040 bijl1. Toelichting bestemmingsplan J. Henry Dunantstraat (sectie D 720 en 2077) te Arcen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Toelichting -
Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen Gemeente Venlo
BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -
Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen Gemeente Venlo
IDN-nummer:
NL.IMRO.0983.BP202215JHDUNANT-VA01
Status:
vastgesteld
Datum:
25 mei 2023
Locatie Nijmegen St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Begrenzing plangebied Vigerende beheersverodening Leeswijzer
5 5 7 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving
11
2.1 2.2 2.3
11 11 13
Inleiding Ruimtelijke en functionele context Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleid
17
3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid
17 17 19 24
3.5
Gemeentelijk beleid
24
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten
31
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
31 31 31 32 33 35 38 40 43 43
Inleiding Geluidhinder Bodem Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Flora en Fauna Verkeer en parkeren Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5 Waterparagraaf
45
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
45 45 45 46 47 49
Inleiding Rijkswaterstaat Waterbeheerprogramma 2022-2027 De Keur en Legger Invloed van planvoornemen Conclusie
Hoofdstuk 6 Planopzet
51
6.1
51
Inleiding
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
3
6.2 6.3
De verbeelding De regels
51 51
Hoofdstuk 7 Haalbaarheid
55
7.1 7.2 7.3 7.4
55 55 55 55
Inleiding Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Conclusie
Hoofdstuk 8 De procedure
57
8.1 8.2 8.3 8.4
57 57 57 57
De te volgen procedure Kennisgeving Vooroverleg Vaststelling
Toelichting
4
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Deze toelichting heeft betrekking op het opstellen van een bestemmingsplan om de sloop van de bestaande 11 woningen en de herontwikkeling naar 11 woningen (8 levensloopbestendige woningen, 3 eengezinswoningen) aan de J. Henry Dunantstraat te Arcen (gemeente Venlo) planologisch-juridsch mogelijk te maken. Het betreffen enerzijds sociale huurwoningen en anderzijds vrije sector huurwoningen. In de vigerende beheersverordening 'Arcen Dorp' is het beoogde plangebied grotendeels bestemd als 'Wonen' en deels bestemd als 'Verkeer'. Ten opzichte van de bestaande bebouwing en huidige bestemmingen conform de beheersverordening 'Arcen Dorp', zal door de verschuiving van de bebouwing c.q. woningen middels het planvoornemen overlap vertonen met daarvoor niet bestemde gronden. De bebouwing c.q. de woningen zal namelijk gedeeltelijk enkele meters richting het westen gesitueerd worden, waardoor middels het planvoornemen woningbouw op gronden bestemd voor 'Verkeer' dan wel buiten het bouwvlak plaats zal vinden. Het bouwen van grondgebonden huurwoningen is binnen deze bestemming en buiten het bouwvlak niet mogelijk. Daarnaast biedt het plan geen afwijkings- of wijzigingsmogelijkheden om onderhavige ontwikkeling mogelijk te maken. Het doorlopen van een bestemmingsplanprocedure is derhalve noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling planologisch-juridisch mogelijk te kunnen maken.
1.2
Begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Arcen in het noorden van gemeente Venlo. De kern Arcen is gelegen in het landelijke gebied. Ten westen van het plangebied is op enkele honderden meters de Maas gestitueerd. Aan de oostkant van Arcen bevindt zich de ontsluitingsweg Rijksstraatweg (N271), waarnaast op enkele kilometers afstand de grens met buurland Duitsland is gelegen. Aan de zuidzijde van de kern Arcen bevinden zich de kasteeltuinen Arcen.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
5
Luchtfoto Arcen, plangebied rood omlijnd (Bron:SlagboomenPeeters) Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de J. Henry Dunantstraat. Aan de west-, noord- en oostzijde grenst het plangebied aan de tuinen van de aangrenzende woningen van respectievelijk de Maastraat, de Laakweg en de Trip. Het plangebied bestaat uit meerdere percelen, welke kadastraal bekend zijn als gemeente Arcen en Velden, sectie D, nummer 720 en 2077 (ged.).
6
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Uitsnede luchtfoto met kadastrale kaart, plangebied lichtblauw omlijnd
1.3
Vigerende beheersverodening
Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening ‘Arcen Dorp’, vastgesteld door de gemeenteraad op 27 januari 2016. Volgens de verbeelding gelden ter plaatse van het plangebied van het planvoornemen de enkelbestemmingen ‘Wonen’ en ‘Verkeer’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie 1’. Het gebied is aangeduid met de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - gesloten’. Het plangebied is ten noord, oost en zuiden omringt door woonbestemmingen en grenst ten zuiden aan een verkeersbestemming (Henry Dunantstraat).
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
7
Uitsnede vigerende beheersverordening 'Arcen Dorp', plangebied rood omlijnd Het voorgenomen project is in strijd met de regels van het vigerende bestemmingsplan 'Arcen Dorp' op de volgende punten; Artikel 15.2.1 a; De woningen worden gerealiseerd binnen 3 meter ten opzichte van de zijdelings perceelsgrens. Artikel 15.2.1 b; Het bebouwingspercentage van 65% wordt voor de te realiseren woningen overschreden. Artikel 15.2.2 b; De bouw en goothoogte dienen nader uitgewerkt te worden. Het bestemmingsplan voorzien nu binnen de bestemming ‘Wonen’ in een maximaal toegestane goot hoogte van 6 meter en maximale bouwhoogte van 10 meter. Artikel 15.2.2 d 1; De voorgeschreven bouwdiepte van maximaal 10 meter wordt mogelijk overschreden. Artikel 15.2.2 e; Diverse woningen liggen binnen de voorgeschreven afstand van 3 meter ten opzichte van de zijdelingse perceelsgrens. Artikel 15.2.4 a en b erf en perceelafscheidingen kunnen strijdig zijn voor wat betreft hoogte en positionering. Artikel 17.2.1; Het bouwperceel is > 500m², hierdoor wordt de oppervlakteondergrens uit het bestemmingsplan ruimschoot overschreden. Hierdoor is onderzoek naar de aanwezige archeologische waarden vereist en zullen nader voorschriften worden gesteld aan het bouwplan en bij behorende grond roerende werkzaamheden.
Artikel 17.4.1 / 17.5.1; Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘het uitvoeren van een werk geen bouwwerkzaamheden’ en ‘Sloop’, grondroerende werkzaamheden uit te voeren 0,4 meter beneden maaiveld, het maaiveld te egaliseren, ophogen of verlagen, of bestaande opstallen te slopen beneden 0,3 meter boven maaiveld. Hierdoor is archeologisch onderzoek naar de aanwezige waarden vereist en zullen nadere voorschriften worden gesteld aan de uit te voeren (sloop-)werkzaamheden. Artikel 13.1.a; Woning 1 en 2 en bij behorende tuinen passen niet binnen de bestemming ‘Verkeer’.
8
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Artikel 13.2.1; Woning 1 en 2 zijn geen bouwwerken ten behoeve van openbaar nut. Artikel 13.2.2; Erf en perceelafscheidingen bij woning 1 en 2 kunnen strijdig zijn met deze bepaling voor bouwwerken geen gebouw zijnde. Het realiseren van de nieuwe grondgebonden woningen is, door de verschuiving op onderhavige locatie, op grond van het vigerende planologische regime derhalve niet mogelijk. Om het beoogde plan te realiseren is een herziening middels een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk. In deze toelichting wordt de herziening van het bestemmingsplan onderbouwd en worden de mogelijkheden die het nieuwe bestemmingsplan gaat bieden, afgewogen. In de regels wordt een gedetailleerde regeling van de nieuwe bestemmingen gegeven en wordt duidelijk wat de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied zijn. De verbeelding (plankaart) betreft een visuele weergave hiervan. Het bestemmingsplan is opgezet conform de eisen die de Wro en de gemeente Venlo daaraan stellen. De regels zijn opgesteld conform de standaardregels SVBP2012 en de plansystematiek van de beheersverordening 'Arcen Dorp'. De verbeelding voldoet aan de meest actuele digitaliseringseisen conform IMRO2012.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in Hoofdstuk 2 het planvoornemen besproken. In Hoofdstuk 3 wordt vervolgens ingegaan op de relevante beleidskaders van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In Hoofdstuk 4 komen de milieu- en omgevingsaspecten aan bod. De wateraspecten in vorm van een waterparagraaf zijn aangegeven in Hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 bevat de toelichting op de juridische planopzet en de planregels. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op respectievelijk de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Ten slotte komt in Hoofdstuk 8 de procedure aan bod.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
9
10
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied, de ligging in breder verband van het plangebied en de toekomstige situatie beoogd door het planvoornemen.
2.2
Ruimtelijke en functionele context
Het plangebied is gelegen in de kern Arcen en wordt aan de zuidzijde begrensd door de J. Henry Dunantstraat. Aan de west-, noord- en oostzijde grenst het plangebied aan de tuinen van de aangrenzende woningen van respectievelijk de Maastraat, de Laakweg en de Trip. De directe omgeving wordt dan ook gekenmerkt als een rustige woonomgeving. De woningen in de omgeving zijn overwegend grondgebonden woningen (vrijstaand, halfvrijstaand en geschakeld) in twee bouwlagen met kap. In de huidige situatie bevinden zich 11 ouderenwoningen in het plangebied. Deze woningen, die in 1971 gebouwd zijn, bestaan uit één bouwlaag met kap. Aan de westkant van het plangebied twee ouderenwoningen gesitueerd. Deze zijn in de richting van de J. Henry Dunantstraat georïenteerd en enigzins teruggelegen. De andere negen ouderenwoningen zijn gesitueerd rondom een groen veldje, met daar omheen voetpaden, dat fungeert als een semi-openbare ruimte. In het plangebied is aan de oostkant in parkeervoorzieningen voorzien, welke ontsloten worden door middel van een inrit vanaf de J. Henry Dunantstraat . Er worden tevens auto's op de rijbaan van de J. Henry Dunantstraat (langsparkeren) geparkeerd. Dit betreffen ongeveer 14 parkeerplaatsen.
Impressie woningen aan de J. Henry Dunantstraat (Bron: Google Street View)
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
11
Impressie woningen aan de J. Henry Dunantstraat (Bron: Google Street View)
Kijkend in oostelijke richting van het plangebied (Bron: Google Street View)
Luchtfoto, plangebied rood omlijnd (Bron:SlagboomenPeeters) De directe omgeving van het plangebied bestaat uit geschakelde tweeondereenkap woningen, geschakelde rijwoningen en vrijstaande eengezinswoningen. Aan de oostkant van het plangebied bevindt zich een
12
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
doorgang vanaf de J. Henry Dunantstraat, langs de vier parkeerplaatsen in het plangebied, naar de Laakweg ten noorden van het plangebied. Ten westen van het plangebied en de J. Henry Dunantstraat ligt gebiedsontsluitingsweg de Maastraat. Het centrum van Arcen is op loopafstand ten zuiden van het plangebied gesitueerd. Hier bevinden zich horeca- en winkelgelegenheden. Gelegen aan het centrum bevinden zich aan de zuidkant van de bebouwde kom de Schanstoren van Arcen (ter hoogte van de passantenhaven) en de Kasteeltuinen van Arcen. Ten oosten van Arcen vormt de Rijksstraatweg (N271) de grens tussen de kern van Arcen en een groot bebosd gebied aan de grens met buurland Duitsland. De provinciale ontsluitingsweg verbindt Arcen op grote schaal met Venlo (zuidkant) en Papenbeek (noordkant). De rivier de Maas vormt de grens aan de westkant van de kern Arcen.
Ligging plangebied in breder verband
2.3
Toekomstige situatie
Het planvoornemen voorziet in de vervanging van de bestaande bebouwing (11 ouderen woningen) aan de J. Henry Dunantstraat te Arcen door de bouw van 8 levensloopbestendige woningen en 3 eengezinswoningen. Het betreffen enerzijds sociale huurwoningen en anderzijds vrije sector huurwoningen. In de huidige situatie zijn de 11 woningen aangesloten op gas, middels het planvoornemen worden nu 11 gasloze woningen gerealiseerd. De woningen worden zo veel mogelijk op het huidige bouwvlak gerealiseerd. Door de ontsluiting niet meer aan de achterzijde van de woningen, maar aan de voorzijde te situeren, ontstaan er wijzigingen ten opzichte van het huidige bouwvlak c.q. footprint van de bestaande woningen, waarbij de twee nieuwe woningen aan de westzijde meer naar voren worden gesitueerd. Vanuit ruimtelijk oogpunt wordt het als een verbetering gezien dat de woningen een entree krijgen aan de voorzijde, zodat sprake is van een duidelijke oriëntatie op de aangrenzende openbare ruimte. De entrees zijn
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
13
duidelijk zichtbaar, wat bijdraagt aan een verhoging van de sociale veiligheid en de ruimtelijke kwaliteit in en rondom het plangebied. De levensloopbestendige woningen krijgen een bouwlaag met een kap, wat past binnen de identiteit van het gebied en overeenkomt met de huidige situatie. De eengezinswoningen krijgen twee bouwlagen met een kap, waarmee de woningen passen binnen het beeld van de directe omgeving. De 2 levensloopbestendige woningen aan de J. Henry Dunantstraat krijgen, net als in de huidige situatie, een voortuin. Door het bouwvlak van de 2 levensloopbestendige woningen aan de westzijde van het plangebied enkele meters richting de J. Henry Dunantstraat te verschuiven, neemt de grootte van de achtertuinen, en hiermee de privacy van omwonenden, toe. De 9 woningen (6 levensloopbestendig en 3 eengezins) worden net als in de huidige situatie gesitueerd rondom het groene semi-openbare hofje, het Delfts stoepje. De 3 eengezinswoningen worden daarbij op de 'kop' van het hofje gesitueerd. Voor de ruimtelijke kwaliteit is het belangrijk dat de woningen aan de J. Henry Dunantstraat een aantrekkelijke gevel hebben. Om het ‘hofje’ aan de zijde van de J. Henry Dunantstraat meer uitstraling te geven, hebben de woningen op de hoek (op afbeelding met woningbouw verderop in paragraaf aangeduid als LL 3 en LL) een entree aan de Dunantstraat gekregen.
Daarnaast krijgen deze woningen een groene erfafscheiding tot ca. maximaal 50% van de breedte van het perceel aan de straatzijde. Hierdoor wordt voorkomen dat er een wildgroei aan erfafscheidingen aan de straatzijde ontstaat. Deze groene begrenzing wordt ook om de hoek doorgetrokken, omdat deze zijde ook duidelijk zichtbaar is vanuit de omgeving van het plangebied en hierom een bepaalde kwaliteit moet uitstralen.
Inrichtingstekening van het planvoornemen, oude bebouwing woningen geelgestippeld omlijnd Op voorgaande afbeelding is te zien hoe de nieuwe woningen, conform het planvoornemen zich verhoud tot de bestaande woningen. De beoogde bebouwing van de nieuwe woningen komt over het algemeen vrijwel overeen met de bestaande bebouwing van de oude woningen. Het oppervlak c.q. footprint van de nieuwe woningen neemt daarbij af, waardoor sprake is van minder bebouwd oppervlak. Een aanvulling hierop is dat de twee levensloopbestendige woningen aan de westzijde van het plangebied conform het planvoornemen iets dichterbij de J. Henry Dunantstraat gesitueerd worden. Dit is gedaan om de achteruinen van deze woningen te vergroten, waardoor de afstand tot achterliggende woningen, en hiermee de privacy, toeneemt. Voor de eenzelfde reden geldt dat de 3 eengezinswoningen ten noorden van het groene hofje enkele meters richting het
14
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
zuiden verplaatst worden ten opzichte van de oude situatie. De 6 levensloopbestendige woningen rondom het groene hofje worden in de beoogde situatie enkele meters in westelijke richting gesitueerd ten opzichte van de huidige situatie. De conform het planvoornemen benoemde verplaatsingen van de bouwvlakken ten opzichte van de huidige situatie betreffen veelal enkele meters. De verplaatsingen van de bouwvlakken dragen, in het kader van privacy en het vergroten van de achtertuinen, bij aan een beter woon- en leefklimaat in en rondom het plangebied. Gezien de kleine aanpassingen van de bouwvlakken ontstaat er planologisch en ruimtelijk geen geheel nieuwe situatie in het plangebied, de huidige situatie wordt enkel geoptimaliseerd.
Woningbouw voorzien in planvoornemen (LL=levensloopbestendig, EGW=Eengezinswoning)
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
15
Parkeerplaatsen conform planvoornemen De bewoners van de toekomstige woningen parkeren, net als in de huidige situatie, parallel aan de J. Henry Dunantstraat (op de rijbaan). Hier is ter hoogte van het plangebied over een lengte van ongeveer 70 meter ruimte voor 11 parkeerplaatsen (langsparkeren). Daarnaast zijn er ook 8 parkeerplekken op eigen terrein gesitueerd. Dit zijn er drie meer als in de huidige situatie. Deze parkeerplekken worden in het noordoosten van het plangebied gevestigd. Middels een pad (doorsteek) worden deze parkeerplaatsen aangesloten op het hofje. Het aantal parkeerplaatsen komt hiermee op 19 parkeerplaatsen waarmee net als in de huidige situatie ruimschoots wordt voorzien in de parkeerbehoefte (1,7 parkeerplaats per woning).
16
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Hoofdstuk 3 3.1
Beleid
Inleiding
Bij ieder plan vindt inkadering binnen het overheidsbeleid plaats. Door een toetsing aan Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van Rijk en de provincie Limburg worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd randvoorwaarden geven voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan. Tevens komt de ladder voor duurzame verstedelijking in dit hoofdstuk aan bod.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De nationale omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. Deze visie is door het Rijk opgesteld in het kader van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting per 1 januari 2023 in werking treedt. Aan de hand van een toekomstperspectief is hierin de lange termijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden de volgende vier prioriteiten onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaat adaptatie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstigbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied.
Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het Rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Met de NOVI wordt gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden, waarbij wordt gestreefd naar de verdere ontwikkeling van het Stedelijk Netwerk Nederland. De wens is om daar naar toe te groeien en een goed bereikbaar netwerk van steden en regio’s te realiseren. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Het kabinet heeft voor de korte termijn daarom een pakket aan maatregelen voorgesteld om de woningbouw een nieuwe, stevige impuls te geven. De locaties bevinden zich in het Stedelijk Netwerk Nederland. De ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. De opgave is daarbij om de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar een verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht. Daarnaast streeft het kabinet ernaar om in 2030 te voldoen aan de huidige WHO-advieswaarden. Ook het tot een verwaarloosbaar niveau terugbrengen van omgevingsrisico's als gevolg van industriële activiteiten en
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
17
transport (omgevingsveiligheid) is onderdeel van de opgave. Gevolg planvoornemen Het planvoornemen betreft de sloop van 11 oude woningen. Ter vervaning van deze woningen worden 8 levensloopbestendige woningen en 3 eengezinswoningen teruggebouwd. Het netto aantal toegevoegde woningen bedraagd 0. Hiermee geldt dat het planvoornemen geen stedelijke ontwikkeling is. Wel is sprake van een kwalitatieve verbetering van de woningvoorraad door de herontwikkeling omdat oude woningen die niet meer voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd vervangen worden door nieuwe betaalbare woningen die dit wel doen en specifiek bedoeld zijn voor de doelgroep ouderen (levensloopbestendige woningen) en starters (eengezinswoningen). Bovendien voorziet de NOVI niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Hiermee sluit het planvoornemen aan bij de NOVI. 3.2.2 Besluit en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2.
kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Gevolg planvoornemen Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen. De Barro en het Rarro hebben geen consequenties voor het planvoornemen en vormt derhalve geen belemmering voor het planvoornemen.
3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1.6, lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - de zogenoemde Ladder voor duurzame verstedelijking - dient een toelichting op een bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling een beschrijving te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voor dit planvoornemen geldt dat het geen stedelijke ontwikkelings betreft. Een stedelijke ontwikkeling vindt plaats bij een netto toevoeging van 12 of meer woningen. Het aantal netto toegevoegde woningen middels het
18
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
planvoornemen betreft 0. Er worden immers 11 verouderde woningen gesloopt en vervangen door 11 nieuwe woningen die voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd. Het betreft enkel de transfromatie van de woningvoorraad naar kwalitatieve woningen voor de juiste doelgroep. Hierom geldt het planvoornemen niet als een stedelijke ontwikkeling is aan te merken en de Ladder voor duurzame verstedelijking daarmee niet van toepassing is op het planvoornemen.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Limburg In de op 1 oktober 2021 vastgestelde Omgevingsvisie Limburg heeft de provincie haar lange termijn visie vastgelegd. Deze Omgevingsvisie dient als vervanging van de provinciale Omgevingsvisie POL2014. De nieuwe Omgevingsvisie Limburg heeft betrekking op het beschermen én benutten van de fysieke leefomgeving. De visie heeft betrekking op onderwerpen waarvoor de Provincie wettelijk verantwoordelijk is, maar ook onderwerpen die van groot (provinciaal) belang zijn voor onze provincie. Overleg en samenwerking, solidariteit en vakmanschap staat daarbij voorop, net al waarden als kwaliteit en geluk en met aandacht voor alle stakeholders én de samenleving als geheel. De visie heeft betrekking op drie hoofdopgaven: 1.
een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving in zowel stedelijk c.q. bebouwd gebied als landelijk gebied; 2. een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); 3. klimaatadaptatie en energietransitie. De provincie ziet Limburg in 2050 stevig ingebed in euregionaal verband, via goed verknoopte infrastructuren, door sociale en economische banden én door bestuurlijke samenwerking. Het is er goed leven, leren, wonen en werken, vanwege een goed vestigingsklimaat, de sterke sociale cohesie en de uitstekende omgevingskwaliteiten. Dit met welvaart, welzijn en een gezonde, leefbare en veilige leefomgeving voor alle inwoners. Om dat te bereiken is niet alleen de provincie aan zet, maar ook andere overheden, maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven én inwoners. Samen en ieder vanuit zijn eigen kracht. Het maken van afwegingen omtrent het benutten van ruimte gebeurt aan de hand van de zogenoemde Limburgse principes. Voor zover relevant voor onderhavig planvoornemen gaat het over: Het nastreven van een inclusieve, gezonde en veilige samenleving, waarbij de inrichting en ontsluiting van gebieden uitnodigt tot ontmoeten, recreëren en maatschappelijke betrokkenheid. De kenmerken en identiteit van gebieden staan centraal. Een gebiedsgerichte aanpak is de basis voor samenwerking met andere partijen en initiatiefnemers.
Er is dus ruimte voor maatwerk. Meer stad, meer land. We koesteren de variatie in gebieden. Stedelijke functies worden geconcentreerd in compacte steden en dorpen. Landelijke gebieden worden als tegenhanger van de drukkere stedelijke gebieden ontwikkeld. Zorgvuldig omgaan met ruimte en voorraden, zowel onder- als bovengronds. We zetten in op een sociaaleconomische ontwikkeling zonder vraagstukken af te wentelen naar de volgende generaties. In onze afwegingen betrekken we naast de impact op mens, economie en welvaart ook de impact op de omgeving en het milieu. We streven naar functiecombinaties en benutten bestaande functies optimaal. Wonen Concreet ten aanzien van wonen wordt een passend aanbod van woningen nagestreefd in zowel steden als dorpen. De overgangen tussen bebouwde gebieden en het landelijk gebied zijn optimaal ingericht voor stads(kringloop)landbouw, recreatie, natuur- en landschapsbeleving en klimaatadaptieve voorzieningen. Een woningaanbod en planvoorraad waarbij vraag en aanbod goed in evenwicht zijn is benoemd als provinciaal belang. Dat evenwicht is nodig op zowel kwantitatieve als kwalitatieve aspecten. Kortgezegd: voldoende
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
19
(betaalbare) woningen, op het juiste moment beschikbaar, op de juiste locatie en van de juiste kwaliteit. De provincie wil het voorgaande graag samen met haar partners realiseren. Het streven is een leefomgeving te (blijven) bieden waar mensen zich prettig voelen en waarin mensen kunnen wonen in een zelf gekozen woning en woonomgeving, die past bij zowel hun mogelijkheden als hun levensfase. Daarbij gaat het niet alleen om de spreekwoordelijke stenen, maar door in samenhang naar woonopgaven te kijken, leggen we op wijk-/buurtniveau de juiste verbindingen tussen sociale en fysieke woonopgaven (wonen, zorg, welzijn en leefbaarheid) en een duurzame, veilige en gezonde leefomgeving met gevarieerde woonmilieus. Daarmee willen we verdere segregatie voorkomen en ruimtelijk sturen door te prioriteren op inbreiding (herstructurering/ herbestemming), conform de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Er dient gezien het voorgaande een herstructurering/transformatie van de bestaande woningvoorraad plaats te vinden, aangezien er nauwelijks bevolkingsgroei meer is. Daarbij zal primair worden gekozen voor inbreiding, aanpassing en functieverandering en slechts beperkte uitbreiding. Uitbreiding via uitleggebieden kan slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, met als uitgangspunt bouwen voor eigen behoefte.
Hierbij is aandacht voor huisvesting van bijzondere doelgroepen (woonurgenten) en de aanpak van leegstand. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De groei eindigt, maar niet in de hele provincie gelijktijdig en op dezelfde manier: de top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028 resp. 2030. Overal moet de programmering ‘over de top heen kijken’, ook in de regio’s Noord en Midden, waar de woningbehoefte vooralsnog toeneemt. Dat vergt andere benaderingen, als inbreiding in plaats van uitleglocaties, planmatig verdichten en verdunnen. De opgave ligt vooral in het onttrekken van incourante (particuliere) woningen, het omvangrijk genoeg houden (c.q. maken) van het aanbod aan huurwoningen, en het planologisch niet meer uitbreiden van hetgeen er al in overvloed is. Allereerst gaat het daarbij om het toekomstbestendig houden en maken van de bestaande woningvoorraad. Daarbij is ook van belang dat maatschappelijke trends (inclusief demografische trends) een vraag opleveren naar andere woningen dan de voorraad nu biedt. Bijvoorbeeld meer vraag naar woningen voor eenpersoonshuishoudens, in plaats van de gezinswoningen, meer vraag naar aanpasbare en grondgebonden (sociale) huurwoningen, naar levensloopbestendige woningen en naar energiezuinige woningen.
Deze kwalitatieve opgave moet, gezien de afnemende kwantitatieve vraag, vooral gerealiseerd worden in de bestaande woningvoorraad, waarbij nieuwbouw (in de vorm van uitbreiding dan wel vervanging) vooral moet worden ingezet om te voorzien in de vraag naar datgene waaraan ook op langere termijn het meest behoefte bestaat. Gevolg planvoornemen Het plangebied betreft een binnenstedelijke locatie. Met de herstructurering van 11 woningen middels het planvoornemen zal de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in en rondom het plangebied toenemen. Door de sloop van 11 oude ouderenwoningen en de terugbouw van 8 levensloopbestendige woningen en 3 eengezinswoningen neemt de kwaliteit van de bebouwing in het plangebied en de woningvoorraad toe. De kwaliteit van de centraal in het plangebied gelegen groene hofje blijft behouden. Door het terugbouwen van 8 levensloopbestendige woningen en 3 eengezinswoningen, voor de doelgroep ouderen en starters, wordt voorzien in de juiste behoefte. Samenvattend staan de woningen op de juiste locatie, hebben de woningen de juiste kwaliteit en worden ze gebouwd voor de juiste doelgroep.
20
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
3.3.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 Gelijktijdig met het Provinciaal Omgevingsplan 2014 (POL2014) is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Daarin heeft de juridische doorwerking van het omgevingsbeleid uit het POL2014 plaatsgevonden. Hoewel in oktober 2021 inmiddels de nieuwe Provinciale Omgevingsvisie Limburg is vastgesteld en voorsorterend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet in januari 2023 ook het nieuwe Ontwerp Omgevingsverordening Limburg (2021) is vastgesteld, geldt vooralsnog de Omgevingsverordening Limburg 2014. De nieuwe verordening treedt pas in werking na bekendmaking, hetgeen wordt gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Op dat moment vervalt de Omgevingsverordening Limburg 2014. De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat een hoofdstuk ‘Ruimte’, waarin instructieregels zijn opgenomen die gemeenten in acht dienen te nemen bij het opstellen en vaststellen van onder meer bestemmingsplannen. Van die instructieregels zijn de volgende onderwerpen van belang, waarbij per onderwerp wordt ingegaan op de relatie met het planvoornemen. Ladder voor duurzame verstedelijking In de Omgevingsverordening Limburg 2014 (artikel 2.2.2) is nogmaals geborgd dat in geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking, zoals neergelegd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro.
Daarbij dient tevens te worden ingegaan op de mogelijkheden voor herbenutting van leegstaande monumenten of beeldbepalende gebouwen. In paragraaf 3.2.3 is reeds ingegaan op de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals die is geborgd in artikel 3.1.6, tweede lid Bro en daarin is onderbouwd dat wordt voorzien in c.q. voldaan aan de afwegingen rondom (duurzaam) ruimtegebruik waar de ladder om vraagt. De extra trede die door de provincie Limburg is toegevoegd aan de Ladder betreft de afweging of het plan kan worden gerealiseerd door herbenutting van leegstaande monumentale of beeldbepalende gebouwen. Daar kan binnen onderhavig plangebied niet concreet in worden voorzien omdat sprake is van de sloop van verouderde woningen die niet meer voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd, waarbij geen sprake is van enige monumentele of bepalende waarde. Wonen In de verordening (artikel 2.4.2) is verder bepaald dat een ruimtelijk plan, zoals een bestemmingsplan, voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg niet mag voorzien in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen en/of aan de bestaande planvoorraad woningen, tenzij het plan voldoet aan de vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg.
In de toelichting op het plan dient te worden verwoord hoe een woningbouwplan zich verhoudt tot de afspraken die zijn vastgelegd in de Structuurvisie en hoe het plan bijdraagt aan de regionale opgave, gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen. Voor het planvoornemen geldt dat het netto aantal toegevoegde woningen 0 bedraagt, waarbij voorzien wordt in nieuwe kwaltitatieve woningen die voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd voor de doelgroep ouderen en starters. Tevens behoeft verder geen verantwoording afgelegd te worden hoe het plan bijdraagt aan regionale opgaven, omdat het aantal woningen gelijk blijft en geen sprake is van het toevoegen van woningen. Gelet op het voorgaande voldoet het plan daarmee ook aan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Boringsvrije zone Venloschol Nagenoeg de gehele gemeente Venlo is in de verordening aangeduid als milieuzone 'Boringsvrije zone Venloschol'. De grondwatervoorraden worden in dit gebied afgedekt door slecht doorlatende kleilagen. Deze vormen een natuurlijke, geologische bescherming tegen verontreiniging. Daardoor is het grondwater in deze gebieden van zeer hoge kwaliteit. Dat water wil de provincie ook voor de toekomstige generaties veiligstellen.
Doorboring van die beschermende kleilagen wordt dus zoveel mogelijk tegengaan door onder meer boringen dieper dan 5 meter boven NAP of de toepassing van gesloten bodemenergiesystemen en aardwarmtesystemen uit te sluiten. Bij de provincie kan eventueel een ontheffing van deze verboden worden verkregen.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
21
Het plangebied is conform de omgevingsverordening Limburg 2014, en hiermee ook in het ontwerp omgevingsverordening Limburg, gelegen in de milieuzone 'Boringsvrije zone Venloschol' en tevens in een niet freatisch grondwaterbeschermingsgebied. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op ingrepen waarvoor verboden gelden als opgenomen in de provinciale verordening. Mochten dergelijke ingrepen in de toekomst alsnog aan de orde zijn, dan worden die activiteten gereguleerd via de provinciale verordening en dient in voorkomend geval ontheffing te worden gevraagd bij Gedeputeerde Staten. Het planvoornemen is daarom niet in strijd met de verordening op dit punt en er bestaat ook geen aanleiding in dit bestemmingsplan te voorzien in regels ter bescherming van de boringsvrije zone dan wel grondwaterbeschermingsgebied in aanvulling op de provinciale verordening.
Ligging plangebied binnen Boringsvrije zone Venloschol en niet freatisch grondwaterbeschermingsgebied In artikel 7.2 van de omgevingsverordening Limburg 2014 wordt de rioolplichtontheffing gewaarborgd. De gemeente is verplicht om binnen de gemeentegrenzen de inzameling en de afvoer van het afvalwater te verzorgen. Dit gebeurt via een vuilwaterriool of een ander passend systeem.
22
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Plangebied gelegen binnen rioolplichtontheffingsgebied Voor het plangebied geldt dat het conform de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelegen is in een rioolplichtontheffingsgebied. In de belangen van het beschermen van het milieu kan door een gemeente een rioolplicht ontheffing aangevraagd worden bij de provincie. Tot slot is het plangebied uitgesloten voor windturbines. 3.3.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Inmiddels heeft Provinciale Staten op 17 december 2021 een nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Deze verordening is nog niet in werking omdat deze verordening is gebaseerd op de Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking zal treden. Daarmee is automatisch de erkingtreding van de Omgevingsverordening Limburg 2021 ook uitgesteld tot die datum. Tot die tijd blijft de Omgevingsverordening Limburg 2014 gelden (zei paragraaf .3.3.2). De Omgevingsverordening Limburg 2021 kent voor een aantal onderwerpen andere regels, of regels onder een andere benaming dan de Omgevingsverordening Limburg 2014. Het plangebied is binnen de vigerende Omgevingsverordening 2014 aangeduid als bebouwd gebied en in de vastgestelde Omgevingsverordening 2021 aangeduid als 'landelijke kernen'. Wonen is in beginsel alleen maar toegestaan in bebouwd gebied. Voorliggend plan voldoet hier zowel is onder de huidige als nieuwe verordening aan.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
23
3.4
Regionaal beleid
3.4.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 - 2024 De Structuurvisie Wonen van de regio Noord-Limburg zet voor nieuwbouwprojecten in op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Om richting te geven aan de benodigde aantallen per doelgroep wordt er gebruik gemaakt van huishoudensprognoses. Nieuwbouwprojecten dienen invulling te geven aan de mismatch tussen de huidige woningvoorraad en de huishoudensprognoses. Een goede onderbouwing van de woningbehoefte blijft leidend. Daarom kiest de regio ervoor om te werken met kwalitatieve richtlijnen. De uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn zijn: Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; Het realiseren van woningen kan een middel zijn om andere opgaven aan te pakken zoals leegstand en invulling van cultureelhistorische waardevolle panden (Koppelkansen); Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergrote van het kwetsbare woningoverschot; Het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; Nastreven van sociaal duurzame woonconcepten; Aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Plannen die meer dan 10 woningen omvatten, worden regionaal afgestemd.
Gevolg planvoornemen Het planvoornemen, beoogd binnen de kern van Arcen, voorziet in de sloop van 11 oude ouderenwoningen en de herbouw van 8 levensloopbestendige woningen en 3 eengezinswoningen en valt hiermee onder de kwalitatieve richtlijn waarbij de nieuwe woningen een bijdrage leveren aan de kwalitatieve behoefte binnen de kern. Gezien het netto aantal toegevoegde woningen van 0 leidt het planvoornemen niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot én hoeft het plan niet regionaal afgestemd te worden. Het planvoornemen is passend binnen de gestelde kaders van Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024.
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1 Strategische Visie Venlo 2040 De Strategisch Visie Venlo 2040 is de opvolger van de Strategische Visie Venlo 2030. Het betreft een actualisatie vanwege diverse ontwikkelingen in de afgelopen jaren. De belangrijkste ontwikkelingen betreffen: Klimaat en energie Groeiende verschillen binnen de gemeenschap van Venlo Versterking economisch fundament Veranderende samenstelling van gemeenschappen In deze geactualiseerde strategische visie zijn nieuwe opgave toegevoegd zoals hiervoor aangegeven. Als leidraad voor het bestaande 'stedelijke' beleid staat de strategische koers gericht op 2030 nog steeds recht overeind, te weten: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden en de economie draaiende te houden. Ten aanzien van Venlo kan het volgende beeld worden geschetst in 2040. Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een niet-Venlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van onze economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn.
Woningbouw dient vooral plaats te vinden binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke
24
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en de voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en er is werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern.
In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst zal Venlo zich op een sleutelpositie bevinden binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament die dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness verder is verbreed. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. We hebben ontdekt dat menselijk kapitaal schaarser is geworden en er zorgvuldig mee moet worden omgegaan.
Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer. Grenzeloos Wat betreft onze grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. Onze vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
25
Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken. Gevolg planvoornemen Onderhavig planvoornemen draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat, waarbij herstructurering en nieuwbouw plaatsvindt binnen het bestaand bebouwd gebied. Het aanbod van woningen wordt beter afgestemd op de behoefte aan betaalbare, duurzame, levensloopbestendige en grondgebonden sociale en vrije sector huurwoningen. Het project is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2040. 3.5.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo 2014 Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck.
Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema’s, de zogenaamde ‘majeure opgaven’: 1. Drukte in het ommeland, 2. Ruimte in de stad, 3. Leven met de Maas, 4. Voorzieningen op maat, 5. Robuuste structuren. Daarnaast zijn er drie basisprincipes geformuleerd die op elk ruimtelijk initiatief van toepassing zijn. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Gevolg planvoornemen Het plangebied ligt conform de Ruimtelijke Structuurvisie 2014 binnen de contour stedelijk/dorpsgebied. Op voorliggende ontwikkeling is daarom majeure opgave 2, ‘ruimte in de stad’ van toepassing. In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid. Binnen de contour stedelijk/dorpsgebied is het plannen van vervangende woningbouw in beginsel mogelijk.
Met de ontwikkeling wordt optimaal gebruik gemaakt van beschikbare ruimte binnen het stedelijk weefsel. De ontwikkeling leidt tot een kwaliteitsverbetering (oude ouderenwoningen worden vervangen door levensloopbestendige woningen en eengezinswoningen, welke voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd) van het bestaand stedelijk gebied en versterkt de structuur ter plaatse. Het plan wordt hiermee niet in strijd met de Structuurvisie Venlo bevonden.
26
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
3.5.3 Woonvisie 2021 - 2026 In september 2021 is de Woonvisie 2021 - 2026 vastgesteld, als vervanger van de woonvisie voor de periode 2016 - 2021. De wereld op het gebied van wonen ziet er in 2021 heel anders uit dan bij vaststelling van de vorige lokale woonvisie in 2016. Met deze nieuwe Venlose woonvisie worden de kaders geschept waarbinnen de huidige opgaven opgepakt kunnen worden. De visie gaat uit van drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt: 1. Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgave om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio en wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties. 2. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk.
Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. 3. Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden. Bij voornoemde hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd. Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van drie ordenende principes: versnellen, verbinden en vernieuwen: Versnellen: waar mogelijk worden kansen gepakt om opgaven versneld op te pakken. Verbinden: wonen staat niet op zichzelf, daarom wordt de verbinding met andere beleidsterreinen gezocht, maar ook met andere opgaven en vraagstukken; wonen kan hierin een deel van de oplossing vormen. Vernieuwen: hiermee wordt bedoeld dat we open staan voor nieuwe initiatieven, woonvormen en instrumenten om knelpunten binnen het wonen op te lossen.
Bij de vaststelling van de woonvisie is door de gemeenteraad ook een amendement aangenomen, waardoor ook het realiseren van een klimaatbestendige stad Venlo in het jaar 2050 als belangrijke opgave aan de woonvisie is gekoppeld.
Gevolg planvoornemen Onderhavig plangebied is gelegen in de kern Arcen, waar ingezet wordt op het vergroten van de woon aantrekkelijkheid door inzet op leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de bestaande woningvoorraad. De voorgenomen ontwikkeling past binnen het lokale woonbeleid zoals beschreven in de Woonvisie 2021-2026. De ontwikkeling sluit kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte en voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan bestaand stedelijk gebied. Verouderde ouderenwoningen worden vervangen door duurzame en levensloopbestendige woningen, die voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd. Er is
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
27
met het planvoornemen sprake van transformatie van de bestaande woningvoorraad waarbij nieuwe woningen worden gerealiseerd voor de doegroep ouderen en starters. Het voornemen is derhalve passend bij de opgaven zoals geformuleerd in de Woonvisie. 3.5.4 Welstandsnota gemeente venlo 2013 De gemeenteraad van Venlo heeft op 29 januari 2014 de Welstandsnota gemeente Venlo 2013 vastgesteld. De kernopgave van de nota is het waarborgen van de kwaliteit van de verschijningsvorm van bouwwerken. Het doel van de nota is: Meer vrijheid en verantwoordelijkheid geven aan de burgers en bedrijven van Venlo Een sneller en slagvaardiger uitgevoerd welstandsbeleid en een betere dienstverlening Verbetering van de toegankelijkheid van de welstandsnota en daarmee betrokkenheid creëren van burgers en bedrijven bij de kwaliteit van hun directe fysieke leefomgeving Betere regie op de verschijningsvorm voor een aantrekkelijke fysieke leefomgeving
Uitsnede van welstandskaart Conform de kaart behorende bij de welstandsnota, is het besluitgebied gelegen in een gebied dat vrijgegeven wordt in de welstandsnota. Het welstandsbeleid is gericht op herstel en het in stand houden van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit en structuur. Er wordt ingezet op het behouden van historische relicten en het versterken van de landschappelijke kwaliteiten en cultuurhistorische waarden. Er zijn binnen het plangebied op basis van de welstandsnota geen aanvullende waarden gelegen. 3.5.5 Uitgangspunten dynamische woningbouwprogrammering De “Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering” zijn op 26 april 2011 vastgesteld en vormen de lokale vertaling van de woningbouwkaders die in de voormalige Woonvisie Regio Venlo e.o. 2011-2015 waren vastgelegd. Alle woningbouwinitiatieven worden aan de “Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering” getoetst. Het voorgenomen initiatief betreft in principe een categorie plan. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1.
In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Vanuit de gemeente wordt niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of
28
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
een andere fasering. Bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering is mogelijk na overleg. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een B&W besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Voor deze plannen staat onderling gesprek centraal, om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Onderhavig plan is opgenomen in categorie 2. De ontwikkeling sluit kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte en voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan bestaand stedelijk gebied. Verouderde ouderenwoningen worden vervangen door duurzame en levensloopbestendige woningen, die voldoen aan de eisen en woonwensen van deze tijd. Er is met het planvoornemen sprake van transformatie van de bestaande woningvoorraad waarbij nieuwe woningen worden gerealiseerd voor de doegroep ouderen en starters.
Het voornemen past hierom binnen de uitgangspunten van de dynamische woningbouwprogrammering. Afwegingskader woningbouwprogramma Venlo Om nieuwbouwplannen systematisch en puntsgewijs te kunnen toetsen, heeft de gemeente Venlo het 'Afwegingskader Woningbouwprogramma' vastgesteld. Dit puntensysteem biedt de gemeente houvast voor het toetsen van bepaalde nieuwbouwplannen. In dit puntensysteem zijn 15 toetsingscriteria opgenomen welke vervolgens inzicht geven in de vraag of een bepaald plan niet wenselijk is, te heroverwegen is of dat het plan direct kan worden uitgevoerd. Dit initiatief is dan ook getoetst aan het in januari 2017 vastgestelde afwegingskader voor nieuwe woningbouwinitiatieven. Het initiatief scoort op de aspecten van het ruimtelijk kader 2 punten (inbreiding binnen overig gebied, verdichten op een wenselijke plek) en voor het volkshuisvestelijk kader 5 punten (kwalitatieve woningbehoefte, gevarieerde wijkopbouw deels, levensloopbestendige woningen). Het totaal komt hiermee op 7 punten (waarvan 2 van de minimaal gevraagde 4 punten bij het ruimtelijk kader) en betreft daarmee een "te heroverwegen" plan. Het afwegingskader is opgesteld om een gewogen afweging te kunnen maken welke woningbouwplannen voor planreductie in aanmerking kwamen en om nieuwe plannen hierin te kunnen sturen.
Deze opgave is echter niet meer actueel, daar wij nu een opgave hebben om gemeentebreed 350-400 woningen toe te voegen. Naar ons oordeel is er voor nieuwbouwplannen die passen bij de woningbehoefte in de kleinere kernen zeker ruimte in de huidige tijd. Daarbij komt dat met onderhavige planvoornemen het aantal woningen niet toeneemt aangezien 11 verouderde woningen vervangen worden voor 11 nieuwe woningen die voldoend aan de eisen en woonwensen van deze tijd.
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
29
30
bestemmingsplan Herstructurering J. Henry Dunantstraat Arcen
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
Milieubeleid wordt steeds meer geïncorporeerd in andere beleidsvelden. Verbreding van milieubeleid naar andere beleidsterreinen is dan ook een belangrijk uitgangspunt. Ook in de ruimtelijke planvorming is structureel aandacht voor milieudoelstellingen nodig. De milieudoelstellingen worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces meegewogen. Een duurzame ontwikkeling van de gemeente is een belangrijk beleidsuitgangspunt dat zijn doorwerking heeft in meerdere beleidsterreinen. In dat kader zijn in dit hoofdstuk de volgende milieu- en omgevingsaspecten beschreven en toegelicht: Geluidhinder Bodem Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Externe veiligheid Archeologie en cultuurhistorie Flora en Fauna Verkeer en parkeren Kabels en leidingen.
4.2
Geluidhinder
In de Wet geluidhinder (Wgh) is bepaald dat elke weg een geluidszone heeft, met uitzondering van woonerven en wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/u voor geldt. Woningen zijn geluidsgevoelige objecten. Onderhavig initiatief betreft de bouw van grondgebonden woningen in een 30 km-zone. Het plangebied is echter ook gelegen in de buurt van 50 km/h wegen. Het plangebied en de te realiseren nieuwe woningen liggen voor wat betreft de Maasstraat en Broekhuizerweg in het verlengde van deze wegen. Het plangebied en de woningen liggen daardoor niet binnen de onderzoekszone van deze zoneplichtige wegen. In het kader van de afweging of sprake is van een goede ruimtelijke ordening behoeft wegverkeerslawaai gezien de lage verkeersintensiteiten op de omliggende wegen en de afschermende bebouwing geen aandacht. Industrielawaai en railverkeerslawaai is niet van toepassing aangezien het plangebied niet gelegen is binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein en geen spoorlijn in de directe omgeving van het plangebied is gelegen.