geen onevenredige schaduwhinder oplevert voor de omliggende woningen. De zonstudie is separaat als bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd. Het filiaal zal volgens de geldende duurzaamheidsnormen worden gerealiseerd. Daarnaast zullen zonnepanelen worden geplaatst en kan op sommige plaatsen grondgebonden groen tegen de gevels worden aangebracht. Het gebouw zal voldoen aan de actuele duurzaamheidsnormen. Voor het overige zijn er geen storende milieu-of verkeersaspecten die van invloed zijn op de bestaande woningen. Zowel stedenbouwkundig als ruimtelijk gezien is de bouw van de discount supermarkt dan ook niet bezwaarlijk. Onderstaand volgen een aantal sfeerimpressie foto’s.
Figuur 3.4: Voorlopige sfeerimpressie toekomstige situatie
1
AGS Architects, ‘Zonstudie bestemmingsplan Toegestane bouwmassa’, 31-3-2023
Hoofdstuk 3
13
4.
UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid (respectievelijk § 4.1, § 4.2, § 4.3 en § 4.4).
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 heeft het Rijk vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (behalve paragraaf 4.9). De NOVI omvat een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio’s; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes.
Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De nationale overheid richt zich in de NOVI op 21 verschillende nationale belangen: 1. bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;
Hoofdstuk 4
14
2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties; 4. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 5. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 6. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 7. in stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit; 8. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 9. zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten; 10. beperken van klimaatverandering; 11. realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur; 12. waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen; 13. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 14. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaat-bestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 15. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 16. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 17. realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit; 18.
ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agro-productie; 19. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 20. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit; 21. ontwikkelen van een duurzame visserij. Afweging Bij de realisatie van het voorliggende initiatief is sprake van een dermate kleinschalige ontwikkeling dat geen nationale belangen in het spel zijn. De beoogde ontwikkeling is dan ook niet in strijd met de nationale belangen zoals verwoord in de Nationale Omgevingsvisie. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: ‘De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.’ Uit de jurisprudentie2 komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 2
o.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319)
Hoofdstuk 4
15
Per 1 juli 2017 is een nieuwe versie van de ladder van kracht. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient volgens deze nieuwe versie van de ladder een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ten behoeve van de onderbouwing van de Ladder duurzame verstedelijking is een ruimtelijk-functionele effectenanalyse opgesteld door BRO. Onderstaand wordt de ruimtelijk-functionele effectenanalyse van de supermarktontwikkeling weergegeven.3 Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige notitie ‘Effectenanalyse Lidl Kaldenkerkerweg’, die als bijlage 1 aan onderhavige toelichting is toegevoegd. Het beoogde initiatief van Lidl sluit in grote lijnen aan bij provinciale, regionale en gemeentelijke beleidskaders: Het initiatief past binnen de provinciale beleidsuitgangspunten aangezien het (kwalitatieve) versterking van een bestaand winkelgebied betreft. Uitbreiding en modernisering van een bestaande supermarkten draagt bovendien bij aan de gewenste kwaliteitsimpuls.
Regionaal wordt het van belang geacht om adequaat in te spelen op trends in de markt, voor de instandhouding van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat. Uitbreiding en modernisering van Lidl speelt nadrukkelijk in op de hedendaagse consumentenbehoefte en draagt bovendien bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt. De ontwikkeling draagt bij aan een kwantitatief en kwaliteit zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk winkelaanbod. Bovendien wordt de supermarkt verplaatst naar een winkelgebied dat beleidsmatig als meer perspectiefrijk is bestempeld. De juridisch-planologische mogelijkheden op de oude locatie, die onvoldoende ruimte biedt voor een moderne supermarkt, worden tegelijkertijd gesaneerd. In de Ruimtelijke Structuurvisie is de beoogde locatie aangewezen als boodschappencentrum en daarmee onderdeel van de bestaande én gewenste structuur. De beoogde ontwikkeling is bovendien in lijn met het lokale detailhandelsbeleid. Het planinitiatief past binnen het beleid van behouden en versterken van de (bestaande) detailhandelsstructuur in de gemeente Venlo en specifiek het stadsdeel Venlo-Oost. De ontwikkeling past ook bij het beoogde koopgedrag van buurtsteunpunt Maagdenberg (primair levensonderhoud) en de versterking van het buurtsteunpunt. De beoogde maximale omvang (ca.
1.480 m² wvo) is weliswaar groter dan het beleid aangeeft, maar sinds de totstandkoming van het beleid heeft het proces van schaalvergroting bij supermarkten sterk doorgezet en dat geldt met name voor discounters. Verruiming van supermarkten heeft door de coronacrisis bovendien een extra dimensie gekregen (door een ruime opzet kunnen consumenten meer afstand tot elkaar houden). Daarbij is bovendien van belang dat er geen blijvende negatieve effecten zijn voor de bestaande structuur. De uitkomsten van voorliggende behoefte- en effectenanalyse geven hierover uitsluitsel.
3
BRO, ‘Ruimtelijke en functionele effectenanalyse Lidl Kaldenkerkerweg, projectnr.: P04381, d.d. 23 maart 2023.
Hoofdstuk 4
16
In algemene zin wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. Ruimtelijk gezien zorgt deze ontwikkeling van een minder wenselijke situatie naar een gewenste situatie door de verplaatsing van een supermarkt naar een locatie die expliciet hiervoor beoogd is. De relocatie van Lidl naar het voormalig Gebraterrein is daarmee vanuit beleidsoogpunt een positieve ontwikkeling. Het initiatief leidt tot een verbetering van het woon-en leefklimaat in de buurt en zorgt voor de verplaatsing van een supermarkt op een beleidsmatig onwenselijke locatie naar een beleidsmatig meer wenselijke locatie. Daarbij is sprake van verplaatsing en uitbreiding binnen het verzorgingsgebied. Bovenstaande biedt voldoende basis om minimaal af te wijken van de maximale meters in het Detailhandelsbeleid. Beleidsmatige aandachtpunten: Vanwege de locatie (Maagdenberg), omvang van de uitbreiding (> 1.000 m 2 bruto) en de benodigde wijziging van het bestemmingsplan is regionale instemming noodzakelijk. Dit houdt in dat het initiatief met het principebesluit van B&W van de inbrengende gemeente wordt voorgelegd, waarin een positieve regionale instemming als voorwaardelijk is opgenomen. Conform dynamisch voorraadbeheer dient bij nieuwe ontwikkelingen, met een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak, op enige wijze saldering plaats te vinden.
Dit kan bijvoorbeeld door: - “compensatie door direct gekoppelde sloop of onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) buiten de afgebakende hoofdstructuur”; - “compensatie met direct gekoppelde onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) binnen (andere) gebieden in de afgebakende hoofdstructuur”. De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan. De juridisch-planologische mogelijkheden op de bestaande locatie van Lidl komen te vervallen (direct gekoppelde onttrekking binnen de hoofdstructuur). Daarmee wordt 934 m 2 wvo gesaneerd. Het is niet reëel dat de aanvullende 547 m 2 wordt gecompenseerd, maar dit betekent niet dat de ontwikkeling geen doorgang kan vinden. In essentie is het van belang dat er geen aanvullende leegstand ontstaat, dat onbenutte plancapaciteit afneemt, dat de bestaande structuur en de consumentenverzorging er op vooruitgaan en dat de effecten voor de bestaande structuur aanvaardbaar zijn. Dit is onderstaand nader uitgewerkt. Per saldo is sprake van een aanzienlijke impuls. Kortom, de signalen voor de ontwikkeling van Lidl staan op groen.
Kwantitatieve behoefte Tabel 6 toont de indicatieve berekeningen van het economisch functioneren van de dagelijkse sector binnen de gemeente Venlo en specifiek Venlo-Oost: In de huidige situatie functioneert het dagelijks aanbod binnen de gemeente Venlo op een vloerproductiviteit van circa € 7.075 per m2 wvo, circa 6% beneden het landelijk vijfjaarsgemiddelde. Dit biedt in kwantitatieve zin geen directe aanleiding om het dagelijks winkelaanbod uit te breiden. Verwacht wordt dat het huidige aanbod op een gezond niveau functioneert. In Limburg is het normaal dat supermarkten iets onder het landelijk gemiddelde functioneren. De omzet ligt lager, maar ook de lasten (met name huurprijs).
Hoofdstuk 4
17
Als gevolg van bevolkingsgroei en een optimalisering van de binding (tot 90% a 95%), nemen de totale bestedingen in de gemeente Venlo echter wel fors toe. Hierdoor is de uitbreiding van supermarktmeters ook kwantitatief verantwoorden. Het dagelijks aanbod in Venlo-Oost functioneert op een vloerproductiviteit van circa €10.125 per m2 wvo, ruim boven het landelijk vijfjaarsgemiddelde. Dit is een duidelijke indicatie van een gezond functioneren én aanwezige uitbreidingsruimte op wijkniveau. De bevolking in Venlo-Oost neemt de komende jaren eveneens toe. Ook binding en toevloeiing nemen naar verwachting toe. Hierdoor stijgen de totale bestedingen in Venlo-Oost. Het economisch functioneren van de dagelijkse sector komt fors boven het landelijk gemiddelde te liggen en dit biedt meer dan genoeg ruimte voor een supermarkt met een omvang van circa 1.480 m 2 wvo. Na de beoogde verplaatsing en uitbreiding van Lidl ligt het economisch functioneren in Venlo-Oost nog altijd boven het landelijk gemiddelde.
Kwalitatieve behoefte Het beoogde initiatief van Lidl draagt nadrukkelijk bij aan de consumentenverzorging binnen de gemeente Venlo en specifiek Venlo-Oost. Lidl aan de Kraanvogelstraat is in de huidige vorm te klein en niet toekomstbestendig. Uitbreiding, c.q. modernisering is echter van belang om invulling te kunnen geven aan de hedendaagse consumentenbehoeften (ten aanzien van assortiment, gemak, winkelbeleving- en comfort, etc.). De behoefte aan grotere supermarkten heeft bovendien een extra dimensie gekregen vanwege de coronacrisis (en consumenten die meer bewust omgaan met afstand houden). De huidige locatie biedt onvoldoende ruimtelijk-fysieke mogelijkheden voor de beoogde uitbreiding. Bovendien is uitbreiding op de bestaande locatie beleidsmatig niet wenselijk. Door de beoogde ontwikkeling op de nieuwe locatie te faciliteren, krijgt Lidl een stevige, moderne en toekomstbestendige omvang. Inwoners van Venlo-Oost krijgen de beschikking over een moderner, meer uitgebreid en bovendien complementair supermarktaanbod. Door de versterking ontstaat er een complementair supermarktcluster (Albert Heijn en Lidl) met uitstekende locatieaspecten (goede bereikbaarheid en voldoende parkeermogelijkheden). Het initiatief sluit hiermee aan op de behoeften van de consument, die gebaat is bij een modern, comfortabel en goed bereikbaar supermarktaanbod.
Hoewel het supermarktaanbod in Venlo-Zuid afneemt, blijven inwoners beschikken over ruim voldoende aantrekkelijk supermarktaanbod met twee moderne supermarkten (Albert Heijn en Jan Linders). Gelet op de uitstekende bereikbaarheid op de nieuwe locatie zal Lidl naar verwachting bovendien een functie blijven vervullen voor inwoners van Venlo-Zuid, te meer omdat het discountaanbod uit Venlo-Zuid verdwijnt. Effecten aanvaardbaar Naar verwachting zal het beoogde initiatief van Lidl niet resulteren in onaanvaardbare omzeteffecten. De totale uitbreiding op gemeenteniveau bedraagt per saldo circa 547 m 2 wvo. Indien 547 m2 wvo wordt toegevoegd, dan is het omzeteffect door de betreffende ontwikkeling naar verwachting nihil. De totale uitbreiding op het niveau van Venlo-Oost is per saldo circa 1.480 m 2 wvo. Indien 1.480 m2 wvo wordt toegevoegd, dan blijft het economisch functioneren boven het landelijk gemiddelde
Hoofdstuk 4
18
te liggen (1 à 10%). Het dagelijks winkelaanbod in Venlo-Oost is daarmee uitstekend in staat om gezond te kunnen functioneren. De kans op verdringing of leegstand, als gevolg van de uitbreiding van Lidl, is naar verwachting zeer beperkt. De ontwikkeling kan bovendien niet worden opgevangen binnen bestaande leegstand. Geen enkel leegstaand pand in de gemeente Venlo biedt ruimte voor een moderne en toekomstbestendige supermarkt. Laat staan in de wijk Venlo-Oost.
Het verwachtte beperkte effect kan tevens worden verklaard door te kijken naar de daadwerkelijke impact van het betreffende initiatief. Hoewel Lidl in omvang stevig toeneemt, betreft het nadrukkelijk de uitbreiding van een bestaande supermarkt die al meerdere jaren een plek heeft binnen de gemeentelijke detailhandelsstructuur. Supermarkten concurreren in beginsel vooral met andere supermarkten. Door het initiatief zullen de concurrentieverhoudingen tussen supermarkten in Venlo-Oost veranderen. Venlo-Oost krijgt een moderne discounter die complementair is aan de reeds aanwezige supermarkten. Gezien het huidige functioneren en de geconstateerde distributieve ruimte in Venlo-Oost, is niet te verwachten dat de andere supermarkten in Venlo-Oost verdrongen zullen worden. Albert Heijn aan het Maagdenbergplein zal mogelijk extra concurrentie ondervinden, maar kan tegelijkertijd ook profiteren van de extra consumenten die het winkelgebied aan de Maagdenberg bezoeken. Tevens zal sprake zijn van wijzigende koopstromen tussen Venlo-Oost en Venlo-Zuid. De oriëntatie op Venlo-Oost neemt toe, met name door consumenten uit Venlo-Zuid die voorheen ook naar Lidl gingen. De impact op beide service supermarkten in Venlo-Zuid (Albert Heijn, Jan Linders) zal redelijkerwijs beperkt zijn.
De gemiddelde vloerproductiviteit van dagelijkse winkels in Venlo-Zuid neemt indicatief bovendien toe, waardoor beide supermarkten in theorie een hogere omzet kunnen genereren. Tegelijkertijd vinden er binnen de gemeente Venlo diverse andere supermarktontwikkelingen plaats, zowel in Venlo, Blerick als Tegelen. Al deze ontwikkelingen hebben effect op het economisch functioneren van de dagelijkse sector in de gemeente Venlo. Als gevolg van alle momenteel voorziene supermarktontwikkelingen in de gemeente Venlo daalt de gemiddelde vloerproductiviteit voor dagelijkse artikelen in de gemeente Venlo maximaal circa 3% onder het huidige niveau, maximaal 9% onder het landelijk gemiddelde. Dit is relatief beperkt en kan worden beschouwd als ondernemersrisico. Verdringing of leegstand wordt niet verwacht. Alle ontwikkelingen hebben een duidelijk eigen verzorgingsgebied (Blerick, Tegelen, Venlo-Oost). De effecten vinden dan ook vooral plaats in de betreffende stadsdelen of wijken. Het effect van de ontwikkeling op Trefcenter spreidt zich over een groot gebied (regionaal). Het supermarktaanbod wordt op diverse plekken gemoderniseerd om invulling te geven aan de consumentenbehoefte en in het verlengde daarvan toekomstbestendig te blijven. Dit is vooral positief voor zowel de consumentenverzorging als de detailhandelsstructuur.
Hoofdstuk 4
19
Tot slot Voorliggende analyse toont dat er ruim voldoende ruimte is voor uitbreiding van het supermarktaanbod in Venlo-Oost en dat het initiatief, de toevoeging van een moderne discounter, bovendien zal resulteren in een versterking van de lokale consumentenverzorging en van buurtsteunpunt Maagdenberg. Het initiatief past bovendien binnen de vigerende beleidskaders. Daarmee voldoet het initiatief aan de systematiek van de ladder voor duurzame verstedelijking. Op basis van voorliggende analyse zijn onaanvaardbare effecten op het woon-, leef- en ondernemersklimaat niet te verwachten. Per saldo is het initiatief juist positief voor het woon- en leefklimaat, omdat het voorzieningenaanbod ten aanzien van dagelijkse artikelen voor de inwoners van Venlo-Oost wordt versterkt. Het stadsdeel krijgt een winkelgebied met twee complementaire supermarkten, waarvan een full service supermarkt en een moderne discounter. Ook het ondernemersklimaat neemt per saldo niet af, omdat niet verwacht wordt dat er zaken zullen verdwijnen als gevolg van het de beoogde ontwikkeling van Lidl. 4.1.3 AMvB Ruimte De AMvB Ruimte wordt in juridische termen aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Hierna zijn nog enkele aanvullingen/ wijzigingen in werking getreden.
In de AMvB zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. De AMvB Ruimte is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS), erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Geen van de bovengenoemde belangen zijn bij de ontwikkeling van het plangebied in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen.
Hoofdstuk 4
20
Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in paragraaf 4.2.3. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied; een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd.
Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Het thema dat in het kader van onderhavig geval hoofdzakelijk van toepassing is betreft het aspect ‘Winkelgebieden’. Winkelgebieden Limburg heeft (te) veel winkels, en gezien huidige ontwikkelingen omtrent e-commerce is het aannemelijk om te denken dat dit op de langere termijn verder terug zal lopen. De opgave in Limburg is om kwaliteit van winkels te vergroten, maar de kwantiteit terug te dringen. Hierbij is ondersteuning van de provincie aan gemeente ten behoeve van het versterken van de economie en de leefbaarheid, door het compacter maken en kwalitatief versterken van de bestaande winkelgebieden in de steden en landelijke kernen.
Hoofdstuk 4
21
Afweging Onderhavig plan voorziet in de realisatie van een discount supermarkt aan de Kaldenkerkerweg in Venlo. In het beoogde pand zal een Lidl worden gevestigd die zich momenteel aan de Kraanvogelstraat 36 te Venlo bevindt. Er is derhalve sprake van een verplaatsing van een bestaande Lidl supermarkt binnen de gemeente Venlo. Er wordt geen supermarkt toegevoegd. De mogelijkheden voor een supermarkt op de oude locatie worden gesaneerd. Hier kan dus geen nieuwe supermarkt meer komen. Bovendien is de afstand tussen de oude en de nieuwe locatie hemelsbreed slechts circa 1500 meter. Met de auto is de afstand circa 5 minuten en op de fiets circa 7 minuten. Op beide locaties wordt grotendeels hetzelfde verzorgingsgebied bediend. Bovendien wordt de spoorwegovergang ondertunneld, waardoor van een eventuele barrièrewerking helemaal geen sprake meer is. Wel wordt de nieuwe Lidl-vestiging groter dan de huidige vestiging. Dit zal de kwaliteit van de discount supermarkt vergroten. Ook zal de invulling en andere inrichting ten aanzien van het assortiment de kwaliteit vergroten. Daarnaast voldoet onderhavig plan aan de ladder voor duurzame verstedelijking en is de ontwikkeling in lijn met de ‘Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’. De beoogde ontwikkeling is dan ook in lijn met de principes, zoals beschreven in de ‘Ontwerp Provinciale omgevingsvisie’. 4.2.2
Omgevingsverordening Limburg 2014
De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de “Omgevingsverordening Limburg 2014” vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. De Omgevingsverordening is een samenvoeging van de Provinciale milieuverordening, de Wegenverordening, de Waterverordening en de Ontgrondingenverordening. De Omgevingsverordening is uitgebreid met een nieuw hoofdstuk Ruimte. Dat hoofdstuk Ruimte bevat een aantal instrumenten die gericht zijn op de doorwerking van het ruimtelijke beleid van het POL2014. Behalve de toevoeging van het hoofdstuk Ruimte zijn in de Omgevingsverordening Limburg 2014 ook de Verordening Veehouderijen en Natura 2000 (van oktober 2013) en de Verordening Wonen Zuid-Limburg (van juli 2013) vrijwel ongewijzigd overgenomen. Artikel 2.2.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 1. Een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, houdt rekening met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. 2. Bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, worden tevens de mogelijkheden van herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen, zoals bedoeld in artikel 2.2.3, onderzocht. 3.
De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat een verantwoording over de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Milieubescherming Uit de kaarten behorende bij de Omgevingsverordening Limburg 2014 blijkt dat het plangebied niet ligt binnen (milieu)beschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. Wel ligt het plangebied binnen de boringsvrije zone Venloschol. Hierop zijn de regels van de omgevingsverordening van toepassing.
Hoofdstuk 4
22
Afweging Voor de toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 4.1.2. Gezien het feit dat de beoogde ontwikkeling geen diepe grondboringen betreft, vormt het initiatief geen belemmering voor de boringsvrije Venloschol. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het provinciaal beleid. 4.2.3
Omgevingsverordening Limburg (2021)
Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. Op 17 december 2021 heeft de Provincie Limburg de nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. De inwerkingtreding is voorzien op 1 juli 2022 wanneer naar verwachting ook de nieuwe Omgevingswet in werking zal treden. Hoewel het ontwerp van de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het plangebied binnen het stedelijk gebied en meer specifiek binnen de thema’s detailhandel, kantoren, toerisme, werklocaties, verstedelijking en wonen. Conform artikel 12.3 van de omgevingsverordening dienen de volgende instructieregels gevolgd te worden indien een vestigingsmogelijkheid voor detailhandel wordt toegevoegd: 1.
Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad detailhandel alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 5 (Wonen en leefomgeving), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Noord-Limburg. 2. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad detailhandel alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Algemene zonering), 5 (Wonen en leefomgeving), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, het beleidskader werklocaties Midden-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Midden-Limburg. 3. Een omgevingsplan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg laat de toevoeging van vestigingsmogelijkheden voor detailhandel aan de bestaande voorraad of planvoorraad detailhandel alleen toe, als dat in overeenstemming is met de Limburgse principes en hoofdstukken 3 (Al-
Hoofdstuk 4
23
gemene zonering), 5 (Wonen en leefomgeving), 8 (Economie) en 9 (Werklocaties) van de provinciale omgevingsvisie, de Structuurvisie Ruimtelijke Economie Zuid-Limburg en de bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 voor de regio Zuid-Limburg. 4. De motivering bij een omgevingsplan bevat: a. een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het eerste, tweede of derde lid; b. een beschrijving van het proces van voorbereiding van het initiatief, de planvoorbereiding en, wanneer dat aan de orde is, de verantwoording van de afstemming in (sub-) regionaal verband. Afweging Onderhavig bestemmingsplan maakt de vestiging van een discount supermarkt ter plaatse van de Kaldenkerkerweg-Groenveldsingel mogelijk. Daarbij wordt ter plaatse van de huidige Lidl-vestiging de mogelijkheid tot het vestigen van een discount supermarkt middels onderhavig bestemmingsplan weggehaald. Onderhavig bestemmingsplan ziet derhalve niet op het toevoegen van een extra detailhandelsvestiging.
4.3 Regionaal beleid 4.3.1
Regionale Detailhandelsvisie Noord-Limburg
Het doel is om adequaat in te spelen op ontwikkelingen en trends in de markt, zodat een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat in stand kan worden gehouden. Dit is van belang voor een compleet en aantrekkelijk voorzieningenniveau voor de consument: consumenten dienen te beschikken over een kwantitatief én kwalitatief zo compleet, gevarieerd en attractief mogelijk winkelaanbod. Dit wil men bereiken door: het afstemmen van grootschalige detailhandelsinitiatieven met een bovenlokaal/regionaal effect; de concentratie van detailhandel in perspectiefvolle, elkaar aanvullende winkelgebieden; het creëren van voorzienbaarheid om restcapaciteit/leegstand buiten de winkelgebieden te saneren. Aan nieuwe ontwikkelingen wordt beleidsmatig medewerking verleend als sprake is van het volgende: Meerwaarde voor de regionale detailhandelsstructuur (o.a. toename keuzemogelijkheden doordat branche in huidige situatie zwak vertegenwoordigd is). Er is sprake van een nieuwe formule die zich onderscheidt door kwaliteit, specialisatie en/of doelgroep. Versterking voor regionale detailhandelsstructuur. Alternatieve locaties zijn afgewogen en beoordeeld. Initiatief heeft aantoonbaar geen (blijvende) negatieve effecten op de bestaande detailhandelsstructuur (bijvoorbeeld afnemende keuzemogelijkheden).
Hoofdstuk 4
24
Voor een lokaal verzorgend centrum als buurtsteunpunt Maagdenberg geldt dat bij een bruto uitbreiding van 1.000 m² of meer die een afwijking van het bestemmingsplan vereist, instemming in regionaal verband nodig is. Dit houdt in dat het initiatief met het principebesluit van B&W van de inbrengende gemeente wordt voorgelegd, waarin een positieve regionale instemming als voorwaardelijk is opgenomen. Conform dynamisch voorraadbeheer dient bij nieuwe ontwikkelingen, met een uitbreiding van het winkelvloeroppervlak, op enige wijze saldering plaats te vinden. Afweging Regionaal wordt het van belang geacht om adequaat in te spelen op trends in de markt, ten behoeve van een gezond en gedifferentieerd winkelklimaat in stand wordt gehouden. Uitbreiding en modernisering van het supermarktaanbod speelt nadrukkelijk in op de hedendaagse consumentenbehoefte en draagt bovendien bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt. Conform dynamisch voorraadbeheer dient bij nieuwe ontwikkelingen, met een uitbreiding van het winkelvloer-oppervlak, op enige wijze saldering plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door: compensatie door direct gekoppelde sloop of onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) buiten de afgebakende hoofdstructuur; compensatie met direct gekoppelde onttrekking (al dan niet gekoppeld aan sloop) binnen (andere) gebieden in de afgebakende hoofdstructuur”.
De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan. De bestaande locatie van Lidl wordt gesaneerd (direct gekoppelde onttrekking binnen de hoofdstructuur). Daarmee wordt 934 m2 wvo gesaneerd. In paragraaf 4.2.1 is nader gemotiveerd dat er geen sprake is van een verplaatsing en niet van de nieuwvesting van een supermarkt. Het is niet reëel dat de aanvullende 547 m 2 wordt gecompenseerd, maar dit betekent echter niet dat een ontwikkeling geen doorgang kan vinden. In essentie is het van belang dat er geen aanvullende leegstand ontstaat, dat onbenutte plancapaciteit afneemt, dat de bestaande structuur en de consumentenverzorging er op vooruitgaan en dat de effecten voor de bestaande structuur aanvaardbaar zijn. Dit is in de effectenanalyse die is besproken in paragraaf 4.1.3 nader uitgewerkt. Per saldo is derhalve sprake van een aanzienlijke impuls. Met de regio heeft afstemming plaatsgevonden en de regio heeft daarover goedkeuring gegeven op onderhavig initiatief. De adviesnota van Regio Venlo is als separate bijlage aan onderhavige toelichting toegevoegd.
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1
Strategische Visie Venlo 2040
In de nieuwe strategische visie- zijn nieuwe opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden.
Hoofdstuk 4
25
Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een nietVenlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en onze voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen.
Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben ertoe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding.
De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer.
Hoofdstuk 4
26
Grenzeloos Wat betreft de grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden. Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. De vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt.
Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken. Afweging Onderhavig initiatief ziet op het verplaatsen van de discount supermarkt aan de Kraanvogelstraat naar de Kaldenkerkerweg. De beoogde discount supermarkt aan de Kaldenkerkerweg krijgt een grotere omvang dan de bestaande discount supermarkt aan de Kraanvogelstraat. Het initiatief ziet derhalve op verplaatsing en tegelijkertijd deels op uitbreiding van de discount supermarkt. Met onderhavige ontwikkeling wordt bijgedragen aan de behoefte aan een discount supermarkt die in Venlo oost momenteel nog niet aanwezig is. Daarnaast zal het plangebied met groen worden ingericht. De ontwikkeling zal derhalve bijdragen aan een aantrekkelijk verblijfsklimaat. Dit in initiatief is derhalve in overeenstemming met de Strategische Visie Venlo 2040. 4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014 Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck.
Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030.
Hoofdstuk 4
27
De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: Drukte in het ommeland: het contrast tussen het buitengebied en het stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling. Ruimte in de stad: het contrast tussen het buitengebied en het stedelijk gebied verscherpen door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten. Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering. Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving. Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief.
Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; hetzelfde georganiseerd draagvlak geniet. Kernopgave Het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied wordt kleiner. En dat is jammer, omdat dit een minder afwisselende en daardoor minder aantrekkelijke gemeente oplevert. Steden, dorpen en het buitengebied hebben ieder hun specifieke kwaliteiten. Om die kwaliteiten nog beter tot hun recht te laten komen, wordt het contrast tussen steden, dorpen en het buitengebied de komende jaren versterkt. Het bestaande bebouwde gebied in de stad en de dorpen biedt ruim voldoende capaciteit voor toekomstige stedelijke functies. Het buitengebied wordt - in tegenstelling tot vroeger - steeds meer gebruikt voor typische 'buitengebied-activiteiten', zoals toerisme en recreatie en landbouw. De gemeente wil het contrast tussen stedelijk gebied en het buitengebied verder vergroten door de specifieke kwaliteiten van zowel de stad als het land te benadrukken. Stad en land moeten elkaar aanvullen in plaats van in elkaar over te gaan. De uitbreidingsruimte van het stedelijk weefsel van stad en dorpen is begrensd door er een 'contour' omheen te trekken.
Hierbuiten worden in principe geen stedelijke functies meer toegestaan. De contouren vormen de overgangen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. Deze contouren zijn geen 'lijntje' op de kaart, maar stadsrandzones waarin de overgang van bebouwd gebied naar het (open) landschap wordt vormgegeven. Op veel plekken rondom het stedelijk gebied is er sprake van een logische begrenzing. Indien de cultuurhistorische kwaliteiten van een gebied een verdere verdichting van het landschap niet toelaten of verdragen, zijn deze gebieden buiten de contour gelaten.
Hoofdstuk 4
28
Ruimte in de stad In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid. Afweging Het plangebied is gelegen binnen de stedelijke contour, zoals aangeduid op de kaart ‘Ruimte in stad en dorp’. Nieuwe stedelijke functies, waaronder de verplaatsing en uitbreiding van een discount supermarkt een plek dienen te krijgen binnen de stedelijke contour. Het plangebied is conform de kaart ‘Ruimte in stad en dorp’ aangeduid als ‘woongebied’ en als ‘boodschappencentrum’. De locatie maakt onderdeel uit van de voorzieningenstructuur. Binnen het woongebied ligt het accent op wonen, inzetten op een sterkere mix met werken (milieucategorie 1 en 2) en diensten. Aangezien onderhavige locatie binnen het ‘boodschappencentrum’ is gelegen en onderdeel uit maakt van de voorzieningenstructuur komt het initiatief overeen met het gewenste gebruik ter plaatse van het plangebied.
Tevens wil de gemeente Venlo ‘nee’ zeggen tegen ontwikkelingen die slechts leiden tot een uitbreiding van het stedelijk gebied in plaats van tot een kwaliteitsverbetering van het bestaand stedelijk gebied. Onderhavig initiatief draagt bij aan de doelstelling van zorgvuldig ruimtegebruik. Een braakliggend gebied wordt middels de onderhavige ontwikkeling getransformeerd wat zal leiden tot een stedenbouwkundige kwaliteitsverbetering. Daarnaast zal er een discount supermarkt worden toegevoegd binnen het plangebied welke ook aansluit in het voorzieningenniveau in het oosten van Venlo, aangezien deze in de huidige situatie ontbreekt. De beoogde ontwikkeling sluit derhalve aan op de uitgangspunten binnen de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014’. 4.4.3
Detailhandelsbeleid Venlo 2015-2025
In het detailhandelsbeleid van de gemeente Venlo wordt als een uitgangspunt voor initiatieven op het gebied van detailhandel benoemd dat de ontwikkeling dient bij te dragen aan behoud en versterking van de bestaande detailhandelsstructuur. Daartoe dienen nieuwe ontwikkelingen plaats te vinden binnen of in aansluiting op bestaande, perspectiefrijke winkelcentra. Hierbij moet gedacht worden in termen van keuzes, kwaliteit en structuur. Naast de toetsing van nieuwe initiatieven aan de benoemde algemene uitgangspunten zijn in het beleid enkele specifieke toetsingscriteria geformuleerd, te weten; 1. De ontwikkeling moet passen bij het type koopgedrag dat het type winkelgebied bedient. 2. De maatvoering moet passen binnen het kader voor de maatvoering die is aangegeven per type winkelgebied indien het een supermarkt betreft. Het perspectief van het specifieke winkelgebied bepaalt vervolgens of de maximale maatvoering voor dat type winkelgebied hier van toepassing is. Alleen indien het perspectief goed is kan de bovenmaat worden aangehouden. Omstandigheden die de wenselijke maatvoering van supermarkten bepalen kunnen wijzigen, daarom wordt in de toekomst een marge van 20% gehanteerd bij toetsing van initiatieven. 3. Toevoeging van winkelvloeroppervlak is in principe alleen mogelijk in winkelgebieden met een goed perspectief.
De toevoeging dient in elk geval het betreffende winkelgebied te versterken.
Hoofdstuk 4
29
Versterking betekent dat het centrum zijn positie binnen de toekomstige structuur zou moeten verbeteren. De impact van de ontwikkeling op nabijgelegen buurt- en wijkvoorzieningen hoeft dan ook niet zwaar mee te wegen. In winkelgebieden met een redelijk of matig perspectief zijn beperktere uitbreidingsmogelijkheden voor ontwikkelingen die de functie van het centrum verbeteren, maar geen negatief effect hebben op de ruimtelijke kwaliteit en leegstand van nabijgelegen buurten wijkvoorzieningen (stabilisatie), mogelijkheden voor verplaatsing, afbouw van aanbod of functieverandering (anders) of worden in enkele specifieke gevallen mogelijkheden voor een zeer beperkte ontwikkeling in het kader van duurzame instandhouding geschetst, waarbij er wederom geen negatief effect mag zijn op de ruimtelijke kwaliteit en leegstand van nabijgelegen buurt- en wijkvoorzieningen. Per winkelgebied worden mogelijkheden toegelicht. 4. Aan transformatie naar andere functies dan detailhandel en horeca dient in alle randgebieden te worden meegewerkt met inachtneming van het voor die functies geldende beleid. Afweging Volgens het vigerende detailhandelsbeleid zijn zowel de locaties Maagdenberg als Kraanvogelstraat aangemerkt als Buurtsteunpunt.