CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

028bijl 1.1 Trade Port West Truckparking vastgesteld Toelichting.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 12 mei 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 7.b: 20.15 - 20.35 uur Vaststellen bestemmingsplan Trade Port West Truckparking (RV 2021-28)24.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gevolg planvoornemen Conform het welstandsbeleid wordt het zicht op de truckparking vanaf de Eindhovenseweg onttrokken door middel van een hoge begroeide grondwal. Het plan sluit daarmee aan op de gebiedsgerichte criteria voor welstand.

32

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en sectorale aspecten

Inleiding

Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien de beleidsvelden naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling, dient onderzocht te worden welke milieuaspecten daarbij een rol kunnen spelen. Het is daarnaast van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op verschillende onderzoeks- en milieuaspecten welke van belang zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening.

4.2

M.e.r.-beoordeling

Beoordeeld moet worden of het planvoornemen kan leiden tot het opstellen van een milieueffectrapport (MER). Op grond van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer) wordt getoetst of het bestemmingsplan voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu. Hiervoor zijn in de bijlage bij het Besluit mer lijsten opgenomen waarin activiteiten zijn aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben (C-lijst) of ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (D-lijst). In de lijsten zijn (indicatieve) drempelwaarden opgenomen. Een belangrijke wijziging die in het Besluit m.e.r. is aangebracht, is dat voor de vraag of een m.e.r.-beoordelingsprocedure moet worden doorlopen, toetsing aan de drempelwaarden in de D-lijst niet toereikend is. Dit is het indicatief maken van de gevaldefinities in kolom 2 in de D-lijst. Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de Europese richtlijn milieubeoordeling te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig.

De criteria als bedoeld betreffen: de kenmerken van de activiteit (onder andere omvang en cumulatie); de plaats waar de activiteit wordt verricht (de kenmerken van het plangebied in relatie tot de kwetsbaarheid van de omgeving); de kenmerken van de gevolgen van de activiteit (mogelijke effecten van de activiteit, onder andere bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid). Ten behoeve van onderhavig planvoornemen is een aanmeldnotitie m.e.r. opgesteld (zie Bijlage 3). In de aanmeldnotitie m.e.r. zijn de kenmerken, locatie en potentiële effecten van onderhavig voornemen beschreven. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat er geen belangrijke negatieve milieueffecten te verwachten zijn die een volwaardige project m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. In het licht van het voorgaande leidt de conclusie derhalve dat voor de ontwikkeling van het plangebied op basis van het beoogde planvoornemen géén milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld. Het college heeft daarom besloten dat een milieueffectrapport niet noodzakelijk is.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

33

4.3

Bodem

Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Om de bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied inzichtelijk te maken is door Aelmans Eco B.V. een verkennend bodem-, asbest- en infiltratieonderzoek uitgevoerd conform NEN5707 en NEN-5740 (rapportnr. E202291.007.R2/HWO, d.d. 1 december 2020). De rapportage is bijgevoegd als Bijlage 3. Hiertoe zijn ter plaatse van het plangebied een 46-tal boringen/inspectiegaten systematisch verdeeld. Visueel zijn, behoudens een pakket menggranulaat, geen noemenswaardige bodemvreemde materialen annex bijmengingen aangetroffen. Naar aanleiding van de visuele bevindingen zijn een 11-tal grondmengmonsters samengesteld en onderzocht op het standaard NEN-5740 pakket voor grond. In onderstaande zijn de bevindingen, conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek overgenomen.

Bovengrond De bovengrond van onderhavig plangbied is analytisch onderzocht in een 8-tal grondmengmonsters (1 t/m 8). Uit de analyseresultaten van de grondmengmonsters 1 t/m 4 blijkt dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan deze bovengrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Uit de analyseresultaten van de grondmengmonster 5 t/m 8 blijkt, dat de concentraties PCB en/of PAK (MM 8) de achtergrondwaarden overschrijden. Daarnaast overschrijdt de concentratie PCB in grondmengmonster 7 tevens de bodemindex, doch niet de interventiewaarde. Naar aanleiding van de matig verhoogde concentratie PCB in grondmengmonster 7 is besloten om de boringen (35, 36, 41, 44 en 45) overnieuw te plaatsen en separaat op PCB te analyseren. Uit de analyseresultaten van voornoemde monsters (101 t/m 105) blijkt, dat in de boringen 35 (monster 101) en 41 (monster 103) licht verhoogde concentraties PCB worden aangetroffen, welke de achtergrondwaarden overschrijden, doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden. Voornoemde concentraties PCB zijn van dien aard dat deze in de lijn liggen van de eerder gerapporteerde waarden in de grondmengmonsters 5, 6 en 8. De alhier aangetroffen concentraties zijn van dien aard dat deze als klasse industrie grond beschouwd kunnen worden.

Uit de analyseresultaten van de overige 3 boringen (nrs. 36, 44 en 45) blijkt dat sterk verhoogde concentraties PCB worden aangetroffen, welke de interventiewaarden overschrijden. Met name in de bovengrond van de boringen 44 en 45 worden concentraties PCB aangetroffen van 7.000 en 8. 000 µg/kg ds. Ter plaatse van boring 36 wordt weliswaar een sterk verhoogde concentratie PCB aangetroffen doch deze ligt ruim onder voornoemde concentraties. Vorenstaande impliceert, dat een gedeelte van het plangebied diffuus met PCB is verontreinigd (boringen 27 t/m 48). Binnen dit deelgebied zijn een drietal boringen welke relatief kort bij elkaar liggen, die sterk verontreinigd zijn met PCB. De exacte oorzaak of bron van de verontreinigingen is niet expliciet te achterhalen uit de eerdere onderzoeken of historie van het terrein. Op het terrein hebben in het verleden diverse zeecontainers gestaan en hebben tevens twee depots gelegen. Het is niet uit te sluiten dat in de containers materialen hebben gezeten, welke de bodemkwaliteit negatief hebben beïnvloed of dat de twee depots de ondergrond hebben verontreinigd. Verder

34

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

blijkt uit oude bodemrapporten van 1993 en uit de saneringsevaluatie uit 2006 dat er licht tot sterke PCB verontreinigingen zijn aangetroffen. Gezien de diffuse verspreiding van de PCB-verontreiniging en omdat bekend is dat in het verleden PCB-verontreiniging kan zijn ontstaan en is aangetoond, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat de PCB-verontreiniging historisch is.

Ondergrond De ondergrond van het perceel is analytisch onderzocht in een 3-tal grondmengmonsters (9, 10 en 11). Uit de analyseresultaten van de grondmengmonsters 9 en 10 blijkt, dat geen van de onderzochte parameters de achtergrondwaarden overschrijden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan deze ondergrond als klasse AW2000 grond bestempeld worden. Uit de analyseresultaten van grondmengmonster 11 blijkt dat de concentraties PCB de achtergrondwaarde overschrijdt doch niet de bodemindex en/of interventiewaarden. Op basis van een indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit kan voornoemde ondergrond als klasse industrie grond worden gekwalificeerd.

Mogelijk wordt de in dit grondmengmonster gerapporteerde concentratie PCB deels veroorzaakt door de ondergrond van boring 36, waarvan de bovengrond eveneens sterk verontreinigd is met PCB. Dit zou een eventuele verklaring kunnen zijn doch blijft momenteel echter een aanname.

PFAS Uit de resultaten van het PFAS onderzoek blijkt dat enkele marginale overschrijdingen zijn aangetroffen. De tot op boven de rapportagegrenzen gerapporteerde concentratie PFAS overschrijden niet de achtergrondwaarden en hebben derhalve dan ook geen invloed op de uiteindelijke kwalificatie van de onderzochte bodemlagen.

Grondwater In het grondwater zijn marginale overschrijdingen aangetroffen met diverse zware metalen aangetroffen. Het grondwater in peilbuis 2 is echter van dien aard, dat de concentratie lood de interventiewaarde overschrijdt. Naar aanleiding van voornoemde sterk verhoogde concentratie lood is deze peilbuis overnieuw bemonsterd en onderzocht. Uit de analyseresultaten van deze her bemonstering blijkt dat weliswaar nog een licht verhoogde concentratie lood wordt gerapporteerd, doch deze ligt ruim onder de eerder aangetroffen overschrijdingen. Naar aanleiding van vorenstaande wordt geconcludeerd dat de lichte overschrijdingen in het grondwater geen directe belemmeringen voor de beoogde uitbreiding van de parkeerplaats.

Asbest Tijdens het verrichten van het bodemonderzoek zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetoond. Op basis van de bevindingen van voornoemd zintuiglijk bodemonderzoek en het analytisch asbestonderzoek kan de hypothese "onverdacht" met betrekking tot asbest worden bevestigd.

Conclusie

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

35

De hypothese "heterogeen diffuus verontreinigde locatie" wordt op basis van de onderzoeksresultaten bevestigd. Naar aanleiding van het aanvullend onderzoek moeten we concluderen dat op voornoemd terrein plaatselijk sterk verhoogde concentraties PCB worden aangetroffen binnen een gebied dat diffuus met PCB is verontreinigd. Gezien de diffuse verspreiding van de PCB- verontreiniging en omdat bekend is dat in het verleden PCB-verontreiniging kan zijn ontstaan en is aangetoond, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat de PCB- verontreiniging historisch is. Gezien het voorgaande is mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als bedoeld in de Wet bodembescherming. Een nader bodemonderzoek om de omvang van de verontreiniging met PCB in beeld te brengen (zowel verticaal als horizontaal) is noodzakelijk indien de verontreiniging verwijderd gaat worden. Een andere mogelijkheid is om een BUS-melding, variant isoleren, voor het gehele diffuus verontreinigde gebied in te dienen. Er dient in dat geval wel rekening te worden gehouden met nazorgmaatregelen, namelijk het in stand houden van een gesloten verharding.

Indien wordt gekozen voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek zal er specifiek aandacht worden besteed (historisch) aan de twee depots welke op het terrein hebben gelegen in 2018 en eveneens aan het depot menggranulaat. Dit om de kwaliteit van de depots te achterhalen. Indien voornoemde verontreiniging in kaart is gebracht is het aan het bevoegd gezag om te beoordelen of het doelmatig is om voornoemd bodemlaag te saneren. Naar aanleiding van het aanvullend grondwateronderzoek vormt het grondwater geen directe belemmering. Naar aanleiding van het PFAS-onderzoek kunnen we concluderen, dat deze stoffen niet noemenswaardig worden aangetroffen. Er is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetroffen. Vanwege de diversiteit in bodemlagen dient men er rekening mee te houden, dat voornoemde bodemlagen niet onderling vermengd mogen worden en na ontgraving in dezelfde hoedanigheid worden herschikt.

4.4

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient er voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. De richtafstanden opgenomen in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit, zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied). Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kleinere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype gemengd gebied, dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij milieu-inrichtingen of drukke wegen, al een hogere milieubelasting kent. Onderhavig plangebied is gelegen in een omgeving die wordt gekenmerkt door hoofdzakelijk bedrijvigheid. De publicatie biedt geen wettelijk vastgestelde norm, maar biedt een handreiking voor maatwerk. De publicatie geeft vier factoren (geur, stof, geluid en gevaar) op basis waarvan bepaald wordt in welke categorie een activiteit geplaatst kan worden. Voorgaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder.

Uitbreiding beveiligde vrachtwagenparkeerplaats De beveiligde parkeerplaats inclusief bijbehorende faciliteiten wordt niet aangemerkt als milieugevoelige functie (met uitzondering van het aspect geur, zoals in paragraaf 4.6 beschreven). Personen verblijven hier maar voor een beperkte tijd. Wel kan de parkeerplaats hinder voor de omgeving veroorzaken. Uitgaande van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' kan onderhavig planvoornemen worden ingeschaald onder

36

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

de functie 'Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)'. Dit betreft een functie in de milieucategorie 3.2 met bijbehorende grootste richtafstand voor geluid van 100 meter. De gronden gelegen ten westen, noorden en oosten van het plangebied maken deel uit van het bedrijventerrein Trade Port West. Binnen het bedrijventerrein komen geen woningen voor. Daarnaast zijn er ook geen bedrijfswoningen op het bedrijventerrein gelegen. De gronden ten zuiden van het plangebied betreffen hoofdzakelijk onbebouwde agrarische percelen, danwel onbebouwde percelen bos en natuur. Er zijn geen hindergevoelige functies in de omgeving van het plangebied gelegen.

Behoud planologische mogelijkheden bedrijfsmatige functies Naast het scheppen van het planologisch-juridisch kader voor de realisatie van de uitbreiding van de parking inclusief ondersteunende voorzieningen, is het de wens de huidige planologische mogelijkheden ten aanzien van de bedrijfsmatige activiteiten te behouden. Dit betekent dat de mogelijkheid bestaat dat bedrijven tot en met de milieucategorie 5 zoals genoemd in de bijlage bij de regels 'Staat van Bedrijfsactiviteiten' van de vigerende bestemmingsplannen zich binnen het plangebied kunnen vestigen (recyclingbedrijven). De ruimtelijke aanvaardbaarheid van dergelijke bedrijven is ten behoeve van de vigerende bestemmingsplannen reeds bepaald. De meest nabij gelegen hindergevoelige functies betreffen de woningen gelegen aan de Geliskensdijkweg 71-73 op ca. 125 meter afstand. Op basis van het daar vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Venlo' zijn de woningen bestemd als 'Agrarisch met waarden' in combinatie met de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - persoonsgebonden overgangsrecht'. De bestemming voorziet aldus niet in een mogelijkheid om daar te wonen, met uitzondering van een persoonsgebonden overgangsrecht. De woonsituatie ter plaatse van Geliskensdijkweg 71-73 is derhalve binnen afzienbare tijd eindig.

Het overnemen van de onbenutte mogelijkheden voor bedrijven van milieucategorie 5 wordt daarom alsnog conform een goede ruimtelijke ordening geacht.

Conclusie Onderhavig planvoornemen leidt niet tot hinder voor gevoelige functies in de omgeving. De beveiligde vrachtwagenparkeerplaats is zelf niet hindergevoelig. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.5

Geluid

Ten aanzien van geluid zijn de regels uit de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. De Wgh voorziet rond (gezoneerde) industrieterreinen, langs wegen en langs spoorwegen in zones en bevat tevens geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbare geluidsniveaus van de voorgenoemde geluidsbronnen. Indien een bestemmingsplan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron, of indien het plan een nieuwe geluidsbron of wijziging van een bestaande geluidsbron (aanpassing weg) mogelijk maakt, dient volgens de Wgh een akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het bestemmingsplan of een ruimtelijke onderbouwing.

(Spoor)wegverkeerslawaai Met uitbreiding van de beveiligde vrachtwagenparkeerplaats wordt geen geluidgevoelige functie binnen het plangebied toegevoegd. In het kader van onderhavig bestemmingsplan zijn er geen belemmeringen op het gebied van (spoor)wegverkeerslawaai en kan het uitvoeren van een akoestisch onderzoek naar (spoor-)wegverkeerslawaai dan ook achterwege worden gelaten

Industrielawaai

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

37

De uitbreiding van de beveiligde parkeerplaats wordt gerealiseerd binnen een geluidszone van een gezoneerd industrieterrein. In de vigerende bestemmingsplannen 'Trade Port West-Oost' en 'Trade Port West, aanvulling' is daarom ter plaatse van het plangebied de aanduiding 'geluidszone - industrie' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding mogen geen geluidsgevoelige objecten, zoals woningen, worden opgericht. Onderhavig planvoornemen ziet niet toe op het oprichten van één of meerdere geluidgevoelige objecten of terreinen. Onderhavig planvoornemen kan wel leiden tot geluidhinder. Wegens de ligging van onderhavig plangebied binnen een gezoneerd industrieterrein, is de Wet geluidhinder van toepassing. Middels een akoestisch onderzoek dient daarom aangetoond te worden dat de geluidbelasting ten gevolge van de uitbreiding van de truckparking buiten de geluidszone niet meer dan 50 dB(A) bedraagt. Gezien het feit dat in het kader van de haalbaarheid van het vigerend bestemmingsplan de geluidbelasting is getoetst aan de hand van een oppervlaktebron overeenkomend met een categorie VI-inrichting en onderhavig bestemmingsplan voorziet in het behoud van de huidige planologische mogelijkheden (inrichtingen tot milieucategorie VI), mag redelijkerwijs worden verwacht dat het planvoornemen akoestisch inpasbaar is.

Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting ter plaatse van het plangebied in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling beoordeeld. Gezien de ligging van het plangebied binnen bedrijventerrein Trade Port West, is in de omgeving van het plangebied relatief zware bedrijvigheid aanwezig. Het geluid wat de omliggende bedrijven produceren kan tot overlast leiden en derhalve het een vermindering van het verblijfsklimaat. Naar verwachting is de geluidbelasting ten gevolge van omliggende bedrijven gedurende de dagperiode, wanneer de meeste bedrijfsmatige activiteiten worden uitgevoerd, het hoogst. Het planvoornemen is in beginsel geen milieugevoelige functie, maar er zullen wel chauffeurs binnen het plangebied overnachten. Over het algemeen is dit voor een enkele nacht. Gedurende de nachtperiode is de geluidbelasting ten gevolge van omliggende bedrijvigheid aanzienlijk lager dan overdag.Dat zal ook gelden voor het geluid dat wordt gegenereerd door het verkeer op de nabijgelegen wegen. Redelijkerwijs mag worden aangenomen dat er niet een zodanige geluidbelasting op de parkeerplaats zal zijn dat een gebruik van de parkeerplaats voor een enkele overnachting in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.6

Geur

4.6.1 Geurhinder industrie Het plangebied is gelegen in de nabijheid van bedrijven die geuroverlast veroorzaken, waaronder afvalverwerkings- en recyclebedrijven. Op basis van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor deze bedrijven een aan te houden richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies. Dit is enerzijds om het woon- en leefklimaat ter plaatse van milieugevoelige functies te waarborgen en anderzijds om hinderveroorzakende bedrijven niet in hun duurzame bedrijfsvoering te schaden. Zoals reeds besproken in paragraaf 4.4 betreft onderhavig planvoornemen geen milieugevoelige functie. Derhalve is toetsing aan de richtafstanden zoals opgenomen in de VNG publicatie niet aan de orde. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is wel beoordeeld of ter plaatse sprake is van een goed verblijfsklimaat. Ook in dit kader geldt dat de parking is beoogd voor kortdurend verblijf, zijnde een enkele overnachting. Redelijkerwijs wordt verwacht dat er niet een zodanige geuroverlast op de parkeerplaats is dat een gebruik van de parkeerplaats voor een enkele overnachting in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

38

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

4.6.2 Wet geurhinder en veehouderij Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet vormt het toetsingskader voor vergunningen op grond van de Wet milieubeheer, waar het gaat om stank veroorzaakt door het houden van dieren. Daarnaast is de wet van belang in verband met de zogenoemde 'omgekeerde werking' in het kader van de ruimtelijke ordening. Bij de 'omgekeerde werking' gaat het om de vraag of ter plaatse van geurgevoelige objecten sprake is van een goed woon en/of leefklimaat. Verder hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om binnen een wettelijk bepaalde bandbreedte van de standaardnormen van de Wgv af te wijken. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen en vastleggen in een geurverordening, dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. In het kader van de Wet geurhinder en veehouderij wordt een geurgevoelig object gedefinieerd als een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Het parkeren van de vrachtwagens is op zich niet geurgevoelig, maar de op te richten horecavoorziening en detailhandelsfunctie worden wel als geurgevoelig object aangemerkt. Het plangebied is geheel buiten de contouren van omringende agrarische bedrijven gelegen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf is op circa 2 kilometer afstand gelegen.

Dit bedrijf is op een dermate grote afstand gelegen dat van geurhinder geen sprake is.

Conclusie Geur afkomstig van veehouderijen vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.7

Luchtkwaliteit

Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen zijn opgenomen in titel 5.2 van de Wm, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen. Het besluit NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht.

Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. Door Tritium Advies is een luchtkwaliteitsonderzoek verricht om te bezien of het plan in betekende mate

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

39

bijdraagt aan luchtverontreiniging (rapportnr. 2004/166/ROS-03, d.d. 23 november 2020). De bevindingen en conclusies van het onderzoek zijn in onderstaande overgenomen. De onderzoeksrapportage is tevens als Bijlage 5 bij onderhavige toelichting toegevoegd. De beoogde uitbreiding van de truckparking aan de James Cookweg te Venlo en de te verwachten extra verkeersbewegingen zijn middels de NIBM-tool getoetst (zie onderstaand figuur). De toename van de gehanteerde verkeersbewegingen is gebaseerd op de berekende verkeersgeneratie zoals beschreven in 2.4.1. Worstcase wordt van dit aantal uitgegaan (volledige bezetting). Uit de toetsing met de NIBM-tool blijkt dat de verkeersbewegingen ten gevolge van de ontwikkelin mogelijk in betekenende mate bijdraagt en een nader onderzoek nodig is. De blootstelling aan luchtverontreiniging dient derhalve in kaart te worden gebracht en te worden getoetst aan de hierbij gestelde eisen.

Input NIBM-tool (bron: Tritium Advies)

NSL-Monitoringstool Via de NSL-Monitoringstool (situatie zonder beoogde planontwikkeling) zijn voorts de concentraties voor de jaren 2018, 2020 en 2030 afgelezen. Middels de NSL-Rekentool is de verkeersintensiteit worst-case op de weg nabij de truckparking (Eindhovenseweg) op beide weghelften, overeenkomstig de NIBM-toets, verhoogd met elk 390 zware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. De nieuwe situatie is doorgerekend voor de jaren 2020 en 2030. Het jaar 2018 is evenals meegenomen als nulsituatie.

Rekenpunt 77158 concentraties incl. transportbewegingen beoogde ontwikkeling

40

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Rekenpunt 77166 concentraties incl. transportbewegingen beoogde ontwikkeling

Uit de tabellen blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5 voor de jaren 2020 en 2030 in zowel de bestaande (huidig) situatie als beoogde (toekomstig) situatie de uitgangssituatie niet worden overschreden.

Besluit gevoelige bestemmingen Op 16 januari 2009 is het Besluit gevoelige bestemmingen in werking getreden. Met deze AMvB wordt de vestiging van zogeheten ‘gevoelige bestemmingen’ in de nabijheid van provinciale wegen en Rijkswegen beperkt. Dit heeft consequenties voor de ruimtelijke ordening. Het besluit is gericht op bescherming van mensen met een verhoogde gevoeligheid voor fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2), met name kinderen, ouderen en zieken. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn aangemerkt als gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is derhalve niet van toepassing op onderhavig planvoornemen (truckparking).

Conclusie Samenvattend kan worden gesteld dat Titel 5.2 van de Wet milieubeheer geen beperkingen oplegt aan het planvoornemen op de locatie James Cookweg 33 te Venlo. Het beoogde planvoornemen betreft de uitbreiding van een momenteel tijdelijk vergunde truckparking. De NIBM-toets geeft aan dat het plan mogelijk in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Raadpleging van de NSL-Monitoringstool en berekeningen met AERIUS Lucht laten voorts zien dat de jaargemiddelde grenswaarden voor de jaren 2020 en 2030 worden niet overschreden, en evenmin wordt het daggemiddelde niet vaker overschreden dan toegestaan. Een goed (woon- en) leefklimaat met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit is gewaarborgd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.8

Externe veiligheid

Met externe veiligheid wordt bedoeld de kans op overlijden van mensen buiten de grenzen van een bedrijf of transportmedium, als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen binnen de grenzen van het bedrijf dan wel het transportmedium. In de externe veiligheid worden twee risicobegrippen gehanteerd: 1.

2.

Plaatsgebonden Risico (PR): de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij een risicovolle activiteit. Groepsrisico (GR): is de kans dat in een keer een groep mensen van tenminste een bepaalde grootte komt te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongeval met (gevaarlijke) stoffen. De norm voor het GR is een oriënterende waarde.

Door Tritium Advies is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd, waarmee de risico's en randvoorwaarden voor onderhavig planvoornemen inzichtelijk zijn gemaakt. De bevindingen en conlusie van het onderzoek zijn

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

41

in onderstaande overgenomen. Tevens is de onderzoeksrapportage (rapportnr. 2004/166/ROS-04 versie A, d.d. 20 november 2020) als Bijlage bij onderhavige toelichting toegevoegd.

Inventarisatie Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de Risicokaart www.risicokaart.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten). Hierbij zijn enkel de voor de beoogde ontwikkeling relevante risicobronnen nader onderzocht.

Ligging relevante risicobronnen t.o.v. plangebied (bron: Tritium Advies)

De volgende relevante risicobronnen zijn aangetroffen en tevens afgebeeld in bovenstaand figuur. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Inrichting aan de Van Heemskerckweg 9; Inrichting aan de Colombusweg 55; Inrichting aan de Colombusweg 24; Spoorlijn Eindhoven aansl. – Venlo, trajectnummer 12BN.4; Rijksweg A67: afrit 39 (Sevenum) – Knooppunt Zaarderheiken; Provinciale weg N556; Rijksweg A73: afrit 12 (Grubbenvorst) – Knooppunt Zaarderheiken, wegvak L88; Rijksweg A73: Knooppunt Zaarderheiken – afrit 13 (Venlo West), wegvak L104.

Er wordt nader ingegaan op de genummerde risicobronnen om te bepalen of het groepsrisico berekend dient te worden voor deze risicobronnen, dat er kan worden volstaan met een beperkte of volledige invulling van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico of dat er in navolging van de inventarisatie geen belemmeringen gevonden worden voor het planvoornemen.

1. Van Heemskerckweg 9 Aan de Van Heemskerckweg 9 is een inrichting genaamd 'Scheuten Glasgroep' gelegen. De inrichting heeft een milieuvergunning en heeft twee opslagen ten behoeve van zwavel en waterstof. De opslag heeft een

42

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

waterinhoud van 600 liter. Voor de opslag geldt een PR 10-6 contour van 35 meter. Het plangebied is op circa 360 meter van de inrichting gelegen. De inrichting vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

2. Colombusweg 55 Aan de Columbusweg 55 is een tankstation (Trade Port West) gelegen. Het tankstation betreft een BEVI inrichting. Het heeft een vergunde jaardoorzet LPG van minder dan 500 m³, en heeft een vulpunt, ondergrondse LPG-reservoir (waterinhoud 40 m³) en een LPG-afleverinstallatie. Deze installaties hebben een PR 10-6 contour van respectievelijk 25, 25 en 15 meter. Voorts geldt voor het vulpunt van het tankstation een invloedsgebied van 150 meter. Het plangebied is op circa 650 meter van het tankstation gelegen. Het plangebied ligt derhalve buiten de PR-contour, alsmede buiten het invloedsgebied van het tankstation. De inrichting vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

3. Colombusweg 24 Aan de Columbusweg 24 is de inrichting 'GEODIS Nutritional Netherlands B.V.' gelegen. Dit betreft een BEVI-inrichting waarbij verbrandingsproducten en zeer toxische onverbrandbare stoffen vrijkomen bij een ramp. De opslag (categorie C) heeft een gemiddelde hoeveelheid stoffen van 5.660.000 kilogram en 200.000 kilogram vergunde zeer giftige stoffen. De opslag betreft AFR klasse 4, en heeft een hoog beschermingsniveau. Er geldt hiervoor een invloedsgebied van 300 meter. Het plangebied is circa 610 meter van de inrichting verwijderd en ligt daarmee buiten het invloedsgebied. De inrichting vormt daarmee geen belemmering voor het planvoornemen.

4. Spoorlijn Eindhoven aansl. – Venlo, trajectnummer 12BN.4 De dichtstbijzijnde grens van het plangebied is op circa 490 meter van het hart van de spoorlijn gelegen. De spoorlijn heeft geen PR-plafond, geen GR-plafond en een GR-plafond 10-8 van 112 meter. Er is geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig. Van de spoorlijn (trajectnummer 12BN.4) zijn de volgende gegevens bekend:

Tabel gegevens transportroute spoorlijntrajectnummer 12BN.4 op basis van Basisnet spoor

Er wordt over de spoorlijn enkel brandbaar gas vervoerd. Het plangebied is gelegen buiten de maximale effectafstand van stofcategorie A. Daarmee vormt onderhavige spoorlijn in principe geen belemmering voor het planvoornemen ten aanzien van deze stofcategorie. Echter is het vervoer van toxische stoffen niet uitgesloten in het Basisnet; dit betreffen echter geen significante aantallen waardoor een incident met een

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

43

dergelijk tankwagen verwaarloosbaar is. Desondanks dient wel gedacht te worden aan een dergelijk scenario.

5. Rijksweg A67: afrit 39 (Sevenim) – Knooppunt Zaarderheiken Het hart van de Rijksweg is gelegen op circa 310 meter van het plangebied. De Rijksweg heeft een PR 10-6 contour van 22 meter en kent een plasbrandaandachtsgebied (30 meter). Het plangebied is gelegen buiten dit plasbrandaandachtsgebied. Van de Rijksweg A67 (wegvak L89) zijn de volgende gegevens bekend:

Tabel gegevens transportroute A67 op basis van telgegevens Rijkswaterstaat

Het plangebied is (deels) gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A73 als gevolg van de maximale effectafstand van over deze weg vervoerde stoffen GF3, LT1, LT2, LT3 en GT3. Het plangebied is geheel buiten 200 meter van de Rijksweg A67 gelegen. Conform artikel 7 van het Bevt dient derhalve te worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg voordoet (beperkte verantwoording).

6. Provinciale weg N556 Het hart van de provinciale weg (N566) is gelegen op circa 30 meter van het plangebied. De provinciale weg heeft geen PR 10-6 contour en conform de risicokaart is de overschrijdingsfactor oriëntatiewaarde minder dan 0,1 maal de oriënterende waarde. Van de provinciale weg N556 zijn de volgende gegevens bekend:

44

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Tabel gegevens transportroute N566 op basis van de risicokaart

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de provinciale weg N566 ten gevolge van de maximale effectafstand van over deze weg vervoerde stoffen GF3, LF1, LF2, LT1, LT2 en GT3. Het plangebied is geheel binnen 200 meter van de provinciale weg gelegen. De provinciale weg betreft geen (hoofd)basisnetroute. Een analyse van het groepsrisico horende bij rijkswegen kan derhalve worden uitgevoerd aan de hand van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART, januari 2017). Voor het transport van gevaarlijke stoffen over provinciale wegen zijn in de handleiding vuistregels opgenomen. De provinciale weg betreft de routetype 'weg buiten de bebouwde kom (80 km/uur)'. Aan de hand van vuistregels is bepaald dat voldaan wordt aan de eisen gesteld aan de oriëntatiewaarde en 10% van de oriëntatiewaarde. Wel is het plangebied gelegen binnen de maximale effectafstanden als gevolg van diverse brandbare en toxische vloeistoffen en gassen. Hier dient derhalve wel aandacht aan te worden besteed bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt.

7. Rijksweg A73: afrit 12 (Grubbenvorst) – Knooppunt Zaarderheiken, wegvak L88 Het hart van de Rijksweg A73 is gelegen op circa 1,72 kilometer van het plangebied. De weg heeft een PR 10-6 contour van 11 meter en kent een plasbrandaandachtsgebied (30 meter). Het plangebied is hier buiten gelegen. Van de Rijksweg A73 (wegvak L88) zijn de volgende gegevens bekend:

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

45

Tabel gegevens transportroute A73 (wegvak L88) op basis van digitale telling Rijkswaterstaat

Het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van de Rijksweg A73, wegvak L88, als gevolg van de maximale effectafstand van over deze weg vervoerde stoffen GT4 en GT5. Wel is het plangebied op ruime afstand van de Rijksweg A73 gelegen (meer dan 200 meter). Conform artikel 7 van het Bevt ingegaan dient derhalve te worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg voordoet (beperkte verantwoording).

8. Rijksweg A73: Knooppunt Zaarderheiken – afrit 13 (Venlo West), wegvak L104 Het hart van de Rijksweg A73 is gelegen op circa 1,48 kilometer van het plangebied. De weg heeft geen PR 10-6 contour, een GR-plafond van 72 meter en kent geen plasbrandaandachtsgebied. Van de Rijksweg A73 (wegvak L104) zijn de volgende gegevens bekend:

46

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Tabel gegevens transportroute A73 (wegvak L104) op basis van digitale telling Rijkswaterstaat

Het plangebied is gelegen buiten het invloedsgebied van de Rijksweg A73, wegvak L104. De transportroute vormt hiermee geen belemmering ten aanzien van het planvoornemen.

Conclusie quickscan Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat het plangebied niet gelegen is binnen het invloedsgebied van de in de buurt liggende inrichtingen. Voorts kan met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen over de diverse transportmodaliteiten het volgende worden vastgesteld in relatie tot het planvoornemen: het plangebied is gelegen binnen 200 meter van de provinciale weg N566. De provinciale weg betreft geen (hoofd)basisnetroute. Derhalve zijn de vuistregels van het HART van toepassing om te bepalen of een berekening van het groepsrisico noodzakelijk is. Aan de hand van de vuistregels is bepaald dat voldaan wordt aan de eisen gesteld aan de oriëntatiewaarde en 10% van de oriëntatiewaarde. Wel is het plangebied gelegen binnen de maximale effectafstanden als gevolg van diverse brandbare en toxische vloeistoffen en gassen. Hier dient derhalve aandacht aan te worden besteed bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt; het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied ten gevolge van de maximale effectenafstand van enkele stoffen die vervoerd worden over twee verschillende transportroutes, namelijk de A67 (wegvak L89) en de A73 (wegvak L88).

Conform artikel 7 van het Bevt ingegaan dient derhalve te worden ingegaan op de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg en de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg voordoet (beperkte verantwoording); het vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorlijn Eindhoven aansl. – Venlo en de Rijksweg A73 (weglak L104) vormen geen belemmering voor het planvoornemen; de inrichtingen aan de Van Heemskerckweg 9, de Colombusweg 55 en de Colombusweg 24 vormen geen belemmering voor het planvoornemen.

Verantwoording groepsrisico De quickscan externe veiligheid is voorgelegd aan de gemeente Venlo en de Veiligheidsregio Limburg-Noord. Het advies van de Veiligheidsregio is vervolgens besproken en verwerkt in de beperkte verantwoording van het groepsrisico van de quickscan. De beperkte verantwoording van het groepsrisico is in onderstaande overgenomen.

Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De uitbreiding van de truckparking leidt tot een toename van de personendichtheid. Het groepsrisico neemt niet significant toe vanwege de afstand tot de plaats van het mogelijke incident; de aard van de effecten (blootstelling aan een giftig gas). Er zijn in het bestemmingsplan daarom geen maatregelen mogelijk en nodig om het groepsrisico te beperken.

Mogelijkheden voor bestrijding of beperking van de effecten

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

47

Eventuele ongevalslocaties op de weg zijn goed bereikbaar en het plangebied is bereikbaar binnen de wettelijke opkomsttijd. De huidige truckparking is voorzien van gesloten poorten en slagbomen en voor politie en ambulance niet zonder toelating van beheer bereikbaar. De exploitant zal in het vervolg de toegang voor hulpdiensten garanderen door toepassing van het zogenaamde Nedap-systeem. Voor brandbestrijding in het plangebied, zijn aan de James Cookweg twee brandkranen en een geboorde put aanwezig. De bluswatervoorzieningen hebben een opbrengst boven 60 m³ /uur. Voor een effectieve inzet aan de achterzijde van de parking (zijde Eindhovenseweg) zijn de afstanden tot de aanwezige bluswatervoorzieningen te groot. In overleg met de gemeente is besloten, om een geboorde put te realiseren op het terrein, om ook incidenten op het parkeerterrein adequaat te kunnen bestrijden.

Mogelijkheden voor zelfredzaamheid De zelfredzaamheidstrategie is afhankelijk van de afstand tot het gevaar. Personen moeten de gevaren herkennen, dan wel snel geïnformeerd worden over de gevaren en het handelingsperspectief. Snel reageren is bevorderlijk voor de zelfredzaamheid.

Alarmering NL-Alert is het alarmmiddel van de overheid voor alarmering via de mobiele telefoon. In het bericht staat wat er aan de hand is en wat men het beste kan doen. NL-Alert wordt ingezet bij levens- of gezondheidsbedreigende situaties, zoals een grote brand waarbij giftige rook vrijkomt, bij explosiegevaar of bij een overstroming. De bezoekers van de truckparking beheersen niet allen de Nederlandse taal. Om ervoor te zorgen, dat ook deze mensen snel op de hoogte worden gebracht bij een (dreigende) calamiteit, zorgt de beheerder voor communicatie over risico's, in de vorm van instructies en voorzieningen bij calamiteiten (aanduiding verzamelplaats, alarmnummer en dergelijke). Het terrein is beveiligd en daardoor is er permanent toezicht aanwezig, zodat een snelle respons en optreden van de bedrijfshulpverlening mogelijk is. Dit zal als verplichting in de erfpachtovereenkomst tussen de gemeente en de exploitant worden opgenomen.

Schuilen of vluchten Het handelingsperspectief bestaat uit naar binnen gaan en schuilen in een gebouw, dat goed afgesloten is voor binnendringende lucht. Om schuilgelegenheid te bieden, zal de exploitant ervoor zorgen dat de verblijfsfuncties op het terrein (horeca en eventueel andere verblijfsfuncties) goed afsluitbaar zijn voor binnendringende lucht en dat eventuele mechanische ventilatie snel is uit te schakelen. Om eventuele slaapcabines te realiseren is in de regels bepaald, dat deze de functie 'logies' krijgen, opdat de brandveiligheid voor dit gebruik wordt gewaarborgd. Onduidelijk is of de vrachtautocabines voldoende luchtdicht zijn te maken. De zelfredzaamheid voor personen die in de vrachtwagen verblijven is beperkt, omdat de vrachtwagen geen bescherming biedt tegen een gifwolk. Voor personen buiten is het handelingsperspectief ontruimen en vluchten dwars op de wind.

Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt

48

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

voor het planvoornemen.

4.9

Kabels en Leidingen

Binnen of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen hoofdtransportleidingen of persleidingen van water, olie, gas of brandstof gelegen die van invloed zijn op de realisatie van het planvoornemen. In het straatprofiel van de James Cookweg zijn wel de reguliere leidingen c.q. nutsvoorzieningen aanwezig zoals gas, electra en telefonie. Ten zuiden van het plangebied, op ca. 55 meter afstand, is een hoogspanningsleiding gelegen. Op basis van de Netkaart wordt geconcludeerd dat de hoogspanningsleiding een 150 kV-lijn betreft (zie onderstaande afbeelding).

Uitsnede Netkaart

Voor de hoogspanningsleiding geldt een beschermingszone van 20 meter aan weerszijden van de leiding. Het plangebied is niet binnen deze beschermingszone gelegen. Wel is het plangebied binnen de zogenoemde indicatieve zone voor de 150 kV-lijn, zijnde 105 meter aan weerszijden van de leiding, gelegen. Het beleidsadvies van VROM luidt dat bij ruimtelijke plannen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen, binnen de indicatieve zone, zoveel als redelijkerwijs mogelijk moet worden vermeden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied onder bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is, dan wel in de toekomst hoger kan worden dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone).

Onderhavig planvoornemen ziet toe op de uitbreiding van een beveiligde vrachtwagenparkeerplaats binnen de indicatieve zone. Gezien de aard van het planvoornemen wordt geconcludeerd dat er geen langdurig verblijf van kinderen binnen het plangebied plaats zal vinden. In dit kader is het dan ook niet aan de orde om de specifieke magneetzone in beeld te brengen. De ligging van het plangebied nabij de hoogspanningsleiding vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

49

4.10

Zoneringen

Op het plangebied zijn verder geen zoneringen zoals vrijwaringszones, stiltegebieden, waterwin-/grondwaterbeschermingsgebieden, luchtvaartverkeer e.d. van toepassingen die een mogelijke belemmering vormen voor de realisatie van onderhavig planvoornemen.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

4.11.1 Archeologie Als wettelijk toetsingskader In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Sinds 1 september 2007 is de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse uitwerking van het Verdrag van Malta uit 1992. De Wamz is in zijn geheel opgenomen in de Monumentenwet 1988 (Mw art. 38 t/m 60). In de Wamz is vastgelegd dat Rijk, provincies en gemeenten in ruimtelijke plannen rekening houden met het aspect 'archeologie'. De wet beoogt het archeologische erfgoed in hoofdzaak in situ te beschermen. De op 1 juli 2016 in werking getreden Erfgoedwet heeft de Monumentenwet 1988 deels vervangen als het gaat om archeologie. In de Erfgoedwet is vastgelegd wat onder cultureel erfgoed (waar archeologie onder valt) wordt verstaan. Onderdelen van de Monumentenwet 1988 die de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving betreffen, gaan naar de Omgevingswet. Voor een aantal onderdelen (onder andere bestemmingsplannen) is voor de periode tot inwerkingtreding van de Omgevingswet een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen.

Uitsnede archeologische beleidskaart Venlo met plangebied bij rode contour

De gemeente Venlo beschikt over een archeologiebeleid en een archeologische beleidskaart. De archeologische beleidskaart van de gemeente laat zien dat binnen het plangebied de archeologische verwachtingswaarde niet aanwezig is (wit gebied). Binnen het plangebied liggen ook geen archeologische monumenten. Er gelden dan ook geen restricties ten aanzien van planvorming. Er is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.

50

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.11.2 Cultuurhistorie Vanaf 1 januari 2012 dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met cultuurhistorie. Dit is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. Gemeente Venlo heeft haar beleid omtrent cultuurhistorie vastgelegd in de Erfgoednota 'Venlo maakt van erfgoed erfgoud!' en heeft informatie over cultuurhistorische elementen opgenomen in de cultuurhistorische inventarisatiekaart.

Uitsnede cultuurhistorische inventarisatiekaart Venlo met plangebied bij rode contour

Voor wat betreft onderhavig plangebied geldt dat het terrein onbebouwd is. Op basis van de cultuurhistorische inventarisatiekaart wordt geconcludeerd dat er zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen binnen het plangebied bevinden. Het aspect 'Cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

4.12

Natuur

Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op beschermenswaardige natuurwaarden, rekening worden gehouden met de regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming en soortenbescherming. Dit wordt geregeld in de Wet natuurbescherming die op 1 januari 2017 in werking is getreden. Het natuurbeschermingsrecht is verder te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. Om in te schatten of er op de onderzoekslocatie planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, die volgens de Wet natuurbescherming een beschermde status hebben en die mogelijk negatieve invloed kunnen ondervinden door de voorgenomen ingreep, is door Tritium Advies een tweetal quickscans flora en fauna uitgevoerd (rapportnr. 2004/166/ROS-01, d.d. 23 november 2020 en rapportnr. 2012/068/LB-01, d.d. 26 maart 2021). Tevens is in de quickscan beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op Natura 2000-gebieden, houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd, of op gebieden die

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

51

deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland. De rapporten zijn bijgevoegd als Bijlage 7 en Bijlage 8. Tevens zijn conclusies van de rapportages in onderstaande paragrafen opgenomen. 4.12.1 Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de begrenzing van het NNN. De provincie Limburg hanteert geen externe werking als het gaat om NNN. In dit geval is er tussen het plangebied en het NNN-gebied voldoende ruimte gelegen en ziet het plan toe op een beperkte ingreep (rooien van bomen en uitbereiding van bestaande truckparking), waardoor er van een negatief effect op het dichtstbijzijnde NNN-gebied geen sprake is. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is met circa 6,9 kilometer op relatief korte afstand gelegen (bij Natura 2000-gebieden moet verspreiding van stoffen in lucht of water wel worden beschouwd). Gezien de korte afstand valt een significant negatief effect in het kader van stikstofdepositie niet op voorhand uit te sluiten. Een berekening van de stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen is derhalve noodzakelijk.

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: Tritium Advies)

Een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof ten gevolge van de uitbreiding van de beveiligde vrachtwagenparkeerplaats is uitgevoerd door Pouderoyen Tonnaer (projectnr. J201960.002, d.d. 8 december 2020). Het rapport is als Bijlage bij onderhavige toelichting toegevoegd. De in het rapport gehanteerde uitgangspunten zijn gebaseerd op een eerste ontwerp van de truckparking. Inmiddels is het ontwerp op een aantal punten gewijzigd. Zo is er geen sprake meer van de oprichting van een detailhandelsfunctie en wordt de truckparking met 31.000 m2 uitgebreid in plaats van 31.470 m2 . De in het rapport gehanteerde uitgangspunt wijken echter in dermate kleine mate af van het daadwerkelijke planvoornemen, dat het rapport alsnog een representatieve beoordeling van het aspect stikstof ten gevolge van het huidige planvoornemen bevat. Uit de beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof is gebleken dat het bouwplan (de tijdelijke

52

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

realisatiefase en de gebruiksfase) niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten ten gevolge van stikstof op de instandhoudingsdoelen van Natura2000-gebieden op basis van het voorgaande worden uitgesloten, waardoor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming niet vereist is. Opgemerkt dient te worden dat de beoordeling stikstof uitgaat van het bouwplan in het kader van de uitbreiding van de beveiligde vrachtwagenparkeerplaats. Echter, onderhavig bestemmingsplan voorziet tevens in het behoud van de huidige planologische mogelijkheden ten aanzien van de bedrijfsmatige activiteiten. Gezien het bestemmingsplan een dusdanig breed scala aan bedrijfsactiviteiten toelaat is het niet mogelijk hier op voorhand, zonder kennis te hebben over enige specifieke invulling, een beoordeling ten aanzien van het aspect stikstof voor uit te voeren. Om deze reden is in de regels van onderhavig bestemmingsplan opgenomen dat nieuwe gebouwen ten behoeve van de bedrijven zijn toegestaan, indien vooraf is aangetoond dat er geen sprake is van een significante toename van de depositie van NH3 en NOx in een Natura 2000-gebied, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

4.12.2 Soortenbescherming Er wordt in het kader van de Wnb nagegaan of vaste rust- en verblijfplaatsen door de beoogde ingreep opzettelijk worden aangetast (verwijderd, ongeschikt gemaakt) of dat dieren opzettelijk worden verontrust, verjaagd of gedood. Verder is er gekeken of er invloeden zijn die leiden tot een verminderde geschiktheid als foerageergebied waarbij het een zodanig belang betreft dat bij het wegvallen van deze functie ook vaste rusten verblijfplaatsen niet langer kunnen functioneren. Zoals in paragraaf 4.12 is aangegeven is een tweetal quickscans uitgevoerd door Tritium. De eerste quickscan heeft betrekking op de beoogde uitbreiding van het parkeerterrein. Gezien de hierna beschreven resultaten ten aanzien van de alpenwatersalamander is mogelijk compensatie van het dempen van poelen aan de orde, welke compensatie kan worden gerealiseerd ten westen van het plangebied.De tweede quickscan heeft betrekking op dat gebied ten westen van onderhavig plangebied. Daarmee wordt inzicht gekregen in de uitvoerbaarheid van die eventuele compensatie. Mocht compensatie inderdaad nodig zijn, dan bestaat daarmee inzicht in de gevolgen voor de uitvoering van die werkzaamheden voor eventuele andere beschermde soorten en hun rust- en verblijfplaatsen. In deze paragraaf worden de resultaten van beide quickscans tezamen per soort besproken.

Flora Er zijn binnen het plangebied geen beschermde wilde plantensoorten aangetroffen. Deze soorten zijn ook niet te verwachten. Om deze redenen zullen er door de voorgenomen plannen geen nadelige effecten optreden ten aanzien van deze soortgroep en zijn er, naast de zorgplicht, vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen.

Vogels Er zijn geen vogelnesten c.q. verblijfplaatsen aangetroffen van vogels waarvan de nest- en verblijflocaties jaarrond zijn beschermd. Algemeen voorkomende soorten zonder jaarrond beschermd nest kunnen blijven broeden in de directe omgeving van het plangebied. Indien broedende vogels in de directe omgeving van het plangebied aanwezig zijn, kunnen verstorende werkzaamheden zoals bouwwerkzaamheden of een verwijdering van beplanting mogelijk echter niet plaatsvinden zonder hinder te veroorzaken. Wanneer er geen broedende vogels aanwezig zijn kunnen de werkzaamheden wel plaatsvinden. Indien er op deze manier wordt gehandeld, treden er geen nadelige effecten op ten aanzien van vogels. Wanneer de werkzaamheden in het geheel plaatsvinden in de minst kwetsbare periode (tussen begin oktober en half februari) worden eveneens geen nadelige effecten verwacht. Dit laatste verdient derhalve aanbeveling. Indien de werkzaamheden worden uitgevoerd op bovenstaande wijze, zullen er geen nadelige effecten optreden ten aanzien van vogels.

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

53

Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen vastgesteld van soorten die zijn beschermd bij de Habitatrichtlijn of van soorten die niet zijn vrijgesteld door de provincie. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot grondgebonden zoogdieren.

Vleermuizen Er zijn geen vaste verblijf- of voortplantingsplaatsen aanwezig binnen het plangebied. Mogelijk wordt er gefoerageerd binnen en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In de directe omgeving van het plangebied is echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Ook is het verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten indien de kap- en bouwwerkzaamheden overdag uitgevoerd worden. Een negatief effect op vaste vliegroutes is eveneens niet te verwachten. Gezien het vorenstaande zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot vleermuizen.

Amfibieën, reptielen en vissen Er komen noch vissen noch beschermde soorten reptielen voor in het plangebied. Wel geldt voor het meest westelijk gelegen deel van het plangebied door de aanwezigheid van oppervlaktewater en geschikt land- en voortplantingsbiotoop de alpenwatersalamander. Dat geldt ook voor het gebied dat in de aanvullende quickscan is onderzocht. Op dat punt is daarom nader onderzoek noodzakelijk, dat ook reeds in gang is gezet. Gelet op de geschikte onderzoeksperiode voor deze soort is het betreffende onderzoek echter nog niet afgerond ten tijde van vaststelling van dit bestemmingsplan. Een eerste veldbezoek in dat kader heeft in ieder geval geen waarnemingen van de alpenwatersalamander of andere amfibieën opgeleverd. Algemeen voorkomende soorten zijn door de provincie vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel geldt de zorgplicht voor dergelijke soorten. Zolang de zorgplicht wordt nageleefd zijn er derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot amfibieën, reptielen en vissen.

Ongewervelden/ overige soorten Vaste verblijfplaatsen of exemplaren van Habitatrichtlijnsoorten of van nationaal beschermde soorten zijn niet aangetroffen. Er zijn derhalve geen negatieve effecten te verwachten met betrekking tot deze soortgroepen.

Zorgplicht Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen.

Conclusie quickscans In onderstaande punten wordt de conclusies weergegeven zoals die kunnen worden opgemaakt uit de uitgevoerde quickscans.:

54

bestemmingsplan Trade Port West Truckparking

de omschreven werkwijzen met betrekking tot zowel de zorgplicht als ten aanzien van vogels dienen in acht te worden genomen zodat een overtreding van de natuurwetgeving wordt voorkomen; om een verstorend effect op foeragerende vleermuizen uit te sluiten, dienen de voorgenomen kap- en bouwwerkzaamheden overdag te worden uitgevoerd; voor algemeen voorkomende soorten geldt een algemene vrijstelling als het ruimtelijke ingrepen betreft. er is nader onderzoek nodig naar de mogelijke aanwezigheid van de alpenwatersalamander. Tot slot wordt geadviseerd, indien er een erfbeplanting is gepland of wordt vernieuwd, deze met inheemse en streekeigen soorten bomen en struiken te realiseren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/500/documents/10868