035bijl 1 - Toelichting en regels bestemmingsplan Luuschweg 15 Hout-Blerick.pdf
Tekst van het document
Hoofdstuk 4
48
5.
JURIDISCHE ASPECTEN 5.1 Planonderdelen Het bestemmingsplan bestaat uit de toelichting, de regels en de verbeelding. De toelichting heeft géén bindende werking; de toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van de aanwezige bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk worden de diverse bepalingen artikelsgewijs besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels, alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding zijn de bestemmingen weergegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de landelijke richtlijn voor bestemmingsplannen (SVBP 2012), alsmede de Wet ruimtelijke ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Verder is aangesloten bij de systematiek van het bestemmingsplan ‘Kern Hout-Blerick’, zoals vastgesteld op 26 mei 2010 door de gemeenteraad van Venlo.
5.2 Toelichting op de verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond, schaal 1:500. Opgenomen is een woonbestemming met daarin een aanduiding voor de nieuwe woningen en de bestaande woning, alsmede zijn aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten, tuinen, erven, onbebouwde erven, waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen toegestaan. Tevens zijn daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Daarnaast is een maximum bouwhoogte en goothoogte opgenomen en aanduiding voor het maximum aantal wooneenheden. Tot slot is een bouwvlak opgenomen binnen de woonbestemmingen. Daarnaast is een groenbestemming opgenomen voor de groen inpassing aan de westzijde van het plangebied. Tot slot is een verkeersbestemming opgenomen voor de parkeerplaatsen en toegangsweg. Ter plaatse van de garageboxen de aanduiding ‘garage’ opgenomen.
Hoofdstuk 5
49
5.3 Toelichting op de planregels De regels leggen de gebruiksmogelijkheden van de gronden en de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing vast. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. De regels zijn onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: Hoofdstuk 1: Inleidende regels; Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3: Algemene regels; Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels. 5.3.1 Inleidende regels De inleidende regels behelzen de begrippen en de wijze van meten. Begrippen In dit artikel zijn bepalingen (begrippen) opgenomen welke in het algemeen spraakgebruik onvoldoende vastliggen en waarbij verschillen in interpretatie bij toepassing van de planregels mogelijk zijn. Wijze van meten Hierin wordt aangegeven op welke manier hoogte, lengte, breedte, inhoud en oppervlakte van bouwwerken / percelen gemeten moeten worden.
5.3.2 Bestemmingsregels De regels van een bestemming worden als volgt opgebouwd en benoemd: bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk; wijzigingsbevoegdheid. Duidelijk zal zijn dat een bestemmingsregel niet alle elementen hoeft te bevatten. Dit kan per bestemming verschillen. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin limitatief de functies worden genoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan.
Hoofdstuk 5
50
De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Ook het gebruik van gronden en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. In de bouwregels staan uitsluitend bepalingen die betrekking hebben op het bouwen. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen voor een omgevingsvergunning. De afwijking van de bouwregels geven het bevoegd gezag de bevoegdheid om onder voorwaarden afwijking te verlenen van een specifieke regel. De specifieke gebruiksregels vormen een nadere concretisering van het toegestane gebruik. De afwijking van de gebruiksregels heeft tot doel bepaald gebruik wat eerder is uitgesloten onder voorwaarden wel toe te laten. Onderstaand worden de regels van de opgenomen bestemming nader toegelicht. ‘Groen’ De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor plantsoenen, groenvoorzieningen, bermen en beplanting, parken, voorzieningen van algemeen nut, waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. Daaraan ongeschikt zijn de gronden bestemd voor verhardingen, parkeervoorzieningen, hondenuitlaatplaatsen en kunstwerken. Er mogen gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut gerealiseerd worden, alsmede de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde is toegestaan.
‘Verkeer - Verblijfsgebied’ De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor verkeersvoorzieningen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen (waaronder bermen en beplanting), straatmeubilair en voorzieningen van algemeen nut. De bouw van garageboxen is ter plaatse van de aanduiding ‘garage’ toegestaan. Tevens zijn daarbij behorende gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. ‘Wonen’ De voor ‘Wonen´ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, in de vorm van grondgebonden woningen en waaronder tevens inbegrepen kamerbewoning (maximaal 2 personen). Daarnaast zijn deze gronden bestemd voor aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten, tuinen, erven, onbebouwde erven, waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw‘. De goothoogte en bouwhoogte van een gebouw mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ aangegeven goothoogte respectievelijk bouwhoogte. Daarnaast is de bouw van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, alsmede bouw van bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan.
Hoofdstuk 5
51
5.3.3
Algemene regels
In de algemene regels is een aantal standaardbepalingen opgenomen te weten, de antidubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels, algemene procedureregels. Anti-dubbeltelregel In de anti-dubbeltelregel wordt bepaald dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning waarin uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, deze bij de beoordeling van latere plannen buiten beschouwing blijft. Het nog overgebleven terrein mag dus niet nog eens meegenomen worden bij het toestaan van een ander bouwwerk. Algemene bouwregels In de algemene bouwregels zijn de algemene regels ten aanzien voor bouwen opgenomen. Daarnaast zijn regels omtrent parkeren opgenomen. Algemene afwijkingsregels In deze regels zijn algemene afwijkingsbepalingen opgenomen. Zo is opgenomen dat binnen alle bestemmingen kan worden afgeweken van opgenomen maten tot een maximum van 10%. Ook zijn afwijkingsregels opgenomen die het mogelijk maken bij meetverschillen ontwikkelingen toe te staan en is bepaald dat kleine bouwwerken van openbaar nut, mits ze voldoen aan bepaalde voorwaarden, ook in afwijking van de bestemmingsregels vergund kunnen worden.
Algemene wijzigingsregels In deze bepaling wordt aan burgemeester en wethouders een algemene bevoegdheid gegeven om kleinschalige wijzigingen aan te brengen in de bestemmingen van onderhavig plan. Algemene procedureregels In de algemene procedureregels zijn de procedures opgenomen die dienen te worden doorlopen bij een binnenplanse wijziging of het stellen van nadere eisen. 5.3.4
Overgangs- en slotregels
Dit hoofdstuk is het sluitstuk van de regels en bevat alle bepalingen die nog niet elders ondergebracht zijn. De regels zijn algemeen van aard en gelden in principe voor alle bestemmingen. Overgangsrecht In deze regel wordt vorm en inhoud gegeven aan het overgangsrecht. Slotregel Als laatste is de slotregel opgenomen. Deze regel bevat de titel van het plan.
Hoofdstuk 5
52
6.
HANDHAVING Een bestemmingsplan is voor de gemeente een belangrijk instrument om haar ruimtelijk beleid vorm te geven. Door middel van een combinatie van positieve bestemmingen en het uitsluiten van bepaalde activiteiten en functies kan een sturing plaatsvinden van gewenste en ongewenste ontwikkelingen. Een belangrijk aspect hierbij is de handhaving en het toezicht op de naleving van het bestemmingsplan. Deze handhaving is van cruciaal belang om de in het plan opgenomen ruimtelijke kwaliteiten ook op langere termijn daadwerkelijk te kunnen vasthouden. Daarnaast is de handhaving van belang uit een oogpunt van rechtszekerheid: alle bewoners en gebruikers dienen door de gemeente op een zelfde wijze daadwerkelijk aan het plan worden gehouden. In dit bestemmingsplan is daarom allereerst gestreefd naar een zo groot mogelijke eenvoud van in het bijzonder de planregels. Hoe groter de eenvoud (en daarmee de toegankelijkheid en leesbaarheid), hoe groter in de praktijk de mogelijkheden om toe te zien op de naleving van het plan. Bewust zijn in het plan geen detailbepalingen opgenomen die – hoewel misschien op zichzelf niet onwenselijk – in de praktijk niet kunnen worden gehandhaafd. In het verlengde daarvan is zoveel mogelijk afgezien van bepalingen die door de bewoners en andere gebruikers als een onnodige beperking van hun vrijheid kunnen worden gevoeld.
Hoe minder knellend de planregels zijn, hoe kleiner de kans dat het met de regels wat minder nauw wordt genomen. In de praktijk worden op den lange duur immers ook alleen die regels gerespecteerd waarvan door de betrokkenen de noodzaak en de redelijkheid wordt ingezien. In de bouwregels zijn maten opgenomen die van toepassing zijn op gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Te realiseren gebouwen en andere bouwwerken moeten voldoen aan deze maatvoering, zo niet, dan kan het college van burgemeester en wethouders geen omgevingsvergunning voor het bouwen verlenen. Gebruiksregels zijn opgenomen om gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken en ongewenste ontwikkelingen uit te sluiten. Toetsing aan de gebruiksregels is aan de orde bij functiewisseling of nieuwvestiging. Het gemeentebestuur draagt de verantwoordelijkheid om toe te zien op de naleving van de opgenomen regels in het bestemmingsplan.
Hoofdstuk 6
53
7.
HAALBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid Op 1 juli 2008 zijn samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepalingen omtrent de grondexploitatie (Afdeling 6.4 Wro) in werking getreden. In de Grondexploitatiewet is bepaald dat de gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel waarin mogelijkheden voor een bouwplan gecreëerd worden, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Indien het kostenverhaal anderszins is verzekerd, kan de gemeente afzien van het opstellen van een exploitatieplan. Eveneens is de gemeente niet verplicht een exploitatieplan vast te stellen in bij het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangegeven gevallen waar de verhaalbare kosten uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen, of niet opweegt tegen de bestuurlijke lasten (artikel 6.12, lid 2, aanhef, juncto artikel 6.2, lid 1 Bro). Een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, van de wet, wordt onder andere aangewezen als een bouwplan betreft voor de bouw van een of meer woningen. Er is in dit geval dus sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, waardoor een verplichting tot kostenverhaal geldt.
Tussen de initiatiefnemer en de gemeente zal hiertoe een anterieure overeenkomst en een planschadeovereenkomst afgesloten worden. Binnen de anterieure overeenkomst is de grondtransactie gewaarborgd (dit betreffen de gronden die worden overgedragen aan de gemeente en zijn weergegeven binnen de afbeelding in paragraaf 2.2). Binnen de anterieure overeenkomst zijn ook de aanleg- en begeleidingskosten voor de herinrichting van de openbare ruimte (parkeerplaatsen en openbaar groen) gewaarborgd. Ook zijn afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud.
7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Overleg ex artikel 3.1.1. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moeten burgemeester en wethouders overleg plegen met het waterschap, met andere gemeenten van wie de belangen bij het plan betrokken zijn, en met de betrokken rijks- en provinciale diensten. In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aan de relevante besturen en diensten van de betrokken bevoegde gezagen gevraagd om een reactie te geven op het concept van het ontwerp-bestemmingsplan. Met betrekking tot het concept van het ontwerp-bestemmingsplan zijn in het kader van het wettelijk vooroverleg adviezen ontvangen van de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Een verslag van het vooroverleg en de doorwerking hiervan op onderhavig bestemmingplan is opgenomen in de separate bijlagen. Het Waterschap Limburg heeft in het kader van het vooroverleg geen bezwaren kenbaar gemaakt.
Hoofdstuk 7
54
Inspraak Voor dit bestemmingsplan wordt géén inspraakprocedure gevolgd. Het plan wordt direct als ontwerp ter inzage gelegd, waarbij voor een ieder de mogelijkheid bestaat een zienswijze op het plan in te dienen. Zienswijzenprocedure ontwerp bestemmingsplan Het ontwerp bestemmingsplan heeft overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 Wro vanaf 4 maart 2021 zes weken ter inzage gelegen. In het kader van deze terinzagelegging zijn géén zienswijzen ingediend.
Hoofdstuk 7
55
8. PROCEDURE De Wet ruimtelijke ordening (Wro) is in werking getreden met ingang van 1 juli 2008. De wettelijke procedure start met het moment van terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. De procedure ziet er als volgt uit: Openbare kennisgeving van het ontwerp-bestemmingsplan; Terinzagelegging van het ontwerp en bijbehorende stukken gedurende 6 weken en toezending aan Gedeputeerde Staten en de betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten; Gedurende de termijn van terinzagelegging kunnen door een ieder schriftelijk of mondeling zienswijzen worden ingebracht; Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken indien zienswijzen zijn ingediend; Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door terinzagelegging met voorafgaande kennisgeving en toezending aan gedeputeerde staten en betrokken rijksdiensten, waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het bestemmingsplan gewijzigd is vastgesteld, vanaf 6 weken na vaststelling; Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden; Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend bij de
Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Hoofdstuk 8
56
SEPARATE BIJLAGEN: Aeres Milieu, Verkennend bodemonderzoek Luuschweg 15 te Venlo, projectnummer.: AM19398, d.d. 9 april 2020 Aeres Milieu, Nader onderzoek asbest in de bodem Luuschweg 15 te Venlo, projectnummer.: AM19398-2, d.d. 8 mei 2020 Aeres Milieu, Nader bodemonderzoek Luuschweg 15 te Venlo, projectnummer.: AM19398-3, d.d. 30 juni 2020 M-Tech, Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, rapportnr.: Luu.Ven.19.AO BP-02, d.d. 5 januari 2021. M-Tech, notitie geluidonderzoek industrielawaai nieuwbouw garageboxen, projectnummer.: Luu.Ven.19.AO WB-03, d.d.5 januari 2021. Veiligheidsregio Limburg-Noord, Advies externe veiligheid BP Luuschweg 15 te Hout-Blerick, kenmerk: 2020-000702, d.d. 16 juni 2020 Aeres Milieu, Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek, door middel van boringen Luuschweg 15 te Hout-Blerick (gemeente Venlo), projectnummer.: AM19398, d.d. 24 augustus 2020 BRO, Quickscan flora en fauna ‘Luuschweg 15’ te Hout-Blerick, projectnummer.: P01467, d.d. 10 december 2019. AERIUS Calculator, aanlegfase, AERIUS kenmerk: S4xE4h9p8Jf3, d.d. 2 november 2020 AERIUS Calculator, gebruiksfase, AERIUS kenmerk: RaUb3aCmXozF, d.d. 2 november 2020 Aeres Milieu, Infiltratieonderzoek Luuschweg 15 te Hout-Blerick, projectnummer.: AM19398, d.d. 30 maart 2020
Luuschweg 15, Hout-Blerick
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
4
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
4 11
Hoofdstuk 2
Bestemmingsregels
12
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Groen Verkeer - Verblijfsgebied Wonen
12 14 16
Hoofdstuk 3
Algemene regels
21
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Algemene procedureregels
21 22 23 24 25
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
26
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
26 27
Bijlage bij regels
29
Bijlage 1
30
2
Lijst aan huis gebonden bedrijven
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Luuschweg 15, Hout-Blerick' met identificatienummer NL.IMRO.0983.BP202006LUUSCHW15-VG01 van de gemeente Venlo. 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage. 1.3
aaneengebouwde woningen:
woningen die worden gekenmerkt door aaneengebouwde hoofdgebouwen. 1.4
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6
aan- en/of uitbouw:
een aan een hoofdgebouw vastgebouwd gebouw, dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. 1.7
aan huis gebonden bedrijf:
het door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, geheel of overwegend door handwerk, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel. 1.8
aan huis gebonden beroep:
het door de bewoner van de woning beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen beroep dat door zijn omvang in een woning en daarbij behorende bijgebouwen met overwegend behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. Hieronder dienen niet te worden begrepen de uitoefening van consumentverzorgende ambachtelijk bedrijfsactiviteiten noch detailhandel. 1.9
bebouwing:
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.
4
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
1.10
bebouwingspercentage:
een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van het bouwperceel aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.11
bed and breakfast:
een horecagelegenheid ondergeschikt aan een woning die in hoofdzaak bestaat uit het verstrekken van nachtverblijf voor korte tijd en waarbij het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan de logerende gasten (daaraan) ondergeschikt is. 1.12
bedrijfswoning en/of dienstwoning
Een woning in of bij een bouwwerk of terrein, die alleen is bedoeld voor de huisvesting van (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het bijbehorende bouwwerk of terrein noodzakelijk is. 1.13
begane grond:
een bouwlaag geen verdieping zijnde. 1.14
bestaand:
Bebouwing: de als zodanig op de verbeeldingen aangegeven bebouwing, welke bestaat op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan, dan wel op dat tijdstip op basis van een afgegeven bouwvergunning mag worden gebouwd, tenzij in de regels anders is bepaald; Gebruik: gebruik van gronden en bouwwerken, zoals dat bestaat ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. 1.15
bestaande legale situatie:
op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan overeenkomstig het tot dat moment geldende bestemmingsplan, dan wel een daartoe strekkende (omgevings)vergunning in afwijking van dat bestemmingsplan, bestaande situatie. 1.16
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak. 1.17
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.18
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
5
1.19
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak. 1.20
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback en met een maximale hoogte van 3,00 m voor woningen. 1.21
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan. 1.22
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel. 1.23
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee de gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.24
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.25
bijgebouw:
een gebouw behorende bij en dienstbaar aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat in functioneel en architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en niet in directe verbinding staat met het hoofdgebouw. 1.26
dak:
iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.27
dakopbouw:
opbouw van de bovenste bouwlaag voor zover gelegen binnen de snijlijnen van een schuin dak, uitgaande van een maximale dakhelling van 60°, met uitzondering van het gestelde bij "setbacks" in dit artikel. 1.28
erf:
het gedeelte van het bouwperceel bestaande uit achtererf en zijerf waarop volgens de regels bijgebouwen mogen worden opgericht.
6
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
1.29
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30
geluidzoneringsplichtige inrichting:
een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.31
grondgebonden woning:
een gebouw met hoofdzakelijk een woonfunctie waar één woning aanwezig is. 1.32
halfvrijstaande woningen:
een woning die onderdeel uitmaakt van een blok van twee aaneengesloten woningen. 1.33
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.34
huishouden:
de bewoning van een woning door: één persoon; twee of meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voeren of willen voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan, waaronder geen kamerbewoning begrepen. 1.35
inwoning:
het bewonen van een woonruimte die deel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen, met dien verstande dat dit slechts is toegestaan in het hoofdgebouw, dan wel in het hoofdgebouw verbonden bijgebouwen en dat woningsplitsing en/of kamerbewoning niet is toegestaan. 1.36
kamerbewoning:
een woning die, al dan niet mede door de rechthebbende, duurzaam en (nagenoeg) zelfstandig kamergewijs door maximaal 2 personen wordt bewoond en welk niet valt aan te merken als het verstrekken van logies. 1.37
kamerverhuur(bedrijf):
een pand of een deel van een pand dat door meer dan 2 personen, anders dan door de rechthebbende, bedrijfsmatig kamergewijs wordt bewoond en welk niet valt aan te merken als logiesverblijf.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
7
1.38
omgevingsvergunning:
omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.39
ondergeschikte activiteit:
activiteit waarbij maximaal 30% van de opstallen als zodanig mag worden gebruikt. 1.40
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, daaronder begrepen een carport. 1.41
parkeervoorziening:
een al of niet overdekte, op straat aanwezige dan wel met een straat in open verbinding staande ruimte, die gelet op de ligging en de ontsluiting geschikt is om te worden gebruikt voor het parkeren van motorvoertuigen. 1.42
peil:
voor bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil. 1.43
perceelgrens:
en grenslijn tussen bouwpercelen onderling. 1.44
prostitutie:
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding, daaronder begrepen straatprostitutie. 1.45
ruimtelijke kwaliteit:
de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, de belevingswaarde en de toekomstwaarde van die ruimte, voor zover nader beschreven in de toelichting op dit plan en/of voor zover tot uiting komend in de Beschrijving in Hoofdlijnen gemeenschappelijk aan alle bestemmingen. 1.46
seksinrichting:
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar.
8
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
1.47
straatprostitutie:
het zich op de openbare weg of in een zich op de openbare weg bevindend voertuig beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen tegen vergoeding. 1.48
tuin:
gronden gelegen tussen de (voor)gevelrooilijn dan wel bijgebouwenlijn en het openbare gebied bestaande uit verkeersontsluiting(en), groenvoorzieningen en/of pleinvormige ruimten. 1.49
uitbouw:
een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm kan worden onderscheiden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.50
vervangende nieubouw
het op hetzelfde perceel bouwen van een woning na sloop van een bestaande woning. 1.51
voorgevel:
een of meer gevel(s) van een gebouw die is / zijn gelegen aan de zijde van de weg en die in ruimtelijk opzicht de voorkant(en) van een gebouw vorm(t)(en). 1.52
vrijstaand bijgebouw:
een bijgebouw, dat in functionele en bouwkundige zin ondergeschikt is aan en qua constructie en in ruimtelijk visueel opzicht vrij staat van het hoofdgebouw of daarmee slechts verbonden is door een tuinmuur, haag of andere tuinafscherming. 1.53
weg:
een voor het rij- en ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeergelegenheden. 1.54
wonen:
het gehuisvest zijn in een woning. 1.55
woning / wooneenheid:
een zelfstandig (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de huisvesting van één huishouden. 1.56
zijerf:
gronden gelegen tussen een zijgevel van het hoofdgebouw en de zijdelingse niet aan een weg grenzende perceelgrens, waarop volgens de regels bijgebouwen mogen worden opgericht.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
9
1.57
zijgevel:
een gevel van een hoofdgebouw, niet zijnde de voor- of achtergevel. 1.58
zolder:
ruimte(n) in een gebouw die geheel is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen.
10
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. Afstand tot de bouwperceelgrens: tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. b. Bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. c. Dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. d. Goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. e. Horizontale diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. f. Inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. g. Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf het peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. h. Oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
plantsoenen; groenvoorzieningen; bermen en beplanting; parken; voorzieningen van algemeen nut. waterhuishoudkundige voorzieningen, waterlopen en waterpartijen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen;
met daaraan ondergeschikt: g. h. i. j.
verhardingen; parkeervoorzieningen; hondenuitlaatplaatsen; kunstwerken.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. er mogen gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd, waarbij; 1. de bouwhoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; 2. de oppervlakte niet meer dan 15 m² mag bedragen. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 5 m bedragen; b. overkappingen zijn niet toegestaan; c. in afwijking van het bepaalde onder b mag de hoogte van lichtmasten niet meer dan 12 m bedragen. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding. 12
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
13
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Verkeer – Verblijfsgebied´ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
verkeersvoorzieningen; parkeervoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding ‘garage’: garageboxen; groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplanting; straatmeubilair; voorzieningen van algemeen nut;
met de daarbij behorende: g. gebouwen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Garageboxen
Voor het bouwen van garageboxen ter plaatse van de aanduiding ‘garage' gelden de volgende regels: a. garageboxen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte van de garageboxen mag maximaal 3 meter bedragen; 4.2.2
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte maximaal 5 m mag bedragen. 4.2.3
Voorwaardelijke bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de leden 4.2.1 en 4.2.2 mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bodemsanering' pas worden gebouwd nadat de bodem ter plaatse is gesaneerd en voorafgaand aan het nemen van sanerende maatregelen het bevoegd gezag Wet bodembescherming een BUS-melding en/of Plan van Aanpak heeft goedgekeurd. De sanering moet zodanig zijn uitgevoerd dat de grond na het uitvoeren van de sanering voor de functie 'verkeer en verblijfsgebied' geschikt is. 4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden en het woon- en leefklimaat van aangrenzende gronden en bouwwerken; b. ter waarborging van de stedenbouwkundige kwaliteit en beeldkwaliteit van de naaste omgeving; c. ter waarborging van de verkeersveiligheid; d. ter waarborging van de sociale veiligheid; e. ter waarborging van de brandveiligheid en rampenbestrijding; f. met betrekking tot de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding.
14
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Voorwaardelijke verplichting sanering
Van de functie 'verkeer - verblijfsgebied' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding bodemsanering' mag niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat de bodem ter plaatse is gesaneerd en voorafgaand aan het nemen van sanerende maatregelen het bevoegd gezag Wet bodembescherming een BUS-melding en/of Plan van Aanpak heeft goedgekeurd. De sanering moet zodanig zijn uitgevoerd dat de grond na het uitvoeren van de sanering voor de functie 'verkeer en verblijfsgebied' geschikt is.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
15
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in grondgebonden woningen, waaronder tevens begrepen kamerbewoning (maximaal 2 personen per woning); b. aan huis gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsactiviteiten, zoals vermeld in Bijlage 1 Lijst aan huis gebonden bedrijven; c. tuinen, erven en onbebouwde erven; d. waterhuishoudkundige voorzieningen, alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen; met de daarbij behorende: e. hoofd- en bijgebouwen, aan- en uitbouwen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel: a. gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het aangeduide bouwvlak; b. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden'. 5.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding hoofdgebouw; b. het bouwen van gestapelde woningen is niet toegestaan; c. de hoofdgebouwen dienen in en evenwijdig aan de voorgevelrooilijn te worden geplaatst. d. de goot- en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; e. de bebouwingsdiepte, repectievelijk breedte van het hoofdgebouw mag maximaal 12 meter, respectievelijk 9 meter bedragen; f. het bebouwingspercentage van het bouwperceel voor hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke hoger zijn 1 m, gemeten vanaf het aansluitend terrein, mag niet meer dan 65 bedragen; g. de inhoud van het hoofdgebouw bedraagt maximaal 900 m3; h. de afstand van de vrijstaande gevel tot de zijdelingse perceelgrens moet minimaal 3 m bedragen. i. bij vervangende nieuwbouw en het verbouwen van een bestaande woning blijft de bestaande bebouwingstypologie (gestapeld, vrijstaand, twee-aaneen, aaneengesloten dan wel patiowoning) gehandhaafd en is bij gestapelde bebouwing maximaal één woning per bouwlaag toegestaan'. 5.2.3
Aan- en uitbouwen en bijgebouwen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen tenminste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan - te worden gebouwd; 16
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
b. in hoeksituaties dienen aan- en uitbouwen en bijgebouwen, aan de perceelszijde van het hoofdgebouw die direct grenst aan de weg, op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw - of het verlengde daarvan - te worden gebouwd; c. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen - voorzover ze zijn gelegen buiten het maximale bouwvlak van het hoofdgebouw, zoals hiervoor onder 5.2.2 is aangegeven, mag niet meer bedragen dan: 1. 100 m² bij een bouwperceel groter dan 500 m², met dien verstande dat het maximum bebouwingspercentage als bedoeld in lid 5.2.2 sub c niet mag worden overschreden; d. de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag maximaal 3,3 m bedragen en de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; e. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen met een plat dak mag niet meer dan 3,3 m bedragen; f. in afwijking van het bepaalde onder a t/m e van dit lid, mogen aan een hoofdgebouw erkers, luifels en dergelijke worden aangebouwd, met een diepte van maximaal 1,5 m, een oppervlakte van maximaal 6 m² en een hoogte van maximaal 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping. 5.2.4
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. erf- en terreinafscheidingen hoger dan 1 m, maar maximaal 2 m, alsmede overkappingen dienen tenminste 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw - of in het verlengde daarvan - te worden gebouwd; b. in hoeksituaties dienen erf - en terreinafscheidingen hoger dan 1 m alsmede overkappingen, aan de perceelszijde van het hoofdgebouw die direct grenst aan de weg, op een afstand van tenminste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw - of het verlengde daarvan - te worden gebouwd; c. de bouwhoogte van andere bouwwerken mag maximaal 3 m bedragen, met uitzondering van: 1. vlaggenmasten, waarvan de hoogte maximaal 5 m mag bedragen; 2. speeltoestellen, waarvan de hoogte maximaal 3,5 m mag bedragen; 3. erf- en terreinafscheidingen, waarvan de hoogte maximaal 2 m mag bedragen; d. het hiervoor in artikel 5.2.2 onder f aangegeven bebouwingspercentage mag tengevolge van het oprichten van andere bouwwerken welke hoger zijn dan 1 meter, gemeten vanaf het aansluitend terrein, niet worden overschreden. 5.2.5
Voorwaardelijke bouwregels
In afwijking van het bepaalde in de leden 5.2.1 tot en met 5.2.4 mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bodemsanering' pas worden gebouwd nadat de bodem ter plaatse is gesaneerd en voorafgaand aan het nemen van sanerende maatregelen het bevoegd gezag Wet bodembescherming een BUS-melding en/of Plan van Aanpak heeft goedgekeurd. De sanering moet zodanig zijn uitgevoerd dat de grond na het uitvoeren van de sanering voor de functie 'wonen' geschikt is. 5.3
Nadere eisen
5.3.1
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. b. c. d.
de situering en/of afmetingen van bouwwerken; de kapvorm van gebouwen; de aanleg en omvang van parkeergelegenheid op eigen terrein; de in het kader van waterhuishoudkundige voorzieningen alsmede (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen te nemen maatregelen ter voorkoming van overlast van hemelwater ten gevolge van nieuw op te richten bebouwing en/of aan te brengen oppervlakteverharding;
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
17
e. bouwkundige maatregelen ten aanzien van gebouwen in het kader van externe veiligheid. 5.3.2
Afwegingskader
De toepassing van nadere eisen als bedoeld in 5.3.1 onder a t/m c door burgemeester en wethouders zal gericht zijn op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. b. c. d. e. f. g. h.
het straat- en bebouwingsbeeld; de woonsituatie (wooncomfort kwaliteit woongenot van de directe omgeving); de gebruiksmogelijkheden (op eigen terrein en op aangrenzende gronden); de milieusituatie; de verkeersveiligheid; de parkeerruimte op eigen terrein; de sociale veiligheid; de brandveiligheid.
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, wordt in elk geval gerekend het gebruik van: a. vrijstaande bijgebouwen voor permanente of tijdelijke bewoning; b. woningen voor kamerbewoning voor meer dan 2 personen, tenzij sprake is van een bestaande legale situatie; c. opstallen als kamerverhuurbedrijf; d. opstallen voor bed and breakfast; e. gronden voor de voorgevel bij aaneengesloten woonbebouwing om te parkeren. 5.4.2
Aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
Het uitoefenen van een aan huis gebonden beroep en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten is toegestaan in combinatie met het wonen, mits: a. het bedrijven betreft welke genoemd zijn in Bijlage 1 Lijst aan huis gebonden bedrijven, alsmede bedrijven welke niet in de lijst zijn vermeld, doch naar het oordeel van burgemeester en wethouders, waar het gaat om de verwachting omtrent te duchten gevaar, schade of hinder of overlast voor de (woon)omgeving, daarmee gelijk te stellen zijn. De in Bijlage 1 Lijst aan huis gebonden bedrijven genoemde bedrijven vallen onder milieucategorie 1 of 2. Bedrijven in een hogere milieucategorie zijn vanwege de mogelijke hinder voor de omgeving in dit verband niet toegestaan; b. de woonfunctie in overwegende mate behouden blijft; c. de beroeps- en/of bedrijfsoppervlakte niet meer bedraagt dan 40% van de vloeroppervlakte van het hoofdgebouw en de bijgebouwen, met een maximum van 50 m²; d. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten hoofdzakelijk door de bewoner(s) van het hoofdgebouw zelf worden uitgeoefend; e. de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten het woon- en leefklimaat niet onevenredig aantasten; f. de woning en de bij de woning behorende bijgebouwen aan het Bouwbesluit c.q. de Bouwverordening blijven voldoen; g.
de beroeps- en/of bedrijfsactiviteiten geen parkeeroverlast voor de directe (woon)omgeving veroorzaken of dat hierdoor geen extra parkeervoorzieningen noodzakelijk zijn; h. geen (overig) gevaar schade, hinder of overlast voor de (woon)omgeving ontstaat; i. geen detailhandel wordt uitgeoefend, met uitzondering van detailhandel die ondergeschikt is aan en verband houdt met de ter plekke uitgeoefende kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; j. geen horeca-activiteiten worden uitgeoefend; k. geen prostitutiebedrijf, seksinrichting of aanverwante activiteiten op erotisch en/of pornografisch gebied wordt/worden uitgeoefend.
18
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
5.4.3
Voorwaardelijke verplichting sloop bestaande bebouwing
De sloop van bestaande gebouwen binnen het plangebied mag pas plaatsvinden nadat: a. vervolgonderzoek heeft plaats gevonden naar het daadwerkelijk voorkomen van vleermuizen en huismussen binnen het plangebied, en b. eventueel te nemen noodzakelijke mitigerende en/of compenserende maatregelen met het oog op de gunstige staat van instandhouding van de onder a bedoelde soorten zijn genomen, en/of c. middels afschriften, op grond van het onderzoek als bedoeld onder a, eventueel noodzakelijk gebleken, verleende ontheffingen op grond van de Wet natuurbescherming kunnen worden overlegd met het bevoegd gezag. 5.4.4
Voorwaardelijke verplichting sanering
Van de functie 'wonen' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bodemsanering' mag niet eerder gebruik worden gemaakt dan nadat de bodem ter plaatse is gesaneerd en voorafgaand aan het nemen van de sanerende maatregelen het bevoegd gezag Wet bodembescherming een BUS-melding en/of Plan van Aanpak heeft goedgekeurd. De sanering moet zodanig zijn uitgevoerd dat de grond na het uitvoeren van de sanering voor de functie 'wonen' geschikt is. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Afwijking bed and breakfast
Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de regels ten behoeve van een bed and breakfast, mits: a. de woonfunctie als hoofdfunctie behouden blijft; b. het gebruik geen hinder voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt; c. het gebruik geen belemmering voor de omliggende bedrijven oplevert; d. het gebruik naar de aard met het woonkarakter van de omgeving in overeenstemming is; e. het gebruik de woonfunctie ondersteunt, dat wil zeggen dat degene die de activiteiten in het hoofdgebouw of bijgebouw uitvoert, tevens de gebruiker van het hoofdgebouw is; f. er geen duurzame ontwrichting van de evenwichtige opbouw van de voorzieningenstructuur ontstaat; g. het niet zodanig verkeersaantrekkende activiteiten betreft die kunnen leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van verkeer; h. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein; i. de bed and breakfast-voorziening in bestaande bebouwing wordt gerealiseerd; j. maximaal 40% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw en de daarbij behorende bijgebouwen ten behoeve van een bed and breakfast in gebruik is, zulks met een absoluut maximum van 60 m². 5.5.2
Afwijken kamerverhuurbedrijf
Het bevoegd gezag kan afwijken van hetgeen in dit bestemmingsplan is bepaald ten aanzien van kamerbewoning, ten behoeve van een kamerverhuurbedrijf en zo kamergewijze bewoning voor meer dan 2 personen per woning toestaan, mits in het kader van een goed woon- een leefklimaat: a. per kamer wordt voorzien in voldoende gebruiks- en leefoppervlakte; b. wordt voorzien in voldoende stallingsruimte voor fietsen en wordt voorzien in voldoende bergruimte voor het opslaan van huishoudelijk afval; c. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein. Indien niet op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien, dient te worden aangetoond dat elders in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien; d. het gebruik geen overlast voor het woonmilieu oplevert en geen onevenredige afbreuk doet aan het woonkarakter van de wijk of buurt;
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
19
Bij de beoordeling of wordt voldaan aan de onder a tot en met d beschreven voorwaarden wordt getoetst aan de 'Beleidsregel kamerverhuur, woningsplitsing en woningomzetting Venlo 2020' als vastgesteld door burgemeester en wethouders van Venlo op 18 februari 2020, met dien verstande dat wanneer deze beleidsregel wordt herzien, aanvragen worden getoetst aan de geldende beleidsregel ten tijde van het indienen van de aanvraag.
20
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
21
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Algemene regels over bestaande afstanden en andere maten
Voor bestaande afstanden en andere maten gelden de volgende regels: a. Indien afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan meer bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In die gevallen dat afstanden tot, en bouwhoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet, op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan minder bedragen dan ingevolge hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen deze maten en hoeveelheden als minimaal toelaatbaar worden aangehouden. c. In het geval van (her)oprichting van gebouwen is het bepaalde onder a en b uitsluitend van toepassing indien het geschiedt op dezelfde plaats. 7.2
Parkeren
7.2.1
Parkeren
Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan geldt de regel dat er voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen aanwezig is of wordt gerealiseerd. Voldoende parkeergelegenheid betekent dat voldaan wordt aan de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen' (CROW-publicatie 381). Indien deze publicatie gedurende de planperiode wijzigt, moet rekening worden gehouden met deze wijzigingen. 7.2.2
Afwijken
Bij de uitoefening van de bevoegdheid tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen of een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan kan worden afgeweken van het bepaalde in 7.2.1, indien: a. er door andere omstandigheden mede verband houdende met de aard en omvang van de nieuwe functie of het bouwwerk zoals dubbelgebruik, aanwezigheidspercentages en fietsgebruik volstaan kan worden met een lagere norm.
22
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Algemene afwijkingsregels
Bij een omgevingsvergunning kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden, het woon- en leefklimaat, de stedenbouwkundige kwaliteit, de beeldkwaliteit, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid, de brandveiligheid en rampenbestrijding van de aangrenzende gronden en bouwwerken, worden afgeweken van: a. de voorgeschreven maximum maten, afmetingen, percentages tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en kan worden toegestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en kan worden toegestaan dat de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; e. het bepaalde ten aanzien van de maximale (bouw)hoogte van gebouwen en kan worden toegestaan dat de (bouw)hoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers en lichtkappen, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting maximaal 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2.
de hoogte maximaal 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; f. de regels en kan het bouwen van kleine niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut en voor religieuze doeleinden zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, (glas)containers, monumenten, kapellen, wegkruisen en naar aard en omvang daarmee gelijk te stellen bouwwerken, worden toegestaan mits: 1. de oppervlakte niet meer dan 15 m² bedraagt: 2. de goothoogte niet meer dan 3 m bedraagt; 3. de bouwwerken naar aard en afmetingen passen in het plan, met dien verstande, dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 10 meter mag bedragen; 4. uit een bodemonderzoek is gebleken dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
23
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingsbevoegdheden
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van: a. overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; b. overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geeft; c. de overschrijdingen als bedoeld in sub a en b mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; d. het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar regels in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan worden gewijzigd.
24
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Artikel 10 10.1
Algemene procedureregels
Procedure nadere eisen
Bij het stellen van nadere eisen als bedoeld in deze regels is op de voorbereiding van het besluit de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
25
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
26
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Luuschweg 15, Hout-Blerick'
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
27
28
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Bijlage bij regels
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
29
Bijlage 1 Lijst aan huis gebonden bedrijven
30
Bestemmingsplan "Luuschweg 15, Hout-Blerick" (vastgesteld)
Lijst van Bedrijfsactiviteiten Nr OMSCHRIJVING
CAT
1 2 3 4 5 6 7
2 2 2 1 2 2
8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39
Badhuizen en sauna-baden Banken, verzekeringsbedrijven, beurzen Bedrijfs- en werknemersorganisaties (kantoren) Bibliotheken, musea, ateliers, e.d. Binderijen Cateringbedrijven, kookstudio's Computerservice- en informatietechnologie-bureau's e.d., excl. Internetcafé's e.d. Consultatiebureaus Dans-, muziek-, balletscholen, workshopateliers e.d. t.b.v. hobby's en vrijetijdsbesteding Expediteurs, cargadoors (kantoren) Fabricage van munten, sieraden e.d. Fitnesscentra Foto- en filmontwikkelcentrales Groothandel en handelsbemiddeling (kantoren, geen opslag) Handelsbemiddeling (kantoren) Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen, overige grafische aktiviteiten Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek Muziekinstrumentenbedrijven Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Openbaar bestuur (kantoren e.d.) Overige dienstverlening t.b.v. vervoer (kantoren) Overige zakelijke dienstverlening: kantoren (Para)medische praktijken, klinieken en dagverblijven Persoonlijke dienstverlening Reisorganisaties Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen) Reproduktiebedrijven opgenomen media Studio’s (films, tv, radio, geluid) Telecommunicatiebedrijven, excl. belhuizen e.d. Uitgeverijen (kantoren) Veilingen voor huisraad, kunst e.d.
Verhuur van en handel in onroerend goed Verhuurbedrijven voor roerende goederen Vervaardiging van kleding en -toebehoren (excl. van leer) Vervaardiging van wijn, cider e.d. Vervoersbedrijven (uitsluitend kantoren) Wasserettes, wassalons Wasverzendinrichtingen
1 1 2 1 2 2 2 2 1 1 2 1 2 2 2 1 1 1 1 1 1 1 2 1 1 1 1 2 2 2 1 1 2
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.BRO.nl