028 bijl04. Bijlagen BP Vilgert 11 en 13 Velden.pdf
Tekst van het document
/
CkO
CENTRAAL BODEMKUNDIC BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
iandbouw Natuurbeheer Milieu
G. Theelen T.a.v. de heer G. Theelen Vilgert 13 5941 CS VELDEN Tel : 077-4722595 Relatienr. Uw ref Onze ref
206193 GB/GB Deventer, 14 november 1997
betreft: RAPPORT VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK AAN DE VILGERT 13 TE VELDEN
Geachte heer Theelen, Hierbij ontvangt u onze rapportage van het verkennend milieukundig bodemonderzoek op de lokatie aan Vilgert 13 te Velden. Bij eventuele vragen kunt u contact opnemen met Ing. G.J. Bakker van ons bureau. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest. Met vriendelijke groet,
KUNDIG BUREAU
I
CjkO
ŒNTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
RAPPORT VERKENNEND MILIEUKUNDIG BODEMOIVDERZOEK Lokatie aan de Vilgert 13 te Velden November 1997
OPDRACHTGEVER: G. Theelen Vilgert 13 5941 CS VELDEN
CONTACTPERSOON: De beer G. Theelen Tel : 077-4722595
2
m
CENTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
3
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING
4
1. INLEIDING 1.1 Inleiding
5
2. AANLEIDING EN DOEL VAN HEX ONDERZOEK 2.1 Aanleiding 2.2 Doel van het onderzoek
6 6
3. LOKATIEGEGEVENS 3.1 Beschrijving terrein 3.2 Historische gegevens 3.3 Geohydrologische gegevens
10
4. DEFINITIE BODEMONDERZOEK 4.1 Algemeen 4.2 Strategie
11 11
7 8
5. UITVOERING BODEMONDERZOEK 5.1 V eld werkzaamheden 5.2 Chemische analyses
12
14
6. RESULTATEN BODEMONDERZOEK 6.1 Resultaten 6.2 Toetsing 6.3 Toelichting op de toetsing 6.4 Interpretatie
17 18 19 20
7. CONCLUSIE 7.1 Toetsing hypothèse 7.2 Conclusie
21
21
8. LITERATUUR BIJLAGEN: 1. Booiprofielbeschrijving 2. Analyseresultaten 3. Overschrijdingstabel 4. Detektielimieten en Analysemethoden 5. Verklaring gebruikte termen 6. N.v.t. 7. Vragenlijst
Rapportni : 2061931 Paraaf ;
i
Landbouw Natuurbeheer Milieu
4
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
SAMENVATTING Ten behoeve van het vaststellen van de zg. nulsituatie is op de lokatie aan de Vilgert 13 te Velden is een verkennend bodemonderzoek volgens de richtlijnen uit het protocol Nulsituatie-/BSB-onderzoek verricht. Op basis van het verrichte bodemonderzoek worden de volgende opmerkingen gemaakt: De lokatie is momenteel in gebruik als glastuinbouwbedrijf. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk geen afwijkingen van het bodemmateriaal waargenomen die wijzen op bodemverontreiniging. Uit de analyseresultaten van de (meng-)monsters van de bovengrond blijkt dat de groepsparameter EOX de detectiegrens overschrijdt. Uit de analyseresultaten van de grondwatermonsters blijkt dat de gehaltes aan een aantal zware metalen de streefwaarden overschrijden. De gehaltes cadmium overschrijden het critérium voor nader onderzoek. De groepsparameter EOX overschrijdt in één monster de detectiegrens.
Rapportnn: 2061931 Paraaf : /
Landbouw Natuurbeheer Milieu
5
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
1.
INLEIDING
1.1
Inleiding Dit document beschrijft het verkennend milieukundig bodemonderzoek op de lokatie gelegen aan de Vilgert 13 te Velden, dat door het Centraal Bodemkundig Bureau Deventer-Breda (CBB) is uitgevoerd. Aanleiding en doel van het onderzoek worden beschreven in § 2. Uitgaande van de lokatiegegevens, welke zijn toegelicht in § 3, wordt verder ingegaan op de visie van het CBB op de aanpak van het onderzoek. Dit gebeurt in §4. In § 5 wordt verslag gedaan van de uitvoering van het bodemonderzoek. In § 6 worden de analyse-resultaten van het chemisch laboratoriumonderzoek vergeleken met de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering. Tevens vindt interpretatie van de onderzoeksresultaten plaats. De rapportage wordt in § 7 afgerond met de toetsing van de hypothèse en de conclusie met betrekking tot de geschiktheid van de bodem voor het beoogde gebruik. Dit rapport mag zonder schriftelijke toestemming van CBB én haar opdrachtgever niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd.
Rapportno : 2061931 Paraaf : ñ
Landbouw Natuurbeheer Milieu
6
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
2.
AANLEIDING EN DOEL VAN HEX ONDERZOEK
2.1
Aanleiding Een tuinbouwbedrijf kan op grond van verschillende wettelijke verplichtingen genoodzaakt zijn bodemonderzoek te verrichten. Eén van de wettelijke verplichtingen tot bodemonderzoek vloeit voort uit het "Besluit tuinbouwbedrijven met bedekte teelt milieubeheer". Artikel 4 van dat Besluit stelt het verrichten van een nulsituatie onderzoek naar de kwaliteit van de bodem binnen de inrichting verplicht. Om deze reden is door De heer G. Theelen aan het CBB opdracht verleend voor het uitvoeren van bodemonderzoek op het betreffende terrein.
2.2
Doel van het onderzoek Hieronder volgt een overzicht van een aantal doelstellingen t.b.v. waarvan bodemonderzoek kan worden verricht. Indien het onderzoek zoals omschreven in dit voorstel voldoet voor een van deze doelstellingen wordt dit met ja aangegeven. Doelstelling: Aanvraag milieuvergunning ja Voorschrift milieuvergunning ja Provinciale verplichting ja (AVR tuinbouwbedrijven met bedekte teelt) Vervolg IBS-tracject nee Bouwvergunning nee AMvB BOOT nee Werkprogramma Tankstations nee Afstemming SUBAT nee Risicobeheer nee Koop/verkoop nee Huur/verhuur nee AMvB glastuinbouw ja
Rappoiw : 2061931 Paraaf :/
Landbouw Natuurbeheer Milieu
7
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
3.
LOKATIEGEGEVENS
3.1
Beschrijving terrein De lokatie is gelegen aan de Vilgert 13 te Velden en is kadastraal bekend als gemeente Arcen en Velden, sectie C, nummer 9788. De lokatie heeft een kadastrale oppervlakte van circa 3.5 ha. De inrichting van de lokatie bestaat uit een kassen, woning, loods. De bestemming van de lokatie is thans agrarisch. De ligging van de lokatie is weergegeven op de in de bijlagen opgenomen topografische kaart (schaal 1:25.000). De situatie op de lokatie is weergegeven in tekening 2061931-1. Bij de lerreinverkenning uitgevoerd in Oktober 1997 werden geen bijzonderheden, buiten hetgeen bekend uit de tekening, waargenomen. Terreinverharding /-ontsluiting Op de lokatie is circa 1000 m2 bedekt met een ongeveer 150 cm dikke laag beton, gemalen puin. Onder deze bedekking bevindt zieh zand. De lokatie is in het verleden niet opgespoten en er is ook geen grondverzet gepleegd. De lokatie is in het verleden niet opgehoogd. Op de lokatie is geen open water aanwezig. In het verleden zijn er geen sloten/vijvers gedempt. Omgeving De lokatie is thans gelegen in een omgeving met bestemming glastuinbouw. Op een aangrenzend terrein heeft eerder bodemonderzoek plaatsgevonden. De resultaten waren: niet of licht verontreinigd. Er is geen bodemverontreiniging aangetoond. De lokatie ligt niet in of nabij een beschermd gebied.
Kabels/leidingen/riolering De informatie over op de lokatie aanwezige kabels, leidingen en/of riolering is verkregen middels een KLIC-melding. De betreffende tekeningen van de nutsbedrijven zijn in het bezit van het CBB.
Rapportnrl: 2061931 Paraaf :
i
Landbouw Natuurbeheer Milieu
8
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
3.2
Historische gegevens Hieronder volgt een overzicht van het gebmik van het terrein in het verleden: Van 1900
tot 1977
Agrarisch
De lokatie is in 1978 voor het eerst bebouwd. Hiema hebben in 1980, 1990 de volgende bouwwerkzaamheden op de lokatie plaatsgevonden: woning, loods en kassen. Er hebben zieh historisch voor zover bekend geen calamiteiten voorgedaan, waardoor de bodem en/of het grondwater op de lokatie verontreinigd kunnen zijn. Bodemonderzoek en -verontreiniging Op de lokatie heeft nimmer bodemonderzoek plaatsgevonden. Op de lokatie hebben zieh historisch gezien geen calamiteiten voorgedaan. Op basis van bedrijfsactiviteiten is mogelijk bodemverontreiniging aanwezig. Er zijn geen gegevens bekend omtrent bodemsaneringsaktiviteiten die betrekking hebben op de lokatie. Bedrijfsmatige aktiviteiten Huidige bedrijfsmatige aktiviteiten: Kweken van groente Historische bedrijfsmatige aktiviteiten: Agrarisch Het vanaf 1977 op het terrein gevestigde bedrijf is werkzaam in de glastuinbouw-sector. Tot de werkzaamheden behoren oa. het kweken van groenten. De SBI-code van de hoofdaktiviteit is 0123. Op het terrein vindt opslag van diesel plaats in één bovengrondse tank met een inhoud van circa 600 liter. Op het terrein bevinden zieh 2 chemicaliënopslagen waar bestrijdingsmiddelen en meststoffen worden opgeslagen. Er vindt op de lokatie geen opslag in ondergrondse tanks plaats. Er bevindt zichop de lokatie eveneens geen afval/reststoffen-opslag.
Bronvermelding Voor het verkrijgen van de benodigde informatie voor het historisch onderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
Rapports : 2061931 Paraaf:ß
/ CENTRAAL Cj^O BODEMKUNDIG BUREAU
Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
9
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
Bron Regionale kaarten, schaal 1 : 25.000
*
Topografische kaarten, schaal 1 : 200 - 2.500
*
Kaarten van nutsbedrijven
*
Bodemkaarten Staringcentrum, schaal 1 : 25.000
*
Hinderwetarchieven gemeente
*
Bouwvergunningarchieven gemeente Luchtfoto's Branche-informatie
*
Informatie opdrachtgever
*
Terreinverkenning
«
Met nadruk wordt gesteld dat bovengenoemde bronnen niet altijd volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is CBB echter wel afhankelijk van deze bronnen. Hoewel het historisch onderzoek naar beste eer en geweten door CBB is uitgevoerd, kan CBB niet instaan voor de juistheid c.q. volledigheid van de historische gegevens.
Rapport Paraaf :
: 2061931
Landbouw Natuurbeheer Milieu
10
Rappon verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
3.3
Geohydrologische gegevens De geologische opbouw rond de lokatie in Veldenis volgens de grondwaterkaart van Nederland als volgt te schematiseren: Het maaiveld bevindt zieh op circa 20 m + NAP. De deklaag is circa 10 m dik en behoort tot de Nuenen groep. Deze laag bestaat uit fijne tot grove zanden waarin plaatselijk kleilaagjes en veenbrokjes kunnen voorkomen. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 15 tot 25 m en bestaat voomamelijk uit grove grindhoudende zanden. Deze afzettingen behoren tot de Formaties van Veghel en Sterksei. De siecht doorlatende basis bestaat uit fijne kleihoudende zanden.Plaatselijk körnen fijne zandlagen voor. De diepte ligging van de siecht doorlatende basis wordt mede bepaald door de "Peelrandbreuk". Het freatisch grondwater bevindt zieh op een diepte van ± 2 m - maaiveld. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater is globaal noord-westelijk en wordt mede beinvloed door de drainerende werking van de Maas.
Rapportiv : 2061931 Paraaf : ñ
Landbouw Natuurbeheer Milieu
11
Rapport verkennend onderzoek Vilgen 13 le Velden
4.
DEFINITIE BODEMONDERZOEK
4.1
Algemeen Voor de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de voorschriften uit het protocol Nulsituatie-/BSB-onderzoek als uitgangspunt genomen. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn voor zover mogelijk conform de geldende NEN- en NPR-richtlijnen uitgevoerd. Eventuele afwijkingen zijn gemotiveerd. Tevens zijn de Voorlopige Praktijkrichtlijnen (V.P.R. 1988) van het ministerie van VROM, voor het verrichten van onderzoek naar bodemverontreiniging, in acht genomen.
Strategie De volgende deellokaties zijn als verdacht aangemerkt: - Opslag bestrijdingsmiddelen - Opslag meststoffen - Bovengrondse olietank De volgende hypothèse omtrent het voorkomen van de verontreiniging is gesteld: Heterogeen verontreinigd, bekende ligging van de bron Bij de verdachte lokaties met bekende ligging van de bron is op grond van de hypothèse ten aanzien van de ruimtelijke verdeling van de verontreiniging een onderzoeksstrategie opgesteld, waarbij het onderzoek zieh expliciet rieht op de vermoedelijk aanwezige verontreinigende stoffen en de plaats waar deze zijn verwacht. Op basis van bovenstaande gegevens en de bij het CBB aanwezige tekening(-en) is een bemonsterings- en analyseplan opgesteld en uitgewerkt (zie Hoofdstuk 5).
Rapportnr 1 2061931 Paraaf :
1
Landbouw Natuurbeheer Milieu
12
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
5
UITVOERING BODEMONDERZOEK
5.1 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in november 1997 uitgevoerd. In totaal zijn 9 beringen verricht. De lokaties en nummering van de beringen zijn in tekening 2061931-2 weergegeven. Per deellokatie zijn de volgende beringen verricht:
Opslag bestrijdingsmiddelen Op dit perceel zijn 3 beringen tot 0,5 m minus maaiveld verricht. Van deze beringen is 1 bering doorgezet tot 1,5 m onder de actuele grondwaterstand en afgewerkt als peilbuis. De beringen zijn als volgt verdeeld: Peilbuis: bering 1 tot 0,5 m-mv beringen 4, 5
Opslag meststoffen Hier zijn 3 beringen tot 0,5 m minus maaiveld verricht, waarvan 1 bering is doorgezet tot 1,5 m onder de actuele grondwaterstand en afgewerkt is als peilbuis. De beringen zijn als volgt verdeeld: Peilbuis: bering 2 tot 0,5 m-mv beringen 6, 7
Bovengrondse olietank Hier zijn 3 beringen tot 0,5 m minus maaiveld verricht, waarvan 1 bering is doorgezet tot 1 m onder de actuele grondwaterstand (snijdend) en afgewerkt is als peilbuis. De beringen zijn als volgt verdeeld: Peilbuis: boring 3 tot 0,5 m-mv beringen 8, 9 De beringen t.b.v. het onderzoek van de verdachte deellokaties zijn zodanig geplaatst dat de kans op het aantreffen van een verontreiniging maximaal is. De peilbuizen zijn geplaatst in het verwachte hart van de verontreiniging. Er zijn monsters genomen per bodemlaag van 0,5 m, waarbij gewaakt is voor menging van verschillende grondsoorten. Bij zintuiglijke waamemingen, die mogelijk duiden op bodemverontreiniging, zijn separate monsters genomen van de zintuiglijk verontreinigde bodemlaag.
Rapportnr : 2061931 Paraaf:
/
Landbouw Natuurbeheer Milieu
13
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor of met een GeoDrill mechanische grondboormachine. Bij de uitvoering van de boonverkzaamheden is geen werkwater gebruikt. De zintuigelijke waamemingen van het bodemmateriaal tijdens de veldwerkzaamheden zijn als volgt samen te vatten: afwijkende samenstelling bodemmateriaal: Bij boring 1 t/m 3 : roest afwijkende kleuren bodemmateriaal: Geen afwijkingen waargenomen afwijkende geuren bodemmateriaal: Geen afwijkingen waargenomen Om representatieve grondwatermonsters te verkrijgen is, na het plaatsen van de peilbuizen en voor monstemame, een hoeveelheid water uit de peilbuizen afgepompt gelijk aan circa drie maal de natte boorgat inhoud. Tijdens de monstemame is van het grondwater de zuurgraad (pH) en het geleidingsvermogen (EC) bepaald. De gemeten waarden zijn in bijlage 2 weergegeven.
Rapportnd: 2061931 Paraaf :
I
í
/
CENTRAAL CLO BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
14
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
5.2
Chemische analyses Ten behoeve van de chemische analyse zijn de volgende bodemmonsters geselecteerd: Opslag bestrijdingsmiddelen Mengmonster 1 : uit boringen 1,4 en 5 Grondwatermonster 1 : uit de peilbuis bij boring 1
van 0,0 - 0,5 m-mv
Opslag meststoffen Mengmonster 2 : uit boringen 2,6 en 7 Grondwatermonster 2 : uit de peilbuis bij boring 2
van 0,0 - 0,5 m-mv
Bovengrondse olietank Mengmonster 3 : uit boringen 3,8 en 9 Grondwatermonster 3 : uit de peilbuis bij boring 3
van 0,0 - 0,5 m-mv
De grond(meng)monsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de analysepakketten zoals weergegeven in de volgende tabellen. Tabel 1: Analyse grond(meng)monster 1 grond(meng)monster(s) Drogestof gehalte
»
Lutumgehalte
♦
Humusgehalte
♦
Zware metalen arseen,cadmium,chroom,koper,kwik lood,nikkel,zink
*
Extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX)
Rapportnj : 2061931 Paraaf : n
m
ŒNTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
15
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
Tabel 2: Analyse grond(meng)monster 2 grond(meng)monster(s) Drogestof gehalte
*
Zware metalen arseen,cadmium,chroom,koper,kwik lood,nikkel,zink
*
Tabel 3: Analyse grond(meng)monster 3 grond(meng)monster(s) Drogestof gehalte
*
Minerale olie gaschromatografisch
*
Tabel 4: Analyse grondwatermonster 1 grondwatermonster(s) Zuurgraad (pH)
*
Elektrisch geleidingsvermogen (EC)
*
Zware metalen arseen,cadmium,chroom,koper,kwik lood,nikkel,zink
*
Extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX)
*
Rapportnri: 2061931 Paraaf: J
m
ŒNTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
16
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
Tabel 5: Analyse grondwatermonster 2 grondwatermonster(s) Zuurgraad (pH)
*
Elektrisch geleidingsvermogen (EC)
*
Zware metalen arseen,cadmium,chroom,koper,kwik lood,nikkel,zink
«
Tabel 6: Analyse grondwatermonster 3 grondwatermonster(s) Zuurgraad (pH)
*
Elektrisch geleidingsvermogen (EC)
*
Vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEX)
*
Naftaleen
♦
Minerale olie gaschromatografisch
♦
In bijlage 4 zijn de detectiegrenzen en analysemethoden aangegeven.
Rapport Paraaf
: 2061931
Landbouw Natuurbeheer Mi7/eu Rapport verkennend onderzoek Vügert 13 te Velden
6.
RESULTATEN BODEMONDERZOEK
6.1
Resultaten
17
De onderzoeksresultaten zijn verwerkt met behulp van het informatiesysteem voor verwerking van gegevens van grond- en grondwateronderzoek HPP-II (versie 1994). De resultaten van het onderzoek zijn beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden voor microverontreinigingen in de bodem uit de circulaire Interventiewaarden Bodemsanering van het ministerie van VROM. Genoemde streef- en interventiewaarden vervangen de A-, B- en C-waarden uit de Leidraad Bodembescherming. Eén en ander wordt nader toegelicht in bijlage 5. De Interventiewaarden zijn per AMvB vastgelegd in de saneringsregeling van de Wet bodembescherming. Bij de beoordeling van de analyse-resultaten aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de circulaire Interventiewaarden Bodemsanering speien de lokale verontreinigingssituatie en het toekomstig gebruik van de bodem een belangrijke rol. Bovendien zijn de interventiewaarden gerelateerd aan een ruimtelijke schaal. Onder de lokale verontreinigingssituatie worden die factoren verstaan, die van belang zijn voor de mate van en de mogelijkheid tot verspreiding van de verontreiniging naar de omgeving. Een lokatie wordt als verontreinigd beschouwd als in een (meng)monster stoffen aanwezig zijn in concentraties hoger dan de streefwaarden.
De streef- en interventiewaarden zijn afhankelijk gesteld van het lutum- en organische Stofgehalte van het grondmonster. Voor een aantal stoffen kan de detectiegrens bepalend zijn voor de streefwaarde. Indien een overschrijding van de toetsingswaarde op een groepsparameter betrekking heeft (fenolindex) dient met specifieke analysemethoden te worden nagegaan hoe het met de individuele parameters is gesteld. Wanneer in geen van de geanalyseerde monsters één der onderzochte stoffen aanwezig is in een concentratie boven de streefwaarde, wordt de bodem op de lokatie als niet verontreinigd beschouwd. Overschrijding van een streefwaarde betekent dus dat er sprake is van bodemverontreiniging. De consequenties van het aantreffen van bodemverontreiniging zijn afhankelijk van diverse factoren, die in de conclusie van dit rapport meegewogen worden.
CENTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer Breda -
Landbouw Natuurbeheer Milieu
18
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
6.2
Toetsing In bijlage 3 zijn de resultaten van de toetsing van de in de onderzochte monsters aangetroffen gehaltes verontreinigende stoffen aan de streef- en interventiewaarden uit de circulaire Interventiewaarden Bodemsanering in tabelvorm weergegeven. In deze zogenaamde overschrijdingstabellen zijn de monsters met behulp van analysenummers geidentificeerd. De gebruikte analysenummers staan voor de volgende monsters: Grondmonsters analyseur. monstemr. 6953 1 6954 2 6955 3
boringen 1,4 en 5 2,6 en 7 3,8 en 9
diepte 0,0 - 0,5 m-mv 0,0 - 0,5 m-mv 0,0 - 0,5 m-mv
Grondwatermonsters analyseur. monstemr. 1867 1 1868 2 1869 3
boring 1 2 3
diepte filter 3,0 - 4,0 m-mv 3,0 - 4,0 m-mv 2,5 - 3,5 m-mv
In § 6.3. worden de resultaten van de toetsing kort onder woorden gebracht.
Rapport» : 2061931 Paraaf : /
ŒNTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer Milieu
19
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
6.3
Toelichting op de toetsing Grond(meng)monsters Monster 1: De groepsparameter EOX overschrijdt de detectiegrens. De overige gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten. Monster
2:
De gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten.
Monster
3:
De gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten.
Grondwatermonsters Peilbuis 1: De gehaltes koper, lood, nikkel en zink zijn licht verhoogd. Het gehalte cadmium is matig verhoogd. De groepsparameter EOX overschrijdt de detectiegrens. De overige gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten. Peilbuis
2:
De gehaltes lood, nikkel en zink zijn licht verhoogd. Het gehalte cadmium is matig verhoogd. De overige gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten.
Peilbuis
3:
De gehaltes onderzochte stoffen zijn niet verhoogd gemeten.
Rapportnr j 2061931 Paraaf :
i
Landbouw Natuurbeheer Milieu
20
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
6.4
Interpretatie Opslag bestrijdingsmiddelen Uit de analyse-resultaten blijkt dat in de bovengrond op de lokatie het gehalte EOX de detectiegrens overschrijdt. Het grondwater op de lokatie is licht verontreinigd met koper, lood, nikkel en zink en matig verontreinigd met cadmium. De groepsparameter EOX overschrijdt de detectiegrens.
Opslag meststoffen Uit de analyse-resultaten blijkt dat in de bovengrond op de lokatie geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen zijn aangetroffen. Het grondwater op de lokatie is licht verontreinigd met lood, nikkel en zink en matig verontreinigd met cadmium.
Bovengrondse olietank Uit de analyse-resultaten blijkt dat in de bovengrond op de lokatie geen verhoogd gehalte minerale olie is aangetroffen. In het grondwater op de lokatie zijn geen verhoogde gehaltes verontreinigende stoffen aangetroffen.
Zintuiglijk zijn geen afwijkingen van het bodemmateriaal waargenomen.
Rapport Paraaf:
: 2061931
Landbouw Natuurbeheer Milieu
21
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
7.
CONCLUSIE
7.1
Toetsing hypothèse Opslag bestrijdingsmiddelen De gehaltes aan één of meer onderzochte stoffen overschrijdt de streefwaarde. Om deze reden wordt de hypothèse verdachte deellokatie geaccepteerd. Er kan geen uitspraak worden gedaan over de gestelde hypothèse omtrent de (on-)bekendheid van de ligging van de bron: hiervoor zijn te weinig monsters geanalyseerd. Opslag meststoffen De gehaltes aan één of meer onderzochte stoffen overschrijdt de streefwaarde. Om deze reden wordt de hypothèse verdachte deellokatie geaccepteerd. Er kan geen uitspraak worden gedaan over de gestelde hypothèse omtrent de (on-)bekendheid van de ligging van de bron: hiervoor zijn te weinig monsters geanalyseerd. Bovengrondse olietank De gehaltes aan geen van de onderzochte stoffen overschrijdt de streefwaarde. Om deze reden wordt de hypothèse heterogeen verdachte (deel-)lokatie verworpen. De informatiekwaliteit t.g.v. het onderzoek is voldoende. Aanvullend onderzoek ter toetsing van de gestelde hypothèse wordt niet nodig geacht.
7.2
Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat de gehaltes aan een aantal onderzochte stoffen de streefwaarden overschrijden. Tevens overschrijdt het gehalte aan één of meer onderzochte stoffen de tussenwaarde, zijnde de waarde waarboven vanuit de optiek van de Wet Bodembescherming de uitvoering van een nader onderzoek nodig is. De groepsparameter EOX, welke volgens de Wet Bodembescherming een triggerfunktie heeft voor de aanwezigheid van organohalogeenverbindingen, overschrijdt plaatselijk de detectiegrens.
RapportnrU 2061931 Paraaf :
|
Landbouw Natuurbeheer Milieu
22
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
8.
LITERATUUR
Dienst grondwaterverkenning TNO, Grondwaterkaart van Nederland (Delft, 1987). Nederlands Normalisatie Instituât, Nederlandse Voornorm Bodem, onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek NVN-5740 (Delft, 1991). Ministerie van VROM, Circulaire Interventiewaarden bodemsanering (’s-Gravenhage, 1994). Ministerie van VROM, Concept-Circulaire inwerkingtreding saneringsregeling Wet Bodembescherming. ('s-Gravenhage, 1994). Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, Blootstelling van de mens aan bodemverontreiniging (Bilthoven, april 1991, juni 1994).
Rapport Paraaf :
: 2061931
Bijlige 1 bij rapport 2061931
D = diepte tot maaiveld in meters, F = filter, M = monster, G = grofheid, S = grondsoort, GWS = grondwaterstand
BUREAU
Dt^^9fwr • ßrtd»
BoringNo: 8 Toevoegiog
Afwijkingen
Kleur
D = diepte tot maaiveld in meters, F = filter, M = monster, G = grofheid, S = grondsoort, GWS = grondwaterstand
/
ŒNTRAAL CjkO BODEMKUNDIG
Natuurbeheer
[MJ ßLJR.EALJ
Milieu
Deventer- Breda
Landbouw
Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
4 ■ ■
BIJLAGE 2:
ANALYSERESULTATEN GROND EN/OF GRONDWATERMONSTERS
Rapportnrj: 2061931 Paraaf: /
6OL'i;n^lJ^j0^ BUREAU D«vert(«r • Sr9di ,
206193 16-10-97/14-11-97 G12 Milieu-onderzoek 6953 BOVENGROND 0,00-0,50 Opdracht 1, GM 1 CBB AV
relatienurmier i nvoer/verzenddatutn onderzoekpakket analysenummer monsteraanduiding monstername diepte ligging perceeL monsternemer ons kenmerk
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 es VELDEN
Geachte relatie, Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan.
M 85 5 3 11 < 0.4 14 10 < 0.2 19 8 32 L CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q S T I
18 26 35
0.5 4 8
60 140 230
20 62 100
0.2 4 7
58 210 360
15 53 90
Benzo(ghi} peryleen
Zn
Indenod ,2,3cd) pyreen
Ni
Benzo(a)pyreen
Hg
Benzo(k)fluorantheen
Pb
Q.
Chryseen
P«4 3
Benzo(a)antraceen
Cu
(D
Fluorantheen
Cr
o o
Antraceen
3
7^ £
Fenantreen
O
(mg/kg ds)
Naftaleen
Cd
7^ 'S "1
Smeerolie
As
C
r> o o
Dieselölie
3
3
Benzine
> T Ifi O m 3
nerale olie (GC) mg/kg(ds)
Organische stof %
Lutum %
Droge stof %
n Q> £L
Identificatie
3
■O
> O
Oi Qí
Extraheerbare Organochloor Verbindingen (mg/kg ds)
Zware metalen (mg/kg ds)
PAK 0.18 CBB q
—
70 210 360
0.10
M - in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I = interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zie bijlage 5. CBB = CBB Deventer Q = Sterlab geaccredtteerd
U«AUHbU B¥ STERLAB Reg.nr L102
O
~rT
ü
T
BOL>cris.dNOàâ BUREAU 0^
206193 16-10-97/14-11-97 G12 Milieu-onderzoek 6954 BOVENGROND 0,00-0,50 Opdracht 1, GM 2 CBB AV
relatienuniner invoer/verzenddatun onderzoekpakket analysenummer monsteraanduiding monstername diepte ligging perceel monsternemer ons kenmerk
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 CS VELDEN
Geachte relatie,
Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan.
15 53 90
Benzo(ghi) peryleen
58 210 360
Indenod ,2,3cd) pyreen
0.2 4 7
Benzol a)pyreen
20 62 100
Benzo(k)fluorantheen
60 140 230
Chryseen
0.5 4 8
Benzo(a)antra* ceen
18 26 35
Fluorantheen
11 0.4 19 11 < 0.2 21 9 52 CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q
Antraceen
Ni
Fenantreen
Pb
(mg/kg ds)
Naftaleen
a
(D
Smeerolíe
n
O
Dieselolie
Hg
C
Benzine
7^
nerale olie (GC) mg/kg(ds)
«
c
<U
Cu
i-
Zink
Cd
0)
1
!
Chroom
—
i'
o •o n
v> <
—
Arseen
Organische stof X
85
L CBB q S T I
Lutum X
Droge stof X M
n
Identificatie
z
-o > r»
O rr n D
Extraheerbare Organochloor Verbindingen (mg/kg ds)
Zware metalen (mg/kg ds)
PAK
—
70 210 360
M = in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I = interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zie bijlage 5. CBS = CBB Deventer 0 = Sterlab geaccrediteerd
QUUJnED
BTSmLAB Reg.nr L102
BOUcni^UNDá» BUREAU IW,
relatienutimer invoer/verzenddatum onderzoekpakket analysenunmer monsteraanduiding monstername diepte ligging perceel monsternemer ons kenmerk
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 CS VELDEN
206193 16-10-97/14-11-97 G12 Milieu-onderzoek 6955 BOVENGROND 0,00-0,50 Opdracht 1, GM 3 CBB AV
Geachte relatie, Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan.
K n 3 O
T M O (D Q. 3 w
«
Benzo(ghi) peryleen
Benzo{a)pyreen
Benzo(k)fluorantheen
Chryseen
Benzo(a)antraceen
Fluorantheen '
Antraceen
Fenantreen
Naftaleen
Smeerolie
Dieselolie
Benzine
Hg
o & Pb
nerale olie (GC) mg/kg(ds)
C
Zink Nc
7^
Nikkei
Koper □
S T I
Cd
Chroom U»-
Arseen <M
Organische stof %
Lutum %
Droge stof % 87 M L CBB q
n o §:
(mg/kg ds)
Identificatie
Z
■o > i-r O rt Q»CU
Extraheerbare Organochloor Ver* bindingen (mg/kg ds)
Zware metalen (mg/kg ds)
PAK
< 50 CBB q 50 780 1500
H = in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I - interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zie bijlage 5. CBB - CBB Deventer 0 = Sterlab geaccrediteerd
QUUjnED
armaiAB Reg.nr L102
E
BOucriKjNDlij Dffv«nt«r • dreda BUREAU
206193 16-10-97/14-11-97 W12 Milieuonderzoek 1867 GRONDWATER
relatienumier Í nvoer/verzenddatun otxJerzoekpakket analysenutnmer monsteraanduiding monsternaine diepte ligging perceeL monsternemer ons kenmerk
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 CS VELDEN
Opdracht 1, WM 1 CBB AV
Geachte relatie, Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan.
2 15 30
15 45 75
0.05 0.18 0.30
15 45 75
15 45 75
65 435 800
1,2 Dichloorethaan
0.4 3.2 6
1,1 Dichloorethaan
15 35 60
1,1,2 Trichloorethaan
—
1,1,1 Trichloorethaan
Totaal aromaten uj CÛ
—
Tetrachloormethaan
Meta- en paraxyLenen
—
Zn
Trichloormethaan
Orthoxyleen
—
M Dpr
Tetrachlooretheen
Ethylbenzeen
—
Hg
o s. Pb
Trichlooretheen
Tolueen
3.4 < 1.9 < 10 2 40 < 0.05 25 39 370 CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q —
Cu
C
Vluchtige gechloreerde kooLwaterstoffen (M/O
NaftaLeen
Benzeen
S T 1
4.7
Cd
7^
X
H L
3
7^ O
Nikkei
pH
m r> EC
> TM ID IV D As
n 0) 1 c
Chroom u»-
■o
VLuchtige aromatische verbindingen (/ig/l)
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Extraheerbare Organohalogeen x verbindingen (/ig/l) S AUtatische Chloor kMst (Totaal)
Zware metalen (M^g/l)
-n ro 1 oXâ
z 3n 1D) n o
Ç lO
lO "v.
—
—
2 —
CBB q 1.00
M = in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I = interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zfe bijlage 5. CBB - CBB Deventer 0 = Sterlab geaccrediteerd
QUUJnUD BYSroUAB Rrg.nrL102
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 CS VELDEN
206193 16-10-97/14-11-97 W12 Milieuonderzoek 1868 GRONDWATER
relatienummer invoer/verzenddatun onderzoekpakket analysenurrmer monsteraanduiding monstername diepte
Opdracht 1, WM 2 CBB AV
ligging perceel monsternemer ons kenmerk
Geachte relatie,
Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan.
0.4 3.2 6
2 15 30
15 45 75
0.05 0.18 0.30
15 45 75
Zn
15 45 75
BTEX
(D
1 Í. (0 X
Ç (O •v
x S
15 35 60
Pb
AUtatische Chloor kwst (Totaal)
16 42 380 1.9 < 10 3.9 < 2 15 < 0.05 CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q CBB q
Hg
1,2 Dichloorethaan
4.7
Cd
1,1 DichLoorethaan
As
D
1,1,2 Trichloorethaan
EC
3 Q> rt
Tetrachloormethaan
pH
Q.
3
Trichloormethaan
m n
TetrachLooretheen
“O z
o
Trichlooretheen
N
Naftaleen
Cu
o o
Meta- en paraxylenen
Cr
t-
Orthoxyleen
3
7^ £
Ethylbenzeen
o
■o n n
ToLueen
rr -¡ o o
Benzeen
S T I
n
Q O 3
z
M L
B
Nikkei
> v>
o e> Q.
rt Q> Q>
1,1,1 Trichloorethaan
o
Minerale oLie (fig/l)
1
—4
Extraheerbare Organohalogeen verbindingen (jig/L)
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (AB/O
Vluchtige aromatische verbindingen (#ig/L)
Zware metalen (/tg/l)
65 435 800
M = in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I = interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zie bijlage 5. CBB = CBB Deventer Q = Sterlab geaccrediteerd
QUAUFIED BYSmUAB
Reg.nr LI02
CEr'^-u BOUcriKÜNOk»
BUREAU relatienummer invoer/verzenddatum onderzoekpakket analysenunmer monsteraanduiding monstername diepte ligging perceel monsternemer ons kenmerk
De«*9flC«r. 6reda
206193 16-10-97/14-11-97 W12 Milieuonderzoek 1869 GRONDWATER
G. THEELEN G. Theelen VILGERT 13 5941 CS VELDEN
Opdracht 1, WM 3 CBB AV
Geachte relatie, Hierbij treft u de resultaten van het voor u uitgevoerde onderzoek met daarbij het advies aan. Minerale olie (Mg/l)
0.2 35 70
Fenolindex (#ig/l)
0.2 35 70
1,2 Dichloorethaan
0.2 35 70
1,1 Dichloorethaan
0.2 75 150
1,1,2 Trichloorethaan
0.2 500 1000
1,1,1 Trichloorethaan
0.2 15 30
Tetrachloormethaan
S T I
< 0.5 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 0.2 < 1.3 < 0.5 ALC ALC ALC ALC ALC ALC ALC
Trichloor- ' methaan
1 1
M L
Tetrachlooretheen
Q>rt 103 BTEX
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (/ig/l)
Trichlooretheen
Zn
ort í)0) 01•í
Naftaleen
tM 3
Meta- en paraxylenen
Hg
1“ O s. Pb
Orthoxyleen
7^ X
Ethylbenzeen
Cr
7^ O “1 Cu
ToLueen
1.1
n 3" -J O
Benzeen
5.0
•OZ
Q)n 1 c' 3 Cd
Nlkkel z
pH
m o EC
> (/>-j fOn 3 As
Vluchtige aromatische verbindingen (/ig/l)
Extraheerbare Organohalogeen x verbindingen (/i9/l) S AUtatische Chloor kwst (Totaal)
Zware metalen (ftg/l)
< 100 CBB 100 325 600
M = in monster aangetroffen gehalte; S = streefwaarde; T = tussenwaarde I = interventiewaarde. Voor nadere toelichting, zie bijlage 5. CBB = CBB Deventer Q = Sterlab geaccrediteerd
QUAUniD BTSTOUAB Reg.nr L102
CEr""*u SOL'crtfs.JNM» BUREAU CW.
Bijläge 3
Overschrijdingstabel grond:
-
-
re O3
ro T M rere o o. 3w
*0
Zn
-
.
.
-
-
.
T) > r*
o
ta ta
Extraheerbare )rganochloor Var¬ lingen (mg/kg ds)
-
l
Benzo(ghi) peryleen
-
-
Benzo(a)pyreen
-
Benzo(k)fluorantheen
.
Pb
n m3 N O O CD3 O rr (Dre -> 3 CU■
Chryseen
.
K
3*
Fluorantheen
.
Ä" Hg
rsi
Antraceen
Cr
O
Fenantreen
Cd
E
Naftaleen
D As
o ■oo T Cu
O' 2 «
(mg/kg ds)
Smeerolie
n 3* O
Dieselolie
n
> lA n n
Benzine
n
r> d) 1
Nikkei
n n n
Organische stof X
Droge stof X
Analysenunmer 6953 6954 6955
rc § »<
Identificatie
Minerale olie (GC) mg/kg(ds)
Zware metalen (mg/kg ds)
PAK + -
n
n
n
Overschrijdingstabel grondwater:
re 1 â reX S“ <o
Minerale olie (fig/l)
1,2 Oichloorethaan
1,1 Oichloorethaan
1,1,2 Trichloorethaan
1,1,1 Trichloorethaan
Tetrachloormethaan
Trichloormethaan
A A
Tetrachlooretheen
A A
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen («ig/D
Trichlooretheen
A A
-
Naftaleen
.
tù
A -
Totaal aromaten uj
Ni
Meta* en paraxylenen
-
Pb
Orthoxyleen
-
Hg
rp
K
Ethylbenzeen
B B
Cu
TT
o
Tolueen
-
£
Benzeen
n
-
« o 'S
Zink N c
c
n n n
Chroom U «-
A B
n n n
•oac
Arseen < v>
Analysenumtner 1867 1868 1869
pH
m n EC
n re s§ Cd
Vluchtige aromatische verbindingen (fig/l)
Extraheerbare Organohalogeen x verbindingen (fig/l) S AUtatische Chloor kwst (Totaal)
Zware metalen (M9/1)
+ -
-
-
-
-
n
-
-
: Het gehalte aan deze Stof overschrijdt in het onderzochte monster de streefwaarde niet. : Het gehalte aan deze Stof is in het onderzochte monster tussen de streefwaarde en het critérium voor nader onderzoek gemeten. : Het gehalte aan deze Stof is in het onderzochte monster tussen het critérium voor nader onderzoek en de interventiewaarde gemeten. : Het gehalte aan deze Stof overschriJdt in het onderzochte monster de interventiewaarde. : Voor deze parameters zijn de richtwaarden niet van toepassing. : Het gehalte aan deze Stof is in het onderzochte monster niet bepaald. : Het gehalte van deze groepsparameter overschrijdt de streefwaarde (voor deze parameter zijn geen interventiewaarden opgesteld).
QUAUnED tVmSLAB R((.nr L102
CEf'^*'U BOucr,r.JND$i» BUREAU
CW
Bijläge 4
: Detektielimieten en analysemethoden
Grond: Zware metalen (mg/kg ds)
Identificatie
PAK verbindingen (mg/kg ds)
Ext
■V. —
'S
TT < Q. 7 ^
ro (O n -I
n n
n Q. 3 w
-t As
Cd
Cr
Cu
0.4 Grav.
Grav.
ICP AES
ICP AES
Hg
Pb
Ni
Zn
50 n.v.t. n.v.t. n.v.t.
0.2 ICP AES
ICP AES
ICP VGA
ICP AES
ICP AES
ICP AES
GC/FID
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.01
0.10
0.10
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
GC/MS
a
Verklaring: D = Oetektielimiet (bepaald in schone matrices) I = Instrumenteei A s Analysemethode Grav. ICP AES ICP VGA GC/FID GC/MS
= Gravimetrisch = Induktief gekoppeld plasma, atomaire emmissie spectrometrie = Met VGA gegenereerde kwikdamp wordt gemeten m.b.v ICP-AES = Gaschromatografie met FlD-detektie = Gaschromatografie met MS-detektie = afgeleid van
QUUJFIED
BYSmUAB Reg.nr L1Û2
BOt/critwJNDIia -' • SUREAU Dtvtnt^r • Bfvc
" Bijlage 4
1 - “ “ “ -r
Detektielimieten en analyseraethoden
Grondwater: Zware metalen (^g/l)
Vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (^9/0
Vluchtige aromatische verbindingen (^g/l)
O- O ~t 3 <0 Q. 0» — 3 3 O
(O r> fO 3" 3
pH
EC
3 3
As
n.v.t. n.v.t. Pot.
Kond.
Q> ^ o> Q) E n •— W 3
3 O 0)
Q.
<—
Cd 15
ICP AES
Cr
Cu
0.4 ICP AES
Hg
Pb
10
0.03 ICP AES
ICP AES
ICP AES
Ni
ICP AES
Zn
10 ICP AES
ICP AES
0.2
0.2
0.2
0.2
0.2
P&T GC/MS
P&T GC/MS
P&T GC/MS
P&T GC/MS
P&T GC/MS
0.2 P&T GC/MS
P&T GC/MS
O <
3 "O rt ^
0.1
0.1
0.2
0.1
0.2
0.5
0.1
100
0.5
P&T P&T P&T P&T P&T P&T P&T P&T P&T GC/HS GC/MS GC/HS GC/HS GC/HS GC/HS GC/HS GC/MS GC/MS O < 3 "O rt JO
O <
O <
rt JO
rt JO
(.n tM
>jr rj
3 *0
GC/MS
Col
GC/FID
3 -O
F „ f 8§ Z
U1 O
O
a
WI O Ci
I
vn O
Kn O
wn O
a
a
Kn O
a
a
a
w» ro
a
Wl M
a
a
M
a
M
ui r\j
a
ut
a
ut l>J
a
ut Os
a
a
Verklaring:
0 I A Pot. Kond. ICP AES P&T GC/MS GC/MS *
Oetektielimiet (bepaald in schone matrices) Instrumenteei Analysemethode = Potentiometrisch = Konduktometrisch = Induktief gekoppeld plasma, atomaire emmissie spectrometrie = On-line purge & trap, gevolgd door GC/MS = Gaschromatografie met MS-detektie = afgeleid van
gUUJFlED BYSTERLAB Reg.nr UÛ2
Landbouw Natuurbeheer Milieu Rapport verkennend onderzoek Vilgert 13 te Velden
BIJLAGE 5: VERKLARING VAN GEBRUIKTE TERMEN De toetsingswaarden voor de gehaltes van de chemische componenten worden binnen de Circulaire Interventiewaarden Bodemsanering als volgt gedefinieerd: Streefwaarde: De streefwaarden vervangen de referentiewaarden A- waarden uit de Leidraad Bodembescherming. De streefwaarden zijn gebaseerd op onderzoek naar humane en ecotoxologische risico's van bodemverontreinigende stoffen. De streefwaarde komt zodoende overeen met dat gehalte in de bodem waarbij de risico's voor mens en ecosysteem verwaarloosbaar zijn. De streefwaarden geven derhalve het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau voor de bodem aan. De streefwaarden zijn gedifferentieerd naar grondsoort, d.w.z. dat voor de berekening van de streefwaarden gecorrigeerd wordt voor het gehalte organische stof en lutum. Voor een aantal stoffen wordt de detectiegrens van de betreffende apparatuur als streefwaarde gebruikt (zie bijlage 3). Critérium voor nader onderzoek: De B-waarde uit de Leidraad Bodembescherming is körnen te vervallen. De B-waarde wordt vervangen door het critérium voor nader onderzoek (streefwaarde + interventiewaarde)/2. Wanneer dit critérium in het oriënterend of verkennend onderzoek wordt overschreden is in principe een nader onderzoek nodig.
Interventiewaarde: De interventiewaarden bodemsanering geven het concentratieniveau voor verontreiniging in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering optreedt van de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehaltes boven de interventiewaarde is er mogelijk sprake van (een geval van) ernstige verontreiniging. De ruimtelijke schaal is ook nog van belang voor het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De eigen termen met betrekking tot het beoordelen van de gehaltes van de chemische componenten zijn als volgt gedefínieerd: licht verhoogd gehalte: matig verhoogd gehalte: sterk verhoogd gehalte:
gehalte ligt tussen de streefwaarde en het critérium voor nader onderzoek. gehalte ligt tussen het critérium voor nader onderzoek en de interventiewaarde. gehalte overschrijdt de interventiewaarde.
Rapportnr 2061931 Paraaf:
CENTRAAL BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - Breda
Landbouw Natuurbeheer MHieu
Bijlage 7: Vragenlijst VOORONDERZOEK T.B.V. MILIEUKUNDIG BODEMONDERZOEK Wij verzoeken U onderslaande vragenlijst zo kompleet mogelijk in te vullen. ALGEMEEN Relatienummer Naam opdrachtgever Adres Postcode, woonplaaU
206193 G. THEELEN VILGERT 13 5941 CS VELDEN
ALGEMENE GEGEVENS ONDERZOEKSLOKATIE (huldig) Vilgert 13 Adres 5941 CS Velden Postcode en plaats Velden Gemeente Eigenaar sinds Gebruiker Postcode en plaats Arcen en Velden Kadastrale gemeente Kadastraal oppervlakte 35000 Bestemming omgeving Agrarisch Wat voor bebouwing suât er op het perceel (soon bebouwing en oppervlakte van de bebouwing vermelden) : Kassen + woning + loods ALGEMENE GEGEVENS ONDERZOEKSLOKATIE (verleden) Unlek Dkatienummer 3katienaam ^dres ^di Postcode en plaats Gemeente Telefoonnummer Faxnummer Konuktpersoon ter plaatse Kadastrale gemeente Coördinaten X; Y; Kadastraal oppervlakte Bestemming (Sebruik TERREINVERHARDING- ONTSLUTTING: Is er terreinverharding aanwezig - welk oppervlak; 1000 m2 - hoe dik is deze laag: 150 cm Is het terrein opgespoten Is er ooit grondverzetuitgevoerd Is er grond of ander materiaai voor ophoging gebruikt Is er open water aanwezig Zijn er in het verleden sloten of vijvers gedempt
Opdracht : 1 Konuktpersoon Telefoon Telefax Eigenaar Adres Postkode en woonplaats Konuktpersoon Gebruiker sinds Adres Sectie Bestemming
Onze ref : GB ; De heer G. Theelen : 077-4722595
C nr(s) 9788 Agrarisch
Dossier Lokatiekode Eigenaar Adres Postkode en woonplaats Eigenaar sinds Gebruiker Gebruiker sinds Sectie Omschrijving bestemming
nr(s)
Zo ja, - welk materiaai: Beton, gemalen puin - wat voor materiaai onder verharding: Zand Zoja. - wanneer; Zoja, • wat voor; - wanneer; Zoja, - welk materiaai; - wanneer; Zoja, - wat voor open water; • welk oppervlak; Zoja, - waarmee; - wanneer;
Bevinden zieh obsukels in de bodem zoals puin, oude funderingen, oude rioleringen e.d.? Waar (s.v.p. op tokening aangeven) jBMGEVING; Bat is het gebruik van de omgeving "ijn er bedrijven in de omgeving gevestigd (geweest) Zijn er gegevens bekend over bodemonderzoekop nabij gelegen terreinen (ligging onderzocht terrein + resuluten onderzoek vermelden) Zijn er andere gegevens bekend omtrent bodemverontreiniging in de omgeving Ligt de lokatie in (of dichtbij) een beschermd gebied, zoals stiltegebied, bodembeschermingsgebiede.d.
; Glastuinbouw : Zo ja, - soon bedrijf; Agrarische sector • afstand tot lokatie aangeven : Aangrenzend : Niet of licht verontreinigd : Zo ja, - welke; ; Zo ja, - soon gebied; - afsUnd tot gebied;
KABELS, LEIDINGEN, RIOLERING: Bevinden zieh kabels, leidingen of riolering in de bodem Bevinden zieh drainage of recirculatieleidingen in de bodem Is het perceel aangesloten op de riolering Zo niet hoe is de afvoer van afvalwater dan geregeld Is de capaciteit van de riolering voldoende Bevinden zieh hoogspanningskabels of -masten op de lokatie HISTORIE: Kunt U hieronder in het kort het gebruik van het terrein in het verleden omschrijven; - van 1900 tot 1977 Agrarisch - van tot Wanneer is de lokatie voor het eerst bebouwd Hebbenhierna nog bouwwerkzaamhedenplaatsgevonden Hebben zieh in het verleden calamiteiten voorgedaan waardoor de bodem op de lokatie veronteinigd kan zijn Wie zijn de vorige gebruikers van het terrein geweest; • van 1900 tot - van tot
; Zo ja, - wat voor soon; - s.v.p. ligging aangeven op situatieschets ; Zo ja, - wat voor soort; - s.v.p. ligging aangeven op situatieschets ; Nee : Via de sloot
• van tot - van tot ; 1978 ; Zoja, - wanneer; 1980, 1990 - wat voor werkzaamheden; Woning + loods, kassen ; Zo ja, • wanneer; - wat voor calamlteit; • van - van
tot tot
Sb^
ŒNTRAAL
Landbouw Natuurbeheer
BODEMKUNDIG Deventer - Breda BUREAU
Milieu
BODEMONDERZOEK EN -VERONTOEINIGING: Is er eerder bodemonderzoekop de lokatie verricht - datum uitvoerins Is er aanleiding een verontreining van grond en/of grondwater le verwachten Hebben zieh io het verleden calamiteiten als brand, lekkage, tanks, instortingen e.d. voorgedaan Zijn er mogelijk veromreinigde bouwmaterialen gebruikt Is er asbest op de lokatie aanwezig Zijn er gegevens bekend omirent bodemsaneringsaktiviteitendie betrekking hebben op de lokatie Bevinden zieh op het terrein olieunks, of zijn deze er in het verleden geweest
: Zoja, - aanleiding onderzoek: • resultaren onderzoek : Zoja, waarom: Bedrijfsactiviteiten : Zoja, wat voorcalamiteit; : Zoja, welke; : Zoja, waar: ; Zoja, graag specificeren; : Zoja, aangevenop situatietekening
BEDRUFSNUTIGE AKTIVITEITEN: Vinden er op de lokatie bedrijfsmatige aktiviteiten plaats : Zo ja, specificeren; Kweken van groente Hebben er in het verleden bedrijfsmatige aktiviteiten plaatsgevonden ; Zo ja, welke: Agrarisch Indien U beide bovenstaandevragen met nee hebt beantwoord, kunt U verder gaan met het hoofdstuk 'Bodem en Bodembouw’. ALGEMEEN; Wal is de aard van het bedrijf Körte omschrijving van werkzaamheden Wal is de SBI-code van de hoofdaktiviteil Wal is de vesiigingsdatum van Uw bedrijf op deze lokatie Wat was het gebruik van de lokatie daarvoor Wal is de afstand tot de dichtsbijzijnde niet bedrijfswoning l&vindt zieh gevoelige bebouwing in de direkte omgeving (scholen, ziekenhuizen, Kjaardentehuizene.d.) W% het bedrijf in het bezit van een NEN/ISO-certificaatuit de 9000‘serie
; Glasniinbouw ; Kweken van groenlen ; 0123 ; 1977 ; Agrarisch ; (in m.) ; Zoja, welke; : Zoja, wai is hei cliCntnummer;
VERGUNNINGEN: Welke vergunningen/verordeningen/AMvB'szijn voor Uw bedrijf van toepassing >/Milieuvergunning(v.m. Hinderwet) Zo ja, jaar afgifte 1980 X Afvalstoffenvergunning Zo ja, jaar afgifte X Wet lucht verontreiniging Zo ja, jaar afgifte X Lozingsvergunning Zo ja, jaar afgifte X Gemeentelijke Lozingsverordening Zo ja, jaar afgifte Zijn al Uw bedrijfsaktiviteitendoor vergunningen of AMvB gedekt
Verordening Waterwingebied X Besluit C^slag Ondergrondse Tanks (BOOT) -/Bedrijfstak-specifiekeAMvB. Zoja, welke Glastu inbouw X Zone-plichiig terrein (Wet Geluidshirxler) X
MlLIEUKRmSCHE LOKATIES/AKTIVITEITEN: Welke van de volgende milieukritische lokaties zijn op het terrein aanwezig c,q. welke milieukritische aktiviteiten vinden er op de lokatie plaats: X Opslag in ondergrondse tanks, Zoja, - welke stof; • inhoud: - aantal; - datum laatsle inspectierapport; • indien verwijderd, verwijderd in; ■4Opslag in bovengrondse tanks. Zoja, • welke stof; Diesel - inhoud; 600 liter • aantal; 1 - datum laatste inspectierapport; - indien verwijderd, verwijderd in; X Onderhoudswerkplaatsen. ; Zoja, • aantal; - oppervlakte; 4Opslag chemicaliin. ; Zoja, - aantal; 2 - welke stoffen: Besirijdingsmiddelen en meststoffen X Opslag afval/resiprodukten. ; Zo ja, - aantal: - welke stoffen: HpOEM EN BODEMOPBOUW: Bai is de grondsoortop de lokatie ^oc diep bevindt het grondwater zieh ongeveer Ligt de lokatie in de buurt van open water Zo ja, wat voor soort oppervlaktewater betreff het Ligt de lokatie in een grondwaterbeschermingsgebied Zo nee, ligt de lokatie in de buurt van een grondwaierbeschenningsgebeid
Zand 0 Zo ja, op welke afstand; Nee Zo ja, op welke afstand:
AANTAL BORINGEN, MONSTERS EN MENGMONSTERS (niet in te vullendooropdrachtgever)conformN.V.N. 5740 aantal beringen oppervl. lokatie ha. /<0,00
Datum;
aanul te nemen monsters tot 0.5 m. 0/ 9
waarvan: tot 2 m. uitgevoerd
waarvan; uitgevoerd met peilbuis
grond CW).5m.
0.5-2 m.
0/ 3
0/ 3
0/ 9
0/ 9
Aldus naar waarheid ingevuld door;
aantal te onderzoeken (mens)monsters grondwater
grond 0-0.5 m.
0/ 3
0/ 3
Handtekening:
grondwater 0.5-2m. 0/ 3
'
CENTRAAL
;
CkO BODEMKUNDIG BUREAU Deventer - ßreda
LOKATIE
’ikenfiêiO^-
Vend
Ûrtjsshol
^»inà
Gp480
¿G¿47'9
33p47' I
Gp'' 471
Ka$
H»s& ej •Gp" 47B' Gp" 478*i
ichancfeld iii\
de Ka,
>6.i -Mlliii Oe Pss
'chamelos^he
A= GPSL. a= DPSL
MESTSTDFFEN
BESTRIJD.
C= B.GR
MIDD.
DLIETANK
LEGENDA
THEELEN
o Lokatie boring
verkennend ondereoek
A Lokatie peilbuis
Lokatie Vilgert 13 te Velden Tek. 2061931-1
november 1997
Situatietekening
Schaal 1:1000
CBB Deventer - Breda BV
par. /
VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740
Vilgert, Velden
Datum
: 5 mei 2022
Rapportnummer
: 221-VVi-vo-v3
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL37 INGB 0007735391 KvK: 67445322
Type onderzoek : Verkennend bodemonderzoek Project
: Vilgert, Velden
Projectnummer : 221-VVi-vo-v3 Opdrachtgever
: Ruimte voor Ruimte Limburg CV
Datum rapport
: 5 mei 2022
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: BRL SIKB 2000 : 2001, 2002, 2018 : EC-SIKB-02236
Veldwerk uitgevoerd door erkende en ervaren veldwerkers
: W.A. van Aerle A.H.M. Janssen
Projectleider
: W.A. van Aerle
Veldwerker verklaart hierbij dat bij de uitvoering van het veldwerk geen invloed is uitgevoerd door de opdrachtgever of directie van M&A Bodem & Asbest BV. Voor akkoord:
Collegiale toets:
W.A. van Aerle
A. van der Vleuten
Samenvatting In verband met de realisatie van woonpercelen op een aantal percelen aan de Vilgert te Velden is een bodemonderzoek conform de NEN 5740 en een vooronderzoek volgens de NEN 5725 uitgevoerd. De aanleiding van het onderzoek is de toekomstige bouw van woningen op de percelen en het verkrijgen van omgevingsvergunningen hiervoor. Na uitvoering van het vooronderzoek kon in eerste instantie de hypothese "onverdachte locatie" worden gesteld. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 30 boringen op de voormalige locatie van een tuinbouwkas verricht. Op verzoek van de opdrachtgever zijn dit meer boringen dan volgens de NEN 5740 verricht zouden moet worden. Hiervan zijn monsters van de bovengrond genomen. Vier boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Zintuiglijk werden geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd in de grondmonsters. Vervolgens zijn zeven mengmonsters samengesteld, te weten vijf van de bovengrond en twee van de ondergrond. Op de locatie zijn tevens twee peilbuizen geplaatst, waarbij de grondwaterspiegel werd aangetroffen op ongeveer 2,1 m-mv.
Na analyse van de grondmonsters en grondwatermonsters bleek dat : # in de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor kobalt, lood en/of molybdeen worden overschreden; # in de ondergrond de AW van de onderzoeksparameters niet worden overschreden; # het grondwater stroomop- en -afwaarts licht verontreinigd is met cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel en zink. De verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk. Na opmerkingen van de gemeente is de bovengrond op de locatie opnieuw bemonsterd en geanalyseerd op PCB’s en OCB’s. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen verhogingen zijn aangetroffen. Voor een voormalige dieseltank is de bovengrond en grondwater geanalyseerd op minerale olie en BETXN. Er zijn geen verhogingen geconstateerd.
Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de bovengrond van de onderzoekslocatie geschikt is voor de bodemfunctieklasse wonen. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Venlo. Geconcludeerd wordt dat in verband met de realisatie van de nieuwe woonpercelen er geen belemmeringen gelden uit oogpunt van chemische bodemgesteldheid.
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
Samenvatting 1
Doelstelling verkennend onderzoek
1
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Vooronderzoek Historisch gebruik Huidig gebruik Toekomstig gebruik Asbest in de bodem Bodemsamenstelling en geohydrologie Beantwoording onderzoeksvragen volgens NEN 5725 Hypothese
2 3 4 5 5 6 6 7
3 3.1 3.2 3.3
Onderzoeksstrategie en uitvoering van het onderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerk Laboratoriumonderzoek
8 8 10
4. 4.1 4.2 4.3
Resultaten Boorbeschrijving Zintuiglijke waarnemingen Chemische en fysische analyses
11 11 12
5. 5.1 5.2 5.3
Interpretatie en toetsing van de resultaten Algemeen Grond Grondwater
15 17 17
6.
Conclusies en aanbevelingen
18
7.
Referenties
19
Bijlagen Bijlage 1a Bijlage 1b Bijlage 2 Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 4
: Situatie- en boorpunttekening : Bodemloket gemeente Venlo : Isohypsen : Analyserapport grond : Analyserapport grondwater : Toetsingsnormering grond en grondwater : Boorbeschrijving
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
1. Doelstelling verkennend onderzoek Op 9 maart 2021 is door Ruimte voor Ruimte Limburg CV aan M & A Bodem & Asbest BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740, op een perceel aan de Vilgert te Velden. Het onderzoek is noodzakelijk vanwege de realisatie van woonpercelen op de locatie, waarvoor een verklaring benodigd is omtrent de aanwezigheid van eventuele bodemvervuiling. De aanleiding volgens NEN 5725 is dan ook het stellen van een hypothese voor het veldwerkonderzoek (aanleiding A). In dit onderzoek zal de chemische en fysische toestand van de bodem worden beschreven. Door middel van het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de bovengrond (0 tot 0.5 meter) en de ondergrond (0.5 tot 2.0 meter), alsmede de kwaliteit van het grondwater zal een uitspraak worden gedaan omtrent bovenstaande. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5740, NEN 5725, NEN 5707 en de BRL 2000. Voorafgaand aan het onderzoek verklaart M&A dat er geen relatie bestaat tussen opdrachtgever en M&A, zodat onafhankelijkheid wordt gegarandeerd. Het procescertificaat van M&A Bodem & Asbest en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistraties, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever.
In deze rapportages zijn de protocollen 2001, 2002 en 2018 van toepassing. Het veldwerk is uitgevoerd door een ervaren en erkend veldwerker (dhr. W. van Aerle). Dit bodemonderzoek is met de grootste zorg uitgevoerd. Door de statistische keuzes volgens de NEN 5740 kan het echter voorkomen dat er toch bodemverontreiniging op het perceel aanwezig is dat niet is geconstateerd tijdens het onderzoek. Hiervoor kan M&A niet aansprakelijk worden gesteld. Verder zijn alle in deze rapportage gedane aanbevelingen en adviezen vrijblijvend van aard. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. Op de eerste versies van het rapport zijn opmerkingen gemaakt door de gemeente. Deze zijn verwerkt in onderhavige versie van het rapport. 1
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
2. Vooronderzoek conform NEN 5725 In de NEN 5725 staat beschreven welke gegevens minimaal geïnventariseerd dienen te worden om een uitspraak te kunnen doen over het vervolgtraject. Om tot een hypothese voor het vervolgonderzoek te komen dienen te worden onderzocht : 1. Historisch gebruik 2. Huidig gebruik 3. Toekomstig gebruik 4. Bodemopbouw / geohydrologie (wenselijk, niet verplicht) Bij de inventarisatie is gebruik gemaakt van de volgende bronnen : S inventarisatielijst provinciaal programma bodemsanering; S verkennende onderzoeken gesloten stortplaatsen (VOS); S gemeentelijke bestand van huidige en vervallen milieuvergunningen; S provinciale lijst van autosloopterreinen; S bestand ondergrondse en bovengrondse opslagtanks van de gemeente; S bestand bodemonderzoeken in de gemeente. Een samenvatting van het bodemloket van de gemeente volgt in de volgende paragrafen. De aanleiding van het vooronderzoek is het stellen van een hypothese voor een bodemonderzoek (aanleiding A volgens NEN 5725). De bijbehorende onderzoeksvragen worden in de navolgende paragrafen beantwoord.
2
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
2.1. Historisch gebruik De onderzoekslocatie is gelegen aan de Vilgert te Velden, in het buitengebied ten noorden van de bebouwde kom van Velden (gemeente Venlo). De locatie is kadastraal bekend onder gemeente Arcen en Velden, sectie C, perceelnummer 12082. De situatie is aangegeven op de tekening in bijlage 1. De huidige bestemming is agrarisch en is in het verleden niet gewijzigd. De bestemming van de directe omgeving is wonen en agrarisch. Bodemonderzoeken: Van het perceel en de omgeving zijn de volgende bodemonderzoeken bekend: # Schandeloseweg ong., diverse onderzoeken door Econsultancy (2006 2008), waarbij een ernstig geval van grond- en grondwaterverontreiniging is geconstateerd. Het betreft sterk verontreinigingen met xylenen en/of (vluchtige)minerale olie en lichte verontreinigingen met benzeen en naftaleen. In het nader onderzoek zijn de verontreinigingen afgeperkt op 125 m3 sterk verontreinigde grond (in een laag van 1,3 tot 3,3, m-mv, oppervlakte ongeveer 100 m2) en 450 m3 sterk verontreinigd grondwater (freatisch vlak van 2 tot 4,5 m-mv). In het aanvullend rapport is de leeflaag tot 1 m-mv onderzocht en hieruit blijkt dat hier geen verhogingen zijn aangetroffen. # Vilgert 9/9a, indicatief onderzoek door Inbodem (d.d.30-11-1990); in de grond en grondwater zijn geen verhogingen geconstateerd. # Vilgert 13, oriënterend bodemonderzoek door CBB (d.d.
14-11-1997); in de grond zijn lichte verhogingen met zink en EOX geconstateerd. In het grondwater werd cadmium verontreinigd aangetroffen. # Schandeloseweg 25a, verkennend bodemonderzoek door Econsultancy (2.2. 20-10-2006); in de bovengrond is PAK en EOX licht verhoogd en in de ondergrond zijn geen verhogingen geconstateerd. In het grondwater wordt cadmium en zink licht verontreinigd geconstateerd; # Vilgert / Schandeloseweg, verkennend onderzoek door M&A Bodem & Asbest (nr. 220-VViSc-vo-v1, d.d. 19-6-2020). In de grond zijn geen verhogingen geconstateerd en in het grondwater waren diverse zware metalen licht verontreinigd aangetroffen.
3
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
Volgens de Bodemkwaliteitskaart Venlo en de PFAS bodemkwaliteitskaart Limburg-Noord valt de locatie qua ontgravingskaart en toepassingkaart onder ‘landbouw / natuur’. Bodemloket: De gemeente Venlo heeft via haar eigen bodemloket de bodemgegevens ontsloten. Tanks: Bij de gemeente is bekend dat een bovengrondse dieseltank op de locatie aanwezig geweest met een inhoud van 600 liter. Volgens een milieucontrole in 2001 is vastgesteld dat deze niet stond opgesteld in een lekbak, er was geen bovenafdichting en het aftanken gebeurde niet boven een vloeistofdichte vloer. Milieuvergunningen: Van het perceel Vilgert 13 is bekend dat een tuinbouwkas aanwezig is geweest. Deze is recentelijk gesloopt. Hiervan is een melding bekend voor bedekte teelt. In de verwerkingsloods was een bestrijdingsmiddelenkast aanwezig. De loods blijft staan en behoort tot een ander perceel. De bovengrondse dieseltank (600 liter) stond ten noordoosten van de tuinbouwkas (zie tekening bijlage 1a). Overigen: Van de onderzoekslocatie zijn geen verdere gegevens bekend over sintels, zinkassen of oude watergangen. Het perceel is niet opgenomen op de lijst van bodemsaneringsgevallen van de provincie. Ook staat de locatie niet op de lijst met voormalige stortplaatsen. Conclusie vooronderzoek Op de locatie zijn ten gevolge het gebruik van bestrijdingsmiddelen en bij de bovengrondse dieseltank, verontreinigingen mogelijk.
De sterke verontreinigingen met minerale en vluchtige aromaten in de grond en grondwater op perceelnummer 5890 aan de Schandeloseweg ong. zijn op ruime afstand ten westen van de onderzoekslocatie gesitueerd. Hiervan worden geen verontreinigingen verwacht.
4
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
2.2. Huidig gebruik Op 23 maart 2021 heeft, voorafgaande aan het veldwerk, een terreininspectie plaatsgevonden op het perceel. Uit deze inspectie zijn noch visueel noch zintuiglijk verontreinigingen c.q. bodembedreigende activiteiten geconstateerd. Er zijn geen aanwijzingen geconstateerd dat er verontreiniging op of in de bodem aanwezig is. De onderzoekslocatie is geheel onverhard. De tuinbouwkas is recentelijk gesloopt en er zijn geen resten achtergebleven. Obstakels of zichtbare verontreinigingen zijn niet geconstateerd. Kabels en leidingen zijn niet zichtbaar aanwezig op het terrein. Er zijn verder geen andere aanwijzingen gevonden, dat er calamiteiten op de onderzoekslocatie zijn geschied.
2.3. Toekomstig gebruik Op het perceel worden ruimte-voor-ruimte percelen gerealiseerd. Hiervoor zal een ruimtelijke procedure worden gevolgd. De woningen zullen later worden gerealiseerd en hiervoor dienen aanvragen omgevingsvergunning worden ingediend. Bodembedreigende activiteiten op de locatie zijn niet waarschijnlijk. De gebruiksfunctie van de locatie wordt gewijzigd.
2.4 Asbest in de bodem Op de onderzoekslocatie is een vooronderzoek uitgevoerd volgens NEN 5707 ‘Asbest in de bodem’. Het onderzoeksgedeelte is hierbij rastermatig onderzocht op de aanwezigheid van asbestmateriaal. Als hulpmiddel is hierbij een hark gebruikt voor het doorwoelen van de eerste centimeters van de bovenlaag. Uit het onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen asbestmaterialen op of in de bodem zijn aangetroffen, zodat geen vervolgonderzoek noodzakelijk is. In de kas waren een aantal asbestmaterialen aanwezig. Deze zijn middels een sloopmelding gesaneerd en hiervan is een vrijgave bekend.
5
Vilgert, Velden
M & A Bodem & Asbest BV
2.5. Bodemsamenstelling en geohydrologie De locatie is gelegen in het gebied van de Slenk van Venlo. De locatie ligt ten (noord)oosten van de Tegelenbreuk. De hoofdafwatering van het gebied vindt plaats via de rivier De Maas. De deklaag van de bodem ter plaatse, behorende tot de formatie van Twente, bevindt zich op 19 meter boven NAP en loopt door tot 9 meter boven NAP. Deze deklaag bestaat uit middel fijn tot uiterst fijn zand en is slecht waterdoorlatend. Na de deklaag begint het eerste watervoerende pakket, behorende tot de formaties van Kreftenheye / Veghel, doorlopend tot ongeveer 2 meter beneden NAP waarna de eerste scheidende laag, behorende tot de Venlo klei, begint. De grondwaterspiegel van het eerste watervoerende pakket ter plaatse van de onderzoekslocatie bevindt zich op ca. 16 meter boven NAP. De grondwaterstromingsrichting is ter plaatse westelijk tot noordwestelijk. Deze gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland (blad 52 oost, 52 G). Op de tekening in bijlage 2 zijn de isohypsen van de omgeving van de onderzoekslocatie weergegeven.