023 BsGW 2.2 Ontwerpbegroting BsGW 2026 en -MJR 2027-2030 (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
van
BsGW bedragen
voor
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
2026 € 11.874.942-. ,
pagina 23 van 60
4. 5 Paragrafen 4. 5. 1 Lokale heffingen De paragraaf lokale heffingen is niet van toepassing
voor
BsGW.
4. 5. 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de middelen waarover BsGW kan beschikken om niet begrote kosten te dekken plus de financiële gevolgen op te kunnen vangen van bedrijfsvoeringsrisico’s waarvoor geen maatregelen zijn of kunnen worden getroffen. Bestuurlijk is de voorkeur uitgesproken het weerstandsvermogen van BsGW zo bescheiden mogelijk , doch wel realistisch , te laten zijn. Operationele risico’s moeten door BsGW zelf kunnen worden opgevangen , zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. Het benodigde weerstandsvermogen is conform besluitvorming gebaseerd op een , bij de oprichting , bepaalde methode van risicoanalyse. De founding fathers - Waterschap Limburg en de gemeente Venlo - hebben het weerstandsvermogen in 2011 opgebouwd door een bodemstorting van € 385 duizend. Een en ander is vastgelegd in het bestuursdocument van Conquaestor en als zodanig vastgesteld door de founding fathers. Eventuele verhoging van het weerstandsvermogen zal door alle deelnemers in BsGW gedragen dienen te worden. Het aanhouden van een weerstandsvermogen voorkomt dat elke financiële tegenvaller dwingt tot directe begrotingsmaatregelen zoals bezuinigingen en het aanpassen van het vastgestelde beleidskader en de daaruit voortvloeiende productdoelstellingen.
Fluctuaties in de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers aan BsGW kunnen hiermee worden voorkomen. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). De risicoanalyse wordt elk jaar uitgevoerd zodat bepaald kan worden of het gestorte weerstandsvermogen toereikend is. Hierin is voor elk van de risico’s de kans dat het zich voordoet realistisch ingeschat en worden de gevolgen benoemd met daarbij de omvang van de financiële impact. Door het treffen van effectieve beheersmaatregelen , kan BsGW de financiële gevolgen hiervan terugbrengen. Het geïdentificeerde risico na het nemen van de beheersmaatregelen (het restrisico) leidt tot een berekend weerstandsvermogen. Zie ook bijlage 7: Risicoanalyse. Risico’s met betrekking tot de belastingopbrengsten behoren niet tot de bedrijfsrisico’s van BsGW. Ratio weerstandsvermogen De verhouding tussen de niet afgedekte risico’s en het aanwezige weerstandsvermogen wordt weergegeven in de ratio weerstandsvermogen. De ratio weerstandsvermogen wordt berekend door het beschikbare weerstandsvermogen te delen door het benodigde weerstandsvermogen op basis van het risicoprofiel. Deze ratio is een stuurmiddel. Een ratio lager dan 10, duidt op een kwetsbare financiële positie , omdat de capaciteit niet voldoende is om de geïdentificeerde risico’s af te dekken.
Het berekend weerstandsvermogen is voor de voorliggende begroting berekend op € 998 duizend miljoen. Het aanwezige weerstandsvermogen vóór bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 bedraagt € 1570 miljoen. De ratio komt hiermee uit op 157. , , Deze ratio valt buiten de bandbreedte weerstandsvermogen aan te passen. Het verschil tussen het aanwezige
en
van
08,
en
14,
waardoor
er
aanleiding
bestaat
het
het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 24 van 60
Financiële kengetallen Op grond van het wijzigingsbesluit BBV is een aantal financiële kengetallen verplicht voorgeschreven. Hiervan zijn drie financiële kengetallen relevant voor BsGW , zoals in onderstaande tabel weergegeven: Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsrisico Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
JR2022 -93% , , -93%
JR2023 16% , , 16%
B2024 -112% , , -112%
B2025 -106% , , -106%
B2026 -103% , , -103%
B2027 -99% , , -99%
B2028 -95% , , -95%
B2029 -95% , , -95%
195% ,
-316% ,
298% ,
315% ,
325% ,
336% ,
336% ,
337% ,
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximumnorm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. Als gemeenschappelijke regeling , die middels bijdragen van de deelnemers haar exploitatie financiert , behaalt BsGW al jaren een zeer lage netto schuldquote. Fluctuaties in de vlottende schulden en dan wel vlottende activa zijn slechts tijdelijk (bijdragen worden eerder ontvangen dan uitgaven visa versa). Hiervoor , en voor eventuele niet-reguliere activiteiten , wordt indien nodig zoveel mogelijk gebruik gemaakt van kasgeldleningen. BsGW heeft vaste schulden in de vorm van een aangetrokken lening van € 2 miljoen (per 4-12-2020 , looptijd 7 jaar , lineaire aflossing) maar verstrekt geen leningen. Zij blijft ruim onder de norm en de verwachting is dat dit ook zo blijft. 4. 5. 3 Onderhoud kapitaalgoederen De kapitaalgoederen van BsGW bestaan uit ICT-(innovatie)projecten , grote aanschaf ICT(-licenties) en grote aanschaf en vervanging inventaris. Op deze activa wordt afgeschreven. Kleine aanschaf van inventaris en hard- en software wordt via de (begrotings)exploitatie afgehandeld.
De kaders zoals deze zijn opgesteld in de nota financieel beleid zijn hierop van toepassing. 4. 5. 4 Financiering De netto-exploitatiekosten van de deelnemers.
van
BsGW worden geheel voorgefinancierd via vaste maandelijkse bijdragen
Voor de financiering van investeringen kunnen eventueel (langlopende) leningen worden aangetrokken. BsGW kan zelf leningen aangaan sinds de verzelfstandiging is geformaliseerd. Dit geldt ook voor de deelname aan het overige geldverkeer. Wet FiDO Met als doel het bevorderen van een solide financiering en kredietwaardigheid van de decentrale overheden , is per 1 januari 2001 de Wet FiDO (Financiering Decentrale Overheden) in werking getreden. Uit hoofde van deze wet is een treasurystatuut van toepassing , waarin onder andere de taken , bevoegden verantwoordelijkheden , beleid , doelstellingen en uitgangspunten omtrent de treasury functie zijn uitgewerkt. Verplicht dient in de begroting en de jaarrekening in de treasuryparagraaf verslag te worden gedaan van de uitvoering van het treasurybeleid , bedoeld voor het sturen en beheersen van , verantwoorden over en toezicht houden op de treasury.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 25 van 60
Treasurybeheer Het risicoprofiel van BsGW kan als laag worden gekwalificeerd. Onderkende risico’s in dit verband zijn: renterisico’s , kredietrisico’s , liquiditeitsrisico’s en , voor zover dit voorkomt , koers- en valutarisico’s. Renterisicobeheer a. Kasgeldlimiet Tijdelijke (exploitatie-)tekorten worden gefinancierd middels kasgeldleningen. Het renterisico op deze vlottende schuld wordt ingeperkt door het hanteren van de kasgeldlimiet: de maximaal toegestane netto korte schuld. De hoogte van de kasgeldlimiet is wettelijk bepaald op 82% van de totale bruto lasten , (€ 298, miljoen) en komt daarmee voor het begrotingsjaar 2026 uit op een bedrag van € 2440 miljoen. , (Bron: art. 3 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 1d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Ratio netto vlottende schuld / kasgeldlimiet miljoen lenen via kortlopende leningen (korter dan 1 Op basis van bovenstaande mag BsGW € 2440 , jaar). Als de kasgeldlimiet in drie achtereenvolgende kwartalen wordt overschreden , moet BsGW maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende leningen). bedragen * € 1.000Kwartaal 1Kwartaal 2Kwartaal 3Kwartaal 4 Gem. netto vlottende schuld (1) 4. 927 4. 927 4. 927 4. 927 2. 362 2. 362 2. 362 2. 362 Kasgeldlimiet (2) 209% 209% 209% 209% Ratio (1)/(2) De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. ,
b. Renterisiconorm Naast de kasgeldlimiet geeft de renterisiconorm inzicht in de feitelijke risico’s op de vaste schuld. Het financieren en (op korte termijn) uitzetten van gelden houdt in dat er renterisico wordt gelopen. De renterisiconorm geeft het maximale leningsbedrag aan dat binnen 1 jaar onderhevig mag zijn aan rentewijziging. Dit per jaar te berekenen normbedrag is wettelijk bepaald op 20% van de netto vaste schuld. Toepassing van deze norm heeft tot gevolg dat jaarlijks geen al te grote verschillen in rentelasten (en -baten) kunnen voorkomen. (Bron: art. 5 Wet Financiering decentrale overheden en art. 2 lid 2d Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale overheden)
Door de renterisiconorm kan BsGW tot een dusdanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille komen , dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassing en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossing en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% zijn van het begrotingstotaal. Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en wordt in zeven termijnen lineair afgelost , te beginnen op 4 december 2021. Op deze lening is een marginale negatieve rente van toepassing tot en met 2027. Kredietrisicobeheer Het kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid van een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van verplichtingen door de tegenpartij.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 26 van 60
Aangezien BsGW geen geldleningen heeft verstrekt aan derden geldt het kredietrisico uitsluitend voor de vorderingen op debiteuren. Dit risico is laag gezien het feit dat de bijdrage of vergoeding van de deelnemers/klanten van BsGW vooraf in vaste maandelijkse termijnen wordt ontvangen. Liquiditeitenbeheer Het te volgen financieringsbeleid ligt vast in het Financieringsstatuut en houdt in dat beleidsmatig wordt gestreefd naar een gemiddelde nulstand van het rekening-courantsaldo. Gezien het tijdens het jaar niet synchroon lopen van ontvangsten en uitgaven zijn fluctuaties rond het nulpunt onvermijdelijk. Kasbeheer Via verplicht schatkistbankieren worden alle decentrale overheden verplicht om overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Dit betekent dat overtollige liquide middelen automatisch naar de schatkist zullen worden afgeroomd met als gevolg dat BsGW geen kasbeheer meer voert. In verband met de noodzakelijk geachte scheiding tussen de heffingengeldstromen en de BsGWexploitatiegeldstromen , lopen deze geldstromen via twee aparte rekening-courantverhoudingen met de staat. Bij eventuele kastekorten zal BsGW kasgeldleningen aangaan. 4. 5. 5 Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van BsGW. Hiervoor is het Dagelijks Bestuur beleidsvormend.
De stand van de organisatie en de ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in deze beleidsbegroting. 4. 5. 6 Verbonden partijen Partijen worden als verbonden beschouwd indien de ene partij de zeggenschap over de andere partij bezit of belangrijke invloed kan uitoefenen op de financiële en operationele beslissingen van de andere partij (bron: Richtlijnen voor de Accountantscontrole , RAC 583). BsGW heeft geen verbonden partijen. 4. 5. 7 Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is niet van toepassing voor BsGW. 4. 5. 8 Openbaarheid De Wet open overheid (Woo) , in werking getreden op 1 mei 2022 , verplicht BsGW onder andere om in de jaarlijkse begroting aandacht te besteden aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van de Woo. Vervolgens verplicht de wet om in de jaarlijkse verantwoording verslag te doen van de uitvoering van de Woo in samenhang met die beoogde beleidsvoornemens. De Woo moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar , uitwisselbaar en eenvoudig te ontsluiten is. Openheid en transparantie van bestuur dragen bij aan maatschappelijk draagvlak voor beleid , vertrouwen in de overheid en de goede werking van de lokale democratie. Voor de implementatie ervan hebben bestuursorganen acht jaar de tijd. De Woo bevat de volgende belangrijke verplichtingen: 1. Woo-contactfunctionaris; 2. passieve openbaarmaking middels Woo-verzoeken; 3.
actieve openbaarmaking van bij wet genoemde informatiecategorieën; 4. (digitale) informatiehuishouding op orde hebben en houden. Woo-contactfunctionaris Een Woo-contactfunctionaris beantwoordt vragen over de beschikbaarheid van publieke informatie en leidt de steller (zijnde mensen van buiten de organisatie) naar de juiste plek of persoon. Het betreft hier
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 27 van 60
informatievragen niet zijnde Woo-verzoeken. Bij BsGW is deze rol overigens reeds in 2022 toegewezen aan meerdere functionarissen. Passieve openbaarmaking Voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) is er wettelijk vrijwel niets veranderd. Voor een zorgvuldige en tijdige afhandeling van deze verzoeken is het van belang dat de informatiehuishouding en onderliggende werkprocessen op orde zijn (zie: Informatiehuishouding op orde). De Woo-verzoeken behoren tot één van de actief openbaar te maken informatiecategorieën (zie: Actieve openbaarmaking). Actieve openbaarmaking De Woo verplicht bestuursorganen om op termijn de in de wet benoemde informatiecategorieën gefaseerd actief te publiceren. In 2022 is gestart met de implementatie van de actieve openbaarmaking conform de aanpak die landelijk wordt geadviseerd en gehanteerd (m. n. op initiatief van de VNG). Eind 2023 is gestart met de concrete uitwerking hiervan en de inrichting van het proces , zodat BsGW per tranche op efficiënte , veilige , en AVG-conforme wijze kan publiceren. Op 1 november 2024 is de eerste tranche in werking getreden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) biedt organisaties tijd en ruimte om het platform (verder) in te richten vóór de inwerkingtreding van de tweede tranche medio 2025.
Gelet op de vele ontwikkelingen en projecten binnen BsGW heeft het Dagelijks Bestuur ambitieniveau Basis vastgesteld voor de implementatie van de Woo. Daarmee voldoet BsGW aan de wettelijke verplichtingen en volgt BsGW de planning van het ministerie van BZK. In 2026 draagt BsGW er dan ook zorg voor dat de op dat moment verplichte informatiecategorieën actief worden gepubliceerd. Via de Woo-index – als deelregister van het Register van Overheidsorganisaties – worden deze verplichte informatiecategorieën ook ontsloten. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat de digitale informatiehuishouding binnen acht jaar op orde wordt gebracht. Op basis van een op te stellen meerjarenplan moeten maatregelen worden genomen om informatiebestanden duurzaam toegankelijk te maken en te houden. In 2023 heeft BsGW hier verder uitvoering aan gegeven in combinatie met de realisatie van het Informatiebeleidsplan 2022-2025 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. In 2026 zal BsGW doorgaan met het uitvoeren van de maatregelen i. c. m. de realisatie van het in 2024 vernieuwde Informatiebeleidsplan BsGW 2024-2027 en het Verbetertraject Informatiehuishouding BsGW. Onderdeel hiervan is en blijft het creëren van bewustwording bij medewerkers en – voor zover van toepassing trainen van medewerkers in andere werkwijzen.
Daarnaast maakt de – het (door)ontwikkeling van het documentmanagementsysteem (DMS) hier onderdeel van uit.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 28 van 60
5. Financiële begroting 5. 1 Overzicht baten
en
lasten Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk totaal
2024
2025
2026
2026
Begroting BsGW totaal 2026
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
0
17. 362 919 357 2. 972 12 187 610 27 406 118 1. 361 1. 015 3. 506 5. 882 609 365 974 290 7 297 555 29. 319 -800 0 28. 519
18. 247 951 57 3. 384 13 194 631 28 316 122 1. 304 1. 050 3. 625 5. 979 630 424 1. 054 300 8 308 375 30. 353 -1. 000 0 29. 353
248 0 0 40 0 11 0 0 104 0 114 0 0 114 0 0 0 0 0 0 0 402 0 0 402
Baten Renteopbrengsten Diensten aan derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
28. 519 0
Totaal bijdragen
0
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies) Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP
Bedragen x € 1. 000 Lasten Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten drukwerk print/kopieerwerk porti telefonie/datacommunicatie kosten brongegevens operationele kosten Overige operationele kosten Diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten bankkosten rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten
Meerjarenperspectief 2027
2028
2029
2030
18. 495 951 57 3. 424 13 204 631 28 420 122 1. 418 1. 050 3. 625 6. 093 630 424 1. 054 300 8 308 375 30. 756 -1. 000 0 29. 756
19. 287 983 59 3. 540 13 211 653 29 434 126 1. 466 1. 086 3. 748 6. 300 651 439 1. 089 310 8 318 375 31. 951 -1. 200
20. 271 1. 016 61 3. 660 14 218 675 30 449 131 1. 516 1. 123 3. 876 6. 514 673 453 1. 127 321 8 329 375 33. 353
21. 304 1. 051 63 3. 785 14 226 698 31 464 135 1. 568 1. 161 4. 007 6. 736 696 469 1. 165 331 9 340 375 34. 819
22. 391 1. 087 65 3. 913 15 233 721 32 480 140 1. 621 1. 200 4. 144 6. 965 720 485 1. 204 343 9 352 375 36. 352
30. 751
-1. 300 32. 053
-1. 300 33. 519
-1. 300 35. 052
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
29. 353 0
402 0
29. 756 0
30. 751 0
32. 053 0
33. 519 0
35. 052 0
28. 587
29. 353
402
29. 756
30. 751
32. 053
33. 519
35. 052
0
68
0
0
0
0
0
0
0
0
68
0
0
0
0
0
0
0
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. 5. 2 Effect Harmonisatie en nieuwe kostenverdeelmethode Ten opzichte van voorgaande begrotingen , kent BsGW vanaf 2025 maatwerk-producten. Daarnaast treedt de nieuwe kostenverdeelmethode vanaf 2025 in werking. Het Harmonisatietraject , dat samen met de deelnemers is uitgevoerd , heeft geresulteerd in de volgende onderverdeling van de verschillende producten die BsGW levert aan haar deelnemers op het gebied van belastingheffing en -inning: voorkeursvarianten , waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten; maatwerkvarianten; externe heffingen.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 29 van 60
Vanaf 2024 worden de laatste twee categorieën voortaan via een separaat offerte- en factureringstraject in rekening gebracht bij de betreffende deelnemers. De kosten voor de reguliere belastingsoorten , de voorkeursvarianten , worden via de nieuwe , vastgestelde kostenverdeelmethode bij de deelnemers in rekening gebracht (AB 25-1-2024). De nieuwe KVM treedt per 1 januari 2025 in werking. In onderstaande tabel wordt dit financieel weergegeven: Realisatie
Begroting KVM
Begroting KVM
Maatwerk intern
Maatwerk extern
Maatwerk totaal
2024
2025
2026
2026
2026
2026
Begroting BsGW totaal 2026
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
18. 247 951 57 3. 384 1. 304 1. 050 3. 625 5. 979 630 424 1. 054 300 8 308 375 30. 353 -1. 000 0 29. 353
248 0 0 0 114 0 0 114 0 0 0 0 0 0 0 362
0 0 0 40 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 40
0
17. 362 919 357 2. 972 1. 361 1. 015 3. 506 5. 882 609 365 974 290 7 297 555 29. 319 -800 0 28. 519
362
40
248 0 0 40 114 0 0 114 0 0 0 0 0 0 0 402 0 0 402
18. 495 951 57 3. 424 1. 418 1. 050 3. 625 6. 093 630 424 1. 054 300 8 308 375 30. 756 -1. 000 0 29. 756
Baten Renteopbrengsten Diensten aan derden Opbrengst vervolgingskosten Totale baten
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
0 0
28. 519 0
29. 353 0
362 0
40 0
402 0
29. 756 0
Totaal bijdragen
0
28. 587
29. 353
362
40
402
29. 756
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
0
68
0
0
0
0
0
Mutatie bestemmingsreserve AHA Resultaat na terugbetaling OOP
0
68
0
0
0
0
0
Bedragen x € 1. 000 Lasten Personeelskosten Huisvestingkosten Afschrijvingkosten ICT-kosten Overige operationele kosten Diensten door derden Kostenvergoeding bezwaar en beroep Overige operationele kosten algemene kosten onvoorzien Algemene kosten bankkosten rentekosten Bank- en rentekosten Toevoegingen aan voorzieningen Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten
Uitgangspunt voor de begroting is de vastgestelde reguliere begroting 2025. Na verwerking van de indexering , de lagere storting in de bestemmingsreserve AHA en eventuele wijzigingen voor wat betreft het maatwerk , resulteert dit in de begroting voor de reguliere werkzaamheden voor 2026. Deze kosten worden via de nieuwe KVM doorbelast aan de deelnemers van BsGW via de reguliere bijdragen. De kosten voor de maatwerkvarianten en de externe heffingen , die voorheen deels uitmaakten van de reguliere begroting BsGW , worden separaat geoffreerd en gefactureerd. De reguliere begroting plus het maatwerk
vormen
samen
de totale begroting BsGW
voor
onderdeel
2026.
Naast bovengenoemde kosten voor maatwerk en externe vorderingen , worden er voor deze producten ook extra , externe (ICT-)kosten gemaakt aangezien deze niet-reguliere processen niet worden
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 30 van 60
ondersteund door de verschillende pakketten en systemen van BsGW. Deze kosten zijn ook apart zichtbaar gemaakt in bovenstaande tabel. Het totaal hiervan is separaat geoffreerd en wordt ook separaat gefactureerd aan de desbetreffende deelnemers. 5. 3 Toelichting
op
de baten
en
lasten
Lasten Personeelskosten Voor 2026 zijn de personeelskosten geïndexeerd met 51%. , Tevens is er nog steeds sprake van een toenemende spanning op de arbeidsmarkt. Dat vraagt om tijdig anticiperen. BsGW heeft daarom geïnvesteerd in bijvoorbeeld leer-werktrajecten en trainee-ships , als investering in de nabije toekomst. Daarnaast worden de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauw gevolgd. Indexering goederen en diensten Voor 2026 is uitgegaan van een kosteninflatie van 34% , ten opzichte
van
2025.
Huisvestingskosten De huisvestingskosten bestaan uit huur , energiekosten en facilitaire kosten zoals schoonmaak en beveiliging. Daarnaast is er nog een post begroot voor kleine aanschaf en onderhoud van inventaris.
onderhoud ,
Afschrijvingskosten BsGW voert het integrale proces van de belastingheffing en invordering in grote mate geautomatiseerd uit en zal daarom blijven(d) investeren in ICT-projecten om kwaliteit , continuïteit en efficiency te kunnen garanderen. De afschrijvingskosten van BsGW hadden voornamelijk betrekking op de geactiveerde ICTen organisatieontwikkelingsprojecten. Sinds BsGW is overgestapt naar SaaS-oplossingen voor wat betreft de belasting- , waarderings- en overige applicaties en de hosting (project AHA) , zal hier (nagenoeg) geen sprake meer van zijn. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentieen abonnementskosten. In de voorliggende begroting is daarom een bedrag van € 300 duizend overgeheveld naar ICT-kosten. De resterende kosten hebben voornamelijk betrekking aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
op
de jaarlijkse afschrijvingen
van
geactiveerde
ICT-kosten Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving bestaan ICT-kosten voornamelijk uit jaarlijkse licentieen abonnementskosten plus de kosten van het uitbesteden van de ICT-infrastructuur en -beheer. Uit oogpunt van zekerheid en continuïteit is – reeds in de begroting 2024 begrotingstechnisch in de meerjarenraming opgenomen.
–
het Samenwerkingsportaal
Vanaf de start van het Samenwerkingsportaal is rekening gehouden met de jaarlijkse mutatiedetectie , waaruit extra werkzaamheden , ICT- en bijbehorende onderhoudskosten voortvloeien , waartegenover een betere borging staat in de integraliteit tussen de basisregistraties BAG , BGT en de WOZ. Tot slot is een bedrag opgenomen
voor
kleine aanschaf soft- en hardware.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 31 van 60
Operationele kosten Gezien de omvang van deze kostenpost , wordt deze verder gespecificeerd. De post Proceskosten bezwaar en beroep betreft de uitkeringskosten. De hieraan gelieerde uitvoeringskosten , zoals extra inzet van KCC-medewerkers , taxateurs , ICT-ers en juridisch medewerkers zijn begroot onder ‘diensten door derden’ , naast de overige inhuur. Algemene kosten Kosten zonder oorzakelijk verband met de primaire processen zijn algemene kosten. Naast huisvestingskosten , die apart worden vermeld , worden de algemene kosten hier weergegeven. Hierin zijn de advertentie- en reclamekosten , accountantskosten , advieskosten , abonnementen en lidmaatschappen , verzekeringen , facilitaire kosten als kantoorbenodigdheden en vergader- en representatiekosten , uitbesteding van de salarisverwerking en eventuele overige algemene kosten opgenomen.
De post onvoorzien 2026 is begroot
op
14% ,
van
het bruto-begrotingstotaal.
Baten Renteopbrengsten De gerealiseerde renteopbrengsten betreffen voornamelijk de renteontvangsten als gevolg van de enkele verwerkingsdagen voordat de ontvangen belastingopbrengsten worden afgedragen aan de deelnemers van BsGW. BsGW begroot deze renteopbrengsten als zijnde nihil aangezien de rentevergoedingen op het saldo van de gelden die uitstaan bij het Rijk als gevolg van Schatkistbankieren , fluctueren , niet-structureel en bovendien niet beïnvloedbaar zijn door BsGW. Eventuele renteopbrengsten worden gereserveerd en meegenomen in de (besluitvorming over de) resultaatbestemming. De post renteopbrengsten wordt daarmee nihil. Toelichting op de meerjarenraming 2027-2030 In de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is voor het doorrekenen kostenontwikkeling rekening gehouden met een indexering van 51% op de personele lasten , over de materiële kosten en ingekochte diensten. Afschrijvingskosten en rentekosten zijn niet onderhevig aan inflatie. Bij de berekeningen op investeringen is voor de komende jaren uitgegaan van een renteniveau van 05%. ,
van
de 34% ,
van en
de rente
Op de baten vindt geen indexering plaats. Bijdragen deelnemers De netto reguliere bijdrage voor de exploitatie 2026 is € 29353 miljoen. Dit is gelijk aan de netto, kosten begroting 2026 minus de door BsGW te realiseren taakstellende kostenreductie OOP.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 32 van 60
Begroting KVM
Maatwerk totaal
Begroting BsGW totaal
2026
2026
2026
Totale lasten Taakstelling kostenreductie OOP Structurele kostenreductie Totale lasten Totale baten Netto kosten Waarvan incidentele baten/lasten (saldo)
30. 353 -1. 000 0 29. 353 0 29. 353 0
402 0 0 402 0 402 0
30. 756 -1. 000 0 29. 756 0 29. 756 0
Totaal bijdragen
29. 353
402
29. 756
0
0
0
Bedragen x € 1. 000
Exploitatieresultaat (+ is winst/ - is verlies)
De uitsplitsing
naar
deelnemer is opgenomen in bijlage 11
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
van
deze begroting.
pagina 33 van 60
5. 4 Uiteenzetting van de financiële positie 5. 4. 1 Investeringen Voor het begrotingsjaar 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen in de begroting als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. De kosten van (door)ontwikkeling bestaan daarmee uit licentie- en abonnementskosten. 5. 4. 2 Financiering Voor een nadere toelichting op de financiering wordt
verwezen naar
paragraaf 4. 5. 4.
5. 4. 3 Stand en verloop reserves en voorziening Op basis van de risicoanalyse en de reeds opgebouwde reserves , behoeft het weerstandsvermogen geen aanvullende storting. Integendeel! Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend. Het voorgenomen DB-besluit resp. AB-voorstel is om dit bedrag terug te storten naar de deelnemers.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 34 van 60
Bijlagen Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 Bijlage 2: Staat
van
immateriële , materiële , financiële vaste activa en onderhandenwerk
Bijlage 3: Staat
van
vaste schulden
Bijlage 4: Staat
van reserves en
Bijlage 5: Berekening
van
Bijlage 6: Toelichting
op
voorzieningen
het rente-omslagpercentage
de kostenverdeelmethodiek
Bijlage 7: Risicoanalyse Bijlage 8: Het Ondernemings-
en
Ontwikkelplan (OOP)
Bijlage 9: Berekend EMU-saldo Bijlage 10: Geprognosticeerde balans 2024-2030 Bijlage 11: Bijdragen 2026 Bijlage 12: Bijdragen Waterschap Limburg volgens BBP-opzet
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 35 van 60
Bijlage 1: MeerjarenInvesteringsProgramma: MIP 2025-2029 In de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027-2030 is geen krediet voor innovatie en procesoptimalisatie openomen als gevolg van de overgang naar SaaS-oplossingen. Bij SaaS-oplossingen is sprake van abonnements- en licentiekosten.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 36 van 60
Bijlage 2: Staat
van
Financiële vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa
immateriële , materiële , financiële vaste activa en onderhanden werk Cumulatieven per 31-12-2023 Aanschafwaarde Afschrijving €0 € 0
Boekwaarde 31-12-2024 €0
OHW naar SVA € 0
Mutaties 2025 Investeringen € 0
Afschrijving € 0
Boekwaarde 31-12-2025 € 0
€0
€ 0
€0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 340. 212
-€ 263. 517
€ 76. 695
€ 0
€ 10. 000
-€ 10. 000
€ 76. 695
Immateriële vaste activa (OHW)
€0
€ 0
€0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
Materiële vaste activa (OHW)
€0
€ 0
€0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 0
€ 340. 212
-€ 263. 517
€ 76. 695
€ 0
€ 10. 000
-€ 10. 000
€ 76. 695
Totaal activa en ohw
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. Vanwege de overstap naar de SaaS-omgeving vervallen de investeringen in ICT-projecten. De staat van vaste activa bestaat dan nog enkel uit materiele vaste activa met betrekking tot de geactiveerde aanschaf en vervanging van inventaris en hardware.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 37 van 60
Bijlage 3: Staat
van
vaste schulden
Op 4 december 2020 heeft BsGW een langlopende lening van € 2 miljoen aangetrokken om de vooruit gefinancierde kosten van het OOP te dekken. De lening is voor zeven jaar aangetrokken en zal in zeven termijnen lineair worden afgelost , te beginnen op 4 december 2021. Het (negatieve) rentepercentage Langlopende lening x € 1. 000
Initieel
van
Aflossing
deze lening bedraagt -/- 018% ,
Restschuld 0
2. 000
31-12-2021
-286
1. 714
31-12-2022
-286
1. 429
31-12-2023
-286
1. 143
31-12-2024
-286
857
31-12-2025
-286
571
31-12-2026
-286
286
31-12-2027
-286
0
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 38 van 60
Bijlage 4: Staat
van reserves en
voorzieningen
Algemene reserve BsGW Initieel gestort weerstandsvermogen Resultaat 2011 Resultaat 2012 Resultaat 2013 Resultaat 2014 Resultaat 2015 Resultaat 2016 Resultaat 2017 Aanvulling weerstandsvermogen (2017) Aanvulling weerstandsvermogen (2018) Resultaat 2018 Aanvulling weerstandsvermogen (2019) Resultaat 2019 Aanvulling weerstandsvermogen (2020) Resultaat 2020 Aanvulling weerstandsvermogen (2021) Resultaat 2021 Aanvulling weerstandsvermogen (2022) Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: - Aanvulling weerstandsvermogen (2023) Resultaat 2023 (begroting) - Aanvulling weerstandsvermogen (2024) Reserves 31-12-2023
Resultaat 2024 (begroting) Reserves 31-12-2024
Resultaat 2025 (begroting) Reserves 31-12-2025
Resultaat 2026 (begroting) Reserves 31-12-2026
Resultaat 2027 (begroting) Reserves 31-12-2027
Resultaat 2028 (begroting) Reserves 31-12-2028
Resultaat 2029 (begroting) Reserves 31-12-2029
x € 1. 000
385 509 -102 -174 -570 -332 -714 -433 1. 591 433 -325 325 13 596 -2. 092 2. 092 -1. 565 1. 552 312 -1. 293 1. 293 1. 502 0 1. 502 68 1. 570 0 1. 570 0 1. 570 0 1. 570 0 1. 570
Bestuurlijk is afgesproken dat BsGW beperkte reserves aanhoudt , in de vorm van een weerstandsreserve , zodat BsGW operationele risico’s zelf kan opvangen zonder te hoeven terugvallen op de deelnemers. De benodigde omvang wordt gemaximeerd op het bedrag dat voortvloeit uit de risicoanalyse. Het meerdere wordt afgedragen aan de deelnemers naar rato van het aandeel op basis van de kostenverdeelmethodiek.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 39 van 60
Bij de oprichting is het weerstandsvermogen op basis van de risicoanalyse vastgesteld op € 385 duizend (ca. 5% van het begrotingstotaal) en gerealiseerd middels een bodemstorting van de drie founding fathers van BsGW. Het positief resultaat 2011 is door het bestuur van BsGW toegevoegd aan de reserves van BsGW om slagvaardig de realisatie van de met het bestuur afgesproken groeistrategie van BsGW te kunnen nastreven. Het negatief resultaat van 2014-2017 , voor het leeuwendeel veroorzaakt door extra proceskosten , is door het bestuur aan de reserves onttrokken. Eind 2017 en eind 2018 is besloten om de in deze jaren opgebouwde negatieve reserves aan te vullen tot het bedrag gelijk aan het benodigde weerstandsvermogen van € 593 duizend conform de begin 2018 uitgevoerde risico-analyse ten behoeve van de begroting 2019-2023. In 2019 is besloten om het weerstandsvermogen aan te vullen weerstandsvermogen (AB 27-6-2019: Vaststellen bijdragen 2020).
gelijk
aan
het
benodigde
In 2020 is de onderschrijding op de beheerkosten GDI (€ 193 duizend) en het te veel gestorte vermogen uit hoofde van de lagere proceskostenvergoeding van 2019 (€ 356 duizend) ten gunste van het weerstandsvermogen gebracht (totaal € 548 duizend) en aangewend voor de oplossingsrichting met Waterschap Limburg (WL) inzake de (her)verdeling van de proceskostenvergoeding 2020 en GDI (AB 25 juni 2020 , Weerstandsvermogen 2020). Hierin is vastgesteld dat het WL ten onrechte meebetaalde aan de kosten van de WOZ-waardering. Tevens is vastgesteld dat het WL te weinig betaalde aan GDI-kosten: via de bestaande kostenverdeelmethode betaalde WL 25% van deze kosten , volgens de vaste verdeelsleutel van het ministerie van BZK zou dit 60% moeten zijn. Het negatieve resultaat over 2021 van € 1. 565 duizend was voor € 808 duizend toe te schrijven aan COVID-19 , voor € 1240 miljoen aan proceskostenvergoeding en een positief resultaat op de reguliere , bedrijfsvoering. Met het aanvullen van het negatief resultaat over 2021 is het weerstandsvermogen aangevuld tot het benodigde weerstandsvermogen.
Het positieve resultaat over 2022 van € 812 duizend – door onder andere lagere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten als gevolg van het lagere aantal ingediende bezwaren dan voorzien – is als volgt bestemd (AB 29-6-2023) en verwerkt in bovenstaande tabel: € 500 duizend bestemmingsreserve AHA € 312 duizend aanvulling weerstandsvermogen In 2023 is een negatief resultaat behaald van € 1293 miljoen. Dit werd onder andere veroorzaakt door , hogere uitvoerings- en uitkeringskosten proceskosten (€ 2773 miljoen nadeel) als gevolg van de hausse , aan ingediende bezwaren ten opzichte van de jaren daarvoor. Daartegenover stond een incidenteel voordeel van € 711 duizend aan renteopbrengsten plus een positief resultaat uit de reguliere bedrijfsvoering van € 769 duizend. Het negatieve resultaat 2023 is ten laste gebracht van het weerstandsvermogen , waarna het weerstandsvermogen is aangevuld met hetzelfde bedrag (AB 27-6-2024). De bestemming van het resultaat 2024 is nog niet vastgesteld door het Algemeen Bestuur nog niet opgenomen in bovenstaande tabel. De begroting als uitgangspunt genomen.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
en
daarom
pagina 40 van 60
De bijdragen 2025 (en verdere jaren) op deelnemersniveau worden berekend aan de hand van de per 1 januari 2025 in werking getreden nieuwe kostenverdeelmethode (KVM) (AB 25-1-2024). Omdat uit de eerste indicatieve doorrekening bleek dat er (te) grote verschillen ontstonden in de deelnemersbijdrage volgens nieuwe versus oude KVM , is gekozen voor een ingroeimodel (AB 28-32024) waarbij voor 2025 50% van dit verschil wordt doorberekend in de bijdrage. De afrondingsverschillen die hierdoor ontstaan , leiden tot een positief begrotingssaldo van € 68 duizend.
Bestemmingsreserve BsGW Resultaat 2022 € 812 duizend waarvan: -
Bestemmingsreserve AHA
x € 1. 000
500
Begroting 2023
2. 275
Onttrekking in 2023
-1. 819
Reserves 31-12-2023
956
Ontrekking in 2024 Reserves 31-12-2024
-511 445
De verwachte implementatiekosten van het programma Aanbesteding Hosting en Applicaties (voortaan genoemd: AHA) zijn ingeschat op € 2775 , miljoen , waarvan € 2275 , miljoen op de begroting 2023 drukken. Dit bedrag is toegevoegd aan de bestemmingsreserve AHA. Vanuit het positieve resultaat over 2022 ad. € 813 duizend is € 500 duizend toegevoegd aan deze bestemmingsreserve AHA. Onttrekkingen vonden plaats in 2023 en 2024. Per 31-10-2024 is het programma definitief afgesloten. De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd. De totale projectkosten AHA vallen lager uit dan begroot. Dit heeft met name ermee te maken dat een risicoscenario zich niet heeft voorgedaan. Daarnaast vielen de implementatiekosten van zowel de hosting als de waarderingsapplicatie lager uit. BsGW maakt deel uit van een sterk veranderende omgeving , waarin de steeds verdere digitalisering van de informatievoorziening een belangrijke ontwikkeling is. Daarnaast zijn investeringen verplicht om te (blijven) voldoen aan wettelijke eisen. Vanwege einde contractduur zijn zowel de ICT-infrastructuur als de waarderings- en belastingpakketten op basis van een Europese aanbesteding gegund en geïmplementeerd (2023 en 2024). Deze contracten kunnen maximaal worden verlengd tot en met 2029.
Bij einde contractduur is opnieuw een Europese aanbesteding aan de orde. Gezien de ervaringen uit het huidige aanbestedings- en implementatietraject is besloten het projectbudget voor de aanbesteding en implementatie in 2028 en 2029 te verlagen naar € 25, miljoen en hiervoor een bestemmingsreserve te vormen (AB 12-12-2024). Vooruitlopend hierop is reeds in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029 een jaarlijkse storting in de bestemmingsreserve AHA opgenomen van € 555 duizend per jaar (AB 27-6-2024). De onderbesteding van het huidige project AHA van afgerond € 445 duizend wordt als startkapitaal gestort in de nieuwe bestemmingsreserve. Tezamen met de voornoemde bijdrage 2025 van € 555 duizend , betekent dit dat de jaarlijkse stortingen voor de jaren 2026-2029 kunnen worden verlaagd naar € 375 duizend in de (ontwerp-)begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2030.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 41 van 60
Bestemmingsreserve BsGW Startkapitaal 2024 Reserves 31-12-2025 Begroting 2025 Reserves 31-12-2025 Begroting 2026 Reserves 31-12-2026 Begroting 2027 Reserves 31-12-2027 Begroting 2028 Reserves 31-12-2028 Begroting 2029 Reserves 31-12-2029
x € 1. 000
445 445 555 1. 000 375 1. 375 375 1. 750 375 2. 125 375 2. 500
De cijfers in bovenstaande tabel betreft de stand ultimo 2023 (jaarrekening) en wordt aangevuld met de realisatiecijfers 2024 zodra de cijfers door de accountant zijn gecontroleerd.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 42 van 60
Bijlage 5: Berekening
van
het rente-omslagpercentage
Het rente-omslagpercentage wordt berekend door het saldo van aan taakvelden toe te rekenen externe en interne rente te delen door de boekwaarde van de vaste activa per 1 januari van het begrotingsjaar. De vaste activa bestaan uit de immatriële , materiële en financiële vaste activa voor zover deze integraal zijn gefinancierd met uitzondering van de aan derden verstrekte leningen. Het rente-omslagpercentage
voor
begrotingsjaar 2026 (en meerjarenraming 2027-2030) is nihil.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 43 van 60
Bijlage 6: Toelichting
op
de kostenverdeelmethodiek
Aansluitend aan het harmonisatietraject is de kostenverdeelmethode (KVM) geëvalueerd. Dit met als doel om te komen tot een gedragen methode , die ertoe leidt dat de kosten van BsGW op een rechtvaardige en efficiënte manier worden verdeeld over de deelnemers. Uitgangspunt hierbij is dat de te betalen bijdrage per deelnemer een juiste weerspiegeling is van de inspanning die BsGW levert per deelnemer , zonder dat dit jaarlijks leidt tot substantiële schommelingen in de bijdragen (beleidskeuzes van de deelnemers daargelaten). Het solidariteitsprincipe is steeds meegewogen bij het maken van keuzes. Op grond van de ‘Evaluatie 2023 Kostenverdeelmethode BsGW’ (AB 10-12-2023) zijn de volgende conclusies getrokken: De werkwijze van de toerekening van de kosten naar de diverse producten/taken is robuust en grofmazig te noemen. Na de oprichting van BsGW heeft nooit een herijking c. q. aanpassing van deze werkwijze plaatsgevonden , zodat onduidelijk is of de inrichting van de huidige organisatie en de daarbij uitgevoerde taken nog aansluit bij de gehanteerde productindeling. De gehanteerde productindeling van BsGW is een mix van primaire producten en producten c. q. taken met een meer ondersteunende taakstelling ten aanzien van de primaire producten.
Binnen het product Heffen wordt , met uitzondering van de belastingsoort Parkeerbelasting , geen (financieel) onderscheid gemaakt standaardbelastingsoorten en de meer tussen arbeidsintensieve belastingsoorten. De productieaantallen , die de basis vormen voor de toedeling van de kosten in de KVM , zijn eenmalig vastgesteld bij de toetreding van de betreffende deelnemers en zijn nadien nooit meer geactualiseerd. De opbrengst vervolgingskosten wordt jaarlijks geheel ten gunste van de exploitatie van BsGW gebracht , terwijl diverse (maatschappelijke en juridische) argumenten pleiten om deze opbrengsten rechtstreeks af te dragen aan de betreffende deelnemers. Op basis van bovenstaande conclusies zijn de navolgende aanbevelingen door het Algemeen Bestuur (AB 10-12-2023) bekrachtigd: Op basis van kennis en ervaring van de medewerkers BsGW analyseren of de omvang en de toekenning van de loonkosten naar de diverse producten aansluit met de werkelijke tijdsbesteding aan deze producten en deze analyse periodiek (3 jaarlijks) te herhalen. De kosten van de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling voortaan via interne verdeelsleutels door te belasten aan de primaire (hoofd)producten Waarderen , Heffen en Innen. Als gevolg daarvan ook de vigerende verdeelsleutels voor de producten Klantzaken en Ondersteuning & Ontwikkeling in de KVM laten vervallen.
Intern onderzoeken voor welke belastingsoorten een afwijkend tarief per aanslagregel in de KVM noodzakelijk c. q. wenselijk is. Per omgaande over te gaan tot het hanteren van de meest actuele productieaantallen in de KVM en deze aantallen ook jaarlijks te actualiseren. Op enigerlei wijze te formaliseren op welke wijze de opbrengst vervolgingskosten geadministreerd dient te worden en hier vervolgens uitvoering aan te geven bij de KVM.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 44 van 60
Uitgangspunten kostenverdeelmethode Op basis van het vorenstaande is een nieuwe systematiek tot stand gekomen gebaseerd op de volgende uitgangspunten: a. De kostentoerekening naar de producten vindt plaats op basis van de meest actuele taakverdeling binnen de organisatie. Alleen die kostencomponenten , welke rechtstreeks en integraal kunnen worden toegerekend aan een product , worden direct aan het product toegerekend. De overige kostencomponenten worden doorbelast via de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. b. De hoofdindeling van de nieuwe KVM is gebaseerd op de drie hoofdproducten: a. Waarderen , b. Heffen , c. Innen. c. Binnen de (hoofd)producten vindt waar nodig een onderverdeling plaats naar sub-producten. d. Er wordt alleen gebruik gemaakt van sub-producten , indien deze sub-producten een substantiële extra tijdsinspanning vergen van BsGW. e. De te hanteren verdeelsleutels dienen te zijn gebaseerd op de meest actuele productie-eenheden (bij begroting t-2). f. De opbrengsten met betrekking tot de vervolgingskosten en invorderingsrente maken geen onderdeel meer uit van de BsGW-begroting. Systematiek kostenverdeelmethode Kostencomponenten
Hoofdproducten
Sub-producten
Indirecte kosten
WAARDEREN Directe kosten
Belastingsoort X
Indirecte kosten
HEFFEN Directe kosten
Belastingsoort Y Belastingsoort Z
Indirecte kosten
Financiële invordering
INNEN Directe kosten
Dwanginvordering
Kostentoerekening naar producten De actuele tijdsbesteding per (sub-)proces is bepalend voor de kostentoerekening naar de betreffende producten. Personele kosten worden op grond van de actuele inzet (aantal fte’s) direct toegerend naar de betreffende producten c. q. sub-producten. Kostencomponenten , die niet rechtstreeks en integraal zijn toe te rekenen aan de externe hoofd- c. q. sub-producten , worden verantwoord binnen de interne producten Klantzaken en Overhead & Ontwikkeling. Voor deze twee interne producten worden afzonderlijke verdeelsleutels gehanteerd , eveneens gebaseerd op de actuele tijdsbesteding binnen deze interne producten.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 45 van 60
Operationele kostencomponenten , die direct en integraal zijn toe te rekenen aan een bepaald product (bijv. proceskosten) worden rechtstreeks aan het betreffende hoofd- c. q. sub-product toegerekend. Dit resulteert uiteindelijk in totaalkosten per (hoofd)product Heffen , Waarderen en Innen , die via de verschillende verdeelsleutels worden omgeslagen naar een tarief per product van dienstverlening. De verdeelsleutels zijn gebaseerd op de productieomvang van de deelnemers. Verdeelsleutels per (hoofd)product Product Waarderen Het product Waarderen omvat alle werkzaamheden , die betrekking hebben op het bijhouden van de WOZ-administratie , het taxeren/waarderen van alle objecten en het integraal verwerken van de bezwaar- en beroepsprocedures. Alle kosten , die hier direct dan wel indirect uit voortvloeien , worden verantwoord binnen het product Waarderen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per WOZ-object’. Product Heffen Binnen het product Heffen vallen alle werkzaamheden , die betrekking hebben op het bestands- c. q. gegevensbeheer van alle uit te voeren belastingsoorten van alle deelnemers. Aanvullend vindt binnen dit (hoofd)product de oplegging plaats van (combi-)aanslagen aan alle belastingschuldigen.
Alle kosten , die direct dan wel indirect uit deze werkzaamheden voortvloeien , worden verantwoord binnen het product Heffen. Voor het toerekenen van deze kosten aan de betreffende deelnemers wordt gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. In het eindrapport ‘Project harmonisatie’ (AB 8-12-2022) zijn alle belastingsoorten geclassificeerd in de categorieën: voorkeursvarianten (A) , waarbij nog onderscheid wordt gemaakt in de meer arbeidsintensieve belastingsoorten (B); maatwerkvarianten (C1); externe heffingen (C2). Alleen de kosten van de belastingsoorten A en B worden binnen het product Heffen verantwoord. De kosten van de belastingsoorten C1 en C2 worden op basis van offertes rechtstreeks (en dus buiten de KVM om) bij de betreffende deelnemers in rekening gebracht. Het verwerkingsproces voor de belastingsoorten B kunnen niet volledig geautomatiseerd uitgevoerd. De noodzakelijke handmatige werkzaamheden hebben een kostenverhogend effect. Het gaat in dit kader om: 1. Afvalstoffenheffing – diftar (voorkeursvariant) 2. Reclamebelasting 3. Precariobelasting 4. Toeristenbelasting 5. Forensenbelasting 6. Watertoeristenbelasting 7. Parkeerbelasting 8. Verontreinigingsheffing 9. Zuiveringsheffing bedrijven – aangifte meetbedrijven.
Voor het toerekenen van de kosten van deze sub-producten aan de betreffende deelnemers wordt eveneens gebruik gemaakt van de verdeelsleutel ‘tarief per aanslagregel’. Product Innen
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 46 van 60
Binnen het product Innen vallen alle werkzaamheden voor het tijdig , volledig en efficiënt invorderen van opgelegde aanslagen gericht op goed betalingsgedrag , een actueel en strak openstaand postenbeheer en een zo vroeg mogelijke ontvangstdatum , alsmede ook de afhandeling van kwijtscheldingsverzoeken. Bij het niet of niet tijdig betalen van aanslagen zal uiteindelijk ook de inzet van de deurwaarder aan de orde zijn. Op hoofdlijnen is het product Innen te splitsen in een tweetal sub-producten , namelijk: Financiële invordering met als verdeelsleutel ‘tarief per aanslagbiljet’ Dwanginvordering met als verdeelsleutel ‘tarief per dwangbevel’. Binnen het product Innen zijn de opbrengst vervolgingskosten en de invorderingsrente komen te vervallen. Hiertegenover staat evenwel dat iedere deelnemer jaarlijks de werkelijke opbrengsten gelijktijdig met de belastingopbrengsten rechtstreeks krijgt uitbetaald. Productie-aantallen De productieaantallen , die de basis vormen voor de toedeling van de verschillende producten naar de deelnemers , worden jaarlijks geactualiseerd. Hierbij wordt steeds uitgegaan van de werkelijke productieaantallen van het laatst afgesloten jaar (t-2) voor de berekening van de bijdragen van het desbetreffende begrotingsjaar (t). De nieuwe KVM is door het Algemeen Bestuur vastgesteld van 2025 in werking.
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
op
25 januari 2024
en
treedt met ingang
pagina 47 van 60
Bijlage 7: Risicoanalyse Om de financiële gevolgen van de genoemde risico’s op te kunnen vangen is het van belang dat BsGW een weerstandsvermogen aanhoudt dat overeenkomt met de benodigde weerstandscapaciteit. Voor het beleidsmatige kader wordt verwezen naar de ‘Kadernota risicomanagement en weerstandsvermogen BsGW’ (AB 24-3-2022). Op basis van de risicoanalyse is het benodigde weerstandsvermogen bepaald. De uitsplitsing opbouw van dit bedrag staat in de tabel ‘Berekening weerstandsvermogen BsGW’.
en
Voor elk van de risico’s is het bruto risicobedrag geïdentificeerd. Dit is het maximale bedrag dat nodig is indien het risico zich daadwerkelijk voordoet , in een situatie waar geen beheersmaatregelen worden genomen. Daarna is voor elk van de risico’s het netto risicobedrag gekwantificeerd. Dit is het risico dat kan optreden indien de geformuleerde beheersmaatregelen effectief zijn uitgevoerd. Vanuit het netto risico is het restrisico berekend. Het restrisico is het netto risicobedrag vermenigvuldigd met de kans die er bestaat dat het geïdentificeerde risico optreedt , ná het nemen van de geformuleerde beheersmaatregelen. Hierbij is de maximale kans genomen zoals die in de risicoanalyse staat aangegeven. Dit leidt tot een conservatief weerstandsvermogen , dat wil zeggen: met het berekende weerstandsvermogen worden de risico’s afgedekt. Weerstandsvermogen begroting 2026 Begin 2025 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd , waarbij de nog steeds relevante risico’s zijn geactualiseerd dan wel aangepast naar de cijfers van de begroting 2026 en actuele wet- en regelgeving. De benodigde weerstandscapaciteit , exclusief risico frictiekosten , komt uit op € 998 duizend , circa 336 % van de netto-kosten 2026. , miljoen , Bij de (meerjaren)-begroting 2025-2029 was het weerstandsvermogen berekend op € 1137 , van de netto-kosten BsGW 2025. Een afname van € 139 duizend.
Deze afname heeft te circa 399% , maken met een aantal veranderingen in de (kans op) risico’s , naast het vervallen van posten zoals de risico’s rondom de aanschaf van de nieuwe belasting- en waarderingsapplicaties. Zie tabel en de daarop volgende toelichting. Het aanwezige weerstandsvermogen eind 2023 (na resultaatbepaling 2023 en vaststelling begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029) bedraagt € 1572 miljoen. Afgezet tegen het benodigde , weerstandsvermogen van € 998 duizend , komt de ratio uit op 157. De ratio van het , weerstandsvermogen is daarmee ’ruim voldoende’. Het verschil tussen het aanwezige en het benodigde weerstandsvermogen bedraagt € 572 duizend. Het voorgenomen DB-besluit resp. ABvoorstel is om deze € 572 duizend terug te storten naar de deelnemers. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
A
> 20,
B
-
≤ 20,
C
≥ 14, ≥ 10,
-
D
≥ 08,
-
E
≥ 06, < 06,
-
F
Betekenis
Actie Voorstel
< 14,
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende
< 10,
Matig
Geen actie
< 08,
Onvoldoende Ruim onvoldoende
Voorstel aan AB om bij te storten
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
aan AB om terug te storten
Geen actie
pagina 48 van 60
n e
gn
Nr. Risico
Mogelijk effect
Mogelijke oorzaak
1. Substantiele prijsstijgingen (ICT-) (toe) leveranciers
Hogere kosten van (met name ICT-) goederen en diensten.
2. Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen
Meer werk / inhuur op m. n. juridisch gebied.
3. Koepelvrijstelling van de BTW
Kostprijsverhogend voor deelnemers
Significant hogere prijsstijgingen Prijsstijgingen inkaderen via inkoopproces; in dan de in de begroting van BsGW inkoopvoorwaarden/contract vastleggen op basis opgenomen indexeringen van het waarvan de jaarlijkse prijsstijgingen plaats (mogen) CPB a. g. v. vinden. wereldmarktontwikkelingen. Nauw contact houden met onze deelnemers inzake de kostenontwikkeling BsGW. Extra (juridische) inzet door Database met respons vanuit BsGW op aangespannen procedures door meestgestelde vragen / grieven. soevereinen/autonomen die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. Wijziging in wet-/regelgeving. Groot risico , dus onderzoek naar laten doen. Wellicht dat het Btw-compensatiefonds (BCF) hier weer een sleutel geeft ter bestrijding van kostenverhogende factor.
4. Verstoringen externe informatiestromen
Data is niet volledig. Hogere kosten a. g. v. arbeidsintensievere workarounds/oplossingen. Inefficiënte werkwijzen (excel) en foutgevoelig.
kr -i e a kk M iw tn
tl
o
gn iv e gl e ge
r ne -
te W
esc or
P
Gericht(er) sturen op het processen (waaronder bezwaar en beroep) wordt bemoeilijkt zo niet onmogelijk.
en
5. Meer bezwaren en beroepen: Overschrijding begroting als gevolg van - ncnp's hogere proceskostenvergoedingen en - Bezwaren tegen andere heffingenhogere uitvoeringskosten. - Inzet AI door burgers en bedrijven
pe
ro e n e ne ra wz e
b
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten
Herinrichten/verbeteren MIS. Extra capaciteit (uren intern danwel extern) vrijmaken voor inrichting/verbetering MIS.
Het Management Informatie Systeem (MIS) sluit niet aan op de informatiebehoefte van de gebruikers. Ondanks recent gewijzigde wet-Uitvoering van het dynamische plan van aanpak: /regelgeving bestaat risico dat deze stroomlijnen en aan de lijn blijven met conbezwaarmaken tegen de OZB of collega's en 'Den Haag' , zodat de aanpak sluitend andere belastingen waarbij WOZ-blijft. waarde basis is , voor de ncnpbedrijven een verdienmodel blijft.
Boete van de Autoriteit Persoonsgegevens. Afbreukrisico/reputatieschade. Aanvullende kosten door productieverlies.
Hackersaanvallen. Nalatigheid medewerkers/ deelnemers.
1. Procedure meldplicht datalekken BsGW 2. Informatiebeveiligingsbeleid en besluit gegevensverstrekking en privacy-protocol. 3. Bewustwording medewerkers/opleiding/elearning/mistery guest. 4. De FG en CISO toetsen/monitoren op naleving. 5. BsGW zet ICT-beveiligingstoepassingen in zoals beveiligde FTP-server voor uitwisselingen met de deelnemers of andere partijen , mail , adequate antivirusbeveiligingen en data-encryptie , Third Party Memo-randum , ISAE 403-verkaring. 6. Verstrekking aan deelnemers alleen na een privacy toets/doelbinding. 7. Gebruik van Zivver
7. ICT-storingen in de piekbelasting
Het niet kunnen opleggen van aanslagen.
Dienstverleningsovereenkomst (DVO). Regelen van back-ups waardoor werkzaamheden snel opgepakt kunnen worden/uitwijklokatie. Extra inzet externe capaciteit.
8. Fraude door medewerkers
Financieel verlies ten gevolge van (incasso/afdracht)fraude zal BsGW dienen te compenseren. Imagoschade BsGW.
Onbetrouwbare ICT-leverancier. Storing bij de energieleverancier. Bouwwerkzaamheden. onjuiste temperatuur serverruimten. Geen sluitende interne controles. Samenspanning medewerkers.
9. Kwalitatieve krapte op de arbeidsmarkt
Niet tijdig kunnen vervullen van vacatures waardoor werk blijft liggen.
BsGW profileert zich te weinig naar buiten als aantrekkelijke werkgever.
Meer stage-/afstudeerplekken aanbieden en in de werving insteken op potentie die BsGW verder intern (traineeships) zal doorontwikkelen. Voorbeeld KCC-medewerker is bereid om taxateursopleiding te volgen , maar ook meedraaien op carrieredagen hogescholen.
10. Ziekteverzuim
Uitval van functionarissen met als gevolg Ziekteverzuim is niet opgenomen dat de werklast terecht komt bij de in de begroting van BsGW. andere medewerkers danwel werk blijft liggen. Langdurig ziekte verzuim is in de regel niet-werkgerelateerd bij Budgetoverschrijding als gevolg van BsGW. extra inhuurkosten.
Datalek Cyberaanvallen/hack i. c. m. onzekerheid ICT-leverancier ige loo n
hc e T
le
en os r e
P
Alternatieve werkwijze/procedure vooraf ontwikkelen danwel achteraf vastleggen als back-up.
Door gewijizgde wet-/regelgeving valt ook kwijtschelding en uitstel van betaling onder bezwaar- en beroepregime
B
6. Infromatiebeveiliging & Privacy
Verstoringen in het proces omdat data niet uitgewisseld kan worden tussen BsGW en externen zoals WML , afvalinzamelaars , landelijke voorzieningen zoals Kadaster , BRP , et cetera.
Beheersmaatregelen
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
Stelsel van sluitende interne controles. Adequate functiescheidingen. Integriteit onder de aandacht blijven houden.
1. Adequaat HRM beleid gericht op preventie en – zo nodig – herplaatsing binnen of buiten BsGW 2. Mobiliteitsplan en budget 3. Strategisch HRM-beleid
pagina 49 van 60
Marktontwikkelingen
1
2 Wet- / regelgeving
Risico Substantiele prijsstijgingen ICT-(toe) leveranciers
Kans
Gevolg 3
Kans
3
50%
€
Gevolg 1 50. 000
€
Soevereinen/autonomen Ondermijning draagvlak opleggen en innen belastingen Koepelvrijstelling van de BTW
2
2
50%
€
50. 000
€
2 5. 000
1
4
2%
€
2 331. 000
€
4 6. 620
Verstoringen externe informatiestromen
3
3
65%
€
1 35. 000
€
8 7. 750
Meer bezwaren en beroepen:
4
4
60%
€
5 00. 000
1
4
2%
€ 20. 000. 000
€
4 00. 000
.
Score (€)
7 5. 000
3
Proces
4
-
Bezwaren en
beroepen
5
-
ncnp's
Bezwaren tegen andere heffingen Inzet AI door burgers en bedrijven
Financieel risico: extra uitkerings- en uitvoeringskosten Informatiebeveiliging & Privacy Technologie
Personeel
6
Datalek Cyberaanvallen/hack
7
ICT-storingen in de piekperiode BsGW
1
3
10%
€
2 00. 000
€
2 0. 000
8
Fraude door medewerkers
1
3
10%
€
2 00. 000
€
2 0. 000
9
Kwalitatieve krapte
4
2
40%
€
2 70. 000
€
1 08. 000
3
4
80%
€
2 70. 000
€
2 16. 000
Totaal benodigd weerstandsvermogen:
€
998. 370
10 Ziekteverzuim
op
de arbeidsmarkt
Begroting BsGW 2026 en meerjarenraming 2027-2030
pagina 50 van 60
Toelichting risicoanalyse 1.
Substantiële prijsstijgingen (ICT-)(toe)leveranciers Als gevolg van wereldmarktontwikkelingen stijgen de prijzen van (toe)leveranciers van ICT-producten en -diensten met een substantieel hoger percentage dan de (gewogen) inflatiecijfers , zoals gepresenteerd door het Centraal Planbureau en de in de begroting van BsGW opgenomen indexering. Ook de leverzekerheid van hardware en de krapte op de arbeidsmarkt wat ICT-medewerkers betreft , heeft effect op de prijsontwikkeling.
2.
Soevereinen/autonomen Extra (juridische) inzet door aangespannen procedures door soevereinen/autonomen , die de overheid en de daaruit voortvloeiende belastingaanslagen niet erkennen en aanvechten. De soevereinen/ autonomen zoeken – mede met behulp van AI – nieuwe wegen en schromen in toenemende mate niet om hun standpunten kracht bij te zetten , bijv. middels het hoofdelijk aansprakelijk stellen van direct betrokkenen.
3.
Koepelvrijstelling van de BTW De discussie of de koepelvrijstelling in de BTW beperkter moet worden toegepast dan tot nu toe gebruikelijk was , loopt nog steeds. Het gaat hierbij , naar aanleiding van enkele uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie , om de uitleg of de koepelvrijstelling in de BTW alleen geldt voor de in de BTW-richtlijn met name genoemde activiteiten. Door deze uitspraken zou de betreffende vrijstelling sterk worden ingeperkt. De zorg voor een goede en veilige waterhuishouding zou bijvoorbeeld niet meer als prestatie van algemeen belang gelden. Als gevolg daarvan zouden typische waterschapstaken en belastingheffing en -inning , die niet zelfstandig door het waterschap maar bijvoorbeeld met andere overheden in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (GR) worden uitgevoerd , niet meer onder de koepelvrijstelling vallen , met als gevolg dat de bijdrage van het waterschap in de uitvoeringskosten van de GR met 21% wordt verhoogd. Ondanks het grote aandeel van het waterschap , zou in een dergelijke situatie niet de gehele bijdrage met 21% omhoog gaan. Voor veel posten geldt dan immers ook de vooraftrek. De grootste uitzonderingen hierop zijn de salarissen inclusief de sociale lasten. Wellicht dat het BTWcompensatiefonds de kostenverhoging bij onze gemeentelijke deelnemers (deels) teniet kan doen.