039 BsGW Bijl04 2.1 Ontwerpbegroting BsGW 2027 en -MJR 2028-2031 (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
JR2023 16% , , 16%
JR2024 -258% , , -258%
B2025 -87% , , -87%
B2026 -102% , , -102%
B2027 -111% , , -111%
B2028 -118% , , -118%
B2029 -124% , , -124%
B2030 -88% , , -88%
-316% ,
311% ,
245% ,
285% ,
325% ,
352% ,
377% ,
302% ,
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
-78% ,
, 236%
, 00%
, 00%
, 00%
, 00%
, 00%
, 00%
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
n. v. t.
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling , die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert , behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor , en voor eventuele niet-reguliere activiteiten , wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020 , looptijd 7 jaar , lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4. 5. 3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten , grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.
De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4. 5. 4 Financiering De netto-exploitatiekosten van de deelnemers.
van
BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen
Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden , is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing , waarin onder andere de taken , bevoegden verantwoordelijkheden , beleid , doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 22 van 59
Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid , bedoeld voor het sturen en beheersen van , verantwoorden over en toezicht houden op de treasury. Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s , kredietrisico’s , liquiditeitsrisico’s en , voor zover dit voorkomt , koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a. Kasgeldlimiet Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto van de totale bruto lasten korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 82% , (€ 282, miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2027 uit op een bedrag van € 23, miljoen. (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet Op basis van bovenstaande mag BsGW € 23, miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden , moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000Kwartaal 1Kwartaal 2Kwartaal 3Kwartaal 4 Gem. netto vlottende schuld (1) 4. 997 4. 997 4. 997 4. 997 2. 283 2. 283 2. 283 2. 283 Kasgeldlimiet (2) Ratio (1)/(2) 219% 219% 219% 219% De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. ,
b. Renterisiconorm Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen , dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en wordt in zeven termijnen lineair afgelost , te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 23 van 59
Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij. Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen , lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat.
Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 4. 5. 5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend. De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 4. 5. 6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole , RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 4. 5. 7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 4. 5. 8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) , in werking getreden op 1 mei 2022 , verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar , uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is.
Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid , vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris ; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken ; 3. actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën ; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 24 van 59
Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking BsGW zet in op ambitieniveau Basis. Dit betekent dat voor elke fase de informatie en documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar worden gemaakt. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De informatiecategorieën uit de eerste tranche zijn per 1 november 2024 inwerking getreden ; hieraan heeft BsGW invulling gegeven. BsGW draagt er fasegewijs zorg voor dat de verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd.
Via de Woo-index –als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties– worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis van een op te stellen meerjarenplan moeten maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. BsGW geeft hier verder uitvoering aan via bijvoorbeeld de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025 , het vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. BsGW beschikt over zowel een (intern en extern) fysiek archief als een digitaal archief. De in 2023 opgestarte opschoning van het fysieke archief en de controle op het digitale archief is een continu proces. Dit gebeurt conform de Archiefwet 1995. Zowel de archiefinspecteur en de Provincie Limburg (ambtelijk) hebben medio 2025 geconstateerd dat BsGW haar taken voor informatie en archiefbeheer in voldoende mate behartigt. Er is sprake van een zichtbare voortgang in de verbeterpunten t. o. v. vorige toezichtronde. BsGW zet deze koers voort.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 25 van 59
5. Financiële begroting 5. 1 Overzicht baten
en
lasten Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2025
2026
2027
2027
2027
2028
2029
2030
2031
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
18. 867 770 57 3. 472 13 199 648 29 325 125 1. 338 1. 077 1. 667 4. 083 646 405 1. 051 308 8 315 357 28. 972 -1. 200 0 27. 772
259 0 0 40 0 11 0 0 106 0 117 0 0 117 0 0 0 0 0 0 0 416 0 0 416
19. 126 770 57 3. 512 13 209 648 29 431 125 1. 455 1. 077 1. 667 4. 200 646 405 1. 051 308 8 315 357 29. 388 -1. 200 0 28. 188
19. 968 790 58 3. 603 13 215 664 29 442 129 1. 493 1. 105 1. 711 4. 309 663 416 1. 078 316 8 324 357 30. 487
20. 846 811 60 3. 696 14 220 682 30 454 132 1. 532 1. 134 1. 755 4. 421 680 427 1. 107 324 8 332 357 31. 630
21. 763 832 62 3. 793 14 226 699 31 465 136 1. 571 1. 163 1. 801 4. 536 698 438 1. 135 332 8 341 357 32. 818
22. 721 853 63 3. 891 14 232 718 32 477 139 1. 612 1. 194 1. 848 4. 654 716 449 1. 165 341 9 349 357 34. 054
0
18. 247 951 57 3. 384 13 194 631 28 316 122 1. 304 1. 050 2. 125 4. 479 630 424 1. 054 300 8 308 357 28. 835 -1. 000 0 27. 835
-1. 300 29. 187
-1. 300 30. 330
-1. 300 31. 518
-1. 300 32. 754
Baten Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden overige opbrengsten Diensten aan derden Bijdragen van derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
27. 835 0
27. 772 0
416 0
28. 188 0
29. 187 0
30. 330 0
31. 518 0
32. 754 0
Totaal bijdragen Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
27. 835
27. 772
416
28. 188
29. 187
30. 330
31. 518
32. 754
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1. 000 Lasten Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten drukwerk print/kopieerwerk porti telefonie/datacommunicatie kosten brongegevens operationele kosten Overige operationele kosten Diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten bankkosten rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten
Meerjarenperspectief
Bovenstaande tabel wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd. 5. 2 Harmonisatie
en
nieuwe kostenverdeelmethode
Het Harmonisatietraject , dat in 2023 samen met de deelnemers is doorlopen , heeft geresulteerd in onderstaande onderverdeling van de verschillende producten , die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: voorkeursvarianten , waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten ; maatwerkvarianten ; externe heffingen. De laatste twee categorieën worden met ingang van 2024 via factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
een
separaat
offerte-
en
pagina 26 van 59
De kosten voor de reguliere belastingsoorten , de voorkeursvarianten , worden kostenverdeelmethode (AB 25-1-2024) bij de deelnemers in rekening gebracht.
via
de
nieuwe
In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk intern
Maatwerk extern
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2025
2026
2027
2027
2027
2027
2027
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
18. 867 770 57 3. 472 1. 338 1. 077 1. 667 4. 083 646 405 1. 051 308 8 315 357 28. 972 -1. 200 0 27. 772
259 0 0 0 117 0 0 117 0 0 0 0 0 0 0 376
0 0 0 40 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 40
0
18. 247 951 57 3. 384 1. 304 1. 050 2. 125 4. 479 630 424 1. 054 300 8 308 357 28. 835 -1. 000 0 27. 835
376
40
259 0 0 40 117 0 0 117 0 0 0 0 0 0 0 416 0 0 416
19. 126 770 57 3. 512 1. 455 1. 077 1. 667 4. 200 646 405 1. 051 308 8 315 357 29. 388 -1. 200 0 28. 188
Baten Renteopbrengsten BsGW diensten aan derden overige opbrengsten Diensten aan derden Bijdragen van derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
27. 835 0
27. 772 0
376 0
40 0
416 0
28. 188 0
Totaal bijdragen Bijdragen samenwerkingsportaal Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
27. 835
27. 772
376
40
416
28. 188
0
0
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1. 000
Realisatie
Lasten Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten Overige operationele kosten Diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten bankkosten rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten
Bovenstaande tabel wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra deze door de accountant zijn gecontroleerd. Uitgangspunt voor de ontwerpbegroting is de vastgestelde reguliere begroting 2026. Na verwerking van de indexering , de financiële gevolgen van de ontwikkelingen die in 2027 op BsGW afkomen en eventuele wijzigingen voor wat betreft het maatwerk , resulteert dit in de begroting voor de reguliere werkzaamheden voor 2027. Deze kosten worden via de KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen worden separaat geoffreerd en gefactureerd. Dit is inclusief extra , externe (ICT-)kosten aangezien deze niet-reguliere processen niet worden ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. De reguliere begroting plus het maatwerk
vormen
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
samen
de totale begroting BsGW
voor
2027.
pagina 27 van 59
5. 3 Toelichting
op
de baten
en
lasten
Lasten Personeelskosten Voor 2027 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 44%. , Deze kostenstijging wordt deels gecompenseerd door het wegvallen van tijdelijke formatie die was toegevoegd aan de begroting van BsGW voor de implementatie van de Wet open overheid (Woo) voor € 175 duizend. Er is nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships , als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd. BsGW maakt gebruik van een flexibele schil: een deel van de bestuurlijke vastgestelde formatie wordt niet ingevuld met eigen personeel , maar met flexibele inhuur tijdens piekperiodes. Zo maakt BsGW tijdens en net na de aanslagoplegging gebruik van een extern callcentrum en worden externe taxateurs ingehuurd voor de (mede-)afhandeling van de WOZ-bezwaren. In de realisatie fungeren de begrotingsposten ‘Personeelskosten’ en ‘Overige diensten door derden’ derhalve als communicerende vaten fungeren. Om de OOP-taakstelling - die met name via een formatiereductie wordt gerealiseerd - inzichtelijk te houden , worden de personeelskosten op basis van de oorspronkelijke formatie begroot.
Zodra dit traject is afgerond zullen de betreffende budgetten voor inhuur tijdens piekperioden al in de begroting worden opgenomen onder ‘Overige diensten door derden’. Indexering goederen en diensten Voor 2027 is uitgegaan van een kosteninflatie van 26% , ten opzichte
van
2026.
Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur , energiekosten en facilitaire kosten zoals onderhoud , schoonmaak en beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris. Door de verhuizing naar een duurzaam , eigentijds en toekomstbestendig kantoorpand in het laatste kwartaal van 2026 , kunnen de begrote huisvestingskosten structureel worden verlaagd met € 200 duizend. Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten hebben voornamelijk betrekking aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
op
ICT-kosten De ICT-kosten betreffen de jaarlijkse licentieuitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer.
abonnementskosten
en
de jaarlijkse afschrijvingen
plus de
van
geactiveerde
kosten
van
het
BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom blijven(d) investeren in ICT-projecten om kwaliteit , continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. Sinds BsGW is overgestapt naar SaaS-oplossingen voor wat betreft de belasting- , waarderings- en overige applicaties en de hosting , bestaan ook de kosten van (door)ontwikkeling met name uit licentie- en abonnementskosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 28 van 59
Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 – het Samenwerkingsportaal begrotingstechnisch in de meerjarenraming opgenomen. Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie , waaruit extra werkzaamheden , ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien , waartegenover een betere borging staat in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG , BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen
voor
kleine aanschaf soft- en hardware.
Operationele kosten Gezien de omvang van deze kostenpost , wordt deze verder gespecificeerd. De post Proceskosten bezwaar en beroep betreft de uitkeringskosten. De hieraan gelieerde uitvoeringskosten , zoals extra inzet van KCC-medewerkers , taxateurs , ICT-ers en juridisch medewerkers zijn begroot onder ‘diensten door derden’ , naast de overige inhuur. Voor wat betreft de afhandeling van de WOZ-bezwaren en -beroepen geldt dat zowel in 2024 als in 2025 sprake is van lagere toekenningspercentages dan in de jaren daarvoor. Ervan uitgaande dat deze trend zich doorzet naar 2026 en 2027 betekent dit dat de post proceskostenvergoeding voor wat betreft de uitkeringskosten naar beneden kan worden bijgesteld met additioneel € 500 duizend. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten , die apart worden vermeld , worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten , accountantskosten , advieskosten , abonnementen en lidmaatschappen , verzekeringen , facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten , uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.
De post onvoorzien 2027 is begroot van € 500 duizend.
op
14% ,
van
het bruto-begrotingstotaal
en
blijft onder het plafond
Baten Er zijn geen baten begroot in de reguliere begroting
van
BsgW.
Toelichting op de meerjarenraming 2028-2031 In de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is voor het doorrekenen van de kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 44% op de personele lasten en 26% , , over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten
en
rentekosten zijn niet onderhevig
Overigens vindt op eventuele baten
geen
aan
inflatie.
indexering plaats.
Bijdragen deelnemers miljoen. Dit is gelijk aan de nettoDe netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2027 is € 27772 , kosten begroting 2027 minus de door BsGW te realiseren taakstellende kostenreductie OOP.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 29 van 59
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2027
2027
2027
Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Totale baten Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
28. 972 -1. 200 0 27. 772 0 27. 772 0
416
416 0 416 0
29. 388 -1. 200 0 28. 188 0 28. 188 0
Totaal bijdragen
27. 772
416
28. 188
0
0
0
van
deze begroting.
Bedragen x € 1. 000
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
De uitsplitsing
naar
0 0
deelnemer is opgenomen in bijlage 11
5. 4 Uiteenzetting van de financiële positie 5. 4. 1 Investeringen Voor het begrotingsjaar 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen in de begroting als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentie- en abonnementskosten. Wel is er sprake
van
aanschaf inventaris en hardware (materiele vaste activa).
5. 4. 2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt
verwezen
naar
paragraaf 4. 5. 4.
5. 4. 3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves , behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 30 van 59
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 Bijlage 2: Staat
van
immateriële , materiële , financiële vaste activa en onderhandenwerk
Bijlage 3: Staat
van
vaste schulden
Bijlage 4: Staat
van reserves en
Bijlage 5: Berekening
van
Bijlage 6: Toelichting
op
voorzieningen
het rente-omslagpercentage
de kostenverdeelmethodiek
Bijlage 7: Risicoanalyse Bijlage 8: Het Ondernemings-
en
Ontwikkelplan (OOP)
Bijlage 9: Berekend EMU-saldo Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2031 Bijlage 11: Bijdragen 2027 Bijlage 12: Bijdrage
per
per
deelnemer
deelnemer meerjarig
Bijlage 13: Begroting 2027 Bijlage 14: Bijdrage
per
en
Meerjarenraming 2028-2030 tegen constante waarde
deelnemer meerjarig tegen constante waarde
Bijlage 15: Bijdrage 2027 Waterschap Limburg volgens BBP-opzet
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 31 van 59
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2027-2031 In de ontwerpbegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2031 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. Bij SaaS-oplossingen is sprake van abonnements- en licentiekosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 32 van 59
Bijlage 2: Staat
Financiële vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Immateriële vaste activa (OHW) Materiële vaste activa (OHW) Totaal activa en ohw
van
immateriële , materiële , financiële vaste activa en onderhanden werk Cumulatieven per 31-12-2026 Aanschafwaarde Afschrijving € 0 € 0 € 0 € 0 € 204. 051 -€ 103. 948 € 0 € 0 € 0 € 0 € 204. 051 -€ 103. 948
Boekwaarde 31-12-2026 € 0 € 0 € 100. 104 € 0 € 0 € 100. 104
OHW naar SVA € 0 € 0 € 0 € 0 € 0 € 0
Mutaties 2027 Investeringen €0 €0 € 57. 000 €0 €0 € 57. 000
Boekwaarde 31-12-2027
Afschrijving €0 €0 -€ 57. 000 €0 €0 -€ 57. 000
€ 0 € 0 € 100. 104 € 0 € 0 € 100. 104
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2024 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2025 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving vervallen de investeringen in ICT-projecten. De staat van vaste activa bestaat dan nog enkel uit materiele vaste activa met betrekking tot de geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 33 van 59
Bijlage 3: Staat
van
vaste schulden
Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde projectkosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost , te beginnen op 4 december 2021. Het (negatieve) rentepercentage Langlopende lening x € 1. 000 Initieel
van
Aflossing
deze lening bedraagt -/- 018% ,
Restschuld
31-12-2021
0 -286
2. 000 1. 714
31-12-2022
-286
1. 429
31-12-2023
-286
1. 143
31-12-2024 31-12-2025
-286 -286
857 571
31-12-2026
-286
286
31-12-2027
-286
0
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 34 van 59
Bijlage 4: Staat
van reserves en
voorzieningen
Algemene reserve BsGW Initieel gestort weerstandsvermogen Resultaat 2011 Resultaat 2012 Resultaat 2013 Resultaat 2014 Resultaat 2015 Resultaat 2016 Resultaat 2017 Aanvulling weerstandsvermogen (2017) Aanvulling weerstandsvermogen (2018) Resultaat 2018 Aanvulling weerstandsvermogen (2019) Resultaat 2019 Aanvulling weerstandsvermogen (2020) Resultaat 2020 Aanvulling weerstandsvermogen (2021) Resultaat 2021 Aanvulling weerstandsvermogen (2022) Resultaat 2022 - Storting in bestemmingsreserve AHA Resultaat 2023 (begroting) - Aanvulling weerstandsvermogen (2024) Reserves 31-12-2023 Resultaat 2024 - Storting in bestemmingsreserve AHA - Terugstorten overig resultaat aan deelnemers (2025) - Terugstorten surplus aan deelnemers (2025) Reserves 31-12-2024 Resultaat 2025 (begroting) Reserves 31-12-2025 Resultaat 2026 (begroting) Reserves 31-12-2026 Resultaat 2027 (begroting) Reserves 31-12-2027 Resultaat 2028 (begroting) Reserves 31-12-2028 Resultaat 2029 (begroting) Reserves 31-12-2029 Resultaat 2030 (begroting) Reserves 31-12-2030 Resultaat 2031 (begroting) Reserves 31-12-2031
x € 1. 000
385 509 -102 -174 -570 -332 -714 -433 1. 591 433 -325 325 13 596 -2. 092 2. 092 -1. 565 1. 552 812 -500 -1. 293 1. 293 1. 502 3. 723 -517 -3. 206 -572 930 68 998 0 998 0 998 0 998 0 998 0 998 0 998
Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt , in de vorm van een weerstandsreserve , zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek. Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385 duizend (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 35 van 59
Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014-2017 , voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten , is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van € 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).
gelijk
aan
het
benodigde
In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg (WL) inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020 , Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het WL ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het WL te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten , volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 van € 1. 565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere COVID-19 , voor € 1240 , bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen.
Het positieve resultaat over 2022 van € 812 duizend – door onder andere lagere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten als gevolg van het lagere aantal ingediende bezwaren dan voorzien – is als volgt bestemd (AB 29-6-2023) en verwerkt in bovenstaande tabel: € 500 duizend bestemmingsreserve AHA € 312 duizend aanvulling weerstandsvermogen In 2023 is een negatief resultaat behaald van € 1293 , miljoen. Dit werd onder andere veroorzaakt door hogere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten (€ 2773 , miljoen nadeel) als gevolg van de hausse aan ingediende bezwaren ten opzichte van de jaren daarvoor. Daartegenover stond een incidenteel voordeel van € 711 duizend aan renteopbrengsten plus een positief resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering van € 769 duizend. Het negatieve resultaat 2023 is ten laste gebracht van het weerstandsvermogen , waarna het weerstandsvermogen is aangevuld met hetzelfde bedrag (AB 27-6-2024). Over geheel 2024 is een incidenteel positief resultaat bereikt van € 3723 miljoen. Ongeveer € 25, , miljoen van dit bedrag betreft het incidentele positieve resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering. Het bestaat vooral uit incidentele ‘deelresultaten’. In deze € 25, miljoen zit ook het positieve eindsaldo van € 517 duizend van het project AHA. Het positieve eindsaldo project AHA wordt in de nieuwe bestemmingsreserve AHA gestort (AB 12-12- 2024).
Dit leidt tot een incidentele negatieve post. Een bedrag van € 1182 miljoen van het resultaat (positief incidenteel) komt voort uit renteopbrengsten op , geïnde belastingbedragen.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 36 van 59
De bijdragen 2025 (en verdere jaren) op deelnemersniveau worden berekend aan de hand van de per 1 januari 2025 in werking getreden nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) (AB 25-1-2024). Omdat uit de eerste indicatieve doorrekening bleek dat er (te) grote verschillen ontstonden in de deelnemersbijdrage volgens nieuwe versus oude KVM , is gekozen voor een ingroeimodel (AB 28-32024) waarbij voor 2025 50% van dit verschil wordt doorberekend in de bijdrage. De afrondingsverschillen die hierdoor ontstaan , leiden tot een positief begrotingssaldo van € 68 duizend. Begin 2025 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd , waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2027 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit komt uit op € 998 duizend. Het aanwezige weerstandsvermogen bedroeg € 1570 miljoen (na resultaatbepaling 2024 , vaststelling begroting 2025 en meerjarenraming , 2026-2029 en vaststelling begroting 2026 en meerjarenraming). Het surplus van € 572 duizend is teruggestort naar de deelnemers (AB 26-6-2025). De bestemming van het resultaat 2025 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. De begroting als uitgangspunt genomen.
en
daarom
Bestemmingsreserve Project AHA 2025-2029 BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving , waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Daarnaast zijn investeringen verplicht om te (blijven) voldoen aan wettelijke eisen. De huidige contracten voor zowel de ICT-infrastructuur als de waarderings- en belastingpakketten kunnen maximaal worden verlengd tot en met 2029. Bij einde contractduur is een Europese aanbesteding aan de orde. Gezien de ervaringen uit het vorige aanbestedings- en implementatietraject (2023 en 2024) is besloten het projectbudget voor de aanbesteding en implementatie in 2028 en 2029 te verlagen naar € 25, miljoen en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het vorige project AHA van afgerond € 517 duizend is als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend , betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 kunnen worden verlaagd naar € 357 duizend.
Bestemmingsreserve BsGW Startkapitaal 2024 Reserves 31-12-2025 Begroting 2025 Reserves 31-12-2025 Begroting 2026 Reserves 31-12-2026 Begroting 2027 Reserves 31-12-2027 Begroting 2028 Reserves 31-12-2028 Begroting 2029 Reserves 31-12-2029
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
x € 1. 000
517 517 555 1. 072 357 1. 429 357 1. 786 357 2. 143 357 2. 500
pagina 37 van 59
Bijlage 5: Berekening
van
het rente-omslagpercentage
Het rente-omslagpercentage wordt berekend door het saldo van aan taakvelden toe te rekenen externe en interne rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De vaste activa bestaan uit de immatriële , materiële en financiële vaste activa voor zover deze integraal zijn gefinancierd met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen. Het rente-omslagpercentage
voor
begrotingsjaar 2027 (en meerjarenraming 2028-2031) is nihil.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 38 van 59
Bijlage 6: Toelichting
op
de kostenverdeelmethodiek
Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode (KVM) geëvalueerd. Dit met als doel om te komen tot een gedragen methode , die ertoe leidt dat de kosten van BsGW op een rechtvaardige en efficiënte manier worden verdeeld over de deelnemers. Uitgangspunt hierbij is dat de te betalen bijdrage per deelnemer een juiste weerspiegeling is van de inspanning die BsGW levert per deelnemer , zonder dat dit jaarlijks leidt tot substantiële schommelingen in de bijdragen (beleidskeuzes van de deelnemers daargelaten). Het solidariteitsprincipe is steeds meegewogen bij het maken van keuzes. Op grond van de ‘Evaluatie 2023 Kostenverdeelmethode BsGW’ (AB 10-12-2023) zijn de volgende conclusies getrokken: De werkwijze van de toerekening van de kosten naar de diverse producten/taken is robuust en grofmazig te noemen. Na de oprichting van BsGW heeft nooit een herijking c. q. aanpassing van deze werkwijze plaatsgevonden , zodat onduidelijk is of de inrichting van de huidige organisatie en de daarbij uitgevoerde taken nog aansluit bij de gehanteerde productindeling. De gehanteerde productindeling van BsGW is een mix van primaire producten en producten c. q. taken met een meer ondersteunende taakstelling ten aanzien van de primaire producten.
Binnen het product Heffen wordt , met uitzondering van de belastingsoort Parkeerbelasting , geen (financieel) onderscheid gemaakt standaardbelastingsoorten en de meer tussen arbeidsintensieve belastingsoorten. De productieaantallen , die de basis vormen voor de toedeling van de kosten in de KVM , zijn eenmalig vastgesteld bij de toetreding van de betreffende deelnemers en zijn nadien nooit meer geactualiseerd. De opbrengst vervolgingskosten wordt jaarlijks geheel ten gunste van de exploitatie van BsGW gebracht , terwijl diverse (maatschappelijke en juridische) argumenten pleiten om deze opbrengsten rechtstreeks af te dragen aan de betreffende deelnemers. Op basis van bovenstaande conclusies zijn de navolgende aanbevelingen door het Algemeen Bestuur (AB 10-12-2023) bekrachtigd: Op basis van kennis en ervaring van de medewerkers BsGW analyseren of de omvang en de toekenning van de loonkosten naar de diverse producten aansluit met de werkelijke tijdsbesteding aan deze producten en deze analyse periodiek (3 jaarlijks) te herhalen. De kosten van de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling voortaan via interne verdeelsleutels door te belasten aan de primaire (hoofd)producten Waarderen , Heffen en Innen. Als gevolg daarvan ook de vigerende verdeelsleutels voor de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling in de KVM laten vervallen.
Intern onderzoeken voor welke belastingsoorten een afwijkend tarief per aanslagregel in de KVM noodzakelijk c. q. wenselijk is. Per omgaande over te gaan tot het hanteren van de meest actuele productieaantallen in de KVM en deze aantallen ook jaarlijks te actualiseren. Op enigerlei wijze te formaliseren op welke wijze de opbrengst vervolgingskosten geadministreerd dient te worden en hier vervolgens uitvoering aan te geven bij de KVM.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 39 van 59
Uitgangspunten kostenverdeelmethode Op basis van het vorenstaande is een nieuwe systematiek tot stand gekomen gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a. De kostentoerekening naar de producten vindt plaats op basis van de meest actuele taakverdeling binnen de organisatie. Alleen die kostencomponenten , welke rechtstreeks en integraal kunnen worden toegerekend aan een product , worden direct aan het product toegerekend. De overige kostencomponenten worden doorbelast via de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. b. De hoofdindeling van de nieuwe KVM is gebaseerd op de drie hoofdproducten: a. Waarderen , b. Heffen , c. Innen. c. Binnen de (hoofd)producten vindt waar nodig een onderverdeling plaats naar sub-producten. d. Er wordt alleen gebruik gemaakt van sub-producten , indien deze sub-producten een substantiële extra tijdsinspanning vergen van BsGW. e. De te hanteren verdeelsleutels dienen te zijn gebaseerd op de meest actuele productie-eenheden (bij begroting t-2). f. De opbrengsten met betrekking tot de vervolgingskosten en invorderingsrente maken geen onderdeel meer uit van de BsGW-begroting. Systematiek kostenverdeelmethode Kostencomponenten
Hoofdproducten
Sub-producten
Indirecte kosten
WAARDEREN Directe kosten
Belastingsoort X
Indirecte kosten
HEFFEN Directe kosten
Belastingsoort Y Belastingsoort Z
Indirecte kosten
Financiële invordering
INNEN Directe kosten
Dwanginvordering
Kostentoerekening naar producten De actuele tijdsbesteding per (sub-)proces is bepalend voor de kostentoerekening naar de betreffende producten. Personele kosten worden op grond van de actuele inzet (aantal fte’s) direct toegerend naar de betreffende producten c. q. sub-producten. Kostencomponenten , die niet rechtstreeks en integraal zijn toe te rekenen aan de externe hoofd- c. q. sub-producten , worden verantwoord binnen de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. Voor deze twee interne producten worden afzonderlijke verdeelsleutels gehanteerd , eveneens gebaseerd op de actuele tijdsbesteding binnen deze interne producten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 40 van 59
Operationele kostencomponenten , die direct en integraal zijn toe te rekenen aan een bepaald product (bijv. proceskosten) worden rechtstreeks aan het betreffende hoofd- c. q. sub-product toegerekend. Dit resulteert uiteindelijk in totaalkosten per (hoofd)product Heffen , Waarderen en Innen , die via de verschillende verdeelsleutels worden omgeslagen naar een tarief per product van dienstverlening. De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Verdeelsleutels per (hoofd)product Product Waarderen Het product Waarderen omvat alle werkzaamheden , die betrekking hebben op het bijhouden van de WOZ-administratie , het taxeren/waarderen van alle objecten en het integraal verwerken van de bezwaar- en beroepsprocedures. Alle kosten , die hier direct dan wel indirect uit voortvloeien , worden verantwoord binnen het product Waarderen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per WOZ-object’. Product Heffen Binnen het product Heffen vallen alle werkzaamheden , die betrekking hebben op het bestands- c. q. gegevensbeheer van alle uit te voeren belastingsoorten van alle deelnemers. Aanvullend vindt binnen dit (hoofd)product de oplegging plaats van (combi-)aanslagen aan alle belastingschuldigen.
Alle kosten , die direct dan wel indirect uit deze werkzaamheden voortvloeien , worden verantwoord binnen het product Heffen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. In het eindrapport ‘Project harmonisatie’ (AB 8-12-2022) zijn alle belastingsoorten geclassificeerd in de categorieën: voorkeursvarianten (A) , waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten (B) ; maatwerkvarianten (C1) ; externe heffingen (C2). Alleen de kosten van de belastingsoorten A en B worden binnen het product Heffen verantwoord. De kosten van de belastingsoorten C1 en C2 worden op basis van offertes rechtstreeks (en dus buiten de KVM om) bij de betreffende deelnemers in rekening gebracht. Het verwerkingsproces voor de belastingsoorten B kunnen niet volledig geautomatiseerd uitgevoerd. De noodzakelijke handmatige werkzaamheden hebben een kostenverhogend effect. Het gaat in dit kader om: 1. Afvalstoffenheffing – diftar (voorkeursvariant) 2. Reclamebelasting 3. Precariobelasting 4. Toeristenbelasting 5. Forensenbelasting 6. Watertoeristenbelasting 7. Parkeerbelasting 8. Verontreinigingsheffing 9. Zuiveringsheffing bedrijven – aangifte meetbedrijven.
Voor het toerekenen van de kosten van deze sub-producten aan de betreffende deelnemers wordt eveneens gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 41 van 59
Product Innen Binnen het product Innen vallen alle werkzaamheden voor het tijdig , volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op goed betalingsgedrag , een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum , alsmede ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Bij het niet of niet tijdig betalen van aanslagen zal uiteindelijk ook de inzet van de deurwaarder aan de orde zijn. Op hoofdlijnen is het product Innen te splitsen in een tweetal sub-producten , namelijk: Financiële invordering met als verdeelsleutel ‘tarief per aanslagbiljet’ Dwanginvordering met als verdeelsleutel ‘tarief per dwangbevel’. Binnen het product Innen zijn de opbrengst vervolgingskosten en de invorderingsrente komen te vervallen. Hiertegenover staat evenwel dat iedere deelnemer jaarlijks de werkelijke opbrengsten gelijktijdig met de belastingopbrengsten rechtstreeks krijgt uitbetaald. Productie-aantallen De productieaantallen , die de basis vormen voor de toedeling van de verschillende producten naar de deelnemers , worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt steeds uitgegaan van de werkelijke productieaantallen van het laatst afgesloten jaar (t-2) voor de berekening van de bijdragen van het desbetreffende begrotingsjaar (t). De (nieuwe) KVM is door het Algemeen Bestuur vastgesteld in werking getreden.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
op
25 januari 2024
en
is per 1-1-2025
pagina 42 van 59
Bijlage 7: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De uitsplitsing opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’.
en
Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet , in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt , ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risicoanalyse staat aangegeven. Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen , dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt. Weerstandsvermogen begroting 2027 Begin 2026 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd , waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2027 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit , exclusief risico frictiekosten , komt uit op € 119 , miljoen , circa 422 , % van de netto-kosten 2027. Bij de (meerjaren-)begroting 2026-2030 was het weerstandsvermogen berekend op € 998 duizend , van de netto-kosten BsGW 2026. Een toename van € 192 duizend.
Deze toename heeft circa 336% , te maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s , naast het toevoegen van het risico rondom de mogelijke BTW op pensioenen. Zie tabel en de daaropvolgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2024 (na resultaatbepaling 2024 en vaststelling begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030) bedraagt € 998 duizend. Afgezet tegen het benodigde weerstandsvermogen van € 119 miljoen , komt de ratio uit op 084. De ratio van het , , weerstandsvermogen is daarmee ‘matig’ maar behoeft geen aanvulling op basis van de door het Algemeen Bestuur vastgestelde spelregels omtrent het weerstandsvermogen. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 192 duizend. Waarderingscijfer A B C
Ratio weerstandsvermogen , > 20 , , ≥ 14 - ≤ 20
D
, ≥ 10 08 ≥ ,
E
≥ 06 ,
F
< 06 ,
Betekenis
Actie
Uitstekend
Voorstel aan AB om terug te storten
Ruim voldoende
-
< 14 ,
Voldoende
Geen actie
-
< 10 ,
Matig
-
< 08 ,
Onvoldoende
Geen actie Voorstel aan AB om bij te storten
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Ruim onvoldoende
pagina 43 van 59
n e
g tk ile M iw tn - n
Nr. Risico
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
Beheersmaatregelen
1. Substantiele prijsstijgingen (ICT-) (toe) leveranciers
Hogere kosten van (met name ICT-) goederen en diensten.
Significant hogere prijsstijgingen dan de in de begroting van BsGW opgenomen indexeringen van het CPB a. g. v. wereldmarktontwikkelingen.
Prijsstijgingen inkaderen via inkoopproces ; in inkoopvoorwaarden/contract vastleggen op basis waarvan de jaarlijkse prijsstijgingen plaats (mogen) vinden.
akrk
o
g
ne inv - e
2. Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
Meer werk / inhuur op m. n. juridisch gebied. Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten.
3. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Wijziging in wet-/regelgeving.
Groot risico , dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
4. BTW pensioenen
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Wijziging als gevolg van uitspraken
BsGW kan hiervoor geen beheersmaatregelen treffen. Afhankelijk van de uitspraak van de Hoge Raad is BsGW wel of geen BTW verschuldigd over de pensieonpremie.
5. Verstoringen externe informatiestromen
Data is niet volledig. Hogere kosten a. g. v. arbeidsintensievere workarounds/oplossingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.
Verstoringen in het proces omdat data niet uitgewisseld kan worden tussen BsGW en externen zoals WML , afvalinzamelaars , landelijke voorzieningen zoals Kadaster , BRP , et cetera.
Alternatieve werkwijze/procedure vooraf ontwikkelen danwel achteraf vastleggen als back-up.
te lg e W ge r
se c ro
Gericht(er) sturen op het processen (waaronder bezwaar en beroep) wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk.
P
ne
pe
ro e ne ne ra wz e
b
6. Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Bezwaren tegen andere heffingen - Inzet AI door burgers en bedrijven - Intrekking richtlijn vergoeding proceskosten WOZ-taxaties
Overschrijding begroting als gevolg van hogere aantallen bezwaren en beroepen en daarmee hogere uikerings- en uitvoeringskosten.
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
7. Informatiebeveiliging & Privacy Normenkader (Datalek)
Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers. Ondanks recent gewijzigde wet/regelgeving bestaat risico dat bezwaarmaken tegen de OZB of andere belastingen waarbij WOZwaarde basis is , voor de ncnpbedrijven een verdienmodel blijft.
Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers. Afbreukrisico/reputatieschade.
Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met con-collega's en 'Den Haag' , zodat de aanpak sluitend blijft.
1. Procedure meldplicht datalekken BsGW 2. Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3. Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5. BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen , mail , adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie , Third Party Memorandum , ISAE 403-verkaring. 6. Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
Cyberaanvallen/hack i.c. m. onzekerheid ICT-leverancier
Aanvullende kosten door productieverlies , reparatiewerkzaam- heden aan de systemen zelf.
Hackersaanvallen.
8. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
9. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
10. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de buiten als aantrekkelijke werkgever. werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen/opleiden. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om ICT-opleiding te volgen , maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
11. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg dat de werklast terecht komt bij de andere medewerkers danwel werk blijft liggen.
Ziekteverzuim is niet opgenomen in 1. Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo de begroting van BsGW. nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2. Mobiliteitsplan en budget Langdurig ziekte verzuim is in de 3. Strategisch HRM-beleid regel niet-werkgerelateerd bij BsGW.
ie go lo n
hc e T
e ons re
P
Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS.
Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime
B
le
Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW. Database met respons vanuit BsGW op meestgestelde vragen / grieven.
Budgetoverschrijding als gevolg van extra inhuurkosten.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit. Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
pagina 44 van 59
Risico Substantiele prijsstijgingen ICT-(toe) leveranciers Marktontwikkelingen
Gevolg 3
Kans 50%
€
Gevolg 1 50. 000
€
Score (€) 8 7. 500
Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
2
2
25%
€
50. 000
€
1 2. 500
Koepelvrijstelling van de BTW
1
4
2%
€
2. 305. 800
€
4 6. 000
BTW pensioenen
3
4
50%
€
3 85. 000
€
192. 500
Verstoringen externe informatiestromen
3
3
65%
€
1 35. 000
€
8 7. 750
Meer bezwaren en beroepen: - ncnp's - Bezwaren tegen andere heffingen - Inzet AI door burgers en bedrijven - Intrekking richtlijn vergoeding proceskosten WOZ-taxaties
4
4
60%
€
5 00. 000
1
4
1%
€
2 0. 000. 000
€
200. 000
2
4
25%
€
8 00. 000
€
200. 000
ICT-storingen in de piekperiode BsGW
1
3
10%
€
2 00. 000
€
2 0. 000
Fraude door medewerkers
1
3
10%
€
2 00. 000
€
2 0. 000
Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
4
2
40%
€
2 70. 000
€
108. 000
Ziekteverzuim
3
4
80%
€
2 70. 000
€
216. 000
1
2
Wet- / regelgeving
Kans 3
3
4
Proces
Bezwaren en beroepen
5
6
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten 7Informatiebeveiliging & Privacy A- Normenkader (Datalek) Technologie
B8 9
Personeel
10 11
Cyberaanvallen/hack
Totaal benodigd weerstandsvermogen:€ Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
1 . 190. 250 pagina 45 van 59
Toelichting risicoanalyse 1.
Substantiële prijsstijgingen (ICT-)(toe)leveranciers Als gevolg van wereldmarktontwikkelingen stijgen de prijzen van (toe)leveranciers van ICT-producten en -diensten met een substantieel hoger percentage dan de (gewogen) inflatiecijfers , zoals gepresenteerd door het Centraal Planbureau en de in de begroting van BsGW opgenomen indexering. Ook de leverzekerheid van hardware en de krapte op de arbeidsmarkt wat ICT-medewerkers betreft , heeft effect op de prijsontwikkeling.
2.
Soevereinen/autonomen Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen , die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. De soevereinen/ autonomen zoeken – mede met behulp van AI – nieuwe wegen en schromen in toenemende mate niet om hun standpunten kracht bij te zetten , bijv. middels het hoofdelijk aansprakelijk stellen van direct betrokkenen.
3.
Koepelvrijstelling van de BTW De discussie of de koepelvrijstelling in de BTW beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was , loopt nog steeds. Het gaat hierbij , naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie , om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou de betreffende vrijstelling sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning , die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd , niet meer onder de koepelvrijstelling vallen , met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Ondanks het grote aandeel van het waterschap , zou in een dergelijke situatie niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan. Voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten. Wellicht dat het BTWcompensatiefonds de kostenverhoging bij onze gemeentelijke deelnemers (deels) teniet kan doen.
De kans wordt overigens laag ingeschat dat er definitieve (Europese) regelgeving komt in 2027.
4.
BTW pensioenen De gerechtshoven Arnhem en Leeuwarden oordeelden eind 2025 dat de pensioenfondsen btw in rekening moeten brengen over de totale maandelijkse pensioenpremies. Als de uitspraak in stand blijft , heeft dit financiële gevolgen voor werkgevers die de btw niet mogen aftrekken. Dat zou betekenen dat pensioen duurder wordt. In het vernieuwde pensioenstelsel speelt deze problematiek niet meer. Het eventuele financiële risico betreft 2026 en wellicht 2027 indien ABP onverhoopt niet op de geplande datum van 1 januari 2027 maar op de uiterlijke datum van 1 januari 2028 overgaat.
5.
Verstoringen externe informatiestromen Indien de informatiestromen niet voldoende adequaat werken , kan dit tot gevolg hebben dat er inefficiënte werkwijzen danwel fouten ontstaan. Ook het gericht sturen op belangrijke processen wordt hierdoor bemoeilijkt. Verder kunnen correctiewerkzaamheden als gevolg van foutieve aanslagen noodzakelijk zijn , waardoor extra kosten ontstaan.
Begroting BsGW 2027 en meerjarenraming 2028-2031
pagina 46 van 59
BsGW zal daarom goede afspraken maken over beheer , verantwoordelijkheid en gebruik van de gegevens. Door middel van een stelsel van verbandcontroles zullen de juistheid en volledigheid van de administraties worden geborgd. Foutieve gegevens worden teruggemeld aan de bronhouders. Te denken valt aan de diverse koppelingen tussen de systemen van BsGW en die van WML , afvalinzamelaars , landelijke voorzieningen (zoals Kadaster , BRP etc. ) ten behoeve van de onderlinge uitwisseling van gegevens. 6.
Bezwaren en beroepen Als gevolg van de (gerepareerde) Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ (en bpm) met daarin opgenomen een reductie van de proceskostenvergoeding in combinatie met de uitkering hiervan aan de belanghebbenden in plaats van de ncnp-bedrijven plus de lagere toekenningspercentages in 2024 en 2025 voor zowel de bezwaren als beroepen , is de begrotingspost proceskosten -voor wat betreft de uitkeringskosten- substantieel naar beneden bijgesteld. Dit laatste heeft in belangrijke mate te maken met de kwaliteit van het waarderingsproces , de kwaliteit van de aanslagoplegging en de kwaliteit van de afhandeling van bezwaren en beroepen. Uitgangspunt hierbij is dat er zich geen nieuwe , onverwachte ontwikkelingen voordoen , het aantal bezwaren naar aanleiding van de aanslagoplegging 2026 en 2027 geen stijging vertoont ten opzichte van 2024 en 2025 , de waardestijging van de objecten alsmede de tariefstijgingen door de gemeenten binnen de perken blijven. Ook de ontwikkelingen met betrekking tot Box 3 kunnen tot strategische acties leiden. Mocht(en) één of meerdere van deze ontwikkelingen zich voordoen , dan loopt BsGW het risico dat de begrotingspost ‘proceskostenvergoeding’ niet afdoende is.