CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

027 bijl01 Bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd, toelichting.pdf

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente VenloBij agendapunt: 5.4: RV027 Vaststellen van bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd17.741 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 2 9

woningen, aanzichten en indeling:

Figuur 6: situering woningen binnen plangebied en in relatie tot omliggende woningen

Op bovenstaande schets is te zien dat rekening is gehouden met de plantvakken bij de wegversmalling; de beide roodomcirkelde plantvakken zijn verplaatste vakken, zodat de nieuwe inritten naar de woningen bereikbaar worden.

Figuur 7: straatbeeld van de nieuwe woningen

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 0

Figuur 8: indeling van de woningen, met gehele woonprogramma op de begane grond

Binnen de bedrijfsbestemming zijn 3 nieuwe bedrijfsgebouwen voorzien (fase 5, 6 en 7) welke op onderstaande inrichtingsschets van het gehele plangebied lichtgrijs zijn aangegeven. Tevens is een impressie van de bedrijfsgebouwen toegevoegd.

Figuur 9: inrichting gehele plangebied met bedrijfsgebouw 5, 6 en 7 ten noorden van de woningen

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 1

Op onderstaande afbeelding is te zien dat de afstand van de voorgevels van de bedrijfsgebouwen 5 en 6 minder dan de volgens het vigerende bestemmingsplan noodzakelijke 7 meter bedraagt. Echter, vanwege het feit dat zich tussen gebouw 6 en 7 een keerlus bevindt met een diameter van 25 meter, is er voldoende openheid in het binnengebied en vormt een kortere afstand van 4 respectievelijk 6 meter tot aan de ontsluitingsweg geen belemmering op welke wijze dan ook. De keerlus geeft de nodige lucht en ruimte in het binnengebied, en het feit dat gebouw 5 1 meter dichter op de weg wordt gesitueerd ten opzichte van bestaand gebouw 4, zal in het veld nauwelijks tot niet waarneembaar zijn. Onderstaand is voor dit deel de terreininrichting uitgelicht:

Figuur 10: inrichting plangebied deel bedrijfsgebouw 5, 6 en 7

Enerzijds zorgt dit plan voor een afronding van het bedrijventerrein en anderzijds passen de nieuwe woningen in de omgeving en de opzet van de straat (lintbebouwing). In combinatie met de groene buffer tussen de bedrijfsmatige functies en de woonfunctie wordt er gezorgd voor een goede overgang naar de kern 't Ven, waarmee het nu nog braakliggende terrein passend wordt ingevuld.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 2

4.3

Landschappelijke inpassing en water

Voor de landschappelijke inpassing van het plangebied is de groenvoorziening uitgewerkt in een landschappelijk inpassingsplan waarin ook de grondwal gedetailleerd is opgenomen met bijbehorende beplanting welke aan zal sluiten op de aanplant ten zuidwesten van de Ossenberg. De gemeente heeft aangegeven dat naast een mooie woonstraat en bedrijfslocatie er ook aandacht dient te zijn voor het groene decor. Naast het vastleggen van de bestaande bomen, en het bestaande groen, dient het verder inrichten van de nieuwe situatie aandacht te krijgen om te komen tot een aantrekkelijke woonplek met een groene buffer tussen de woonbebouwing en de bedrijfslokatie. Op onderstaande afbeelding is deze landschappelijke inpassing met wadi's ten behoeve van de hemelwaterinfiltratie opgenomen.

Figuur 11: landschappelijk inpassingsplan

Daarenboven zal de erfgrens tussen de percelen A7586 en A7791, waar geen robuuste landschappelijke inpassing in het inpassingsplan is voorzien, op het perceel A7791 aangekleed worden met een beukenhaag welke zal uitgroeien tot een hoogte van 2 m en op die hoogte onderhouden wordt. Er zullen 5 stuks per m worden aangeplant. Hierdoor wordt de achtertuin van de woning aan de Straelseweg 345a netjes afgerond zodat het zicht op de nieuwe bedrijfsgebouwen wordt verminderd. Het landschappelijk inpassingsplan daterend van 21 juni 2023 is als bijlage 8 toegevoegd.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 3

Hoofdstuk 5 Sectorale aspecten 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt vanuit verschillende sectorale aspecten (o.a. milieu, veiligheid, water, natuur en archeologie) het initiatief getoetst of men zal voldoen aan de criteria van deze aspecten.

5.1.1

Milieueffectrapportage

Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In het gewijzigde Besluit staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is moet een m.e.r.-beoordelingsbesluit worden genomen. Dit houdt in dat in afwijking van voorheen voor iedere activiteit dat wordt genoemd in kolom 1 en onder de drempelwaarde blijft van gevallen in kolom 2, een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen.

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de D 1 bouw van winkelcentra 1.2 of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de De structuurvisie, De vaststelling van activiteit betrekking bedoeld in de het plan, bedoeld in heeft op: artikelen 2.1, 2.2 en artikel 3.6, eerste 1°. een oppervlakte van 2.3 van de Wet lid, onderdelen a en 100 hectare of meer, ruimtelijke b, van de Wet 2°. een aaneengesloten ordening, en het ruimtelijke gebied en 2000 of meer plan, bedoeld in ordening dan wel bij woningen omvat, of artikel 3.1, eerste het ontbreken 3°. een lid, van die wet. daarvan van het bedrijfsvloeroppervlakt plan, bedoeld in e van 200.000 m2 of artikel 3.1, eerste meer. lid, van die wet.

Uit bijlage onderdeel D, Besluit milieueffectrapportage.

Wanneer een woningbouwplan wordt getoetst aan onderdeel D en wordt gekeken in kolom 2 van de D-lijst, is hier een drempelwaarde opgenomen voor '2000 of meer woningen' of 100 ha of meer. In casu behoeft er geen m.e.r.-beoordelingsbesluit te worden genomen. De activiteit voor de bouw van 10 woningen zonder enige andere ontwikkeling en de overschrijding van een bouwgrens met 3 meter binnen de vigerende bedrijfsbestemming, op een gebied van in totaal 1,3 ha, valt niet binnen de definitie van kolom 1, 'een stedelijk ontwikkelingsproject' waarbij de drempelwaarde van 2000 woningen of 100 ha (kolom 2) wordt overschreden.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 4

5.2

Milieuaspecten

5.2.1

Bodem- en grondwaterkwaliteit

In het kader van het onderhavige plan wordt binnen het plangebied een nieuwe bodemgevoelige functie toegelaten in de vorm van tien woningen. Voordat door middel van een omgevingsvergunning nieuwe functies mogelijk worden gemaakt zal er inzicht moeten zijn of de bodem- en grondwaterkwaliteit een dergelijke bebouwing en gebruik ook mogelijk maken. Op 15 januari 2020 is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd door Geonius Milieu B.V. (rapportage is als bijlage aan de planstukken toegevoegd). Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek, aanvullend onderzoek en nader onderzoek asbest blijkt dat de bodem plaatselijk verontreinigd is en worden de volgende aanbevelingen gedaan: 'Ter plaatse van boring 038 is een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK aanwezig (> 25 m3 sterk verontreinigde bodem). Indien in de toekomst graafwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse boring 038 dient een BUS-melding opgesteld te worden waarna, na goedkeuring van het bevoegd gezag (gemeente Venlo), de sterke verontreiniging met PAK kan worden verwijderd. Ter plaatse van boring 020 (0,0-0,25 m-mv) is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met nikkel (< 25 m3 sterk verontreinigde bodem).

Indien in de toekomst graafwerkzaamheden plaatsvinden ter plaatse boring 020 dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden waarna, na goedkeuring van het bevoegd gezag (gemeente Venlo), de sterke verontreiniging met nikkel kan worden verwijderd. Geadviseerd wordt om de sterke verontreiniging met nikkel tegelijkertijd met de sterke verontreiniging met PAK en asbest (bodemlaag SL003) te verwijderen. De nikkel verontreiniging kan onder de BUS-melding meegenomen worden. Ter plaatse van sleuf SL003-2 is asbest boven de interventiewaarde aangetroffen. Indien, ten behoeve van de herinrichting van het terrein, graafwerkzaamheden in de verontreinigde grond plaats gaan vinden, dient vooraf een BUS-melding te worden ingediend. Na goedkeuring van de BUS-melding door het bevoegd gezag (gemeente Venlo) kan 5 weken na goedkeuring worden gestart met de graafwerkzaamheden. De asbesthoudende puinlaag ter plaatse van proefsleuf SL018-1 betreft formeel gezien geen bodem in de zin van de Wet bodembescherming. Geadviseerd wordt een Plan van Aanpak op te stellen dat ter goedkeuring dient te worden gelegd aan bevoegd gezag (gemeente Venlo) alvorens te starten met graafwerkzaamheden ter plaatse van proefsleuf SL018-1.

Het vrijkomende materiaal mag onder condities van tijdelijke uitname (met uitzondering van de sterke verontreinigingen PAK en asbest) op en nabij dezelfde plek onder dezelfde condities weer worden hergebruikt. Indien de vrijkomende grond van de locatie dient te worden afgevoerd, dient, op basis van onderhavige analyseresultaten, rekening te worden gehouden met verhoogde afzetkosten. Getoetst aan de referentiewaarden uit tabel 1 van bijlage B uit de Regeling bodemkwaliteit behorende bij het Besluit bodemkwaliteit varieert de vrijkomende grond van klasse 'achtergrondwaarde' tot 'industrie'. Tijdens graafwerkzaamheden dienen de vrijkomende materialen per kwaliteitsklasse

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 5

separaat te worden ontgraven en afgevoerd.'

Op 10 maart 2020 heeft Geonius Milieu B.V. in opdracht van Gemeente Venlo een evaluatierapport opgesteld betreffende de ontgraving van een puinlaag met gehalten aan asbest boven de samenstellingswaarde ter plaatse van de locatie Straelseweg ongenummerd te Venlo. Aanleiding voor het uitvoeren van een ontgraving vormde de eigendomsoverdracht van de locatie. De ontgraving is beschreven in het plan van aanpak (Driessen Grondwerken B.V.; JS202004023; d.d. 4 februari 2020). De milieukundige begeleiding is uitgevoerd door Geonius Milieu B.V. Alle werkzaamheden zijn uitgevoerd conform de kwaliteitseisen van deze vereniging, in geval van milieukundige begeleiding de BRL SIKB 6000. Gedurende de ontgravingswerkzaamheden is continu een milieukundige begeleider van Geonius Milieu B.V. op het werk aanwezig geweest. Na het afronden van de ontgraving is binnen de saneringslocatie voldaan aan de gestelde doelstelling in het plan van aanpak. Dit evaluatierapport, inclusief de BUS-melding zijn als bijlage aan de planstukken toegevoegd.

Ter plaatse van boring 038 van voornoemd onderzoek van Geonius dient nog een bodemsanering uitgevoerd te worden ; initiatiefnemer conformeert zich aan deze conclusie. Voor aanvang van de sanering is mogelijk nog een nader bodemonderzoek nodig om de aard en omvang van de verontreiniging vast te stellen, nu in het onderzoek van Geonius enkel de contour van de sterke verontreiniging is vastgesteld in plaats van de contour van het geval van ernstige bodemverontreiniging. Nu de omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk aangevraagd zal worden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, dient ook een melding 'milieubelastende activiteit saneren' te worden ingediend. De woningen mogen alleen in gebruik worden genomen nadat het bevoegd gezag is geïnformeerd over de wijze waarop de sanerende of andere beschermende maatregelen zijn uitgevoerd.

Indien bij de (ver)bouw grond wordt geroerd, verplaatst en/of van de locatie wordt aan-/afgevoerd, dient u rekening te houden met de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en/of de Omgevingswet.

5.2.2

Geluid

Wegverkeerslawaai De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit art. 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone, met uitzondering van wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De zonebreedte is afhankelijk van het gebied (stedelijk of buitenstedelijk) en het aantal rijstroken.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 6

Binnen de zones moet een akoestisch onderzoek worden verricht. De voorkeursgrenswaarde voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en terreinen bedraagt in die zone op de buitengevel 48 dB (art. 82 Wgh). De Straelseweg, ter plaatse van het plangebied, is een weg waar een maximum snelheid van 30 km/uur is toegestaan; hetzelfde geldt voor de andere omringende woonstraten. Het plangebied ligt echter wel binnen de geluidszone van 350 meter van de gezoneerde Weselseweg. Om de gevelbelasting te bepalen, is op 24 oktober 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd door HMB. Hierin is geconstateerd dat: 'Uit het onderzoek volgt: • dat voor alle zoneplichtige wegen voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde; • dat de nieuw beoogde woonbestemming geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen; • dat een goed woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie gewaarborgd is. In een later stadium is mogelijk aanvullend onderzoek nodig naar eventueel benodigde bouwkundige maatregelen waarmee voldaan kan worden aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het binnengeluidniveau. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de beoogde herbestemming.'

Als gevolg hiervan kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Voor wat betreft het binnengeluidniveau is een nadere onderzoeksverplichting naar gevelgeluidwering in de planregels opgenomen ingeval gekozen wordt voor een ventilatiesysteem met natuurlijke luchttoevoer.

Spoorweglawaai In de nabijheid van het plangebied is geen spoorlijn gesitueerd. De spoorlijn Venlo-Eindhoven bevindt zich op een afstand van circa 2,5 km ten zuidwesten van het plangebied en vormt hierdoor geen belemmering voor onderhavig plan.

Industrielawaai Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.2.4 'Bedrijven en milieuzonering'.

5.2.3

Luchtkwaliteit

Kleine en grote projecten De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en grote' projecten. Kleine projecten dragen niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in het Besluit “Niet in betekenende mate bijdragen

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 7

(luchtkwaliteitseisen)”. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten - die jaarlijks meer dan 3 procent van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 bijdragen- een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) Dit is een Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 31 oktober 2007, nr. DJZ2007004707, houdende regels omtrent de aanwijzing van categorieën van gevallen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer (Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)). Het gaat hierbij om de volgende categorieën: 1. inrichtingen 2. infrastructuur 3. kantoorlocaties 4. woningbouwlocaties Voor woningbouw geldt dat woningbouwprojecten van netto niet meer dan 1500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) niet in betekende mate bedragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (art. 4 lid 1 Besluit NIBM jo. art. 4 lid 2, bijlage 3B.2 Regeling NIBM). Het onderhavige project is met 10 nieuwe woningen aan de Straelseweg en de ondergeschikt gewijzigde situering van 2 bedrijfsgebouwen dusdanig beperkt van omvang dat de conclusie kan worden getrokken dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient tevens bepaald te worden of de kwaliteit van de lucht ter plaatse goed genoeg is voor de realisatie van nieuwe woningen (goed woon- en leefklimaat). Op de grootschalige concentratiekaarten van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) was de concentratie Pm10 ter plaatse in 2022 15 ug/m3, en was de concentratie NO2 ter plaatse in 2022 12 ug/m3. De actuele metingen tonen dat de actuele luchtkwaliteit als 'goed' kan worden gekwalificeerd. Volgens de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse daarom zodanig dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het project.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 8

5.2.4

Bedrijven en milieuzoneringen

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.

Bedrijven en milieuzonering De indeling van de bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten is vastgelegd een Staat van bedrijfsactiviteiten die is opgenomen in de VNG brochure 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009. In deze Staat worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Op grond van deze Staat kan een beleidsmatige selectie worden gemaakt van de op het plangebied toe te laten bedrijfsactiviteiten. De bedrijven zijn op basis van de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-codes) in deze Staat gerangschikt. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

Invloed milieuhinder op het plangebied Het plangebied ligt in het bebouwd gebied van de kern Venlo, op de overgang van de woonwijk 't Ven naar het bedrijventerrein Veegtes. Er is hierdoor sprake van een gemengd gebied. In een straal van 50 m vanaf de randen van het plangebied voorzover het de gevoelige objecten (woningen) betreft, zijn een aantal bedrijven gelegen, welke in onderstaande tabel zijn opgenomen: locatie

soort bedrijf/categorie

richtafstand (gemengd feitelijke afstand gebied)

bedrijventerrein Veegtes Bedrijf - 1

t/m milieucategorie 2

10 m

aangrenzend

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 3 9

bedrijventerrein Veegtes Bedrijf - 2

t/m milieucategorie 3.2 (opslagverhuur Self Storage)

30 m (geluid)

bedrijventerrein Veegtes Bedrijf - 2

t/m milieucategorie 3.2 50 m (geluid) (metaalbewerkingsbedrijf 10 m (geur en stof) Bodycote)

10 m

Straelseweg 568

bedrijf max 0m milieucategorie 3.1/detailhandel (woondecoratie de Knip)

14 m

Straelseweg 331A

maatschappelijke doeleinden (max. milieucategorie 2)

50 m

10 m

10 m

De nieuwe woningen liggen binnen de milieuzone van enkele bedrijven op bedrijventerrein Veegtes voor wat betreft het aspect geluid. Om te beoordelen of er als gevolg van de activiteiten ter plaatse van Bodycote sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen, is op 24 oktober 2023 een akoestisch onderzoek uitgevoerd door HMB. Op basis van dat (als bijlage aan de plantoelichting toegevoegde) onderzoek kan gesteld worden dat ter plaatse van de nieuwe woningen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) overal voldaan wordt aan de grenswaarde van 50 dB(A) mits de drie bedrijfsgebouwen waarvoor een omgevingsvergunning is aangevraagd welke medio november 2023 is verleend ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Hiertoe is in de bestemming Wonen een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de nieuw te realiseren woningen pas in gebruik mogen worden genomen na realisatie van voornoemde bedrijfsgebouwen. Voor piekgeluiden (LAmax) worden in de dagperiode waardes berekend tot 72 dB(A) als gevolg van laden/lossen, hetgeen mag worden uitgesloten van toetsing. In de avond en nacht wordt aan alle geldende eisen voldaan. Bij de berekende waardes is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De woningen betekenen daarmee geen extra belemmering voor de geluidsruimte van Bodycote en een goed woon- /leefklimaat als gevolg van Bodycote is op de onderzoekslocatie gewaarborgd. De zuidoosthoek wordt reeds beperkt door de bestaande woning Straelseweg 343. Bovendien heeft Bodycote in overleg met de HMB aangegeven hier geen uitbreidingsplannen te hebben.

Straelseweg 568 (detailhandel): Het betreffende pand ligt in de huidige situatie volledig ingesloten door bestaande woningen van derden die aanzienlijk dichter bij zijn gelegen dan de nieuw beoogde woningen. Deze inrichting valt onder de werking van het Activiteitenbesluit. Enerzijds is hiermee de geluidruimte van het bedrijf reeds beperkt door de bestaande omliggende woningen, zodat de nieuwe woningen geen inbreuk doen op deze geluidruimte. Anderzijds voldoet de geluidbelasting op de nieuwe woningen vanwege het bedrijf daarmee per definitie aan de grenswaarde van 50 dB(A) / 70 dB(A) (LAr,LT / LAmax), en is een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen als gevolg van het bedrijf gewaarborgd.

Ter plaatse van de achtertuin van de woning aan de Straelseweg 345A (perceel 7586) zal de bedrijfsbestemming vervangen worden door de bestemming 'Wonen' gekregen omdat dit recht

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 0

doet aan het bestaande gebruik. Deze gronden komen niet voor bebouwing voor gebouwen in aanmerking; als gevolg hiervan wordt de afstand van de woning tot de bedrijfsfunctie groter, hetgeen ten goede komt aan het woon- en leefklimaat ter plaatse van deze woning.

De woningen maken geen inbreuk op de geluidruimte van omliggende bedrijven en een goed woon- en leefklimaat als gevolg van deze bedrijven op de onderzoekslocatie is gewaarborgd.

Er kan derhalve worden gesteld dat qua milieuzonering wordt voldaan aan de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering'.

5.2.5

Externe veiligheid

Risicovolle inrichtingen (bevi) De veiligheid rond bedrijven wordt gereguleerd in de vigerende milieuvergunning (of een geldende Algemene Maatregel van Bestuur) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen van 21 oktober 2004 (Bevi). In het Bevi worden specifieke regels opgenomen voor specifieke risicovoIle inrichtingen. In het Bevi heeft iedere risicovolle inrichting een veiligheidszone gekregen. Dit heet de plaatsgebonden risicocontour (PR-contour). Binnen deze contour mogen nieuwe kwetsbare objecten (zoals woningen, scholen, ziekenhuizen, grootschalige kantoren, hotels, winkelcentra, campings) of beperkt kwetsbare objecten (zoals verspreid liggende woningen, bedrijfswoningen dan wel bedrijfsgebouwen van derden, kleinere kantoren, hotels en winkels, sporthallen, zwembaden) niet of niet zonder meer worden opgericht. Het Bevi gaat uit van een PR-contour 10-6/jr. Het kan gaan om inrichtingen waarbij door middel van een vaste afstand wordt voldaan aan deze contour (zogenaamde “categoriale inrichtingen”) en inrichtingen waarbij deze contour individueel moet worden berekend (Quantitative Risk Assement (QRA)). Dit is geregeld in Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi).

Bij het nemen van een planologische besluit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan) moet het bevoegd gezag deze contour in acht nemen voor kwetsbare objecten. Hierbij geldt de PR-contour 10-6/jr. als grenswaarde. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de contour als richtwaarde, d.w.z. in principe moet PR 10-6/jr. aangehouden worden, maar er mag gemotiveerd van worden afgeweken. Naast het plaatsgebonden risico kent het Bevi ook het groepsrisico (GR). Het groepsrisico geeft aan wat de kans is op een ongeval met ten minste 10, 100 of 1000 dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde bron. Het aantal personen dat in de omgeving van de bron verblijft bepaalt daardoor mede de hoogte van het groepsrisico. Voor het GR geldt geen harde juridische norm (zoals de PR-contour 10-6/jr. wel is) maar een zogenaamde oriënterende waarde. Het berekende groepsrisico wordt weergegeven in een curve, waarbij de kans op een ongeval wordt uitgezet tegen het aantal mensen dat daarbij omkomt. In dezelfde grafiek wordt de oriënterende waarde uitgezet. Als die wordt overschreden door een ruimtelijke ontwikkeling moet dat worden verantwoord. Hiermee wordt in beeld gebracht of en in welke mate het bevoegd gezag het GR wel of niet aanvaardbaar vindt, al dan niet na het nemen van maatregelen.

Volgens de Signaleringskaart ligt in de omgeving (in een straal van 500 m) van het plangebied één inrichting met risicovolle activiteiten, te weten Bodycote, zoals op onderstaande afbeelding

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 1

is te zien:

Figuur 12: uitsnede uit Signaleringskaart

Op de afbeelding is te zien dat de externe veiligheidszones op een afstand van ruim 100 meter ten opzichte van de nieuwe woningen (in het groene kader) zijn gelegen, zodat geconstateerd kan worden dat het aspect externe veiligheid inrichtingen geen belemmering vormt voor het project.

Vervoer gevaarlijke stoffen Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Zo moet een basisveiligheidsniveau rond transportassen (plaatsgebonden risico) en een transparante afweging van het groepsrisico worden gewaarborgd. Daarmee wordt de opdracht aan het bevoegd gezag voor ruimtelijke besluiten nadrukkelijk vastgelegd om rekening te houden met de risico's van transport van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. In het basisnet is de omvang voor de verschillende transportmodaliteiten vastgelegd. Voor zover het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn met name de rijks-, provincialeen spoorwegen en de Maas van belang. Het plangebied bevindt zich op een afstand van ruim 500 m van de meest nabijgelegen transportroute waarover gevaarlijke stoffen vervoerd kunnen worden. Het betreft de A67; het plangebied ligt buiten de PR 10-6 contour van de A67. Dit betekent dat het plan voldoet aan de grenswaarde van het plaatsgebonden risico.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 2

Figuur 12: Signaleringskaart transportroutes externe veiligheid

Bij een zone vanaf 200 meter tot het einde van het invloedsgebied dient alleen rekening gehouden te worden met de effecten van een toxische gaswolk. Ontwikkeling groepsrisico Indien een ruimtelijk plan in dit gebied tot toename van de personendichtheid leidt, betekent dat het groepsrisico niet significant zal toenemen, vanwege: de afstand tot de plaats van het mogelijke incident; de aard van incident (blootstelling aan toxisch gas); de reeds hoge personendichtheden binnen de gemeente Venlo nabij de grote risicobronnen. Mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico De mogelijkheden tot beperking van het groepsrisico door maatregelen bij de risicobron zijn beschreven in het beleidsplan externe veiligheid. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is binnen het plangebied geen item, vanwege het gegeven dat de: toename van de personendichtheid geen significant effect op het groepsrisico heeft; kans op overlijden ten gevolge van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden bijzonder klein is. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Op deze afstand van de risicobron speelt het bestrijdbaarheidsvraagstuk niet of nauwelijks. De bestrijding vindt plaats bij de bron, op ruime afstand van het plangebied.

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Omdat blootstelling aan een toxisch gas het bepalende scenario is, biedt ‘schuilen’ de beste wijze van zelfredzaamheid. Schuilen vindt plaats binnen bouwwerken. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 3

Het plangebied wordt veelal alleen blootgesteld aan de gevolgen van een toxische gaswolk bij ‘optimale’ weersomstandigheden (bijvoorbeeld Pasquilklasse F1.5: weinig vermenging met schone lucht), die gedurende het jaar procentueel weinig voorkomen. Bij bestaande bouwwerken worden geen aanvullende maatregelen getroffen om mogelijke indringing van toxisch gas te verminderen. Aanpassing van bijvoorbeeld oude woningen op dit punt is ingrijpend en kostbaar. Bij nieuwe bouwwerken is sprake van een steeds betere isolatie, welke zorgt voor een goede bescherming tegen het binnendringen van het toxische gas. Nieuwe gebouwen die voorzien zijn van een luchtbehandelingsinstallatie, waardoor het toxisch gas naar binnen kan worden gezogen dienen voorzien te zijn van mogelijkheden om dit systeem met één druk op de knop uit te schakelen. Van belang is dat bewoners tijdig gewaarschuwd worden. Dit gebeurt door het in werking stellen van het WAS (Waarschuwing- en AlarmeringsSysteem) als onderdeel van de algemene Rampenbestrijding en mogelijk in de toekomst via NL-alert.

Verder is in de omgeving van de projectgebied (binnen een straal van 500 m) geen sprake van een buisleiding voor het transport van gevaarlijke stoffen.

Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt in het kader van onderhavig project.

5.3

Waterparagraaf

Waterbeleid Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Waterschap Limburg. In het kader van het beleid van zowel de gemeente Venlo als het waterschap dient binnen het plangebied een duurzaam waterhuishoudkundig systeem gerealiseerd te worden. Concreet betekent dit dat er sprake moet zijn van gescheiden schoon- en vuilwaterstromen die afzonderlijk worden verwerkt. Vanuit het waterschap Limburg gelden daarbij de volgende uitgangspunten: 1. Circa 10% van het projectgebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of projectgebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd. 2. Rekening houden met hoogteverschillen in projectgebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het projectgebied en andersom. 3. Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen. 4. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren. 5. Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar | bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 4

oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool. 6. Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepte-infiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen. 7. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord-Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren. 8. Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

Hergebruik Hierbij kan gedacht worden aan de aanleg van gescheiden watercircuits door het hergebruik van bijvoorbeeld regenwater (drinkwater, grijswater, huishoudwater). De ervaringen met bestaande proefprojecten leert echter dat deze pas rendabel zijn bij projecten met 1000 of meer te bouwen woningen. Ook de recent aangescherpte regelgeving op dit vlak maakt het hergebruik van (regen)water niet snel haalbaar. Het onderhavige project is dan ook te kleinschalig om deze voorziening toe te passen.

Infiltratie, buffering en afvoer Onderstaand is aangegeven hoe met deze aspecten wordt omgegaan.

Waterhuishoudkundige situatie plangebied Afvoerend verhard oppervlak en riolering Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats ten belope van ongeveer 5500 m2 (bebouwing én niet-doorlatende erfverharding) ter plaatse van de nieuwe bedrijfsgebouwen en ongeveer 2000 m2 ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen.

Grondwater De bodem bestaat blijkens het verkennend bodemonderzoek uit zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof zand, grind en midden zand, met weinig zandige klei en fijn zand, een spoor klei en kans op stenen, keien en blokken. Het grondwater bevond zich ten tijde van het bodemonderzoek op circa 2,5 m onder maaiveld. De GHG zit op >2 m.

Oppervlaktewater In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen waterlopen. Op grotere afstand stromen de (Zijtak) Proeftuinlossing, Oud Golten en de Gerrittenbeek. Voor het overige is er geen

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 5

oppervlaktewater in de omgeving. Op onderstaande figuur is een uitsnede van de legger van het waterschap weergegeven waarop de waterlopen ten opzichte van het plangebied (rode cirkel) zijn te zien.

Figuur 13: uitsnede legger waterschap

Het project heeft redelijkerwijs, gezien de afstanden tot de waterlopen geen nadelige effecten.

HemeI- en afvalwater Infiltratie van hemelwater. Binnen het plangebied vindt een toename van het afvoerend verhard oppervlak plaats van circa 5500 m2 voor de bedrijfsgebouwen en circa 2000 m2 voor de 10 woningen. Gelet op het feit dat het gaat om nieuwbouw zal alles afgekoppeld dienen te worden.

De K-waarde (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied bedraagt volgens het bodemdoorlatendheidsonderzoek dat is uitgevoerd door Lankelma en als bijlage bij de planstukken is gevoegd, 0,9-1,3 m/dag. Deze gronden zijn derhalve geschikt voor hemelwaterinfiltratie. Bij de bepaling van de capaciteit/kwantiteit van de infiltratievoorziening wordt uitgegaan van een neerslaggebeurtenis T=100.

Kwantiteitsberekening

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 6

Neerslag T=10 -> 50 mm neerslag/m2

Neerslag T=100-> 100 mm neerslag/m2

Te verwerken per woning -> 200 m2 x 0,05 m = 10 m3

Te verwerken -> 200 m2 x 0,1 m = 20 m3 per woning

Te verwerken bij bedrijven -> 5500 m2 x 0,05 m Te verwerken bij bedrijven -> 5500 m2 x 0,1 m = = 275 m2 550 m2 Hoewel de gemeente Venlo een bergingseis ken van 50 mm/m2, zullen binnen het plangebied wadi's worden gerealiseerd binnen de bestemmingen Groen en Bedrijf - 1, welke onderdeel zullen gaan uitmaken van de landschappelijke inpassing en waarbij uitgegaan wordt van een extreme bui (T=100). Het oppervlak van de voorziening binnen de bestemming Groen bedraagt circa 1475 m2. Bij een gemiddelde diepte van 50 cm is dit ruim voldoende om een bui van T=100 te kunnen verwerken.

Het streven is om bij nieuwe ontwikkelingen zoveel mogelijk klimaatadaptief te bouwen. Hierbij kan gedacht worden aan opslag van water voor hergebruik tot het realiseren van vegetatiedaken. Een alternatieve uitvoering van de hemelwaterinfiltratie met vergelijkbare capaciteit behoort dus ook tot de mogelijkheden.

Voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater zal aangesloten worden op de gemeentelijke riolering.

Bouwmaterialen De gemeente Venlo streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen. Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de initiatiefnemer wordt daarom gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

Concluderend kan gesteld worden dat door onderhavig project geen knelpunten ontstaan tussen grondgebruik en de waterhuishouding.

5.4

Kabels en leidingen

Het plangebied is niet gelegen binnen een (hinder)zone of werkstrook van hoofdleidingen voor olie of water en hoogspanningsleidingen. Voordat met eventuele (lichte) graafwerkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, zal initiatiefnemer een Klic-melding doen, zodat ook rekening gehouden kan worden met de ligging van de gebruikelijke leidingen en kabels.

Het plangebied is verder niet gelegen binnen een obstakelbeheer- of radarverstoringsgebied van een civiel of militair luchtvaartterrein en over het plangebied loopt geen straalpad van telecomaanbieders.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 7

5.5

Gebiedsbescherming

De als Natuurnetwerk Nederland (voorheen: EHS) aangemerkte gebieden bevinden zich op een ruime afstand van ongeveer 750 m van het plangebied en de als Natura 2000 (Maasduinen) aangewezen gebieden op meer dan 2 km (zie figuur 14).

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 8 Figuur 14: Natura 2000 resp. NNN omgeving plangebied

De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet Natuurbescherming. Om een mogelijk effect op stikstofgevoelige habitattypen inzichtelijk te maken kan onderzoek naar de neerslag van stikstof noodzakelijk gesteld worden. Voor de doorgang van een initiatief dient te worden aangetoond dat er geen significant negatieve effecten worden voorzien op een omliggend Natura 2000-gebied. Met de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) is besloten dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet als toestemmingsbasis mag gelden voor nieuwe activiteiten. Er dient te worden aangetoond dat met het plan geen negatieve effecten worden voorzien op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het stikstofonderzoek zal met het programma Aerius Calculator de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van ammoniak (NH3) en stikstofoxiden (NOx) op het oppervlak van de omliggende Natura 2000-gebieden inzichtelijk worden gemaakt. Bij een projectbijdrage van 0,00 mol/ha/jaar zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Het dichtstbijgelegen Natura 2000 gebied (Nordrhein-Westfalen) bevindt zich op een afstand van ruim 2,2 km vanaf het plangebied.

Verstorende effecten van de nieuw te realiseren woningen en bedrijfsgebouwen op dit gebied zijn niet te verwachten, omdat er geen oppervlakteverlies of verontreiniging plaatsvindt, geen mechanische effecten zijn en geen sprake is van verstoring door licht en geluid. Ook een significante optische verstoring is niet voorstelbaar. De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase met peiljaar 2023 is verricht met behulp van het programma Aerius Calculator (zie bijlage). Het projecteffect op de Natura 2000-gebieden is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunning benodigd is voor het aspect stikstof.

5.6

Soortenbescherming

Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wn) in werking getreden. Deze vervangt drie wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De gebiedsbescherming wordt geregeld in hoofdstuk 2 van de Wn. Met de Wn wordt een eind gemaakt aan de discussies over de implementatie van de Europese richtlijnen. In artikel 3.1 Wn wordt direct een link gelegd met de Vogelrichtliijn. Alle vogels die beschermd zijn op grond van artikel 1 Vogelrichtlijn vallen onder het beschermingsregime van de artikel 3.1 Wn, voor zover deze vogels van nature in Nederland voorkomen. Artikel 3.1 eerste lid Wn ziet op het verbod om vogels te doden of vangen. De verboden in de Wn zijn vrijwel letterlijk overgenomen uit de artikelen 5 en 6 Vogelrichtlijn. Net als de in de Vogelrichtlijn zijn de verboden beperkt tot opzettelijke handelingen. Het beschermingsregime voor vogels is iets versoepeld ten opzichte van het systeem onder de Flora en faunawet. Het verbod op het opzettelijk verstoren van vogels is beperkt tot verstoringen die van “wezenlijke invloed” zijn op de staat van instandhouding van de soort. Onder wezenlijke invloed wordt verstaan: “een wezenlijke negatieve invloed op een beschermde soort”. Of daar sprake van is hangt af van de populatie van de diersoort. Hoe zeldzamer de soort hoe groter de kans dat naar bijvoorbeeld een lokale populatie moet worden

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 4 9

gekeken. Daarnaast is van belang of de populatie een negatief effect zelf teniet kan doen, bijvoorbeeld of er voldoende uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders. Als een populatie het effect niet zelf teniet kan doen is de kans groter dat het effect als wezenlijke invloed kan worden aangemerkt. Bij vogels is verstoring tijdens het broedseizoen niet langer verboden als de gunstige staat van instandhouding niet in gevaar is. De wet voorziet in ruime mogelijkheden voor het verlenen van vrijstellingen, ook voor vogels en strikt beschermde soorten. Bij het verlenen van de vrijstelling moet aan dezelfde voorwaarden worden voldaan als bij het verlenen van de vroegere ontheffing. Een ontheffing van een verbod ex artikel 3.1 Wn kan slechts worden verleend indien: er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is; er geen sprake is van verslechtering van de staat van instandhouding van de soort; en er een limitatief opgesomde ontheffingsgrond aan de ontheffing ten grondslag kan worden gelegd.

Quickscan flora en fauna Het plangebied is op dit moment in gebruik als buitenopslag van bedrijven; er is begroeiing (bomen en struiken) aanwezig die grotendeels gerooid moet worden. Gelet hierop kan een verstoring van flora en fauna door onderhavig project niet worden uitgesloten. Om deze aanname te staven, is op 5 juni 2023 een ecologisch onderzoek uitgevoerd door Faunaconsult. Hieruit zijn de volgende conclusies getrokken: 'Algemene vogels In het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Verstoring van broedvogels en vernietiging van vogelnesten kan worden voorkomen door de vegetatie buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) te verwijderen. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan. Omdat vogels sporadisch ook buiten de periode 15 maart – 15 juli broeden, kan het verwijderen van vegetatie toch leiden tot overtreding van de Wnb. Indien blijkt dat er broedende vogels aanwezig zijn, dan mogen deze niet worden verstoord. Ook mogen in gebruik zijnde nesten niet worden vernield.

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wet natuurbescherming zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.'

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 0

Het ecologisch onderzoek is als bijlage bij de planstukken gevoegd.

5.7

Archeologie en cultuurhistorie

Archeologie Ten aanzien van archeologie is het uitgangspunt dat het archeologisch erfgoed moet worden beschermd op de plaats waar het wordt aangetroffen. Gezien dit uitgangspunt mogen bekende archeologische monumenten niet aangetast worden en moet in geval van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde, in principe een inventariserend en waarderend vooronderzoek plaatsvinden. Eventueel aangetroffen waarden dienen primair ter plekke (in situ) beschermd te worden dan wel - indien dat redelijkerwijs niet mogelijk is- door een opgraving (ex situ) te worden veilig gesteld. In gebieden met een lage indicatieve archeologische waarde is er een geringe kans op het aantreffen van archeologische waarden.

Volgens de Archeologische Beleidskaart Venlo 2015 is er grotendeels sprake van een 'AMZ-terrein' dat reeds op archeologische verwachtingswaarde is onderzocht en is vrijgegeven. Een klein deel, ter plaatse van de voortuinen en toeritten van de nieuwe woningen, is sprake van een zone met middel tot zeer hoge verwachtingswaarde.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 1

Figuur 15: Archeologische Beleidskaart

In de zone met middel tot zeer hoge verwachtingswaarde is een verstoring tot maximaal 40 cm onder maaiveld toegestaan zonder archeologisch onderzoek.

In het vigerende bestemmingsplan is aan deze locatie geen dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' toegekend. Voor het veilig stellen van de op de Archeologische Beleidskaart opgenomen archeologische verwachting is in onderhavig bestemmingsplan de | bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 2

dubbelbestemming Waarde - Archeologie opgenomen. Alvorens de grond kan worden geroerd tot een diepte van meer dan 40 cm onder maaiveld, dient voor verstoringen met een oppervlakte groter dan 100 m², een rapport te worden overlegd waarin de archeologische waarden van de gronden die zullen worden verstoord, in voldoende mate zijn vastgesteld. Binnen deze dubbelbestemming zullen geen werkzaamheden worden uitgevoerd die dieper gaan dan 40 cm onder maaiveld én een groter oppervlak beslaan dan 100 m2.

Het het aspect archeologie vormt op deze wijze derhalve geen belemmering voor dit plan.

Cultuurhistorie Op de cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente Venlo is het plangebied en directe omgeving aangeduid als een ‘droge kampontginningen’, net buiten de bebouwing van Venlo centrum. Op de cultuurhistorische waardenkaart is een aantal van deze wegen, waaronder de Rijksweg, de Bosberglaan en de Hanikerweg, aangeduid als historische wegen. Ook een aantal wegen en dijken in het buitengebied van Velden is als zodanig aangeduid. Het plangebied is aangeduid als 'cultuurlandschap'.

Figuur 16: uitsnede cultuurhistorischeinventarisatiekaart Venlo

Droge kampontginningen bevinden zich verspreid over de hele gemeente. De historische kernen grenzen vrijwel allemaal aan de randen van deze kampontginningen. De kern van dit landschapstype wordt gevormd door de open velden. Dit waren oorspronkelijk meerdere kleinschalige ontginningen die aaneengegroeid zijn tot grotere akkercomplexen. Aan de randen van deze akkercomplexen, maar ook elders in de gemeente, komen droge kampontginningen met een rationale en onregelmatige structuur voor. Deze ontginningen zijn over het algemeen jonger en hadden een meer kleinschalig karakter. Met name binnen de variant met velden hebben in de tweede helft van de 20e eeuw grote ruimtelijke ingrepen plaatsgevonden in de | bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 3

vorm van woningbouw. De van oorsprong kleinschalige rationele en onregelmatige kampontginningen hebben in de loop van de 20e eeuw door schaalvergroting hun kleinschalige karakter verloren.

Op basis van deze cultuurhistorische inventarisatiekaart van de gemeente Venlo is geconstateerd dat er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig zijn binnen het plangebied, dat inmiddels geheel wordt omringd door bedrijfs- en woonbebouwing. Deze conclusie wordt bevestigd door de gegevens als vermeld op onderstaande uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Limburg, waarop het plangebied zelf is aangeduid als 'bouwland/veld' en de Straelseweg zelf ter hoogte van het plangebied en verder richting het noordoosten is aangeduid als een weg uit de periode 1806-1890.

Figuur 16a: uitsnede cultuurhistorischewaardenkaart provincie Limburg

Door onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.

5.8

Verkeer en parkeren

5.8.1

Verkeer

Het plangebied voorzover het de nieuwe woningen betreft, wordt rechtstreeks ontsloten op de Straelseweg. Voor de Straelseweg geldt ter hoogte van het plangebied een snelheidsregime van 30 km/u. Het profiel deze weg is hierop toegesneden, waarbij aan beide zijden langsparkeervakken zijn aangebracht, evenals een trottoir dat op gelijk niveau als de rijbaan ligt en in breedte varieert naar gelang er sprake is van een wegversmalling. Tussen de langsparkeervakken bevinden zich groenperkjes met bomen en struiken. Verder zijn snelheidsbeperkende maatregelen in de vorm van drempels aangelegd.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 4

Vanuit de Straelseweg kan ofwel via de Schoolweg, ofwel via de Nijmeegseweg de Weselseweg bereikt worden welke toegang geeft tot de A67 welke het verkeer in oostelijke (Duitsland) en westelijke (Eindhoven) richting verspreid. De Nijmeegseweg en de Weselseweg kennen een maximum snelheid van 50 km/u. In de omgeving van het plangebied zijn ook openbaar vervoersmogelijkheden. De dichtstbij gelegen bushalte Winkelveldstraat (lijn 5 richting Venlo) bevindt zich aan de Straelseweg, op loopafstand van het plangebied (circa 300 m).

Het plangebied voorzover het de nieuwe bedrijfshallen (fase 5, 6 en 7) betreft, wordt via een te realiseren toerit binnen het plangebied, aangesloten op de bestaande toerit van fase 1 t/m 4 en ontsloten op de Groethofstraat die over gaat op de Van Leeuwenhoekstraat en uitkomt op de Laurens Janszoon Costerstraat om van daaruit de Nijmeegseweg te bereiken. De nieuwe toerit heeft een breedte van ruim 7 meter en er is een keerlus in aangebracht met een diameter van 25 meter waardoor ook vrachtwagencombinaties de mogelijkheid hebben om te keren.

Het plandeel voor de drie bedrijfsgebouwen leidt in het geheel niet tot extra verkeersbewegingen in relatie tot het reeds planologisch toegestane gebruik; het dichter op de ontsluitingsweg bouwen heeft geen consequenties voor het aantal verkeersbewegingen. Het plandeel waar de bedrijfsbestemming plaats maakt voor 10 woningen, zal het verkeer dat gerelateerd moet worden aan een gemiddeld hier toegestaan bedrijf verdisconteerd worden met het verkeer afkomstig van 10 woningen. De verkeersgeneratie van beide functies zijn onderstaand met elkaar vergeleken: functie

verkeersgeneratie

Maat

totaal

bedrijf bezoekers- en arbeidsextensief

10 per 100 m2 BVO

1000 m2 BVO

100

wonen

8 per woning

10 woningen

80

Uit deze tabel blijkt dat het wijzigen van de bedrijfsbestemming naar de bestemming Wonen niet leidt tot extra verkeersbewegingen. De verkeersbewegingen zullen beperkt blijven tot bewoners- en bezoekersverkeer. Het project als geheel heeft hierdoor geen wezenlijke consequenties voor de wegenstructuur en verkeersveiligheid, hoeve wel soort verkeer aan de Straelseweg van bedrijfsmatig (en groter) verkeer wijzigt in regulier autoverkeer, hetgeen de verkeersveiligheid eerder ten goede zal komen.

Vanuit de Straelseweg is er een calamiteitendoorgang voorzien met een breedte van 3,5 meter; het betreft een weg die is afgesloten en alleen toegankelijk is voor hulpdiensten zodat de bedrijven ook via de achterzijde benaderd kunnen worden en ingeval van nood personen ook via die zijde het gebied kunnen verlaten.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 5

5.8.2

Parkeren

De parkeernorm op basis van het CROW betreft voor tweekappers minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein welke per stuk minimaal 6 meter diep en 2,5 breed zijn. Elke woning heeft een lange oprit met een lengte van ten minste 12 meter. Dit biedt de mogelijkheid om twee voertuigen achter elkaar op eigen terrein te parkeren. Verder zijn er in het openbaar gebied vóór de woningen nog eens 10 langsparkeervakken welke nu feitelijk nauwelijks gebruikt worden. Deze 16 bestaande vakken zullen zodanig worden heringericht, dat ze de bereikbaarheid van de opritten naar de woningen niet blokkeren; daardoor zullen er 10 vakken resteren. Voor een bezoekers- en arbeidsextensief bedrijf is per 100 m2 BVO gemiddeld 1 parkeerplaats nodig. Per bedrijfsgebouw is de parkeerbehoefte onderstaand weergegeven: Bedrijf

BVO

parkeerbehoefte (afgerond) parkeerplaatsen voorzien

fase 5

933 m2

10

20

fase 6

497 m2

5

8

fase 7

707 m2

8

17

Verder zijn er nog 4 extra parkeerplaatsen opgenomen die voor alle bedrijven gebruikt kunnen worden. Op onderstaande afbeelding is de situering van de parkeerplaatsen weergegeven. Hieruit blijkt dat er ruim voldoende parkeergelegenheid is voorzien:

Figuur 17: potentielesituering parkeergelegenheid woningen

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 6

Figuur 18: potentielesituering parkeergelegenheid bedrijven

5.9

Duurzaamheid

Het Bouwbesluit stelt dat per januari 2021 nieuwbouw bijna energieneutraal (BENG) moet zijn: er is vrijwel geen energie nodig, energie die nog nodig is komt uit groene bronnen. De binnen het plangebied te realiseren woningen zullen in ieder geval voldoen aan 'BENG'. In onderhavig plan zijn de volgende duurzaamheidsmaatregelen voorzien: de woningen worden niet aangesloten op gas (elektrisch koken); de woningen zullen worden aangesloten op een bodemwarmtepomp ter verwarming en koeling van de woning, mits dit passend is binnen de beperkingen als gevolg van de boringsvrije zone van de Venloschol; in de woningen wordt balansventilatie toegepast (warmte-terugwin-installatie); de woningen zullen een substantiële hoeveelheid energie opwekken middels zonnepanelen; de woningen worden zeer goed geïsoleerd en hebben een zeer lage warmtevraag.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 7

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding. De gronden zijn in eigendom van de initiatiefnemer.

Kostenverhaal zal geregeld worden in een tussen de gemeente Venlo en de initiatiefnemer af te sluiten overeenkomst, waarin het aspect planschade-afwenteling, zoals bedoeld in art. 6.4a Wro met initiatiefnemer wordt geregeld. Hiermee wordt gewaarborgd dat eventueel te vergoeden planschade niet voor rekening van de gemeente Venlo komt maar voor rekening van de initiatiefnemer.

6.2

Maatschappelijk uitvoerbaarheid

Procedure Elk nieuw bestemmingsplan ontstaat uit een initiatief. De totstandkoming begint met de beslissing dat een bestemmingsplan zal worden opgesteld. Conform artikel 3.1.1. Bro worden de provincie Limburg en Waterschap Limburg in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Artikel 3.8 Wro regelt de procedure van het bestemmingsplan. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing. Hierbij zijn een aantal aanvullingen: 1. kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 3:12 Awb, dient tevens te worden gepubliceerd in de Staatscourant en langs elektronische weg te worden verzonden; 2. het ontwerpbestemmingsplan dient te worden verstuurd aan het Rijk, provincie, waterschappen en aan de besturen van bij het plan een belang hebbende gemeenten; 3. kennisgeving aan de eigenaren van percelen welke de bestemming in de naaste toekomst zal worden verwezenlijkt; 4. door een ieder kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht; 5. de gemeenteraad dient binnen 12 weken, na de ter inzage termijn beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Binnen twee weken wordt het besluit tot vaststelling bekend gemaakt. Indien door Gedeputeerde Staten (GS) een zienswijze is ingediend en deze niet volledig is overgenomen, dan vindt bekendmaking plaats binnen zes weken na vaststelling.

Dit geldt tevens indien de gemeenteraad wijzigingen aanbrengt in het ontwerp. In deze gevallen zend het college na vaststelling onverwijld een afschrift van het raadsbesluit aan GS. Indien het Rijk of de provincie gebruik wil maken van haar aanwijzingsbevoegdheid gaat deze termijn niet op. Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wordt dan, met uitsluiting van het onderdeel waarop het aanwijzingsbesluit ziet, samen met het aanwijzingsbesluit bekend gemaakt. Het besluit treedt in werking 1 dag na afloop van de beroepstermijn.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 8

Overleg In het kader van het wettelijk overleg heeft overleg plaatsgevonden met de provincie Limburg. Er was geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.

Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft in februari 2023 omwonenden van het plangebied en overige belanghebbenden in kennis gesteld van de plannen. Het verslag van de omgevingsdialoog is ter hand gesteld aan het bevoegd gezag en de reacties hebben geen aanleiding gegeven tot het aanbrengen van wezenlijke veranderingen in het plan.

Zienswijzen ontwerp-bestemmingsplan Het ontwerp-besluit tot wijziging van het bestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

| bestemmingsplan Straelseweg ongenummerd | status: vastgesteld |

Pagina | 5 9

Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1

Planstukken

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: plantoelichting planregels; verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. De plansystematiek voldoet aan de volgende RO-standaarden 2012: Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

7.2

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/285/documents/7892