033bijl1 Jaarstukken 2021.pdf
Tekst van het document
80 | JAARSTUKKEN 2021
bedragen x € 1.000 Leges
Totale lasten
Lasten Overhead BTW
Overige inkomsten
Heffing
Totale Kostendekbaten kendheid*
Titel 1: Burgerlijke stand
94
63
3
160
148
148
93%
Reisdocumenten
464
190
1
655
574
574
88%
Rijbewijzen
327
152
3
482
463
463
96%
Persoonsdocumenten en Basisregistratie personen
105
44
2
151
126
126
83%
Gemeentearchief
1
1
2
2
2
100%
Naturalisaties
171
26
197
200
200
102%
Kansspelen
1
1
2
2
2
100%
Overige leges
468
468
468
468
100%
Totaal titel 1
1.630
477
9
2.116
0
1.982
1.982
94%
Omgevingsvergunning
2.192
1.507
52
3.751
3
3.872
3.875
103%
Totaal titel 2
2.192
1.507
52
3.751
3
3.872
3.875
103%
Drank en horecawet
34
16
50
34
34
67%
Evenementen
4
4
8
3
3
35%
Titel 2:
Titel 3:
Sexinrichtingen/ escort
0%
Winkeltijdenwet
0%
Totaal titel 3 Totaal titel 1 t/m 3
38
20
3.860
2.004
58 61
5.925
3
36
36
62%
5.890
5.893
99%
* Kostendekkendheid wordt toegelicht in onderstaande tekstpassage
Lijkbezorgingsrechten Er is sprake van een verschuiving van begraven naar cremeren. Het aantal begravingen neemt structureel af. Bestaande grafrechten worden minder vaak verlengd of voor kortere duur. Daarom nemen de inkomsten af. Inzet is om de lagere inkomsten te compenseren door lagere kosten, wat tot op heden slechts in beperkte mate is gerealiseerd. Kostendekkendheid Heffing
bedragen x € 1.000 Lasten
Overhead
BTW
Totale lasten
Overige inkomsten
Heffing
Totale baten
Kostendekkendheid
574
50
0
624
24
352
376
60%
Lijkbezorging
81 | JAARSTUKKEN 2021
Haven- en opslaggelden Hoogwater in het voorjaar heeft gezorgd voor minder hoge baten dan begroot. Kostendekkendheid Heffing Haven- en opslaggelden
bedragen x € 1.000 Lasten
Overhead
BTW
Totale lasten
Overige inkomsten
Heffing
Totale baten
Kostendekkendheid
320
49
0
369
0
303
303
82%
Marktgelden De baten zijn vanwege corona-vrijstelling voor marktgelden veel lager dan begroot. Daarom is de kostendekkendheid heel laag. Kostendekkendheid Heffing
bedragen x € 1.000 Lasten
Overhead
BTW
Totale lasten
Overige inkomsten
Heffing
Totale baten
Kostendekkendheid
173
0
16
189
0
3
3
2%
Marktgelden
Bedrijven Investerings Zones (BIZ) Blerick, Tegelen en Venlo Met ingang van 01-01-2021 zijn de drie voornoemde BIZ-regelingen verlengd voor een periode van 5 jaar, 2021-2025. Naar aanleiding van de Covid-19 crisis heeft de gemeenteraad op 31 maart 2021 besloten om de ondernemers voor de centra van Blerick en Tegelen tegemoet te komen. Hiervoor werden betreffende belastingverordeningen 2021 gewijzigd en de af te dragen bijdragen op € 0 gesteld. Daarnaast is besloten om de hoogte van de te verwachten BIZ-bijdragen aan beide Stichtingen te compenseren. Reclamebelasting Om de ondernemers in het centrum van Venlo tegemoet te komen voor de gevolgen van de Covid-19 crisis, is door de gemeenteraad op 31 maart 2021 besloten om voor 2021 geen reclamebelasting te innen. Daarnaast is besloten om de te verwachten reclamebelasting-bijdragen te compenseren. Woonlasten Om de ontwikkeling van de belastingdruk binnen onze gemeente te volgen geven wij deze ontwikkeling weer volgens de (landelijk breed erkende) definitie van het Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden). De gemeentelijke woonlasten worden als volgt gedefinieerd: het gemiddelde bedrag dat een huishouden in een woning met gemiddelde waarde in een gemeente betaalt aan Onroerende Zaak Belasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffing (reinigingsheffing), minus een eventuele heffingskorting.
Atlas lokale lasten (Coelo) Sinds 2007 geeft het Coelo jaarlijks de Atlas van de lokale lasten uit. Deze atlas bevat een ranglijst waarin de woonlasten van alle gemeenten zijn gerangschikt van laag naar hoog (nummer 1 heeft de laagste lasten). Venlo is in deze ranglijst in 2021 op positie 148 (totaal aantal gemeenten 370) terechtgekomen, ten opzichte van plek 202 in 2020 (193 in 2019).
82 | JAARSTUKKEN 2021
Vergelijking woonlasten In onderstaande grafiek worden de woonlasten van Venlo weergegeven t.o.v. het landelijke gemiddelde van alle Nederlandse gemeenten, de grote (100.000+) gemeenten en daarnaast de grote Limburgse gemeenten. Ten opzichte van de Limburgse gemeenten en het landelijk gemiddelde zijn de woonlasten in Venlo lager, ten opzichte van het gemiddelde van de grote gemeenten hoger. In Venlo is het aandeel OZB ten opzichte van alle referentiegroepen, behalve Sittard-Geleen, hoger. Daar staat tegenover dat het aandeel afvalstoffenheffing en rioolheffing ten opzichte van alle groepen lager is.
83 | JAARSTUKKEN 2021
Kwijtscheldingsbeleid Voor de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en voor zover van toepassing het tarief van een eerste hond bestaat de mogelijkheid van kwijtschelding. De kosten (of: gederfde inkomsten) die verband houden met kwijtschelding komen ten laste van de algemene middelen. Op basis van een geautomatiseerde of individuele toets wordt bepaald of iemand in aanmerking komt voor kwijtschelding. Kwijtscheldingen Bedragen x € 1.000
Totale lasten
84 | JAARSTUKKEN 2021
Rek. 2020
2021
Lasten
Lasten
Realisatie
Begroot
Realisatie
€ 1.486
€ 1.497
€ 1.645
€ 1.486
€ 1.497
€ 1.645
Verschil
€ 148
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Kengetallen financiële positie In het streven naar meer transparantie, verbetering van het inzicht in de financiële positie en voor de vergelijking met andere gemeenten worden zowel in de begroting als jaarrekening een set van financiële kengetallen opgenomen. Kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of balans. De kengetallen zijn het uitgangspunt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente Venlo. Bij de vaststelling van de financiële verordening in 2018 zijn deze kengetallen door uw raad voorzien van streefwaarden waarbij tevens de context is aangegeven. De kengetallen maken inzichtelijk over hoeveel (financiële) ruimte de gemeente beschikt om structurele en incidentele lasten te kunnen dekken of opvangen. Ze geven zodoende inzicht in de financiële weerbaaren wendbaarheid. De kengetallen zullen in samenhang bezien worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie. De financiële positie is geen doel op zich en moet altijd bezien worden in het licht van de totale maatschappelijke opgave van de stad. Het te bereiken maatschappelijke rendement en de bijdrage aan de inhoudelijke beleidsdoelstellingen zijn hierbij van evident belang.
De financiële positie is ondersteunend aan het afwegingsproces en moet het bestuur helpen verantwoorde keuzes te kunnen maken voor de (middel)lange termijn. Samenvatting beoordeling onderlinge verhouding tussen de kengetallen (financiële positie) In deze paragraaf wordt verderop uitgebreid ingegaan op de analyse en individuele beoordeling van de financiële kengetallen. In onderstaande tabel is een samenvatting opgenomen van de financiële kengetallen. Financiële kengetallen
Streefwaarde
JRK 2020
BGR 2021 (primitief)
BGR 2021 na wijziging (na actualisatie t.b.v. BGR 2022)
JRK 2021
Netto schuldquote
< 130%
47%
64%
54%
37%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
38%
56%
45%
30%
Solvabiliteitsratio
>=25%
25%
23%
25%
31%
Grondexploitatie
<35%
4%
3%
4%
4%
Structurele exploitatieruimte
>= 0%
4,1%
0,2%
0,3%
6,8%
Belastingcapaciteit
<= 105%
108,4%
103,3%
103,3%
103,3%
Weerstandsvermogen
>=1,4<2,0
2,09
2,09
2,18
2,12
85 | JAARSTUKKEN 2021
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Deze kengetallen zijn toegelicht in de paragraaf financiering. Solvabiliteitsratio Dit kengetal is toegelicht in de paragraaf financiering. Grondexploitatie Grondexploitaties zijn risicovol en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor (toekomstige) projecten hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de aangekochte grond kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de waarde van de grond laag is, loopt een gemeente relatief weinig risico maar is er relatief weinig waarde om de schuld te kunnen verlagen uit grondverkopen. Het kengetal grondexploitatie van onze gemeente bedraagt bij jaarrekening 2021 4%. Hoewel grondexploitaties voor elke gemeente risicovol zijn, zou uit de relatief lage boekwaarde van de voorraden grond in verhouding tot de totale baten geconcludeerd kunnen worden dat het risico relatief gering is en dat er relatief weinig waarde is om de schuld te kunnen verlagen uit grondverkopen.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Over het algemeen geldt dus als richtlijn: hoeveel te hoger het kengetal structurele exploitatieruimte, hoeveel te gunstiger dit is voor de gemeente. Als streefwaarde geldt voor gemeente Venlo voor dit kengetal een waarde >=0. De structurele exploitatieruimte laat bij de jaarrekening een positief resultaat zien van 6,8 %. Deze ratio ligt daarmee zowel boven hetgeen bij de Programmabegroting 2021 werd verwacht (0,2%), als ook boven de streefwaarde van >=0%. De verbetering van de ratio ten opzichte van de begroting wordt voornamelijk veroorzaakt door het positieve rekeningresultaat. Bij de berekening van de ratio hebben wij het uitgangspunt genomen dat middelen die incidenteel zijn opgenomen in het gemeentefonds, als incidentele baten gezien worden, ondanks het feit dat de aard van het gemeentefonds structureel is. Wij hebben deze middelen immers ook incidenteel in onze begroting opgenomen. Het gaat hierbij met name om decentralisatie uitkeringen.
Een positieve structurele exploitatieruimte betekent dat onze structurele lasten op basis van de jaarrekening gedekt worden door structurele baten.
86 | JAARSTUKKEN 2021
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk zicht verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het geeft weer wat de ruimte is om belastingen te verhogen ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het is de bevoegdheid van uw raad met welke omvang de belastingen worden verhoogd. Om de flexibiliteit van de begroting te duiden ten opzichte van het landelijk gemiddelde heeft u een streefwaarde vastgesteld van <105%. Het kengetal bedraagt 103,3% en is daarmee iets lager dan de streefwaarde. Geconcludeerd kan worden dat de totale woonlasten voor een gezin met een woning met gemiddelde WOZ-waarde in gemeente Venlo in 2021 hoger is ten opzichte van het landelijk gemiddelde T-1 (het ijkpunt voor het maximaal te heffen belastingtarief). Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt verder toegelicht in de volgende paragraaf. In het onderdeel financiële positie uit de samenvatting van dit document is hierop uitgebreid ingegaan en zijn de conclusies verwoord.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers op te kunnen vangen. De ratio weerstandscapaciteit is een hulpmiddel om het weerstandsvermogen te kunnen meten en bestaat uit de relatie tussen het risicoprofiel (de benodigde weerstandscapaciteit) en de beschikbare middelen om eventuele tegenvallers op te vangen (beschikbare weerstandscapaciteit). Bij de berekening van de ratio weerstandscapaciteit gelden de volgende beleidsuitgangspunten:
De gemeenteraad heeft de risicobereidheid als volgt geformuleerd: "De gemeente Venlo moet geen risicomijdende gemeente zijn. Risico's dienen inzichtelijk gemaakt en genomen te worden. Dit houdt in, het voeren van een risicomanagement waarbij ook naar de dekking wordt gekeken en waarin alle soorten risico's worden weergegeven."
De minimale omvang van de algemene reserve is vastgesteld op € 9 miljoen.
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit: -
de algemene reserve
-
de post onvoorzien
-
de algemene grondreserve
De (overige) bestemmingsreserves worden niet meegenomen bij de bepaling van het weerstandsvermogen en de berekening van de ratio weerstandscapaciteit.
De streefwaarde van de ratio weerstandscapaciteit ligt tussen 1,4 en 2,0 (classificatie: ≥ 1,4 < 2,0). Het gemeenschappelijk financieel toezichtkader van provincies geeft bij deze classificatie 'ruim voldoende'.
De benodigde weerstandscapaciteit wordt berekend door de financiële impact van het risico te vermenigvuldigen met de inschatting van de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. 87 | JAARSTUKKEN 2021
De volgende kanspercentages worden gehanteerd bij inschattingen van risico's: 10%, 25%, 50% en 75%.
Risico's zijn geprioriteerd op basis van de benodigde weerstandscapaciteit.
De gemeentelijke weerstandscapaciteit bedraagt per 31 december 2021 € 88.197 en bestaat uit de algemene reserve, de post onvoorziene uitgaven en de algemene grondreserve.
bedragen x € 1.000 JRK 2020
BGR 2021
BGR 2021*
JRK 2021
Algemene reserve
72.431
73.034
70.128
77.838
Post onvoorzien
473
539
539
359
Algemene grondreserve
10.000
9.369
10.771
10.000
Beschikbare weerstandscapaciteit (A)
82.904
82.942
81.438
88.197
Benodigde weerstandscapaciteit (B)
39.604
39.654
37.415
41.598
Ratio weerstandsvermogen (= A / B)
2,09
2,09
2,18
2,12
* Begroting 2021 na wijziging (na actualisatie risico's en reserves t.b.v. BGR 2022).
De ratio aanwezige buffer/benodigde buffer bedraagt 2,12. De ratio wordt berekend door de beschikbare weerstandscapaciteit te delen door de aanwezige/benodigde weerstandscapaciteit. De waarde van de ratio boven de 1 betekent dat de gemeente Venlo over voldoende middelen beschikt om eventuele tegenvallers op te vangen. De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de Programmabegroting 2021 met € 6,76 miljoen toegenomen. De benodigde weerstandscapaciteit is in vergelijking met de Programmabegroting 2021 met € 4,18 miljoen toegenomen. Voor de Jaarstukken 2021 zijn de risico’s die de gemeente loopt geactualiseerd. De omvang van de risico’s bedraagt € 41.598 miljoen. De toename wordt per saldo veroorzaakt door een mix van nieuwe-, gewijzigde- en vervallen risico's. De volgende nieuwe risico’s zijn opgevoerd:
Regionale investeringsagenda Noord-Limburg
Risico voor Project Kaldenkerkerweg Tegelen
Meer vraag naar hulp bij het huishouden
Lagere baten evenementen, drank, horeca en terrassen
Lagere baten parkeerbelasting
Stijging van kosten voor dagbesteding GGZ-cliënten als gevolg van een gewijzigde bekostigingssystematiek
WAA-inverdieneffect als gevolg van vertraging in besluitvorming wordt niet/niet tijdig gehaald
88 | JAARSTUKKEN 2021
Onderstaande risico’s zijn in vergelijking met de programmabegroting vervallen:
Een juridisch risico
De BUIG uitgaven
De financiële opgave WMO
Veiligheidsregio FLO
Geluid
Onderhoudsvoorziening Vastgoed
Grondexploitatie verwerving
Daarnaast zijn bestaande risico's gewijzigd waarbij de risico's ten aanzien van het project "Ondertunneling Vierpaardjes" en "Sturing/Inkoop WMO" eruit springt met een toename en het risico “Herijking Sociaal Beleid “ eruit springt met een afname van de benodigde weerstandscapaciteit. De grondexploitatie risico's zorgen per saldo voor een afname van € 1.4 miljoen van de benodigde weerstandscapaciteit in vergelijking met de Programmabegroting 2022. De mutatie wordt met name veroorzaakt door de verlaging van de risico's met betrekking tot de grondverkoop, bouw- en woonrijp maken en het vervallen van het risico grondverwerving .
89 | JAARSTUKKEN 2021
Overzicht risico's In het volgende overzicht zijn de risico's van de gemeente Venlo in volgorde van belangrijkheid weergegeven. In de tabel is te zien op welke manier het totaal van de benodigde weerstandscapaciteit is opgebouwd. Onderstaande risico's zijn geprioriteerd op basis van de benodigde weerstandscapaciteit welke wordt berekend door de financiële impact van een risico te vermenigvuldigen met de inschatting van de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. In dit overzicht staan een drietal risico's opgesomd waarbij de kans dat dit risico zich voordoet hoogstwaarschijnlijk is:
Ondertunneling Vierpaardjes
In juni 2017 heeft de gemeenteraad het besluit genomen om over te gaan tot de realisatie van de Onderdoorgang Vierpaardjes. In 2018 heeft een herijking plaatsgevonden op beleidsmatig en financieel gebied. Hierbij is aangegeven dat de realisatie naar verwachting duurder zal zijn als gevolg van marktwerking en de beoogde realisatiemethode. In juni 2019 is de planuitwerking gestart. Deze planuitwerking is begin 2022 afgerond en nu is gestart met de realisatiefase. De verwachte kosten voor realisatie van de Onderdoorgang Vierpaardjes bedragen € 48 miljoen . Naast het krediet is een reservering voor risico’s nodig. Om ProRail te laten starten met haar werkzaamheden voor de onderdoorgang is een risicovoorziening van 85% van de verwachte risico’s nodig. Voor de werkzaamheden in de openbare ruimte en de verwerving en sloop van vastgoed is een risico-voorziening van 50% van de verwachte risico's nodig. Op basis van de gemaakte ramingen leidt dit tot een benodigde risico-reservering van € 9 miljoen.
Sturing/Inkoop WMO maatwerk
De exacte financiële gevolgen voor 2022 van het project Sturing en Inkoop zijn nog niet te bepalen. Bij het opmaken van de Programmabegroting 2022 was de gunningsprocedure nog niet afgerond en hadden we te maken met onzekerheden over de prijsafspraken. Eind 2021 zijn de contract- en prijsafspraken bekend geworden. Komende maanden monitoren we de impact van deze afspraken. Dit betekent dat we bij de kosten maatwerkproducten Wmo 2022 nog te maken hebben met een aantal risico's:
eenmalig frictiekosten in verband met - gefaseerde - overgang van cliënten naar gecontracteerde aanbieder. Er is een ruwe raming van het aantal overgangscliënten en de daarmee samenhangende frictiekosten. Concretisering volgt in loop van 2022;
de omzetting van producten naar segmenten is ingeschat op basis van aannames hoeveel/welke cliënten naar welk segment gaan. Bij de segmenten is uitgegaan van een gemiddeld aantal uren ondersteuning. Komende maanden wordt duidelijk wat dit in de praktijk betekent en welke invloed dit heeft op het benodigde budget maatwerkproducten;
een aantal Beschermd Wonen/Beschermd Thuis cliënten komt over naar de lokale Wmo. De programmabegroting is gebaseerd op cijfers juni 2021. Concretisering vindt nu plaats, waarbij komende maanden duidelijk wordt wat de impact hiervan is.
Tot slot heeft de implementatie in de gemeentelijke uitvoering van Sturing en Inkoop nog een doorloop in 2022. Het gaat dan met name om tijdsinvestering gericht op extra tijdelijke inzet keukentafelgesprekken voor overgang cliënten en extra inzet trainingen wijkteamleden etc..
90 | JAARSTUKKEN 2021
Afval
De kosten die gepaard gaan met het verwerken van afval is lastig in te schatten. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de hoeveelheid afval die onze inwoners aanbieden, anderzijds ook door de prijsontwikkelingen op nationaal en (vooral)op internationaal niveau voor het verwerken van uitgesorteerde stromen grondstoffen uit ons afval. Kritische stromen daarin zijn vooral de opbrengsten van oud papier en PMD. Met name de afzet van grondstoffen die uit het PMD gehaald worden zijn erg gevoelig en afhankelijk van de afzetkanalen. Wisselende olieprijzen zorgen er bijvoorbeeld voor dat kunststoffen gemaakt van olie, goedkoper zijn dan gerecyclede grondstoffen. Ook de ontwikkeling van de pandemie heeft invloed op de kosten en opbrengsten. Een toelichting op de overige risico's is te vinden in het "Bijlagenboek toelichting risico's jaarstukken 2021" dat onderdeel uitmaakt van deze jaarstukken. Bedragen x € 1.000 Nr. Risico
Kans
Financiële impact (€)
Benodigde weerstandscapaciteit JRK 2021
1
Grondexploitatie - Grondverkoop
Diverse percentages
19.060
9.750
2
Grondexploitatie - Bouw- en woonrijp maken *
Diverse percentages
8.570
3.170
3
Ondertunneling Vierpaardjes
Diverse percentages
13.000
9.000
4
Grondexploitatie - Bijdragen van andere overheden *
Diverse percentages
15.200
2.950
5
Grondexploitatie - Plankosten *
Diverse percentages
7.050
1.840
6
Jeugd
50%
3.000
1.500
7
Sturing/Inkoop WMO maatwerk
75%
2.000
1.500
8
Herijking sociaal beleid Venlo en gemeentebreed vastgoed
50%
2.225
1.113
9
BV Campus Vastgoed
25%
4.200
1.050
10 Afval
75%
1.000
750
11 Juridische risico's
50%
1.400
700
12 Beschikbaarheid woningen voor uitstroom uit MO & BW
50%
1.300
650
13 MJOP
50%
1.200
600
14 Grondexploitatie - Tijdelijk beheer *
75%
700
525
15 Opvangcapaciteit daklozen incl. locatie winteropvang
25%
2.059
515
16 Bedrijfsgevolgschade brand
10%
5.000
500
17 Veiligheidsregio
50%
948
474
18 Regio Noord Limburg
25%
1.800
450
19 Uitblijven klimaatakkoord uitvoeringsmiddelen
10%
3.500
350
20 Aansluiting beschermd wonen en begeleiden individueel
50%
600
300
21 Calamiteiten Groenbeheer
75%
400
300
22 BUIG Budget
50%
500
250
23 Gemeenschapsaccommodaties
75%
300
225
24 Openbare verlichting
75%
300
225
91 | JAARSTUKKEN 2021
25 BTW compensatiefonds
25%
800
200
26 Uitbreiding bargeterminal
25%
800
200
27 BTW sport
50%
350
175
28 Hulp bij het huishouden
75%
232
174
29 Beschermd wonen
75%
218
163
30 Lagere Baten evenementen, drank, horeca en terassen
75%
204
153
31 Project Kaldenkerkerweg Tegelen
75%
200
150
32 Toeristenbelasting
75%
200
150
33 Zwembad de Wisselslag
50%
300
150
34 Meldplicht datalekken
75%
200
150
35 Privacy
75%
200
150
36 Stadskantoor
50%
275
138
37 Informatieveiligheid
25%
500
125
38 Lagere Baten Parkeerbelastingen
50%
220
110
39 Dagbesteding GGZ-clienten
25%
432
108
40 Frictiekosten inwerkingtreding Omgevingswet
50%
200
100
41 Risico falen project Hagerhof
25%
400
100
42 Lagere inkomsten leges Omgevings vergunningen door bezwaar en beroep
25%
360
90
43 Vertraging project Herinrichting woonwagenlocaties
25%
345
86
44 Rijbewijzen
25%
250
63
45 WAA risico wegens latere besluitvorming
25%
200
50
46 Rente
10%
470
47
47 Gladheidbestrijding
10%
400
40
48 Extra uitgaven als gevolg van het niet voldoen aan de wettelijke norm
10%
200
20
49 Calamiteiten
10%
200
20
Benodigde weerstandscapaciteit totaal * Deze risico's bestaan uit een aantal subrisico's die ieder een afzonderlijk kanspercentage hebben. In de risicomatrix is bij deze risico's uitgegaan van het kanspercentage met de hoogste benodigde weerstandscapaciteit. Uit concurrentie-oogpunt zijn deze subrisico's niet afzonderlijk weergegeven.
Risico's in matrix Op basis van een inschatting van de kans van optreden en de impact zijn de risico's visueel weergegeven in onderstaande matrix. Bij de financiële impact is onderscheid gemaakt tussen "hoog", "middel" en "laag". We spreken van een hoge financiële impact bij een bedrag hoger dan € 1 miljoen en van een middel (hoge) financiële impact bij een bedrag dat gelijk is aan of hoger is dan € 0,5 miljoen en gelijk is aan of lager is dan € 1 miljoen. We spreken van een lage financiële impact bij een bedrag lager dan € 0,5 miljoen. Te zien is dat er drie risico's zich in de donkerrode zone bevindt (risico 3 Ondertunneling Vierpaardjes, 7 Sturing/inkoop WMO maatwerk en 10 afval), omdat deze een hoge kans van optreden (75%) heeft in combinatie met een hoge financiële impact (> € 1 miljoen). 92 | JAARSTUKKEN 2021
41.598
Daarnaast bevinden zich 7 risico's in de rode zone, omdat deze een mogelijke tot waarschijnlijke kans van optreden (50% of 75%) hebben in combinatie met een middel (€ 0,5 - € 1,0 miljoen) tot hoge financiële impact (>= € 1,0 miljoen). De overige 39 risico's zijn verspreid over de gele- en groene zones waarbij de kans van optreden varieert tussen de 10% en 75% in combinatie met een laag- tot hoge financiële impact afhankelijk van het kanspercentage.
Toelichting afbeelding: Op basis van een inschatting van de kans van optreden en de impact zijn de risico's visueel weergegeven in onderstaande matrix. Bij de financiële impact is onderscheid gemaakt tussen hoog, middel en laag. We spreken van een hoge financiële impact bij een bedrag hoger dan € 1 miljoen en van een middel (hoge) financiële impact bij een bedrag dat gelijk is aan of hoger is dan € 0,5 miljoen en gelijk is aan of lager is dan € 1 miljoen. We spreken van een lage financiële impact bij een bedrag lager dan € 0,5 miljoen.
93 | JAARSTUKKEN 2021
Grondbeleid Inleiding Verantwoording In deze paragraaf wordt verantwoording afgelegd over het beleid en de plannen uit de paragraaf grondbeleid van de Programmabegroting 2021-2024 die voortkomen uit de Strategische Visie Venlo 2040 en onderliggende beleidsdocumenten en programma’s. Gestart wordt met een algemene visie op het grondbeleid. Dan volgt een korte beschouwing over de belangrijkste ontwikkelingen van het grondbeleid met betrekking tot woningbouw en bedrijvigheid in 2021. Vervolgens wordt ingegaan op de specifieke aanpak en actuele prognose van het te verwachten resultaat van alle lopende en in 2021 afgesloten grondexploitaties. Tot slot wordt ingegaan op eventuele winstneming in 2021, de opgebouwde algemene grondreserve en risico`s van de lopende grondexploitaties.
Visie op het grondbeleid Doel van het grondbeleid Het grondbeleid is overheidsbeleid gericht op de markt waar de grond wordt gekocht, geëxploiteerd, ontwikkeld en weer verkocht. Het omvat zaken als verwerving van grond, vestigen van een voorkeursrecht, onteigening, slopen, bouwrijp maken, aanleg nutsvoorzieningen, inrichting van de openbare ruimte, uitgifte van bouwrijpe grond en het kostenverhaal. Het grondbeleid draagt bij aan:
De realisering van maatschappelijke doelstellingen van de gemeente Venlo via ruimtelijk-fysieke initiatieven.
De verbetering van de kwaliteit van de ruimtelijke inrichting.
Een rechtvaardige verdeling van kosten en baten die ontstaan als gevolg van interventies door de gemeente, en/of particulieren op het terrein van de ruimtelijke inrichting.
Risicomijding De gemeente Venlo kan kiezen uit actief en faciliterend (of passief) grondbeleid en diverse tussenvormen daarvan. In de Ruimtelijke Structuur Visie Venlo 2014 is aangegeven dat de gemeente Venlo ter beperking van financiële risico's het ontwikkelen steeds meer wil over laten aan de markt. Gebouwd wordt vooral op inbreidingslocaties in het stedelijk gebied waarmee tevens bij voorkeur ruimtelijke knelpunten worden opgelost. Herstructureringsprojecten in het stedelijk gebied vragen een beduidend hoger krediet en gaan gepaard met grotere financiële risico's dan nieuwe ontwikkelingen in de groene wei. Incidenteel vindt een strategische aankoop plaats indien dat past in een beoogde toekomstige ontwikkeling. Om ontwikkelrisico's te beperken wordt waar mogelijk gekozen voor faciliterend grondbeleid. Bij faciliterend grondbeleid heeft Venlo via het bestemmingsplan en bij de contractvorming beïnvloedingsmogelijkheden. Dat sluit niet uit dat de gemeente Venlo, in specifieke gevallen, zal kiezen voor actief grondbeleid. Bijvoorbeeld in grondexploitaties waarin de gemeente vanuit haar publieke belang sturing wil uitoefenen 94 | JAARSTUKKEN 2021
op en regie wil voeren over een ontwikkeling. Vaak zijn dat noodzakelijke ontwikkelingen die marktpartijen niet zelf rendabel zullen oppakken. Bij nieuwe initiatieven worden bewoners en maatschappelijke partners, zoals welzijnsorganisaties en woningbouwcorporaties, nauw betrokken. Kostenverhaal De gemeente streeft er naar om vóór de vaststelling van het bestemmingsplan (“anterieur”) met partijen tot overeenstemming te komen over de ruimtelijke invulling, locatie-eisen, fasering en het verhaal van de kosten. Als de verwachting is dat dit niet lukt, bereidt zij een exploitatieplan voor. Daarin zijn onder andere de te verhalen kosten opgenomen. Een exploitatieplan dient gelijktijdig met het bestemmingsplan te worden vastgesteld.
Ontwikkelingen in het grondbeleid in 2021 Acquisitie Het Grondbedrijf heeft een website laten maken voor de verkoop van vastgoed en bedrijventerreinen: www.venloverkoopt.nl. Tevens hebben we op enkele bedrijfskavels “te koop borden” laten plaatsen om de aandacht hierop te vestigen. We merken dat de economie op niveau blijft. In 2021 zijn bedrijfsgronden verkocht op onder andere bedrijventerrein Veegtes. Verder zijn onderhandelingen gestart die naar verwachting in 2022 leiden tot meer grondtransacties. Onafhankelijke taxatie bij uitgifte Bij verkoop van grond (waarvoor vooraf geen grondprijs is vastgesteld) en vastgoed aan een marktpartij wordt een taxatie verricht door één of meerdere onafhankelijk en gecertificeerde taxateur(s) van onroerend goed. De taxatie wordt vóór de verkooponderhandelingen verricht om de marktwaarde vast te stellen op basis van algemeen aanvaarde marktindicaties en taxatiecriteria. Deze aanpak vergroot transparantie en marktconformiteit en sluit aan bij de richtlijn van de Europese Commissie waardoor ongeoorloofde staatssteun wordt voorkomen. Vennootschapsbelasting (Vpb) bij overheidsondernemingen Per 1 januari 2016 geldt de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen. Overheidsactiviteiten, zoals grondexploitaties, die zich als een onderneming met winstoogmerk kwalificeren worden Vpb-plichtig.
Venlo is Vpb verschuldigd over de winst die per saldo in enig jaar over de gezamenlijke Vpb-plichtige (clusters van) activiteiten wordt gerealiseerd. Samen met Deloitte is het Grondbedrijf voor de vennootschapsbelasting geanalyseerd. Evenals voorgaande jaren is de Vpbverplichting voor het grondbedrijf voor boekjaar 2021 nihil. Woningbouw en grondprijs De grondprijzen worden doorgaans residueel berekend: De prijs van de woning vermindert met de bouwen bijkomende kosten resulteert in een grondwaarde. Omdat niet alleen de woningprijzen maar ook de bouw- en bijkomende kosten fors zijn gestegen wordt in de grondexploitaties terughoudend omgegaan met de raming van prijsstijgingen op de grondwaarden. Meerjarig wordt een prijsstijging van ca 2% gehanteerd in de grondexploitatieberekening. De marktconformiteit van de grondprijzen worden mede bepaald op basis van vergelijking met de prijzen die andere aanbieders hanteren. Op grond hiervan worden de kavelprijzen van vrije sector 95 | JAARSTUKKEN 2021
woningbouwkavels (beperkt voorradig) en sociale woningbouw bijgesteld. De vrije sector kavel prijs is met ca. 10% verhoogd van € 224 naar € 246 euro per m2 excl. btw. De grondprijs voor sociale huurwoningen is voor het eerst sinds 2010 in Venlo aangepast tot € 25.000 excl. btw per verhuurbare eenheid. Omdat in de grondexploitatieberekeningen al is voorgesorteerd op deze prijsstijging heeft dit geen invloed op de geraamde exploitatieresultaten.
Actuele prognose van toekomstige resultaten van alle grondexploitaties Het aantal lopende grondexploitaties en voorraadposities van het grondbedrijf (38 per 31-12-2021) is in onderstaande tabel zichtbaar: 2018
2019
2020
2021
actueel per 1-1
38
35
38
37
nieuw
4
7
4
7
afgesloten
-7
-4
-5
-6
actueel per 31-12
35
38
37
38
Kazernekwartier In januari 2020 is de stedenbouwkundige visie Kazerne Kwartier vastgesteld door de raad. In 2021 is in overleg met geselecteerde partijen deelfase 1 van de visie nader uitgewerkt in een concept-ontwikkelplan. Daarnaast is in 2021 onderzoek verricht naar de verbinding tussen Kazerne Kwartier en binnenstad van Venlo en naar de verbetering van de bereikbaarheid van het Stationsgebied Blerick. Tevens heeft archeologisch en explosievenonderzoek plaatsgevonden. Conform BBV-regels mag de looptijd van een grondexploitatie in beginsel maximaal 10 jaar bedragen om risico’s te beperken. De gemeenteraad heeft in 2020 hiervan gemotiveerd afgeweken en de exploitatieperiode vastgesteld tot en met 2035, gekoppeld aan de programmatische invulling en geraamde afzetmogelijkheden. Voorzichtigheidshalve is in de grondexploitatiebegroting geen rekening gehouden met grondprijsstijgingen over de verkopen in de periode na 10 jaar. Q4 De grondverkoop aan de projectontwikkelaar ten behoeve van woningbouw op de locatie Aan de Stadsmuur heeft in 2021 plaatsgevonden. De grondverkoop aan de woningcorporatie volgt in 2022. De herinrichting openbare ruimte van de Lage Loswal is gereed. De overige openbare ruimte wordt ingericht in afstemming met de bouwactiviteiten op de locatie Aan de Stadsmuur. De uitvoering dient eind 2023 gereed te zijn.
Venlo Centrum Zuid / Maaswaard In 2021 zijn de woningen aan de Veilingstraat en achter de chocoladefabriek aan de Molensingel opgeleverd. De groenaanplant vindt in 2022 plaats. Daarnaast is in 2021 bouwgrond op de Molensingel Veilingstraat verkocht aan de projectontwikkelaar. Hier worden momenteel 95 wooneenheden aan de Molensingel en 5 grondgebonden woningen aan de Veilingstraat gerealiseerd. Het woonrijpmaken zal in 2022 worden afgerond.
96 | JAARSTUKKEN 2021
Overtollig Vastgoed Een aandachtspunt vormt het in recente jaren vrijgekomen gemeentelijke vastgoed. Het vinden van een nieuwe functie of verkoop is onder de huidige marktomstandigheden duidelijk verbeterd en heeft tot verkopen geleid. Ook leegstaand vastgoed kost geld. Immers veel lasten zijn onafhankelijk van het gebruik en een minimaal niveau aan onderhoud is onvermijdelijk. Indien de kwaliteit zodanig is dat hergebruik niet mogelijk is, zal een pand worden gesloopt. In 2015 is afgesproken dat het resultaat jaarlijks in de Algemene Grondreserve te verdisconteren. Langjarig wordt een budgettair neutraal resultaat verwacht. In 2021 zijn geen panden verkocht. Afboeking boekwaarde heeft plaatsgevonden voor een bedrag van ruim € 0,2 miljoen. Verkoop onroerende zaken De Hoge raad heeft op 26 november geoordeeld dat een overheid, die een onroerende zaak wil verkopen, gelegenheid moet bieden aan (potentieel) gegadigden om mee te dingen naar deze onroerende zaak (Arrest Didam). Het exclusief aan een partij te koop aanbieden, zonder dit vooraf kenbaar te hebben gemaakt, is niet meer mogelijk. Teneinde gelijke kansen te creëren dient een passende mate van openbaarheid te worden genomen. Mogelijk heeft dit ook gevolgen voor andere vormen van gronduitgifte zoals huur, (erf-)pacht of opstalrechten. De gevolgen van het arrest worden nader onderzocht en de bevindingen daarvan worden o.a.
in de eerst volgende Nota Grondbedrijf en Vastgoed toegelicht. Overigens was de verkoop van gronden ten behoeve van zowel woningbouw als bedrijvigheid fors hoger in 2021 dan afgelopen jaren. Reserves en voorzieningen. De Algemene Grondreserve (AGR) bedraagt ultimo 2021 € 10,0 miljoen. Dat is gelijk aan de AGR van vorige jaarrekening. Uw raad heeft in 2018 besloten de Algemene Grondreserve te laten functioneren als een vereveningsfonds met een bandbreedte tussen € 5 miljoen en € 10 miljoen. De AGR kwam uit op € 11,7 miljoen, waarna op grond van voornoemd besluit nu bij jaarrekening een bedrag van € 1,7 miljoen is overgeheveld naar de Algemene Reserve. De Voorziening Nadelige Exploitatieresultaten is gebaseerd op de contante waarden van de grondexploitaties met een nadelig saldo per 31 december 2021. De voorziening is rentedragend, zodat de geprognosticeerde verliezen per einddatum van een grondexploitatie kunnen worden gedekt. Er is in 2021 per saldo € 1,0 miljoen minder nodig in deze voorziening. Alle exploitaties zijn contant gemaakt tegen de voorgeschreven discontovoet van 2%. Per saldo bedraagt de voorziening Nadelige Exploitatieresultaten per 31 december 2021 € 44,0 miljoen. Op eindwaarde is dit € 46,8 miljoen.
De voorziening zal naar verwachting de komende jaren fors dalen na afsluiten van de majeure projecten die, met uitzondering van Kazernekwartier, aan hun laatste jaren bezig zijn.
97 | JAARSTUKKEN 2021
Schematisch ziet het verloop van deze reserve en voorziening er als volgt uit: (bedragen in miljoenen euro’s, stand per ultimo): bedragen x € 1.000.000 2018
2019
2020
2021
Algemene Grondreserve
6,4
10,0
10,0
10,0
Voorziening Nadelige Exploitatieresultaten
47,5
47,8
45,0
44,0
Specificatie van de jaarschijf 2021 van de voorziening geeft het volgende beeld: bedragen x € 1.000.000 2020
toevoeging
2021
Venlo Centrum Zuid
16,5
0,1
16,6
Centrumplan Blerick
8,1
0,2
8,3
Q4
11,5
0,4
11,9
Masterplan Arcen en Velden
1,8
-0,4
1,4
Kazernekwartier
5,0
0,1
5,1
Bargeterminal
1,5
-1,5
0,0
Overigen < 0,5 miljoen
0,6
0,1
0,7
Totaal Voorziening Nadelige Exploitatieresultaten
45,0
-1,0
44,0
Voor een uitgebreide toelichting van de (majeure) grondexploitaties verwijzen we naar bijlage VIII Grondexploitaties elders in deze jaarrekening.
Winstneming en afgesloten projecten Vervroegde winstneming conform BBV-regels, was in 2021 aan de orde bij grondexploitatie Meelderbroek, ten bedrage van € 0,2 miljoen. Zes projecten zijn administratief afgesloten met een gezamenlijk positief resultaat (> € 0,6 miljoen), verwezen wordt naar bijlage VIII Grondexploitaties.
98 | JAARSTUKKEN 2021
De risico's van grondzaken Het gewogen risicoprofiel van het grondbedrijf bedraagt per 31-12-2021 € 18,2 miljoen en is lager dan vorig jaar (€ 19,2 miljoen). De risico’s die gekoppeld zijn aan de grondexploitatie worden verantwoord binnen het grondbedrijf. Schematisch ziet het risicoprofiel grondbedrijf er als volgt uit:
99 | JAARSTUKKEN 2021