032 Bijlage 5 bestemmingsplan Vossen-Breuers, toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Vossen-Breuers Gemeente Venlo Vastgesteld
Bestemmingsplan Vossen-Breuer Gemeente Venlo Vastgesteld
Identificatienummer: Datum:
NL.IMRO.0983.BPBP202009VOSSENBR-VA01 3 mei 2022
Opdrachtgever: Projectnummer: Documentnummer: Status:
Van Wijnen Projectontwikkeling Zuid BV CA200061 R01v1.2-Toelichting Vastgesteld
+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen
Geonius.nl Functie
Naam
Projectleider ruimtelijke ontwikkeling
Jeroen van Schie
Adviseur ruimtelijke ontwikkeling
Willemijn Smeets
CA200061R01.V1.2
2 van 54
Inhoud 1
Inleiding ..........................................................................5
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding en doel Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2
Planbeschrijving ......................................................... 9
2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3
Planbeschrijving 9 Stedenbouwkundige uitwerking ....................................................................................................... 9 Roermondseweg..................................................................................................................................... 10 Binnengebied .......................................................................................................................................... 10
3
Beleidskaders .............................................................. 12
3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.3 3.3.1 3.4 3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4 3.4.5 3.4.6
Rijksbeleid 12 Nationale Omgevingsvisie.................................................................................................................. 12 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ....................................................................................... 13 Ladder voor duurzame verstedelijking .......................................................................................... 13 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening............................................................................. 14 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) .......................................................... 15 Provinciaal beleid 15 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 ................................................................................... 15 Omgevingsverordening Limburg 2014 ........................................................................................... 17 Provinciale Omgevingsvisie Limburg............................................................................................. 18 Provinciaal woonbeleid ....................................................................................................................... 19 Regionaal beleid 20 Structuurvisie Wonen Noord-Limburg (2020-2024) ..................................................................
20 Gemeentelijk beleid 21 Strategische visie Venlo 2030 ........................................................................................................... 21 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo ..................................................................................................... 21 Woonvisie 2016-2021 ............................................................................................................................ 22 Dynamische Woningbouwprogrammering.................................................................................. 24 Afwegingskader woningbouwprogramma Venlo ...................................................................... 25 Welstandsnota gemeente Venlo 2013 ............................................................................................ 28
4
Omgevingsaspecten ................................................. 30
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.5.1 4.5.2
Akoestiek 30 Bodem 31 Luchtkwaliteit 32 Externe veiligheid 33 Archeologie 36 Archeologische beleidsadvieskaart ............................................................................................... 36 Archeologisch onderzoek .................................................................................................................. 37
CA200061R01.V1.2
5 5 6 8
3 van 54
4.5.3 4.6 4.7 4.7.1 4.7.2 4.7.3 4.7.4 4.8 4.9 4.9.1 4.9.2 4.10 4.10.1 4.10.2 4.11 4.12 4.13
Conclusie projectgebied ..................................................................................................................... 37 Cultuurhistorie 37 Natuur 38 Gebiedsbescherming ........................................................................................................................... 38 Soortenbescherming ........................................................................................................................... 39 Houtkap .................................................................................................................................................... 42 Conclusie ................................................................................................................................................. 42 Milieuzonering 43 Water 44 Waterbeleid ............................................................................................................................................. 44 Waterparagraaf ...................................................................................................................................... 45 Verkeerskundige aspecten 47 Verkeer .....................................................................................................................................................
47 Parkeren................................................................................................................................................... 48 Kabels en Leidingen 48 Niet-gesprongen explosieven 48 Milieueffectrapportage 49
5
Uitvoerbaarheid ......................................................... 53
5.1 5.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
6
Planstukken ................................................................ 54
6.1 6.2
Verbeelding Regels
Bijlagen
53 53
54 54
Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
Bijlage 2
Bodemonderzoek
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
Bijlage 5
Quickscan flora en fauna
Bijlage 6
Nader soortenonderzoek
Bijlage 7
Eekhoorn onderzoek
Bijlage 8
Bomeninventarisatie
Bijlage 9
Infiltratieonderzoek
Bijlage 10
Projectplan NGE
Bijlage 11
Nota van inspraak en vooroverleg
Bijlage 12
Nota van zienswijzen
CA200061R01.V1.2
4 van 54
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Van Wijnen Projectontwikkeling Zuid B.V. is voornemens op de voormalige A&P Lückerlocatie aan de Roermondseweg in Tegelen woningbouwontwikkeling te realiseren. Hierbij worden 34 grondgebonden, levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt een nieuwe woonstraat, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en wandelpaden aangelegd. Dit bestemmingsplan heeft tot doel het plangebied te voorzien van een actuele juridische-planologisch kader, waarbinnen de beoogde nieuwbouw en het gebruik van de gronden voor de beoogde functies mogelijk worden gemaakt en de aanwezige waarden zoveel mogelijk worden beschermd.
1.2 Plangebied Het plangebied is gelegen aan de Roermondseweg, direct ten zuiden van het centrum van Tegelen. Het betreft de A&P Lückerlocatie waar voorheen een sigarenfabriek was gevestigd. Het plangebied is gelegen tussen de Roermondseweg en de Spoorstraat en omvat de percelen kadastraal bekend als Gemeente Tegelen, sectie A, nummers 798, 6375, 6575, 6639, 6640, 7472, 7473, 7980, 9197 en 9198. Binnen het plangebied bevindt zich aan de Roermondseweg één woning welke wordt gesloopt. In het gebied is verder nog een bedrijfsgebouw aanwezig welke eveneens gesloopt wordt.
Topografische ondergrond met begrenzing plangebied
CA200061R01.V1.2
5 van 54
Aan de overzijde van de Roermondseweg liggen woningen en een enkel winkelpand. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van de woningen aan de Riethstraat. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan de achtertuinen van de bebouwing aan de Spoorstraat. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het voormalige hoofdgebouw van de sigarenfabriek langs de Roermondseweg. Aan de oost- en zuidzijde van het plangebed zijn doorsteken aanwezig naar de Riethstraat en de Spoorstraat.
1.3 Vigerend bestemmingsplan In de huidige situatie zijn ter plaatse van het plangebied de volgende bestemmingsplannen van toepassing: • ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’, vastgesteld op 25 september 2013; • ‘Centrum Tegelen’, vastgesteld op 23 juni 2010; • ‘Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen’, vastgesteld 25 november 2020; • ‘Paraplubestemmingsplan kamerbewoning’, vastgesteld 25 november 2020; Onderstaand wordt nader ingegaan op de vigerende bestemmingsplannen. Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen Voor het grootste deel van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’ van toepassing. Voor dit deel van het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’ de bestemmingen ‘Bedrijf’, ‘Wonen’, ‘Agrarisch’, ‘Verkeer-verblijfsgebied’ en ‘Maatschappelijk’. Verder is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ van toepassing ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’
CA200061R01.V1.2
6 van 54
Op basis van de bestemmingen die voor het plangebied gelden is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks toegestaan. Evenmin zijn in het bestemmingsplan afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarom is middels dit bestemmingsplan voorzien in een nieuw juridisch-planologisch kadert waarbinnen de ontwikkeling wel mogelijk is. Centrum Tegelen Voor het zuidoostelijke en het noordelijk deel van het plangebied is het bestemmingsplan ‘Centrum Tegelen’ van toepassing. Voor dit deel van het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan ‘Centrum Tegelen’ de bestemmingen ‘Maatschappelijk’, ‘Wonen’ en ‘Verkeer-verblijfsgebied’. Verder is voor het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ van toepassing ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan ‘Centrum Tegelen’
Op basis van de bestemmingen die voor het plangebied gelden is de beoogde ontwikkeling niet rechtstreeks toegestaan. Evenmin zijn in het bestemmingsplan afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Daarom is middels dit bestemmingsplan voorzien in een nieuw juridisch-planologisch kadert waarbinnen de ontwikkeling wel mogelijk is. Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen Het ‘Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen’ is opgesteld om de mogelijkheden omtrent het toevoegen van woningen door gebruikswijziging van een bestaand gebouw of door woningsplitsing op een uniforme wijze te regelen. De regeling ten aanzien van woonbestemmingen, zoals deze is opgenomen in
CA200061R01.V1.2
7 van 54
het ‘Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen’, is één op één overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Paraplubestemmingsplan kamerbewoning Het ‘Paraplubestemmingsplan reguleren onbenutte plancapaciteit wonen’ is opgesteld om de mogelijkheden voor kamerbewoning in diverse gemeentelijke bestemmingsplannen op een uniforme wijze te regelen. De regeling ten aanzien van kamerbewoning, zoals deze is opgenomen in het ‘Paraplubestemmingsplan kamerbewoning’, is één op één overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het plangebied en zijn omgeving nader omschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het vigerende beleid. Vervolgens de nieuwe ontwikkelingen beschreven, die worden meegenomen in dit plan. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 6 worden ten slotte de planstukken van dit bestemmingsplan beschreven.
CA200061R01.V1.2
8 van 54
2 Planbeschrijving 2.1 Planbeschrijving 2.1.1 Stedenbouwkundige uitwerking Aan de Roermondseweg in Tegelen hebben vanuit het verleden diverse fabrieken gestaan en deze zijn in de loop der jaren vervangen door woningbouw. Een van de laatste locaties is A&P-Lucker, de voormalige sigarenfabriek. Afgelopen jaren zijn diverse initiatieven geweest om het hoofdgebouw van de fabriek met omliggend terrein te herontwikkelen naar woningbouw. In het onderhavige plan wordt uitgegaan van herontwikkeling van het terrein exclusief het hoofdgebouw van de fabriek.
Hoofdgebouw voormalige sigarenfabriek maakt geen onderdeel van voorliggend bestemmingsplan
Stedenbouwkundig plan
CA200061R01.V1.2
9 van 54
Voor de ontwikkeling is een woonprogramma vastgesteld met grondgebonden woningen in een mix van typologieën en prijsklassen bestaande uit: • 9 patiowoningen (levensloopbestendig) • 25 eengezinswoningen. Verder voorziet het plan in de sloop van de bebouwing aan de Riethstraat en het Patronaatgebouw. Daarnaast blijft de aanwezige transformator aan de Roermondseweg in het plan gehandhaafd. Het plangebied maakt onderscheid in 2 gebieden: • Afbouw Roermondseweg • Herontwikkeling binnengebied.
2.1.2 Roermondseweg De Roermondseweg kenmerkt zich als vooroorlogse, aaneengesloten, dorpse lintbebouwing met variatie in leeftijd, kavelbreedte en hoogte. De rooilijn is daarbij nagenoeg gelijk. Met voorliggend plan wordt het straatprofiel met langsparkeren aangepast. Daarbij wordt de parkeerstrook verbreed en wordt het trottoir iets verlegd richting het plangebied. Aan de Roermondseweg wordt de lintbebouwing doorgezet in de huidige rooilijn. Aan de zuidzijde bestaat de bestaande bebouwing uit 1 a 2 lagen met kap. De sigarenfabriek direct ten noorden van het plangebied is een gebouw van aanzienlijke hoogte. Het lange bouwblok langs de Roermondseweg wordt uitgevoerd in 2 bouwlagen met kap waarbij de kaprichting varieert. Het noordelijke korte bouwblok eindigt met een plat dak (3-laags) waarmee een aanhaking in massa op het fabrieksgebouw wordt gezocht. Tussen de bouwblokken aan de Roermondseweg is ruimte gehouden voor brede groenstroken. Zo ontstaat voldoende opening en zicht op de nieuwe bebouwing van het binnen gebied. De groenstroken worden begeleid met paden welke enkel bedoeld zijn voor langzaam verkeer. Het binnengebied is daarmee uitnodigend en zichtbaar vanuit Roermondseweg. De architectuur is geïnspireerd op de industrialisatie-periode voor 1945 en Tegelse kleiwaren. Dit geldt ook voor het binnengebied.
Zijgevels worden ontworpen als volwaardige overhoekse gevel met ramen in keuken, woonen slaapkamers.
2.1.3 Binnengebied De hoofdontsluiting van autoverkeer voor het binnengebied vindt plaats via een nieuw aan te leggen woonstraat. Deze woonstraat wordt ontsloten vanaf de Spoorstraat (2-richtingen) en vanaf de Riethstraat (eenrichting). Het parkeren in plangebied is zoveel als mogelijk geclusterd. In het binnengebied is een centraal groen plein aanwezig. Op dit plein is robuust groen en een speelplek voorzien. Ter plaatse van de openbare groenstroken wordt bestaand groen waar mogelijk gehandhaafd en versterkt met nieuwe aanplant. Het centrale groene plein wordt aan 4 zijden afgebouwd met nieuwbouw. De oriëntatie is voor alle bouwblokken gekeerd naar het groen dat daarmee als het ware een verlengstuk wordt van de voortuin. De bebouwing aan Noord- en Zuidzijde ligt op zeer ruime afstand tot bestaande (en nieuwe) bebouwing. Hier is gekozen voor een 2-laags woningtype met kap. Aan de zuidzijde gelegen woningen worden op drie plekken voorzien van een accent aan de zijgevel door middel van een erker. De bouwblokken aan oost- en westzijde worden uitgevoerd als patiowoningen (één bouwlaag).
CA200061R01.V1.2
10 van 54
Met deze planopzet is nergens een confrontatie tussen voorkanten en achterkanten van woningen. Daarbij worden overgangen van achter- en zijtuinen op openbare ruimte mee ontworpen. Achtertuinen worden afgezoomd met een hekwerk voorzien van een beukenhaag. Daarmee is de privacy voor bewoners gewaarborgd en wordt een hoogwaardig, eenduidig beeld gecreëerd.
CA200061R01.V1.2
11 van 54
3 Beleidskaders In dit hoofdstuk worden de vigerende beleidsdocumenten besproken die betrekking hebben op het plangebied. In de eerste paragraaf wordt ingegaan op het nationaal beleid, waarna op volgorde van schaalgrootte in de volgende paragrafen het provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid wordt beschreven. Voor elk beleidsdocument wordt een reflectie gemaakt op het voorliggende plan.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is vastgesteld op 11 september 2020. Deze visie beschrijft dat nationale ruimtelijke opgaven zoals de bouw van 1 miljoen woningen, duurzaam energie opwekken, klimaatverandering en de overgang naar een circulaire economie. Deze opgaven vragen meer ruimte van er beschikbaar is in Nederland. In de NOVI zijn er daarom keuzes gemaakt. De beleidskeuzes ten aanzien van sterke en gezonden steden en regio’s zijn als volgt: 1.
2.
3.
4. 5.
6.
7. 8.
9.
We versterken het Stedelijk Netwerk Nederland door de ontwikkeling van de stedelijke regio’s te ondersteunen en te zorgen voor goede onderlinge en externe verbindingen. Verstedelijking koppelen we aan de ontwikkeling van de (ov-)infrastructuur en vindt plaats in de regio’s waar er vraag is. De grote open ruimten tussen de steden behouden hun groene karakter. Het Rijk hanteert een integrale verstedelijkingsstrategie. Dit is een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid, veiligheid en leefomgevingskwaliteit. Zo kunnen steden zich duurzaam ontwikkelen. Verstedelijking vindt geconcentreerd plaats in de regio. Toe te voegen nieuwe woon- en werklocaties worden zorgvuldig en op efficiënte wijze ingepast met oog voor beschikbare ruimte en mobiliteit. Het woningaanbod in de regio’s sluit aan bij de vraag naar aantallen en typen woningen, woonmilieus en prijsklasse. Voor de bestaande bebouwing zetten we in op een integratie van stedelijke ontwikkeling en beheer om te komen tot een efficiënte aanpak van de vele opgaven daar. We richten de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke participatie bevordert. We verbeteren de luchtkwaliteit, zodat in 2030 wordt voldaan aan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie.
We versterken het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad en verbeteren de aansluiting op het groene gebied buiten de stad. Een natuurinclusieve ontwikkeling van de stedelijke regio’s en natuurinclusief bouwen zijn het uitgangspunt. We richten steden en regio’s klimaatbestendig in. Het stedelijke mobiliteitssysteem levert een goede bereikbaarheid op. De auto, het ov, fietsen en lopen zijn onderling verknoopt. Het systeem draagt zo bij aan een gezonde leefomgeving en een gezonde leefstijl. Voor gebieden buiten het Stedelijk Netwerk Nederland, die liggen aan de grens van het land en/of waar vraagstukken rond bevolkingsdaling spelen, ontwikkelen de overheden gezamenlijk een integrale gebiedsgerichte aanpak.
CA200061R01.V1.2
12 van 54
Voorliggend plan: Met name het derde beleidspunt uit de NOVI is van toepassing op het voorliggend plan. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen strijdigheden met de NOVI.
3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor Nederland in 2040. De SVIR vervangt onder meer de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit, de Structuurvisie Randstad 2040 en de Mobiliteitsaanpak. Het rijk richt zich met de SVIR op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur. Daarbij horen ook waterveiligheid en milieukwaliteit, evenals de bescherming van het werelderfgoed. Het plangebied is gelegen in de MIRT-regio Brabant en Limburg en omvat de provincies Noord-Brabant en Limburg. Opgaven van nationaal belang in dit gebied zijn: •
•
• • • • • • •
Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland (waaronder Brainport Avenue rond Eindhoven) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a. verdere ontwikkeling Eindhoven Airport en uitvoering Programma Hoogfrequent Spoorvervoer); Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Zuidwestelijke Delta, Rijnmond-Drechtsteden en Rivieren van het Deltaprogramma; Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden; Het (internationaal) buisleidingennetwerk vanuit Rotterdam en Antwerpen naar Chemelot en het Ruhrgebied ruimtelijk mogelijk maken; Onderzoek uitvoeren naar het goederenvervoer op het spoor op de langere termijn inclusief uitvoeren afspraken uit de MIRT-verkenning Antwerpen-Rotterdam hierover; Uitvoeren onderzoek naar ruimtelijke en infrastructurele opgaven rond de Greenport Venlo; Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) over de grens; Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie
in het westelijk deel van NoordBrabant.
Voorliggend plan: Er is geen strijdigheid met het nationale ruimtelijke beleid aanwezig. Het Rijksbeleid is niet aan de orde, omdat sprake is van een kleinschalige ontwikkeling en er geen onderwerpen vanuit de SVIR op het projectgebied van toepassing zijn.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. Per 1 juli 2017 is het Bro op enkele onderdelen gewijzigd.
CA200061R01.V1.2
13 van 54
Artikel 3.1.6, lid 2 Bro luidt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De onderhavige ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 34 woningen binnen bestaand stedelijk gebied. Met de ontwikkeling ontstaat er dus geen uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Voorliggend plan: In voorliggend plan worden 34 woningen gerealiseerd. Er is in deze situatie sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele behoefte (zie voor nadere uitleg paragrafen 3.2, 3.3 en 3.4). De ontwikkeling wordt daarnaast ingevuld middels herstructurering binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij sloop en nieuwbouw wordt gekoppeld aan maatregelen ter bevordering van de leefbaarheid in de wijk.
Het initiatief voldoet hiermee aan het streven naar een optimale benutting van het stedelijk gebied, zoals beschreven in de ladder voor duurzame ontwikkeling.
3.1.4Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Om de in de SVIR opgenomen nationale belangen juridisch te borgen is door het Rijk het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) opgesteld. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen en bestemmingsplannen. In het Barro zijn regels opgenomen voor de volgende nationale belangen: • rijksvaarwegen; • mainportontwikkeling Rotterdam; • kustfundament; • grote rivieren; • Waddenzee en waddengebied; • defensie; • hoofdwegen en landelijke spoorwegen; • elektriciteitsvoorziening; • buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; • ecologische hoofdstructuur; • primaire waterkeringen buiten het kustfundament; • IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); • erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Voorliggend plan: Geen van de bovengenoemde belangen zijn bij de voorgenomen woningbouw in het geding. De beoogde ontwikkeling is kortom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro.
CA200061R01.V1.2
14 van 54
3.1.5 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is gebaseerd op het Barro. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen en objecten, hoofdwegen en EHS-gebieden worden aangewezen, waar gemeenten bij de vaststelling van bestemmingsplannen rekening mee moeten houden. In het Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Voorliggend plan: Als gevolg van de gewijzigde regelgeving beslaat het radarverstoringsgebied behorende bij de radar op de militaire vliegbasis Volkel ook de gemeente Venlo. Aangezien het bouwplan geen windturbines hoger dan 114 meter bevat, vormt de voorgenomen ontwikkeling geen belemmering voor het radarverstoringsgebied.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 Op 12 december 2014 hebben Provinciale Staten het Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014 (hierna: POL2014), de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma 2014 vastgesteld. Gezamenlijk vormen deze beleidsdocumenten een integrale omgevingsvisie, die vier wettelijke functies vervult: structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), provinciaal milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), regionaal waterplan (Waterwet), Provinciaal Verkeer- en Vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer). In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. Verder staat in het POL2014 kwaliteit centraal.
Dat komt tot uiting in het koesteren van de gevarieerdheid van Limburg onder het motto 'meer stad, meer land', het bieden van ruimte voor verweving van functies, in kwaliteitsbewustzijn, en in dynamisch voorraadbeheer dat moet resulteren in een nieuwe vorm van groeien. Algemene principes voor duurzame verstedelijking sluiten hierop aan, zoals de ladder van duurzame verstedelijking en de prioriteit voor herbenutting van cultuurhistorische en beeldbepalende gebouwen. Het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014), met bijbehorend plan-MER, de Omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma zijn op 12 december 2014 door Provinciale Staten vastgesteld. Dit als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Op 11 november 2016 heeft Provinciale Staten de Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Op onderdelen is de omgevingsverordening gewijzigd op 31 maart 2017 Wijzigingsverordening hoofdstuk 3 Natuur, 21 december 2017 (Wijzigingsverordening paragraaf 2.13 zilvergroene natuurzone, Wijzigingsverordening regels in zake geothermie en Wijzigingsverordening 3.1 Veehouderijen en Natura 2000), 14 december 2018 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 Paragraaf 2.4 Bestuursafspraken regionale uitwerking POL2014 30 augustus 2019 Omgevingsverordening Limburg 2014 wijziging begrenzing Goudgroene,
CA200061R01.V1.2
15 van 54
Zilvergroene natuurzone en Bronsgroene landschapszone en 22 november 2019 Wijzigingsverordening Omgevingsverordening Limburg 2014 par. 2.14 Houden van geiten. In het POL2014 staan de fysieke kanten van het leef- en vestigingsklimaat centraal. Belangrijke uitdagingen zijn het faciliteren van innovatie, het aantrekkelijk houden van de regio voor jongeren en arbeidskrachten, de fundamenteel veranderde opgaven op het gebied van wonen en voorzieningen, de leefbaarheid van kernen en buurten en het inspelen op de klimaatverandering. De centrale ambitie komt voort uit de Limburgagenda: een voortreffelijk grensoverschrijdend leef- en vestigingsklimaat, dat eraan bijdraagt dat burgers en bedrijven kiezen voor Limburg: om er naar toe te gaan en vooral ook om hier te blijven. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen.
Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone. Ook ten aanzien van de bronsgroene landschapszones, de zones rondom natuurbeken en het beschermingsgebied van het Nationaal Landschap Zuid-Limburg bevat de Omgevingsverordening diverse beschermende regels. Ook bevat de omgevingsverordening o.a. regels omtrent het opnemen van reserveringszones langs spoorwegen en provinciale wegen. Deze zones dienen vrij te blijven van bebouwing met het oog op een toekomstige verbreding, spoorverdubbeling, het toevoegen van een parallelvoorziening, elektrificatie, of het anderszins uitbreiden of verbeteren van deze provinciale weg of spoorweg. In de verordening is daarnaast onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaand stedelijk gebied (overeenkomstig de ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht.
Een belangrijk onderdeel van het POL2014 betreft de opgave voor de drie regio's Noord-Limburg, MiddenLimburg en Zuid-Limburg om voor die thema's waarvoor dynamisch voorraadbeheer aan de orde is, regionale structuurvisies op te stellen en daarover ook op regionaal niveau bestuursafspraken te maken. In de Omgevingsverordening Limburg zijn deze bestuursafspraken vervolgens verankerd. Plan specifieke aspecten Voor het plangebied zijn de volgende aspecten uit het POL2014 en de Omgevingsverordening relevant. Op de bij het POL2014 behorende kaart ‘Zonering Limburg’ is het plangebied gelegen binnen de zone ‘Overig bebouwd gebied’. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de kaart ‘Zonering Limburg’ weergegeven.
CA200061R01.V1.2
16 van 54
Uitsnede kaart ‘Zonering Limburg’ met aanduiding planlocatie
De uitgangspunten die binnen de bovengenoemde zones gelden, worden hierna kort uiteengezet. Overig bebouwd gebied Het ‘overige bebouwd gebied’ betreft gemengde woon/werkgebieden met voorzieningen, deels met een stedelijk karakter, deels met een dorps karakter. De beleidsaccenten zijn gericht op: Transformatie regionale woningvoorraad, Bereikbaarheid, Balans voorzieningen en detailhandel, Stedelijk groen en water, Kwaliteit leefomgeving” Voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling is een herstructurering en vindt plaats in bebouwd gebied. Middels onderhavig plan wordt kwalitatief en kwantitatief ingespeeld op de veranderde vraag naar woningen. De voorheen aanwezige (bedrijfs)bebouwing wordt gesloopt en hiervoor in de plaats wordt een woongebied ontwikkeld met 43 grondgebonden woningen, waaronder levensloopbestendige woningen. Hiermee wordt aangesloten bij de woonbehoeften, ook voor de langere termijn. Met het plan wordt derhalve aangesloten bij de uitgangspunten voor wonen uit het POL 2014.
3.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2014 De Omgevingsverordening Limburg 2014 bevat de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van POL 2014 juridische binding te geven. Specifiek voor de doorwerking van het ruimtelijk beleid is in de verordening een hoofdstuk Ruimte opgenomen. Dit hoofdstuk bevat uitsluitend instructiebepalingen die zijn gericht tot gemeentebesturen. Zij moeten deze regels in acht nemen bij het vaststellen van bestemmingsplannen, beheersverordeningen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. In het hoofdstuk Ruimte zijn voor een beperkt aantal onderdelen van het POL-beleid regels opgenomen. Daarnaast zijn regelingen opgenomen die naar de mening van het Rijk door de Provincies nader moeten, dan wel kunnen worden uitgewerkt in een provinciale ruimteverordening. Met name gaat het dan om de regels voor de ecologische hoofdstructuur, die zijn ondergebracht in het onderdeel Goudgroene natuurzone.
CA200061R01.V1.2
17 van 54
In de verordening is onder andere bepaald dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen in beginsel een plaats moeten krijgen binnen het bestaande stedelijk gebied (overeenkomstig de Ladder voor duurzame verstedelijking). Herbenutting van leegstaande monumentale en beeldbepalende gebouwen krijgt hierbij bijzondere aandacht. Voorliggend plan: De onderhavige locatie ligt buiten de door de omgevingsverordening aangewezen beschermgebieden op het gebied van milieu, landschap, natuur en waterkeringen. De Omgevingsverordening Limburg 2014 kent geen conflicten met de voorgenomen ontwikkeling in het voorliggend plan.
3.2.3 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Na een uitgebreid participatief proces is de ontwerp-Omgevingsvisie 25 augustus 2020 vastgesteld door Gedeputeerde Staten. Dit document is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt na vaststelling van deze Omgevingsvisie, het huidige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014).’ Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingsverordening is gelijk aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet: 1 juli 2022. Tot die tijd blijft de huidige Omgevingsverordening van kracht.
Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: • Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk als in het bebouwde gebied; • Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); • Klimaatadaptatie en energietransitie. Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt daarnaast een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst. Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: • Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; • Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en
CA200061R01.V1.2
18 van 54
duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korteen middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen.
Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogtes) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Voorliggend plan: Deze ontwikkeling voorziet in sociale huurwoningen en levensloopbestendige woningen binnen het bestaand woongebied. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie.
3.2.4 Provinciaal woonbeleid In de geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014 (januari 2019) wordt in paragraaf 2.4.2 Wonen ingegaan op woningbouwplannen. Ten aanzien van nieuwe woningen is daarbij het navolgende opgenomen: 1.
2.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Midden-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg.
CA200061R01.V1.2
19 van 54
3.
4.
5.
6.
Een ruimtelijk plan voor een gebied gelegen in de regio Zuid-Limburg voorziet niet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de door de gemeenteraden vastgestelde Structuurvisie Wonen, Zorg en Woonomgeving Midden-Limburg. Als een ruimtelijk plan niet voldoet aan het gestelde in het eerste, tweede of derde lid, kunnen Gedeputeerde Staten, rekening houdend met het standpunt van het Regionaal Bestuurlijk Overleg, gelegenheid bieden voor maatwerk in afwijking van het bepaalde in de leden De toelichting bij het ruimtelijke plan voor een gebied gelegen in de regio Noord-Limburg respectievelijk de regio Midden-Limburg respectievelijk de regio Zuid-Limburg, dat betrekking heeft op het toevoegen van woningen aan de bestaande voorraad woningen alsmede aan de bestaande planvoorraad woningen, bevat een verantwoording van de wijze waarop invulling is gegeven aan het bepaalde in het eerste lid respectievelijk het tweede lid respectievelijk, het derde lid dan wel de wijze waarop invulling is gegeven van het bepaalde in het vierde lid.
De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat tevens een verantwoording van de bijdrage die met de vaststelling van dat ruimtelijk plan wordt geleverd aan de regionale opgave gericht op het terugdringen van de planvoorraad van nog onbenutte bouwmogelijkheden voor woningen en als het vierde lid van toepassing is, van versterken van de kwalitatieve woningvoorraad.
Voorliggend plan: Voorliggend plan vindt aansluiting bij de Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2020-2024. In paragraaf 3.3.1 wordt daarop ingegaan.
3.3 Regionaal beleid De gemeente Venlo behoort tot de regio Noord-Limburg. Binnen deze regio is de Structuurvisie Wonen NoordLimburg 2020-2024 relevant voor het voorliggend plan.
3.3.1 Structuurvisie Wonen Noord-Limburg (2020-2024) De Structuurvisie Wonen van de regio Noord-Limburg zet voor nieuwbouwprojecten in op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten. Om richting te geven aan de benodigde aantallen per doelgroep wordt er gebruik gemaakt van huishoudensprognoses. Nieuwbouwprojecten dienen invulling te geven aan de mismatch tussen de huidige woningvoorraad en de huishoudensprognoses. Een goede onderbouwing van de woningbehoefte blijft leidend. Daarom kiest de regio ervoor om te werken met kwalitatieve richtlijnen. De uitgangspunten voor de kwalitatieve richtlijn zijn: - Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; - Het realiseren van woningen kan een middel zijn om andere opgaven aan te pakken zoals leegstand en invulling van cultureelhistorische waardevolle panden (Koppelkansen); - Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergrote van het kwetsbare woningoverschot; - Het type toe te voegen woningen moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; - Nastreven van sociaal duurzame woonconcepten; - Aansluiting zoeken op de duurzaamheidsdoelen die landelijk, regionaal en lokaal zijn gesteld. Plannen die meer dan 10 woningen omvatten, worden regionaal afgestemd.
CA200061R01.V1.2
20 van 54
Voorliggend plan Voorliggend plan voorziet in de realisatie van 12 koopwoningen, 10 middenhuur woningen en 12 sociale huurwoningen. Het plan voorziet daarmee in woningvoorraad voor uiteenlopende doelgroepen. De locatie ligt in de kern Tegelen. Het plan sluit daarmee aan bij de regionale woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Er zijn bovendien geen strijdigheden met deze woonvisie.
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Strategische visie Venlo 2030 De regio Venlo heeft zich in de afgelopen decennia ontwikkeld tot een bloeiende economische regio. Veel bedrijven hebben zich gevestigd in de nabijheid van de logistieke hotspot die Venlo sinds de tweede helft van de 20e eeuw is geworden. De regionale economie is sterk en groeit. In de economische kracht gemeten was Venlo in 2007 de 2e regio van Nederland. De regio Venlo bezet wereldwijd een koppositie in de ontwikkeling van 'Cradle tot Cradle' als vernieuwend economisch concept en heeft het initiatief genomen om ook de innovatiekracht op dit gebied aan de regio te binden. Met de Strategische Visie Venlo 2030 geeft de gemeente Venlo een afwegingskader mee op basis waarvan toekomstige besluiten kunnen worden afgewogen en nieuwe ontwikkelingen binnen breder perspectief kunnen worden geplaatst. In de Visie is vastgelegd hoe Venlo zich tot 2030 zal moeten ontwikkelen. Er zijn vijf thema's gekozen waarvoor een analyse voor het jaar 2010 is uitgevoerd en waarvoor de ambities voor het jaar 2030 zijn geformuleerd.
Het betreft de volgende thema's: - Stad van actieve mensen - Innovatieve en excellente stad - Venlo internationaal - Centrum van de Euregio: hoofdstad en vitaal hart - Veelzijdige stad in het groen De geschetste thema's en ambities zijn samengetrokken tot een drietal scenario's waarin duidelijk herkenbare accenten worden gezet. Tijdens het besluitvormingsproces over de strategische visie in de gemeenteraad is een aantal elementen uit deze drie scenario's samengevoegd tot een samengesteld scenario: Venlo Kansenstad (Je maakt het in Venlo). Dit is het scenario waarvoor de gemeenteraad zich raadsbreed heeft uitgesproken. Individuele ontplooiing en participatie, innovatiekracht en een aantrekkelijk woonklimaat zijn de belangrijkste karakteristieken van dit door de gemeenteraad gekozen samengesteld toekomstscenario. Voorliggend plan Onderhavig ontwikkeling draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat binnen de gemeente, waarbij nieuwbouw plaatsvindt binnen de bestaande kern van Tegelen. Het project is dan ook niet in strijd met de Strategische Visie Venlo 2030.
3.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie Venlo De Ruimtelijke Structuurvisie Venlo is op 25 juni 2014 unaniem vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo. In deze structuurvisie zijn de belangrijkste ruimtelijke opgaven van de gemeente beschreven. De kernopgave die is geformuleerd luidt: ‘Venlo als veelzijdige stad met karakteristieke dorpen in een groen landschap.’ Hierbij gelden de volgende 3 basisprincipes: - Cradle to Cradle als vertrekpunt;
CA200061R01.V1.2
21 van 54
- Betrekken van (Duitse) regiogemeenten; - Zelf draagvlak creëren. Met de kernopgave die is geformuleerd, wil de gemeente het contrast tussen het stedelijk gebied en het buitengebied versterken en daarmee werken naar een afwisselendere en aantrekkelijkere gemeente. Naast de kernopgave zijn er nog 5 zogenoemde majeure opgaven geformuleerd: - Drukte in het ommeland: hiermee stuurt de structuurvisie op het verminderen van stedelijke activiteiten in het landelijk gebied, om zodoende de kansen van het buitengebied en het landschap maximaal te benutten. - Ruimte in de stad: nieuwe stedelijke ontwikkelingen worden enkel nog toegestaan binnen de huidige contouren van het stedelijk gebied. - Leven met de Maas: vanwege klimaatverandering kunnen er grotere hoogwaterpieken voorkomen. Daarom stelt de structuurvisie het principe ‘ruimte waar het kan, dijken waar het moet’. Het natuurlijke landschap van de Maas wordt daarnaast zoveel mogelijk gekoesterd. - Voorzieningen op maat: de structuurvisie zet in op het behoud van basisvoorzieningen in wijken en dorpen door sterke voorzieningenclusters in te richten.
- Robuuste structuren: De gemeente streeft naar een bereikbare, verkeersveilige en toegankelijke stad, zoveel mogelijk op basis van een schoon, duurzaam, stil en veilig mobiliteitssysteem; In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan. In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid. Voorliggend plan In de structuurvisie is het plangebied aangegeven als gelegen binnen de contour stedelijk/dorpsgebied. Daarbij is er sprake van een herstructureringslocatie waarbij het woningbouwprogramma is afgestemd op de actuele woonbehoefte. Voorgenomen ontwikkeling heeft daarnaast geen strijdigheden met de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo.
3.4.3 Woonvisie 2016-2021 De Woonvisie 2016-2021 van de gemeente Venlo is opgesteld als lokale uitwerking van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg. De regionale visie kent echter reeds een nieuwe versie. De bevolking van Venlo vergrijst, ontgroent (meer ouderen en minder jongeren) en individualiseert. Er komen daardoor meer één- en tweepersoonshuishoudens. Er wordt daarmee nog tot 2030 een lichte toename in de woningvraag verwacht, waarna de woningvraag tussen 2030 en 2050 met 6% zal afnemen. Om negatieve effecten van de bevolkingsdaling en huishoudensdaling (zoals leegstand en verloedering) op termijn voor te kunnen blijven, wordt in de gemeente Venlo ingezet op twee prioritaire beleidslijnen: 1. Het versterken van het stedelijk profiel van Venlo door een accent te leggen op verdichting in en rond het centrum; 2. Een transformatieopgave in de wijken die verder van het centrum liggen door een gerichte verdunning op termijn en toevoeging van ruimtelijke kwaliteit in de woonwijken, zowel gericht op koop- als huurwoningen.
CA200061R01.V1.2
22 van 54
Voorliggend plan Onderhavig besluitgebied is gelegen in het stadsdeel Tegelen, waar ingezet wordt op het vergroten van de woonaantrekkelijkheid door inzet op leefbaarheid en toekomstbestendigheid van de bestaande woningvoorraad. Hierbij ligt de focus op: • accommoderen van de toenemende woningbehoefte voor de komende 15 jaar; • ontwikkelen van woningen met toekomstwaarde voor verschillende doelgroepen (sociale en particuliere markt); • transformatie op termijn door verdunning en toevoeging van ruimtelijke kwaliteit in woonwijken verder van het centrum (sociale en particuliere voorraad); • Inzetten op leefbaarheid, prettig wonen in een woonwijk met toekomstwaarde. In de woonvisie staat tevens beschreven dat we bij nieuwbouw levensloopbestendig bouwen nastreven. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het lokale woonbeleid zoals beschreven in de Woonvisie 2016-2021. De ontwikkeling sluit kwalitatief en kwantitatief aan bij de veranderende woonbehoefte en voegt ruimtelijke kwaliteit toe aan het bestaand stedelijk gebied. Er worden 34 woningen gerealiseerd voor verschillende doelgroepen waarbij 9 woningen levensloopbestendig zijn. De ontwikkeling kent een gevarieerd woningaanbod
CA200061R01.V1.2
23 van 54
bestaand uit 12 sociale huurwoningen, 12 koopwoningen en 10 middenhuur of koop woningen. Samengevat is de ontwikkeling hiermee passend bij de opgaven zoals geformuleerd in de woonvisie.
3.4.4 Dynamische Woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de woonvisie en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W. De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen. Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering. Categorie 2.
In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een b en w besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Voorliggende herontwikkeling behoort tot categorie 3. Of medewerking aan een dergelijke ontwikkeling wordt verleend, wordt in de DWP gekoppeld aan 4 toetspunten: 1. Ontwikkelingen in het centrum waar een aantoonbare behoefte aan bestaat; 2. Is sprake van herstructurering met in beginsel een reductie van het aantal woningen; 3. Is sprake van woningbouw om in de eigen behoefte van een deelgebied te voorzien; 4. Onderlinge uitruil met projecten in categorie 1 en 2. In de DWP wordt geconstateerd dat de woningbouwmarkt sterk aan verandering onderhevig is, hetgeen een dynamische aanpak vergt.
De betrokken partijen zullen flexibiliteit en creativiteit moeten inzetten bij de jaarlijkse bijstelling van het programma, hetgeen wordt geborgd in de Kadernota.
CA200061R01.V1.2
24 van 54
In de Kadernota 2020 wordt beschreven dat aandacht dient te worden besteed aan het evenwicht in het woningaanbod. Noodzakelijk voor de huisvesting van de groeiende groep ouderen en betaalbare huisvesting voor starters. Conclusie Over de opzet van onderhavig plan is overleg gevoerd met de gemeente. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van de sloop van 1 woning en nieuwbouw van 34 grondgebonden woningen waaronder 9 levensloopbestendige woningen. De ontwikkeling voorziet in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. Ondanks dat voorliggend plan behoort tot categorie 3, heeft het gemeentebestuur haar principemedewerking toegezegd. Met de planontwikkeling wordt een complementair, gemengd aanbod ontwikkeld welke voorziet in de woningbehoefte van het gebied. Daarbij worden de 12 sociale woningen uit de strategische reserve van Antares opgenomen. Antares heeft een strategische reserve van nog te bouwen woningen, die in de bestaande plancapaciteit van de gemeente Venlo is meegenomen. Binnen dit aantal mag Antares nieuwe woningen toevoegen in de gemeente Venlo. De 12 sociale huurwoningen die binnen deze ontwikkeling worden toegevoegd, gaan ten laste van deze voorraad te bouwen woningen van Antares. Gezien het bovenstaande past het plan binnen het gemeentelijk woningbouwbeleid.
Er zijn daarmee geen belemmeringen vanuit de Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.4.5 Afwegingskader woningbouwprogramma Venlo Het afwegingskader woningbouwprogramma Venlo is een toetsingsinstrument waarlangs alle nieuwe initiatieven worden afgewogen op basis van ruimtelijke en volkshuisvestelijke kwaliteit. De ontwikkeling van 34 levensloopbestendige woningen op de A&P-Lucker locatie aan de Roermondseweg is ook getoetst aan dit afwegingskader. Onderstaand zijn de uitkomsten in tabelvorm weergegeven. Stap 1 – Beoordeling ruimtelijk en volkshuisvestelijk kader Ruimtelijk: volgnr.
omschrijving
nadere uitleg
Max. punten
0 punten
score
1
inbreiding of uitleglocatie
inbreiding = binnen bestaand stedelijk gebied, hoofdkern (Venlo, Blerick, Tegelen) of overige gebieden; uitleg = buiten bestaand stedelijk gebied
hoofdkern 2, overig 1
uitleg 0
2
2
hergebruik bestaand vastgoed
zijnde: monumentale gebouwen, scholen, publieke accommodaties, kloosters, kerken, detailhandelsvastgoed of zorgvastgoed
cult. hist. waarde 2, overig bestaand vastgoed 1
geen hergebruik 0
0
CA200061R01.V1.2
25 van 54
3
Herontwikkeling woningen: verdunnen of verdichten
verdunnen: afname aantal woningen (substantieel) verdichting: toename van het aantal woningen is in principe niet wenselijk, tenzij wel gewenst op basis van Ruimtelijke Structuurvisie Venlo
verdunnen 2 verdichten op wenselijke plek 1
gelijk of meer overig 0
1
4
Herontwikkeling rotte plekken
zijnde: locaties waar sprake is van het oplossen van bodemverontreiniging, overlastsituaties, langdurige leegstand/verpaupering woningen, hinderlijke bedrijvigheid, gekoppeld aan de ruimtelijke kwaliteitskaart (Welstandsnota)
rotte plek 2 of 1
geen rotte plek 0
2
5
Versterken verzorgingsstructuur
Levert het plan een bijdrage aan de dragende structuur van de gemeente, dorp of wijk; bijv. als onderdeel van een bredere centrumontwikkeling?
versterking 2
geen versterking 0
0
Totaalscore ruimtelijk
5
Volkshuisvestelijk: volgnr.
omschrijving
nadere uitleg
Max. punten
0 punten
score
6
Kwalitatieve woningbehoefte
Aangetoond moet worden dat het woningbouwtype bijdraagt aan de kwalitatieve woningbehoefte volgens het uitgevoerde onderzoek
volledig 2 deels 1
niet 0
2
7
Onderscheidend woningtype
Is er sprake van een plan met woningtypen die nog niet in Venlo aangeboden worden (grondontsloten woningen, waterwoningen)
volledig 2 deels 1
niet 0
0
8
Bijzondere doelgroepen
hieronder verstaan we: tijdelijke arbeidskrachten; statushouders, studenten, zorgdoelgroepen
volledig 2 deels 1
niet 0
0
9
Flexibel concept
Is het een woningbouwconcept dat voldoet aan een actuele behoefte maar op termijn zonder veel kosten is te transformeren naar een behoefte op termijn?
volledig 2 deels 1
niet 0
0
10
Tijdelijk concept
Betreft het een tijdelijk concept, dat na max. 10 jaar geheel uit de markt genomen wordt?
volledig 2 deels 1
niet 0
0
11
Gevarieerde wijkopbouw
Draagt het plan bij aan een gedifferentieerde wijkopbouw (met name in de kwetsbare wijken)?
volledig 2 deels 1
niet 0
1
CA200061R01.V1.2
26 van 54
12
Levensloopbestendige woning
Betreft het een bouwplan waarbij alle basisvoorzieningen (keuken, woonkamer, natte cel en slaapkamer) op de begane grond aanwezig zijn dan wel met een lift bereikbaar?
volledig 2 deels 1
niet 0
1
13
Bijzondere rechtsvorm of samenwerkingsvorm
Betreft het een Collectief Particulier opdrachtgeverschap, particulier opdrachtgeverschap, coöperatie (zoals bedoeld in de nieuwe Woningwet)?
volledig 2 deels 1
niet 0
0
14
Duurzaamheid
Is het een plan waar meer dan gebruikelijk wordt geïnvesteerd in duurzaamheids- maatregelen (hoger dan het Bouwbesluit)? Het gaat hier om maatregelen op woningniveau
volledig 2 deels 1
niet 0
0
15
Klimaatbestendig bouwen
Levert het plan een bijdrage aan de opgave klimaatbestendig te bouwen m.a.w. wordt rekening gehouden met de klimaatverandering (situering richting zon, regenwateropvang, C2C)
volledig plan 2 deel plan 1
niet 0
0
Totaalscore volkshuisvestelijk
4
0-4 punten
plan niet wenselijk
5-8 punten, waarvan minimaal 2 punten bij ‘ruimtelijk’
plan heroverwegen (aantal/type won., fasering)
> 8 punten, waarvan minimaal 4 punten bij ‘ruimtelijk’
plan uitvoeren
Het initiatief scoort 5 punten op het onderdeel ‘ruimtelijk’ en 4 punten op het onderdeel ‘volkshuisvestelijk’. De totaalscore bedraagt 9 punten. Het plan valt hiermee in de categorie ‘plan uitvoeren’. Stap 2 – Beoordeling financieel / juridische gevolgen – risicoparagraaf volgnr.
omschrijving
nadere uitleg
opmerking
16
Economische uitvoerbaarheid
Is het huidig programma en fasering realistisch? (bij projecten die al langer lopen: hoe lang al in de verkoop; resultaten; is er al afgeboekt etc.)
Voorliggend plan voorziet in de sloop van 1 woning en de realisatie van 12 koopwoningen, 10 middenhuur woningen en 12 sociale huurwoningen. Binnen dit programma worden 9 levensloopbestendige woningen gerealiseerd. Daarbij voorziet de ontwikkeling in een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen. De ontwikkeling sluit daarmee aan bij de verschuivende woningmarktbehoefte.