CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

040 bijl01 Weidsvelden vast te stellen toelichting.pdf

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 5.7: RV040 Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Weidsvelden Velden19.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan “Weidsvelden, Velden” Gemeente Venlo Vastgesteld

Bestemmingsplan “Weidsvelden, Velden” Gemeente Venlo Vastgesteld

Rapportnummer BRO:

P03365

Identificatienummer:

NL.IMRO.0983.BP202104VILGERT-VA01

Datum:

februari 2024

Opdrachtgever:

Ruimte voor Ruimte Limburg C.V.

Projectteam BRO:

IMo,

Ontwerp:

december 2023

Vaststelling:

februari 2024

Trefwoorden:

Woningbouw, Ruimte voor Ruimte, Schandeloseweg, Vilgert, Velden, gemeente Venlo

Bron foto kaft:

Hollandse Hoogte 4

Beknopte inhoud:

Nieuw bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van 39 kavels in het gebied tussen de Vilgert en de Schandeloseweg in Velden in de gemeente Venlo.

BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING

3

2. BESTAANDE SITUATIE

5

3. PLANBESCHRIJVING

9

4. UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID 4.1 Rijksbeleid

12 12

4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 4.2 Provinciaal beleid

12 13 14 14

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 4.2.3 Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 4.3 Regionaal beleid

14 16 18 19

4.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 4.4 Gemeentelijk beleid

19 20

4.4.1 Strategische visie Venlo 2040 4.4.2 Ruimtelijke structuurvisie 2014 4.4.3 Woonvisie 2021-2026 4.4.4 Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering 4.4.5 Afwegingskader woningbouwinitiatieven

20 22 26 28 29

5. ONDERZOEK 5.1 Milieuaspecten

33 33

5.1.1 Bodem 5.1.2 Geluid 5.1.3 Luchtkwaliteit 5.1.4 Externe veiligheid 5.1.5 Milieuzonering 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Leidingen en infrastructuur 5.5 Verkeerskundige aspecten 5.6 Duurzaamheid

Inhoudsopgave

33 34 35 36 38 42 44 48 48 50

1

5.7 Waterparagraaf 5.8 Opsporing ontplofbare oorlogsresten (OOO)

50 52

6. PLANSTUKKEN 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de verbeelding 6.3 Toelichting op de regels

54 54 54 54

7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Overleg 7.3 Omgevingsdialoog 7.4 Zienswijzen

57 57 57 58 59

8. PROCEDURE

60

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Bijlage 2: Ladderonderbouwing Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 / NEN 5725 Bijlage 4: Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 / NEN 5725 / NEN 5707 Bijlage 5: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 6: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 7: Lichthinderonderzoek Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Programma van Eisen Bijlage 10: Archeologisch vervolgonderzoek Bijlage 11: Quickscan flora en fauna Bijlage 12: Aerius berekening Bijlage 13: Verkeers-en parkeeronderzoek woningbouwplan Bijlage 14: Geohydrologisch onderzoek Bijlage 15: Proces-Verbaal Opsporing ontplofbare oorlogsresten

Inhoudsopgave

2

1.

INLEIDING Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een woongebied met maximaal 39 woningen tussen de Vilgert en de Schandeloseweg, ten oosten van het veldsportcomplex in de kern Velden. Van de 39 woningen zijn 30 woningen ter invulling van de restopgave Ruimte voor Ruimte. De negen resterende kavels zijn bedoeld ter compensatie voor ondernemers uit het project ‘Maasdal Velden’. De planlocatie bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als Arcen en Velden, sectie C, nummers 5892, 10674, 12082, 12083 en 12258. Een deel van het plangebied heeft voorheen dienst gedaan als glastuinbouwbedrijf. De kassen zijn inmiddels recent (begin 2021), met het oog op de voorgenomen ontwikkeling, gesloopt.

Topografische kaart met globale ligging plangebied (rood omlijnd)

Middels de Ruimte voor Ruimte regeling wordt de mogelijkheid geboden om, in ruil voor de beëindiging van glastuinbouwbedrijven en de sloop van de opstallen, woningen te realiseren. De sloop van de opstallen heeft reeds in 2002 plaatsgevonden. De kosten zijn destijds gesubsidieerd door Ruimte voor Ruimte Limburg CV. Daarnaast is additioneel het bestaande kassencomplex op de huidige locatie gesloopt. In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen.

Hoofdstuk 1

3

Kadastrale kaart met begrenzing plangebied (rood omlijnd)

Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.

Hoofdstuk 1

4

2.

BESTAANDE SITUATIE De beoogde ontwikkeling vindt plaats aan de rand van de kern Velden, in het noorden van de gemeente Venlo. De gemeente Venlo wordt aan de oostzijde begrensd door de landsgrens van Nederland en Duitsland. Aan de zuidzijde is de gemeente Beesel gelegen. Ten westen van de gemeente ligt de rivier de Maas en de gemeenten Peel en Maas en Horst aan de Maas. Tot slot wordt de gemeente aan de noordzijde begrensd door de gemeente Bergen. Het plangebied waar de voorliggende ontwikkeling is voorzien, is gelegen in het gebied tussen de Vilgert en de Schandeloseweg, ten oosten van de sportvelden in de kern Velden. In de bestaande situatie is het plangebied onbebouwd en in gebruik als agrarische grond. De planlocatie bestaat uit de percelen, kadastraal bekend als Arcen en Velden, sectie C, nummers 5892, 10674, 12082, 12083 en 12258 en heeft een totale oppervlakte van circa 29.100 m2.

Luchtfoto met ligging plangebied (rood omlijnd) en directe omgeving

Hoofdstuk 2

5

De luchtfoto geeft een beeld van het bestaande gebruik in het plangebied. De kas die op de luchtfoto is te zien, is in het eerste kwartaal van 2021 gesaneerd. Het plangebied wordt aan de zuidzijde begrensd door de Schandeloseweg. Deze weg verbindt het plangebied met de N271 die door de kern Velden loopt. Aan de noord, oost en zuidzijde van het plangebied zijn reeds woningen gelegen. Alle omliggende woningen betreffen voornamelijk vrijstaande woningen. Ten westen van het plangebied is een veldsportcomplex gelegen. De omliggende woningen zijn met de achtertuinen naar het plangebied gericht. Het plangebied ligt aan de rand van de kern Velden. Globaal gezien ligt de kern ten westen en zuiden van het plangebied en het landelijk gebied aan de noord- en oostzijde. Het dorp zelf bestaat voor een groot deel uit woonbebouwing met enkele voorzieningen zoals een supermarkt, basisschool, gemeenschapshuis en horeca. De landelijk gebied ten oosten van het plangebied bestaat grotendeels uit agrarisch gronden en glastuinbouwbedrijven. Vigerend bestemmingsplan Het plangebied valt deels onder werking van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied’, dat op 28 september 2009 is vastgesteld en deels onder de werking van het geldende bestemmingsplan ‘Velden – Hasselderheide’, dat op 20 juli 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van de voormalige gemeente Arcen en Velden.

Volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is het noordelijke deel van het plangebied bestemd tot ‘Agrarische doeleinden – glastuinbouwbedrijf’ en ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarden’. Volgens het bestemmingsplan ‘Velden – Hasselderheide’ is het zuidelijke en westelijke deel van het plangebied bestemd tot ‘Agrarisch’. ‘Buitengebied’ De voor ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een duurzame agrarische bedrijfsvoering; b. behoud, bescherming, en herstel van de cultuurhistorische waarden ten aanzien van de in bijlage 2 en/of op de plankaart aangegeven ‘rijksmonument’ of ‘beeldbepalend bouwwerk’; c. instandhouding, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige waarden ten aanzien van natuur, landschap, cultuurhistorie, waterhuishoudkundige voorzieningen, water en watergangen (plankaart 2a t/m c); d. extensief recreatief medegebruik; e. privé begraafplaats ter plaatse van de aanduiding 'privé begraafplaats' op de plankaart. f. wegen, verharde en onverharde paden.

Ter plaatse van deze bestemming mag niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke ter plaatse noodzakelijk zijn uit een oogpunt van doelmatige agrarische bedrijfsvoering dan wel uit een oogpunt van beheer en onderhoud overeenkomstig de doeleinden, waaronder begrepen eenvoudige recreatief ondersteunende voorzieningen, zoals wegwijzers, informatieborden en zitbanken. De beoogde ontwikkeling van woningbouwkavels is niet toegestaan binnen deze huidige bestemming.

Hoofdstuk 2

6

De voor ‘Agrarische bedrijfsdoeleinden – glastuinbouwbedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van een agrarisch bedrijf, met dien verstande dat: 1. uitsluitend op de gronden met de aanduiding ‘GT’ de uitoefening van een glastuinbouwbedrijf is toegestaan; 2. uitsluitend op de gronden met de aanduiding ‘NG’ de uitoefening van een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan; 3. uitsluitend op de gronden met de aanduiding 'IV' de uitoefening van een intensive veehouderij is toegestaan; 4. op de gronden met de aanduidingen 'G' alsmede de aanduidingen ‘GT’, ‘NG’, 'IV' en ‘G’ de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf is toegestaan; 5. Op de plankaart is aangegeven hoeveel bedrijfswoningen maximaal zijn toegestaan. b. behoud, bescherming, en herstel van de cultuurhistorische waarden ten aanzien van de in bijlage 2 en/of op de plankaart aangegeven ‘rijksmonument’ en ‘beeldbepalend bouwwerk’. c. alsmede voor de instandhouding van landgoederen ter plaatse van de aanduiding: L5: Landgoed Elderhof Ter plaatse van deze bestemming mogen enkel bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gerealiseerd ten behoeve van de glastuinbouw. De beoogde ontwikkeling van woningbouwkavels is niet toegestaan binnen deze huidige bestemming.

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied’ met het plangebied rood omlijnd

Hoofdstuk 2

7

‘Velden – Hasselderheide’ De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische doeleinden; b. wonen ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’; c. een caravansstalling ter plaatse van de aanduiding ‘caravanstalling’; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen. Ter plaatse van deze bestemming mag enkel binnen het bouwvlak gebouwd worden. Deze is niet aanwezig ter plaatse van het plangebied. Daarnaast is eveneens de aanduiding ‘wonen’ niet van toepassing op het plangebied. De beoogde ontwikkeling van woningbouwkavels is niet toegestaan binnen deze huidige bestemming.

Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Velden - Hasselderheide’ met het plangebied rood omlijnd

Hoofdstuk 2

8

3.

PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven. De ontwikkeling Binnen het plangebied is de ontwikkeling van een woongebied bestaande uit maximaal 39 woningen voorzien. Daarnaast wordt de omliggende openbare ruimte ingericht met o.a. een ontsluitingsweg en groenvoorzieningen. In de navolgende situatietekening is de beoogde verkaveling weergegeven.

Uitsnede impressie planvoornemen

Ten westen van de zuidelijke kavels wordt voorzien in een nieuwe toegangsweg, die aansluit op de Schandeloseweg en wordt aangesloten op de Vilgert ten noorden van het plangebied, waarbij de linker woning (hoekwoning) ook georiënteerd is op de nieuwe toegangsweg. Deze ontsluitingsweg blijft open voor gemotoriseerd verkeer. Hier zal een kruispunt plateau gerealiseerd worden om een veilig kruispunt te creëren. De overige woonkavels worden naar deze toegangsweg gesitueerd waarna in het noordelijke gebied een hofvorm wordt gecreëerd waarbij de woningen naar het middelpunt van het plangebied worden gesitueerd. In het midden van dit hof wordt een openbare groenvoorziening gerealiseerd. De toegangsweg wordt uitgevoerd als een woonerf. Er wordt op het eigen terrein op elke

Hoofdstuk 3

9

woonkavel voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Tussen het huidige sportveld en de Schandeloseweg wordt een voetpad aangelegd. Dit voetpad is echter buiten de grenzen van het voorliggende bestemmingsplan, maar is gelegen binnen bestemmingsplan ‘Velden – Hasselderheide’, vastgesteld 20 juli 2009. Het programma kent een diverse opzet. De acht kavels bestemd voor starters, de zes levensloopbestendige woningen in het gedifferentieerde segment en de tien halfvrijstraande woningen / twee-onder-een-kap woningen worden in beginsel projectmatig ontwikkelt. De overige vijftien kavels zullen in beginsel als afzonderlijke bouwkavel worden verkocht, waarvan negen kavels gereserveerd zijn ter compensatie van ondernemers uit het ‘Maasdal Velden’1. Waarna de kopers (ondernemers uit het ‘Maasdal Velden’) naar eigen inzicht, binnen de geldende kaders vanuit het nieuwe bestemmingsplan en welstand, samen met dit bestemmingsplan vast te stellen beeldkwaliteitsplan, hun woning kunnen bouwen. Zowel vrijstaande als geschakelde woningen zijn mogelijk. Alle woonkavels worden uitgevoerd met een ruime tuin. De percelen zijn daarnaast voldoende ruim om op eigen terrein te kunnen voorzien in voldoende parkeerplaatsen en bergings-/infiltratievoorzieningen voor hemelwater.

Wat betreft de bouw- en gebruiksregels voor de woningen is overwegend aangesloten bij de dichtheid van het aangrenzende buurtje Aan Vreezen. Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Voor onderhavig plan is een stedenbouwkundig plan2 opgesteld. Het plangebied is zoals reeds omschreven omringd door voornamelijk woningbouw. Een deel van de voorliggende locatie deed vroeger dienst als glastuinbouwbedrijf. De kassen zijn inmiddels al gesloopt maar de gronden zijn nog steeds bestemd als agrarisch. Naar aanleiding van een collegebesluit van 15 november 2022 ligt het plangebied binnen de stedelijke contour. Op stedenbouwkundig niveau zijn de vorm van het gebied en de mogelijkheden om aan te haken op de omliggende wegen van grote invloed op het plan. Daarnaast is de ambitie om in het plan een zekere weidsheid op te nemen bepalend. Het plangebied ligt tussen de sportvelden aan de westkant en de woonbuurt Aan Vreezen die hier recentelijk ontwikkeld is. Het plangebied is samengesteld uit twee eigendommen. Het agrarische perceel dat in de bestaande situatie bereikbaar is vanuit de Vilgert en een smal perceel van de gemeente dat haaks staat op de Schandeloseweg. De beide ontsluitingspunten worden ingezet in het plan. De hoofdontsluiting ligt aan de zuidkant via de Schandeloseweg. Dit is ook de aansluiting die het dichtst bij het centrum van Velden ligt en dus de kortste route, ca.

400 meter, is voor voetgangers en fietsers. Tweedeling Het stedenbouwkundig plan bestaat uit twee delen en een schakelmoment. Het smalle perceel, haaks op de Schandeloseweg, wordt benut om een rechte laan met bomen aan te leggen en zo verbinding te maken met de overige delen van het gebied. Aan de laan komt een nieuwe woonwand gericht op de sportvelden.

1

Deze opgave vloeit voort uit overeenkomsten die de gemeente Venlo, de Provincie Limburg en de LLTB in 2008 en 2011 sloten met ondernemers die hun bedrijf hebben moeten beëindigen en saneren in het kader van rivierverruimende maatregelen. 2 Hoesbergen/Stedenbouw, Beeldkwaliteitsplan Weidsvelden, d.d. november 2023

Hoofdstuk 3

10

In het grotere deel van het plangebied wordt een groot groen veld aangelegd waar de nieuwe woningen rondom gesitueerd zijn. Aan de noordkant van dit veld is de secundaire ontsluiting, de verbinding met de smallere Vilgert in het plan opgenomen. Tussen de twee genoemde plandelen is een groen schakelmoment in het plan opgenomen. Groene buurt De nieuwe woonbuurt krijgt een groene uitstraling. Dit groene karakter wordt opgebouwd in het openbaar gebied en doorgezet in de hagen op de privé-kavels. De verharding is tot een minimum beperkt. in het openbaar gebied is de toonzetting van het groen landelijk en passend in de dorpsrand. Bebouwing Met betrekking tot de architectonische expressie van de woningen is gekozen om aan te sluiten op de naastgelegen buurt Aan Vreezen, ten oosten van het plangebied. Het idee daarachter is dat de nieuwe buurt te klein is om een eigen gezicht te ontwikkelen en voldoende kracht te geven. Voor meer informatie wordt verwezen naar het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan.

Hoofdstuk 3

11

4.

UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid

4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) In het kader van de invoering van de Omgevingswet, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie zoals die is vastgelegd in art. 3.1 lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van art. 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Dit streven naar integraliteit valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten:  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  Duurzaam economisch groeipotentieel;  Sterke en gezonde steden en regio’s;  Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.

Hoofdstuk 4

12

Relevante nationale belangen voor het voorliggende project zijn als volgt:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Afweging Middels de voorliggende ontwikkeling wordt bijgedragen aan de realisatie van een goede omgevingskwaliteit en een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Het project voorziet namelijk in moderne en hoogwaardige woningbouw, passend bij de behoefte in de kern Velden en de gemeente Venlo. Voor het plangebied geldt daarnaast dat voldaan dient te worden aan de voorwaarden van zorgvuldige afwegingen en integrale besluitvorming bij ruimtelijke plannen. Nieuwe (ruimtelijke) projecten dienen daarom in lijn te zijn met het beleid zoals dat is opgesteld in de NOVI. Het voorliggende planvoornemen betreft een lokale ontwikkeling, waarbij geen belangen uit de NOVI in het geding zijn. 4.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen.

De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn3. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro.

In lijn met de uitspraak 4 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 11 woningen worden gerealiseerd, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

3

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 4 ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)

Hoofdstuk 4

13

Afweging De voorliggende ontwikkeling omvat de realisatie van 39 woningen en wordt daarmee aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is door BRO een Ladderonderbouwing 5 opgesteld. Deze is toegevoegd als bijlage 2 aan onderhavige toelichting. Uit de ladderonderbouwing is gebleken dat de beoogde ontwikkeling zowel voldoet aan de kwantitatieve behoefte als de kwalitatieve behoefte. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bijlagen. 4.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op naderhand zijn nog enkele wijzigingen in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied.

Afweging Voor de beoogde ontwikkelingen zijn er geen van de bovengenoemde belangen in het geding bij de ontwikkeling van het plangebied. De beoogde woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POVI) vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven aan hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen.

5

BRO, Ladderonderbouwing, De Vilgert, Velden

Hoofdstuk 4

14

Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. In de POVI Limburg is een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk:  Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijkals in het bebouwde gebied;  Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie);  Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. De POVI Limburg bestaat uit twee delen;  Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;  Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.

Afweging De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een nieuw woongebied bestaande uit 39 Ruimte voor Ruimte kavels en de inrichting van de omliggende openbare ruimte. Het plangebied ligt aansluitend aan de dorpskern Velden en het plan zorgt voor een passende afronding van de dorpsrand aan deze (oostelijke) zijde van het dorp. In lijn met de uitgangspunten van de ontwerp POVI Limburg draagt deze ontwikkeling bij aan het creëren van een aantrekkelijke leefomgeving. 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Na de vaststelling van de Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg wordt een nieuwe omgevingsverordening verder uitgewerkt. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 januari 2024. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht. De Omgevingsverordening 2021 wordt verder behandeld onder paragraaf 4.2.3.

Hoofdstuk 4

15

Afweging Uit de kaarten behorende bij de ‘Omgevingsverordening Limburg 2014’ blijkt dat de locatie is gelegen in het beschermingsgebied Boringsvrije zone Venloschol’. Het voornemen tot het maken van een boorput, het aanleggen van een bodemenergiesysteem of het roeren van grond in de Venloschol in gronden beneden 5 meter NAP dient vier weken tevoren schriftelijk te worden gemeld aan gedeputeerde staten. Binnen het plangebied zullen geen diepe grondwaterboringen plaatsvinden. De ligging binnen deze zone vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling aangezien geen diepe grondboringen of grondwateronttrekkingen voorzien zijn. Daarnaast ligt het initiatief in het landelijk gebied. In principe geldt dat woningen enkel in het bestaand stedelijk gebied moeten worden gerealiseerd. Echter is er in de POVI een uitzondering gemaakt voor RvR woningen. Daarnaast blijkt uit paragraaf 4.4.3 dat het plangebied binnen de stedelijke contour is gelegen. Het initiatief is derhalve in lijn met de Omgevingsverordening Limburg 2014. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 heeft het college van Gedeputeerde State de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet.

De omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De omgevingsverordening treedt tegelijkertijd met de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Onderstaand zijn de relevante passages voor het plangebied opgenomen. Afweging Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied in zijn geheel binnen het gebied ‘Buitengebied’. De zone ‘buitengebied’ omvat de gronden in het landelijk gebied met een hoofdzakelijk agrarisch karakter.

Beleidsmatig liggen de accenten voor deze zone op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties voor de landbouw, terugdringen van milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit functioneren van de ondergrond. Hoewel er in beginsel wordt gesteld dat er in het buitengebied geen woningenkunnen worden toegevoegd, is er voor Ruimte voor Ruimte kavels een uitzondering opgenomen.

Hoofdstuk 4

16

Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2021 (plangebied zwart omlijnd)

Ten aanzien van Ruimte voor Ruimte Noord- en Midden-Limburg is in het POL2014 opgenomen: “Over de uitvoering van de regeling RvR zijn in 2001 afspraken gemaakt tussen de Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte CV. Die worden door het POL niet gewijzigd.” In de POVI wordt de ambitie benoemt, om verder ten aanzien van het project "Ruimte voor Ruimte" de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Hiermee worden de in 2001 gemaakte afspraken tussen Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte Limburg C.V./B.V. niet gewijzigd door de Omgevingsvisie. In artikel 12.1 ‘instructieregels nieuwe planvoorraad wonen’, van de Omgevingsverordening Limburg 2021, wordt gesteld dat nieuwe plannen dienen te voldoen aan de van toepassing zijnde inhoudelijke thema’s zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie (POVI). Met deze ontwikkeling wordt invulling gegeven aan de reeds gemaakte afspraken en wordt voor Venlo de taakstelling afgerond.

Hoofdstuk 4

17

Milieubeschermingsgebieden Volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening is het plangebied binnen de boringsvrije zone Venloschol. Het is in het gebied Venloschol binnen en buiten inrichtingen verboden een boorput, een bodemenergiesysteem of een aardwarmtesysteem te maken of hebben of de grond te roeren of werken op of in de bodem uit te voeren of te doen uitvoeren waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt die de beschermende werking van slecht doorlatende bodemlagen kunnen aantasten. Aangezien er niet wordt voorzien in de mogelijkheid tot het plaatsen van een dergelijk bodemsysteem en er geen diepe grondroeringen zijn voorzien bij dit project, wordt voldaan aan de vereisten van de Omgevingsverordening Limburg 2014. Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het provinciaal beleid. 4.2.4 Limburgse Agenda Wonen 2020-2023 De Limburgse Agenda Wonen 2020-2023, ‘Versnellen, versterken en doorzetten’ geeft invulling aan de Limburgse ambitie ‘de juiste woning, op de juiste plek, op het juiste moment beschikbaar’. Het doel van de agenda is om een bijdrage te leveren aan een gezonde woningmarkt. Daarbij is het van belang dat mensen kunnen wonen in een woning en woonomgeving waar ze zich thuis voelen.

Een gezonde woningmarkt heeft aanbod dat voldoende inspeelt op de volgende aspecten:  De huidige en toekomstige woningbehoeften;  Mogelijkheid tot doorstroming en wooncarrière maken;  De woningmarkt is voor iedereen toegankelijk en betaalbaar;  Er zijn geen overschotten die leiden tot leegstand (met uitzondering van 2% frictieleegstand);  Flexibiliteit is noodzakelijk voor mensen die snel huisvesting nodig hebben;  Eigen keuze is van belang. Een woning past bij de leefstijl van een bewoner die tot op zeker hoogte ook kan bepalen hoe, in welke samenstelling en waar hij of zij wil wonen;  De woonomgeving is minstens zo belangrijk, net als de mogelijkheden die bewoners hebben om hier invloed op uit te oefenen. Om de bovenstaande doelen te bereiken, zet de provincie in op het versnellen van de realisatie van woningbouwinitiatieven die voorzien in een urgente behoefte. Voor bestaande plannen die niet, of op een verkeerde locatie voorzien in een urgente behoefte, wordt beschouwd of deze omgevormd kunnen worden naar plannen met toekomstwaarde. Daarnaast wordt ingezet op het ondersteunen van wenselijke woonprojecten die doorstroming op de woningmarkt bevorderen. De focus ligt hierbij op transformatie van bestaande woningen en leegstaand vastgoed naar met name sociale en middeldure huur en daarbinnen de doelgroepen ouderen, 1- en 2-persoons huishoudens en spoedzoekers.

Afweging De voorliggende ontwikkeling draagt bij aan het creëren van een gezonde woningmarkt. Met het voorgestelde programma wordt namelijk optimaal ingespeeld op de geconstateerde woningbehoeften voor de periode tot 2030 en zoals nader is toegelicht in de bijgevoegde Ladderonderbouwing. Daarnaast

Hoofdstuk 4

18

kan doorstroming worden bewerkstelligd, doordat het plan een gedifferentieerd woonprogramma omvat met o.a. woningen voor starters, doorstromers en senioren. Dergelijke woningen zijn op dit moment in Velden nog niet of onvoldoende aanwezig, aangezien de huidige woningvoorraad in deze kern met name uit eengezins koopwoningen bestaat. Het plan biedt hiermee ook meer keuzevrijheid voor bijvoorbeeld jonge starters of senioren die graag in hun eigen dorp willen blijven wonen. Samengevat is bij de voorliggende ontwikkeling sprake van de juiste woningen, op het juiste moment en op de juiste plek. Wat betreft deze ‘juiste plek’ is sprake van een locatie te midden van bestaande woningen, waarmee een logische en kwalitatief hoogwaardige afronding van de dorpsrand wordt gecreëerd.

4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie is ten eerste gekeken naar de ‘Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg’. Hierbij is gekeken wat met de vorige structuurvisie is behaald en waar op voortgeborduurd kan worden in de nieuwe woonvisie. ‘Het wonen’ is steeds meer verweven met andere beleidsvelden in het economische én het sociaal domein. In de nieuwe woonvisie zullen de regiogemeenten de samenwerking en afstemming blijven voortzetten. Dit wordt gedaan met alle partners (corporaties, huurderbelangenverenigingen, ontwikkelaars, makelaars, zorginstellingen et cetera) en met lef en ambitie om de juiste dingen te doen voor Noord-Limburg. Ook met de nieuwe woonvisie wil de regio Noord-Limburg samenwerken vanuit vertrouwen in elkaar. Dit keer niet in de vorm van een structuurvisie, maar een regionale visie op hoofdlijnen. In de nieuwe woonvisie hebben de regiogemeenten een analyse uitgevoerd waarbij de trends en ontwikkeling in kaart zijn gebracht. Vanuit de analyse is een aantal opgaven dat kan worden samengevat in: 1. Mismatch woningvoorraad en toekomstige bevolkingssamenstelling; 2. Liefde voor de bestaande voorraad; 3. Wat te doen na de huishoudenspiek?; 4.

Huisvesting voor specifieke doelgroepen; 5. Thuis in je huis, straat, buurt en wijk; 6. Sociale huursector en toewijzingsbeleid corporaties; 7. Middenhuur; 8. Leefbaarheid in kleinere kernen. De acht opgaven geven in grote lijn sturing aan de planvoorraad voor woningen in gemeenten in de regio Noord-Limburg door overeenstemming te brengen tussen de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.

Hoofdstuk 4

19

Uitgangspunt is dat het aantal plannen voor nieuwbouw in een gezonde verhouding moet staan tot de kwantitatieve behoefte. Daarnaast is het van belang dat samen wordt gewerkt aan een breed palet van woonmilieus dat aansluit bij de huidige en toekomstige inwoners van de regio. Gezamenlijk zijn binnen de regio Noord-Limburg een aantal kansrijke en risicovolle segmenten gesignaleerd. Afweging Het voorliggende plan draagt bij aan de opgaven die zijn geformuleerd in de regionale woonvisie. De voorgenomen ontwikkeling sluit onder andere aan bij de opgave voor de leefbaarheid in de kleinere kernen. Noord-Limburg heeft veel kleine kernen. Velden is er daar een van. En juist in deze kernen is de vergrijzing over het algemeen sterk. Hierbij is vaak sprake van een dubbele vergrijzing. Dubbele vergrijzing is het verschijnsel dat niet alleen de groep ouderen een relatief groter aandeel vormt van de bevolking, maar dat tevens de gemiddelde leeftijd steeds hoger komt te liggen, waardoor de vergrijzing op twee manieren toeneemt. Dit heeft ook zeker te maken met het wegtrekken van jongeren uit de kleine kernen. Het betekent bijna ook altijd een afname van jonge gezinnen. De ontgroening is daarmee een feit. Dit kan de leefbaarheid in de kernen onder druk zetten. Woningbouw kán daar een bijdrage aan leveren, het is echter maar een radertje in dat hele stuk.

Daarom bestaat het voornemen om de woningbouw in kleine kernen niet op slot zetten. Het op kleine schaal toevoegen van nieuwe woningen kan er al voor zorgen dat er zich jonge mensen in zo’n kern vestigen (bijvoorbeeld door een CPO-project). Hiermee kan de leefbaarheid in een kern weer een extra impuls krijgen. Echter heeft woningbouw die bijdraagt aan doorstroming een grotere impact. Door de juiste woningen (denk aan levensloopbestendige woningen) toe te voegen aan de voorraad, komen bestaande woningen vrij voor starters en/of (jonge) gezinnen. Bij nieuwbouw is het dus essentieel de toekomstbestendigheid van die woningen in het oog te houden. Doordat de beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 39 woningen, waarbij ruimte is voor verschillende soorten woningen, voor mensen in verschillende levensfases, draagt onderhavig initiatief haar steentje bij aan de opgave voor de leefbaarheid in de kleine kernen. Zodoende past de beoogde ontwikkeling binnen de uitgangspunten van de regionale woonvisie.

4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1

Strategische visie Venlo 2040

In de nieuwe strategische visie- zijn opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden.

Hoofdstuk 4

20

Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een nietVenlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van de economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en de voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol. Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen.

Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus. Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering. Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding.

De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament verder verbreed dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer.

Hoofdstuk 4

21

Grenzeloos Wat betreft de grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden. Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. De vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt.

Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken. Afweging De beoogde woningbouw draagt bij aan een aantrekkelijk woonklimaat in de kern Velden en dus ook de gemeente Venlo, doordat invulling wordt gegeven aan de woningbehoeften in deze kern. Bovendien wordt een aantrekkelijk en kwalitatief hoogwaardig woongebied gerealiseerd, dat een duidelijke en logische afronding vormt van de dorpskern aan deze zijde van Velden. Tenslotte worden de woningen binnen de bebouwingscontour gebouwd, aangezien de stedelijke contour is gewijzigd bij collegebesluit van 15 november 2022. Dit collegebesluit wordt verder besproken in paragraaf 4.4.3. 4.4.2 Ruimtelijke structuurvisie 2014 Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie 2014 unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke Structuurvisie zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt.

Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2040.

Hoofdstuk 4

22

De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven:  Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen. Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling.  Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten.  Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering.  Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomstbestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving.  Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief.

Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als:  het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert;  de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen;  het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Kernopgave Het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied wordt kleiner. En dat is jammer, omdat dit een minder afwisselende en daardoor minder aantrekkelijke gemeente oplevert. Stads- en dorpsrandzones worden steeds meer diffuse ‘rommelzones’ waar het stedelijk gebied en het buitengebied in elkaar overgaan. Waar die stadsrand minder herkenbaar is, ligt een stedenbouwkundige en/of landschappelijke opgave om het contrast te verscherpen. Steden, dorpen en het buitengebied hebben ieder hun specifieke kwaliteiten. Om die kwaliteiten nog beter tot hun recht te laten komen, wordt het contrast tussen steden, dorpen en het buitengebied versterkt. Het bestaande bebouwde gebied in de stad en de dorpen biedt ruim voldoende capaciteit voor toekomstige stedelijke functies. Het buitengebied wordt - in tegenstelling tot vroeger - steeds meer gebruikt voor typische 'buitengebied-activiteiten', zoals toerisme en recreatie en landbouw. De gemeente wil het contrast tussen stedelijk gebied en het buitengebied verder vergroten door de specifieke kwaliteiten van zowel de stad als het land te benadrukken.

Stad en land moeten elkaar aanvullen in plaats van in elkaar over te gaan. De uitbreidingsruimte van het stedelijk weefsel van stad en dorpen is begrensd door er een 'contour' omheen te trekken. Hierbuiten worden in principe geen stedelijke functies meer toegestaan. De contouren vormen de overgangen tussen het stedelijk gebied en het buitengebied dit zijn stadsrandzones waarin de overgang van bebouwd gebied naar het (open) landschap is vormgegeven. Op veel plekken rondom het stedelijk gebied is er sprake van een logische begrenzing. Indien de cultuurhistorische

Hoofdstuk 4

23

kwaliteiten van een gebied een verdere verdichting van het landschap niet toelaten of verdragen, zijn deze gebieden buiten de contour gelaten. Buiten de contour zijn in principe geen stedelijke ontwikkelingen toegestaan. Kort samengevat zijn nieuwe stedelijke functies in het buitengebied niet gewenst en verleent de gemeente alleen medewerking daaraan als één van de bovenstaande uitzonderingen van toepassing is.

Begrenzing stedelijke contour Ruimtelijke Structuurvisie 2014 met ligging planlocatie (rood omlijnd)

De stedelijke contour is middels een collegebesluit verruimd. Het collegebesluit wordt nader toegelicht in paragraaf 4.4.3. De reden om geen stedelijke functies toe te staan, komt voort uit de beleidsdoelstelling om de kwaliteiten van het buitengebied te beschermen en verbeteren. De gemeente wil verrommeling, verloedering en kwaliteitsverlies van het buitengebied tegengaan, en staat daarom geen nieuwe bebouwing of functies toe in het buitengebied die het stedelijk gebied uithollen en de leefbaarheid in dorpen aantast.

Hoofdstuk 4

24

Afweging Zoals in de bovenstaande afbeelding is weergegeven, is de planlocatie geheel buiten de stedelijke contour gelegen. Eerder is echter vermeld is op 15 november 2022 door het college besloten additionele woningbouwmogelijkheden in de kern Velden vast te stellen. De locatie van de voorliggende aanvraag is gelegen binnen de aangepaste stedelijke contour en daarmee zijn er nieuwe mogelijkheden op deze plek ontstaan. Wat betreft de effecten van de beoogde ontwikkeling op de kwaliteit van het buitengebied wordt middels de voorliggende ontwikkeling een aantrekkelijk, divers en kwalitatief hoogwaardig woningbouwprogramma toegevoegd aan de kern Velden. Bovendien is sprake van een landschappelijke en stedenbouwkundige verbetering van een vervallen gebied waarbij de oude kassen reeds zijn gesloopt. Een groot deel van de beoogde planlocatie werd tot voor kort ingenomen door een glastuinbouwkas, waarvan de bedrijvigheid is beëindigd. Herinvulling van de kas was weinig kansrijk, aangezien de locatie geen onderdeel uitmaakte van de aangewezen gebieden voor glastuinbouw. Bovendien was de kas gezien zijn omvang niet courant, waardoor een nieuwe invulling van de kas voor glastuinbouw economisch niet rendabel was. Daarnaast is een tuinbouwkas geen verrijking voor de omgeving. Het uitzicht op een (vervallen) kas zal nagenoeg niemand aantrekkelijk vinden.

Daarnaast was er sprake zijn van lichthinder die veroorzaakt werd voor de kas. Aangezien er geen opvolging was voor de bedrijfsactiviteiten, de kas gedateerd was en niet economisch rendabel meer kon zijn en er woningen rondom de kas liggen welke lichthinder ondervonden was het slopen van de kas noodzakelijk ter ontwikkeling van het gebied. Tot slot leidt de voorliggende ontwikkeling niet tot een uitholling van het stedelijk gebied of een aantasting van de leefbaarheid in het dorp. Er wordt een gevarieerd woning aanbod gecreëerd dat beter aansluit bij de behoeften. Hierdoor kunnen doelgroepen waarvoor op dit moment een tekort is aan woningen ook in Velden (blijven) wonen. De ontwikkeling zal hierdoor eerder een positief dan een negatief effect hebben op de leefbaarheid in het dorp. In paragraaf 4.4.4 wordt de voorgenomen ontwikkeling afgewogen tegen de uitgangspunten van het ‘Dynamische woningbouwprogramma’.

Hoofdstuk 4

25

4.4.3 Woonvisie 2021-2026 In september 2021 heeft de gemeente Venlo de ‘Woonvisie Venlo 2021-2026 – Op weg naar toekomstbestendig wonen’ vastgesteld. Met het vaststellen van de woonvisie worden de randvoorwaarden geschept om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad. Om dit te bewerkstelligen werken we met drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt:  Een robuuste woningvoorraad Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgaven om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio. En wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties.  Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk.

Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt.  Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden. Ordenende principes Bij deze hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd. Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van drie ordenende principes: versnellen, verbinden en vernieuwen:  Versnellen Waar mogelijk worden kansen gepakt om opgaven versneld op te pakken.  Verbinden Wonen staat niet op zichzelf, daarom wordt de verbinding met andere beleidsterreinen gezocht, maar ook met andere opgaven en vraagstukken- wonen kan hierin een deel van de oplossing vormen.  Vernieuwen Hiermee wordt bedoeld dat we open staan voor nieuwe initiatieven, woonvormen en instrumenten om knelpunten binnen het wonen op te lossen.

Uit de woonvisie blijkt dat het aantal huishoudens in Venlo in de periode 2021 en 2031 met circa 2.100 tot 3.550 toeneemt, uitgaande van de prognoses Primos 2019, Progneff 2019 en Primos 2020. Om in

Hoofdstuk 4

26

die groei te kunnen voorzien is ook een groei van de woningvoorraad met dezelfde aantallen nodig. In de periode 2031 tot 2041 zal het aantal huishoudens weer licht dalen. In de woonvisie wordt ook onderkend dat prognoses kunnen fluctueren en dat het daarom ook van belang is na te gaan welke ontwikkelingen onderliggend spelen, om zo te voorkomen dat de programmering steeds aan de hand van die fluctuaties moet worden aangepast. Daarom is ten behoeve van en als onderdeel van de woonvisie een woningbehoefte- c.q. woonwensenonderzoek uitgevoerd (Stec, bijlage V bij de woonvisie). Daaruit blijkt kort samengevat:  Alle prognoses wijzen op een huishoudensverdunning (meer één- en tweepersoonshuishoudens) en vergrijzing (toename aantal 75+ huishoudens). Woningen toevoegen voor deze doelgroepen voor deze doelgroepen is een veilig scenario, omdat de bestaande woningvoorraad hoofdzakelijk is gericht op gezinnen.  Iets meer dan de helft van de woningbehoefte tot 2031 heeft betrekking op (1) reguliere, grondgebonden woningen, met nadruk op het koopsegment en (2) nultredenwoningen in zowel het koop- als huursegment, gelet op de vergrijzing. Collegebesluit Woningbouwmogelijkheden in de kern Velden Op 15 november 2022 is door het college een besluit genomen om de woningbouw in Velden te verruimen om invulling te geven aan het perspectief dat in de Woonvisie is geboden.

In de woonvisie is vastgelegd dat stadsdelen en dorpen niet op slot komen te zitten, uitbreiding voor de eigen huishoudensontwikkeling is altijd mogelijk. Een stadsdeel en dorp moeten zich op een gezonde wijze kunnen ontwikkelen (zowel kwantitatief als kwalitatief). In Velden zijn deze mogelijkheden er onvoldoende, daarom wordt hier, in afwijking op de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo, woningbouw aansluitend op de contour mogelijk gemaakt. In onderstaande afbeelding is de aangepaste contour weergegeven.

Aangepast stedelijk contour Velden met ligging plangebied (geel gearceerd)

Hoofdstuk 4

27

Afweging Het initiatief voorziet op de realisatie van 39 woonkavels aan de rand van de kern Velden. Op 15 november 2022 heeft het college besloten additionele woningbouwmogelijkheden in de kern Velden vast te stellen. Dit is een uitwerking van de Woonvisie Venlo 2021-2026 waarin is vastgelegd dat onder andere in de kern Velden woningbouw buiten de contour noodzakelijk is. De locatie van de voorliggende aanvraag is gelegen binnen de aangepaste contour en daarmee zijn er nieuwe mogelijkheden op deze plek ontstaan. De ontwikkeling sluit verder kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte. Door het initiatief kan doorstroming worden bewerkstelligd, doordat het plan een gedifferentieerd woonprogramma omvat met o.a. woningen voor starters, doorstromers en senioren. Dergelijke woningen zijn op dit moment in Velden nog niet of onvoldoende aanwezig, aangezien de huidige woningvoorraad in deze kern met name uit eengezins koopwoningen bestaat. Hiermee wordt voldaan aan de Woonvisie Venlo 2021-2026. 4.4.4 Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de woonvisie en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W.

De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een b en w besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering.

Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie.

Hoofdstuk 4

28

Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Voorliggende herontwikkeling behoort tot categorie 2. Of medewerking aan een dergelijke ontwikkeling wordt verleend, wordt in de DWP gekoppeld aan 4 toetspunten: 1. Ontwikkelingen in het centrum waar een aantoonbare behoefte aan bestaat; 2. Is sprake van herstructurering met in beginsel een reductie van het aantal woningen; 3. Is sprake van woningbouw om in de eigen behoefte van een deelgebied te voorzien; 4. Onderlinge uitruil met projecten in categorie 1 en 2. In de DWP wordt geconstateerd dat de woningbouwmarkt sterk aan verandering onderhevig is, hetgeen een dynamische aanpak vergt. De betrokken partijen zullen flexibiliteit en creativiteit moeten inzetten bij de jaarlijkse bijstelling van het programma, hetgeen wordt geborgd in de Kadernota. In de Kadernota 2020 wordt beschreven dat aandacht dient te worden besteed aan het evenwicht in het woningaanbod. Noodzakelijk voor de huisvesting van de groeiende groep ouderen en betaalbare huisvesting voor starters. Afweging Onderhavig initiatief ziet op de realisatie van 39 ruimte voor ruimte kavels te Velden. Dit initiatief behoort tot categorie 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/285/documents/7948