018bijl 1.5 B04 RAAPrap_4529_TEGMA2_herzien.pdf
Tekst van het document
diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Laag opmerking: Opmerking: gevlekt 65 / 19.03 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont, Brokken en vlekken: kleibrokken Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: akkerlaag 70 / 18.98 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: afgedekt/begraven A-horizont Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar Einde boring 75 / 18.93
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_8 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 8, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 160 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207338.824, Y-coördinaat in meters: 372633.122, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.962, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond 20 / 19.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 45 / 19.51 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn
Bodem: Bodemhorizont: B-horizont Archeologie: Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak Laag opmerking: Opmerking: moderpodzol 60 / 19.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont 90 / 19.06 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: sterk siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: akkerlaag 110 / 18.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 120 / 18.76 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 130, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: matig zandig Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont 130 / 18.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 130, Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort:
zand, Bijmengsel: sterk siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont 140 / 18.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 140, Ondergrens laag in cm: 160, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 160 / 18.36
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_9 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 9, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207377.077, Y-coördinaat in meters: 372656.919, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 18.859, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 18.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar 30 / 18.56 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Einde boring 100 / 17.86
Boring: TEGMA2_10 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 10, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 50 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207417.635, Y-coördinaat in meters: 372679.726, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.733, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.73 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 45, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: opgebrachte grond Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment 45 / 19.28 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 45, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn, Lithologie vrijveld: GEVLEKT Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar Einde boring 50 / 19.23
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_11 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 11, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 140 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207336.67, Y-coördinaat in meters: 372667.868, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 20.272, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 20.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 50 / 19.77 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Lithologie vrijveld: GEVLEKT Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: verstoord Archeologie: Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak 100 / 19.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin
Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont Laag opmerking: Opmerking: moderpodzol 120 / 19.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 120, Ondergrens laag in cm: 140, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Einde boring 140 / 18.87
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Appendix 1. Boorbeschrijvingen
Boring: TEGMA2_12 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 12, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207384.398, Y-coördinaat in meters: 372686.851, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.473, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 20 / 19.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: compact Laag opmerking: Opmerking: moderpodzol 40 / 19.07 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: geel Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont Archeologie: Archeologische
interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak 80 / 18.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Consistentie: compact Bodem: Bodemhorizont: B-horizont, Ijzer/mangaan: enkele Fe-vlekken 100 / 18.47 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: klei, Bijmengsel: sterk zandig Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken 110 / 18.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 110, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: geheel gereduceerde C-horizont Einde boring 120 / 18.27
Boring: TEGMA2_13 Kop algemeen: Projectcode: TEGMA2, Boornummer: 13, Beschrijver(s): XD, Datum: 29-05-2020, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 55 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 207359.533, Y-coördinaat in meters: 372736.725, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 19.92, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: GPS 0 / 19.92 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Bijmengsel humus: zwak humeus, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: regelmatig geploegd/bewerkte A-horizont, Bodemkundige interpretatie: bouwvoor 40 / 19.52 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 40, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment, Archeologische interpretatie: betredingshorizont / oud loopvlak Laag opmerking: Opmerking: moderpodzol 50 / 19.42 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Edelman-7 cm, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel:
zwak siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: B-horizont Archeologie: Puin onbepaald: ondoordringbaar Einde boring 55 / 19.37
bron: Tegma2.geojson - 05-06-2020 15:24:38
Adviesdocument 880 Projec :
Archeologisch onderzoek, plangebied Martinushof aan de Kerkstraat 238 te
Projec code:
26616TEGMA
Opdrach gever:
Venterra
Da um:
5 juni 2020
Tegelen, gemeente Venlo
ADVIES ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK Plangebied (figuur 1a; het plangebied
Terrein van het voormalige ziekenhuis Martinushof, Kerkstraat 238 in
staat aangegeven met een blauwe lijn)
Tegelen, gemeente Venlo
Op verzoek van
Venterra
Betreft
Archeologische beoordeling plannen
Huidig gebruik
Ziekenhuisterrein met bijbehorende infra. Onder het ziekenhuisgebouw is deels een kruipruimte aanwezig.
Toekomstige situatie
Het bestaande ziekenhuis wordt gesloopt. Daarna wordt een tijdelijke parkeervoorziening aangelegd. Hiervoor hoeft (vrijwel) niet te worden gegraven. In de eindsituatie zal op deze locatie ongeveer 4.000 m2 winkeloppervlakte en circa 50 woningen gerealiseerd worden ((figuur 1b; 1
inrichtingsplan, bron: Rho Adviseurs voor leefruimte, 2015 ). De plannen hiervoor worden momenteel verder uitgewerkt. Te volgen procedure
Voor de tijdelijke parkeergelegenheid wordt een zogenaamde kruimelprocedure doorlopen. Voor het eindplan zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld (informatie per email; Venterra).
Omvang plangebied
Circa 2 hectare; Delen hiervan worden opnieuw ingericht.
Inleiding In Tegelen is het initiatief genomen door Martinushof BV om op de locatie van het voormalige ziekenhuis Martinushof aan de Kerkstraat 238 in Tegelen een nieuw bouwplan te realiseren. In eerste instantie zal er voor een aantal jaren een tijdelijke parkeervoorziening worden aangelegd. In de eindsituatie zal op deze locatie ongeveer 4.000 m2 winkeloppervlakte en circa 50 woningen gerealiseerd worden. Het plangebied ligt volgens het vigerende bestemmingsplan in een archeologisch waardevol gebied. De bodemingrepen ten behoeve van de nieuwe plannen gaan bovendien dermate diep, dat eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk worden bedreigd. Vandaar dat RAAP gevraagd is om te bekijken of archeologische resten in het plangebied worden bedreigd en hoe hier dan mee om dient te worden gegaan. In dit document wordt hier verder op ingegaan.
Vraagstelling Is in het plangebied archeologisch onderzoek noodzakelijk?
1
Rho Adviseurs voor leefruimte, 2015. Martinushof BV. Verkenning Transformatie Centrum Tegelen. Martinushof. Versie d.d. 21-7-2015.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
1
Figuur 1a. Ligging van het plangebied (groene lijn). Huidige/meest recente situatie.
Figuur 1b. Inrichtingsplan.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
2
Landschappelijke en historische situatie Het plangebied ligt in het gebied van de Maasterrassen. Deze relatief oude terreinvormen zijn in het Pleistoceen door de Maas gevormd (bijlage 1). In deze periode bestond de Maas uit verschillende geulen (vlechtend systeem) waarin voornamelijk dikke pakketten zand en grind zijn afgezet. Lokaal komen ook kleilagen voor. Deze riviersedimenten zijn vervolgens al dan niet bedekt met een laag dekzand. Deze dekzanden dateren voornamelijk uit de laatste ijstijd (Weichselien; circa 115.000 tot 10.000 jaar geleden) en komen in grote delen van NoordLimburg aan de oppervlakte voor. Op zowel de geomorfologische kaart als de bodemkaart van Nederland is het plangebied niet gekarteerd vanwege de ligging binnen het bebouwde gebied (Stiboka, 1968; Staring 23
Centrum/RGD, 1992) . Ook valt het plangebied buiten de scope van de recent vervaardigde archeologische 4
verwachtingskaart van het Maasdal (Isarin, 2015 ). Naar verwachting komen in het plangebied zandbrikgronden of moderpodzolgronden (beter ontwaterde oudere Maasterrassen) en/of oude rivierkleigronden (minder goed ontwaterde terreindelen in de oude maasgeulen) voor. Dit betekent dat eventuele archeologische resten al vanaf maaiveld kunnen voorkomen. e
Volgens historisch kaartmateriaal was het plangebied in ieder geval vanaf begin 19 eeuw tot omstreeks 1924 als akkerland in gebruik en niet bebouwd. Rond 1924 verscheen de eerste bebouwing in het plangebied. In de decennia die daarop volgde groeide deze bebouwing (via meerder sloop- bouw-/verbouwfasen) uit tot het huidige 5
ziekenhuiscomplex (Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968 ;, www.topotijdreis.nl; figuur 2).
2
Stiboka, 1968. Bodemkaart van Nederland, schaal 1:25.000. Kaartblad 58 Oost Roermond. Stichting voor Bodemkartering, Wageningen. 3 Staring Centrum /RGD, 1992. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Kaartblad 58 Roermons. In concept. Staring Centrum/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. 4 Isarin, R., E. Rensink, R. Ellenkamp en E. Heunks, 2015. Archeologische verwachtingskaart Maasdal (AVM) tussen Mook en Eijsden. Verantwoording methodiek en kaartbeeld. RCE, Amersfoort. 5 Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, 1968. Kartenaufnahme der Rheinlande durch Tranchot und Von Müffling 1803-1820, schaal 1:25.000. Kaartblad 33 Venlo. Landesvermessungsamt Nordrhein Westfalen, Bonn.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
3
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
4
Archeologische verwachting plangebied Volgens de archeologische verwachtings- en beleidskaarten van de gemeente Venlo ligt het plangebied in een 7
archeologisch minder interessant gebied (van Dijk, 2007 en Peeters, 2014 ). Op basis van landschappelijke en historische gegevens, in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen in de directe omgeving, geldt voor vrijwel het gehele plangebied een lage archeologische verwachting (figuur 3). Slechts voor twee kleine deelgebiedjes in het noordelijk deel van het plangebied (met oppervlaktes van respectievelijk circa 390 m² en 250 m²) geldt een hoge archeologische verwachting. Volgens de verwachtingskaarten van de gemeente moet in deze laatste gebieden vooral rekening worden gehouden met de aanwezigheid van nederzettingsterreinen uit de periode van de landbouwers (Bronstijd t/m Nieuwe tijd) met bijbehorende akkers en grafvelden (‘droge archeologie’). Archeologische resten van jager-verzamelaars en resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’ worden niet in het gebied verwacht (van Dijk, 2007 en Peeters, 2014).
6
Dijk, X.C.C. van, 2007. Gemeente Venlo: een archeologische verwachtings- en advieskaart. RAAP-rapport 1473. RAAP Archeologisch Adviesbureau, Weesp. 7 Peeters, M.M., 2014. Verantwoordingsdocument actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart, gemeente Venlo. RAAP-adviesdocument 529. RAAP Archeologisch Adviesbureau Weesp.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
5
Figuur 3. Uitsnede beleidskaart gemeente Venlo. Legenda: Geel = zone met een lage archeologische verwachting (beleidscat. 5); Roze = zone met een hoge of middelhoge archeologische verwachting (beleidscat. 4). In het plangebied zelf zijn geen archeologische vindplaatsen bekend (figuur 4 en 5). De dichtstbijzijnde vindplaatsen liggen op circa 100 à 125 meter ten zuidoosten/zuidwesten van het plangebied (catalogusnummers 346 en 777; figuur 4). Beide vindplaatsen hebben betrekking op de aanwezigheid van een Romeinse weg. In tabel 1 staan alle bekende vindplaatsen binnen een straal van circa 300 meter van het plangebied weergegeven (bron: Peeters, 2014; Kaartbijlage 1B en Archis3). Een deel van deze vindplaatsen komt uit de database (vindplaatsencatalogus) van de gemeente Venlo en is vooralsnog niet aangemeld in Archis3. Daarnaast ligt op circa 250 meter ten noordwesten van het plangebied een AMK-terrein (AMK-nr. 16560). Dit betreft de oude dorpskern van Tegelen.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
6
Figuur 4. Uitsnede archeologische overzichtskaart Venlo (Peeters, 2014; Kaartbijlage 1B). Legenda: Rood driehoekje = Archis-waarneming met waarnemingsnr.; Geel driehoekje = historisch erf; Groen = uitgevoerd onderzoek; Roze lijn = buffer rondom vindplaats of historisch erf; Paarse lijn = begrenzing AMK-terrein; Rode cirkel = globale ligging plangebied.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
7
Figuur 5. Uitsnede Archis3. Legenda: Rondje = vondstlocatie met waarnemingsnr.; Geel = uitgevoerd onderzoek; Paars = AMK-terrein; Rode cirkel = globale ligging plangebied. Uit de aangetroffen resten blijkt dat de omgeving van het plangebied in diverse perioden in het verleden bewoond en gebruikt is geweest. De meldingen zijn echter niet van dien aard dat de (grotendeels lage) verwachting van het plangebied moet worden aangepast. Ook zijn in en direct grenzend aan het plangebied volgens de archeologische overzichtskaart van Venlo (Peeters, 2014; Kaartbijlage 1B; figuur 4) en Archis3 geen archeologische onderzoeken uitgevoerd, die direct van invloed zijn op de archeologische verwachting (figuur 5).
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
8
ABK - nr
Waarnemings
Omschrijving
nr. Archis2 346
-
Oude melding (voor 1952); mogelijke Romeinse weg
777
-
Weg met stenen en gruis; Romeinse weg
782
-
"burcht" vermoedelijk een voornaam gebouw; Late Middeleeuwen-Nieuwe tijd
783
-
Kerk uit de Vroege Middeleeuwen
795
-
Watermolen uit de Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd
825
-
Aardewerkoven uit de Nieuwe tijd
826
-
Aardewerkoven uit de Nieuwe tijd
1213
418640
Zaakid. Archis3: 2217150100; Bakstenen beekoverkluizing uit de Nieuwe tijd (19 e of 20 e eeuw)
-
439277
Zaakid. Archis3: 2290942100; Circa 200 meter ten noorden plangebied; Resultaten opgraving kerkhof Martinuskerk uit de tweede helft 19 e /vroeg 20e eeuw)
Tabel 1. Overzicht van de dichtstbijzijnde vindplaatsen volgens de ABK-Venlo en Archis3. Het wordt opgemerkt dat op de Cultuurhistorische Inventarisatiekaart Venlo uit 2015 in de zuidoostelijke strook van het plangebied een historische (natuurlijke?) waterloop is aangegeven (Keunen & Van der Veen, 2015, kaartbijlage 3). Deze is inmiddels verdwenen, en is niet verwerkt in de archeologische verwachtings- en beleidskaarten van de gemeente, maar is er wel van belang voor. Indien het om een natuurlijke beekloop of een restant van een smalle oude Maasgeul gaat, is er sprake van een gradiëntsituatie, en is de archeologische verwachting hoog voor resten van jager-verzamelaars. Ook wanneer geen sprake is van een gradiëntsituatie, is de archeologische verwachting hoog voor resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’. Ook indien het om een gegraven loop gaat, is de archeologische verwachting hoog voor resten die gerelateerd zijn aan zogenaamde ‘natte archeologie’ en historische bebouwing. Het betreft in dat geval resten uit de late middeleeuwen en de Nieuwe tijd, zoals watermolens; de verwachting voor resten van jager-verzamelaars is in dat geval laag.
Verstoringen Zoals eerder vermeld is het plangebied vanaf ongeveer 1924 steeds verder bebouwd geraakt. Uit het historische kaartmateriaal valt niet op te maken of bestaande bebouwing steeds verder werd uitgebreid, of dat er ook sprake is geweest van sloop en nieuwbouw. Dit laatste lijkt in ieder geval voor delen van het plangebied op te gaan. Het huidige ziekenhuiscomplex betreft een groot gebouw, dat waarschijnlijk zwaar is gefundeerd. Bovendien is bekend dat onder het ziekenhuisgebouw deels een kruipruimte aanwezig is). Het niet bebouwde terreindeel is eveneens verder ingericht met verhardingen, benodigde infra, etc. Aangezien eventuele archeologische resten vanaf maaiveld worden verwacht – en gezien de zeer grote bedrijvigheid op het terrein – is de verwachting dat een groot deel van het plangebied al verstoord is en archeologische resten hier niet meer (in onverstoorde context) aanwezig zullen zijn.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
9
Beleid versus bestemmingsplan Volgens het beleid van de gemeente Venlo is het plangebied vrijwel volledig ingedeeld in beleidscategorie 5 – 8
gebieden met een lage archeologische verwachting (Peeters, 2014 ; figuur 3). Ondanks dit gegeven kan binnen een nieuw bestemmingsplan wel een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ worden toegekend. Deze gebieden zijn bij vergunningverlening toch onderzoeksplichtig, omdat een bestemmingsplanprocedure dient te worden doorlopen. Een heel klein deel van het plangebied is ingedeeld in beleidscategorie 4. Het betreft 2 kleine deelgebiedjes met oppervlaktes van respectievelijk 390 m² en 250 m². Volgens het gemeentelijk beleid dient ook aan deze gebieden bij een nieuw bestemmingsplan – omwille van hun (middel)hoge archeologische verwachting – een dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie’ te worden toegekend. Archeologisch onderzoek is hier aan de orde bij bodemverstoringen die dieper gaan dan 40 cm –Mv en groter zijn dan 500 m². Ten behoeve van de nieuwe ontwikkelingen zal een nieuw bestemmingsplan worden opgesteld. Het gemeentelijk beleid kan daarbij als basis dienen. N.B. In het vigerende bestemmingsplan ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’, vastgesteld op 25-9-2013, is het archeologisch beleid van de gemeente ook al verwerkt, echter niet op een volledig juiste manier. In de toelichting van het bestemmingsplan staat overeenkomstig het beleid vermeld dat een deel van het plangebied een (middel)hoge verwachtingswaarde kent (en het overige deel een lage).
In de verbeelding is echter per abuis het gehele plangebied voorzien van een dubbelbestemming.
Conclusies en advies Volgens het gemeentelijk beleid is vrijwel het gehele plangebied ingedeeld in beleidscategorie 5 (gebied met een lage verwachting). Slechts twee kleine delen van het plangebied zijn ingedeeld in beleidscategorie 4 (gebied met een [middel]hoge verwachting; figuur 3). Voor beide soorten gebieden geldt vanuit het beleid een onderzoeksplicht, afhankelijk van de oppervlaktenorm. De beoogde werkzaamheden zijn alle vooralsnog gepland in het gebied waarvoor een lage archeologische verwachting geldt (vergelijk figuur 1b en figuur 3). Ook de tijdelijke parkeervoorziening ligt in het gebied met een lage verwachting (bron: 2013-9 demarcatie tijdelijk parkeren 20170501.pdf [figuur niet afgebeeld]). Onderhavig bureauonderzoek vormt geen aanleiding om deze lage archeologische verwachting naar boven bij te stellen. Tevens is de verwachting dat grote delen van het plangebied al zijn verstoord door de grote bedrijvigheid op het terrein in de afgelopen eeuw, maar deze kan niet worden onderbouwd door concrete informatie over de bodemopbouw of kaartmateriaal. In de twee gebiedjes met een hoge verwachting zijn (voorlopig) geen werkzaamheden voorzien. Aan alle gebieden binnen het nieuwe bestemmingsplan dient desalniettemin een dubbelbestemming ‘waarde-archeologie’ te worden toegekend. Er is namelijk sprake van een archeologische onderzoeksplicht bij de realisatie van dit
ruimtelijk plan. Die plicht is niet gekoppeld aan de huidige aanvraag voor een tijdelijke vergunning,
8
. Peeters, M.M., 2014. Verantwoordingsdocument actualisatie archeologische verwachtings- en beleidskaart, gemeente Venlo. RAAPadviesdocument. RAAP Archeologisch Adviesbureau Weesp.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
10
maar vloeit wel voort uit nog te doorlopen ruimtelijke procedure. Het is aan de initiatiefnemer om dit vervolgonderzoek tijdig in te plannen. Archeologisch vervolgonderzoek dient vervolgens te worden gekoppeld aan de planuitvoering (vergunningsfase) waarbij geldt dat archeologisch onderzoek nodig is afhankelijk van de oppervlaktenorm.
Tot slot Deze rapportage geeft een advies. Om deze te laten bekrachtigen in een besluit, kan contact worden opgenomen met de bevoegde overheid (gemeente Venlo). RAAP kan u daarbij assisteren.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
11
Bijlage 1. Archeologische en geologische tijdschaal. Geologi che perioden Tijdvak
Chronozon
Archeologi che perioden Dat ring
Dat ring
Tijdp rk
Recen e ijd
- 1945
C
Nieuwe ijd
Laat Subatlanticum
- 1850
B
- 1650
A
- 1500
Laat B - 11 0 na Chr.
Laat A C: Karolingisch tijd B: M rovingisch tijd A: Volksv rhuizingstijd
Vro g Subatlanticum
Laat
Romeinse ijd
Holoceen
D: Ottoons tijd
Vroeg
Middeleeuwen
Midd n Vro g
-0
Laat
IJzer ijd
- 450 voor Chr.
Midd n Vro g Laat
Brons ijd
Subbor aal
Midd n Vro g Laat
Neoli hicum
- 3700
(N ie uwe S e e n ijd)
Vro g
Atlanticum - 7300
Bor aal
All rød Vro g Dryas
t
- 900 -7 5 -5 5 - 450 - 70 - 70 na Chr. - 15 voor Chr. - 50 - 500 - 800 - 1100 - 1800 - 000 - 850 - 4200 - 4900/ 300
Laat
- 64 0
Midd n
- 8640
Vro g
- 9700
- 11. 00
Laat
- 12.000
- 12. 00
Jong B
- 12. 00 - 13. 00
L D n kamp
- 1050
- 11.0 0
- 30. 00
Prehis orie
Laa Glaciaal
Lat Dryas
Vro gst Dryas
Midden
(M idde n S e e n ijd)
- 9700
Bølling
- 16.000
Jong A - 3 .000
H ng lo - 60.000
Vroeg
Weichselien Pleniglaciaal
Mesoli hicum
- 8700
Pr bor aal
Mo rshoofd
Paleoli hicum - 71.000
Vroeg Glaciaal
leistoceen
Midd n
- 1 50
(Oude S e en ijd)
Odd rad Midd n Brørup - 114.000
E mi n
- 126.000
Saali n II Oost rm
- 236.000
r
Saali n I B lv dèr /Holst ini n Glaciaal x Holst ini n
- 241.000
- 2 0.000
- 322.000 - 336.000
Oud
- 384.000 - 416.000
Elst ri n 463.000
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
tabel1 standaard GeoBioArcheo RAAP 2014
12
Bijlage 2. Artikel 12 bestemmingsplan ‘Actualisatie en reparatie Centrum Tegelen’ 12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde-Archeologie' aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en/of herstel van archeologische waarden en de bescherming en het behoud in situ van de op en/of in deze gronden voorkomende archeologische waarden, zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding: a 'specifieke vorm van waarde - archeologie - hoge tot middelhoge waarde' voor gebieden van hoge tot middelhoge waarde; b archeologische vindplaatsen, zoals aanwezig ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - archeologie - archeologische vindplaats'.
12.2 Bouwregels 12.2.1 Bouwregeling Er mag slechts worden gebouwd indien: a bebouwing mogelijk is krachtens de onderliggende bestemming en; b het bouwplangebied de oppervlakte ondergrens van het betreffende archeologische waardegebied niet overschrijdt, waarbij voor gebieden met een hoge tot middelhoge archeologische waarde een oppervlak van 500 m² geldt. c bij overschrijding van de onder b bedoelde ondergrenzen op basis van een archeologisch rapport blijkt dat de bebouwing op grond van het op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geldige cultuurhistorische beleid van de gemeente aantoonbaar niet leidt tot verstoring van archeologische waarden. Het archeologisch rapport dient te zijn vervaardigd door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de (op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geldende) Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA).
12.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het onder lid 12.2.1 onder c bedoelde onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b de verplichting tot het doen van nader archeologisch onderzoek, waaronder opgravingen door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
13
(op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geldende) Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; c de verplichting de activiteit die leidt tot de bodemverstoring te laten begeleiden door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de (op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan) geldende Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie.
12.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 12.2.1 onder c. indien: a de ingre(e)p(en) word(t)(en) verricht op minder dan 40 centimeter onder het maaiveld; b het bouwplan of de bouwplannen uitsluitend betrekking heeft of hebben op verandering of vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande bebouwde oppervlakte gehandhaafd blijft en de bestaande fundering niet wordt gewijzigd en of uitgebreid; c de nieuwbouw naar het oordeel van het bevoegd gezag binnen de archeologische waarden past, dan wel een kwalitatieve bijdrage levert aan de genoemde waarden; d de archeologische waarden van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende zijn vastgesteld tot nihil.
12.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.4.1 Verbod Het is verboden op of in gronden welke zijn bestemd als van 'Waarde-Archeologie' zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a het veranderen van het huidige maaiveldniveau door ontginningen, bodemverlagen, egaliseren, afgraven of ophogen; b het vellen, rooien of aanleggen van diepwortelende beplantingen en/of bomen, inclusief het verwijderen van stobben; c het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 40 centimeter ten opzichte van het maaiveld, waartoe ook gerekend wordt woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; d het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; e het uitvoeren van werkzaamheden ter verlaging van de grondwaterstand; f het graven, aanleggen, verbreden, vergroten of dempen van sloten, greppels, watergangen, vijvers of vaarten.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
14
12.4.2 Uitzonderingen Het verbod als bedoeld in lid 12.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning; d minder diep reiken dan 40 centimeter onder het maaiveld en waarbij het grondoppervlak van de aanlegwerken minder is dan 500 m² e archeologisch onderzoek betreffen. 12.4.3 Toelaatbaarheid De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar mits: a naar het oordeel van het bevoegd gezag geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van de in lid 12.1 genoemde doeleinden.
12.5 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk 12.5.1 Voorschriften omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk In het belang van de archeologisch monumentenzorg kan het bevoegd gezag voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk op of in gronden ter plaatse van de aanduiding: a 'specifieke vorm van waarde - archeologie - hoge tot middelhoge waarde' met een te slopen oppervlak van meer dan 500 m². 12.5.2 Toepassing voorschriften Aan de omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk voor de gronden, als bedoeld onder 12.5.1, kan het bevoegd gezag het voorschrift verbinden dat de sloopwerken vanaf 30 cm boven het maaiveld en dieper worden begeleid door een deskundige op het gebied van archeologische monumentenzorg die voldoet aan de (op het moment van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan geldende) Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 12.5.3 Archeologische vindplaatsen Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken roerende of onroerende archeologische vindplaatsen worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij het bevoegd gezag die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kan verbinden aan de omgevingsvergunning voor het slopen.
12.6 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen in die zin, dat de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' (geheel of gedeeltelijk) wordt verwijderd, als op
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
15
basis van archeologisch onderzoek, geen archeologische waarden of archeologische vindplaatsen (meer) aanwezig zijn, dan wel deze waarden of vindplaatsen niet meer als zodanig bescherming behoeven.
Adviesdocument RAAP Archeologisch Adviesbureau
16