CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

035 bijl1 Transitievisie Gebouwde omgeving 2.0 (4).pdf

Raadsvergadering 25 mei 2023, gemeente VenloBij agendapunt: 5.3: RV 35 Transitievisie Gebouwde omgeving 2.017.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.1.3

ROL ENEXIS

Enexis heeft als netbeheerder de taak van het beheer van de gas- en elektriciteitsnetten. De energietransitie heeft een grote invloed op de manier waarop we gas, elektriciteit en warmte gebruiken. Het netwerk moet aan de ene kant elektriciteit of warmte kunnen vervoeren dat wordt gevraagd in verschillende sectoren, zoals de industrie of de woningbouw. Aan de andere kant wekken we ook veel duurzame elektriciteit op dat sterk varieert per tijdstip op de dag en per seizoen. Enexis wil graag zekerheid over wanneer het elektriciteitsnet verzwaard moet worden en wanneer het gasnet afgekoppeld moet worden. Omdat we in een transitie zitten, is die zekerheid niet altijd te geven. Daarom is het goed om nauw samen te werken met Enexis om de (on)mogelijkheden van het netwerk scherp in beeld te houden en hierop in te spelen, bijvoorbeeld wanneer we wijkuitvoeringsplannen gaan maken. Hierbij is met name belangrijk om de planningen voor verduurzaming en onderhoud van Enexis, de gemeente en de corporaties op elkaar te leggen en zo veel mogelijk te integreren. Enexis richt zich steeds meer op de monitoring van het laagspanningsnet om zodoende beter inzicht te krijgen in de ontwikkelingen rondom de belasting van deze stations.

Op basis van deze inzichten kan door Enexis vervolgens beter de afweging worden gemaakt op welke wijze geprioriteerd dient te worden in de benodigde investeringen om de netten te verzwaren. Dat de gemeente daarnaast specifiekere keuzes maakt over de waarschijnlijkheid van een bepaalde warmteoplossing per buurt, biedt bovendien meer perspectief voor Enexis om daadwerkelijk te investeren in de buurten waar dergelijke problemen met de netspanning zich voordoen.

29

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

IN HET KORT GEMEENTE VENLO Houdt op drie manieren de regie over de voortgang van de verduurzaming door: • het faciliteren van (bewoners)initiatieven; • de samenwerking met buurgemeenten ; • het stimuleren door zelf initiatief te nemen.

WONINGCORPORATIES zijn verantwoordelijk voor de verduurzaming van hun eigen gebouwen door: • de uitfasering van energielabels E, F en G in 2028; • eigen medewerkers op te leiden tot energiecoach; • woningen versneld te isoleren.

ENEXIS Heeft als netbeheerder het beheer van de gas- en elektriciteitsmedewerkers door: • nauw samen te werken om de (on)mogelijkheden van het netwerk scherp in beeld te houden en hierop in te spelen.

30

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.2

DOORPAKKEN IN VIER BOUWBLOKKEN

Met de Transitievisie brengen we in beeld wat de verwachte warmteoplossing is per buurt en hoe we die warmteoplossing gaan realiseren. In onderstaand overzicht is opgenomen hoe we sturen op de realisatie van een aardgasvrije gebouwde omgeving. Dat doen we vanuit vier bouwblokken.

1. Energiebesparing

2. Nieuwe energie

Energiebesparing faciliteren en stimuleren in verschillende buurten en doelgroepen met oog op korte en langere termijn.

Het stimuleren van de overgang naar een duurzame energievoorziening voor verschillende doelgroepen.

Integrale blik 3. Burger in beeld

4. Inspelen op verandering

Betrokkenheid van verschillende doelgroepen stimuleren met als doel een sociale en rechtvaardige transitie.

Het opstellen van adaptief beleid en omzetten in passende plannen en programma’s.

Realisatiekracht als randvoorwaarde Realisatiekracht realiseren door mensen en middelen op zodanige wijze te organiseren dat bouwblokken goed uitgevoerd worden. (Financiële) risico’s worden periodiek in kaart gebracht en emitigeerd waar mogelijk

Figuur 2: Overzicht van de gemeentelijke aanpak verdeeld over vier bouwblokken. Het goed organiseren van de uitvoering met mensen en middelen geldt als randvoorwaarde.

3.2.1

ENERGIEBESPARING

WAAROM ENERGIE BESPAREN? Energiebesparing is door de stijging van de gas- en elektriciteitsprijzen nog belangrijker geworden. We willen besparing van woningen en andere gebouwen op de korte- en langere termijn stimuleren om hoge energierekeningen tegen te gaan. Naast het verlichten van de lasten van bewoners zorgt energiebesparing direct voor minder CO2-uitstoot. Ook is het isoleren van gebouwen nodig om uiteindelijk de overstap te maken naar andere manieren van verwarming, bijvoorbeeld een all-electric warmtepomp, maar vaak ook tot zekere hoogte bij aansluiting op een warmtenet.

31

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

GEZAMENLIJK DOEL De gemeente wil slimme, spijtvrije en betaalbare maatregelen stimuleren om de huidige energiekosten te drukken en daarnaast ook gelijk voorbereid te zijn op de overstap naar een andere manier van verwarmen. We sturen op 25% minder CO2 in 2030 t.o.v. 2015 door energiebesparing en kleinschalige opwek. Dit doel komt overeen met de ambitie uit de RES Noord- en Midden Limburg. De mogelijkheden voor energiebesparing verschillen sterk per gebouwtype en doelgroep. We breiden daarom de ondersteuning per doelgroep uit om inwoners en ondernemers zo goed mogelijk te ondersteunen in de verduurzaming van hun woning of bedrijfspand. Deze ondersteuning betekent het faciliteren van bestaande (bewoners)initiatieven of het nemen van aanvullende maatregelen waar de gemeente initiatief in neemt.

32

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

IN HET KORT AAN DE SLAG MET ENERGIEBESPARING Energiebesparing is steeds belangrijker, op korte en langere termijn. Door in te zetten op energiebesparing zorgen we ervoor dat [1] de lasten van de bewoner gelijk omlaag gaan, [2] indirect de CO2 uitstoot wordt verminderd en [3] we alvast de nodige stappen nemen om van het aardgas af te gaan op de middellange of lange termijn. De gemeente wil daarom besparing faciliteren en stimuleren. We breiden het aanbod per doelgroep verder uit en gaan daarnaast de buurt in waar een gebiedsgerichte aanpak nuttig is. Hieronder geven we een overzicht van activiteiten waar we mee aan de slag gaan: • We monitoren de voortgang van energiebesparing in de gemeente. We starten met een integrale monitor van CO2-uitstoot en reductie voor een aantal thema’s in de gemeente. Besparing die in de gebouwde omgeving wordt gerealiseerd wordt hiermee bijgehouden. We kijken niet alleen naar CO2-besparing, maar ook of dit op een sociale en rechtvaardige manier gebeurt. • We maken prestatieafspraken met woningcorporaties en handhaven op landelijke vereisten aan gebouwen. We werken daarnaast met woningcorporaties aan een gezamenlijk uitvoeringsprogramma. Samenwerking is nodig in de uitvoering, bijvoorbeeld in buurten met gespikkeld bezit. • We sluiten wijkklimaatakkoorden.

Hiermee vindt de warmtetransitie plaats vanuit inwoners en verhogen we het bewustzijn en de actiebereidheid van inwoners. • We geven advies op maat voor alle inwoners van Venlo. Bij het duurzaamheidsloket kunnen inwoners terecht besparings­maatregelen.

voor

gratis

advies

over

• We bieden financiële steun voor inwoners die niet gemakkelijk energie kunnen besparen. We geven vouchers voor bewoners met energiearmoede. Ook bieden we bewoners gunstige voorwaarden voor isolatiemateriaal door collectief in te kopen. Tot slot stellen we ontzorgingspakketten voor isolatie beschikbaar aan bewoners.

33

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.3.2

NIEUWE ENERGIE

WAAROM INZETTEN OP NIEUWE ENERGIE? Om de klimaatdoelen te halen zoeken we andere manieren waarmee we gebouwen kunnen verwarmen. Dat betekent dat cv-ketels op aardgas vervangen worden door duurzame alternatieven. In hoofdstuk 2 lichtten we toe welke techniek het meest geschikt waren op buurtniveau, zoals elektrische warmtepompen (all-electric) of midden temperatuurwarmtenetten.

AAN DE SLAG MET (HYBRIDE) WARMTEPOMPEN De regering heeft het voornemen om het vanaf 2026 niet meer toe te staan dat woningeigenaren een nieuwe cv-ketel aanschaffen. Zij dienen minimaal een hybride-warmtepomp aan te schaffen zodra hun ketel aan vervanging toe is. De hybride warmtepomp zien we als gemeente echter als tussenoplossing. De uiteindelijk overstap naar de elektrische warmtepomp of warmtenet met duurzame warmtebron zorgt voor de volledige verduurzaming van de Venlose gebouwen in 2050. Uit hoofdstuk 2 blijkt dat voor een groot deel van de Venlose buurten een warmtevoorziening op basis van elektriciteit wordt voorzien. Deze warmtevoorziening kan in de vorm van individuele elektrische warmtepompen waarvoor geen warmte-infrastructuur hoeft te worden aangelegd. We verbreden om deze reden de wijkaanpak.

PUBLIEKE ROL IN WARMTENETTEN In de nieuwe conceptversie van de Wet Collectieve Warmtevoorziening krijgen publieke partijen een belangrijke rol toegekend (minimaal 50% publiek eigendom). Dit is van invloed op de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten. De komende tijd gaat de gemeente op zoek naar een passende rol in toekomstige warmtenetten in de stad. Hiervoor liggen verschillende opties op tafel, van de oprichting van een volledig gemeentelijk warmtebedrijf tot aan een joint-venture, bijvoorbeeld met een publieke netbeheerder. Een belangrijk aandachtspunt daarbij is dat ieder warmteproject maatwerk is en dat het op korte termijn erg lastig is om één vaststaande rolkeuze te bepalen voor alle toekomstige projecten. Dit zullen we dus, rekening houdend met de context en kenmerken van een project, steeds opnieuw moeten afwegen met de kennis en ervaring die we op dat moment hebben.

34

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

IN HET KORT AAN DE SLAG MET NIEUWE ENERGIE Binnen de gebouwde omgeving is de overstap van aardgas naar een duurzame energiebron essentieel. Op dit moment wordt aardgas gebruikt voor ruimteverwarming, warm water en bij gebruik van het gasfornuis. We stimuleren de overstap naar nieuwe energie op verschillende manieren. Afhankelijk van de geschikte techniek per buurt gaan we met doelgroepen of in specifieke buurten aan de slag. • We informeren inwoners over de meest geschikte techniek per buurt. Voor de inwoner van Venlo is duidelijkheid over de toekomst belangrijk. De Q&A aan het begin van dit document vormt de basis om die duidelijkheid te kunnen geven. Daarnaast hebben we een warmtetool ontwikkeld waarmee bewoners gemakkelijk toegang krijgen tot wat de gemeente in hun buurt van plan is en op welke techniek wordt ingezet. Bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen, gaan we met bewoners in gesprek hoe de overstap naar een duurzame techniek het best kan verlopen. • Gezamenlijk programmeren met Enexis en woningcorporaties. Bij de overstap naar duurzame warmtevoorzieningen zijn partijen als Enexis en woningcorporaties onmisbaar. We leggen de puzzel op elkaar door goed af te stemmen wanneer Enexis en corporaties werkzaamheden uitvoeren over hun assets en waar de gemeente stapsgewijs verduurzaming wil stimuleren. Dit leggen we vast in een uitvoeringsprogramma.

• Subsidie ‘van het gas af’. Om inwoners te stimuleren de overstap te maken naar een duurzame warmtevoorziening, helpen we met een extra subsidie van €500 euro, boven op de ISDE, voor de aanschaf van een warmtepomp. • Gemeentelijke rol in warmtenet Hagerhof-Oost en West. Gemeentelijke rol in warmtenet Hagerhof-cluster. De eerder gemaakte keuze voor de route van het warmtenet in Hagerhof-Oost, namelijk een concessie met voorwaarden (volledig privaat), ligt in lijn met de nieuwe wetgeving (WCW) en biedt mogelijkheden om te sturen op de waarden die we als gemeente belangrijk vinden bij de exploitatie van een warmtenet, zoals betaalbaarheid en leveringszekerheid. Ook zijn er mogelijkheden om de gemeentelijke rol gedurende de exploitatie nog te wijzigen, bijvoorbeeld met een ingroeimodel voor publieke deelname. Echter, om zekerheid te krijgen over de juiste rolkeuze in dit project, wordt deze keuze in het licht van de recente ontwikkelingen opnieuw voorgelegd aan de gemeenteraad. • Open staan voor nieuwe technieken. Samen met onze inwoners, organisaties en ondernemers denken we na over nieuwe initiatieven en ontwikkelingen die ons verder kunnen helpen in de warmtetransitie.

Denk daarbij aan een verkenning naar kleinschalige warmtenetten, maar ook aan initiatieven waarbij onderling energie (waaronder warmte) wordt uitgewisseld, waardoor slim wordt ingespeeld op de balans tussen vraag en aanbod.

35

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.2.3

BURGER IN BEELD

WAAROM DE BURGER IN BEELD? De warmtetransitie is een verandering die we samen doormaken. We kunnen niet verduurzamen door alleen te kijken naar technische mogelijkheden of financiële afwegingen. Het meedoen van inwoners is cruciaal bij het laten slagen van de transitie. En wij vinden het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Energie is namelijk van ons allemaal. En toch is niemand hetzelfde. Daarom houden we rekening met verschillende woonsituaties en doelgroepen en passen daar onze maatregelen op aan. We maken plannen met de buurtinwoners en we ondersteunen waar mogelijk bestaande initiatieven. Deze rol past goed bij ons als lokale overheid. Tegelijkertijd is het soms ook belangrijk dat we als gemeente zelf de regie pakken en keuzes maken in een onzekere transitie.

GEZAMENLIJK DOEL Een transitie waar iedereen mee kan denken, doen en gaan. Waar kosten en baten eerlijk verdeeld worden. Dat is een sociale en rechtvaardige transitie. In plaats van bewoners te laten participeren, maken we samen met inwoners plannen in wijkaanpakken. Deze samenwerking zorgt voor bewustzijn en eigenaarschap over de eigen energievoorziening.

VERDERE VERKENNING GEMEENTELIJKE ROL In het verlengde van een rechtvaardige energietransitie gaat het ook over de toegankelijkheid, betaalbaarheid en onafhankelijkheid van energie. Er zijn verschillende mogelijkheden om als gemeente te sturen op deze waarden waar de gemeente Venlo belang aan hecht. Belangrijk daarbij is om onderscheid te maken tussen verschillende vormen van energie. Zo kent het warmtedossier bijvoorbeeld al recente ontwikkelingen waarin wordt aangestuurd op publieke deelname (zie QuickScan). Maar ook in het energie-opwekdossier doen zich kansen en risico’s voor om als gemeente meer regie te nemen over de bovengenoemde waarden toegankelijkheid, betaalbaarheid en onafhankelijkheid. Hoewel deze Transitievisie zich primair richt op het warmtedossier zit er een sterke samenhang met thema’s als energieopwek en -besparing. De komende tijd wordt verkend welke mogelijkheden er als gemeente zijn om te sturen op deze waarden en wat daarbij de onderliggende kansen en risico’s zijn. Uiteenlopend van de oprichting van een gemeentelijk of regionaal energie- of warmtebedrijf tot het faciliteren van lokale coöperatieve energie-initiatieven.

WIJKKLIMAATAKKOORDEN EN UITVOERINGSPLANNEN Momenteel sluiten we met wijkraden, klimaatcommissies en andere belanghebbende organisaties in een buurt zogenaamde wijkklimaatakkoorden. Hiermee werken we met meerdere inwoners en partijen aan de verduurzaming van de eigen buurt. Bij het opstellen van deze wijkklimaatakkoorden werken we samen met de buurtbewoners om een goede aanpak te bedenken die eerlijk en rechtvaardig is voor alle doelgroepen. Deze akkoorden richten zich op het brede duurzaamheidsprogramma van de gemeente.

36

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Daarnaast is het de bedoeling dat er in elke gemeente wijkuitvoeringsplannen komen. Hierin worden specifieke plannen in een wijk om van het gas af te gaan verder gespecificeerd. We gebruiken de opgebouwde kennis en samenwerking vanuit de wijkklimaatakkoorden om deze uitvoeringsplannen op te stellen en gezamenlijk uit te voeren. Op die manier voldoen we aan de nationale voorwaarden van het Rijk voor een wijkuitvoeringsplan, maar werken we van onderaf samen aan de vormgeving en uitvoering van de warmtetransitie op wijkniveau. De komende tijd verkennen we hoe het traject richting wijkuitvoeringsplannen kan worden vormgegeven en in welke buurten hiermee als eerste gestart wordt.

IN HET KORT BURGER IN BEELD Binnen de warmtetransitie zijn er meerdere vraagstukken waarbij de inwoners van Venlo een belangrijke rol spelen. Echter is niet iedereen hetzelfde en er moet per woonsituatie en doelgroep gekeken worden op welke manier bewoners mee kunnen met de transitie. We werken samen met bewoners aan oplossingen in de wijken. Het bewustzijn van bewoners wordt verhoogd door een duurzaamheidsloket dat toegankelijk en nuttig is voor iedereen. • We verkennen het uitbreiden van het duurzaamheidsloket uit voor meerdere doelgroepen. Naast woningeigenaren, kunnen straks ook inwoners en ondernemers met meer specifieke vragen terecht bij het loket voor advies en ontzorging. • We versterken goede initiatieven door vrijwilligers. Een voorbeeld hiervan is het initiatief “Goede Buren”. • We voeren onze aanpak uit voor het tegengaan van energiearmoede. Bijvoorbeeld met het Venlo-fonds en woninggebonden of juist niet woninggebonden maatregelen. • We gaan de wijk in om samen met buurtbewoners wijkuitvoeringsplannen op te stellen. Hiervoor maken we gebruik van de wijkklimaatakkoorden die gesloten worden. Dit vormt de basis voor het opstellen en uitvoeren van wijkuitvoeringsplannen. • We verkennen het monitoren van de sociale kant van de transitie. Door bijvoorbeeld te bepalen waar de kosten en baten terecht komen.

37

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.2.4

INSPELEN OP VERANDERING

WAAROM INSPELEN OP VERANDERING? Deze nieuwe versie van de Transitievisie is een vervolg op de versie in 2021. Sindsdien hebben zoals eerder beschreven diverse veranderingen plaatsgevonden in de energieprijzen, in de maatschappij en in het landelijk beleid. De komende tijd zullen nieuwe ontwikkelingen ervoor zorgen dat de aanpak van de gemeente flexibel moet zijn. Echter sluit dit niet uit dat we op korte termijn al stappen kunnen nemen. Tegelijkertijd willen we als gemeente graag zekerheid bieden. Aan inwoners, om te weten waar ze het beste in kunnen investeren, maar ook aan Enexis en woningcorporaties zodat zij hiermee rekening kunnen houden in hun investeringsplannen. Door nauw samen te werken bieden we de verschillende onzekerheden het hoofd en boeken we voortgang. Zoals eerder geconcludeerd zijn de oplossingen en scenario’s in deze Transitievisie dan ook geen vaststaand gegeven, maar een momentopname op basis van de kennis en ervaringen die we op dit moment hebben.

GEZAMENLIJK DOEL We willen als gemeente met onze partners inspelen op de actualiteit, zonder af te wachten. Het stimuleren van spijtvrije maatregelen vormt de basis van de aanpak en keuzes in buurten worden stapsgewijs genomen. Wijkuitvoeringsplannen worden in samenwerking met de buurt zelf gemaakt binnen de mogelijkheden in die buurt. Met een adaptief beleid kunnen we nu voortgang boeken maar zijn we niet blind voor veranderingen.

AAN DE SLAG MET FLEXIBEL BELEID Als gemeente zorgen we ervoor dat onze aanpak eens in de twee jaar wordt geactualiseerd. Hierdoor wordt de Transitievisie voortdurend getoetst aan de ontwikkelingen binnen en buiten Venlo. Tussentijdse monitoring van de voortgang (in energiebesparing, afnemend gasverbruik en de verdeling van kosten en baten) zorgt voor de benodigde informatie om bij te sturen. De aanpak uit deze Transitievisie moet de komende jaren in de kaders van de Omgevingswet vallen (zogenaamd warmteprogramma). Deze visie biedt handvatten om keuzes te maken, maar er is maatwerk nodig in op buurtniveau in wijkuitvoeringsplannen. Ook regionaal herijken we periodiek de RES en Regionale Structuur Warmte (RSW) en werken we met buurgemeenten aan stimulering van lokale uitvoering.

38

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

IN HET KORT AAN DE SLAG INSPELEN OP VERANDERING Door constante ontwikkelingen binnen, maar ook buiten Venlo, moeten we ons flexibel opstellen, zodat we indien nodig op tijd kunnen bijsturen. Inspelen op veranderingen uit zich in een adaptief beleid. Dat betekent verschillende beleidsstukken periodiek herijken op basis van monitoring. Maar dat betekent ook het nemen van spijtvrije maatregelen en het stapsgewijs verkennen van keuzes die risicovoller zijn, zoals de aanleg van warmtenetten. Hieronder volgt een overzicht van de activiteiten waar we mee aan de slag gaan: • We gaan stapsgewijs naar een aardgasvrije gemeente. Inspelen op verandering betekent dat we ook focussen op “spijtvrije” stappen die nu al gezet kunnen worden, zoals het isoleren van woningen. Hierdoor zijn woningen direct al klaar om aardgasvrij te worden, zonder dat er precies vast staat welke warmteoplossing er gaat komen; • We herijken de Transitievisie elke twee jaar. Uiteindelijk moet de gemeentelijke visie en aanpak voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving landen in kaders die de Omgevingswet voor gaat schrijven; • We stemmen planningen op elkaar af. Samen met Enexis en corporaties zorgen we dat koppelkansen verzilverd worden. In een gezamenlijk uitvoeringsprogramma wordt dit nader uitgewerkt; • We herijken de RES en RSW periodiek.

Regionale warmtebronnen en benodigde structuren worden periodiek in kaart gebracht. We werken samen met andere gemeenten wanneer dit voordelen heeft, bijvoorbeeld als er grotere warmtebronnen worden gevonden die meerdere gemeenten kunnen bedienen of om efficiency te vergroten door collectief in te kopen of regionale onderzoeken uit te voeren.

3.2.5

INTEGRALE BLIK

AAN DE SLAG MET EEN INTEGRALE AANPAK Besparing, nieuwe energie, het meedoen van bewoners en een adaptieve aanpak: deze thema’s zijn onderling sterk met elkaar verbonden. Energiebesparing is niet alleen nodig om de huidige energierekening te drukken, maar ook om ‘aardgasvrij-ready’ te zijn om over te stappen op een andere manier van verwarmen. De onzekerheden die gelden voor de energieprijzen, beschikbaarheid van warmtebronnen of landelijke wetgeving maken dat een adaptief beleid van groot belang is.

39

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

SLIMME OPLOSSINGEN VOOR ONZE ENERGIEVOORZIENING We streven naar een integraal energiesysteem. Hiermee bedoelen we de verbinding tussen vraag en aanbod (opwek en gebruik) en transport en opslag van verschillende energievormen. Dit vraagt om afstemming tussen: elektriciteit en warmte, vraag en aanbod en bedrijfsleven en gebouwde omgeving. Als we bijvoorbeeld in een (nieuwe) wijk aan de slag gaan met een all-electric oplossing om een duurzame warmteoplossing te realiseren, betekent dit ook een hogere elektriciteitsvraag en een mogelijke verzwaring van het elektriciteitsnet.

VAN THEMATISCH NAAR GEBIEDSGERICHT Het aantal ruimteclaims in Nederland is sterk gestegen. Denk aan ruimte om te werken, te reizen of voor de opwek en het transporteren van duurzame energie. Deze thema’s nemen we mee in de Omgevingsvisie. Meerdere opgaven doen een beroep op de leefomgeving. Dit vergroot de noodzaak om integraal en gebiedsgericht plannen te maken. Aan de andere kant is de energietransitie al erg complex en vraagt dit veel van inwoners. Integraliteit moet geen reden zijn om te vertragen. Twee opgaven die we naast de eerder genoemde thema’s energiearmoede en het energiesysteem samen met de warmtetransitie integraal benaderen in de gebouwde omgeving zijn circulariteit (nieuw gebruik) en klimaatadaptatie (nieuwe natuur).

NIEUW GEBRUIK In Venlo besteden we aandacht aan drie dimensies van circulariteit: circulair bouwen, circulaire openbare ruimte én circulair gedrag. Dit met als doel om zowel economische voordelen als gezondheidswinst te behalen. Kortom, we ontwerpen en denken op een manier die voordeel oplevert voor mens, milieu én economie.

NIEUWE NATUUR De warmtetransitie vraagt om ruimtelijke aanpassingen aan de gebouwde omgeving. In de vorige Transitievisie grepen we dit al aan om ook de leefomgeving klimaatbestendig te maken. Dit is nodig om overlast van weersextremen zoals droogte, hitte of hevige neerslag te beperken. Om hier uitvoering aan te geven is in september 2020 de Agenda Groen & Water vastgesteld. Hieruit komen drie doelstellingen voort: • Venlo is in 2050 klimaatbestendig, we leggen focus op prioritaire knelpunten en spelen in op kansen; • We maken meer ruimte voor groen en water in stedelijk gebied; • We voeren ecologisch (circulair) groen- en waterbeheer in.

40

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

IN HET KORT AAN DE SLAG MET EEN INTEGRALE AANPAK De grote hoeveelheid ruimteclaims vergroot de noodzaak om integraal te kijken naar de leefomgeving. Afstemming met andere duurzaamheidsthema’s, maar ook aangrenzende thema’s zoals circulariteit (nieuw gebruik), klimaatadaptatie (nieuwe natuur) en een flexibel energiesysteem is in toenemende mate belangrijk. Door met een integrale blik te kijken, vinden we slimme oplossingen. Tegelijkertijd brengt dit risico’s met zich mee, zoals meer complexiteit. Hieronder volgt een overzicht van activiteiten waar we mee aan de slag gaan: • We werken aan een integrale energietransitie. Dat betekent nauwe verbintenis van de vier bouwblokken in de uitvoering. Ook werken we samen met Enexis om een integraal energiesysteem te bevorderen. • We werken aan een circulaire gemeente. Naast verduurzaming geven we bewoners en ondernemers ook advies over de milieu-impact van materialen, gezondheidsvoordelen en verduurzaming van gebouwen. Ook doen we zelf praktijkervaring op met het stadskantoor en de eerste C2C woonwijk van Limburg. • We werken aan een klimaatbestendige gemeente en maken meer ruimte voor groen en water in stedelijk gebied. Hierover maken we ook afspraken met woningcorporaties. • We hebben aandacht voor overige ruimtelijke opgaves die voortkomen uit de nieuwe Omgevingsvisie.

Onder andere de opgave “Leefbaarheid met oog voor identiteit” kan goed worden meegenomen bij de keuze voor een collectieve energievoorziening.

41

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.3

RISICO’S WARMTETRANSITIE

Als gemeente werken we als regisseur aan de warmtetransitie en de onderliggende opgave om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Tegelijkertijd zijn er veel omgevingsfactoren waar we niet of beperkt op kunnen sturen die wel invloed uitoefenen op de haalbaarheid en uitvoerbaarheid van de opgave. Bijgaand overzicht schetst een beeld van deze factoren (zie ook bijlage 2 QuickScan).

DOORLOOPTIJD COLLECTIEVE WARMTEVOORZIENING De doorlooptijd van de realisatie van een warmtenet is van veel factoren afhankelijk, waaronder het schaalniveau en de warmtebron. Daarnaast is dit in de regel een complex proces met een veelvoud aan betrokken partijen en grote investeringsbeslissingen. Tot slot zorgt ook de voorgenomen wetswijziging van de Wet Collectieve Warmte door het Rijk op de korte termijn voor onzekerheid bij de betrokken actoren over hun rol in toekomstige warmtenetten. Wetende dat de doorlooptijd van een collectieve warmtevoorziening langdurig en complex is, en rekening houdend met het feit dat huishoudens zich steeds vaker zijn doordrongen van de noodzaak om energie te besparen, is het denkbaar dat huishoudens in buurten met plannen voor een warmtenet toch eigenstandig de keuze maken om stappen te zetten richting een individuele warmteoplossing, hetgeen de onrendabele top en daarmee de businesscase negatief kan beïnvloeden. Hier zit ook een sterke samenhang met de ontwikkeling dat inwoners steeds vaker behoefte hebben aan autonomie en onafhankelijkheid in hun warmtevoorziening (zie QuickScan).

VERDUURZAMEN NIET VOOR IEDERE INWONER VANZELFSPREKEND Voor een deel van de inwoners is het niet vanzelfsprekend om te verduurzamen. Zij hebben andere zorgen aan hun hoofd, geen interesse in verduurzaming of komen er simpelweg niet aan toe. Hoewel hier zeker een kantelpunt zichtbaar is, blijft het als overheid moeilijk om bij sommige doelgroepen in beeld te komen. Dit vraagt om een zorgvuldige en doelgroepgerichte benadering en communicatie. De kracht zit in het duidelijk maken dat de energietransitie kansen en comfort kan bieden.

BESCHIKBAARHEID VAN ARBEIDSKRACHTEN EN MATERIALEN Het is bekend dat er schaarste is in de markt van de energietransitie. Enerzijds doet deze ontwikkeling zich voor aan de zijde van grondstoffen die nodig zijn voor energiebesparing en duurzame energieopwek zoals isolatiemateriaal, zonnepanelen en warmtepompen. Anderzijds doet deze ontwikkeling zich ook voor aan de zijde van (uitvoerend) personeel voor de uitvoering van de energietransitie. Naast het nemen van maatregelen in de gebouwde omgeving zijn deze knelpunten ook zichtbaar op een hoger abstractieniveau, zoals bij het realiseren van een toekomstbestendige energie-infrastructuur. Op deze ontwikkelingen kunnen we als gemeente beperkt sturen, maar de beschikbaarheid van arbeid en materiaal is wel cruciaal voor grootschalige uitvoering van de transitie.

42

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

3.4

BASIS VOOR SAMENWERKING

De transitie is van ons allemaal. De gemeente voert regie over de uitvoering van de warmtetransitie maar trekt hierin nauw op met de woningcorporaties en Enexis. De prestatieafspraken die we als gemeente met woningcorporaties maken is een instrument dat we kunnen inzetten om deze uitgangspunten door te vertalen naar de praktijk.

AANDACHT VOOR KENNISUITWISSELING De gemeente, woningcorporaties en netbeheerder beschikken elk over cruciale informatie als het gaat over de uitvoering van de warmtetransitie. Denk aan de informatie uit dit document, maar ook over de onderhoudsplanningen van corporatiewoningen of van gas- en elektriciteitsnetten. Het samenbrengen van data en informatie is een belangrijk uitgangspunt voor de gezamenlijke uitvoering. Een voorbeeld hiervan is de Warmteatlas, waarmee met verschillende kaartlagen planningen naast elkaar gelegd kunnen worden en we samen koppelkansen in beeld kunnen brengen.

GEZAMENLIJK PROGRAMMEREN Op veel plekken in Nederland ontstaat de noodzaak om op een andere manier te gaan kijken naar het energienetwerk en hoe daar gebruik van wordt gemaakt. Balans tussen vraag en aanbod ligt vaak uit elkaar op dag- of seizoensbasis. De verbetering en uitbreiding van het netwerk kost tijd en extra capaciteit kan maar één keer gebruikt worden voor een bepaalde gebruiker. Afstemming tussen verschillende partijen die gebruik willen maken van het netwerk, maar ook tussen gemeente en netbeheerders (­TenneT en Enexis) is in dit geval noodzakelijk. De investeringsplanning van de netbeheerder bepaalt hoe snel gebruikers kunnen aansluiten maar andersom geldt ook dat gebruikers moeten wachten tot uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnet is gerealiseerd.

43

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

BIJLAGEN BIJLAGE 1 OVERZICHT UITKOMSTEN WARMTEVISIE In deze bijlage wordt een overzicht gegeven van de uitkomsten van de technische analyse. Hiervoor worden eerste enkele kaarten gepresenteerd die meer inzoomen op stadsdelen van de gemeente ­Venlo, vervolgens wordt een overzicht gegeven van de resultaten per buurt.

44

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

RESULTATEN PER STADSDEEL

Transitievisie Gebouwde omgeving Warmteoplossing per buurt

Verwachte Voorkeur oplossing Zeer waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Zeer waarschijnlijk - MT-Warmtenet Waarschijnlijk - MT-Warmtenet Geen voorkeur op basis van kosten Beperkte data beschikbaar

45

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

WARMTEVISIE VENLO

Transitievisie Gebouwde omgeving Warmteoplossing per buurt

Voorkeur oplossing Verwachte Zeer waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Zeer waarschijnlijk - MT-Warmtenet Waarschijnlijk - MT-Warmtenet Geen voorkeur op basis van kosten Beperkte data beschikbaar

46

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

WARMTEVISIE LOMM, ARCEN EN OMGEVING

Transitievisie Gebouwde omgeving Warmteoplossing per buurt

Voorkeur oplossing Verwachte Zeer waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit

47

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

WARMTEVISIE VELDEN EN OMGEVING

Transitievisie Gebouwde omgeving Warmteoplossing per buurt

Voorkeur oplossing Verwachte Zeer waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Geen voorkeur op basis van kosten

48

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

WARMTEVISIE TEGELEN EN BELFELD

Transitievisie Gebouwde omgeving Warmteoplossing per buurt

Verwachte Voorkeur oplossing Zeer waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Waarschijnlijk - Warmtevoorziening o.b.v. elektriciteit Waarschijnlijk - MT-Warmtenet Geen voorkeur op basis van kosten Beperkte data beschikbaar

49

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

TABEL MET RESULTATEN PER BUURT De buurten die oranje zijn gearceerd, zijn buurten waar al concrete initiatieven en plannen zijn om hier op korte- en middellange termijn aan de slag te gaan.

50

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Naam

Warmteoplossing

Waarschijnlijkheid / voorkeur

‘t Zand

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Aan de Stuw

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Annakamp-Oost

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Annakamp-West

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Arenborg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Auxillatrix

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

AZC

n.v.t.

-

Bedrijventerrein Hagerhof

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Bedrijventerrein Windhond

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Binnenstad-Noord

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Blerick-Centrum

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Bloemenbuurt

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Bolenberg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Bosserhof

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Brandemolen en Veld

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Casinoflat

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Craneveld

Geen voorkeur op basis van kosten

-

De Krosselt

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

De Tichelarij

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Dr. Poelsplein e.o.

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Ecopark

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Floriade Park

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Fresh Park

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Gebied Patersweg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Geloérveld / Pannenberg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Geloö

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Genooy

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Genooybergen

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Groeneveld

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Groenstraat-Noord

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

51

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Naam

Warmteoplossing

Waarschijnlijkheid / voorkeur

Groenstraat-Zuid

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Groot Boller

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Grote Hei

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Hagerbroek

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Hagerhof-Oost

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Hasselderheide

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Hasselt en Het Vorst

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Havengebed

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Hazenkamp

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Heierhoeve

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Herungerberg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Hogekamp

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Horsterweg

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Jezuïtenbuurt

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kaldenkerkerweg-Oost

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kaldenkerkerweg-West

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kazerneterrein

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Kern ’t Ven

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kern Arcen

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Kern Belfeld

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kern Boekend

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kern Hout-Blerick

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Kern Lomm

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Keulse Barrière

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Klingerberg-Noord

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Klingerberg-Zuid

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Kloosterdorp

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Krekelsberg

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Krekelveld

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Lage Heide

Geen voorkeur op basis van kosten

-

52

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Naam

Warmteoplossing

Waarschijnlijkheid / voorkeur

Lingsfort

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Maalbeek

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Maasveld I

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Maasveld II

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Maaswaard

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Meuleveld

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Molenbossen

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Nieuw-Steyl

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Noorderpoort

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Onderste en Bovenste Molen

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Op de Heide

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Postwegflat

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Q4

MT-warmtenet

Waarschijnlijk

Rijnbeek

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Rosarium

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Schandelo

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Sinselveld

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Smeliënkamp

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Snelle Sprong

n.v.t.

-

Spikweien

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Spoorsingel

MT-warmtenet

Zeer waarschijnlijk

Stalberg (midden)

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Stalberg Noord

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Stalberg-Oost

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Stalberg-West

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Tegelen-Centrum

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Trade-Port-Noord

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Trade-Port-Oost

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Ubroek

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

53

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Naam

Warmteoplossing

Waarschijnlijkheid / voorkeur

Ulingsheide

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Vastenavondkamp-Noord

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Vastenavondkamp-Zuid

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Veegtes

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Velden-Oost

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Velden-West

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Venkoelen

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Verspreide huizen Arcen

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Verspreide huizen Boekend

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Verspreide huizen Hout-Blerick

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Verspreide huizen Lomm

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Verspreide huizen Velden

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Vierpaardjes

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Vogelbuurt

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Vossener-Centrum

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Vossener-Noord

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Vossener-West

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Vossener-Zuid

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

Winkelcentrum

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Withuis

Geen voorkeur op basis van kosten

-

Witveld

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Wylrehof

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Zaarderheiken

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Zeer waarschijnlijk

Zonneveld

Warmtevoorziening o.b.v elektriciteit

Waarschijnlijk

54

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

BIJLAGE 2 SAMENVATTING QUICKSCAN WARMTETRANSITIE MANAGEMENTSAMENVATTING QUICKSCAN DOOR BERENSCHOT

Adaptief in een veranderende warmtetransitie Onze maatschappij staat voor een grote klimaatopgave. De inzet van fossiele brandstoffen moet worden vervangen door duurzame alternatieven. De gemeente Venlo neemt ook haar verantwoordelijkheid om deze transitie te realiseren. Zij heeft namelijk de ambitie gesteld om, conform het Klimaatakkoord, in 2050 haar CO2-emissies met 95% te reduceren ten opzichte van 1990. Om een beeld te schetsen van de transitie binnen de gebouwde omgeving is in 2021 de Transitievisie Gebouwde Omgeving ‘Morgen in Venlo’ opgesteld. Hierin wordt een tijdlijn geschetst waarin de haalbaarheid van alternatieve warmteopties wordt verkend voor verschillende wijken en buurten, maar waar ook aandacht is voor circulair materiaalgebruik, natuur en het bevorderen van een klimaatbestendige gebouwde omgeving. Robuuste keuzes in een snel veranderende omgeving

Echter, sinds de publicatie van de Transitievisie zijn er vele ontwikkelingen die spelen en die invloed kunnen hebben op de Venlose warmtetransitie. Om deze reden heeft de gemeente Venlo aan Berenschot gevraagd een overzicht te maken van de ontwikkelingen en de invloed van deze ontwikkelingen op de TGO. Met deze kennis kan de gemeente Venlo de Transitievisie zo inrichten dat deze adaptief in kan spelen op een snel veranderende omgeving. Dit betekent dat de Transitievisie wordt herijkt, wat inhoudt dat keuzes binnen de visie nogmaals tegen het licht worden gehouden. Vervolgens kan de vastgestelde lijn behouden blijven, of er worden aanpassingen gedaan in bijvoorbeeld de technische keuzes en het geambieerde tijdpad om veranderingen te verwezenlijken. Deze herijking betekent geenszins dat er geen voortgang is geboekt en dat de huidige activiteiten geen zin meer hebben. Er zijn al waardevolle stappen gezet in de wijk Hagerhof-Oost, is er gewerkt aan een tweede PAW-aanvraag waardoor er nog een concreet plan ligt, er zijn succesvolle collectieve inkoopacties opgezet en er lopen diverse andere initiatieven. Deze acties blijven zinvol, omdat deze concrete stappen richting een aardgasvrije warmtevoorziening ondersteunen. Ontwikkelingen met een grote impact

We zien hoofdzakelijk drie ontwikkelingen die een grote impact hebben op de warmtetransitie in Venlo:

• • •

De prijzen van gas en elektriciteit: in korte tijd zijn de prijzen fors gestegen met aan groot effect op de energierekening van huishoudens en bedrijven

Afhankelijkheid Russisch gas: Door de Russische invasie van Oekraïne is er op landelijk niveau een wens om de afhankelijkheid van Russisch gas in hoog tempo af te bouwen

Ons ecosysteem is aan zijn grens: Niet alleen klimaatverandering is een probleem, maar er zijn ook veel problemen rondom stikstof, biodiversiteit en vertrouwen in de overheid

De tien belangrijkste ontwikkelingen worden verderop in dit document nader toegelicht.

55

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

Recente ontwikkelingen zorgen hoofdzakelijk voor vijf aanpassingen aan de Transitievisie in Venlo Als gevolg van de ontwikkelingen zien we vijf aanpassingen die gedaan kunnen worden aan de Transitievisie bij de herijking: 1.

2.

3.

4.

5.

56

Keuze alternatieve warmteoplossing per wijk: Er is aanleiding om de keuze per wijk nogmaals tegen het licht te houden. Dit komt door de hoge huidige gas- en elektriciteitsprijzen, de wet WCW en WGIW, de invulling van de subsidie voor de onrendabele top van warmtenetten, verplichting van de hybride warmtepomp en de bijmengverplichting groen gas. Daarnaast blijkt in Hagerhof-Oost dat warmtenetten in te kleine clusters mogelijk niet rendabel zijn.

De burger in beeld: De stijgende energieprijzen zorgen ervoor dat er door gemeenten meer oog is voor het verzachten van de huidige woonsituatie voor (kwetsbare) inwoners. Dit kan hand in hand gaan met de warmtetransitie op langere termijn door bijvoorbeeld in te gaan zetten op energiebesparing. Dit vraagt een aanpak tegen energiearmoede die geïntegreerd kan worden in de visie of resulterende uitvoeringsprogramma. Naast klimaatadaptatie en circulariteit krijgt de TGO hierdoor een socialer aspect die recht doet aan recente ontwikkelingen voor de korte en langere termijn. Hiermee wordt niet alleen rekening gehouden met de maatschappelijke kosten maar ook de kosten voor de burger.

Adaptief in een onzekere warmtetransitie: De juridische, economische en technische onzekerheden binnen de warmtetransitie zijn nog altijd voelbaar, ook op lokaal niveau bij de wijkaanpak van Hagerhof-Oost. De planning van de vier clusters die vóór 2030 worden aangepakt staat hierdoor onder druk. Dit vraagt om een adaptieve aanpak waarmee de gemeente flexibel inspeelt op nieuwe ontwikkelingen. We kunnen hiervoor bijvoorbeeld zogenaamde kantelpunten in beeld brengen waar verschillende uitkomsten gepaard gaan met verschillende aanpakken.

Verbreding wijkaanpak: Bij de wijkaanpak loopt de gemeente tegen diverse knelpunten aan (zie hoofdstuk over Hagerhof-Oost). Daarnaast zijn er elementen binnen de Venlose warmtetransitie die in elke wijk relevant zijn en mogelijk beter gemeentebreed georganiseerd kunnen worden, zoals besparing bij verschillende doelgroepen. Ook kan een doelgroepaanpak over meerdere wijken soms effectiever zijn dan een wijkgerichte aanpak. Tot slot zijn er ook opgaven die (sub)regionaal georganiseerd kunnen worden omdat deze de gemeentegrenzen overstijgen of er schaalvoordelen bereikt kunnen worden, bijvoorbeeld een isolatieprogramma vanuit de regio Noord-Limburg. Dat betekent niet dat de wijkaanpak door deze andere typen aanpakken vervangen kan worden. Het landelijke instrumentarium wordt nog steeds ingericht om de wijkgerichte aanpak te ondersteunen en uit te voeren. Gemeentebrede of juist locatie- of doelgroep afhankelijke communicatie over de resultaten op de korte en langere termijn zijn essentieel in een transparant uitvoeringsproces. Oog voor uitvoeringskracht: Er is een behoefte bij de gemeente en stakeholders om de plannen in de Transitievisie verder te concretiseren. Hiervoor kan toegewerkt worden naar een uitvoeringsprogramma waar deze stakeholders (corporaties, coöperaties, netbeheerder, etc.) samen uitvoeringskracht organiseren.

Tegelijkertijd is de verwachting dat er veel (gemeentelijke) capaciteit nodig is om de warmtetransitie te gaan uitvoeren en dat daar op dit moment nog geen middelen vanuit het Rijk voor beschikbaar zijn gesteld. Daarnaast vragen aanvullende plannen en maatregelen vanuit het Rijk mogelijk (nog) meer gemeentelijke capaciteit. Met een uitvoeringsprogramma kan de gemeente naast inhoud ook kijken naar de organisatie van mensen en middelen om tot uitvoering te komen van hetgeen in de Transitievisie is bedacht. Ook projectplannen, zoals in Hagerhof-Oost, dienen rekening te houden met een grote last aan procescapaciteit en bijbehorende kosten. Er dient rekening gehouden te worden met de risico’s waarmee de uitvoering van de warmtetransitie momenteel . gepaard gaat en hoe die te beheersen. Tot slot dient er in een uitvoeringsprogramma TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

rekening gehouden te worden met kennisontwikkeling- en borging. Momenteel is er veel externe inhuur wat ervoor zorgt dat er regelmatig kennis en ervaring verloren gaat.

Tien ontwikkelingen in vier categorieën hebben de grootste impact op (de vormgeving van) de warmtetransitie in Venlo In deze QuickScan hebben we de ontwikkelingen in kaart gebracht en onderverdeeld in vier thema’s: economisch, politiek-juridisch, sociaal-cultureel en technologisch. Demografische en ecologische factoren zijn niet meegenomen. Binnen de vier thema’s zijn er tien ontwikkelingen met een grote impact op de warmtetransitie in Venlo en daarbij op de keuzes die gemaakt worden in de Transitievisie Gebouwde Omgeving (TGO). Deze worden hieronder in willekeurige volgorde beschreven van A t/m J.

De belangrijkste ontwikkeling is de energiecrisis als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Deze zorgt voor A. een sterke stijging van de groothandelsprijs van gas, B. een sociaal-culturele impact (maatschappelijk draagvlak om van het Russisch gas af te gaan) en C. een sterke stijgend aantal huishoudens dat te maken heeft met energiearmoede, waarbij het gaat om huishoudens die doorgaans lastig te bereiken zijn en D. een lage mate van vertrouwen bij huishoudens in de overheid.

Daarnaast zorgt het Rijksoverheidsbeleid voor nieuwe en aangescherpte instrumenten om de lokale warmtetransitie te versnellen, zoals een nieuw juridisch instrumentarium (E. Wet collectieve warmte en Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie) en een Programma Versnelling Verduurzaming Gebouwde Omgeving met daarin o.a. F. een subsidie voor de onrendabele top van warmtenetten, G. normering van de hybride warmtepomp en een Nationaal Isolatieprogramma met H. maatregelen voor diverse doelgroepen in de gebouwde omgeving. Tot slot zorgen I. een tekort aan vakmensen en J. netcongestie ervoor dat duurzame opwek, isolatie en duurzame warmtebronnen niet zomaar tijdig geïnstalleerd kunnen worden.

De grote hoeveelheid ontwikkelingen zijn van invloed op de uitvoering en vragen om een adaptieve aanpak

57

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

De ontwikkelingen die in deze QuickScan in kaart zijn gebracht, hebben verschillende maten van onzekerheid en impact, waarbij veel zaken niet in de directe invloedssfeer van de gemeente Venlo liggen. Samengevat zien we ontwikkelingen op drie schaalniveaus: mondiaal, nationaal en gemeentelijk: •

Veranderingen op de wereldmarkt (gasprijs, afhankelijkheid Russisch gas) waar zowel gemeente als de Rijksoverheid invloed op hebben. De ontwikkelingen die in deze quickscan in kaart zijngeen gebracht, hebben verschillende maten van • Hier is hetveel vanuit de gemeente reageren van en de onzekerheid en impact, waarbij zaken niet in de voornamelijk directe invloedssfeer denegatieve gemeenteeffecten Venlo liggen. zoveel mogelijkopproberen te dempen mondiaal, nationaal en gemeentelijk: Samengevat zien we ontwikkelingen drie schaalniveaus: • • •

• •

Vanuit de Rijksoverheid worden er diverse programma’s opgezet om de transitie te versnellen, maar het zijn vaak plannen en nog weinig concreet. Daarnaast zijn er op dit moment wetten die vertraagd zijn en waar snel duidelijkheid in moet komen om de transitie mogelijk te maken. Er is nog weinig samenhang tussen de verschillende programma’s, wat veel tijd vraagt om bij de blijven en het de algehele aanpak onoverzichtelijk en gefragmenteerd wordt.

Gemeentelijke uitvoeringscapaciteit is beperkt en er moet veel gebeuren, wat een uitdaging geeft om snel de goede keuzes te kunnen maken. Om toch stappen te maken wordt regelmatig gewerkt met externen welke tijdelijk een oplossing bieden, maar geen structurele kennisbasis bieden

Invloed op uitvoering en aanpak De activiteiten die de gemeente sinds de vorige TGO heeft ondernomen zijn niet voor niets geweest ondanks de recente ontwikkelingen. De wijkaanpak blijft relevant en ook het experimenteren met decentrale warmtenetten is cruciaal om de uitvoerbaarheid hiervan te bepalen.

Aan de andere kant hebben de ontwikkelingen wel invloed op de voortgang en benodigde aanpak. Beslissingen over het eigenaarschap van het net in HHO kunnen pas definitief gemaakt worden als de WCW definitief is vastgelegd. En ook moeten de ambities van het nieuwe kabinet nog omgezet worden in structurele gemeentelijke gelden. Het is van belang dat een aanpak in de warmtetransitie rekening houdt met de recente en toekomstige ontwikkelingen door adaptieve elementen in te bouwen. Zo kan de geplande herijking van de TGO bijvoorbeeld meer aandacht besteden aan het perspectief van de burger, het handelen in onzekerheid en het effectief inzetten van gemeentelijke capaciteit die nu onder druk staat.

Op basis van de externe en interne analyse doen we een aantal conclusies en aanbevelingen voor de herijking van de Transitievisie

58

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

In dit rapport is zowel gekeken naar externe ontwikkelingen (outside-in) als naar interne elementen binnen de gemeente Venlo (inside-out). Vanuit beide perspectieven doen we een aantal aanbevelingen om mee te nemen bij de herijking van de Transitievisie Gebouwde Omgeving: •

•

•

•

•

•

59

Keuze alternatieve warmteoplossing per wijk: In verband met de stijgende energieprijzen, is het verstandig om een technische (gevoeligheids)analyse uit te voeren naar de keuze van de goedkoopste warmteoplossing op wijkniveau.

De burger in beeld: De stijgende energieprijzen zorgen ervoor dat er door gemeenten meer oog is voor het verzachten van de huidige woonsituatie voor (kwetsbare) inwoners. Energiebesparing is dus niet alleen nuttig om uiteindelijk op een warmtenet of warmtepomp over te stappen, maar ook om de huidige energiekosten te verlagen. In de aanpak van de Transitievisie kan meer rekening gehouden te worden met de sociale kant van de warmtetransitie.

Adaptief in een onzekere warmtetransitie: De juridische, economische en technische onzekerheden binnen de warmtetransitie zijn nog altijd voelbaar, ook op lokaal niveau bij de wijkaanpak van Hagerhof-Oost. Het is zaak om een adaptieve aanpak op te stellen die recht doet aan deze onzekerheden.

Verbreding wijkaanpak: Bij de wijkaanpak loopt de gemeente tegen diverse knelpunten aan. Daarnaast zijn er elementen binnen de Venlose warmtetransitie die in elke wijk relevant zijn en mogelijk beter gemeentebreed georganiseerd kunnen worden, zoals besparing bij verschillende doelgroepen. Ook kan een doelgroepaanpak over meerdere wijken soms effectiever zijn dan een wijkgerichte aanpak.

Realisatiekracht: Er is een behoefte bij de gemeente en stakeholders om de plannen in de Transitievisie verder te concretiseren. Hiervoor kan toegewerkt worden naar een uitvoeringsprogramma. De beschikbare capaciteit binnen de gemeente Venlo voldoet echter op dit moment nog niet aan de gevraagde capaciteit vanuit het Klimaatakkoord. Ook sluit de wijze van organisatie nog niet aan op het structurele en integrale karakter van de opgave. Efficiëntieslagen kunnen gemaakt worden, bijvoorbeeld om energiearmoede bij het sociaal domein te beleggen of door integraal te monitoren. Oog hebben voor realisatiekracht bij de uitvoering is belangrijk om de opgave effectief aan te vliegen en hierin rekening te houden met beschikbare middelen en mensen.

Rolneming gemeente: Er zijn hoofdzakelijk twee soorten rollen die de gemeente toepast in de uitvoering van de warmtetransitie, namelijk het faciliteren van (bewoners)initiatieven (netwerkende overheid) en stimuleren door zelf initiatief te nemen wanneer verduurzaming niet snel genoeg gaat (presterende overheid). Het college neemt de komende tijd een besluit over de rolneming in Hagerhof en in toekomstige warmtenetten. De hierboven genoemde realisatiekracht is sterk afhankelijk van de rolneming van de gemeente in het algemeen en in warmtenetten.

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

BIJLAGE 3 SCENARIO’S PUBLIEKE ROLKEUZE WARMTENETTEN

In deze bijlage volgt een overzicht van de actuele ontwikkelingen rondom warmtenetten. Eind oktober verscheen de kamerbrief van minister Jetten, waarin een voorgenomen wijziging van de governance van bestaande en toekomstige warmtenetten wordt aangekondigd. In de brief licht de minister toe dat minimaal 51% van de infrastructuur van de warmtenetten in publieke handen moet komen en dat impliceert een publieke deelneming. De minister erkent dat er op dit moment nog onvoldoende publieke realisatiekracht is en stelt een ingroeiperiode van zeven jaar voor waarin publieke instanties aan deze realisatiekracht kunnen werken en stelt hiervoor ook financiële middelen in het vooruitzicht. Het wettelijk kader voor dit voornemen, de Wet op de Collectieve Warmte, in het kort WCW, zal naar de verwachting van de minister op 1 juli 2024 in werking treden. Tot die tijd kan de inhoud van de wet nog veranderen en is alleen de huidige wetgeving van kracht. Omdat deze voorgestelde wijziging mogelijkerwijs invloed heeft op de ontwikkeling van warmtenetten en de rol daarin van gemeenten, is hiertoe in opdracht van de gemeente Venlo een nadere verkenning uitgevoerd. Daarmee is in beeld gebracht wat mogelijke rolkeuzes zijn van gemeenten en hoe die van invloed kan zijn op bestaande en toekomstige trajecten voor de ontwikkeling van warmtenetten.

OPTIES GEMEENTELIJKE ROLNEMING VNG opteert voor vier mogelijke samenwerkingsmodellen in de WCW. Daarnaast blijft de mogelijkheid voor volledig privaat bestaan.

1. Publiek integraal warmtebedrijf

Productie

Netwerk

Levering

Publiek

Publiek

Publiek Kan een SPV zijn met gemeen-

2. Integraal Warmte­ bedrijf 50+1% publiek

50+1% Publiek

50+1% Publiek

50+1% Publiek

3. Jointventure publiek net

Privaat en/ of Publiek

Publiek*

Privaat en/ of Publiek

te maar geen publieke netbeheerder

*Kan publieke

4. Jointventure 50+1% publiek net 5. Volledig privaat

Privaat en/ of Publiek

50+1% Publiek

Privaat en/ of Publiek

Privaat

Privaat

Privaat

netbeheerder zijn of gemeentelijk netwerkbedrijf Splitsing juridisch en economisch eigendom maakt overdracht na concessie makkelijker

60

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

VIER ROUTES NAAR EEN WARMTEBEDRIJF We zien vier mogelijke routes die het meest voor de hand liggen voor een warmtebedrijf.

Productie

Netwerk

1. Publiek integraal warmtebedrijf

Levering

Voorbeeld

A. Integraal gemeentelijk warmtebedrijf

Warmtestad

3. Jointventure publiek net

B. JV met publieke ­netbeheerder (Enpuls)

GWIB,

4. Jointventure 50+1% publiek net

C. Gemeente financiert infrastructuur

5. Volledig privaat

D. Concessie met voorwaarden

Groningen

2. Integraal Warmte­ bedrijf 50+1% publiek

Apeldoorn

Deventer

Rotterdam, Den Haag, Leeuwarden

ROUTES TOT AANWIJZEN WARMTEBEDRIJF Wij zien vier routes die vanuit de marktverkenning en het wettelijk kader kansrijk lijken. A. Integraal gemeentelijk warmtebedrijf

Oprichten integraal gemeentelijk warmtebedrijf, markt­ partij(en) contracteren met een DBMO-contract voor ontwikkeling, realisatie, onderhoud en operatie. Gemeentelijk warmte­bedrijf verantwoordelijk voor ontwikkelfinanciering en projectfinanciering. Inbreng PAW-gelden als equity in gemeentelijk warmtebedrijf.

B. JV met publieke ­netbeheerder (Enpuls)

Opzetten Joint Venture met publieke netbeheerder naar GWIB-model. Selecteren marktpartij voor bron en levering. Gezamenlijke SPV oprichten als integraal warmtebedrijf voor aanwijzing kavel. Gemeente brengt PAW-gelden in als equity of stapt na financial close uit.

61

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

C. Gemeente financiert infrastructuur

Gemeente verleent concessie aan marktpartij(en) voor de ontwikkeling, realisatie, onderhoud en operatie van het warmtenet met een DB(F)MO-contract. Gemeente organiseert projectfinanciering voor de infra. Na realisatie draagt de marktpartij de infra (deels) over aan gemeente. Marktpartij blijft integraal verantwoordelijk.

D. Concessie met voorwaarden

Gemeente verleent concessie aan een integraal warmtebedijf, met behoud van juridisch eigendom en eerste recht van koop voor de infra. Na verloop concessie draagt het warmtebedrijf het warmtenet 100% over aan de gemeente, waarna de gemeente kan kiezen voor een andere marktordening/nieuwe aanwijzing.

RISICO’S VAN VERSCHILLENDE ROUTES A. Integraal gemeentelijk warmtebedrijf

Risico’s bij deze route 1. Groot financieel risico voor de gemeente: a. Investeringskapitaal van enkele €30-€45 miljoen euro alleen voor HHO/HHW. b. Exploitatierisico’s berusten bij gemeente. 2. Beperkte financiële prikkel voor marktpartijen om optimaal te presteren - enkel op basis van contract. 3. Afhankelijk van marktpartijen voor kennis, kunde en capaciteit - gemeentelijke organisatie nog niet gereed. 4. Voordeel van publieke financiering weegt niet op tegen nadeel van ineffectieve verdeling risico’s - geen garantie op vergroten betaalbaarheid voor bewoners.

B. JV met publieke ­netbeheerder (Enpuls)

Risico’s bij deze route 1. Gemeente deelt financieel risico met netbeheerder. Afhankelijk van financiële slagkracht netbeheerder mogelijk alsnog forse bijdrage gemeente gevraagd. 2. Uitlegbaarheid naar bewoners van last minute koerswijziging: geen open en transparante aanbesteding, maar 1-op-1 samenwerken. 3. Ontwikkel- en realisatiekracht bij publieke netbeheerder is nog beperkt. 4. Forse vertraging in het process van HHO/HHW - eerst partnership inrichten en daarna alsnog aanbesteden boor bron & levering.

62

TRANSITIEVISIE GEBOUWDE OMGEVING 2.0

C. Gemeente financiert infrastructuur

Risico’s bij deze route 1. Gemeente staat aan de lat voor financiering infra. Dit betreft een investering van €17-€26 miljoen voor HHO/ HHW. 2. Beperkte financiële prikkel voor marktpartijen om vollooprisico te verkleinen - enkel op basis van contract. 3. Afhankelijk van marktpartijen voor kennis, kunde en capaciteit - gemeentelijke organisatie nog niet gereed.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/114/documents/4300