CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

025bijl Advies rolkeuze bij realisatie warmtenet.pdf

Raadsvergadering 28 april 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 5.6: RV 25 - Rolkeuze gemeente Venlo bij warmtenetten12.095 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Advies rolkeuze bij realisatie warmtenet

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Ons kenmerk 210223(LG) Advies rolkeuze bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

1 42

Advies rolkeuze bij realisatie warmtenet

Auteur Linda Groenen Partner

Coauteur Dyon Noy Directeur

© Atriensis projecten b.v. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze rapportage mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm en op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opname of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Atriensis projecten b.v.

Atriensis projecten b.v. Zernikestraat 17 5612 HZ Eindhoven 088 511 14 44 www.atriensis.nl info@atriensis.nl KVK Oost Brabant 72826169 NL25 ABNA 0831 6598 74

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Inhoudsopgave

2 42

1

Inleiding ....................................................................................................................................................................... 3

2

Situatie warmtemarkt ............................................................................................................................................. 5

3

Rolkeuze gemeente .............................................................................................................................................. 12

4

Inzichten uit interviews ........................................................................................................................................ 14

5

Lokale situatie.......................................................................................................................................................... 15

6

Advies ......................................................................................................................................................................... 22

Bijlage 1 Overzicht interviews ................................................................................................................................... 26 Bijlage 2: Intentieovereenkomst Gas(t)vrije wijk Hagerhof-Oost ................................................................ 37

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

1 Inleiding1 Kern Deze notitie richt zich op de keuze die de gemeente Venlo in dit stadium moet maken met betrekking tot de rol die zij in de verdere verkenning van realisatie en exploitatie van warmtenetten op zich neemt.

3 42

Aanleiding Nederland is in transitie. Onderweg naar een toekomst met nieuwe energie, nieuwe natuur en nieuw gebruik. In vaktermen: onderweg naar een toekomst met duurzame energie, circulair materiaalgebruik en een klimaatadaptieve leefomgeving. Gemeenten zijn een belangrijke schakel in deze transitie. In 2021 dient elke gemeente de Transitievisie Warmte op te leveren. De gemeente Venlo greep samen met belanghouders zoals de betrokken woningcorporaties, Waterschap Limburg en netbeheerder Enexis deze aanleiding om de energietransitie te combineren met de uitdagingen op het gebied van circulariteit en klimaatadaptatie. En daarmee bij te dragen aan een plezierige toekomst voor iedereen in Venlo. Transitievisie Eind 2019 leverden partijen een eerste versie van deze integrale Transitievisie op, die op 22 april 2020 door de gemeenteraad van Venlo is vastgesteld. Partijen werkten ondertussen samen verder aan de Transitievisie 2021, welke op 31 maart 2021 ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Warmtevisie In de eerste versie van de Transitievisie is een beschrijving opgenomen van de opties voor duurzame energie. Op hoofdlijnen zijn er drie mogelijkheden voor het verwarmen van de gebouwde omgeving: warmtenet, groen of synthetisch gas of volledig elektrisch.

Bij alle drie de opties geldt dat de energiebron uiterlijk in 2050 (maar liefst zo snel mogelijk) volledig duurzaam dient te zijn. Naast de energiebron is ook de energie-infrastructuur relevant. En de aanpassingen die een woningeigenaar moet uitvoeren om de woning geschikt te maken voor de nieuwe energiebron. Om per wijk de best passende optie te selecteren te bepalen, vond een analyse plaats van beschikbare data. Daarbij zijn onder andere het aantal woningen, de bebouwingsdichtheid en het aandeel gestapelde bouw in een wijk geanalyseerd. Maar ook de mate van clustering van corporatiebezit, de kenmerken van de bestaande woningvoorraad en de energie-infrastructuur. De overheid stelde daarnaast nog een dataset ter beschikking in de vorm van de Startanalyse, die ook is meegenomen in de analyse. Uit deze analyse kwam naar voren dat er in Venlo aanzienlijke kansen zijn om middels duurzame warmtenetten te voorzien in verwarming van de gebouwde omgeving. De Maas biedt voor Venlo een groot potentieel aan duurzame warmte middels TEO (thermische energie uit oppervlaktewater, ook wel benoemd als aquathermie). Daarnaast zijn er op verschillende locaties mogelijkheden om restwarmte van lokale industrie te benutten. Warmtenetten 1

Blauw zijn hyperlinks. Open met een muisklik de achtergrondinformatie.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Op dit moment kent Venlo nog geen grootschalige warmtenetten. Alleen een zeer compact warmtenet tussen de flats aan de Molenbossen. De situatie in Venlo leent zich voor een opschaalbare aanpak. In de tweede versie van de Transitievisie (2021) is o.a. dit onderdeel verder uitgewerkt en identificeerden we 4 clusters van wijken die kansrijk zijn: 1 2 3 4

Hagerhof-Oost, Krekelveld, Sinselveld, Hagerhof-West, Maaswaard en Spoorsingel ’t Zand, Withuis en Craneveld Molenbossen, Annakamp-Oost en Hazenkamp Tegelen-centrum, Bosserhof, Maasveld I en II, Lage Heide en Op de Heide

Deze clusters zijn als kansrijk beoordeeld vanwege een combinatie van factoren:

4 42

• • • • •

Het aandeel corporatiewoningen en de geplande investeringen daarin Geplande ingrepen aan het aardgasnet De beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen De planning van de gemeente voor de aanpak van de openbare ruimte Geplande maatregelen uit de agenda Groen & Water gericht op het beperken van wateroverlast en hittestress

We zien deze clusters als kralen van een ketting die op een later moment aan elkaar geregen kunnen worden. Daarmee kan uiteindelijk een stedelijk warmtenet gerealiseerd worden waarbij meerdere bronnen optimale stabiliteit en efficiëntie bieden. Clusters 1, 2 en 3 staan op de planning om vóór 2030 op te pakken. Wat niet wil zeggen dat deze clusters ook vóór 2030 volledig aardgasvrij zijn. Aanvullende informatie over deze clusters is opgenomen in paragraaf 5.1. Voor cluster 4 is de planning om na 2030 te starten. In de Transitievisie 2021 gaan we uitgebreid in op de aanwezige duurzame warmtebronnen, de aanpak in deze wijken en wat dit voor de inwoners van deze wijken betekent. Voor hen doen we dit immers! Rolkeuze Voordat in Venlo verdere stappen ondernomen kunnen worden met betrekking tot de realisatie van warmtenetten, is het van belang dat de gemeente Venlo een rol kiest. Op verschillende plekken in Nederland is door gemeenten en andere belanghouders zoals woningcorporaties, warmtebedrijven en netbeheerders al ervaring opgedaan met de verschillende rollen die gemeenten kunnen kiezen bij de exploitatie en realisatie van warmtenetten. Deze opgedane ervaring en kennis haalden wij middels interviews op. En passen we in deze notitie toe op de specifieke situatie in Venlo. Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft de warmtemarkt in Nederland.

Naast de huidige situatie komen daarbij ook toekomstige ontwikkelingen aan bod. Hoofstuk 3 schetst vervolgens de rolkeuze waar de gemeente Venlo nu voor staat. In hoofdstuk 4 komen de inzichten aan bod die we uit de interviews destilleerden. In hoofdstuk 5 beschrijven we de lokale situatie. Tenslotte formuleren we in hoofdstuk 6 de geadviseerde rolkeuze en vervolgstappen. Bijlage 1 geeft een overzicht van de casussen, geïnterviewde personen en de inzichten die we per casus uit de interviews destilleerden. In bijlage 2 is de tekst uit de intentieovereenkomst Gas(t)vrije wijk Hagerhof-Oost opgenomen.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

2 Situatie warmtemarkt In dit hoofdstuk gaan we in paragraaf 2.1 in op warmtenetten zelf. In paragraaf 2.2 beschrijven we de context van governance rond warmtenetten en in paragraaf 2.3 de toekomstige ontwikkeling van het wettelijk kader. In paragraaf 2.4 komt tenslotte het handelingsperspectief voor zeggenschap aan bod.

2.1 Warmtenetten Het eerste warmtenet in Nederland werd in 1923 in Utrecht gerealiseerd. In de afgelopen eeuw heeft de warmtemarkt in Nederland zich ontwikkeld. De publicatie ‘Warmtenetten georganiseerd’ beschrijft o.a. deze ontwikkeling aan de hand van 5 generaties warmtenetten. Figuur 2.1 illustreert deze ontwikkeling.

5 42

Figuur 2.1 Generaties warmtenetten (bron: ‘Warmtenetten georganiseerd’) De publicatie ‘Warmtenetten ontrafeld’ geeft daarnaast een complete toelichting op alle technische facetten van een warmtenet. Op dit moment zijn er circa 420.000 woningen aangesloten op warmtenetten. Het Klimaatakkoord schetst forse uitbreiding van dit aantal. Via 1,2 miljoen woningen in 2030 naar mogelijk de helft van de in totaal 7,8 miljoen huidige woningen in 2050. Branchevereniging Aedes faciliteerde namens en met woningcorporaties en warmtebedrijven de totstandkoming van het Startmotorkader voor warmtenetten. Onderdeel van dit kader zijn naast uitgebreide uitleg van technische, juridische en financiële aspecten ook modelcontracten. Het document ‘Toelichting Startmotorkader warmtenetten’ schetst de onderdelen van een warmtenet (of warmteketen) als volgt:

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

6 42

1 De warmtebron2 (en eventueel hulp- en piekwarmtecentrales) 2 Het hoofddistributietracé dat grote hoeveelheden warmte transporteert naar éen of meer warmteoverdrachtstations3 3 Het warmteoverdrachtstation dat warmte overdraagt naar één of meerdere primaire leidingnetten 4 Het primaire leidingnet dat warmte distribueert naar één of meerdere onder(verdeel)stations 5 Het onder(verdeel)station dat warmte verdeelt over de wijk naar één of meerdere secundaire leidingnetten 6 Het secundaire leidingnet dat warmte distribueert naar de afnemers 7 De aansluiting die de verbinding legt met de woning of het complex 8 De afleverset/afleverstation die de warmte overdraagt naar het interne warmteafgiftesysteem (de radiatoren) van de woning of het complex 9 Het interne warmteafgiftesysteem in de woning of het complex (zoals het leidingwerk en radiatoren) is ook onderdeel van de warmteketen, maar niet van het warmtenet zoals het vanuit de wet is gedefinieerd Figuur 2.2 geeft bovenstaande onderdelen inclusief de onderlinge samenhang schematisch weer.

Figuur 2.2 Onderdelen warmtenet In figuur 2.2 is het warmtenet schematisch als integraal geheel weergegeven. In de praktijk zijn er organisatorisch verschillende ‘knippen’ mogelijk. In de figuren 2.3, 2.4 en 2.5 illustreren we dit. De meeste grootschalige warmtenetten zijn ook voorzien van hulpwarmtecentrales voor de piekvraag of als (gedeeltelijke) back up. Deze kunnen zowel in het primaire net, als in het secundaire net staan. 3 Als voorbeeld gaat het Startmotorkader uit van een grootschalig hoofddistributienet, zoals in Rotterdam of Amsterdam. Zie voor een overzicht van warmtenetten: CE Delft, Warmtenetten in Nederland (2009). 2

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Figuur 2.3 geeft een overzicht van de verschillende onderdelen als integraal geheel. Figuur 2.4 illustreert de (horizontale) knip tussen netwerk en levering, die in de volgende paragraaf nader beschreven wordt. Figuur 2.5 illustreert tenslotte de (verticale) knip tussen de verschillende onderdelen, die soms ook aan de orde is. Bijvoorbeeld wanneer het eigenaarschap van de verschillende onderdelen verticaal gesplitst is. Ook deze optie komt in de volgende paragraaf nader aan de orde.

Figuur 2.3 Onderdelen van de warmteketen als integraal geheel

7 42

Figuur 2.4 Horizontale knip tussen netwerk en levering

Figuur 2.5 Verticale knip tussen onderdelen

2.2 Context De markt voor gas en elektra voor huishoudens kent een knip naar netwerk tot en met de NUTS-meter als publieke taak en naar levering aan de consument als taak voor de markt. Deze scheiding is niet van toepassing bij levering van warmte door derden aan afnemers. De markt is in principe aan zet en een formele opgelegde (horizontale) knip tussen netwerk en levering ontbreekt. Afnemers zijn daarmee gebonden aan de betreffende marktpartij. Er is voor afnemers geen keuze en de leverancier is een monopolist. De algemeen geaccepteerde opvatting is dat de veel besproken scheiding tussen netwerk en levering pas denkbaar is als warmtenetten op veel grotere schaal zijn toegepast. Dan kan er sprake zijn van een scheiding tussen het

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

aanleggen en beheren van het netwerk als publieke taak versus levering van warmte als opgave voor de markt waarbij de afnemer keuze heeft. Dat moment ligt nog ver weg. De begrippen ‘open’ versus ‘gesloten’ warmtenetten worden in deze discussie veel gebruikt. Met niet altijd duidelijke definities eraan ten grondslag. Het Startmotorkader onderscheidt twee mogelijkheden voor open warmtenetten: 1 Een net in eigendom van één partij die de warmte levert aan de gebouwen, maar waarop meerdere producenten hun warmte kunnen invoeren 2 Een net in eigendom van een onafhankelijke partij waarop meerdere warmteleveranciers actief zijn. Dit volgt het systeem van gas- en elektriciteitsnetten, met een beheerder van het net, en verscheidene leveranciers die hierover warmte leveren aan verschillende afnemers

8 42

In de Warmtewet is een warmteleverancier verplicht om het gesprek aan te gaan met partijen die aangeven interesse te hebben om warmte te leveren (ook wel genoemd ophaalrecht of uitkoppelplicht). De eerste optie wordt hierbij dus ondersteund. Over verscheidenheid van leveranciers en netbeheerders, optie 2, zijn landelijk geen uitspraken opgesteld. In een Kamerbrief over de plannen voor de Warmtewet 2 staat gesteld dat de open warmtemarkt zoals bij gas- en elektriciteitsnetten niet aannemelijk wordt gevonden. Splitsing in de warmtemarkt levert geen positieve bijdrage aan betaalbaarheid, want wettelijke regelgeving waarborgt de betrouwbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid bij integrale levering van de warmte door één leverancier. Lokaal blijft er echter veel aandacht voor de ontwikkeling van volledig open warmtenetten. Bij de overgang naar een warmtenet met waarschijnlijk een afleverset per woning en een B2C (Business-to-Consumer) relatie tussen een nader te bepalen warmtebedrijf en bewoner ligt de complete verantwoordelijkheid tot en met de afleverset bij het integrale warmtebedrijf, inclusief het innen van de factuur voor de warmte bij de bewoner. Het warmteafgiftesysteem met bijvoorbeeld radiatoren achter de afleverset blijft wel eigendom van en de verantwoordelijkheid van de woningeigenaar.

Het warmtebedrijf is integraal verantwoordelijk, maar dat betekent niet dat het warmtebedrijf ook eigenaar is van alle onderdelen van de warmteketen. Er kan sprake zijn van de in de vorige paragraaf benoemde verticale knip. Het is mogelijk dat het warmtebedrijf bijvoorbeeld de warmte bij de bron of het warmteoverdrachtstation afneemt van een derde partij. En/of dat het warmtebedrijf tegen een transportvergoeding gebruik maakt van een deel van het leidingtracé, bijvoorbeeld het hoofddistributietracé en/of het primair leidingnet wanneer dit niet in eigendom is van het integrale warmtebedrijf zelf. Het secundair leidingnet is meestal wel eigendom van het integrale warmtebedrijf. Woningeigenaren zijn verantwoordelijk voor de warmtevoorziening in hun woning. Ook bij de overgang van verwarming met aardgas naar een warmtenet. In de uitgangssituatie hebben woningeigenaren en ook huurders de keuze uit verschillende gasleveranciers. De inperking van de keuzevrijheid die woningeigenaren en huurders ervaren bij de overstap naar een warmtenet is een element dat bij deze overstap voortdurend de aandacht verdiend. Bij een huurwoning die is of wordt aangesloten op een warmtenet sluit de woningeigenaar een aansluit- of

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

exploitatiecontract af met het warmtebedrijf. De huurder sluit een leveringscontract af met het warmtebedrijf. Beide contracten zijn in dat geval natuurlijk wel op elkaar afgestemd. In geval van een particuliere woningeigenaar gaat deze zelf beide contracten aan met het warmtebedrijf. In dat geval wordt met een geïntegreerd contract gewerkt.

2.3 Toekomst

9 42

Bij warmtenetten en aansluitingen van maximaal 100 kW wordt de relatie tussen warmtebedrijf en afnemers geregeld door de Warmtewet. Vanwege de monopolie van warmtebedrijven focust de in 2014 ingevoerde Warmtewet op bescherming van afnemers die geen keuze hebben. Denk aan maximale tarieven, boetes bij storingen en kwaliteit van dienstverlening. De in juni 2020 gepubliceerde ter consultatie aangeboden concept tekst geeft een helder beeld van de per 2022 in te voeren Warmtewet 2. De aangekondigde wijzigingen hebben grote gevolgen voor gemeenten, warmtebedrijven en woningcorporaties. De koppeling van warmtetarieven aan de gasprijs is niet langer houdbaar. Daarbij is betere vertaling van het Klimaatakkoord richting gemeenten en warmtebedrijven noodzakelijk. In de concept tekst van de nieuwe Warmtewet verschijnt de gemeente als belangrijke speler op het toneel. De gemeente wijst warmtekavels aan. Warmtebedrijven ontvangen van de gemeente een concessie voor een periode van 20 tot 30 jaar voor aanleg en exploitatie. Dit dient wel een onderneming te zijn die integrale verantwoordelijkheid voor het warmtenet en levering binnen dat warmtekavel draagt. Er zijn harde afspraken om jaarlijks te verduurzamen. Stapsgewijs naar halvering van uitstoot van CO2 ten opzichte van aardgas in 2030.

Woningeigenaren binnen het warmtekavel hebben aansluitrecht met als basisprincipe ‘aansluiten tenzij proactief hiervan afzien’. Dat betekent dat een woningeigenaar het expliciet - binnen een bepaalde termijn - moet aangeven wanneer hij of zij niet wil aansluiten op het warmtenet dat in een warmtekavel wordt ontwikkeld of uitgebreid. De veranderingen kleuren de samenwerking tussen gemeenten, warmtebedrijven en corporaties voor de komende jaren al in. De Warmtewet 2 moet naadloos aansluiten bij de door gemeenten op te stellen Transitievisie Warmte met wijkuitvoeringsplannen. Het gaat dus over veel meer dan alleen bescherming van de afnemer zoals in de in 2014 ingevoerde Warmtewet (actuele tarieven en dergelijke). De vier meest opvallende zaken: 1 Gemeenten. Een prominentere rol voor gemeenten. Afzonderlijke of meerdere gemeenten gezamenlijk wijzen warmtekavels aan. Een warmtekavel is een gebiedsafbakening waarbinnen zich wijken/gebouwen bevinden waarvoor de gemeente collectieve warmte overweegt. Bij vaststelling van de omvang van de kavel wordt onder meer rekening gehouden met voldoende beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen en de technischeconomische mogelijkheid om een op zichzelf staand en in tijd robuust warmtesysteem te exploiteren binnen het kavel. De omvang van de warmtekavel moet zodanig zijn dat deze aspecten geborgd zijn.

Kaders hiervoor volgen vanuit de Warmtewet 2 en toetsing geschiedt door de provincie. Gemeenten wijzen via een transparant selectieproces een warmtebedrijf aan voor aanleg en langjarige exploitatie (20 tot 30 jaar) 2 Warmtebedrijven. Het door de gemeente geselecteerde warmtebedrijf legt het collectieve warmtesysteem binnen de warmtekavel aan en exploiteert deze. Er is aansluitrecht voor

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

afnemers, geen aansluitplicht. Er komt meer transparantie over de structuur van kosten en baten. Tarieven zijn zodanig dat ‘efficiënte’ kosten terug te verdienen zijn (voorbeeld), ook vanwege het aantrekken van gunstige financiering door het warmtebedrijf. 3 Tarieven. Scheiding van netwerk en levering is niet realistisch. Monopolie blijft en daarom handhaving van de bescherming van de ‘gebonden’ afnemers. Daarnaast moeten er prikkels komen om efficiency te bevorderen (voorbeeld). Tarieven zijn gebaseerd op ‘efficiënte’ kosten in combinatie met een ‘redelijk rendement’. Twee belangrijke begrippen die de komende periode nader uitgewerkt worden (zie de Kamerbrief van Minister Wiebes van februari 2020) 4 Verduurzaming. Vanaf 2020 moeten warmtebedrijven hun duurzaamheidsprestaties al rapporteren. Aanvullend verplichtingen om opwekking te verduurzamen naar CO2-neutraliteit in 2050 met een helder tussendoel in 2030. Producenten van restwarmte krijgen misschien de verplichting opgelegd om deze ‘uit te koppelen’ naar warmtebedrijven

10 42

2.4 Handelingsperspectief voor zeggenschap in warmtemarkt Anders dan bij gas en elektriciteit bestaat er bij warmtenetten geen vrije keuze voor individuele bewoners om hun eigen warmteleverancier te kiezen. Er is immers geen toegang voor andere partijen. Het warmtebedrijf levert hoe dan ook aan de aangesloten woningen. Uiterlijk 2021 geven gemeenten middels hun Transitievisie Warmte aan hoe van aardgas af te komen. Warmtenetten staan hierbij vaak op punten al achter vanwege het vaak negatieve imago als gevolg van die onvermijdelijke monopolie. Gesprekken over het meest wenselijke alternatief voor aardgas gaan daarom onvermijdelijk ook over eigendom, zeggenschap en governance. Op hoofdlijnen vier situaties voor zeggenschap bij nieuwe warmtenetten: 1 Markt. Conform de Warmtewet 2 wijzen gemeenten warmtekavels voor zeer lange termijn toe via een transparant selectieproces aan een warmtebedrijf. Aanleg en exploitatie berusten bij deze marktpartij. Deze verzorgt productie van warmte, transport en levering aan afnemers. Zeker voor de hand liggend als een nieuw warmtenet een uitbreiding vormt van een bestaand warmtenet van de betreffende marktpartij. Slechts bescheiden zeggenschap door of namens afnemers. Bijvoorbeeld met aanvullende contractbepalingen, een raad van advies met hierin vertegenwoordiging van afnemers of een klantenpanel.

Zeggenschap van afnemers is er niet, ultiem borgt de Warmtewet 2.0 belangen van afnemers 2 Publiek. De Warmtewet 2 staat ook toe dat gemeenten na een transparant selectieproces warmtekavels onderbrengen bij een (inter-) gemeentelijke entiteit of een dochter van een publieke netbeheerder zoals Enpuls. Alle verantwoordelijkheden zoals aanleg en exploitatie berusten vervolgens bij de betreffende publieke organisatie. Bij een (inter-) gemeentelijke entiteit heeft de democratisch gekozen gemeenteraad uiteindelijk het laatste woord. Daarnaast fungeert de Warmtewet 2 als vangnet voor afnemers (rapport met toelichting positie gemeente). Zeggenschap van afnemers loopt via de democratisch gekozen gemeenteraad 3 Corporatie. Een warmtevoorziening voor sociale huurwoningen is een toegestane activiteit voor toegelaten instellingen. Voor particulieren aan hetzelfde warmtenet is dit weer niet toegestaan en is maatwerk c.q. afsplitsing nodig. Borging van belangen van huurders als afnemers loopt via de corporatie. De warmtelevering door corporaties is inmiddels uit de Warmtewet geschrapt en is teruggekeerd naar het Besluit Servicekosten. Het

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Besluit Servicekosten gaat uit van doorbelasting van ofwel de werkelijke inkoop van energie voor het warmtenet ofwel de maximale tarieven volgens de ACM als deze lager blijken te zijn. Zeggenschap van huurders loopt via de gebruikelijke routes volgens huurwetgeving 4 Afnemers. De afgelopen jaren schoten energiecoöperaties als paddenstoelen uit de grond. Energieconsumenten nemen het heft in eigen hand. Door warmtecoöperaties (rapport) is een vergelijkbare ontwikkeling denkbaar, al vindt dit nog niet op grote schaal plaats. De leden van de warmtecoöperatie hebben alle zeggenschap en zijn meteen integraal verantwoordelijk. Uiteraard kunnen zij uitvoerende taken uitbesteden. Zeggenschap van afnemers wordt geregeld via het lidmaatschap van de warmtecoöperatie In hoofdstuk 3 vertalen we deze situaties naar de verschillende rollen die een gemeente kan innemen in relatie tot de realisatie en exploitatie van warmtenetten.

11 42

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

3 Rolkeuze gemeente Elke situatie heeft zijn eigen kenmerken. Het is aan gemeenten om de rol en positie te kiezen die het beste past bij de specifieke situatie in die gemeente. De brochure ‘Rol van gemeenten bij het aanleggen van warmtenetten’ gaat hier nader op in. En onderscheidt 4 mogelijke ‘rollen’ die een gemeente kan kiezen. Figuur 3.1 geeft een overzicht van deze rollen.

12 42

Figuur 3.1 Overzicht rollen gemeente bij aanleggen warmtenetten (Bron: Brochure ‘Rol van gemeenten bij het aanleggen van warmtenetten’) Hierna volgt een korte toelichting per rol: De facilitator geeft ruimte aan het initiatief van de markt en/of buurt. Als facilitator stimuleert en faciliteert de gemeente. De gemeente stelt kaders op waarbinnen een partij die van de gemeente een vergunning verkrijgt het net mag aanleggen en exploiteren. De gemeente heeft hierbij slechts een beperkte rol en daarmee ook beperkte invloed. De gemeente toetst alleen over de aanvrager een vergunning kan krijgen. De gemeente kan in dat geval geen aanvullende eisen stellen en geen financiële tegemoetkoming bieden. Zie hier voor een beschrijving van hoe dit verloopt in de Amsterdamse wijk Middenmeer waar buurtcoöperatie MeerEnergie zich inzet om een warmtenet te ontwikkelen met restwarmte uit datacenters. Ook de casus Culemborg uit bijlage 1 is een voorbeeld waarbij de gemeente voor de rol van facilitator heeft gekozen. In de rol van partner kiest de gemeente bewust voor samenwerking met één partij of coöperatie/burgerinitiatief. In gezamenlijkheid doorlopen partijen het gehele proces van planvorming tot en met exploitatie van het warmtenet. Van belang is dat de gemeente vertrouwen heeft in de partij met wie ze samen optrekt.

En dat de gemeente rekening houdt met geldende inkoop- en aanbestedingsregels en hier transparant mee omgaat. Zie hier voor een korte beschrijving hoe dit verloopt in Dordrecht, onderdeel van de casus Drechtsteden uit bijlage 1. In de rol van aanbesteder wenst de gemeente een keuze te maken tussen verschillende marktpartijen. Om op deze manier het beste aanbod uit de markt te krijgen. Van belang is in dat geval dat wordt voldaan aan de aanbestedingswet. Het uitvoeren van een marktconsultatie verdient de aanbeveling. Zodat ook een goed beeld bestaat van de interesse van marktpartijen. Zie hier voor een voorbeeld van een aanbesteding van de gemeente Den Haag voor een warmtenet voor de nieuwbouwpanden in de wijk Laakhavens.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

In de rol van eigenaar houdt de gemeente alles in eigen hand. Maximale invloed, maar ook maximale en multidisciplinaire inzet van kennis en kunde. Zie hier voor een voorbeeld in de gemeente Eindhoven, welke ook als casus naar voren komt in bijlage 1. In de praktijk zien we in veel gevallen een hybride invulling van de rol door de gemeente. Bijvoorbeeld omdat binnen een gemeente in verschillende gebieden de situatie dusdanig verschilt dat met een zuivere keuze voor slechts één van de rollen geen optimale situatie wordt bereikt. Zie bijvoorbeeld de casus Eindhoven in bijlage 1. In alle gevallen is er risico voor de gemeente. Immers, ongeacht welke rol de gemeente ook kiest, wanneer er iets mis gaat met de warmtelevering zullen inwoners zich al snel tot de gemeente wenden. Maar met de keuze voor een rol of positie bepaalt de gemeente hoe zij de verschillende risico’s zou willen afdekken. In zijn algemeenheid geldt hierbij ook dat hoe groter de invloed is die de gemeente door deze rolkeuze aanwendt, hoe meer transparantie vereist is.

13 42

De keuze voor een rol hangt af van feitelijke kenmerken zoals: a) De beschikbaarheid of toegankelijkheid van bronnen die duurzame warmte kunnen leveren aan het warmtenet b) De opschaalbaarheid van het warmtenet c) Het beoogde aan te sluiten (leverings)gebied d) De verwachte kosten van de warmte voor eindgebruikers e) Het aantal mogelijke leveranciers van warmte f) De aanwezigheid van initiatieven vanuit de samenleving gericht op het realiseren en exploiteren van warmtenetten g) De aanwezigheid van natuurlijke partners zoals warmtebedrijven en (dochters van) netbeheerders Maar ook van de visie en daaruit afgeleide keuzes en beleid van de gemeente omtrent: h) De mate van invloed die de gemeente wil hebben op de ontwikkeling i) De gewenste snelheid van realisatie j) Het risico dat de gemeente op zich wil en kan nemen In hoofdstuk 5 beschrijven we situatie in Venlo aan de hand van deze aspecten.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

4 Inzichten uit interviews Hoewel de warmtemarkt in Nederland nog volop in ontwikkeling is, is er op verschillende plekken in Nederland al ervaring opgedaan met de in het vorige hoofdstuk beschreven rollen. Middels interviews haalden wij deze ervaringen op. Voor elke rol selecteerden we één of meerdere casussen. Vervolgens interviewden we vertegenwoordigers van de gemeente, het warmtebedrijf en een woningcorporatie als afnemer. We namen in totaal 18 interviews af. Bijlage 1 geeft een overzicht van de casussen, geïnterviewde personen en inzichten. Hierna beschrijven we de meest waardevolle inzichten die we uit deze interviews destilleerden:

14 42

• De (in ontwikkeling zijnde) Warmtewet geeft voldoende kaders op het gebied van verduurzaming van de warmtebron, tarieven en mogelijkheden rond samenwerkingsvormen rond warmtenetten. Het is natuurlijk mogelijk om aanvullend daarop als gemeente nog invloed uit te oefenen maar uiteindelijk geldt: wie betaalt, bepaalt • Realisatie van warmtenetten vraagt om forse investeringen en een lange termijn scope. Met name in de eerste fase van aanleggen van de infrastructuur en het aansluiten van gebouwen. Dit verdraagt zich in principe niet goed met de financiële en politieke dimensies en horizon van de bestuurlijke organisatie bij een gemeente. Met de nodige ambitie en creativiteit is hier desgewenst een mouw aan te passen • Samenwerkingsvormen met publieke partijen zoals de netbeheerders behoren tot de mogelijkheden, mits zorgvuldig en transparant vormgegeven. Een recente Kamerbrief van Minister Wiebes schetst hiertoe verschillende mogelijke samenwerkingsvormen • Schaarste van duurzame warmtebronnen kan aanleiding zijn om meer publieke invloed aan te wenden op de verdeling van deze bronnen • Betrokkenheid van een publieke partij zoals een gemeente geeft vertrouwen bij afnemers. Deze betrokkenheid hoeft niet altijd via een (meerderheids)belang georganiseerd te worden • De rolkeuze van een gemeente m.b.t.

de realisatie en exploitatie van warmtenetten kan variëren tussen verschillende gebieden binnen die gemeente. Afhankelijk va de situatie in een gebied. Bijvoorbeeld in het ene gebied de rol van facilitator en in het andere gebied de rol van eigenaar, partner of aanbesteder • Inherent aan het ontwikkelen van warmtenetten is dat je meestal bij de aanleg van het hoofd distributie tracé en soms ook in het primaire leidingnet moet overdimensioneren om op de lange termijn en voor de overkoepelende scope de meest kosten efficiënte exploitatie te kunnen organiseren Daarnaast noteerden we de volgende concrete adviezen: • Neem hoe dan ook de woningcorporaties goed mee bij alle afwegingen en de ontwikkeling van de businesscase die aan de basis ligt van de aanleg en exploitatie van een warmtenet • Transparantie bij dit soort langdurige samenwerkingen is van groot belang, ook richting inwoners • Hanteer zoveel mogelijk de kaders die er al zijn. Zoals de (in ontwikkeling zijnde) Warmtewet 2.0 en het Startmotorkader dat door Aedes en een aantal warmtebedrijven werd ontwikkeld • Overweeg de integrale transitie (waar een duurzaam warmtenet een onderdeel van kan zijn) uit te werken in een MKBA (maatschappelijke kosten-baten analyse) met daarin aandacht voor alle koppelkansen

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

5 Lokale situatie In dit hoofdstuk beschrijven we de situatie in Venlo. In paragraaf 5.1 beschrijven we waar in Venlo kansen liggen voor de realisatie van duurzame warmtenetten. Vervolgens komen in paragraaf 5.2 de in hoofdstuk 3 als relevant benoemde aspecten aan bod.

5.1 Kansen voor warmtenetten Zoals ook al in de inleiding is uiteengezet, komt uit de Transitievisie van Venlo naar voren dat er in Venlo aanzienlijke kansen zijn om middels duurzame warmtenetten te voorzien in verwarming van de gebouwde omgeving. Figuur 5.1 geeft de gebieden die kansrijk zijn voor warmtenetten in rood weer.

15 42

Figuur 5.1 Kansen voor warmtenetten in Venlo De drie clusters van wijken die we voor 2030 willen oppakken, zijn in figuur 5.1 aangeduid met de zwarte cirkels. Dit zien we als de ‘kralen’ van een ketting die in eerste instantie los van elkaar ontwikkeld worden en op een later moment aan elkaar geregen kunnen worden. Daarmee kan

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

uiteindelijk een stedelijk warmtenet gerealiseerd worden waarbij meerdere bronnen optimale stabiliteit en efficiëntie bieden. Hierna volgt van iedere cluster een meer gedetailleerde weergave van de situatie. De legenda van het ingekleurde vastgoed geven we ook weer.

16 42

Figuur 5.2 Cluster 1: Hagerhof-Oost, Krekelveld, Sinselveld, Hagerhof-West, Maaswaard en Spoorsingel

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

17 42

Figuur 5.3 Cluster 2: ’t Zand, Withuis en Craneveld

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

18 42

Figuur 5.4 Cluster 3 Molenbossen, Annakamp-Oost en Hazenkamp Clusters 1, 2 en 3 pakken we vóór 2030 op. Wat niet wil zeggen dat deze clusters ook vóór 2030 volledig aardgasvrij zijn. Voor cluster 4 is de planning om na 2030 te starten. In totaal bevatten de wijken in deze eerste 3 clusters ruim 10.000 woningen en daarnaast nog ruim 2.000 woningequivalenten in utiliteitsbouw. In de Transitievisie gaan we uitgebreid in op de aanwezige duurzame warmtebronnen, de aanpak in deze wijken en wat dit voor de inwoners van deze wijken betekent. Deze notitie richt zich op de keuze die de gemeente Venlo in dit stadium moet

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

maken met betrekking tot de rol die zij in de verdere verkenning van realisatie van warmtenetten op zich neemt.

5.2 Relevante aspecten In hoofdstuk 3 benoemden we een aantal relevante aspecten voor de rolkeuze van een gemeente aangaande de realisatie en exploitatie van warmtenetten. In deze paragraaf beschrijven we de situatie in Venlo aan de hand van deze aspecten. Als eerste de feitelijke kenmerken:

19 42

a De beschikbaarheid of toegankelijkheid van bronnen die het warmtenet vullen Met TEO, oftewel aquathermie uit de Maas beschikt Venlo over een vrijwel onuitputtelijke en duurzame warmtebron. Daarnaast zijn er in de toekomst wellicht mogelijkheden om restwarmte te benutten van de RWZI, lokale industrie en mogelijk ook geothermie. Het bronrisico is daarmee beperkt. b De opschaalbaarheid van het warmtenet Middels het realiseren van de separate clusters schatten wij in dat het warmtenet in Venlo goed opschaalbaar is. Ook aquathermie als warmtebron is modulair in te richten en daarmee goed opschaalbaar. c Het beoogde aan te sluiten (leverings)gebied Zoals in paragraaf 5.1 is beschreven, gaat het in eerste instantie om 3 clusters en daarmee 3 gebieden. Na realisatie van warmtenetten in deze 3 gebieden kunnen deze netten eventueel met elkaar verbonden worden. d De verwachte kosten van de warmte voor eindgebruikers De verkenning tot realisatie van warmtenetten volgt uit de Transitievisie omdat daaruit blijkt dat warmtenetten in verschillende delen van Venlo het beste alternatief bieden voor verwarming met aardgas. Ook wat betreft de kosten voor woningeigenaren. Vooralsnog gaan we uit van het opwaarderen van de middels aquathermie geoogste warmte naar een temperatuur van 70°C. Met water van die temperatuur kunnen bestaande woningen namelijk goed verwarmd worden.

Zonder dat er zeer kostbare ingrepen, zoals complexe installaties en zeer vergaande isolatiemaatregelen, aan de woningen zelf uitgevoerd moeten worden. Isoleren blijft echter belangrijk en verstandig. Een isolatieniveau van minimaal energielabel B is bij deze wijze van verwarmen voldoende voor een comfortabele woning met een lage energierekening. Voor de warmtetarieven die gelden voor de eindgebruikers worden middels de Warmtewet maxima vastgesteld. De ACM ziet toe op naleving van de Warmtewet. Op basis van de analyses tot nu toe lijkt het mogelijk om middels warmtenetten in deze gebieden warmte te leveren voor kosten op het niveau NMDA ‘Niet Meer Dan Anders’ dat in de huidige Warmtewet gehanteerd wordt. Bij dit principe is het uitgangspunt dat de bewoner die warmte geleverd krijgt niet meer betaalt dan de bewoner van een woning met een gasgestookte cv-installatie. De stijging op de energiebelasting op aardgas vertaalt zich nu nog in hogere warmtetarieven. Die wordt aangepast met de invoering van Warmtewet 2.0. Daarnaast streven partijen naar ‘Niet meer dan nu’ (zie pagina 3 van deze position paper van Aedes) en

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

acceptabele aansluitkosten. Met ‘Niet meer dan nu’ wordt bedoeld dat de energierekening van de bewoner niet mag stijgen als gevolg van een overstap naar een warmtenet. e Het aantal mogelijke leveranciers van warmte We gaan uit van één leverancier van warmte (oftewel warmtebedrijf) vanuit de afnemers geredeneerd. Lokale industrie die restwarmte kan leveren maakt hiertoe afspraken met het warmtebedrijf. f

De aanwezigheid van initiatieven vanuit de samenleving gericht op het realiseren en exploiteren van warmtenetten In de betreffende gebieden lopen nog geen initiatieven vanuit de samenleving gericht op het realiseren en exploiteren van warmtenetten. In andere gebieden binnen de gemeente Venlo is dit wellicht nog een mogelijkheid die zich kan voordoen.

20 42

g De aanwezigheid van natuurlijke partners zoals warmtebedrijven en netbeheerder Er is geen publiek warmtebedrijf (zoals bijvoorbeeld HVC) actief in Venlo. Netbeheerder Enexis is intensief betrokken bij de totstandkoming van de Transitievisie en uitwerking van de daaruit voortvloeiende wijkaanpak. Enpuls (dochteronderneming van Enexis) geeft aan open te staan voor een verkenning naar de mogelijkheden tot samenwerking. Daarnaast is warmtebedrijf Ennatuurlijk reeds actief in Venlo als exploitant van het compacte warmtenet rond de Molenbossen. Daarnaast zijn de visie en daaruit afgeleide keuzes en beleid van de gemeente Venlo van belang omtrent de volgende onderwerpen. h De mate van invloed die de gemeente wil hebben op de ontwikkeling De mate van invloed die een gemeente wil hebben op de ontwikkeling van een warmtenet richt zich meestal op de volgende aspecten: • • • •

Verdeling van schaarse warmtebronnen Beïnvloeden van snelheid van realisatie Beïnvloeden van inhoudelijke richting (welke wijken in welke volgorde) De financiële gevolgen voor de eindgebruikers

In Venlo lijkt de schaarste van duurzame warmtebronnen geen issue. De gewenste snelheid van realisatie komt hierna separaat aan bod. Voor het beïnvloeden van inhoudelijke richting heeft de gemeente middels de Transitievisie en uitwerking daarvan voldoende invloed. Daarmee resteren de financiële gevolgen voor de eindgebruikers als belangrijk aspect waar de gemeente Venlo mogelijk invloed op wenst te hebben. Wanneer de gemeente streeft naar zo laag mogelijke tarieven voor de eindgebruikers, kan de gemeente door het aanbesteden van de ontwikkeling en exploitatie van het distributienet in de wijk zorg dragen voor optimale marktwerking binnen de geldende kaders. Daarnaast kan de gemeente overwegen om publieke middelen (vanuit subsidies, van de gemeente zelf, maar mogelijk ook van de provincie via het Limburg Energie Fonds) aan te wenden voor de realisatie van de transportleiding. In het volgende hoofdstuk werken we deze opties verder uit.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

i De gewenste snelheid van realisatie De gemeente werkt al enige jaren intensief samen met belanghouders aan de integrale Transitievisie. Vanuit dat proces is geconstateerd dat er in Venlo kansen zijn voor de realisatie en exploitatie van duurzame warmtenetten voor het verwarmen van de gebouwde omgeving. De volgende fase in deze proces is de wijkaanpak, welke in 2020 is gestart in Hagerhof-Oost en waarvoor de gemeente een rijksbijdrage van 7,6 miljoen euro vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken heeft toegewezen gekregen. Om de plannen zoals beschreven in de Transitievisie en subsidieaanvraag voort te zetten is het wenselijk om op zorgvuldige wijze een gestage voortgang te realiseren met betrekking tot de verdere verkenning naar de realisatie en exploitatie van duurzame warmtenetten in Venlo. Specifiek voor het traject voor de wijk Hagerhof-Oost dat vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken gestimuleerd wordt, geldt een termijn van 8 jaar waarbinnen resultaten bereikt moeten zijn.

21 42

j Het risico dat de gemeente op zich wil en kan nemen Het voornaamste risico bij de ontwikkeling van de meeste warmtenetten, zo ook in Venlo, is het vollooprisico. Het vollooprisico is het risico dat de vraag naar warmte achterblijft op de, ten tijde van het investeringsbesluit, verwachte afzet. Met het commitment van de woningcorporaties is dit voor een deel ondervangen. De betrokkenheid van de woningcorporaties bij de totstandkoming en implementatie van de Transitievisie is vanuit de prestatieafspraken geborgd. Daarnaast is specifiek voor de borging van de samenwerking in de wijk Hagerhof-Oost een intentieovereenkomst (opgenomen in bijlage 2) gesloten tussen Woonwenz, Enexis en de gemeente Venlo over de inbreng van de woningen die Woonwenz in deze wijk beheert. Voorzetting van deze wijze van samenwerken draagt bij aan de totstandkoming van breed gedragen wijkplannen. Het vollooprisico speelt daarmee in mindere mate in de wijknetten en is het meest aanwezig bij de ontwikkeling van het eerste deel van de infrastructuur: van het uitkoppelpunt bij de bron tot het warmteoverdrachtstation in de wijk (oftewel het transportnet). In het volgende hoofdstuk lichten we dit verder toe en adviseren we de gemeente hoe hiermee om te gaan.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

6 Advies Alle opgedane kennis passen we in dit hoofdstuk toe op de situatie in Venlo. In paragraaf 6.1 formuleren we ons advies met betrekking tot de rolkeuze van de gemeente rond de realisatie van warmtenetten. In paragraaf 6.2 beschrijven we welke vervolgstappen we logisch en wenselijk achten.

6.1 Wenselijke rol

22 42

Voor de gemeente Venlo lijkt een hybride rolopvatting het beste te passen bij de specifieke lokale situatie. Hybride in die zin dat er niet één rolopvatting gekozen wordt voor heel Venlo. In wijken waar inwoners zelf initiatieven ontplooien kan de gemeente de rol van facilitator op zich nemen. Volledig eigenaarschap ligt voor de gemeente Venlo niet voor de hand. We schatten in dat de risico’s behorende bij de daarvoor benodigde investeringen in financiële en personele zin hiervoor te groot zijn, ook gezien de lange termijn waar gebruikelijk sprake van is. Voor de verdere verkenning van realisatie van warmtenetten in de 3 geschetste clusters ligt het voor de hand om de rollen partner en aanbesteder te combineren. Daarmee is de rolkeuze ook hybride in de zin dat de rolkeuze van de gemeente kan verschillen voor de verschillende onderdelen van de warmteketen. We geven de in hoofdstuk 2 opgenomen figuur nogmaals weer ter illustratie, hier als figuur 6.1. Met daarin toegevoegd in blauw een arcering die het verschil in leidingdikte illustreert.

Figuur 6.1 Warmteketen met illustratie verschil in leidingdikte

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Figuur 6.2 geeft de geadviseerde rolkeuze voor de 3 geschetste clusters weer, toegepast op de figuur die reeds in paragraaf 2.1 is opgenomen ter illustratie van de ‘verticale knip’. Aanbesteder

23 42

Partner

Aanbesteder

Figuur 6.2 Geadviseerde rolkeuze gemeente voor de 3 geschetste clusters Hierna volgt per onderdeel een toelichting. Bron Uit de interviews komt naar voren dat gemeenten soms voor de rol van (gedeeltelijk) eigenaar van een warmtebron kiezen. In de casussen Nijmegen en Eindhoven is dit het geval. Met name omdat gemeenten invloed willen hebben op het verdelen van de schaarse warmtebronnen. Het eigenaarschap van de gemeente wordt in die gevallen gezien als een middel om invloed uit te oefenen op aanwending van die bron. In Venlo lijkt schaarste van duurzame warmtebronnen geen issue vanwege de beschikbaarheid van TEO/aquathermie. Daarmee is exploitatie van de bron goed in te vullen door een marktpartij. Daarom adviseren we de gemeente om voor dit onderdeel van de warmteketen en de 3 in dit advies beschreven clusters de rol van aanbesteder te kiezen. De gemeente selecteert in dat geval een geschikte partij voor de ontwikkeling en exploitatie van de bron. Transportnet Bij de ontwikkeling van het transportnet (oftewel: het hoofd distributie tracé en het primaire leidingnet) zijn overdimensionering en vollooprisico belangrijke elementen voor de rolkeuze van de gemeente.

Met overdimensionering bedoelen we dat vanuit de overkoepelende scope (breder dan de eerste wijk of zelfs het eerste gebied) het wenselijk kan zijn dat dit deel van het leidingnet voldoende capaciteit heeft voor uitbreidingen op de langere termijn. Een grotere leiding voor dit deel van het net vraagt om een hogere aanvangsinvestering. Daarmee wordt voorkomen dat men later terug moet om de initieel aangelegde leiding te vergroten. Ook het vollooprisico is in verhouding bij dit deel van het leidingnet meer aanwezig dan bij het secundaire leidingnet oftewel het distributienet in de wijk. Afnemers zijn in de wijk immers dichtbij en ook het tijdvak tussen investering in infrastructuur en aansluiten van afnemers is bij het secundaire net korter dan bij het primaire net en het hoofd distributie tracé. Het vollooprisico op het transportnet is een tijdelijk risico dat niet met marktwerking opgelost kan worden. Om deze redenen adviseren wij om voor de realisatie en exploitatie van het

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

transportnet te onderzoeken of en zo ja welke publieke middelen aangewend kunnen worden. We adviseren de gemeente Venlo daarom om voor dit onderdeel van de warmteketen (blauw gearceerd in figuur 6.1) en de 3 in dit advies beschreven clusters de rol van partner te kiezen en een samenwerking aan te gaan met andere publieke partijen. Een (beperkt) deel eigenaarschap van de gemeente in dit deel van het leidingnet is optioneel. Een dergelijke samenwerking is vergelijkbaar met die uit de casus Nijmegen uit bijlage 1.

24 42

Wijknet Voor het ontwikkelen en exploiteren van het warmtenet in de wijk (vanaf het onder(verdeel)station tot en met de afleverset in de woningen, oftewel het secundaire net in figuur 2.1) is aanwending van publieke middelen niet nodig. Het vollooprisico is relatief beperkt en van overdimensionering is geen sprake. Verschillende marktpartijen kunnen binnen de geldende kaders acteren. We adviseren de gemeente daarom voor dit onderdeel van de warmteketen en de 3 in dit advies beschreven clusters de rol van aanbesteder te kiezen. Door het aanbesteden van de ontwikkeling en exploitatie van het wijknet draagt de gemeente zorg voor optimale marktwerking binnen de geldende kaders. En daarmee zo laag mogelijke tarieven voor de eindgebruikers. Samenvattend zorgt de gemeente er op deze manier voor dat er in de wijk een integraal warmtebedrijf actief is en er daarnaast zoveel mogelijk publieke middelen (van de provincie, subsidies en eventueel de netbeheerder en de gemeente zelf) in de aanleg van het transportnet (van de bron naar de wijk) geïnvesteerd worden. Het integrale warmtebedrijf koopt de warmte bij de bron in en betaalt een vergoeding voor het gebruik van het transportnet. De Warmtewet en het Startmotorkader van Aedes zijn en blijven bij de verdere uitwerking belangrijke uitgangspunten.

De verdere inrichting van de governance, met name bij de eventuele samenwerking rond de realisatie en exploitatie van het transportnet vraagt daarbij blijvend de aandacht. Recent werd door Firan (dochter van netbeheerder Liander) een relevante handreiking gepubliceerd over de regels en aandachtspunten die gelden voor gemeenten die een warmtenet (mee)financieren. Daarnaast zou de rijksbijdrage vanuit de PAW (proeftuin aardgasvrije wijken) mogelijk deels besteed kunnen worden in dit eerste deel van de infrastructuur. Een dergelijke investering leidt tot lagere eenmalige aansluitkosten voor alle woningeigenaren.

6.2 Vervolgstappen De vervolgstappen richten zich op het verder ontwikkelen van warmtenetten in Venlo. We richten ons daarbij in eerste instantie op cluster 1. Hiertoe dient op de in de vorige paragraaf geschetste 3 onderdelen van de warmteketen opvolging plaats te vinden: • De gemeente stelt een beoogd gebied vast voor cluster 1. Uitgaande van de concepttekst van Warmtewet 2 dient de gemeente dit vanaf invoering van deze wet voor te leggen aan de Gedupteerde Staten van de provincie. Daarnaast werkt de gemeente samen met belanghouders de businesscase voor dit warmtenet verder uit en brengt risico’s in beeld

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

• De gemeente verkent samenwerking met publieke partijen rond de ontwikkeling en exploitatie van het transportnet. De rol van de gemeente met betrekking tot eventueel eigenaarschap van het transportnet volgt daaruit • De gemeente selecteert een integraal warmtebedrijf voor de ontwikkeling en exploitatie van het wijknet voor het eerder vastgestelde beoogde gebied • De gemeente selecteert een partij voor de ontwikkeling en exploitatie van de bron Eventuele besluitvorming over bovenstaande punten loopt via het college van B&W en de gemeenteraad. De werkgroep Omgevingsvisie van de gemeenteraad informeren we daarnaast regelmatig over de voortgang. Natuurlijk dient bij opvolging van bovenstaande processen de onderlinge samenhang goed bewaakt te worden.

25 42

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Bijlage 1 Overzicht interviews Overzicht geselecteerde casussen en geïnterviewde personen: Rol \ Partijen

Gemeente

Afnemer

Warmtebedrijf

Facilitator

Culemborg

KleurrijkWonen

Thermo Bello

Partner

Drechtsteden

Woonkracht10

HVC

Nijmegen

Woonwaarts

Nog niet in beeld. Firan voor infrastructuur

Aanbesteder/ Partner

26 42

Warmte Eindhoven / Ennatuurlijk

Eigenaar

Eindhoven

Wooninc

Eigenaar → Partner

Heerlen

Weller

MijnWater

Eigenaar

Sittard-Geleen

ZoWonen

Het Groene Net / Ennatuurlijk

Hierna volgt per casus een toelichting inclusief uit de interviews gedestilleerde inzichten.

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Casus Culemborg - Facilitator Omschrijving

27 42

Thermo Bello is een wijkenergiebedrijf dat in eigendom is van de bewoners in de wijk EVALanxmeer (onderdeel van Culemborg). De installaties voor de productie van warmte en het warmtenetwerk waren eigendom van drinkwaterbedrijf Vitens. Dat besloot in 2006 om alle nietkerntaken (en dus ook dit warmtenet) af te stoten. Het warmtenet ontstond door de raamovereenkomst die in 2000 werd gesloten tussen de voorloper van Vitens, de gemeente Culemborg en de Bewonersvereniging EVA-Lanxmeer. In 2002 werden de eerste woningen aangesloten. Nadat Vitens aangaf het warmtenet te willen afstoten, hebben zij dit eerst aan de gemeente Culemborg aangeboden. Die zagen af van overname. Daarna is Vitens in gesprek gegaan met de Bewonersvereniging EVA-Lanxmeer. Dit heeft uiteindelijk geleid tot oprichting van Thermo Bello (vanuit de bewonersvereniging) en overdracht van het warmtenet van Vitens aan Thermo Bello. Zie deze site voor meer informatie een aanvullende documentatie. Geïnterviewde personen: Organisatie

Naam

Functie

Gemeente Culemborg

Jan de Rooij

Beleidsadviseur duurzaamheid & projectleider stedelijke vernieuwing

KleurrijkWonen

Niek Habraken

Programmamanager verduurzaming

Gerwin Verschuur

Algemeen directeur Thermo Bello & Bestuurder Coöperatief Energie Dienstenbedrijf Rivierenland

Thermo Bello

Inzichten uit interviews: • Investeringen in warmtenetten zijn over het algemeen en met name in de eerste fase, wanneer sprake is van het vollooprisico, vrij kapitaalintensief en drukken daarmee relatief zwaar op de begroting van een kleinere gemeente • De gemeente kan ook een bijdrage leveren door (tijdelijk) een positie te nemen in bijvoorbeeld de entiteit die de transportleiding realiseert. Tot de (volloop)risico’s eruit zijn • De rolkeuze van een gemeente m.b.t. de realisatie en exploitatie van warmtenetten kan variëren tussen verschillende gebieden binnen die gemeente. Afhankelijk van de situatie in een gebied. Bijvoorbeeld in het ene gebied de rol van facilitator en in het andere gebied de rol van eigenaar, partner of aanbesteder

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Casus Drechtsteden - Partner Omschrijving In Dordrecht is HVC reeds actief met een warmtenet waar circa 5.000 woningen op zijn aangesloten. Warmtebron is de huisvuilcentrale die HVC exploiteert. In de Drechtsteden is al langer een samenwerking tussen gemeenten onderling en ook tussen de corporaties onderling. Op dit dossier trekken deze partijen al jaren samen op. Plan is om de komende jaren ruim 30.000 sociale huurwoningen aan te sluiten op meerdere warmtenetten met verschillende bronnen, die allen geëxploiteerd worden door de HVC. Uiteindelijk worden die warmtenetten als kralen aan een ketting geregen en met elkaar verbonden. Geïnterviewde personen:

28 42

Organisatie

Naam

Functie

Jacqueline van Dongen

Wethouder leefomgeving, wonen en klimaat

Woonkracht10

Erwin Zwijnenburg

Bestuurder

HVC

Marco van Soerland

Manager Warmte

Gemeente Zwijndrecht

Inzichten uit interviews: • Transparantie en onderling vertrouwen zijn belangrijke voorwaarden of kernwaarden voor een goede samenwerking • Het is van belang woningcorporaties voldoende te betrekken bij een eventuele aanbesteding rond de selectie van een warmtebedrijf. Bijvoorbeeld door samen de criteria en/of randvoorwaarden te bepalen • Het opzetten van een integraal publiek warmtebedrijf is niet gemakkelijk te organiseren door een individuele gemeente • Netbeheerders (en hun dochters) kunnen als publieke partijen een bijdrage leveren in het realiseren van de infrastructuur • Er is een langjarige strategische blik nodig wat betreft de samenwerking op dit dossier tussen gemeenten, netbeheerder, warmtebedrijf en woningcorporaties • Stel een overkoepelend plan op met voldoende scope en een realistisch tijdpad, maar ook met tussentijdse piketpalen in de samenwerking en besluitvorming • Het is van belang om te investeren in het kennisniveau van de betrokkenen vanuit alle belanghouders. Een gezamenlijke kennisbasis stimuleert vertrouwen en transparantie en voorkomt discussies over aspecten die bijvoorbeeld in de Warmtewet zijn geregeld

Opdrachtgever Gemeente Venlo Project Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Onderwerp Rolkeuze gemeente bij realisatie warmtenet Datum 23 februari 2021

Casus Nijmegen – Aanbesteder / Partner Omschrijving In Nijmegen ligt al een warmtenet dat geëxploiteerd wordt door Vattenfall. Aan de andere kant van Nijmegen wenst men de wijk Dukenburg op een warmtenet aan te sluiten. De gemeente acteert als aanbesteder m.b.t. het distributienet in de wijk. Er is nog geen warmtebedrijf betrokken. Firan is partner bij de infrastructuur van de transportleiding. Firan en de gemeente Nijmegen hebben samen het bedrijf Indigo 2.0 opgericht dat de transportleiding van de huisvuilcentrale ARN naar Dukenburg realiseert. Geïnterviewde personen: Organisatie

29 42

Naam

Functie

Gemeente Nijmegen

Pieternel Blankenstein

Strategisch omgevingsmanager energietransitie

Woonwaarts

Paul van Roosmalen

Directeur-bestuurder

Detlef Meijer

Manager Business Development

Firan Inzichten uit interviews:

• Belangrijk om corporaties mee te nemen. Het is de gemeente die een concessieovereenkomst sluit met een warmtebedrijf, maar de corporaties (en particuliere woningeigenaren) moeten de leveringscontracten met dat warmtebedrijf tekenen • (gedeeld) Eigenaarschap van de bron kan voor een gemeente een middel zijn om zeggenschap te hebben over waar de (duurzame) warmte naartoe gebracht wordt . Dit is met name relevant wanneer duurzame warmtebronnen schaars zijn in het betreffende gebied • Samenwerkingsvormen met (dochters van) netbeheerders behoren tot de mogelijkheden, mits zorgvuldig en transparant vormgegeven. Een recente Kamerbrief van Minister Wiebes schetst hiertoe verschillende mogelijke samenwerkingsvormen. Gemeente Venlo is aandeelhouder van Enexis, dat maakt Enpuls een natuurlijke partner • De (in ontwikkeling zijnde) Warmtewet geeft voldoende kaders op het gebied van verduurzaming van de warmtebron, tarieven en mogelijkheden rond samenwerkingsvormen rond warmtenetten. Het is natuurlijk mogelijk om aanvullend daarop als gemeente nog invloed uit te oefenen maar uiteindelijk geldt: wie betaalt, bepaalt • Provincies kunnen mogelijk ook een rol spelen bij (het investeren in) de aanleg van warmtenetten • (dochters van) netbeheerders kunnen een rol spelen bij (het investeren in) de aanleg van de infrastructuur van warmtenetten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/623/documents/16642