CConstaterende datVenlo
Koppel je AI →
Document · PDF

023bijl2 RAPPORT BEVINDINGEN_nieuw woonbeleid onderzoek_final.pdf

Oordeelsvormende raadsvergadering 14 april 2021, gemeente VenloBij agendapunt: 3.c: 20.15 - 21.45 uur Nieuw woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? (RV 2021-23)20.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nieuw woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? Het bevindingenrapport: deel 2

26 maart 2021

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 1

SECRETARIAAT REKENKAMER VENLO Secretaris Yvon van Geel y.vangeel@venlo.nl Adres Postbus 3434 5902 RK Venlo T 077 – 359 9642 Website https://gemeenteraad.venlo.nl/#rekenkamer SAMENSTELLING REKENKAMER VENLO Externe voorzitter Karin van den Berg Leden Emiel Broere Klaartje Peters Leon van den Beucken Jos Hoezen Jan Valize

RIGO RESEARCH EN ADVIES

Auteurs Thierry Wever Rosalie Post Pieter Kranenborg

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 2

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding

4

1.1 Aanleiding 1.2 Onderzoeksaanpak 1.3 Het gemeentelijk woonbeleid 1.4 Leeswijzer

4 4 5 8

2 De totstandkoming van het Venlose woonbeleid

9

2.1 De regionale beleidscontext 2.2 Lokale Woonvisie 2016-2021, Uitvoeringsprogramma en prestatieafspraken

9 12

3

21

Woonbeleid in retrospectief

3.1 Deelvraag 1: Wat zijn de door de gemeente gestelde beleidsdoelen in de Woonvisie? 3.2 Deelvraag 2: Wat was de kwaliteit van de geformuleerde beleidsdoelstellingen? 3.3 Deelvraag 3: Hoe is het totstandkomingsproces van de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma verlopen? 3.4 Deelvraag 4: Hoe is het totstandkomingsproces van de prestatieafspraken verlopen? 3.5 Deelvraag 5: Welke belanghouders waren bij de totstandkoming van de Woonvisie en prestatieafspraken betrokken vanuit welke rol? 3.6 Deelvraag 6: Voor de inzet van welke beleidsinstrumenten heeft de gemeente in het Uitvoeringsprogramma gekozen? 3.7 Deelvraag 7: Hoe was de aansluiting tussen lokale Woonvisie, Uitvoeringsprogramma en prestatieafspraken? 3.8 Deelvraag 8: Hoe is de uitvoering en de monitoring van het Uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken verlopen? 3.9 Deelvraag 9: Heeft de gemeente de in het Uitvoeringsprogramma opgenomen instrumenten optimaal ingezet?

Bijlage 1 Geïnterviewde personen Bijlage 2 Normenkader

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

21 21 22 24 26 27 28 30 31

34 36

Pagina 3

1. INLEIDING In dit onderzoek staat het woonbeleid van de gemeente Venlo centraal. De Woonvisie met het bijbehorende Uit‑ voeringsprogramma en de op basis daarvan gemaakte prestatieafspraken zijn daarin de hoofdelementen. Dit hoofd‑ stuk begint met een korte schets van de aanleiding voor de studie, de doelstellingen, de onderzoeksvragen en de gehanteerde methode. Vervolgens beschrijven we kort het gemeentelijke woonbeleid en de prestatieafspraken aan de hand van de landelijke kaders. Dit omdat veel kenmerken van het in Venlo doorlopen proces direct zijn terug te voeren op het landelijke (ideaaltypische) denken. Het hoofdstuk sluit af met een leeswijzer voor het vervolg van deze rapportage.

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor dit onderzoek is dat er in de lente van 2021 een nieuwe Woonvisie wordt opgesteld in gemeente Venlo. De rekenkamer wil met dit onderzoek – indachtig haar missie – de gemeenteraad ondersteunen met name in zijn kaderstellende rol. De rekenkamer wil de raad informeren over het ‘hoe’ van het woonbeleid van de afgelopen jaren, zodat de raad in voorjaar 2021 aan de slag kan met het ‘wat’ voor de komende jaren. Het onderzoek moet de gemeenteraad helpen zijn kaderstellende rol (inhoudelijk en procesmatig) in te vullen in het traject leidend tot de nieuwe lokale Woonvisie. In het onderzoek wil de rekenkamer terugkijken en beoordelen in hoeverre het samenspel van de Woonvisie, het Uitvoeringsprogramma en de samenwerking met de woningcorporaties in Venlo (vastgelegd in prestatieafspraken), bij hebben gedragen aan een doeltreffend en doelmatig gemeentelijk woonbeleid. De kunst hierbij is het achterhalen en zichtbaar maken van verbanden en waar mogelijk verklaringen voor de (lokale) uitvoeringspraktijk. Verklaringen over wat wel werkte en wat niet, en vooral over waarom dat zo was. Dan levert een evaluatie in onze ogen bruikbare lessen op voor de toekomst. Lessen waarmee de raad in Venlo aan de slag kan, om hun ambities te bereiken. In schemavorm ziet het evaluatiekader dat we hanteren er dan ook als volgt uit:

1.2

Onderzoeksaanpak

1.2.1 Hoofd- en deelvragen Het onderzoek heeft de volgende hoofdvraag: Welke lessen zijn er te leren uit de vorige lokale Woonvisie (2016-2021), het bijbehorende Uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken? De deelvragen die we beantwoorden zijn: 1) 2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)

Wat zijn de door de gemeente gestelde beleidsdoelen in de Woonvisie? Wat was de kwaliteit van de geformuleerde beleidsdoelstellingen? Hoe is het totstandkomingsproces van de Woonvisie en het Uitvoeringsprogramma verlopen? Hoe is het totstandkomingsproces van de prestatieafspraken verlopen? Welke belanghouders waren bij de totstandkoming van de Woonvisie en prestatieafspraken betrokken vanuit welke rol? Voor de inzet van welke beleidsinstrumenten heeft de gemeente in het Uitvoeringsprogramma gekozen? Hoe was de aansluiting tussen lokale Woonvisie, Uitvoeringsprogramma en prestatieafspraken? Hoe is de uitvoering en de monitoring van het Uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken verlopen? Heeft de gemeente de in het Uitvoeringsprogramma opgenomen instrumenten optimaal ingezet?

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 4

1.2.2

Onderzoeksmethode

Het onderzoek startte in november 2020 met een startbijeenkomst met ambtelijke betrokkenen, naar gewoonte van de Venlose rekenkamer. Vervolgens is gestart met een documentenstudie en een interviewronde ter verdieping van het beeld dat naar voren kwam uit de documentenstudie. In bijlage 1 Geïnterviewde personen is een overzicht opgenomen van de geïnterviewden samen met de in de gesprekken gehanteerde gespreksthemalijst. De deelvragen beantwoorden we aan de hand van het normenkader bij dit onderzoek (het normenkader is opgenomen in bijlage 2 Normenkader). Inhoudelijk gaan we in de beantwoording van een aantal deelvragen meer de diepte in aan de hand van twee doelgroepen op de woningmarkt die in recente discussies in de raad veel aan de orde komen. De aandacht gaat uit naar: • Betaalbare woningen voor starters (incl. jongeren/studenten); • Nultreden- en levensloopbestendige1 woningen voor senioren. Zoals gebruikelijk in een rekenkameronderzoek is de nota van bevindingen voor ambtelijk wederhoor uitgestuurd. Parallel aan het ambtelijke wederhoor binnen de gemeente is de nota van bevindingen toegezonden aan de woningcorporaties en huurdersorganisatie.

1.3

Het gemeentelijk woonbeleid

In deze studie staat het gemeentelijke woonbeleid centraal. In deze en volgende paragrafen reflecteren we hierop door de landelijke praktijk en de bijbehorende inzichten op basis van wet- en regelgeving te schetsen. Wat is gemeentelijk woonbeleid? Waaruit bestaat de gemeentelijke ‘gereedschapskist’ om het woonbeleid tot uitvoering te brengen en welke rol spelen de prestatieafspraken hierin?

1.3.1

Woonbeleid maken

Een Woonvisie gaat over meer dan wonen alleen De meeste gemeenten, ook de gemeente Venlo, beschrijven hun woonbeleid in een Woonvisie of gelijksoortig document. De doelen die in de Woonvisie zijn opgenomen hebben veelal betrekking op (delen van) de woningvoorraad en verschillende doelgroepen (gedefinieerd op basis van inkomen, levensfase (senior of starter) of een bijzondere woonvraag2). De keuze hierin en vorm hiervan is vrij. Meestal wordt het woonbeleid breed ingestoken en gaat het om een veelheid van onderwerpen. De complexiteit wordt nog versterkt door de vele relaties die van oudsher gelegd worden tussen het woondomein en andere gemeentelijke beleidsvelden als economie, het sociaal domein (wonen en zorg), ruimte, leefbaarheid, veiligheid en wijk- of buurgericht werken. Contextafhankelijkheid en flexibiliteit Het domein van bouwen en wonen omvat een complex samenspel van verschillende elkaar beïnvloedende markten: de markt van beleggers/ investeerders/woningcorporaties, de markt van ontwikkelaars en bouwers en de markt van de woonconsumenten in de koop- en (sociale)huursector. De lokale overheid probeert hier in het “algemeen belang” sturing op uit te oefenen en formuleert haar eigen ambities en doelstellingen. Dit ook hoe langer hoe meer in een regionale context. De gemeente is onderdeel van een regionale woningmarkt met zijn eigen dynamiek.

Afstemming over onder andere de woningmarkt en woonprogrammering krijgt in belangrijke mate op het niveau van de regio en provincie vorm. 1 Een nultredenwoning is een woning die zonder trappen van buitenaf bereikbaar is en waarbij de keuken, het sanitair, de woonkamer en minimaal één slaapkamer zich op dezelfde woonlaag bevinden/ een levensloopbestendige woning is een woning die zo gebouwd is, dat deze geschikt is voor iedere levensfase van een bewoner. ² Vergunninghouders, uitstromers uit instellingen voor maatschappelijke opvang, buitenlandse werknemers, woonwagenbewoners, huishoudens met een vraag naar een aangepaste woning et cetera. Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 5

Soms geeft dit een gemeente ruimte, maar soms zijn keuzes al op dat niveau gemaakt en daarmee kaderstellend voor het lokale woonbeleid. Hiernaast is de inkt van een beleidsstuk vaak nog niet droog of er dient zich soms alweer een verandering in wet- en regelgeving of de woningmarkt aan, die om bijstelling van beleid en uitvoering vraagt. Een belangrijke factor hierbij is dat belangrijke gemeentelijke ‘beleidsinstrumenten’ als de woningbouwprogrammering en afspraken met woningcorporaties en andere belanghouders in een zekere mate vertraagd reageren op veranderend beleid en/of een veranderende context (economie, regelgeving), terwijl de realisatie (uitvoering) doorgaans wel direct op dergelijke veranderingen reageert. In de afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld in een mum van tijd de bouwkosten door het tekort aan personeel in die sector de lucht in geschoten, terwijl velen dat niet zagen aankomen en budgetten (bij een gelijkblijvend kwantitatief en kwalitatief programma) nu tekortschieten.

1.3.2

De gemeentelijke gereedschapskist

Daarnaast is het goed om te realiseren dat er in het woonbeleid geen universeel werkzame formules zijn. Wonen is bij uitstek een domein waarop moet worden samengewerkt om doelen te bereiken. Zo bouwt een gemeente in de meeste gevallen zelf geen woningen, maar laat zij dit over aan marktpartijen of woningcorporaties. Dit zijn zelfstandig opererende partijen die eigen keuzes maken en onderhandelen. Samenwerking is er ook binnen de gemeente. Wonen is een domein dat raakt aan het beleid van vele andere gemeentelijke afdelingen. Integratie hiervan is vaak het streven en gaat in gemeenteland steeds beter, maar dit maakt het tegelijkertijd moeilijk om als gemeenteraad ‘door de bomen het bos nog te zien’. Het stellen van regels en de inzet van geld zijn van oudsher de manier voor een gemeente om haar beleidsdoelen te bereiken. Meer en meer vullen gemeenten echter hun ‘gereedschapskist’ breder in. Dit onder invloed van haar inwoners en belanghouders. Er is een ontwikkeling gaande waarin steeds meer nadruk komt te liggen op samenwerking, het maken van (prestatie)afspraken (denk ook aan inhoudelijke privaatrechtelijke afspraken gekoppeld aan de verkoop van grond of een bestemmingsplanwijziging (anterieure overeenkomst)), communicatie en informatie om het gemeentelijk woonbeleid te realiseren. Met de komst van de Woningwet 2015 heeft dit een impuls gekregen.

Regels en beleid hebben aan kracht ingeboet en geld is schaars. Netwerksturing is in het woondomein het codewoord. Al lijkt het laatste jaar een revival bezig van sturing op het woondomein via publiekrechtelijke instrumenten (wetten en regels). Denk hier bijvoorbeeld aan de mogelijkheden voor woningvoorraadbeheer op grond van de Huisvestingswet 2014. Ook breidt de rijksoverheid zo successievelijk de gereedschapskist van de gemeenten op dit vlak uit. Denk bijvoorbeeld aan recent geïntroduceerde instrumenten voor de regulering van toeristische verhuur of de aankomende opkoopbescherming. Dit omdat veel gemeenten gegeven de opgaven die zij signaleren en het gedrag van marktpartijen op de woningmarkt meer grip willen houden op en sturing willen geven aan de ontwikkeling en het gebruik van de woningvoorraad. De ‘gemeentelijke gereedschapskist’ voor wonen ziet er grofweg als volgt uit3:

³ Hierbij aangetekend dat de regionale component in het woonbeleid steeds groter wordt. Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 6

Figuur 1 De gemeentelijke gereedschapskist op woongebied

Prestatieafspraken met corporaties en huurders: een middel uit de gereedschapskist De meeste gemeenten hechten groot belang aan de sociale woningvoorraad. Het gaat tenslotte over de huisvestingsmogelijkheden van de inwoners met de laagste inkomens of met een bijzondere woningvraag. De woningcorporaties zijn een belangrijke samenwerkingspartner omdat ze een wettelijke taak4 hebben op dit vlak en beide partijen vaak vrijwel dezelfde doelen nastreven. Dat is eenvoudig op te schrijven, maar lang niet altijd eenvoudig in de praktijk te brengen. Want hoewel er gedeelde verantwoordelijkheden zijn, zijn gemeenten en woningcorporaties tegelijkertijd wezenlijk andere organisaties met een eigen verantwoordelijkheid en bedrijfsvoering. De woningcorporatie heeft een bij wet afgebakend inhoudelijk werkgebied, maar ook de wettelijke opdracht om de continuïteit van de organisatie te waarborgen. Dit brengt bijvoorbeeld met zich mee dat de woningcorporatie zich moet houden aan strenge financiële normen. Het is dus de kunst om recht te doen aan de gezamenlijke doelen enerzijds en de eigen verantwoordelijkheden anderzijds. Prestatieafspraken zijn hierin het middel voor de gemeente geworden om – naar redelijkheid – vorm en inhoud te geven aan de afhankelijke relatie tussen de gemeente en de woningcorporaties.

Een focus op de samenwerking sluit overigens niet uit dat er niet (zo nu en dan) scherp onderhandeld kan worden, de ‘lat’ hoger kan worden gelegd dan hetgeen ‘toch wel zou gebeuren’ of een beroep kan worden gedaan op een extra inspanning van de zijde van gemeente, woningcorporaties of huurdersorganisaties. Prestatieafspraken zijn echter niet bedoeld als een middel van de gemeente om sturing en regie uit te oefenen op de woningcorporaties en alleen van hen prestaties en bijdragen te vragen. In de totstandkoming van de Woningwet 2015 is een dergelijke vorm overwogen, maar uiteindelijk niet in de regels opgenomen; een vorm van wederkerigheid in de afspraken mag dan ook verwacht worden. Waar deze wederkerigheid gevonden wordt is aan de partijen zelf. Er is overigens geen sprake van een wettelijke verplichting om wederkerige afspraken te maken. Het is aan de partijen zelf om te beslissen of men akkoord kan gaan met het bereikte onderhandelingsresultaat en de overeengekomen mate van wederkerigheid. Wel is de ervaring dat wederkerige afspraken de samenwerking bevorderen en het bereiken van de gedeelde doelen hiermee dichterbij komt.

⁴ Het werkgebied van de woningcorporaties (toegelaten instellingen) staat in de Woningwet 2015. Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 7

Hoewel prestatieafspraken een plek hebben in de Woningwet 2015, is het maken ervan niet verplicht gesteld5. Al gaat de wetgever er wel van uit dat prestatieafspraken tot stand komen. Hiertoe zijn diverse procesvereisten opgenomen in wet- en regelgeving, zoals informatievoorziening op gezette tijden en regelingen voor geschilbeslechting door de minister en verschillende aanleverdata6. Uitgangspunt is dat woningcorporaties naar redelijkheid moeten bijdragen aan het woonbeleid (ofwel de Woonvisie) van de gemeente. De wet regelt dat woningcorporaties met gemeenten in overleg moeten treden “met het oog op het maken van afspraken over de uitvoering van het in de gemeenten geldende volkshuisvestingsbeleid” (art. 44, Woningwet 2015). Het is de woningcorporatie die de gemeente en de huurdersorganisaties uitnodigt voor het maken van prestatieafspraken. Hierbij geldt dat de woningcorporatie een gemeente alleen hoeft uit te nodigen voor het maken van prestatieafspraken als er actueel gemeentelijk woonbeleid in welke vorm dan ook is (artikel 44b Woningwet 2015). Dit kan een Woonvisie zijn maar een A4’tje met prioriteiten is ook voldoende. In de Woningwet 2015 hebben huurders een zwaardere rol gekregen bij het maken van prestatieafspraken.

Zo krijgen de huurdersorganisaties (en bewonerscommissies)7 een gelijke informatiepositie als de gemeente en zitten zij als gelijk‑ waardig partner aan tafel in het overleg dat moet leiden tot prestatieafspraken (artikel 44, 44a en 44b Woningwet). De manier waarop de huurders betrokken worden is overigens vormvrij. Prestatieafspraken in soorten en maten Prestatieafspraken kunnen meerdere vormen aannemen. Vaak wordt aansluiting gezocht bij een formulering die past bij de stand van zaken op het desbetreffende beleidsterrein. Wanneer bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuw beleid centraal staat, gaan de afspraken over het uitzoeken en analyseren van de situatie. Wanneer het gaat om de uitvoering van bestaand beleid gaan de afspraken over het plannen van concrete activiteiten. Er zijn dus verschillende typen afspraken. Het kan gaan over een uitspraak (we zijn het eens dat…), een intentie (we streven naar…), een afspraak die plannen en activiteiten tussen gemeente en woningcorporaties afstemt (handeling), een garantie die door een van de partijen wordt afgegeven (de sociale voorraad is in 2025 zo groot), een transactie (we verkopen grond voor deze prijs) of een procesafspraak (we gaan het zo doen).

Door verschillende typen afspraken overeen te komen wordt recht gedaan aan de fase in de beleidscyclus van een onderwerp en de verschillende doelen die de overlegpartners met de afspraak nastreven. Niet elk type afspraak hoeft dus altijd SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden) geformuleerd te worden. De partijen hebben veel vrijheid om te bepalen in welke cyclus prestatieafspraken gemaakt worden. Zo is het denkbaar om in een raamovereenkomst basisafspraken te maken voor de lange termijn en deze afspraken periodiek te actualiseren. Een ander schema of een werkwijze zonder raamovereenkomst is ook denkbaar.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 beschrijven we de manier waarop de Woonvisie, het Uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken in Venlo sinds 2016 tot stand kwamen. Hierbij is er ook aandacht voor de regionale beleidscontext. Deze chronologische opgezette beschrijving wordt aangevuld met de achtergronden bij de verschillende keuzes en het effect hiervan op de verschillende belanghebbenden. Het hoofdstuk sluit af met een beschrijving van de inhoud van het gemeentelijk woonbeleid en de prestatieafspraken. Hiermee is het hoofdstuk de basis voor het beantwoorden van de deelvragen van het onderzoek in het volgende hoofdstuk. Hoofdstuk 3 gaat in op het beantwoorden van de deelvragen van het onderzoek. Het feitenrelaas in hoofdstuk 2, bijna volledig gebaseerd op de dossierstudie, wordt hier aangevuld met inzichten uit de gespreksronde op basis waarvan we de deelvragen beantwoorden. ⁵ Kamerstukken I, 2014-2015 33966 / 32769, I MvA 30 januari 2015, p. 18 en Kamerstukken II, vergaderjaar 2013–2014, 33 966, nr. 3 p. 41. ⁶ In de ideale situatie geldt dat de woningcorporatie ervoor zorgt dat gemeente(n) en huurdersorganisatie(s) op 1 juli beschikken over een ‘bod’ (officieel het activiteitenoverzicht) dat zij uitbrengen op de Woonvisie. Deze datum is een zogenaamde ‘termijn van orde’: lokaal is het toegestaan andere afspraken te maken (wanneer dat bijvoorbeeld een beter proces in de hand werkt).

Een andere verplichting uit de Woningwet 2015 is dat de woningcorporatie voor 15 december de prognose-informatie (dPi) moet aanleveren bij het ministerie. Alleen wanneer er op dat moment prestatieafspraken zijn, moeten deze worden meegestuurd (artikel 43 en 44a Woningwet 2015). ⁷ Als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f respectievelijk g, van de Wet op het overleg huurders verhuurder”, Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 8

2. DE TOTSTANDKOMING VAN HET VENLOSE WOONBELEID In dit hoofdstuk geven we in paragraaf 2.2 een beeld van de manier waarop de Woonvisie 2016-2021, het bijbehoren‑ de Uitvoeringsprogramma en de prestatieafspraken tot stand zijn gekomen. Het hoofdstuk begint met een beschrij‑ ving van de regionale beleidscontext in paragraaf 2.1. Het hoofdstuk sluit af met een beknopt overzicht van de reeds gezette stappen richting de nieuwe lokale Woonvisie, waarvan de vaststelling in 2021 is voorzien. Chronologisch komen de volgende beleidsdocumenten in dit hoofdstuk aan de orde:

2.1

De regionale beleidsxontext

2.1.1

Regionale Woonvisies tot 2015

Ter vervanging van het Regionale Volkshuisvestingsplan 2002-2005 wordt in 2006 de Woonvisie Regio Venlo e.o. 20062009 opgesteld. Deze wordt vastgesteld door de gemeenteraden van Arcen en Velden, Beesel, Helden, Kessel, Maasbree, Meijel en Venlo. De visie bevat een intentieverklaring van de regiogemeenten om samen te werken op een lijst met uitgangspunten met betrekking tot de woningproductie. Daarnaast bevat het ook een werkplan over de samenwerking tussen de regio en de provincie op verschillende onderwerpen uit de Woonvisie. Per onderwerp staan de prioritering, doelstelling, op te leveren resultaten, doorlooptijd en (concrete) inzet van respectievelijk de regio en de provincie aangegeven. Er wordt afgesproken om elk jaar aan de gemeenteraden de voortgang te melden. Op die momenten kunnen dan ook doelen worden verfijnd of bijgesteld. Inhoudelijk heeft Venlo in deze visie de taak om een sterke centrumstad te blijven en te voorkomen dat er een trek van stad naar platteland plaatsvindt. Twee thema’s worden hiertoe van belang geacht: het verminderen van de nadruk op goedkope huur in Venlo en vergroten van aanbod voor jongeren en starters in de kernen; en het goed huisvesten van de groeiende groep senioren, waar nodig in combinatie met zorg. Hierop volgt in 2011 de Woonvisie Regio Venlo 2011-2015.

De visie wordt vastgesteld door de raden van (de nieuw samengestelde) gemeenten Beesel, Peel en Maas en Venlo. De nieuwe regionale visie “wil kaderstellend zijn” (p. 6) voor de drie gemeenten op het gebied van wonen en stelt de gemeenteraden in staat om te sturen op de beleidsmatige kaders. “Anders dan voorgaande regionale Woonvisies […] is de regionale samenwerking niet vrijblijvend. De kaders worden in regionaal verband door de gemeenteraden vastgesteld. De regiogemeenten kunnen en zullen elkaar dan ook [bestuurlijk] aanspreken op hetgeen is afgesproken in het belang van de complete regio” (2010-002rv+rb Woonvisie Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 9

Regio Venlo 2011-2015, p. 2). Concreet wordt afgesproken om jaarlijks een beleidsmonitoring te laten plaatsvinden, waarin de regiogemeenten elkaar verslag uitbrengen van de beleids- en uitvoeringsresultaten van het afgelopen jaar. Op die momenten kunnen de gemeenten elkaar dus aanspreken op de voortgang. In de visie speelt verder de Strategische visie 2030 een rol, waarin de gemeente Venlo zich ten doel heeft gesteld een “100.000 plus gemeente” te blijven (p.3). Wederom wordt hierbij nadruk gelegd op het “boeien en binden” van studenten, starters en hoger opgeleiden alsmede blijvende aandacht voor de huisvesting van senioren (p.3). 2.1.2

Van Provinciaal Omgevingsplan Limburg naar Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2016-2020

In 2014 wordt het Provinciaal Omgevingsplan Limburg vastgesteld door de Limburgse Provinciale Staten. In 2012 hebben werkgroepen van de gemeente en Provincie visies opgesteld voor Noord-, Midden- en Zuid-Limburg, die later in samenspraak met gemeenten en regionale stakeholders zijn samengesmeed tot een hoofdlijnenschets. Die schets is vervolgens met gemeenten en andere regionale partners weer uitgewerkt tot het uiteindelijke Omgevingsplan. Het Omgevingsplan vormt een richtinggevend beleidskader op basis van een aantal algemene Limburgse principes. Deze provinciale en regionale samenwerking wordt in 2016 per sub-regio (Noord, Midden, Zuid) bekrachtigd in bestuursafspraken door de colleges van de betreffende gemeentes en het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie. De bestuursafspraken zijn tijdens dit proces voorgelegd aan de lokale gemeenteraden ter consultatie, maar verder is de betrokkenheid van de lokale gemeenteraden in deze fase gering. Het Omgevingsplan wordt voor de regio Noord-Limburg later nader uitgewerkt in een Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg 2016-2020 (RSWNL). Hierbij zijn in totaal acht gemeenteraden betrokken, verdeeld over twee klankbordgroepen. Ook participeren marktpartijen, corporaties en zorgpartijen. Het is de eerste keer dat er op deze schaal in regionaal verband wordt samengewerkt op het thema wonen.

De structuurvisie wordt vastgesteld door de acht gemeenteraden. Voor de regio Venlo geldt dat de RSWNL de Woonvisie Regio Venlo 2011-2015 vervangt, die destijds was vastgesteld door de drie gemeenteraden van de Regio Venlo. De RSWNL bevat vijf algemene pijlers: 1. Een gezonde woningmarkt in balans: nieuwbouw naar behoefte De regio schrijft: “We vinden het onverantwoord om te sturen op een bouwprogramma dat uitgaat van meer dan voorspelde groei” (RSWNL, p. 4). Het betekent voor de meeste gemeenten een opgave om de plancapaciteit terug te brengen. De regio wil alleen nog plannen toevoegen “die echt kwaliteit toevoegen”, om zo te “bouwen naar reële behoefte” (p. 5). De afspraak is hierbij om het overschot aan plancapaciteit met minimaal 40% te verminderen tot 2020. Er wordt afgesproken hier jaarlijks als regio op te monitoren. 2. De juiste woning op de juiste plek en dynamisch voorraadbeheer: De structuurvisie bevat een afwegingskader om regionaal en lokaal tot een prioritering en onderbouwing van nieuwbouwplannen te komen, in het kader van ‘dynamisch voorraadbeheer’ in een context van beperkte bevolkingsgroei. Onder dit afwegingskader zitten drie principes: eerst lokaal prioriteren, dan regionaal; vraaggestuurd plannen maken in plaats van aanbodgericht; meer aandacht naar regionale centra en centrumdorpen dan naar kleine kernen.

Bij dit afwegingskader hoort een locatiescan waarmee gemeenten op basis van een aantal indicatoren de aantrekkelijkheid van potentiële nieuwbouwlocaties kunnen beoordelen. Er kan gewerkt worden met een stoplichtmodel (groen/ oranje/rood) al naar gelang een project aantrekkelijk is en draagvlak heeft. Criteria gaan bijvoorbeeld over kwaliteit van locatie en woning (o.a. levensloopbestendigheid) alsmede de juridische status en de financiële mogelijkheden en risico’s van het plan. 3. Goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor specifieke doelgroepen zoals arbeidsmigranten, studen‑ ten, statushouders en kwetsbare zorgdoelgroepen De regio stelt zich uitnodigend op naar de groepen genoemd in deze pijler. Voor de gemeente Venlo zijn studenten een nadrukkelijke doelgroep: “Nieuwe studentenhuisvesting landt hier!” (p.5). Voor het “faciliteren, motiveren en initiëren” van studentenhuisvesting in Venlo noemt de gemeente zelf al enkele instrumenten, waaronder het monitoren van vraag en aanbod en het professionaliseren van het studenteninformatiepunt (p.36]). Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 10

Daarnaast worden betaalbaarheid en beschikbaarheid in het licht van deze doelgroepen genoemd als twee onderwerpen om te monitoren en op te nemen in de lokale prestatieafspraken met corporaties. 4. Kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal Als deel van het ‘dynamisch voorraadbeheer’ (zie pijler 2) stelt de regio dat er gewerkt moet worden aan de kwaliteit van de bestaande voorraad. In stedelijke wijken is vernieuwing nodig, in andere kernen staat de leefomgeving onder druk door leegstand. Er ligt hier een sleutelrol voor corporaties. “Voor de korte termijn is er alle reden om op lokaal niveau heldere afspraken te maken met de corporaties over de verkoop van huurwoningen, verbeteren/verduurzamen, verversen (sloop/nieuwbouw). Daarbovenop is het meer dan wenselijk wanneer de corporaties hun strategisch vastgoedbeleid op regionaal niveau zouden delen met elkaar en de regio en van daaruit de strategie en activiteiten veel meer integraal af te stemmen, ook op de nieuwbouwplannen en het leegkomende vastgoed” (p.41). Ook is er ruimte voor innovatieve marktinitiatieven. 5. Een levensloopbestendige en duurzame regio Door toenemende vergrijzing is de levensloopbestendigheid van woningen een belangrijk thema. Woningaanpassingen zijn noodzakelijk.

De regio schrijft dat dit primair de verantwoordelijkheid is van verhuurder of eigenaar, maar dat bewustwording over de mogelijkheden van woningaanpassing essentieel is. Naast het bieden van voorlichting (gekoppeld aan voorlichting over duurzaamheid) wil de regio dit onderwerp aanpakken middels onder meer prestatieafspraken met corporaties over het opplussen van woningen. Bij de structuurvisie hoort daarnaast een regionaal actieprogramma (RAP), met concrete lokale beleidsambities. Hieronder vallen bijvoorbeeld het uitvoeren van een regionaal woningmarktonderzoek, het opstellen van een herprogrammeringsvoorstel (woningbouw), en het afstemmen op regionaal niveau van vastgoedbeleid van corporaties en zorginstellingen met betrekking tot o.a. opplussen. 2.1.3

Naar een regionale Woonvisie 2020-2024

In november 2019 wordt gestart met een herijking van de regionale Woonvisie voor de periode 2020-2024. Hiertoe komt de regionale raadswerkgroep bijeen. Dit is een werkgroep bestaande uit de regioraad. In de regioraad hebben raadsleden van elke regiogemeente zitting. Zij worden in deze bijeenkomst meegenomen in de bestaande afspraken, de context en het proces voor de herijking en worden gevraagd wat voor hen de belangrijke onderwerpen zijn. Op dat moment is duidelijk dat de wereld in verandering is. Nieuwe bevolkingsprognoses geven bijvoorbeeld aanleiding tot de bijstelling van beleid en de focus wil men verleggen naar de bestaande woningvoorraad (2019-1121 regionale raadswerkgroep - presentatie regionale Woonvisie en verslag). Dit gesprek krijgt een vervolg in een regionale raadsbijeenkomst in januari 2020. Deze bijeenkomst staat geheel in het teken van het ophalen van input voor de nieuwe visie aan de hand van verschillende thema’s als toekomstbestendige nieuwbouw, liefde voor de bestaande voorraad en balans in de wijk. De Venlose raad heeft de uitnodiging voor deze bijeenkomst ontvangen. Wel vindt deze bijeenkomst helaas op hetzelfde moment plaats als de nieuwjaarreceptie van de gemeente Venlo. Het is onmogelijk om op een redelijke termijn een datum te vinden waarop alle raden in de regio vrij zijn van verplichtingen. De raadsleden moeten dus kiezen.

De gemeente is zich hiervan bewust en geeft aan te hopen op een goede vertegenwoordiging vanuit de Venlose raad in de regionale bijeenkomst. Een week later wordt een soortgelijke bijeenkomst georganiseerd voor de regionale belanghouders (2020-0109 programma en samenvatting bijeenkomst). In 2020 wordt de Regionale Woonvisie Noord Limburg 2020-2024 vastgesteld door de lokale gemeenteraden. Hierin worden twee belangrijke opgaven vastgesteld: 1. Mismatch tussen woningbehoefte en woningvoorraad De woningvoorraad (en ook deels de planvoorraad) sluit onvoldoende aan op de demografische samenstelling en ontwikkeling van huishoudens in de regio. Dit wordt vooral gezien als een kwalitatieve opgave. Het gaat dus minder om aantallen woningen en meer om het realiseren van woningen die kwalitatief aansluiten op de demografie.

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 11

2. Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven op de woningmarkt Er zijn steeds meer verschillende doelgroepen in de regio die een plek nodig hebben op de woningmarkt. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld zorgdoelgroepen, internationale werknemers en ook woonwagenbewoners. De druk op de sociale huur lijkt vanuit deze verschillende doelgroepen toe te nemen.

2.2

Lokale Woonvisie 2016-2021, Uitvoeringsprogramma en prestatieafspraken

In deze paragraaf beschrijven we de opzet van het huidige woonbeleid van de gemeente Venlo. In de figuur hieronder is de samenhang beschreven tussen de regionale beleidscontext beschreven in de voorgaande paragraaf en het lokale woonbeleid. Figuur 2‑1 Samenhang tussen de verschillende documenten

Bron: Gemeente Venlo 2017 2.2.1

Woonvisie 2016-2021

Het traject naar de Woonvisie 2016-2021 in gemeente Venlo wordt in december 2015 gestart met een raadsnotitie, waarvan de bespreking tijdens een beeldvormende en oordeelsvormende raadsvergadering als doel heeft te oriënteren op de lokale uitwerking van de RSWNL. Deze uitwerking moet de vorm krijgen van een Woonvisie en een woningbouwprogramma. Tijdens de raadsvergadering moeten de prioritaire thema’s verkend worden. Het college doet een voorzet in de notitie en noemt de volgende lijst: betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid, huisvesten van urgente doelgroepen, wonen met zorg en ouderenhuisvesting (RN lokaal beleid, dd. 9 december 2015). Tijdens de raadsvergadering in januari 2016 wordt door de raad aangegeven welke thema’s prioriteit hebben. Dit leidt tot de volgende themalijst: betaalbaarheid en beschikbaarheid, duurzaamheid, wonen met zorg, huisvesten van urgente doelgroepen en leefbaarheid. Ten opzichte van de voorzet door het college is leefbaarheid dus toegevoegd, terwijl het thema ouderenhuisvesting niet meer specifiek wordt benoemd (01 RN 2016-5 Lokaal woonbeleid-oordeelsvormende raad oktober (12 oktober)). Op basis van deze vijf thema’s moeten later de prestatieafspraken met de woningcorporaties gemaakt worden (zie daarvoor verder § 2.2.3).

In oktober 2016 formuleert het college in een raadsnotitie aan de hand van de thema’s alvast de hoofdlijnen van het lokale woonbeleid. Onder het thema wonen met zorg gaat hierbij aandacht uit naar huisvesting van zorgbehoevende ouderen. Studenten en starters komen niet aan de orde. Het door de raad aangedragen prioritaire thema huisvesten van urgente doelgroepen is door het college ondergebracht onder betaalbaarheid en beschikbaarheid.

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 12

In november 2016 volgt een raadsvoorstel voor het instemmen met de Lokale Woonvisie 2016-2021. In het raadsvoorstel staat beschreven dat de Woonvisie tot stand is gekomen vanuit een werkgroep bestaande uit afgevaardigden van de gemeente, woningcorporaties Woonwenz, Antares en Wonen Limburg en de huurdersbelangenvereniging. Een verslag van een bestuurlijk overleg (16 november, p. 2) beschrijft overigens dat “in het proces naar de totstandkoming van de lokale Woonvisie […] de Huurdersbelangenvereniging Venlo-Blerick (HBV) [is] afgehaakt: de inhoud van de Woonvisie was erg abstract. De HBV onderstreept echter wel de grote lijn van de Woonvisie.” Geïnterviewden geven aan dat er gedurende 2016 een gemeentelijk visievormingsproces plaatsvond. Er zijn daarvoor themabijeenkomsten geweest met de corporaties en de huurders. Andere partijen, zoals ontwikkelaars, waren al betrokken geweest bij de regionale visie, en daarom is de keuze gemaakt hen niet zo kort daarop opnieuw te betrekken. De lokale Woonvisie had tot doel om aan te vullen waar de regionale visie nog niet voldoende uitwerking bood voor de prestatieafspraken, in het kader van de nieuwe Woningwet 2015. De huidige visie heeft daarmee ook duidelijk een volkshuisvestelijk karakter. Ook de woningcorporaties waren in die periode de komst van de Woningwet 2015 nog aan het verwerken.

Het was voor de woningcorporaties in deze periode zoeken naar precieze nieuwe afbakening van hun werkterrein. De raad heeft in 2016 op meerdere momenten inbreng gegeven. Tijdens de bespreking van de hoofdlijnen van het lokale woonbeleid in oktober 2016 is door de raad gevraagd om de ontwikkelingen in specifieke wijken en dorpen te bezien. Het college heeft dit opgepakt door het plaatsen van een matrix in de definitieve Woonvisie die het ontwikkelperspectief van verschillende stadsdelen en dorpen weergeeft. De Woonvisie behandelt nu vier thema’s: leefbaarheid, duurzaamheid, betaalbaarheid en beschikbaarheid, en wonen met zorg. Een herijking van het woningbouwprogramma volgt nog. De gemeenteraad wordt gevraagd de lokale Woonvisie vast te stellen, zodat voor 1 juli 2017 een bod op de prestatieafspraken 2018 uitgebracht kan worden door de woningcorporaties. In december 2016 wordt de definitieve Woonvisie 2016-2021 vastgesteld. De Woonvisie gebruikt als uitgangspunten de eerdergenoemde vijf pijlers uit de Regionale Structuurvisie. De visie richt daarbij met name op pijler 3 (goed wonen voor iedereen, maar met extra aandacht voor specifieke doelgroepen) en 5 (een levensloopbestendige en duurzame regio). In mindere mate richt de visie zich ook op pijler 4 (kwaliteit bestaande voorraad en kernen meer centraal).

Pijler 1 (een gezonde woningmarkt in balans) en 2 (de juiste woning op de juiste plek) worden “parallel” uitgewerkt (Woonvisie 2016-2012, p. 6). Op welke wijze hier invulling aan gegeven wordt (via een herijking van het woningbouwprogramma, zie ook figuur 2-1), wordt in de Woonvisie niet expliciet aangegeven. De pijlers structureren de Woonvisie overigens niet. In de Woonvisie is gekozen voor een thematische opzet:

1. Leefbaarheid De leefbaarheid is over het algemeen in orde in Venlo, schrijft de gemeente. Op buurt- en wijkniveau zijn er wel knelpunten aan te wijzen. De gemeente zet in op het maken van afspraken met woningcorporaties over het vergroten van de variatie in doelgroepen in de sociale huur. Ook zet de gemeente in op het “ondersteunen van de vitaliteit van buurten en wijken” om sociale cohesie te bevorderen (p. 13). Verder wordt er geanticipeerd op het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit aan de randen van de stad op de lange termijn. 2. Betaalbaarheid en beschikbaarheid De gemeente stelt vast dat de bestaande sociale huurwoningvoorraad over het algemeen voldoende is om de bestaande doelgroep te kunnen bedienen. Tegelijk is de beschikbaarheid van goedkope sociale huurwoningen “relatief krap” voor het bieden van voldoende aanbod aan jongeren tot 23 en mensen in ‘bijzondere doelgroepen’ (p. 16). Voor starters is de beschikbaarheid anno 2016 voldoende, maar de gemeente spreekt uit het belangrijk te vinden dat dit geborgd blijft. De gemeente zegt afspraken te maken met de woningcorporaties over huurbeleid, beperking van de huurprijsstijging en de beschikbaarheid van betaalbare huurwoningen. Ook blijft de gemeente “actief inzetten op het versterken van studentenhuisvesting in het centrum van Venlo” (p. 20).

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 13

3. Wonen met zorg Bij nieuwbouw streeft de gemeente naar het bouwen van levensloopbestendige woningen. Ook werkt ze gericht aan voorlichting over de mogelijkheden die woningaanpassingen bieden voor langer thuis wonen. De ontwikkeling van nieuwe woon-zorgconcepten wordt gestimuleerd. 4. Verduurzaming De gemeente maakt afspraken met woningcorporaties over het verbeteren van de energieprestaties van woningen en andere duurzaamheidsinvesteringen, in relatie tot de betaalbaarheid van wonen. Voor de particuliere sector wordt ingezet op “bewustwording en ontzorging” (p. 21). Bij projectontwikkeling worden duurzaamheidsprincipes in acht genomen. Met het oog op het voorkomen van negatieve effecten van krimp, zet de gemeente Venlo naast de vier thema’s in op twee prioritaire beleidslijnen. Deze hebben een meer ruimtelijke invalshoek: “1. Het versterken van het stedelijk profiel van Venlo door een accent te leggen op verdichting in en rond het centrum. 2. Een transformatieopgave in de wijken en dorpen die verder van het centrum liggen door een gerichte verdunning op termijn en toevoeging van ruimtelijke kwaliteit en diversiteit, zowel gericht op koop- als huurwoningen.” (p. 4) De Woonvisie bevat een aantal punten op het vlak van de huisvesting van jongeren en senioren. De betaalbaarheid en beschikbaarheid van wonen voor jongeren, studenten en starters zijn speerpunten.

Onder beleidslijn 1 valt daarnaast ook het bouwen van woningen voor jonge hoger opgeleiden. Voor senioren zijn doelen opgenomen onder het thema Wonen met Zorg. Tijdens de behandeling van de lokale Woonvisie in december 2016 komt er daarnaast een vraag vanuit de gemeenteraad over het onderwerp betaalbare en beschikbare woonruimte voor jongeren. De vraag is wat de concrete inzet van het college is op dit vlak. In haar antwoord verwijst de gemeente naar de te maken afspraken met woningcorporaties. “Ook de doelgroep jonge reguliere huurders (vanaf 18 jaar) is een groep die we bedienen door de (prestatie)afspraken die we maken over de realisatie van aanbod onder de aftoppingsgrens.” (2016-1 Beantwoording vragen besluitvorming 21dec16 inzake lokale Woonvisie, p.1) 2.2.2

Het Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie 2016-2021

In september 2017 wordt de raad geïnformeerd over het Uitvoeringsprogramma bij de Woonvisie. Het beslaat dezelfde looptijd als de Woonvisie en vormt de basis voor het maken van de prestatieafspraken met de corporaties en de Huurdersbelangenvereniging. “Het Uitvoeringsprogramma is dus een strategisch document dat ‘hangt’ tussen de visie voor de komende jaren en de concrete prestatieafspraken op jaarbasis”, aldus de raadsinformatiebrief. (2017-132 RIB Bijlage Uitvoeringsprogramma Lokale Woonvisie Venlo 2016-2021, p.3). Het Uitvoeringsprogramma is tot stand gekomen vanuit directe samenwerking met de drie corporaties in Venlo. Zie ook Figuur 2-1 hierboven voor een overzicht van de samenhang van de verschillende documenten. De lokale woningbouwprogrammering staat in Venlo ‘los’ van de Woonvisie. De basis voor de woningbouwprogrammering is gelegen in de regionale Woonvisie en de daarin gemaakt afspraken aangaande het dynamisch voorraadbeheer. Het Uitvoeringsprogramma volgt de vier thema’s uit de Woonvisie, aangevuld met het thema Samenwerking. Per thema is een algemene doelstelling geformuleerd (zie tabel 2‑1). Onder elke algemene doelstelling is een lijst met subdoelen gegeven en per subdoel is vervolgens vastgesteld wat de betrokken partijen zijn.

Naast gemeente en corporaties kunnen deze betrokkenen ook ontwikkelaars, bewoners, zorgpartijen en (andere) maatschappelijke partners zijn (zie tabel 2‑2 voor een overzicht). Bewoners en maatschappelijke partners worden voornamelijk betrokken bij het thema leefbaarheid; ontwikkelaars met name bij het thema betaalbaarheid en beschikbaarheid. Bij wonen met zorg zijn zorgpartijen betrokken. Tot slot is per subdoel aangegeven wat de betrokkenen concreet van plan zijn te gaan doen.

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 14

Tabel 2‑1 Algemene doelstellingen per thema uit Uitvoeringsprogramma Thema

Doelstelling

1. Leefbaarheid

We willen inzetten op het realiseren en behouden van een goede leefbaarheid in alle stadsdelen en dorpen van de gemeente.

2. Betaalbaarheid en beschikbaarheid

We zorgen voor een passende woning voor ieder huishouden. Dit altijd gezien in de regionale context.

3. Wonen en zorg

We streven ernaar dat alle inwoners kunnen wonen in een woning die aansluit bij hun woonbehoefte.

4. Verduurzaming

We streven naar het toepassen van duurzame maatregelen t.b.v. het verhogen van het wooncomfort en verlagen van de woonlasten.

5. Samenwerking

We spannen ons gezamenlijk maximaal in om op een constructieve manier samen te werken om te komen tot de realisatie van de prestatieafspraken.

Bron: Uitvoeringsprogramma Lokale Woonvisie Venlo 2016-2021, bewerking RIGO Tabel 2‑2 Betrokken partijen per subdoel Partij

Aantal keer betrokken bij subdoelen

Gemeente

32

Corporaties

32

Maatschappelijke partners

6

Ontwikkelaars

5

Bewoners

4

Zorgpartijen

2

Overig (onderwijs, netbeheerder e.a.)

4

Totaal aantal subdoelen

33

Bron: Uitvoeringsprogramma Lokale Woonvisie Venlo 2016-2021, bewerking RIGO

Het thema Samenwerking is vooral een zaak tussen de gemeente en de corporaties. Onder dit thema zijn onder andere subdoelen vastgesteld over het optimaliseren van de samenwerking tussen gemeente en corporaties, het tijdig informeren en gelegenheid geven tot reageren, en het maken van concrete afspraken over de uitwisseling van informatie. Met betrekking tot de jongeren en senioren zijn een vijftal specifieke subdoelen geformuleerd (zie tabel 2‑3). De subdoelen met betrekking tot jongeren gaan hierbij over studenten. Opgemerkt moet worden dat minder doelgroep-specifieke subdoelen zoals het ‘borgen van voldoende beschikbaarheid van betaalbare woningen’ natuurlijk ook kunnen slaan op starters en andere jongeren, ook als deze groepen niet specifiek genoemd worden.

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 15

Tabel 2‑3 Subdoelen uit Uitvoeringsprogramma m.b.t. jongeren en senioren Sub doel nr

Subdoel

Betrokken partijen

Actiepunt

2e

We borgen voldoende studentenhuisvesting.

Gemeente en corporaties, ontwikkelaars

De gemeente stimuleert initiatieven voor studentenhuisvesting en indien nodig dragen corporaties daaraan bij.

3b

We verduidelijken de procedure voor woningaanpassingen.

Gemeente en corporaties

We zorgen voor een goede afwikkeling van verzoeken voor woningaanpassingen.

3c

We bevorderen toekomstbestendige huisvesting voor de ‘zorgdoelgroepen’.

Gemeente en corporaties

We verkennen en ontwikkelen nieuwe woonzorgarrangementen, die aansluiten bij de huidige en toekomstige zorgsystematiek en de behoefte van de ‘zorgdoelgroepen’ en streven bij nieuwbouw naar levensloopbestendig bouwen. Waar mogelijk heeft dit ook de aandacht bij renovatieprojecten.

5j

We dragen zorg voor een toegankelijk informatiepunt voor studenten.

Gemeente, corporaties, onderwijs en ondernemers

We realiseren en continueren een gezamenlijk studenteninformatiepunt.

Bron: Uitvoeringsprogramma Lokale Woonvisie Venlo 2016-2021, bewerking RIGO

2.2.3

Prestatieafspraken 2017-2021

In 2016 moeten zowel de nieuwe Woonvisie als de prestatieafspraken 2017 vastgesteld worden. De lokale Woonvisie kan dus nog niet als basis gebruikt worden, maar omdat de gemeente niet ‘slechts’ de oude afspraken uit STRAK28 wil voortzetten, worden er samen met de corporaties toch al prestatieafspraken gemaakt. Het college stelt in een raadsinformatiebrief terecht vast dat de afspraken “nog relatief abstract [zijn] en de meesten in ieder geval niet SMART geformuleerd” (01 – Raadsinformatief t.b.v. college 17 januari 2017, p. 4). In de geest van de nieuwe Woningwet heeft voor het eerst ook de Huurdersbelangenvereniging de afspraken getekend.

Monitoring De accountmanager vanuit de gemeente, en de drie accountmanagers vanuit de corporaties komen maandelijks bijeen voor het Accountmanagersoverleg (AMO). De AMO’s worden drie keer per jaar gebruikt voor de monitoring van de prestatieafspraken aan de hand van de tertiaalmonitor. In deze tertiaalmonitor wordt gebruikt gemaakt van een stoplichtmodel met drie kleurcodes voor ‘afgehandeld’, ‘lopend/deels afgehandeld’ en ‘niet afgehandeld’. Het voortgangslabel wordt toegelicht met een overzicht van de gezette stappen tot nu toe (met datum). Voor de prestatieafspraken 2018 wordt er daarnaast een extra ‘stoplicht’ gehanteerd voor zaken die deels of niet afgehandeld zijn. Hierbij slaan de kleuren op ‘opgenomen in de volgende prestatieafspraken’, ‘going concern’ of ‘geen vervolg, omdat…’. Bij de laatste wordt een toelichting gegeven. Voor de prestatieafspraken 2019 wordt vastgesteld dat erg veel afspraken ‘going concern’ zijn en wordt afgesproken om gewone ‘lopende’ werkafspraken niet meer op te nemen in de prestatieafspraken. Bij de monitor van de prestatieafspraken 2019 is het tweede stoplicht dan ook komen te vervallen en ingeruild voor één kleur die aangeeft of de afspraken opgenomen zijn in de prestatieafspraken 2020. Bij de tertiaalmonitor komt als bijlage een projectenoverzicht van de drie corporaties.

Ook is recentelijk een aparte bijlage (monitoring voortgangscijfers woningstichtingen Venlo) door de corporaties gemaakt waarin zij hun ‘overige prestaties’ of marktontwikkelingen inzichtelijk maken. Aan de orde komen de

⁸ Strategisch Akkoord 2, eerdere afspraken tussen de gemeente Venlo en de woningcorporaties werden afgekort als STRAK. Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 16

kerngegevens aangaande de nieuwe verhuringen, het aantal gehuisveste statushouders ten opzichte van de gemeentelijke taakstelling, de ontwikkeling in de overlastmeldingen of leefbaarheidsproblemen en het aantal huishoudens met betaalachterstanden en huisuitzettingen. De monitoringsdocumenten hebben een interne status en zijn beschikbaar voor de gemeente, de woningcorporaties en de Huurdersbelangenvereniging Venlo (HBV). De monitor van de prestatieafspraken wordt niet met de gemeenteraad gedeeld of met hen besproken. Over de gemaakte prestatieafspraken worden zij middels raadsinformatiebrieven en een jaarlijkse informele themabijeenkomst geïnformeerd.

Wat betreft de jongeren en senioren bevatten de prestatieafspraken vooral concrete afspraken over studentenhuisvesting, bijvoorbeeld over een studenteninformatiepunt. Met betrekking tot senioren wordt afgesproken om nader te overleggen als er vragen zijn over woningaanpassingen en om een behoefteonderzoek te doen naar het opplussen van de voorraad. Bij een eerste tertiale monitoring van de prestatieafspraken 2017 tijdens een bestuurlijk overleg (september 2017) springen twee onderwerpen eruit. Ten eerste pleiten de woningcorporaties voor een goede projectleider die alle corporatieprojecten kan trekken. De vertegenwoordigers van de gemeente zeggen hier aandacht voor te zullen vragen, maar geven ook aan dat de gemeente te maken heeft met een gebrek aan projectleiders. Ten tweede wordt vastgesteld dat betaalbaarheid van studentenhuisvesting in Venlo een probleem dreigt te vormen en voorkomen moet worden dat Venlo bekend komt te staan als een te dure stad voor studenten. De huisvesting van studenten wordt afgesproken als een agendapunt voor de volgende keer. Bij een latere monitoring (maart 2018) worden de verschillende afspraken beoordeeld op ‘afgehandeld’, ‘lopend’ of ‘niet afgehandeld’. Bij afspraken die niet afgehandeld zijn, wordt aangegeven in welke volgende overeenkomsten ze opgenomen zijn.

De twee hierboven genoemde afspraken met betrekking tot senioren zijn niet afgehandeld. De afspraken rond studentenhuisvesting zijn deels afgehandeld en deels opgenomen in de volgende prestatieafspraken. Het studenteninformatiepunt is ‘lopend’, de financiële ondersteuning ervan is ‘niet afgehandeld’. Prestatieafspraken 2018 Na het vaststellen van de Woonvisie zijn de prestatieafspraken 2018 de eerste op basis van de Woonvisie 2016-2021 en het Uitvoeringsprogramma. Ze volgen dus ook de vier thema’s uit de Woonvisie. Voor 2018 wordt er bijvoorbeeld afgesproken om een doorkijk te maken over de transformatieslag aan de randen van de stad (leefbaarheid); om 257 sociale huurwoningen toe te voegen en een beperkte huurprijsstijging door te voeren (betaalbaarheid en beschikbaarheid); en dat woningcorporaties een uitvoeringsplan maken om in 2050 een CO2-neutraal woningbezit te hebben (verduurzaming). Wat betreft de jongeren- en seniorendoelgroep wordt onder andere een afspraak gemaakt over het studenteninformatiepunt (subdoel Uitvoeringsprogramma 5j). De gemeente zegt toe in 2018 meerjarige afspraken te maken over de financiering ervan. Ook zal ze initiatieven voor studentenhuisvesting steunen (subdoel 3a). Met betrekking tot de huisvesting van senioren wordt afgesproken om aanvragen voor woningaanpassingen volgens een heldere procedure af te handelen (subdoel 3b).

Het Huis van Morgen in Panningen, dat manieren laat zien om langer zelfstandig thuis te wonen, wordt voortgezet door (of met steun van) de corporaties. Over toevoeging van een Huis van Morgen in Venlo worden in 2018 nog afspraken gemaakt. Verder wordt afgesproken 140 levensloopbestendige woningen toe te voegen (subdoel 3d). Ook worden er met woningcorporaties afspraken gemaakt naar aanleiding van een behoefteonderzoek over het opplussen van bestaande woningen naar levensloopbestendige woningen. Onder meer in oktober 2019 zijn de prestatieafspraken 2018 gemonitord. Het studenteninformatiepunt is inmiddels opgericht. De woningcorporaties besteden het aanbieden van studentenwoningen in Venlo uit aan een derde partij. Een nieuwe aanbesteding van de bijbehorende werkzaamheden door de woningcorporaties loopt op dat moment nog (wordt uiteindelijk Jules Venlo, de vorige aanbieder Checkpoint gaat door als aanbieder van particuliere studentenhuisvesting). Het steunen van studentenhuisvestingsinitiatieven krijgt de code ‘lopend’, al is niet precies bekend welke acties op dit vlak worden ontplooid. Zo laat woningcorporatie Woonwenz de uitbreiding in dit segment aan de markt. Het afstemmen van een heldere procedure voor woningaanpassingen blijkt traag, omdat gemeente en woningcorporaties elkaar nog niet volledig kunnen vinden, en wordt doorgeschoven naar 2019. Nieuw Woonbeleid in Venlo.

Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 17

Gedetailleerd overleg over een Huis van Morgen in Venlo heeft ook nog niet plaatsgevonden en wordt opgenomen in de volgende prestatieafspraken. Van de 140 levensloopbestendige woningen zijn er ten tijde van de monitoring 94 opgeleverd. De oplevering van de overige 46 woningen wordt naar 2019 verplaatst. Het bespreken van het behoefteonderzoek over opplussen heeft nog niet plaatsgevonden. Prestatieafspraken 2019 In de prestatieafspraken 2019 wordt o.a. afgesproken om de in 2018 overgeslagen doorkijk over de stadsrandentransformatie in 2019 wel op te starten (leefbaarheid); om 126 sociale huurwoningen toe te voegen, nu een deel van 257 geplande woningen van 2018 niet is gerealiseerd (betaalbaarheid en beschikbaarheid); en om de in 2018 gemaakte routekaart naar een CO2-neutraal woningbezit uit te werken in uitvoeringsplannen (verduurzaming). Wat betreft de huisvesting van jongeren en senioren lijken de prestatieafspraken van 2019 op die van 2018. Er worden, anders dan voorheen, geen specifieke aantallen levensloopbestendige woningen meer genoemd voor de nieuwbouw (subdoel 3c). Verder wordt afgesproken dat indien blijkt dat bepaalde groepen – zoals senioren en jongeren – hun weg niet kunnen vinden naar de woningmarkt, partijen zich zullen inspannen voor het verbeteren van de informatievoorziening.

Daarnaast wordt afgesproken om waar nodig afspraken te maken over het toevoegen van betaalbare huur en of de transformatie van bestaand (zorg)vastgoed “om de beweging scheiden wonen en zorg te faciliteren” (p. 5). Tot slot wordt het streven uitgesproken om de samenwerking efficiënter te laten verlopen door het aantal overleggen te verminderen. Volgens de monitoring van de prestatieafspraken 2018 lukt het in 2018 niet het behoefteonderzoek naar opplussen te bespreken. In de PA 2019 komt dit onderwerp niet meer op dezelfde wijze terug. Er wordt een nieuwe afspraak gemaakt op basis waarvan men met senioren actief in gesprek wil gaan over woonwensen en latente verhuisbehoeftes en eventuele belemmeringen hierin. In de tweede tertiaalmonitoring van de prestatieafspraken 2019 (oktober 2019) wordt geconcludeerd dat erg veel zaken de status ‘lopend’ hebben. Voor 2020 wordt gestreefd naar ‘smartere’ afspraken, door bijvoorbeeld een concrete trekker te benoemen. Tot op heden werd er niet aan elke prestatieafspraak een eerstverantwoordelijke voor de uitvoering gekoppeld. In maart 2020 volgt er een derde monitoring van de PA 2019 (waarin meer dan de helft van de afspraken aangemerkt zijn als ‘afgehandeld’). Het onderzoeken van initiatieven voor studentenhuisvesting is wel lopend en staat nu op de agenda voor 2020.

Voor het lopende punt van een heldere procedure van het aanvragen woningaanpassingen, ligt er inmiddels een concept Uitvoeringsovereenkomst Wmo-voorzieningen. De verwachting is dat deze in 2020 vastgesteld zal worden. De monitoring concludeert dat het realiseren van deze procedure moeizaam verloopt. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen is ‘afgehandeld’ en “nieuwbouw wordt dienovereenkomstig opgeleverd” (p. 1). Het zicht krijgen op de woonwensen van senioren is afgehandeld middels een onderzoek, waarvan de resultaten zijn gepresenteerd. In 2020 wordt dit verder uitgewerkt. Prestatieafspraken 2020 Hierop volgen de prestatieafspraken 2020. Over de transformatieslag aan de stadsranden is inmiddels bijeengekomen en overlegd, het onderwerp wordt verder opgepakt in de volgende Woonvisie (leefbaarheid); er worden nog 142 huurwoningen afgesproken (betaalbaarheid en beschikbaarheid); en uit de uitvoeringsplannen over CO2-neutraal bezit is een Transitievisie voortgekomen, die door corporaties nu wordt vertaald naar hun strategisch voorraadbeleid (verduurzaming). Wat betreft de jongeren en senioren zijn de lopende afspraken over initiatieven voor studentenhuisvesting, een gezamenlijk studenteninformatiepunt en het Huis van Morgen ook hier weer opgenomen. Daarnaast wordt afgesproken om te kijken of het convenant woningaanpassingen in 2020 kan worden getekend.

In 2020 start de gemeente daarnaast met het opstellen van een nieuwe lokale Woonvisie met Uitvoeringsprogramma. Prestatieafspraken 2021 In de daaropvolgende prestatieafspraken 2021 staan wederom afspraken over informatievoorziening (studenteninformatiepunt, Huis van Morgen maar ook eventuele campagnes voor andere doelgroepen die hun weg niet weten te vinden). Verder wordt afgesproken dat de gemeente een overleg zal initiëren met de corporaties over het opstellen van de herijking van de gemeentelijke notitie studentenhuisvesting.

Nieuw Woonbeleid in Venlo. Wat gaat goed, wat kan beter? | Het bevindingenrapport: deel 2

Pagina 18

Een vergelijking met de prestatieafspraken van de jaren ervoor leert dat de afspraken in 2021 niet SMART-er geformuleerd zijn dan eerst. Ook de afspraken over de jongeren en senioren maken weinig ontwikkeling door richting specifieker, meetbaarder, etc. Veel afspraken zijn voornamelijk intenties om in het betreffende jaar een daadwerkelijke afspraak over een onderwerp te maken: ‘dit jaar zullen we spreken over …’, waarbij het overigens niet altijd lukt om een (toereikend) overleg te laten plaatsvinden. Verder spreken veel afspraken vooral een streven uit, of de intentie om ergens op in te spelen indien de noodzaak daartoe zich voordoet: “Indien blijkt dat bepaalde doelgroepen (bv senioren en internationale werknemers) onvoldoende hun weg weten te vinden naar de woningmarkt van de corporaties, dan borgen partijen het verbeteren van de informatievoorziening. Bij een dergelijke constatering door welke partij dan ook zullen de corporaties het initiatief nemen voor het starten van een passende campagne” (prestatieafspraken 2019, 2020 en 2021). Qua formulering wijken de afspraken daarbij soms nauwelijks af van die in de jaren ervoor, zoals het vorige voorbeeld ook laat zien. Een ander voorbeeld is de lopende afspraak over studentenhuisvesting.

In 2021 is bijvoorbeeld te lezen: “De gemeente stimuleert initiatieven voor studentenhuisvesting door medewerking te verlenen aan passende toevoegingen op basis van de studentenpopulatie. In 2021 zijn de corporaties voor de gemeente gesprekspartner bij het opstellen van de herijking van de gemeentelijke notitie studentenhuisvesting. De gemeente initieert hiertoe een overleg.” Dit is dezelfde afspraak als die in 2020 gemaakt is en afgezien van het punt over de herijking van de notitie studentenhuisvesting is deze afspraak qua formulering al sinds 2017 nagenoeg dezelfde. De afspraak is dus niet SMART-er geworden. Hoe de gemeente initiatieven voor studentenhuisvesting stimuleert, wordt in de prestatieafspraken daarmee niet duidelijk. Aandacht voor jongeren en senioren Vergelijken we de prestatieafspraken 2017-2021 met de intenties uit de Woonvisie, dan vallen er met betrekking tot de inhoud van de afspraken over jongeren en senioren een aantal dingen op. Onder het thema Betaalbaarheid en Beschikbaarheid schreef de gemeente in de Woonvisie bijvoorbeeld te willen borgen dat er genoeg beschikbaarheid is voor starters. Daarnaast gaf ze in antwoord op een vraag uit de gemeenteraad over de beschikbaarheid van woningen voor jongeren aan om afspraken te gaan maken over de realisatie van aanbod onder de aftoppingsgrens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.venlo.nl/api/v1/meetings/499/documents/10822