024 bijl01. Toelichting bestemmingsplan 'Genrayweg, Venlo'.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan “Genrayweg, Venlo” Gemeente Venlo Vastgesteld
Bestemmingsplan “Genrayweg, Venlo” Gemeente Venlo Vastgesteld
Rapportnummer BRO:
P03851
Identificatienummer:
NL.IMRO.0983.BP202308GENRAY-VA01
Datum:
januari 2024
Opdrachtgever:
Ruimte voor Ruimte Limburg C.V.
Projectteam BRO:
IMo
Concept:
februari 2022
Ontwerp:
september 2023
Vaststelling:
27 maart 2024
Trefwoorden:
Woningbouw, Ruimte voor Ruimte, Genrayweg, Venlo, gemeente Venlo
Bron foto kaft:
Hollandse Hoogte 4
Beknopte inhoud:
Nieuw bestemmingsplan ten behoeve van de ontwikkeling van één Ruimte voor Ruimte kavel aan de Genrayweg (naast het adres Oude Rijnstraat 36) te Venlo in de gemeente Venlo. BRO Vestiging Venlo Industriestraat 94 5931 PK Tegelen T +31 (0)77 373 06 01 E info@bro.nl
TOELICHTING
2
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING
3
2. BESTAANDE SITUATIE
5
3. PLANBESCHRIJVING
8
4. UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID 4.1 Rijksbeleid
11 11
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2 Provinciaal beleid
11 12 12 13
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg 4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 4.3 Regionaal beleid
13 15 17
4.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 4.4 Gemeentelijk beleid
17 18
4.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 4.4.3 Woonvisie 2021-2026 4.4.4 Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering 4.4.5 Beleidskader particulier opdrachtgeverschap woningbouw in ’t Ven Oost
5. ONDERZOEK 5.1 Milieuaspecten
26 26
5.1.1 Bodem 5.1.2 Geluid 5.1.3 Luchtkwaliteit 5.1.4 Externe veiligheid 5.1.5 Milieuzonering 5.2 Archeologie en cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Leidingen en infrastructuur 5.5 Verkeerskundige aspecten 5.6 Duurzaamheid 5.7 Waterparagraaf
Inhoudsopgave
18 20 21 23 24
26 27 28 29 34 35 39 41 41 42 43
1
5.8 M.e.r.-beoordeling
45
6. PLANSTUKKEN 6.1 Planstukken 6.2 Toelichting op de verbeelding 6.3 Toelichting op de regels
47 47 47 47
7. UITVOERBAARHEID 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Overleg 7.3 Zienswijzen
50 50 50 50
8. PROCEDURE
51
SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 3: Archeologisch bureau- en verkennend onderzoek Bijlage 4: Quickscan flora en fauna Bijlage 5: Aerius-berekening
Inhoudsopgave
2
1.
INLEIDING Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte kavel aan de Genrayweg, op de gronden ten zuidwesten van het adres Oude Rijnstraat 36 in Venlo. Op het perceel wordt één Ruimte voor Ruimte woning mogelijk gemaakt op een kavel met een oppervlakte van 1.000 m2. Met de ontwikkeling van de woning wordt het perceel heringericht, waarbij een bestaande schuur wordt gesloopt ten behoeve van de woningbouw. Het plangebied is gelegen aan de noordoostzijde van de stad Venlo, in het gebied ’t Ven Oost in de gemeente Venlo. In de navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied weergegeven op de topografische kaart. De planlocatie omvat het perceel, kadastraal bekend als Venlo, sectie U, nummer 912.
Topografische kaart met globale ligging plangebied (rode pijl)
Middels de Ruimte voor Ruimte regeling wordt de mogelijkheid geboden om, in ruil voor de beëindiging van intensieve veehouderijbedrijven of –takken en sloop van de opstallen, woningen te realiseren. Deze sloop heeft begin jaren 2000 plaatsgevonden. De kosten zijn destijds gesubsidieerd door
Hoofdstuk 1
3
Ruimte voor Ruimte Limburg CV. Met de bouw van woningen worden de kosten hiervan terugverdiend. Volgens het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Venlo’ is de voorliggende ontwikkeling niet toegelaten. Middels een herziening van het bestemmingsplan kan deze ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt. In het voorliggende bestemmingsplan worden de nieuwe bestemmingen voor de gronden wettelijk geregeld, waardoor nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden ontstaan. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, de bijbehorende regels en gaat vergezeld van voorliggende toelichting met bijlagen. Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt de bestaande situatie rond het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft vervolgens de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 4 volgen de uitgangspunten uit het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid, die betrekking hebben op de locatie. In hoofdstuk 5 volgt de toetsing van het plan aan de milieu- en overige onderzoeksaspecten op de locatie. In hoofdstuk 6 worden de planstukken en de juridische opzet van de regels beschreven en in hoofdstuk 7 is de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 de procedure beschreven.
Hoofdstuk 1
4
2.
BESTAANDE SITUATIE Het plangebied waar de voorliggende ontwikkeling is voorzien, is gelegen aan de Genrayweg, ten zuidwesten van het adres Oude Rijnstraat 36, in het gebied ’t Ven Oost aan de noordoostzijde van de stad Venlo. ’t Ven Oost betreft een gebied dat voorheen voornamelijk werd gebruikt voor glastuinbouw. Het merendeel van de glastuinbouwbedrijven in het gebied is echter niet meer in werking en diverse kassen zijn reeds gesloopt. Het plangebied bestaat uit het perceel, kadastraal bekend als Venlo, sectie U, nummer 912. Aan de noordoostzijde op het perceel is een bestaande schuur aanwezig. Het overige deel van het perceel is onbebouwd en grotendeels begroeid met gras. Op de navolgende luchtfoto is de begrenzing van het plangebied en het huidige gebruik weergegeven.
Luchtfoto met projectie kadastrale percelen en begrenzing plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 2
5
Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de vrijstaande woning met tuin aan de Oude Rijnstraat 36. De zuidoostgrens van de planlocatie wordt gevormd door de Genrayweg, die ten noordoosten van het plangebied overgaat in de Oude Rijnstraat. Aan de overzijde van de weg bevindt zich een agrarisch perceel. Verder richting het noordoosten zijn enkele burgerwoningen gelegen. Ten westen van het plangebied ligt een aantal woningen in een bebouwingscluster. Ten zuiden van het plangebied ligt een perceel dat een agrarische bestemming heeft, maar feitelijk is ingericht als kleinschalig parkeerterrein. De verdere omgeving van het plangebied bestaat uit een afwisseling van (voormalige) glastuinbouwbedrijven, woningen en onbebouwde percelen. Deze zijn deels in agrarisch gebruik en deels begroeid met bomen/bos. Vigerend juridisch-planologisch kader De planlocatie is gelegen binnen het plangebied van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Venlo’, zoals dat is vastgesteld op 30 maart 2011 door de gemeenteraad van Venlo. Het plangebied is volgens het vigerende bestemmingsplan bestemd tot ‘Agrarisch met waarden.’ Daarnaast zijn de gebiedsaanduidingen ‘middelhoge/hoge archeologische verwachting’, ‘milieuzone – grondwaterbescherming venlo schol’ en ‘overige zone - robuuste landbouw en natuur’ van toepassing op het gehele plangebied.
De voor ‘Agrarisch met waarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarisch gebruik en de instandhouding, herstel en ontwikkeling van de aanwezige abiotische, natuurlijke, archeologische, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Daarnaast zijn tuinen toegestaan, indien de gronden direct aansluitend aan een bouwvlak zijn gelegen. Verder zijn instandhouding van het oppervlaktewater, extensief recreatief medegebruik en waterhuishoudkundige voorzieningen toegelaten op deze gronden. Ter plaatse van deze bestemming mag in principe niet worden gebouwd, met uitzondering van bouwwerken die nodig zijn voor de agrarische bedrijfsvoering of voor extensief recreatief medegebruik.
Uitsnede verbeelding vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Venlo' met ligging plangebied (rood omlijnd)
Hoofdstuk 2
6
Ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – grondwaterbescherming venlo schol’, die geldt voor het gehele plangebied, is het verboden op of in de gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning putten te boren dieper dan 5 meter boven NAP. De regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn hierop van toepassing. Aangezien ter plaatse geen diepe grondboringen zijn voorzien, vormt de ligging binnen deze zone geen belemmering. Ter plaatse van de aanduiding ‘robuuste landbouw en natuur’, die eveneens geldt voor het gehele plangebied, zijn de gronden mede aangewezen als een gebied met robuuste landbouw en natuur. Deze zone omvat de delen van het buitengebied die niet behoren tot het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), maar waarbinnen natuur en natuurontwikkeling belangrijke functies vormen naast de landbouw. Binnen deze zone wordt gestreefd naar behoud van aanwezige functies waarbij het behoud en de ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden voorop staat. Tot slot geldt de gebiedsaanduiding ‘middelhoge/hoge archeologische verwachting’ voor het gehele plangebied. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het aspect archeologie. Naast het hierboven beschreven bestemmingsplan ‘Buitengebied Venlo’ is het ‘Parapluplan plattelandswoningen Venlo’ (vastgesteld op 21 december 2016) van toepassing op het plangebied.
Op basis van dit paraplubestemmingsplan mogen bedrijfswoningen binnen een agrarisch bouwvlak tevens worden gebruikt als plattelandswoning. Een plattelandswoning betreft een (voormalige) agrarische bedrijfswoning die -naast het gebruik als bedrijfswoning voor het agrarisch bedrijf waarbij de woning behoort- tevens mag worden gebruikt voor bewoning als burgerwoning door derden die geen functionele binding hebben met het bijbehorend agrarisch bedrijf. De plattelandswoning wordt daarbij niet beschermd tegen de milieugevolgen van het bijbehorende bedrijf. Tot slot is het ‘Paraplubestemmingsplan kamerwoning’ (vastgesteld op 25 november 2020) van toepassing op het plangebied. Volgens dit bestemmingsplan is kamerbewoning in woningen door maximaal twee personen rechtstreeks toegestaan. Daarnaast bevat het bestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid om onder voorwaarden kamersgewijze bewoning door meer dan twee personen mogelijk te maken.
Hoofdstuk 2
7
3.
PLANBESCHRIJVING In dit hoofdstuk wordt het beoogde project beschreven en worden de stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten hiervan weergegeven. De ontwikkeling Binnen het plangebied wordt één Ruimte voor Ruimte kavel mogelijk gemaakt met een oppervlakte van 1.000 m2, waarop een vrijstaande woning gerealiseerd mag worden. De bestaande schuur zal hierbij worden gesloopt. De voorgevel van de nieuwe woning wordt georiënteerd op de Genrayweg.
Verbeelding Ruimte voor Ruimte kavel met ligging bouwvlak
De ontsluiting op deze weg vindt plaats aan de noordoostzijde van het perceel, ter plaatse van de reeds bestaande inrit naar de schuur. In de navolgende afbeelding is de verbeelding van het plan opgenomen, met daarbinnen het bouwvlak waar de woning gerealiseerd mag worden.
Hoofdstuk 3
8
Voor wat betreft de bouw- en gebruiksregels zijn deze regels vooral afgestemd op het ‘Beleidskader particulier opdrachtgeverschap woningbouw in ’t Ven Oost’. Het beleidskader ziet, evenals de Ruimte voor Ruimte kavels, op het inpassen van nieuwe vrijstaande woningen in dit gebied. Deze bouw en gebruiksregels sluiten daarnaast overwegend aan bij het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Venlo’. Op de kavel is een bouwvlak met een oppervlakte van 500 m 2 geprojecteerd. De afstand van het bouwvlak tot de voorste en zijdelingse perceelsgrenzen is 3 meter. Voor de voorste perceelsgrens is het uitgangspunt conform het beleidskader 5 tot 10 meter, maar vanwege de aanwezigheid van een greppel aan de voorzijde van het perceel komt de woning iets naar achteren te liggen waardoor 3 meter in deze situatie voorstelbaar is. De woning (hoofdgebouw) dient binnen dit bouwvlak te worden gebouwd en mag een maximale oppervlakte (footprint) van 150 m2 beslaan. De inhoud van het hoofdgebouw (inclusief overkapping) mag maximaal 900 m3 bedragen. Daarnaast zijn de goot- en bouwhoogte gemaximeerd op respectievelijk 3,5 en 9 meter. Daarnaast mag een oppervlakte van maximaal 100 m2 aan aan- en uitbouwen en bijgebouwen worden gerealiseerd. Op de kavel is tot slot ruimte voor een ruime tuin, voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein en bergings-/infiltratievoorzieningen voor hemelwater.
Stedenbouwkundige en ruimtelijke effecten Aangezien er reeds diverse woningen in de omgeving aanwezig zijn, past de nieuw te bouwen woning vanuit functioneel oogpunt in de omgeving. In de omgeving zijn voornamelijk vrijstaande woningen op ruime percelen aanwezig. De nieuwe kavel, waarop eveneens een vrijstaande woning mogelijk wordt gemaakt, past hiermee goed in dit gebied. Daarnaast is het plangebied landschappelijk ingepast. Door BRO is een landschappelijk inpassingsplan1 opgesteld. Door landschapselementen toe te passen worden de randen van het nieuwe woonperceel ingepast in het landschap en wordt het lint aan de Genrayweg versterkt. Aan de voorzijde van de RvR-kavels en naast de inrit wordt de bestaande laurierhaag vervangen voor een lage knip- en scheerhaag. De huidige haag is erg robuust, waardoor de relatie vanaf de Genrayweg met het perceel nauwelijks aanwezig is. Door een inheemse lage haag (max. 120 m hoog) aan te planten wordt de kavel van de nieuwe woning ingepast en blijft het zicht op de nieuwe woning behouden, wat een positief effect heeft op de beeldkwaliteit. Om de privacy te kunnen garanderen wordt er tussen de RvR-kavel en het perceel gelegen ten noorden van het nieuwe woonperceel een hoge beukenhaag aangeplant met een eindhoogte van ca. 2 meter.
De haag zal vanaf de voorgevelrooilijn over gaan in een lage beukenhaag, hiermee blijft de beeldkwaliteit van de woning gewaarborgd. Als erfafscheiding aan de zuidzijde worden er struwelen aangeplant. Een struweelhaag is een vrij liggend lijnvormig landschapselement met een aaneengesloten opgaande begroeiing van inheemse struiken. Door struweel toe te passen wordt er zicht vanuit het parkeerterrein ten zuiden beperkt. Hierbij kan er gekozen worden voor onder andere: lijsterbes, gelderse roos, krentenboompje, veldesdoorn of meidoorn. Aan de westzijde wordt er struweel aangeplant in combinatie met de aanplant van verschillende bomen. Dit zorgt voor privacy vanuit het zandpad met daarnaast een aantrekkelijk zicht vanuit de tuin. Hierbij kan er worden gewerkt met eerder genoemde soorten. Voor de bomen kan er gekozen worden voor berk, beuk of eik. Ter versterking van de natuurwaarden en de aanwezige biodiversiteit 1
BRO, ‘Landschappelijke inpassing RvR-kavel – Genrayweg, gemeente Venlo’, projectnr.: P03851, d.d. juni 2023.
Hoofdstuk 3
9
wordt de achtertuin op het perceel benut door de aanleg van kruidenrijk grasland. Hierbij is het aangegeven vlak indicatief en kan het in een latere fase veranderen. Door het toevoegen van extra verharding dient er een infiltratiegreppel aangebracht te worden. De infiltratiegreppel heeft een breedte van ca. 1,5 meter, een diepte van 0.8 meter en een lengte van circa 30 meter. Hiermee wordt er voldaan aan de extra nodige waterbergingscapaciteit. Het bijgebouw gelegen aan de inrit zal worden verwijderd. Het bijgebouw is verouderd en kan plaats maken voor een kwalitatief bijgebouw. De borging van de uitvoer en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Voor wat betreft de goot- en bouwhoogte van de woning en de bijgebouwen is aangesloten bij de omliggende woningen. Hierdoor past de nieuwe woning qua maatvoering goed in de omgeving. Er ligt echter nog geen uitgewerkt bouwplan voor de nieuwe woonkavel. De stedenbouwkundige kwaliteit wordt in het kader van de omgevingsvergunningprocedure voor de bouw nader afgestemd met de gemeente Venlo. Samengevat zijn er geen negatieve stedenbouwkundige of ruimtelijke effecten voor de omgeving te verwachten en ook wordt geen afbreuk gedaan aan de landschappelijke kwaliteiten van de omgeving.
Hoofdstuk 3
10
4.
UITGANGSPUNTEN VAN HET BELEID In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Op 11 september 2020 is de NOVI naar de Tweede Kamer gestuurd. Met de NOVI wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kan men in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Conclusie Voor de voorliggende ontwikkeling zijn met name de prioriteiten ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ en ‘toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied’ van belang.
Middels de realisatie van de Ruimte voor Ruimte kavel in het gebied ’t Ven Oost wordt een bijdrage geleverd aan het nationale belang om te zorgen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Daarnaast wordt middels deze ontwikkeling bijgedragen aan de realisatie van een goede omgevingskwaliteit, doordat de bestaande, verouderde schuur wordt gesloopt en vervangen door een moderne en hoogwaardige woning. Voor het overige zijn gezien de aard en schaal van deze ontwikkeling geen nationale belangen uit de NOVI in het geding. De ontwikkeling is kortom in overeenstemming met de NOVI.
Hoofdstuk 4
11
4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen in werking getreden. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in bestemmingsplannen. De onderwerpen in het Barro betreffen: Rijksvaarwegen, Project Mainportontwikkeling Rotterdam, Kustfundament, Grote Rivieren, Waddenzee en waddengebied, Defensie, Nationaal Natuurnetwerk, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, elektriciteitsvoorziening, buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen, primaire waterkeringen buiten het kustfundament en het IJsselmeergebied. Conclusie Geen van de bovengenoemde belangen zijn bij de ontwikkeling van het plangebied in het geding. De beoogde woningbouw is kortom niet in strijd met de beleidsregels, zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
De ladder is een motiveringsinstrument dat de gemeente verplicht moet toepassen bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. In artikel 1.1.1 Bro is gedefinieerd wat een nieuwe stedelijke ontwikkeling is: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie blijkt dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn2. Per 1 juli 2017 is de Ladder gewijzigd. Hierbij is de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om te motiveren hoe de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Indien de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, is een motivering nodig waarom men deze niet binnen bestaand stedelijk gebied kan realiseren (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Conclusie Uit jurisprudentie blijkt dat kleinschalige woningbouwplannen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling betreffen als bedoeld in artikel 1.1.1 Bro. In lijn met de uitspraak 3 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 juni 2017 is vastgesteld dat een initiatief waarbinnen maximaal 11 woningen worden gerealiseerd, niet wordt gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
2
O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319). 3 ABRS 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724)
Hoofdstuk 4
12
De voorliggende ontwikkeling omvat de toevoeging van één Ruimte voor Ruimte woning. Tevens is het maximaal aantal te realiseren RvR-woningen in dit gebied gemaximaliseerd tot 6 separate woningen, waarvan onderhavige ontwikkeling onderdeel van is. De woningen liggen weliswaar in elkaars nabijheid, maar het totaal blijft te allen tijde onder de grens van 12 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.
4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 heeft de provincie Limburg de provinciale omgevingsvisie vastgesteld: ‘de Provinciale omgevingsvisie Limburg’ (hierna te noemen: POVI Limburg). De POVI Limburg is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan doorontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. De POVI is op 25 oktober 2021 in werking getreden en vervangt daarmee het Provinciaal Omgevingsplan Limburg uit 2014 (POL2014). Daarnaast wordt een omgevingsverordening uitgewerkt om het beleid juridisch te verankeren. Deze ontwerp-omgevingsverordening wordt besproken in de paragraaf ‘Ontwerp-omgevingsverordening Limburg’. Hoofdopgaven In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: Het creëren van een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige omgeving, zowel in het landelijk- als in het bebouwde gebied; Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie (inclusief landbouwtransitie); Klimaatadaptatie en energietransitie.
Deze opgaven, die Limburg-breed spelen, dienen met inachtneming van de specifieke eigenschappen die Limburg bezit op een integrale en toekomstbestendige manier te worden geïmplementeerd. Participatie tussen de overheid, de markt en de inwoners van Limburg is hierbij een belangrijk uitgangspunt. In de Provinciale omgevingsvisie Limburg wordt vervolgens een toekomstbeeld van 2030-2050 geschetst.
Hoofdstuk 4
13
Inhoud De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen; Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Wonen Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en nietcourante bestaande woningvoorraad.
Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Onderhavig plan voorziet in de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning in het buitengebied van de gemeente Venlo. Ten aanzien van het project 'Ruimte voor Ruimte' is de ambitie van de provincie Limburg om de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Hiermee worden de in 2001 gemaakte afspraken tussen Provincie, de gemeenten in Noord- en MiddenLimburg en Ruimte voor Ruimte Limburg C.V./B.V. niet gewijzigd door de Omgevingsvisie.
Voor het overige sluit de woning aan bij reeds aanwezige (vrijstaande) woningen in de omgeving waaronder ook andere Ruimte voor Ruimte woningen. Daarnaast wordt voorzien in een kwalitatief wenselijke woning. Het plan past daarmee in Provinciale Omgevingsvisie Limburg.
Hoofdstuk 4
14
4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 heeft het college van Gedeputeerde State de Omgevingsverordening Limburg (2021) vastgesteld. Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die past binnen de kaders en het instrumentarium van de Omgevingswet. De omgevingsverordening heeft van 7 juni tot en met 19 juli 2021 voor eenieder ter inzage gelegen en is op 17 december 2021 door Provinciale Staten vastgesteld. De omgevingsverordening zal pas op 1 juli 2022 in werking treden, tegelijkertijd met de nieuwe Omgevingswet. Hoewel de Omgevingsverordening Limburg (2021) hoofdzakelijk een beleidsneutrale omzetting van de Omgevingsverordening Limburg 2014 is, staan er enkele nieuwe of inhoudelijk aanmerkelijk gewijzigde onderwerpen in. Het gaat hier om instructieregels aan gemeenten op het gebied van wonen, zonne-energie, na-ijlende effecten van de steenkoolwinning en huisvestingsnormen voor internationale werknemers. De provincie Limburg heeft op 12 december 2014 ook de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld. Hierin staan de regels die nodig zijn om het omgevingsbeleid van het POL2014 juridische binding te geven. Onderstaand zijn de relevante passages voor het plangebied opgenomen. Volgens de kaart ‘Wonen, werken en recreëren’ ligt het besluitgebied in zijn geheel binnen het gebied ‘Buitengebied’.
De zone ‘buitengebied’ omvat de gronden in het landelijk gebied met een hoofdzakelijk agrarisch karakter. Beleidsmatig liggen de accenten voor deze zone op ontwikkelingsmogelijkheden voor nieuwe bedrijfslocaties voor de landbouw, terugdringen van milieubelasting vanuit de landbouw en de kwaliteit functioneren van de ondergrond. Hoewel er in beginsel wordt gesteld dat er in het buitengebied geen woningenkunnen worden toegevoegd, is er voor Ruimte voor Ruimte kavels een uitzondering opgenomen. Ten aanzien van Ruimte voor Ruimte Noord- en Midden-Limburg is in het POL2014 opgenomen: “Over de uitvoering van de regeling RvR zijn in 2001 afspraken gemaakt tussen de Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte CV. Die worden door het POL niet gewijzigd.” In de POVI wordt de ambitie benoemt, om verder het ten aanzien van het project "Ruimte voor Ruimte" de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Hiermee worden de in 2001 gemaakte afspraken tussen Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte Limburg C.V./B.V. niet gewijzigd door de Omgevingsvisie.
Hoofdstuk 4
15
In artikel 12.1 ‘instructieregels nieuwe planvoorraad wonen’, van de Omgevingsverordening Limburg 2021, wordt gesteld dat nieuwe plannen dienen te voldoen aan de van toepassing zijnde inhoudelijke thema’s zoals opgenomen in de provinciale omgevingsvisie (POVI).
Uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2021 (plangebied zwart omlijnd)
Milieubeschermingsgebieden Volgens de kaarten bij de Omgevingsverordening is het plangebied gelegen binnen de boringsvrije zone Venloschol. Het is in het gebied Venloschol binnen en buiten inrichtingen verboden dieper dan 5 meter boven NAP grondwater te onttrekken of water te infiltreren. Aangezien er niet wordt voorzien in de mogelijkheid tot het plaatsen van een dergelijk bodemsysteem en er geen diepe grond-roeringen zijn voorzien bij dit project, wordt voldaan aan de vereisten van de Omgevingsverordening Limburg 2021. Voor het overige is het plangebied niet gelegen binnen milieubeschermingsgebieden of beschermingszones ten behoeve van natuur en landschap. De voorgenomen ontwikkeling past dan ook binnen het provinciaal beleid.
Hoofdstuk 4
16
4.3 Regionaal beleid 4.3.1 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 In de Regionale woonvisie geven de gemeenten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas richting aan de regionale woningmarkt. Een van de centrale opgaven is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Daarover staat aangegeven: Bij nieuwbouw dient bij voorkeur ingezet te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woon-segmenten. De huishoudprognose van E’til (Progneff) dient als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter is de kwalitatieve toets leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: - Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; - Gekeken dient te worden naar koppelkansen; - Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; - Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; - De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; - Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijke, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend wordt tevens het volgende benoemd: Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt. Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling omvat de toevoeging van één Ruimte voor Ruimte kavel. Hoewel de woonvisie stelt dat woningtoevoegingen in principe in kernen moeten plaatsvinden is woningbouw op deze locatie inpasbaar. Zoals in paragraaf 4.2.1 is aangegeven betreft de realisatie van Ruimte voor Ruimte woningen een zelfstandige opgave, die los staat van de woningbouwafspraken in de regionale woonvisies.
De voorliggende ontwikkeling is hierdoor niet in strijd met de uitgangspunten van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Vanuit het regionaal beleid bestaan er kortom geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.
Hoofdstuk 4
17
4.4 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Strategische Visie Venlo 2040 In de nieuwe strategische visie- zijn opgaven toegevoegd zoals (de voortgaande) digitalisering, duurzaamheid, energie en klimaat. Als leidraad voor het bestaande ‘stedelijk’ beleid staat de strategische koers echter nog steeds recht overeind: het zijn van een vitale (in omvang) licht groeiende gemeenschap met voldoende koopkracht om de voorzieningen in stand te houden, om de economie draaiende te houden. Thuis in Venlo Er wordt ingezet op bescheiden groei van het aantal inwoners. Het aantal Venlonaren met een nietVenlose oorsprong zal toenemen vanwege de aantrekkingskracht van de economie. Internationale medewerkers, kenniswerkers en studenten vragen om aantrekkelijke woonmilieus en voorzieningen. Door de toename van het aantal huishoudens vraagt dit om passende woonruimte voor alle doelgroepen, met name de doelgroepen die ondervertegenwoordigd zijn. Woningbouw vindt vooral plaats binnen de huidige stedelijke contouren. De woningvoorraad zal een kwaliteitsslag moeten maken gelet op de noodzakelijke verduurzaming. Verdergaande informatisering zorgt voor grotere verschillen binnen de gemeenschap. Elkaar ontmoeten krijgt andere vormen. De openbare ruimte en de voorzieningen vervullen daarin een belangrijke rol.
Digitalisering en domotica zal een belangrijke rol vervullen bij het langer dan voorheen thuis wonen van inwoners die zorg nodig hebben. De overheid garandeert een fatsoenlijk basisniveau van voorzieningen. De overheid en inwoners moeten bescheiden zijn in hun verwachtingen over en weer. Ruimte voor initiatieven De binnenstad heeft in 2040 een andere aanblik. Deze is groener geworden, beken zijn zichtbaar en nog meer een aantrekkelijk woon- en verblijfsgebied met aantrekkelijke voorzieningen. Ook in de wijken en dorpen is ontsteend en is er werk gemaakt van de klimaatopgave gecombineerd met een impuls om een kwaliteitsslag in de openbare ruimte te maken. De klimaatopgaven hebben geleid tot een andere samenstelling van energiebronnen. Landbouwgrond heeft hierdoor deels een andere invulling gekregen, desondanks zijn de opbrengsten gegroeid. De ruimte tussen de kernen worden opengehouden en wordt gebruikt voor landbouw, recreatieve en toeristische functies. Natuurwaarden zijn versterkt in combinatie met energieopwekking en klimaatadapatie. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben er toe bijgedragen dat er aan de westoever een stadsdeel is ontstaan dat aanvullend is op de historische stadskern. In de dorpskernen hebben gerichte investeringen bijgedragen aan unieke en kwalitatieve hoogwaardige dorpse woonmilieus.
Werken in Venlo In de toekomst bevindt Venlo zich op een sleutelpositie binnen het Europese economische kerngebied. De opkomst van China als economische grootmacht en handelspartner heeft geleid tot een strategische heroriëntatie. Het logistieke belang van Venlo is gegroeid door digitalisering en robotsering.
Hoofdstuk 4
18
Er wordt binnen de logistiek ingezet op vergroting van de toegevoegde waarde. En dat geldt ook voor de toegevoegde waarde die Venlo biedt op het gebied van voedselproductie en gezonde voeding. De Brightlands Campus Greenport Venlo heeft haar vleugels uitgeslagen en er vindt fundamenteel en toegepast onderzoek plaats. Met een aanzienlijke economische spin-off als gevolg. Daarmee is het economisch fundament verder verbreed dankzij de sterke basis op het gebied van de maakindustrie, logistiek en agribusiness. Meer economie en minder beroepsbevolking biedt ook kansen voor diegenen die in het verleden minder gemakkelijk aan betaald werk konden komen. Een keur aan instrumenten en arrangementen hebben het in Venlo mogelijk gemaakt om zoveel mogelijk inwoners de kans te bieden op betaald werk, passend bij de mogelijkheden van zowel de werkgever als werknemer. Grenzeloos Wat betreft de grensligging is het (relatieve) gemak toegenomen waarmee over en weer gebruik wordt gemaakt aan beide zijden van de grens van elkaars kwaliteiten en profiteren van elkaars aanwezigheid. De stedelijke en regionale programmering op een breed scala aan onderwerpen is veel hechter geworden. Gezondheid De ambitie om de Gezondste regio te zijn heeft geleid tot een breed aanbod aan economische activiteiten die hieraan invulling geven.
Gezonde voeding en een gezonde levensstijl hebben gemaakt dat niet alleen onze economie, maar vooral ook onze inwoners hebben geprofiteerd. De vrijetijdseconomie heeft mede daardoor een stevige impuls gekregen. Venlo is niet alleen omwille van haar historie, winkelaanbod en ligging de moeite van het bezoeken waard, maar ook door de mogelijkheden om te kunnen wandelen, te kunnen fietsen, te kunnen ontspannen en te genieten van al het goede en lekkers dat specifiek in onze regio aan voeding wordt geproduceerd. Rol van de gemeente Venlo In de toekomst is de gemeente in staat op basis van ervaring een onderscheid te maken tussen de verschillende vormen die er bestaan tussen loslaten enerzijds en overnemen anderzijds. De gemeentelijke organisatie heeft ook een transformatie doorgemaakt. Digitalisering heeft het mogelijk gemaakt dat iedere inwoner, op ieder moment van de dag, snel zijn gegevens kan inzien en van onze dienstverlening gebruik kan maken. Afweging De realisatie van de voorliggende Ruimte voor Ruimte kavel draagt bij aan de verdere ontwikkeling van een aantrekkelijk woonklimaat binnen de gemeente Venlo, waarbij nieuwbouw plaatsvindt op een perceel in het gebied ’t Ven Oost. Het initiatief is hiermee in overeenstemming met de Strategische Visie Venlo 2040.
Hoofdstuk 4
19
4.4.2 Ruimtelijke Structuurvisie 2014 Op 25 juni 2014 heeft de gemeenteraad van Venlo de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo unaniem vastgesteld. In de structuurvisie staat de hoofdlijn van het ruimtelijk beleid voor de gemeente Venlo beschreven. Hieruit is af te leiden wat er de komende jaren op ruimtelijk gebied wel en niet mogelijk is. De structuurvisie geldt voor het hele grondgebied van de gemeente Venlo, met uitzondering van Klavertje 4, Klein Vink en Laerbroeck. Voor deze gebieden bestaan aparte structuurvisies. In de Ruimtelijke Structuurvisie Venlo zijn niet de regels, maar de ambities en opgaven het uitgangspunt. Nieuwe initiatieven worden in de toekomst nadrukkelijker beoordeeld op het maatschappelijk rendement. Dit rendement wordt bepaald door de mate waarin ontwikkelingen bijdragen aan het bereiken van de ambities van Venlo die zijn vastgelegd in de Strategische Visie 2030. De ruimtelijke structuurvisie is verdeeld in vijf thema's, de zogenaamde 'majeure opgaven'. Daarnaast zijn er drie aandachtspunten geformuleerd die op elke ruimtelijke beslissing van toepassing zijn, de 'basisprincipes'. Majeure opgaven: Drukte in het ommeland: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door het buitengebied ook daadwerkelijk als buitengebied te behandelen.
Dit betekent het combineren van meerdere functies, zoals landbouw, recreatie, waterberging en natuurontwikkeling; Ruimte in de stad: het contrast tussen buitengebied en stedelijk gebied verscherpen door de beschikbare ruimte in bestaand stedelijk gebied maximaal te benutten; Leven met de Maas: ruimte geven aan de rivier en haar beken om te anticiperen op klimaatverandering; Voorzieningen op maat: zorgen voor vitale en toekomst-bestendige voorzieningenclusters die aansluiten bij de reële behoefte van de samenleving; Robuuste structuren: werken aan een weerbare infrastructuur voor personen- en goederenvervoer. Daarnaast vraagt het gebruik van de ondergrond en het opwekken van schone energie steeds meer aandacht. Naast deze 'majeure opgaven' wordt er uitgegaan van drie basisprincipes, aandachtspunten die van toepassing zijn op elk ruimtelijk initiatief. Dit betekent concreet dat een initiatief als kansrijker wordt beschouwd als: Het de uitgangspunten van Cradle to Cradle (C2C) als vertrekpunt hanteert; de vraag wordt gesteld wat het betrekken van (Duitse) regiogemeenten kan betekenen; het zelf georganiseerd draagvlak geniet. Ruimte in de stad Het plangebied is op de kaart ‘Ruimte in stad en dorp’ gelegen binnen de stedelijke contour. In het stedelijk gebied wordt gestreefd naar maximale benutting van de bestaande beschikbare ruimte, niet om een uitbreiding daarvan.
In het stedelijk gebied is door tijdelijk gebruik, hergebruik, multifunctioneel gebruik en slim slopen nog voldoende ruimte aanwezig om nieuwe initiatieven een plaats te geven. Liever wil men bestaande woningen of gebieden aanpassen, dan dat er wordt uitgebreid.
Hoofdstuk 4
20
Binnen het stedelijk gebied streeft de gemeente Venlo naar het opnieuw benutten van terrein en gebouwen die in onbruik zijn geraakt of extensief of inferieur zijn bebouwd. Multifunctioneel gebruik van vastgoed en flexibiliteit in bestemmingsplannen worden hierbij nagestreefd. Conclusie Het gebied ’t Ven Oost, waarbinnen het plangebied is gelegen, is aangewezen als ‘ontwikkelzone (low-profile)’. In dit deels verouderde glastuinbouwgebied is een transformatie voorzien naar een mix van wonen, kleinschalig werken en recreatie, cultuurhistorie, water, natuur en glastuinbouw. De transformatie heeft als vertrekpunt het onderliggende landschap en de bijzondere kwaliteiten van het gebied. De woningbouw heeft een landelijk karakter (max. 10 woningen/ha.), waardoor van een reguliere verstedelijking geen sprake is. De voorgenomen ontwikkeling van een Ruimte voor Ruimte kavel vindt plaats binnen de stedelijke contour van Venlo en is in lijn met de beoogde ‘low profile’ verstedelijking die in het gebied ’t Ven Oost is beoogd. De situering van deze Ruimte voor Ruimte kavel is in overeenstemming met de stedenbouwkundige plankaart zoals opgenomen in de ‘Ruimtelijke beleidsnotitie ‘t Ven Oost’ (zie onderstaande afbeelding).
Voor Ruimte voor Ruimte initiatieven is het volgende opgenomen in de beleidsnota: “In 2012 hebben burgemeester en wethouders een 7-tal potentiële woningbouwlocaties aangewezen in ’t Ven Oost die in aanmerking komen voor deelname aan de éénpittersregeling uit de 2e tranche Ruimte-voor-Ruimte. Dit is een eigenstandige provinciale regeling, welke nog steeds actueel is. De mogelijke woningbouwlocaties vallen buiten het toepassingsbereik van dit beleidskader. Dit betekent dat, naast de mogelijkheden voor het bouwen van woningen conform onderhavig beleidskader, de mogelijkheid van het realiseren van de toegezegde Ruimte voor Ruimte kavels blijft bestaan.” Daarnaast ligt het plangebied volgens de structuurvisie binnen het cultuurhistorisch waardevolle gebied ’t Ven. Dit gebied bestaat uit een oude Maasmeander met reliëfafhankelijke wegen, boerderijen en landgoederen en ‘Fossa Eugeniana’. Laatstgenoemde betreft een onvoltooide kanaalverbinding Maas-Rijn, waarvan de aanleg omstreeks 1626 plaatsvond. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op de cultuurhistorische waarde van het plangebied en zijn omgeving. Samengevat is de voorliggende ontwikkeling passend binnen de uitgangspunten van de Ruimtelijke Structuurvisie 2014 en er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
4.4.3 Woonvisie 2021-2026 In september 2021 heeft de gemeente Venlo de ‘Woonvisie Venlo 2021-2026 – Op weg naar toekomstbestendig wonen’ vastgesteld. Met het vaststellen van de woonvisie worden de randvoorwaarden geschept om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad. Om dit te bewerkstelligen werken we met drie hoofdthema’s die in de woonvisie nader worden uitgewerkt: Een robuuste woningvoorraad
Hoofdstuk 4
21
Hiermee wordt een toekomstbestendige woningvoorraad bedoeld, met aandacht voor de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw. De opgaven om te verduurzamen wordt gekoppeld aan de aanpak van de bestaande woningvoorraad. Met woningbouw kan een bijdrage worden geleverd aan de aanpak van plekken die transformatie behoeven in Venlo. Hierbij wordt positief gekeken naar wooninitiatieven vanuit de samenleving, wordt ingezet op het pakken van kansen als het gaat om het aantrekken van inwoners van buiten de regio. En wordt ingezet op diverse wijken en dorpen om de leefbaarheid hier te borgen, samen met onze partners, zoals de woningcorporaties. Beschikbaarheid en betaalbaarheid Een belangrijke opgave is het beschikbaar en betaalbaar houden van de woningvoorraad. In tijden van een krappe woningmarkt staan beide onder druk. Naast de regulier woningzoekenden en nieuwe doelgroepen die we aan Venlo willen binden, is er aandacht voor doelgroepen voor wie het minder vanzelfsprekend is een plek te vinden op de Venlose woningmarkt. Wonen en zorg In de woonvisie wordt de koers uitgezet als het gaat om wonen en zorg. Hierbij is oog voor de verschillende doelgroepen en de opgave voor de komende jaren een passend woningaanbod aan te (blijven) bieden. Ordenende principes Bij deze hoofdthema’s zijn doelstellingen op hoofdlijnen geformuleerd.
Dit geeft enerzijds flexibiliteit en ruimte om in te spelen op ontwikkelingen die nu nog niet zijn voorzien of op goede ideeën vanuit de samenleving en de markt. Anderzijds geeft deze visie voldoende duidelijkheid en richting, zodat onze partners weten wat ze van de gemeente Venlo mogen verwachten. Bij de doelstellingen wordt uitgegaan van drie ordenende principes: versnellen, verbinden en vernieuwen: Versnellen Waar mogelijk worden kansen gepakt om opgaven versneld op te pakken. Verbinden Wonen staat niet op zichzelf, daarom wordt de verbinding met andere beleidsterreinen gezocht, maar ook met andere opgaven en vraagstukken- wonen kan hierin een deel van de oplossing vormen. Vernieuwen Hiermee wordt bedoeld dat we open staan voor nieuwe initiatieven, woonvormen en instrumenten om knelpunten binnen het wonen op te lossen. Afweging De voorliggende ontwikkeling voorziet in de toevoeging van één woningbouwkavel waarop een vrijstaande (koop)woning gerealiseerd mag worden. Dit woningtype is het meest passend binnen het gewenste profiel van het gebied ’t Ven Oost, waar een landelijk karakter met max. 10 woningen per hectare wordt nagestreefd. Bovendien wordt de bestaande schuur in het plangebied gesloopt in het kader
Hoofdstuk 4
22
van deze woningbouw, hetgeen een positief effect heeft op de woonaantrekkelijkheid en ruimtelijke kwaliteit in het gebied. De ontwikkeling sluit hiermee aan bij prioritaire beleidslijn 2 en het ontwikkelperspectief voor Venlo stad overig. Het initiatief is kortom passend binnen de gemeentelijke woonvisie. 4.4.4 Uitgangspunten Dynamische woningbouwprogrammering De dynamische woningbouwprogrammering (DWP) is een lokaal uitvoeringsinstrument, waarbij de gemeente Venlo invulling geeft aan de woningbouwkaders uit de woonvisie en de Strategische Visie 2030. De DWP is op 26 april 2011 vastgesteld in het college van B&W. De gemeente geeft in de DWP aan te kijken naar drie elementen als het gaat om de planvoorraad (initiatieven): mate van gebondenheid, financiële betrokkenheid/risico’s gemeente en doelen van de stad. De eerste schifting wordt gemaakt door te kijken naar de mate van gebondenheid (juridische status). Binnen de mate van gebondenheid zijn drie categorieën te onderscheiden, per categorie is aangegeven hoe met de initiatieven en plannen omgegaan wordt: Categorie 1. In aanbouw/ omgevingsvergunning / bestemmingsplan Het gaat hier om harde plannen die al in uitvoering zijn, of een omgevingsvergunning hebben of waarbij het bestemmingsplan onherroepelijk is. Aan deze plannen zal gemeente Venlo gewoon medewerking (blijven) verlenen.
Ook wordt vanuit de gemeente niet actief gestuurd op een eventuele verandering van het programma of een andere fasering. Uiteraard staat het initiatiefnemers vrij op basis van actuele marktvraag in gesprek te gaan met de gemeente om te komen tot een bijstelling van het programma in kwantitatieve en kwalitatieve zin of fasering. Categorie 2. In voorbereiding (SOK/ROK) Bij deze plannen bestaat een mate van gebondenheid. Er liggen overeenkomsten aan ten grondslag, bekrachtigd door tenminste een b en w besluit. Per plan kan de mate van gebondenheid verschillen en dit bepaalt de vrijheid die de gemeente heeft nog te sturen in programma en fasering. Het moet dus mogelijk zijn en blijven om in gesprek te gaan met de ontwikkelaars om te komen tot een kwantitatieve en kwalitatieve bijstelling en/of aanpassing van de fasering op basis van de actuele marktsituatie. Categorie 3. Ontwikkellocatie (geen afspraken) Dit zijn initiatieven waar nog geen afsprakenkader onder ligt. Gemeente is hier niet gebonden aan het plan en heeft dus nog de vrijheid om te beslissen over eventuele medewerking, het programma en fasering. Voorliggende herontwikkeling behoort tot categorie 3. Of medewerking aan een dergelijke ontwikkeling wordt verleend, wordt in de DWP gekoppeld aan 4 toetspunten: 1. Ontwikkelingen in het centrum waar een aantoonbare behoefte aan bestaat; 2.
Is sprake van herstructurering met in beginsel een reductie van het aantal woningen; 3. Is sprake van woningbouw om in de eigen behoefte van een deelgebied te voorzien; 4. Onderlinge uitruil met projecten in categorie 1 en 2.
Hoofdstuk 4
23
In de DWP wordt geconstateerd dat de woningbouwmarkt sterk aan verandering onderhevig is, hetgeen een dynamische aanpak vergt. De betrokken partijen zullen flexibiliteit en creativiteit moeten inzetten bij de jaarlijkse bijstelling van het programma, hetgeen wordt geborgd in de Kadernota. In de Kadernota 2020 wordt beschreven dat aandacht dient te worden besteed aan het evenwicht in het woningaanbod. Noodzakelijk voor de huisvesting van de groeiende groep ouderen en betaalbare huisvesting voor starters. Afweging Onderhavig initiatief ziet op de realisatie van één Ruimte voor Ruimte woning in ’t Ven Oost. Dit initiatief behoort tot categorie 2. Zoals omschreven bestaat bij deze plannen een mate van gebondenheid. In 2001 zijn er afspraken gemaakt tussen Provincie, de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en Ruimte voor Ruimte Limburg C.V./B.V. ten aanzien van het project 'Ruimte voor Ruimte'. Het is de ambitie van de provincie Limburg om de komende jaren samen met gemeenten het project af te ronden door middel van de realisatie van in totaal 900 woningen op planologisch aanvaardbare locaties in het buitengebied. Met het initiatief is reeds een glastuinbouwbedrijf gesaneerd en wordt daarvoor in de plaats één Ruimte voor Ruimte woning gerealiseerd.
Er is dus sprake opwaardering van de gronden waarbij overtollige agrarische bebouwing wordt gesloopt en een nieuwe hoogwaardige woning wordt gerealiseerd. Verder draagt het planvoornemen bij aan het terugdringen van het woningtekort. Afweging Het initiatief voldoet aan de uitgangspunten van de dynamische woningbouwprogrammering, doordat zowel kwantitatief als kwalitatief nadrukkelijk invulling wordt gegeven aan de behoefte in Venlo-Noord. Voor de uitgebreide onderbouwing van de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. 4.4.5 Beleidskader particulier opdrachtgeverschap woningbouw in ’t Ven Oost De gemeenteraad van Venlo heeft op 24 juni 2020 het ‘Beleidskader particulier opdrachtgeverschap woningbouw in ’t Ven Oost’ vastgesteld. Dit beleidskader maakt het onder voorwaarden mogelijk om op een aantal daarvoor aangewezen locaties binnen de bestaande linten maximaal 12 woningen te realiseren. In ruil voor deze woningbouw moeten de bestaande en veelal verouderde tuinderskassen worden gesloopt.
Hoofdstuk 4
24
In het gebied ’t Ven Oost zijn naast de bovengenoemde woningbouw zeven locaties aangewezen die in aanmerking komen voor deelname aan de éénpittersregeling uit de 2e tranche Ruimte voor Ruimte. Dit betreft een eigenstandige provinciale regeling, welke nog steeds actueel is en waarop dit beleidskader niet van toepassing is. Dit betekent dat, naast de mogelijkheden voor het bouwen van woningen conform het beleidskader, de mogelijkheid van het realiseren van de toegezegde Ruimte voor Ruimte kavels blijft bestaan. De mogelijke locaties waar woningbouw is voorzien met gebruikmaking van de Ruimte voor Ruimte regeling zijn wel indicatief weergeven op de stedenbouwkundige plankaart bij het beleidskader.
Uitsnede stedenbouwkundige plankaart ‘Ruimtelijke beleidsnotitie ’t Ven oost’ met plangebied in rode cirkel
Conclusie In het plangebied wordt een woonkavel mogelijk gemaakt met gebruikmaking van de provinciale Ruimte voor Ruimte regeling. De situering van deze Ruimte voor Ruimte kavel is in overeenstemming met de stedenbouwkundige plankaart zoals opgenomen in de ‘Ruimtelijke beleidsnotitie ‘t Ven Oost’ (zie onderstaande afbeelding). Voor Ruimte voor Ruimte initiatieven is het volgende opgenomen in de beleidsnota: “In 2012 hebben burgemeester en wethouders een 7-tal potentiële woningbouwlocaties aangewezen in ’t Ven Oost die in aanmerking komen voor deelname aan de éénpittersregeling uit de 2e tranche Ruimte-voor-Ruimte. Dit is een eigenstandige provinciale regeling, welke nog steeds actueel is. De mogelijke woningbouwlocaties vallen buiten het toepassingsbereik van dit beleidskader. Dit betekent dat, naast de mogelijkheden voor het bouwen van woningen conform onderhavig beleidskader, de mogelijkheid van het realiseren van de toegezegde Ruimte voor Ruimte kavels blijft bestaan.” Op basis van bovenstaande regeling, kan gesteld worden dat de beleidsnota niet van toepassing is op onderhavige ontwikkeling. Het gaat bij de Ruimte voor Ruimte percelen echter ook om nieuw toe te voegen vrijstaande woningen in hetzelfde gebied. Derhalve wordt voor de ruimtelijke inpassing van de Ruimte voor Ruimte kavels ook deze regels uit het beleidskader gehanteerd.
Hoofdstuk 4
25
5.
ONDERZOEK Bij de toekenning van de nieuwe bestemming aan de locatie dient rekening gehouden te worden met (milieu-)aspecten vanuit de omgeving en op de omgeving. Het onderzoek naar de milieuaspecten bodem, geluid, lucht, externe veiligheid en milieuzonering voor de locatie wordt in de navolgende paragrafen beschreven. Eveneens is gekeken naar de gevolgen van de gewenste ingreep voor de aspecten archeologie en cultuurhistorie, leidingen en infrastructuur, ecologie, waterhuishouding, verkeer en duurzaamheid. De hieruit voortgekomen bevindingen worden in onderstaande paragrafen toegelicht. Per paragraaf wordt de achtergrond uiteengezet, waarna wordt aangegeven wat de onderzoeksresultaten en/of conclusies zijn.
5.1 Milieuaspecten 5.1.1 Bodem In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verkennend bodemonderzoek4 uitgevoerd in het plangebied. Onderstaand wordt kort ingegaan op de onderzoeksresultaten. Voor meer informatie wordt verwezen naar de volledige rapportage. Met de onderzoeksstrategie voor “onverdachte locaties” werden 9 boringen op het perceel verricht. Hiervan zijn monsters van de bovengrond genomen. Twee boringen zijn doorgezet tot 2 m-mv. Zintuiglijk werden geen afwijkingen in samenstelling, geur en / of kleur geconstateerd in de grondmonsters. Vervolgens zijn twee mengmonsters samengesteld, te weten één van de bovengrond en één van de ondergrond. Op de locatie is tevens een peilbuis geplaatst, waarbij de grondwaterspiegel werd aangetroffen op 2,31 m-mv. Na analyse van de grondmonsters en grondwatermonsters bleek dat: In de bovengrond de achtergrondwaarden (AW) voor cadmium, lood en zink worden overschreden; In de ondergrond de AW van de onderzoeksparameters niet worden overschreden; Het grondwater licht verontreinigd is met nikkel. De verontreinigingen met zware metalen in de bovengrond en het grondwater zijn te relateren aan de regionale problematiek met betrekking tot zware metalen in de bodem. Gezien de gehalten is geen nader onderzoek noodzakelijk.
Tevens zijn er aanvullende boringen verricht op het perceel in verband met uitbreiding van het onderzoeksgebied en in verband met de voormalige aanwezigheid van kassen op de locatie. Ook de drupzone van het asbestverdachte dak is nader onderzocht.
4
M&A Bodem & Asbest BV, Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740, Oude Rijnstraat 36, Venlo, rapportnummer 220VOR36-vo-v3, 28 januari 2022
Hoofdstuk 5
26
Middels 7 aanvullende boringen is het onderzoeksgebied uitgebreid. Hiervan is een mengmonster samengesteld en dit is geanalyseerd op de standaardparameters van de NEN 5740 aangevuld met de OCB’s voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op de locatie. Uit de resultaten van de analyses blijkt dat de AW voor molybdeen wordt overschreden. Voor de OCB’s wordt alleen voor de som-drins de AW overschreden. Gezien het gehalte is geen nader onderzoek noodzakelijk. Indicatief kan worden gesteld dat, in verband met het hergebruik van grond, de bovengrond van de onderzoekslocatie voldoet aan de bodemfunctieklasse industrie. Hergebruik dient echter te geschieden conform het Besluit bodemkwaliteit en het bodembeleid van de gemeente Venlo. Aan de westzijde van het dak van de berging, hangt geen goot en is geen verharding aanwezig onder de druplijn. Daarom zijn bij de asbestverdachte drupzone 2 gaten van 30x30 cm tot 0,15 m-mv gemaakt. Hiervan is een mengmonster samengesteld. Uit de analyse blijkt dat de concentratie asbest in de grond 330 mg/kg ds bedraagt. Dit betekent dat sanering van de bodem noodzakelijk is. Vanwege de beperkte omvang van de drupzone is geen nader onderzoek uitgevoerd. Geadviseerd wordt om de drupzone ruimschoots te saneren, waarbij na sanering controlemonsters worden genomen om te bepalen of alle verontreiniging is verwijderd.
Conclusie Vanuit de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem zijn er gezien de bovenstaande onderzoeksresultaten in beginsel geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Er dient enkel rekening te worden gehouden met de sanering van de aanwezige drupzone. 5.1.2 Geluid In het kader van deze planologische procedure is het conform de Wet geluidhinder (Wgh) noodzakelijk dat er aandacht wordt besteed aan de akoestische situatie van de nieuw te bouwen woning. De planlocatie is gelegen binnen de wettelijk vastgestelde zone van enkele omliggende wegen. K+ Adviesgroep heeft daarom een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai5 uitgevoerd, waarvan in deze paragraaf kort de conclusies worden weergegeven. De volledige rapportage is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Uit het onderzoek blijkt dat vanwege de Genrayweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden op de voorgevel van het toekomstige bouwvlak. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. De geluidbelasting ten gevolge van de Genrayweg is maximaal 50 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Vanwege de overige omliggende wegen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB gerespecteerd.
5
K+ Adviesgroep, Oude Rijnstraat te Venlo, Akoestisch onderzoek optredende gevelbelasting wegverkeerslawaai, rapportnum mer Rm200805aaA0, 2 februari 2021
Hoofdstuk 5
27
Aangezien maatregelen aan de bron (zoals het aanbrengen van een andere wegverharding) stuiten op bezwaren van financiële aard, zal een verzoek tot het verlenen van een hogere waarde worden aangevraagd. In het onderzoek is tevens de cumulatieve geluidbelasting voor de omliggende wegen in beeld gebracht. Deze bedraagt maximaal 57 dB op de voorgevel. Om te voorzien in een aanvaardbaar binnenniveau volgens het Bouwbesluit is een gevelgeluidwering van 24 dB nodig. Dit is technisch prima haalbaar. In de woning zal dan ook sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat vanwege het aspect geluid. Conclusie Vanuit het aspect geluidhinder van wegverkeerslawaai bestaan er na het verlenen van de hogere waarde geen belemmeringen voor de voorliggende ontwikkeling. In de omgeving zijn daarnaast geen spoorwegen of gezoneerde industrieterreinen gelegen. Vanuit dat kader bestaan er kortom geen belemmeringen. 5.1.3 Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer, onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering: a. Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; b.