CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

028bijl 1.1 Trade Port West Truckparking vastgesteld Toelichting.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 12 mei 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 7.b: 20.15 - 20.35 uur Vaststellen bestemmingsplan Trade Port West Truckparking (RV 2021-28)24.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vervolg alpenwatersalamander Op basis van de uitgevoerde quickscans kan de aanwezigheid van de alpenwatersalamander niet worden uitgesloten. In het meest westelijk gelegen deel van het plangebied, rond de daar aanwezige poelen, is namelijk sprake van geschikt voortplantings- en landhabitat. Wanneer de poelen (gedeeltelijk) worden gedempt en/of de oevers worden vergraven, kan deze soort en diens vaste rust- en of verblijfsplaatsen worden verstoord c.q. worden vernietigd. De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet er niet aan af dat een bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld indien op voorhand in redelijkheid moeten worden ingezien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat. In beginsel is daarvoor een nader onderzoek naar de alpenwatersalamander nodig. Dit onderzoek kan in verband met de geschikte ondersperiode en de remperatuurontwikkeling in maart-april 2021 echter niet vóór vaststelling van dit plan worden afgerond.

Hierna wordt beargumenteerd waarom toch redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het plan op dit punt uitvoerbaar is: er is reeds een onderzoek in uitvoering. Het eerste van de twee af te leggen veldbezoeken heeft nog geen waarnemingen van de alpenwaterslamlander opgeleverd. Slechts klein deel van het plangebied geldt als geschikte land- danwel voortplantingshabitat voor deze soort. De parkeerplaats kan zodanig worden ingericht dat de poelen worden ontzien en daarmee in stand blijven. Mocht de soort inderdaad worden aangetroffen, dan kan het verlies aan geschikt habitat ditect ten westen van het plangebied worden gecompenseerd. Daarvoor is de fysieke ruimte aanwezig én de betreffende maatregelen kunnen worden opgevangen binnen de exploitatieopzet voor het plan. Uitvoering c.q. afronding van het onderzoek en een nader toetsmoment, gekoppeld aan het verkrijgen van de eventueel noodzakelijke ontheffing én de borging van de daaraan gekoppelde compensatieverplichtingen heeft in dit plaatsgevonden door het opnemen van een vergunningplicht voor het uitvoeren van werkzaamheden gericht op het dempen, vergraven of anderszins aantasten van de betreffende poelen. Gezien het voorgaande mag redelijkerwijs worden aangenomen dat ongeacht de uitslag van het nader onderzoek het plan uitvoerbaar is.

4.12.3 Natuurcompensatie Een deel van de gronden waar de uitbreiding van de parking is voorzien, is nu bestemd als 'Natuur' (circa 8.180 m2 ). De gronden zijn niet binnen de bronsgroene landschapszone, zilvergroene natuurzone of goudgroene natuurzone gelegen. Derhalve geldt formeel geen compensatieplicht. Echter, conform de gemeentelijke ambitie, wordt het verlies aan groen wel elders gecompenseerd. De compensatie vindt plaats binnen de gemeente Venlo, ter plaatse van een locatie aan de Beckersweg, ter

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

55

grootte van 9.500 m2 . Het betreft een deel van het perceel kadastraal bekend als gemeente Venlo, sectie F, nummer 4199. De locatie sluit aan op gronden die reeds voor natuurcompensatie zijn bestemd ten behoeve van de plannen 'Nieuw Manresa' en 'Droompark Maasduinen'. De inrichting van de natuurcompensatielocatie wordt nog uitgewerkt. Onderhavig bestemmingsplan voorziet ter plaatse wel al in de wijziging van de bestemming 'Agrarisch met waarden' naar de bestemming 'Natuur'.

56

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Hoofdstuk 5

Waterparagraaf

Het doel van de waterparagraaf is om water een uitgesproken en inhoudelijk betere plaats te geven bij het opstellen en beoordelen van alle waterhuishoudkundig relevante plannen. De waterparagraaf vraagt niet alleen om een beschrijving van de waterhuishoudkundige situatie en de invloed die de voorgestane ruimtelijke ontwikkelingen hebben, maar ook een vroegtijdig overleg met waterbeheerders. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt de waterparagraaf gebruikt om de beoogde gebruiksfuncties en waterbelangen op elkaar af te stemmen. Tritium Advies (rapportnr. 2004/166/ROS-03, d.d. 24 november 2020) heeft voor onderhavig planvoornemen een waterparagraaf opgesteld. De waterparagraaf is in onderstaande overgenomen en tevens als Bijlage bij onderhavige toelichting toegevoegd.

5.1

Beleidskader

5.1.1 Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet. De maatregelen kunnen worden ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren.

De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te realiseren die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Een belangrijke verandering na het in werking treden van de Waterwet is de onderverdeling in het bevoegde gezag met betrekking tot directe en indirecte lozingen. Alle indirecte lozingen vallen onder het Wabo bevoegde gezag (gemeente en provincie). Alle directe lozingen vallen onder het bevoegde gezag voor de Waterwet (waterschappen voor de regionale wateren en Rijkswaterstaat voor de Rijkswateren). De directe lozingen vallen onder de Waterwet (Wtw). De indirecte lozingen zijn opgegaan in de Wet milieubeheer (Wm) en vallen inmiddels onder de omgevingsvergunning (Wabo).

5.1.2 Beleid waterschap Waterschap Limburg Het waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het waterbeleid in en om onderhavig plangebied in de gemeente Venlo. Het waterschap zorgt ervoor dat er voldoende water is en dat dit water een goede kwaliteit heeft. Om deze taak goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels staan in de Keur van het waterschap en gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van waterschap Limburg. Het waterschap stelt ter concretisering van het waterhuishoudkundig beleid

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

57

kaartmateriaal vast. Voor wat betreft de aanwijzing van de gebieden waarvoor een vergunning voor het lozen in en afvoeren naar oppervlaktewateren is vereist, is dit ook een taak van het waterschap.

Waterschap Limburg Waterbeheerplan 2016-2021 Het Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei, vooruitlopend op de fusie van de Waterschappen tot het Waterschap Limburg in 2017, hebben een gezamenlijk Waterbeheerplan (2016 – 2021) opgesteld. Het plan geeft op hoofdlijnen aan hoe het waterschap zorgt voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het beleid van het waterschap staat centraal dat een duurzaam waterhuishoudkundig systeem dient te worden gerealiseerd. Concreet betekent dit dat sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: afkoppelen van 100% van het verhard oppervlak, waarbij de beslisboom verantwoord afkoppelen van toepassing is; de trits vasthouden-bergen-afvoeren is van toepassing, waarbij hergebruik dan wel infiltratie van schoon regenwater de voorkeur heeft; verontreiniging van het water dient door bronmaatregelen te worden voorkomen; grondwateroverlast dient voorkomen te worden; een gelimiteerde afvoer naar het oppervlaktewater is toegestaan. Keur De Keur van het waterschap is op 1 april 2019 in werking getreden en legt meer verantwoordelijkheid neer bij de inwoners van de verschillende gemeenten.

De belangrijkste verandering betreft regels omtrent het lozen van regenwater bij de realisatie van verharde terreinen en gebouwen vanwege klimaatverandering en het voorkomen van wateroverlast. Het principe van 'waterneutraal bouwen' is hierbij leidraad. Dit houdt bij uitbreiding van het verhard oppervlak het terug in de bodem brengen van regenwater door een dynamische bergings-/infiltratievoorzieningen gerealiseerd door de initiatiefnemer. Deze voorzieningen dienen gedimensioneerd te worden op een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van 1:100. In het geval nieuw verhard oppervlak wordt gerealiseerd kan in het algemeen worden voldaan aan de nieuwe bergingsnorm van het waterschap. Bij afvoer en lozing van hemelwater afkomstig van nieuw aangelegd verhard oppervlak wordt daarom het stand-still beginsel (waterneutraal bouwen) gehanteerd. Dit wil zeggen dat er ten gevolge van de aanleg geen extra hemelwater mag worden geloosd ten opzichte van een lozing die vanaf onverhard terrein plaatsvindt (2 l/s/ha). Door het aanbrengen van infiltratie- en of bergingsvoorzieningen kan de lozing op het watersysteem worden beperkt tot 2 l/s/ha. De voorzieningen dienen in eerste instantie te worden gerealiseerd op eigen terrein. Echter mag de initiatiefnemer deze ook in de nabije omgeving realiseren indien dit makkelijker uit te voeren is.

Bij uitbreiding van verharde oppervlakken mag het waterbezwaar niet toenemen om afwenteling naar benedenstroomse gebieden te voorkomen. De verharding mag bij (zware) neerslag dus niet leiden tot een grotere piekbelasting dan oorspronkelijk het geval was omdat daardoor benedenstrooms de kans op wateroverlast vergroot wordt.

58

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

5.1.3 Provinciaalbeleid Voor de leefbaarheid in steden en dorpen, de volksgezondheid, het ecologisch functioneren van beken en natte natuur is de beschikbaarheid van voldoende en kwalitatief goed water een essentiële voorwaarde. Deze beschikbaarheid van voldoende en schoon water vormt tevens een belangrijke productie- en vestigingsfactor voor de landbouw en industrie in Limburg. Bovendien is een schoon, gezond en natuurlijk watersysteem een waarde op zich. Water is geen gewone handelswaar, maar een collectief goed en kapitaal dat als zodanig beschermd, verdedigd en behandeld moet worden. De bescherming van de watervoorraden, een goede watervoorziening, een goede water- en natuurkwaliteit en de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast behoren tot de basistaken van de overheid. De burger stelt daarbij steeds hogere eisen aan de veiligheid, het gebruik, de kwaliteit en de beleving van water. Duurzaamheid, publieke participatie, draagvlak en integraliteit zijn derhalve voor de provincie Limburg belangrijke uitgangspunten bij deze actualisatie van het provinciaal waterbeleid.

Met het geactualiseerd beleidsplan gaat de provincie Limburg de uitdaging aan om met onze uitvoeringspartners, zijnde het waterschap, het WML, Rijk, gemeenten, terreinbeheerders en derden, de realisatie van haar ambities voor de komende plantermijn 2016-2021 gezamenlijk en op een integrale wijze gestalte te geven.

Provinciaal waterplan Limburg 2016 – 2021 'Samen werken aan water' In deze alinea worden de belangrijkste doelstellingen uit het Provinciaal waterplan Limburg 2016 – 2021 samengevat. De belangrijkste doelstellingen zijn: het op orde hebben van de hoogwaterbescherming van de Maas door primaire waterkeringen te versterken; bescherming bieden tegen wateroverlast vanuit het regionale systeem. Hiervoor dienen grote wateroverlastproblemen opgelost en risico's beheert te worden; het zorgen voor voldoende grond- en oppervlaktewater door een robuuster watersysteem te realiseren; het realiseren van duurzaam stedelijk waterbeheer. Dit wordt nagestreefd door water robuust in te richten, groen in te zetten tegen hittestress en waterstromen te scheiden; het optimaliseren van de waterketen door energieverbruik van rwzi's te reduceren tot energie- neutraal en het effluent te verminderen. 5.1.4 Gemeentelijk beleid Integraal waterplan Venlo In samenwerking met Waterschap Peel en Maasvallei, de Provincie Limburg en Waterleidingmaatschappij Limburg heeft de gemeente Venlo het Gemeentelijk Integraal Waterplan Venlo opgesteld. Hierin staat de visie van de gemeente op het waterbeheer en is een maatregelenpakker voor de korte termijn uitgewerkt.

Het Gemeentelijk Integraal Waterplan Venlo concentreert zich op het stedelijk gebied, waarbij de beïnvloeding vanuit het stedelijk gebied op het watersysteem in het landelijk gebied eveneens is meegenomen. Gemengde riolen, maar ook regenriolen, kunnen de volgens de voorspelde klimaatsverandering toenemende piekbelasting niet aan. In nieuwe plannen moet ruimte gereserveerd worden voor het vasthouden en bergen van hemelwater, zodat dit niet meer drukt op de riolering. Het streven is zoveel mogelijk hemelwater af te koppelen.

Gemeentelijk Rioleringsplan Venlo (2014 – 2023) Op 17 december 2014 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Gemeentelijk Rioleringsplan "Droge voeten in een gezonde leefomgeving'', voor de periode 2014 - 2023. In het GRP Venlo 2014-2023 is de financiële actualisatie ten opzichte van het in juni 2011 vastgestelde GRP verwerkt. Tevens is in dit plan het beleid ten opzichte van het in december 2007 vastgestelde plan geactualiseerd. De (financiële) looptijd van het plan is

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

59

10 jaar (inclusief 2014). In het GRP zijn de doelstellingen voor de komende planperiode beschreven en vertaald naar de hoofdthema's binnen de rioleringszorg. Het vertrekpunt van de doelstellingen voor de komende planperiode is dat de gemeente Venlo het beleid van de afgelopen jaren continueert. In het voorgaande GRP (2007) was de doelstelling vertaald naar zeven doelen. In het GRP 2014 - 2023 zijn deze doelen samengevoegd tot de volgende vijf doelen: 1. 2. 3. 4.

5.

doelmatige inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerd stedelijk afvalwater. doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater. beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied. het transport van het ingezamelde water naar een geschikt lozingspunt/verwerkingspunt; waarbij: a. ongewenste emissies naar oppervlaktewater, bodem, grondwater worden zoveel mogelijk voorkomen; b. zo min mogelijk overlast voor de omgeving wordt veroorzaakt. doelmatig beheer en nastreven van duurzaamheid.

De gemeente heeft een beslisboom afkoppelen opgesteld met betrekking tot hoe met hemelwater omgegaan dient te worden in nieuwe situaties. Voor nieuwbouw (en herbouw) geldt dat het afvalwater en hemelwater in ieder geval gescheiden moet worden ingezameld. Voorts geldt, afhankelijk van bijvoorbeeld de k-waarde en/of de grondwaterstand, of bergingsvoorzieningen of infiltratievoorzieningen gerealiseerd dienen te worden, eventueel met een noodverloop, en een hieraan gekoppelde compensatie-eis.

Waterkwaliteit Het hemelwater dat terechtkomt op de bebouwing en de openbare verharding wordt beschouwd als schoon wanneer geen uitlogende bouwmaterialen (uitlogende bouwmaterialen zijn o.a. zinken dakgoten en standpijpen, loden dakslabben, betongranulaat als wegfundering etc.) gebruikt worden. Dit schone hemelwater dient gescheiden van het vuilwater opgevangen en verwerkt te worden.

Vuilwaterafvoer Het vuilwater afkomstig van de ontwikkeling kan worden aangesloten op het bestaand gemengd rioolstelsel in de omgeving van het plangebied. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat de capaciteit van het ontvangende rioolstelsel voldoende is.

Hemelwaterafvoer Bij nieuwe ontwikkelingen streeft de gemeente Venlo naar het afkoppelen van de hemelwaterafvoer, waarbij zoveel mogelijk water in of nabij het plangebied wordt geïnfiltreerd. De benodigde ruimte voor infiltratievoorzieningen hangt af van het aandeel verhard oppervlak, het aantal en de omvang van de (woon)bebouwing, de grondwaterstand en de doorlatendheid van de bodem. De afvoer van hemelwater naar infiltratievoorzieningen vindt bij voorkeur bovengronds plaats. De eisen ten aanzien van de omgang met hemelwater bij ver- of nieuwbouwplannen binnen de gemeente Venlo wordt bepaald met behulp van de afkoppel beslisboom. De afkoppel beslisboom is een stappenplan, bedoeld als hulpmiddel om te bepalen welke eisen er gelden voor de omgang met hemelwater bij de aanvraag van een omgevingsvergunning (voor de activiteit "bouw") en of een aanvraag voor een rioolaansluiting.

Vasthouden – bergen – afvoeren Beleid van het waterschap is om te proberen 100% van het verhard oppervlak af te koppelen en het schone regenwater te infiltreren in de bodem. De volgende stap is het bergen van water. Pas wanneer vasthouden en bergen niet mogelijk is kan gekozen worden voor afvoeren. Het uitgangspunt is dat voor elke m2 toekomstig nieuw verhard oppervlak 50 mm neerslag (50 liter) geborgen en (vertraagd) afgevoerd moet worden. Dit komt overeen met een bui met een herhalingstijd van 10 jaar (T=10). Een dergelijke bui gedurende circa 24 uur mag niet leiden tot overlast of afstroming naar het rioolstelsel. Afgekoppeld hemelwater dient bij voorkeur geborgen te worden binnen het plangebied. Indien dit niet

60

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

mogelijk is, dient water geborgen te worden in de directe omgeving.

5.2

Situatie plangebied

5.2.1 Grondwater Voor zover bekend vinden in de directe omgeving van de locatie geen grootschalige grondwateronttrekkingen plaats die direct invloed hebben op de grondwaterstand en grondwaterstroming op de locatie. De gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) is niet bekend. 5.2.2 Oppervlaktewateren Ten noorden van het plangebied is een vrij uitgebreid stelsel van oppervlaktewater aanwezig. Langs het plangebied loopt de watergang 'Kraaielse Beek'. De Kraaielse Beek wordt in de Legger van waterschap Limburg aangeduid als primair oppervlaktewater. Primaire oppervlaktewateren zijn van groot belang voor het (functioneren van het) watersysteem.

Leggerkaart waterschap Limburg, plangebied aangeduid met zwarte punt (bron: Tritium Advies)

5.2.3 Bodem Het plangebied heeft een globale hoogteligging van circa 28,81 m+ NAP. Dit is af te leiden uit het Actueel Hoogtebestand Nederland.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

61

Actueel hoogtebestand Nederland viewer, plangebied aangeduid met zwarte punt (bron: Tritium Advies)

Aelmans B.V. heeft voor het plangebied een bodem- en infiltratieonderzoek uitgevoerd (E202291.007.R1/HWO, d.d. 5 november 2020, zie ook Bijlage 4). Middels veldtesten vindt de afleiding plaats van de doorlaatfactor voor infiltratie. Op de projectlocatie zijn, op vier aangewezen plaatsen, op einddiepte, in-situ doorlatendheidsproeven uitgevoerd. Het grondwater bevond zich in de vier boringen op meer dan 4 m – mv. Uit de eerste boring bleek tot op 3 m-mv de grondsoort te bestaan uit fijn siltig zand (doorlaatfactor van 0,66 meter per dag), uit de tweede boring bleek tot op 3 m-mv de grondsoort te bestaan uit fijn tot grof grindig zand (doorlaatfactor van 10,76 meter per dag), uit de derde boring bleek de grondsoort tot op 3 m – mv te bestaan uit fijn tot grof grindig zand (doorlaatfactor 15,81 meter per dag) en tot slot bleek uit de vierde boring de grondsoort tot op 3 m – mv te bestaan uit fijn tot grof grindig zand (doorlaatfactor van 22,69 meter per dag). De doorlaatfactor van de geteste lagen op de locatie is conform de classificatie van het Cultuurtechnisch Vademecum en de Hooghoudt-uitwerking vrij goed tot zeer goed. De doorlaatfactoren komen overeen met de waarden van k voor zeer fijn zand (k = 1 – 0,1 m/d) en van k voor grof zand (k = 100-10 m/d).

Over het algemeen wordt gesteld dat infiltratie van neerslagwater interessant is indien: De doorlatendheid groter is dan circa 0,3 meter per dag. Infiltratie van neerslagwater behoort bij lagere doorlatendheden ook tot de mogelijkheden mits hiervoor voldoende ruimte gereserveerd wordt om de geringe doorlatendheid te compenseren. Bij lagere doorlatendheden zal een voorziening voornamelijk als buffer dienen; Het grondwater dieper dan 0,5 à 0,7 meter minus maaiveld aanwezig is; Het in te leiden neerslagwater niet is verontreinigd. In onderhavige situatie wordt voldaan aan de gestelde eisen. De bodem is geclassificeerd en de doorlatendheid is groter dan 0,3 meter per dag. Het grondwater bevindt zich op een diepte van 4 m – mv. Voorts kan aan de derde eis worden voldaan door enkel schoon regenwater te infiltreren. Derhalve kan gesteld worden dat plaatse van het plangebied geïnfiltreerd kan worden.

62

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

5.3

Waterbergingsopgave

Het planvoornemen behelst de uitbreiding van een truckparking. Het uit te breiden oppervlak bedraagt 31.000 m2 . De bestaande horecavoorziening met was- en douchegelegenheid wordt binnen de parking verplaatst. Hiervoor wordt een nieuw gebouw gerealiseerd met een totale oppervlakte van 100 m2 . Ten tijde van het berekenen van de bergingsopgave is gerekend met een iets grotere oppervlakte. Inmiddels is duidelijk dat de verharde oppervlakte kleiner wordt. Uitgaande van de tovoeging aan oppervlakte bedrijventerrein gaat het om 31.000 m2 . Gezien het beperkte verschil wordt hierna nog steeds uitgegaan van de oorspronkelijke opgave van 31.602 m2 .

Gegevens oppervlakten totale plangebied (bron: Tritium Advies)

Uit de bovenstaande tabel kan worden geconcludeerd dat de totale verharding maximaal toeneemt met circa 31.602 m². De gemeente Venlo verlangt dat elke ontwikkeling waterneutraal wordt gerealiseerd. Voor het plan en de aansluiting op de riolering geldt normaliter de beslisboom afkoppelen regenwater. Aangezien de eis van het waterschap hoger is dan de eis van de gemeente Venlo volgende de beslisboom, is de eis van het waterschap Limburg leidend. Rekening dient gehouden te worden dat het waterschap Limburg de eis stelt dat een bui van 100 mm in 24 uur geborgen / geïnfiltreerd dient te worden.

Vasthouden – bergen – afvoeren Het beleid van het waterschap is om te proberen 100% van het verhard oppervlak af te koppelen en het schone regenwater te infiltreren in de bodem. De volgende stap is het bergen van water. Pas wanneer vasthouden en bergen niet mogelijk is kan gekozen worden voor afvoeren. De k-waarde is in onderhavige situatie bekend; infiltratie binnen het gebied wordt mogelijk geacht. 5.3.1 Afvoer hemelwater Conform het beleid van de gemeente Venlo dient de uitbreiding van het verhard oppervlak hydrologisch neutraal te zijn. Op basis van de beslisboom van de gemeente Venlo kan worden geconcludeerd dat voor het plangebied een bergingseis van 50 mm (50 liter per m2 ) geldt. Vanuit het waterschap Limburg geldt echter sinds 1 april 2019 een bergingseis van 100 mm. Immers dient een bui van 100 mm in 24 uur geborgen / geïnfiltreerd te worden. Derhalve wordt de volgende rekenregel aangehouden: 31.602 m2 x 0,1 = 3160,20 m³ Op basis van de bovenstaande rekenregel kan worden geconcludeerd dat de minimale bergingseis conform de aannames omtrent de toename van het verhard oppervlak 3.160,2 m³ bedraagt. De waterkwaliteitstrits dient te worden doorlopen en er dient beargumenteerd te worden voor welke optie wordt gekozen. Uit de beslisboom van de gemeente Venlo is af te leiden dat het dimensioneren van een bergings- en leegloopvoorziening noodzakelijk is.

Hierbij geldt dat het bergen/infiltreren op eigen terrein plaatsvindt. Voor

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

63

het realiseren van een bergingsvoorziening gelden de onderstaande uitgangspunten: leegloopvoorziening max. 1 liter/seconde/hectare naar gemeentelijk stelsel; noodoverlaat aansluiten op gemeentelijk stelsel; noodoverlaat bovengronds aanbrengen, tenzij hier gemotiveerd van mag worden afgeweken; noodoverlaat voorzien van terugslagklep en overstortmuur. Over de (aanvullende) eisen o.a. berging en aansluiting dient te worden overlegd met de beheerder van het oppervlaktewater. Het hemelwater dient na berging te worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Er liggen voldoende kansen binnen het plangebied om te voldoen aan de bergingseis. De voorkeur vanuit de gemeente Venlo is om altijd bovengronds te bergen waar mogelijk. Aan de volgende mogelijke opties kan worden gedacht om de benodigde waterberging vorm te geven binnen het plangebied: Toepassing van een vegetatiedak bij de horecavoorziening met was- en douchegelegenheid, hierbij zal aanvullende berging nodig zijn. Het platte dak kan worden uitgevoerd als groen/sedum (vegetatie) dak. Jaarlijks kan een vegetatie dak wel 40 tot 60 procent van het gevallen hemelwater absorberen en weer verdampen; Bergingsvoorziening onder de nieuwe parkeerplaatsen. Voorbeelden van voorzieningen die onder parkeerplaatsen aangebracht kunnen worden zijn onder andere bergingskratten, waterblock of een aquablock.

Per waterpasserende verharding kan afhankelijk van de fundatiedikte tot circa 15 tot 140 mm water (0, 015 tot 0,14 m³ per m2 ) in de fundering worden geborgen bij toepassing van aquaflow. Bij het toepassen van waterblock met een hoogte van 1 m heeft dit een inhoud van circa 0,913 m³ per m2 ; In de directe omgeving van het plangebied is een watergang gelegen. Het is eventueel mogelijk om het hemelwater afkomstig van het plangebied in deze watergang te bergen. Hierover dient overleg te worden gepleegd met de oppervlaktewater beheerder. In onderhavig geval is voorts vastgesteld dat infiltratie mogelijk is. Aelmans B.V. (zie Bijlage 4) heeft de volgende infiltratiemogelijkheden gegeven: 1.

2.

3.

Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow); Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is ter hoogte van de verschillende testen meer dan voldoende; Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. Dit behoort zeker tot de mogelijkheden, zelfs beneden de grondwaterspiegel.

De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is vrij goed tot goed. Het infiltreren zou direct in de ondergrond moeten kunnen plaatsvinden middels bijvoorbeeld een wadi en / of grindkoffers. Rekening dient gehouden te worden dat het Waterschap Limburg de eis stelt dat een bui van 100 mm in 24 uur geborgen / geïnfiltreerd dient te worden. 5.3.2 Aandachtspunten Extreme neerslag Wateroverlast vanwege extreme buien wordt voorkomen door bij het bepalen van het bouwpeil van de nieuwe verblijfsaccommodatie te zorgen voor het hiervoor noodzakelijke hoogteverschil met de omliggende infrastructuur. Extreme neerslag zal derhalve dan niet meteen tot natte voeten leiden. Het is daarnaast van

64

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

belang dat de hemelwatervoorziening een vertraagde afvoer of minstens een noodoverloop heeft richting bestaande watergangen.

Materiaalgebruik De afkoppeling van het hemelwater van het afvalwater maakt dat er in de bebouwing geen materialen gebruikt mogen worden die de grondwaterkwaliteit negatief kunnen beïnvloeden, zoals uitlogende materialen, bijvoorbeeld zink en lood. In het afwateringssysteem van de daken moeten voorzieningen worden aangebracht om vaste bestanddelen als bladeren, zand, ander sediment en dergelijke achter te houden zodat het systeem niet verstopt raakt of dicht gaat slibben na verloop van tijd. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven, om ze regelmatig te kunnen onderhouden en reinigen. Het is niet toegestaan chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de af te koppelen verharde oppervlakken. Het is in beperkte mate toegestaan tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout als gladheidbestrijdingsmiddel op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan bijvoorbeeld zand zijn. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat het systeem blijft functioneren. Ook dienen standleidingen op de juiste manier te worden toegepast zodat voldoende beluchting en ontluchting van de binnenriolering is gewaarborgd en mogelijk stankoverlast wordt voorkomen.

5.4

Conclusie

Een belangrijk uitgangspunt is dat de zorgplicht begint bij de burger. Bij het verzamelen van regenwater geldt dat schone en vuile waterstromen van elkaar worden gescheiden. De voorkeursvolgorde van hydrologisch neutraal ontwikkelen wordt aangehouden door de gemeente Venlo: Vasthouden – bergen – afvoeren. Uit het vorenstaande blijkt dat voor onderhavig plangebied conform de aannames omtrent de toename van het verhard oppervlak sprake is van een minimale bergingseis van 3.160,2 m³. Aan deze bergingsopgave kan conform de waterkwaliteitstrits op verschillende manieren invulling worden gegeven. Er liggen voldoende kansen binnen het plangebied om te voldoen aan de bergingseis. De voorkeur vanuit de gemeente Venlo is om altijd bovengronds te bergen waar mogelijk. In onderhavig geval is voorts vastgesteld dat infiltratie mogelijk is. Aelmans B.V. heeft de volgende infiltratiemogelijkheden gegeven: 1.

2.

3.

Oppervlakkige infiltratie via doorlatende verharde oppervlakten. Hierbij zal rekening moeten worden gehouden met een geroerde toplaag. Deze zal moeten worden verwijderd en vervangen door goed doorlatend materiaal. Oppervlakkige infiltratie is sterk onderhoudsgevoelig en over het algemeen geen economisch aantrekkelijke optie. Uitzondering hierop betreft een zogenaamde waterbergende weg (Aquaflow); Infiltratie in de ondiepe ondergrond. Hierbij valt te denken aan infiltratie via een greppel (wadi) infiltratiekoffers, putten en of infiltratieriool. Dit behoort tot de mogelijkheden, de doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is ter hoogte van de verschillende testen meer dan voldoende; Infiltratie naar de diepere ondergrond. Dit kan middels grindpalen etc. naar diepere zand-/ grindlagen. Dit behoort zeker tot de mogelijkheden, zelfs beneden de grondwaterspiegel.

De doorlatendheid van de ondiepe ondergrond is vrij goed tot goed. Het infiltreren zou direct in de ondergrond moeten kunnen plaatsvinden middels bijvoorbeeld een wadi en / of grindkoffers. Rekening dient gehouden te worden dat het Waterschap Limburg de eis stelt dat een bui van 100 mm in 24 uur geborgen / geïnfiltreerd dient te worden. Voor alle oplossingsrichtingen geldt dat het regenwater en afvalwater gescheiden zal worden ingezameld. Er

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

65

dient overleg te worden gevoerd met het Waterschap Limburg.

66

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Hoofdstuk 6 6.1

Juridische opzet

Inleiding

Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. Verbeelding en regels dienen te allen tijde in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast.

6.2

Uitgangspunten

6.2.1 Wettelijk kader Het wettelijk kader voor de inhoud en de vaststellingsprocedure van een bestemmingsplan wordt sinds 1 juli 2008 gevormd door de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en is verder ingevuld door het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro). De Wro, het Bro en de Rsro bevatten regels ten aanzien van de (digitale) vormgeving, inhoud en raadpleegbaarheid van bestemmingsplannen, met als doel bestemmingsplannen uniform vergelijkbaar en uitwisselbaar te maken. 6.2.2 Planonderdelen Een bestemmingsplan bestaat in elk geval uit een verbeelding (kaart) en planregels, die samen het juridisch deel van het bestemmingsplan vormen. Daarnaast gaat het bestemmingsplan vergezeld van een toelichting, die voorziet in de motivatie en onderbouwing van en de toelichting op de keuzes die zijn gemaakt om te komen tot de verbeelding en regels. Een bestemmingsplan kan ook bijlagen bevatten. Indien de bijlagen een relatie hebben met de regels worden ze opgenomen als bijlage bij de regels, zoals bijvoorbeeld een Staat van bedrijfsactiviteiten. Indien de bijlagen bijdragen aan de onderbouwing c.q. motivatie van het plan worden ze opgenomen als bijlage bij de toelichting, zoals rapporten van onderzoeken die ten behoeve van het plan zijn uitgevoerd.

6.2.3 Inhoud algemeen Bij het opstellen van de verbeelding en regels van het bestemmingsplan is voldaan aan het bepaalde in de Wro, Bro en de Rsro. Voor het overige is zoveel mogelijk aangesloten bij de gemeentelijke standaarden en plansystematiek. De structuur van het plan is zodanig dat de kaart de primaire informatie geeft over de van toepassing zijnde bestemming. In de regels kan vervolgens worden teruggelezen welke gebruiks- en bouwmogelijkheden voor de betreffende bestemming gelden. Behalve bestemmingen kan de verbeelding onder meer aanduidingen en maatvoeringsvlakken bevatten om binnen een bestemming te kunnen voorzien in maatwerk voor een bepaalde locatie. In dat geval zijn steeds ook regels verbonden aan deze aanduidingen en maatvoeringsvlakken.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

67

6.3

Toelichting op de planregels

De regels zijn conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), welke als bijlage onderdeel uitmaakt van de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro) opgebouwd en bevatten allereerst begripsomschrijvingen en meetvoorschriften om respectievelijk interpretatie- en meetverschillen uit te sluiten (hoofdstuk 1). Vervolgens zijn in hoofdstuk 2 de regels voor de afzonderlijke bestemmingen en dubbelbestemmingen opgenomen, waarbij voor elke bestemming is voorzien in een apart artikel. Voor zover behoefte bestaat aan het opnemen van regels die niet zijn gebonden aan een specifieke bestemming, maar gelden voor het gehele dan wel een gedeelte van het plangebied, dan zijn de betreffende regels opgenomen in hoofdstuk 3 van de regels. Indien de betreffende regels betrekking hebben op slechts een gedeelte van het plangebied, dan wordt dat op de verbeelding aangegeven door middel van een zogenoemde gebiedsaanduiding.

De bestemmingsregels zijn in beginsel steeds op dezelfde manier opgebouwd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Bestemmingsomschrijving; Bouwregels; Nadere eisen; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; Wijzigingsbevoegdheid.

Hoe gronden met een bepaalde bestemming mogen worden gebruikt is primair beschreven in de bestemmingsomschrijving. Eventuele aanvullingen of uitzonderingen zijn opgenomen in de specifieke gebruiksregels. De bouwregels bevatten de regels ten aanzien van de mogelijkheden om gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten. Zowel ten aanzien van gebruik als bouwen geldt dat binnen een bepaalde marge kan worden voorzien in mogelijkheden om af te wijken van de bouw- en gebruiksregels. Deze mogelijkheden zijn opgenomen onder respectievelijk 'Afwijken van de bouwregels' en 'Afwijken van de gebruiksregels'.

Voor zover gewenst kan in de regels voor een bestemming worden voorzien in een vergunningstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde en/of werkzaamheden. Deze vergunningstelsels dienen dan veelal ter bescherming van binnen de bestemming voorkomende waarden of ter bescherming van bijvoorbeeld ondergrondse leidingen. Indien gewenst kan ook worden voorzien in een bevoegdheid om een bestemming geheel dan wel gedeeltelijk te wijzigingen in een andere bestemming. Dergelijke bevoegdheden worden opgenomen onder het kopje 'Wijzigingsbevoegdheid'. Naast voornoemde veel voorkomende onderdelen van bestemmingsregels kan worden voorzien in een vergunningstelsel voor het slopen van bebouwing en specifieke procedureregels.

6.4

Bestemmingen

6.4.1 Agrarisch De bestemming agrisch is opgenomen voor ronden gelegen tussen de Rijksweg en Vilgrt in Velden. Hiermee wordt invulling gegeven aan de saldering van oppervlakte bedrijventerrein als beschreven in 2.3

68

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

6.4.2 Bedrijventerrein De belangrijkste bestemming van dit plan is die van Bedrijventerrein. Het gaat om een gezoneerd industrieterrein waar tevens een beveiligde vrachtwagenparkeerplaats is toegestaan. Daarnaast zijn recyclingbedrijven toegestaan. Risicovolle inrichtingen zijn uitgesloten. Verder valt de zone industrielawaai van Venlo Trade Port ook over het plangebied. De zone industrielawaai staat op de verbeelding als de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’, en bij de regels onder de algemene aanduidingsregels.

Gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden opgericht. De maximale goothoogte en bouwhoogte en het maximale bebouwingspercentage per bouwperceel wordt in de regels bepaald. De regels bevatten afwijkingsmogelijkheden voor het bebouwingspercentage en de bouwhoogtes. Het bestemmingsplan bevat regels voor de tot de zijdelingse en achterste perceelsgrens aan te houden afstanden. Welke afstanden worden vereist, is afhankelijk van de grootte van het perceel. 6.4.3 Natuur Zoals beschreven in Hoofdstuk 2 van deze toelichting is aangegeven dat ook natuurcompensatie plaatsvindt aan de Beckersweg. Het betreffende perceel is voorzien van de bestemming Natuur. Deze gronden zijn bestemd voor de aanleg, instandhouding en versterking van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden, met een zo sterk mogelijke ecologisch en ruimtelijk-structurele samenhang; Gebouwen mogen niet worden gebouwd, voor het bouwen van andere bouwwerken gelden beperkte mogelijkheden. De regels bepalen verder dat verschillende werkzaamheden pas mogen worden uitgevoerd als daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. 6.4.4 Verkeer Voor de aansluiting van de nieuwe in- en uitritten op de weg is deels de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen.

Ook op de planlocatie in Velden is voor een deel de bestemming Verkeer opgenomen in het kader van de saldering van oppervlakte bedrijventerrein als beschreven in 2.3. In deze bestemming is de inrichting vooral op de afwikkeling van het verkeer gericht. Naast wegverkeer zijn onder meer ook voet- en rijwielpaden, groenvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Er mogen uitsluitend voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd. Daarnaast zijn er bouwmogelijkheden voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.4.5 Waarde - Archeologie, zeer hoog, middelhoog, laag Deze dubbelbestemmingen zijn opgenomen om (te verwachten) archeologische waarden te beschermen. De bestemmingsregels borgen dat in het kader van vergunningverlening voor bouwactiviteiten en bepaalde werken/werkzaamheden voldoende rekening wordt gehouden met deze waarden. De drempelwaarden ten aanzien van de oppervlakte die is vrijgesteld van onderzoek verschilt per bestemming en is afgestemd op het gemeentelijke archeologisch beleid. 6.4.6 Waterstaat - Beschermingszone watergang Deze dubbelbestemming is toegepast langs watergangen waarop de Keur van het Waterschap Limburg van toepassing is. Vanuit deze verordening worden beperkingen gesteld aan handelingen met mogelijk gevolg voor het watersysteem of beheer van de watergang.

Alvorens een omgevingsvergunning wordt verleend voor de onderstaande activiteiten, dient advies bij het Waterschap te zijn ingewonnen.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

69

6.5

Algemene regels

6.5.1 Anti-dubbeltelregel Overeenkomstig het Besluit ruimtelijke ordening is de anti-dubbeltelregel opgenomen. Deze regel wordt opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel of een bepaalde oppervlakte van een bouwperceel mogen beslaan, het resterende onbebouwde terrein ook nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.5.2 Algemene bouwregels Voor het hele plangebied, en dus alle bestemmingen, gelden een aantal algemene bouwregels, conform de Bro. Deze hoeven dus niet opgenomen te worden in de afzonderlijke bestemmingen. Zo wordt hier geregeld dat in het geval dat een (legaal gebouwd) gebouw voor een bepaalde maat (bijvoorbeeld maximale bouwhoogte) afwijkt van de in dit bestemmingsplan opgenomen regels, uitgegaan worden van de aanwezige maat (de huidige, hogere bouwhoogte in het voorbeeld). Dit geldt dan voor elke bestemming. 6.5.3 Algemene aanduidingsregels Dit betreft de nadere aanduiding van samenhangende gebieden gelegen over meerdere bestemmingen waarop een nadere regeling van toepassing is. Deze gebiedsaanduiding heeft met name betrekking op sectorale aspecten die ruimtelijk relevant zijn en waaraan een zonering (aan te houden afstand) is toegekend.

Het betreft de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' en 'milieuzone - grondwaterbescherming Venlo schol'. 6.5.4 Algemene afwijkingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen het bevoegd gezag bevoegd is om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om, tenzij anders vermeld, afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. 6.5.5 Algemene wijzigingsregels In deze regels wordt aangegeven in welke gevallen burgemeester en wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen. De voorwaarden, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. 6.5.6 Algemene procedureregels In deze regels wordt aangegeven aan welke procedure dient te worden voldaan bij het stellen van nadere eisen. 6.5.7 Overige regels In deze regels wordt aangegeven dat het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen toetst of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

70

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

6.6

Overgangs- en slotregel

6.6.1 Overgangsrecht In deze regels wordt het overgangsrecht, zoals voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening, overgenomen. 6.6.2 Slotregel Als laatste wordt de slotregel opgenomen, zoals ook voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening. Deze regel schrijft voor hoe het plan kan worden aangehaald.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

71

72

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Hoofdstuk 7 7.1

Haalbaarheid

Inleiding

Naast het toetsen van het planvoornemen aan diverse milieu- en veiligheidsaspecten, dient ook getoetst te worden aan de uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Hierbij wordt gekeken naar de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

7.2

Economische haalbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke/anterieure overeenkomst met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeiegenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De gemeentes is eigenaar van de binnen het plangebied betrokken gronden. Deze gronden worden voor een periode van 30 jaar verhuurd c.q. in erfpacht uitgeven. De door de gemeente Venlo te maken exploitatiekosten worden in de voor die periode te rekenen huur c.q. het canon verdisconteerd.

7.3

Maatschappelijke haalbaarheid

Het bestemmingsplan wordt conform de gebruikelijke procedure gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze termijn kan een ieder reageren op het planvoornemen en zijn of haar zienswijzen indienen.

7.4

Conclusie

Het planvoornemen zal gezien het bovenstaande recht doen aan een goede ruimtelijke ordening, als bedoeld in artikel 3.1 Wro. Het bestemmingsplan leidt, na een afweging van de verschillende belangen, tot een aanvaardbare nieuwe invulling van het plangebied.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

73

74

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Hoofdstuk 8 8.1

Procedure

De te volgen procedure

Het bestemmingsplan doorloopt de volgende procedure: a. b. c. d. e.

Voorbereiding: een voorontwerp van het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan betrokken instanties, waaronder Waterschap Limburg, aangeboden. Ontwerp: publicatie en terinzagelegging overeenkomstig afdeling 3.4 Awb en Wro een ieder kan gedurende deze terinzagelegging een zienswijze indienen bij de gemeenteraad. Vaststelling: vaststelling door de Raad. Mogelijkheid reactieve aanwijzing. Publicatie en terinzagelegging vastgesteld bestemmingsplan gedurende de beroepstermijn. Inwerkingtreding: na afloop van de beroepstermijn (tenzij binnen de beroepstermijn een verzoek om voorlopige voorziening wordt gedaan). Beroep: beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

In het kader van deze procedure is het voor eenieder mogelijk om zijn/haar zienswijze (bij de gemeenteraad) kenbaar te maken. In publicaties met betrekking tot de diverse stappen die het plan moet doorlopen, wordt daarvan steeds melding gemaakt. Wanneer beroep wordt ingesteld, beslist uiteindelijk c.q. in hoogste instantie, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan.

8.2

Kennisgeving

Overeenkomstig artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is kennis gegeven van het voornemen tot het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Trade Port West Truckparking'. Hierbij is aangegeven dat het de uitbreiding van de beveiligde parkeerplaats inclusief bijbehorende faciliteiten ter plaatse van de James Cookweg 31-33 binnen het bedrijventerrein Trade Port West betreft.

8.3

Wetteljk vooroverleg

Een voorontwerp van dit bestemmingsplan is aangeboden aan de betrokken instanties, in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening. Naar aanleiding daarvan is advies ontvangen van de Veiligheidsregio Noord-Limburg c.q. Brandweer Noord-Limburg, welk advies in het plan is verwerkt. De provincie heeft laten weten geen aanleiding te zien tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

8.4

Vaststelling

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 17 december 2020 gedurende 6 weken terinzage gelegen. Binnen deze termijn zijn géén zienswijzen kenbaar gemaakt. Wel is ambtshalve aanleiding gezien het bestemmingsplan op onderdelen aan te passen, met name in verband met wijzigingen in de inrichtingstekening en de daaruit voorvloeiende aanpassingen. Deze wijzigingen zijn beschreven in de Nota van Wijzigingen die als bijlage is opgenomen bij het raadsbesluit.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

75

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/500/documents/10868