CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

032 Bijlage 5 bestemmingsplan Vossen-Breuers, toelichting.pdf

Oordeelsvormende raadsbijeenkomst 15 juni 2022, gemeente VenloBij agendapunt: 2c: Vaststelling bestemmingsplan Vossen-Breuers (RV 2022-32)19.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

CA200061R01.V1.2

46 van 54

Woningen: Bij de 34 woningen zal een infiltratievoorziening op eigen perceel worden gerealiseerd. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de volgende hemelwaterhoeveelheden: • Woning zonder oprit: 90 m² x 100 mm = 9 m³ • Woning met oprit : 110 m² x 100 mm = 11 m³ De te realiseren voorziening zal op het perceel van de betreffende woning worden ingepast. Dimensionering infiltratievoorziening In het infiltratieonderzoek zoals bijgevoegd in bijlage 9 is een infiltratieadvies opgesteld voor de beoogde ontwikkeling. Het betreffend advies bevat een uitwerking van de dimensionering van de infiltratievoorziening voor het openbare gebied middels infiltratiekratten. Ook bij de woningen is daarbij uitgegaan van infiltratiekratten. Uit de uitwerking blijkt dat het plan voldoende ruimte biedt voor het inpassen van een infitratievoorziening gebaseerd op kratten. Waar het de opgave voor de openbare ruimte betreft kan de infiltratievoorziening ter plaatse van de drie parkeervelden worden ingepast. De exacte uitwerking van de infiltratievoorziening zal worden meegenomen bij de verdere civieltechnische uitwerking van het plan. Daarbij zal tevens een optimalisatie van de openbare ruimte plaatsvinden waardoor het oppervlak van de verharding van het openbaar terrein, en daarmee de bergings/infiltratieopgave nog lichtelijk kan wijzigen.

Het civieltechnisch plan inclusief de uitwerking van de infiltratievoorziening zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeente Venlo. Ook bij de woningen kan de infiltratievoorziening worden ingepast ter plaatse van het terras of de eventuele oprit. De exacte uitwerking van deze infiltratievoorziening voor de woningen zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de verschillende bouwfasen ter goedkeuring aan de gemeente worden voorgelegd. Afvalwater Het plan zal worden voorzien van een gescheiden stelsel waarbij het vuile afvalwater (DWA) wordt aangesloten op het reeds aanwezige vuilwaterriool in de Roermondseweg, Spoorstraat en/of Riethstraat. De uitwerking van het DWA-stelsel volgt in de verdere planontwikkeling van de buitenruimte. Conclusie Gelet op vorenstaande uiteenzetting van het aspect waterhuishouding wordt geconcludeerd dat bij voorliggend project geen (hemel)waterproblemen behoeven te worden verwacht.

4.10 Verkeerskundige aspecten 4.10.1 Verkeer De hoofdontsluiting van het plangebied voor gemotoriseerd verkeer vindt plaats via de nieuwe woonstraat die aansluit op de Spoorstraat en de Riethstraat. Vanaf deze weg worden de verschillende parkeerclusters ontsloten. Vanaf deze weg worden een tweetal verbindingen gecreëerd voor voetgangers richting de Roermondseweg. Langs de woningen die aan het groen zijn gelegen worden woonpaden aangelegd bestemd voor voetgangers. In de toekomstige situatie is sprake van 34 woningen. Daarnaast zijn 8 appartementen voorzien in het hoofdgebouw van de voormalige sigarenfabriek. Deze ontwikkeling valt buiten het plangebied, maar de parkeervoorzieningen (en de daarbij behorende verkeersbewegingen) zijn gelegen binnen het plangebied. De

CA200061R01.V1.2

47 van 54

verkeersaantrekkende werking van het plan inclusief de 8 appartementen is inzichtelijk gemaakt op basis van de CROW- kengetallen voor de verschillende woningtypen.

Programma (woningen) Woningtype plan woningtype CROW Appartementen koop, etage midden Koopwoningen Koop, tussen/hoek Midden huurwoningen Huurhuis, vrije sector Sociale huurwoningen huurhuis, sociale huur Totaal

aantal 8 12 10 12 42

Verkeersgenaratie (mvt/etm) min. max. gem. project 5,2 6,0 5,6 44,8 6,7 7,5 7,1 85,2 6,7 7,5 7,1 71,0 4,5 5,3 4,9 58,8 260

Ten gevolge van de planontwikkeling is sprake van een toename van de verkeersaantrekkende werking van ca. 260 motorvoertuigbewegingen per etmaal op een gemiddelde weekdag. Deze relatief beperkte toename kan zonder problemen op het omliggend wegennet worden verwerkt.

4.10.2

Parkeren

Het parkeerbeleid van de gemeente Venlo is vastgelegd in de deelnota ‘Bereikbaarheid en Parkeren’ van het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan. In deze nota zijn de parkeernormen opgenomen waaraan bij de ontwikkeling van nieuwe functies dient te worden voldaan. Voor woningen (middenklasse) is in deze nota een parkeernorm opgenomen van 1,6 (minimaal) tot 1,9 (maximaal) parkeerplaats per woning. Voor betreffende ontwikkeling van 42 woningen (34 woningen + 8 appartementen) resulteert dat in een parkeeropgave tussen de 67 en 80 parkeerplaatsen. Binnen het plan is voorzien in 70 parkeerplaatsen bij de parkeerclusters, 3 parkeerplaatsen op eigen terrein en 15 parkeervakken langs de Roermondseweg. Met de realisatie van deze parkeervoorzieningen wordt ruimschoots voldaan aan de norm. Het aspect parkeren levert geen belemmeringen op voor dit plan.

4.11 Kabels en Leidingen In het plangebied bevinden zich geen planologisch relevante kabels en leidingen.

4.12 Niet-gesprongen explosieven Onderhavig plangebied ligt in een verdacht gebied voor aanwezigheid van (resten van) explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Onderzocht moet worden of het plangebied vrij is van dergelijke explosieven. Een bijzonder onderwerp voor wat betreft 'externe veiligheid' vormen niet-gesprongen explosieven. Omdat ter hoogte van Tegelen in de Tweede Wereldoorlog gevochten is, is er een reële kans op de aanwezigheid van nietgesprongen explosieven. Voorkomen moet worden dat daar bij werkzaamheden in de bodem op wordt gestuit. In het kader van de ARBO-veiligheid en Openbare Orde en Veiligheid kan een risico ontstaan en dienen verdere risico's te worden voorkomen. Er is gekozen voor een detectieonderzoek om de veiligheid te garanderen, deze aanpak staat beschreven in het projectplan opgesteld door AVG en is bijgevoegd als bijlage 10. Om het gehele gebied vrij te geven wordt gebruik gemaakt van een Non-realtime oppervlaktedetectie. Een dergelijke detectie vraagt om een gebied vrij van obstakels en verharding. Omdat er momenteel nog bebouwing

CA200061R01.V1.2

48 van 54

en verharding aanwezig is zal het gehele gebied worden onderzocht op explosieven nadat het plangebied vrij is gemaakt van bebouwing en verharding en voor aanvang van de bouw- en aanlegwerkzaamheden.

4.13 Milieueffectrapportage Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit dat wordt genoemd in kolom 1 en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

D De aanleg, wijziging of 11.2 uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.

Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de Dlijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2000 of meer woningen'. Omdat het planvoornemen ruim beneden de drempelwaarde valt, kan worden volstaan met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Naast het Besluit m.e.r. wordt ook de Wet natuurbescherming als afwegingskader gehanteerd. Indien er namelijk sprake is van significante negatieve effecten op een Natura 2000-gebiedgeldt een planm.e.r.plicht. Bij de voorliggende ontwikkeling zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet aan de orde. Er is geen planm.e.r.-plicht. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de navolgende tabel zijn de relevante kenmerken van het plan weergegeven alsmede de belangrijkste effecten die het plan op de omgeving zal veroorzaken. Daarnaast zijn in het kader van voorliggend bestemmingsplan diverse (milieu)onderzoeken uitgevoerd voor alle voor dit plan relevante milieuaspecten. Uit deze onderzoeken, waarvan de uitkomsten zijn verwerkt in dit hoofdstuk, blijkt dat het plan slechts beperkte milieueffecten heeft.

CA200061R01.V1.2

49 van 54

Kenmerken van het plan Omvang van het project (relatie met drempel Dlijst)

Cumulatie van andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

Productie afvalstoffen

Verontreiniging en hinder

D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedeIijk ontwikkeIingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van 34 woningen mogelijk middels de realisatie van nieuwbouw, gedeeltelijk ter plaatse van te slopen bebouwing. De indicatieve drempel uit de D-lijst wordt daarmee niet overschreden. Er zijn geen autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied bekend, waardoor geen sprake is van cumulatie van milieueffecten met andere projecten. De realisatie van de voorgenomen ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen Zowel tijdens de aanleg- als de gebruiksfase vindt er geen productie van stoffen plaats die leiden tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen of tot effecten voor de bodem- en waterkwaliteit. Voor wat betreft de afvoer van (huishoudelijk) afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke resteffecten die aanleiding zouden geven tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure Bodem Op basis van paragraaf 4.2 blijkt dat uit het verkennend bodemonderzoek naar voren is gekomen dat geen sprake is van enige mate van verontreiniging boven de daarvoor geldende drempelwaarden.

Na sloop van de aanwezige panden ter plaatse van de onderzoekslocatie zal fase 2 van het onderzoek worden uitgevoerd om zodoende een dekkend onderzoek conform de NEN 5740 en NEN 5707 te verkrijgen. Bij verontreiniging boven de daarvoor geldende drempelwaarden zullen de daartoe noodzakelijke maatregelen worden genomen, waarmee er vanuit het aspect bodem geen belemmeringen bestaan voor het beoogde toekomstige gebruik. Water Op basis van paragraaf 4.9 blijkt dat vanuit het aspect water geen belemmeringen bestaan.

CA200061R01.V1.2

50 van 54

Flora en fauna Op basis van de uitgevoerde ecologische onderzoeken blijkt dat mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. Om het plan in overeenstemming met de Wet natuurbescherming uit te voeren worden de noodzakelijke mitigerende maatregelen genomen en wordt tevens een ontheffing aangevraagd op grond van de Wet natuurbescherming. Uit het onderzoek naar stikstofdepositie is naar voren gekomen dat de stikstof depositie in de aanlegfase maximaal 0,01 mol/ha/jr. bedraagt op Nederlands Natura 2000-gebied en 0,03 mol/ha/jr. op Duitse Natura 2000-gebied. In de gebruiksfase is geen toename op Nederlands Natura 2000gebied en maximaal 0,02 mol/ha/jr. op Duitse Natura 2000-gebied. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling vindt – op beperkte schaal – aantasting van beschermde gebieden en beschermde soorten plaats. Dit leidt echter niet tot significante effecten op de Natura 2000-gebieden Archeologie Op basis van paragraaf 4.5 blijkt dat er vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan. De mogelijk aanwezige archeologische waarden worden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ namelijk in voldoende mate beschermd. Geluid Op basis van paragraaf 4.1 blijkt dat er vanuit het aspect geluid geen belemmeringen bestaan. Bedrijven en milieuzonering Op basis van paragraaf 4.8 blijkt dat er vanuit het aspect Milieuzonering geen belemmeringen bestaan.

Luchtkwaliteit Op basis van paragraaf 4.3 blijkt dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen bestaan. Externe veiligheid

CA200061R01.V1.2

51 van 54

Op basis van paragraaf 4.4 blijkt dat er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan. Risico voor ongevallen

De beoogde ontwikkelingen zorgen niet voor een toename van risico’s in de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

Plaats van de projecten Bestaand grondgebruik

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opname vermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden , berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H /V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Kenmerken van het potentiele effect Bereik van het effect (geografisch en grootte getroffen bevolking) Grensoverschrijdend karakter Orde van grootte en complexiteit Waarschijnlijkheid effect Duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect

Het plangebied is in de huidige situatie bestemd voor agrarische doeleinden, bedrijf, verkeersdoeleinden en wonen. Daarbij is sprake is van leegstand. Het plangebied is deels verhard en wordt gebruikt voor parkeren. Het grootste deel van het terrein is niet in gebruik en betreft een verwilderd groengebied. Het bestaande grondgebruik levert geen belemmeringen op in relatie tot de beoogde ontwikkeling. Niet van toepassing Wetlands: niet van toepassing Kustgebieden : niet van toepassing Berg- en bosgebieden: niet van toepassing Reservaten en natuurparken: niet van toepassing Habitat/richtlijngebieden: niet van toepassing (zie paragraaf 5.7.1) Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid: Nee Landschappelijk, historisch, cultureel of archeologische gebieden van belang: Nee. Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing

Gezien het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, dusdanig beperkt van aard en omvang zijn dat dit geen significant nadelige milieugevolgen tot gevolg heeft die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

CA200061R01.V1.2

52 van 54

5 Uitvoerbaarheid Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

5.1 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Voor onderhavig planvoornemen is een overeenkomst gesloten tussen initiatiefnemer en de gemeente. In de overeenkomst zijn afspraken gemaakt over de verdeling van kosten om de realisatie van 34 woningen, de (weg)infrastructuur en het openbaar groen mogelijk te maken. Tevens is hierin meegenomen de kosten voor evt. planschade. Daarmee zijn de kosten in voldoende mate verzekerd. Een exploitatieplan is daarmee niet noodzakelijk.

5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt. De maatschappelijke uitvoerbaarheid is tevens getoetst in een omgevingsdialoog. Inspraak en overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening Het voorontwerp bestemmingsplan is voor een reactie toegestuurd aan belanghebbende Instanties. Daarnaast is het voorontwerp bestemmingsplan overeenkomstig de ‘inspraakverordening Venlo’ gedurende 4 weken, van 8 juli 2021 tot en met 4 augustus 2021, voor inspraak ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn is eenieder in de gelegenheid gesteld een inspraakreactie omtrent het voorontwerp bestemmingsplan in te dienen. Voor de inhoud van de vooroverleg- en inspraakreacties en de gemeentelijke standpunten ten aanzien daarvan, wordt verwezen naar de als bijlage 11 bij deze toelichting opgenomen nota van inspraak en vooroverleg van het bestemmingsplan Vossen-Breuers. Zienswijzenprocedure Het ontwerp bestemmingsplan zal gedurende zes weken voor eenieder ter inzage worden gelegd. Tijdens deze periode kunnen zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan worden ingediend.

CA200061R01.V1.2

53 van 54

6 Planstukken Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

6.1 Verbeelding De analoge verbeelding is getekend op een bijgewerkte en digitale kadastrale ondergrond/BGT, schaal 1:1000, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Hierbij dient te worden aangetekend dat de kadastrale ondergrond/BGT geen juridische status heeft.

6.2 Regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: - Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); - De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); - Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); - Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: - Bestemmingsomschrijving; - Bouwregels; - Nadere eisen; - Specifieke gebruiksregels; - Afwijking van de gebruiksregels; - Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden. De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

CA200061R01.V1.2

54 van 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/55/documents/675